Koninklijke Schouwburg wordt waterval

Het Nationale Theater met onderwaterspektakel Ondine

‘Ondine’ is een licht bijtend zoutwaterspektakel in en om de Koninklijke Schouwburg. Watertanden met waternimfen en een middeleeuws aandoende ridderfiguur.

Nederland waterland. Het Nationale Theater (HNT) en Toneelgroep Oostpool nemen dat met ‘Ondine’ vrijwel letterlijk: de Koninklijke Schouwburg wordt drie aaneengesloten weken lang van binnen én buiten omgetoverd in een sprookjesachtige waterwereld. Zo wordt in de edele zaal de orkestbak veranderd in een plonsbak die is gevuld met liefst 12.000 liter water – een samenwerking aangegaan met drinkwaterbedrijf Dunea. Het is niettemin te hopen dat deze stunt door HNT van een behoorlijke overstromingsverzekering tegen eventuele waterschade is voorzien.

Als joch groeide regisseur Jeroen De Man op recht tegenover het Sportfondsenbad in Amersfoort. “Ik heb aan waterpolo gedaan en ben ook gefascineerd door eb en vloed,” vertelt hij over zijn begeestering voor water. Bij ‘Ondine’ kan hij zijn schik in water en watermanagement volop kwijt. Want na de vampiers eerder dit seizoen laat regisseur Jeroen De Man zich bij HNT nu met ‘Ondine’ verleiden door bevallige bovennatuurlijke wezens: het genre van de waternimfen. “Klopt,” lacht De Man als ik hem in de HNT-studio’s spreek, “dit is voor mij wel het seizoen van de fantasie.”

Mythologische ondines leven in bospoelen en watervallen, en hebben een prachtige stem of lokroep die soms gehoord wordt boven het geluid van het water uit. Uiterst verleidelijk wezens zijn het, onsterfelijk, en bijzonder is ook dat de ondine geen ziel heeft. Door een mens te huwen kunnen ze er wel eentje winnen.

In de spektakelvoorstelling ‘Ondine’ bij HNT trekt ridder Hans ridder von Wittenstein zu Wittenstein door het Woud. Hij krijgt een bed en eten bij een oud visserskoppel. Daar maakt hij kennis met hun vreemde maar beeldschone dochter Ondine. Hij wordt op slag verliefd op haar.

Pas nadat Ondine hem heeft ingepalmd vertelt ze hem dat ze een waternimf is. Hans neemt haar mee het Koninklijk hof, waar de jaloerse gravin Bertha haar liefdesconcurrent wordt. Met noodlottige gevolgen. ”Op veel vlakken een fantastisch verhaal, krachtig en poëtisch opgeschreven, ook op psychologisch niveau.” Dan, lachend: “Hoe praat een nimf met een ridder, hoe communiceren ze? En heeft ze goeie argumenten?”

Hardop dromen
De Franse schrijver Jean Giraudoux heeft van de in oorsprong Germaanse vertelling in 1938 toneel gemaakt. Het stuk is, enige jaren nadat het verscheen, gespeeld door de gouwe ouwe Haagse Comedie. Dat was in de beginjaren, in 1952, in een regie van Cees Laseur en met Heleen Pimentel als Ondine. Zij werd destijds uitgeroepen tot ‘Actrice van het jaar’. “Ik zag het inderdaad toen ik onlangs het jubileumboek ‘40 jaar Haagse Comedie’ doorbladerde,” vertelt De Man.

Nadat hij Giraudoux’ toneeltekst voor het eerst had gelezen was De Man ervan overtuigd dat het stuk te omvangrijk zou zijn om anno nu te kunnen opvoeren: te veel personages, te veelomvattend.

“Maar bij HNT mag hardop gedroomd worden,” zegt hij. “En zo zijn we uitgekomen op drie weken lang spektakeltheater. En we kunnen extra uitpakken omdat we met deze productie niet op reis door het land gaan. Wat dat uitpakken betekent?

Straks bevolken liefst 19 topacteurs de set, dat aspect alleen is al een waar spektakel. Sommigen van hen maken via het water hun opkomst. Verder is er een groots decor en komen er onnoemelijk veel kostuums voorbij, is er een hoop gegoochel met rekwisieten waaronder een windmachine, en komt er een dosis illusionisme en magie aan te pas.” Het eindresultaat moet het midden houden, aldus De Man, tussen een ambachtelijke en experimentele ervaring.

“We willen er echt een ‘belevium’ van maken. Met soms oprechte en intieme emoties, bij vlagen volstrek ridicuul en knotsgek.” Te midden van het waterballet wordt ook gezorgd voor een viskraam, een kraanwatercocktailbar en een pop-up terras.

Modern sprook
Ondine. Een watersprookje, maar niet met een ‘happy end’. Als de Koning der Watergeesten wraak komt halen wordt de burcht van de Wittensteins overspoeld, de geesten van het liefdespaar worden verruïneerd. De fonteinen van het paleis spuiten meters hoog. De wereld huilt.

“Simpel en onverbiddelijk,” verklaart De Man het tumultueuze slot. “Het gevaar dat van water uitgaat is groot. Ridder Hans merkt op een gegeven moment dat het water zich tegen hem keert, zegt dat hij zelfs waterleidingen voelt trillen als hij erlangs loopt.” Mooi vindt De Man dat, om bij tijd en wijle middeleeuwse taal en segmenten te mengen met elementen uit deze tijd. “Uiteindelijk mondt Hans’ avontuur uit in het verbreken van een verdrag. Da’s dan weer erg modern.”

Zomerzindering
Een echte zomerprogrammering in de Koninklijke Schouwburg krijgt aldus waarlijk haar beslag. Ook in de komende jaren lijkt die ontwikkeling door te zetten, want in de zomer van 2019 gaat regisseur Theu Boermans er aan de slag met een muzikaal toverstokje.

Het Nationale Theater speelt ‘Ondine’ van 19 juni tot en met 7 juli 2018 in de Koninklijke Schouwburg. Met o.a.: Hein van der Heijden, Sylvia Poorta, Evgenia Brendes, Vincent Linthorst, Mark Rietman, Jaap Spijkers, Joris Smit, Stefan de Walle e.v.a. Meer informatie: hnt.nl.

Advertenties

Monteverdi was niet uit op ‘mooizingerij’’

Ensemble Musica In Scena wekt Monteverdi opnieuw tot leven

Vernieuwer van zijn tijd. En tot op de dag van vandaag maatgevend. Claudio Monteverdi (1567-1643) was de wegbereider van de opera zoals we die nu kennen.

Noem het ‘een biopic-opera’, legt Johannes Boer geduldig en in eigen bewoordingen uit over zijn aanstaande theaterschepping ‘La Tragedia di Claudio M.’ Daarin wordt zeventiende-eeuwer Claudio Monteverdi voor ons, eenentwintigste-eeuwse stervelingen, bijna en passant van nieuw bloed én muzikale perspectieven voorzien. Claudio Monteverdi is springlevend volgens hem, niet alleen figuurlijk, ook letterlijk. Net als de mensen waar hij destijds mee samenwerkte.

De afgelopen vier jaar heeft hij besteed aan een promotie-onderzoek, waarvan ‘La Tragedia di Claudio M.’ een van de resultaten is. In zijn ogen gaf Monteverdi vooral uitdrukking aan diepe menselijke emoties.

“Hij was niet uit op ‘mooizingerij’ maar op uitingen van wellevendheid. Hij wilde juist mensen van vlees en bloed ten tonele voeren, mensen met een authentiek verhaal. Juist om die reden bracht hij muziek en theater samen, een flinke stap verder dan toentertijd gebruik was. Geen heerschappij van de harmonie over het woord of dichterlijke tekst die boven de muziek staat. Hij zocht muziekdrama door versmelting van stemmen en instrumenten. Niet voor niets liet hij de hoofdrol van zijn baanbrekende werk ‘Arianna’ vertolken door een actrice.”

Met Monteverdi’s ‘Orfeo’ neemt de klassieke westerse operaliteratuur haar begin. Typerend voor de werkwijze die Monteverdi er op nahield is de vermenging van elementen uit de Griekse mythologie met zestiende-eeuwse dramatische conventies.

In Boers productie is het publiek getuige van een rampjaar uit het leven van de componist. Boer: “Monteverdi had net zijn ‘Orfeo’ klaar of zijn vrouw kwam opeens te overlijden. De totstandkoming van ‘Arianna’ is feitelijk zijn eigen katharsis.”

Voor de plot volgt Boer een feitenrelaas rond Monteverdi. “Er zitten veel citaten in, spreekt met eigen woorden. We gebruiken bijvoorbeeld de wetenschap daaruit dat hij erg boos was dat hij voor ‘Orfeo’ onderbetaald werd ten opzichte van concurrent Marco Gagliano, creator van ‘Daphne’. We zoomen in op meer aspecten van Monteverdi’s leven.”

Ook muzikaal laat Boer Monteverdi herleven. “We maken gebruik van fragmenten uit zijn composities. Maar we voegen er wel veel nieuwe elementen aan toe.”

En zo is ‘La Tragedia di Claudio M.’ een voorstelling van oude muziek die nieuwe muziek wordt, van acteurs die commedia dell arte ten beste geven, en van musici en componisten die heel dicht naderen aan datgene wat Monteverdi ook deed: spreken en zingen naadloos met elkaar verbinden. Boer: “Gebracht door zorgvuldig geselecteerde zangers die zich het sprekend zingen eigen hebben gemaakt, met musici en een commedia dell arte ensemble uit Italië. Nu gaan we ineens een heleboel dingen begrijpen.”

‘La Tragedia di Claudio M.’ is op vrijdag 15, dinsdag 19 en woensdag 20 juni 2018 (20.00 uur) en zondag 17 juni 2018 (16.00 uur)te zien in Theater De Nieuwe Regentes. Meer informatie: denieuweregentes.nl en musicainscena.nl.

 

Exploderende bloedbanden

Toneelhuis / Toneelgroep Amsterdam spelen Vergeef ons

In de roman Vergeef ons van A.M. Homes valt rond Thanksgiving het leven van twee broers in duigen. Nu ook op toneel. Regisseur Guy Cassiers zoekt naar mededogen.

Van je familie moet je het hebben – maar wat als je je enige en oudere broer van jongsaf hartgrondig haat?

Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze. Met die beroemde zin opent de Russische schrijver Tolstoi zijn roman ‘Anna Karenina’. Hoe overleef ik mijn familie?, vroeg John Cleese zich eens in een boek af. Een bestseller. Vier op tien Nederlanders hebben het regelmatig gehad met broer- of zuslief, en betreuren het dat ze hun naasten niet voor het uitkiezen hebben. Broers zijn directe concurrenten in alles. Familieruzies zijn eeuwenoud: al in het eerste mensengezin uit de bijbel loopt een ruzie tussen broers gruwelijk uit de hand. Denk Kaîn en Abel, Isaac en Ismaël.

Wat hem in dit kringgesprek heeft gebracht? Harry: ‘Ik ben ontslagen en heb de vrouw van mijn broer geneukt. Toen George thuiskwam heeft hij haar doodgeslagen. Ik woon nu in het huis van mijn broer omdat ie in de bak zit.’

In Vergeef ons probeert een Amerikaanse man van middelbare leeftijd te achterhalen wat zich in het verleden heeft voorgedaan in hun familie – opdat de psychiater in staat wordt gesteld zijn broer beter te helpen. Homes’ verhaal draait om de levens van Harry Silver, een New-Yorkse hoogleraar in geschiedenis met een Nixon-obsessie; en zijn broer George, een rijke tv-bons, getrouwd met Jane, vader van Nate en Ashley.

Familiedrama op toneel. Lars Norén (1944) wás koning van het genre, maar volgens Guy Cassiers, gelauwerd regisseur door heel Europa, steekt de Amerikaanse romancière A. M. Homes (1961), winnaar van de UK Women’s Prize for Fiction 2013, hem aardig naar de kroon. In haar boeken zijn verstoorde familierelaties en de hunkering naar waarlijk contact terugkerende thema’s.

‘We chatten online en worden online ‘Vrienden’ van elkaar, vaak zonder te weten met wie we eigenlijk praten. We neuken met vreemden, zien zo ongeveer alles voor een relatie, voor een band aan. En toch staan we machteloos als we bij onze familie en tussen buurtgenoten zijn.’ Homes is niet alleen hard voor het traditionele gezin, maar ook voor een reeks maatschappelijke instellingen, van politie en ziekenhuizen tot psychiatrie, scholen en de advocatuur. In plaats van opvang en hulp zorgen deze plekken in haar roman voor ongemak en vervreemding. Homes in een toelichting op haar werk: ‘Ik laat personages net niet verzuipen.’

In een coproductie voor Toneelhuis Antwerpen en Toneelgroep Amsterdam heeft Guy Cassiers haar vuistdikke roman May we be forgiven bewerkt tot twee en een half uur toneel met razend veel personages, een snelle opeenvolging van korte hoofdstukken en spitse, directe en brutale dialogen. Bijna als een soap.

“Een rollercoaster,”stelt Cassiers, aan de telefoon vanuit Brussel, waar hij zich op een productie aan het voorbereiden is. “Verscholen frustraties in een vulkaan van emoties en een je-niet-thuis-voelen in de gegeven situatie. En toch is er ook veel humor te ontdekken, want Homes beoogt mededogen. Ze stoffeert haar verhaal daarom met ironische voorvallen. In haar pleidooi voor gemeenschappelijkheid dat Vergeef ons ook is, roept ze zo in feite op tot het aannemen van een groter aandeel in ons leven ten gunste van empathie.”

Uiteindelijk vindt Harry – hier gespeeld door Eelco Smits, die daarvoor is genomineerd voor een Louis d’Or – zich terug als hoofd van een gezin, een nieuw familieverband waarin de jonge kinderen van zijn broer spontaan en feitelijk onwetend van zichzelf de rol van talisman vertolken. Cassiers: “Homes wil op die manier de karakterzwakte die de mens eigen is, een rechtvaardige plek in het bestaan teruggeven, een bestaan dat minder egocentrisch is. Homes creëert een tegenstelling door de roman te situeren tegen de achtergrond van een grootstad, vandaag de dag ‘melting pots’ waar affectie en naastensteun niet meer vanzelfsprekend zijn. De stadsmens verkeert in een identiteitscrisis”.

De soap à la Cassiers speelt zich niet af in een privé­ruimte of een huiskamer met in- en uitlopende personages, maar een open ruimte waar grote televisieschermen domineren, een lichtshow die overdondert en een prominent geluidsdecor. Een decor dat daardoor aandoet als een Amerikaanse basketbalwedstrijd maar net zo goed aan een opnamestudio of een live concert.

Geprojecteerde beelden tonen een cleane en kille wereld van overvloed en consumptie, die aandoen als clichés. Cassiers’ enscenering geeft zo de spanning weer tussen het intieme familieverhaal en een door beeld en geluid gedomineerde wereld. Dat verschaft hem de mogelijkheid op de toneelset een soap te construeren.

Cassiers: “Er zijn 100 scènes, dat versterkt het filmisch karakter van de voorstelling. Ook het boek is opgeknipt in vele hoofdstukjes.”

Is Vergeef ons daarmee een zedenschets over het failliet van de familie als hoeksteen van de samenleving? Cassiers: “We moeten samen op zoek naar andere verbanden dan genetisch bepaalde. Dat kan voor iedereen louterend werken.”

Zaterdag 9 juni 2018, Koninklijke Schouwburg. Met o.a. Eelco Smits, Chris Nietvelt, Jip van den Dool, Katelijne Damen en Steven Van Watermeulen. Meer informatie: hnt.nl en toneelhuis.be. Telefonisch tickets reserveren: 088 356 53 56.

Werelden bijeenbrengen

‘Crosstown’ laat jongeren dansen

Jong, dynamisch en ambitieus zijn Korzo’s ‘Crosstown’dansers. Al meer dan 10 jaar biedt theater en dansproducent Korzo Haagse jongeren de kans om gekoesterde dansambities waar te maken.

“Het is geweldig om jongeren uit verschillende wijken en vaak een geheel verschillende achtergrond met elkaar in aanraking te kunnen brengen. Zonder Crosstown hadden zij elkaar niet leren kennen,” zegt Nathalie Décory, coördinator van Jong Korzo en sinds deze week officieel hoofd van de educatieve poot van Korzo. Werelden bijeen brengen. “Het is dankbaar om hun blikveld te kunnen verruimen. Maar ook is het geweldig om te zien dat ze door te dansen persoonlijke groei doormaken.”

Voor het twaalfde jaar biedt Korzo Haagse jongeren met Crosstown de kans dansambities op te pakken en die onder professionele begeleiding tot ontwikkeling te brengen. Het zijn wekelijkse danstrainingen in uiteenlopende stijlen. Er wordt les gegeven in urban, modern, theater en cross-overs tussen deze stijlen. Er zijn drie verschillende niveaus voor 14 jaar of ouder. Hoe hoger het niveau, hoe intensiever de trainingen – en hoe meer verschillende technieken geleerd worden. Op het hoogste niveau werken de meest getalenteerde van deze dansers samen met professionele choreografen van Korzo. Deze week zijn de eindpresentaties door de twee groepen van dit seizoen: zeven meiden, in de leeftijd van 14 tot en met 25. “Iedere danser brengt iets speciaals in.”

Van de huidige groep stroomt Lara Sluijter straks door naar de docentenopleiding van Codarts in Rotterdam, vertelt Nathalie. “Maar we zijn geen vooropleiding. Al zijn we er wel trots op dat het lukt om iedereen individueel te kunnen coachen.” Voor die ‘personal touch’ tekenden dit jaar Alioune Diagne en Sheree Lenting, en allebei maken ze een nieuwe choreografie voor de Crosstown-editie 2018. In hun nieuwe choreografieën wordt steeds uitgegaan van de individuele, energieke en persoonlijke bewegingsstijl van de dansers. Nathalie: “Alioune heeft Afrikaanse, Senegalese wortels. Na een tijdje in zijn geboorteland is hij weer teruggekomen naar Nederland. Moderne dans is zijn fascinatie, dat liet hij ook zien als danser in de choreografie die Kenzo Kusuda in 2011 maakte voor Korzo’s heropeningsprogramma. Sheree is Nederlands, maar verder niet in een hoekje te stoppen, al voelt ze zich wel altijd lekker bij urban en hiphop.”

Dansvuurtje
Succesverhalen rond Crosstown zijn er dus zeker te noteren. Sterker: Het is frappant om te zien hoeveel deelnemers aan Korzo’s Crosstown naar een van de dansacademies in het land doorstromen. Neem Art Srisayam. Bijna per ongeluk belandde hij ooit op een selectiedag voor Crosstown, stroomde door naar het hoogste Crosstown-niveau en studeerde af aan de Theaterschool in Amsterdam. Hij maakt carrière, onder meer bij de Rotterdamse jeugdtheatergroep MAAS waar hij danst, en al een choreografie maakte. Nog een voorbeeld: Zahira Suliman. De Haagse ging na haar studie bedrijfskunde naar Codarts om er de opleiding voor docent dans te volgen. Inmiddels is zij vaste dansdocente bij Crosstown, is vaste danser bij AYa, en maakt ook choreografieën. In 2016 werd ze genomineerd voor de dansprijs van de Piket Kunstprijzen. Nathalie: “Crosstown heeft bij mij het dansvuurtje opgewekt, zo zegt zij altijd.”

Drie hoog achter
De allereerste Crosstown-voorstelling vond plaats in 2006. “Dit project is voorgekomen uit een idee van Fonds 1818. Dat was van mening dat toen in Den Haag er op wijkniveau, zeg drie hoog achter, weinig aan talentontwikkeling in Den Haag was. Toen is er onder leiding van jongerentheatergroep 020 een samenwerking tussen drie instellingen in Den Haag van de grond gekomen. Naast Korzo waren in de begintijd theater Pierrot en Culturalis bij Crosstown betrokken. Tegenwoordig trekken we de kar helemaal zelf en is Crosstown niet meer weg te denken hij Korzo. Al die tijd is de basisgedachte overeind gebleven: onder professionele begeleiding jongeren dans laten ontdekken.”

De Crosstown eindproducties zijn van donderdag 7 tot en met zaterdag 9 juni 2018 te zien in Korzo theater. Meer informatie: korzo.nl.

Als niks meer overeind staat

Saman Amini speelt ‘Samenloop van omstandigheden’

In Nobody Home speelde hij zichzelf en kroop hij in de huid van een Syriëganger, in The Nation was hij De Beer van ‘s Gravenhage. Nu legt Saman Amini zijn eigen ziel bloot.

Vorig jaar bracht hij op nomadisch festival De Parade voor het eerst zijn Samenloop van omstandigheden. Het theatertentje speelde hij meer dan plat. Nu is er van het halfuurtje van de ‘autobiografische liedjesvoorstelling’ een uitgebreide, één uur durende versie voor de theaterzaal.

Animatie, theater, muziek. Met zijn overdosis aan talent rijgt hij momenteel succes aan succes. Jazeker vindt hij zichzelf een geluksvogel. Amini, die als elfjarig joch vanuit de Iraanse hoofdstad Teheran in Nederland belandde, gevlucht met zijn zusje en zwangere moeder: “Wie in Nederland mag wonen is sowieso een geluksvogel. Ook ben ik blij dat ik als 28-jarige al zoveel mag doen. Toch hangt mijn geluksgevoel ook van de dag af, kan ik ook m’n slechte dagen hebben, dagen dat ik het gevoel heb gevangen te zitten in emoties of opgesloten te zijn in m’n brein.”

Hij heeft zijn succes, zijn beroep als kunstenaar, zegt hij, ook te danken aan een samenloop van omstandigheden. “Als eerste generatie vluchteling bekommer je je allereerst om het dagelijkse geld, het is zeker niet vanzelfsprekend om in de kunst je toekomst te zoeken en te vinden.”

De tienerjaren bracht Amini gedeeltelijk door in het AZC in Rheden. Tot zijn aanleg voor theater werd opgemerkt. Eerstvolgende halteplaats: Toneelacademie Maastricht, afstudeerlichting 2014. Inmiddels behoort hij onder meer tot het vaste acteursensemble van Het Nationale Theater.

In Samenloop van omstandigheden maakt hij met een glimlach zichtbaar en voelbaar wat er in hem omgaat. Hij zingt, speelt en vertelt – met tekst, met muziek die hij zelf schreef, live uitgevoerd door een driemansband, en met prachtige, indringende videoanimaties. Het resultaat is een persoonlijk levensportret aan de hand van vertellingen over zijn moeder en vader, en over ‘alles wat nodig is om overeind te blijven als er niks meer overeind staat’.

Amini: “Voor mijzelf gaat de voorstelling over de betekenis van verleden en armoede als wrede vorm van geweld, en over machteloosheid en vrijheid. Maar ook over wat voor mij de waarde is van ouders. En ik wil er ook mijn dankbaarheid mee betuigen.”

Dankbaarheid drukt hij niet alleen theatraal uit maar ook financieel. “De muziek is op Spotify te beluisteren en we hebben er een cd van uitgebracht.” De opbrengt van het liedje ‘Longen Vol’ maakt hij over naar VluchtelingenWerk Nederland. “Gewoon om iets terug te geven. Soms moet je nemen, soms geven.”

Trompet
Amini geeft als personage weer hoe hij in zijn jonge jaren eigenhandig armoede bestreed door Roberto Carlos-kaftpapier cadeau te doen aan een schooljongen. Het wordt hem duidelijk gemaakt dat je zoiets omzichtig moet doen, anders meent de ontvanger dat hij aldoor dank verschuldigd blijft. In een paar pennenstreken schetst hij zo hoe machtsverhoudingen inwerken op gedrag.

En passant ontstaat een soort van ‘coming of age’. Tot het moment dat hij zijn woorden richt tot ‘mijn kleine jongen’. Door schimmenspel dat op het videoscherm geprojecteerd is, zien we dat het om een manneke gaat met een trompet in de hand. Aan het einde ligt de trompet in de branding, een verwijzing naar Alan Kurdi, het ‘aangespoelde jongetje’. Dat hield hem nachtenlang uit zijn slaap. Waarom hij wel en zij allemaal niet?

Het mooie is dat het geheel nooit ontaardt in pathetisch aandoend melodrama, maar dat hij zijn vertelling gedoseerd en met veel gevoel voor verhouding tussen ernst en luim weet te brengen.  Als ‘rhymende’ rapper steekt hij met zijn expressieve stem, door de verrukkelijk-verrassende elektronisch-futuristische muziekklanken en melodielijnen, en het ongecompliceerde taalgebruik het huidige Nederlandse rappersgilde keihard de loef af.

Een openbaring.

Als geëngageerd kunstenaar laat de actualiteit hem niet los. Neem de Iran-deal. “Ik ben bang voor het lot van het Iraanse volk. Ik heb er nog steeds veel familie wonen. Kijk naar Irak, Afghanistan, Syrië… Ik hou mijn hart vast voor wat er kan gebeuren.”

Saman Amini: Samenloop van omstandigheden. Een coproductie van Paradiso Melkweg Productiehuis en Black Sheep Can Fly. Te zien op dinsdag 22 mei 2018 in Theater aan het Spui.

 

Zomertheater in de open lucht

Zuiderparktheater stroomt vol in 2018

Het kan weer: de zomer vieren en je onderdompelen in kunst en vertier. Rosénippend, of bierbommelend de bloemetjes buiten begroeten.

Zomeravonden zijn er soms zó helder dat je de sterren kunt aanraken. Marijke Reuvers, directeur van het Zuiderparktheater, kijkt alvast uit naar vrijdag 10 augustus. Rond die tijd scheert elke zomer de Perseïden-meteorenzwerm langs de hemel: een wolk stofdeeltjes achtergelaten door komeet Swift-Tuttle.

Kans op vallende sterren dus – en zodra je er eentje ziet mag je een met een gerust hart een wens uitspreken. “En dan onder die sterrenhemel relaxed luisteren naar de zachtaardige muziek van popband Loco / Motive,” glimt Reuvers, “met daarbij een futuristische cocktail in de hand terwijl je het theatercollege ondergaat van Ernst Molenaar over het ontstaan van deze Perseïden-zwerm en over andere vreemde zaken in ons zonnestelsel.”

Nog is dat die avond niet alles want vervolgens kun je in een zwart gat wegzinken bij de epische science fiction-film 2010: The Year We Make Contact, het vervolg op 2001: A Space Odysee.

De ‘oude’ Grieken hielden in het jaargetijde van de goudgele zomerzon, al was dat wel dik 2500 jaar geleden, al grondig huis met hun dionysische theaterfeesten. Al is het eeuwen later, ook in Nederland bloeien de zomerfestivals. Den Haag heeft voor dit doel zelfs een heus buitentheater laten bouwen, in het ruim opgezette plantsoen dat architect Berlage daartoe in 1908 uittekende: het Zuiderpark.

“Drie jaar geleden hebben we een doorstart kunnen maken,” vertelt Reuvers. “We zijn sindsdien erg gegroeid, vorig jaar hadden we met 16.000 bezoeken driehonderd procent meer aan kaartverkoop dan in het heropeningsjaar. Ik zie kansen liggen om verder door te groeien, bijvoorbeeld door het voorseizoen meer te gaan benutten.”

Ook kijkt ze, nu al, bevallig richting wintertijd. “Onze kerstproductie Scrooge was een hartverwarmend succes. Komende winter gaan we Vivaldi Code Rood brengen. In ieder geval kunnen we tot zeker 2020 buiten blijven spelen, zoveel is zeker.”

Het Zuiderparktheater is een podium in de open lucht voor (kinder)theater, cabaret, muziek en allerhande festivals, maar er zijn ook fietstochtjes (sculpturenroute) en een roofvogeldemonstratie. De speelplaats voor jong en oud is op stoom gekomen. Dit jaar zijn er, evenals vorig jaar, zo’n honderd verschillende activiteiten.

Een greep: Spinvis, Pink Floyd would-be’s, Yes-R, en een ‘Summer of Laugh’ in samenwerking met Diligentia, met onder meer Yentl & de Boer, en met Sjaak Bral die op de openingsavond als ‘host’ optreedt.

Reuvers: “Zelf houd ik erg van het The Hague African Festival. Het heeft een jubileum te vieren, want het bestaat tien jaar.” Medio juli wordt het muzikaal gevierd met optredens van onder meer de reggaekoningen van SoulDia (Senegal), percussiemeester Oké Sene (Senegal), funaná met Tabanka (Kaapverdië), de Refugee All Stars (Sierra Leone), de Kameroens-Nederlandse zangeres Ntjam Rosie (Kameroen), de Ghanese Wiyaala (Ghana) en Amartey, fakkeldrager van de AfroPop-sound in Nederland. Reuvers: “De editie van dit jaar is groter dan voorheen, want er is ook een uitgebreide marktplaats.”

Heerekrintjes!, zo lieten Nederlandse volkspoppenspelers hun draad-, stang-, stokpoppen of marionetten in de negentiende eeuw regelmatig ontvallen als ze optraden bij de toenmalige Haagse kak omdat ze er verplicht een parlementair taalgebruik op na moesten houden. In het Zuiderparktheater staat deze verbasterde vloek voor een ‘volkspoppenfestival’.

Reuvers: “We vinden het jammer dat de poppenkast uit Nederland lijkt te verdwijnen. We willen de traditie nieuw leven inblazen door traditionele poppentheatervormen uit uiteenlopende landen en culturen samen te brengen.” Dat gaat van Jan Klaassen, Punch & Judy en Pulcinella tot Japanse bunraku. Het Zuiderparktheater programmeert die dag gerenommeerde makers uit binnen- en buitenland naast jonge makers uit Den Haag.

“En je kunt zaterdag 18 augustus ook je eigen poppenkastfiguur maken, waarmee je in je eigen poppenkast kunt spelen. Ook is er een optocht met reuzenpoppen door het park.”

Er is ook aandacht voor klassieke muziek, onder meer met het Residentie Orkest (Symphony in the Park) en het Sweelinckorkest, zeventig enthousiaste en bevlogen studenten van Amsterdamse universiteiten en hogescholen die instrumentale delen van de veertien uur tellende score uit Wagners monumentale Ring spelen.

Leven als verkaaste Marokkaan

Vier Marrokkaans-Nederlandse actrices in Melk & Dadels

Op een bedje van humor en ernst dienen vier Marokkaans-Nederlandse actrices een zelfbewust inkijkje op in hun dubbele culturele bagage. Een bekend kookboek diende als fond voor Melk & Dadels.

In Marokko begint elke maaltijd met vrienden en familie met het aanbieden van de mogelijkheid de handen te wassen. Geen overbodige luxe als je alles met de (rechter)hand uit een gezamenlijke schaal eet. Eet smakelijk is ‘bismillah’. Genoeg gegeten? Dan zeg je ‘hamdoulilah’. Voor de voorstelling‘Melk & Dadels dient het kookboek van het jaar 2014 Melk & Dadels – 100 geheime recepten van Marokkaanse moeders als basisingrediënt. De lievelingsgerechten van twintig Marokkaanse moeders en hun kinderen worden erin opgedist en persoonlijke verhalen worden afgewisseld met hun eigen recepten.

De voorstelling mag dan geïnspireerd zijn op het kookboek, zegt actrice en zangeres Kyra Bououargane uit de cast van Melk & Dadels, “maar daar zie je in de voorstelling niet veel van terug. Het zijn nieuwe verhalen van de nieuwe generatie.”  Daarbij worden heilige huisjes niet gespaard, al gaat het boek vooral over ‘soul food’, zoals ‘tachnift’ (Marokkaans brood gebakken in een gietijzeren koekenpan), ‘baghrir’ (Marokkaanse pannenkoeken) of ‘ka’bghzal’ (gazellehoorntjes). “Maar ik had juist een vader die kookte,” lacht ze. “Hij maakte graag een mengelmoesje, gooide alles door elkaar. Mijn lievelingsgerecht? Da’s toch tajine met kip.”

Na het geruchtmakende Nobody Home en een spraakmakende Othello maakt regisseur Daria Bukvić Melk & Dadels. De voorstelling geeft een onverbloemde en onvermoede kijk in de achterkamers van de Marokkaanse keuken, met vier jonge, en krachtige Marokkaans-Nederlandse actrices, zo bleek al uit voorvertoningen op de avond ‘Marokkanen zijn HOT’ in de Koninklijke Schouwburg. Het zijn meiden die stuk voor stuk stevig in hun schoenen staan en geen blad voor de mond wensen te nemen. Hun verhalen zijn hard en duidelijk als het gaat om de pijn die ze soms hebben te verdragen, en zacht en kwetsbaar over de vreugde en de rijkdom die een dubbele culturele achtergrond ook oplevert.

Is er een blauwdruk van ‘de’ Marokkaan? Je hebt de Gucci-Marokkaan, de inshallah-Marokkaan, de verkaaste Marokkaan, de ‘family-first-Marokkaan’.

In Melk & Dadels passeren tien van zulke ‘oer’types de revue. “Haha, nou eigenlijk herken ik me in geen van die archetypes,” zegt Kyra. “Maar als ik móét kiezen zal ik door mensen wel als de verkaaste Marokkaan gezien worden. Want mijn moeder is Nederlandse en ik heb dus een Marokkaanse vader.”

Maar, zo legt ze uit, dergelijke stereotyperingen zijn altijd afkomstig van anderen. “De voorstelling gaat er juist over dat wij, tweede generatie, individuen zijn. We hebben ieder ons eigen verhaal. Er is geen eendimensionaal plaatje te geven, dat idee willen we juist omver werpen. Er zijn vele gezichten. En wij hebben ieder ons eigen gezicht. En onze eigen dromen.”

In de voorstelling komen onderwerpen aan bod als discriminatie, de liefde en verboden woorden, maar ook de plaats die eten inneemt in de Marokkaanse cultuur. “Ook neemt ieder van ons de eigen ouders onder de loep. En omdat we vier vrouwen zijn komt het perspectief van de vrouw vanzelf om de hoek kijken.”

Vier actrices plus een vrouwelijke regisseur – maar uitgerekend een man tekende voor de tekst, ex-parlementariër Tofik Dibi, bekend van de autobiografie DJINN, waarin hij publiekelijk uit de kast kwam.

Kyra: “Tofik heeft research gedaan en veel tekst geschreven, maar een groot deel is ook door onszelf aangedragen. Zo hebben we die uitgebreid met persoonlijke noten, aangedragen tijdens de repetities. Ikzelf vertel over de eerste ontmoeting tussen mijn vader en mijn moeder. Van mij komt ook een scène waarin ik mijn frustratie de vrije loop laat over de drang om alles in hokjes te duwen. Want ik ben zowel Jip & Janneke als couscous. Ik vind het een rijkdom om uit de hand van twee culturen te kunnen eten.”

Ter inspiratie reisde het artistieke team een jaar geleden naar Marrakesh. “Daar hebben we elkaar het hemd van het lijf gevraagd.” Onder leiding van Bukvic, Nederlandse met Bosnische en Kroatische wortels, hebben ze veel verschillen ontdekt, maar ook overeenkomsten gevonden. “Tenminste een van onze ouders heeft een migratieachtergrond. Dat gegeven bindt.”

Melk & Dadels van Rose Stories & Daria Bukvić in alliantie met Het Nationale Theater. Met: Soumaya Ahouaoui, Kyra Bououargane, Fadua El Akchaoui, Khadija El Kharraz Alami. In de Koninklijke Schouwburg van vrijdag 11 tot en met zondag 13 mei 2018. Aldaar ook in seizoen 2018-2019.