Dichter bij Den Haag

Poetry in the Park verbindt

Pier liep my tegen ‘t lyf, en wou geen stroo-breed wycken / Hy sei, ‘t en lust hem niet voor yder geck te strycken / Maer, seid ik, dat lust my, / En trad van ’t sandpad af en liet den geck voorby. Een vrolijk rijmelarijtje van Christiaan Huijgens (1596-1687). Naar deze Nederlandse dichter, diplomaat, geleerde, componist en architect is het Huijgenspark vernoemd. Onder het rustieke groen van dat plantsoen  vindt op dinsdag 28 en woensdag 29 mei de feestelijke inauguratie plaats van ‘Poetry in The Park’, met op de eerste dag een ‘Poetry Battle’ tussen leerlingen van vijf middelbare scholen en de dag erna een verfrissend Open podium.

Nadat in de twee voorafgaande jaren de Poetry Battle een succes is gebleken in uitspanningen rond het park, hebben de twee gepensioneerde initiatiefnemers, Angelina Adam en Hetty Gijzen, besloten om het literaire volksfeestje voor buurtbewoners van de Stationsbuurt en de Rivierenbuurt dit jaar groter neer te zetten een podium dat bevolkt wordt met dichters, rappers en muziekmakers in en rond een tent.

“Poëzie op het eerste gezicht,”noemt Hetty Gijzen haar op toeval berustende ontmoeting van destijds met Angelina Adam in voormalig café De Bordelaise. “En dat was wederzijds.” Op dat moment was Gijzen net in de wijk gaan wonen, terwijl Adam juist even daarvóór haar baan aan de wilgen had gehangen. Toch liep hun kennismaking niet meteen uit op een uit het hoofd reciteren van gedichten of het ophemelen van ieders favoriete dichter, als wel van de gedachte om verschillende bevolkingsgroepen te willen verbinden, door taal. “In deze wijk, ” vertelt Adam, “leven en wonen sterk uiteenlopende bewonersgroepen, van hogeschoolstudenten tot statushouders, van piepjong tot mensen die al op leeftijd zijn.” “We merkten dat die maar moeilijk met elkaar in contact kwamen,” vertelt Gijzen. En daarmee was in 2017 de eerste ‘Poetry Battle’ een feit.

“Je ziet ze groeien,” vertelt Gijzen over de jongeren die aan de eerste ‘battle’ deelnamen. “De winnaar van toen kreeg een optreden cadeau op het Crossing Border Festival.” Maar ook ouderen nemen deel. “Het is leuk om te zien dat hele families meegetroond worden. Rollator naast skateboard, dat is prachtig,” zegt ze over de manier waarop vele wijkbewoners zich verzamelden in de voorgaande ‘battles’. Poezie als cement van de samenleving. “Er zijn deelnemers die ons influisteren dat ze op papier hebben gezet wat ze nooit eerder hebben durven delen. In de vorm van een gedicht krijgen woorden een groter soortelijk gewicht,” weet Adam.

Op ‘Poetry in the Park’ maken ook ‘verhalenvangers’ hun opwachting. Gijzen: “We hebben vluchtelingen uit Zuid-Soedan en Syrië bereid gevonden om verhalen te vertellen die hun situatie verduidelijken. En ze dragen gedichten voor uit hun eigen cultuur, in hun landstaal én in het Nederlands. Dat maakt hen trots op hun afkomst, wij leren op die manier onbekende dichters en de klank van een nieuwe taal kennen.”

‘Poetry in the Park’, dinsdag 28 (19.00-21.00 uur) en woensdag 29 mei (19.00-22.00 uur), Huijgenspark. Entree: gratis. Meer informatie: www.huisvangedichten.nl

Advertenties

De jeugd aan het boek brengen

Boekids UP en Boekids Festival in Pinksterweekeinde

“Kinderen en jong-volwassenen worden steeds meer in beslag genomen door sociale media,” zo vertelt directeur Ellen van Heijningen in de Boekids-headquarters aan het Westeinde. “En onder jongens zie je dat ze vooral veel aan ‘gaming’ doen.” Kinderen en jongeren aan het boek brengen. Dát is de missie van Van Heijingen en ‘haar’ Boekids Jeugdfestival. Maar dat valt dezer dagen nog lang niet mee, vertelt ze aan de vooravond van de zestiende editie.

Nu nog zit ze middenin de vierde editie van een loot van het festival, Boekids University, een initiatief dat weerklank vindt bij schoolgaande jeugd. “Vanochtend hadden we André Kuipers die een college kwam geven. Je ziet de ogen van de kinderen glimmen.” Ze vroegen hem de hemd van het lijf. ‘Hoe slaap je?’ (zwevend) en ‘doe je de was in de raket’? (nee, inde ruimte word je niet vies). Van Heijningen: “Wat hij met boeken te maken heeft? Hij heeft over zijn ruimtereizen en expedites verschillende boeken geschreven. Het hoeft bij Boekids niet altijd om literatuur en fictie te gaan.”

Het aankomende Pinksterweekeinde voegt ze een spin-off toe aan de familie, genaamd Boekids UP. “We merkten dat het moeilijk is om duidelijk te maken dat Boekids festival ook als familie-uitje de moeite van het bezoeken waard is. Ook willen we graag bereiken dat jongvolwassenen met ons meegroeien. We hebben UP in het leven geroepen voor iedereen die jong van geest is.”

Natuurlijk worden op UP jongvolwassen – al dan niet met ouders in hun kielzog – getrakteerd op optredens van schrijvers, maar er is veel meer, waaronder een doorlopend randprogramma. Zo is er onder meer een Translation Café waar je aan alle mogelijke talen kunt snuffelen, zijn er boekverfilmingen te zien en wordt er een waar workshopparadijs gecreëerd (onder andere illustraties maken met Ludwig Volbeda). Ook verrijst er een Escape Room. “We gaan in een kamer de boekenkast van Albert Einstein bouwen. Door te neuzen in die boeken kun je de code kraken waarmee je weer uit de kamer kunt komen. Spannend én leerzaam,” zegt Van Heijningen. “Zoeken naar het kind in jezelf blijft boeiend, voor alle publieksgroepen.”

Centraal staan niettemin de schrijvers. Abdelkader Benali komt langs en leest uit zijn eerste kinderboek ‘Mijn broer en ik’, Frits ‘De Taalstaat’ Spits vertelt over zijn boek ‘De 90 mooiste Nederlandstalige liedjes’ en Janne Schra en Huub van der Lubbe voegen vervolgens ieder een muzikale daad bij het woord. Ook de internationale auteurs Renee Watson en Katherine Rundell maken hun opwachting op UP, net als de jonge schrijvers Jaap Robben en Brian Elstak. Jan Terlouw junior treedt op met ‘The Nightclub’.

Een dag later is het de beurt aan Boekids Jeugdfestival. Op het programma staan naast workshops (o.a. striptekenen, gedichten schrijven, fabeldieren, miniboekje maken) ook het eerder genoemde Translation Café, er is een Luisterboekentheater en een heuse Reptielenshow. Uiteraard geven ook dan schrijvers acte présence: Tjibbe Veldkamp en Annet Schaap onder meer, en er is De Vervelende Bus van Schippers & Van Gucht. Ook is er theater te beleven met Spinvis & Introdans en een voorstelling van Maas theater en dans. Er is een Afhaalpoëzie-gedichtenhuisje en er staat een ‘full swing’ zweefmolen opgesteld waar je tijdens het zweven prachtige verhalen in de schoot geworpen krijgt.

“Lezen heeft mijn leven veranderd,” vertelt Ellen van Heijningen. Ze groeide op tussen de kassen van het Westland met qua boekenrijkdom alleen een Medische Encyclopedie die aan de deur werd gekocht en een Kinderbijbel om te lezen. “Toen ik zes was ging ik bij de kerk in Monster boeken lenen, voor een kwartje per stuk, van ‘Pinkeltje’, ‘Arendsoog’ en ‘De Kameleon’ tot ‘De Dolle Tweeling’. Ook stuurde ik week in week uit de oplossing in van de kruiswoordraadsels die in Het Binnenhof stonden. Daar heb ik toen veel boeken mee gewonnen. Waarschijnlijk was ik de enige die meedeed.” Ook herinnert ze zich dat ze in haar eentje op de fiets naar Naaldwijk toog toen daar voor het eerst een bibliotheek werd geopend. “Stonden ze klaar met een bos bloemen. Bleek ik de eerste te zijn die lid werd.”

Ontlezing is een groot probleem, weet Van Heijningen. “Mensen willen steeds meer dóen, jong én oud,” zegt ze over de vele doe-activiteiten op het Boekids-programma. “Maar bij ons houden die wel allemaal rechtstreeks verband met lezen, want interesse opwekken voor het boek, voor lezen blijft het doel. Lezen is voor mij ook het beeldverhaal, en non-fictie is net zo belangrijk als fictie. Het hoeft niet altijd een roman te zijn.”

Boekids UP, zondag 9 juni 2019, van 19.00-22.00 uur. Boekids Festival, maandag 10 juni 2019, van 12.00-17.00 uur. Locatie: Theater De Nieuwe Regentes. Meer informatie: www.boekids.nl

‘Een eer dat ik dit mag doen’

Twaalf keer ‘Lanoye’ tijdens Theater Na de Dam

In opdracht van Theater Na de Dam heeft de Belgische schrijver Tom Lanoye een gloednieuwe toneeltekst  geschreven: Verloren Vader.

In twaalf theaters, waaronder speelhuizen van de negen landelijk opererende stadsgezelschappen wordt die op de avond van de Nationale Dodenherdenking gelijktijdig en in een geënsceneerde lezing gepresenteerd. In Den Haag gebeurt dat in de foyer van Theater aan het Spui / Het Nationale Theater.

Op het moment dat hij zijn telefoon opneemt verkeert Lanoye in een juichstemming: hij heeft zojuist zijn tekst doorgestuurd, zijn 24e theaterstuk en, zo vertelt Lanoye, ‘de 25e komt in september uit.’

Hij vindt het een eer dat hem deze opdracht, nota bene als Belg, ten deel is gevallen. “Ik ben zo blij dat ik ondanks het vele werk toch ‘ja’ heb gezegd. Deze herdenking is iets waar ik als Belg jaloers om ben om twee redenen: dat een nieuw toneelstuk gelijk in een dozijn steden wordt gelezen, dat is iets unieks in de wereld. Nog belangrijker: dat het een herdenking is van de Tweede Wereldoorlog. Die wordt hier veel minder herdacht. Bij ons komt die maar zeer mondjesmaat op gang, al liggen de deportatiecijfers van mijn woonplaats Antwerpen even hoog als die van Nederland. Nu pas komt hier in Vlaanderen, in België stilaan de waarheid naar boven, over onze oorlogsburgemeester bijvoorbeeld en de razzia’s.”

Lanoye: “Vooral in literair opzicht lopen we achter. Bij jullie is door auteurs als onder meer Marga Minco, Harry Mulisch, Judith Herzberg en Arnon Grunberg de Tweede Wereldoorlog tot het collectieve geheugen gaan behoren. En ook door, bijvoorbeeld, Soldaat van Oranje wordt bij jullie in ogenschouw genomen wat er werkelijk is gebeurd.”

“Bij ons is hierover pas de laatste jaren een groter bewustzijn ontstaan. Wij hebben te weinig literaire documenten die onze oorlogen beschrijven. Het wordt tijd voor een stroomversnelling. Als we twee taalgebieden bij elkaar kunnen brengen, ze zijn al zo klein, dan moeten we dat doen. Ik vind het fantastisch dat ik hier voor gevraagd ben. Door te vergelijken leer je meer. Het is mooi dat ik door deze opdracht, door dit stuk te schrijven mijn eigen geschiedenis beter ben gaan begrijpen.”

Oorlog
Literaire ‘divo’ Tom Lanoye werd onlangs zestig, en ontmoet alom eerbetoon. Allereerst staat hij bekend als romancier, dichter en columnist, maar zijn grootste talent ligt misschien wel in het theater. Veel van zijn stukken zijn nu al klassiek te noemen.

In zijn werk vormt ‘oorlog’ een thematische rode draad. Van het legendarische Ten oorlog (in 2015 door theaterbezoekers, acteurs en regisseurs gekroond tot nummer één van de Nederlandstalige theatercanon) tot Mefisto forever en bijvoorbeeld Atropa.

Hij schreef het Boekenweekgeschenk 2012, Heldere Hemel, gebaseerd op een waargebeurd voorval in de nadagen van de Koude Oorlog: een onbemand Sovjet-Russisch gevechtsvliegtuig stort neer in een Belgisch gehucht.

Verloren Vader, zijn nieuwe tekst, speelt zich af in een havenstad waar een verzetsheld na vijftig jaar naar zijn geboortegrond terugkeert. “Hij wordt op de Bevrijdingsfeesten onthaald als held, maar tijdens een interview met twee jonge journalisten dringen flashbacks zich bij hem op. Hij raakt emotioneel in de knoop met zichzelf bij de afsluitende speech die hij mag uitspreken. ‘Verloren Vader’ is aldus een tekst over afscheid nemen, over de betrouwbaarheid van het geheugen en over vluchten voor de werkelijkheid.”

Tom Lanoye is op 4 mei present in Amsterdam. “Ik ga naar de Dam en daarna naar de schouwburg, waar Gijs Scholten van Aschat als een van de spelers Verloren Vader gaat uitspreken. Ik ben zeer benieuwd naar de opvoeringen van mijn twaalfling in de andere steden, maar ik kan me niet opdelen.” In Den Haag spreken Hein van der Heijden, Vanja Rukavina en Dieuwetje Dir de rollen uit.

kader
Op de avond van de Nationale Dodenherdenking zetten theatermakers en artiesten in heel Nederland zich in om deze dag van extra betekenis te voorzien. Tijdens de negende editie van Theater Na de Dam spelen meer dan tachtig voorstellingen die betrekking hebben op de Tweede Wereldoorlog.

In Den Haag, naast ‘Verloren Vader’ in Theater aan het Spui:
– Het Nationale Theater (KS) speelt een nieuwe editie van ‘De Laatste Getuigen’
– HNT Educatie: ‘Over waar de boerderijen stonden’
– Theater aan het Spui: Caribische Verzetsheldenwandeling en Orkater / Sir Duke spelen: ‘Hatta & De Kom’
Firma MES: ‘Maak je over mij geen zorgen’
– De Poezieboys: ‘De Poeziebar’
– In Madorodam is er een kinderherdenking

Meer informatie: www.theaternadedam.nl

‘Het meest seksistische stuk ooit’

Nina Spijkers bij Toneelschuur Producties: Het temmen van de feeks

Vrouwenrollen door mannen – en mannenrollen door vrouwen. Dat is Het temmen van de feeks in handen van regisseur Nina Spijkers. De hoogste tijd voor een gesprek.

Waar is het idee vandaan gekomen om dit stuk te doen?
‘Het is een diepe wens van me om met Shakespeare te werken, want ik ben een fan, en heb dit nog nooit gedaan. De voorbije jaren ben ik me erg bewust geworden van het feit dat ik een vrouwelijke regisseur ben – terwijl ik me beschouwde als ‘one of the boys’. Mijn kijk op vrouwen is veranderd door bewegingen als Time’s Up en MeToo. Ik voelde woede bij me opkomen vanwege het systematisch misbruiken en onderdrukken van vrouwen. En Het temmen van de feeks is een van de meest seksistische stukken ooit geschreven – dus dat leek me uitermate geschikt om daar vragen bij te stellen, het langs de meetlat van het heden te leggen.’

Je kende het stuk, de tekst toch al wel?
‘Ik was zestien toen ik het voor het eerst zag maar heb het intussen vaker gezien. Ik werd altijd heel ongemakkelijk als ik ernaar keek, vooral naar het einde. Want in de slotmonoloog worden onmogelijke dingen gezegd over vrouwen en over de verhouding tussen man en vrouw. Wat je vaak als reddingsboei ziet is dat die monoloog wordt uitgesproken met een cynisch ondertoontje, zo van: ze is heus niet getemd hoor. Maar oorspronkelijk is het wel zo bedoeld, als: lekker om het vrouwtje eronder te hebben en kijk eens hoe goed dat is gelukt. Er worden in het stuk echt gruwelijke dingen gezegd over vrouwen, en andersom over mannen trouwens ook.’

Waarom zou Shakespeare dat dan zo opgeschreven hebben?
‘In zijn tijd mocht je je vrouw rechtmatig in elkaar slaan. De vrouw had een totaal minderwaardige positie in de maatschappij. Vrouwen hadden geen stem, heel extreem. Ze mochten bijvoorbeeld ook niet het toneel op, alle rollen werden gespeeld door mannen, ook de vrouwenrollen. Vrouwen hadden maar één plek, en dat was thuis. Ik denk dat het stuk vanuit een compleet andere tijdsgeest is geschreven, een tijd dat er martelwerktuigen bestonden voor vrouwen opdat ze niet meer kónden spreken, gereedschappen waar ze hun tong in moesten steken en waar spijkers doorheen gingen omdat ze waren opgekomen voor zichzelf.’

Je hanteert een omkering van rollen. Waarom?
‘Roeland Fernhout speelt feeks Katherina en Astrid van Eck doet Petruchio. Nog steeds is Katherina bij mij een vrouw, maar dan wel gespeeld door een man. Daardoor komen de man-vrouwverhoudingen opeens onder een loep te liggen. Het is een manier om niet aldoor hardop vraagtekens te laten doorklinken bij de ideëen van Shakespeare. Een grap krijgt zo opeens een heel andere lading. En het leek me de enige manier om het stuk in het hier en nu nog te kunnen spelen.’

Wordt het zo niet al te kluchtig?
‘Niet als je de rollen serieus blijft nemen. Je hebt het hier trouwens eigenlijk over twee stukken, wat mij betreft. Je hebt de plotlijn rond Bianca en haar vrijers, en die van Katherina en Petruchio. Die laatste lijn voelt voor mij meer aan als een tragedie dan een komedie.’

Hoe gaat het er straks uitzien op toneel?
‘De mannen krijgen korsetten, borsten, heupen. Bij de vrouwen worden de tieten weggedrukt en zij krijgen een meer vierkant figuur rond de schouders en de taille. En voor de rest, als je kijkt naar het kledinggedrag nu is dat voor man en vrouw vaak hetzelfde. We dragen bijna allemaal een spijkerbroek en een trui en hebben sneakers aan de voeten. Vrouwen komen echt niet elke dag op naaldhakken, mannen niet in driedelig pak. Op het toneel is er verder een mannenkant, die blauw is; en een vrouwenkant, die is geel. Aan de vrouwenkant staat een strijkplank, strijkbout, een wasmachine, een droger en een taart; bij de mannen zie je een houtblok met bijl, en een rookruimte.

Je hebt de tekst bewerkt en de helft eruit geknipt?
‘Klopt. Ik wil ruimte scheppen voor beeld en geluid, om iets te laten bestaan naast de taal. En omdat drie meisjes alle mannenrollen, behalve Petruchio dan , spelen kun je verschillende mantypen laten zien maar ook hun anonimiteit. Ze worden daardoor als het ware inwisselbaar. En om dat te bereiken moest ik al die plotlijntjes reduceren. De plot interesseert me toch al niet. Het gaat me meer om rolpatronen tussen vrouwen en mannen. Dat je ‘gender’ als restrictie kan voelen waar je in gevangen zit, eigenlijk vanaf het moment dat je een roze pop in handen krijgt of een speelgoedautootje. Vanaf dat moment is het zaadje geplant.’

Hoe vinden de acteurs dit?
‘Volgens mij heel leuk, heel spannend, heel moeilijk ook. Maar we werken met enorm veel plezier aan deze zoektocht. We vinden een heleboel mooie dingen omdat alles dubbel en zo dubbelzinnige wordt. Je krijgt elke kleine dingetjes cadeau, alleen omdat je het omdraait. Daar hebben we veel plezier aan.’

Best een gewaagd plan!
‘Ik ben iets nieuws aan het proberen, maar dat doe ik mezelf iedere keer weer aan. Heel bewust zoek ik naar nieuwe dingen die me uitdagen. Dat is hier wederom gelukt.’

Mogen we verkleed komen kijken?
‘Ik zou het hartstikke leuk vinden! Doe je best!’

kader
Het temmen van de feeks volgens Shakespeare (1590-1594)
Niemand, niemand wil trouwen met Katherina. Haar zusje Bianca, in alles haar tegenbeeld, is veel geliefder. Maar Bianca mag pas trouwen van hun vader als Katherina aan de man is gebracht. De rijke Petruchio gaat de uitdaging aan om deze feeks te temmen. Maar wie temt nu eigenlijk wie? In de slotscène houden de mannen een weddenschap over wie van de twee volgens hen de meest gehoorzame is.

Het temmen van de feeks volgens Nina Spijkers (2019)
Alle vrouwenrollen worden door mannen en alle mannenrollen door vrouwen gespeeld. Shakespeare’s (seksistische) komedie is het vertrekpunt voor een onderzoek naar de mate hoezeer op gender gestoelde rolpatronen bepalend zijn. Wat is de erfenis van stereotypen? En hoe breken we los van deze conventies om werkelijk gelijk te zijn?

kader
Nina Spijkers
… een van de vaste regisseurs van Toneelschuur Producties, studeerde in 2014 af met Kwartet aan de regieopleiding van de Theaterschool Amsterdam. In 2015 won ze er de Top Naeff Prijs voor, een aanmoedigingsprijs. In datzelfde jaar debuteerde ze bij Toneelschuur Producties met Phaedra’s Love van Sarah Kane. In 2016 regisseerde ze bij de Toneelschuur Friedrich Schiller’s Don Carlos, dat werd genomineerd voor de BNG Bank Nieuwe Theatermakersprijs. In 2017 regisseerde ze Ivanov van Tsjechov en ook voor deze voorstelling werd ze genomineerd voor de BNG Nieuwe Theatermakersprijs. Die voorstelling werd bovendien geselecteerd voor het Nederlands Theater Festival 2017. Afgelopen seizoen maakte ze Geluk.

Toneelschuur Producties: Het temmen van de feeks. Tournee tot medio april 2019. Meer informatie: toneelschuur.nl.

Fluisterstil én flamboyant

Raymond van het Groenewoud op tournee

Van ‘solo spelen’ krijgt hij klamme handen, nog altijd. Zondag is hij te gast in de Koninklijke Schouwburg. Intiem en fragiel.

‘Je veux de l’amour, je veux de l’amour. Waar ik ga, waar ik sta. Voor ik sterf, voor ik verga, je veux de l’amour. (…) Maintenant, tout de suite, heute, godverdomme. Je veux de l‘amour, en ook geld, geld. Om cadeautjes te kopen en aan iedereen te geven. Opdat ze van me houden, pour toujours.’

Dat was 1980. Inmiddels staat Van het Groenewoud vijf decennia op de Nederlandse en Belgische podia. Hij neemt een unieke plaats in het Vlaamse muzieklandschap in, meer nog: in het Nederlandse taalgebied – toen en nog altijd.

Er zijn geen ‘imitatie-raymonds’ of ‘tweedehands-raymonds’. Zelf noemt hij zich tekstdichter, filosoof en clown. Zijn teksten variëren van voluptueus en opgewekt tot juist meer dan indroevig gestemd, en dan weer licht filosofisch van toonaard. Van ‘Meisjes’ en ‘Twee meisjes’ via ‘Vlaanderen boven’, de hartenkreet ‘Je veux de l’amour’ en ‘Haile Selassie’, tot het olijke ‘Chachacha’, ‘Het verschil met mijn vriend Jan’, en het zelfportret ‘Goeiemorgen ouwe rotkop’, en niet te vergeten de gospel ‘Liefde voor muziek’ en ‘Zjoske’. Klinkt als: Alle dertien goed.

Met ‘Kreten en gefluister’ start Raymond van het Groenewoud op zijn bijna-zeventigste een nieuw muzikaal hoofdstuk voor zichzelf. Met alleen een piano die goudeerlijk aan zijn zijde staat en een gitaar om de hals in de aanslag. Geen begeleidingsgroep, geen franje. Het podium is hij nog lang niet beu, in zijn dooie eentje vindt hij nog altijd het heilige vuur.

De allermooiste Raymond? Dat is de Raymond die een beetje ‘depri’ is. Maar hij is ook behept met emmers vol nostalgie en slimmigheid die hij lardeert met bijtende humor en vooral veel zelfrelativering. En hij kan schitterend stampvoeten over het artiestenleven.

Voeg dat alles samen in één concert en je krijgt een schitterend portret in handen geschoven. “In het algemeen staan al mijn liedjes heel dicht bij mij,” vertrouwt hij de Vlaamse website Clubcultuur toe. “In muziek zit meer magie dan gewoon praten met mensen. Ik kan uitleggen hoe ik over dingen denk, maar ik vind daar een heel saaie kant aan. Woorden op muziek, dat is een heel andere wereld dan woorden in een gesprek. Het is iets magisch, niet te identificeren.”

Zijn ouders zijn geboren en getogen Amsterdammers. Om aan de legerdienst en de politionele acties in Indië te ontsnappen, vlucht vader alias muzikant Nico Gomez in 1947 naar Brussel. Eerst wonen ze in de Hoogstraat, later verhuizen ze naar Schaarbeek. Daar is Raymond geboren, op 14 februari 1950, te beschouwen als veruit de belangrijkste daad van deze Nico Gomez aan de muziekgeschiedenis.

Van het Groenewoud heeft een haat-liefdeverhouding met Nederland. ‘Tulpen uit Amsterdam’, zette hij uit volle borst in 2011 op CD. In 1996 schreef hij het lied ‘Ik hou van Hollanders’, met de tekstregels: ‘Ze hebben gelijk / Ze lopen rood aan / Ze hebben gelijk /En daar komt het op aan.’ Maar hij zingzegt ook: ‘Hollanders kunnen nogal luidruchtig zijn en hebben over alles een mening.’

Tegenwoordig voelt Raymond zich wat je zou noemen nog het meest een Antwerpse Amsterdammmer, of andersom: een Amsterdamse Antwerpenaar. Dat u het maar weet.

Raymond van het Groenewoud: ‘Kreten en gefluister’. Zondag 10 maart 2019 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl en raymondvanhetgroenewoud.be.

Naar het voorgeborchte van de hel

Dégradé: Naar de hemel wijzen

Dégradé staat voor ‘extreem beeldend geluidstheater’. Over Bauhaus zou het gaan. Maar het is uitgedraaid op een bloedrood gekleurd theatraal epistel over de duivel.

Terwijl Dégradé-initiatiefnemer David Geysen de woorden in de mond neemt van Lucifer, als zijnde de duivel vóór zijn satanische val, ontwerpt ‘partner in crime’ Carl Beukman het subsonische geluid van het onderaardse.

Geysen declameert: ‘Het geboorte worden van de mensenmade heeft mij altijd boeiteloos gemaat. Dat de eerste wereldlijke daad met bloedvergiet en scheurbuik gaat gepaard is voor mij een spiegelaf van de menselijke aard.’

Het zijn de duivelse openingswoorden van een demonische tekst, een monoloog: “En dat loopt zo zo’n dertig pagina’s door,” verklaart Geysen met een licht sardonisch lachje.

Naar de hemel wijzen wordt straks opgediend in de avant-gardistische stijl waar de uitvinders van ‘extreem beeldend geluidstheater’ om bekend staan door eerdere voorstellingen als Polonium-210 en België.

De beide Dégradé-grondleggers beloven muzikale en beeldende effecten ‘op de hartslag van taal die in de vloer gekrast lijkt en in klei geboetseerd’. Een voorstelling over de schoonheid van het mislukken. Op zoek naar het punt waar lijden en geluk elkaar één ademtocht in troost opheffen. Geysen voorziet ‘een krankzinnige voorstelling’ gecentreerd rond een verbolgen duivel.

“De duivel is boos omdat de mens geschapen is door god. Hij is daarom vastbesloten om wraak te nemen. Maar daardoor veroorzaakt hij uiteindelijk zijn eigen val. Ik vind de duivel een interessant personage, al hebben we hem als mensheid waarschijnlijk zelf gecreëerd. Net als de hel. Voor mij is dat ook een interessante plek, net zoals dat voor Dante Alighieri in zijn beroemde Divinia Comedia gold. Want de hel is ook precies de plaats waar de kunstenaars verblijven,” lacht hij, “en eigenlijk de plek waar alle interessante mensen op een kluitje zitten. En daarbij is het dagelijks leven de hel, toch?”

Wijzen naar de hemel is voor Dégradé bijna een snoepje vooraf, de opmaat naar een grote productie rond de Divina Comedia. “Dat wordt een live spektakel dat we gaan uitsmeren over een heel jaar. In december gaan we van start met De Hel, in mei 2020 volgt De Louteringsberg, en in december 2020 brengen we het drieluik integraal uit, met daarbij ook deel drie: Het Paradijs.

Voor het eerst in zijn professionele toneelcarrière die stiekem al twintig jaar beslaat, brengt Geysen een monoloog. “Ik heb vele rollen gespeeld, tot aan Hamlet aan toe, dat was bij de afscheidsvoorstelling van Toneelgroep De Appel. Maar een monoloog heb ik nog nooit gedaan. Ik merk dat je je voor het instuderen van deze tekst bijna als een pianist op etudes moet voorbereiden, en dat je noot per noot, in dit geval woord voor woord, de zinnen moet veroveren. Pas daarna wordt het leuk. Wat het ook moeilijk maakt is dat tekstschrijver Jibbe Willems in dit stuk vaak de woorden omdraait in de zinsconstructies, hij schrijft geen lineaire taal.”

De eerder aangekondigde productie rond Bauhaus kan geen doorgang vinden. “Dat vinden we erg jammer,” zegt Beukman. “Helaas kon het project geen goedkeuring wegdragen van de gemeente. Het was heel interessant geweest om in dit Bauhaus-jaar hiermee voor de dag te komen.”

Geysen: “Dat project zou exact gepast hebben om te laten zien waar we als theaterbroedplaats voor staan: onderzoeken hoe we uiteenlopende disciplines kunnen samenvoegen en dat als inspiratiebron gebruiken voor onze eigen voorstellingen. Doodzonde dat het niet door kan gaan.” Maar nu eerst ‘Naar de hemel wijzen’.

Dégradé: ‘Naar de hemel wijzen’. Te zien in Korzo Theater van donderdag 7 tot en met zaterdag 9 maart 2019. Meer informatie: degrade.nl.

Sloepdobberen onder het melkwoud

Branoul wekt de beroemde nacht van Llareggyb tot leven middels spel, muziek, geluid, zang en … een old school ‘gerauschmacher’.

Llareggyb. ‘Om te beginnen bij het begin: Het is lente, nacht zonder maan in de kleine stad, zonder ster en Bijbelzwart, de stille straten en het gekromde vrijers- en konijnenwoud hinken onzichtbaar naar de sleezwarte, trage, zwarte, kraaizwarte, sloepdobberende zee.’

Het hoorspel van Dylan Thomas (1914-1953) – hierboven geciteerd in de unieke wormvormige vertaling van Hugo Claus – dat de BBC in 1954 op de radio uitzond, zou ‘De dolle stad’ heten. En inderdaad: dit schilderachtige vissersstadje in Wales is bijkans krols van de lente die haar gedurende de korte tijd van het spel, niet meer dan een dag en een nacht trouwens, overvalt. Toch heeft het de titel ‘Onder het melkwoud’ gekregen.

Verschillende stemmen nemen je gedurende een etmaal op sleeptouw mee en net als in de ‘Ulysses’ van James Joyce, begeleiden je langs straten, pleinen en weiden van het dorpje-aan-zee. Je krijgt het voorrecht om in hun huizen te snuisteren en als ze ogenschijnlijk slapen zul je hun dromen zien. Je zult ze hardop horen denken over hun doden, hun geliefden, over hun onderdrukte verlangens en verwensingen. Ondertussen strijkt de tijd voorbij. En kruipt de dageraad ijlend naderbij.

Verschillende mensen uit het illustere fictieve dorpje aan de Atlantische oceaan worden zo door Thomas, zelfverklaard woordenmaniak, in hun grotesk-ontroerende dagelijkse doen en laten gevolgd en beschreven. Het zijn surrealistische capriolen, die soms komisch, soms tragisch zijn.

Onophoudelijk laat hij nieuwe figuren opduiken, die hij met intens scherpe blik moet hebben gadegeslagen en daarna vol overgave en met barokke overvolheid vastgelegd. Van baby’s die slapen, de boeren, de vissers, de handelaren, de postbode en de minnares tot de zwempotige mosselwijven en de zindelijke huisvrouwen.

Allen dromen. Van de zeeroversdolle zee. Van de doden. Van de havenhoeren. Van het geld. Van rattenkruidkoekjes, gewurgde parkieten en schaamteloze blote meisjes. In de handen van Thomas is een doorsnee dorpskroniek veranderd in een loeiend broeinest van geheimen, angsten en verlangens. Want Thomas vergunt ons een inkijk in de intiemste roerselen van het menselijk hart. En dat alles in de overwoekerende glorie van zijn taalvondsten.

Thomas doopte ‘Onder het melkwoud’ tot een ‘play for voices’. En dat is precies wat Branoul producties er mee doet: Een live stemmenspel smeden naar het origineel, als een opwindend dagreisje, en meegenomen aan de hand van drie acteurs (Sijtze van der Meer, Roeland Drost, Bob Schwarze). Bij elkaar verklanken en verbeelden ze 60 personages, terwijl ze zijn omgeven door een zee aan geluiden. En door een geluidstovenaar, een ‘gerauschmacher’ die voor geluidseffecten zorgt.

“Twee jaar geleden hebben we deze tekst al eens gedaan, toen met De Bende van Branoul” geeft Bob Schwarze, directeur/acteur van Branoul aan, “dat is een groepje kunstenaars dat Branoul een warm hart toedraagt. Maar nu gaan we het heel anders doen. Je ziet geen personages in beeld, maar wel personen ontstaan. Het is een prachttekst, maar om die louter en alleen voor te dragen vergt wel erg veel concentratie bij het publiek. Daarom wordt het een afwisseling van declameren, geluid en scènes uitspelen.”

Branoul: ‘Onder het melkwoud’. Van vrijdag 1 maart tot en met zondag 17 maart 2019. Meer informatie: branoul.nl.