Dansen op een (te) dun koord

Reddingsplan kunst & cultuur Den Haag

Cultureel Den Haag staat het water aan de lippen, snakt naar een lokaal noodfonds, ook al kunnen ze dan binnenkort mondjesmaat van het slot. Hoe gaat dan een noodfonds er voor Den Haag uitzien? ‘We moeten zorgen voor een goede startpositie voor de nieuwe kunstenplanperiode.’

Alweer twee maanden staan culturele instellingen in Den Haag kurkdroog – en stilaan op omvallen – ook al mogen ze dan vanaf 1 juni sluipsgewijs weer open. Na een tijdje schijndood mogen theaters en musea weer van de grendel. Eerst, over een kleine drie weken, voor maximaal dertig bezoekers per zaal, inclusief personeel (!). Per 1 juli, juist als de meeste theaters traditioneel op zomerslot gaan, mag dat voor maximaal honderd personen, afhankelijk van het vloeroppervlak.

IJsbloempjes in de zomer zijn het, sterfhuisconstructies in slow motion. De ‘tent’ dicht houden is soms gezonder. Dat wil zeggen: met 20 mei als ‘decision day’, want heropening kan alleen doorgaan als het aantal besmettingen niet toch weer oploopt. Bezoekers moeten afstandsregels in acht nemen en mogen alleen ‘op afspraak’ komen, uit opsporingsmotieven. Dat geldt voor vestzaktheater Branoul maar ook voor het gigant Afas Circustheater, voor Museum Bredius en Kunstmuseum.

Open gaan is zo een vrijwel structureel verliesgevende operatie. Onderwijl brengt de invoering en handhaving van ‘afstand houden’ extra kosten met zich mee en blijven vaste en personeelskosten doortikken, waaronder de uitbetaling van vakantiegeld, eind mei. De bodem van menig bedrijfskas raakt zo al snel in zicht.

De stad heeft zelf intussen ook de bodem van de schatkist binnen handbereik – de als godsgeschenk omarmde zogeheten Eneco-gelden die de stad € 675 miljoen euromuntjes opleverde, ten spijt. Want buiten onroerende zaakbelasting en bijvoorbeeld afvalstoffenheffing zijn er nauwelijks nog inkomsten uit parkeergelden of toeristenbelasting. Sterker: er zijn juist ‘meerkosten’ aan sociale uitkeringen.

Natuurlijk kunnen instellingen in Den Haag gebruikmaken van de landelijke NOW-regeling (loonkostenvergoeding tot maximaal 90 procent). En is de stad ertoe overgegaan om gemeentelijke kunst- en cultuurinstellingen uitstel te verlenen van het betalen van huurpenningen, voor zover dan het betreffende pand in bezit is van de gemeente, het bevoorschotten van subsidies en het flexibel omgaan met prestatie-eisen.

Jan Zoet, directeur van Zuiderstrandtheater / Amare en voorzitter van belangenorganisatie Kunsten ’92 stelt vast: “Maar later slaat uitgestelde huur als een boemerang op de instellingen terug.”

Cultuurwethouder Van Asten heeft de schade opgenomen die de culturele sector van Den Haag momenteel oploopt. Die bedraagt ongeveer € 21 miljoen in 2020. “Als we hier de algemene maatregelen van het Rijk bij verrekenen dan resteert er onder de streep een verwacht tekort van € 12 miljoen euro. Onder voorbehoud, want we weten ook niet precies hoe alles verder verloopt dit jaar en wat de anderhalvemetersamenleving de instellingen gaat kosten. Hierover blijven we in nauw contact met de instellingen.”

Cultuurminister Van Engelshoven gaf in de Kamer aan dat ‘haar’ 300 miljoen euro Rijksgeld niet genoeg is om de cultuursector door de coronacrisis te helpen. Van dat bedrag is 30 miljoen bedoeld voor lokaal beleid: voor de ondersteuning van de ‘cruciale regionale infrastructuur’.

Zoet: “De minister stelde daarbij als voorwaarde dat een gemeente dan eenzelfde bedrag bijlegt. Maar gemeenten mogen geen schulden aangaan en zijn voor hun financiering grotendeels afhankelijk van de Rijksoverheid. Maar wat moet je als gemeente doen als het daar stokt? Cultuurwethouder Van Asten zit in een spagaat.”

Cultuurwethouder Van Asten: “Op dit moment werkt het ministerie aan deze subsidieregeling. Den Haag is vertegenwoordigd in de Taskforce van het ministerie. Ondertussen werken we hard aan een plan voor deze matchingsregeling door hiervoor ruimte binnen de cultuurbegroting te zoeken. We kijken onder andere naar re-allocatie van subsidieregelingen die nu niet volledig gebruikt kunnen worden, omdat evenementen dit jaar niet door kunnen gaan.”

“Zodra we weten welke instellingen in aanmerking komen voor de matching van het Rijk en welk bedrag hier gematcht wordt, weten we ook welke instellingen hier niet voor in aanmerking komen en wat daar nog voor nodig is. Er zal financiële ruimte moeten blijven om deze instellingen te helpen. Dit wordt maatwerk. We moeten zorgen voor een goede startpositie voor het culturele landschap voor de nieuwe kunstenplanperiode.”

Arjen Lakerveld, voorzitter van het Directieoverleg Haags podia: “De omvang is gigantisch, de nood is hoog. Hierbij zou ik de langere termijn ook in ogenschouw willen nemen. De verwachting is dat de podia gedurende langere tijd niet open kunnen en bijvoorbeeld een jaar of meer met winterslaap moeten. De vraag doet zich dan voor hoe we onze sector, die we gedurende decennia hebben opgebouwd, overeind houden. Ik verwacht van Den Haag dat zij verantwoordelijkheid neemt voor het voortbestaan.”

Jan Zoet: “Als het noodfonds nog even uitblijft dan worden kleinere instellingen snel het haasje. De grotere in de stad redden het tot de zomer vast wel, maar daarna wordt het ook voor hen snel kritisch.”

Pianorecitals, kwartetten, cabaret, Monologen, eenmans of –vrouwsvoorstellingen en singer-songwriters. Dat lijken nog de meest voor de hand liggende mogelijkheden onder de huidige omstandigheden. En voorgeschreven routes langs topkunstwerken, met een stopwatch in de hand. Laten we hopen dat kunst geen eiland in de tijd wordt.

Acht keer het Zuiderstrandtheater uitverkocht, wie doet ons dat na?

Reacties kunstinstellingen op advies Kunstenplan

Het advies Meerjarenbeleidsplan 2021-2024, de opmaat tot het Kunstenplan voor Den Haag, is in de stad met ontzetting ontvangen. Twintig instellingen moeten het veld ruimen – als de commissie vrij spel krijgt.

Door Eric Korsten / Herman Rosenberg

Terwijl Crossing Border Festival de ene na de andere schrijverscrack verzamelt bij wijze van potten- en pannenprotest, laten ook de ‘kleintjes’ zich niet onbetuigd. “De storm is losgebroken. Den Haag heeft als enige stad in Nederland een Engelstalig theateraanbod, en dat is STET,” vertelt terugtredend directeur Elske van Holk. “Volgens de adviescommissie moet Den Haag voortaan internationaal theater uit Amsterdam halen. Was dat echt wat bedoeld was in het beleidskader Kunst en Cultuur 2021-2024 dat door de raad is aangenomen? Daarin staat dat het Engelstalige theateraanbod minimaal gelijk moet blijven in Den Haag.”

De Dutch Don’t Dance Divison is deze Bevrijdingsdag bezig aan een reeks kleinschalige optredens kriskras Den Haag rond flatgebouwen en verpleeghuizen. Ongeloof maakte zich van co-artistiek leider Rinus Sprong meester toen hij het advies las: terug naar nul. “Dit is wrang. We verkochten dit seizoen acht keer het Zuiderstrandtheater uit, wie doet ons dat na? Van twee ton subsidie maken we acht ton. Belangrijk is ook wat dit advies doet met het beeld, het imago van dans in Den Haag.” Hij rekent erop dat cultuurwethouder Van Asten in de bres springt. “Een half jaartje geleden heb ik gelezen dat hij de danssector een ontdekking vond. Maar straks verdwijnen misschien ook dansgroepen als Lonneke van Leth en Meyer-Chaffaud.”

“De toekomst van dans voor de jeugd staat op de helling,” meent Lonneke van Leth. “Den Haag kan een goedlopend jeugddansgezelschap als het onze niet missen. Het advies en de toonzetting hebben mij verbaasd, doen geen recht aan de resultaten die de afgelopen jaren zijn behaald. Het voelt ook als ondermijning van de rol die het gezelschap binnen dansstad Den Haag speelt.”

“Voor ons is dit niet de doodsteek,” zegt Maria-Paula Majoor van het Matangi Kwartet, “we blijven spelen. Wat me vooral aan het hart gaat is dat veel speelmogelijkheden verdwijnen voor klassieke muziek. Zo worden festivals een kopje kleiner gemaakt. Het hele advies riekt naar arrogantie in de richting van alles dat naar ‘klassiek’ zweemt. Dit is een tunneladvies.”

Ook barokorkest The New Dutch Academy (NDA) krijgt, als het advies in stand blijft, (opnieuw) geen geld. Het zou onvoldoende hebben toegelicht hoe Haags het is. In een open brief toont het zich ‘zeer teleurgesteld’. “NDA heeft veel bereikt met vaak beperkte financiële middelen. Het heeft zich bewezen als serieus, professioneel (barok)orkest.”

Kamermuziekfestival Classical Encounters heeft met teleurstelling en verbazing kennis genomen van de ongenuanceerde bewoordingen van de adviescommissie. “Maar,” zegt Eva Stegeman, oprichter, programmeur en directeurfestival “trekt wel de belangrijke conclusie dat Den Haag een kamermuziekfestival verdient én het aanbod aan kamermuziek hier relatief laag is.”

“Voor onszelf kwam het advies niet onverwachts, we krijgen nu al geen structureel geld,” reageert David Geysen van Dégradé. “Voor ons is wel de vraag of we nóg vier jaar willen spartelen en of we de loods, onze repetitiestudio, aanhouden. Want de huur kunnen we niet zelf ophoesten. “Twintig instellingen weg! Bizar! Ook is het jammer dat in Den Haag geen alternatief gevonden is voor keurig toneel.”

Theater Branoul vist al een decennium achter het net van Kunstenplan-adviezen, tot woede en frustratie van directeur-acteur Bob Schwarze. “Ik word niet snel kwaad, maar nu wel,” zegt hij. “In de conceptversie van het advies stond een enorme fout, namelijk dat wij in het vorige Kunstenplan zaten. De commissie heeft dus geoordeeld op basis van foute informatie.” Verder zou Branoul niet vernieuwend zijn. “Zonder dat ze onze grotere producties hebben gezien. Als je kijkt naar wat het Nationale Theater (NT) krijgt, zeg ik: elke verhouding is zoek. NT zuigt al het geld weg en is dadelijk een groot verkeersplein maar zonder toegangswegen.”

Karel de Rooij, wederhelft Mini van Maxi, regisseur en ‘oude rot in het vak’: “Ik vraag mij met grote zorgen af of de taak van de commissie nog wel deugt. Het moet anders. Hoe? Dat moet onderwerp van discussie worden. Deugt die beoordelingstermijn van vier jaar wel? Het heeft allemaal niets meer met de vrijheid van kunst te maken.”

Twee van de acht Cultuurankers, het stelsel van wijktheaters in de stad, kunnen de toets der kritiek van de commissie niet doorstaan, Muzee Scheveningen en het Diamant Theater. Maar per saldo krijgen de Cultuurankers er wel € 350.000 bij. “Voor de Cultuurankers is het dus een uitkomst die gemengde gevoelens oproept,” laat Vaillant-directeur Harrie van de Louw namens de Cultuurankers weten.

Geen doodsstrijd, wel treurnis bij Marijn Cornelissen van CultuurSchakel. De organisatie moet twee ton inleveren. “Dit advies staat haaks op de vraag van de gemeente om te investeren in cultuuronderwijs en cultuurdeelname. Kinderen en jongeren in Den Haag zullen minder in aanraking komen met kunst en cultuur op school, in het theater of museum. Scholen moeten rekening houden met minder ondersteuning. En onze bemiddelende rol voor het voortgezet onderwijs dreigt te verdwijnen,” somt ze de pijn op. Haagse verenigingen en initiatiefnemers zijn deels afhankelijk van de subsidies die CultuurSchakel verleent. “We zullen dansscholen, festivals, muziekverenigingen en ‘urban’ makers minder kunnen begeleiden. Dit advies betekent een forse tegenslag.”

Advies slaat gaten in Haags cultuuraanbod

Artikel in weekblad Den Haag Centraal | door Eric Korsten en Herman Rosenberg

Geen Crossing Border-festival meer, twee wijktheaters weg, literair theater Branoul en Museum Bredius dicht, DeDDDD, Lonneke van Leth Dans en het Zuiderparktheater op nul, én geen monumentale kunst meer in de Electriciteitsfabriek. Als het jongste kunstadvies wordt overgenomen. Maar zover is het nog niet.

De advisering over de Haagse kunstsubsidies: een vierjaarlijks ritueel dat, niettemin, bepalend kan zijn voor het voortbestaan van podia en instellingen. Het voorstel van de Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024, getiteld ‘Kracht en Kwetsbaarheid’, ligt sinds vrijdag prominent op tafel. B en W moeten er nog hun licht over laten schijnen en daarna de gemeenteraad. Maar de reacties zijn nu al fel.

“Bizar en buitengewoon kwalijk,” analyseert Michel Behre, directeur van Crossing Border, dat onder meer een gebrek aan samenwerking wordt verweten.“Samenwerken met Winternachten? Hoe dan? We zijn totaal verschillend. We hebben net als Winternachten tal van partners in de stad. Wat ik kwalijk vind is dat er geen expert in de commissie zat op het gebied van literatuur of popmuziek. Dat wreekt zich. Ondertussen krijgen we wel steun van het Letterenfonds. De merkwaardige situatie kan ontstaan dat we landelijk wel steun krijgen en lokaal niet. Dan trekt het Letterenfonds zich terug – en laat Den Haag tonnen liggen.”

Bij Muzee Scheveningen, dat zowel museum is als cultuuranker voor het stadsdeel, zijn ze niet minder geschokt. “Ik ben geschrokken en verbijsterd,” zegt interim-directeur Jeroen van de Wiel. Scheveningen. Hij pareert de kritiek dat het museum ouderwets is en geen artistiek-inhoudelijke plannen heeft gemaakt als ‘hard en onevenwichtig’. Volgens Van de Wiel wordt er juist hard gewerkt in en aan Muzee, en zetten veel vrijwilligers zich met hart en ziel in. Uit reacties op sociale media blijkt dat velen vinden dat Muzee moet blijven. Er is inmiddels een online-petitie gaande. Die is al zo’n 1300 keer ondertekend.

Het advies
De adviescommissie stelde een 450 pagina’s tellend rapport op over de verdeling van grofweg 56 miljoen aan jaarlijks beschikbare kunstsubsidies in de stad. Resultaat: bijna twintig instellingen dreigen kopje onder te gaan, vooral van middelgroot en middelklein formaat. Er waren 103 aanvragers, die samen voor 15,3 miljoen euro méér hebben aangevraagd dan beschikbaar is. De commissie besloot uiteindelijk positief over 57 aanvragende instellingen, waaronder zeven nieuwkomers.

Een opvallend ‘slachtoffer’ is dus het iconische Crossing Border, festival voor muziek en literatuur; dat bij overname van het advies zijn hele gemeentelijke subsidie van 4,5 ton kwijtraakt.

Een ander onverwacht oordeel van de commissie is dat twee van de acht wijktheaters (‘Cultuurankers’) hun subsidie kwijtraken. Dit is behalve Muzee ook Theater Diamant in Haagse Hout (Mariahoeve). Die keuze is in strijd met een eerder door B en W geformuleerd uitgangspunt. Dit liet Van Asten na de presentatie desgevraagd weten. “We willen in principe door met de acht Cultuurankers, dus hier gaan we nog eens goed naar kijken.” Dit deel van het advies wordt dus vrijwel zeker niet overgenomen. Samen krijgen de Cultuurankers er per saldo wel 3,5 ton bij. “Daarom is het een uitkomst die gemengde gevoelens oproept,” zegt directeur Harrie van de Louw van het Vaillanttheater namens de Cultuurankers.

Verliezers en nieuwkomers
Tot de ‘verliezers’ behoren ook: theatergezelschap Dégradé, muziekensemble Ciconia, muziekfestival Classical Encounters, de Dutch Don’t Dance Division, de Elektriciteitsfabriek (kunstprojecten), galerie Heden, Lonneke van Leth Dans, Museum Bredius, Theater Branoul, het festival TodaysArt, het Matangi Strijkkwartet, het Zuiderparktheater en theatergezelschap Drang.

Daar staan zeven nieuwkomers tegenover: het Grauzone festival (underground), het multiculturele Haags Theaterhuis, de broedplaats iii in Moerwijk, het danscollectief OFFprojects, kunstenaarsuitgeverij Page Not Found, het platform voor biculturele makers en hun cultureel-diverse verhalen van de Story Academy en Topaze, een creatieve werkplaats in de Julianakerk in Transvaal.

Commissievoorzitter Johannes Leertouwer relativeerde vorige week de keuzes. “De vorige ronde verdween Toneelgroep De Appel. Opgeteld is het bedrag dat we dit keer aan hervorming voorstellen even groot, alleen is de pijn nu verdeeld over veel meer instellingen. We moeten op zoek naar de kunst van het mogelijke, dat is al heel lang onze opdracht. Komt het goed? Daar ben ik helemaal niet zeker van.” Tegelijk constateerde hij dat de gemeente wel erg veel wil: “Bij een vrijwel gelijkblijvende cultuurbegroting is de ambitie uitgesproken om tot een culturele sector te komen met een gezonde bedrijfsvoering en ‘fair pay’, eerlijke loonbetaling.” Dat verklaart bijvoorbeeld dat er behalve complete afvallers, ook veel aanvragers zijn die het met minder of een gelijkblijvend geldbedrag zullen moeten doen.

Amare
In veruit de meeste gevallen is de onafhankelijke en externe, ad hoc samengestelde commissie zeer te spreken over het bereikte artistieke peil van de aanvragers, zelfs van de negatief beoordeelde. In de beoordeling liep het echter vaak spaak op thema’s als bedrijfsvoering en diversiteit. ‘Grootverbruikers’ in de stad worden gespaard; ze zijn ‘too big to fail’. Maar zij kregen, buiten de ‘Amare-instellingen’ (o.a. Residentie Orkest en NDT), er nauwelijks geld bij. De pijn zit hem zo vooral bij middelgrote instellingen, waar traditioneel klappen vallen ten faveure van broodnodige ‘vernieuwing’. Met name klassieke muziek en de dans zijn daarvan nu het slachtoffer. Dat is zorgelijk, erkende ook Leertouwer, omdat een breed middenveld nodig is voor een gezond kunstklimaat.

De ingebruikname van ‘cultuurpaleis’ Amare aan het Spuiplein is de grote ‘bonus’ in de komende Kunstenplanperiode. De commissie signaleert echter dat er, na jaren van onderling gesteggel, nog steeds geen zicht is op voldoende samenwerking tussen de toekomstige gebruikers. “Het wordt inderdaad tijd voor een goed gesprek,” zo vatte cultuurwethouder van Asten op de presentatie de situatie samen.

Museumkwartier
Of het concept van het Museumkwartier, de gewenste uiterlijke concentratie van musea rond de Hofvijver, er gaat komen is onzeker geworden. De voorgenomen verhuizing van Escher in het Paleis naar de voormalige Amerikaanse ambassade is voorlopig afgeblazen. Daar komt nu bij dat Escher mogelijk een ton van zijn subsidie (nu 4,5 ton) verliest. Daarnaast zou

Museum Bredius op de Lange Vijverberg (‘verouderde dynamiek’) dicht moeten of zich ‘aansluiten bij het Haags Historisch Museum’.

Benno Tempel, directeur van het Kunstmuseum Den Haag waaronder Escher valt, is uiterst onaangenaam verrast door het advies. “Dit treft ons hard, omdat het in feite gaat om meer dan de helft van het subsidiegeld dat we echt kunnen besteden (de rest is de huur van het gebouw, red.). Het strookt ook niet met de gemeentelijke plannen voor het Museumkwartier. Als dit advies wordt overgenomen, komt er geen nieuw Eschermuseum. En daarmee raak je het vliegwiel van het Museumkwartier kwijt.”

Het lijkt er al met al op dat het getij voor het idee ‘Museumkwartier’ aan het verlopen is. Zelfs wethouder Van Asten leek er vorige week afstand van te nemen: “Ik vraag me af wat de meerwaarde is, als je alleen maar constateert dat er op die plek een aantal musea bij elkaar zitten,” zei hij. Duidelijk is dat de gemeente het geld niet heeft om de ooit rond de beoogde verhuizing van Escher opgetuigde formule van de grond te krijgen.

Bas van Nooten van de samenwerkende Haagse Musea is zeer kritisch over het advies. “Bredius dicht? Dan weet je niet waar je het over hebt. Wat het Museumkwartier betreft moet Den Haag nu eindelijk eens stelling durven nemen.”

Coronacrisis
De commissie benadrukt dat zij er zich zeer van bewust is dat haar advies naar buiten komt in een zeer moeilijke periode. Extra ondersteuning en specifieke aanvullende maatregelen acht zij nodig om de culturele sector te helpen om de gevolgen van de coronacrisis het hoofd te bieden. Anders is het hele advies ‘op drijfzand gebouwd,’ zei Leertouwer.

Ook Arjen Lakerveld, voorzitter van het Directieoverleg Podiumkunsten Den Haag, wijst hierop. “Het advies komt bovenop Covid-19. Met theaters die straks misschien voor maximaal een kwart gevuld mogen zijn, wordt overleven lastig. We zijn met de gemeente in gesprek over een duurzame oplossing, steken de koppen bij elkaar. We moeten er gezamenlijk uitkomen, met het advies in de andere hand.”

Vervolg
In juni doet het Haagse college aan de gemeenteraad een voorstel op basis van het advies. Dat wordt 8 september in de raad besproken. Op 8 oktober stelt de gemeenteraad het definitieve plan vast.

Overigens is er ook landelijk een Kunstenplan in de maak. Een aantal Haagse instellingen krijgt én vanuit Den Haag én vanuit het landelijke Kunstenplan geld, bijvoorbeeld Het Nationale Theater, Nederlands Dans Theater en Residentie Orkest.

Nieuw bloed:
Grauzone, Het Haags Theaterhuis, iii, OFF Projects, Page Not Found, Story Academy, Topaze.

Afvallers t.o.v. 2017-2020: Crossing Border, Ciconia Consort, Classical Encounters, Culture Clash 4U, De Dutch Don’t Dance Division, Diamant theater, Electriciteitsfabriek, Heden, Het Popdistrict, Lonneke van Leth Dans, LOOS, Matangi Kwartet, Meyer-Chaffaud, Museum Bredius, Muzee Scheveningen, Prinses Christina Concours, STET, Theater Branoul, Todays Art, Trespassers W. Zuiderparktheater.

Gelijkblijvers t.o.v. 2020: CultuurSchakel, Filmhuis Den Haag, Firma MES, Het Nationale Theater, Holland Dance Festival, KOO, Korzo theater, Kunstforum/West , Kunstmuseum Den Haag, Movies That Matter, New European Ensemble, PAARD, Stroom DH, Theaters Diligentia & PePijn.

Winnaars (meer euri erbij):
Amare, Art-S-Cool, De Betovering, Bibliotheek Leidschenveen (Cultuuranker), Bibliotheek Loosduinen (Cultuuranker), Nederlands Dans Theater, Ensemble Klang, Grafische Werkplaats, Haags Historisch Museum, Huis van Gedichten, Kalpanarts, Laaktheater, Museon, Musicon, Nest, Opera2Day, PIP, ProJazz, Rewire, Residentie Orkest, Slagwerk Den Haag, Theater De Vaillant, Theater en Filmhuis Dakota, Theater De Nieuwe Regentes, Writers Unlimited.

Afgewezen / niet toegekend:
O.a. Another Kind of Blue, Billytown, Bureau Dégradé, Culture Unlimited, Ensemble Modelo 62, Heden, Herinneringscentrum Oranjehotel, Humanity House, Kwekers in de Kunst, Muziektheater Briza, New Dutch Academy, Prins27, Regentenkamer, The Grey Space in the Middle, Theatergroep Drang, Tonality.

‘Je zou een soort Marshallplan voor cultuur wensen’

Kunstenplan – Musea en erfgoed

Vooralsnog publiceert, geheel volgens plan,de komende week een Adviescommissie haar visie op de inrichting van het kunstenleven in de stad voor de periode 2021-2024. Den Haag Centraal stelt tot dat moment steeds een genre centraal.

Deze week: musea en erfgoedinstellingen. Met Peter de Haan (Museon) en Jeroen van de Wiel (Muzee Scheveningen).

We leven niet in een tijdperk van verandering, maar een verandering van tijdperken. Ogenblikkelijk sluit Van de Wiel zich aan bij de woorden van zijn museumcollega Peter de Haan die, nog voordat het gesprek goed en wel van start is, pontificaal op tafel legt dat het op stapel staande Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024, het huidige gesternte indachtig, wat hem betreft uitstel mag vinden.

Hij somt op: “In het post-coronatijdperk moeten we eerst echt álles opnieuw gaan uitvinden, misschien is wel een kalenderjaar nodig om op adem te komen. Het is intussen niet ondenkbaar dat kunstinstellingen het haasje worden. Er ontstaat dus een nieuwe situatie. En kunnen we na ‘corona’ nog wel waarmaken wat drie maanden geleden op papier is gezet? En is dat anno nu nog net zo relevant?”

Van de Wiel: “De wereld ziet er opeens fundamenteel anders uit. Je zou een soort Marshallplan voor cultuur wensen. Het is nu beter om instellingen rust te gunnen, al houdt de gemeente juist fel vast aan de gegeven publicatiedatum. Laat de gemeente haar energie eerst aanwenden voor lijfsbehoud van instellingen die nu dreigen om te vallen. Uitstel zou ik een wijs besluit vinden.” De Haan: “Nog altijd is er geen afdoende steunpakket voor de cultuursector.”

Terug naar de tekentafel. Want tot het – wie weet – zover komt, gelden de alreeds geslagen piketpaaltjes. “Het gaat voor Museon om aanscherping van wat we alreeds doen,” schetst De Haan de plannen voor de komende vier jaar. “Waar Nemo Amsterdam zich richt op techniek en technologie en Naturalis Leiden op biodiversiteit, is Museon het landelijke publieksinstituut voor duurzaamheid. In essentie zijn we een ‘science’ museum, ontstaan uit een educatief en avontuurlijk centrum voor het zoeken naar oplossingen. We geven bezoekers en bedrijven ‘tools’ in handen om zelf bij te dragen. Zo willen we onze maatschappelijk-inhoudelijke positie verder verdiepen, maar ook door samenwerking met het wetenschapsveld, waaronder de Haagse Hogeschool en het Delftse. Het samengaan met het aanpalende Omniversum is ook een optie.”

Van Muzee-kant wijst Van de Wiel op de spagaat om én erfgoedmuseum te zijn én een van acht Cultuurankers, het stelsel van wijktheaters in de stad.

Hij: “We willen ons doorontwikkelen tot ‘programmahuis’, een plek waar al onze functies samenkomen, van museum tot cultuuranker, en van participatie tot educatie. Projecten moeten daar gelijktijdig naar verwijzen, het moet niet zo zijn dat de ene functie dicteert wat de andere moet doen. Verder is sinds 2006 de tentoonstellingsopstelling ongewijzigd. Daar willen we eindelijk wat aan gaan doen.”

Hoepels
Het heet dan wel ‘Kunstenplan’, zegt De Haan, ‘maar landelijk bestaat dat voor 15% uit collecties van kunstmusea en erfgoedinstellingen’. Hij kwalificeert Museon, net als het Haags Historisch Museum, nadrukkelijk als ‘andersoortig’. “In ons geval is dat een collectie rond antropologie, natuurlijke historie, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis en techniek. Het is als samenleving belangrijk dat we zulke collecties bijeenhouden. Die van ons is zo omvangrijk dat we rond vrijwel ieder denkbaar thema items kunnen leveren.”

Van de Wiel maakt gewag van de vele randvoorwaarden waar iedere vier jaar bij het doen van een aanvraag moet worden voldaan: “Steeds worden we geacht door weer nieuwe brandende hoepels te springen, tegenwoordig diversiteit, inclusie, ‘fair pay’ en ‘fair practice’. Ondertussen zijn de hoepels uit voorbije jaren gebleven.”

Toch, zo werpt De Haan tegen, heeft het Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur ook iets van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. “Er is geen betere systematiek, heb nooit en nergens iets beters gezien.” Van de Wiel: “Zonder richtlijnen zou het inderdaad op rodeo kunnen uitdraaien.” De Haan: “Sommige landen stellen een intendant aan, een ‘goeroe’ die eens in de zoveel tijd zijn licht laat schijnen. Maar dat past niet erg bij de cultuurmaatschappelijke verhoudingen in Nederland.”

Tweede museumstad
De Haan, ingezetene van de stad Utrecht, roemt het museale landschap van Den Haag. “De tweede museumstad van Nederland, zo werd mij meteen na mijn aantreden her en der ingefluisterd. Dat vind ik dan een goed bewaard geheim. Die voorhoedepositie zou meer uitgebaat kunnen worden maar mist scherpte door de marketingfocus op thema’s als stad van strand, stad van recht en vrede, alsmede de aanwezigheid van Binnenhof en koningshuis. Alleen al in de geografische driehoek van Museon, Kunstmuseum, Omniversum, Fotomuseum en GEM trekken we jaarlijks een miljoen bezoekers. Weten we dat wel genoeg?”

Hij wijst op een mogelijk toekomstige overeenkomst tussen muziekcentrum TivoliVredenburg in Utrecht en het in aanbouw zijnde theater Amare op het Spuiplein: “Na een lange, lastige aanloopperiode is de nieuwbouw aldaar een groot succes gebleken. Het Amare van straks is dubbel zo groot, wel zeven voetbalvelden op elkaar gestapeld! Je zou met Amare als vliegwiel de profilering en de marketing van Den Haag als stad van cultuur moeten willen optrekken.”

Fair pay
Het Museon betaalt de staf uit naar CAO-normen, zegt De Haan. “Maar de pijn zit ‘m in de honorering van freelancers, zoals onze docenten en zaalwachten, onder meer als gevolg van het feit dat het subsidiebedrag niet wordt geïndexeerd, daardoor lopen we structureel een procent of vijf mis.”

Van de Wiel: “Dik 80 vrijwilligers, 1000 donateurs en een vriendenvereniging steunen ons. Ik heb geen last van een ‘Calimero-effect’, want met slechts 6 ½ fte in een vaste staf zijn we samen goed voor jaarlijks zo’n 400 activiteiten en 40.000 bezoekers – al kraakt het intern dan ook af en toe. Ik vind het bewonderenswaardig dat het kleine Muzee het gelukt is te aarden.”

Veldslag
Hij beziet ondertussen het grotere plaatje: “Er is in Den Haag voor de komende Kunstenplanperiode voor pakweg 15 miljoen euro méér aangevraagd.” De Haan: “Landelijk én in Den Haag kan dat neerkomen op een veldslag, alzeker omdat aan vernieuwing groot belang wordt gehecht. Anderzijds zie je zelden dat gevestigde instellingen worden gewipt.” Er wordt, ziet hij, in Den Haag minder gestuurd op artistiek-inhoudelijke gronden dan op werkwijze en maatschappelijke thema’s, zoals inclusie, diversiteit en ‘fair practice’.” Voor de Adviescommissie van Den Haag is het daardoor lastig manoeuvreren, zo voorziet hij. Hij vreest de kaasschaafmethode, iedereen een beetje inleveren. “Maak liever scherpe keuzes,” is zijn devies.

Maar als dat ten koste gaat van de Cultuurankers, waaronder Muzee, dan zou De Haan dat aan het hart gaan. “Dat concept is uniek in Nederland.” Van de Wiel reageert: “In de richtlijn van de wethouder staat zwart op wit dat de Cultuurankers een aanwinst zijn voor de stad, en het concept is niet voor niets landelijk ten voorbeeld gesteld. Ik zou verdrietig zijn als zo’n duidelijke stellingname niet tot meer middelen zou leiden.” Hij hoopt dat de commissie een harde keuze vermijdt tussen alleen groot of alleen klein. “Want de mix is belangrijk, net als geografische spreiding van het aanbod over de stad, precies zoals dat in de vorm van Cultuurankers gestalte krijgt”.

Een leven lang heeft Van de Wiel de kunst en cultuur in Den Haag van nabij gevolgd, onder meer als directeur van PAARD. “Het is ongelooflijk om te merken dat in 20 jaar de binnenstad van Den Haag is gaan bruisen met terrasjes en buitenfestivals. En ook hier op Scheveningen valt altijd veel te beleven.” Om de hoek van Muzee is hij geboren, vertelt hij. “In het gerestaureerde oud-schoolgebouw uit 1877 waar Muzee sinds 2006 zetelt, heeft mijn vader nog zijn middenstandsdiploma gehaald.”

kader
Musea en erfgoed in Den Haag
Den Haag heeft een sterk museumprofiel met rijksgesubsidieerde musea als Mauritshuis / Gevangenpoort, de Mesdag Collectie (in beheer bij Van Gogh Museum) en Meermanno | Huis van het Boek tot particulier in stand gehouden musea als Panorama Mesdag en Beelden aan Zee.

In de gemeentelijk musea van Den Haag zijn collecties en tentoonstellingen bijeengebracht op gebied van kunst, historie, wetenschap en techniek. Gemeentelijke collecties zijn die van museum Bredius, Kunstmuseum Den Haag (inclusief Fotomuseum en GEM voor actuele kunst), Haags Historisch Museum, Escher in het Paleis en Museon. Muzee beheert een collectie over de Scheveningse cultuurgeschiedenis en het Loosduins museum over de lokale tuinbouwgeschiedenis.

Vanuit het gemeentelijke cultuurbudget wordt ook de muziekverzameling van het Nederlands Muziek Instituut betaald, in beheer bij het Haags Gemeentearchief (HGA). Kunst in de openbare ruimte wordt deels door Stroom en deels door de gemeente beheerd. De Historische Informatie Punten (HIP) in de bibliotheken bieden informatie over eigen buurt en stad.

kader
Museon
Het Museon (‘museum’ en ‘onderwijs’) is er voor maatschappij, cultuur en wetenschap. De oprichting in 1904 was een initiatief van de Haagse krantenbaas Frits van Paasschen, pleitbezorger van ‘aanschouwelijk onderwijs’. Hij wilde kinderen de wereld late ontdekken. In het Museon van nu leren jong en oud door te kijken, te luisteren, te lezen en vooral door zelf te doen. Het accent ligt op thema’s als voedsel, water, energie en culturele identiteit. Momenteel loopt als enige in Nederland ‘One Planet’, een expositie over dezeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN.

Vaste subsidie 2019: € 4.685.000
Aangevraagd jaarlijks subsidiebedrag: € 5.113.200
Omvang organisatie: 48 fte
Aantal bezoekers 2019: 187.000
Aantal activiteiten 2019: 9 tentoonstellingen, 50 activiteiten voor volwassenen, 61 voor jongeren

kader
Muzee
Muzee Scheveningen heeft twee collecties in beheer: een cultuurhistorische collectie van het voormalige Museum Scheveningen, en een zeebiologische van het voormalige Zeemuseum.

Centraal staat de geschiedenis van het vissersdorp en de badplaats, samen met het dierenleven onder de zeespiegel. De huidige presentatie geeft een tijdsbeeld van de visserij, het dagelijks leven in vroeger tijden, en de geschiedenis van bad- en strandcultuur sinds begin negentiende eeuw. Maar Muzee Scheveningen is vanaf 2013 ook Cultuuranker, voor stadsdeel Scheveningen.

Vaste subsidie 2019: € 411.000
Aangevraagd jaarlijks subsidiebedrag: € 523.000
Omvang organisatie: 6,5 fte
Aantal bezoekers 2019: 40.000
Aantal activiteiten 2019: 400+

kader
De Museumweek van maandag 20 tot en met zondag 26 april 2020 vindt plaats in digitale vorm en staat in het teken van 75 jaar bevrijding. Zo’n 400 musea gaan bijdragen aan een online kunstwerk rond het Nationaal Monument op de Dam.

extra kader
Zonder extra maatregelen dreigt een kwart van de Nederlandse musea nog dit jaar om te vallen, zo wijst een enquête van de Museumvereniging uit. Theaters, concertzalen, festivals en musea roepen het publiek op om geen geld terug te vragen voor tickets die nu niet worden gebruikt. Met het ministerie van Cultuur is de website http://www.bewaarjeticket.nl opgezet, waar mensen hun kaartje kunnen inwisselen voor een tegoedbon. Ook klinkt vanuit de sector landelijk de roep om een overbruggingsfonds.

‘Den Haag moet verantwoordelijkheid nemen’

Kunstenplan 2021-2024: Cabaret, comedy en stand-up in Den Haag

Eind april ontvouwt een Adviescommissie haar visie op de inrichting van het kunstenleven in de stad. Den Haag Centraal stelt tot dat moment steeds een genre centraal. Deze week: cabaret, kleinkunst en stand-up comedy met Lucien Kembel, directeur van Diligentia & PePijn en Maarten Bakker, directeur van theater en filmhuis Dakota, tevens Cultuuranker.

‘Grapdichtheid’, het soortelijk gewicht waaraan het succes van een cabaretier normaliter wordt afgemeten – als kennelijke vereiste én sluitend bewijs van vakmanschap. Maar de grap van het cabaret is ondertussen dat het zelf vrijwel steeds buiten subsidiehokjes valt, waar andere kunstdisciplines de weg geplaveid zien naar een (on)zekere financiële ondersteuning.

“Van oudsher zijn het eenpitters,” verklaart Lucien Kembel van combinatie Diligentia en PePijn. “Volgens mij is het velen van hen de eer te na een beroep te doen op financiële ondersteuning, er heerst een do-it-yourself-mentaliteit. Maar de inrichting van het subsidiestelsel werkt ook niet echt mee. Dat is veelal ingesteld op producerende instellingen, niet op individuen. Bovendien: Cabaretiers blijven narren en wíllen niet in een hokje passen.”

Maarten Bakker bevreemde het altijd al dat cabaret, gelijk het musicalgenre, geen voet aan de grond krijgt in subsidieland.

“Cabaret werd bij mij ooit uitgesloten omdat het genre zichzelf kan bedruipen. Maar als veel mensen hiervan genieten moet je het toch juist ondersteunen?”

In Dakota programmeert hij onder meer cabaretvoorstellingen en stand-up comedy, zo vertelt hij ‘omdat je daarmee niet het geijkte theaterpubliek binnenhaalt.

“Voor wijkbewoners van Escamp, een wijk met weinig culturele voorzieningen maar met zoveel inwoners als Maastricht of Leiden, is de gang naar het stadscentrum, waar de meeste culturele voorzieningen zijn, een brug te ver. Voor hen is twee kilometer een harde reisgrens. Maar als ik voor de ‘Ramadan Conference’ 25 euro entree vraag, dan blijft het publiek ook weg. Het luistert dus nauw.”

Rode draad
Kembel heeft al aardig wat Kunstenplannen doorstaan. “De rode draad is vaak dat veel bij het oude blijft en er mondjesmaat ruimte is voor nieuwe toetreders.” Vermoedelijk is dat nu ook zo, zegt hij “Ik hoop dat de Adviescommissie extra oog heeft voor nieuwe ontwikkelingen. Je moet dan wel bereid zijn om bewezen waarden in te ruilen. Ik houd van duidelijkheid. Bij een goede onderbouwing valt het een inruilen voor het ander te billijken. Anders komt er namelijk geen ontwikkeling op gang.”

Bakker verwacht evenmin drastische verschuivingen, al is er overvraagd – hetgeen per saldo een teken aan de wand is van een vruchtbaar klimaat – terwijl er weinig extra geld beschikbaar is in de komende Kunstenplanperiode.

Hij wijst op de invoering van ‘fair pay’, loon naar werken: “Bij Dakota hebben we geen fatsoenlijke pensioenvoorziening maar wel een 40-urige werkweek waar allang 36 uur de norm is. Dat betekent structureel overwerkuren draaien. Het werk is laag ingeschaald en we lopen daarbij ook nog eens achter op CAO-normen. Ook alle Cultuurankers lopen hierin erg achter.”

‘Fair pay’ betekent voor Dakota een lastenverzwaring van 130.000 euro per jaar.” De politiek, zegt hij, vraagt om een plan binnen het bestaande budget, maar rekening houdend met de ‘fair-pay’ is dat onmogelijk. De gemeente moet verantwoordelijkheid nemen. Nu lijkt het of zij het geheel bij de instellingen neerleggen.”

“Uiteindelijk zou je minder moeten gaan doen terwijl het succes van Dakota en de Cultuurankers is dat ze meer mensen op de been brengen, doordát ze meer doen. Terug naar af zou bitterzoet smaken, ook al omdat het concept van de Cultuurankers, het stelsel van wijktheaters in de stad, inmiddels landelijk is omarmd. Dat heeft geleid tot intensieve samenwerking met collega-instellingen in de regio. Ik ben ook daarom uiterst benieuwd naar de keuzes die de gemeenteraad uiteindelijk gaat maken.”

Bij Diligentia/Pepijn wordt personeel conform CAO betaald. “Cabaretiers ontvangen in Diligentia het grootste deel van de kaartverkoop,” stelt Kembel. Ook bij PePijn? “Daar treden over het algemeen beginnende cabaretiers op. We brengen daarom een lage huursom in rekening, de kaartverkoop komt volledig aan hen ten goede. Zo kunnen ze toch een aardige boterham verdienen. Bij gebleken potentie verhuizen we talenten naar Diligentia, onder de noemer ‘Future Generation’.”

Bakker: “Het programmeren van cabaret is aantrekkelijk omdat het een breed publiek bereikt. We proberen goede afspraken te maken met hun impresariaat zodat ze betaald krijgen zoals het hoort. Helaas lukt dat niet altijd.”

Hoepel
In de vierjaarlijkse sprong door de hoepel die het Kunstenplan is, kan Bakker zich niettemin vinden: “Bij geldverstrekking door de overheid moet eens in de zoveel tijd een thermometer. Het is goed om het totaalplaatje te bekijken.”

Ook Kembel vindt het te billijken: “Wel is de termijn van vier jaar een crime. Ik zou zes jaar willen en trek het los van de collegetermijn. Ook zou het interessant zijn als instellingen vrijelijk een plan mochten indienen, zonder de opgelegde kantlijntjes van de politiek. Dien je beste plan in, zonder te denken aan richtlijnen of speerpunten. Wat zou je dan voor plannen krijgen? Bij de goede keuzes kun je dan bonuspunten en -geld krijgen. Nu schrijft iedereen op onderdelen soms iets te braaf met de wethouder mee.”

Geen kaasschaaf, zegt Bakker. “Als er gekozen moet worden, geef dan ook jonge initiatieven de ruimte. De kaasschaaf helpt niemand een stap vooruit.”

Toekomstplannen
Bakker: “Een van de speerpunten in het komende Kunstenplan is om cultuur dicht bij mensen in de wijken te brengen. We gaan daarom als Cultuuranker de komende vier jaar dieper de wijk in, festivals opzetten in de haarvaten van de wijk, en nadrukkelijk met buurthuizen samenwerken. Met de bedoeling om in te zetten op een nog breder publieksbereik en diversiteit.”

Kembel: “Het mag toch niet zo zijn dat in een stad met zoveel nationaliteiten een groot deel zich niet gekend of vertegenwoordigd voelt.”

“We blijven cabaret in de breedte programmeren,” zegt Kembel. “Maar gaan ook meer inzetten op eigen producties en concepten, zoals ons cabaretfestival Peper, Silent Comedy en Start-up Comedy. Of we in Den Haag een monopolist op cabaretgebied zijn? De korte versie is: nee. Maar we zijn wel de grootste aanbieder van dit genre. We werken samen met Koninklijke Schouwburg en Zuiderparktheater en, in onze eigen buurt, met onder meer Kloosterkerk en Escher Museum. Er is in Den Haag een goede onderlinge verstandhouding. Gezamenlijk vormen we een keten waarbij een artiest in elke fase van zijn of haar ontwikkeling terecht kan. Youp van ’t Hek gaat nog altijd try-outen in PePijn en staat daarna in de Koninklijke Schouwburg. Dat past goed in elkaar. Amare? Wellicht een concurrent, maar dat richt zich vooral op de disciplines van de huisgezelschappen. Haar komst eerder is aanwinst dan concurrent.”

Amsterdammer Kembel vindt Den Haag, tweede cultuurstad van het land, te gereserveerd, klopt zichzelf te weinig op de borst. “Er is hier zoveel en toch heeft iedereen het nog eerder over Rotterdam dan Den Haag.”

Hoe dat komt? “De marketingfocus is in het verleden vooral gelegd op Oranje en stad van vrede, recht en democratie.”

kader
Kurhaus, Circustheater en Diligentia zijn vanouds nationale tempels van en voor de lach. Den Haag kent dientengevolge een beroemde cabarettraditie met coryfeeën als Paul van Vliet en dezer dagen Harrie Jekkers, tot de tv-makers Van Kooten & De Bie. Ook kleinkunstduo Mini & Maxi vindt in Den Haag haar oorsprong.

In Den Haag anno nu is de twee-eenheid Diligentia-PePijn (DP) hét huis voor cabaret, kleinkunst en stand-up comedy. Ook Het Nationale Theater / Koninklijke Schouwburg en het Zuiderstrandtheater (binnenkort: Amare) tonen geregeld cabaretvoorstellingen. Daaromheen is er sporadisch cabaret en comedy te beleven in onder meer Theater De Nieuwe Regentes en Diamant Theater, Theater en Filmhuis Dakota en Zuiderparktheater. Comedy is er ook in uitspanningen als ComedyCity (onder Bleyenberg) en Bazinga Comedy Club.

In Kunstenplannen is cabaret en tegenwoordig stand-up comedy door de tijd altijd non-existent gebleven, bestaat in subsidieland domweg niet, voornamelijk omdat het vanouds een sector is die zichzelf weet te bedruipen en omdat het buiten de aanwezigheid van een man of vrouw en een te organiseren publiek buiten eventueel een sinaasappelkistje niets nodig heeft. Toch zou je verwachten dat ook in dit genre talent- en genreontwikkeling bescherming behoeft.

kader
Theater en Filmhuis Dakota
Theater en Filmhuis Dakota bevindt zich in het grootste stadsdeel van Den Haag: Escamp. Je kan er naar een theatervoorstelling, een film bezoeken of workshops en lessen volgen. Dakota is één van de acht cultuurankers in Den Haag.

kader
Diligentia en PePijn
Diligentia en PePijn worden vanuit dezelfde theaterorganisatie bestuurd en geprogrammeerd. Waar Diligentia (1805) zich richt op bekende namen uit cabaret, stand-up comedy en kleinkunst is PePijn een gekend podium voor aanstormende talenten en try-outs van arrivés. Theater PePijn werd in 1964 opgericht door de gelijknamige cabaretgroep rond Paul van Vliet, Ferd Hugas, Liselore Gerritsen, Judith Bosch en Rob van Kreeveld.

CIJFERS
Dakota
Vaste subsidie 2019: € 608.888
Projectsubsidie 2019: € 90.450
Aangevraagd jaarlijks bedrag 2021-2024: € 820.000
Omvang organisatie (fte): 21,5 FTE (2018)
Aantal bezoekers 2019: 50.466
Aantal activiteiten 2019: 1.267

Diligentia / PePijn
Vaste subsidie 2019: € 834.882
Projectsubsidie 2019: € 0
Aangevraagd jaarlijks bedrag 2021-2024: € 990.000
Omvang organisatie (fte): 17,2 (28 medewerkers)
Aantal bezoekers 2019: 78.933
Aantal activiteiten 2019: 453

 

‘Zwaard van Damocles altijd boven ons hoofd’

Serie: Kunstenplan – Dans in Den Haag

Eind april ontvouwt een Adviescommissie haar visie op de inrichting van het kunstenleven in de stad. Den Haag Centraal stelt tot dat moment wekelijks groot naast klein, deze week met Willemijn Maas, directeur van Nederlands Dans Theater (NDT) en Lonneke van Leth, artistiek leider van Lonneke van Leth Dans.

“Ik vrees nog het meest voor de positie van middelgrote dansgroepen, in het land maar ook in het Haagse,” zegt Willemijn Maas vooruitblikkend op het Kunstenplan-in-wording. “Als zij het niet zouden redden, is dat een ramp voor de carrière en de ontwikkeling van dansers. Ook de doorstroming komt dan in gevaar. Daar komt nog bij dat het dansaanbod dan verschraalt. In het mantra van een te groot aanbod, geloof ik niet.”

Zoals meestal liggen er meer aanvragen klaar dan geld.

Maas: “Landelijk en plaatselijk is er overvraagd. Ik weet niet wat dat gaat betekenen. In ieder geval wordt het spannend voor onze partners binnen het samenwerkingsverband van theater Amare, het Residentie Orkest en de theaterorganisatie van Amare. En ook voor onszelf, want hier lopen de vaste kosten op. We betalen uit volgens CAO. Tot nu toe krijgen we wel gecompenseerd, maar de kosten stijgen sneller dan de compensatie. Maar dat kan een acuut probleem worden. Er wordt ons verteld: Ga dan minder vaak optreden. Maar dan heb je ook minder inkomsten.”

Lonneke van Leth probeert zoveel mogelijk volgens CAO Dans uit te betalen. “Als we een choreografie terughalen op het repertoire, kan ik dansers enkel reiskosten uitbetalen. De inkomsten van het optreden de dag erna gaan vaak linea recta naar de dansers. Daar houden we als stichting niets aan over.”

Ze hoopt dat straks niet alleen de giganten in Den Haag voortbestaan, maar vreest dat kleinere dansgroepen het kind van de rekening worden, en permanent verwezen worden naar de veel onzekerdere ‘projectenpot’.

“Een projectaanvraag opstellen kost steeds onnoemelijk veel energie – en je weet van tevoren de uitkomst niet. Wat je bij fondsen merkt is dat ze zeggen: ‘We hebben jullie al drie keer gesteund, nu even niet’.”

Het is iedere vier jaar weer duimen. “We hebben het Zwaard van Damocles altijd boven ons hoofd. De vorige Kunstenplan-ronde werden we op het laatste nippertje gered. Je zou sowieso meer waardering en rust willen, al zeker als je weet wat we tot stand brengen.”

Willemijn Maas voelt met haar mee: “Te vaak wordt met dedain gesproken over kunst, alsof het een luxeproduct is. Anderzijds worden we geacht allerlei maatschappelijke problemen onder handen te nemen – al moet je je, vanzelfsprekend, altijd tot maatschappelijke ontwikkelingen verhouden. Toch vind ik dat je steeds moet bekijken hoe maatschappelijke taken passen bij de ‘core business’ van instellingen. Bovendien: Iedere vier jaar vaart de overheid weer een andere koers. Dat is ingewikkeld voor iedereen van ons.”

Van Leth: “Eerder deden we van alles, van ‘community arts’ en locatieprojecten tot het integreren van beeldende kunst – vooral omdat we dat zelf leuk vinden. We zitten met veel vissers in dezelfde dansvijver en dus hebben we keuzes moeten maken. In 2019 hebben wij de keuze gemaakt om enkel nog voorstellingen voor de jeugd te maken, hopelijk straks met vier dansers die we drie dagen per week in huis kunnen hebben. We merken dat onze kracht lag en ligt, artistiek en financieel, in het bedienen van de jeugd. Er is bovendien een markt voor in het hele land. En in Den Haag zijn we het enige jeugddansgezelschap. Ik hoop dat dat gezien wordt.”

Voor de komende Kunstenplan-periode is de komst van theater Amare een belangrijk bestanddeel. Maas: “Daar hebben we samen een aantal dingen over opgeschreven. We willen een huis zijn voor heel Den Haag. Vooral is belangrijk wat we gaan doen met de zogeheten ‘front of house-programmering’, dat is de entreehal. Ook gaan we door met samenwerkingsverbanden in de stad, zoals met Korzo, talentontwikkelingstrajecten als de Summer Intensive, en educatieprojecten. En we hebben onlangs een nieuwe artistiek directeur in Emily Molnar.

“Dit is voor mij het eerste Kunstenplan,” zegt Maas, die juni 2019 is aangetreden. “Een cyclus van bier jaar vind je ook in de omroep en het onderwijs. Maar ik vind het goed om eens de zoveel tijd de strategie te herijken. We plannen weliswaar ver vooruit, maar toch ben ik niet tegen de termijn van 4 jaar. Wel moet er meer afstemming komen tussen rijk en stad, en vervelend is dat we aldoor gegevens moeten ophoesten waar maar weinig mee gedaan wordt. Belangrijker is het om na te denken waarop beoordeeld en waarop afgerekend wordt. Met andere woorden: Heb je het als overheid dan wel over de juiste dingen?” Lonneke van Leth heeft een origineel idee: “Waarom gaan we niet jaarlijks evalueren? Dan kan er goed worden bijgestuurd en hoeven we niet iedere vier jaar dit circus in.”

Van Leth is blij dat ze niet in de schoenen staat van de Adviescommissie. “Het lijkt me voor de leden vreselijk om te zien dat het budget voor kunst vrijwel hetzelfde blijft, terwijl er meer aanvragen liggen en er extra geld voor ‘fair pay’ nodig is. “We hebben in Den Haag op dansgebied alles in huis: van een internationaal dansgezelschap als NDT, het ‘makershuis’ van Korzo en allerlei dansgroepen daaromheen, tot een beroemde kunstvakopleiding. In combinatie met te weinig geldmiddelen moet dat ‘killing’ zijn.”

Corona
“We hebben tournees moeten afbreken, moeten afzeggen of ze zijn afgezegd,” vertelt Willemijn Maas van NDT – door de telefoon. “Onze dansers zitten thuis, voor dansers is dat rampzalig. Maar nog meer zorgen heb ik over hun mentale gesteldheid. We hebben veel jonge dansers uit het buitenland in onze gelederen. Hun ouders willen misschien dat ze naar huis komen. Gelukkig zitten er geen van onze dansers vast in het buitenland. Als bedrijf is het ook spannend. Er zijn instellingen, de kleinere kan ik me met name voorstellen, die het zwaarder hebben.” Ook voor Lonneke van Leth, eveneens via de telefoon maar afzonderlijk van Maas, is de druk door corona groot: “Wij werken veelal met freelancers. Die zitten nu thuis. Het beetje salaris dat zij hadden is nu ook weggevaagd, 32 optredens zijn geannuleerd. De danslessen en workshops hebben we stopgezet, voor ons is dat een strop. Maar ik ben geen doemdenker. Het komt uiteindelijk altijd allemaal goed.”

kader
Dans in Den Haag
Den Haag noemt zich graag ‘Dansstad van Nederland’: Nederlands Dans Theater (NDT) is wereldberoemd. Holland Dance Festival en CaDance zijn (inter)nationale dansbiënnales. In het India Dans Festival van Korzo, dat opereert als internationaal ‘makershuis’ voor jonge dansmakers, wordt aandacht gegeven aan werelddans. En de Dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium leidt dansers van de toekomst op.

Den Haag heeft met Meyer-Chaffaud, Kalpanarts, David Middendorp/Another Kind of Blue, Amos Ben-Tal/OFFprojects tot De Dutch Don’t Dance Division en Lonneke van Leth daarnaast een bloeiend circuit van dansgroepen en -initiatieven. Aight weet ook ‘urban’ doelgroepen te binden en een dansbasis mee te geven.

Door het hoge opleidingsniveau van jonge dansers, de sterke onderlinge samenwerking, het internationale dansnetwerk in de stad en de band tussen kleine gezelschappen en grotere dansinstellingen heerst in de stad een gezond dansklimaat.

kader
Nederlands Dans Theater
Nederlands Dans Theater is vlaggendrager van de Nederlandse moderne dans. Het ensemble is wereldwijd toonaangevend en bestaat uit twee gezelschappen: NDT 1 en NDT 2. Binnenkort neemt NDT haar intrek in Amare, het nieuwe theater aan het Spui, en vindt er onderdak naast het Residentie Orkest, de theaterorganisatie van Amare en het Koninklijk Conservatorium.

kader
Lonneke van Leth Dans
Lonneke van Leth Dans maakt dansproducties voor de jeugd. Gevestigd in Den Haag, maar met ook een landelijk bereik. Lonneke van Leth maakte in het verleden grootschalige producties voor jong en oud en betrok daarbij vaak amateurdansers, zoals ‘Het Zwanenmeer’, ‘De Odyssee’ en ‘De zaak Carmen’.

Lonneke van Leth Dans
Subsidie vast 2019: € 109.353
Projectsubsidie 2019: € 118.651
Aangevraagd bedrag. € 194.000
Omvang organisatie (fte). 5,3 fte (zzp)
Aantal bezoekers 2019 : 24.595
Activiteiten: 243

NB Dit artikel is tot stand gekomen op basis van separaat gevoerde telefoongesprekken.

 

‘Niet iedere vier jaar opnieuw het wiel uitvinden’

Beeldende kunst in Den Haag

Het Meerjarenbeleidsplan 2021-2024 (‘Kunstenplan’) werpt zijn schaduw vooruit. Eind april ontvouwt een Adviescommissie haar visie op de inrichting van het toekomstige kunstenleven in de stad. Den Haag Centraal kijkt in de glazen bol, deze week met Benno Tempel, directeur van Kunstmuseum Den Haag en Heske ten Cate, artistiek directeur van kunstruimte Nest.

Komt het Museumkwartier er? En wat gebeurt er met de voormalige Amerikaanse ambassade: komt daar het Escher Museum of beschikt ‘kunstruimte’ West ook over goede papieren? In de beeldende kunst in Den Haag liggen wat eindjes los.

Anderhalf jaar geleden verhuisde Heske ten Cate. Van Amsterdamse werd ze opeens Haagse: “Het is oprecht de boeiendste kunststad van Nederland.” Benno Tempel: “Den Haag beschikt over een keten: jonge kunstenaars worden opgeleid aan de Kunstacademie in de stad, er is hier volop atelierruimte, er zijn broedplaatsen en spannende plekken om te exposeren. Er zijn hier vele smaken. In deze stad zwaait de abstracte naar de figuratieve kunstenaar. Het Kunstmuseum speelt in daarin een eigen rol.”

Heske: “In Den Haag zijn de huurprijzen voor ateliers laag, voor individuele kunstenaars is er een goede omgeving. Dat klimaat moeten we beschermen. Eenmaal weg, is het moeilijk terug te krijgen. Maar ik merk dat Den Haag niet weet hoe goed het klimaat voor makers is, zelfs het stadsbestuur niet.”

“We gaan niet iedere vier jaar opnieuw het wiel uitvinden, echt niet,” werpt Tempel op, “want als Kunstmuseum zijn we goeddeels een collectie – en die wordt niet opeens slechter. Het zou raar zijn als de Adviescommissie gaat zeggen: dit museum is niet goed. Hooguit is het beleid dan niet goed – en tja, dan moet ik weg. Wij blijven een internationaal gevarieerd programma aanbieden, zoals altijd. Voor vele kunstliefhebbers uit Nederland en het buitenland zijn wij een venster op de wereld.”

Nest houdt er geen collectie op na. Heske: “Nest reageert met haar tentoonstellingen op de tijdgeest en tijdverschijnselen; bewegingen die de samenleving veranderen. Wat ik echt mis in de stad, nota bene in het epicentrum van de macht en politiek, is ruimte voor debat. Er is hier weinig discussie tussen politiek, wetenschap, kunst en burgers. Wat betekent het aftreden van de burgemeester voor de kunstsector in deze stad? We werpen ons op om het debat aan te gaan, de stad heeft behoefte aan meerstemmigheid. Daarmee wil ik het belang benadrukken van meer vrijplaatsen voor transgressie, het vieren van vrijheid en zelfexpressie. Den Haag zou hierin kunnen uitblinken vanwege de lange geschiedenis van verschillende leefgemeenschappen en communities, maar doet dit niet genoeg. ”

Hangijzer in de sector is de voorgenomen verhuizing van Escher in het Paleis naar de voormalige ambassade. Maar presentatie-instelling West heeft daar sinds een jaar haar intrek genomen. “Zij zit daar tijdelijk, zoals zij continu hoppen door de stad, nomadisch, en nooit erg geworteld op een vaste plek,” legt Tempel uit. “West zit er antikraak. Binnenkort gaat het voorstel voor de overgang van Escher in het Paleis naar de voormalige ambassade officieel naar het college van B&W. Dan moet er een klap op komen.”

Het ‘Museumkwartier’, komt dat nog van de grond?
Benno: “Praten daarover heeft geen zin zolang daar niets aan het wortelen is. Er is daar nu nog geen synergie, geen samenhang. Maar ik heb daar wel een uitgewerkte visie op, en ik denk dat Escher de sleutel is. Als de verhuizing niet doorgaat en als je als stad dan toch blijft schermen met de titel ‘Museumkwartier’, dan maak je jezelf belachelijk. Maar áls het lukt met Escher, dan moet je er wél voor zorgen dat hedendaagse kunst daar nadrukkelijk aanwezig is. Pas dan ontstaat er echt een Museumkwartier.”

Heske: “Van bezoekers buiten Den Haag hoor ik vaak dat ze hier de weg niet vinden. Ik heb Den Haag altijd graag bezocht omdat er zoveel gaande is. Maar je moet er wel werkelijk de hele stad voor door, het is hier erg versnipperd. Concentratie kan belangrijk zijn voor de stad, net als afstemming van openingstijden en een avondopenstelling. De huidige plannen voor het Museumkwartier doen mij truttig aan, alleen bedoeld voor een publiek dat allang bediend wórdt. Daar heb ik vraagtekens bij. Bovendien zouden instellingen zoals Nest een kans verdienen om te groeien. De gemeente moet durven uit te breken op dat vlak.”

Eerlijker loon
Volgens Benno Tempel worden maatschappelijke problemen aldoor over de schutting van kunstinstellingen geworpen. “’Fair pay’, eerlijk betalen, is daar een pijnlijk voorbeeld van. Je verwacht dat de politiek de regels die zij zelf opstelt, mogelijk maakt. Boter bij de vis. Ons personeel loopt in een CAO mee. Voor ons is ‘fair pay’ wel op te lossen. Maar voor anderen moet er echt geld bij.”

Bij Nest zijn grote stappen gezet om ‘fair practice’ te zijn, zegt Heske. “Alleen de secundaire voorwaarden zijn slecht. Binnen een klein team is ziekte of zwangerschap moeilijk op te vangen. Om iedereen en alles eerlijk te vergoeden moet je hardlopen en een lange adem hebben: in de 2 ½ jaar dat ik bij Nest ben, hebben we 82 keer projectsubsidie aangevraagd. Dat geeft een beeld van wat wij moeten doen om ‘fair pay’ te worden. Ik zie het verdrietige scenario ontvouwen dat straks nieuwe, jonge, kleine instellingen omvallen.”

Benno: “Wat je iedere vier jaar weer ziet is dat er meer geld gevraagd wordt, dat is traditie.”

Heske: “Het is naïef om te denken dat de humuslaag voor kunst en cultuur van de stad níet in gevaar is, dat wijst het verleden uit. Daar kan ik wakker van liggen. Stel: je krijgt niet wat je hebt aangevraagd, wat moet er dan als eerste uit? Expositie, personeel, activiteit? Dát is waar ik mee rondloop. Ik leef met drie vervolgscenario’s in mijn hoofd.”

Benno: “De grootste bezuiniging op kunst en cultuur van 2013 vond plaats in Den Haag. Die is nog steeds voelbaar. Bij ons werd een miljoen weggehaald en voelen dat nog elk jaar. In Den Haag zijn er instellingen die ondertussen wortel geschoten hebben, daar ga je niet hopelijk niet de hakbijl in zetten. Als je Nest de nek om zou draaien dan breng je echt iets om zeep.”

kader:
Nest is een zogeheten ‘kunstruimte’, een benaming voor instellingen in de beeldende kunst zonder vaste collectie. Nest staat dichtbij de kunstenaars en bevordert hun loopbaan en makerschap. De vaste presentatieruimte van Nest is broedplaats DCR aan het De Constant Rebecqueplein. Nest programmeert ook regelmatig buitenshuis, onder meer in de nabijgelegen Elektriciteitsfabriek.

Kunstmuseum Den Haag (voorheen: Gemeentemuseum) bezit een toonaangevende collectie moderne en hedendaagse beeldende kunst, mode en toegepaste kunst. Met 160.000 kunstwerken is het een van Europa’s grootste kunstmusea. Het museum programmeert ook het naastgelegen GEM en Fotomuseum Den Haag.

kader:
De beeldende kunst in Den Haag is (inter)nationaal geliefd want gezegend met musea als Mauritshuis, Kunstmuseum Den Haag, Fotomuseum Den Haag, Escher in het Paleis tot Beelden aan Zee, Galerij Prins Willem V, Bredius en, eventjes verderop, Voorlinden.

Vernieuwing en ontwikkeling van jong talent komt uit de hoek van met name de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK). Presentatie-instellingen als Nest, West, 1646, Stroom Den Haag, en talloze bruisende broedplaatsen zorgen voor een fijnmazige infrastructuur. Zo werd de Volkskrant Beeldende Kunstprijs voor jong talent in de beeldende kunst, de afgelopen jaren gewonnen door kunstenaars die werden opgeleid en/of woonachtig in Den Haag.

Ook festivals, platforms en evenementen zoals TodaysArt, The Hague Contemporary, Art The Hague, de Electriciteitsfabriek en Hoogtij zijn elementair, net als de kunstuitleen van Heden en de aanwezigheid van talloze galeries.

Met zo’n 400 gemeentelijke kunstwerken, gedenktekens en monumenten leeft ook kunst in de openbare ruimte, getuige de Beeldengalerij (veertig beelden rond de Grote Marktstraat) en beeldenopstellingen in Zuiderpark en Willemspark. De beschikbaarheid van betaalbare atelierruimte en de aanwezigheid van vele galeries zijn het toefje op de taart.

kader:
Kunstmuseum Den Haag
Vaste subsidie 2019: € 10.424.000
Projectsubsidie in 2019: € 0
Aangevraagd jaarlijks bedrag 2021-2024: € 10.809.500
Omvang organisatie (fte): 126,8 (vast en tijdelijk contract) (cijfer 2018)
Aantal bezoekers 2019: 585.000
Activiteiten 2019: 38 tentoonstellingen (+ 4 in het buitenland)

Nest
Vaste subsidie: € 209.00 (incl. € 100.000 Mondriaanfonds)
Projectsubsidie: € 151.814
Aangevraagd jaarlijks bedrag 2021-2024 DH: € 200.000
Omvang organisatie (fte): 2,8 (vast en tijdelijk)
Aantal bezoekers 2018: 12.100 (Nest), 137.695 (elders)
Activiteiten 2019: 7 in Nest, 5 elders

NB Het interview vond plaats voor de ‘lockdown’ van de musea.