‘Het meest seksistische stuk ooit’

Nina Spijkers bij Toneelschuur Producties: Het temmen van de feeks

Vrouwenrollen door mannen – en mannenrollen door vrouwen. Dat is Het temmen van de feeks in handen van regisseur Nina Spijkers. De hoogste tijd voor een gesprek.

Waar is het idee vandaan gekomen om dit stuk te doen?
‘Het is een diepe wens van me om met Shakespeare te werken, want ik ben een fan, en heb dit nog nooit gedaan. De voorbije jaren ben ik me erg bewust geworden van het feit dat ik een vrouwelijke regisseur ben – terwijl ik me beschouwde als ‘one of the boys’. Mijn kijk op vrouwen is veranderd door bewegingen als Time’s Up en MeToo. Ik voelde woede bij me opkomen vanwege het systematisch misbruiken en onderdrukken van vrouwen. En Het temmen van de feeks is een van de meest seksistische stukken ooit geschreven – dus dat leek me uitermate geschikt om daar vragen bij te stellen, het langs de meetlat van het heden te leggen.’

Je kende het stuk, de tekst toch al wel?
‘Ik was zestien toen ik het voor het eerst zag maar heb het intussen vaker gezien. Ik werd altijd heel ongemakkelijk als ik ernaar keek, vooral naar het einde. Want in de slotmonoloog worden onmogelijke dingen gezegd over vrouwen en over de verhouding tussen man en vrouw. Wat je vaak als reddingsboei ziet is dat die monoloog wordt uitgesproken met een cynisch ondertoontje, zo van: ze is heus niet getemd hoor. Maar oorspronkelijk is het wel zo bedoeld, als: lekker om het vrouwtje eronder te hebben en kijk eens hoe goed dat is gelukt. Er worden in het stuk echt gruwelijke dingen gezegd over vrouwen, en andersom over mannen trouwens ook.’

Waarom zou Shakespeare dat dan zo opgeschreven hebben?
‘In zijn tijd mocht je je vrouw rechtmatig in elkaar slaan. De vrouw had een totaal minderwaardige positie in de maatschappij. Vrouwen hadden geen stem, heel extreem. Ze mochten bijvoorbeeld ook niet het toneel op, alle rollen werden gespeeld door mannen, ook de vrouwenrollen. Vrouwen hadden maar één plek, en dat was thuis. Ik denk dat het stuk vanuit een compleet andere tijdsgeest is geschreven, een tijd dat er martelwerktuigen bestonden voor vrouwen opdat ze niet meer kónden spreken, gereedschappen waar ze hun tong in moesten steken en waar spijkers doorheen gingen omdat ze waren opgekomen voor zichzelf.’

Je hanteert een omkering van rollen. Waarom?
‘Roeland Fernhout speelt feeks Katherina en Astrid van Eck doet Petruchio. Nog steeds is Katherina bij mij een vrouw, maar dan wel gespeeld door een man. Daardoor komen de man-vrouwverhoudingen opeens onder een loep te liggen. Het is een manier om niet aldoor hardop vraagtekens te laten doorklinken bij de ideëen van Shakespeare. Een grap krijgt zo opeens een heel andere lading. En het leek me de enige manier om het stuk in het hier en nu nog te kunnen spelen.’

Wordt het zo niet al te kluchtig?
‘Niet als je de rollen serieus blijft nemen. Je hebt het hier trouwens eigenlijk over twee stukken, wat mij betreft. Je hebt de plotlijn rond Bianca en haar vrijers, en die van Katherina en Petruchio. Die laatste lijn voelt voor mij meer aan als een tragedie dan een komedie.’

Hoe gaat het er straks uitzien op toneel?
‘De mannen krijgen korsetten, borsten, heupen. Bij de vrouwen worden de tieten weggedrukt en zij krijgen een meer vierkant figuur rond de schouders en de taille. En voor de rest, als je kijkt naar het kledinggedrag nu is dat voor man en vrouw vaak hetzelfde. We dragen bijna allemaal een spijkerbroek en een trui en hebben sneakers aan de voeten. Vrouwen komen echt niet elke dag op naaldhakken, mannen niet in driedelig pak. Op het toneel is er verder een mannenkant, die blauw is; en een vrouwenkant, die is geel. Aan de vrouwenkant staat een strijkplank, strijkbout, een wasmachine, een droger en een taart; bij de mannen zie je een houtblok met bijl, en een rookruimte.

Je hebt de tekst bewerkt en de helft eruit geknipt?
‘Klopt. Ik wil ruimte scheppen voor beeld en geluid, om iets te laten bestaan naast de taal. En omdat drie meisjes alle mannenrollen, behalve Petruchio dan , spelen kun je verschillende mantypen laten zien maar ook hun anonimiteit. Ze worden daardoor als het ware inwisselbaar. En om dat te bereiken moest ik al die plotlijntjes reduceren. De plot interesseert me toch al niet. Het gaat me meer om rolpatronen tussen vrouwen en mannen. Dat je ‘gender’ als restrictie kan voelen waar je in gevangen zit, eigenlijk vanaf het moment dat je een roze pop in handen krijgt of een speelgoedautootje. Vanaf dat moment is het zaadje geplant.’

Hoe vinden de acteurs dit?
‘Volgens mij heel leuk, heel spannend, heel moeilijk ook. Maar we werken met enorm veel plezier aan deze zoektocht. We vinden een heleboel mooie dingen omdat alles dubbel en zo dubbelzinnige wordt. Je krijgt elke kleine dingetjes cadeau, alleen omdat je het omdraait. Daar hebben we veel plezier aan.’

Best een gewaagd plan!
‘Ik ben iets nieuws aan het proberen, maar dat doe ik mezelf iedere keer weer aan. Heel bewust zoek ik naar nieuwe dingen die me uitdagen. Dat is hier wederom gelukt.’

Mogen we verkleed komen kijken?
‘Ik zou het hartstikke leuk vinden! Doe je best!’

kader
Het temmen van de feeks volgens Shakespeare (1590-1594)
Niemand, niemand wil trouwen met Katherina. Haar zusje Bianca, in alles haar tegenbeeld, is veel geliefder. Maar Bianca mag pas trouwen van hun vader als Katherina aan de man is gebracht. De rijke Petruchio gaat de uitdaging aan om deze feeks te temmen. Maar wie temt nu eigenlijk wie? In de slotscène houden de mannen een weddenschap over wie van de twee volgens hen de meest gehoorzame is.

Het temmen van de feeks volgens Nina Spijkers (2019)
Alle vrouwenrollen worden door mannen en alle mannenrollen door vrouwen gespeeld. Shakespeare’s (seksistische) komedie is het vertrekpunt voor een onderzoek naar de mate hoezeer op gender gestoelde rolpatronen bepalend zijn. Wat is de erfenis van stereotypen? En hoe breken we los van deze conventies om werkelijk gelijk te zijn?

kader
Nina Spijkers
… een van de vaste regisseurs van Toneelschuur Producties, studeerde in 2014 af met Kwartet aan de regieopleiding van de Theaterschool Amsterdam. In 2015 won ze er de Top Naeff Prijs voor, een aanmoedigingsprijs. In datzelfde jaar debuteerde ze bij Toneelschuur Producties met Phaedra’s Love van Sarah Kane. In 2016 regisseerde ze bij de Toneelschuur Friedrich Schiller’s Don Carlos, dat werd genomineerd voor de BNG Bank Nieuwe Theatermakersprijs. In 2017 regisseerde ze Ivanov van Tsjechov en ook voor deze voorstelling werd ze genomineerd voor de BNG Nieuwe Theatermakersprijs. Die voorstelling werd bovendien geselecteerd voor het Nederlands Theater Festival 2017. Afgelopen seizoen maakte ze Geluk.

Toneelschuur Producties: Het temmen van de feeks. Tournee tot medio april 2019. Meer informatie: toneelschuur.nl.

Advertenties

Fluisterstil én flamboyant

Raymond van het Groenewoud op tournee

Van ‘solo spelen’ krijgt hij klamme handen, nog altijd. Zondag is hij te gast in de Koninklijke Schouwburg. Intiem en fragiel.

‘Je veux de l’amour, je veux de l’amour. Waar ik ga, waar ik sta. Voor ik sterf, voor ik verga, je veux de l’amour. (…) Maintenant, tout de suite, heute, godverdomme. Je veux de l‘amour, en ook geld, geld. Om cadeautjes te kopen en aan iedereen te geven. Opdat ze van me houden, pour toujours.’

Dat was 1980. Inmiddels staat Van het Groenewoud vijf decennia op de Nederlandse en Belgische podia. Hij neemt een unieke plaats in het Vlaamse muzieklandschap in, meer nog: in het Nederlandse taalgebied – toen en nog altijd.

Er zijn geen ‘imitatie-raymonds’ of ‘tweedehands-raymonds’. Zelf noemt hij zich tekstdichter, filosoof en clown. Zijn teksten variëren van voluptueus en opgewekt tot juist meer dan indroevig gestemd, en dan weer licht filosofisch van toonaard. Van ‘Meisjes’ en ‘Twee meisjes’ via ‘Vlaanderen boven’, de hartenkreet ‘Je veux de l’amour’ en ‘Haile Selassie’, tot het olijke ‘Chachacha’, ‘Het verschil met mijn vriend Jan’, en het zelfportret ‘Goeiemorgen ouwe rotkop’, en niet te vergeten de gospel ‘Liefde voor muziek’ en ‘Zjoske’. Klinkt als: Alle dertien goed.

Met ‘Kreten en gefluister’ start Raymond van het Groenewoud op zijn bijna-zeventigste een nieuw muzikaal hoofdstuk voor zichzelf. Met alleen een piano die goudeerlijk aan zijn zijde staat en een gitaar om de hals in de aanslag. Geen begeleidingsgroep, geen franje. Het podium is hij nog lang niet beu, in zijn dooie eentje vindt hij nog altijd het heilige vuur.

De allermooiste Raymond? Dat is de Raymond die een beetje ‘depri’ is. Maar hij is ook behept met emmers vol nostalgie en slimmigheid die hij lardeert met bijtende humor en vooral veel zelfrelativering. En hij kan schitterend stampvoeten over het artiestenleven.

Voeg dat alles samen in één concert en je krijgt een schitterend portret in handen geschoven. “In het algemeen staan al mijn liedjes heel dicht bij mij,” vertrouwt hij de Vlaamse website Clubcultuur toe. “In muziek zit meer magie dan gewoon praten met mensen. Ik kan uitleggen hoe ik over dingen denk, maar ik vind daar een heel saaie kant aan. Woorden op muziek, dat is een heel andere wereld dan woorden in een gesprek. Het is iets magisch, niet te identificeren.”

Zijn ouders zijn geboren en getogen Amsterdammers. Om aan de legerdienst en de politionele acties in Indië te ontsnappen, vlucht vader alias muzikant Nico Gomez in 1947 naar Brussel. Eerst wonen ze in de Hoogstraat, later verhuizen ze naar Schaarbeek. Daar is Raymond geboren, op 14 februari 1950, te beschouwen als veruit de belangrijkste daad van deze Nico Gomez aan de muziekgeschiedenis.

Van het Groenewoud heeft een haat-liefdeverhouding met Nederland. ‘Tulpen uit Amsterdam’, zette hij uit volle borst in 2011 op CD. In 1996 schreef hij het lied ‘Ik hou van Hollanders’, met de tekstregels: ‘Ze hebben gelijk / Ze lopen rood aan / Ze hebben gelijk /En daar komt het op aan.’ Maar hij zingzegt ook: ‘Hollanders kunnen nogal luidruchtig zijn en hebben over alles een mening.’

Tegenwoordig voelt Raymond zich wat je zou noemen nog het meest een Antwerpse Amsterdammmer, of andersom: een Amsterdamse Antwerpenaar. Dat u het maar weet.

Raymond van het Groenewoud: ‘Kreten en gefluister’. Zondag 10 maart 2019 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl en raymondvanhetgroenewoud.be.

Naar het voorgeborchte van de hel

Dégradé: Naar de hemel wijzen

Dégradé staat voor ‘extreem beeldend geluidstheater’. Over Bauhaus zou het gaan. Maar het is uitgedraaid op een bloedrood gekleurd theatraal epistel over de duivel.

Terwijl Dégradé-initiatiefnemer David Geysen de woorden in de mond neemt van Lucifer, als zijnde de duivel vóór zijn satanische val, ontwerpt ‘partner in crime’ Carl Beukman het subsonische geluid van het onderaardse.

Geysen declameert: ‘Het geboorte worden van de mensenmade heeft mij altijd boeiteloos gemaat. Dat de eerste wereldlijke daad met bloedvergiet en scheurbuik gaat gepaard is voor mij een spiegelaf van de menselijke aard.’

Het zijn de duivelse openingswoorden van een demonische tekst, een monoloog: “En dat loopt zo zo’n dertig pagina’s door,” verklaart Geysen met een licht sardonisch lachje.

Naar de hemel wijzen wordt straks opgediend in de avant-gardistische stijl waar de uitvinders van ‘extreem beeldend geluidstheater’ om bekend staan door eerdere voorstellingen als Polonium-210 en België.

De beide Dégradé-grondleggers beloven muzikale en beeldende effecten ‘op de hartslag van taal die in de vloer gekrast lijkt en in klei geboetseerd’. Een voorstelling over de schoonheid van het mislukken. Op zoek naar het punt waar lijden en geluk elkaar één ademtocht in troost opheffen. Geysen voorziet ‘een krankzinnige voorstelling’ gecentreerd rond een verbolgen duivel.

“De duivel is boos omdat de mens geschapen is door god. Hij is daarom vastbesloten om wraak te nemen. Maar daardoor veroorzaakt hij uiteindelijk zijn eigen val. Ik vind de duivel een interessant personage, al hebben we hem als mensheid waarschijnlijk zelf gecreëerd. Net als de hel. Voor mij is dat ook een interessante plek, net zoals dat voor Dante Alighieri in zijn beroemde Divinia Comedia gold. Want de hel is ook precies de plaats waar de kunstenaars verblijven,” lacht hij, “en eigenlijk de plek waar alle interessante mensen op een kluitje zitten. En daarbij is het dagelijks leven de hel, toch?”

Wijzen naar de hemel is voor Dégradé bijna een snoepje vooraf, de opmaat naar een grote productie rond de Divina Comedia. “Dat wordt een live spektakel dat we gaan uitsmeren over een heel jaar. In december gaan we van start met De Hel, in mei 2020 volgt De Louteringsberg, en in december 2020 brengen we het drieluik integraal uit, met daarbij ook deel drie: Het Paradijs.

Voor het eerst in zijn professionele toneelcarrière die stiekem al twintig jaar beslaat, brengt Geysen een monoloog. “Ik heb vele rollen gespeeld, tot aan Hamlet aan toe, dat was bij de afscheidsvoorstelling van Toneelgroep De Appel. Maar een monoloog heb ik nog nooit gedaan. Ik merk dat je je voor het instuderen van deze tekst bijna als een pianist op etudes moet voorbereiden, en dat je noot per noot, in dit geval woord voor woord, de zinnen moet veroveren. Pas daarna wordt het leuk. Wat het ook moeilijk maakt is dat tekstschrijver Jibbe Willems in dit stuk vaak de woorden omdraait in de zinsconstructies, hij schrijft geen lineaire taal.”

De eerder aangekondigde productie rond Bauhaus kan geen doorgang vinden. “Dat vinden we erg jammer,” zegt Beukman. “Helaas kon het project geen goedkeuring wegdragen van de gemeente. Het was heel interessant geweest om in dit Bauhaus-jaar hiermee voor de dag te komen.”

Geysen: “Dat project zou exact gepast hebben om te laten zien waar we als theaterbroedplaats voor staan: onderzoeken hoe we uiteenlopende disciplines kunnen samenvoegen en dat als inspiratiebron gebruiken voor onze eigen voorstellingen. Doodzonde dat het niet door kan gaan.” Maar nu eerst ‘Naar de hemel wijzen’.

Dégradé: ‘Naar de hemel wijzen’. Te zien in Korzo Theater van donderdag 7 tot en met zaterdag 9 maart 2019. Meer informatie: degrade.nl.

Sloepdobberen onder het melkwoud

Branoul wekt de beroemde nacht van Llareggyb tot leven middels spel, muziek, geluid, zang en … een old school ‘gerauschmacher’.

Llareggyb. ‘Om te beginnen bij het begin: Het is lente, nacht zonder maan in de kleine stad, zonder ster en Bijbelzwart, de stille straten en het gekromde vrijers- en konijnenwoud hinken onzichtbaar naar de sleezwarte, trage, zwarte, kraaizwarte, sloepdobberende zee.’

Het hoorspel van Dylan Thomas (1914-1953) – hierboven geciteerd in de unieke wormvormige vertaling van Hugo Claus – dat de BBC in 1954 op de radio uitzond, zou ‘De dolle stad’ heten. En inderdaad: dit schilderachtige vissersstadje in Wales is bijkans krols van de lente die haar gedurende de korte tijd van het spel, niet meer dan een dag en een nacht trouwens, overvalt. Toch heeft het de titel ‘Onder het melkwoud’ gekregen.

Verschillende stemmen nemen je gedurende een etmaal op sleeptouw mee en net als in de ‘Ulysses’ van James Joyce, begeleiden je langs straten, pleinen en weiden van het dorpje-aan-zee. Je krijgt het voorrecht om in hun huizen te snuisteren en als ze ogenschijnlijk slapen zul je hun dromen zien. Je zult ze hardop horen denken over hun doden, hun geliefden, over hun onderdrukte verlangens en verwensingen. Ondertussen strijkt de tijd voorbij. En kruipt de dageraad ijlend naderbij.

Verschillende mensen uit het illustere fictieve dorpje aan de Atlantische oceaan worden zo door Thomas, zelfverklaard woordenmaniak, in hun grotesk-ontroerende dagelijkse doen en laten gevolgd en beschreven. Het zijn surrealistische capriolen, die soms komisch, soms tragisch zijn.

Onophoudelijk laat hij nieuwe figuren opduiken, die hij met intens scherpe blik moet hebben gadegeslagen en daarna vol overgave en met barokke overvolheid vastgelegd. Van baby’s die slapen, de boeren, de vissers, de handelaren, de postbode en de minnares tot de zwempotige mosselwijven en de zindelijke huisvrouwen.

Allen dromen. Van de zeeroversdolle zee. Van de doden. Van de havenhoeren. Van het geld. Van rattenkruidkoekjes, gewurgde parkieten en schaamteloze blote meisjes. In de handen van Thomas is een doorsnee dorpskroniek veranderd in een loeiend broeinest van geheimen, angsten en verlangens. Want Thomas vergunt ons een inkijk in de intiemste roerselen van het menselijk hart. En dat alles in de overwoekerende glorie van zijn taalvondsten.

Thomas doopte ‘Onder het melkwoud’ tot een ‘play for voices’. En dat is precies wat Branoul producties er mee doet: Een live stemmenspel smeden naar het origineel, als een opwindend dagreisje, en meegenomen aan de hand van drie acteurs (Sijtze van der Meer, Roeland Drost, Bob Schwarze). Bij elkaar verklanken en verbeelden ze 60 personages, terwijl ze zijn omgeven door een zee aan geluiden. En door een geluidstovenaar, een ‘gerauschmacher’ die voor geluidseffecten zorgt.

“Twee jaar geleden hebben we deze tekst al eens gedaan, toen met De Bende van Branoul” geeft Bob Schwarze, directeur/acteur van Branoul aan, “dat is een groepje kunstenaars dat Branoul een warm hart toedraagt. Maar nu gaan we het heel anders doen. Je ziet geen personages in beeld, maar wel personen ontstaan. Het is een prachttekst, maar om die louter en alleen voor te dragen vergt wel erg veel concentratie bij het publiek. Daarom wordt het een afwisseling van declameren, geluid en scènes uitspelen.”

Branoul: ‘Onder het melkwoud’. Van vrijdag 1 maart tot en met zondag 17 maart 2019. Meer informatie: branoul.nl.

De wereld in handen van een CEO

NTjong & HNT spelen ‘Revolutions

De toekomst? Die is allang begonnen. Hoogste tijd dus om jongeren daarvan te doordringen, vindt NTjong. De theatergroep maakt met ‘Revolutions’ een activistische sciencefictionthriller voor ‘young adults’ en roept op verder te kijken dan de neus lang is.

Drie achttienjarige scholieren. Ze hadden zo-even meegelopen in de Klimaatmars en deden nu hun lunch-inkopen – bij AH after all, toch koning plastic. ‘Meer bloemen’, stond bij de een met watervaste zwarte viltstift in koeienletters op het voorhoofd, ‘meer bloemen’ bij de ander, en de derde had gekozen voor: ‘meer beter.’

“Jongeren die massaal de straat op gaan met supersnedig geschreven protestborden en vrolijkheid, daar word ik gelukkig van,” zegt Daan Windhorst (28), bekend als schrijver van, onder meer, ‘Gifjes’. Hij is de tekstleverancier van ‘Revolutions’, het nieuwe ‘coming of age’ theaterstuk van NTjong, het derde op rij na ‘Lord of the Flies’ (2017) en ‘Bloedlink’ (2018).

“Eigenlijk gaat ‘Revolutions’,” zegt hij, “vooral over hoe je het bezig zijn met jezelf verlegt naar het om je heen kijken – maar dan in de constructie van een sciencefiction-actiethriller.”

Star trek, de originele serie, daarna War of the Worlds van H.G. Wells & Jeff Wayne – en nog wat later de dystopieën Brave New World (1932) van Aldous Huxley en George ‘Big Brother’ Orwell’s 1984 (1948), zijn dat inspiratiebronnen? “Zeker,” zegt Windhorst, “maar dat geldt ook voor de serie Black Mirror (2012) van Netflix en de HBO-tv reeks Westworld (2016),” zo vertelt hij over zijn fascinatie, op jonge leeftijd ingezet, voor het genre van de sciencefiction. “En niet te vergeten: De Cirkel (2013) van Dave Eggers.”

Het grote verschil met 1984, zo vertelt Windhorst, is dat bij Orwell angst voor het communisme en gelijkschakeling van mensen het uitgangspunt was.

“Bij ons is dat de waarschuwing voor het monopolie dat grootkapitalistische technologieën communicatiemultinationals als facebook en twitter straks op communicatie en informatievoorziening hebben. De enige manier om in onze dystopie aan nieuws te komen is via sociale media. Het logaritme daarvan bepaalt hoeveel en welk nieuws je krijgt voorgeschoteld, en de makers daarvan hebben dus heel veel macht. Maar welke dingen gebeuren er in een wereld die je niet ziet?”

“We schilderen een beginwereld als een gelukstoestand voor iedereen, waarin alles 24/7 voorradig is en succes een keuze. We volgen in het stuk drie personages die gaandeweg ontdekken dat de wereld wreder, ingewikkelder en moeilijker is dan ze dachten. We laten ze uit hun bubbel stappen en kritisch nadenken, zodat ze dóórzoeken en niet alles wat ze krijgen voorgeschoteld klakkeloos aannemen. Revolutions gaat dus ook over het proberen te verbreden van het blikveld.”

Privacy
Juist vorige week werd duidelijk dat meer dan de helft van de Nederlandse ouders de telefoon en 80 procent het internetgedrag van hun kind of kinderen nagaat. Ouders zijn vooral bang voor oplichting en cyberpesten. “Natuurlijk blijven kwesties rond privacy niet onbesproken. Het stuk gaat ook over in de gaten gehouden worden en dat je slachtoffer bent van de wereld zoals die aan jou via algoritmes voorgehouden wordt.”

Windhorst geniet naast het genoemde Gifjes bekendheid door onder meer Watsekburt?! en It’s My Mouth I Can Say What I Want To. Voor de Haagse theatergroep Firma MES schreef hij in 2015 het toneelstuk BOT. Als journalist maakt hij deel uit van De Correspondent.

“Van kindsbeen ligt het fantaseren over toekomstige werelden me. Als schrijver ben ik sciencefiction gaan opzoeken omdat het genre me de mogelijkheid biedt om de wereld waarin we nu leven uitvergroot te kunnen tonen, zonder daarbij meteen een waarschuwend vingertje op te hoeven steken. Het is daar een mooie vorm voor. Dat gaat bij mij zo: Je maakt je ergens zorgen over en stelt jezelf dan de vraag hoe het zal worden als het zo doorgaat. Wat op het spel staat is veel groter dan nu te zien is. Daar komt bij dat de vijanden in sciencefiction zichtbaar zijn, in het leven van alledag zijn vijanden verstopt.”

NTjong/Het Nationale Theater: Revolutions. Regie: Noël Fischer. In Den Haag te zien in Theater aan het Spui van donderdag 21 t/m za 23 februari (première) 2019 en op zondag 14 april 2019. ‘Revolutions speelt ook diverse keren voor scholen. Meer informatie: hnt.nl.

Ik wou dat ik niemand was

Toon Tellegen & het Wisselend Toonkwintet: Ik wou

In het prentenboek Ik wou vloeien kinderportretten van de Belgische illustratrice Ingrid Godon samen met korte poëtische teksten van Toon Tellegen. Corrie van Binsbergen maakte er onlangs muziek bij en bracht het geheel samen.

Als kind wil je vaak juist dingen doen, hebben of zijn die niet kunnen. Wonderlijke verlangens zijn het: eens een wandelingetje op de maan maken of een kijkje op Pluto nemen bijvoorbeeld, of een wens doen (en dan wensen om iedere dag een wens te doen), dat je een bijzonder huisdier had, een neushoorn bijvoorbeeld. Wat duisterder: ik wou dat ik alleen was, nee, dat is nog te veel, ik wou dat ik niemand was. Of: ik wou dat geluk een ding was. En, toen je al wat ouder was: wereldvrede stichten.

“Muziek maken,” antwoordt Corrie van Binsbergen vrijwel meteen. “Ik speelde al gitaar toen ik zeven was en droomde toen fantasieën dat ik als straatmuzikant door het leven wilde gaan en, wat later, als klassiek gitarist. Totdat ik bedacht dat ik niet in m’n eentje muziek wilde maken maar liever samenwerk.”

Ze heeft haar droom waargemaakt, want ze is al decennia een gevierd gitarist in roemruchte (jazz)bands als Corrie en de Brokken, Corrie en de (Grote) Brokken en Vanbinsbergen Playstation. Met Het Wisselend Toonkwintet reist Van Binsbergen dezer dagen stad en (buur)land af met het programma Ik wou. Beeldende kunst, literatuur en muziek vloeien erin samen. Ze noemt het een caleidoscopisch programma.

‘Ik wou’ is in oorsprong een prentenboek met kinderportretten van de Belgische illustratrice Ingrid Godon. Toon Tellegen, de arts die schrijver werd, maakte er voor haar in 2011 korte poëtische teksten bij, vertellingen die haar al erg ingezoomde portretten laten spreken. Onlangs maakte Corrie van Binsbergen er muziek bij, bracht alles en iedereen samen, en dook de theaters in. Het programma wekt, in geuren, kleuren en toonaarden, het prentenboek live tot leven – met de meesterverteller die zelf voordraagt en de tekeningen van Ingrid Godon in de vorm van projecties.

“Het zijn eigenaardige en indringende kinderportretten,” vindt Van Binsbergen. “Ze zijn met een vermenging van realisme en stilering getekend, op de manier waarop kinderen vroeger in de lens van een camera staarden. Dat moest langdurig vanwege de sluitertijd die toen voor het maken van een foto nodig was. Je gaat door de blik die ze in hun ogen hebben afvragen wat er in hun bolletje omgaat.”

De poëtische vertellingen die Tellegen bij de tekeningen schreef zijn mijmeringen, overpeinzingen en soms spitsvondige uitspraken, gezien vanuit het standpunt van de figuur op het portret. Ze raken, laten je glimlachen en stemmen soms ook tot een licht filosofisch nadenken.

Van Binsbergen: “Soms bekruipt je het gevoel dat de verhalen niet zozeer gaan over het geportretteerde kind maar over Toon zelf. Er wordt in de ‘voorstelling’ in ieder geval ook gestoeid met de ik-vorm.”

Ze componeerde ondersteunende en versterkende muziek die nooit indruist tegen de toon van Toon. “Het was een legpuzzel,” zegt Van Binsbergen over de opzet en het samenstellen van het programma. “Nu eens versterken muziek, beeld en taal elkaar, dan weer laat ik de elementen voor zichzelf spreken.”

Verhalen en poëzie zijn sinds 2000 belangrijke drijfveren in haar werk. Dat begon met Corrie en de Grote Brokken toen ze Kado uit de hel! componeerde, een mini-opera met teksten van onder anderen Maria Goos, Toon Tellegen, Dante en Jules Deelder. In 2003 startte ze de serie Schrijvers in Concert, waarvoor ze schrijvers uitnodigde om voor te lezen uit eigen werk. Ze werkte samen met een keur aan prominente schrijvers onder wie Remco Campert, Kees van Kooten, Esther Gerritsen, Tommy Wieringa, Griet Op de Beeck, Renate Dorrestein en, onlangs nog, met Dimitri Verhulst. Met Toon Tellegen werkt ze als sinds 2006 samen.

Ik wou door Toon Tellegen en het Wisselend Toonkwintet. In De Nieuwe Regentes op zondag 20 januari, 15.00 uur. Meer informatie en tickets: denieuweregentes.nl.

Taal als blikopener

Vanja Rukavina performt Language

Taal. Geboren uit noodzaak – om elkaar beter te begrijpen. Vanja Rukavina, geboren acteur en performer, heeft vijf talen in de pocket. In zijn soloperformance Language stelt hij ‘taal’ centraal. Als brug tussen culturen – maar ook als barrière.

‘Als in Bergen bergen bergen bergen bergen bergen, bergen bergen bergen bergen bergen.’ De (on)zin is bedacht door cabaretier en geboren taalfetisjist Kees Torn: Als in Bergen (plaats) bergen (een boel) bergen (heuvels) bergen (een boel) bergen (heuvels)bergen (werkwoord), bergen (werkwoord) bergen (een boel) bergen (heuvels) bergen (een boel) bergen (heuvels).

Gezellig. Typisch Nederlands begrip. Bijna niet te vertalen, naar het schijnt. Net als spruitjeslucht, Torentjesoverleg, klootjesvolk, Bollenstreek, grachtengordel en poldermodel. “Als je elkaars taal niet spreekt is het makkelijk: je verstaat elkaar niet. Punt.” legt Rukavina uit. “Maar als je wel kennis hebt van een andere taal dan wordt het pas echt moeilijk want je treedt dan ook een andere leefwereld binnen, en daarmee vaak een andere manier van doen. En daar hangt vaak weer een andere manier van denken mee samen.” Taal als filosofisch venster op de wereld.

Vanja Rukavina (1989) is wat je noemt een ‘wereldburger’. Geboren in wat Joegoslavië werd genoemd, vluchtte hij op zijn derde in 1992 onder de vleugels van zijn familie naar Nederland. Nu is hij een gevierd performer en acteur. De rol van Damir in The Nation bij Het Nationale Theater leidde hem verleden jaar tot een Arlecchino voor beste bijdragende mannelijke rol. Ook werelds: Tot voor kort reisde hij samen met de Haagse videokunstenaar Karel van Laere de aardbol rond met de blitse dance performance Bokko. En hij heeft een Zuid-Koreaanse vriendin aan zijn zijde.

Tot zijn talenschat behoren naast het Nederlands en het Engels als zijn ‘lingua franca’, ook het Japans, geboren uit eigen interesse. “In tegenstelling tot de 26 letters van ons alfabet moet je daar twee- tot drieduizend tekens uit je hoofd kennen. Die tekens kun je ook nog eens op verschillende manieren lezen. Ik repeteer er al acht jaar dag in dag minimaal een stuk of twintig. Spreken lukt al heel aardig.”

Daarnaast breekt hij sinds een jaar zijn tong op het Koreaans. En het Servisch/Kroatisch/Bosnisch kent hij natuurlijk als het binnenste van zijn broekzak. “De verschillen tussen die drie laatste talen zijn minimaal,” vertelt hij, “zoiets als tussen het Vlaams en het Nederlands. Op sigarettenpakjes staat in drie talen de waarschuwing vermeld dat roken ongezond voor je is. Maar eigenlijk staat er dus drie keer precies hetzelfde!”

Nieuwe bril
“Hoe kun je een andere cultuur begrijpen?” vraagt hij zichzelf hardop af. “Door de taal van die cultuur te leren. Dan zie je dat iedere taal eigen kenmerken heeft. Op hun beurt leggen die cultuurspecifieke, eigen denkwijzen bloot. Door een andere taal te leren spreken krijg je een andere bril op je neus, en kun je uit de bubbel stappen die samenhangt met een taal. Door een nieuwe taal te leren kijk je weer als nieuw tegen allerlei dingen aan.”

TedTalk
Language omschrijft hij als een performance. Die start hij in de vorm van een ‘TedTalk’. Langzaam verandert zijn speech in een kringgesprek tussen performer, licht, projecties en boventitels. “Samen nemen ze gaandeweg de vorm van een personage aan. Ten slotte neemt de taal van dans en beweging de overhand.” Taal, het vertalen en de sociologische werking van taal staan niettemin centraal. “Het wordt geen stand-up comedy of cabaret, maar er valt zeker ook wel wat te lachen.”

Drang
“Als acteur heb ik meestal een dienende rol, een regisseur bepaalt. Ik heb altijd de innerlijke drang gevoeld om ook mijn eigen verhaal te vertellen, zoals ik dat al eerder deed met The Rukavina Method en Bokko. Ik sta niet allereerst bekend als regisseur of maker. Gelukkig biedt Het Nationale Theater me de kans dit project te doen. Maar ik zal altijd blijven acteren.”

Vanja Rukavina: Language. In Zaal 3 van woensdag 16 t/m zaterdag 19 januari 2019. Meer informatie: zaal3.nl.