Stormachtig tranendal

Internationale hit Scènes uit een huwelijk in Den Haag

Met Scènes uit een huwelijk rijgt Internationaal Theater Amsterdam (ITA), voorheen Toneelgroep Amsterdam, sedert de première in 2005 nationaal en internationaal successen aaneen. Actrice Celia Nufaar van het hoofdstedelijke toneelgezelschap maakt sinds het begin deel uit van de cast.

Ook na tien jaar huwelijk is het leven van Marianne en Johan nog altijd een echtelijke idylle. Allebei een goede baan, twee dochtertjes, een mooie woning en een buitenhuisje – en financieel gaat het ze voor de wind. “Het begon met de derde scène,” schrijft regisseur Ingmar Bergman in de toelichting op ‘Scènes uit een huwelijk’.’

“Ik was van plan om een toneelstuk te schrijven over een man die thuiskomt en aan zijn nietsvermoedende echtgenote meedeelt dat hij hun goede huwelijk wil verbreken om er vandoor te gaan met een andere vrouw. Opeens vroeg ik me af hoe ze het daarvóór gehad hadden. En begon ik te speculeren over wat er naderhand met ze zou gebeuren.”

Ocharme Johan en Marianne. Kanonnenvoer voor Bergmans pennetje.

Want getrouwd – maar ook beurtelings bangelijk, blij, zelfzuchtig, dom, aardig, verstandig, opofferingsgezind, toegewijd, boosaardig, mild, sentimenteel, onuitstaanbaar en beminnelijk. En dat alles uitgesmeerd over zes taferelen die twintig jaar uit het leven van de fictieve Johan en Marianne beslaan. Twee decennia van gelukkig huwelijk, ontrouw, een uit elkaar gaan, weerzien, een pijnlijke scheiding tot wederkomst na jaren van vertwijfeling en het daaropvolgende wederzijds ongelukkige hertrouwen.

Wat begint als een hel, verandert in een zoektocht naar onvoorwaardelijke en belangeloze liefde vol scherpe en psychologisch ingeleefde dialogen. Bergman putte daartoe uit zijn eigen ervaring van bijna dertig jaar huwelijk en vijf echtgenotes: “Het kostte drie maanden om deze scènes te schrijven maar een tamelijk groot deel van mijn leven om ze te ervaren.”

Tijdreis
‘Scènes uit een huwelijk’ is, allereerst, een beroemde film – met onder meer Liv Ullmann en Bibi Anderson. ITA speelt ‘Scènes uit een huwelijk’ sinds het seizoen 2004-2005. Het is daarmee een van de langstlopende producties van het gezelschap. Nog steeds stroomt, ook wereldwijd, het publiek toe want er wordt nog altijd internationaal getoerd. In deze ontleding van het huwelijk wordt het stel Johan en Marianne gespeeld door drie acteurskoppels van verschillende leeftijden.

De voorstelling volgt hen in drie verschillende fasen van hun huwelijksleven. De toeschouwer is zo getuige van hun verleden, heden en toekomst, als was het een tijdreis door hun huwelijk.

De setting is een bijzondere. Jan Versweyveld, vaste scenograaf van regisseur Ivo van Hove, stelde op het podium drie gescheiden kamers op waarlangs het publiek zich gedurende de voorstelling, per scène, verplaatst. De twee hoofdrolspelers Johan en Marianne worden simultaan gespeeld door drie acteurskoppels. Ondertussen hoor je uit die twee aanpalende ruimtes stemmen opklinken, en doorkijkluikjes bieden zicht op hetgeen zich daar afspeelt.

Oercast
Celia Nufaar (1937) maakt deel uit van de ‘oercast’. In 2005 kreeg ze de acteerprijs voor beste bijdragende rol. Ook anno 2018 maakt ze nog altijd deel uit van de bezetting. “Eerst was er een reprise na vier jaar, na tien jaar – en nu dus opnieuw.

“Nooit gedacht dat ik dit stuk nog altijd zou spelen,” reageert de gelauwerde actrice. “In de loop der jaren heb ik zogezegd verschillende ‘dochters’ gehad,” vertelt ze. “Er zijn andere tegenspelers dan dertien jaar geleden, want de cast is mettertijd veranderd. Omdat iedere acteur een rol op zijn eigen manier inkleurt blijft het voor mij leuk en spannend om dit te spelen. Ik speel in dit stuk twee rollen: de moeder van Marianne en die van een cliënte van Marianne, die advocaat is. Als moeder kijk ik door de ogen van Marianne, schets het vooruitzicht dat zij in het verschiet ziet. Als cliënte kom ik bij Marianne mijn eigen echtscheiding regelen.”

De setting heeft haar in de beginperiode parten gespeeld. “Ik vond het eerst griezelig met publiek dat bij wijze van spreken bij je op schoot zit. Daar heb ik aan moeten wennen. Daarbij doorbreek ik geregeld ook nog eens de ‘vierde wand’; richt me soms dus rechtstreeks tot het publiek. Het is steeds weer spannend hoe mensen daarop reageren. De een kijkt weg, vindt wat ik doe kennelijk confronterend; een andere blijft juist geïnteresseerd naar me kijken.”

Met bijna vier uur zuivere speeltijd en geregeld tournees op het programma vergt ‘Scènes uit een huwelijk’ een behoorlijke inspanning. “Ik ga door zolang het gaat,” zegt de nu 81-jarige Nufaar. “Zolang ik mijn tekst kan onthouden en op het toneel goed kan bewegen, vind ik het prachtig om dit te kunnen blijven doen.”

ITA: ‘Scènes uit een huwelijk’. Van donderdag 13 tot en met zaterdag 15 september 2018 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: internationaaltheateramsterdam.nl. Tickets: hnt.nl.

Advertenties

De mus als lustobject

‘Mussenlust’: hangplek voor gevederde vrienden

De mus als inspirator. In ‘Mussenlust’ zijn 50 gedichten van toonaangevende dichters en 150 tekeningen van Peter Vos bijeengebracht. Een lofzang. ‘De mus verdient een standbeeld, gehakt in woorden.’

‘Een diep besef van schuld overviel me toen ik rond dat levenloze lijfje een druk tjilpende mus heen en weer zag hippen. Kennelijk zijn partner,’ vertelde ‘mussenman’ Peter Müller bij die presentatie. De Haagse ‘gelegenheidsuitgever’ Peter Müller had net even daarvóór schuld bekend door een jeugdzonde op te biechten: hij had met een geladen luchtbuks met dodelijke precisie aangelegd en afgevuurd. Op een mus. Knaldood.

Zaterdag werd in het Literatuurmuseum de nieuwe, bibliofiele uitgave ‘Mussenlust’ gedoopt, een herziene en uitgebreide versie van een uitgave die in 2004 al eens het levenslicht zag bij dezelfde uitgever. Die steekt er (opnieuw) eigen geld in. De tekeningen van Peter Vos (1935-2010) vormen het hart van de uitgave. De mussen van de tekenaar zijn beroemd. Vos werd een nationale beroemdheid dankzij zijn ‘Beestenkwartet’ (1970) en ‘Sprookjes van de Lage landen’ (1972-1974). De jaszakken van Vos waren altijd gevuld met potloden en schetsboekjes. Hij kón niet anders dan tekenen.

‘Dichten is liegen op een hoger plan,’ zo zette Remco Campert in 1950 op papier, ‘van een mus een zwaluw maken’. ‘Mocht ie willen, die zwaluw,’ corrigeert Jean-Pierre Geelen de beroemde Vijftiger in zijn prachtige voorwoord bij ‘Mussenlust’. ‘De mus heeft het helemaal niet nodig om te worden opgetild tot zwaluwhoogte. Campert loog dan ook,’ gaat de in Den Haag woonachtige journalist en vrijetijdsvogelaar voort. En tapt voort uit zijn jeugdherinneringen: ‘Mussen moet je leren zien. Het heeft minstens de eerste tien jaar van mijn leven gekost. Dan bedoel ik: Zien, echt zien. Hij zat aan mijn voeten, onder de tuinstoel. Zondagmorgen in het lome zomerlicht, want in de jaren zeventig scheen altíjd de zon. Het gezin zat bijeen in de achtertuin van het slaapdorp, de mussen stopten je er onder met een dekentje van geluid. Moeder had iets voor bij de koffie gehaald, de mussen wisten hoe laat het was. Ze hipten met twintig, dertig om ons heen.’

De mus. Een brutale rakker in een schitterkleed van bruin. Müller: ‘Mussen zijn net mensen.’ Het beestje is een ‘cultuurvolger’: daar waar de mens opduikt is de mus nooit ver weg. In het kielzog van de mens heeft de mus de wereld aan zijn voetenpootjes gevonden. In Nederland laat ie zich praktisch overal zien, met gemak, zelfs tussen stoelen en tafels op drukbezochte horecaterrassen in de stad – al is dat veel minder het geval dan vroeger, door een voortdurend teruglopende stand van deze vogelfamilie.

De beroemdste ‘Passer domesticus’ van Nederland? Dat is, na Erasmus wellicht, welzeker de Dominomus. In 2005 vond zij een gewelddadige dood in Leeuwarden nadat zij even daarvoor 23.000 dominostenen schijnbaar achteloos tegen de vlakte had gegooid. De Dominomus is opgezet te zien in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam.

‘Wat dit boek tot een kleinood maakt,’ zegt Geelen, ‘is onder meer de uitvoering. Verschillende papiersoorten zijn gekozen voor de veelal niet eerder gepubliceerde tekeningen van Vos. Hij tekende in drie fasen: eerst niet-ingekleurde pentekeningen, dan een eerste streek aquarel, daarna de definitieve aquarelletjes. Door de verschillende papiersoorten (een soort overtrekpapier) liggen die drie versies exact over elkaar. Zo zie je dus zowel de drie tussenstadia als het eindresultaat. De tekeningen zijn overigens op ware grootte afgedrukt: het boek heeft exact het formaat gekregen van de schetsvellen van Vos.’

De tekeningen van Vos zijn omgeven met mussengedichten, geregeld vederlicht van toon. Er zijn mussenmonumentjes van Bernlef, Eijkelboom, Gerlach, Hanlo en Gezelle plus elf nieuwe, die speciaal voor dit boekwerk werden geschreven, onder wie Ingmar Heytze, Esther Jansma en Koos Meinderts. Een must voor vogelaar, boekenfanaat en liefhebbers van tekenkunst. Veel mooier hoe dan ook dan die dooie mus daar in Rotterdam. Een prachtboek.

‘Mussenlust’ is verkrijgbaar bij de boekhandel. Meer informatie: uitgeverijmuller.nl.

Zon, zee, muziek en… liefdeskuren

Strandwandelen met Mendelssohn op het hoofd

Nee, gecomponeerd heeft Mendelssohn hier ter stede niet, wel schilderde en tekende hij. Treed aan de hand van een audiotour in de voetsporen van Felix Mendelssohn – met rul zandstrand tussen de tenen.

Met de audiotour annex het locatieproject ‘Liefdeskuren’ op en in het hoofd gaat verliefd worden ‘op’ Scheveningen, zeezucht in zicht, vast lukken.

‘Het zou weer zo’n hete dag worden. Er waren nog niet veel badgasten naar buiten gekomen. Er liep wel een jongetje heen en weer, met een rugkorf vol vispasteitjes. Het moest iets van hem, meer dan alleen zijn geld. Ze hadden al een paar keer een blik gewisseld en de vreemdeling kreeg het gevoel alsof ze elkaar kenden van veel langer geleden dan het marskramertje oud kon zijn. Hij duwde zijn hoed aan en liep de trap af naar de zee. Die leek niets spannends van plan. Zou hij het hier nog twee weken uithouden? Wat had hij hier eigenlijk te zoeken?’

‘Liefdeskuren’ is de naam van een wandeling door het toeristische en toch vaak ook stille, soms zelfs verstilde, hart van Scheveningen. Daarbij ga je op drie verschillende plekken zittend luisteren naar een verhaal van de Haagse schrijver Marente de Moor, bekend van onder andere romans (‘De Nederlandse maagd’), verhalen (‘Gezellige verhalen’) en columns . Voorzien van speciaal gecomponeerde muziek door een koptelefoon en een mp3-speler ingeschakeld, bezoek je de omgeving van het Kurhaus, een privéplek ergens tussen duin en strand bij strandpaviljoen Oscars en de Luchtwachtoren, bovenop een duin bij het Zwarte Pad.

Die locaties zijn op zichzelf al theatraal, maar op de route verschaft de 12-persoonsschommelbank ZlowMotion van ontwerper Pink Steenvoorden een extra dimensie, eerder al eens opgesteld tijdens ‘Oh die zee’ 2014. Je reinste ‘poetry in motion’. Aldus is ‘Liefdeskuren’ werkelijk een belevenis voor alle zintuigen en alle leeftijden. Je kunt dan ook met de hele familie tegelijk meelopen en zitten, kinderen en volwassenen horen dan hun eigen audioverhalen en een eigen ‘soundscape’.

Regisseur Ingrid van Frankenhuyzen, bedenker van ‘Oh die zee’, vroeg Marente de Moor twee driedelige audioverhalen te schrijven: een voor volwassenen (‘De Hoest’) en dus een voor kinderen (‘Vissenpost’) vanaf 6 jaar.

De Moors verhaal is gebaseerd op een historisch gegeven: de Duitse componist Felix Mendelssohn Bartholdy die in 1836 op doktersadvies in Scheveningen verbleef om te kuren. Hij was hier vanwege zijn o zo broze gezondheid – hij zou elf jaar later op 38-jarige leeftijd al te overlijden komen.

Zou zo’n Haagse kuur hem goed doen? Hij twijfelde, maar ging toch, al was het eerder om erachter te komen of hij werkelijk van Cécile Jeanrenaud hield. Overrompeld was hij geweest door de natuurlijke schoonheid en de charme van deze 10 jaar jongere dochter van een Fransman. Mendelssohn had haar op zijn 28e tijdens een bezoek aan Frankfurt voor het eerst ontmoet.

In de zomer van 1836 was hij dus in zijn eentje naar Scheveningen gereisd om te overdenken of hij met haar in het huwelijksbootje wilde stappen. Een hotel aan de kust zat er voor zijn brandende liefdesvragen niet in: Mendelssohn vond ze te duur. Hij logeerde in hotel Bellevue aan de Bezuidenhoutseweg, ook niet slecht trouwens, en werd elke ochtend met de koets naar Scheveningen gereden.

Hoe verging het hem met de andere chique badgasten in het badhuis van Scheveningen, en wat gebeurt er als het zoontje van een visser zijn leven binnendringt? Die prikkelende vragen vormen het vertrekpunt voor de audiotour. De muziek van Mendelssohn Bartholdy wordt daarbij ingezet als soundscape, gemaakt door componisten Jürgen De Blonde en Robert van Raamsdonk, van wie de laatste voor de muziek van de jeugdversie zorgde.

In hun handen is muziek geluid en geluid muziek. Gecomponeerd heeft Mendelssohn zelf hier ter stede overigens niet, wel schilderde en tekende hij, onder meer aan de Kleine Groenmarkt, dat is het tegenwoordige terras van herberg ’t Goude Hooft. Hij maakte er een kleurentekening van die nu tot de verzameling van de Radcliffe Science Library in Oxford behoort.

Van 7 juni tot 9 september 2018, maandag tot en met vrijdag, 11.00 tot 17.00 uur; op zaterdag en zondag van 10.00-17.00 uur. Starten kan op elk gewenst tijdstip. Startlocatie en kassa: de entree van de Pier van Scheveningen. In drie talen: Nederlands, Engels en Duits.

Duur: 1 u 30 minuten. Meer informatie: ohdiezee.nl. Liefdeskuren maakt deel uit van Festival Classique en Feest aan Zee.

Exploderende bloedbanden

Toneelhuis / Toneelgroep Amsterdam spelen Vergeef ons

In de roman Vergeef ons van A.M. Homes valt rond Thanksgiving het leven van twee broers in duigen. Nu ook op toneel. Regisseur Guy Cassiers zoekt naar mededogen.

Van je familie moet je het hebben – maar wat als je je enige en oudere broer van jongsaf hartgrondig haat?

Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze. Met die beroemde zin opent de Russische schrijver Tolstoi zijn roman ‘Anna Karenina’. Hoe overleef ik mijn familie?, vroeg John Cleese zich eens in een boek af. Een bestseller. Vier op tien Nederlanders hebben het regelmatig gehad met broer- of zuslief, en betreuren het dat ze hun naasten niet voor het uitkiezen hebben. Broers zijn directe concurrenten in alles. Familieruzies zijn eeuwenoud: al in het eerste mensengezin uit de bijbel loopt een ruzie tussen broers gruwelijk uit de hand. Denk Kaîn en Abel, Isaac en Ismaël.

Wat hem in dit kringgesprek heeft gebracht? Harry: ‘Ik ben ontslagen en heb de vrouw van mijn broer geneukt. Toen George thuiskwam heeft hij haar doodgeslagen. Ik woon nu in het huis van mijn broer omdat ie in de bak zit.’

In Vergeef ons probeert een Amerikaanse man van middelbare leeftijd te achterhalen wat zich in het verleden heeft voorgedaan in hun familie – opdat de psychiater in staat wordt gesteld zijn broer beter te helpen. Homes’ verhaal draait om de levens van Harry Silver, een New-Yorkse hoogleraar in geschiedenis met een Nixon-obsessie; en zijn broer George, een rijke tv-bons, getrouwd met Jane, vader van Nate en Ashley.

Familiedrama op toneel. Lars Norén (1944) wás koning van het genre, maar volgens Guy Cassiers, gelauwerd regisseur door heel Europa, steekt de Amerikaanse romancière A. M. Homes (1961), winnaar van de UK Women’s Prize for Fiction 2013, hem aardig naar de kroon. In haar boeken zijn verstoorde familierelaties en de hunkering naar waarlijk contact terugkerende thema’s.

‘We chatten online en worden online ‘Vrienden’ van elkaar, vaak zonder te weten met wie we eigenlijk praten. We neuken met vreemden, zien zo ongeveer alles voor een relatie, voor een band aan. En toch staan we machteloos als we bij onze familie en tussen buurtgenoten zijn.’ Homes is niet alleen hard voor het traditionele gezin, maar ook voor een reeks maatschappelijke instellingen, van politie en ziekenhuizen tot psychiatrie, scholen en de advocatuur. In plaats van opvang en hulp zorgen deze plekken in haar roman voor ongemak en vervreemding. Homes in een toelichting op haar werk: ‘Ik laat personages net niet verzuipen.’

In een coproductie voor Toneelhuis Antwerpen en Toneelgroep Amsterdam heeft Guy Cassiers haar vuistdikke roman May we be forgiven bewerkt tot twee en een half uur toneel met razend veel personages, een snelle opeenvolging van korte hoofdstukken en spitse, directe en brutale dialogen. Bijna als een soap.

“Een rollercoaster,”stelt Cassiers, aan de telefoon vanuit Brussel, waar hij zich op een productie aan het voorbereiden is. “Verscholen frustraties in een vulkaan van emoties en een je-niet-thuis-voelen in de gegeven situatie. En toch is er ook veel humor te ontdekken, want Homes beoogt mededogen. Ze stoffeert haar verhaal daarom met ironische voorvallen. In haar pleidooi voor gemeenschappelijkheid dat Vergeef ons ook is, roept ze zo in feite op tot het aannemen van een groter aandeel in ons leven ten gunste van empathie.”

Uiteindelijk vindt Harry – hier gespeeld door Eelco Smits, die daarvoor is genomineerd voor een Louis d’Or – zich terug als hoofd van een gezin, een nieuw familieverband waarin de jonge kinderen van zijn broer spontaan en feitelijk onwetend van zichzelf de rol van talisman vertolken. Cassiers: “Homes wil op die manier de karakterzwakte die de mens eigen is, een rechtvaardige plek in het bestaan teruggeven, een bestaan dat minder egocentrisch is. Homes creëert een tegenstelling door de roman te situeren tegen de achtergrond van een grootstad, vandaag de dag ‘melting pots’ waar affectie en naastensteun niet meer vanzelfsprekend zijn. De stadsmens verkeert in een identiteitscrisis”.

De soap à la Cassiers speelt zich niet af in een privé­ruimte of een huiskamer met in- en uitlopende personages, maar een open ruimte waar grote televisieschermen domineren, een lichtshow die overdondert en een prominent geluidsdecor. Een decor dat daardoor aandoet als een Amerikaanse basketbalwedstrijd maar net zo goed aan een opnamestudio of een live concert.

Geprojecteerde beelden tonen een cleane en kille wereld van overvloed en consumptie, die aandoen als clichés. Cassiers’ enscenering geeft zo de spanning weer tussen het intieme familieverhaal en een door beeld en geluid gedomineerde wereld. Dat verschaft hem de mogelijkheid op de toneelset een soap te construeren.

Cassiers: “Er zijn 100 scènes, dat versterkt het filmisch karakter van de voorstelling. Ook het boek is opgeknipt in vele hoofdstukjes.”

Is Vergeef ons daarmee een zedenschets over het failliet van de familie als hoeksteen van de samenleving? Cassiers: “We moeten samen op zoek naar andere verbanden dan genetisch bepaalde. Dat kan voor iedereen louterend werken.”

Zaterdag 9 juni 2018, Koninklijke Schouwburg. Met o.a. Eelco Smits, Chris Nietvelt, Jip van den Dool, Katelijne Damen en Steven Van Watermeulen. Meer informatie: hnt.nl en toneelhuis.be. Telefonisch tickets reserveren: 088 356 53 56.

Held. Of nee, toch schurk

Toneelgroep Oostpool agendeert Robin Hood

Vrijbuiter. Superschutter. Weldoener. Belastingontduiker. Pardon?!

In verwarrende tijden rond belastingparadijzen, bonussencultuur en wetgeving daaromtrent is bij Toneelgroep Oostpool uitgerekend Robin Hood gespreksonderwerp van de dag. ‘Wat Walt Disney ons ontstolen heeft, stelen we gewoon terug.’

Groen mannetje met gevederde rode pluim op jagershoedje of muts. Rond het jaar des heren 1300 zette hij graag hinderlagen op in de Engelse midlands van Sherwood, Nottingham. In die contreien had hij het gemunt op passanten die hij graag hun edelmetalen en andere kostbaarheden afhandig maakte. De vogelvrije man die armen helpt en rijken op hun verdiende nummer zet, dat beeld vooral staat geëtst in ieders geheugen, waar dan ook; oost, west, noord en zuid – al is het in wijd uiteenlopende gedaanten en verschijningen.

Maar klopt dat beeld van rebellerende weldoener wel? “Afgezien van de eeuwige vraag of Robin Hood nu wel of niet in levende lijve heeft rondgelopen en niet alleen als legende of als geconstrueerde literaire figuur,” zegt Sarah Moeremans, regisseur van Robin Hood, “ben ik gaandeweg zeer gaan twijfelen aan zijn goedwillende aard. Een revolutionair in hart en nieren, zo wordt altijd van hem gezegd. Maar net zo goed kun je stellen dat hij kennelijk weigerde om belasting te betalen, toch de verplichte contributie voor deelname aan de samenleving.”

Door die laatste bril bezien is Robin Hood per saldo niets meer of minder dan een ‘paria inter pares’. Moeremans: ‘Held. Of schurk? Dat is de vraag. Ik ben geneigd te zeggen dat hij geen moraalridder of idealist is geweest. Want zonder individuele belastingbijdrage kan er, bijvoorbeeld, ook geen collectief onderwijssysteem of gezondheidszorg bestaan. Het innen van accijns door de overheid is geen pure ‘rip-off’.’ In andere woorden: in Moeremans ogen is de overheid niet per se een ‘roverheid’. Moeremans: ‘ Ik zie in Robin Hood geen socialist, eerder een libertijn van het rabiate soort.’ Joep van der Geest – hij slaat als hoofdrolspeler straks meer figuurlijk dan letterlijk de cape van Robin Hood om – licht verder toe: ‘Maar een outlaw is altijd romantisch.’

Cashcow
Bij wijze van veldwerk toog Moeremans de voorbije herfst in gezelschap van Van der Geest naar de Engelse midlands. Van der Geest: ‘Je ziet de dorpjes daar rond Sherwood enorm pittoresk liggen zijn, maar dan wel dorpjes die elk op hun eigen manier de romantiek en de figuur van Robin Hood hebben toegeëigend ten gunste van hun eigen individuele winstkarretje. En zo eist ieder dorp dankbaar een deel van de koek op.’

Hood is er tot een cashcow, een toeristische trekpleister verworden. Moeremans: ‘Een kneedbare figuur, een echo van de revolutionair die hij misschien wel nooit is geweest maar wiens verhaal dankbaar gekaapt is door de commercie, vooral sinds Walt Disney hem behendig plunderde. Maar wat Disney ons ontstolen heeft, dat stelen we in deze voorstelling gewoon van hem terug.’

Ook de journalistiek heeft te pas en te onpas gretig aan de beeldvervorming van Robin Hood als weldoener meegewerkt.’ Ze haalt nog een voorbeeld aan: ‘Neem Che Guevara. Ook hij is nu vaak gereduceerd tot niet meer dan een gere-assembleerd silhouet van man met baard en baret.’

Robin Hood anno nu
In Moeremans Robin Hood zijn de gezellen van Robins revolutionaire beweging van kleur verschoten. Wat fraudegevalletjes, slechte gewoontes die opkomen en enkelingen die zich ‘more equal than others’ voelen doen de rest. Al zijn er ook marktwerking-goeroes en diehard-idealisten die nog altijd heil zien in revolte.

Hood ziet met lede ogen de tweespalt aan maar wil niet dat zijn bos een totalitair staatje wordt, dus regeert hij met zachte hand, al zijn er ook zeurkousen die hun recht op slappe privileges opeisen. Robin krijgt last van keuzestress en vraagt zich af waar het hem ooit om te doen was.

Vat van morele waarden
In haar voorstelling komt weinig tot niets van het ondernomen reisavontuur door de midlands naar voren, waarschuwt Moeremans. ‘Ik maak geen reisprogramma en ook al geen voorstelling over de figuur Robin Hood. Mij gaat het vooral over het vat van morele waarden dat hij belichaamt.’

‘Beschouw de voorstelling meer als een sprookje voor volwassenen,’ verduidelijkt Van der Geest. Als een soort van saterspel, provocatief bedoelde satire? Moeremans: ‘Als een lakmoesproef waar je de kans krijgt je eigen morele kompas te ijken, waar dat een grote beurt mag ondergaan.’

Van der Geest: ‘Niet voor kinderen.’ Moeremans: ‘Maar inderdaad voor volwassenen en hen die niet meer in sprookjes geloven.’ Een antisprookje dat straks wordt opgediend met gevleugeld toneelspel. ‘Toneelspelen is denken. Spelen is voor mij een middel om denken mogelijk te maken,’zegt Moeremans. Voor haar een kwestie van leven en dood. ‘Wat mij betreft is alles te relativeren behalve het spel, en theater niet een spiegel maar een denkruimte om hardop iets te zeggen over bestaande maatschappelijke mechanismen.’

kader
Sarah Moeremans
Sarah maakt voorstellingsreeksen rond een thema. Robin Hood is de start voor een nieuwe ‘verzameling’. Haar meest bekende ‘collectie’ is tot nu toe Crashtest Ibsen, radicale bewerkingen van Ibsens samenlevingsdrama’s. Bij Toneelgroep Oostpool maakt ze de collec­tie ‘What’s in a Fairytale?!’. Wat hebben sprookjes ons nog te zeggen? Als een omgekeerde Walt Disney gaat ze in op de vraag waarom er zo weinig moraal meer gelezen wordt in eeuwenoude verhalen.
Na deze voorstelling staat Bambi centraal, volgens Moeremans ‘ook al zo’n voorbeeld van angstwekkende Disneyficatie.’

Haar belangrijkste sparring­partner is toneelschrijver Joachim Robbrecht. Samen herschrijven zij sprookjes met nieuwe ogen: Welke moraal ligt er vanuit onze hedendaagse blik in besloten?

Sarah Moeremans is begin 2017 toegetreden tot de artistieke kern van Oostpool. Voordien had ze haar eigen gezelschap, Moeremans & Sons, dat inmiddels is ontbonden.

kader
Robin Hood
Samen met een groep vrijbuiters, de Vrolijke Volgelingen (‘Merry Men’), steelt de Engelse volksheld Robin Hood van rijken en verdeelt de buit onder armen. Hij zou vanuit Sherwood Forest (Nottingham) gestreden hebben tegen gezagsdragers. Althans volgens oude balladen en legenden. Of Robin Hood echt heeft bestaan, is onduidelijk. Zijn naam is niet in officiële documenten terug te vinden. Wel doen namen en verhalen de ronde van drie figuren die mogelijk de inspiratiebronnen zijn voor de legende.

Het thema van nobele bandiet komt wereldwijd voor: van India (Veerappan), China (Wang Zuo), Californië (Joaquín Murrieta), Sicilië (Salvatore Giuliano), Puerto Rico (Roberto Cofresí) , Mexico (Chucho el Roto en Lucio Cabañas), Turkije (Deniz Gezmiş), Estland (Rummu Jüri), en in Nederland Platte Thijs uit Hoorn.

Toneelgroep Oostpool speelt Robin Hood van 24 februari tot 19 april 2018.

 

Genua, stad van de onderbuik

Toneelgroep Maastricht speelt Pfeijffers La Superba

Met Wim Opbrouck in de gedaante van ‘schrijver’ en Angela Schijf als mooiste meisje van Genua zet Toneelgroep Maastricht de tanden in La Superba, in 2014 onderscheiden met de Libris Literatuurprijs.

In toneelkringen is het steevast een Markant Moment: de Eerste Lezing. Zo’n zes weken voor de premièredatum komen onder leiding van regisseur Servé Hermans alle betrokkenen bijeen om voor het eerst de voorliggende toneeltekst in gezamenlijkheid en hardop voor te lezen. Spannend moment, doordat voor de meeste betrokkenen de op stapel staande productie ook voor het eerst uitgebreid wordt toegelicht.

Maar ook omdat onverhoeds discussies kunnen opduiken over de aanpak en de regie- en rolopvatting, want natuurlijk heeft de regisseur met zijn artistieke team al in een eerder stadium gebakkeleid over de te volgen koers. Zo’n Eerste Lezing is er uiteraard ook bij Toneelgroep Maastricht (TgM), al doet het Limburgse ensemble daar een schepje bovenop door naast kantoorpersoneel (marketeers bijvoorbeeld) op uitnodiging ook Vrienden en pers toe te laten. En door Limburgse vlaai te serveren.

Maastricht. Dinsdag, 9 januari: de aftrap. Tijdstip: 13.00 uur. Plaats delict: de Bovenzaal van Theater aan het Vrijthof. Terwijl de zaalstoelen in bezit wordt genomen door productiemedewerkers zoals dramaturg, tekstschrijver- of bewerker, muzikaal medewerker, decor- en kostuumontwerper en technici, nemen spelers plus regisseur plaats achter een lange tafel. Servé Hermans, regisseur en artistiek leider van TgM, opent het woord. Hij beschrijft het decorbeeld ( ‘Een abstracte versie van de Bar met de Spiegels) en introduceert muzikaal leider Ron Reuman (‘We gaan bekende Italiaanse meezingers mengen met onvervalste Italo-disco), en kostuumontwerper Marta Stoffels (‘We gaan van Angela een mooi meisje maken’). Dan legt Jibbe Willems, een van drie huisschrijvers van TgM, op eigen verzoek een beginselverklaring af omtrent zijn bewerking (‘Eigenlijk niet te doen’).

Dan is het uur U. Acteur Wim Opbrouck, naast BV’er ook BN’er sinds de Vlaming in het tv-programma Zomergasten zijn opwachting maakte, opent het bal met zijn majestueuze, diepbronzen stemgeluid: ‘Het mooiste meisje van Genua werkt in de Bar met de Spiegels.’

Pisazijn
La Superba van dichter-schrijver, zelfbenoemd ‘enfant terrible’ van de vaderlandse letteren Ilja Leonard Pfeijffer, tevens hofleverancier van TgM, speelt zich af in havenstad Genua, Italië. De roman behelst in drie delen en twee intermezzi een zeer gelaagde vertelling over een aan lager wal geraakte schrijver die z’n vaderland uit geldnood is ontvlucht. Voor hem is, vooral om de schone schijn van succesvol schrijver in den vreemde hoog te houden, mislukken geen optie.

Maar net zo goed is La Superba een roman over het verlangen naar inspiratie en naar de melodramatische magneet Italië, voor zovelen substituut voor een andere, betere wereld. Nog anders is La Superba (letterlijk ‘de hoogmoedige’) ook een zoektocht naar oneindige liefde en/of over de (on)mogelijkheid om in het Europa van anno nu een eigen identiteit aan te nemen.

En dat amalgaam wordt even literair als luguber in evenwicht en in het gareel gehouden doordat de schrijver op een van z’n vele nachtelijke escapades, vlakbij zijn nieuw verworven woning in een van de steegjes van de labyrintische binnenstad, over een geamputeerd vrouwelijk linkerbeen struikelt.

Het met het boeket van pisazijn doortrokken Genua, zo laat Pfeijffer de lezer in geuren en kleuren niet na te weten, verschaft hem ondertussen een perfecte uitvalsbasis voor het beschrijven van exuberante escapades. Maar ook van heersende misstanden die voortvloeien uit de Italiaanse volksaard. Door zijn bril bezien is smeltkroes Genua vooral bevolkt met fossiel aandoende autochtonen, beroeps-aristo- en bureaucraten, net als met drop-outs, travestieten – waarvan de laatstgenoemden uit pure overlevingsdrang tegen betaling sociaal-erotische diensten verlenen – evenals Noord-Afrikaanse bootvluchtelingen die er, dank zij Berlusconi, een heenkomen hebben gevonden. Dat alles in een stad die zich ophoudt aan de rauwe zelfkant van het leven.

Vluchtgedrag
In de toneelversie van La Superba van TgM speelt Wim Opbrouck ‘de schrijver’. Pittige kluif. Vindt hij zelf ook, want een monoloog van bijna driekwart in een voorstelling die bijna twee uur gaat duren is geen sinecure. Hoe hij dat straks gaat klaarspelen zonder het script als hulpmiddel bij de hand? Opbrouck, ontspannen: ‘Nog geen idee. Maar het gaat vast lukken.’

Opbrouck bracht medio december met tegenspeelster Angela Schijf en het artistieke team van TgM een bezoek aan Genua, vertelt hij, ‘met Ilja zelf als ideale stadsgids’. Opbrouck: ‘Geen woord van hem lijkt gelogen. Genua ruikt oprecht naar liters kattenpis. En het bestaat allemaal dus echt: van de Bar met de Spiegels en het Piazza delle Erbe tot het ‘centro storico’, vertelt hij. ‘Het is belangrijk dat we er, letterlijk, aan de sfeer hebben geroken, dat betaalt zich straks uit.’

Angela Schijf (o.a. Flikken Maastricht) is het met Opbrouck, nog met de odeur van Genua (‘een inspirerende stad’) in beide neusvleugels, eens: ‘La Superba gaat voor mij allereerst over de mensen die de stad bevolken. Maar ook over de stad als een personage, over Ílja’s stad, zíjn habitat’. Voor haar is La Superba ook een roman over ‘het dierlijk verlangen naar liefde en oprechtheid en een zoektocht naar verbondenheid aan de hand van personages die zich zo goed en kwaad het gaat, door het leven slaan.’ ‘Wat mij betreft’, antwoordt Opbrouck haar, ‘is La Superba een verhaal over vluchtgedrag, een vlucht in de verbeelding. En over de vraag wat dat dan wel is, een betere wereld.’

Pauze
Tijdens de pauze vertelt regisseur Servé Hermans dat hij voor deze productie ogenblikkelijk déze cast voor ogen had. ‘Ik weet dat we met deze mensen een groep in huis hebben om deze onderneming tot een goed einde te brengen’. Hij roemt vervolgens de stilistische gaven van Pfeijffer. Dan stapt hij over op de inhoud: ‘Ilja’s vertelling vind ik vooral erg menselijk, en tegelijkertijd is het een venster op de wereld. Zo komt er een verhaal in voor over bootvluchtelingen. We willen daar geen politiek statement van maken, maar we sluiten de ogen niet. We willen ons publiek in die zin wel graag een spiegel voorhouden.’

Puzzel
Als de Eerste Lezing achter de rug is vertelt Opbrouck dat die hand over hand een semi-openbaar karakter verkrijgen. ‘Ik heb er mijn vragen voor opgespaard,’ lacht hij. ‘Maar zoiets kan ook weleens gênant uitpakken,’ zo tapt hij uit eigen vaatje als voormalig artistiek leider van NTGent. ‘Het voelt een beetje als de eerste schooldag, zeker als er anderen dan direct betrokkenen toekijken.’ Angela Schijf heeft het zó niet eerder meegemaakt. ‘Ik was best zenuwachtig, voelde me bij voorbaat een beetje bekeken.’

Nog zes weken tot de première. Er blijken nog wat puzzelstukjes te leggen. Zoals over de dubbelrollen die Schijf speelt. ‘Volgens Servé speel ik in dit stuk alle niet-machtige vrouwen. Ik heb daar een andere mening over. Dat moet ik toch eens even met hem bespreken.’

Kader:
Met Brieven uit Genua bracht TgM eerder dit seizoen een theaterbewerking van de autobiografie van Ilja Leonard Pfeijffer. Brieven uit Genua wordt wel gezien als de tegenhanger van La Superba.

Kader:
Het gedicht Van theater en de waarheid van Ilja Leonard Pfeijffer is een van dertien in de reeks Haagse Dichters in de Koninklijke Schouwburg. Het is op een van de wanden aldaar aangebracht. Ook verscheen een boekwerkje met de reeks gedichten.

Van theater en de waarheid

In het theater dat de wereld is, / heerst onbegrip en ijdelheid. Gesnater / van mensen met een eigen mening gaat er / nog rapper van de hand dan rotte vis

De kuur voor dat theater is theater / waarin oprecht geveins de waarheid is, / een ander horen een belevenis / en mensen wijkt voor tranen en geschater

Want waarheid is begrijpen en begrijpen / een mens die tracht een ander mens te zijn / voor mensen die zijn poging laten rijpen

tot de herinnering om voor een klein / moment, waarop ze dromen konen grijpen / als mens een ander mens geweest te zijn.

Toneelgroep Maastricht: La Superba. Première: zondag 4 maart 2018. Tournee door Nederland en België tot en met begin juni. Meer informatie: toneelgroepmaastricht.nl.

 

Medea’s gruwelijke waarheid

Meervoudige kindermoord

Liefde, passie, moord. Een drie-eenheid. Oervrouw Medea kan erover meepraten.

Femme fatale maar toch vooral vrouw en moeder – al vermoordde ze haar twee bloedeigen kinderen. Medea. Euripides even monumentale als monstrueuze vertelling over haar is een van de oerstukken uit het klassieke toneelrepertoire. In ‘Antiher Medea’ bij The English Theatre (STET) heet het een ‘moderne tragedie’. Met, opvallend, een mannelijke hoofdrol voor de seriemoordenares.

De werkelijkheid overtreft de fantasie, haalt steeds alle (on)denkbare fictie in: teletekst is oneindig veel spannender dan Netflix. De ene terreurdaad, seriële lustmoord, schietpartij of misbruikzaak blijkt gruwelijker dan de voorgaande. De geschiedenis herhaalt zich al te graag. De mens is en blijft een diersoort.

Neem Medea. Jason troonde de met toverkracht begiftigde schoonheid mee naar ‘zijn’ Griekenland nadat zij hem had geholpen bij het veroveren van het Gulden Vlies. Maar later liet hij haar in de steek voor de dochter van de koning van Korinthe. Bloedbad: Medea doodde daarop hun twee zoontjes, evenals de koning van Korinthe en zíjn dochter.

Na een eeuwenlange opvoeringsgeschiedenis ruik je van verre haar woede, haar radicale revanche. Of besloot ze, hoe wreed ook, juist tot een liefdesdaad? Hoe het ook zij: haar ontpopping tot moordmachine blijft een superspannende ontknoping. Tot op de dag van vandaag duiken dan ook steeds weer Medea’s op, als archetype, soms real time, maar vooral als well-made play.

Zo schreef de Amerikaan Aaron Mark in 2013 ‘Another Medea’. De monoloog is nu naar Nederland gehaald door STET, de Haagse instelling die op professionele basis Engelstalig toneel produceert, uniek in Nederland. Mark stak de klassieker in een nieuw, verrassend jasje, want Medea is hier een homoseksuele man. Met die keuze trekt Mark als Amerikaan een parallel met Medea als vreemdeling en buitenstaander.

Hij geeft het psychologische drama weer door de ogen van psychopaat Marcus Sharp, hier gespeeld door de Zuid-Afrikaanse topacteur Albert Pretorius. Sharp spreekt vanachter de  gevangenismuren die hem omringen over zijn relatie met de rijke Britse arts Jason. Hij doet dat ten overstaan van een ongezien gewaande bezoeker: het publiek. Tot de weerzinwekkendste details aan toe doet hij zijn beweeggronden uit de doeken. En zoals psychopaten vaak patent hebben op het opwekken van sympathie, zo doen op hun beurt ook Sharp slash Pretorius dat.

Pretorius wordt geregisseerd door David Geysen. Het tweetal werkte eerder samen in Insomnia, Ararat en Messen in Hennen. Geysen is ook bekend van wijlen Toneelgroep De Appel en zijn onlangs opgerichte eigen label Dégradé.

Maar waar Dégradé graag uitpakt met extreem beeldend geluidstheater is deze eenakter geraffineerder in elkaar gestoken, onontkoombaar toewerkend naar een bloedig slot. Geysen: “Door de opbouw en ontwikkeling kruipt het verhaal langzaam onder je huid. De constante gedachte aan de onafwendbare plot blijft steeds als een onheilsbode in je hoofd dreunen à la ‘Mindhunter’.” Pretorius: “Dit verhaal is universeel, het kan iedereen overkomen.”

De mythische figuur van Medea is voor STET aanleiding voor een meerjarig project dat vorig jaar begon met een ‘oeruitvoering’ van het stuk door het Griekse gezelschap Skepsis. Ook de eerstvolgende twee jaren haalt STET een ‘Medea’ naar Den Haag.

STET: ‘Another Medea’. Van vrijdag 17 tot en met zondag 19 november 2017 te zien in Zaal 3. Engelstalig. Meer informatie: theenglishtheatre.nl.