De luiken moeten open

Debuuteditie driedaags China Festival

Afhaalchinees. Sinds jaar en dag een begrip, zelfs in taalbijbel Van Dale gebeiteld. Nederlanders zijn wát blij met Chinezen, zo wijzen onderzoeken uit.

Niet enkel door de spreekwoordelijk overvloedige maaltijdporties, maar, zegt organisator Melvin Chang, “ook omdat Nederlanders ‘geen last’ van ze ervaren.”

Er bestond vuurwerk in China lang voordat het als buskruit alhier knallend zijn intrede deed. De gemiddelde Chinees, zegt Wikipedia, kent ongeveer 4.000 karakters uit zijn hoofd, kom daar maar eens om met onze 26 Latijnse alfabetletters. Net zoals hun ouders dat zelf in eerdere tijden deden, volgen derde en vierde generatie Chinezen in Den Haag particuliere Chinese taalles, veelal op de zaterdagnamiddag. En ze doen dat vol overgave, zo laat de nieuwe documentaire ‘Voorbij Chinatown’ zien die socioloog Boudie Rijkschroeff speciaal maakte voor het aanstaande en allereerste China Festival in Den Haag, dat een mix belooft te worden van oude en nieuwe Chinese cultuur.

Den Haag heeft, zoals vele steden, een heus ‘Chinatown’. De in 2009 in origineel Chinees steen te Shanghai uitgehouwen toegangspoorten en de rode lampionnen markeren het gebied in de Haagse binnenstad. De viering van Chinees Nieuwjaar in Den Haag is landelijk toonaangevend. “En dat proberen we met dit festival ook te bereiken,” zegt Melvin Chang, organisator van het China Festival. Chang is van Kantonese (Guanghzou, Zuid-China) afkomst: “De ‘jiaxiang’ [afkomst]  speelt in de Chinese cultuur een zeer belangrijke rol. Ook al ben je al generaties in Nederland: de afkomst is doorslaggevend. Maar de wereldwijde diaspora van Chinezen heeft zijn sporen getrokken: “Velen hebben Indonesisch, Surinaams of Maleis bloed door de aderen stromen.”

Hip
Het moderne verhaal van de gemeenschap Chinezen in Nederland begint rond de jaren twintig van de vorige eeuw toen nomadische zeelieden hun kampement opsloegen in onder meer Rotterdam (Katendrecht), Amsterdam en Den Haag. Eenmaal gesetteld, verspreidden ze zich over de rest van Nederland. Melvin Chang, organisator van het China Festival, schetst een beeld van de nu 15.000 ‘Chinezen’ in Den Haag. Van oudsher zijn het ondernemers.

Chang: “Dat is uit noodzaak geboren. De schoorsteen moest immers roken.” In Den Haag was in 1933 Het Verre Oosten het eerste Chinese restaurant, gevestigd aan de Laan van Meerdervoort nummer 50. Hijzelf runt restaurant Lung Fung, tegenover Station HS, ‘zoals vele ‘Chinezen’ boven de vijfentwintig nog altijd in de horeca werkzaam zijn,’ vertelt Chang in afspreekplek het Chinese sushi- en grillrestaurant Shizo van zijn broer. “Tot op de dag van vandaag zijn Chinese restaurants familiebedrijven, al brokkelt dat langzamerhand af.”

In snelle pennenstreken schetst hij een ‘moderne’ tegenkant : “Kinderen van de jongste generatie Chinezen in Den Haag gaan het liefst uit eten in Koreaanse restaurants. Want dat is hip. Op tv en via internet kijken ze naar Koreaanse soaps. Waarom dat zo is? Het uiterlijk van Koreaanse vrouwen komt hun verfijnder voor. Bij onze jongste generatie is het kennelijk uiterlijk vertoon dat de klok slaat.”

Kung Fu
Toch reikt hij de jonge generatie graag de hand. “Het festivalprogramma is samen met jonge Chinese Nederlanders tot stand gebracht, en zíj hebben de website in elkaar gestoken. ‘This is not a Kung Fu festival,’ opent die uitdagend.

“De Chinese gemeenschap, wij, willen graag de luiken openen. Als groep zijn we te lang op onszelf gebleven. Voor autochtone Nederlanders zijn we een gesloten bolwerk geweest. Het is tijd om uit de spreekwoordelijke schulp te kruipen, de muur om ons heen af te breken. De tijd is gekomen om ons verhaal te vertellen, het gesprek aan te gaan over afkomst, over onze kunst en cultuur, onze gebruiken en onze normen en waarden. Hoe? Door generaties Nederlandse Chinezen en andere Nederlanders samen te brengen met een film- en theaterprogramma. Filmhuis Den Haag en Theater aan het Spui worden daartoe omgetoverd tot een ‘ontmoetingsplaats’.”

Het programma vermeldt naast het genoemde filmdocument ‘Voorbij Chinatown’ ook ‘De keuze van mijn vader’ en de speelfilms ‘The kid from the Big Apple’ en ‘Lilting’. Het theateraandeel wordt geleverd door de Shenzhen Arts Group met ‘Happy Spring Festival: China Impression’. De show bevat oude en nieuwe Chinese kunstvormen, waaronder Chinese opera, dans, zang, muziek, martial arts en acrobatiek. Ook kun je bij ze de kunst van het ‘Face-changing’, gezichtsverandering, gewaarworden, waarbij maskers razend snel worden gewisseld, een truc die naar verluidt zelfs in China zeldzaam aan het worden is.

De bekendste Chinese onderneming in Den Haag? Chang, peinzend: Huawei? Supermarktketen Oriëntal dan soms? Hij moet breeduit lachen om het antwoord: ADO Den Haag natuurlijk!

China Festival. Van donderdag 22 tot en met zaterdag 24 februari 2018. Meer informatie: chinafestival.nl.

Advertenties

‘King Lear’ hier en nu

Hetpaleis & Het Zuidelijk Toneel spelen met Shakespeare

In De Gelaarsde Kat liet een molenaar zijn drie zoons alleen de molen, een ezel en een kat na. Shakespeares King Lear heeft welbeschouwd wel wat weg van dat sprook.

Stokoud, ziekelijk en weduwnaar. Lear besluit dat de tijd gekomen is om zijn koninkrijk te gaan verdelen. Kanshebbers zijn uitsluitend zijn drie dochters. Hij daagt ze uit te bewijzen wie het meeste van hem houdt. Maar de jongste weigert. Dat komt haar duur te staan. Het maakt Lear ziedend, verbant haar uit zijn rijk. De twee overgebleven dochters en hun respectievelijke echtgenoten zijn in de sas. Maar Lear laat zo de geest uit de fles: zijn rijk kreunt, een jonge generatie pruttelt tegen, stelt de oude idealen van het rijk in kwestie. Wanneer zelfs zijn twee dochters zich tegen de idealen van zijn rijk keren ziet de doodzieke Lear dit als verraad en als een persoonlijke aanval.

En opeens is het buigen of barsten voor Lear én voor zijn rijk. Het spookt in zijn hoofd.

In de verwarrende tijden van anno 1605, zien de Vlaamse theatergroep Hetpaleis en Het Zuidelijk Toneel (Tilburg) parallellen met een langzaam uiteenvallend Europa. Regisseur Simon De Vos (o.a. Romeo en Julia) beziet King Lear als een politiek steekspel. In zijn ogen is Shakespeares tragedie ook een hedendaagse spookvertelling over de Europese Unie.

En dus wordt Vos’ versie bevolkt door kantoortijgers die ostentatief een mobieltje aan het oor gekluisterd houden.  Lear die tartend alvast een afbeelding van een opgedeeld Europa op zijn rug heeft laten tatoeëren en confectiepakken, aktetassen en stapels dossiers. Stemronde op stemronde. De Brusselse besluitvormingsmachinerie in een notendop.

King Lear in het hier en nu, tien acteurs op het toneel. Onder hen de ‘Haagse’ gebroeders Schellingerhout, Kaspar en Krisjan. Zo’n vijftien jaar geleden deelden zij voor het laatst gebroederlijk het theaterpodium, in King Arthur, toen bij Theaterschool Rabarber. Krisjan speelt Edgar, de zoon van ‘zuiverman’ Gloucester, de hoogste diplomaat van het rijk en Lears speechschrijver. “Leuke rol, met meer kleur en diepgang dan ik in eerste instantie dacht. Filosofiestudent Edgar is naïef en ambitieus, maar wordt kapotgemaakt. Toch vindt hij ruimte om een volwassen filosoof te worden.”

In deze ‘Lear’ zijn sommige personages gemodelleerd naar stromingen of figuren die in het huidige Europa-debat naar voren zijn getreden. “En Edgar vertoont trekjes van de Duitse filosofe Ulrike Guérot. Voor haar is vernieuwing cruciaal. Zij ziet voor Europa alleen een toekomst weggelegd als het zich opdeelt in cultuurregio’s.”

Kaspar geeft karakter aan Gloucesters onechte zoon Edmund. “Een smeerlap en een nihilist die aan de poten zaagt van alles en iedereen die op zijn weg komt. Een fijne rol om te spelen want er zitten vele menselijke trekjes aan hem. Wel was ik vooraf wat zenuwachtig, want ik maak gewoonlijk muziektheater. Maar dit is toneel, opeens had ik niets meer om me achter te kunnen verschuilen.”

“Hoe het is om samen te spelen, en dan nog ook als broers?” vraagt Krisjan vlak voor aanvang voorstelling in Leeuwarden. “Vreselijk natuurlijk!” Kaspar lacht hardop met hem mee: “Twee handjes op één buik!”

Vraagstuk Europa
“Europa doet me minder dan ik zou willen,”vertelt Krisjan. “Dat is een kwestie van opvoeding. Je moet je kinderen ‘Europeaan’ laat voelen. Zo’n opvoeding heb ik niet gehad. Maar een verenigd Europa is belangrijk voor onze economie,  en voor onze positie in de wereld. En niet in de laatste plaats om conflicten binnen Europa te vermijden. Pro Europa dus.”

Kaspar: “Ook ik vind ‘Europa’ een positief verhaal. Natuurlijk is het systeem een moloch, vaak traag en stroperig. Maar het concept Europa biedt waarborgen, bijvoorbeeld rond sociale zekerheid en een zekere kwaliteit van leven. Ik snap niet zo goed waar separatisten op uit zijn.”

Van ‘Brussel’ naar Den Haag: “Sinds kort woon ik er weer,” zegt Krisjan. “Na zes jaar Amsterdam vond ik het daar te duur worden. Ben nu blij toe.” Kaspar, sinds 2008 Antwerpenaar:  “Klopt, al werk ik geregeld in Den Haag, onlangs nog bij Firma MES.

Momenteel werk ik bij Het Nationale Theater met theatermaker Sadettin Kirmizyüz als geluidsontwerper en acteur aan Metropolis, een modern vierluik over de stad. Hopelijk kan ik, mocht het nodig blijken, straks bij Krisjan aankloppen mochten  de repetities uitlopen. Wie weet mag ik dan op zijn bank neerploffen.”

Hetpaleis / Het Zuidelijk Toneel: King Lear. Woensdag 7 februari 2018 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl en hzt.nl.

Fascinatie voor het circusleven

Kattenkwaad op zijn ‘Ashtons’

Kamferspiritus. Het wondermiddel helpt blaren voorkomen en eelt te kweken. Als geen anderen kennen dansers het goedje, maar variétéartiest Joost Spijkers net zo. “Ik moest voor ‘Enfants Terribles’ een van de acts aan de turnringen ophalen,” vertelt het lid van de Ashton Brothers.

“Als je niet genoeg eelt opbouwt loopje onvermijdelijke brandplekken op.” Teneinde zich in geoliede vorm en conditie te houden doet Spijkers daarom het nodige aan krachttraining. “Voor bijvoorbeeld die ‘Aerial hoop’ dus, legt hij uit.

Het aloude circus is hip. De circustent mag dan vrijwel uit het straatbeeld zijn verdwenen, maar toch zeker niet uit het hart, dierenactivisten ten spijt. Dezer dagen kunnen we ons nochtans laven aan het mensenhanden-circus. Met ‘Enfants Terribles’ betonen de Ashton Brothers eer aan het aloude publieke vermaak van het circus, maar dan vaak met een absurdistische inslag verlevendigd. “We zijn behept met een romantische fascinatie voor het circusleven. Met de Ashtons willen we graag de achterkant van het circus en van het circusbestaan laten zien,” zegt Spijkers. “Zo hoorden we laatst uit de eerste hand van een man en een vrouw die een trapezeact deden. De vrouw was ten val gekomen. Nu doet haar dochter de act in haar plaats, terwijl zíj nu met ingehouden adem op de tribune toekijkt. Ja, the show must go on. Dat soort verhalen.”

De best bewaarde geheimen van circusfamilies over de hele wereld werden eeuwenlang zorgvuldig van generatie op generatie doorgegeven. Tot nu dan, want ze zijn ten prooi gevallen aan de handen van de grootste kinderen die de Nederlandse theaterwereld rijk is: de Ashton Brothers. Zeggen ze zelf. Ze doopten de gevaarlijkste acts, de vreemdste trucs en de meest hilarische nummers om tot een bonte mix van muziek, acrobatiek en regelrechte tovenarij, zulks ook al volgens de Ashtons zelf.
Het mooie is evenwel dat dit geen loos nepnieuws is, maar dat het klopt. Uit eigen waarneming maar ook getuige de recensies. Met ‘Enfants Terribles’, hun laatste show, rijgen ze dan ook wereldwijd succes aan succes, zoals zij in hun voorstelling nummer na nummer aaneensmeden.

Wereldwijd een doorslaand succes, en binnenkort opnieuw in Den Haag. Ruim 240 keer al gespeeld. “De kunst van het vak is om de herhaling fris te houden, voor onszelf en voor het publiek. Geen metaalmoeheid toestaan. Ikzelf merk dat er zelfs laagjes bijkomen naarmate we de show vaker spelen. Vakmanschap is dat, mooi om te merken. Maar ook dan is maar één op de tien shows werkelijk perfect. Als ik heb gemeend dat het die ene avond op en top was, kan het zijn dat mijn collega’s er totaal anders over denken.”

Deze zomer tuigen ze opnieuw hun landgoed Ashtonia op, in Slot Zeist. “Deze keer uitgebreid met verschillende internationale topacts, verklapt Spijkers alvast. “Een feest. We lijken net kinderen die niet willen opgroeien. We zijn en blijven kleine Peter Pannetjes!”

Ashton Brothers: ‘Enfants Terribles’. Vrijdag 9 februari 2018 in de Koninklijke Schouwburg; dinsdag 20 februari in de Rijswijkse Schouwburg. Meer informatie op ashtonbrothers.nl.

Haarvaten van de stad

Cultuurankers Den Haag vieren vijf jaar

Den Haag ligt aan het strand. Zeker, maar ook aan kunst en cultuur. Als je het wil is het er, altijd. Desgewenst pal naast de deur.

In Den Haag kan, op een afstand van maximaal een tiental luttele minuten fietsarbeid, wie dat maar wil, probleemloos genieten van (jeugd)theater, dans, film, literatuur, muziek of cabaret. Cultuur is in Den Haag altijd dichtbij. In ieder stadsdeel ligt ergens om de hoek wel een theater, bibliotheek of museum verscholen waar je kunt aansluiten voor kunstzinnige activiteiten: van cultuureducatie tot cultuurparticipatie. Dat is onder meer te danken aan het fenomeen van de zogeheten ‘Cultuurankers’.

Toegankelijkheid, diversiteit en verbinding. Dat zijn volgens Maarten Bakker, directeur van Theater Dakota en voor deze gelegenheid woordvoerder van de gezamenlijke Cultuurankers, de drie kernwaarden die hen binden.

Bakker is namens zijn instelling gastheer voor het aanstaande feestpartijtje op maandag 22 januari. Dan vieren de Cultuurankers, typisch Haags fenomeen, dat sinds vijf jaar geleden elk stadsdeel over een eigen plek voor cultuur in de buurt beschikt. Waar dan? Het rijtje: het DiamantTheater, Laaktheater, Theater Dakota, Theater De Vaillant en Theater De Nieuwe Regentes, uitgebreid met de Bibliotheken Loosduinen / Nieuw Waldeck, die van Ypenburg / Leidschenveen en Muzee in Scheveningen. De voorbije jaren kregen de laatste een ‘upgrade’: een podiumfunctie.

Het octet Cultuurankers werkte onder meer samen rond ‘Arm en Rijk’, de tentoonstelling die het Haags Historisch Museum recentelijk bouwde. Ook jeugdtheaterfestival ‘Krokus Kabaal’ en binnenkort ‘Feest aan zee’ (met ‘Van badkoets tot Badhokje’) zijn twee voorbeelden van programmatische samenwerking uit de koker van de acht werkzame Cultuurankers.

Mensen samenbrengen.
Vanouds werken de Cultuurankers samen met culturele instellingen, scholen, welzijnsorganisaties en het eigen stadsdeelkantoor. Ieder cultuuranker gaat op zijn eigen manier te werk, inspelend op de omgeving.

Voormalig wethouder Jetta Klijnsma bedacht de Cultuurankers, haar opvolger Marjolein de Jong zorgde in 2013 dat elk stadsdeel er eentje had. En de huidige wethouder Joris Wijsmuller heeft er voor gezorgd dat de Cultuurankers van de flanken van het spectrum centraal in het beleid geplaatst werden.

Volgens Bakker wordt landelijk naar het concept opgekeken. “Onlangs hadden we de Raad voor Cultuur hier op werkbezoek. De raad adviseert over het kunstleven in Nederland. Een dergelijk stedelijk netwerk als het Haagse om mensen actief dicht bij kunst en cultuur te brengen bestaat buten deze stad namelijk niet. In Rotterdam, waar ik ook een theater leid, wordt met jaloezie naar dit initiatief gekeken. Bovendien zijn de Cultuurankers ook bij het publiek enorm succesvol. In 2016 hadden we samen 200.000 bezoekers over de vloer. Dat is een verdriedubbeling met vijf jaar geleden. En dat cijfer is in 2017 verder gestegen tot bijna 250.000.”

Feest
Komende maandag vieren de ankers daarom feest. Artiesten uit verschillende stadsdelen laten die avond fragmenten zien uit eerdere producties. De ankers helpen diezelfde avond, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen immers, ook politici aan een sinaasappelkistje: Wat hebben politieke partijen voor de wijkcultuur in petto? Hoe denken zij bij te dragen aan toegankelijkheid van cultuur en diversiteit van aanbod en publieksbereik? Hoe verhoudt wijkcultuur zich volgens hen tot de culturele infrastructuur in de rest van de stad? Het programma is openbaar, iedereen is uitgenodigd, benadrukt Bakker, al is aanmelden vooraf noodzakelijk.

Theater Dakota: ‘Vijf jaar Cultuurankers’ op maandag 22 januari 2018. Meer informatie: theaterdakota.nl. Meer informatie: 070 326 5509. Aanmelden: kassa@theaterdakota.nl.

Beeldrijm op ’n fles wc-eend

Hotel Modern brengt in Banaan en oestermes ode aan stilleven

Een kort, dik mes dat wordt gebruikt om oesters mee open te wrikken en hun vlees uit de schelp te halen. Een oestermes dus. En wat heeft dat met een banaan te maken dan, die langwerpige, licht gebogen gele vrucht?

“Niet zo heel veel op het eerste gezicht,” grinnikt spullenbaas Herman Helle van theatergroep Hotel Modern. “In Banaan en oestermes creëren we moderne stillevens door allerlei alledaagse spullen bij elkaar te zetten. We doen een poging opnieuw te leren kijken, geïnspireerd op het schilderkunstige genre van het stilleven, de manier indachtig waarop dat met name in de zeventiende eeuw toeging: een flonkerende roemer naast een schedel die daarbij dof afsteekt, een luxe tinnen teljoor waarop een gekaakte haring ligt. Het waren symbolische, onderrichtende miniatuurvertellinkjes. Op een grote tafel bijeengezet kregen allerhande spullen opeens een andere, soms een diepere betekenis.

“Of denk aan de uitdrukking ‘een schilderachtig landschap’ Vroeger werd een landschap niet als bijzonder ervaren, totdat schilders ze gingen vastleggen. Dat proberen wij in deze voorstelling ook te doen. Op een associatieve wijze brengen we allerhande spullen bij elkaar en bekijken dan of er daardoor iets nieuws ontstaat. We leren opnieuw naar de wereld om ons heen te kijken.”

In Banaan en oestermes strijden alledaagse gebruiksvoorwerpen, materialen en spullen als een bloemkoolstronk, een bosje peterselie, een stekelige wc-borstel, een oude scheepskist, de schedel van een krokodil en een cowboylaars, om maar lukraak een greep uit de uitstalkast van Hotel Modern te noemen, beurtelings om de aandacht.

“Er zijn spullen bij uit mijn eigen verzameling,” zegt Helle. “Niemand weet het, en het geeft ook niet, maar er zitten spullen bij uit een erfenis van mijn opa, spullen ook met een verhaal. Zoals de twee fezzen die mijn moeder meenam uit Port Said.”

Als in een museum van karton staan in Banaan en oestermes spullen op een sokkel. Beeldrijm. Drie conservatoren doen verwoede pogingen voorwerpen uit een depot te categoriseren.

“We slaan aan het associëren,” zegt Helle. “Fantasie die op hol slaat. Beschouw het als een tentoonstelling die steeds verandert. Absurdistisch soms. Je kent dat wel, dat de dingen niet kloppen, maar voor je gevoel juist wel. We zijn verwikkeld in een onderling schaakspel. Als de één een zet doet, komt de ander met een tegenzet.” Hij maakt een vergelijking met internet.

“Je kent ze wel, lijstjes op websites, bijvoorbeeld die van YouTube, die je opmerkzaam maken op iets dat je aan de hand van je eerdere keuze waarschijnlijk ook wel de moeite van het bekijken of luisteren waard vindt. Als je dat twee of drie keer achter elkaar doet, dan eindig bij iets totaal anders dan waar je naar op zoek was. Dan drijf je ver weg van de bloemkool waarmee je begonnen bent.”

Hotel Modern is vooral bekend van voorstellingen waarin het met maquettes, minicamera’s en animaties vindingrijke verhalen naar het theater bracht, zoals ‘Kamp’ over de holocaust, ‘Garnalen verhalen’ over de plaag die de menselijke soort is, en ‘Vliegboot moederschip’. Het drietal trok miniatuurwerelden op door meesterlijke manipulaties met video waarin een peterselie een atoombom kon zijn of een theezeefje een kroonluchter.

“Deze keer zetten we geen video of special effect is in. Maar wel valt er veel te lachen en te gniffelen.” Voorbeelden? Het aantoonbare verband tussen bloemkolen en badsponsjes, een ontmoeting tussen een ballon en een cactus, en de ontroerende schoonheid van een brandblusser. Bij hun duizelingwekkende zoektocht ontdekken ze bij Hotel Modern en passant ook nog eens de woeste, kolkende bron van menselijke intelligentie en creativiteit. Helle: “Bijna een trip.”

Hotel Modern: ‘Banaan en oestermes’. Van donderdag 11 tot en met zaterdag 13 januari 2018 in Korzo theater. Meer informatie: korzo.nl.

Komt dat zien

Negentiende-eeuws Carnivale weer ouderwets op stoom

Carnivale lééft! Als nooit tevoren: van de eerstkomende drie edities is doorgang verzekerd.

Tot aan het voorbije voorjaar heeft het geduurd. Pas toen was het jaarlijkse nostalgische winterfestijn in het Huijgenspark (Stationsbuurt) opnieuw verzekerd van gemeentelijke ondersteuning. Na veel gesoebat. “Maar we kunnen nu drie jaar vooruit,” juicht grondlegger Joris Hentenaar. “We kunnen nu werken aan de verankering en investeringen doen voor de aankomende jaren.”

Dat spreekwoordelijke juichen doet Hentenaar in voorheen café De Bordelaise, dat tijdelijk aan Carnivale is uitgeleend als hoofdkwartier. Toen hem eind vorig jaar na een sms’je duidelijk werd dat er geen editie 2016 zou zijn, liet hij zijn tranen de vrije loop. Ook levensgezellin annex partner in crime Anne van der Zwaard sloeg met de kop keihard tegen het plafond.

Van der Zwaard: “Van de ene gemeentelijke dienst moesten we enorm groeien, van de andere juist een gezellig klein buurt- en volksfeest blijven. En opeens werden we er ook nog van beticht dat de boeken niet klopten.” Na veelvijven en zessen en heel wat overlegrondes is de gemeente in het voorjaar overstag gegaan. Hentenaar: “We zijn er weer als organisatie, en we zijn krachtiger dan ooit.”

Sinds openingseditie 2009 is het geregeld op en af geweest voor de oude reizende carnivale – het circus en kermis van weleer. “Tussen het zwarte gat van de kerstdagen en de knallende kurken van oud en nieuw wilde ik de buurt trakteren op wat ouderwets vertier, ze uit hun luie stoel halen” kijkt Hentenaar op het ontstaan terug. “Toen we een prijsvraag wonnen voor het opkrikken van Vogelaar-wijken, zijn we begonnen.”

Inspiratie voor Carnivale deed hij op tijdens buitenlandse reizen in het Midden-Oosten, waar hij als cameraman reportages in oorlogsgebieden maakte. “De Carnivale als Haags festival is de weerslag van al hetgeen ik gezien heb in het Midden-Oosten. Daar zijn bedrijven die, net zo als hier, feesten en partijen realiseren. Deze hebben een erg carnivale-achtige uitstraling. In oorlogsgebieden staan de prachtige heldere sterrenhemels in schril contrast met de gruwelijke werkelijkheid die het daglicht eigenlijk niet kan velen. Het moet gezegd blijven worden. Laten we daarom met z’n allen beseffen wat we hier hebben.”

Als kind al was hij totaal verwonderd van ‘kijkshows’ zoals die in de film The Greatest Show on Earth, een reizende kijkdoos van rariteiten, dieren en freaks. Hij knoopte er het gegeven aan vast dat het Huijgenspark geboortegrond is van De Kop van Jut, vernoemd naar Hendrik Jut, in 1872 de moordenaar van de rijke weduwe Van der Kouwen die er aan het park woonde. “Dat rauwe randje van toen is gebleven: het park verbindt hoerenbuurten en drugsdealers.” Carnivale was geboren.

Antidigitaal
Hentenaars antidigitale eindejaarsfeest zit tussen ouderwets vaudeville, magie, akoestische muziek en burlesk theater in. “Carnivale is de enige in haar soort en doet alleen Den Haag aan. Ik wil mensen graag verwonderen en betoveren, ze in contact brengen met oerambachten en de alchemie van vervlogen natuurwetenschappelijk onderzoek. Hartverwarmend familieamusement ook, niet die hogere kunstkunde van ‘De Parade’. Geen hijgerige, lawaaierige bedoening, maar gezellig, intiem en puur.”

Highlights
In 2015 kon hij ‘eindelijk’ de oude kermisact Drown the clown laten overkomen. Trots: “Die had ik ooit gezien in New York en dacht meteen: die moet naar Nederland komen.” De bezoekers in 2015 waren verbluft. “Uitleggen heeft geen zin, je moet het meemaken.” Ook bijzonder is Patrick Pickart, de Belgische Hypnotiseur en, ook nieuw, de enige gecertificeerde glazendraaier van Europa. “Die roept geesten op aan de hand van het ‘ouijabord’. Mag niet, maar op de Carnivale kan het.”

Verder natuurlijk geen gebrek aan koffiedikkijkers en handlezers van divers pluimage, spreekwoordelijke insecten- en vlooientemmers, de man van anderhalf miljoen Volt, en niet te vergeten: het meisje dat zomaar in een gorilla verandert. Ook wordt ruim baan gemaakt voor muziek, getuige de 24 verschillende optredens, zes per dag, veelal van Haagse bands. “Meer horeca, meer acts en nog veel meer mooie zaken.”

Ondertussen is het een zoete inval in De Bordelaise: de Carnivale-organisatie weet vanouds vele buurtbewoners te mobiliseren. “Straks zijn er meer dan honderd voor ons in touw. Het mooiste verhaal van dit jaar is nog wel de 75-jarige mevrouw van daar op de hoek die zich dit jaar ook wil aansluiten.”

 

Kerstgeesten uit heden, verleden en toekomst

Zuiderparktheater brengt ‘Scrooge’

Het Zuiderparktheater hult zich deze winter in kerstsferen met een wandeling door het park aan de hand van de vleesgeworden vrek Scrooge.

‘A Christmas Carol’ heet Dickens standaardwerk officieel. Maar is beter bekend als ‘Scrooge’, gemodelleerd  naar de geconstrueerde, desondanks vleesgeworden vrekkige hoofdpersoon en pandjesbaas Ebenezer Scrooge. Boze tongen beweren dat Dickens zijn personage inkleurde aan de hand van Thomas Malthus, naast demograaf vooral blijvend op het netvlies gebrand als zwartkijker.

Onvermijdelijk duikt hij, Scrooge, elke kerst weer op, ook hier in Den Haag. Theatertje Branoul doet al jaren een duit in het zakje met een gloeiende versie die acteur Bob Schwarze er op de toppen van zijn kunnen ten beste geeft. Maar dit jaar brengt ook het Zuiderparktheater een versie van de kerstvertelling-bij-uitstek. Niet alleen op het podium van het openluchttheater trouwens, want ook op verschillende buitenlocaties in het Zuiderpark. Dat vertelt Arne Sybren Postma, regisseur van deze ‘Scrooge’. Postma tovert er een interactieve muziektheater-winterwandeling mee te voorschijn als uit de hoge hoed, een combinatie van locatietheater met kinderen en volwassenen in een mix van opera, musical, koor, dans, percussie en … dressuur.

“Klopt,” bevestigt Postma, en hij is daarmee meteen de eerste om toe te geven dat Scrooge geen bijster originele keuze is. “Maar het is voor het eerst dat het Zuiderparktheater in dit seizoen van het jaar een eigen productie uitbrengt, en dus wil je een titel die bekend is.” Waarom dan toch ‘Scrooge’?, vraag hij zichzelf retorisch af. “Nou, het is een stuk met een duidelijke opbouw, speelt zich af rond drie rondwarende geesten. Dat aspect werd destijds fascinerend gevonden, denk maar eens aan de figuur van Frankenstein en aan vampieren, die stammen ook uit die tijd. Belangrijker: we gaan hier met Scrooge nieuwe dingen uithalen hoor. Kom maar kijken!”

Postma heeft een route door het immense Zuiderpark uitgedacht. Straks zijn op negen plaatsen scènetjes van elk pakweg tien minuten te zien. Elk tijdsgewricht (verleden, heden en toekomst) kent drie scènes. “Als in een pretpark zwerf je langs idyllische plekken, soms zijn het plaatsen die je niet of nauwelijks kent, zoals Het Glazen Huis of die van Stoomgroep West, dat in het Zuiderpark een minirail beheert met spoor en al.

Je mag helemaal zelf de route bepalen. Je mag er dus ook voor kiezen om een en dezelfde scène desnoods vijf keer achter elkaar te zien. Maar als je de route geheel volgt ontdek je Scrooge in verschillende gedaanten: als kind en als jongvolwassene, maar ook als operazanger. Je gaat meemaken wat hij is, wat hij was en wat hij zal zijn.”

De opvallende rol van Marley, Scrooges geestige criticaster – hij waarschuwt als eerste van drie geesten dat Scrooge het over een andere boeg moet gaan gooien – wordt gespeeld door Guus van der Steen, Haags guerrilladichter, acteur en muzikant van de Haagse band KernKoppen. Van der Steen heeft zelf de tekst geschreven voor zijn aandeel.

Straks zijn er zo’n honderd koorzangers, acteurs, dansers en figuranten in touw, berekent Postma. “Stuk voor stuk mensen die wat in hun mars hebben hoor, ik zou het merendeel doorgewinterde semiprofs noemen.”

De grande finale is meteen ook de apotheose van de wandeling. Die vindt plaats in het openluchttheater, dat met de omzomende bladerloze bomentakken een spookachtige aanblik biedt. Zelf een dekentje meenemen en jezelf voorzien van thermisch ondergoed, lijkt geen overbodige luxe. Maar het Zuiderparktheater weet met dat weer-bijltje te hakken, dus is er ongetwijfeld aan comfort en de inwendige mens gedacht. En natuurlijk komt Scrooge ook in het Zuiderpark tot inkeer – niemand blijft immers totaal ongevoelig voor druipkaarsenromantiek die kerst heet…

Zuiderparktheater: Scrooge. Te zien op 23 (tryout), 26 (première), 27 december (matinee en avond) en 28 december 2017. Meer informatie: zuiderparktheater.nl.