Stormachtig tranendal

Internationale hit Scènes uit een huwelijk in Den Haag

Met Scènes uit een huwelijk rijgt Internationaal Theater Amsterdam (ITA), voorheen Toneelgroep Amsterdam, sedert de première in 2005 nationaal en internationaal successen aaneen. Actrice Celia Nufaar van het hoofdstedelijke toneelgezelschap maakt sinds het begin deel uit van de cast.

Ook na tien jaar huwelijk is het leven van Marianne en Johan nog altijd een echtelijke idylle. Allebei een goede baan, twee dochtertjes, een mooie woning en een buitenhuisje – en financieel gaat het ze voor de wind. “Het begon met de derde scène,” schrijft regisseur Ingmar Bergman in de toelichting op ‘Scènes uit een huwelijk’.’

“Ik was van plan om een toneelstuk te schrijven over een man die thuiskomt en aan zijn nietsvermoedende echtgenote meedeelt dat hij hun goede huwelijk wil verbreken om er vandoor te gaan met een andere vrouw. Opeens vroeg ik me af hoe ze het daarvóór gehad hadden. En begon ik te speculeren over wat er naderhand met ze zou gebeuren.”

Ocharme Johan en Marianne. Kanonnenvoer voor Bergmans pennetje.

Want getrouwd – maar ook beurtelings bangelijk, blij, zelfzuchtig, dom, aardig, verstandig, opofferingsgezind, toegewijd, boosaardig, mild, sentimenteel, onuitstaanbaar en beminnelijk. En dat alles uitgesmeerd over zes taferelen die twintig jaar uit het leven van de fictieve Johan en Marianne beslaan. Twee decennia van gelukkig huwelijk, ontrouw, een uit elkaar gaan, weerzien, een pijnlijke scheiding tot wederkomst na jaren van vertwijfeling en het daaropvolgende wederzijds ongelukkige hertrouwen.

Wat begint als een hel, verandert in een zoektocht naar onvoorwaardelijke en belangeloze liefde vol scherpe en psychologisch ingeleefde dialogen. Bergman putte daartoe uit zijn eigen ervaring van bijna dertig jaar huwelijk en vijf echtgenotes: “Het kostte drie maanden om deze scènes te schrijven maar een tamelijk groot deel van mijn leven om ze te ervaren.”

Tijdreis
‘Scènes uit een huwelijk’ is, allereerst, een beroemde film – met onder meer Liv Ullmann en Bibi Anderson. ITA speelt ‘Scènes uit een huwelijk’ sinds het seizoen 2004-2005. Het is daarmee een van de langstlopende producties van het gezelschap. Nog steeds stroomt, ook wereldwijd, het publiek toe want er wordt nog altijd internationaal getoerd. In deze ontleding van het huwelijk wordt het stel Johan en Marianne gespeeld door drie acteurskoppels van verschillende leeftijden.

De voorstelling volgt hen in drie verschillende fasen van hun huwelijksleven. De toeschouwer is zo getuige van hun verleden, heden en toekomst, als was het een tijdreis door hun huwelijk.

De setting is een bijzondere. Jan Versweyveld, vaste scenograaf van regisseur Ivo van Hove, stelde op het podium drie gescheiden kamers op waarlangs het publiek zich gedurende de voorstelling, per scène, verplaatst. De twee hoofdrolspelers Johan en Marianne worden simultaan gespeeld door drie acteurskoppels. Ondertussen hoor je uit die twee aanpalende ruimtes stemmen opklinken, en doorkijkluikjes bieden zicht op hetgeen zich daar afspeelt.

Oercast
Celia Nufaar (1937) maakt deel uit van de ‘oercast’. In 2005 kreeg ze de acteerprijs voor beste bijdragende rol. Ook anno 2018 maakt ze nog altijd deel uit van de bezetting. “Eerst was er een reprise na vier jaar, na tien jaar – en nu dus opnieuw.

“Nooit gedacht dat ik dit stuk nog altijd zou spelen,” reageert de gelauwerde actrice. “In de loop der jaren heb ik zogezegd verschillende ‘dochters’ gehad,” vertelt ze. “Er zijn andere tegenspelers dan dertien jaar geleden, want de cast is mettertijd veranderd. Omdat iedere acteur een rol op zijn eigen manier inkleurt blijft het voor mij leuk en spannend om dit te spelen. Ik speel in dit stuk twee rollen: de moeder van Marianne en die van een cliënte van Marianne, die advocaat is. Als moeder kijk ik door de ogen van Marianne, schets het vooruitzicht dat zij in het verschiet ziet. Als cliënte kom ik bij Marianne mijn eigen echtscheiding regelen.”

De setting heeft haar in de beginperiode parten gespeeld. “Ik vond het eerst griezelig met publiek dat bij wijze van spreken bij je op schoot zit. Daar heb ik aan moeten wennen. Daarbij doorbreek ik geregeld ook nog eens de ‘vierde wand’; richt me soms dus rechtstreeks tot het publiek. Het is steeds weer spannend hoe mensen daarop reageren. De een kijkt weg, vindt wat ik doe kennelijk confronterend; een andere blijft juist geïnteresseerd naar me kijken.”

Met bijna vier uur zuivere speeltijd en geregeld tournees op het programma vergt ‘Scènes uit een huwelijk’ een behoorlijke inspanning. “Ik ga door zolang het gaat,” zegt de nu 81-jarige Nufaar. “Zolang ik mijn tekst kan onthouden en op het toneel goed kan bewegen, vind ik het prachtig om dit te kunnen blijven doen.”

ITA: ‘Scènes uit een huwelijk’. Van donderdag 13 tot en met zaterdag 15 september 2018 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: internationaaltheateramsterdam.nl. Tickets: hnt.nl.

Advertenties

Humor als steekwapen

Diligentia en PePijn in 2018-2019

De complexe maatschappij relativeren, zelfs aanscherpen met de kracht van humor. Die ambitie koestert theatercombinatie Diligentia / PePijn.

Natuurlijk: het is ‘vanouds’ en zo ook in seizoen 2018-2019 lachen geblazen in Diligentia en PePijn, want nog altijd bij uitstek hét podium in Den Haag voor cabaret en verre omstreken. Zo heeft de theatercombinatie de zomervakantietijd pas zojuist afgesloten ‘on stage’ met de ‘Summer of Laugh’: schaterprogramma’s in eigen huis maar ook aan het strand en in de openlucht van het Zuiderparktheater.

“Nee, we geven geen papieren brochure meer uit. Online kan iedereen 24 uur per dag bij ons terecht,” legt woordvoerder Mariette van Solingen uit. “We kunnen daardoor nu ook onze programmering eventueel bijsturen aan de hand van actuele ontwikkelingen of vraag uit het publiek.”

Diligentia-PePijn maakt volgens Van Solingen een heuse ‘groeispurt’ door. “De oplevende economie helpt, maar vooral onze programmering werkt. De sporadische concurrentie van de Koninklijke Schouwburg en nu en dan het Zuiderstrandtheater op cabaretgebied zien we niet als problematisch. Sterker: we werken met ze samen, stellen ons publiek geregeld op de hoogte van hun cabaretaanbod.”

Op het programma van Diligentia / PePijn staan toppers (Youp, Pieter Derks, Vrijdag & Sandifort, Micha, Marc-Marie, Dolf, Lubach, Lebbis, Purper, Van Muiswinkel, Kroos, de Breij) zij aan zij naast local heroes (Bral, Règahs, Marco Lopes en Berit Companjen ) en talenten (Patrick Laureij, Alex Ploeg, Patrick Nederkoorn).

Er is volop kleinkunst (Yentl & de Boer, Matroesjka). En er zijn eigen producties die worden voortgezet, succesformules zoals de PePijn Comedy Club, Podium PeP en ‘Diligentia Specials’ zoals Fudge en Future Generation. Voor dauwtrappers is er om half acht in de morgenstond maandelijks de wekker van de Start-Up Comedy. Vanzelfsprekend zijn er ook de finalistentournees van de cabaretconcoursen uit den lande die er neerstrijken.

Aan die formules wordt dit seizoen een nieuwe formule toegevoegd: die van de Silent Comedy. Van Solingen: “Bezoekers krijgen een koptelefoon op en kiezen een eigen kanaal. Je weet niet of je buur of partner hetzelfde hoort als jij. Zodra je de koptelefoon op hebt leef je in een andere wereld.”

“Persoonlijk kijk ik uit naar PrinsjesdagCabaret, op en top politiek cabaret met Pieter Derks en Dolf Jansen. Zij fileren de Miljoenennota op z’n Wim Kans.”

Ook de uitreiking van de jaarlijkse cabaretprijzen heeft een vaste plek gekregen in Diligentia. “Die voor het beste theaterprogramma van het seizoen, de Poelifinario, krijgt vanaf dit seizoen een nieuwe opzet. Er zijn voortaan drie categorieën: kleinkunst, entertainment en engagement. De Neerlands Hoop voor de meest veelbelovende artiest  is gebleven. Daar zie ik bijvoorbeeld Rundfunk en Kiki Schippers nog ver komen. Zelf hou ik erg van Lenette van Dongen en van Micha – komt-ie wel echt opdraven? – Wertheim.”

Diligentia en PePijn trekken trouwens meer uit de kast dan het gebruikelijke lach-of-ik-schiet-werk. Zo is er kamermuziek, zo’n zes tot acht concerten per seizoen. En natuurwetenschappelijke lezingen. En kijk niet raar op als Paul van Vliet opeens PePijn aandoet.

Diligentia-pepijn.nl

‘De politiek is zelf cabaret geworden’

Pieter Derks, presentator en ambassadeur van ‘PrinsjesCabaret 2018’

Bij de opening van het parlementaire jaar hoort inmiddels het PrinsjesCabaret. Dit jaar doet cabaretier en columnist Pieter Derks voor het eerst dienst als presentator en ambassadeur.

‘Prinsjesdag’ zoals wij dat nu kennen vond voor het eerst plaats op 2 mei 1814. De benaming ‘Prinsjesdag’ werd al in de 17e en 18e eeuw gebruikt voor de viering van de verjaardagen van de Prinsen van Oranje. Na het Tweede Stadhouderloze Tijdperk en de geboorte van Willem V op 8 maart 1748 werd door patriotten zijn verjaardag aangegrepen voor demonstraties van Oranjegezindheid. De traditie van het ‘PrinsjesCabaret’ is beduidend jonger: de komende editie is de zesde van een reeks die in 2012 werd ingezet.

“Hoe luidt die dresscode voor Kamerleden dan?,” antwoordt Pieter Derks op de vraag of hij zich als presentator van ‘PrinsjesCabaret’ in Diligentia ook aan het officiële kledingvoorschrift gaat houden. “Jacquet?” Dan, lachend: “Daar bedank ik feestelijk voor. Als cabaretier moet je trouwens een beetje tegen de gevestigde orde ingaan. Ik zet ook al geen hoedje op. Ik heb geen hoed en laat er voor deze gelegenheid zeker niet eentje speciaal maken.” Zijn favoriete Prinsjesdag-moment? “De Troonrede. Toch altijd een plechtig moment. En dan vooral die wat ongemakkelijke afsluiting met het feestelijk aangeheven ‘Leve de koning’.”

Als twaalfjarige luisterde hij in het ouderlijk huis vaak naar elpees met registraties van Oudejaarsconferences van de grondlegger van het genre, Wim Kan.”De meeste namen die voorbijkwamen kende ik natuurlijk niet,”zegt hij, “maar je voelde wel haarfijn de scherpte en de sfeer die eruit sprak. Daar hield ik erg van. En Wim Kan is op dit vlak een icoon natuurlijk, net als Freek de Jonge en Youp van ‘t Hek.”

Inmiddels heeft hij zelf ook een behoorlijke reputatie als politiek cabaretier gevestigd, onder meer door zijn puntige gesproken columns voor het radio 1 –programma De NieuwsBV als ‘De Druktemaker’. Ook tekende hij in 2013 in het theater voor ‘Een Oudejaars ’ en maakt hij de laatste jaren ‘De kortste Oudejaarsconference van Nederland.’ Daarin fileerde hij in een luttele vijf minuten een geheel jaar van politiek geklungel. “Het politieke bedrijf is zelf cabaret geworden, je moet tegenwoordig van goeden huize komen als je de beroepsgroep wilt overtreffen.”

Naast Derks blikken tijdens PrinsjesCabaret ook de cabaretiers Patrick Nederkoorn, Dolf Jansen en Nathalie Baartman terug op een druk jaar van politieke ontwikkelingen en houden voorstellingsbezoekers zo een spiegel voor van de bestuurders en volksvertegenwoordigers van ons land. “De ervaring wijst uit dat ieder van ons een andere bril draagt, dus dat bijt elkaar niet. Bij mij zullen sowieso Halbe Zijstra en Stef Blok paraderen. ”

In de beginperiode van zijn theatercarrière, nadat hij was afgestudeerd aan de Koningstheateracademie in Den Bosch, liet Derks de politiek links liggen. Pas de laatste jaren is hij er diep ingedoken, van de ontmoeting tussen Trump en Rutte, de dividendbelasting, Pechtold en het referendum Orgaandonorwet tot een ‘gevonden’ regeringsverklaring van Rutte III in een Indonesisch restaurant.

“Ik ben iemand die de politiek graag op de voet volgt, dat klopt. In mijn allereerste theaterprogramma’s heb ik me daar niet aan gewaagd. Wel schreef ik meteen al columns over politieke onderwerpen. Ik merk de laatste jaren dat politiek en theater voor mij steeds beter samengaan. Politiek is en blijft wat mij betreft een bron van inspiratie, maar ook van vermaak, frustratie en ergernis.”

PrinsjesCabaret is op zondag 16, maandag 17 en dinsdag 18 september 2018 te zien in Diligentia. Meer informatie en tickets op diligentia-pepijn.nl.

Theaterbroedplaats en tweemans theatercompagnie

Bureau Dégradé in 2018-2019

In juni beleefde theaterbroedplaats Bureau Dégradé haar wittebruidsmaand. Founding Father Label Dégradé brengt in maart een voorstelling uit rond Bauhaus.

Het was volgens het tweetal David Geysen en Carl Beukman een eerste proeve en het einde van het begin. De openingsmaand van Dégradé werd ‘Dnalysatnaf’ – ‘Fantasyland’, maar dan omgekeerd – gedoopt. Met twee kunstmanifestaties: een twaalfuurs ‘Diptiek van het geloof’ waarin beeldende kunst, dans, en streaming video samenvielen, en anderzijds de theatermarathon ‘Triptiek van de macht’. Daarin werden de in voorgaande jaren eerder uitgebrachte Dégradé-voorstellingen ‘Motel Detroit’ (over Amerika), ‘Polonium-210’ (over Rusland) en ‘België’ (over Europa) gebundeld.

En dat op een en dezelfde dag achter elkaar gespeeld, noem het een ‘all the way’ Dégradé. ‘Dnalysatnaf’ werd verder omgeven door randprogramma’s, waaronder gesprekken en interviews.

Dégradé kent vele gezichten. Het is allereerst de winkel en het vehikel van theatermakers en voormalige ‘Appelaars’ Geysen en Beukman die de voormalige Appelloods hebben ingericht voor het voorbereiden van hun eigen producties. Maar aan de Laan van Poot moet de ruimte ook een theaterbroedplaats zijn.

“Zoals een architect eerst een ruwe schets maakt en dan een bouwtekening, zo willen we hier iedereen met een goed plan een kans geven, van theatermaker tot beeldend kunstenaar, van kok tot wetenschapper en van buurtbewoner tot nieuwkomer. Van de ‘schetsen’ die dat oplevert gaan we met de bedenkers bekijken of er meer toekomstmuziek in zit,” vertelt David Geysen.

Bureau Dégradé is naast een dynamisch atelier voor ideeënrijkdom, ook de vaste stek voor de try-out voorstellingen van Label Dégradé. In feite is het hun eigen experimenteerruimte voor zelfbenoemd ‘extreem beeldend geluidstheater’. “We proberen de grenzen op te rekken in beeld, geluid en tekst. ‘Extreem’ kan ook heel klein, zacht en minimalistisch zijn,” licht Carl Beukman toe. “Maar bij ons in ieder geval theatraal, multidisciplinair en met oog voor experiment.”

Na de ‘Diptiek van het geloof’ in juni volgt in november de ‘schets’ ‘Damnatio memoriae’. Een term uit de Romeinse oudheid die het wissen van een persoon of gebeurtenis uit de geschiedenis en het collectieve geheugen behelst.

“Wij gaan samenwerken met beeldend kunstenaar Gerolamo Lucente. Hij zal in opdracht van en voor ons een nieuwe cultus opzetten die het aanbidden van de kunst vertegenwoordigt. Zijn volgers zullen afkomstig zijn uit alle stadsdelen van Den Haag en een belangrijke rol vertolken in zijn werk. Gerolamo, kortweg Luca zal zijn figuur baseren op de omstreden Eliogabalus, de Romeinse keizer die verantwoordelijk was voor deze Damnatio memoriae.

Hoofdmoot voor Label Dégradé is in 2018-2019 een nieuwe productie rond de kunststroming Bauhaus, opleiding voor beeldend kunstenaars, ambachtslieden en architecten die van 1919 tot 1932 eerst te Weimar, later Dessau en daarna nog een jaar in Berlijn gevestigd was.

Geysen: “In 2019 is het honderd jaar Bauhaus. Zoals de school de muren tussen verschillende disciplines neerhaalde en met elkaar verenigde, zo willen wij naar het theater van de toekomst kijken.  Voor ons is het een must om daar een voorstelling over te maken. Dat doen we samen met beeldend kunstenaar Thijs ebbe Fokkens en kinetisch kunstenaar Nieke Koek. Bewegers, dansers, acteurs en performers maar ook mode en beeldende kunst komen samen op de vloer.”

Zouden wij vandaag de dag met een kunststroming de maatschappij nog kunnen vormgeven of veranderen?, zo vraagt het duo zich extreem hard af. De voorstelling wordt rond maart 2019 uitgebracht.

Meer informatie: degrade.nl.

‘Toneel is en blijft hoofdmoot’

550 voorstellingen bij Het Nationale Theater in 2018-2019

Bij Het Nationale Theater zijn tot nu toe zo’n 550 voorstellingen geboekt, en zijn de theaterzalen 325 dagen geopend. Alles bij elkaar zijn er 187.000 stoelen te verkopen.

Verwacht er cabaret, familievoorstellingen en jeugdtheater;  er klinkt geregeld (pop)muziek en muziektheater, bij tijd en wijle is er moderne dans, allerhande festivals strijken er neer, en nu en dan zijn er ook ‘theatercolleges’. Met drie programmeurs en drie programmamakers in dienst, vijf zalen van groot tot klein en nog eens drie incidenteel in te zetten zalen tot de beschikking, is HNT van vele markten thuis.“Toch,” zegt programmeur Marijtje Pronk van Het Nationale Theater (HNT) “is toneel de hoofdmoot bij ons. Dat maakt 60 tot 65 procent van ons aanbod uit.” HNT als oord van het woord? Pronk: “Ja, het woord voert bij ons de boventoon.”

De bandbreedte is dus enorm, kan eigenlijk ook niet anders gezien de zalen waar HNT de scepter zwaait: twee in de Koninklijke Schouwburg en twee in Theater aan het Spui. En met Zaal 3 aan het De Constant Rebecqueplein is er dan nog een theaterzaal voor jong talent. Nog afgezien van de goed geoutilleerde repetitiestudio’s waar soms voorstellingen plaatsvinden.

Van vlakke vloer  tot vertrouwd lijsttoneel: de ideale zaal heeft HNT steeds voorradig, ongeacht maker, theatergroep of voorstellingsgenre. Programmeur Miel van Teijlingen: “Leidraad in de programmering is naast de eigen producties die we uitbrengen ook een aantal terugkerende festivals en de voorstellingen van theatergezelschappen die we van nabij volgen. Dat samen vormt het hart van ons programma. We letten daarbij graag op actuele sociaal-maatschappelijke thema’s,” zegt Miel van Teijlingen, die bij HNT met name de vlakkevloerzalen van Theater aan het Spui programmeert. “Maar nog belangrijker is de vraag voor wie je programmeert. Het publiek staat voorop.”

Bij HNT, stadsgezelschap en stadstheater in een en dezelfde hand, zijn in 2018-2019 alle toonaangevende toneelgezelschappen en -makers te gast. Van de grote, landelijk opererende toneelgezelschappen en vrije producenten tot uiteenlopende middelgrote en kleine initiatieven. “Wunderbaum”,  zegt Van Teijlingen, “echt een van mijn favorieten. Het collectief legt de maatschappij onder een vergrootglas en weet daar lichtvoetige theatervormen voor te vinden. Op sluwe wijze verrassen die, leiden er soms toe dat je je mening over het vraagstukken dat ze aandragen nogal eens zult bijstellen.” Dit seizoen komen ze langs met ‘De geschiedenis van mijn stijfheid’, een zoektocht naar wat de Nederlandse identiteit is. Hij houdt van de voorstellingen van performance-collectief Urland en kijkt uit naar de talenten-tak van De Warme Winkel met ‘De halve Ring’. “Trouwens” zegt Marijtje Pronk, “De Warme winkel komt ook langs in de KS, met ‘Gesualdo’, een samenwerking met het Nederlands Kamerkoor. Van Teijlingen breekt ondertussen een lans voor theatermaker Lies Pauwels. “Zij maakt een voorstelling met zeven psychisch kwetsbare jongeren, drie ‘fashion models’ en … een priester.”

Marijtje Pronk programmeert met name de KS-zalen. Ze tipt ‘Scènes uit een huwelijk’ van Internationaal Theater Amsterdam, opvolger van Toneelgroep Amsterdam. “Het publiek verplaatst zich per scène. Hierdoor maakt regisseur Ivo van Hove verleden, heden en toekomst van een liefdespaar tastbaar. Ook ‘Driving Miss Daisy’ heeft bij voorbaat haar hart gestolen. “Over een bijzondere vriendschap in de zuidelijke staten van Amerika  tussen de oudere weduwe Miss Daisy, gespeeld door Anne Wil Blankers, en haar chauffeur.”

Benieuwd is ze naar ‘King Lear’ van Toneelgroep Maastricht, “Shakespeare gespeeld door onder anderen Huub Stapel, Porgy Franssen en Wilfried de Jong.”
Van ‘Laatste paar dagen’ heeft ze al een eerste schets gezien. Esther Scheldwacht en Kees Hulst delen het podium in deze vertelling over een man op leeftijd die op de intensive care van een ziekenhuis belandt. “Esther schrijft na de monologen ‘De Sunshine Show’, ‘Op een Mooie Pinksterdag’ en ‘Helga Maria Baumgarten’ voor het eerst een dialoog.” Daria Bukvić tekent voor de regie. En dan is er ook nog ‘Vasalis. Altijd vandaag’ met Bram van der Vlugt en Nettie Blanken, zegt Pronk.

Ook in de bovenzaal van de KS, Het Paradijs, is er geregeld toptoneel, vertelt Pronk. “Jeroen De Man, vaste regisseur bij HNT, wilde graag dat onze acteurs elkaar ook buiten werktijd zien. Hij heeft toen ‘Studio Paradijs’ bedacht, een soort ‘De vloer op’. Iedere eerste maandag van de maand, alles in een informele setting.  “Het publiek kan na afloop vragen stellen,” zegt Pronk.

Iets nieuws: ‘De Alles Komt Goed Zondagmiddag Show’ met Peter Heerschop. Heerschop belooft van december tot en met medio mei met regelmaat ‘een zondagse vertaling van seks, drugs en rock ’n roll in geloof, hoop en liefde’ in de foyer van Theater aan het Spui.
Nog zo’n speciaal programma zijn de ‘… is HOT’ -avonden. Daarin legt HNT een koppeling met de staat van de dag en de eigen producties.

Naast toneel is ook strooigoed in de vorm van cabaret (onder anderen Tim Fransen, Youp, Freek, Brigitte Kaandorp, Claudia de Brey, Arjen Lubach en Rayen Panday), muziek en liedjesprogramma’s (Ellen ten Damme, Spinvis, Janne Schra, Raymond van het Groenewoud, Di-rect en Herman van Veen).

Voor jeugd en familie zijn er festival ‘De Betovering’ (najaar), een serie met theaterschool Rabarber en een ‘Monstermania’ met Meneer Monster (rond kerst) en ‘Lentekriebels’ (voorjaar). Ten slotte is HNT festival-spot. Voor Today’s Art, dat er terugkeert Afrovibes, Dag in de Branding, Crossing Border, Winternachten en uitlopers van CaDance.

Maar eerst is er de aftrap. In beginmaand september zijn er, net als vorige seizoen, topvoorstellingen bij elkaar gebracht, soms uit eigen vat, zoals ‘Boedlink’ (NTjong, 14+) en ‘The Nation’. Ook hebben de YoungGangsters in september een vast plekje in de buitenruimte van het Spuiplein veroverd. Dit jaar komen ze met ‘Disasterlicious’. Van Teijlingen: “Zij hebben een heel vette, spectaculaire en Amerikaanse, actiefilm-achtige stijl.”

hnt.nl

Zuiderstrandtheater drukker dan ooit

Zuiderstrandtheater in 2018-2019

Het Zuiderstrandtheater heeft de wind in de zeilen. Seizoen 2018-2019 is zelfs drukker geprogrammeerd dan ooit.

“Dat zijn méér programma’s dan drie jaar geleden toen we nog aan het Spui waren,” opent Corné Ran, programmeur klassieke muziek van het Zuiderstrandtheater het gesprek over het op handen zijnde seizoen. “Daarvan nemen wij er zelf ongeveer 100 voor onze rekening in het Zuiderstrandtheater en nog eens 50 in de Nieuwe Kerk. Vaste ‘kunstgenoten’ Residentie Orkest (RO) en Nederlands Dans Theater (NDT) tekenen ieder voor rond de 35 programma’s. Natuurlijk stemmen we die op elkaar af. Soms programmeren we in het verlengde van hun producties, soms bieden we juist tegenwicht.”

De combinatie Zuiderstrandtheater & de Nieuwe Kerk is met de genoemde (toekomstige) huisgenoten plus het Koninklijk Conservatorium, een van vier kunstinstellingen die straks het Onderwijs- en Cultuur Complex aan het Spuiplein gaat bespelen. Naar verwachting gaat het ergens rond de zomer van 2020 van start.

Het Zuiderstrandtheater is van meet af aan een succes gebleken: vaak volle zalen, omarmd door buurtgenoten, bezocht door Scheveningers en Hagenaars uit alle lagen van de bevolking , beproefd door landgenoten die van heinde en verre toestromen – én er zijn steeds meer buitenlandse stads- en toeristgasten. “Language no problem hier immers,” verklaart Geesje Prins – sinds oktober hoofd programma – de voorspoed.

Niettemin wordt de ‘hunkerbunker’ (volgens Sjaak Bral ) in figuurlijke zin straks verzwolgen door de golven.

Bral is begin september, zoals in eerdere jaren, spilfiguur in de jaarlijkse volksopera van het Zuiderstrandtheater en Kwekers in de Kunst. Bral schrijft het libretto en fungeert op het podium als ceremoniemeester. Hij rijgt in ‘Scheveningse Kuren’ de wondere Afro-Caribische ontstaansgeschiedenis van het Kurhaus als ‘stedelijk badhuis’ aaneen. Met ook de deelname van een projectkoor, bestaande uit Scheveningers en Hagenaars.
“We programmeren lokaal, regionaal, nationaal en internationaal,” zegt Prins. “Dichtbij én veraf. In het Zuiderstrandtheater kun je op het podium de ene dag buurt- en stadsgenoten begroeten en de dag erop de wereld aan je voeten vinden. Je kunt bij ons je eigen wereldreis maken.”

Exclusief
“Bijzonder aan onze programmering is dat we ensembles halen die exclusief naar Den Haag komen en verder in het land niet te zien zijn. Zo ben ik trots op de concerten door de top van internationale barokensembles bij ons: het Orchestra of the Age of Enlightenment, het Orkest van de Achttiende Eeuw en Nederlands Kamerkoor & B’Rock Orchestra. Zij gebruiken historische instrumenten,” vertelt Ran, “dat geeft een nét wat warmere klank en alleen daarom al bijzonder.” Het Nederlands Kamerkoor komt ook ‘solo’ nog langs, met ‘Vergeten’, een programma dat draait om het begrip ‘dementie’.

Topper is ook het koor Voces8 in een programma met barokvioliste Rachel Podger. “Ongelooflijk zuivere samenzang. Ze brengen een repertoire dat reikt van renaissance tot modern.” In februari is er in de Nieuwe Kerk de tweede editie van het Februari Festival.

Ran: “Dat is dit jaar gewijd aan Brahms. Hij liet zich inspireren door volks- en zigeunermuziek, dat was indertijd gangbaar, en volgde daarmee de tijdsgeest. Maar was hij als musicus nou conservatief of juist een vernieuwer?” Ran haalt ook het festival ‘Sacred Songs’ aan. Dat festival toont hoe eeuwenoude religieuze poëzie, muziek en verhalen doorklinken in concerten en voorstellingen, als het ware een artistieke dialoog tussen religies, culturen, disciplines en genres, vertelt Ran.

In oktober komt op uitnodiging de wereldberoemde Russische componiste Sofia Goebaidoelina naar Den Haag. Het New European Ensemble, het Residentie Orkest en studenten van het Koninklijk Conservatorium spelen een selectie uit haar oeuvre van onbetwiste meesterwerken. Zij is een van de meest toonaangevende componisten van dit moment.”

Operahuis
Tot het domein van Geesje Prins behoort vrijwel alles buiten de klassieke muziek: dans en ballet, show, modern circus, popmuziek, wereldmuziek, musical en jeugd- & familievoorstellingen. Maar ook opera. “Het Zuiderstrandtheater is het tweede podium van het land voor opera. We presenteren meer dan tien titels, elke maand is hier opera te zien.”

Hoogtepunten op dat vlak zijn dit seizoen Opera Trionfo in samenwerking met Theater Osnabrück met de barokopera ‘Antigona’ van Traetta en de Nederlandse Reisopera met  ‘Die tote Stadt’ van Korngold. “Relatief onbekend, maar geweldige muziek vol drama.”

Satyagraha
Dan is er ‘Satyagraha’. De opera van Philip Glass werd de voorbije jaren met toestemming van de meester bewerkt voor twee koren (Zangam en Dario Fo) en kamermuziekensemble. Bijzonder is ook dat er Indiase dansers meedoen. Op het laatste India Dans Festival was ‘Satyagraha’ een groot succes. “Het is tof dat we door goed samen te werken in de stad, in dit geval met Korzo & Kwekers in de Kunst, een succesvolle productie kunnen terughalen en opschalen en aan een groter publiek kunnen laten zien.”

Prins is ook thuis op het terrein van de musical. “’Soof’!” zegt ze meteen. “Er is hier ook plaats voor amusement. ‘Soof – de musical’ is een interactieve ‘romcom’ over een onhandige, chaotische keukenprinses die met keuken en al het theater in rijdt. De musical is gebaseerd op de filmhit, die op zijn beurt weer is gestoeld op de columns van Sylvia Witteman. Uniek is dat bezoekers op het podium in de keuken kunnen plaatsnemen en dat tijdens de musical hapjes worden uitgeserveerd.”

Horizon
Op dansgebied meert onder meer Hung Yi Studio uit Taiwan aan. “Samen met het Nederlands Kamerkoor onderneemt Yi een reis naar de horizon.” Yi maakte indruk op het laatste Holland Festival, waarop hij met een robot danste in ‘KUKA’. Verder zijn er op dansgebied, buiten NDT, optredens van de Hofesh Schechter Company, Batsheva Dance Company en de Dresden Frankfurt Dance Company. Ook Het Nationale Ballet komt langs, met ‘Giselle’, een van de oudst overgeleverde en tegelijkertijd nog altijd meest gedanste balletten ter wereld.

zuiderstrandtheater.nl

Waterig sprookje

Spektakelstuk Ondine: omstandig en bordkartonnen zomers uitje

Voor het spektakelstuk Ondine is de orkestbak onder water en de schouwburg op z’n kop gezet. Laat je onderdompelen in een onderwaterwereld.

Het zijn allebei ongelooflijke (half)wezens: vampiers en ondines. Regisseur Jeroen De Man houdt er zo nog wat van zulke ‘fantasy’-liefhebberijen op na. Met ‘Kinderen van Judas’ liet hij eerder dit seizoen vampiers vlammen, nu mag hij zijn bijgevijlde hoektanden zetten in Ondine, een coproductie van Het Nationale Theater en Toneelgroep Oostpool.

Ondine is in aanleg een bewerking van een oud-Germaanse vertelling die in 1935 door Fransman Jean Giraudoux aan het papier werd toevertrouwd. In 1953 werd het stuk al eens op de geheiligde vloer van de Koninklijke Schouwburg (KS) gespeeld door HNT’s voorganger Haagse Comedie. Toen moet Heleen Pimentel er een onnavolgbare Ondine gespeeld hebben, want toen onderscheiden.

Ook Jeroen De Man is in staat gebleken ‘zijn’ acteurs tot grote hoogten te brengen, zo liet hij eerder zien met Ondertussen in Casablanca, zijn regiedebuut anderhalf jaar geleden bij HNT / Oostpool. Dat mondde toen uit in nominaties voor acteurs Hans Dagelet en Jacqueline Blom.

En nu dus, op eigen verzoek, mag hij vrij zwemmen in de grote zaal van de KS.

De Mans ondine is een ranke blondine. Maar haar roepnaam staat ook voor soortnaam: die van de bevallige waternimfen, watervlugge wezens (m/v) zonder ziel. Door een mens aan zich te binden kunnen ze zich een felbegeerde ziel verwerven en zich compleet wanen. Maar o wee als het daarna tussen mens en ondine misgaat: dan dreigt voor allebei nattige, gekwadrateerde hel en verdoemenis.

In het kort: Als op speurtocht in het woud ridder Hans (Joris Smit) onderdak vindt bij een bejaard vissersechtpaar, maakt hij kennis met Ondine (Evgenia Brendes). Ze raakt in vuur en vlam, hij net zo. Da’s niet handig. Hij heeft zich al verloofd met Bertha en zij verloochent haar principes. Hoteldebotel neemt Hans Ondine mee terug naar het kasteel waar hij woont. Maar zij vindt daar haar draai niet, raakt verwikkeld in een strijd met Bertha. Op zijn beurt raakt hij al snel het ridderlijke pad bijster.

Kosten noch moeite zijn gespaard om van Ondine een spetterend en spetterig feestje te maken. De Koninklijke Schouwburg is compleet verspijkerd. Aan de gevel, op de ‘rotonde’, van de KS is een metershoog strandpaviljoen verrezen, in de foyer waan je je in de buik van een vis en de zaal is bijkans een aquarium: in de weinig gebruikte orkestbak werd een 12.000 liter omvattende waterbak annex vijver gebouwd. Het is de opkomstplek voor de nimfen van dienst.

Op toneel ontvouwt zich een spektakel van sprookjesachtige proporties. Betoverende lichteffecten, een stoet van 90 kostuums, een geweldige doekenparade en een ware pruikenprocessie. Het ene na het andere doek zeilt uit de nok naar beneden, en veelal komen die uit het verleden van het gezelschap zelf, uit hoeken en gaten vandaan gehaald. Een regengordijn rokt het geheel af. Wat je noemt overdadig gestoffeerd, tot musical-achtige daden aan toe.

Ook qua spelbeeld wordt uitgepakt: negentien spelers bevolken de productie. En dat alles onder het toeziend oog van halfgod Hercules (Heracles) – beschermer tegen kwaad en narigheid – die vanuit de hoogte van die wondere plafondschildering in de lijst van de zaal niettemin onbewogen toekijkt.

En toch. Zelfs met de zomer in de bol wil het me maar niet lukken mee te gaan met dit sprookje, kan ik maar matig enthousiast worden van wat op een waterig sprookje is uitgedraaid.

Onder meer doordat Jeroen De Man vele zijpaadjes inslaat. Uiteindelijk is het een ‘girl meets boy’, maar dan met veel omstandigheid en aplomb gebracht. Dat kan aan de tekst liggen. Giraudoux’ stuk is waarlijk geen Midzomernachtdroom’ om maar een vergelijking te trekken, en De Man heeft er met zijn team en acteurs ook nog eens danig aan zitten schaven. Misschien ook door te veel ingevingen die de eindversie hebben gehaald.

Volgens De Man worden er ‘wezenlijke argumenten gewisseld’. Misschien ware het daarom beter geweest dit liefdessprookje in zijn naakte waarheid te laten zien, zonder toeters en bellen. De Man merkte in het radioprogramma Kunstlicht (Den Haag FM) op dat een stuk óók moet overtuigen bij kaal TL-licht.

Dat doet deze voorstelling niet, een saus van verwijzingen naar vervuilde oceanen en de plastic soep ten spijt.

Blijft staan dat er over de hele linie prima wordt gespeeld. Opnieuw gooit De Man hoge ogen als acteursregisseur. En dat een uitbundige, zelfs heldhaftige poging is gedaan om de KS een deel van de zomer voor het publiek geopend te houden. Daarbij wordt ingezet op een publiek dat doorgaans de kost van de schouwburg niet gewend is.

Prijzenswaardig. Maar als u gaat, vraagt u dan wel meteen om een plaatsje op een van de balkons, want de leliehoudende waterbak is helaas nauwelijks zichtbaar vanuit de parterre.

Ondine van Het Nationale Theater en Toneelgroep Oostpool is tot en met zondag 8 juli 2018 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl. Telefonisch tickets boeken: 088 356 53 56.

Ondine is onderdeel van het jubileumjaar Feest aan Zee. In 2018 wordt de tweehonderdste verjaardag van badplaats Scheveningen gevierd met talloze activiteiten.