Taal als blikopener

Vanja Rukavina performt Language

Taal. Geboren uit noodzaak – om elkaar beter te begrijpen. Vanja Rukavina, geboren acteur en performer, heeft vijf talen in de pocket. In zijn soloperformance Language stelt hij ‘taal’ centraal. Als brug tussen culturen – maar ook als barrière.

‘Als in Bergen bergen bergen bergen bergen bergen, bergen bergen bergen bergen bergen.’ De (on)zin is bedacht door cabaretier en geboren taalfetisjist Kees Torn: Als in Bergen (plaats) bergen (een boel) bergen (heuvels) bergen (een boel) bergen (heuvels)bergen (werkwoord), bergen (werkwoord) bergen (een boel) bergen (heuvels) bergen (een boel) bergen (heuvels).

Gezellig. Typisch Nederlands begrip. Bijna niet te vertalen, naar het schijnt. Net als spruitjeslucht, Torentjesoverleg, klootjesvolk, Bollenstreek, grachtengordel en poldermodel. “Als je elkaars taal niet spreekt is het makkelijk: je verstaat elkaar niet. Punt.” legt Rukavina uit. “Maar als je wel kennis hebt van een andere taal dan wordt het pas echt moeilijk want je treedt dan ook een andere leefwereld binnen, en daarmee vaak een andere manier van doen. En daar hangt vaak weer een andere manier van denken mee samen.” Taal als filosofisch venster op de wereld.

Vanja Rukavina (1989) is wat je noemt een ‘wereldburger’. Geboren in wat Joegoslavië werd genoemd, vluchtte hij op zijn derde in 1992 onder de vleugels van zijn familie naar Nederland. Nu is hij een gevierd performer en acteur. De rol van Damir in The Nation bij Het Nationale Theater leidde hem verleden jaar tot een Arlecchino voor beste bijdragende mannelijke rol. Ook werelds: Tot voor kort reisde hij samen met de Haagse videokunstenaar Karel van Laere de aardbol rond met de blitse dance performance Bokko. En hij heeft een Zuid-Koreaanse vriendin aan zijn zijde.

Tot zijn talenschat behoren naast het Nederlands en het Engels als zijn ‘lingua franca’, ook het Japans, geboren uit eigen interesse. “In tegenstelling tot de 26 letters van ons alfabet moet je daar twee- tot drieduizend tekens uit je hoofd kennen. Die tekens kun je ook nog eens op verschillende manieren lezen. Ik repeteer er al acht jaar dag in dag minimaal een stuk of twintig. Spreken lukt al heel aardig.”

Daarnaast breekt hij sinds een jaar zijn tong op het Koreaans. En het Servisch/Kroatisch/Bosnisch kent hij natuurlijk als het binnenste van zijn broekzak. “De verschillen tussen die drie laatste talen zijn minimaal,” vertelt hij, “zoiets als tussen het Vlaams en het Nederlands. Op sigarettenpakjes staat in drie talen de waarschuwing vermeld dat roken ongezond voor je is. Maar eigenlijk staat er dus drie keer precies hetzelfde!”

Nieuwe bril
“Hoe kun je een andere cultuur begrijpen?” vraagt hij zichzelf hardop af. “Door de taal van die cultuur te leren. Dan zie je dat iedere taal eigen kenmerken heeft. Op hun beurt leggen die cultuurspecifieke, eigen denkwijzen bloot. Door een andere taal te leren spreken krijg je een andere bril op je neus, en kun je uit de bubbel stappen die samenhangt met een taal. Door een nieuwe taal te leren kijk je weer als nieuw tegen allerlei dingen aan.”

TedTalk
Language omschrijft hij als een performance. Die start hij in de vorm van een ‘TedTalk’. Langzaam verandert zijn speech in een kringgesprek tussen performer, licht, projecties en boventitels. “Samen nemen ze gaandeweg de vorm van een personage aan. Ten slotte neemt de taal van dans en beweging de overhand.” Taal, het vertalen en de sociologische werking van taal staan niettemin centraal. “Het wordt geen stand-up comedy of cabaret, maar er valt zeker ook wel wat te lachen.”

Drang
“Als acteur heb ik meestal een dienende rol, een regisseur bepaalt. Ik heb altijd de innerlijke drang gevoeld om ook mijn eigen verhaal te vertellen, zoals ik dat al eerder deed met The Rukavina Method en Bokko. Ik sta niet allereerst bekend als regisseur of maker. Gelukkig biedt Het Nationale Theater me de kans dit project te doen. Maar ik zal altijd blijven acteren.”

Vanja Rukavina: Language. In Zaal 3 van woensdag 16 t/m zaterdag 19 januari 2019. Meer informatie: zaal3.nl.

Advertenties

Who Wants to Live Forever?

24e editie internationaal literatuurfestival Winternachten

Wie wil het eeuwige leven? Dat vraagt festival Winternachten zich hardop af, meestentijds in het Engels. Zijn wij de laatste sterfelijke generatie? Leven tussen hoopgevend en angstaanjagend op de aankomende editie, de 24e. Verwacht verhitte gesprekken, voordrachten, muziekoptredens en film.

De toekomst is allang begonnen. Maar straks schrijven robots alle bestsellers, daar wordt vast een zelfdenkend algoritme voor ontwikkeld, geen centje pijn. Achterhaald: Wie schrijft die blijft. Want om te ‘blijven’ zijn edele, noeste pennenvruchten overbodig: eenieder krijgt straks bij geboorte het gedroomde eeuwige leven in de schoot geworpen, eventuele ongevallen daargelaten. Maar daar zal vast ook weer wat op worden gevonden. Tja, het zal nóg drukker worden op deze nu al uitgewoonde opwarmende aardkloot.

Winternachten
staat in het teken van ons toekomstperspectief, staat in het teken van het voortbestaan van de mens als soort op de o zo kwetsbaar gebleken planeet Aarde. Bomen over de verhouding tussen mens en robot, over maakbaarheid en levensverlenging door technologische vooruitgang, en over het terugkerende verlangen naar een eeuwigdurend bestaan. Volgens deskundologen dient dat tijdperk zich ergens rond 2050 aan.

“Vrijwel iedereen geeft aan te verlangen naar een eeuwig leven,” zegt Shervin Nekuee , curator en programmacoördinator bij Writers Unlimited, de organiserende instelling van Winternachten. Obsessief, weet hij. Nekuee: “Dat is al eeuwen zo, maar we leven nu in een tijdperk dat we door technologie echt veel langer leven en een eeuwig leven voor het grijpen ligt. Daarom is het gewettigd de vraag te stellen naar hoever de techniek en de wetenschap mogen reiken in het streven om ons naar het pad der onsterfelijkheid te leiden.”

Op de man af gevraagd vindt hij het zelf een schrikbeeld. “Ik moet er niet aan denken. De opeenvolging van seizoenen in een mensenleven zijn mij lief en zijn even mooi, ik wil er geen een van missen, ook de epiloog niet.”

Singulariteit
Voor zijn fascinerende boek ‘De mensmachine – Hoe we de dood kunnen overleven’, zo vertelt de in Iran geboren Nekuee, heeft de Ierse journalist, literatuurwetenschapper, filosoof en antropoloog Marc O’Connell onderzoek gedaan naar ‘transhumanisme’.

“Hij beschrijft een stroming in Sillicon Valley in de VS, bedevaartsoord voor digitale vooruitgang, bevolkt met whizzkids die zich bezig houden met singulariteit. Dat is het punt in de toekomst dat technologische vooruitgang oneindig wordt. O’Connell heeft het is beschreven als een journalistieke reportage over de toekomstige versmelting van mens, robot en computer. Zijn ‘dystopische’ boek is een van de inspiratiebronnen geweest bij het bepalen van het festivalthema.”

“Je ziet dat op dit moment wereldwijd zich een jonge, nieuwe generatie schrijvers aandient. Ze schrijven ‘donkere’ boeken zoals visonaire auteurs als Huxley (‘Brave New World’), Orwell (‘1984’) en Asimov (‘Ik, Robot’) dat vroeger deden. Het is spannend om met publiek erbij te bekijken hoe we ons ertoe verhouden. Als je O’Connells boek naast ‘Rode Klok’ van de Amerikaanse Leni Zumas legt, dat van de Egyptische jonge dertiger Basma Abdel Aziz (‘2025’) en ‘Concept M’ van Aafke Romeijn, dan zie je bij alle drie dat utopische verlangen naar eeuwigheid terug, maar ook werpen ze een zorgwekkende blik op de toekomst.”

Optimisme
Wordt Winternachten daarmee een loodzware exercitie in zwartkijken? Nekuee, bezig aan zijn derde en op eigen instigatie laatste keer dat hij de programmering ter hand neemt: “Welnee, het zijn allemaal heel vitale, optimistische mensen. En ook in dystopische literatuur komen licht en liefde voor. Het festival is ook veel breder dan dit thema alleen, met jonge schrijvers als de Israëlische Ayelet Gundar-Goshen en de Oegandese Jennifer Nansubunga Mukambi.”

Ook is er een ‘special’ rond de in Den Haag geboren Ian Buruma. “Hij kent onze stad als was het zijn broekzak, groeide hier op maar ook in verschillende andere landen. Ik heb hem gevraagd om de drie beste boeken die hij kent, aan ons publiek te introduceren. Hij gaat voordragen in het Japans, Engels en Duits, de taal waarin ze oorspronkelijk zijn geschreven, terwijl je op een scherm naast hem de Nederlandse vertaling kunt meelezen. En wordt in het Nederlands geïnterviewd.” Het Spuiplein en het Paard vormen het festivalhart, maar ook in wijkbibliotheken en cultuurankers in de stad zijn er optredens.

Winternachten. Van donderdag 17 tot en met zondag 20 januari 2019. Meer informatie: writersunlimited.nl.

Het (on)recht van de sterkste

Met Het duel wordt voor Nederland een nieuwe ‘Tsjechov’ toegevoegd aan diens toneelbibliotheek

In Het duel schilderen acht topacteurs een ‘Tsjechoviaans’ universum, ergens tussen toen en nu, tussen zijn en spelen, en tussen spel en bittere ernst.

Natuurlijke selectie is een nietsontziende, permanente oorlog, zogezegd een microbiotisch duel op levensgrote schaal en op leven en dood. Voor het grondvesten van een sterke mensensoort moet je zwakke individuen maar beter elimineren, ontvouwt zoöloog Von Koren (Jacob Derwig). ‘In het belang van de mensheid én in hun eigen belang moet dit soort mensen gewoon worden uitgeroeid.’

Hij raakt verzeild in een aristocratisch duel met zijn gewezen vriend Lajevski (Joris Smit), niets minder dan geboren nietsnut, aartstwijfelaar, ook nog eens ongehuwd samenwonend en naar diens eigen oordeel een ‘overtollig mens’. Gewapend met een emmer wodka en twee geladen pistolen vechten de twee kemphanen samen een filosofische strijd uit.

Tsjechov. Meer dan uitmuntend toneelschrijver, bedenker van De meeuw, Drie zusters, De kersentuin, Oom Wanja en van talloze eenakters. Ook is hij grootmeester van het korte verhaal, vertrouwde er dik driehonderd aan het papier toe tussen 1880 en 1903.

Zijn novelle Het duel uit 1891 wordt nu op de planken gebracht, door Het Nationale Theater in samenwerking met Toneelgroep Oostpool. Een nieuwe ‘Tsjechov’?! “Een beetje wel toch,” zegt Jacob Derwig, “want dit verhaal is hier in Nederland nog nooit gedaan.” Derwig maakte de tekst speelklaar en tekent samen met regisseur Jeroen De Man voor deze ‘nieuwe’ Tsjechov. In het stuk neemt hij ook de gedaante aan van wetenschapper Von Koren.

“Als wetenschapper en onderzoeker,” legt Derwig uit, “is mijn personage Von Koren heel rechtlijnig. Maar dan wel een die ‘Darwin’ te ver heeft doorgedacht. Vroeger regelde de natuur het zo dat een zwakke soort of zwak individu werd gedood. Maar in onze samenleving is dat natuurlijk niet zo. Wij zijn geneigd om zwakkeren te ondersteunen. Volgens darwinisten zoals deze Von Koren zet dat een rem op de evolutie want, zo vragen zij zich hardop af, wat heeft de wereld eraan dat deze mensen blijven bestaan? Keihard en heel rechts. Thierry Baudet had het zo uitgesproken kunnen hebben en ook in Wim Rietdijk hebben we in Nederland zo’n filosoof in huis.”

“Dus die stemmen zijn er, hier en nu. Er zitten in deze tekst dus elementen die het verantwoorden om juist nu dit stuk te doen. Het is opvallend om zulke harde uitlatingen terug te vinden in een tekst van meer dan honderd jaar oud, en eens te meer om dat hardop uitgesproken aan te treffen bij Tsjechov, toch een mild gestemde verteller. Dat alles trok me aan in deze tekst. Ik vind het een leuke ontdekking.”

Tsjechov beschrijft op een doorgaans rustige toon een bonte verzameling van mensen, onderwerpen en onderstromen. Hij zag in de wetenschap het werktuig voor de vooruitgang. Zijn artsenpraktijk bracht hem in contact met de menselijke ellende, ziekte en dood, ervaringen die zijn geest verrijkten. Als schrijver toont hij zich allereerst waarnemer, onderzoekt alle aspecten van een sluimerend conflict of laat onderbuikgevoelens opborrelen, maar suggereert zelden een oplossing.

Wat heeft Derwig, met liefst vier Gouden Kalveren en twee Louis’ d’Or op zak, tot dit avontuur doen besluiten? “Het duel lag al lange tijd bij mij op het nachtkastje. Vorig jaar heb ik bij Theater Rotterdam de roman Revolutionary Road bewerkt. Dat beviel. Bij theatergezelschap ‘t Barre Land, waar ik lang betrokken bij ben geweest, sloegen we vaak zelf aan het vertalen en bewerken. Daarnaast vind ik het leuk om met Jeroen initiator te zijn. En prachtig dat een groot bedrijf als Het Nationale Theater dit project werkelijkheid laat worden.”

Het duel van Het Nationale Theater en Toneelgroep Oostpool is in 2019 van woensdag 8 t/m zaterdag 12 januari; van vrijdag 15 t/m zondag 17 februari 2019; en op vrijdag 8 en zaterdag 9 maart te zien in de Koninklijke Schouwburg. Met: Jacqueline Blom, Violet Braeckman, Jacob Derwig, Hein van der Heijden, Rabbi Jallo, Teun Luijkx, Joris Smit en Jaap Spijkers.

Spelend snacken en snoepen met dans

‘De Grote Olympische Spelshow’ van Lonneke van Leth is een humoristische danstheatervoorstelling voor de hele familie. Dans, theater, spel en film met 4 dansers en 1 host.

Choreografe en danseres Lonneke van Leth heeft er net een uitgebreide tournee met de voorstelling ‘De Zaak Carmen’ op zitten. Voor het laatst (‘Dat zeg ik nu’) danste ze een dragende rol op het podium. Van Leth: “Ik voel dat ik ouder word. Kleine blessures blijven zeuren en herstellen slechter. Ik merk dat gezonde voeding en sporten belangrijker zijn. Ik ben nooit veel met mijn lichaamsgewicht bezig geweest, veel dansers staan de hele dag voor de spiegel. Je hebt maar één lichaam en daar moet je beter zuinig mee omgaan. Maar niet eten is bijna net zo verkeerd als het verkeerde eten. Mijn eigen gewicht? Dat is nu, na ‘De Zaak Carmen’, op peil,” lacht ze.

Ze zegt te schrikken wanneer ze, traditiegetrouw, haar vierjarige dochtertje naar zwemles brengt. “Coca-colabuikjes. Kinderen die zo jong soms dik 40 kilo schoon aan de haak wegen. Ik vind dat mishandeling. Snoep verstandig, eet een appel, heette het vroeger. Dat geldt nog altijd. En er moet betere informatie op de etikettering van levensmiddelen komen.”

Opzwepend
Anderhalf decennium terug maakte Van Leth met ‘The Match’ een gedanste voetbalwedstrijd. Net als ‘De Grote Olympische Spelshow’ was die ingegeven door, zoals Van Leth het uitdrukt, ‘sport te verwoorden naar dans’. Maar haar nieuwste danstheatervoorstelling is ook een humoristische happening voor de hele familie.

Van Leth: “Vier stoere dansers strijden er tegen elkaar in sporten als schermen, speerwerpen, curling, turnen, worstelen en paardensport. Op het toneel vormen zij twee teams die in de slag gaan voor de felbegeerde Olympische Spelshow Medaille. Vragen over belangrijke momenten uit de Olympische sportgeschiedenis passeren de revue. Waarom werd er vroeger naakt gesport? En waarom werden er soms géén Spelen georganiseerd?” De spelshow wordt gepresenteerd door digitale host Bart Rijnink, bekend van onder meer Het Klokhuis en Mees Kees. “Hij neemt publiek en panelleden mee in een opzwepende show.”

Sinaasappelsap
Jammie! Vers geperst sinaasappelsap! Lekker en vol vezels. Toch? “Dat lijkt zo,” zegt Paula Udondek , presentatrice en oprichter van DiaB-TV, “maar de meeste vezels en vitamines worden daarbij vernietigd. Je kunt beter een sinaasappel pellen en daarna opeten. Dan krijg je ook minder suiker binnen. Want in sinaasappelsap zit bijna evenveel suiker verborgen als in cola. Het is echt een suiker-shot.”

Udondek is door Van Leth aangezocht voor aanvullende lesprogramma’s op scholen bij ‘De Grote Olympische Spelshow’. De Haagse zet zich in voor bewustwording over voeding en staat met gebalde vuist op tegen diabetes. DiaB-TV is ze samen met dj en presentator Jeffrey Huf begonnen. Het is een online en interactief initiatief dat scholieren wijst op de loer liggende gevaren van diabetes. Het type 2 speelt een veelzeggende rol in het leven van de Haagse: Haar vader en broer zijn aan de gevolgen ervan overleden. “Voor je het weet bereikt je lichaam een punt dat het niet meer zelf terug kan veren. Kijk naar Jeffrey. Hij heeft type 2. Hij moest eerst de tenen van zijn rechterbeen laten amputeren en later zijn hele onderbeen.”

Ouderdomssuiker, zo heette het vroeger. Maar ook jonge mensen kunnen het krijgen. Vaak lopen mensen jarenlang ongemerkt rond met diabetes type 2. “Ik zou graag bijdragen aan het verdwijnen van diabetes type 2. Dat het de wereld uitgaat. Weet wat je eet, dat is zó belangrijk,” zegt ze. “Een groen vinkje op de verpakking zegt niet alles. Net als verkeersles zou er op school voedingsles moeten zijn.”

Lonneke van Leth producties: ‘De Grote Olympische Spelshow’ (8 +) is zondag 13 januari2019 te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: lonnekevanleth.nl.

 

Hartverwarmende kersttraditie

Rabarber speelt De Sneeuwkoningin

Andersens allerlaatste, bibberige sprookje De Sneeuwkoningin is bij Rabarber een theatraal en muzikaal avontuur voor jong en oud. Marne Miesen tekent voor de muziek.

In haar poging om een geheel nieuwe, ijskoude wereld te creëren, waar geen plaats is voor warmte en gevoel, heeft de koele Sneeuwkoningin de wereld bedekt onder een dikke ijslaag. ‘De Sneeuwkoningin’ is dit jaar de kerstproductie van Rabarber.

De  vertelling uit 1844 is een vertelling in zeven geschiedenissen, opgetekend door de ‘godfather’ van het genre, Hans Christian Andersen. Hij is de meester van ‘De prinses op de erwt’, ‘De nieuwe kleren van de keizer’, ‘De Chinese nachtegaal’ en ‘Het lelijke eendje’ tot ‘De kleine zeemeermin’ en – kerstvertelling bij uitstek – ‘Het meisje met de zwavelstokjes’.

In De Sneeuwkoningin zien we wat er gebeurt nadat de Spiegel van Sneeuwwitje in duizenden stukken kapot viel. In het kort: In het ijzige noorden hebben Vera en haar broertje Kay het ondanks de ijzingwekkende kou het goed samen. Maar als onverwacht de sneeuwkoningin een ijselijke poolwind laat opsteken en Kay daarna is verdwenen, voelt Vera zich genoodzaakt hem te gaan zoeken.

Theaterkoor
In de handen van Theaterschool Rabarber, meer bepaald die van regisseur Jeroen de Graaf en tekstbewerker Marcel Royaards, wordt het sprookje ondersteboven gehouden – maar loopt het uiteraard uit op een hartverwarmende familievoorstelling.

Naast de 26 acteurs-in-spe van Rabarber maakt ook een 25-koppig jong theaterkoor in ‘De Sneeuwkoningin’ live haar opwachting. Singer-songwriter en componist Marne Miesen: ‘Voor de muziek ben ik gaan grasduinen in Scandinavische liederen. Die heb ik gebruikt ter inspiratie, en hier en daar aangepast, en opnieuw gearrangeerd tot ‘schetsen’. Daar heb ik vervolgens nog allerlei loops omheen gebouwd.’ Het koor heeft, zegt hij, buiten het muzikale ook een belangrijke rol in de voorstelling als ‘levend’ decorelement.

Kunstbende
Miesen was in 1997 de winnaar van de landelijke talentenjacht de Kunstbende en even later kreeg hij de Jongeren Theaterprijs van Den Haag. In 2004 studeerde hij af aan Codarts Rotterdam, met als studierichting zang en muziektheater. Als solozanger/gitarist trad hij op in diverse televisie- en radioprogramma’s, op festivals en in concertzalen. De voorbije vijftien jaar is Marne ook als acteur te zien geweest, in muziektheaterproducties als Hair en Help! bij Maas Theater en Dans, waar hij de figuur van Paul McCartney reliëf gaf. Tegenwoordig is Marne vooral actief als componist voor Theaterschool Rabarber en het Nationale Theater.

Hij schreef nu en dan tunes voor reclamepots en ook sprak hij geregeld karakterstemmen op tekenfilms in. Verwordt muziek voor een jeugdtheaterproductie zo niet algauw tot ‘tekenfilmmuziek’? Miesen: ‘Ik ga geen illustratieve ‘Disney’-muziek maken. De muziek moet de voorstelling versterken, het is de lijm tussen de tekst. Bovendien wil ik kinderen als volwassenen tegemoet treden.’

Nochtans heeft de theaterzaal zijn hart gestolen. Zo reisde hij met Maas Theater en Dans de laatste jaren naar China en Canada. Sedert de productie Peter Pan, zo’n jaar of vijf jaar geleden, is hij los-vast aan Rabarber verbonden, waar hij meestal met regisseur Jeroen de Graaf aan de kerstproductie werkt.

Traditie
Rabarber heeft een hartverwarmende traditie gevestigd. Want het begin van de stroom aan kerstproducties in de Residentie en verre omstreken ligt ergens rond 1990 toen, destijds nog Jeugdtheaterschool Rabarber op het idee kwam om rond de kerst eigen familievoorstellingen te presenteren. Dat gebeurde aanvankelijk in het inmiddels aan de sloopkogel ten prooi gevallen Theater aan de Haven op Scheveningen, ooit thuishaven van roemruchte theaterinstellingen als De Nieuwe Komedie en Toneelgroep De Appel, maar tegenwoordig in de Haagse binnenstad. De op en top Haagse kunstinstelling is nu al bijna dertig jaar onafgebroken met kerst in touw.

‘De Sneeuwkoningin’ (5+) van Rabarber is van woensdag 26 december 2018 tot en met vrijdag 4 januari 2019 te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie en tickets: hnt.nl.

Carnivale 2018 metershoog de lucht in

“Glühwein,” antwoordt Anne van der Zwaard van Carnivale.

“Zodra ik de overheersende kruidnagelgeur ervan weer opsnuif dan weet ik dat het begonnen is.” Van der Zwaard is samen met Joris Hentenaar bedenker en drijvende kracht achter het jaarlijkse Carnivale-feest.

De zevende editie staat op stapel. Het winterfeest draait om het samenbrengen van mensen in een setting van magie, betovering en verwondering. Daartoe wordt het Huijgenspark omgetoverd tot een soort van open vaudeville-dorp waar rariteiten, populair-wetenschappelijke acts en bizarre bezienswaardigheden door en over elkaar heen buitelen. Iets wat je het midden zou noemen van wat je ziet op een circus en een kermis – maar dan honderd jaar in de tijd terug.

Carnivale voorziet graag in de inwendige mens. Naast de drankorgels die in twee horecatenten staan opgesteld, is er straks volop winterse kost, van stamppot tot Dikke Patatten en Smouteballen. “Dat zijn kleine oliebolletjes. Ik ben er dol op.”

Maar de meest calorierijke hoofdschotel is en blijft toch het programma. “We hebben dit jaar een paar hele grote nieuwe acts,” verklapt Van der Zwaard. “De hoofdact is geheel spiksplinternieuw: de ‘Rocket Man’, bedacht en uitgevoerd door de man die voorheen bij ons ‘De Man van Twee Miljoen Volt’ deed. Nu wordt hij meters de lucht ingeschoten. Ik ben benieuwd hoe dat af gaat lopen. Er komt een fakir over uit Barcelona. Die gaat vurige dingen doen met klinkende zwaarden en glimmende haken, niet geschikt voor de weke maag,” waarschuwt ze alvast. Hij doet een show van drie kwartier, dat is lang voor Carnivale-begrippen. “In de namiddag is er een versie waar de hele familie naartoe kan.”

Een andere grootheid die Carnivale heeft weten te strikken voor editie 2018 is Oliver Zimmerman. “Hij is koordloper. Hij gaat grote hoogten bezweren door dwars over het Huijgenspark een oversteek te maken. Dat wordt hopen en bidden dat hij niet zal vallen,” lacht van der Zwaard. “Dit jaar is overigens De Steile Wand voor het laatst, want rijder Henny Kroeze gaat met pensioen. Het wordt letterlijk zijn slot-act, zijn allerlaatste, hier op de Carnivale. Met hem sluiten we ook zelf de editie 2018 af.”

Muziek
“Zelf ben ik dol op straatmuzikanten, ” zegt Van der Zwaard. “Al treden hier de meesten in een van de tenten op. The Balcony Players moet je horen en Street Beat Empire. Ook The Small Time Crooks zijn dit jaar van de partij, een ‘Haags’ begrip, maar ze hebben ook daarbuiten veel fans. Ook Sarina’s Blues zou ik niet missen. Zo nu en dan worden optredens opgeluisterd of afgewisseld door spannende danseressen.”

Parlando
Als eind december het park wederom in vuur en vlam gaat fungeert levende legende Fritz Parlando wederom als directeur en gastheer. “De bende van de Carnivale staat onder zijn denkbeeldige leiding, hij slaat met zijn grote maar warme knoesten om alles en iedereen heen en houdt alles gezellig bijeen. Dit is de derde editie dat hij bij ons is. Hij leidt ook het boksgala. Daar wordt ouderwets gebokst met als omheining van dat ruwe, rafelige touw en met talkpoeder dat je om de oren vliegt. Het zijn echte boksers, maar met een twist. Soms belandt spontaan een mafkees uit het publiek en met een grote bek binnen de touwen, maar die wordt dan wel op z’n nummer gezet.”

Vrijwillig
“Daar ben ik nog het meest trots op,” glimt Anne van der Zwaard. Natuurlijk is ze als een pauw zo trots op het programma – dat wederom als een huis staat – maar de belangeloze inzet en deelname van een leger aan vrijwilligers aan het welslagen van Carnivale, dat maakt haar pas echt blij. “Dat de hele buurt jaar in jaar uit meedoet is fantastisch.” Maandagavond had ze de eerste bijeenkomst met ‘haar’ ploeg. Honderdvijftig man op dit kluitje samengepakt,” wijst ze naar Café De Overkant vanuit het PvdA-honk van de afdeling Den Haag waar tijdelijk de ‘headquarters’ van Carnivale gevestigd zijn. “Straks zijn dat er wel zo’n 180.”

Glühwhein dus, hectoliters. Het is het favoriete drankje van de jaarlijks doorgaans meer dan tienduizend Carnivale-bezoekers. Om hoeveel het in totaal van het kruidnageldrankje gaat tijdens de vier dwaze dagen, hangt af van de buitentemperatuur, vertelt ze. “Grappig is dat. Zodra het minder koud is lopen de speciaalbiertjes het best.”

Carnivale. Van donderdag 27 tot en met zondag 30 december 2018. Meer informatie: carnivale.nl.

Pure angst en beklemming

Astrid Holleeders ‘Judas’ op toneel

Aantekeningen waren het, voor haar dochter, bedoeld voor als ze er ‘opeens’ niet meer zou zijn. Het werd een boek, een bestseller. En straks een film en tv-serie. Maar eerst is er het toneelstuk over deze ‘familiekroniek’.

“Een indrukwekkende en mooie vrouw,” vindt Johan Doesburg. Hij beschrijft het moment dat hij oog in oog kwam te staan met Astrid Holleeder. “Ik heb veel respect voor haar omdat ze zich heeft weten te ontworstelen aan het moeras waar ze in zat.”
Astrid versus Willem. Zij: strafrechtadvocaat; hij: nietsontziend crimineel. En dat binnen het geheel van een en dezelfde familie. “Dat gegeven alleen al is theaterwaardig, nog afgezien van allerlei loyaliteitskwesties die haar daarbij parten spelen,” zegt Johan Doesburg, regisseur van de toneelvoorstelling ‘Judas’. “Ze kwam voor enorme morele dilemma’s te staan.”

Astrid Holleeder schreef twee boeken over het leven met haar broer, de vaak voor ‘knuffelcrimineel’ en door sommigen als nationale held versleten Willem. In 2017 verscheen ‘Dagboek van een getuige’, een jaar daarvoor ‘Judas’. Laatstgenoemd boek was haar ‘coming out’, haar moedige opstand tegen haar broer. Zelf doopte ze ‘Judas’ tot een familiekroniek.

Weinigen wisten dat Willem Holleeder zijn familie terroriseerde, afperste en bedreigde. Kinderen, vrouwen, aangetrouwde familie, en zelfs zijn eigen moeder Stien konden dertig jaar lang niet aan zijn despotische gedrag ontkomen. Ttot op de dag van vandaag: nu Astrid over geld beschikt dankzij haar publicaties, eist ‘De Neus’ de helft op omdat zij dat over zíjn rug zou hebben verdiend.

Doesburg, die op een blauwe maandag en in een grijs verleden sociale psychologie in Leiden studeerde, noemt haar boek ‘Judas’ emancipatorisch. “Hoe zij zich heeft weten te ontworstelen aan de tirannie in haar familie is ongelooflijk. Door haar aan alcohol verslaafde vader – en later door haar broer – werd ze in alles volkomen gedwarsboomd, geblokkeerd in wat je maar kunt bedenken. Ze mocht, bijvoorbeeld, niet sporten of studeren. Maar heeft allebei toch gedaan. Als haar vader iets niet beviel of een verkeerde glimlach op je gezicht dacht te zien, werd je zonder pardon in elkaar getrimd of van de hoge trap naar beneden gedonderd.”

Clan
“Ik had geen enkel boek over criminaliteit in de boekenkast toen ik voor deze productie werd gevraagd. Wat mij aan Astrids verhaal boeide was dat ze deel uitmaakt van een ‘clan’. In een ‘clan’ word je geïntimideerd en gechanteerd om mee te werken. Je kunt er wel in maar nooit meer uit, op straffe van levenslange uitstoting of de dood.”

Verraad
“Deze voorstelling is voor mij een vertelling over loyaliteit en verraad,” vertelt Doesburg. “Astrids persoonlijke dilemma is dat zij vanwege haar bekentenissen ten opzichte van haar familie en haar broer verraad pleegt, en dus een Judas is. Ze is door haar ‘verraad’ levenslang vogelvrij verklaard. Ze kan niet zomaar ergens een kopje koffie gaan drinken als ze dat wil, ze trekt noodgedwongen van de ene naar de andere beveiligde woning, en ze staat permanent onder bewaking. Ze is rationeel, maar ook erg emotioneel ingesteld. Ze houdt nog altijd van haar broer, zegt ze, voelt een grote verbondenheid met hem.”

De psychologische theaterthriller wordt verteld vanuit het perspectief van vier vrouwelijke omstanders van ‘De Neus’: zijn twee zussen, moeder en nichtje. Ze waren bij een van de repetities. Dat was een onwezenlijke ontmoeting, zegt Doesburg.

“Ze zien elkaar bijna dagelijks, als overlevenden op een reddingsvlot, de vrouwen houden elkaar overeind. Ze voerden gesprekken met mij en met de actrices. Het is trouwens uniek dat vier in leven zijnde personen hun theaterpersonage spreken, dat is in het theater niet eerder vertoond.”

Het ‘verbeelden’ van Astrid als theaterpersonage bleek geen sinecure. “Delicaat natuurlijk, het luistert heel nauw. Eerder heb ik iets soortgelijks aan de hand gehad bij ‘De Prooi’ van het Nationale Toneel met ABN-topman Rijkman Groenink. Maar die wilde als persoon buiten schot blijven.”

Astrid Holleeder heeft actief meegewerkt aan de totstandkoming. “We hebben vijf of zes gesprekken met haar gevoerd én ze heeft het script gelezen.” Onlangs bezocht ze de voorstelling. “Ze was ontroerd,” vertelt Doesburg , waarop hij de cast prijst, met daarin Renee Fokker als Astrid, Margo Dames als Sonja, Trudy de Jong als Holleeders moeder Stien en actrice Eva van de Wijdeven als de dochter van Astrid.
Of hij zich bedreigd voelt of heeft gevoeld? “Welnee, als regisseur ben ik altijd op afstand gebleven.”

‘Judas’ is op zaterdag 15 en dinsdag 18 december 2018; en op vrijdag 1 februari 2019 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie en tickets: hnt.nl.