Medea’s gruwelijke waarheid

Meervoudige kindermoord

Liefde, passie, moord. Een drie-eenheid. Oervrouw Medea kan erover meepraten.

Femme fatale maar toch vooral vrouw en moeder – al vermoordde ze haar twee bloedeigen kinderen. Medea. Euripides even monumentale als monstrueuze vertelling over haar is een van de oerstukken uit het klassieke toneelrepertoire. In ‘Antiher Medea’ bij The English Theatre (STET) heet het een ‘moderne tragedie’. Met, opvallend, een mannelijke hoofdrol voor de seriemoordenares.

De werkelijkheid overtreft de fantasie, haalt steeds alle (on)denkbare fictie in: teletekst is oneindig veel spannender dan Netflix. De ene terreurdaad, seriële lustmoord, schietpartij of misbruikzaak blijkt gruwelijker dan de voorgaande. De geschiedenis herhaalt zich al te graag. De mens is en blijft een diersoort.

Neem Medea. Jason troonde de met toverkracht begiftigde schoonheid mee naar ‘zijn’ Griekenland nadat zij hem had geholpen bij het veroveren van het Gulden Vlies. Maar later liet hij haar in de steek voor de dochter van de koning van Korinthe. Bloedbad: Medea doodde daarop hun twee zoontjes, evenals de koning van Korinthe en zíjn dochter.

Na een eeuwenlange opvoeringsgeschiedenis ruik je van verre haar woede, haar radicale revanche. Of besloot ze, hoe wreed ook, juist tot een liefdesdaad? Hoe het ook zij: haar ontpopping tot moordmachine blijft een superspannende ontknoping. Tot op de dag van vandaag duiken dan ook steeds weer Medea’s op, als archetype, soms real time, maar vooral als well-made play.

Zo schreef de Amerikaan Aaron Mark in 2013 ‘Another Medea’. De monoloog is nu naar Nederland gehaald door STET, de Haagse instelling die op professionele basis Engelstalig toneel produceert, uniek in Nederland. Mark stak de klassieker in een nieuw, verrassend jasje, want Medea is hier een homoseksuele man. Met die keuze trekt Mark als Amerikaan een parallel met Medea als vreemdeling en buitenstaander.

Hij geeft het psychologische drama weer door de ogen van psychopaat Marcus Sharp, hier gespeeld door de Zuid-Afrikaanse topacteur Albert Pretorius. Sharp spreekt vanachter de  gevangenismuren die hem omringen over zijn relatie met de rijke Britse arts Jason. Hij doet dat ten overstaan van een ongezien gewaande bezoeker: het publiek. Tot de weerzinwekkendste details aan toe doet hij zijn beweeggronden uit de doeken. En zoals psychopaten vaak patent hebben op het opwekken van sympathie, zo doen op hun beurt ook Sharp slash Pretorius dat.

Pretorius wordt geregisseerd door David Geysen. Het tweetal werkte eerder samen in Insomnia, Ararat en Messen in Hennen. Geysen is ook bekend van wijlen Toneelgroep De Appel en zijn onlangs opgerichte eigen label Dégradé.

Maar waar Dégradé graag uitpakt met extreem beeldend geluidstheater is deze eenakter geraffineerder in elkaar gestoken, onontkoombaar toewerkend naar een bloedig slot. Geysen: “Door de opbouw en ontwikkeling kruipt het verhaal langzaam onder je huid. De constante gedachte aan de onafwendbare plot blijft steeds als een onheilsbode in je hoofd dreunen à la ‘Mindhunter’.” Pretorius: “Dit verhaal is universeel, het kan iedereen overkomen.”

De mythische figuur van Medea is voor STET aanleiding voor een meerjarig project dat vorig jaar begon met een ‘oeruitvoering’ van het stuk door het Griekse gezelschap Skepsis. Ook de eerstvolgende twee jaren haalt STET een ‘Medea’ naar Den Haag.

STET: ‘Another Medea’. Van vrijdag 17 tot en met zondag 19 november 2017 te zien in Zaal 3. Engelstalig. Meer informatie: theenglishtheatre.nl.

 

Advertenties

Huis in balans = buik in balans

Air BNB voor draagmoeders

De populaire app CarryMe biedt uitkomst als zelf een kind baren niet uitkomt of niet mogelijk is. Didi drukt op de bel. Ze heeft de optie ’inwonend’ aangevinkt.

Na eigenhandig speurwerk voor ‘Rishi’ steekt Firma MES zijn neus in een medisch-ethische kwestie. “Als kind,” zegt Lindertje Mans, “kun je je beslist zeer gewenst voelen.”

Ze speelt de rol van Didi. Beroepsdraagmoeder. Ze heeft CarryMe op haar telefoon gedownload. Ook ‘wensouders’ Eline (drukbezette topadvocate) en Maarten (thuiswerkende yogi) installeerden de ‘tool’ waarmee het mogelijk is om een draagmoeder te bestellen uit het ruim aanwezige assortiment. Dolgraag willen ze een kind, alleen: het is ze niet gelukt om op eigen kracht een kind ter wereld te brengen.

En dus hebben ze de app CarryMe gedownload. Didi (65 kg, vetpercentage 21%) heeft ervaring, al haar waardes zijn verifieerbaar oké, slikt magnesiumtabletten en foliumzuur en zet 7000 geregistreerde stappen per dag. Blond, blauwe ogen, rank. Roze sneakers met spekzolen, kekke wit short, vest van wit mohair. Na de kennismaking werd de deal al snel beklonken.

Didi gaat inwonen bij Eline en Maarten want haar eigen woning ligt een flink eind bij het feng shui paradijs van het stel vandaan. Onderhuidse spanningen krijgen gaandeweg aan het licht. En wie is eigenlijk baas over háár buik? Ondertussen spreken de toekomstige ouders de ongeboren vrucht toe, leggen herinneringsmomenten en emoties vast. En de vrucht, voorlopig jongen noch meisje, reageert. Dat kan, want daar is dan weer een andere app voor.

Kinderwens
Een sciencefiction thriller verpakt als huiskamerdrama, zo noemt Firma MES de nieuwe voorstelling op tekst van Hanna Bervoets. De schrijfster en columniste maakte in 2010 Roes voor het Haagse gezelschap. Mans: “Na Rishi, waarvoor we zelf bronnenmateriaal hebben verzameld, wilden we weer eens een kant-en-klare toneeltekst. Met haar hebben we verschillende mogelijkheden besproken. Niet zo vreemd, want we zijn allen dertigers en onwillekeurig verschijnt de wens om een gezin te schichten wel eens bij ons op. Niet dat wie van ons plannen op stapel heeft, geloof ik, maar tien jaar geleden hadden we dit echt niet kunnen maken.”

Verboden
Menselijke broedmachines, op bestelling afroepbaar. “We doen geen uitspraak over de wenselijk- dan wel onwenselijkheid van dit toekomstscenario. Zie het als een doorontwikkeling van trends die allang gemeengoed zijn. Als de app werkelijk zou bestaan,” meent Mans, “dan zou er geheid vraag ontstaan.”

In Nederland is commercieel draagmoederschap bij wet verboden. Wel is in de richtlijn voor draagmoederschap bepaald dat het alleen uit ideële motieven wordt toegestaan. “Misschien zou ik het voor vrienden willen overwegen, ” overpeinst Mans. “Het raakt wat mij betreft aan de problematiek rond prostitutie. Dan leen je ook je lichaam voor eventjes uit.”

“Didi had werk nodig,” schildert Mans de achtergrond van haar personage. “Ze is intelligenter dan je zou vermoeden. Ze zoekt vrijheid en zelfstandigheid en door dit werk kan ze die bereiken. Ze vindt dat ze zich heeft opgewerkt uit een minder ontwikkeld gezin.” Firma MES legt, zoals vaker ook in CarryMe de zere vinger op de wonde van de tijd.

Firma MES: CarryMe. Van wo 1 tot en met wo 8 november;  en wo 13 en do 14 december 2017 in Theater aan het Spui. Op vr 2 februari 2018 in Theater Dakota. Meer informatie: firmames.nl.

De eeuwige Laatste Sigaret

Branoul speelt ‘Bekentenissen van Zeno’

Antiheld. Slapjanus. Beroepshypochonder. Klaploper. Rasopportunist. Luiwammes. Aartstwijfelaar. Rare snuiter. Maar tegenwoordig gezien als held van onze tijd. Branoul zet de tanden in Bekentenissen van Zeno. ‘Laatste Sigaret.’

Svevo schiep als een der eersten met Zeno een existentieel, doodziek getormenteerde modelburger als held van onze tijd, ook al was dat honderd jaar geleden. Een observator van zijn eigen bestaan. Zes belangrijke gemoedstoestanden uit het leven van Zeno Cosini, tegen wil en dank zakenman te Triëst, komen aan bod in diens nauwgezette aantekeningen.

“Je treft ze vast ook aan in de eigen kennissenkring” zegt Sijtze van der Meer , “van die figuren die breeduit vertellen over zichzelf, maar dat met een jaloersmakend joie de vivre en flair doen, dat je toch van ze gaat houden. Het slag dat zich op het oog zo makkelijk door het leven lijkt te slaan.” “Een ijdeltuit inderdaad,” valt Remco Melles hem over Zeno bij. “En een heerschap hè. Maar altijd goudeerlijk. Bedrog rakelt hij uit zichzelf op.”

Melles geeft gestalte aan de figuur van Zeno Cossini, de wonderlijke, ontwapenende en o zo herkenbare creatuur die Italo Svevo rond 1920 van hem maakte; Van der Meer aan Dokter S., voor wie Zeno zijn levensverhaal op papier zet om via die omweg voor eens en altijd van zijn rookverslaving af te komen.

In de roman steekt Zeno op sleutelmomenten immer een Laatste Sigaret op. Dat heeft alleen maar voordelen, vindt hij. Want mocht het lukken om te stoppen, ja dan is er geen enkele drogreden meer om daadwerkelijk uit te groeien tot de grote belofte die hij diep van binnen is. ‘Laatste Sigaret.’ Een strijd tegen perfectie.

En zo geeft ‘Bekentenissen van Zeno’ een beschrijving van de ontdekking van de vrije wil, maar legt het werk tegelijkertijd ook onze verslaafdheid aan onze driften vast.

Buitenwereld
Regisseur Manon Barthels werkte de vuistdikke, uiterst amusante roman om tot een toneelstuk voor twee acteurs. Barthels: “In eerste instantie wilde ik er een monoloog van maken. Maar toen dat eenmaal had gedaan ontdekte ik dat de figuur van Zeno op het toneel pas interessant wordt als je hem afzet tegen de buitenwereld. Daarom heb ik samen met Sijtze de rol van Dokter S. doorontwikkeld.” S. is aanhanger van Freuds leer van de psycho-analyse, destijds een revolutionaire, nieuwe behandelmethode waar Svevo zich tegen afzette.

Barthels wil Zeno op het podium tot leven wekken ‘omdat hij een boeiend karakter is, een mens van vlees en bloed, omdat hij iemand is die graag de weg van de minste weerstand bewandelt. Dat is herkenbaar. En dan zijn er natuurlijk die prachtige elegante, precies geformuleerde beschrijvingen uit het innerlijk van Zeno die Svevo opschreef.”

Zeno weet door zijn menselijkheid sympathie op te wekken. “Superleuk om naar hem te luisteren,” meent ‘dokter’ Sijtze van der Meer. “Je gaat allengs in je eigen personage geloven, ” antwoordt Remco Melles. “Zeno is een deel van mezelf geworden, dat kan bij deze rol ook bijna niet anders.”

Stroom
Zeno staat te boek als de eerste (anti-)held in de literatuur, iemand wiens twijfels, slapheid en zelfreflectie een heel boek lang op het programma staan. De roman wordt beschouwd als ‘de eerste freudiaanse roman’ omdat aan de hand van een vrij minutieuze verkenning van de menselijke psyche is gemaakt, maar het is ook een milde satire op de psycho-analyse.

Aan volbloed actie gebeurt er dan ook niet zo gek veel. Het is eigenlijk een lang uitgerekte stroom van gedachtegangen. “Best lastig om dat te comprimeren. Ik heb de roman gelezen, herlezen en nog eens – maar daarna terzijde gelegd om die in de vorm van een toneeltekst op te schrijven in mijn eigen woorden,” zegt Barthels over het schrijfproces.

LS
Barthels steekt tegenwoordig, na lang niet te hebben gerookt, soms weer een sigaret op. “Stress wegblazen.” Sijtze van der Meer is vijftien jaar geleden definitief ‘bekeerd’. “Vanwege gezondheidsaspecten. En roken is duur.” Melles rookt vooral op dagen van premièrekoorts. “Dat is kalmerend. Ik ben overtuigd jojoër.” Laatste Sigaret.

Branoul producties: ‘Bekentenissen van Zeno’. In Theater Branoul. Première: Zondag 22 oktober 2017. Te zien tot en met zondag 12 november 2017. Meer informatie: branoul.nl.

Júúlius, binnenspelen!

Theater in de openlucht: Julius Caesar

Hoe prop je een buitenluchtspektakel in het dwingende kader van de toneellijst? En hoe plaats je een politiek steekspel uit het jaar nul over naar de theaterzaal anno 21e eeuw? De achterkant van het theaterbedrijf met Orkater’s Julius Caesar. Wat als je een heel loofbomenbos het toneel in moet loodsen?

Wat is de zoetste dood, zo werd hem tijdens een diner onder vrienden gevraagd. Zijn antwoord: De dood die zonder waarschuwing komt. Orkater laat met Julius Caesar muziek, taal en beeld samensmelten tot een voorstelling die haarfijn blootlegt hoe kleine mensen in staat zijn tot onvermoede daden. Met onafzienbare gevolgen.

Het Amsterdamse Bos meet 935 Wiki-hectares en is in de zomermaanden al ruim 25 achtereenvolgende jaren het decor voor een theaterfeest. Het openluchttheater aan de zuidwestrand van Amsterdam geurt naar vers geknipt grasland en fris regengeklater na niet eens zo’n warme zomerdag.

Verscholen achter een ruime blokhut en zomerzwanger loofbomengebladerte plus het nodige aan struikgewas, glimt daar het openluchttheater. Het Bostheater, groot gemaakt door de in 2014 teruggetreden artistiek leider Frances Sanders. Dit en de komende drie jaar geeft de programmering een samenwerking weer van Stadsschouwburg Amsterdam en het Bostheater.

Beide kunstinstellingen hebben gekozen voor vaste bespelers van de stadsschouwburg: dit jaar Orkater; in de komende jaren het Noord Nederlands Toneel, De Warme Winkel en Toneelgroep Oostpool. Orkater bijt het spits af met Shakespeare’s Julius Caesar In een regie van Michiel de Regt.

Poncho
Bij aankomst in het Bostheater, geruime tijd vóór aanvang voorstelling, is er alwéér een plensbui te verstouwen. Poncho-time. Bezoekers beschermen hun meegenomen voluptueus volgestouwde picknickmanden met plastic hoezen, schroefdoppen worden haastig op wijnfleshalzen teruggedraaid.

Zodra het dan weer droog geworden is, krijgen de nog weinige bezoekers een choreografie opgediend door bekwame technici die met droogtrekkers de speelvloer (zwarte vloerpanelen, een viertal witte loopbanen dat elkaar kruist rond een centraal opgestelde vierkantige, witte verhoging) van het kleurloze levenselixer bevrijden.

Kan niet anders of dat alles is verwoestend voor de staat van het toneelbeeld, dat bestaat uit een oversized witte voet, idem hand, en twee ‘eilanden’ met tarpen erboven. ‘Inwerking van zonuren, temperatuurverschillen tussen dag en nacht en vele regenbuien hebben ons de afgelopen tweeënhalve maand geteisterd,’zegt Steven Raapis Dingman, Orkater’s eerste inspiciënt, over de toneelschikking, ‘zozeer dat het nog maar de vraag is wat we er straks op tournee van kunnen inzetten.’

Backstage
Ondertussen prepareert Patrick Votrian van koperkwintet K.O. Brass! in een van de twee backstage opgestelde portocabins zijn tuba (‘zeg maar sousafoon’) met kwaliteitsventielvet, blaast Randall Heye met verve leven in zijn trompet. En dan komt daar Charlie-Chan Dagelet aangelopen. Zij speelt intrigant Cassius en Portia, echtgenote van Brutus, een interessante dubbelrol. ‘Inderdaad, een man én een vrouw in mij verenigd. Leuk toch? In de tijd van Shakespeare werden alle rollen allen door mannen gespeeld. Maar hier zijn het vrouwen van vlees en bloed.’

Ze beschouwt het Amsterdamse Bos bijna als een sprookjesbos. ‘Het is geweldig om hier te spelen, de sfeer, de mensen, het team, het stuk. Maar het is niet eenvoudig spelen. De personages staan vaak ver uit elkaar op de vloer. De locatie is wel erg weids en het publiek zit veraf en wijd uiteen. Dat maakt het lastig om te focussen. Want op wie richt je je?’

Bloedfontein
De zittribunes – onoverdekte houten plankieren, maar zitkussens zijn gratis voorradig – lopen ondertussen aardig vol. Plots: boem, paukenslag. Weer onweer? Neen, live muziek! Caesar stormt de vloer op: ‘Calpurnia, Calpurnia!’

Verderop in het stuk legt Caesars echtgenote hem uit dat de sterren niet gunstig staan voor een vertrek naar de senaat. Enkele scènes daarna komt het volbloed drama rond staatsman en veldheer Julius Caesar en samenzweerders Cassius en Brutus met de moord op de titelfiguur tot een hoogtepunt, hier onder meer culminerend in een beeldbepalende spuitende bloedfontein.

Weids
Het enorme speelvlak van het openluchttheater creëert een bijna onuitputtelijke scala aan mogelijkheden voor spectaculair openluchttheater. De gehele speelvloer als ook de omlijstende randen (het bos!) worden daarbij gretig bespeeld. Het speelvlak van het amfitheater meet 28 bij 30 meter.

‘In ons geval 28 bij 40 meter,’ corrigeert regisseur Michiel de Regt, als ik hem later door de telefoon spreek. “Want de catwalk die de tribunes in loopt, die nemen we ook mee op tournee.’Hij bevestigt de staat waarin de decorelementen in het bos verkeren. ‘We gaan de basiselementen nabouwen. De spullen hebben veel te lijden gehad, zijn opgebruikt.’

Maar ook wijkt de maatvoering van het Bostheater erg af van het beschikbare ruimtebestek in de theaterzalen. ‘We moeten voor het toneelbeeld een nieuwe balans zien te vinden. De manshoge hand en voet moeten wellicht kleiner, en tarpen zijn in de theaterzaal niet nodig. Ook moeten de posities voor opkomsten en afgangen opnieuw bepaald worden. Daardoor verandert de timing voor veel spelers.’

In feite verandert de gehele mise-en-scène. ‘We kunnen sowieso de weidsheid van bomen en bos natuurlijk niet op onze reis in een truck door Nederland meenemen,’ bevestigt De Regt met gevoel voor understatement. ‘Een weidse zee van wel tien meter ruimte tussen twee personages die een dialoog voeren, dat kan straks echt niet. Die ruimte is er in de zaal niet. Ook denken we nog na over de fontein. Het bassin past niet in alle theaterzalen.’

De akoestische balans wijzigt eveneens. ‘In de buitenruimte is geluidsversterking nodig, voor de muziek maar ook voor de stemmen van de spelers. De vraag is of dat met koperblazers ook nodig is in de zaal.’ Daarenboven zijn speltechnisch veel verschillen, en niet alleen stemtechnisch van aard: ‘Van het grote gebaar naar meer ingetogen spel, met meer ruimte voor nuances.’

Gender
Zo wordt Julius Caesar voor een belangrijk deel een andere voorstelling. Het komt er op neer dat een geheel nieuwe regie wordt bepaald voor de tourneeversie. ‘En dan in een enkele montageweek inclusief de repetities’, legt De Regt uit. Daarenboven worden de rollen van Charlie-Chan straks ingenomen door vast Lars Doberman-lid Reinout Scholten van Aschat. ‘Hij werd op het laatste moment gecast voor een Italiaanse speelfilm en besloot die te gaan draaien. Toen is Charlie-Chan voor Reinout in de plaats gekomen. Zij doet in het najaar echter weer mee met een andere productie, Reinout is dan klaar met de film en gaat alsnog de rollen van Cassius en Portia spelen.’

Hoe hij dat gaat aanpakken? ‘Reinout zal de video-opnamen gaan bestuderen. Er is al een rijke voedingsbodem voor hem klaargelegd natuurlijk, net als voor ieder van de cast trouwens. In grote lijnen kan hij dus voortborduren op wat Charlie-Chan op de mat heeft gelegd.’

Maar, zegt hij, ‘uiteraard en onvermijdelijk zal hij zijn eigen invulling aan de rollen geven.’ ‘Grappig hè’, reageert Dagelet. ‘Net als ik speelt Reinout straks een man én een vrouw. Ik ben benieuwd hoe die rollen en het stuk er dan uitzien.’

Een geselende zon, striemende regen en rukwinden, die zijn er straks niet. En geen overvliegende Jumbo jets. ‘Al vond ik de weersomstandigheden zelden van negatieve aard,’ zegt De Regt.’ De regen leverde ook vaak mooi beelden op. Maar die vliegtuigen zal ik niet heel erg missen.’

kader:
Caesar
Gaius Julius Caesar veroverde als gouverneur van Gallië het merendeel van Frankrijk, België en Engeland. In 49 ontketende hij een burgeroorlog door met zijn leger de Italiaanse grensrivier de Rubico over te steken (‘de teerling is geworpen’).

Na de overwinning op zijn rivaal Pompeius en een korte veldtocht in Klein-Azië (‘Ik kwam, ik zag, ik overwon’) werd hij dictator voor het leven. Op de Idus (15e dag) van maart 44 werd hij door bezorgde republikeinen onder leiding van zijn vriend Brutus ( ‘Ook gij, Brutus?’) vermoord. Een nieuwe burgeroorlog is het gevolg.

Shakespeare
Shakespeares politieke thriller en psychologisch drama diende onder meer als leerstof voor zijn treurspel Hamlet. Volgens Shakespeare-kenners weerspiegelt het de toenmalige algemeen gevoelde ongerustheid in Engeland over de troonopvolging.

Als voornaamste bron voor Julius Caesar maakte Shakespeare waarschijnlijk gebruik van de in 1579 verschenen Engelse vertaling van Plutarchus Bioi paralleloi (“Parallelle Levens”) (1e eeuw), een serie biografieën van beroemde Grieken en Romeinen wier morele deugden en waarden hij prees.

kader:
De Regt
Regisseur Michiel de Regt (1980) ontving in 2007 de Ton Lutz Prijs voor beste regiedebuut (Pontiac Hotel). Van 2009 tot 2016 was hij als vaste maker verbonden aan Toneelschuur Producties: Antigone, Wreed en Teder en Wachten op de Barbaren. Bij Orkater regisseerde De Regt naast 237 redenen voor seks en Lutine ook de grotezaalproducties Op de Bodem en Distel.

De Regt is veelzijdig: hij regisseert op uiteenlopende plekken (theaterzaal, Oerol, Lowlands, Boulevard), speelde in enkele producties, zette stappen als choreograaf en hij schrijft, bewerkt en vertaalt toneelteksten. Ook was hij actief als speldocent.

Door het vuur gaan

NTjong speelt Griekse klassieker.

Voor haar ouders gaat ze door het vuur. Ifigeneia. Met uiterste consequenties. “Kinderen zijn onmetelijk loyaal.”

De glimlach van een kind, zong Willy Alberti anno 1968 rondborstig, doet je beseffen dat je leeft. Mag zijn, maar Alberti’s oneindige tegeltjeswijsheid ten spijt, ziet Ifigeneia’s vader zich niettemin genoodzaakt het bloed van zijn eigen dochter te offeren. Hoe dan? Zolang wind uitblijft kan koning en opperbevelhebber Agamemnons oorlogsvloot niet uitvaren. En lukt het niet de Trojanen in de pan te hakken, terwijl die toch de vrouw van zijn broer hebben geschaakt. Artemis, godin van beroep, is weliswaar bereid wind op te steken, maar vraagt in ruil daarvoor een offer: zijn lievelingsdochter.

Bedrog, kindermoord en wraak, zoals zo vaak in Griekse klassiekers? “Voor mij,” zo ontkracht regisseur Noël Fischer, moeder van twee kinderen, de veronderstellingen, “staat in deze bewerking oneindige liefde voorop. Namelijk de liefde die ouders koesteren voor hun kinderen, en die andersom nog veel sterker is: kinderen zijn loyaal, onmetelijk loyaal ten aanzien van hun ouders. ‘Ifigeneia Koningskind’ is zeker geen onmenselijk griezelverhaal, eerder een avontuur van een jong meisje met een grote mond maar een lief hart. Ze komt niet om, maar verdwijnt in een windvlaag. Naar het nu vertaald is Ifigeneia Koningskind bijna als een kruising tussen ‘Ronja de Roversdochter’ en ‘The Hunger Games’.”

Sarah Bannier, titelrolspeelster Ifigeneia, schiet in de lach: “Ja, dat snap ik wel.” Al heeft ze ook haar eigen gedachten: “Een oud stuk in een modern jasje. Ifigeneia vindt van zichzelf dat ze niet genoeg verantwoordelijkheid aan de dag legt, ze denkt dat zijzelf of haar gedrag schuldig is aan de schreeuwende ruzies die haar ouders hebben. Ze wordt voor een onmogelijke beslissing gesteld aan de vooravond van een grote oorlog. En ze trekt daaruit de uiterste consequentie voor zichzelf: ze wil alles voor haar ouders oplossen  en zichzelf daarvoor opofferen.”

Opofferingsgezind. Een heldin.”Ze wil de wereld redden.”

Bannier (27) heeft schik in het spelen van een brutaal nest. “Ik leer veel, duik voor deze rol in mijn kinderjaren, mag fel en direct zijn. Het is erg leuk om veel verschillende kleuren te spelen.”

Met Ifigeneia Koningskind (8+) componeerde toneelschrijfster Pauline Mol 26 jaar geleden een meeslepend verhaal over een moedig meisje. Ze vertelde Euripides’ 2400 jaar oude stuk voor het eerst vanuit het perspectief van het kind. ‘Als ik naar het altaar ga ben ik een godin zo belangrijk dat het hele volk jubelt. Mijn leven heeft ineens een betekenis. Ik ben geschiedenis. Onsterfelijk. (…) Alles in een keer opgelost. Want mijn ouders zijn goed en trots op mij. En ik ben hun sterke dochter. Dat is toch ontroerend.’ Het was een van de eerste rigoureuze toneelbewerkingen van een klassieker voor kinderen. De tekst werd recentelijk uitgeroepen tot beste jeugdtheatertekst. “Alleen al van papier of pdf – zó te vinden op internet – gaat die rechtstreeks het hart in,” meent Bannier, bekend van onder meer ‘Minoes’ en het ‘Sinterklaasjournaal’. Fischer stemt knikkend in. “Ik was ook meteen erg gegrepen.”

Hoe lost Fischer, moeder van twee kinderen, thuis echtelijke ruzies zelf op? “Die spreken we apart van de kinderen uit.” Bannier, nog geen kinderen: “Ik ben opgegroeid in een harmonieus gezin, heb nooit wat van ruzie tussen mijn ouders meegekregen.”

Fischer zet voor het eerst haar tanden in een Griekse klassieker. “Zeker, er gebeuren daarin Onvoorstelbaar Grote Dingen. Mensen vragen me waarom ik dit oude verhaal wil opdissen. Maar dat is toch een rare vraag?! Dit verhaal moet blijven verteld worden, net als, bijvoorbeeld, dat over Kaïn en Abel of dat van de Ark van Noach. En dat moet gebeuren in het theater, anders zijn we straks overgeleverd aan de tv. Tere achtplussers? We hadden tijdens de repetities een klas op bezoek. Iedereen van ze was muisstil en alles werd meteen begrepen .” Bannier: “Je moet kinderen niet onderschatten.”

NTjong: ‘Ifigeneia Koningskind’ (8+). Te zien in Theater aan het Spui op vrijdag 6 en zaterdag 7 (première) oktober 2017. Ook op dinsdag 12 en woensdag 13 december 2017.

Wat te zeggen als het einde in zicht is?

Het Zuidelijk Toneel en A Two Dogs Company: Conversations (at the end of the World)

Kris Verdonck behoort tot de top van internationaal opererende theatermakers. Hij integreert theater, video, beeldende kunst tot een performance. Met Conversations (at the end of the world) neemt hij, opnieuw, werk van Daniil Charms ter hand. Een vraaggesprek.

Kunt u mij een beschrijving geven van wat u ziet op de foto bij de voorstelling?
‘Ik zie een huis op een berg in een woestijnachtig landschap. Een huis in wankel evenwicht, op het punt van neerstorten. Een angstaanjagend beeld wat mij betreft. Het is een foto uit een land in Zuid-Amerika. Op die plaats lagen vroeger sneeuw en ijs metershoog. Als je de foto goed bekijkt zie je de kabel van de skilift.?!’

Jazeker! Maar wat zegt die majestueuze foto over de voorstelling die u gaat maken?
‘Onze wereld vult zich steeds meer met situaties die een mogelijk einde afkondigen: oorlogen, smeulende conflicten, geopolitieke spanningen. Er is terreur met wortels in fenomenen waar we als samenleving maar geen antwoord op lijken te vinden. Er gaat uitbuiting en agressie uit van een economisch systeem waarvan we niet weten hoe het te bestrijden is. In Conversations (at the end of the world) zien we hoe vijf figuren omgaan met het moment dat de ondergang zich laat aankondigen.’

Het werk van de Russische absurdist Charms is opnieuw uw inspiratiebron?
‘Het is inderdaad begonnen bij Daniil Charms en de avant-gardistische groep rond hem: de Oeberioeten, intellectuelen die ondergrondse salons hielden in het Rusland van tussen de beide wereldoorlogen. Vrijwel allemaal zijn ze omgebracht of omgekomen onder het Stalinistische bewind. Charms stierf, uitgehongerd, in een tehuis voor gestoorden. Uit een nieuwe publicatie van dialogen tussen Oeberioeten komt het beeld naar voren dat ze toch kunst maakten, terwijl ze donders goed wisten dat voor ieder van hen het einde der tijden nakende was. Niettemin was hun kijk op het leven, neergelegd in de genoemde dialogen, er een die in vrolijke, zoetzure dialogen was gesteld. Gitzwarte humor. En dat in een interessant tijdsgewricht met de industrialisering die in alle uithoeken begint door te dringen, en de wereld de drempel over gaat naar globalisering van economie en cultuur. Daar zitten we met z’n allen nu nog in.’

Wat zien we straks op het podium van al die gedachten rond uw voorstelling terug?
‘Je ziet vier acteurs: José Kuijpers, Jan Steen, Johan Leysen en Jeroen Van der Ven. Gaandeweg raken de acteurs onder 160 kubieke meter zwarte sneeuw bedolven, levend begraven, maar spreken nog. Een sprekend landschap. Hun eigen einde der tijden. Apocalyptisch. Wat zullen hun laatste woorden zijn? Weet u, zeventig procent van de mensen sterft in serene stilte. Hollywood maakt ons wijs dat de dood een veldslag van wapengekletter is. De vermaarde Italiaanse concertpianist Marino Formenti zorgt voor muzikale begeleiding. En in de voorstelling zijn getuigenissen van inwoners van Aleppo verwerkt.’

U beroept zich op ongepubliceerde dialogen van de Oeberioeten. Hoe komt u er aan?
‘Ik ken de vertaler van Charms’ werk van de tijd dat ik H, an Incident maakte. Daarin voerde ik naast acteurs een robotorkest op. Ik ben bekend met enkele van de dialogen uit een voorpublicatie die hij mij ter hand heeft gesteld.’

Uw werk sterkt zich uit van performance en bewegende beeldende kunst tot (muziek)theater. Is het lijsttoneel de juiste habitat voor uw werk?
‘Ik hou van het theaterframe. Daar ontstaat betekenis, daar krijgt de tijd die gezamenlijk doorstaan wordt een bepaalde lading. Het theater biedt de mogelijkheid op gedeelde belevenissen tussen mensen.’

kader
Paspoort Kris Verdonck
Kris Verdonck beweegt zich tussen beeldende kunst, architectuur en theater, tussen installatie en performance, en tussen dans en architectuur. Het werk van Kris Verdonck doet pogingen het onzegbare te zeggen, het kruipt onder je huid, het vraagt iets van je en het laat nooit onberoerd.

Verdonck presenteert vaak combinaties van installaties en performances, die hij ‘parcoursvoorstellingen’ noemt. Bekende parcours zijn VARIATIES en ACTOR #1.
In Nederland werkte Verdonck onder meer samen met ICK Amsterdam, het dansplatform van Emio Greco en Pieter C. Scholten, in I/II/III/IIII. A Two Dogs Company is het vaste voertuig van Verdonk. Hij werkt voor het eerst samen met Het Zuidelijk Toneel.

kader
Charms (1905-1942)
Daniil Charms wordt beschouwd als een van Ruslands grootste absurdistische schrijvers en dichters. Zijn naam past in het rijtje van Gogol, Dostojevski en Tsjechov – maar misschien nog meer in dat van Ionesco, Beckett en Van Ostaijen. Als auteur kwam hij met kinderversjes aan de kost. Zijn grote kracht ligt in het beeld dat hij geeft in de ongerijmdheid van het leven en in de grillige spelingen van het lot. Hij doet dat door vaak een lege wereld te schetsen waarin geweld en verlies van identiteit overheersen.

Charms werd in 1941 gearresteerd en kwam in gevangenschap om. Tijdens zijn leven werd nauwelijks werk van hem gepubliceerd. Na Charms’ dood vond zijn vriend Jakov Droeskin manuscripten in het huis van Charms. Daardoor is veel ervan voor de wereld bewaard gebleven.

In de jaren tachtig werd hij ook in Nederland beroemd met het werk Elizaveta Bam. Charms veroverde de wereld na de ‘glasnost’ van eind jaren tachtig. Inmiddels zijn er vele films en toneelstukken gewijd aan zijn werk.

Het Zuidelijk Toneel / A Two Dogs Company: Conversations (at the end of the World). Première: dinsdag 19 september 2017, Theaters Tilburg Tournee door Nederland en België.

Een leven tussen seffens en amai

Een hallucinerende roadtrip tussen hoop en vrees door België

Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan. Marsmans beroemde dichtregel werd in 2010 door David Geysen gebruikt in zijn voorstelling ‘Water’. En denkend aan België dan? Het oneindige heuvelland van de Ardennen wellicht? Pajottenland? Trappistenbier? “Persoonlijk gaat België voor mij vooral over eten”zegt David Geysen. “Garnalenkroketten, mosselen, waterzooi. Maar ook over Dutroux, Zaventem en  Molenbeek.”

Theatermakers David Geysen en Carl Beukman, de initiatiefnemers van label Dégradé, voegen aan hun landenreeks nu onze zuiderbuur toe. Saillant, want Geysen is ‘uit de Vlaamse klei getrokken’ maar woont en werkt al sinds jaar en dag in Nederland, tot voor kort bij Toneelgroep De Appel.

Het tweetal legde eerder de theatrale loep over de Verenigde Staten en Rusland.
In de woorden van Geysen is België ‘een land dichtbij en toch onbekend’. Volgens hem ‘een land van cowboys en indianen’. “Een land waar niks mag, maar alles kan. En van Walen en Vlamingen.”

Dégradé toont België aan ons door de denkbeeldige ogen van Louis Seynaeve. Het autobiografisch getinte joch uit Hugo Claus’ epos ‘Het verdriet van België’ doet bij Geysen dienst als talisman. “De bijbel in België”, zo motiveert Geysen zijn keuze voor Claus’ magnum opus, “dat bij iedereen op de boekenplank ligt- maar niemand die het gelezen heeft. Zelfs in België niet.” Claus, Amsterdamse Belg dan wel Belgische Amsterdammer, en meest bekroonde auteur uit het Nederlandse taalgebied, beschrijft in de roman zijn jeugd in de oorlogsjaren.

Als slotzin werpt hij een vage blik in de toekomst door te eindigen met een suggestieve vraag : ‘We gaan zien, we gaan zien, toch?’ In de voorstelling maken we daarom mee hoe het Louis in zijn verdere leven vergaan is . Het oprijzende pessimistische toekomst- en wereldbeeld telt gaandeweg de voorstelling hoopgevend terug. En draait bij Dégradé uit op een surrealistisch circus. “Belgen zijn de uitvinders van het genre”, volgens Geysen, daarbij verwijzend naar, bijvoorbeeld, de beeldende kunst van René Magritte.

Wat zij als theatermaker met ‘België’ willen bereiken? “We maken graag extreem beeldend geluidstheater waarin je de vrijheid vindt om je er volledig in onder te kunnen dompelen. We voelen ons als het ware architecten van theatrale dromen, die soms ontaarden in boze dromen. En van belang voor mij is de drie-eenheid België, Europa en Seynaeve belangrijk.”

Is er leven op Pluto? zong Het Goede Doel zich in 1982 vragenderwijs af, onderwijl Nederland ontvluchtend. België was volgens Henk Westbroek en consorten een welkome optie, ‘want dat taaltje is zo zacht.’ Inmiddels zijn de Belgen ons op velerlei fronten voorbijgestreefd.

Alhoewel: Belgen? ‘Er zijn geen Belgen, sire. Alleen Walen en Vlamingen.’ Aldus luidden de gevleugelde licht-ironische woorden van Jules Destrée, Belgisch politicus van de Belgische Werkliedenpartij. “Dat Molenbeek het centrum is van aanslagen die in Parijs plaatsvonden, ook dat is België. En voor mij zijn de Walen nog altijd de belichaming van de vijand.”

Dégradé: België. Op donderdag 21 en vrijdag 22 september 2017 in Korzo; donderdag 14 en vrijdag 15 december 2017 in Zaal 3.