‘Niet versleten te krijgen’

Piet van der Pas & Peter Dejong bespelen Belcampo

Piet van der Pas maakte vorig jaar samen met jeugdvriend en beeldend kunstenaar Peter Dejong de voorstelling Ik zat er al, ik was al ingestapt waarin zij vijf verhalen van Belcampo (1902-1990) aaneenregen. Hun voorstelling wordt komende week opnieuw opgevoerd tegen de niet te versmaden achtergrond van de cultureel-culinaire strandtent De Fuut.

In de verhalen van Belcampo wordt het gewone ongewoon en het ongewone gewoon. Zijn oeuvre is in de Nederlandse literatuurgeschiedenis volstrekt uniek. Hij volgde niemand na en heeft hier geen navolgers. Belcampo vormt in zijn eentje aldus een aparte literaire stroming in ons land ‘maar heeft desondanks nooit een volwaardig plaats in de literatuurgeschiedenis toebedeeld gekregen,’ meent Van der Pas. ‘Door zijn ongebreidelde fantasie; doordat hij soms misschien wat te lollig was, en niet serieus genoeg.’

Belcampo weet een bizarre en fantastische wereld steeds zo voor te stellen alsof ze de meest vanzelfsprekende is. ‘Hij is een meester in het doorredeneren,’ weet Van der Pas (66). Neem ‘Bekentenis’. Daarin staat een man die de trein in stapt en ziet daar opeens zichzelf in de coupé zitten. Hij wás al ingestapt. Ze maken kennis en besluiten met elkaar te ruilen. In Het Circus moet een arts een zwangere reuzin, door beeldend kunstenaar Peter Dejong verbeeld als een machtig heuvellandschap waarin het makkelijk verdwalen is, verlossen van een kind groter dan hijzelf. In Uit het dagboek van een arts hakt een man per ongeluk zijn eigen vinger af – en eet die in arren moede dan maar op. Maar waar eindigt dat? En in De Driesprong heeft een koning last van wonderlijke dromen. Hij besluit al het (ver)wonderlijke te verbieden. Op sprookjes vertellen zette hij de doodstraf, kunstenaars ontnam hij het  uitingsrecht. Al wat fantastisch is stelt hij gelijk met slecht. Als zijn volk in opstand komt en hem onthoofdt wil het hem wel behouden: als staatshoofd.’

‘Niet versleten te krijgen,’ zo betitelt acteur Piet van der Pas de bizarre, magisch-realistische verhalen van Belcampo. ‘Er zijn van die dingen die je je hele leven met je meedraagt, bepaalde liedjes of schrijvers bijvoorbeeld. Bij mij gaat Belcampo al het hele leven mee.’

Hij ontdekte Belcampo in zijn jeugd, ‘doordat ik afgeschreven boeken van de bibliotheek kocht.’ Wat jaartjes later werd hij gegrepen door de televisievertelling, op oudejaarsavond 1975 van zijn verhaal Het Grote Gebeuren, ‘een apocalyptisch verhaal over de dag des oordeels.’ Ook koestert Van der Pas een solovoorstelling die hij rond 1972 in het theater zag van ditzelfde werk, door de Haagse actrice Nel Oosthout.

Van der Pas en Dejong maakten in hun jonge jaren al eens samen een voorstelling rond Toon Tellegen. Met Ik zat er al, ik was al ingestapt vervolgen ze min of meer hun weg van toen. ‘Peter heeft een setting ontworpen waarin niets pure decoratie is, niets is er loos,’ vertelt hij over het beeldconcept bij de voorstelling. ‘Natuurlijk moet je de verhalen bewerken voor theatergebruik, maar ik wil wel heel graag de redeneringen en de taal van Belcampo intact houden en die taal goed laten uitkomen,’ vertelt hij.

Uit het niets declameert hij en passant en uit het hoofd de beginregels van Bekentenis: ‘Ik moest met de trein naar Amsterdam. Juist op tijd kwam de zware metalen reeks voor het stationnetje van mijn geboorteplaats tot stilstand. Het stadje is zo klein, dat het geknars van de remmen door alle inwoners gehoord werd.’

‘Eb en Vloed’
Van der Pas, ook bekend als stemacteur en van ‘De Club van Sinterklaas’, is welgeteld een dag later met Eb en Vloed opnieuw een van de gewaardeerde strandgasten bij De Fuut, maar weet zich dan omringd door Diana van der Bent en Paul den Bakker. ‘Diana en Paul zingen liedjes uit het American Songbook en van Michel Legrand en Kate Bush tot Stephen Sondheim. Ik vertel verhalen en declameer gedichten van onder meer Gerard Reve, Kurt Tucholsky en Ingmar Heytze. Een snoepjestrommel,’ zegt Van der Pas.

Dat de huidige eigenaar van De Fuut er straks het bijltje bij neergooit ziet hij met lede ogen aan. ‘Jammer dat Leo van der Vegt stopt, want het is er nu een paradijsje. We moeten maar afwachten wat de volgende eigenaar er van gaat maken.’

Van der Pas & Dejong, ‘Ik zat er al, ik was al ingestapt’, van woensdag 21 t/m vrijdag 23 augustus 2019, 18.30 uur (inclusief diner). Van der Pas, Van der Bent en Den Bakker, ‘Eb en Vloed’, zaterdag 24 en zondag 25 augustus 2019, 11.00 uur. Meer informatie: http://www.defuut.nl/agenda

Advertenties

Openluchtlachen

Tweede jaargang Summer of Laugh

“Is ook zo”, bevestigt Frank Heijman, programmeur van de theatercombinatie Diligentia-PePijn de suggestie dat vele cabaretiers, liedjes- en lachmakers dezer dagen vast ergens in de contreien van zomers Marbella, op Tenerife of Ibiza vertoeven, al dan niet werkend. “Daarom pols ik al in de loop van het seizoen de medewerking. Net zoals voor het programma ‘Start-Up Comedy’, ons maandelijkse lachontbijt op de vroege maandagochtend. Je moet wat goodwill bij ze opbouwen.”

Het is hem gelukt. Met deze tweede aflevering van bij elkaar drie avonden van inmiddels de tweede jaargang van ‘Summer of Laugh’ in het Zuiderparktheater kan hij met recht trots zijn: Rayen Panday, Alex Ploeg, Nabil Aoulad Ayad, De Règahs én Martijn Kardol maken deel uit van de line-up. De omlijsting van de koks van Parkoers en de Haagse Pica DJ zorgen voor een totaalavondje uit. Regen of geen regen. “Vorig jaar is dat bijna gelukt,” vertelt Heijman. “Tijdens het optreden van Yentl & de Boer ging het gieten. Maar dat liep uit op een epische avond, zorgde juist voor grote onderlinge verbondenheid met het publiek die naast de comédiennes op het betonnen podium van het Zuiderparktheater kwamen schuilen.

Programma
In 2008 kreeg Rayen Panday (1983) de persoonlijkheidsprijs van het Groninger Studenten Cabaret Festival, sinds 2016 is hij bij de Comedytrain, en nog recentelijk was hij te gast in het tv-programma ‘De tafel van taal’. Met Soundos El Ahmadi en Martijn Koning zat hij in de Netflix-special ‘Comedians of the World’. Heijman: “Zijn loopbaan vertoont een bijzondere curve, want van rechtenstudent tot comedian. Maar dat niet alleen: Sinds zijn debuut in Den Haag bij PePijn is hij doorgegroeid naar de Koninklijke Schouwburg.” Panday weet bijkans iedereen aan het schuddebuiken te krijgen. “Hij weet goeie grappen in sterke verhalen te vatten, soms verpakt in erg geestige typetjes. En hij is erg muzikaal. Hij doet in ‘Summer of Laugh’ fragmenten uit ‘Fenomeen’, zijn vierde programma, waarmee hij tot eind mei door het land toerde.”

Cabaretier Alex Ploeg (1985) werd eerder dit jaar genomineerd voor een ‘Neerlands Hoop’. Hij scoorde met ‘Klikbeet’ als met zijn debuutvoorstelling ‘Ultimatum’. De winnaar van de Publieksprijs van Cameretten 2016 is lid van Comedytrain, speler bij ‘De Grote Improvisatieshow’, leverancier voor meerdere tv- en radioprogramma’s waaronder ‘Dit Was Het Nieuws’ (RTL4), ‘COJONES’ (VARA) en ‘Foute Vrienden’ (RTL5), en soms is hij ook striptekenaar. Hij is explosief en schuwt het rafelrandje niet. “Ik hoop erg dat hij zijn gitaar meeneemt,” zegt Heijman, “want hij heeft ook erg spitsvondige liedjes.”

Nabil Aoulad Ayad (1984) wordt door Heijman betiteld als een ‘energiek entertainer’. Hij werd in 2006 uitgeroepen tot Nederlands kampioen ‘human beatbox’. In ‘De Wereld Draait Door’ liet hij Alexander Pechtold beatboxen. “Hij vreet de microfoon op en kan artiesten perfect imiteren, zoals Sean Paul. Hij is een snelle jongen die het publiek om zijn vinger weet te winden. Hij is op eigen kracht groot geworden, aan de bekende festivals heeft hij nooit deelgenomen. Als er straks een piano op het podium staat, zou ik hem het liefst op dat instrument horen.”

Martijn Kardol (1989) won ‘Groningen’ en ‘Leiden’ in een en hetzelfde jaar. “Dat wordt als niet zo verstandig gezien in cabaretland,” merkt Heijmans op. “Het is beter om de aandacht van publiek, pers en programmeurs langere tijd vast te houden.” Kardol is dit jaar eveneens genomineerd voor een Neerlands Hoop, de jaarlijkse belofteprijs in cabaretland. “Hij is een cabaretier pur sang, de anderen zijn veeleer als comedians te beschouwen.”

Als uitsmijter staan De Règâhs op de rol.”Het is fijn om ze erbij te hebben. Altijd feest, vol humor en ze hebben een brede achterban in Den Haag. Een fenomeen.”

“We nemen het Zuiderparktheater compleet over,” zegt Heijmans. “We kleden het Zuiderparktheater zomers aan. Een compleet avondje uit in eigen stad. En wat is er dan mooier dan in de zomermaanden onder een strakke sterrenhemel de dag met een lach te kunnen besluiten,” vraagt hij zich retorisch af.”Je komt naar de ‘Summer of Laugh’ om er te lachen, vermaakt te worden en nieuwe artiesten te zien.”

Een optreden in een openluchttheater: voor de meeste comedians en cabaretiers is dat een novum. “Je ziet er vaak toneel of muziek, maar cabaret is buiten de ‘big shots’ tamelijk ongebruikelijk,” weet Heijman. “Alleen daarom al is dit belangrijk om te doen. Maar ook vinden wij het belangrijk om gedurende het gehele seizoen ons publiek te kunnen bedienen.”

‘Summer of Laugh’, Diligentia/Zuiderparktheater, zaterdag 10 augustus. Met Rayen Panday, Alex Ploeg, Nabil Aoulad Ayad, De Règahs en Martijn Kardol. Meer informatie: http://www.diligentia-pepijn.nl.

Het takje buigen als het nog jong is

Koninklijk Conservatorium presenteert Eindvoorstellingen en Jong Zomerfestival

Het Koninklijk Conservatorium is internationaal ‘top’ en zet vol overtuiging koers naar de toekomst. Met het oog op het in aanbouw zijnde OCC aan het Spui klinkt dat als muziek in oren en ogen. Van ‘klassieke dans’ tot wat ‘modern’ heet, en van jazz en strijkersklas tot elektronisch.

“Mijn leraar op de amateurschool had me gezegd dat dit misschien wel iets voor mij was. Maar eigenlijk ging ik alleen voor de lol eens een kijkje nemen.” Hester Seelen (18) vertelt hoe ze op haar twaalfde, na het doen van de nodige audities, van start mocht gaan op het Koninklijk Conservatorium. “Ik weet nog goed dat ik hier werd aangenomen,” zegt de student aan de Dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium (KC). Ze herinnert zich: “Ik voelde me toen heel bijzonder.”

Eerst moest ze op niveau zien te komen, vertelt ze over haar toenmalige, onwennige en allereerste passen van alweer zes jaar geleden bij het internationaal vermaarde dansinstituut ‘want de meesten beginnen jonger’. Komende week schittert ze tussen andere toekomstige collega-toppers in drie stukken: de beroemde pas de six uit het klassieke ‘Don Quichot’ van Marius Petipa, in de moderne choreografie ‘I’ve been kissed’ van Maurice Causey en een groepsbreed werk van KC-docente Katarina Wester. Dat zijn er momenteel 105, in leeftijd zich bewegend ergens tussen 10 en 20 jaar. Een veelzijdig programma onder begeleiding van live muziek, en een staalkaart van de opleiding, met klassiek ballet, modern, flamenco, caractère en (nieuw) repertoire van internationale choreografen. Vrijdag gaat het van start. “We willen met dit programma de breedte van onze opleiding laten zien,” zegt Jan Linkens, directeur van de Dansvakopleiding van het KC, over de jaarlijkse serie ‘Eindvoorstellingen’. Met die presentatie wordt het lopende schooljaar afgesloten in de inpandige Kees van Baarenzaal. “Van deze programma’s doen we er verschillende in ieder schooljaar. Ze vormen zijn de basis voor een bestaan als professioneel danser. Ze krijgen geen beoordeling. Het zijn geen examens. Maar wel is het belangrijk dat ze controle over hun spieren oefenen. In de klas kan alles lukken, maar dat moet ook ten overstaan van een volle zaal, voor publiek.”

“Waar ik nog in moet investeren, ” zegt Hester Seelen, “is om sneller over mijn onzekerheid heen te stappen. In het begin was ik weleens bang, nu niet meer zo. Techniek? Da’s altijd een punt, daar moet je aan blijven werken en schaven. Maar voor mij gaat het meer om het tonen van durf en expressie.”

Volgend jaar hoopt ze stage te kunnen lopen bij Nederlands Dans Theater, dat een samenwerkingsverband heeft met het KC. “Dat zal nog niet meevallen,” denkt ze, “want concurrentie ligt moordend op de loer. Een plaatsje bij, bijvoorbeeld, Scapino Ballet Rotterdam zou ook al geweldig zijn.”

Jong KC Zomerfestival
“Ons Zomerfestival is het slotstuk van ons afdelingsjaar, al onze leerlingen doen eraan mee,” vertelt Thomas Herrmann, hoofd ‘Jong KC Muziek’ aan het KC. Op de School voor Jong Talent van het KC wordt het schooljaar vanouds afgesloten met het ‘Jong KC Zomerfestival’ in de Arnold Schönbergzaal van het KC: een intensieve projectweek die maandag van start gaat en koorzang, kamermuziek, workshops en concerten verbindt. “We willen ze uit hun comfortzone halen, door ze verplicht te laten zingen of bijvoorbeeld een cursus djembé of aikido te laten volgen,” vertelt hij.

Vrijdag 19 juli is het hoogtepunt van de reeks KC Zomerfestival-concerten als voor een marathonavond achtereenvolgens liefst 23 ensembles uit eigen gelederen aantreden. Maar ook in de dagen ervoor zijn er tal van concerten, bijvoorbeeld van het Atheneum Kamerorkest (AKO) en van de AKO-Junior Strijkersklas, met leerlingen in de basisschoolleeftijd. Belangrijk is ook de Compositieprijs voor jonge componisten die hebben deelgenomen aan het jaarlijks compositiefestijn van het Nederlands Blazers Ensemble. Herrmann: “De winnaars daarvan maken een compositie voor het New European Ensemble uit Den Haag. Deze nieuwe composities worden dinsdag uitgevoerd.” Ook niet te missen: het bijzondere en gevarieerde concert, donderdag 18 juli, door het Atheneum Blazers Consort en Jong KC Jazz.

Koninklijk Conservatorium, ‘Eindvoorstellingen’ en ‘Jong KC Zomerfestival’, vrijdag 12 t/m vrijdag 19 juli 2019. Meer informatie: www.koncon.nl.

De piano als rots in de branding

Festival Dag in de Branding #52

Voor de 52e editie werpt muziekfestival Dag in de Branding zich bijna letterlijk met de voeten in – of dan toch aan zee. Met een performance bij strandtent De Fuut neemt Saskia Lankhoorn (1979) afscheid als curator van het festival. Zij gaat met piano’s en al de branding in en zal omringd door de golven een recital geven. Alle componisten die de afgelopen twee jaar bij het festival waren betrokken heeft ze gevraagd een kleine schets te schrijven. Op het dagprogramma staat ook een concert in en op het machtige landart-object ‘Hemels Gewelf’ van James Turrell in Kijkduin. In en op deze ‘kom in de duinen’ tekent de Oekraïense Anna Korsun voor haar niet eerder uitgevoerde compositie Sirene, uit 2014. Zangers zullen te midden van bezoekers ritselen, fluisteren en zingen en zijn uitgerust met een ‘sourdine’, een buis van karton of plastic die het stemgeluid dempt. Voorts zorgt Oekraïener Maxim Shalygin voor een première met Todos los fuegos el fuego. Lankhoorn: “Ik heb Korsun als Shaligyn gekozen vanwege hun zeer eigen en zeer uiteenlopende manier van componeren. Zij zijn beiden op zoek naar nieuwe klanken en betoverende werelden.”

Shalygin bereikte in Den Haag al een breed publiek met zijn zeer luisterbare composities. Zo schreef hij onder meer muziek voor de dansvoorstellingen ‘Uneven’ en ‘De zaak-Carmen’ van Lonneke van Leth. De in Den Haag wonende en alhier afgestudeerde Shalygin nodigt met zijn muziek graag uit tot een spirituele beleving, die hij opwekt door vaak minimalistische en microtonale klanken. Hij neemt voor zijn nieuwe werk de gelijknamige verhalenbundel van de Argentijnse schrijver Julio Cortázar ter hand als inspiratiebron. “Voor mij vormt ‘Todos los fuegos el fuego’ (‘Alle branden de brand’) een schakel tussen muziek en literatuur,” vertelt Shalygin. Het Arabische cijfer acht speelt een hoofdrol in zijn nieuwe muzikale cyclus. Zo wordt zijn suite gespeeld door een saxofoon-octet en omvat de suite acht delen, precies zoveel als er verhalen in het boek zitten – én lettergrepen in de titel. De korte magisch-realistische, soms ronduit raadselachtige toon van diens deraillerende verhalen lokken bij Shalygin een ​​unieke atmosfeer uit. “Al is het helaas niet gelukt om ieder verhaal exact in muziek te vertalen,” vertelt Shalygin.

De saxofoon is gekozen omdat de Argentijn veel passie voor jazzmuziek aan de dag legde. “Bovendien is de saxofoon bij vele mystieke momenten in muziek en literatuur betrokken en, last but not least: cinema – een fascinatie die ik ook met Cortázar deel.” Shalygins nieuwe werk wordt gespeeld in de foyer van het Zuiderstrandtheater en moet een gebeurtenis worden “die de luisteraar gedurende één uur onderdompelt in een mystieke act die de verbeelding prikkelt en de deur naar onbekende emotionele dimensies opent.” De compositie wordt uitgevoerd door twee voor deze gelegenheid samen te voegen gerenommeerde kwartetten op dit vlak, het Amstel Quartet en het Keuris Quartet.

Met deze aflevering sluit curator Saskia Lankhoorn de gebruikelijke ‘ambtstermijn’ van twee jaar af, de periode die een nieuwe jonge maker de kans krijgt om zijn of haar stempel te drukken op de programmering van Festival Dag in de Branding. Lankhoorn: “Ik heb mij als artistiek leider gericht op het bereiken van een veelzijdig publiek. Mijn ‘Living Room Music’-serie werkt, publiek uit heel Den Haag komt in aanraking met 21e-eeuwse muziek en met al die enorm creatieve kunstenaars die de stad rijk is.” In september 2019 wordt Lankhoorn opgevolgd door de Turks-Nederlandse Meriç Artaç (1990).

Dag in de Branding 52, zaterdag 29 juni 2019, verschillende locaties en programmaonderdelen. Meer informatie: http://www.dagindebranding.nl.

‘Mozart was bedreigend’

Mozart versus Salieri in Amadeus

Eerst was er het toneelstuk. Toen de film. En dan nu de muziektheatervoorstelling. Theu Boermans, de regisseur van de nu al drie miljoen keren bezochte theaterhit Soldaat van Oranje, tekent met Amadeus voor een nieuw muziektheatraal hoogtepunt.

Mozart. Hij was een van de beroemdste bezoekers hier ter stede ooit. Pas negen jaar oud was ‘Wolfje’ toen, en op die jonge leeftijd stond hij al internationaal als muzikaal wonderkind te boek. Zijn vader voerde hem en zijn zus in 1765 langs Europese hoven. Ze kwamen hier aan, in de avondstond, nabij het Zieken, waar trekschuiten uit Delft doorgaans pleegden aan te meren.

In Den Haag werd echter de een na de ander van de Mozartjes doodziek. Dankzij ‘stadsvroedmeester’ Thomas Schwencke bleven ze op de been. Op de plek waar nu de Primark staat te glunderen met mode uit kinderarbeid verkregen, gemaakt in onderbetaalde Indiase naaiateliers, herinnert een plaquette die bij de entree in de gevel is ingemetseld. Maar op zijn tiende werd Mozart net zo uitgebuit: met zijn vader als ‘manager’ componeerde hij in opdracht van het hof verschillende werken. Helaas is niet alles bewaard gebleven.

Mozart moest opboksen tegen de gevestigde orde – en daar was collega-componist Salieri zijn grootste en jaloerse tegenstrever. Tenminste: zo wordt ons dat in de beroemde film van Milos Forman uitgeserveerd, hoewel musicologen dat een tikkeltje anders zien. Toch won zijn verfilming uit 1984 liefst acht Oscars. Nog daarvóór, in 1979, was er het toneelstuk van Peter Shaffer, bekroond met meerdere Tony- en Olivier Awards. Hij liet hofcomponist Salieri verbijsterd tot het inzicht komen dat de muzikale inspiratie waar hij zelf naar zocht, door God aan Mozart werd geschonken. Daarop gaat hij een nietsontziende strijd aan met Mozart, met de muziek en uiteindelijk ook met zijn geloof in God.

“Natuurlijk draait het om Mozarts geniale muziek,” legt Theu Boermans tijdens een voorproefje bereidwillig uit, “maar mij treft in dit stuk vooral dat het een gelaagde vertelling is. In de eerste plaats over rivaliteit tussen vader en zoon maar ook over de op het ordinaire gedragende, volkse Mozart, en de zich superieur, verheven wanende Salieri.” Doordat Mozart alle bestaande maatschappelijke en artistieke grenzen overschrijdt, bedreigt hij de belangen van de elite. Boermans: “Hij wekt wrevel, angst en jaloezie op bij de heersende klasse. Desondanks is niemand is in staat om te ontsnappen aan zijn goddelijk muziek. Een dodelijk dilemma.”

Shaffers Amadeus is voor Boermans een dankbaar vat vol theatrale tegenstellingen. Zoals de (on)gelijkheid tussen hoge en lage kunst, tussen het volkse Duitsland en het edele Italië, tussen oud en jong, tussen gevestigde orde en het immer opborrelende nieuwe, jonge talent in een samenleving. In principe is dat een keuze tussen vernieuwing of verstarring. Met die bril op is dit voor mij ook een politiek stuk, en een vertelling over maatschappelijke tegenstellingen. Het zit er allemaal in.”

Was het nou Johann Sebastian Bach, Wolfgang Amadeus Mozart of toch Ludwig van Beethoven die als de grootste componist aller tijden beschouwd moet worden? “De strijd om wie de beste, grootste componist aller tijden is wordt wellicht nooit echt beslecht,” meent Boermans. “Het is ook en vooral een kwestie van smaak.”

Het Nationale Theater, Theateralliantie en Opera2day schotelen ons met ‘Amadeus’ een nieuwe spektakelproductie voor. Straks bevolken negen acteurs, 14 musici en 30 koorleden het lijsttoneel van de Koninklijke Schouwburg – met als decor de moderne omgeving van een verzorgingstehuis.

De bonbonnière ondergaat, net als bij Ondine vorig jaar, tijdelijk een metamorfose. Zo verrijst onder meer een muziektent op het halfronde pleintje bij de ingang, waar uiteenlopende muziekoptredens zullen klinken en waar ook kan worden gedineerd. Het is opmerkelijk dat terwijl de meeste theaters ’s zomers nog altijd de poorten hermetisch dicht houden, het de combinatie van Koninklijke Schouwburg / Het Nationale Theater wederom gelukt is om het gezicht uitdrukkelijk naar de stad gekeerd te houden.

Na de Amadeus-serie neemt Harrie Jekkers het stokje over, want hij brengt tot 20 juli exclusief in de Koninklijke Schouwburg de show Achter de duinen.

Het Nationale Theater / Theateralliantie / Opera2day , ‘Amadeus’, dinsdag 11 juni tot en met zaterdag 22 juni 2019 en dinsdag 24 tot en met zondag 29 september 2019, Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.hnt.nl/amadeus

Met onder meer: Sander Plukaard (Mozart), Mark Rietman (Salieri), Vincent Linthorst, Jaap Spijkers, Yela de Koning, Esther Scheldwacht, en Lucie Chartin (sopraan).

 

Dichter bij Den Haag

Poetry in the Park verbindt

Pier liep my tegen ‘t lyf, en wou geen stroo-breed wycken / Hy sei, ‘t en lust hem niet voor yder geck te strycken / Maer, seid ik, dat lust my, / En trad van ’t sandpad af en liet den geck voorby. Een vrolijk rijmelarijtje van Christiaan Huijgens (1596-1687). Naar deze Nederlandse dichter, diplomaat, geleerde, componist en architect is het Huijgenspark vernoemd. Onder het rustieke groen van dat plantsoen  vindt op dinsdag 28 en woensdag 29 mei de feestelijke inauguratie plaats van ‘Poetry in The Park’, met op de eerste dag een ‘Poetry Battle’ tussen leerlingen van vijf middelbare scholen en de dag erna een verfrissend Open podium.

Nadat in de twee voorafgaande jaren de Poetry Battle een succes is gebleken in uitspanningen rond het park, hebben de twee gepensioneerde initiatiefnemers, Angelina Adam en Hetty Gijzen, besloten om het literaire volksfeestje voor buurtbewoners van de Stationsbuurt en de Rivierenbuurt dit jaar groter neer te zetten een podium dat bevolkt wordt met dichters, rappers en muziekmakers in en rond een tent.

“Poëzie op het eerste gezicht,”noemt Hetty Gijzen haar op toeval berustende ontmoeting van destijds met Angelina Adam in voormalig café De Bordelaise. “En dat was wederzijds.” Op dat moment was Gijzen net in de wijk gaan wonen, terwijl Adam juist even daarvóór haar baan aan de wilgen had gehangen. Toch liep hun kennismaking niet meteen uit op een uit het hoofd reciteren van gedichten of het ophemelen van ieders favoriete dichter, als wel van de gedachte om verschillende bevolkingsgroepen te willen verbinden, door taal. “In deze wijk, ” vertelt Adam, “leven en wonen sterk uiteenlopende bewonersgroepen, van hogeschoolstudenten tot statushouders, van piepjong tot mensen die al op leeftijd zijn.” “We merkten dat die maar moeilijk met elkaar in contact kwamen,” vertelt Gijzen. En daarmee was in 2017 de eerste ‘Poetry Battle’ een feit.

“Je ziet ze groeien,” vertelt Gijzen over de jongeren die aan de eerste ‘battle’ deelnamen. “De winnaar van toen kreeg een optreden cadeau op het Crossing Border Festival.” Maar ook ouderen nemen deel. “Het is leuk om te zien dat hele families meegetroond worden. Rollator naast skateboard, dat is prachtig,” zegt ze over de manier waarop vele wijkbewoners zich verzamelden in de voorgaande ‘battles’. Poezie als cement van de samenleving. “Er zijn deelnemers die ons influisteren dat ze op papier hebben gezet wat ze nooit eerder hebben durven delen. In de vorm van een gedicht krijgen woorden een groter soortelijk gewicht,” weet Adam.

Op ‘Poetry in the Park’ maken ook ‘verhalenvangers’ hun opwachting. Gijzen: “We hebben vluchtelingen uit Zuid-Soedan en Syrië bereid gevonden om verhalen te vertellen die hun situatie verduidelijken. En ze dragen gedichten voor uit hun eigen cultuur, in hun landstaal én in het Nederlands. Dat maakt hen trots op hun afkomst, wij leren op die manier onbekende dichters en de klank van een nieuwe taal kennen.”

‘Poetry in the Park’, dinsdag 28 (19.00-21.00 uur) en woensdag 29 mei (19.00-22.00 uur), Huijgenspark. Entree: gratis. Meer informatie: www.huisvangedichten.nl

De jeugd aan het boek brengen

Boekids UP en Boekids Festival in Pinksterweekeinde

“Kinderen en jong-volwassenen worden steeds meer in beslag genomen door sociale media,” zo vertelt directeur Ellen van Heijningen in de Boekids-headquarters aan het Westeinde. “En onder jongens zie je dat ze vooral veel aan ‘gaming’ doen.” Kinderen en jongeren aan het boek brengen. Dát is de missie van Van Heijingen en ‘haar’ Boekids Jeugdfestival. Maar dat valt dezer dagen nog lang niet mee, vertelt ze aan de vooravond van de zestiende editie.

Nu nog zit ze middenin de vierde editie van een loot van het festival, Boekids University, een initiatief dat weerklank vindt bij schoolgaande jeugd. “Vanochtend hadden we André Kuipers die een college kwam geven. Je ziet de ogen van de kinderen glimmen.” Ze vroegen hem de hemd van het lijf. ‘Hoe slaap je?’ (zwevend) en ‘doe je de was in de raket’? (nee, inde ruimte word je niet vies). Van Heijningen: “Wat hij met boeken te maken heeft? Hij heeft over zijn ruimtereizen en expedites verschillende boeken geschreven. Het hoeft bij Boekids niet altijd om literatuur en fictie te gaan.”

Het aankomende Pinksterweekeinde voegt ze een spin-off toe aan de familie, genaamd Boekids UP. “We merkten dat het moeilijk is om duidelijk te maken dat Boekids festival ook als familie-uitje de moeite van het bezoeken waard is. Ook willen we graag bereiken dat jongvolwassenen met ons meegroeien. We hebben UP in het leven geroepen voor iedereen die jong van geest is.”

Natuurlijk worden op UP jongvolwassen – al dan niet met ouders in hun kielzog – getrakteerd op optredens van schrijvers, maar er is veel meer, waaronder een doorlopend randprogramma. Zo is er onder meer een Translation Café waar je aan alle mogelijke talen kunt snuffelen, zijn er boekverfilmingen te zien en wordt er een waar workshopparadijs gecreëerd (onder andere illustraties maken met Ludwig Volbeda). Ook verrijst er een Escape Room. “We gaan in een kamer de boekenkast van Albert Einstein bouwen. Door te neuzen in die boeken kun je de code kraken waarmee je weer uit de kamer kunt komen. Spannend én leerzaam,” zegt Van Heijningen. “Zoeken naar het kind in jezelf blijft boeiend, voor alle publieksgroepen.”

Centraal staan niettemin de schrijvers. Abdelkader Benali komt langs en leest uit zijn eerste kinderboek ‘Mijn broer en ik’, Frits ‘De Taalstaat’ Spits vertelt over zijn boek ‘De 90 mooiste Nederlandstalige liedjes’ en Janne Schra en Huub van der Lubbe voegen vervolgens ieder een muzikale daad bij het woord. Ook de internationale auteurs Renee Watson en Katherine Rundell maken hun opwachting op UP, net als de jonge schrijvers Jaap Robben en Brian Elstak. Jan Terlouw junior treedt op met ‘The Nightclub’.

Een dag later is het de beurt aan Boekids Jeugdfestival. Op het programma staan naast workshops (o.a. striptekenen, gedichten schrijven, fabeldieren, miniboekje maken) ook het eerder genoemde Translation Café, er is een Luisterboekentheater en een heuse Reptielenshow. Uiteraard geven ook dan schrijvers acte présence: Tjibbe Veldkamp en Annet Schaap onder meer, en er is De Vervelende Bus van Schippers & Van Gucht. Ook is er theater te beleven met Spinvis & Introdans en een voorstelling van Maas theater en dans. Er is een Afhaalpoëzie-gedichtenhuisje en er staat een ‘full swing’ zweefmolen opgesteld waar je tijdens het zweven prachtige verhalen in de schoot geworpen krijgt.

“Lezen heeft mijn leven veranderd,” vertelt Ellen van Heijningen. Ze groeide op tussen de kassen van het Westland met qua boekenrijkdom alleen een Medische Encyclopedie die aan de deur werd gekocht en een Kinderbijbel om te lezen. “Toen ik zes was ging ik bij de kerk in Monster boeken lenen, voor een kwartje per stuk, van ‘Pinkeltje’, ‘Arendsoog’ en ‘De Kameleon’ tot ‘De Dolle Tweeling’. Ook stuurde ik week in week uit de oplossing in van de kruiswoordraadsels die in Het Binnenhof stonden. Daar heb ik toen veel boeken mee gewonnen. Waarschijnlijk was ik de enige die meedeed.” Ook herinnert ze zich dat ze in haar eentje op de fiets naar Naaldwijk toog toen daar voor het eerst een bibliotheek werd geopend. “Stonden ze klaar met een bos bloemen. Bleek ik de eerste te zijn die lid werd.”

Ontlezing is een groot probleem, weet Van Heijningen. “Mensen willen steeds meer dóen, jong én oud,” zegt ze over de vele doe-activiteiten op het Boekids-programma. “Maar bij ons houden die wel allemaal rechtstreeks verband met lezen, want interesse opwekken voor het boek, voor lezen blijft het doel. Lezen is voor mij ook het beeldverhaal, en non-fictie is net zo belangrijk als fictie. Het hoeft niet altijd een roman te zijn.”

Boekids UP, zondag 9 juni 2019, van 19.00-22.00 uur. Boekids Festival, maandag 10 juni 2019, van 12.00-17.00 uur. Locatie: Theater De Nieuwe Regentes. Meer informatie: www.boekids.nl