PePijn Comedy Club in @DownUnderBeach

Zee, zomer én rauwe, scherpe en keiharde comedy. Kopje onder bij ‘Down Under’.

Alleen een microfoon en een podium, dat is de essentie van stand-up comedy. Maar deze zomer komt daar een ingrediënt bij, want strandtent DownUnderBeach aan het Zwarte Pad in Scheveningen vormt het zeegroene decor voor een editie van de Comedy Club van theater PePijn. Zo’n zestig tot zeventig mensen kunnen een plaatsje vinden in de lokaliteit van de club die zich graag ‘beach house’ noemt. Er wordt straks een podium opgetrokken en natuurlijk is er dan ook professioneel licht en geluid.

Normaal gesproken vindt de Comedy Club iedere eerste donderdagavond van de maand plaats aan de Nieuwe Schoolstraat. Maar deze zomer wijkt Pepijn dus uit. “Uitwijken?”, vraagt Mariette van Solingen van Diligentia, dat ook PePijn bestuurt. “Dat is het woord niet. Het is gewoon gaaf om op een andere plek ons gezicht te laten zien.” Theaters zijn ’s zomers doorgaans dicht vanwege onderhoud. Zo ook bij Diligentia en Pepijn. “Toch wilden we het eeuwige stramien doorbreken van theaters die in de zomertijd dicht zijn. Daarop zijn we naar buitenplekken gaan kijken. Belangrijk is ook dat we graag onze stand-up fans in de stad kunnen bedienen in de zomermaanden. Heel wat Hagenaars zijn ondanks vakantietijd erg honkvast. Daarom verlengen we het theaterseizoen van onze Comedy Club met een zomerse editie. Op het strand van Scheveningen.”

De line-up van woensdag 23 augustus vermeldt de namen van gekende cabaretiers en stand-uppers: Bob MacLaren, Pepijn Schoneveld en Victor Luis van Es, die worden ‘gehost’ door een Master of Ceremonies (MC), zoals dat betaamt bij comedy. “Ook in de zomermaanden zijn er profs die teksten willen uitproberen, die vlieguren willen maken,” licht van Solingen toe. “PePijn is daardoor in staat in een volwaardig programma te programmeren met ons eigen kwaliteitsstempel erop. Het is zeker geen open podium waar jan en alleman de microfoon kan grijpen.”

Bob MacLaren is het aardig gewend om op afwijkende locaties te spelen. De Nieuw-Zeelander van geboorte speelde al vaker met het zand tussen de tenen, op Terschelling bijvoorbeeld en ook op het eiland Pampus. “Dat vond ik geweldig!” Volgens hem zit Nederlanders de romantiek van ondergaande zon, zee en strand in het hart. “En je hoort er de zeemeeuwen krijsen. Soms hoor je het gekletter van de regen of het gieren van de wind. Het weer kan erg bepalend zijn. Dus zorg je voor een ander type grappen, dat minder politiek getint is, minder ‘serieus’. Het liefst geen al te intellectuele grappen want iedereen zit immers in de zomerstand.”

Als het lukt, zegt hij, gaat hij een poging doen het aanwezige publiek mee het strand op te nemen voor een deel van zijn optreden. Ook Pepijn Schoneveld heeft al vele comedymeters gemaakt, onder meer op Zuiderstrand, in De Fuut. Zolang er geluidsversterking is en een lampje, zegt hij, dan redt hij het wel. Voor ‘@DownUnder’ gaat hij tappen uit een grote hoeveelheid aan bestaand materiaal, hoewel hij met ‘Stante Pede’ komend voorjaar een nieuwe voorstelling in voorbereiding heeft.

PePijn Comedy Club @DownUnderBeach met Bob MacLaren, Pepijn Schoneveld en Victor Luis van Es. Te zien op woensdag 23 augustus 2017. Meer informatie: diligentia-pepijn.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 361 05 40.

Advertenties

Een verenpak voor iedereen

Mini-compendium voor succesvol Paradebezoek

Op één enkele dag kun je er uitersten beleven. Van ontroering, verrassing, verdriet en geluk tot verliefdheid, ontrouw en verleiding. Zie dat maar eens te weerstaan, te doorstaan of soms: te verstouwen. De Parade is ‘back in town’.

Zweven is leven. Zegt De Parade. Stadsparken worden omgetoverd tot pittoreske culturele dorpjes. Je kunt er op goed geluk al lummelend of huppelend de spiegeltenten langs, bij avond of bij dag. Je kunt ook van tevoren een blokkenschema opstellen met de optredens en theatervoorstellingen die je per se niet wilt missen en de kaartjes vooraf ‘thuisprinten’. Al heb je in dat geval wellicht drie festivaldagen nodig, want het programma verschilt van dag tot dag.

Hoe dan ook: rosénippend, bierslempend of de keel smerend met eerlijk water: het is er goed toeven, ook al zou het regenen. En omdat er heel wat hippe eettentjes het festivalterrein omringen.

Op de kermis van de Parade vind je artiesten, noem ze kermisklanten. Ze zijn op doorreis, van Rotterdam via Den Haag naar Utrecht en eindpunt Amsterdam. In Den Haag is het Westbroekpark de vaste pleisterplaats. Net als voorgaande jaren onder het leiderschap van directeur/programmeur Nicole van Vessum voeren theater en muziek de boventoon in een mix van oud & vertrouwd en jong & veelbelovend. Ook is er weer een Kinderparade. Den Haag Centraal trok de teenslippers aan en doet verslag van enkele do’s en don’ts van dit jaar.

Theater
Fluisterstil hoeven de optredens op de Parade allang niet meer te zijn want de tijdslots zijn zó verdeeld dat de programma’s in belendende tenten afgelopen zijn of pas een uur later weer van start gaan. Ook is er niet veel geluidhinder van de parademakers die hun koopwaar aanprijzen of van de attracties elders op het terrein. Dat is trouwens minder belangrijk geworden, want puur teksttoneel zie je er niet of nauwelijks, op de Parade gaat theater hand in hand met een knipoog en met het nodige aan muziek.

Zoals in ‘Paradijsvogel’ van vaste Parade-klant Toneelgroep Oostpool, een aanrader. De theatertrip van gevleugelde vriend Rick Paul van Mulligen, geregisseerd door Alex Klaasen, geeft een kruising te zien: Freddy Mercury meets Wim Sonneveld. Volgens hem zijn er twee soorten paradijsvogels: monogame en polygame. De monogame is grijs van kleur, die vliegt toch niet meer uit. De polygame is uitbundig gekleurd want die moet van zijn genen steeds opnieuw scoren.

Maar Van Mulligen rekent buiten de waard want hij vergeet zichzelf: een hitsige, kleurrijke ondersoort. Hij poetst zijn veren op en etaleert ze in al hun pracht en praal aan ons, grijze muizen. In een gelikte retestrakke lokroep kietelt hij, beledigt hij met vuige genoegens, spuit hij vunzigheden gezellig in het rond, spuit hij wellustige woordenbraaksels en bijna-literaire spermatozoa in het rond, en spuwt hij vuur als ware hij een sissende krater. De glimpen van kwetsbaarheid die daar tijdens zijn spreekbeurt doorheen craqueleren maken hem nog mooier. De exuberantie is omlijst met live muziek van Jan en Keez Groenteman. Van die twee zijn ook de aanlokkelijke liedjes die Van Mulligen met veel gevoel voor show en pathos zingt. Een performance om van te watertanden. Dat vermoeden bestond al wel bij bezoekers van de voorstelling De zender van Het Nationale Toneel, waar hij vorig jaar immers flink huishield.

Bijna diametraal daartegenover staat ‘Sombersongs’ van Mugmetdegoudentand / De Tolhuistuin, al tappen ook zij uit het vaatje van theater met muziek. Zingend actrice Meral Polat heeft er een ontmoeting met de Amerikaanse Baby Dee. Hoe somber wil je het hebben, hoe somber kan het worden, met die aanprijzing word je de voorstelling ingelokt. Dee woont sinds een aantal jaren in Zeeland. Eerst dacht ze daar ongegeneerd hard te gaan musiceren, maar het liep anders. “Het is hier zo lekker rustig dat ik ben gestild.’ Op een goed liedje kun je drijven, vindt ze, en bewerkte daarom haar rauwe en heftige nummers tot ballades. Songs die volgens Dee pas gaan vliegen als zangeres Meral Polat ze zingt. Samen bezingen ze in hun muzikale ontmoeting ‘the belonging in a world where dark is allowed’, met Dee die beurtelings begeleidt op harp en accordeon – en ten slotte ook zelf zingt. Prachtige songs, al even prachtig gezongen door Polat – ik werd er in ieder geval goed somber van.

Maar het is niet alleen sombermans gemoed dat de klok slaat: er klinkt hoop door omdat aan het einde de dag zich theatraal laat aankondigen. De ravissante verschijning van Polat, die al eens door het land toerde met het muziekprogramma Meral’s Harem, doet de rest. Doen dus, al bestaat er enig risico op nachtschade.

Op papier veelbelovend, maar niet met eigen ogen gezien: Theater Utrecht met ‘Als je in Brabant een begrafenis plant tijdens carnaval komt er niemand’. Jan Rot en Edda Barends blazen de fameuze voorstelling uit 1982 van Joop Admiraal over zijn demente moeder nieuw leven in: ‘U bent mijn moeder’. Verder is de Theatertroep present met ‘Vaudeville’, een smeuïge ‘potpourri van smerige, grensoverschrijdende en schadelijke scènes voor iedereen’. Ten slotte kun je geheel en al mee De Afgrond in, want het zestigjarige (!) Roodkapje zaak gaat maken van haar opgelopen trauma.

Dans
Een ‘niet doen’ is iET & Davide Bellotta in samenwerking met Conny Janssen Danst. Onder voortdurend ijle gitaarklanken en het net zo ijle stemgeluid van multi-instrumentalist, vocalist en songwriter iET maakte choreograaf en filmmaker Bellotta een voorstelling rond iET’s album Clarity.

Wat we op de Parade te zien krijgen is een plichtmatig aandoend duet dat de loodzware muziek geen meerwaarde verschaft. Zelfs met de videobeelden erbij lukt het niet om zogezegd een snaar te raken, en vooral geen gevoelige. Mocht je toch dans willen zien, probeer dan eens op goed geluk de dansinstallatie ‘OK Future’ van Connor & Lucy.

Muziek
Op muziekgebied gaat de aandacht dit jaar vooral uit naar Ellen ten Damme. Ze bezingt in ‘Je veux l’amour’ het Franse chanson in velerlei toonaarden. Ze laat het genre naar hartenlust herleven. Haar optreden in de Reizende Schouwburg wisselt ze af met eigen nummers. Een ‘do’, want podiumdier-bij-uitstek Ten Damme is als altijd bekoorlijk en attractief, zeker nu ze na ‘Berlijn’ haar rolkoffer vol Franse melancholie heeft gestopt.

Buiten Ten Damme zijn er Alex Klaasen & Henry van Loon featuring De Groentebroers, die voor het laatst met H.E.A.R. hun opwachting op de Parade maken. En niet te vergeten: ‘The Chet Baker Room’ met Marijn Brouwers, Hermine Deurloo, Anne Soldaat en Reyer Zwart. Mooie jazzklassiekers ingebed in een eerbetoon aan de zingende jazztrompettist die dertig jaar geleden uit een hotelraam in Amsterdam kukelde en daarbij het leven liet.

De Haagse connectie
Zaal 4 is op de Parade het verlengstuk van Zaal 3, op zichzelf een loot aan de boom van Het Nationale Theater. Daar fileren De Poezieboys (Joep Hendrikx en Jos Nargy) de dichter Brodsky, nadat ze vorig jaar Ginsbergs werk al eens afgraasden. Ze vieren hun haat-liefdeverhouding tot hem – en al doende tot elkaar.

In Zaal 4 ook Niko, de band die is geformeerd rond Nik van den Berg. Daar wordt energiek met rockmuziek gesmeten in een performance voor volwassenen en apart eentje voor de Kinderparade. Met daarin de nu al onsterfelijke ballade Mayonaise.

Zaal 4 is ook het domicilie van Loek & Yela die in ‘The very tired girl’ bekende maar doodvermoeide vrouwen aan het einde van een dag portretteren. Een bijzonder project is ‘Echte Matties’ van Studio Vrijgewillig, een initiatief van Den Haag Doet en Het Nationale Theater. De voorstelling laat zien hoe mensen met verschillende achtergronden elkaar inspireren. Mooi maat(jes)werk.

Haags is ook De Stimulerende Samenstelling in de MINItwee, gesitueerd rond de Theatertoren. De welhaast overkokende Djuna Couvée geeft in ‘100  ̐C’ in welgeteld tien minuten survivaltips: hoe te handelen bij paniekaanvallen.

Samen met Yannick van de Velde speelt Ton van Kalmthout de voorstelling ‘Wachstumsschmerzen’. Het duo, bekend van de populaire televisieserie ‘Rundfunk‘, gebruikt de voorstellingen van een half uur ter voorbereiding op hun avondvullende programma.

Parademuseum
Vorig jaar lanceerde de Parade het Parademuseum. Beeldende kunst in optima forma. Was toen het Nederlands Fotomuseum aan zet met een installatie rond Ed van der Elsken, nu is dat museum De Fundatie, dat er met de video-installatie ‘Shades of Silence’ een schep bovenop doet.

Maakster Elise van der Linden, talent van het jaar, laat er vier video-animaties zien, waarvan er een speciaal is gemaakt voor de Parade. Groei, verval en eeuwigheid. Je dwaalt er door haar wereld van eindeloze landschappen en architecturale scheppingen. Een reis door een imaginaire wereld. Fascinerend. Doen!

Faits divers
Nieuw is ‘Carcheologie’, een monument voor de (embryonale) staat en het wezen van de automobiel in een heuse graansilo.

In ‘Boekentherapie’ van Literaire Salon Parade kunnen boekenliefhebbers hun hart ophalen. Bekende schrijvers vertellen over de heilzame werking van de letteren.

Kees en Eddie zijn natuurlijk weer present, dit jaar met Rogier aan hun zijde. Tot besluit zijn er, als ieder jaar, weer de vertrouwde vaste acts die houvast bieden als je het even niet meer weet: de Silent Disco of de Levende Jukebox bijvoorbeeld.

Mocht dat alles niet baten, dan kun je je nog altijd tipsy en wel onderdompelen bij de Haute Friture, Hotmamahot, Soul Food of Wild van Wild. Op de Parade kun je het buikje weldadig vullen, weer of geen weer.

‘Zijn tijdloze repertoire is een feestje waard’

Eerbetoon aan Wim ‘Nikkelen Nelis’ Sonneveld

Op 28 juni 2017 is het 100 jaar geleden dat Wim Sonneveld werd geboren. In het liedjesprogramma Het Amsterdam van Wim Sonneveld staat ‘een dunne jongen met opvallend lichtblauwe ogen’ centraal, zoals Conny Stuart hem beschreef.

Sonneveld-specialist en kleinkunstkenner Daan Bartels brengt met singer/songwriter Siebe Palmen en gitarist Rob Verbakel  een eerbetoon aan de man die zijn geesteskinderen ‘Nikkelen Nelis’ en ‘Frater Venantius’ tot BN’ers maakte. Met Wim Kan en Toon Hermans behoort Sonneveld tot de legendarische Grote Drie van het Nederlandse naoorlogse cabaret. Misschien stonden indertijd Kan en Hermans  dichter bij hun publiek, maar de typetjes en liedjes van Sonneveld blijken vooral tijdlozer dan die van de twee anderen.

In het theaterprogramma dist Bartels allerhande faits divers rond hem op. Dat de geboren Utrechter een tijdje in Den Haag heeft gewoond bijvoorbeeld. Sonneveld? ‘Jazeker,’ zegt Daan Bartels, ‘In 1936 verhuisde hij naar de Hofstad, ging er wonen in Bezuidenhout, aan de Wilhelminastraat. Hij was van 20 september tot 18 december, welgeteld twee maanden, kantoorbediende bij reclamebureau M. Sanders. Sonneveld had na het ontslag op staande voet bij Louis Davids’ Kurhaus Cabaret dringend brood op de plank nodig.’ Hij had congé gekregen omdat hij potentiële opdrachtgevers van Davids had gebeld daarbij gewag gemaakt van een verhindering van zijn broodheer. Maar niet getreurd, zo zou hij hebben opgemerkt, want was het mogelijk een andere goeie cabaretier in te huren… zichzelf…  . Na zijn korte verblijf in Den Haag zou hij overigens (weer) neerstrijken in Amsterdam.

Bartels is initiatiefnemer van liefst drie projecten die deze maand rond Sonneveld plaats hebben: Hij organiseert Sonneveld-stadswandelingen in Amsterdam, treedt op als verteller in het theater en hoopt ondertussen op de vernoeming van een brug in de landshoofdstad naar de theatermaker en zanger. Bartels: “Wat mij betreft roepen we juni 2017 uit tot Wim Sonneveld-maand. Zijn honderdste geboortedag en zijn tijdloze repertoire zijn wel een feestje waard.”

Wandelingen
“De voorstelling is een variant op mijn Sonneveld-wandelingen,” vervolgt hij. En terwijl Bartels het levensverhaal van Sonneveld uit de doeken doet, staan beide muzikanten hem bij met uitvoeringen van Sonnevelds bekendste liedjes. Het heimweelied Ik heb zo aan Amsterdam gedacht en Aan de Amsterdamse grachten klinkt natuurlijk, net als de gouden klassieker Het dorp. Maar voor Bartels’ persoonlijke favoriet, Tearoom Tango, over een rampzalige liefdesgeschiedenis in Den Haag, is helaas geen ruimte gevonden. Jammer, zegt Bartels, “want de tekst is bijna als een filmscript, je ziet het allemaal zó voor je ogen gebeuren, zo beeldend is de liedtekst geschreven.” Nog zo’n weetje: Sonneveld heeft een grootse filmcarrière in Hollywood in het verschiet gehad. “In Silk Stockings (1957) was hij tegenspeler van niemand minder dan Fred Astaire. Opkomende gevoelens van heimwee braken hem echter op.”

Platenkast
Bartels heeft Sonneveld nooit in levende lijve gezien. Toen hij in 1974 op 56-jarige leeftijd overleed, moest Bartels het allereerste levenslicht nog aanschouwen. Hoe is Bartels dan aan Sonneveld verslingerd geraakt? “Ik ben gevormd door de platenkast van mijn ouders. Die zat boordevol met platen van Sonneveld. Toen is ook mijn liefde voor het Nederlandstalige lied geboren. Voor het overige weet ik het niet zo goed, in ieder geval heb ik altijd erg van zijn theatraliteit gehouden. Misschien heeft zijn homoseksualiteit bij mij toen al herkenning en verbinding teweeg gebracht.”

Aard
Hoewel Sonneveld op zijn negentiende min of meer officieel als cabaretier debuteerde, kwam het grote succes pas rond zijn veertigste. Zelf zei hij hierover in een interview met Nieuwe Revue in 1970: ‘(…) mijn manier van doen, mijn aard paste vroeger veel minder bij de tijd dan nu. Nog niet zo heel lang accepteren Nederlanders sarcasme en ironie. Bovendien: ze bekeken me vijftien, twintig jaar geleden anders. Ik was dan wel een artistieke jongen met talent, maar ik kleedde me anders, sprak anders, bewoog me anders. En dat vond men suspect. Toon Hermans en Wim Kan hadden daar geen last van. Als die opkwamen van ‘ha jongens, daar zijn we dan!’ voelde het publiek meteen: dat is er een van ons.’

‘Het Amsterdam van Wim Sonneveld’ door Daan Bartels, Siebe Palmen en Rob Verbakel is op zondag 11 juni 2017 te zien in Theater Dakota. Meer informatie: theaterdakota.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 326 55 09.

‘Theater is blank bolwerk’

Farbod Moghaddam met nieuwe editie van ‘Frappant Comedy’

Te klein voor Theater Diligentia, te groot voor PePijn. Tussen servet en tafellaken. En dus streek Farbod Moghaddam met zijn ‘Frappant Comedy’ neer in Theater Dakota. Zaterdag presenteert hij alweer de 16e editie.

Rond 2008 en later toog Farbod ‘Frappant’ Moghaddam week in week uit naar Amsterdam, het Nederlandse Mekka van de stand-up comedy. Hij trad er geregeld zelf op, zag er geestverwanten tot bloei komen maar soms ook sneuvelen. Tot hij op een dag het gereis naar de hoofdstad moe was. Hij besloot zijn woonplaats Den Haag op te vrolijken, te ‘frappanten’ met comedy. Erik Pals, toenmalig directeur van Diligentia/PePijn verwees hem door naar Theater Dakota. En sinds 2011 presenteert hij daar, aan de Zuidlarenstraat, vier keer per seizoen ‘Frappant Comedy’, komende zaterdag alweer de 16e editie. Hij is MC, gastheer, maar treedt ook zelf voor het voetlicht. En er zijn iedere keer gastoptredens door talentvolle, opkomende comedians, zoals deze keer Hagenees Marco Horta Lopes, finalist Leids Cabaret Festival 2016, Bugra Gedik, Jennifer Evenhuis en Justin Samgar.

Farbods selectiecriteria: het te berde te brengen ‘artistieke materiaal’, de door hem gevoelde energie van wat wordt gebracht, en het aanbrengen van diversiteit in het aanbod. Farbod: ‘Maar het gaat steeds om comedians die ik persoonlijk ken, en van wie ik weet wat ze op het podium brengen. Zo ben ik het best in staat om een uitgebalanceerd programma samen te stellen.’

Levensbehoefte
Zijn geboorte als comedian is voor een deel op het conto te schrijven van Eddie Murphy en Mr. Bean. Tegenwoordig behoort de Canadese komiek Jim Carrey tot een van zijn all-time favorieten. Farbod: ‘Carrey is fucking bizar.’ Al in zijn geboortestad, het Iraanse Teheran, was ‘familieleden amuseren na het avondeten’ zijn tweede natuur, zo ziet hij nu in. Bij zijn komst naar Nederland in 1993 bleef die innerlijke drang, al deed hij vooreerst een hbo-studie journalistiek en werkte hij een tijdje bij het AD.

‘Niets fijners denkbaar voor mij dan om mensen een leuke avond te kunnen bezorgen. Noem het een eerste levensbehoefte. Om dat op mijn eigen podium te kunnen doen, en dat in mijn eigen stad, is voor mij de ideale manier van communiceren, want in direct wisselwerking met ‘zijn’ publiek.’ Dat publiek is in Dakota, heeft hij gemerkt, heel divers van oorsprong. Vindt hij heel fijn.

‘Ik heb gemerkt dat het theater een overwegend blank bolwerk is gebleven. Ik wil daar op mijn manier tegenwicht aan bieden, noem het mijn idealistische inslag om dat te willen veranderen. Andersom wil ik ook mensen die niet zijn grootgebracht met de vanzelfsprekendheid van theaterbezoek, voor wie het niet gewoon is om die drempel over te gaan, laten ervaren en inzien hoe leuk en bijzonder theater kan zijn, ook al zijn de toegangsprijzen er vaak dubbel zo hoog als voor de bioscoop.’

‘Frappant Comedy’ in Theater Dakota op zaterdag 18 februari 2017 met Marco Horta Lopes, Bugra Gedik, Jennifer Evenhuis, Justin Samgar en Farbod ‘Frappant’ Moghaddam als MC/host. Meer informatie op theaterdakota.nl en farbod.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 326 55 09.

‘We zijn meer dan een kortingspas’

Bas Morsch van We Are Public zoekt duizend cultuuroptimisten

Je wilt best een dosis kunst opsnuiven, een dagje of avondje uit. Maar waar ga je heen? We Are Public helpt je op weg.

We Are Public (WAP) werd twee jaar geleden in Amsterdam door de cultureel ondernemers Leon Caren en Bas Morsch opgezet met het doel om de klap van de bezuinigingen te verzachten voor de culturele wereld, door te proberen nieuw publiek de zalen in te krijgen. Na beproefd succes in de landshoofdstad met ‘Subbacultcha’ bleek ook de ‘serieuze’ kunst daar ontvankelijk: zo’n 3.000 leden brachten 52.000 nieuwe cultuurbezoeken en gezamenlijk 450.00 euro in het laatje.

En dus rolt WAP het concept verder uit over het land, te beginnen in Den Haag, en gaat hier op zoek naar cultuuroptimisten. Beter gezegd naar, zoals WAP ze noemt: ‘investeerders’. In ruil voor het lidmaatschapsgeld van 15 euro per maand kun je gratis op bezoek bij de aangesloten kunstinstellingen. Niet onbeperkt trouwens, want een 18-koppig redactieteam van ingevoerde cultuurprofessionals waakt over het voorradige hofstedelijke snoepgoed – ter voorkoming van een overdaad aan ‘winkeldochters’. WAP belooft maandelijks zeker zo’n vijftig programma’s aan te bieden. Ruim vijftig Haagse kunstinstellingen, van het Gemeentemuseum tot aan het Paard van Troje en van de Koninklijke Schouwburg tot aan PIP Den Haag doen mee.

Toen vier jaar geleden een valbijl de wortels van het kunstenbestel doorkliefde, is de sector ertoe overgegaan om, meer dan tevoren, de handen ineen te slaan. Nieuwe verdienmodellen waren noodzaak. In Den Haag is het aanstaande verstandshuwelijk van Theater aan het Spui, de Koninklijke Schouwburg en Het Nationale Toneel daarvan nog het beste voorbeeld, al is dat ook op inhoudelijke leest geschoeid. Binnenkort transformeren zij tot Het Nationale Theater. Ook WAP toont aan dat de bakens zijn verzet, dat samenwerking het vleesgeworden mantra is. Want kunstliefhebbers zijn omnivoren, hoppen dus graag: van museum naar theater, van dans naar jazz, of van cabaret naar keramiek.

“We merken dat onze leden het fijn vinden dat ze door ons nieuwe ontdekkingen doen” zegt Bas Morsch, met Leon Caren oprichter van WAP. “Op onze site kunnen leden bovendien in één oogopslag zien wat volgens onze redactie hip and happening is. Voor hen zijn we een keurmerk. Zo blijven ze zelf up to date. We zijn meer dan alleen een kortingspas.” Ook de deelnemende kunstinstellingen zijn verheugd, zegt Morsch. “Ze krijgen weer nieuw publiek over de vloer, dat zonder ons niet bij ze langsgekomen zou zijn.”

Optimist
WAP ziet zijn ‘community’ als een eigentijdse beweging die het consumeren van kunst en cultuur behapbaar maakt. “We zorgen voor maatschappelijk draagvlak. Door lid te zijn steunen onze leden financieel de culturele sector; inkomsten uit de lidmaatschappen komen voor een aanzienlijk deel ten goede aan culturele instellingen en makers.”

WAP gaat op 1 januari van start. Dat wil zeggen: “Mits vóór 12 december ten minste duizend cultuuroptimisten zich hebben aangesloten.” Tot 1 januari is er een pilotprogramma van ruim 50 concerten, exposities, voorstellingen en films in de stad. De organisatie heeft de ambitie om de komende jaren uit te groeien tot een landelijk platform. Leden kunnen straks dus niet alleen in hun eigen stad maar door het hele land naar programma’s die door WAP zijn geselecteerd. WAP start zaterdag een campagne op de Grote Mark tijdens de Museumnacht Den Haag.

Revue comes home

Rijswijk ademt Buziau

Buziau. De theaterkunst in Rijswijk is onlosmakelijk met hem verbonden. Toon Hermans leerde van hem de kneepjes van het vak.

Op YouTube staat een filmpje van het befaamde Polygoon-journaal dat ‘onze nationale komiek’ eert met zijn 70e verjaardag. Aandoenlijk en in huiselijke sfeer laat hij zich de felicitaties welgevallen. We zien hem visite ontvangen, een sigaretje roken, genieterig aan een kopje thee nippen, en dammen. ‘De grootste dammer onder artiesten’, becommentarieert Polygoon-stem Philip Bloemendal, ‘en de grootste artiest onder dammers.’

‘Vroeger hadden we het goed, maar nu hebben we het beter… ’t Is te hopen dat we het weer goed krijgen…’ De legendarische grootmeester van de lach werd in 1942 opgepakt en overgebracht naar ‘het herenhotel’ in Haaren (NB). Aanvankelijk doorzagen de Duitsers zijn woordgrapjes niet, wordt gezegd. Op een keer verscheen hij met een enorm portret op het podium, ‘gekregen van oom Herman. Maar nou weet ik niet wat ik ermee moet doen. Ophangen of tegen de muur zetten?’ Waarmee hij verwees naar Luftwaffeleider Herman Göring. Anderen vertellen dat hij portretten van Hitler en Mussolini het podium op sleepte.

Niemand aan wie de patriottische heldenrol vaker werd toegeschreven dan Nederlands grootste en meest populaire revuekunstenaar Johan Buziau, schrijft Lou de Jong in deel 5b van ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’. Men vertelde elkaar: Buziau komt op als schoenlapper met een mand vol schoenen. Hij graait in de mand en laat een aantal schoenen zien, waarbij hij zegt: ‘Ja mensen, je hebt ze met rechte neuzen, je hebt ze met kromme neuzen, maar er is maar één ding waar het op aan komt: het binnenwerk.’ De Jong doet de verzetsverhalen rond Buziau grotendeels af als vertelsels, verzinsels. Waarom? Buziau zou er de man niet naar zijn geweest om verzet te plegen, zo liet historicus De Jong naderhand uit de mond van zijn weduwe optekenen.

Levensverhaal
In vele steden is er een Buziaustraat, in Rijswijk een Buziaulaan. Multitalent. Clown, circus- en revueartiest, acrobaat, cabaretier. De Nederlandse Charlie Chaplin. Maar vooral een internationale ster, met name rond de jaren dertig en de eerste oorlogsjaren – totdat hij, volgens de verhalen, werd opgepakt. Witgeschminckt gelaat, zelfgeknutselde neus of mombakkes op, bolhoeddragend. Bewegend beeld van ‘Buus’, die door zijn ouders ‘Jopie’ werd genoemd, is er nauwelijks, bang als hij was dat verspreiding hem bezoekers zou kunnen kosten. En zo viel vergetelheid hem daarna ten deel. Tot nu. Ruud Kuper revue-voorvechter Karel ‘Mini’ de Rooij wist te strikken om het levensverhaal van Buziau theatraal gezicht te geven, die op zijn beurt Fred Florusse (Don Quishocking) overhaalde om het script te schrijven. En ziedaar de geboorte van de musicalrevue ‘BUZIAU’.

Bijna letterlijk schoof Buziau bij hem ‘in beeld’, struikelde zowat over hem. Bij zijn aantreden in 2009 als directeur van de ‘Rijswijkse’ stuitte directeur Ruud Kuper in ‘zijn’ foyer op een borstbeeld dat toen nog een beetje weggemoffeld was. Wiens portret het was? Niemand die het hem kon vertellen. En dus ging hij op onderzoek uit, naar de maker Jitse Bakker. Atelierbezoek wees uit dat de beeldhouwer de beeltenis van de komiek Johan Buziau had vereeuwigd ten gevolge van de opening in 1991, toen er een Buziau Restaurant was. Kuper dook daarna verder in Buziau (1877-1958), zoon van een muzikantengezin. Tot Kupers verbazing bleek hij niet alleen Hermans’ grote inspirator – en vervolgens via de lijn Wim Sonneveld, Wim Kan ook van Freek de Jonge en Youp van ‘t Hek – maar ook een internationaal fenomeen, met… lange tijd Rijswijk als woonplaats, dáár zijn laatste adem uitblies. En dan nu, wat jaartjes verderop, is er de grootscheepse musicalrevue rond Buziau, met een lenige, watervlugge hoofdrol van Olaf Malmberg.

Tegelijkertijd wordt zo vijftig jaar aan officiële Rijswijkse theatergeschiedenis in de buurgemeente van Den Haag luister bijgezet.

Buziau en Den Haag
Er zijn buiten De Rooij nog wat Haagse lijntjes. Buziau werd in Den Haag geboren. En het was het Scala Paleis in de Wagenstraat waar hij zijn grote triomfen vierde. De rol van verteller in dit spektakel wordt gespeeld door een Hagenaar: Max Douw. De zanger, muzikant en liedjesschrijver, onder meer bekend als Alfred Jodocus Kwak in de musical Vader, rijgt Buziau’s levensloop aaneen en zingt in flashbacks enkele liedjes.

‘BUZIAU’ is: je laten onderdompelen in de sfeer van de jaren dertig, uitpakken met een avondje variété, van onderwaterballet tot cancan, met live muziek door een twintigkoppige bigband. Buziau brengt straks 100 man op het podium, net als Rijswijkers van alle rangen en standen in de zaal bijeen. Zo geeft het lijsttoneel van de Rijswijkse Schouwburg meteen ook een dwarsdoorsnede te zien van het talent dat Rijswijk rijk is, van jong tot oud.

Kick
Het eerbetoon aan Buziau wordt kracht bijgezet middels de uitgave van een boek en een tentoonstelling in Museum Rijswijk. ‘Breed gedragen’ noemt Kuper, die komend voorjaar terugtreedt als directeur van het theater van het jaar 2015 zijn initiatief. ‘De kick is voor mij dat Buziau stukje bij beetje zijn faam terug wint. Het brengt behoorlijk wat teweeg hoor, het maakt wat los. Niet alleen hier in Rijswijk trouwens.’

‘BUZIAU’ is van dinsdag 18 tot en met zondag 23 oktober te zien in de Rijswijkse Schouwburg. Telefonisch tickets bestellen: (070) 336 0 336. Meer informatie: rijswijkseschouwburg.nl.

kader:
Verteller Max Douw
“Als Toon Hermans-fan wist ik dat die zijn carrière begonnen was met het imiteren van Johan Buziau,” zegt kleinkunstenaar Max Douw. “Buziau is een clown van on-Nederlandse allure, goed in woordspelingen, zijn timing, hoe hij stiltes kon laten spreken, daar leer ik van. En hij is de grondlegger van de conference. Er is nauwelijks bewegend beeld van hem, maar er zijn wel foto’s en er bestaan geluidsfragmenten uit zijn shows.’ Is hij dichter bij Buziau gekomen? ‘Het is vreemd, want van zijn leven is niet heel veel bekend, hij heeft voor mij wat van een schim, hij blijft ongrijpbaar. Voor mij voelt het alsof ik de vader van Toon Hermans heb leren kennen.”
Binnenkort brengt Douw (33) de CD Gekkenhuis uit, met persoonlijke liedjes uit de periode dat hij ‘tegen muren opliep’. “Het zijn liedjes over uitersten in mijn gevoelsleven, toen ik balanceerde op een zekere grens. Op dat album kijk ik met een derde oog naar mezelf.”

 

Cultuurvreters & cultuurdromers

Theater De Meervaart: hoog met laag verbinden door te vertellen

Verhalen vertellen die verteld móeten worden, dat is de ambitie van Theater de Meervaart. “En als die niet nu en hier te vinden zijn, gaan we ze zelf maken.”

Een theater dat met de culturele voorhoede meeloopt maar net zo op handen wordt gedragen door wijkbewoners. En dat in de outskirts van de stadse metropool Amsterdam. Hoe lukt het de Meervaart toch om cultuurvreters aan zich te binden en tegelijkertijd ook de wijk te activeren. Hoe speelt het dat klaar?

Amsterdam Nieuw-West: een bonte wijk waar uiteenlopend pluimage – jong met oud, blank bij zwart, rose langs blauw, en diepgelovigen naast ongelovigen – onderdak vindt in Theater de Meervaart. Een theatrale pleisterplaats, knooppunt van wegen, en stromingen en gezindten; gelegen aan een mooie, rustieke plas. “Wijkbewoners zijn hier aandeelhouder” vertelt Meervaart-directeur Andreas Fleischmann. Als ‘huis’ van Nieuw-West, zegt hij, staat in de Meervaart respect en nieuwsgierigheid naar elkaar en de ‘anderen’ centraal. Het slechten van culturele drempels ziet hij als een uitdaging.

“We zijn veel meer dan doorgeefluik van voorstellingen,” legt Fleischmann uit, sedert twee jaar het boegbeeld van De Meervaart. “Onder de noemer Meervaart Studio organiseren we uiteenlopende activiteiten voor kinderen en jongeren. Bij onze jeugdtheaterschool 4West bijvoorbeeld, kunnen kinderen vanaf vier jaar meedoen in een dans- of theaterspeelgroep, workshops streetdance volgen, klassiek ballet of (muziek)theater. Vanaf hun veertiende kunnen ze daarna aan de slag bij Studio West, onze werkplaats voor creatief talent, al hoeven ze later niet allemaal per se naar een hbo-theaterschool; meedoen alleen al werkt verrijkend. Zo vormen we een keten van bezoekers, van (piep) jong tot (stok)oud(ers). Scholen uit de wijk kunnen hier voorstellingen bezoeken en workshops organiseren. Al met al geeft Meervaart Studio jaarlijks aan zo’n zevenduizend kinderen en jongeren uit Amsterdam de kans om hun creatieve talent te uiten.”

Voor wie een workshop acteren of dansen een brug te ver is kan het bezoeken van een voorstelling evenzogoed een blikopener zijn. In de programmering van de Meervaart is daarom voor elk wat wils te vinden: kinder- en jeugdtheatervoorstellingen gaan er hand in hand met urban dance en stand-up comedy; en er is cabaret, toneel en dans voor volwassenen. Maar er zijn ook voorstellingen te zien die van onderop opkomen uit bewonersgroepen van Nieuw-West. Er zijn interessante crossovers. Hoge wordt er met lage kunst gemixt, even voor de vuist weg: van Holland Festival tot Bigi Poku Toppers. Of zoals in juni nog, toen stadsgezelschap voor dans ICKamsterdam samenwerkte met theatermaker Jakop Ahlbom.

“Daarmee hebben we trouwens meteen twee van onze vijf huisgezelschappen te pakken,”zegt Fleischmann. “Van die vijf trekt straks ICKamsterdam, het gezelschap rond het duo Pieter C. Scholten en Emio Greco, daadwerkelijk bij ons in, gaan hier hun studio’s en kantoren inrichten. Met de andere makers, Jakop Ahlbom, Floris van Delft, George & Eran en het Amsterdamse Andalusisch Orkest loopt de afspraak dat ze hier premières uitbrengen. Straks kunnen we spannende samenwerkingsverbanden smeden tussen al onze huisgezelschappen” blikt Fleischmann alvast vooruit.

Het is al met al een rijk palet. Maar nog is dat alles niet genoeg. Fleischmann zegt aanbod te missen dat de huidige samenleving weerspiegelt. “We kiezen er daarom voor om zelf voorstellingen te gaan ontwikkelen. We willen die verhalen vertellen die verteld móeten worden. En als die er in het theater nog niet zijn, dan máken we ze.”

Gemêleerd
Theater de Meervaart staat daarmee garant voor een erg gemêleerde toeloop. Aan de ene kant weten wijkbewoners van Osdorp inmiddels blindelings de weg naar de Meervaart te vinden, anderzijds is er groeiende belangstelling en aandacht vanuit de binnenste ring van Amsterdam, merkt Fleischmann. “Dat is mooi.” In de komende jaren staat er overigens nog veel op stapel. “Ons huis krijgt een facelift, inpandig worden studio’s en kantoren gerealiseerd voor ICKamsterdam, en aan de zijde van het nu nog wat saaie pleintje achter ons theater verrijst een food court, als onderdeel van het aanpalende winkelcentrum. Die upgrade zorgt voor meer bedrijvigheid en verlevendigt dan weer de directe omgeving van het theater. Hopelijk zorgt die wisselwerking straks dan weer voor meer bezoekers.”

Uiteindelijk steekt alles wat je doet als een kaartenhuis in elkaar. Fleischmann: “Het een kan niet zonder het ander. Ongeacht het publiek dat je over de vloer hebt, je moet de dynamiek ervan begrijpen. Daar begint alles mee. Daarom willen we nog meer dan nu al een cultuurhuis zijn, een huiskamer die voor iedereen altijd vrijelijk open staat.”

Even voorstellen: ICKamsterdam
“In de samenwerking met Theater de Meervaart, waar we vanaf 2017 een van de huisgezelschappen zijn, hebben we een unieke basis gevonden, een ‘thuis’ voor onze voorstellingen en projecten” zegt Pieter C. Scholten. Hij is met Emio Greco de artistieke kern van het Internationaal Choreografisch Centrum Amsterdam. “Straks houden we in de Meervaart kantoor en hebben we daar onze studio’s. We zijn blij dat we vanuit deze vaste stek aan onze toekomst kunnen werken.”

ICKamsterdam is veel meer dan een dansgroep alleen. “Naast voorstellingen organiseren we workshops, dansateliers, danslessen en uiteenlopende educatieprojecten.” Als stadsgezelschap van Amsterdam is ICKamsterdam verantwoordelijk voor verbindingen met het dansveld in de stad maar ook voor samenwerkingsprojecten buiten de dans, en onder meer voor talentontwikkeling. “Dat doen we sinds 2009. We kijken dus een straatje verder dan alleen dans. Kijk bijvoorbeeld naar de samenwerking met Jakop Ahlbom, zoals in Swan Lake. Doordat Emio en ik samen ook de artistieke leiding voeren van het Ballet National de Marseille – met dertig dansers een groot klassiek gezelschap in Frankrijk – kunnen we allerlei mooie uitwisselingsprojecten gaan opzetten.” En: “Premières hier worden dáár ook uitgebracht en vice versa. Een van de plannen is een festival met Nederlandse kunstenaars in Marseille, en in Amsterdam met Franse kunstenaars.”

Scholten: “De Meervaart is uitgegroeid tot een bijzondere plek in een markante Amsterdamse wijk. We willen er graag een talentenhuis bouwen, en een vast theaterpubliek trekken dat onze ontwikkelingen volgt. Samen met Meervaart-directeur Andreas Fleischmann kan dat lukken, hij heeft bewezen bereid te zijn om zo nodig de boel helemaal om te gooien en het avontuur aan te durven. De goede reputatie van Theater de Meervaart is daarbij zeer behulpzaam.”