Oude garde moet problemen Korzo oplossen

Het rommelt bij Korzo. Zakelijk directeur Aukje Bolle zit sinds maart ziek thuis en een opvolger voor scheidend artistiek directeur Leo Spreksel blijkt niet te vinden. Een extern deskundige moet de boel vlottrekken. Bovendien is het subsidiegeld voor het jaar 2018 lang niet zeker.

Door Eric Korsten en Hester Heite

Danstheater en productiehuis Korzo kampt met organisatorische en financiële problemen. Artistiek directeur Leo Spreksel, die per september met pensioen wilde, blijft voorlopig nog even aan. Spreksel: “Aukje Bolle (zakelijk directeur van Korzo, red.) is ziek en zal niet op korte termijn weer aan het werk kunnen. Ard van Rijn (voormalig voorzitter van bestuur, red.) helpt ons nu zakelijk-financieel. De Raad van Toezicht heeft mij gevraagd te blijven totdat er een goede opvolger voor mij gevonden is: iemand waarbij iedereen het gevoel heeft dat het de juiste man of vrouw is.”

Maar Spreksel zit met nóg een probleem: financiële onzekerheid. Dat was voor hem de reden om per 1 september af te zwaaien. “Het is door de bezuinigingen op de kunsten een spannende tijd geweest voor Korzo en voor komend jaar is het opnieuw afwachten of er geld is,” aldus Spreksel. Het Fonds Podiumkunsten heeft een positief advies uitgebracht voor subsidiëring van Korzo, maar onvoldoende budget om dit waar te maken. “Vorig jaar is er op het laatste moment een voorziening getroffen door de Tweede Kamer. Je hoopt dat de fout ook voor komend jaar hersteld wordt. Ik ben daarover positief gestemd, want de argumenten om vorig jaar in te grijpen, gelden nog. Maar er moet nu wel eens een structurele oplossing komen.”

Toen Spreksel zijn vertrek aankondigde, had zakelijk directeur Aukje Bolle al een andere oplossing bedacht: een reorganisatie. “Dat toegekende geld is voor de duur van slechts één kalenderjaar, en bovendien een druppel op een gloeiende plaat,” aldus Bolle. Een soortgelijk scenario dreigt zich voor 2018 te herhalen, dus volgens haar was ‘een pad van intern bezuinigen onontkoombaar’. Ze leek te willen wachten op een nieuwe kandidaat waarmee ze haar plannen samen wilde uitvoeren, maar de sollicitatieprocedure leverde geen geschikte kandidaat op. En zo lag de bal opnieuw bij Bolle en de Raad van Toezicht. Sommige leden van het toezichthoudende orgaan gooiden daarop het bijltje erbij neer. Bolle: “Er is inderdaad een wisseling van de wacht geweest.” Ze bleef leeggeknokt achter. Even later meldde ze zich ziek. Bolle: “Het zijn vanaf 2013 tropenjaren geweest.” Volgens Ard van Rijn kampt Bolle met een burn-out en blijft zij in ieder geval tot september thuis. Bolle: “Wanneer ik terug kom? Dat weet ik niet.”

Toekomst
“Korzo bezint zich op zijn toekomst,” legt Ard van Rijn uit. Hij moet Korzo namens de ‘werkvloer’ en de Raad van Toezicht onbeschadigd het jaar 2018 binnenloodsen. Van Rijn was tot 1998 bestuurslid bij Korzo en is tegenwoordig onder meer vicevoorzitter van de PvdA-afdeling Den Haag. Hij werd, zegt hij, ingehaald om de ‘Korzianen’ nieuwe geestdrift te ontlokken en anderzijds juist bestuurlijke rust te kweken. “Ik bespeur in Korzo vooral nieuw elan,” merkt hij op. “We zijn bezig om de missie van Korzo te herformuleren.” Hij verwacht dat in september meer duidelijk wordt over de inhoudelijke richting waarin productiehuis en theater zich nu ontwikkelen.

Spreksel, die op dit moment dus de enige directeur is van Korzo, blijft ‘tot nader order’, aldus Van Rijn. Spreksel zelf: “Het is beter om voor continuïteit te zorgen in deze onzekere tijd.” Eind dit jaar zal blijken of er opnieuw geld kan worden vrijgemaakt op de rijksbegroting. Onder het gesternte van een kabinetsformatie die voor de kunsten niet per se de goede kant op hoeft te gaan, is dat ook voor Korzo een zorgelijke ontwikkeling. Van Rijn: “Maar we verkeren niet in doodsnood hoor. We krijgen na dit jaar nog drie jaar subsidie van de gemeente Den Haag voor onze programmering en het theater. Voor de eigen producties kunnen we een beroep doen op projectsubsidies. Die route kennen we helaas maar al te goed.” Voor Korzo is het dus opnieuw afwachten of er straks geld genoeg is voor eigen producties. Nog belangrijker is of er tijdig een adequate opvolger voor Spreksel kan worden gevonden. En of Bolle zakelijk de kar opnieuw kan of wil trekken.

Stadspaleis met huiskamergevoel

Nieuw zomerfestival in Koninklijke Schouwburg

Festivallitis! Het kan niet op. Den Haag heeft er (alweer) een festival bij: Stadspaleis. Het vindt plaats in de foyers van de Koninklijke Schouwburg. De eerste editie duurt meteen drie weken lang. En iedere festivaldag is er een ander programma. SPQH.

In 1766 liet prins Karel Christiaan van Nassau-Weilburg, zwager van stadhouder Willem V, een paleisje aan het Korte Voorhout bouwen voor zijn 23-jarige echtgenote, prinses Carolina van Oranje-Nassau. Architect Pieter de Swart ontwierp in Lodewijk XVI-stijl een 77 meter breed en drie verdiepingen hoog gebouw rond een sterk gebogen halfronde cour. Dat paleisje heeft de tand des tijds niet ongeschonden doorstaan: na een crowdfundingactie onder Hagenaars kreeg het pand in 1804 een bestemming als theater: de Koninklijke Schouwburg (KS). Het is daarmee een van de oudste schouwburgen van Nederland. Cees Debets, spreekt er met ongespeeld ontzag over: “De stijlkamers, de prachtige theaterzaal, de allure die van het gebouw uitgaat: met recht een monument. Met Stadspaleis verbinden we traditie met de nieuwe tijd. Bovendien laten we een heel andere gezicht van de KS zien.”

Paleisheer van weleer Hans van Westreenen, alweer twee generaties geleden de bespeler en meest recentelijke renoveerder van de KS, zei het graag: ‘Er ligt goud aan het Voorhout’. En ook: ‘Het tapijt moet slijten’. Dat laatste gaat nu vrijwel letterlijk gebeuren met Stadspaleis. SPQH. Senatus Populusque Hagensis’: het Bestuur en het Volk van Den Haag heten u welkom. De medaillon met dat opschrift hangt fier boven de toneelmond van de bonbonnière. Maar ja, die is nu dus even gesloten. “Daar wordt deze zomer technisch onderhoud gepleegd,” vertelt directeur programmering bij Het Nationale Theater (HNT) Cees Debets, uit dien hoofde ook de bespeler van de KS. “Maar voor het overige staat tijdens Stadspaleis in elk hoekje van de KS wel wát te gebeuren.”

Debets is met John de Weerd, zijn collega-programmeur van Zaal 3 – ook een standplaats van HNT – de aanstichter van Stadspaleis. Beiden hebben een informele setting, zelfs huiskamersfeer in gedachten, een weldadig ‘zomerfeestje’ voor oog, oor en tong waarop het dagelijks van vier uur ’s middags tot pakweg elf uur ‘s avonds goed toeven is. “Waar je je kunt wentelen in korte (muziek)theatervoorstellingen én beeldende kunst. Maar vergeet ook de inwendige mens niet. IJskoude drankjes staan klaar en er zijn Haags-Indische hapjes. Die kun je binnen nuttigen, maar ook op de ‘cour’, ons zomerse buitenterras De Rotonde, dat door de twee ‘vleugels’ van de KS is omsloten.

Met dit festival doorbreekt HNT, sinds begin dit jaar officieel de vaste bespeler van de KS, het gebruik dat theaters ’s zomers hun deuren wekenlang pleegden te verzegelen. Maar niks doen is niet langer optie, aldus Debets. “We willen meer dan vroeger een open huis zijn, een ontmoetingsplaats waar iedereen naartoe wil. Je begint dan door de deuren open te zetten. Al langere tijd waren we van plan om ook in de zomermaanden van betekenis te zijn voor stadsbewoners en -bezoekers. Stadspaleis is een nieuwe stap in dat streven.”

Interventies
Iedere avond zijn er vier programma’s, naast theateronderdelen zijn dat ‘interventies in de ruimte’, zoals een doorlopende installatie rond robots van Daan Couzyn en Joeri Woudstra in de Koning Willem ! –foyer, en in de Damesfoyer is de fascinerende video-installatie Slow Rise van theatermaker Karel van Laere.

De winnaar van de Piket Kunstprijs 2015 liet zich inspireren door de eindeloze choreografieën van mensen in straten van Taipei City. “Het laat het contrast zien tussen de mechanische gang van een roltrap en menselijke beweging,” licht John de Weerd de installatie toe. Er is op Stadspaleis ook aandacht voor boeken. Kees ’t Hart komt zijn programma-voor-graaglezers Over boeken toelichten, dat in plaats van schrijvers hun werk centraal stelt. Er is een nieuwe editie van Pecha Kucha, een avondje waarbij deelnemers een diavoorstelling van 20 afbeeldingen presenteren in een totale tijd van 6 minuten en 40 seconden. Elke afbeelding wordt dus precies 20 seconden getoond. Een dwingende eis om creatief en to the point te zijn.

Theater en meer
Natuurlijk is er ook veel (muziek)theater. Onder meer met Lindertje Mans en Joost Steltenpool, die hun steengoede Marktplaatsmuziek van stal halen, vrolijke en ook wrange liedjes, gebaseerd op posts van adverteerders. Acteurs en makers van Het Nationale Theater maken De Mantel, naar een verhaal van Nikolaj Gogol. Met niet de minste spelers uit het tableau: Hein van der Heijden en Jeroen De Man, en met muziek van Remco de Jong en Florentijn Boddendijk. De Weerd: “In het voorjaar was er Studio Paradijs in de KS.

Op kleine schaal konden daar de acteurs van HNT zelf experimenten doen. Daaruit is dit kleinood afkomstig.” Willemijn Zevenhuijzen presenteert als Pink Flamingoo samen met Tessa Jonge Poerink en Eva Zwart een sneak preview van Assholism, een voorstelling over de schaamte voorbij. Verder doet haar voornaamgenote Willemijn Haasken zich voor als Lady Godiva; lezen De Poezieboys uit werk van Beatnik-dichter Allen Ginsberg; en richt theatermaker, gamer en vlogger Sytze Schalk zijn eigen een schrijversatelier in (en zijn eigen wereldbeeld). En voor eens doet Rob Verhoeven buurtonderzoek in de KS, en vuurt ook daar zijn ongegeneerde vragen met graagte op zijn gasten af. Een talkshow die de tongen losmaakt. Ten slotte zijn er afstudeerpresentaties van de Maastrichtse toneelacademie.

De KS wordt ‘duh’ in rap tempo ‘teruggeven aan de stad’. Nu al wordt door Debets en consorten omgezien naar een tweede editie van het festival. Inderdaad: Goud aan het Voorhout.

Stadspaleis vindt plaats van 22 juni t/m 9 juli 2017 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

Theatraal door Segbroek dwalen

Zand & Veen II door De Nieuwe Regentes

De vaak tot vervelens toe opgeworpen begrippen zand en veen zijn wel nog altijd synoniem voor het innerlijk van Den Haag. Theater De Nieuwe Regentes aan de Weimarstraat, op de scheidslijn van zand én veen, maakte vorig jaar met wijkbewoners de voorstelling ‘Zand & Veen’. Nu is er de tweede editie.

De rijkere woont op het zand, de armere op het veen. Dat is het clichébeeld. Volstrekt niets nieuws onder de zon voor Hagenaars, Hagenezen noch ingepalmde Scheveningers. Veel spannender is de wetenschap dat het Regentesse- en Valkenboskwartier precies op de grens daarvan ligt, met Theater De Nieuwe Regentes als verbindend cultuuranker. Dat begrip, cultuuranker, is in Den Haag trouwens een cultuurpolitiek begrip: het staat voor wijktheaters die zich inspannen om bewoners te enthousiasmeren voor kunst en cultuur.

De verhalen voor Zand & Veen werden proactief opgediept door het zelfbewuste De Nieuwe Regentes. “Wij zijn er voor de buurt,” zo werpt Laudie Vrancken van De Nieuwe Regentes de eerste steen op. “Het is onze taak om via kunst en cultuur verbindingen te leggen en talent te spotten. Dat doen we onder meer in het project ‘Het Beste uit De Buurt’. Daar kwam zoveel talent opborrelen dat we vorig jaar besloten er zelf een voorstelling omheen te bouwen: ‘Zand & Veen’. Voor de regie werd Hans van den Boom aangezocht, voorheen artistiek leider van Stella Den Haag. Vrancken: “Ik vind het belangrijk om amateurs, professionals en publiek samen te brengen.”

De verhalen die in de eerste editie te berde werden gebracht, waren linea recta afkomstig uit het hart van buurtbewoners. “Hun persoonlijke verhalen voerden het publiek door Segbroek,” zegt regisseur Van den Boom . “In de eerste editie klonken verhalen van nieuwkomers op gelijkwaardig niveau naast die van omwonenden die terugverlangen naar de wijk zoals die vroeger was. Maar er waren ook jongeren. En die willen vooruit.”

Wat hen allen bindt is dat ze allemaal hun eigen dromen en verlangens koesteren. Van den Boom: “De eerste editie ging over eenieders strijd om een zelfstandige plek te veroveren in de wijk, of over een bedlegerige moeder, of het veranderde straatbeeld.”

Ook in de tweede editie die opnieuw werd geregisseerd door Hans van den Boom zijn de verhalen uit het leven gegrepen. Al zijn die dit keer minder kenmerkend voor de wijk. In ruil daarvoor zijn ze universeler van aard. Gebleven zijn in ieder geval de poëzie en de muzikaliteit. En dus lopen we imaginair met de personages mee door de Weimarstraat via de Beeklaan en de Columbusstraat naar de Suezkade, door wijkpark De Verademing en langs circusschool Circasso in de Teijlerstraat naar het Regentesseplein.

Audities
“De eerste editie was gebouwd rond een mix van beginnende stand-up comedians en gevorderde leerlingen van de Circaso,” licht Van den Boom toe. “Maar voor Zand & Veen II besloten we audities te doen. Toen daaruit een veelal blanke cast ontstond, zijn we op zoek gegaan naar een betere afspiegeling van de wijk.” Door wat extra acties staat er nu een dwarsdoorsnede van bewoners uit Segbroek in de spotlights. “Het is een groep van dertien, variërend van mensen met veel aanleg tot spelen tot mensen die een erg interessant verhaal hadden en daardoor meedoen.”

2020
“Vorig jaar hebben we bescheiden ingezet. Voortbouwend op het succes dat we toen hadden, spelen we dit jaar ook in Theater aan het Spui en Theater Dakota – en daar zijn we best trots op.” Laudie Vrancken richt haar pijlen nu al op het jaar 2020. “Dat is onze stip op de horizon. Dan bestaat het gebouw, een voormalig, roemrucht badhuis dat we in beheer hebben, op de kop af honderd jaar. We gaan dan groots uitpakken, onder meer met een verzameleditie van ‘Zand & Veen’. Tot die tijd maken we ieder jaar een nieuwe.”

Zand & Veen II van De Nieuwe Regentes, donderdag 22 juni 2017 in Theater Dakota, en op vrijdag 1 september 2017 tijdens de seizoensopening van De Nieuwe Regentes. Meer informatie: denieuweregentes.nl.

Magisch midzomeravondtheater

STET met The Greatest Thing inclusief boottrip

Heerlijk buiten spelen: het kan weer, naar hartenlust. Met de volle zomerzon binnen handbereik en de zomertijd op zijn langst en breedst, kun je dezer dagen bijvoorbeeld een ‘visueel concert’ en omringend romantisch boottochtje maken met The English Theatre en De Haagse Willemsvaart voor een tripje via Laak naar het lommer van het Zuiderparktheater.

Of opstappen op de Mauritskade en via de zeventiende-eeuwse grachten en kanalen van het groengele stadscentrum naar eindpunt Hofje van Wouw varen. In beide gevallen is de voorstelling ‘The Greatest Thing’ de uiteindelijke reisbestemming. Je mag gerust je eigen picknic meenemen, drank is aan boord voorradig. Gedurende het jaar zijn er trouwens meer themavaarten, zoals De ParadeVaartjes, naar de Parade.

The Greatest Thing is een alleraandoenlijkst ‘neo’-sprookje voor jong en oud en daarenbuiten een magische mime en muziektheatervoorstelling van twee makers die Berlijn als standplaats gekozen hebben: singer-songwriter Miss Walker (Magdalena Walker) en mime-artiest Silent Rocco (Rocco Menzel). De plot? Uit de inhoud van Miss Walker’s gouden handtasje ontspint zich een muzikaal sprookje, met het publiek in een eigen rol. De makers nemen dat publiek naar eigen zeggen vervolgens mee naar een wereld vol magie, met in de hoofdrollen een zwijgende vagebond á la Charlie Chaplin en een schijnbaar levenloos neon-elfje.

Betovering
De dertigminutenvoorstelling van Miss Walker en Silent Rocco werd de afgelopen jaren gespeeld op verschillende straattheaterfestivals in Europa en Azië en was daar een ‘hit’ – en dan nu voor het eerst te zien in Nederland. Hoe is Elske van Holk van organisator The English Theatre (STET), dat zich al tien jaar beijvert voor (meer) professioneel Engelstalig theateraanbod in de hofstad, de voorstelling op het spoor gekomen?

‘Op een straattheaterfestival in Noorwegen zagen onze scouts het duo optreden,’ vertelt ze. ‘Ook kreeg ik goede berichten door van buitenlandse collega’s. Van de winter ben ik zelf de videoregistratie gaan bekijken. Wat me aansprak? Dat waren de blijheid, de vrolijkheid en de in het oog springende fleurige kleurigheid van de voorstelling,’ aldus Van Holk. ‘En om aan dit avondje een avondvullend karakter te geven, hebben we besloten er een boottocht omheen te organiseren. Ons publiek, veelal internationaal georiënteerde bewoners van Den Haag, krijgt daardoor een andere kant van de stad gepresenteerd, wordt zo in aanraking gebracht met stadsdelen die het misschien nog niet zo goed kent, zoals het naoorlogse Den Haag van Laak bijvoorbeeld.’

Natuurlijk kunnen ook op dagen dat de voorstelling te zien is, gelooide Hagenaars aan boord van een van de vier bootjes naar het Zuiderpark of Hofje van Wouw stappen. Want: ‘Language no problem,’ geeft Van Holk aan. ‘Er zit veel muziek in en voor zover er tekst klinkt is die eenvoudig te volgen. The Greatest Thing is daarom geknipt als familie-uitje.’

Besloten
Voor de bewoners van woonzorgcentrum Oldeslo organiseert STET buiten dit alles een besloten voorstelling van ditzelfde stuk. ‘Hartstikke leuk, er is daar een mooie tuin en bij regenweer kunnen we er zelfs uitwijken naar een theaterzaaltje, dus we kunnen er prima uit de voeten, en het is erg leuk om naar mensen toe te gaan om ze uit hun isolement te krijgen,’ licht Van Holk toe.

Toekomst
Voor de komende jaren is de toekomst van STET verzekerd. Op de valreep kende de Haagse gemeenteraad een subsidie aan de club toe, waardoor STET voorlopig in staat is om door te gaan op het ingeslagen pad. Op termijn wordt het initiatief trouwens opgegeten door Het Nationale Theater, dat de internationale programmering van theater in Den Haag ter hand gaat nemen.

STET: The Greatest Thing door Miss Walker en Silent Rocco, plus exclusieve boottrip. Van dinsdag 20 tot en met zaterdag 24 juni 2017. Meer informatie: theenglishtheatre.nl.

‘Zijn tijdloze repertoire is een feestje waard’

Eerbetoon aan Wim ‘Nikkelen Nelis’ Sonneveld

Op 28 juni 2017 is het 100 jaar geleden dat Wim Sonneveld werd geboren. In het liedjesprogramma Het Amsterdam van Wim Sonneveld staat ‘een dunne jongen met opvallend lichtblauwe ogen’ centraal, zoals Conny Stuart hem beschreef.

Sonneveld-specialist en kleinkunstkenner Daan Bartels brengt met singer/songwriter Siebe Palmen en gitarist Rob Verbakel  een eerbetoon aan de man die zijn geesteskinderen ‘Nikkelen Nelis’ en ‘Frater Venantius’ tot BN’ers maakte. Met Wim Kan en Toon Hermans behoort Sonneveld tot de legendarische Grote Drie van het Nederlandse naoorlogse cabaret. Misschien stonden indertijd Kan en Hermans  dichter bij hun publiek, maar de typetjes en liedjes van Sonneveld blijken vooral tijdlozer dan die van de twee anderen.

In het theaterprogramma dist Bartels allerhande faits divers rond hem op. Dat de geboren Utrechter een tijdje in Den Haag heeft gewoond bijvoorbeeld. Sonneveld? ‘Jazeker,’ zegt Daan Bartels, ‘In 1936 verhuisde hij naar de Hofstad, ging er wonen in Bezuidenhout, aan de Wilhelminastraat. Hij was van 20 september tot 18 december, welgeteld twee maanden, kantoorbediende bij reclamebureau M. Sanders. Sonneveld had na het ontslag op staande voet bij Louis Davids’ Kurhaus Cabaret dringend brood op de plank nodig.’ Hij had congé gekregen omdat hij potentiële opdrachtgevers van Davids had gebeld daarbij gewag gemaakt van een verhindering van zijn broodheer. Maar niet getreurd, zo zou hij hebben opgemerkt, want was het mogelijk een andere goeie cabaretier in te huren… zichzelf…  . Na zijn korte verblijf in Den Haag zou hij overigens (weer) neerstrijken in Amsterdam.

Bartels is initiatiefnemer van liefst drie projecten die deze maand rond Sonneveld plaats hebben: Hij organiseert Sonneveld-stadswandelingen in Amsterdam, treedt op als verteller in het theater en hoopt ondertussen op de vernoeming van een brug in de landshoofdstad naar de theatermaker en zanger. Bartels: “Wat mij betreft roepen we juni 2017 uit tot Wim Sonneveld-maand. Zijn honderdste geboortedag en zijn tijdloze repertoire zijn wel een feestje waard.”

Wandelingen
“De voorstelling is een variant op mijn Sonneveld-wandelingen,” vervolgt hij. En terwijl Bartels het levensverhaal van Sonneveld uit de doeken doet, staan beide muzikanten hem bij met uitvoeringen van Sonnevelds bekendste liedjes. Het heimweelied Ik heb zo aan Amsterdam gedacht en Aan de Amsterdamse grachten klinkt natuurlijk, net als de gouden klassieker Het dorp. Maar voor Bartels’ persoonlijke favoriet, Tearoom Tango, over een rampzalige liefdesgeschiedenis in Den Haag, is helaas geen ruimte gevonden. Jammer, zegt Bartels, “want de tekst is bijna als een filmscript, je ziet het allemaal zó voor je ogen gebeuren, zo beeldend is de liedtekst geschreven.” Nog zo’n weetje: Sonneveld heeft een grootse filmcarrière in Hollywood in het verschiet gehad. “In Silk Stockings (1957) was hij tegenspeler van niemand minder dan Fred Astaire. Opkomende gevoelens van heimwee braken hem echter op.”

Platenkast
Bartels heeft Sonneveld nooit in levende lijve gezien. Toen hij in 1974 op 56-jarige leeftijd overleed, moest Bartels het allereerste levenslicht nog aanschouwen. Hoe is Bartels dan aan Sonneveld verslingerd geraakt? “Ik ben gevormd door de platenkast van mijn ouders. Die zat boordevol met platen van Sonneveld. Toen is ook mijn liefde voor het Nederlandstalige lied geboren. Voor het overige weet ik het niet zo goed, in ieder geval heb ik altijd erg van zijn theatraliteit gehouden. Misschien heeft zijn homoseksualiteit bij mij toen al herkenning en verbinding teweeg gebracht.”

Aard
Hoewel Sonneveld op zijn negentiende min of meer officieel als cabaretier debuteerde, kwam het grote succes pas rond zijn veertigste. Zelf zei hij hierover in een interview met Nieuwe Revue in 1970: ‘(…) mijn manier van doen, mijn aard paste vroeger veel minder bij de tijd dan nu. Nog niet zo heel lang accepteren Nederlanders sarcasme en ironie. Bovendien: ze bekeken me vijftien, twintig jaar geleden anders. Ik was dan wel een artistieke jongen met talent, maar ik kleedde me anders, sprak anders, bewoog me anders. En dat vond men suspect. Toon Hermans en Wim Kan hadden daar geen last van. Als die opkwamen van ‘ha jongens, daar zijn we dan!’ voelde het publiek meteen: dat is er een van ons.’

‘Het Amsterdam van Wim Sonneveld’ door Daan Bartels, Siebe Palmen en Rob Verbakel is op zondag 11 juni 2017 te zien in Theater Dakota. Meer informatie: theaterdakota.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 326 55 09.

Beeldenbestormer

Castellucci’s theatrale essay Democray in America

Castellucci, de ‘David Lynch’ van het hedendaagse beeldend theater, schermt met een vuistdik sociologisch standaard wetenschapsboek rond Democracy in America. Een ‘a-politiek theaterstuk’, zo zegt hij zelf.

Plymouth. Op de Atlantische golven van het strand nabij Massachusetts ligt een granieten steen met het jaartal 1620 erin gegraveerd. Deze Plymouth Rock markeert de plek waar vierhonderd jaar geleden een opgejaagde groep Europeanen voet aan wal zette. Het waren Puriteinen, protestantse separatisten die zich in Engeland noch Holland op hun gemak voelden die emigreerden naar de Nieuwe Wereld.

Terwijl in het oude Europa de feodale macht gestaag afbrokkelde ten faveure van boeren, burgers en buitenlui, werd in overzee in dat Puriteinse isolement een geheel nieuwe samenleving gegrondvest. De Puriteinen waren van mening dat elke (geloofs)gemeente zich zelf moest besturen, los van enige nationale kerk. Hun visie heeft het Amerikaanse denken gevormd, met prille Europese democratische beginselen als bagage. Van de indianen leerden ze hoe ze plaatselijke gewassen moesten telen, maar uiteindelijk markeerde dat juist het einde van de inheemse bevolking.

Castellucci’s Democracy in America legt de zaadkiemen bloot van het (r)evolutionaire democratisch-politieke systeem dat aan de stichting van de VS ten grondslag ligt. In Castellucci’s theateropvatting betekent het dit keer: een boerendrama à la Brimstone, met een puriteins echtpaar dat langdurig spreekt over de aardappeloogst die zes jaar op rij mislukt is. ‘Misschien hebben we verkeerd gebeden, vergeten dat in Zijn Naam te doen,’ zegt Nathaniël tegen Elisabeth. Op het einde van de voorstelling stellen twee indianen, native Americans, vast dat hun het land wordt afgenomen. En terwijl ze Engelse woorden zoals ‘rock’ en ‘stone’ leren, gaan ze over tot het villen van de nieuwe Amerikanen.

Daartussenin toont Castellucci zich vanouds een beeldenbestormer: vanachter een gaasdoek zien we eindeloze kringdansen geënt op volksdansen uit Albanië, Griekenland, Botswana, Engeland, Hongarije en Sardinië. Maar ook een stel trappelende paardenpoten inbeukend op een automobiel – voor Castellucci de verbeelding van de overgang van het boerenleven naar de industriële revolutie (lees: het kapitalisme); een gratuit aandoend Wordfeud-achtig spelletje rond de titel van de voorstelling; en projecties van wapenfeiten en ‘mijlpalen’: Battle of Bunker Hill 1775, Kansas Nebraska Act 1854, Twelfth Amendment 1804.

Denkbeelden
Castellucci is de voorbije twintig jaar geheiligd als postmoderne redder van het beeldspektakel, staat bekend om zijn controverses oproepende beeldtaal, die soms neigt naar het groteske gebaar, neergelegd in monumentaal gemonteerde voorstellingen. In Giulio Cesare, bij voorbeeld, voerde hij keelkanker- anorexia- en vetzuchtpatiënten als acteurs op. In Inferno fel blaffende politiehonden. Hij liet het gezicht van Jezus verschrompelen; maar voerde ook eens een stokoude man op die drie kwartier lang incontinent in zijn broek poepte.

Voor het eerst sinds 2011 (Regarding the Son of God) is Castellucci terug in het Holland Festival. Zijn Democracy in America beoogt een polemische voorstelling te zijn maar die, volgens Castellucci zelf, niet politiek van karakter is – en dat bij voorbaat natuurlijk wel is.

Want daarvoor ligt de parallel die zich voordoet met de uitverkiezing van Trump en diens opvattingen over democratie onmiskenbaar voor de hand – al vertelt Castellucci dat hij jaren geleden al over dit thema en De Tocquevilles gelijknamige traktaat een voorstelling wilde maken. De Franse filosoof en grondvester van de sociologie legde in 1835 na een maandenlange reis door Amerika in twee banden van ieder twee delen en bij elkaar duizend pagina’s minutieus zijn bevindingen vast over de nieuwe samenlevingsverbanden van de ‘Nieuwe Wereld’.

En passant beschreef De Tocqueville daarmee de geboorte van een nieuwe democratievorm – die later (lees: anno nu) in ‘volkskapitalisme’ zijn eindbestemming lijkt te vinden. En dat alles begon dus in een ‘nieuw’ werelddeel, een continent waar tot dan toe, althans buiten de geheimzinnige samenlevingsvormen van de door immigranten als halve wilden beschouwde indianen, geen politiek bedreven werd. De puriteinen konden de democratie dus met een schone lei en van de grond af oppoetsen – juist terwijl die in (westelijk) Europa nog aan het uithijgen was van Napoleons militaristische escapades.

De Tocqueville
‘Net een roman’, verklaart Castellucci onverhuld enthousiast, en niet ten onrechte, over De Tocquevilles levenswerk dat zo-even pontificaal vóór hem op tafel is gelegd. ‘Met ‘Amerika’ als dramatisch hoofdpersonage.’ Het is de dag na de première in DeSingel te Antwerpen.

‘De voorstelling is nog niet af,’had hij zich even daarvoor bij voorbaat verontschuldigd. ‘Tegen de tijd dat we in Amsterdam zijn, zal het veel beter zijn. Het moet korter. Raadselachtiger vooral.’ Hij hult zich graag in geheimtaal, kijkt geregeld lichtelijk verstoord van een monoloog interieur op als hem een vraag wordt voorgelegd. Verklarend: ‘Het is fijn als iemand je zoekplaatjes in handen geeft, zie het als mijn geschenk aan het publiek.

Een boodschap? Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen gedachten. Ik geef geen geschiedenislesje.’ Hij heeft het over de communicatiekracht van het medium theater. En komt dan door een wondere vergelijking via Pericles en Plato van het oude Athene met het ‘heart of darkness’ dat de Verenigde Staten nu volgens hem is, uit op ‘human rights: de afslachting van de inheemse bewoners. Castellucci: ‘In klassiek Griekenland fungeerden het theater en vooral de tragedie als schaduwplaatsen van de Atheense democratie. Tragedies boden ontsnapping uit de disharmonie van het bestaan. Ze wisten dat zoenoffers niet altijd volstaan.’

Volgens Castellucci is het aan het puritanistische democratiemodel te wijten dat de aloude Griekse tragedie als vorm van politiek bewustzijn teloor is gegaan – en daarmee fundamenteel begrip over het bestaan. ‘Geen god meer, maar ook geen stad van de mensen. Wat overblijft is de lege ceremonie die de grandeur van dit verlies viert,’ besluit Castellucci zijn ode aan de tragedie.

Is hij zelf wel eens in Amerika geweest? Castellucci lacht. ‘Natuurlijk!’ Hij herinnert zich daarvan vooral The Rothko Chapel in Houston, Texas. Bij uitstek de plaats waar kunst en religie synoniem zijn.

Romeo Castellucci & Socìetas: Democracy in America. Zondag 4 tot en met dinsdag 6 juni 2017 in de Stadsschouwburg Amsterdam (Rabozaal). Met Nederlandse boventiteling. Meer informatie: hollandfestival.nl.

Focus ‘Democratie’ op Holland Festival 2017:
De zeventigste editie van podiumkunstfestival Holland Festival is het voorlaatste van de naar Parijs vertrekkend artistiek directeur Ruth MacKenzie. Het is thematisch opgezet rond ‘democratie’.

Voor haar is de Brexit, de verkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten en de verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland de beweeggrond. Met zowel film, theater als dans geven uiteenlopende makers er uiting aan.

Alain Pringels, dramaturg, doorgewinterd Castellucci-kijker:
‘Meer tekst dan ooit en het bewuste dat heerst over het onbewuste maken Democracy in America tot een atypische ‘Castellucci’.

De sequenties van on-ironische, ‘unheimliche’ droombeelden maken het achterhalen van een onderliggend idee soms moeilijk. Maar hier dwingt en wringt Castellucci je in het denkkader van De Tocqueville, precies zoals hij als reiziger/observator keek naar de prille democratie in het Amerika van toen.

Maar waar bij de Grieken denkbeelden over volksheerschappij ontstonden door geloof in goden ondergeschikt te maken aan de ‘maakbaarheid’ van de polis, werd dat in het puriteinse Amerika nadrukkelijk gekoppeld aan het geloof: in God we trust.’

‘Castellucci kadert de voorstelling letterlijk tussen twee dialogen in: De openingsscène toont een arm Puriteins boerenkoppel – wat hen overkomt is Gods wil; en de eindscène waarin een indiaan Engels leert – metafoor voor de teloorgang van een cultuur. Tussen haakjes: de meest geslaagde genocide in de wereldgeschiedenis is die van de Engels puriteinen op de Noord- Amerikaanse inheemse bevolking, de indianen.

De ontwikkeling die de democratie in Amerika heeft doorlopen ziet Castellucci als een volksdans – een verwijzing naar het Amerikaanse verkiezingscircus.’

Brexit breaks

Koerswijziging bij Royal National Theatre onder Rufus Norris

Met een nipte 51,9 procent kozen vorig jaar welgeteld 17 op een bevolking van 63 miljoen Britten voor een ‘splendid isolation’. Met My Country blikt het Royal National Theatre nu ‘nation wide’ terug op de veldslag die voortduurt. Een ooggetuigenverslag rond een stille revolte.

Hoe zat het ook weer? Toenmalig premier David Cameron deed de gelofte van een bindende volkspeiling als zijn partij de parlementsverkiezingen van 2015 zou winnen. Hij won. Het beloofde zoethoudertje bleek al snel een splijtzwam die het land na referendumdag 23 juni 2016 vrijwel direct in een constitutionele en identiteitscrisis stortte.

Opvallend aan de uitslag was dat een minieme meerderheid in Engeland en Wales vóór een brexit was, terwijl Schotland en Noord-Ierland voor ‘remain’ hadden gekozen – in Schotland zelfs in alle kiesdistricten. Ook district Londen, dat een groot deel van zijn omzet uit continentaal Europa haalt, stemde in meerderheid voor een verlenging van het verblijf in de EU.

‘Gefeliciteerd met jullie verkiezingsuitslag, ’opent Rufus Norris, artistiek directeur van het Royal National Theatre (NT). De uitslag in polderland is dan nauwelijks een enkele dag oud. ‘Het populisme is een halt toegeroepen.’ Norris staat het van overzee overgekomen Nederlandse journaille te woord, op de dag nadat Schotland aankondigde zélf een volkspeiling te willen over de aanstaande uittreding. In feite een anti-brexit referendum. De openingswoorden van Norris leggen meteen zijn engagement bloot. Twee jaar geleden werd hij als succesvolle toneel-, opera, en filmregisseur (o.a. Critics Circle Award, Olivier Awards) aangesteld bij NT, na eerst een periode als ‘associate director’. Het is zijn opdracht om het door Laurence Olivier in 1963 opgerichte gezelschap bij de polsslag van de moderne tijd te halen.

En dat is exact wat hij met My Country; a work in progress doet – maar ook door zijn stuk te programmeren tegenover ‘panklare’, aldus Norris, klassiekers zoals Hedda Gabler (regie: Ivo van Hove) en Twelfth Night – terwijl hij zelf als regisseur ‘nimmer een Shakespeare, Ibsen of Tsjechov’ onder handen heeft genomen.

Highground
Met een brief die eind mei op de Brusselse deurmat plofte, startte de Britse premier May in formele zin de onderhandelingen met de EU, die exact twee jaar mogen duren. ‘Maar vergis je niet,’ zegt Norris, ‘na een jaar van politiek geharrewar is er hier nog steeds geen sprake van een doordacht uittredingsplan.’ In zijn betonnen ‘head quarter’ aan de eeuwigdurend kabbelende Thames slaakt Norris die verzuchting eventjes later nóg eens, om te onderstrepen dat het nu allemaal lang niet meevalt, daar aan gene zijde van de Noordzee.

Daar, nabij financieel grootverdienerscentrum The City, aan de Londense South Bank, oogt Norris oprecht boos, lijkt hij bijna een jaar na dato nog altijd aangedaan over de uitslag van het referendum. Dat, volgens hem, op verkeerde motieven werd ingezet en waarvoor het meerderheidsbesluit tot uittreding al helemaal op verkeerde gronden werd genomen. Want de brexit is in de ogen van Norris vooral een verhaal van manipulatie. Door de politiek, door politici en de media, van de Britse ‘moral highground’ die zich liet verrassen, en van Britten die bang werden gemaakt voor arbeidsmigratie, vreemdelingenhaat en vluchtelingenvraagstukken. Norris kijkt er met zijn Afrikaans/Maleisische roots nog steeds vreemd van op.

Polsslag
De tekst voor My Country is afkomstig van de Schots/Britse ‘dichter des vaderlands’, toneelschrijfster en universitair poëzieprofessor Dame Carol Ann Duffy (The World’s Wife en The Bee), en komt voort uit zo’n 75 lange vraaggesprekken die Norris’ team in het najaar voerde met bewoners uit alle genoemde landsdelen. ‘Ik heb de kerstdagen doorgebracht met het luisteren naar de tapes,’ zegt Norris. Op haar beurt verwerkte Duffy die vervolgens tot een allegorisch opgebouwde tekst rond een Romeins gehelmde Lady Britannia.

Gezeten achter lestafels mogen ook de ‘personages’ East Midlands, Northern Ireland, North East, South East, Caledonia en Wales (Cymru) in monologen en korte dialogen hun zegje doen omtrent de brexit. Nadat de Davids en Deirdres zich veelal in eigen taal en tongval hebben gewenteld in woorden over patriottisme, vreemdelingenhaat of (de idiotie van) Europese regels, krijgt Lady Britannia stevig de oren gewassen vanwege vermeend ontbrekend leiderschap. Zij gaat daarop los in monologen die stevig zijn geënt op bestaande politieke redevoeringen die David Cameron, Theresa May, Boris Johnson en Nigel Farage hielden.

Met de nodige slagen om de arm en omgezet in Nederlandse begrippenparen kibbelen in My Country landelijke, provinciale en regionale kopstukken met local heroes onder leiding van een geharnaste Willem van Oranje over de voor- en nadelen van het EU-lidmaatschap. Met nog wat meer fantasie kruisen door die bril gezien figuren als pak ‘m beet Jos van Rey, Hans Wiegel, Ahmed Aboutaleb, Freek de Jonge, Leon de Winter, Ramsey Nasr, Jan Mulder en/of Bennie Jolink de degens met elkaar over het vraagstuk dat hier de Randstad tegen de rest zou kunnen heten.

‘Luisterprojecten’
Maar over de brexit is al zoveel gezegd en geschreven. Wat kan Norris stuk daar nog aan toevoegen? Die vraagstelling geldt ongetwijfeld voor Britten – en welzeker voor Nederlanders. Norris ‘listening project’ loopt bovendien het risico dat het bijna dagelijks tekstueel moet worden bijgesteld omdat er dag op dag nieuwe ontwikkelingen zijn op dit vlak. My Country is daarbij niet wat je noemt beeldend theater, de productie oogt veeleer als een wat mager aangekleed anderhalf uur durende rondetafelconferentie met nu en dan een vrolijk intermezzo. De vraag is gewettigd of hetgeen Norris in stelling brengt hier te lande de kans krijgt om te resoneren, ook al heeft het Holland Festival het etiket ‘democratie’ als thema op het festival geplakt – hoewel door die bril bezien, eerlijk is eerlijk, het stuk uitstekend op z’n plek is.

Norris wil in de toekomst meer ‘listening projects’ uitbrengen. ‘Er moet meer naar elkaar geluisterd worden, al is dat soms best lastig als mensen aldoor ‘tegen’ zijn. Maar bij NT willen we de stem van het volk letterlijk meer laten doorklinken. Dit type theater is daar geknipt voor. Het is onze bijdrage aan de vestiging van meer ‘oral history’,’ zo vertelt Norris. Want: ‘Niemand kan louter met de mobiele telefoon in de hand het leven leiden, zonder onder de mensen te komen. De kerken zijn leeggestroomd. Maar plekken voor samenkomst en het delen van ervaringen blijven nodig. Het theater moet dat beseffen.’ Zijn conclusie: het mag een pondje meer. ‘We have to engage.’

My Country; a work in progress is op woensdag 7 en donderdag 8 juni 2017 te zien in het Holland Festival. Locatie: Stadsschouwburg Amsterdam (Rabozaal). Met Nederlandstalige boventiteling.