‘Ideaal voor bewoners die in de stad blijven’

Zuiderparktheater met vernieuwd elan de zomer in

Het zomerprogramma van het Zuiderparktheater omvat muziek, cabaret, kunst, cultuur en plezier. “Er valt hier steeds iets nieuws te ontdekken.”

Nu het uitgaansleven opeens weer in het nachtslot is gegooid, tenminste wat nachtleven en meerdaagse festivals betreft, is het eventjes de vraag of openluchttheater nog wel kán. “We hadden gelukkig gegokt op concerten en activiteiten op anderhalve meter afstand,” beantwoordt Berend Dikkers die vraag, algemeen directeur van het Zuiderparktheater. “Ons programma mag gewoon doorgaan en zonder testen vooraf. Wij kunnen een aantal van maximaal 280 bezoekers per optreden toelaten.”

Bij medewerker Sanne Bakker van het openluchttheater bracht de eerder ongedacht geachte persconferentie geen enkele verrassing teweeg: “’s Middags hadden we al door dat het met name om het nachtleven zou gaan. Het Zuiderparktheater behoort daar niet toe. Ik heb de avond van de persconferentie daarom niet in de piepzak gezeten. Eerlijk gezegd heb ik er niet eens naar gekeken.”

In het Zuiderparktheater, het enige openluchttheater van Zuid-Holland, zijn alle plaatsen vaste zitplaatsen, duoplaatsen, dus met twee naast elkaar. “Als je in je eentje komt,” lacht Bakker, “heb je extra beenruimte!” Ook bij jeugdtheatervoorstellingen geldt die anderhalve meter-maatregel voor volwassenen, zegt ze, “maar kinderen tot 12 jaar mogen er tussenin.”

Een bezoek is veilig en verantwoord, vindt ze, want met vooraf een gezondheidscheck in de vorm van een vragenlijst, net zoals dat in de horeca gebruikelijk is, en op het terrein een parcours van eenrichtingsverkeer. “De enige beweging hier, is van zitplaats naar bar of toilet, en via de andere kant weer terug. Je ziet aan het afgelopen weekeinde dat iedereen zich prima aan de maatregelen houdt.”

Vernieuwd
Wie als trouwe bezoeker het terrein betreedt zal vernieuwingen aanschouwen. Er is bij de entree een nieuwe kassa-unit gebouwd en door snoeiwerk een intiem bosterras gecreëerd.

Ook staan er nieuwe picknickbanken en aan weerzijden van het podium zijn nieuwe barcontainers gekomen. De kilometers aan tribunebanken zijn eerst stuk voor stuk losgeschroefd en daarna geschuurd, gebeitst en teruggeplaatst. Het podiumdek is geëgaliseerd en opnieuw geverfd.

Programma
Bekende namen te over op het programma, zoals ‘Zuiderpark Live’, met komen weekeinde Milow en de Nederlands-Dominicaanse Rolf Sanchez. De week daarna is het bal met DeWolff en de Haagse band Son Mieux, die een thuiswedstrijd speelt, en is er de lachshow van cabaretier Guido Weijers. “En Sjaak Bral viert bij ons zijn 25-jarige jubileum in het vak,” zegt Bakker trots. Dan is er ’Den Haag Inside Out’ (voor 16+), een voorzetting van het programma dat ook in de kerstvakantie hoge ogen gooide, “met veel aandacht voor ‘urban’ en met workshops.”

Vanaf 20 juli is er op dinsdagen, woensdagen donderdagen het gratis te bezoeken programma ‘Zuiderpark Vakantiepark’. “Mensen uit de wijk gaan verschillende onderdelen van het programma organiseren,” vertelt Bakker, “met veel aandacht voor cultuur, maar ook met sport en spel. Ook zijn er Parade-achtige installaties, denk aan kunstzinnig relaxen in de enige echte mini-relaxerette, aan een Applausdouche en aan een Hamsterrad voor volwassenen. Zodra je daarin staat gaat een elpee spelen, en hoe sneller jij loopt hoe sneller de plaat gaat draaien! In de Supermoon kun je met een koptelefoon op een verhaaltje beluisteren.

Verder is het hele terrein aangekleed met hangmatten, is er een Parkbibliotheek, en een heuse caravan. En we krijgen een brugvlot dat ons eiland nog beter bereikbaar maakt. Voor Hagenaars die niet naar het buitenland gaan voor hun vakantie maar toch in eigen stad wat leuks willen doen, is dit programma geknipt.” Tot en met 5 september is het programma nu rond, besluit Bakker.

Meer informatie: www.zuiderpartheater.nl

Vermaak op afstand

De Parade zuchtend van opluchting de zomer in

Rondreizend theaterfestival heeft zich bijkans opnieuw uitgevonden. Dezer dagen is het neergestreken in het Westbroekpark. Verslaggever Eric Korsten schoof aan voor een voorproefje.

Op de plek waar de provisorische fietsenparkeerplaats was en is opgetrokken, nabij de brug aan de Cremerweg, is nu een als het ware kant-en-klaar schilderijtje opgekomen: een wuivend, roodbloeiend klaprozenveldje. Het ronde perkje dat daar in zijn eigen eenvoud en onschuld prijkt van romantiek is veiligheidshalve omheind met, nu nog blankhouten, paaltjes: het is een reservaat en dat moet beschermd worden.

Op microniveau illustreert het ook de gedaanteverandering die het rondreizende theatercircus De Parade het voorbije anderhalf jaar heeft ondergaan. Of beter: heeft moeten ondergaan.

Een terugkeer naar een uitbundige huidhonger laat op in het Westbroekpark nog even op zich wachten, want op het tijdelijke evenemententerrein wordt de stelregel van anderhalve meter onderlinge afstand tussen bezoekers gehanteerd: àlles voor een avondje uit op z’n veiligst. Je mág er rondlopen, maar omdat weinigen dat doen voel je je bekeken als je dat toch zou willen doen.

Bij binnenkomst oogt het terrein vertrouwd met de traditioneel voor de helft opengewerkte tenten, zoals De Reizende Schouwburg, Studio 7 en Hotel Vilé en, als culinair zenuwcentrum, het keukenkerkje van La Cantina. De antieke zweefmolen mag je pas na afloop van de voorstellingen in. Toch is het kermisveld in vergelijking met de laatste volwaardige editie (2019) met de helft gekrompen. In de afgeslankte versie staan minder tenten, onder meer Zaal 4, de extensie van Zaal 3 van Het Nationale Theater, is er deze editie niet bij.

Op een houten klapstoeltje en dito cafétafeltje zit de bezoeker tot aan het einde van het programma gekluisterd, waar je vroeger flanerend nog altijd wel wat bekenden tegen het lijf liep.

Maar ter verwelkoming en ophoging van de feestvreugde ligt daar wel alvast een verse Italiaanse bol geurend te pronken naast een kruidig botertje. Middels een ‘bestelapp’ op de telefoon te gebruiken kun je een keuze maken uit de drankenkaart. Zonderling is het aanzicht van af- en aanlopende geranten, obers en oberinnen die de verkozen drankjes in robuuste, stalen emmers aan de man brengen. Net als, later, de optocht die in een lange rij vanuit La Cantina het bidfood komt opdienen.

Ook de programmaformule van De Parade is onder handen genomen. Twee voorstellingen moeten online, vooraf, zijn geboekt. Ze spelen zich af in dezelfde tent. ‘Hoppen’ is er niet bij. Daarmee wordt de keuzestress van toen verplaatst naar de voorpret van de zitbank thuis. Je kunt kiezen tussen een ‘diner-programma’ dat om 17.00 uur begint, en voor ‘laatbloeiers’ is er het ‘late night’-programma (21.00 uur). De twee voorstellingen worden doorsneden door een diner, de beursvriendelijk bedoelde avondvariant biedt late-avondhapjes.

Als, na een poosje, de eerste voorstelling van start gaat, in dit geval die van stand-up philosopher en acteur Laura van Dolron, neemt ze, zoals alleen zij dat kan, haar gehoor (vooral grijzige bollen) mee naar enkele wondere en kwetsbare podiumervaringen die ze in het verleden had. Ze vertelt in haar drie kwartier durende eenvrouwsvoorstelling over bezoekers die haar onder werktijd hebben weten te inspireren.

‘Ik hou niet van theater,’ zo houdt ze het publiek voor, ‘maar van mensen die van theater houden.’ Gedurfde kwetsbaarheid in de toch doorgaans druistige atmosfeer van De Parade. Met een geconcentreerde luisteroefening naar ‘vallende stilte’ sluit ze haar sessie af.

De opmaat naar de tweede voorstelling bestaat uit canelloni gevuld met geroosterde aubergine en afgeblust met wilde spinazie, overgoten met gerookte mozzarella, Napolitaanse saus, parmezaan, pijnboompitten en een sliertje rucola. Een en ander is afkomstig uit de keuken van chef-kok Merijn van Berlo.

Het programma neemt met ‘KØT’ van mimegroep De Leedbewakers een luchtiger wending. Zodra op het kleine podium een grenswachterhuisje is ontsluierd, ontspint zich een tragikomische voorstelling. Drie robuuste grenswachters blijken daar, aan de rand van de wereld, te werken. In een vrijwel woordeloos en feest van absurdistische Tati-achtige slapstick laten deze Leedbewakers (Maurits van den Berg, Lisa Groothof en Steyn de Leeuwe) geregeld het buikje van bezoekers schudden van het lachen.

Als ten slotte het toetje (cheesecake met aardbeien en compote van rood fruit) is verorberd, zit het avondje Parade erop. Je kunt dan nog wel naar de zweefmolen. Het doet aan alsof je hebt mogen proeven van wat De Parade ooit was; aan de nieuwe opzet hield ik een enigszins zoetzure smaak over, als een afdronk waaraan het bouquet ontbreekt, de integere inspanningen van organisatoren en makers ten spijt. Misschien dat zodra de voorstellingen wél zijn volgeboekt de sfeer vanzelf meegroeit. Tip: neem iemand met je mee, anders zit je je soms wel lang in je eentje te amuseren.

De Parade, Westbroekpark 17.00 / 21.00 uur, tot en met zondag 18 juli 2021. Meer informatie: https://deparade.nl

De Parade komt naar je toe deze zomer

De Parade roert wederom de trom en dat doet het bijna als vanouds. Theater, muziek én circus worden nu geserveerd in keuzepakketten. En testen? Dat hoeft niet.

Al voor de 30e keer maakt het festival ‘parade’, zoals dat heet, door het ganse land. In Den Haag is het Westbroekpark wederom de ‘place to be’. Het gaat dit jaar wel een tikkeltje anders toe dan de afgelopen 30 jaar. Zo is het programma per dag opgeknipt in twee totaalpakketten van theater plus tafelen, een ‘diner’-variant om 17.00 uur en voor de laatbloeiers een ‘late night’-variant om 21.00 uur.

“Toen we vorig jaar te horen kregen dat De Parade niet door kon gaan, hielden we onder de noemer ‘De Parade gaat door’ een mini-Paradetje, bij Zaal 3 in Den Haag,” vertelt Nicole van Vessum, artistiek directeur van het festival. “Dat blijkt achteraf de basis voor de formule van dit jaar, alleen is het met vier tenten allemaal wat omvangrijker dan toen.”

En dus kun je dit jaar kiezen tussen een bezoek in de late middag slash vooravond (vanaf 17.00 uur), of juist later op de avond (vanaf 21.00 uur). Je ziet steeds twee voorgeselecteerde voorstellingen en daartussenin wordt een driegangendiner geserveerd of, bij de ‘late Night- editie’, een uitgebreide borrelgarnituur.

Mocht je op een avondvullende belevenis uit zijn, dan kun je twee pakketten op een en dezelfde dag kiezen.

Van Vessum treedt de veranderingen positief tegemoet. “Het is allemaal wat anders dan normaal – maar als bezoeker doe je eigenlijk alles wat je anders ook doet op De Parade. Alle ingrediënten zijn er.”

Luxe, noemt Van Vessum de aanpak. “Een verwenpakket eigenlijk. Voorstellingen, drank en spijzen komen naar je toe. Je wordt helemaal bediend. Iedere bezoeker heeft straks een vaste plaats in een van de tenten.” Blijven hangen mag. “Je kunt na afloop naar een terras,” lacht ze, “waar ook onze zweefmolen staat.”

Het culinaire ‘bidfood’ komt uit de keuken van chef-kok Merijn van Berlo, bekend van Paraderestaurant La Cantine. Menu’s verschillen per theatertent en in de avond zijn ook snacks te bestellen. Er wordt gewerkt met bio-industrie vrije producten. Vlees en gevogelte komt van binnen Europa en vis moet voldoen aan bio-normen. Alles wat geserveerd wordt is duurzaam gekweekt en bereid.

De aandacht voor het inwendige van de mens is gekoppeld aan weldaad voor de geest. “We zijn natuurlijk allereerst op aarde voor theater,” lacht Van Vessum. “Op het programma staan, net als in het verleden, vertrouwde gezichten zoals ander anderen Dick van den Toorn, Kees & Eddie en Ellen ten Damme, naast de jonge(re) gezichten van bijvoorbeeld Tarik Moree en Annica Muller. Daarbij hebben we geprobeerd te programmeren voor iedere portemonnee. Groot en klein naast elkaar.”

Hoogtepunten in Den Haag zijn, wat haar betreft, een nieuw programma van de Poezieboys rond Fritzi, volgens de site een gulle en talentvolle vrouw die prachtig kon schrijven en tekenen, die van kleine weerloze diertjes hield, grassprietbrieven schreef en walnoten beschilderde.

Van Vessum: “Poëzie toegankelijk maken voor jong en oud, in tijden van ontlezing,” prijst ze het Haagse duo. De Poezieboys zijn gekoppeld aan ISH, dat vier hiphopdansers laat bewegen op strakke beats van deejay Irie. Haar eigen keuze gaat ook uit naar de burleske voorstelling ‘Eins Zwei Schweinerei’ van Het Zuidelijk Toneel, waarin vijf acteurs een klas leerlingen, hun ouders en het lerarenkorps spelen. Voor de vertaling tekende Elsie de Brauw, die zelf ook meespeelt.

“Toon Lobach van Nederlands Dans Theater II staat bij ons met De Nachtdieren te dansen in ‘Lost Love Prologue’, en ik ben trots op Frank en René Groothof die ‘Circus Charms’ voor ons maken, met het live-orkest Seasession. Maar ook voor de originele stand-up philosophy van Laura van Dolron en Lucky Fonz III kom ik graag naar De Parade.”

Terugkijkend is ze verheugd dat het nu allemaal weer een beetje kán. “Omdat we niet gesubsidieerd zijn, was overleven best moeilijk. Gelukkig zijn gemeenten bijgesprongen, ook Den Haag. Daardoor hebben we bijvoorbeeld onze zzp’ ers  deels kunnen doorbetalen.”

Ze is trots op het feit dat ze de artiesten per optreden een vaststaand bedrag kan uitbetalen, ongeacht de kaartverkoop. “Voorheen was het aantal verkochte kaarten de bron van inkomsten voor een groep. Minder kaartjes was altijd minder inkomsten. Ik ben blij dat we ze zo, op onze manier, kunnen ondersteunen.”

De Parade, Westbroekpark, vrijdag 2 t/m zondag 18 juli 2021, 17.30 / 21.00 uur. Meer informatie: www.deparade.nl

‘Je moet jezelf in tweeën splitsen’

Serie Den Haag Centraal: Juweeltjes

Niek Takens over ‘De Jas’

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hun dierbaar is. Deze week: goochelaar Niek Takens over een legendarische act van Mini & Maxi: “Je moet jezelf in tweeën splitsen.”

Door Eric Korsten

“De act met de jas. Daar vind ik veel inspiratie in.” Niek Takens goochelt. Vanaf zijn 7e jaar al. Een bezoek aan de zomershow die Hans Klok toen had in attractiepark Duinrell leidde omstreeks die jonge leeftijd tot wat achteraf als een omslag in zijn leven kan worden beschouwd. Nu, op zijn 23e, behoort de Hagenaar tot de wereldtop. Met ‘de jas’ verwijst hij niet naar wat hij Klok toen zag doen, maar naar de wereldberoemde act van het Haagse theaterduo Mini & Maxi. “Voor het eerst zag ik die act een jaar of zeven geleden, als video op YouTube,” vertelt Takens. “Van Mini & Maxi had ik toen nog niet gehoord.”

Karel de Rooij (Mini) en Peter de Jong (Maxi) maakten zo’n vijftig jaar theater, op een manier zoals je die heden ten dage nauwelijks nog ziet. Hun werk stond vooral in de traditie van het muzikale variété. In hun succesnummer staan ze aan weerszijden van een kapstok met daaraan een lange jas en erbovenop een oubollige gleufhoed. Mini steekt zijn rechterarm door de rechter- en Maxi door de linkermouw van een muffige regenjas.

Klinkt logisch – maar het gevolg is dat ze hun armen aldoor gekruist moeten houden. Met een minimum aan theatrale middelen wekken ze vervolgens hun gelaat-loze personage tot leven. Takens: “Het gegeven is inderdaad simpel. Maar je hebt wel opeens drie personages voor je neus, terwijl je toch verdraaid goed weet dat maar twee mensen de act spelen. Het is pure magie. Geen gegoochel, eerder een soort van poppenspel.”

De scène moet het hebben van uiterst subtiele, gesmeerde handbewegingen. Hun personage, een dun mannetje, laten ze vloeiend verschillende handelingen uitvoeren, van handenwrijvend, duimendraaiend, bladerend door een tijdschrift tot rollebollend met een mobiele telefoon, ondertussen gekruist achterlangs de jas, allebei een gangster bril op de neus geprikt houden, en a cappella een deuntje ten beste geven.

Takens is vooral het schudden van speelkaarten bijgebleven. “Het is natuurlijk waanzinnig knap om het mannetje dat gecoördineerd te laten doen, ‘zijn’ handen behoren immers aan twéé mensen toe. Die moeten dus perfect op elkaar zijn ingespeeld, functioneren als één.”

Takens is de act gaan naspelen “want er was door corona toch veel tijd voorhanden”. Samen met collega Guyllaume Wibowo heeft hij dat plan opgevat, met het oog op wellicht een komende, nieuwe en gezamenlijke show. “Je moet jezelf in tweeën splitsen qua karakter,” heeft hij gemerkt, “je bent jezelf terwijl je naast de kapstok staat, maar bent ook de jas.”

Vanuit Italië kreeg hij na een post op sociale media al eens een belletje. Of hij daar in een tv-show met de ‘jas-act’ wilde optreden. Dat lag toen lastig, “want we hadden toen nog maar anderhalve minuut aan materiaal.”

Mini & Maxi gebruiken het goochelen om het ‘verhaal’ te verbeteren. “Het zijn theatermakers, geen goochelaars. Ze gebruiken elementen uit de magie als toegevoegde waarde. Bij het goochelen gaat het om de truc.” Hij wil dat ook gaan doen, de switch maken naar het goochelen als middel in plaats van doel.

Dat komt mooi uit, want De Rooij is tegenwoordig zijn vaste leermeester, waar hij als tiener gecoacht werd door grootmeester Ger Copper. Hagenaar De Rooij, bekend als voorvechter van circus en variété, treedt vaker op als coach slash eindregisseur, onder meer bij theatergroepen als de Ashton Brothers, Släpstick en Percossa. De Rooij organiseert optredens met zijn stichting Scala Variété aan Zee, voorheen in onder meer het Ketelhuis van Theater de Regentes.

Takens zou wel weer aan de bak willen. “Er staan nu weinig optredens in mijn agenda, helaas. Ik voel me soms als een acrobaat die maar moet zien te overleven. Vanzelf zie ik ernaar uit dat alles weer mag. Ik zou graag een keer in Den Haag een show geven met wat ik de laatste tijd heb ontwikkeld.”

Biografietje
Niek Takens won meermaals het Nederlands Kampioenschap en behaalde prijzen van Frankrijk, Italië en Engeland tot China (Shanghai en Beijing). Ook trad hij op in Las Vegas (VS), walhalla voor goochelaars. In 2017 werd hij Europese vicekampioen, en in 2018 zesde op het wereldkampioenschap te Busan (Zuid-Korea). Hij werkte met de Ashton Brothers in de shows Welcome to the Ashton Brothers en Ashtonia.

Credits
De ‘jas-act’ is, naast integrale shows van Mini & Maxi, onder meer te vinden op YouTube.

Paul van Vliet Academie in zwaar weer

Opleiding van de corona-regen in de drup

Een van de best bewaarde geheimen van Den Haag is dat het een theateropleiding binnen de stadspoorten heeft: de Paul van Vliet Academie, aan de Deventersestraat. ‘Maar nu kunnen we onze maag beter aan de kapstok hangen.’

Tien jaar! Waar is dat feestje? Maar na tien jaar van buffelen dreigt juist de coronablues. “We hebben hulp nodig,” legt directeur Evert de Vries van de Paul van Vliet Academie zijn kaarten op tafel. “Broodnodig. We voelen ons in de steek gelaten. ”

De reden? ‘Zijn’ academie dreigt in een blijvende ‘lockdown’ terecht te komen. “Wij zijn een particuliere opleiding,” doet hij uit de doeken. “Daardoor vallen we voor subsidies en gunsten vanuit de gemeente en de rijksoverheid steeds overal buiten. We houden al vanaf de start de eigen broek op. Maar nu blijken we ook buiten de boot te vallen bij steunmaatregelen voor gedupeerden van Covid-19. Toen wij bij de gemeente Den Haag hengelden naar kwijtschelding of tegemoetkoming in de huursom, werden we het bos in gestuurd,” zo omschrijft hij zijn gemoed.

Pas nu, na de schriftelijke noodkreet annex smeekbede die hij onlangs zijn netwerk stuurde en de publicaties die dat al her en der opleverde, lijkt er bij de gemeente wat beweging in de zaak te komen, vertelt hij. “We hebben net weer een stapel brieven de duur uit waar onder een naar de burgemeester en wethouders. En we overwegen Paul van Vliet in te zetten als breekijzer.”

De academie van naamlener Paul van Vliet staat het water meer dan aan de lippen, en zo ook haar docenten, maar haar studenten – deze leergang zijn dat er 12 – misschien nog het meest. “Ze kunnen niet naar school en met vakken als stembeheersing en bewegingslessen is online lesgeven geen optie.”

Buiten het verlies aan studietempo staan de meeste studenten opeens voor een acuut inkomensprobleem. Ter adstructie: De parttime variant duurt vier jaar en kost zo’n € 4.500,- per schooljaar, de fulltime variant duurt drie jaar en kost € 7.500,- per jaar. “De meesten hebben bijbaantjes om de opleiding te bekostigen,” weet De Vries. “Natuurlijk schieten we ze in financieel opzicht te hulp als en voor zover dat kan. Maar intussen raken we wel snel door onze reserves heen.”

Autodidact
De academie leidt op tot cabaretier, kleinkunstenaar en entertainer. Schoolopleiding doet er niet echt toe, doceert De Vries. “Op school kun je lager zijn uitgekomen door bijvoorbeeld dyslexie, op het podium is dat totaal geen probleem.”

Voor toelating volstaat daarom een motivatiebrief met pasfoto, en een gesprek, op uitnodiging. “Dat is meestal voldoende om naar het eerste jaar te mogen.”

Dus geen zenuwslopende auditie of dure, voorbereidende cursussen die niets garanderen. “Wel meteen een jaar lang de volledige, zware, vaktechnische en creatieve basistraining door docenten die zelf in het vak werkzaam zijn, onder supervisie van grootmeester Paul van Vliet, die nu en dan ook zelf voor de klas staat en afstudeerders persoonlijk begeleidt. Je krijgt hier van alles toegeschoven.”

Opleiding is op zichzelf geen garantie voor een succesvolle loopbaan op de planken. De Vries verwijst naar autodidacten als Youp van ’t Hek, Freek de Jonge, Herman van Veen en, over Den Haag sprekend, Sjaak Bral. “Maar het is wel fijn om basisvaardigheden aangereikt te krijgen, zo weet ook Paul van Vliet, die na zijn sketch over ‘Majoor Kees’ stemproblemen ondervond, en pas toen stemlessen nam.

Kennismakingsdag
Voorlopig is het de vraag of de traditionele kennismakingsmaand die traditiegetrouw in maart maar  naar mei verplaatst is, straks doorgang kan vinden. “Op alle zaterdagen van die maand organiseren we dat nieuwe kandidaten het lesrooster kunnen volgen, om er te kunnen ruiken aan het vak en aan onze academie. Hopelijk gaat dat lukken.”

Steunactie t.b.v. Paul van Vliet Academie. Meer informatie: www.paulvanvlietacademie.nl

Online kunst: ramp of redding?

‘Pixelkunst’ in tijden van ‘lockdown light’

Maak van binnenblijven een feest! Wat hebben Haagse kunstinstellingen voor thuisblijvers in petto?

Voorpret is voorzorg geworden. Theaters en musea zijn wederom het haasje, en nog zeker een weekje potdicht. En dus is online weer ‘aan’. De zogeheten ‘intelligente lockdown’ van dit voorjaar heeft geleerd dat de platte online ervaring – met een in vloeibare kristallen gedompelde dubbele glasplaat tussen kijker en kunstbeleving in – niet kan tippen aan ‘the real thing’: tegen over elkaar heen buitelende verflagen in 3D, zwetende dansers, extatische musici, fluisterstille acteurs in een theater- of concertzaal… kunnen de kille nullen en enen van het computerscherm nooit en te nimmer op. Toch ontstonden dit voorjaar aardige initiatieven. Nu, koud een half jaar verder, bloeit het nieuwe ‘genre’, langzaam maar gestaag.

Musea hebben het online makkelijker dan theaters. Musea zijn collecties, verzamelplaatsen van in principe aërosolvrije stilstaande beelden, vaak vervat in de vorm van een tentoonstelling. Dat overwegend statische geheel is relatief eenvoudig online te vangen.

Zo is komende zondagmiddag, 15.30 uur het Mauritshuis het decor voor een digitale live rondleiding langs topstukken van het museum. In het tijdsbestek van één uur trekken krijg je er nog een aardig praatje bij, plus de mogelijkheid om live vragen te stellen. Martine Gosselink, directeur Mauritshuis op de website: “Sinds afgelopen maart zijn we actief met 3D-tours en kinderactiviteiten voor thuis. Nu gaan we een stapje verder met een echte live rondleiding. Het liefst bekijk je onze kunstwerken natuurlijk in het echt, maar gelukkig zijn er ook heel veel manieren om thuis van de collectie van het Mauritshuis te genieten. Ontdek het beste uit de tijd van Rembrandt en Vermeer thuis op de bank.”

Het Maurtitshuis heeft ook online workshops beschikbaar en je kunt er luisteren naar schilderijen in het project ‘Bekijk het Mauritshuis met je oren’. Spinvis, Harrie Jekkers, Eva Jinek, Abdelkader Benali, Pat Smith en anderen lieten zich inspireren door topstukken uit de collectie. Meer dan de moeite waard is ook de app ‘Second Canvas’ waarmee je schilderijen uit de collectie thuis kunt bekijken in en extreem hoge resolutie.

Ook het Kunstmuseum zit ruim in het online aanbod, van minitentoonstellingen tot virtuele tours, zoals rond de actuele opstelling van Anders Zorn, evenals ‘Kunst in de wereld van de islam’, en ‘Vincent van Gogh & Paul Signac’. Het naburige Fotomuseum Den Haag doet een duit in het digitale zakje met filmpjes van rondleidingen langs onder meer Eddy Posthuma de Boer en Helena van der Kraan.

Ook Panorama Mesdag gaat digitaal steeds meer overstag. Zo is er via de eigen site een audiotour-met-beeld te beluisteren rond de museumcollectie, evenals van de lopende tentoonstelling ‘CANDID’. Ook kun je een virtuele duik nemen in het cilindrische Panorama zelf, en kun je daarbij zelf inzoomen op details van het doek. ‘Concullega’ de Mesdag Collectie heeft ook een mogelijkheid gecreëerd om online in te zoomen op topstukken uit de eigen collectie.

Theater
Waar musea gezegend zijn met opstellingen die weken-, soms maandenlang zonder mankeren meekunnen, zijn theaters doorgaans iedere week standplaats voor zo’n drie of vier verschillende voorstellingen. Die variatie maakt het lastig om, zoals nu, op stel en sprong een online aanbod te hebben. Belangrijker nog is dat theaters plekken zijn waar kunst ‘levend’ wordt opgediend. Na een optreden of voorstelling resteert doorgaans niet meer dan herinnering, foto, affiche of, en in steeds meer gevallen, een videoregistratie – meestentijds bedoeld voor eigen, intern gebruik. Tikkeltje jammer misschien dat laatste, maar zo’n ad hoc verslag kan nu eenmaal niet tippen aan een professionele, tv-waardige registratie met zijn close-ups, goed geluid (spraak!) en een puike montage. Maar dat is wel wat het publiek wil.

Nederlands Dans Theater heeft daar sinds de première van het programma Endlessly Free in september wat op gevonden door de fysieke voorstellingen (ook) aan te bieden via een livestream, en dat in een professioneel gefilmd format. De voorbije voorstellingen van Dare to Say (NDT2) in het voorbije weekeinde waren zelfs exclusief via livestreams te zien. Het is bovendien een mogelijkheid – en verdienmodel? – om wereldwijd het danspubliek te bedienen. “NDT is blij om zijn voorstellingen via deze digitale weg te kunnen aanbieden. Met intiem en nauwkeurig camerawerk ambieert het gezelschap zijn publiek van een digitale ervaring te voorzien die de NDT-creaties dichterbij de kijker brengt,” vermeldt de site.

Het Nationale Theater heeft geen livestream of registratie paraat, en ook al geen online estafette-vertelling. Dat is te betreuren want de uitmuntende serie ‘Het Nationale Theater speelt altijd’ zou daar geknipt voor zijn. Hier laten de publieke landelijke en regionale omroepen misschien ook een steekje vallen trouwens. De gastgezelschappen die er deze maand geprogrammeerd waren, bieden slechts mondjesmaat online uitkomst. Pas ergens eind november, als theaters hopelijk en waarschijnlijk weer voor maximaal dertig bezoekers opengesteld zijn, is op dat vlak wat te beleven. Daaronder het debatprogramma We need to talk dat in samenwerking met kunstinstelling Nest tot stand komt. Bij de voorstelling Swan Lake op 6 december bieden Club Guy and Roni samen met Slagwerk Den Haag een online game aan, die je ook nu al kunt spelen in hun NITE Hotel. En ten slotte is er nog de Politieke Eindejaarsshow op 15 december die je digitaal kunt volgen.

Je kunt ook besluiten je laptop dicht te klappen en, zomaar een dwarsstraat, het Hemels Gewelf van James Turrell aan de Machiel Vrijenhoeklaan bezoeken. Een buitenaardse ervaring. Of eens een boek lezen, da’s sowieso een win-winsituatie want is het schrijven van een boek een ware kunst, het lezen is dat ook. Wees dus zelf een kunstenaar! Voor digitale diehards: een boek lezen kan ook online, gewoon via de bibliotheek.

‘Blij dat we weer van start zijn’

Rijswijkse Schouwburg viert dertig jaar

‘30 jaar!’, wapperen de banieren je vanaf de voorplecht van de Rijswijkse Schouwburg fier tegemoet. Geen uitgesteld feestje, maar toch eventjes pas op de plaats. De nieuwe tweekoppige leiding trad op 1 maart aan en kon vrijwel meteen daarna op slot, om drie maanden later weer vol aan de bak te gaan.

Even wisselen ze een blik van verstandhouding, zetten het vervolgens op een dun, enigszins ingehouden en besmuikt lachen. Of ze al onder alle commotie van corona al wat aan elkaar gewend geraakt zijn, zo luidde de vraag. Hoewel de tweekoppige, vrouwelijke directie al een half jaartje opereert, is er nauwelijks nog gelegenheid geweest om samen ook maar een wijntje te drinken in de ruime foyer van ‘hun’ Rijswijkse Schouwburg, zo vatten algemeen directeur Renée van Ingen en artistiek directeur Shirley Constapel hun onderlinge werkrelatie samen. Want welgeteld een paar dagen na hun start als leidersduo gooide corona ook in Rijswijk roet in het eten en werd er vooral ‘gezoomd’. En het lijkt erop dat het nietige maar machtige smetstofje nog wel even een blijvertje is.

“We moesten in maart eerst alles annuleren,” kijkt Constapel terug tijdens het gesprek dat in de foyer plaats heeft. “Niemand kon immers voorzien hoe het verder zou gaan – en nog altijd is dat zo. in juni konden we vervolgens van voren af aan weer opnieuw beginnen aan de programmering voor 2020-2021, ook al voelde dat soms als hordeloper met een blinddoek voor.”

Dat hadden ze bij hun aftrap natuurlijk wel even anders voor ogen, met het feestelijke dertigste seizoen van de Rijswijkse Schouwburg in aantocht. “Maar we zijn blij dat we weer van start zijn, dat we ons publiek bij wijze van spreken vanouds met open armen kunnen ontvangen, en dat we in staat zijn dat te doen met een volwaardig en breed programma van zo’n honderdvijftig uiteenlopende voorstellingen.”

De inderhaast gefabriceerde seizoensbrochure laat musical (o.a. het Rijswijks Jeugdtheater) en jeugdtheater zien, toneel (o.a. Saskia Temmink met ‘Doet Sneeuw Pijn’ en Toneelgroep Maastricht), cabaret (o.a. Eva Crutzen en Wim Daniëls) en muziek (o.a. Stef Bos en Dennis van Aarssen) .

Elan
Met het koppel Ingen-Constapel is nieuw elan de Rijswijkse Schouwburg binnengestroomd, al is dat dan nu misschien niet meteen volledig toonbaar noch te verzilveren als gevolg van de beperkende bestaande beperkende maatregelen. Maar de geestdrift is er welzeker en laat zich intussen al aflezen aan de vondst van onder meer het uit nood geboren ‘klapstoelcabaret’ dat begin september een plaats heeft gekregen in de buitenlucht, pal aan de kade van de lommerrijke, rustieke vijver die aan de schouwburg grenst. In de toekomst krijgt dat initiatief wellicht een vervolg. Maar het enthousiasme is ook zichtbaar in workshops die worden aangeboden en aan de deelname aan de Week van de Eenzaamheid, een project waarin ouderen met bussen eerst opgehaald en daarna thuisgebracht worden bij een bezoek aan de Generaal Spoorlaan, vestigingsadres van de schouwburg. “Maar nog het meest kun je het afmeten aan ons filmtheater, een gloednieuw initiatief,” zegt Renée van Ingen.“De grote zaal wordt op gezette tijden omgetoverd tot bioscoop: het Rijswijks Filmtheater. Er zijn filmklassiekers en recente kaskrakers geboekt als ‘Joker’, ‘The Lion King’, ‘Jaws’, en ‘Aladdin’, maar in de toekomst willen we in de programmering een steviger verankerde plek voor film gaan inrichten en ook breder op filmtitels programmeren.”

Reuring
“We willen veel meer mensen over de vloer, meer reuring teweeg brengen. We gaan dat doen door meer om de voorstellingen heen te organiseren, denk daarbij aan voor- en nagesprekken en bijvoorbeeld ontvangsten in de foyer. Want daar hebben we flink de ruimte. Maar voor meer reuring is het nu natuurlijk wel een lastige tijd.”

Laat ze daar in Rijswijk maar lekker schuiven. De eerste stappen op weg naar een nieuw profiel zijn gezet. En voor Hagenaars die een bepaalde voorstelling om welke reden dan ook in eigen stad hebben gemist of de rust en ruimte van de Rijswijkse Schouwburg prefereren is de ‘streekschouwburg’ natuurlijk een fijne plek om bij de hand te hebben, ook al is dat dan in eerste instantie misschien als ‘overlooptheater’. Meer informatie: www.rijswijkseschouwburg.nl

6 miljoen voor Herstelfonds cultuur

Gemeentelijke reddingsboei voor Haagse kunstinstellingen

Den Haag trekt 6 miljoen euro uit voor een Herstelfonds cultuur. “We gaan de schade opnemen,” zegt verantwoordelijk cultuurwethouder Van Asten. “En het schadebedrag wordt dan in principe vergoed.”

“De sector is hard getroffen”, legt de D66-cultuurwethouder uit. “We hebben daarom gekeken naar de schade die instellingen oplopen. Als gevolg van de COVID-19 maatregelen konden veel activiteiten geen doorgang vinden. Maar vaak zijn er voorbereidingskosten gemaakt en verplichtingen aangegaan om deze activiteiten mogelijk te maken. Nu daar geen of minder publieksinkomsten tegenover staan, leidt dat bij veel instellingen tot een aantoonbaar exploitatietekort.” De schade die daaruit voortvloeit kan nu voor een deel worden verhaald op de regeling voor het Herstelfonds.

Het doel is om het rijke aanbod aan kunst en cultuur in de stad overeind te houden. In aanmerking voor de regeling komen instellingen uit het huidige en aankomende Meerjarenbeleidsplan voor kunst en cultuur.

Dat betekent dat instellingen die uit de projectenpot van de gemeente een bijdrage hebben ontvangen vooralsnog het nakijken hebben, evenals particuliere musea als Panorama Mesdag, Beelden aan Zee en bijvoorbeeld Omniversum er geen beroep op kunnen doen. “We hebben ze wel in het vizier, maar niet in deze regeling kunnen meenemen. Maar we bekijken graag wat we samen met de al bestaande regelingen voor ze kunnen betekenen, bijvoorbeeld in samenwerking met het provinciebestuur.”

De regeling in twee tranches gaat daarbij uit van het verplicht inzetten van een deel van het eigen vermogen van de aanvragende kunstinstellingen – de zogeheten algemene reserves, voor zover die er zijn – en is per saldo een aanvulling op eerdere, gemeentelijke en landelijke regelingen waaronder de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (de NOW).

“Zes miljoen euro klinkt op het eerste oog weinig,” zegt Van Asten, “maar juist omdat er al verschillende regelingen zijn ingeroepen zijn we op dit schadebedrag uitgekomen.”

Het ingerichte Herstelfonds ten spijt kan niet alles en iedereen gered worden, weet ook Van Asten. “Het wordt sowieso voor iedereen sappelen, ook voor de gemeente die zelf flink in de eigen reserves moet duiken.”

Signalen van instellingen die op dit moment op ‘omvallen’ staan heeft Van Asten niet. “Maar met name voor kleinere instellingen komt eigenlijk iedere klap keihard aan. Daar is de kas al niet groot.”

Samen lachen is topsport

The Hague Beach Stadium meets cabaret

Lach je fit! Graag! Maar hoe dan? The Hague Beach Stadium legt zich toe op de zeldzaam vertoonde maar pre-Olympische combinatie van cultuur en sport. Ofwel: Afzien door te ‘lachuuh’.

Zijn hele leven bij elkaar heeft hij, nou, welgeteld, drie keer buikpijn van het lachen gehad. Drie keer schuddebuiken. Dus ja, of dat in een heel mensenleven nou ook echt wat qua ‘workout’ oplevert? Hij bedoelt maar te zeggen. Maar de aanwezigheid, straks, van bodybuilderbeest Hayrich Juliana, in zijn nabijheid, da’s wel even andere koek.

The Hague Beach Stadium, de Haagse buitensporttempel die in 2007 op het Scheveningse strand werd opgeworpen, heeft een serie Lach je fit ingericht op het mulle strandzand. Zondag 26 juli maakt cabaretier en erkend lachkanon Erik van Muiswinkel daar zijn opwachting.

Hij is het arenatype allerminst vreemd. Zijn meest dramatische stadionervaring? In 1995, in poptempel Rotterdams Kuip. Doodweg in slaap gesukkeld. Terwijl toch de Rolling Stones er met hun onverstoorbare decibellen ongenadig huishielden. “Verdienstelijk hè? Ik werd wakker doordat mensen vanuit de tweede ring op me neer piesten,” weet Erik van Muiswinkel zich nog als de dag van gisteren en in geuren en kleuren te herinneren van wat hij noemt een ouwelullenconcert.

Andersom, zijn hosanna-moment in een stadion, was toen hij in 2017 op de laatste thuiswedstrijd van PSV, verkleed en uitgedost als zijn alter ego, oud-voorzitter Harry van Raaij, vanuit de witgekalkte middenstip en met Van Raaij zelve in zijn kielzog, in het stadion van Lampenstad een voorproefje gaf van de musical ‘Geheimen van de Herdgang’. Die stond op stapel met het oog op het eeuwjaar van de plaatselijke voetbalploeg. Van Muiswinkel: “Met Frank Lammers en Remco Vrijdag,.”

Van Muiswinkel lacht: “Toen was ik nog het dichtst bij ‘stardom’, bij mijn ‘claim to fame’. Maar helaas werd die musical geannuleerd, eigenlijk uit puur financieel wanbeheer.” Ook voelde hij zich even ‘het mannetje’ toen in 1987 zijn evergreen ‘Kopje Koffie’ in de Kuip ten beste werd gegeven door Nol Haven van VOF De Kunst. “Ik zat in het publiek en ik kon de tekst door heel het stadion horen golven!”

Voor het overige is hij geen bijster frequent stadionbeoefenaar. “Van popconcerten in voetbalstadions houd ik niet, verder dan alleen een enkele keer naar Nederlands elftal, Ajax of PSV, en in vroeger jaren Haarlem, ga ik nooit.”

Bekend met The Hague Beach Stadium en het centrecourt van 30 x 40 meter is hij tot nu toe alleen van foto’s. Wel heeft hij ervaring opgedaan met het stadiontype: “In Utrecht heb ik opgetreden toen in 2018 op de Neude een Beach Stadium was opgericht.”

Spel
In Nederland zijn sporters en sporten altijd slecht behandeld, zo meent hij, “want alles hier is door voetbal omver geblazen. Alleen voor wielrennen is daarnaast enige belangstelling. Toch is wat bij tafeltennis-, volleybal- of pakweg schaatsenwedstrijden gebeurt, bijzonder om mee te maken.”

Al spreekt Van Muiswinkel graag over sport – hijzelf is nou niet bepaald een fanatiek sporter. “Ik bezoek de sportschool om de hoek, maar na twintig minuten hengsten moeten mijn spieren minstens een week voluit herstellen.” Hij vindt het een merkwaardig fenomeen: “In de sportschool strijd je tegen jezelf, er is geen tegenstander te bekennen. Maar sport is in de eerste plaats spel. Zoals je een tegenstander verslaat bij Mens erger je niet.”

Voor de calorierijke ‘workout’ voor de lachspieren die The Hague Beach Stadium belooft, vormt hij een gelegenheidskoppel met bodybuilder Hayrich Juliana, Curaçao’s meest fitte, in 2016 tot sterkste uitgeroepen man.

Maar, zegt Van Muiswinkel, Juliana krijgt nu een geduchte tegenstander tegenover zich “en dat ben ik. Want ik ga de boel afleiden. Ik ga vertellen wat ik voor me zie aan wat mensen aan het proberen zijn, wat ik van zijn beroep vind en hoe hij eruit ziet. En ik ga aantonen dat woorden veel sterker zijn, meer pijn doen dan spieren. Maar het moet wel comedy zijn, mensen moeten flink kunnen lachen, met Hayrich trainingsprogramma in petto. Maar wel moet iedereen echt aan de bak.”

‘Lach je fit’, The Hague Beach Stadium, met op 12 juli Howard Komproe + Errol Esajas; 19 juli Najib Amhali + Fuad Hassen;  26 juli met Erik van Muiswinkel + Hayrich Juliana; en 2 augustus met Sanne Wallis de Vries. Meer informatie: http://www.beachstadium.com

Winnaars en verliezers zijn er – altijd en overal

Haagse grootverdieners in kunst & cultuur

Iedere crisis kent winnaars en verliezers. De verliezers waren vaak altijd al de verliezers.

Door Eric Korsten

De bezoldiging van de top van culturele instellingen is gebonden aan de zogeheten Balkenendenorm. Nu zij extra overheidssteun verwachten, valt de salariëring van hun topmensen extra op. Een rondje langs Haagse velden.

De Haagse culturele sector kan financiële steun van de gemeente tegemoet zien. Wethouder Robert van Asten gaat ‘daar waar gevraagd’ meebetalen aan het noodpakket van 300 miljoen dat cultuurminister Van Engelshoven namens het kabinet beschikbaar stelde. Naar schatting lijdt de Haagse culturele sector 21 miljoen schade in 2020. “Uiteraard hebben wij ook aandacht voor de organisaties die niet onder dit pakket vallen. Wij zien ook het grote belang van deze organisaties voor de stad,” aldus de cultuurwethouder.

Half maart ging de knop voor theaters noodgedwongen op uit. Een letterlijk avondje ‘uit’. Directies van kunstinstellingen waren en zijn niet te benijden, want hoe loods je je gezelschap of instelling dezer dagen nog naar veilig water?

Maar daar waar instellingen in voorstellingen en tentoonstellingen vaak en veelvuldig moraalridderlijk maatschappelijk engagement belijden, misstanden aan de kaak stellen en weeffouten in economische systemen aanhalen, waren zij er zelf meteen bij om freelancers, oproepkrachten en andere flexwerkers-vaak-tegen-wil-en-dank collectief en acuut op zwart zaad te zetten. Denk aan technici, ontwerpers, horecakrachten en ja, soms ook hun eigen artiesten en kunstenaars.

Natuurlijk vinden hun directies dat een hard gelag en leven in woord met ze mee. Maar ondertussen hebben vele van deze algemeen, zakelijk en / of artistiek directeuren het zelf helemáál niet zo moeilijk. Vooral niet als het om hun eigen salarisstrookje gaat. Ondertussen hebben ze via de Werkgevers Nederlandse Podia uitstel aangevraagd voor de CAO die onlangs voor hun personeel is afgesloten, na zes jaar van loonstilstand. Fnuikend voor de beeldvorming in de huidige mondkapjesmaatschappij.

Daar komt bij dat een eigenstandige daad van solidariteit van hun kant vooralsnog is uitgebleven. Waar grootverdieners als KLM of Booking.com moeten inleveren in ruil voor steun aan hun bedrijf, levert, bijvoorbeeld, de ‘CEO’ van Ford op eigen initiatief de helft van zijn loon in, en ook een handjevol topvoetballers levert ‘vrijwillig’ in, zou je wellicht een gebaar verwachten uit hun hoek. Toch horen we, tot nu toe, niet van enige solidariteitswroeging. Het zou hen tot eer strekken als directies de belastingbetaler publiekelijk dan wel via hun Ondernemingsraad ons informeren.

Vergeet ook niet dat vele ‘cultuurondernemers’ buiten hun functie om nog eigen bedrijfjes hebben. Een artistiek leider die en passant ook choreograaf kan, bijvoorbeeld, rekenen een gage voor zijn creatie. En krijgt ook geld in het geval van een heropvoering, bij het gezelschap waarvoor hij / zij die choreografie maakte, dan wel bij welk ander gezelschap ook. En zo zijn er veel ‘neveninkomsten’ van alreeds grootverdieners.

Het Cultureel Persbureau heeft een ‘quickscan’ gedaan aan de hand van een aantal openbare jaarverslagen. Hoewel openbaarheid van het jaarverslag verplicht is, blijkt niet elke instelling even transparant. Zo publiceren het Holland Dance Festival en het Literatuurmuseum niets over hun ‘topfunctionarissen’ (al verdiende Holland Dance Festival- directeur Samuel Wuersten bij onderwijsinstelling Codarts in 2018 ruim € 79.000 voor een 0,6 FTE-aanstelling als Director (inter)national Relations and Career Development, en was hij naast het Holland Dance Festival ook werkzaam als artistiek directeur van Bachelor Contemporary Dance in Zürich).

Het Kunstmuseum (voorheen Gemeentemuseum) noteert over de bezoldiging van de beide directeuren Benno Tempel en Hans Buurman niet anders dan dat ze lager zijn dan in de Wet Normering Topinkomens (WNT) staat, in de volksmond de ‘Balkenende-norm’ van € 187.000.

Voor Korzo geldt dat van de gepubliceerde jaarcijfers alleen pagina 7 van de balans is opgenomen (pagina 7) en een summier overzicht van baten en lasten. Net als Diligentia wordt daar alleen vermeld dat de beloning van de directeur/bestuurder wordt betaald conform de Cao Toneel en Dans en binnen de Wet Normering Topinkomens (WNT) valt.

De bezoldiging van directies wordt overigens bepaald door de Raad van Toezicht van hun bedrijf, en die is op zijn beurt gehouden aan de Governance Code Cultuur. Onderdeel daarvan is de Balkenendenorm. Overigens behoren de topsalarissen uit het Haagse nationaal gezien niet tot de top waar vaak een tandje méér wordt verdiend. Koploper is Nationale Opera & Ballet, waar twee van de drie bestuurders tot boven de Balkenendenorm bezoldigd worden.

Een greep uit jaarverslagen (het bruto modale inkomen van de Nederlander in 2018 lag op € 34.500):

kader:
Verdiensten directeuren cultuursector in euro’s (2018)

Persoon, instelling                                                         Salaris                 Jaar

Emilie Gordenker, Mauritshuis *                             € 178.426            2018
Marieke Schoenmakers, KABK Den Haag            € 152.927             2018
Henk Scholten, Zuiderstrandtheater *                    € 151.651             2018
Janine Dijkmeijer, Nederlands Dans Theater *      € 148.317             2018
Lidy klein Gunnewiek, Het Nationale Theater         € 143.746             2019
Cees Debets, Het Nationale Theater                     € 142.906             2019
Sven Arne Tepl, Residentie Orkest                        € 131.290             2018
Paul Lightfoot, Nederlands Dans Theater              € 118.041             2018
Eric de Vroedt, Het Nationale Theater                    € 109.840             2019

Alternatief lijstje (cumulatief)
Amare (NDT, RO, Zuiderstrand)                                              € 548.000
Het Nationale Theater                                                 € 395.000

* Deze functionarissen zijn inmiddels vertrokken bij de genoemde organisatie. Er is geen reden om aan te nemen dat hun opvolgers veel ‘goedkoper’ zijn.