Een verenpak voor iedereen

Mini-compendium voor succesvol Paradebezoek

Op één enkele dag kun je er uitersten beleven. Van ontroering, verrassing, verdriet en geluk tot verliefdheid, ontrouw en verleiding. Zie dat maar eens te weerstaan, te doorstaan of soms: te verstouwen. De Parade is ‘back in town’.

Zweven is leven. Zegt De Parade. Stadsparken worden omgetoverd tot pittoreske culturele dorpjes. Je kunt er op goed geluk al lummelend of huppelend de spiegeltenten langs, bij avond of bij dag. Je kunt ook van tevoren een blokkenschema opstellen met de optredens en theatervoorstellingen die je per se niet wilt missen en de kaartjes vooraf ‘thuisprinten’. Al heb je in dat geval wellicht drie festivaldagen nodig, want het programma verschilt van dag tot dag.

Hoe dan ook: rosénippend, bierslempend of de keel smerend met eerlijk water: het is er goed toeven, ook al zou het regenen. En omdat er heel wat hippe eettentjes het festivalterrein omringen.

Op de kermis van de Parade vind je artiesten, noem ze kermisklanten. Ze zijn op doorreis, van Rotterdam via Den Haag naar Utrecht en eindpunt Amsterdam. In Den Haag is het Westbroekpark de vaste pleisterplaats. Net als voorgaande jaren onder het leiderschap van directeur/programmeur Nicole van Vessum voeren theater en muziek de boventoon in een mix van oud & vertrouwd en jong & veelbelovend. Ook is er weer een Kinderparade. Den Haag Centraal trok de teenslippers aan en doet verslag van enkele do’s en don’ts van dit jaar.

Theater
Fluisterstil hoeven de optredens op de Parade allang niet meer te zijn want de tijdslots zijn zó verdeeld dat de programma’s in belendende tenten afgelopen zijn of pas een uur later weer van start gaan. Ook is er niet veel geluidhinder van de parademakers die hun koopwaar aanprijzen of van de attracties elders op het terrein. Dat is trouwens minder belangrijk geworden, want puur teksttoneel zie je er niet of nauwelijks, op de Parade gaat theater hand in hand met een knipoog en met het nodige aan muziek.

Zoals in ‘Paradijsvogel’ van vaste Parade-klant Toneelgroep Oostpool, een aanrader. De theatertrip van gevleugelde vriend Rick Paul van Mulligen, geregisseerd door Alex Klaasen, geeft een kruising te zien: Freddy Mercury meets Wim Sonneveld. Volgens hem zijn er twee soorten paradijsvogels: monogame en polygame. De monogame is grijs van kleur, die vliegt toch niet meer uit. De polygame is uitbundig gekleurd want die moet van zijn genen steeds opnieuw scoren.

Maar Van Mulligen rekent buiten de waard want hij vergeet zichzelf: een hitsige, kleurrijke ondersoort. Hij poetst zijn veren op en etaleert ze in al hun pracht en praal aan ons, grijze muizen. In een gelikte retestrakke lokroep kietelt hij, beledigt hij met vuige genoegens, spuit hij vunzigheden gezellig in het rond, spuit hij wellustige woordenbraaksels en bijna-literaire spermatozoa in het rond, en spuwt hij vuur als ware hij een sissende krater. De glimpen van kwetsbaarheid die daar tijdens zijn spreekbeurt doorheen craqueleren maken hem nog mooier. De exuberantie is omlijst met live muziek van Jan en Keez Groenteman. Van die twee zijn ook de aanlokkelijke liedjes die Van Mulligen met veel gevoel voor show en pathos zingt. Een performance om van te watertanden. Dat vermoeden bestond al wel bij bezoekers van de voorstelling De zender van Het Nationale Toneel, waar hij vorig jaar immers flink huishield.

Bijna diametraal daartegenover staat ‘Sombersongs’ van Mugmetdegoudentand / De Tolhuistuin, al tappen ook zij uit het vaatje van theater met muziek. Zingend actrice Meral Polat heeft er een ontmoeting met de Amerikaanse Baby Dee. Hoe somber wil je het hebben, hoe somber kan het worden, met die aanprijzing word je de voorstelling ingelokt. Dee woont sinds een aantal jaren in Zeeland. Eerst dacht ze daar ongegeneerd hard te gaan musiceren, maar het liep anders. “Het is hier zo lekker rustig dat ik ben gestild.’ Op een goed liedje kun je drijven, vindt ze, en bewerkte daarom haar rauwe en heftige nummers tot ballades. Songs die volgens Dee pas gaan vliegen als zangeres Meral Polat ze zingt. Samen bezingen ze in hun muzikale ontmoeting ‘the belonging in a world where dark is allowed’, met Dee die beurtelings begeleidt op harp en accordeon – en ten slotte ook zelf zingt. Prachtige songs, al even prachtig gezongen door Polat – ik werd er in ieder geval goed somber van.

Maar het is niet alleen sombermans gemoed dat de klok slaat: er klinkt hoop door omdat aan het einde de dag zich theatraal laat aankondigen. De ravissante verschijning van Polat, die al eens door het land toerde met het muziekprogramma Meral’s Harem, doet de rest. Doen dus, al bestaat er enig risico op nachtschade.

Op papier veelbelovend, maar niet met eigen ogen gezien: Theater Utrecht met ‘Als je in Brabant een begrafenis plant tijdens carnaval komt er niemand’. Jan Rot en Edda Barends blazen de fameuze voorstelling uit 1982 van Joop Admiraal over zijn demente moeder nieuw leven in: ‘U bent mijn moeder’. Verder is de Theatertroep present met ‘Vaudeville’, een smeuïge ‘potpourri van smerige, grensoverschrijdende en schadelijke scènes voor iedereen’. Ten slotte kun je geheel en al mee De Afgrond in, want het zestigjarige (!) Roodkapje zaak gaat maken van haar opgelopen trauma.

Dans
Een ‘niet doen’ is iET & Davide Bellotta in samenwerking met Conny Janssen Danst. Onder voortdurend ijle gitaarklanken en het net zo ijle stemgeluid van multi-instrumentalist, vocalist en songwriter iET maakte choreograaf en filmmaker Bellotta een voorstelling rond iET’s album Clarity.

Wat we op de Parade te zien krijgen is een plichtmatig aandoend duet dat de loodzware muziek geen meerwaarde verschaft. Zelfs met de videobeelden erbij lukt het niet om zogezegd een snaar te raken, en vooral geen gevoelige. Mocht je toch dans willen zien, probeer dan eens op goed geluk de dansinstallatie ‘OK Future’ van Connor & Lucy.

Muziek
Op muziekgebied gaat de aandacht dit jaar vooral uit naar Ellen ten Damme. Ze bezingt in ‘Je veux l’amour’ het Franse chanson in velerlei toonaarden. Ze laat het genre naar hartenlust herleven. Haar optreden in de Reizende Schouwburg wisselt ze af met eigen nummers. Een ‘do’, want podiumdier-bij-uitstek Ten Damme is als altijd bekoorlijk en attractief, zeker nu ze na ‘Berlijn’ haar rolkoffer vol Franse melancholie heeft gestopt.

Buiten Ten Damme zijn er Alex Klaasen & Henry van Loon featuring De Groentebroers, die voor het laatst met H.E.A.R. hun opwachting op de Parade maken. En niet te vergeten: ‘The Chet Baker Room’ met Marijn Brouwers, Hermine Deurloo, Anne Soldaat en Reyer Zwart. Mooie jazzklassiekers ingebed in een eerbetoon aan de zingende jazztrompettist die dertig jaar geleden uit een hotelraam in Amsterdam kukelde en daarbij het leven liet.

De Haagse connectie
Zaal 4 is op de Parade het verlengstuk van Zaal 3, op zichzelf een loot aan de boom van Het Nationale Theater. Daar fileren De Poezieboys (Joep Hendrikx en Jos Nargy) de dichter Brodsky, nadat ze vorig jaar Ginsbergs werk al eens afgraasden. Ze vieren hun haat-liefdeverhouding tot hem – en al doende tot elkaar.

In Zaal 4 ook Niko, de band die is geformeerd rond Nik van den Berg. Daar wordt energiek met rockmuziek gesmeten in een performance voor volwassenen en apart eentje voor de Kinderparade. Met daarin de nu al onsterfelijke ballade Mayonaise.

Zaal 4 is ook het domicilie van Loek & Yela die in ‘The very tired girl’ bekende maar doodvermoeide vrouwen aan het einde van een dag portretteren. Een bijzonder project is ‘Echte Matties’ van Studio Vrijgewillig, een initiatief van Den Haag Doet en Het Nationale Theater. De voorstelling laat zien hoe mensen met verschillende achtergronden elkaar inspireren. Mooi maat(jes)werk.

Haags is ook De Stimulerende Samenstelling in de MINItwee, gesitueerd rond de Theatertoren. De welhaast overkokende Djuna Couvée geeft in ‘100  ̐C’ in welgeteld tien minuten survivaltips: hoe te handelen bij paniekaanvallen.

Samen met Yannick van de Velde speelt Ton van Kalmthout de voorstelling ‘Wachstumsschmerzen’. Het duo, bekend van de populaire televisieserie ‘Rundfunk‘, gebruikt de voorstellingen van een half uur ter voorbereiding op hun avondvullende programma.

Parademuseum
Vorig jaar lanceerde de Parade het Parademuseum. Beeldende kunst in optima forma. Was toen het Nederlands Fotomuseum aan zet met een installatie rond Ed van der Elsken, nu is dat museum De Fundatie, dat er met de video-installatie ‘Shades of Silence’ een schep bovenop doet.

Maakster Elise van der Linden, talent van het jaar, laat er vier video-animaties zien, waarvan er een speciaal is gemaakt voor de Parade. Groei, verval en eeuwigheid. Je dwaalt er door haar wereld van eindeloze landschappen en architecturale scheppingen. Een reis door een imaginaire wereld. Fascinerend. Doen!

Faits divers
Nieuw is ‘Carcheologie’, een monument voor de (embryonale) staat en het wezen van de automobiel in een heuse graansilo.

In ‘Boekentherapie’ van Literaire Salon Parade kunnen boekenliefhebbers hun hart ophalen. Bekende schrijvers vertellen over de heilzame werking van de letteren.

Kees en Eddie zijn natuurlijk weer present, dit jaar met Rogier aan hun zijde. Tot besluit zijn er, als ieder jaar, weer de vertrouwde vaste acts die houvast bieden als je het even niet meer weet: de Silent Disco of de Levende Jukebox bijvoorbeeld.

Mocht dat alles niet baten, dan kun je je nog altijd tipsy en wel onderdompelen bij de Haute Friture, Hotmamahot, Soul Food of Wild van Wild. Op de Parade kun je het buikje weldadig vullen, weer of geen weer.

Beeldenbestormer

Castellucci’s theatrale essay Democray in America

Castellucci, de ‘David Lynch’ van het hedendaagse beeldend theater, schermt met een vuistdik sociologisch standaard wetenschapsboek rond Democracy in America. Een ‘a-politiek theaterstuk’, zo zegt hij zelf.

Plymouth. Op de Atlantische golven van het strand nabij Massachusetts ligt een granieten steen met het jaartal 1620 erin gegraveerd. Deze Plymouth Rock markeert de plek waar vierhonderd jaar geleden een opgejaagde groep Europeanen voet aan wal zette. Het waren Puriteinen, protestantse separatisten die zich in Engeland noch Holland op hun gemak voelden die emigreerden naar de Nieuwe Wereld.

Terwijl in het oude Europa de feodale macht gestaag afbrokkelde ten faveure van boeren, burgers en buitenlui, werd in overzee in dat Puriteinse isolement een geheel nieuwe samenleving gegrondvest. De Puriteinen waren van mening dat elke (geloofs)gemeente zich zelf moest besturen, los van enige nationale kerk. Hun visie heeft het Amerikaanse denken gevormd, met prille Europese democratische beginselen als bagage. Van de indianen leerden ze hoe ze plaatselijke gewassen moesten telen, maar uiteindelijk markeerde dat juist het einde van de inheemse bevolking.

Castellucci’s Democracy in America legt de zaadkiemen bloot van het (r)evolutionaire democratisch-politieke systeem dat aan de stichting van de VS ten grondslag ligt. In Castellucci’s theateropvatting betekent het dit keer: een boerendrama à la Brimstone, met een puriteins echtpaar dat langdurig spreekt over de aardappeloogst die zes jaar op rij mislukt is. ‘Misschien hebben we verkeerd gebeden, vergeten dat in Zijn Naam te doen,’ zegt Nathaniël tegen Elisabeth. Op het einde van de voorstelling stellen twee indianen, native Americans, vast dat hun het land wordt afgenomen. En terwijl ze Engelse woorden zoals ‘rock’ en ‘stone’ leren, gaan ze over tot het villen van de nieuwe Amerikanen.

Daartussenin toont Castellucci zich vanouds een beeldenbestormer: vanachter een gaasdoek zien we eindeloze kringdansen geënt op volksdansen uit Albanië, Griekenland, Botswana, Engeland, Hongarije en Sardinië. Maar ook een stel trappelende paardenpoten inbeukend op een automobiel – voor Castellucci de verbeelding van de overgang van het boerenleven naar de industriële revolutie (lees: het kapitalisme); een gratuit aandoend Wordfeud-achtig spelletje rond de titel van de voorstelling; en projecties van wapenfeiten en ‘mijlpalen’: Battle of Bunker Hill 1775, Kansas Nebraska Act 1854, Twelfth Amendment 1804.

Denkbeelden
Castellucci is de voorbije twintig jaar geheiligd als postmoderne redder van het beeldspektakel, staat bekend om zijn controverses oproepende beeldtaal, die soms neigt naar het groteske gebaar, neergelegd in monumentaal gemonteerde voorstellingen. In Giulio Cesare, bij voorbeeld, voerde hij keelkanker- anorexia- en vetzuchtpatiënten als acteurs op. In Inferno fel blaffende politiehonden. Hij liet het gezicht van Jezus verschrompelen; maar voerde ook eens een stokoude man op die drie kwartier lang incontinent in zijn broek poepte.

Voor het eerst sinds 2011 (Regarding the Son of God) is Castellucci terug in het Holland Festival. Zijn Democracy in America beoogt een polemische voorstelling te zijn maar die, volgens Castellucci zelf, niet politiek van karakter is – en dat bij voorbaat natuurlijk wel is.

Want daarvoor ligt de parallel die zich voordoet met de uitverkiezing van Trump en diens opvattingen over democratie onmiskenbaar voor de hand – al vertelt Castellucci dat hij jaren geleden al over dit thema en De Tocquevilles gelijknamige traktaat een voorstelling wilde maken. De Franse filosoof en grondvester van de sociologie legde in 1835 na een maandenlange reis door Amerika in twee banden van ieder twee delen en bij elkaar duizend pagina’s minutieus zijn bevindingen vast over de nieuwe samenlevingsverbanden van de ‘Nieuwe Wereld’.

En passant beschreef De Tocqueville daarmee de geboorte van een nieuwe democratievorm – die later (lees: anno nu) in ‘volkskapitalisme’ zijn eindbestemming lijkt te vinden. En dat alles begon dus in een ‘nieuw’ werelddeel, een continent waar tot dan toe, althans buiten de geheimzinnige samenlevingsvormen van de door immigranten als halve wilden beschouwde indianen, geen politiek bedreven werd. De puriteinen konden de democratie dus met een schone lei en van de grond af oppoetsen – juist terwijl die in (westelijk) Europa nog aan het uithijgen was van Napoleons militaristische escapades.

De Tocqueville
‘Net een roman’, verklaart Castellucci onverhuld enthousiast, en niet ten onrechte, over De Tocquevilles levenswerk dat zo-even pontificaal vóór hem op tafel is gelegd. ‘Met ‘Amerika’ als dramatisch hoofdpersonage.’ Het is de dag na de première in DeSingel te Antwerpen.

‘De voorstelling is nog niet af,’had hij zich even daarvoor bij voorbaat verontschuldigd. ‘Tegen de tijd dat we in Amsterdam zijn, zal het veel beter zijn. Het moet korter. Raadselachtiger vooral.’ Hij hult zich graag in geheimtaal, kijkt geregeld lichtelijk verstoord van een monoloog interieur op als hem een vraag wordt voorgelegd. Verklarend: ‘Het is fijn als iemand je zoekplaatjes in handen geeft, zie het als mijn geschenk aan het publiek.

Een boodschap? Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen gedachten. Ik geef geen geschiedenislesje.’ Hij heeft het over de communicatiekracht van het medium theater. En komt dan door een wondere vergelijking via Pericles en Plato van het oude Athene met het ‘heart of darkness’ dat de Verenigde Staten nu volgens hem is, uit op ‘human rights: de afslachting van de inheemse bewoners. Castellucci: ‘In klassiek Griekenland fungeerden het theater en vooral de tragedie als schaduwplaatsen van de Atheense democratie. Tragedies boden ontsnapping uit de disharmonie van het bestaan. Ze wisten dat zoenoffers niet altijd volstaan.’

Volgens Castellucci is het aan het puritanistische democratiemodel te wijten dat de aloude Griekse tragedie als vorm van politiek bewustzijn teloor is gegaan – en daarmee fundamenteel begrip over het bestaan. ‘Geen god meer, maar ook geen stad van de mensen. Wat overblijft is de lege ceremonie die de grandeur van dit verlies viert,’ besluit Castellucci zijn ode aan de tragedie.

Is hij zelf wel eens in Amerika geweest? Castellucci lacht. ‘Natuurlijk!’ Hij herinnert zich daarvan vooral The Rothko Chapel in Houston, Texas. Bij uitstek de plaats waar kunst en religie synoniem zijn.

Romeo Castellucci & Socìetas: Democracy in America. Zondag 4 tot en met dinsdag 6 juni 2017 in de Stadsschouwburg Amsterdam (Rabozaal). Met Nederlandse boventiteling. Meer informatie: hollandfestival.nl.

Focus ‘Democratie’ op Holland Festival 2017:
De zeventigste editie van podiumkunstfestival Holland Festival is het voorlaatste van de naar Parijs vertrekkend artistiek directeur Ruth MacKenzie. Het is thematisch opgezet rond ‘democratie’.

Voor haar is de Brexit, de verkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten en de verkiezingen in Nederland, Frankrijk en Duitsland de beweeggrond. Met zowel film, theater als dans geven uiteenlopende makers er uiting aan.

Alain Pringels, dramaturg, doorgewinterd Castellucci-kijker:
‘Meer tekst dan ooit en het bewuste dat heerst over het onbewuste maken Democracy in America tot een atypische ‘Castellucci’.

De sequenties van on-ironische, ‘unheimliche’ droombeelden maken het achterhalen van een onderliggend idee soms moeilijk. Maar hier dwingt en wringt Castellucci je in het denkkader van De Tocqueville, precies zoals hij als reiziger/observator keek naar de prille democratie in het Amerika van toen.

Maar waar bij de Grieken denkbeelden over volksheerschappij ontstonden door geloof in goden ondergeschikt te maken aan de ‘maakbaarheid’ van de polis, werd dat in het puriteinse Amerika nadrukkelijk gekoppeld aan het geloof: in God we trust.’

‘Castellucci kadert de voorstelling letterlijk tussen twee dialogen in: De openingsscène toont een arm Puriteins boerenkoppel – wat hen overkomt is Gods wil; en de eindscène waarin een indiaan Engels leert – metafoor voor de teloorgang van een cultuur. Tussen haakjes: de meest geslaagde genocide in de wereldgeschiedenis is die van de Engels puriteinen op de Noord- Amerikaanse inheemse bevolking, de indianen.

De ontwikkeling die de democratie in Amerika heeft doorlopen ziet Castellucci als een volksdans – een verwijzing naar het Amerikaanse verkiezingscircus.’

Altijd alles goed willen doen

Twee elfjarigen spelen monoloog ‘Mona’ van NTjong

‘Mona’, op tekst van Griet Op de Beeck, naar haar eigen besteller ‘Kom hier dat ik u kus’, is de eerste theatermonoloog die geschreven is voor en gespeeld wordt door een 11-jarig Nederlands meisje. Twee om precies te zijn.

Wat ging er in uw hoofd om toen u pakweg een jaar of tien was? En wat denkt u dat er in dat van uw oogappel omgaat, die nu ongeveer op dezelfde leeftijd aanbeland is? Het affichebeeld van ‘Mona’– een meisje dat met de mondhoeken naar beneden gekruld ballonnen vasthoudt – spreekt boekdelen. De rol van Mona wordt om beurten gespeeld door Ilja van Zanten en Hannah Hentenaar. Allebei zitten ze al jaren ‘op Rabarber’, de theaterschool van Den Haag.

– Wat gebeurt er met Mona?
Ilja: Ze is gewoon een meisje, maar haar moeder is doodgegaan in een auto-ongeluk. En kwam er een stiefmoeder.
Hannah: Ze had al een broertje maar kreeg er toen ook nog een zusje bij.
Ilja: Haar stiefmoeder is niet zo leuk, trekt veel aandacht naar zich toe.
Hannah: En haar jonge broertje is bloedirritant.

– Hoe is Mona?
Hannah: Ze betrekt alles op zichzelf.
Ilja: Denkt dat ze alles op zich moet nemen.
Hannah: Ze is een stil meisje en ze probeert alles goed te doen. Dat is eigenlijk waar het om gaat.
Ilja: Ik denk dat iedereen dat wel herkent, dat ze alles goed wil doen. Al denkt ze vaak: pff. Maar laat dat niet merken.
Hannah: Ze probeert het goed te doen voor iedereen. Je wilt het zelf ook altijd goed doen, maar soms dan… Dat is vermoeiend. Dat komt nu ook een beetje door deze rol, dan ga je er zelf meer over nadenken. Daar gaat het stuk ook over.
Hannah: Ik zou haar willen veranderen, want ze is heel erg onzeker over zichzelf. ‘n Perfectioniste? Nou, ik denk dat ze vooral onzeker is.
Ilja: Het lukt Mona beter dan ze denkt, ze doet bijna alles goed. Ze denkt bij alles heel goed na. Alles drie keer in de mond omdraaien, zoals haar moeder altijd zei.
Hannah: Ik denk ook altijd goed na over wat ik zeg, maar zelf ben ik wat spontaner.

– Lijken jullie ook wat op Mona?
Ilja: Nou, op het podium zíjn we dus Mona! Maar we vertellen wat er gebeurd is alsof het uit haar dagboek is.
Hannah: Niet met een datum erbij en zo, maar verhalend. Ik merkte dat toen we gingen repeteren, tenminste ik merkte dat, en we op de speelplaats vragen kregen, dat we soms de antwoorden van Mona gaven! Gelukkig is onze omgeving niet zoals die van Mona.

– Hoe is het om in je eentje zeventig minuten op het podium te staan?
Ilja: In het begin was het echt heel eng, nu vooral heel leuk. Maar toch ook weer niet, want het voelt echt alsof je Mona bent.
Hannah: Wat je op het podium soms in de war brengt is dat je vooruit gaat denken. Dan ga je soms helemaal in de war.
Ilja: Vlak voor het begin doen we met regisseur Alexandra Broeder zen-oefeningen. Voelen dat je op de grond staat, ademhalingsoefeningen, en net als in het stuk inademen en uitademen. En realiseren dat het publiek steeds anders kan reageren.
Hannah: Je moet natuurlijk ook voor publiek durven staan, het publiek in kijken.
Ilja: We hebben een paar keer proefpubliek gehad.
Hannah: Het was heel leuk met Alexandra te werken, ik durf echt alles voor haar te doen.

– Hoe doen jullie dat, de tekst leren?
Hannah: We hebben onze eigen maniertjes.
Ilja: Voor mij was het uit mijn hoofd stampen.
Hannah: Elke dag een beetje. Mijn manier was om het gewoon eerst te lezen en kijken wat je onthoudt. In het begin was het: alles doorlezen en repeteren maar. Nu repeteren we trouwens helemaal niet meer.

– Hoe gaat de eerste regel?
Gelijktijdig: Alles heeft altijd met iets anders te maken, en dat weer met nog iets anders. Eigenlijk begint alles wel een soort van bij mijn mama.

– Wordt acteren jullie beroep?
Ilja: Misschien, ik weet het eigenlijk nog niet. Ik zie wel. Komt wel een keer.
Hannah: Nu wel, maar je weet nooit wat er komt.

NTjong: Mona. Vrijdag 7 (Hannah) en zaterdag 8 (Ilja) april 2017 in Theater aan het Spui. Meer informatie: ntjong.nl.

‘Zwart is te bestrijden’

Nina Spijkers zet tanden in Tsjechov

De Ivanov van Tsjechov lijdt aan het leven. Niets nieuws onder de zon. Maar regietalent Nina Spijkers hoopt het publiek de zaal uit te laten gaat met een gevoel van hoop en daadkracht.

‘Tsjechov heeft helaas de reputatie saai, traag en ouderwets te zijn’. Nina Spijkers (1988) constateert het weliswaar met droge ogen, maar toch ook met ongeloof en hoorbare spijt in haar stem. ‘Totale onzin. Tsjechov is geestig, snel en tijdloos. Vooral zijn Ivanov is juist heel erg energiek en strijdlustig.’ Regietalent Nina Spijkers – ze kreeg twee jaar terug de Top Naeff Prijs, de aanmoedigingsprijs voor veelbelovende studenten – zet na de prachtige regie die ze het vorige seizoen bij Toneelschuur Producties maakte van Schillers Don Carlos (1787) nu haar tanden in Tsjechovs Ivanov (1887). ‘Hij is voor mij de ultieme ontleder van de menselijke ziel, personages in zijn stukken kampen met existentiële problemen. Hij beschrijft het leven als het ware door een derde oog dat naar binnen kijkt.’

Spijkers vindt het fijn om zinnen die op papier al wondermooi zijn, hardop te laten klinken, als een klok, en wel uit de mond van een acteur die weet wat een stembuiging meer of minder teweeg kan brengen. Ze wil kortom dat tekst lééft. ‘Bij Tsjechov is belangrijk hetgeen níet wordt gezegd.’ Door haar eigenzinnige kijk op het regievak plus een eigengereide spelopvatting weet ze van klassiekers vitale voorstellingen te maken die overlopen van leven. Beter gezegd: Er theater van te maken. Dat deed ze eerder al eens met Georg Büchners Leonce en Lena (1836), met William Shakespeare en met Friedrich Schiller. Voor Don Carlos van Schiller ontving ze vorig jaar een nominatie voor de BNG Nieuwe Theatermakersprijs.

‘O zeker, ik houd zeker erg van taal, ben dol op klassiek teksttoneel, maar heb ook meer moderne schrijvers als Patrick Marber, Werner Schwab, Heiner Muller en Sarah Kane in mijn hart gesloten.’

Ivanov is door Tsjechov in welgeteld tien dagen aan het papier toevertrouwd, en nog wel tussen zijn drukke beroepsbestaan in als plattelandsarts en mantelzorger. De grootgrondbezitter Ivanov lijdt aan de ziekte van het leven, een kwaal die sowieso al door alle tijden heen door heel Rusland trekt. Ivanov voelt dat het leven hem als zilverzand door de vingers glipt en hij lijkt geen doel te hebben in het leven, anders dan louter voort te bestaan. Ook heeft hij fikse schulden uitstaan. Hij zegt hardop ongelukkig te zijn en geen liefde meer te voelen voor zijn bemiddelde vrouw.

Spijkers: ‘Ze is een sterke vrouw, haar liefde voor hem is oprecht’. En daar komt bovenop, o kommer en kwel, dat zij stervende is. Ivanov zoekt afleiding bij de buren, bij hun meer dan prachtige dochter Sasja. Na de dood van zijn vrouw besluit hij met haar te trouwen, want op haar eigen wijze wilde zij Ivanov altijd al redden. Maar is hij wel te redden?

Hunkering
Volgens Spijkers voert Ivanov een idealistische strijd tegen zwaarmoedigheid. Ze kwalificeert Tsjechovs eersteling als ‘energiek’. ‘Personages van Tsjechov verlangen altijd extreem: naar liefde, verhuizen, geld, erkenning of verandering. Maar de mogelijkheden op het Russische platteland waren beperkt en leidden tot stilstand. Deze Ivanov gaat juist over het gevecht daartegen. Onze wereld raast. Onze wereld is er een die over je heen dendert als je niet uitkijkt. Wij staan niet stil omdat we niets kúnnen, wij willen niets omdat er teveel kan. Ivanov is voor mij als een plant die teveel water krijgt en daardoor verzuipt.’

Meer dan in eerdere producties van deze tekst wel is gebeurd, heeft zij Ivanov tot spil van het stuk gemaakt. ‘Hij is het oog van de orkaan.’ Ze heeft daartoe met Casper Vandeputte, regisseur en schrijver bij onder andere het Nationale Toneel en Theater Utrecht, de tekst bewerkt. ‘De ruis is er uit.’ Ze heeft een aparte studie gemaakt van het slot, want daar bestaan drie versies van: twee ‘Moskouse’ en een ‘Peterburgse’. Indertijd bleef Ivanov, onbegrepen door het publiek, voor dood liggen.

Volgens Tsjechov stierf hij aan een hem aangedane belediging. Hij besloot een alternatief einde aan het stuk toe te voegen. ‘Ja, de keuze voor Ivanovs einde is een spannende keuze. In de ene versie sterft hij mooi dramatisch, maar ook weinig hoopvol. Dan weer hanteert hij een pistool. Ik concentreer me op een hoopvol einde. Zwart is te bestrijden,’ zegt Spijkers. In een notendop is dat de universele boodschap die ze afgeeft met deze worsteling tussen geluk en ongeluk.

Ivanov door Toneelschuur Producties met Hajo Bruins, Tijn Docter, Roeland Fernhout, Wendell Jaspers, Minne Koole, Xander van Vledder en Nimuë Walraven. Ivanov gaat op zaterdag 25 februari 2017 in première in de Toneelschuur, Haarlem. Daarna tournee door Nederland. Meer informatie op toneelschuurproducties.nl.

Powerlady of jihadiste?

Het Nationale Theater speelt Schillers meeslepende Jeanne d’Arc

Moet je jezelf opofferen als je iets groots wil bereiken? In tijden van radicalisering is het verhaal van Jeanne d’Arc weer hoogst actueel. Maar handelde zij vanuit een psychose, was zij de eerste feministe of toch vooral rebels? Hoofdrolspeelster Sallie Harmsen, presentatrice Leila Prnjavorac en hoofdredacteur Brahim Bourzik over hún Jeanne.  

Heldin. Verguisd, veroordeeld, op de brandstapel en … geheiligd. Die geschiedenis heeft zich in werkelijkheid voorgedaan rond Jeanne d’Arc. Het Nationale Theater grijpt haar levensverhaal aan voor een groots theaterstuk over radicalisering en liefde, zoals alleen regisseur Theu Boermans dat op de planken kan krijgen. Sallie Harmsen leidt als Jeanne een grote spelerscast van topacteurs.

In de ogen van regisseur Theu Boermans is Frankrijks nationale heilige zij is een nationale heldin (mijn fout) een jonge vrouw die gelooft in haar goddelijke opdracht. Als een blind werktuig geeft ze zich vanuit Orléans aan haar missie over. Ze voert een harde strijd op het slagveld. Op het moment dat ze even twijfelt over haar roeping, verliest ze haar bovenmenselijke beter: door god ingegeven kracht. Boermans: ‘Dan moet ze vechten met zichzelf, en met de liefde.’

Schillers meesterwerk uit 1801 laat zien hoe vatbaar de feilbare, veranderlijke mens is voor absolute opvattingen. ‘Jeanne d’Arc roept de vraag op of we onszelf moeten wegcijferen wanneer we iets groots willen bereiken.’

‘Seksueel onderdrukte vrouw’
Sallie Harmsen, hoofdrolspeelster: ‘In het dorpje waar ze opgroeit is Jeanne aanvankelijk erg vroom en op zichzelf. In haar tijd moesten vrouwen trouwen, kinderen krijgen en het huishouden doen. Maar ze vindt dat rolpatroon te beknellend. Op een dag verschijnt Maria aan haar. Zij geeft Jeanne de door God ingegeven opdracht om Frankrijk te redden van de ondergang. Dat geeft haar kracht en het lukt Jeanne door haar daden uit te groeien tot heldin. Al in haar tijd was ze een volkssymbool van moed. Maar Jeanne is ook een vat vol tegenstrijdigheden. Dat maakt haar ongrijpbaar, ook al wordt ze vaak in het hokje feminisme geduwd, of van patroon van het christendom.’

Toonbeeld
‘In het begin van het stuk is Jeanne een toonbeeld van pure onschuld en vroomheid. Dat vind ik moeilijk spelen. Ik houd niet van personages die alleen maar goed zijn. Maar dat uiterste heb je nodig om haar vervolgens te kunnen laten crashen. Ik vind het lekker om de ontwikkeling naar dat andere uiterste te kunnen spelen, dat maakt haar personage heel rijk. Een belangrijk omslagpunt in de voorstelling is het moment dat ze op het slagveld verwikkeld raakt in een duel met een Engelse soldaat. Op het moment dat ze hem wil doden en zijn helm afrukt om hem te kunnen aankijken, verlamt ze: opeens ervaart ze wat aardse liefde is. Overtuigingen die tot dan absoluut voor haar waren, komen op losse schroeven te staan. Ze vreest het oordeel van God, want ze heeft de gelofte gedaan van aardse liefde afstand te doen. Maar als ze besluit hem níet te doden, behoort ze dan de duivel toe? Tegelijkertijd vreest ze een doorgeslagen moordenares te worden. Uiteindelijk geven het visioen van Maria en de stemmen van aartsengelen in haar hoofd haar voldoende overredingskracht.’

Onderdrukt
‘Zo bezien is Jeanne d’Arc het (levens)verhaal van een existentiële crisis, niet uitsluitend een verhaal over radicalisering maar juist ook over liefde en seksualiteit. Voor haar is – zonder dat ze dat volgens mij goed en wel beseft – de strijd, het vechten, een blijk van haar onderdrukte seksualiteit. Er ligt een enorme focus op haar maagdelijkheid en zuiverheid; in de middeleeuwen en in het licht van de godsdienst is dat een graadmeter. Ze onderdrukt haar ontluikende seksualiteit in dienst van haar geloof. Hoe komt iemand tot radicale daden? Met dit stuk willen we vertellen welk psychologisch mechanisme daarachter zit.

Jeanne’s levensloop was logisch noch onontkoombaar, en vooral een samenspel van de wereld zoals die er toen uitzag met de context waarin ze opgroeide en haar karakter. We gebruiken Jeanne als fictief personage maar laten ons daarbij wel inspireren door historische gebeurtenissen. Ik wil de processen in het hoofd van Jeanne d’Arc, waaronder haar geloofsradicalisering, voelbaar en inzichtelijk maken.

Als acteur ga ik mee in haar hoofd en in haar visioenen, maar als je haar van een afstand bekijkt kan je haar overtuigingen ook voor een psychose houden. Die opvatting is gevaarlijk, want ik moet zien te laten geloven dat zij puur is en maximaal overtuigd van haar daden en opvattingen. In Schillers toneelstuk zit je als kijker gevangen in haar waan en ga je erin mee. De toeschouwer bekijkt het stuk dus heel erg vanuit haar hoofd.’


‘Voorvechtster van vrouwenemancipatie’
‘Jeanne d’Arc is een power lady, een voorbeeld en voorvechtster van vrouwenemancipatie’, stelt Leila Prnajovorac. Ze is presentator, trainer, workshopleider, coach, motivator en spreker en werd geboren in Doboj , Bosnië-Herzegovina. In 1993 vluchtte Prnajovorac samen met haar ouders en broertje naar Nederland. ‘Jeanne liet de kracht zien die uit kan gaan van vrouwelijkheid en spiritualiteit. Dat zij uit letterlijk goddelijke ingeving handelde is goed in die tijd te plaatsen: geloven kan kracht geven en stimuleren.

Ik heb een islamitische achtergrond, maar ben niet belijdend, eerder een soefi. Wat je ziet is dat velen die zich jihadist noemen, vaak weinig van de islam weten, maar toch de nadruk leggen op bepaalde soera’s of citaten uit de Koran. Zonder de geloofsboeken en wetscholen te kennen, besluiten ze onder invloed van ronselaars om uit te reizen.

Wat mij vooral opvalt is dat mensen zo beïnvloedbaar zijn en bereid zijn tot volgen, als schaapjes. Religie en nationalisme werden tijdens de oorlog op de Balkan als machtsmiddel misbruikt om mensen uit elkaar te drijven. Belangrijk is dat je zelf blijft nadenken, je blijft informeren en met iedereen praat. Zo ontwikkel je een brede blik. Ik hoop dat mensen veel meer naast dan tegenover elkaar gaan staan.’

‘Rebelse moslima’
‘Iemand als Jeanne zie je misschien eens in de honderd jaar’, zegt Brahim Bourzik, hoofdredacteur van de Moslimkrant. Hij ziet haar eerst en vooral als een rebelse jongedame. ‘Zij kwam in opstand tegen de heersende macht die in handen was van mannen. Met een goddelijke boodschap in handen, opende ze de ogen van de toenmalige machthebbers. Maar je moet Frankrijk, haar verhaal en haar figuur ook plaatsen in de tijd dat Europa geteisterd werd door voortdurende godsdienstoorlogen.

In opdracht van een hogere macht handelen vind ik niet a priori verkeerd. Ik zou Jeanne willen vergelijken met de moslima Aisha, een fascinerende vrouw. Ook zij kwam tegen de uitdrukkelijke wil van haar vader vastberaden in opstand tegen de profeet. Het was eigenlijk zelfmoord. De bijbel is wat mij betreft niet per definitie slecht en rabbijnen noch priesters zijn dat evenmin van zichzelf. Ik zie de bijbel en de thora als het fundament waarop de koran het dak kon bouwen. God is er niet op uit om tweedracht te zaaien.’

Jeanne d’Arc is te zien in de Koninklijke Schouwburg van 7 t/m 25 februari 2017 en op 12 en 13 april 2017. www.nationaletoneel.nl

 

‘We zijn meer dan een kortingspas’

Bas Morsch van We Are Public zoekt duizend cultuuroptimisten

Je wilt best een dosis kunst opsnuiven, een dagje of avondje uit. Maar waar ga je heen? We Are Public helpt je op weg.

We Are Public (WAP) werd twee jaar geleden in Amsterdam door de cultureel ondernemers Leon Caren en Bas Morsch opgezet met het doel om de klap van de bezuinigingen te verzachten voor de culturele wereld, door te proberen nieuw publiek de zalen in te krijgen. Na beproefd succes in de landshoofdstad met ‘Subbacultcha’ bleek ook de ‘serieuze’ kunst daar ontvankelijk: zo’n 3.000 leden brachten 52.000 nieuwe cultuurbezoeken en gezamenlijk 450.00 euro in het laatje.

En dus rolt WAP het concept verder uit over het land, te beginnen in Den Haag, en gaat hier op zoek naar cultuuroptimisten. Beter gezegd naar, zoals WAP ze noemt: ‘investeerders’. In ruil voor het lidmaatschapsgeld van 15 euro per maand kun je gratis op bezoek bij de aangesloten kunstinstellingen. Niet onbeperkt trouwens, want een 18-koppig redactieteam van ingevoerde cultuurprofessionals waakt over het voorradige hofstedelijke snoepgoed – ter voorkoming van een overdaad aan ‘winkeldochters’. WAP belooft maandelijks zeker zo’n vijftig programma’s aan te bieden. Ruim vijftig Haagse kunstinstellingen, van het Gemeentemuseum tot aan het Paard van Troje en van de Koninklijke Schouwburg tot aan PIP Den Haag doen mee.

Toen vier jaar geleden een valbijl de wortels van het kunstenbestel doorkliefde, is de sector ertoe overgegaan om, meer dan tevoren, de handen ineen te slaan. Nieuwe verdienmodellen waren noodzaak. In Den Haag is het aanstaande verstandshuwelijk van Theater aan het Spui, de Koninklijke Schouwburg en Het Nationale Toneel daarvan nog het beste voorbeeld, al is dat ook op inhoudelijke leest geschoeid. Binnenkort transformeren zij tot Het Nationale Theater. Ook WAP toont aan dat de bakens zijn verzet, dat samenwerking het vleesgeworden mantra is. Want kunstliefhebbers zijn omnivoren, hoppen dus graag: van museum naar theater, van dans naar jazz, of van cabaret naar keramiek.

“We merken dat onze leden het fijn vinden dat ze door ons nieuwe ontdekkingen doen” zegt Bas Morsch, met Leon Caren oprichter van WAP. “Op onze site kunnen leden bovendien in één oogopslag zien wat volgens onze redactie hip and happening is. Voor hen zijn we een keurmerk. Zo blijven ze zelf up to date. We zijn meer dan alleen een kortingspas.” Ook de deelnemende kunstinstellingen zijn verheugd, zegt Morsch. “Ze krijgen weer nieuw publiek over de vloer, dat zonder ons niet bij ze langsgekomen zou zijn.”

Optimist
WAP ziet zijn ‘community’ als een eigentijdse beweging die het consumeren van kunst en cultuur behapbaar maakt. “We zorgen voor maatschappelijk draagvlak. Door lid te zijn steunen onze leden financieel de culturele sector; inkomsten uit de lidmaatschappen komen voor een aanzienlijk deel ten goede aan culturele instellingen en makers.”

WAP gaat op 1 januari van start. Dat wil zeggen: “Mits vóór 12 december ten minste duizend cultuuroptimisten zich hebben aangesloten.” Tot 1 januari is er een pilotprogramma van ruim 50 concerten, exposities, voorstellingen en films in de stad. De organisatie heeft de ambitie om de komende jaren uit te groeien tot een landelijk platform. Leden kunnen straks dus niet alleen in hun eigen stad maar door het hele land naar programma’s die door WAP zijn geselecteerd. WAP start zaterdag een campagne op de Grote Mark tijdens de Museumnacht Den Haag.

Ode aan het onkruid

Arjan Ederveen & Jack Wouterse in Walden

Het Ro Theater brengt gouden koppel Arjan Ederveen en Jack Wouterse opnieuw samen. In 2009 gebeurde dat voor het eerst, toen beiden met veel succes oudere dames speelden. Deze keer spelen ze twee oude mannen met een groene passie: tuinieren.

Jan Wolkers en Godfried Bomans trokken zich begin jaren zestig om beurten een weekje terug op het onbewoonde eiland Rottumerplaat, en maakten er radioreportages over. Al een eeuw eerder, rond 1850, besloot essayist, visionair en sociaal filosoof Henry David Thoreau zich in een met eigen hand gebouwd huthuisje ergens aan de rand van het wildleven in het bosrijke Walden Pond (VS, Massachusets) twee jaar terug te trekken. Niemand op minder dan anderhalve kilometer bij hem vandaan. Hij schreef er een beroemd geworden boek over: Walden.

Walden was ook de naam van een kolonie, een ‘tuinbouw’-commune, opgericht in 1898 op het landgoed Cruysbergen in Bussum, door psychiater en schrijver Frederik van Eeden (1860–1932).

Anno 2016 geven Ederveen en Wouterse er met deze voorstelling op hun manier een vervolg aan, maar tegelijk ook aan Tocht, de voorstelling die ze in 2009 met veel succes bij het Ro Theater maakten, en net als nu geregisseerd is door Alize Zandwijk. Toen stonden ze voor het eerst samen op het toneel, als twee oudere dames die met het leven worstelen. En nu nemen ze de gedaante aan van twee onkruidwiedende oude mannen die zich buigen over gezaaide depressiviaatjes – om maar niet toe te komen aan wat verzwegen wordt. Twee mannen gevangen in de alledaagsheid van het leven – met een kas als decor.

“Ik schrijf gewoon wat alinea’s, wat passages bij elkaar. Alize moet die dan maar door mekaar husselen, zodat het een afgebakend geheel wordt. Ik kan dat niet: gaan zitten en dan opeens een stuk maken over ‘ouder worden.” Aldus Arjan Ederveen (o.a. Theo & Thea, Het Tenenkaasimperium, Woef Side Story).

En dus schoffelen in het stuk de mannen de zinloosheid van het leven weg, in de tuin. De twee tragikomische oude mannen hebben zich teruggetrokken in hun utopie. Daar wachten ze op het grotere, het allesomvattende, het menselijke…. “Een ontroerende en grappige voorstelling over het nut van het leven, vriendschap, onkruid en de tijd die ongewild verstrijkt”, zo karakteriseert Ederveen zíjn Walden, een stuk dat in de louterende buitenlucht van Oerol festival in première is gegaan.

Walden is te zien in Theater aan het Spui op woensdag 28 en donderdag 29 september 2016. Meer informatie en tickets: theateraanhetspui.nl.