‘Hier komt mijn werk perfect tot zijn recht’

‘Buitenkunstenaar’ Dominic Brown betrekt binnenruimte

Beeldend kunstenaar Dominic Brown is het creatief brein achter vele ontwerpen voor muurschilderingen in Den Haag en verre omstreken. Hij voorzag met zijn onderneming Modern Murals onder meer de onderdoorgang van de Rijnstraat en de Anna van Buerenstraat, beide vlakbij station Den Haag CS, van een XL-formaat afbeelding. Maar ook elders in de regio, van Rijswijk en Voorburg tot Delft, Rotterdam, Schiedam en Leiden aan toe, bracht hij metershoge en -brede illustraties aan, van viaducten en pilaren tot elektriciteitshuisjes.

Dezer dagen heeft de geboren Rijswijker, gespecialiseerd in projecten ter verfraaiing van de openbare ruimte, zijn kampement opgeslagen in de binnenruimte, om precies te zijn die van ‘verzamelgalerie’ KV02 (Korte Vijverberg 2, korte kant). In de historische binnenstad van Den Haag was voorheen een vestiging van de Rabobank gevestigd.

Tijdens ‘corona’ kwam een aantal dingen bij elkaar, legt hij uit. “Ik heb een pop-up gallery gehad in winkelcentrum In de Bogaard in Rijswijk, vlak bij mij thuis. Ik merkte daar dat ik direct contact met mensen fijn vond, maar dat moest missen omdat ik aldoor binnenshuis op de computer werk. Toen deed zich opeens deze mogelijkheid voor, pal naast het Mauritshuis en de Tweede Kamer. Al langere tijd wilde ik naar Den Haag omdat hier het publiek veel internationaler is dan in Rijswijk. Al tien jaar droomde ik van een eigen galerie slash winkel ergens aan het Noordeinde of de Prinsestraat, maar die locaties zijn niet te betalen voor mij.”

De ruimte heeft hij betrokken via ANNA Vastgoed & Cultuur, een vastgoedbeheerder die tijdelijk leegstaande panden aanbiedt. Sinds de opening hebben er al ruim 250 exposities plaatsgevonden. Vanaf half juli kon Brown er neerstrijken, tot half september. Vorige week hield hij de officiële opening. “Ideaal voor mij,” verklaart Brown zijn intrek. “Van KV02 is dit de mooiste ruimte. Hier komt mijn werk perfect tot zijn recht.” Naast eerder geëxposeerde werken is er ook nieuw werk van zijn hand te zien.

Het begon voor hem rond 2004, toen hij computertechnieken ontdekte. “Toen zag ik dat je met behulp van een pc een tekening kon opblazen tot vrijwel ieder gewenst formaat. De ontwerpen ging ik op internet posten en er later ook mee exposeren.”

Door opdrachten die hij vervolgens verwierf voor werk in de buitenruimte kon hij zich toeleggen op eigen, autonoom werk en was hij in staat te investeren in de kunstenaar in zichzelf. “Het werk dat je hier ziet is de basis voor werk dat ik voor de buitenruimte heb gemaakt. Uiteindelijk maakt het niet uit of je iets voor tweehonderd of twee vierkante meter maakt.”

Als kunstenaar legt hij zich toe op ‘mixed media’, van werken op canvas of hoogwaardige prints op aluminium, tot stoffen (onder meer tapijt en shawls) en shawls. “Verbeterde printtechnieken en doorontwikkelde technologie en software hebben mij geïnspireerd.” Tegenwoordig is hij veel bezig met mogelijkheden die Virtual Reality hem biedt. “Je kunt als het ware tekenen in een zwarte ruimte. Het resultaat kun je vervolgens printen. Er zijn oneindig veel mogelijkheden.”

Hoe modern zijn werkwijze ook, de bakermat voor zijn werk ligt bij de kunst van oude beschavingen. Hij pakt er met glimmende ogen een koffietafelboek bij over de oude Egyptenaren. Hij gelooft dat de emotie of boodschap die een kunstenaar vele honderden of duizenden jaren geleden wilde afgeven, niet levendiger kon worden overgedragen dan door een schilderij, een tekening of een symbool. Door elementen uit de oudheid in zijn werk te incorporeren beoogt Brown met mensen over de hele wereld te kunnen communiceren. Kunst draagt volgens hem geen tijds- of taalbarrière.

De beweging die is ingezet naar Den Haag smaakt naar meer, zegt hij. “Graag zou ik in deze stad mijn eigen galerie vestigen en hier komen wonen. Als ik hier woon kom ik ook in aanmerking voor een atelierruimte van Stroom Den Haag.”

Galerie Dominic, Korte Vijverberg 2 (KV02), donderdag tot en met zondag, 12.00-18.00 uur. Meer informatie: www.dominicbrown.nl

‘Carmen’ heeft de kiem gelegd

Serie Den Haag Centraal: Juweeltjes

Keramist en fotograaf Joris-Jan Bos:

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hen dierbaar is. Deze week: Joris-Jan Bos over de muziek die zijn leven tekent: “Ik ben een sentimentele romanticus gebleven.”

Het betekende voor keramist, filmmaker en fotograaf Joris-Jan Bos (1962) de ontdekking van de hemel. In zijn kinderjaren moet de kennismaking met, oneerbiedig gezegd, de meeneurie-opera ‘Carmen’ (1875) van Georges Bizet (1838-1875) een bedwelmende, welhaast geestverruimende ervaring zijn geweest.

“De muzieklerares op de lagere school kwam op vrijdagen met een kofferplatenspeler onder de arm in de klas,” wijst hij als oorzaak aan. “Zij was bezeten van Bizet – en dus van deze opera over de uitdagende zigeunervrouw en sigarettenmaakster, en het verleidelijke spel van de liefde.”

Vrijwel spoorslags toog hij naar de platenwinkel in zijn toenmalige woonplaats Delft en kocht gelijk de elpee, de ‘greatest hits’, bekostigd uit een toenmalig baantje als rozenpluizer. Het was een uitvoering op een raar platenlabel, vertelt hij, als hij in gedachten even de hoes van toen erbij zoekt. “Ik heb hem nog steeds.” Het blijkt bij nader inzien een Duitse persing te zijn, van nota bene de New York Philharmonic en met Leonard Bernstein op de bok. “Nu en dan zet ik hem weer eens op.” Lachend: “Ik ben een sentimentele romanticus gebleven.”

Muziek bracht hem nieuwe werelden, liet hem andere inzichten zien en emoties doorvoelen. “In muziek kon ik mezelf herkennen. ‘Carmen’ heeft daarvoor de kiem gelegd.” Muziek is in zijn leven en werk tot grote drijfveer en inspiratiebron uitgegroeid. Dat is evenwel beperkt gebleven tot  beluisteren, want een glanscarrière als gitarist in een schoolband liep niet goed af, zweetdruppels op de ruiten van het Delftse Café Alcuin tijdens een van hun dampende optreden ten spijt.

Vaarwel muzikaal levenspad dus, maar het met rooie oortjes beluisteren van muziek bleek een prachtig substituut. Dat heeft hij dan ook grondig en ingrijpend aangepakt. Zo heeft hij naast een buizenversterker, een tiptop Thorens 124-platenspeler en high-end PHY-drivers voor zijn luidsprekers, zijn meterkast verbouwd voor betere voeding, en heeft hij een elpeecollectie verzameld van over de drieduizend exemplaren.

Na ‘Carmen’ is hij het muziekveld gretig verder af gaan grazen. “Een broer van een vriend was idolaat van Frank Zappa – en zo werd ik dat ook.” Gaandeweg ontdekte hij de jazz, min of meer samenvallend met zijn eerste schreden op het fotografische vlak, en zo kwam het dat hij veel van zijn helden op de gevoelige plaat heeft vastgelegd.

Dat dankt hij aan een vriend die toentertijd als portier bij hotel Bel-Air werkte: “Daar verbleven jaarlijks veel van de gasten voor het North Sea Jazz Festival. Als er bloemen voor jazzgrootheden binnenkwamen dan verving hij het gelukskaartje voor zijn persoonlijke visitekaartje. Op die manier stond hij op goede voet met musici en kreeg hij tickets voor hun optredens toegeschoven. Maar die gaf hij dan door aan mij.”

Hij waande zich in het paradijs, temeer het om ‘backstage’-kaarten ging, waardoor hij vanuit de wandelgangen en op de podia vrijelijk met foto’s kon schieten. “Niemand legde me een strobreed in de weg.” Tijdens een van die optredens liep Miles op hem toe, deed zijn kenmerkende zonnebril af en keek met zijn grote ogen in Bos’ Metz-lens. “Maar die foto is nooit gemaakt. Want ik bevroor.” De dag dat Miles Davis stierf, verdween ook de jazz uit zijn zicht. “Ik heb tranen gelaten. Ik had wel vijf of zes keer een concert Van Miles bezocht.”

Na de desastreuze financieel-economische crisis van een decennium geleden bleek theater- en dansfotografie een tanende aangelegenheid. “Bovendien zag ik de fotografie als ambacht onder mijn ogen eroderen.”

Hoewel hij nog in maart van dit jaar koningin Máxima fotografeerde, is hij tegenwoordig hoofdzakelijk als keramist in touw. Na een reis naar Japan raakte hij daarvan in de ban. “Keramiek is een samensmelting van aarde, wind en vuur; een eeuwenoud procedé met klei, feitelijk geërodeerde steen, dat je in de kosmos, een oven dus, stopt,” zo beschrijft hij zijn liefde en passie. Bos: “Voor mij is Miles nog altijd mijn bron van inspiratie.”

kader
Joris-Jan Bos fotografeert voor onder meer Nederlands Dans Theater, Ballett Frankfurt en Het Nationale Ballet. Hij heeft zowel voorstellingen als repetities vastgelegd. Kenmerkend is het vervreemdende element in zijn foto’s. Met ‘3TREESceramics’ heeft hij een galerie, laboratorium en lounge-ruimte aan de Ruychhavestraat.

Meer informatie: https://www.3treesceramics.com.

Diverse uitvoeringen van ‘Carmen’ zijn te vinden in de Centrale Bibliotheek aan het Spui, en online op onder meer YouTube.

De Val van de Tijd

Ryuichi Sakamoto met nieuwe ‘woordeloze’ opera op Holland Festival 2021

Tijdens het Holland Festival gaat Time van Ryuichi Sakamoto in première, min of meer het vervolg op zijn opera Life van twintig jaar geleden. Net als toen werkt hij voor deze ‘woordeloze opera’ samen met beeldend kunstenaar Shiro Takatani. Cultureel vuurwerk!

Met de culthit Merry Cristmas, Mr. Lawrence bereikte Ryuichi Sakamoto in 1983 het grote publiek, met dank aan David Bowie, die in de film de bijrol van John Celliers speelde. Sakamoto, hoofdrolspeler, was kapitein Yonoi. Ook schreef Sakamoto het themanummer van de film, Forbidden Colours, gedragen gezongen door David Sylvian. In de jaren daarvóór had Sakamoto de popmuziek al eens bestormd met de technomuziek van popband Yellow Magic Orchestra.

Acteur, producer, beeldend kunstenaar en ecologisch activist – maar toch vooraleerst componist. Sakamoto (1952) experimenteert graag met muzikale stijlen, genres en technologieën. Die combineert hij tot nieuwe richtingen van muzikale expressie. Hij maakte al eens van een glazen gebouw een muziekinstrument. Hoe klinkt smeltende sneeuw? Hoe klinkt je eigen keelkanker?

Toegegeven: je moet er bevattelijk voor zijn, je als het ware op boeddhistische wijze openstellen. Maar dan trekken openbaringen van oneindig lijkende, lijzige landschappen en bergketens voorbij, die in mistige nevelflarden zijn gehuld. Contemplatie in duet met overpeinzing, muziek doortrokken van een welhaast religieus besef. Muziek als ikebana.

Stockhausen en Cage klinken gevoeglijk door, Debussy, Ravel, Bach, plus hier en daar een vleugje Holger Czukay, en soundscapes, ambient geluidsdecors. Sakamoto vermengt al de invloeden tot een amalgaam van esoterische, ijle klankwolken die symfonisch aandoen.

Time is het vervolg op Life, de opera annex installatie die Sakamoto in 1999 maakte. Dat was een poging om de muziek en de gebeurtenissen van de twintigste eeuw op een rij te zetten door met een macro- en microkosmische bril de stroom van kunst en beschaving te beschouwen. De ‘opera zonder libretto’ bevatte bijdragen en optredens van meer dan honderd performers, onder wie Bernardo Bertolucci, Salman Rushdie, Pina Bausch en de Dalai Lama, van orkest, solisten, koor en musici uit verschillende muzikale tradities, van stemmen en samples, vervat in uiteenlopende media en een live online stream.

Time moet de spirituele pendant worden van Life. De mens, de natuur en een (on)zeker tijdsbesef staan er centraal. Sakamoto is geïntrigeerd door hoe de mens tijd beleeft – en hoe tijd, in zijn ogen, de regels bepaalt van wat muziek is gaan heten. Is tijd een natuurelement, een uitvinding van de mens of een Onvermijdelijke Noodzaak? Dieren dragen geen horloge. Primitieve stammen in de jungle leidden de stand van de tijd af aan de geur van planten. Vast staat in ieder geval dat de mensheid al duizenden jaren probeert de tijd zo nauwkeurig mogelijk te meten en te vatten.

Sakamoto nam een duik in de filosofie, op zoek naar mogelijkheden om zichzelf en zijn muziek te bevrijden van het opgelegde tijdsbegrip.‘De mens heeft de tijd uitgevonden net zoals hij cijfers heeft uitgevonden,’ licht hij in een bericht toe. ‘Het zijn begrippen die misschien pas tienduizend jaar bestaan, die voor de vroegere homo sapiens niet bestonden en die in de beleving van bijvoorbeeld gorilla’s en chimpansees nog altijd niet op dezelfde manier bestaan. Hoewel de mens onderdeel van de natuur is, heeft hij zich –door logica en concepten zoals tijd – losgemaakt van de natuur. En dus zit hij nu gevangen in die tijd die hij zelf heeft uitgevonden.’

Droomtijd
Als vliegwiel voor zijn onconventionele nieuwe opus gebruikt Sakamoto een surrealistische verhaal uit de bundel Yume jūya (‘Tien nachten dromen’), van Soseki Natsume (1967-1916). Daarin waakt een dromer bij het graf van een overleden vrouw. Hij verliest zijn besef van tijd. Pas als zij in een witte lelie verandert, weet hij dat er honderd jaar voorbij is.

‘In dromen kan tijd ongewoon snel gaan, of eindeloos duren. In dromen verloopt tijd niet lineair, maar valt alles samen,’ laat Sakamoto in een begeleidend persbericht weten. ‘De tijd kan sprongen maken, en elementen uit verschillende periodes kunnen probleemloos naast elkaar bestaan. Maar in het dagelijks leven zit de mens gevangen in het concept dat ‘tijd’ is.’ Volgens Sakamoto wordt ons lichaam na leven en sterven onderdeel van een volgend leven. ‘Dat is ‘samsara’, de levenscyclus van wezens op deze planeet.’

Ook Mugen No – traditioneel Japans danstheater met magische elementen – is een inspiratiebron. Danser Min Tanaka en sho-speler Mayumi Miyata verbeelden de mens en de natuur. Het decor van regisseur Takatani weerspiegelt de tijd en laat die beleven aan de hand van reflecties van water, een element dat ook in Life werd ingezet.

Async
Sakamoto wil muziek bevrijden van tijdsdwang. Dat deed hij eerder ook al in de compositie ‘async’ (2017), feitelijk een verslag, een asynchroon ambient audioportret, van de periode dat hij keelkanker had. Daarvan is hij intussen bevrijd, maar onlangs werd bij hem darmkanker vastgesteld.

‘Muziek, werk en leven hebben allemaal een begin en een einde,’ merkt Sakamoto op. ‘Daarom wil ik muziek maken die bevrijd is van de beperkingen die de tijd haar oplegt.’

Milieuactivist
Sinds de jaren 90 richt Sakamoto zich op milieu- en pacifistische doelen, lanceerde liefdadigheidsorganisaties en organiseert sinds ‘Fukushima’ het jaarlijks terugkerende muziekevenement No Nukes als protest tegen kernenergie. De hang naar natuur en kringloop is in zijn werk onontkoombaar. Zijn gemoedstoestand? ‘Ik voel me een kanarie een kolenmijn.’

kader:
Holland Festival 2021
Holland Festival benoemt jaarlijks associate artist(s). Eerdere namen in dat verband waren Bill T. Jones (2020) en Faustin Linyekula en William Kentridge (2019). Voor 2021 zijn Sakamoto en de Frans-Oostenrijkse theatermaker Gisèle Vienne (1976) de associate artists. De twee delen belangstelling voor elektronische muziek, Japan en de Japanse cultuur. De 74ste editie van het Holland Festival vindt plaats in juni 2021. Meer informatie op www.hollandfestival.nl.

Wie is Ryuichi Sakamoto?
Ryuichi Sakamoto kreeg bekendheid als lid van Yellow Magic Orchestra, pionier van technomuziek in de jaren tachtig. Hij is ook bekend door zijn samenwerking met David Sylvian. Als componist tekende hij onder meer voor de muziek bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Barcelona 1992. Ook componeerde hij, in 1998, het opstartgeluid van de Sega Dreamcast spelcomputer. Sakamoto staat bekend als tegenstander van auteursrecht omdat hij dat in het informaticatijdperk uit de tijd vindt. Voor zijn werk kreeg hij talloze internationale onderscheidingen. Op het Holland Festival 2006 was Sakamoto met Alva Noto te gast met de compositie insen. Meer informatie op http://www.sitesakamoto.com

Samsara
Een grassprietje is zomaar tevoorschijn gekomen. Ook het menselijk bewustzijn is niet uit het niets ontstaan, noch verdwijnt het simpelweg na de dood. Het kent geen oorsprong of einde, gaat over van het ene bestaan naar het andere, zoals alle dingen in het leven een eigen cyclus hebben. Het proces van wedergeboortes en opeenvolging van bestaansvormen heet ‘samsara’.

Naargelang de daden belandt de wedergeborene in een hoger of lager bestaansniveau. Zo is de mens voortdurend overgeleverd aan een eindeloze cyclus van geboren worden en sterven. Aan deze cyclus is ontsnapping alleen mogelijk door ‘nirwana’, een staat van uitgedoofd zijn. Zodra de dorst naar bestaan is vernietigd, zal er geen wedergeboorte meer zijn.

‘Alsof je zelf aan het schilderen bent’

Serie Den Haag Centraal: Juwelen

Christiaan Weijts over Vermeer

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hun dierbaar is. Deze week: schrijver en essayist Christiaan Weijts over Vermeers ‘Gezicht op Delft’: “Je zit op de plek van de kunstenaar.”

“Het mooiste in Den Haag?”, grinnikt schrijver, essayist en NRC-columnist Christiaan Weijts retorisch. “Kom ik aan met iets uit Delft!” Maar, zo rechtvaardigt Weijts, die vanuit de Hofstad met Leidse wortels woont en werkt, “in het echt is dit bijna vierkante schilderij zó realistisch! Je zit onmiddellijk in de sfeer.”

Vooral, maar niet alleen, treft hem het spel van licht en donker:  “Je staat op de kade, in de schaduw, de zon is net achter de wolken geschoven – of komt er zo meteen aan, heel Hollands. Je voelt hoe het is om daar te staan, staat er als het ware zelf bij op de plek van de kunstenaar, alsof je zelf aan het schilderen bent. Tijdreizen. Een soort ‘virtual reality’.”

Het precieze tijdstip is vorig jaar door astronomen vastgesteld: 3 september 1659, 8 uur. Maar kunstkringen twijfelen. In oktober, toen het weer kon, is hij meteen weer naar het Mauritshuis gegaan. Hij heeft toen ‘Alleen met Vermeer – het mooiste schilderij ter wereld’ bezocht. “Je mocht tien minuten alleen zijn met het schilderij. In een donkere, kleine ruimte mocht je ervaren wat het met je doet.”

Op de juiste manier belicht geeft het schilderij zélf licht af, ‘als een dia springt het lumineus op je af, als pixels op een beeldscherm’. Neem die bootjes, ‘je denkt lichtjes, maar het zijn stipjes.’ Doet hem aan Vermeers ‘Brieflezende vrouw in het blauw’  denken en aan diens ‘Meisje met de parel’. “Die ‘parel?” Dat is een subtiel wit verfstreepje.” Vermeer bouwde , uiteraard,zijn compositie zorgvuldig op. “Het is daardoor delicaat en harmonieus, en straalt totale rust uit. Het is de sereniteit die het mooi maakt. Dat je dit met schilderen kunt doen.”

Met zoonlief heeft hij de ‘plaats delict’ bezocht. “We deden een GPS-speurtocht die langs plekjes voerde die met Vermeer in verband staan. Vanuit de Hooikade kun je dan zien dat hij de torentjes wat verschoven heeft. Om de compositie beter te maken.”

Weijts vergelijkt ‘Gezicht op Delft’ met wat Vermeer (1632-1675) in technische zin heeft gedaan in onder meer ‘Het melkmeisje’. “Hij schilderde handelingen bedachtzaam: de melk die wordt uitgeschonken heeft hij compleet tot stilstand gebracht. Gevangen, gestolde beweging. Die techniek gebruikt hij ook voor de waterpartij van ‘Gezicht op Delft’.”

Zijn lievelingswerk heeft ook iets weg van een natuurkundige studie. “Hij was bevriend met mede-Delftenaar Antonie van Leeuwenhoek,” verklaart Weijts, “de uitvinder van de microscoop. Van hem kwam de suggestie de camera obscura te gebruiken.” Maar met het water heeft hij toch allereerst een esthetische bedoeling, meent Weijts. “Wetenschap en kunst sloten elkaar toen niet uit. Die twee zijn we pas later van elkaar gaan scheiden.”

Thuisgezeten, turend op zijn laptop, tovert hij Vermeers topstuk tevoorschijn, op megapixelformaat. Dichterbij dan iedere denkbare penseelstreek. “Pixels zijn aardig, maar toch mis je wat.”

Tien minuten in je eentje, is dat dan de perfecte ambiance? “Beter dan op zaal, vol iPads en ‘selfie sticks’ om je heen. Maar op een beeldscherm is tien minuten turen lang hoor. Dan grijp je al snel naar het toetsenbord. Een ware Zen-oefening. Nee, het gaat erom de kijker in de juiste situatie te brengen voor de confrontatie. De situatie dwingt daarna de juiste houding af. Ken je het voorbeeld van Joshua Bell? De topviolist en dirigent speelde live op zijn unieke Gibson Stradivarius, op Central Station New York. Iedereen liep eraan voorbij…”

Vermeer is bekend van mensen en interieurs. “Dit is een exterieur, maar ademt een interieur.” Wanneer hij het schilderwerk voor het eerst heeft gezien, weet hij niet meer precies. “Ik denk toen ik met mijn ouders was. Als bewoner van Leiden ging je steevast naar Den Haag.” Wat hij wel weet: “Ik was onmiddellijk getroffen.” Tegenwoordig heeft hij een Museumkaart. “Dan loop je er gewoon binnen. Wist je dat er ontspiegeld glas voor het schilderij zit! Dat heb ik nooit gemerkt! Het schilderij gaat al een tijdje mee, maar je ziet toch steeds weer iets nieuws, als een muziekstuk waar je opnieuw naar luistert.” Op de voorgrond is fysiek zand verwerkt. “Bijna zoals bij Van Gogh, die schilderde zeegezichten aan het strand. Maar Vermeer heeft niet aan zee gestaan voor dit schilderij.

Print, thuis aan de muur? “Daar ben ik niet tegen, maar dan wel op 3D, dan kun je eraan zitten… zoals die dief Okkie met ‘Lentetuin te Nuenen’ van Van Gogh deed.”

Als schrijver en essayist moet hij ook steeds denken aan Marcel Proust. “In een brief noemde hij ‘Gezicht op Delft’ ‘het mooiste schilderij ter wereld’. Toen hij een tentoonstelling van Nederlandse schilderkunst in Parijs bezocht, werd Proust voor ‘Gezicht op Delft’ onwel. Dit gegeven verwerkte de schrijver in zijn grote roman ‘À la recherche du temps perdu’. Het personage Bergotte valt dood neer bij het zien van het gele muurtje op Vermeers stadsgezicht.

‘Zo had ik moeten schrijven’, laat hij de stervende zeggen. ‘Elke zin had moeten zijn als dat gele stukje muur.’”

Credits
‘Gezicht op Delft’ van Johannes Vermeer is onder meer te zien op website http://www.mauritshuis.nl. Kijk bij: Verdiep.

Weijts
Romancier, essayist en columnist Christiaan Weijts (Leiden, 1976) publiceerde recentelijk onder meer het essay ‘Aanraken a.u.b. / Please Touch’ en de romans ‘Het valse seizoen’ en ‘Furore’. Hij is onderscheiden met de Anton Wachterprijs 2006, het Gouden Ezelsoor 2008, de Gerard Walschapprijs 2010 en de BNG Bank Literatuurprijs 2012. Meer informatie: https://christiaanweijts.nl .

‘Er zijn bomen die alles hebben gezien’

Serie Den Haag Centraal: Het juweeltje

Actrice Ellen Goemans en haar bomen des levens

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hun dierbaar is. Deze aflevering: de Haagse actrice Ellen Goemans over bomen. “Het nachtlampje gaat pas uit als mijn hoofd leeg is.”

“Als je bij TNO de duinen inloopt en het schelpenpad naar beneden volgt, het fietspad over richting boerderij, dan kom je uit bij een bos. Nou, daar ergens. Je moet hem maar net zien, het is geen bedevaartsoord.” Het is een beuk. Of beter: op de foto lijken het wel zeven beuken die als in een kring bijeen staan. “Ik verbaas me ook, het lijken een boel kleine boompjes.” Maar het is één grote boom. “Vroeger had die een zijtak waar je op zitten kon, maar die is afgebroken.” Als er water staat in kuiltjes van de boom, doopt ze daar haar vinger in en raakt, ‘zoals in India’, dan even haar voorhoofd aan. Als ware het wijwater.

Het is voor haar de plek waar ze de dag plukt, die haar tot contemplatie verleidt. “Ik sta daar vaak met mijn ogen dicht het nu in mijn leven te overdenken.” Dat klinkt spiritueler dan ze bedoelt. “Ik spreek bij die beuk de hoop uit dat mijn projecten goed gaan, dat iedereen gezond blijft, dat het een mooie dag wordt en, in vroeger tijden, dat mijn zwangerschap goed zou verlopen.”

Als achteraf haar wens niet is uitgekomen bedankt ze niettemin de boom. “Die heeft dan toch naar me geluisterd, dat voel ik zo.” Bij momenten verandert de boom in een orakel. “Als ik hem om goede ideeën vraag.”

Ellen is verzot op bomen. Echte en kunstzinnige. Ook bij haar thuis is de boom als icoon niet weg te denken. “Dit schilderij van Karel Bleijenberg hangt tegenover mijn bed. Het raakt me. Het is geschilderd in zijn Spaanse periode, rond 1959. Ik vind de kleurstelling waanzinnig mooi, de stam bijvoorbeeld, is rood. Wat ik erin zie is het licht, zonlicht, en ontspanning. Op bed lig ik er altijd naar te staren, niet zoals ik dat doe als ik bij die beuk sta, maar zoekend naar een moment om in het schilderij te verdwijnen. Het nachtlampje gaat pas uit als mijn hoofd leeg is.”

Ze is intens van het werk van de Haagse kunstschilder gaan houden en zich allengs gaan verdiepen in het leven van Bleijenberg (Den Haag, 1913-1981). Hij verbleef na de oorlog enige tijd in Parijs en Amsterdam. Nadien vestigt hij zich in Den Haag. “Hij ondernam verschillende reizen naar Zuid-Frankrijk en Spanje en schilderde en aquarelleerde daar kleurrijke landschappen en havens, gezichten op dorpjes, schepen op het strand, portretten en enkele stillevens.”

Later ging hij abstracter werken. Hij wordt gerekend tot de Nieuwe Haagse School, was lid van de Posthoorngroep, de Haagse Kunstkring en van Pulchri. “Hij woonde aan de Mallemolen in de stad. En was, van horen zeggen, een vrouwenliefhebber pur sang, daar stond hij om bekend.” Ze kocht meer werk van zijn hand bij het Haagse Venduehuis. Daar kocht ze ook dit schilderij, eenvoudigweg getiteld ‘Spanje’, 40 bij 50 centimeter, in zijn originele lijst.

Bomenfluisteraar
“Bomen kunnen ouder worden dan wij. Op Madagascar waar ik was zag ik een baobab. Die kunnen duizend jaar worden. Bomen staan op plekken die vaak totaal veranderd zijn, hebben alles gezien en meegemaakt wat zich daar heeft afgespeeld.”

Toen ze op een blauwe maandag naar de kunstacademie wilde heeft ze veel bomen getekend, “waaronder een hele grote in houtskool.” Bomen houden voor haar verband met haar werk als actrice, met toneelspelen. “Ik werk vaak op de actualiteit en als ik dan bij die boom sta of het schilderij op me laat inwerken, dan dringt het besef door dat een boom onveranderlijk is blijven staan. Dat relativeert enorm.”

Biografie Ellen Goemans
Na de toneelschool Arnhem ging Ellen Goemans als actrice en theatermaker werken bij Double Edge Theatre in de VS. Ze richtte met onder meer Eric de Vroedt toneelgezelschap Monk op, speelde bij ’t Barre Land en Dood Paard, en werkt nu samen met toneelgroep ECHO en mc KASSETT. Ze doceert toneel in Utrecht. Na de zomer maakt ze een nieuwe lunchvoorstelling, die ook in Den Haag te zien zal zijn, Sloopkogel, op een tekst van Don Duyns.

Credits
Van Karel Bleijenberg zijn op internet vele werken te zien, kies daarbij voor de optie ‘afbeeldingen’.

Kunst met rafelrandjes

Serie Den Haag Centraal: Juweeltjes

Collageartiest Lula Valletta

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat het meest inspireert of inspireerde. In deze aflevering: collageartiest en boekenfanaat Lula Valletta: “Life is a cut-up.”

Punk. Met die onverzettelijke fabrieksinstelling is ze op deze wereld gekomen. “Afzetten tegen de norm,” vertelt ‘cut-up artist’, collagekunstenares en bibliofiel Lula Valletta, “dat aspect komt ook terug in mijn werk in een politieke als humoristische toon.”

De bijbehorende levenshouding van ‘do-it-yourself’, van vrijheid en ‘fuck you’ we doen het zelf wel, van weerzin tegen de gevestigde orde is haar met de paplepel ingegoten, vooral door toedoen van haar ouders.

Pas vijftien was ze, zowat een kind nog, toen ze op de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in de stad ging studeren. Maar na twee wat haar betreft zieltogende jaren hield ze het daar voor gezien, “omdat ik mijn eigen stem verloren voelde gaan.”

Ze raapte haar boeltje bijeen en ging met koffer per trein linea recta naar Berlijn, waar ze eerder aan een studentenuitwisselingsproject had meegedaan. Ze ging aan de kunstacademie aldaar verder studeren. En daar, in Berlijn, vond ze het walhalla van punk en underground – en ook zichzelf terug.

Even later was ze deel van GlueHeads, een collagecollectief. “Zelf uitzoeken, zelf organiseren, dat was enorm inspirerend,” blikt ze terug. “Er was en is op het grafische vlak veel te beleven daar, zo hangt de stad er vol met posters en stickers.” Ze heeft Berlijn intussen weer verruild voor Den Haag. “De straten zijn hier veel schoner,” ziet ze om zich heen. “Opgeruimder. Je vindt hooguit hier of daar een enkel verdwaald anarchistisch postertje.”

Berlijners zijn volgens haar behept met de gewoonte “om dozen huisraad plompverloren aan straat ‘zu verschenken’.” Vaak zijn die volgestouwd met schoenen, kleding, DVD’s, CD’s of boeken.” Vooral de boeken wekten haar interesse. Die gebruikte ze dan, in een vlaag van serendipiteit, bij het maken van collages.

Terug in Den Haag mist ze dat Berlijnse verschijnsel node. Maar gelukkig heeft hier ter stede een ander fenomeen ingang gevonden: openbare boekenkastjes aan gevels van woningen. Haar voorliefde voor boeken, beter gezegd voor ‘het boek’, heeft haar ertoe gevoerd dat ze in die poezelige Buurtbibliotheekjes weleens enkele van de kunstboeken die ze zelf maakt, te vondeling heeft gelegd.

Als oprichter/directeur van festival The Other Book, een tweejaarlijkse uitstalling rond het kunstenaarsboek, vindt ze het een aanfluiting dat boekwinkels niet als ‘essentieel’ zijn aangemerkt.

“Mensen wordt kennis onthouden; in Frankrijk en België is dat wél gebeurd. Ondertussen stoot Bol punt com, de blauwe wolf, de lokale boekhandel het brood uit de mond.” Het stoort haar ook dat er weinig boekwinkels te vinden zijn in het Haagse straatbeeld.

Toch ziet ze ook positieve ontwikkelingen: “Er zijn hier mooie antiquariaten en de Boekenmarkt. Jonge hond Page Not Found zet zich in voor de verspreiding en promotie van publicaties die zijn gemaakt door kunstenaars; en er is de bookshop van kunstenaarsinitiatief Billytown.”

Helaas blijft de publicatie van boeken door kunstenaars in een kleine oplage achter, van boeken die haar bij aanraking een totaalervaring teweeg brengen. “Je ruikt de inkt. En al zijn ze vaak niet perfect, juist daardoor gaat mijn hart sneller kloppen.”

Ook bij de Haagse broedplaats Grafische Werkplaats kan ze haar hart ophalen. En in drukkerij/uitgeverij Stencilwerck vindt ze “een speeltuin met oneindige opties,” maakt ze vele publicaties die ze drukt met behulp van Risograaf en Mimeograaf, “grafische stencildruk-technieken met inkt op soja- of rijstoliebasis.”

Als collageartiest heeft ze onlangs werk tentoon kunnen stellen bij de Verbeke Foundation in Kemzeke, tussen Antwerpen en Gent. Daar is meteen ook werk van haar aangekocht en er is sprake van een samenwerking met GlueHeads in 2023.

Ze voelt het als erkenning. “De collage krijgt in Nederland maar mondjesmaat voet aan de grond bij kunstkenners,” zo heeft ze ondervonden. “De kunstvorm is ondervertegenwoordigd in kunstcollecties. Vaak wordt een collage beschouwd als de schetsfase vóór het maken van het eindwerk. Maar voor mij is het een ultieme kunstvorm: er gaat iets agressiefs van uit, en op jatten van anderen wordt niet neergekeken. Ik ben fan van surrealisme, dada en fluxus, daar wordt ook veel van collagetechnieken gebruik gemaakt.”

Traditionele, gekende kunstwerken vindt ze niet inspirerend, zelfs vermoeiend. “Ik zag laatst een man op een scootmobiel voorbijkomen met een mondkapje op zijn hoofd geklemd, een soort keppeltje! Dat beeld vind ik interessanter dan een bezoek aan galerie of museum, want daar word ik altijd wat nerveus.”

CREDITS
Lula Valletta exposeert tot 4 april 2021 met Iconoclast – Walser in a thawed landscape bij Peer in Gallery, Den Haag. Meer informatie: https://lulavalletta.com  

Stadsgezicht

Serie Den Haag Centraal: Juweeltjes

Auke de Vries’ aubade aan de stad

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hun het meest inspireert of inspireerde. In deze aflevering: Beeldend kunstenaar Auke de Vries (1937) zag als kind de stad zich openbaren.

‘7 jaar was ik – toen ik met spoed naar een ziekenhuis moest, ver weg van het dorp waar ik opgegroeid ben. In nachtelijke uren in een auto weggebracht – het begon al een beetje licht te worden – toen ik de chauffeur hoorde zeggen: ‘We zijn er’.

Ik kwam in een wereld die ik niet kende. Ik keek naar buiten en zag een groot donker gebouw. Van binnen helemaal wit. Lange gangen naar alle richtingen. Veel mensen, veelal in het wit gekleed. Bedden met wieltjes reden door de gangen. Ineens wist ik het, geen twijfel mogelijk: Dit moest een stad zijn. Ik kende het woord maar had er geen voorstelling van. Toen ik uit de narcose wakker werd zat een zuster naast mijn bed – breiend.

Ik vroeg haar: ‘Zuster, is dit een stad?’ ‘Nee, nee, dit is een heel groot huis’. Heel veel later las ik een uitspraak van architect Aldo van Eyck. ‘Een kleine stad is een groot huis.’ Onverwachte herkenning.

Grootgebracht in een wereld waar alles groeit, seizoenen zichtbaar zijn, vee in de weilanden – en dan is hier de stad. Dat wil zeggen: een verzonnen stad. Bedacht, getekend, gemaakt. Straten, pleinen, parkeerplaatsen, alles.

Mijn fascinatie voor de stad was geboren – en ik genoot ervan. Toen ik in Parijs verbleef werd ik elke ochtend gewekt door de eerste metro, tussen 5 en 6 uur, gerommel onder de grond. Het appartement was precies boven de halte Chambre des Députés. Ik voelde het als een groet.

De stad, een metropool, is te vergelijken met het menselijk lichaam. De bloedsomloop: transport, kruispunten, stremming, voorrang, aan- en afvoer, afval. En overal in het lichaam foto-elektrische cellen die controleren. Om nog even in Parijs te blijven: Charles Baudelaire, dichter en kunstcriticus, noemt de stad een roerig wezen. En de Duitse cultuurfilosoof Walter Benjamin schrijft over het flaneren. Wat een rijkdom.

Met de stad Den Haag sta ik op goede voet. Een kalme stad – maar er is de zee. De dynamische factor. Altijd in beweging, ook als we slapen. Atmosferische wisselingen. Ruimte. Schoonheid. Gevaar.

Via de Pompstationweg, waar Vincent van Gogh rondzwierf en prachtige tekeningen maakte, voorbij de watertoren – een markante vriend – kom je bij de monumentale houten trap. Staande op dit hoge punt rijzen mij associaties op uit de beeldende kunst.

Wat hier opdoemt, steeds opnieuw, is het expressionistische Meeresstrand van de Duitse schilder Max Beckmann. Op de vlucht voor naziterreur verbleef hij in Nederland en ook in Scheveningen. En ik zie de geweldige luchten van Jean Brusselmans voor me: De Storm.

Op dit deel van het Scheveningse strand ligt aan de horizon een armada van schepen, wachtend op vracht. Heel stil, geheimzinnig. Soms, onverwacht verandert door de wind hun positie, langzaam en verheven. Nog twintig van die giganten erbij en is het aan elkaar verbonden, althans in mijn fantasie, een drijvende stad. Blijvend of verplaatsbaar. Met een eigen orde. Misschien wel een eigen taal.

Biografie
Auke de Vries is autodidact. Hij maakt metalen sculpturen, abstracte constructies opgebouwd uit geometrische vormen die lijken te zweven. Hij is houder van de Ouborgprijs 1997, de Cultuurprijs Den Haag 2005, de Wilhelminaring 2015, en de Gerrit Benner Prijs 2019. In Den Haag staan verschillende van zijn werken, onder meer in de Grote Marktstraat en de Paleistuin.

Beckmann’s Meeresstrand hangt in Museum Ludwig (Köln); dat van Brusselmans is in privébezit. Ze zijn allebei ook via internet te vinden.

‘Een gebouw is een verhaal’

Serie Den Haag Centraal: Juweeltjes

Den Haag door de ogen van singer-songwriter Tim Akkerman

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hen het meest inspireert of inspireerde. In deze aflevering: popmuzikant Tim Akkerman over H.P. Berlage.

“Ik zal maar niet de ‘Monet’ in mijn huiskamer noemen…” grapt muzikant Tim Akkerman. “Nee, wat ik zo mooi vind aan Den Haag is dat de stad een ongelooflijke geschiedenis van stedenbouw en architectuur kent. Een van de ontwerpers die daarvan aan de basis staat, is Berlage.”

Hendrik Pieter Berlage (1856-1934) is meest bekend van de Beurs in hartje Amsterdam, ex aequo met het gebouw dat nu als Kunstmuseum Den Haag door het leven gaat. Dat is tevens het laatste ontwerp dat uit zijn architectenpen vloeide maar waarvan hij zelf de voltooiing niet meemaakte. In Den Haag staan ook zijn Kantoren van De Nederlanden 1848 (1927, Raamweg), Woonhuis Henny (1898, Scheveningseweg), de Kiosk op het Buitenhof (1924) en het Kantoorgebouw De Nederlanden 1848 (1896, Prinsestraat / Kerkplein).

Hij was ook stedenbouwkundige. In 1911 omarmde de Haagse gemeenteraad het Plan-Berlage om de groei van de stad op te vangen. Aan de toenmalige stadsranden tekende Berlage grote uitbreidingswijken met frivole stratenplannen, zoals Benoordenhout, Laakkwartier, Rustenburg-Ooostbroek, de Vruchtenbuurt en Mariahoeve. Een deel van zij plannenmakerij is daadwerkelijk ten uitvoer gekomen. Door zijn denkbeelden is de stad met meer fantasie gaan bouwen wijken en projecten: er kwamen symmetrische stratenpatronen, zicht-assen, diagonalen en monumentale bouwwerken op zichtlocaties. “Ik woon in Valkenboskwartier. Die is door hem bedacht,” licht Akkerman zijn keuze en bewondering voor Berlage verder toe. Het oudste deel, tussen de Beeklaan en de Azaleastraat, is tussen 1911 en 1918 gerealiseerd, geheel volgens zijn ideeëen, waaronder het realiseren van volkswoningen. Daarna volgde onder meer het deel waar tuinstadwijk Papaverhof toe behoort. “Wist je dat Berlage de portiekwoning heeft bedacht, de bovenwoning? Dat vind ik leuke geschiedenisdingetjes.”

Kenmerkend voor Berlages aanpak is dat hij geen modern beton wilde, maar koos voor ‘eerlijk’ materiaal. Hout moest er gewoonweg uitzien als hout, en steen als steen. Voor Berlage draaide architectuur om de samenhang tussen constructie en versiering, om het evenwicht tussen doelmatigheid en schoonheid. Berlage deed ook aanbevelingen voor de inrichting van wijken en het te gebruiken straatmeubilair.

“Hij heeft hier mooie gebouwen en kunststukjes nagelaten,” weet Akkerman. “Maar je loopt er te vaak voorbij zonder daarbij te beseffen dat die uit zijn koker komen.” Wat hij mooi vindt aan zijn stijl is de manier waarop hij ‘met raampjes, steen en glas zijn eigen markante signatuur aanbracht, die herken je meteen.”

Akkerman dwaalt graag door steden en heeft een advies in petto. “Als je kriskras door een stad en zeker je eigen stad gaat lopen, kijk dan eens omhoog. Stel je op als toerist. Je ziet dan allerlei details waarvan je voorheen het bestaan niet wist. Als ik elders ben maak ik graag een zoektochtje naar gebouwen en hun architecten, bijvoorbeeld naar oude theaters. In een gebouw zit veel meer verhaal dan je soms zou denken.” Ook in Arnhem heeft hij een wijk ontworpen, landschapswijk Schuytgraaf, vertelt hij. “Als je daar loopt waan je je in Den Haag! Ik vind het leuk hoe architectuur aan een stad, aan de leefomgeving een sfeer kan meegeven. Ik ben daar gevoelig voor.”

Meer informatie:
Voor een bezichtiging doorkruis je de genoemde wijken en / of begeef je je naar de genoemde gebouwen. Of kijk o.a. op Wikipedia.

De lopende tentoonstelling ‘Het gedroomde museum – Berlages meesterwerk’ in Kunstmuseum Den Haag neemt de oorspronkelijke bouwkundige ideeën van de architect als uitgangspunt en laat zien hoe ze tot op de dag van vandaag een belangrijke rol spelen in het museum.

‘Het moeilijke is om weg te laten’

Serie Den Haag Centraal: Juweeltjes

Berry Holslag over theatervoorstelling van Robert Wilson

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hen het meest inspireert of inspireerde. In deze aflevering: ‘beeldend kunstenaar Berry Holslag over I was sitting on my patio this guy appeared I thought I was hallucinating.

Met gloed vertelt Berry Holslag over haar bezoek aan de theatervoorstelling van en met Robert Wilson en Lucinda Childs.

“Prachtig toneelbeeld, grensverleggend theater,” weet ze nog. “Die voorstelling heeft grote indruk gemaakt en heeft mijn werk beïnvloed.” Begin februari 1978, Koninklijke Schouwburg. Ze was dertig en kwam veel over de vloer bij het HOT en de Koninklijke Schouwburg. Ook volgde ze het Nederlands Dans Theater op de voet. “Er was een leuk en groot aanbod’. Het nieuwe stuk van Wilson en Childs moest iets bijzonders zijn, grensverleggend ook, zo had ze gededuceerd. “Juist daarvóór had het tweetal ‘Einstein on the Beach’ geregisseerd, een opera van Philip Glass. Ik was aan de hand van recensies al enigszins bekend met hun werk.”

Het toneelbeeld staat haar nog goed bij. Minimalistisch. “Wilson wilde zo min mogelijk decorstukken en rekwisieten op het toneel. ‘Less is more’ als uitgangspunt, ook al om je op het verkeerde been te zetten. Spannend was dat. Je zag dus een leeg, ‘clean’, zelfs steriel decor. Wat je probeert als kunstenaar is om tot de essentie te komen. Daar heb je niet zoveel voor nodig. Het moeilijke is juist om weg te laten.”

Pontificaal opgesteld stond een lage, lange constructie van mat aluminium als zitbank.

“Wilson zat daar, zijn lichaam uitgestrekt. Naast hem een telefoon. Als hij de hoorn oppakte voerde hij gesprekken, in abstracte, onafgemaakte zinnen waar voor mij geen touw aan vast te knopen viel. Niet-verhalend theater. Dat vond ik juist amusant.” In de toneelopening hing een transparant doek waarop beelden werden geprojecteerd. Maar die boden evenmin houvast. “Er wás geen houvast, ook al zou je dat gezocht hebben.” Maakt trouwens niet veel uit, vindt ze. “Het was een theaterperformance.  Je kijkt naar wat er op je afkomt. Het gaat om de ervaring. Wilson en Childs waren daarmee hun tijd ver vooruit.”

Na de eerste akte met Wilson verscheen Lucinda Childs ten tonele, vertelt Holslag, ‘op dezelfde bankconstructie als Wilson’. Later liep Childs ook rond terwijl ze steeds exact dezelfde tekst prevelde als Wilson, die hooguit zo’n 100 tekstregels omvatte. “Maar die interpreteerde ze dan wel op haar eigen manier.”

Die man en vrouw zijn dus inwisselbaar, in tekst en beeld, was haar conclusie. “Dat vond ik interessant en inspirerend. De acteurs transformeerden tot beelden, bijna zoals ik toen zelf ook beelden maakte. Het gaat over aanwezigheid. Wat die mensen doen maakt niet eens zoveel uit – ze zijn er, en je kunt er kennis van nemen.” Dat is het beginpunt. “Kunst begint met iets wat je ziet, wat je waarneemt en vervolgens ervaart. Maar dat maakt een werk beslist niet oppervlakkig. Zonder inhoud geen vorm. Dat zit in mijzelf als kunstenaar. Natuurlijk is er een diepere laag, en evenzo bij Wilson en Childs.”

Berry Holslag (1947) is beeldhouwer. In Den Haag zijn van haar hand onder andere ‘Reconstructie Teniersstraat’ (1987, Bloemaertstraat / Van Dijckstraat) ‘Guards’, een man en vrouw bovenop hoge witte op zuilen’ (1988, Loosduinseweg) en ‘The Observer’ (1994, Beeldengalerij / Grote Marktstraat) te zien. Meer op: http://www.berryholslag.com

Werk van Robert Wilson is te vinden op YouTube, waaronder ‘Sonnets’, ‘Adam’s Passion’ en ‘The Black Rider ‘(met Tom Waits).

‘Alsof het echt strandzand is’

Serie Den Haag Centraal: Het juweeltje

Kunstenaar-uitvinder Theo Jansen

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hen het meest inspireert of inspireerde. In deze aflevering: ‘Strandbeest’ Theo Jansen over een beroemd schilderij van Anton Mauve.

“Wat ik mooi vind aan ‘Bomschuit op het strand’ is dat het echt zand lijkt en dat het hout van de romp van de boot dat door zout van de zee uitgeslagen is, door zand gemarteld lijkt. ” Theo Jansen schildert met eigen woorden het schilderij. “Het is die dag geen mooi strandweer,” tuurt hij voort op het werk uit 1882.

“Kijk eens naar al die grijstinten. Die komen prachtig uit, exact de sfeer zoals je die bij vlagen echt ziet. Ook de andere schilders van de Haagse School hebben het duin- en strandlandschap en het Den Haag van toen, ieder op eigen wijze, in kaart gebracht. Ik moet altijd aan hun schilderijen denken als ik door de duinen of over het strand banjer. We verkeren in Den Haag in een unieke situatie. Een wereldplek.”

De momenten dat hij het meesterwerk – olieverf op doek, 115 bij 172 centimeter, onderdeel van de collectie van Kunstmuseum Den Haag – ziet waant hij zich op een andere planeet. “Terwijl de afbeelding juist realistisch is,” constateert hij, “ook bezien vanuit een sociale realiteit, want de vissers hadden een moeizaam bestaan. Legt dat eens naast de luxe en de rijkdom van kuurgasten die een paar honderd meter verderop met badkoets een steenworp de zee introkken om te badderen. Dat is een scherp contrast.”

Theo Jansen (1948) is zowat op het strand geboren, groeide in haar nabijheid op. “Het strand was mijn venster op de wereld. De zee en het strand gaan over de oorsprong van het leven en natuurlijk ook van mijn eigen leven.” Hij is bekend als createur van hoogst eigenaardige Strandbeesten, zelfstandig lopende kinetische creaties, opgetrokken uit pvc-buizen en plakband. “Die zijn niet bij toeval juist hier ontstaan. Ze willen zich alleen op de compacte en vlakke ondergrond van de kustlijn goed voortbewegen, kunnen niet op gras.”

Hij woont nog altijd pal aan zee. Dagelijks maakt de kunstenaar-uitvinder wandel- en fietstochten door het duingebied. “Ik houd van het contact met de elementen.” Hield aan de kust ook een tijd lang atelier. “Daar werd het me stilaan te druk, werd een trekpleister. Dat hinderde me.” Maar nog steeds zullen op gezette tijden zijn Strandbeesten over de vlakte van het strand lopen, zo kondigt hij aan. “Je moet er alleen wat meer moeite voor doen, net als het spotten van als hertjes in de duinen.”

De ontdekking van Mauves ‘Bomschuit’ ligt hem nog vers in het geheugen. “Dat is een jaar of zeven geleden toen een kennis uit Amerika de ‘Anatomische Les’ van Rembrandt wilde bezichtigen. In toen nog het Gemeentemuseum was een tijd lang een selectie uit de collectie van het Mauritshuis te zien. Toen pas is het schilderwerk in volle reikwijdte en omvang tot me doorgedrongen.”

Datzelfde Kunstmuseum zal gastheer zijn voor een nieuwe tentoonstelling van zijn Strandbeesten. “Dat zou de komende zomer zijn, maar is door ‘corona’ een jaartje uitgesteld.” Eén ding is voor hem zeker: “Het schilderij van Mauve komt er bij.”

‘Bomschuit op het strand’ is te vinden via ‘collectie’ op de website van Kunstmuseum Den Haag en ook via de website Google Arts and Culture.

Biografie:
Theo Jansen kan zich onder meer ‘Briljanten Kunstenaar van het Jaar 2017 en Kunstenaar van het jaar 2018 noemen. In 2018 ontving hij ook de Haagse Cultuurprijs. Meer informatie over Theo Jansen op www.strandbeest.com