‘We zijn meer dan een kortingspas’

Bas Morsch van We Are Public zoekt duizend cultuuroptimisten

Je wilt best een dosis kunst opsnuiven, een dagje of avondje uit. Maar waar ga je heen? We Are Public helpt je op weg.

We Are Public (WAP) werd twee jaar geleden in Amsterdam door de cultureel ondernemers Leon Caren en Bas Morsch opgezet met het doel om de klap van de bezuinigingen te verzachten voor de culturele wereld, door te proberen nieuw publiek de zalen in te krijgen. Na beproefd succes in de landshoofdstad met ‘Subbacultcha’ bleek ook de ‘serieuze’ kunst daar ontvankelijk: zo’n 3.000 leden brachten 52.000 nieuwe cultuurbezoeken en gezamenlijk 450.00 euro in het laatje.

En dus rolt WAP het concept verder uit over het land, te beginnen in Den Haag, en gaat hier op zoek naar cultuuroptimisten. Beter gezegd naar, zoals WAP ze noemt: ‘investeerders’. In ruil voor het lidmaatschapsgeld van 15 euro per maand kun je gratis op bezoek bij de aangesloten kunstinstellingen. Niet onbeperkt trouwens, want een 18-koppig redactieteam van ingevoerde cultuurprofessionals waakt over het voorradige hofstedelijke snoepgoed – ter voorkoming van een overdaad aan ‘winkeldochters’. WAP belooft maandelijks zeker zo’n vijftig programma’s aan te bieden. Ruim vijftig Haagse kunstinstellingen, van het Gemeentemuseum tot aan het Paard van Troje en van de Koninklijke Schouwburg tot aan PIP Den Haag doen mee.

Toen vier jaar geleden een valbijl de wortels van het kunstenbestel doorkliefde, is de sector ertoe overgegaan om, meer dan tevoren, de handen ineen te slaan. Nieuwe verdienmodellen waren noodzaak. In Den Haag is het aanstaande verstandshuwelijk van Theater aan het Spui, de Koninklijke Schouwburg en Het Nationale Toneel daarvan nog het beste voorbeeld, al is dat ook op inhoudelijke leest geschoeid. Binnenkort transformeren zij tot Het Nationale Theater. Ook WAP toont aan dat de bakens zijn verzet, dat samenwerking het vleesgeworden mantra is. Want kunstliefhebbers zijn omnivoren, hoppen dus graag: van museum naar theater, van dans naar jazz, of van cabaret naar keramiek.

“We merken dat onze leden het fijn vinden dat ze door ons nieuwe ontdekkingen doen” zegt Bas Morsch, met Leon Caren oprichter van WAP. “Op onze site kunnen leden bovendien in één oogopslag zien wat volgens onze redactie hip and happening is. Voor hen zijn we een keurmerk. Zo blijven ze zelf up to date. We zijn meer dan alleen een kortingspas.” Ook de deelnemende kunstinstellingen zijn verheugd, zegt Morsch. “Ze krijgen weer nieuw publiek over de vloer, dat zonder ons niet bij ze langsgekomen zou zijn.”

Optimist
WAP ziet zijn ‘community’ als een eigentijdse beweging die het consumeren van kunst en cultuur behapbaar maakt. “We zorgen voor maatschappelijk draagvlak. Door lid te zijn steunen onze leden financieel de culturele sector; inkomsten uit de lidmaatschappen komen voor een aanzienlijk deel ten goede aan culturele instellingen en makers.”

WAP gaat op 1 januari van start. Dat wil zeggen: “Mits vóór 12 december ten minste duizend cultuuroptimisten zich hebben aangesloten.” Tot 1 januari is er een pilotprogramma van ruim 50 concerten, exposities, voorstellingen en films in de stad. De organisatie heeft de ambitie om de komende jaren uit te groeien tot een landelijk platform. Leden kunnen straks dus niet alleen in hun eigen stad maar door het hele land naar programma’s die door WAP zijn geselecteerd. WAP start zaterdag een campagne op de Grote Mark tijdens de Museumnacht Den Haag.

Advertenties

Cultuurvreters & cultuurdromers

Theater De Meervaart: hoog met laag verbinden door te vertellen

Verhalen vertellen die verteld móeten worden, dat is de ambitie van Theater de Meervaart. “En als die niet nu en hier te vinden zijn, gaan we ze zelf maken.”

Een theater dat met de culturele voorhoede meeloopt maar net zo op handen wordt gedragen door wijkbewoners. En dat in de outskirts van de stadse metropool Amsterdam. Hoe lukt het de Meervaart toch om cultuurvreters aan zich te binden en tegelijkertijd ook de wijk te activeren. Hoe speelt het dat klaar?

Amsterdam Nieuw-West: een bonte wijk waar uiteenlopend pluimage – jong met oud, blank bij zwart, rose langs blauw, en diepgelovigen naast ongelovigen – onderdak vindt in Theater de Meervaart. Een theatrale pleisterplaats, knooppunt van wegen, en stromingen en gezindten; gelegen aan een mooie, rustieke plas. “Wijkbewoners zijn hier aandeelhouder” vertelt Meervaart-directeur Andreas Fleischmann. Als ‘huis’ van Nieuw-West, zegt hij, staat in de Meervaart respect en nieuwsgierigheid naar elkaar en de ‘anderen’ centraal. Het slechten van culturele drempels ziet hij als een uitdaging.

“We zijn veel meer dan doorgeefluik van voorstellingen,” legt Fleischmann uit, sedert twee jaar het boegbeeld van De Meervaart. “Onder de noemer Meervaart Studio organiseren we uiteenlopende activiteiten voor kinderen en jongeren. Bij onze jeugdtheaterschool 4West bijvoorbeeld, kunnen kinderen vanaf vier jaar meedoen in een dans- of theaterspeelgroep, workshops streetdance volgen, klassiek ballet of (muziek)theater. Vanaf hun veertiende kunnen ze daarna aan de slag bij Studio West, onze werkplaats voor creatief talent, al hoeven ze later niet allemaal per se naar een hbo-theaterschool; meedoen alleen al werkt verrijkend. Zo vormen we een keten van bezoekers, van (piep) jong tot (stok)oud(ers). Scholen uit de wijk kunnen hier voorstellingen bezoeken en workshops organiseren. Al met al geeft Meervaart Studio jaarlijks aan zo’n zevenduizend kinderen en jongeren uit Amsterdam de kans om hun creatieve talent te uiten.”

Voor wie een workshop acteren of dansen een brug te ver is kan het bezoeken van een voorstelling evenzogoed een blikopener zijn. In de programmering van de Meervaart is daarom voor elk wat wils te vinden: kinder- en jeugdtheatervoorstellingen gaan er hand in hand met urban dance en stand-up comedy; en er is cabaret, toneel en dans voor volwassenen. Maar er zijn ook voorstellingen te zien die van onderop opkomen uit bewonersgroepen van Nieuw-West. Er zijn interessante crossovers. Hoge wordt er met lage kunst gemixt, even voor de vuist weg: van Holland Festival tot Bigi Poku Toppers. Of zoals in juni nog, toen stadsgezelschap voor dans ICKamsterdam samenwerkte met theatermaker Jakop Ahlbom.

“Daarmee hebben we trouwens meteen twee van onze vijf huisgezelschappen te pakken,”zegt Fleischmann. “Van die vijf trekt straks ICKamsterdam, het gezelschap rond het duo Pieter C. Scholten en Emio Greco, daadwerkelijk bij ons in, gaan hier hun studio’s en kantoren inrichten. Met de andere makers, Jakop Ahlbom, Floris van Delft, George & Eran en het Amsterdamse Andalusisch Orkest loopt de afspraak dat ze hier premières uitbrengen. Straks kunnen we spannende samenwerkingsverbanden smeden tussen al onze huisgezelschappen” blikt Fleischmann alvast vooruit.

Het is al met al een rijk palet. Maar nog is dat alles niet genoeg. Fleischmann zegt aanbod te missen dat de huidige samenleving weerspiegelt. “We kiezen er daarom voor om zelf voorstellingen te gaan ontwikkelen. We willen die verhalen vertellen die verteld móeten worden. En als die er in het theater nog niet zijn, dan máken we ze.”

Gemêleerd
Theater de Meervaart staat daarmee garant voor een erg gemêleerde toeloop. Aan de ene kant weten wijkbewoners van Osdorp inmiddels blindelings de weg naar de Meervaart te vinden, anderzijds is er groeiende belangstelling en aandacht vanuit de binnenste ring van Amsterdam, merkt Fleischmann. “Dat is mooi.” In de komende jaren staat er overigens nog veel op stapel. “Ons huis krijgt een facelift, inpandig worden studio’s en kantoren gerealiseerd voor ICKamsterdam, en aan de zijde van het nu nog wat saaie pleintje achter ons theater verrijst een food court, als onderdeel van het aanpalende winkelcentrum. Die upgrade zorgt voor meer bedrijvigheid en verlevendigt dan weer de directe omgeving van het theater. Hopelijk zorgt die wisselwerking straks dan weer voor meer bezoekers.”

Uiteindelijk steekt alles wat je doet als een kaartenhuis in elkaar. Fleischmann: “Het een kan niet zonder het ander. Ongeacht het publiek dat je over de vloer hebt, je moet de dynamiek ervan begrijpen. Daar begint alles mee. Daarom willen we nog meer dan nu al een cultuurhuis zijn, een huiskamer die voor iedereen altijd vrijelijk open staat.”

Even voorstellen: ICKamsterdam
“In de samenwerking met Theater de Meervaart, waar we vanaf 2017 een van de huisgezelschappen zijn, hebben we een unieke basis gevonden, een ‘thuis’ voor onze voorstellingen en projecten” zegt Pieter C. Scholten. Hij is met Emio Greco de artistieke kern van het Internationaal Choreografisch Centrum Amsterdam. “Straks houden we in de Meervaart kantoor en hebben we daar onze studio’s. We zijn blij dat we vanuit deze vaste stek aan onze toekomst kunnen werken.”

ICKamsterdam is veel meer dan een dansgroep alleen. “Naast voorstellingen organiseren we workshops, dansateliers, danslessen en uiteenlopende educatieprojecten.” Als stadsgezelschap van Amsterdam is ICKamsterdam verantwoordelijk voor verbindingen met het dansveld in de stad maar ook voor samenwerkingsprojecten buiten de dans, en onder meer voor talentontwikkeling. “Dat doen we sinds 2009. We kijken dus een straatje verder dan alleen dans. Kijk bijvoorbeeld naar de samenwerking met Jakop Ahlbom, zoals in Swan Lake. Doordat Emio en ik samen ook de artistieke leiding voeren van het Ballet National de Marseille – met dertig dansers een groot klassiek gezelschap in Frankrijk – kunnen we allerlei mooie uitwisselingsprojecten gaan opzetten.” En: “Premières hier worden dáár ook uitgebracht en vice versa. Een van de plannen is een festival met Nederlandse kunstenaars in Marseille, en in Amsterdam met Franse kunstenaars.”

Scholten: “De Meervaart is uitgegroeid tot een bijzondere plek in een markante Amsterdamse wijk. We willen er graag een talentenhuis bouwen, en een vast theaterpubliek trekken dat onze ontwikkelingen volgt. Samen met Meervaart-directeur Andreas Fleischmann kan dat lukken, hij heeft bewezen bereid te zijn om zo nodig de boel helemaal om te gooien en het avontuur aan te durven. De goede reputatie van Theater de Meervaart is daarbij zeer behulpzaam.”

 

Morgenrood tot ontwaken gebracht

Bral schrijft volksopera De Vloek op Scheveningen

Na het eclatante succes vorig jaar van de vissersopera Harde Handen wisten ze daar bij het Zuiderstrandtheater al snel: dit móet een vervolg krijgen.

En ziedaar, dat is er nu met De Vloek op Scheveningen. Op tekst van de meespelende (en zingende!) Sjaak Bral worden de hoofdrollen in deze Nederlandstalige ‘volksopera’ vertolkt door cracks Ernst Daniel Smid en Miranda van Kralingen.

‘Ha ha ha’, geeft regisseur Kees Scholten solo ten beste. Wat besmuikt en vooral voor de vorm bootst hij het massief klinkende gezang van een 140-koppig Schevenings zangkoor na ten overstaan van de zes aanwezige spelers/zangers. Om even later opeens de nuance te zoeken. ‘So-li-da-ri-téit,’ zo legt hij de gewenste nadruk uit aan operaster Miranda van Kralingen (Sien). ‘Als de muziek daarna inzet,’ verduidelijkt hij, ‘kijk je strak en innerlijk verstild voor je uit, en loop je veelbetekenend weg van je echtgenoot, richting zaal, naar het publiek. Laat die Arie Vrolijk (Smid) het maar goed voelen.’

Het moet die middag tijdens de repetitie een paar keer bijna à la ‘De Vloer Op’ over, maar dan zit de scène ook werkelijk gebeiteld. Voorlopig tenminste, want het tienkoppige ensemble van het Residentie Orkest sluit tijdens deze repetitie pas later in de avond aan, de spelertjes van Theaterschool Rabarber zijn er ook nog niet bij, en evenmin de leden van Theaterkoor Dario Fo. Ook het speciaal voor deze eenmalige productie uit loepzuivere Scheveningers gerekruteerde zangkoor is nu niet bij. In een eerder stadium is er al wel met alle partijen gerepeteerd.

Errepels & herring
De theatervertelling van Bral is een muzikaal verhaal over verleden, heden en toekomst van de Scheveningse haven. Die speelt zich af in het Zuiderstrandtheater, op vrijwel letterlijk het grondgebied dat vroeger ‘De Sleep’ toebehoorde, waar tot 1979 de Sleephelling Maatschappij Scheveningen was gevestigd. Nagenoeg iedere Scheveninger was er werkzaam (geweest) of kende iemand die er had gewerkt. Na het faillissement in 1979 werd nog geprobeerd een doorstart te maken, maar uiteindelijk werd het werfterrein in 2005 door een projectontwikkelaar opgekocht. Er verrezen luxe appartementen.

De repetities voor ‘De Vloek van Scheveningen’ vinden voor een belangrijk deel in de studio plaats van de ‘blauwe doos’, volumebouw die als tijdelijk onderkomen dient voor Zuiderstrandtheater en Residentie Orkest. Daar moet ondertussen de verbeelding even flink aan de bak: schel TL-licht, nul rekwisieten, en van het decorbeeld dat straks de productie omlijst valt niets te bespeuren dan zwarte achterdoeken. Verder enkel een zwarte Schimmel-piano, een lage tafel waarop het script opengevouwen ligt, en een rij stoelen die de coulissen voorstellen. Toch zijn in de kale omgeving al wel enkele brok-in-de-keel-momentjes te beleven. Het moment bijvoorbeeld dat Bral – onder meer verteller, oliemannetje én Sleepdirecteur Piet Duindam – een tas met shirts in de handen stopt van Vrolijk. Die vol verbijstering achterblijft. Maar ook humoristische: ‘Errepels op het vuur / Herring in ‘t zuur / en de zon op je bol / wat wul je mèr’, zo zingen de vrouwen in het lied ‘Eiland Vlook’. Het is geënt op Mascagni’s ‘Cavalleria Rusticana’. De volksopera is gebouwd rond enkele bewerkingen van bekende operahits, onder meer van Bizet en Verdi, en musicaltoppers (‘Sweeney Todd’ en ‘Fiddler on the roof’), maar ook huiscomponist van muziektheatercollectief Volksoperhuis Jef Hofmeister heeft enkele composities geschreven.

Kwal
Bral heeft met De Vloek op Scheveningen op het eerste oor een mooi werkje afgeleverd, met in de drie bedrijven veel aandacht voor noeste arbeidersstrijd, werkmansverzet en opkomende projectontwikkelaarsbelangen. Zinderend wonen aan Zee, luidt de slagzin waarmee groot-geld-jongens-van-nu het grondgebied dat pal voor de neus van het Zuiderstrandtheater ligt, oppimpen met – opnieuw – eentonige woningbouw. ‘De Scheveningers hebben het allemaal zelf uit handen laten vallen,’ ventileert Bral. Die opvatting krijgt bij hem vooral gestalte in Sien, de vrouw van Arie. ‘In de spreuk onder het wapen van Scheveningen staat ‘standvastigheid en volharding,’ laat hij haar vertolkster Miranda van Kralingen in deze volksopera strijdbaar uitspreken. ‘Arie, jij hebt de ruggengraat van een kwal’.

Het wachten is nog even op de windmolenparken die er straks aan de einder van de zee dobberen, en een nagenoeg volgebouwde kuststrook. Tenzij…  Ja, tenzij wat eigenlijk?

De Vloek van Scheveningen. Met medewerking van Kwekers in de Kunst, Residentie Orkest, Theaterschool Rabarber en vele Scheveningers. Te zien van donderdag 8 tot en met woensdag 14 september in het Zuiderstrandtheater. Tickets: (070) 88 00 333 of via zuiderstrandtheater.nl.

 

Het gaat niet om prijzen winnen

Xander van Vledder als quizmaster Willem Ruis

Willem Ruis, de show van zijn leven is een muzikaal eerbetoon én portret van de man die Amerikaanse showtelevisie in Nederland introduceerde. In de jaren tachtig had hij hier iedereen aan een touwtje. Tot zijn rikketik, pas 41 jaar oud, het opeens begaf.

Spanje, augustus 1986. Badend in het zweet, neerzittend voor het tentje op een camping nabij Sevilla, denderde het schokkende nieuws via middengolf en oordoppen van het zakradiootje (ja, die had je toen al) vol bij me binnen: Willem Ruis overleden! Hartaanval, 41 jaar. Terwijl hij toen uitgerekend in Benidorm vakantie aan het vieren was. De man die Nederland week in week uit aan de TV gekluisterd hield met De Willem Ruis Show en de Sterrenshow! In feite waren het complete theatervoorstellingen. Neem nou die keer in 1985 dat hij een enorme modelspoorbaan had laten aanrukken in de tent waarmee de VARA door Nederland ging, en daarbij met veel gevoel voor drama samen met Willeke Alberti een lied zong over afscheid nemen op het perron, waar de trein van Amsterdam naar Zandvoort klaar stond te stomen. Zijn tv-kijkspellen waren, zeker voor die tijd, groots opgezette personalityshows. Ze brachten eerst de KRO in problemen en daarna de VARA op de rand van haar faillissement, want op kosten werd niet gelet: harmoniegezelschappen, orkesten, zangkoren, showballetten, internationale sterren, heel veel figuranten en regelmatig wisselende decors. Het kon niet op.

“Toch was Willem eigenlijk helemaal niet zo’n goeie zanger”, vertelt Xander van Vledder. “En dansen, hm, dat kon hij ook al niet bijster”. In de musical Willem Ruis, de show van zijn leven leent Van Vledder letterlijk zijn eigen gezicht aan de energieke, ronduit brutale show- en quizmaster – die ook wel kissmaster werd genoemd – van weleer. Maar ondertussen liep hij wel met goudgeglitterd jasje en gouden hoge hoed in een decor van goud, glitter en lichten van de ene naar de andere kant van het podium. Nederland viel als een blok voor de blonde televisie-icoon.

Wervelstorm
Van Vledder kruipt zo’n keer of vier per week in de huid van de man die zichzelf opwerkte van KLM-werknemer tot ambitieuze, nee, grensverleggende showmaster. “Als purser overnachtte hij geregeld in de Verenigde Staten. Daar zag hij op tv shows die Nederland niet kende. Op een dag verzamelde hij al het lef dat hij in zich had om met die verworven wetenschap aan te kloppen bij de toenmalige Nederlandse tv-bonzen. Kort daarna raasde hij, als een kleurrijke wervelstorm, volleerd over het kleurenscherm van de tv”.

De musical Willem Ruis, de show van zijn leven werd beloond met, bij elkaar opgeteld, liefst 24 sterren aan recensentenwaarderingen. Het lukt Van Vledder de charismatische als de nare kanten van de showmaster voelbaar te maken, schreef de Telegraaf. Dit eerbetoon, deze hommage aan een van Nederlands grootste en meest markante tv-talenten werd in 2015 dan ook genomineerd voor een reeks onderscheidingen, van musical met de ‘beste liedteksten’ en de publieksprijs voor ‘beste grote musical’, terwijl ondertussen een Musical Award in de wacht werd gesleept voor ‘beste script’.

En Xander van Vledder werd genomineerd voor ‘beste hoofdrol in een grote musical’. “Zeker, dat is fijn, tuurlijk. Erkenning krijgen is heel fijn. Maar voor mij is dat geen drijfveer bij de uitoefening van dit vak. Het gaat er niet om prijzen te winnen. Neen, acteren gaat er wat mij betreft om dat je verschillende kanten van jezelf tot uiting kunt brengen, dat je steeds als het ware de mogelijkheid wordt geboden heel even iemand anders te kunnen zijn. En dat je zo aan verschillende algemeen-menselijke eigenschappen mag ruiken. Acteren blijft voor mij al met al in de eerste plaats zoiets als het kunnen en mogen variëren op jezelf”.

Sprookjes
Tweeënhalf uur non-stop muzikaal en theatraal spektakel, met Van Vledder voortdurend in de spotlights gebrand. Vanzelfsprekend prijst hij zich bijzonder gelukkig. “Een geweldige rol”, vindt Vledder, “het is echt dik en dubbel uitpakken voor mij. Een veelomvattend rol is het ook: ik mag presenteren, zingen, acteren. Alle facetten van Ruis’ leven komen in deze voorstelling dan ook aan bod, van zijn prille opkomst als tv-presentator van Vijf tegen Vijf, tot zijn persoonlijke ondergang. Van de roem vanwege tv-glamour tot angstfobieën. Maar bovenal was hij doods- en doodsbenauwd dat de schuimtaart van zijn sprookjeswereld zou instorten als hij gedwongen zou worden zijn show te moeten stoppen. Dat is regelrechte verlatingsangst. Onder een overdosis aan ambitie en gebrekkige sociale vaardigheden ging op een gegeven moment zijn gezondheid haperen, en durfde hij zijn gezin niet meer onder ogen te komen. Hij verwaarloosde zijn privéleven. Ook leed hij onder de miskenning door zijn vader. In reacties die hij krijgt van bezoekers klinkt vaak door dat ze ontroerd zijn door juist dat klein menselijke leed. “Dat ontroert”.

“Juist liefhebbers van toneelvoorstellingen moeten deze voorstelling zien”, meent Van Vledder. “Je ziet de drijfveren van de showman die Ruis was, voor je ogen gestalte krijgen. Het is een musical met veel aandacht voor goed toneelspel”.

Moszkowicz
Van Vledder is bij het Haagse (toneel)publiek zeker geen onbekende: zijn naam prijkte op de affiches van vele toneelgezelschappen, en ook van het Nationale Toneel. Daar speelde hij onder meer in Tirza, Emilia Galotti en Equus. Bij het Zuidelijk Toneel was hij de verpersoonlijking van Peer Gynt en bij DeLaMar was hij te zien in Bedscènes. In Soldaat van Oranje was hij Fred van Houten. Op tv speelde hij in de series Feuten, in Freddy, leven in de Brouwerij en in Van Gogh, een huis voor Vincent. En in de bekroonde tv-serie Ramses was hij te zien als schrijver Cees Nootenboom. En, binnenkort, starten dus de opnames voor een dramaserie op tv over de familie Moszkowicz, met Van Vledder als Max junior, een van de broers. “In deze serie bestrijkt die rol zijn leven vanaf zijn achttiende tot aan zijn vijfenvijftigste jaar. Een uitdaging, ook wat het aanwenden van zijn stem betreft”.

Willem Ruis, de show van zijn leven. Te zien op vrijdag 4 en zaterdag 5 maart 2016 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie op ks.nl en willemruis.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (0900) 3456789.

Een man van alle tijden

Rockopera ‘Jesus Christ Superstar’ opnieuw tot leven gewekt

Ronduit hip: Jezus is hip! Niet alleen bij de jongste Paus, afgezant van god, maar ook hier ter stede, in Den Haag! Met Ted Neeley als levende legende.

Jezus aan het kruis had het beter dan ik thuis, parafraseerde Hans Dorrestijn zijn levensleed. Ondertussen stromen al decennialang Zijn kerken leeg. Maar vorig seizoen was zijn zoon in het theater opeens veelvuldig onderwerp van devotie in Zie de mens bij Toneelgroep De Appel, met David Geysen als Jezus. En bijna gelijktijdig speelde Genesis van het Nationale Toneel, een opmaat tot de testamentische lotgevallen van de man die over water kon lopen.

Veel eerder, in de seventies, was de reïncarnatie van de onbevlekt ontvangen zoon van God ook al populair onder theatergangers. Toen waren het de film en de ‘rockopera’ Jesus Christ Superstar die records brak, onder meer door hitgevoelige songs als I don’t know how to love him en Superstar. Tegen de legendarische rockopera met de opvallende muziek van Andrew Lloyd Webber en teksten van Tim Rice werd destijds door religieuze groeperingen geprotesteerd: Jezus zou te veel als een gewone sterveling zijn geschetst. Dat zit er nu niet in. De lui van Monty Python maakten snel na het succes trouwens hun onvergetelijke parodie Life of Brian (1979).

De rockopera Jesus Christ Superstar verhaalt over de laatste week uit het leven van Jezus, gezien door de ogen van vriend / verrader Judas Iskariot. Het begin van Jesus Christ Superstar ligt in 1969, als het nummer Superstar op single wordt uitgebracht, gezongen door Murray Head. Een conceptalbum volgde in 1970, met Ian Gillan (Deep Purple) als Jezus, Head als Judas en Yvonne Elliman als Maria. In Pittsburgh (VS) wordt een jaar daarna de rockopera voor het eerst concertant opgevoerd, al snel gevolgd door een complete versie op Broadway. Ted Neeley, die toen en nu nog de rol van Jezus vertolkt, is in deze productie ‘understudy’ voor de titelrol.

Jesus Christ Superstar is de eerste musical van Andrew Lloyd Webber en Tim Rice. In 1972 wordt de filmversie opgenomen, in Israel, geregisseerd door Norman Jewison. De rol van Jezus wordt in eerste instantie aangeboden aan popster Ian Gillan – maar die kiest voor zijn carrière met Deep Purple. Micky Dolenz, van The Monkees, en David Cassidy worden overwogen, terwijl ook John Travolta auditie doet. Uiteindelijk krijgt Ted Neeley de titelrol aangeboden, naast Carl Anderson als Judas en Yvonne Elliman als Maria, drie acteurs die hun rol al eerder op het toneel hebben gespeeld. Neeley kwam in het gezichtsveld van regisseur Norman Jewison als deze hem in Los Angeles ziet in de rockopera Tommy van The Who. Jewison nodigde Neeley daarop uit voor een auditie, samen met Carl Anderson, die hij in de rol van Judas Iskariot voor zich zag. Neeley: “Ik moest voorzingen uit de partituur”, herinnert hij zich nog scherp. Hij kreeg de rol. “Ik was bijzonder opgetogen want het was bijzonder eervol om met hem te mogen werken”.

Oer
Van 1992 tot 1997 was een toert de originele cast vijf jaar aaneen door de Verenigde Staten en is opnieuw enorm succesvol met de rockopera. En van 2007 tot 2009 stond Neeley, gekend om zijn vocale bereik en in 1974 geëerd met een nominatie voor een Golden Globe Award als beste filmacteur, opnieuw in de spotlights met deze productie. Al met al neemt hij sinds de prille jaren zeventig de rol van Jezus van Nazareth op zich – en is hij daarmee uitgegroeid tot een ‘oer-Jezus’. “Inderdaad”, zegt Neeley, “ik speel de rol van Jezus van Nazareth nu al vele, vele jaren. Met tussenpozen, maar steeds met onnoemelijk veel plezier”.

En nu dus opnieuw een ‘revival’. Omdat veertig jaar geleden de filmversie in de bioscopen verscheen. Een Europese tournee is het gevolg. Een internationale cast komt naar Nederland. Neeley, de ‘originele’ Jezus uit de gelijknamige film, zal de rol van Jezus opnieuw op zich nemen. In zijn kielzog om en bij vijftig castleden. Neely: “Het zijn de muziek en de tekst die nog altijd, ook voor mij, ongelooflijk mooi zijn, iedere keer weer. En verder word ik door uitstekende musici en andere vakmensen omringd. Het lijkt steeds weer ‘de eerste keer’. Het is een terugkerend feest om in deze voorstelling te spelen en er zijn vele dierbare momenten die ik koester”, zegt Neeley.

Jesus Christ Superstar, van zondag 13 tot en met woensdag 23 december in het World Forum Theatre. Meer informatie: jesuschristmusical.nl. Telefonisch reserveren: 0900-1353.

Digitale broodkruimels en kiezelsteentjes

Orkater brengt ‘De terugkeer van Hans en Grietje’

Na Alice in Wonderland duikt muziektheatergroep Orkater opnieuw met een sprookje het theater in. Ze tovert het bekende verhaal van Hans en Grietje om tot een uitbundig en feestelijk familiespektakel.

‘Er was eens een arme houthakker die met zijn vrouw en twee kinderen, Hans en Grietje, aan de rand van een groot bos woonde’. Het is de beginzin van een van de bekendste sprookjes, in oorsprong aan het papier toevertrouwd door Wilhelm, een van de welbekende gebroeders Grimm. In hun uitgave Kinder- und Hausmärchen brachten zij een wonderlijke verzameling bijeen van 201 sprookjes en tien kinderlegenden, aangelegd en uitgegeven rond 1812. Sprookjes: het zijn metaforen voor het mensenbestaan. Zo staat het pad in het bos voor de weg die in het leven moet worden gezocht. En moet iemand die mooie praatjes ophangt (in casu de heks) beter niet op louter mooie praatjes (een snoephuis!) vertrouwd worden. En dat is slechts een greep uit al de aanwezige symboliek.

Bij Orkater is het oeroude vertelsel een vlot en spannend reisverhaal dat bol staat van klassieke muziek en vers geschreven rock-‘n-roll van Orkatercomponist Erik van der Horst. In de handen van de muziektheatergroep is het een sprookjesachtige ‘roadtrip’, een verfrissende en avontuurlijke tijdcapsule die allerhandigst en -snedigst naar de moderne tijd is overgebracht. In dat verhaal zit de vader (Geert Lageveen) zonder werk en heeft de moeder (Annet Malherbe) wel wat beters te doen. Ergens langs de snelweg laten zij plompverloren hun spekjesetende kinderen achter. Hans -lees: het mannelijke- en Grietje -het vrouwelijke- hebben geen idee waar ze dan zijn. Op zoek naar een dak boven hun hoofd ontmoeten ze de wonderlijkste figuren. Ten slotte voert een smakelijk snoephuisje hen de studio van de tv-kookshow Vreet je vet! binnen. De presentatrice (b)lijkt vastbesloten om Hans live en wel op televisie tot barbecuegebraad te roosteren. Maar dan komt Grietje met een list op de proppen…

“Hans en Grietje ís nu eenmaal een dun verhaal”. Cabaretier en acteur Pepijn Schoneveld, de vleesgeworden Hans in Orkaters versie, bekent dat hij in zijn kinderjaren volop gegriezeld heeft. Hij herinnert zich daarnaast vooral het lage stemgeluid van Jules Croiset dat hem in zijn jeugdjaren vanaf een cassettebandje toesprak als er mechanisch werd voorgelezen. “Al met al eigenlijk helemaal niet zo’n leuk sprookje, nee”, oordeelt hij nu, door de telefoon vanuit een après-skihut in een wintersportgebied dat Frankrijk met Zwitserland verbindt. Toch heeft het sinistere van toen plaatsgemaakt voor een feestgevoel. “Omdat ik aan de zijde van Elise Schaap (Grietje) speel, een oud-klasgenote op de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie”.

Schonevelds enthousiasme voor de ‘monsterproductie’ die De terugkeer van Hans en Grietje is, laat zich naast de puik bezette hoofdrollen voor Annet Malherbe en Geert Lageveen ook aflezen aan de glansrol die de liefst 280 uitbundige kostuums spelen. En, zo benadrukt hij, ook aan de medewerking van een heus symfonieorkest, Het Balletorkest, voorheen bekend als Holland Symfonia. “Het is ronduit geweldig om te mogen rondbanjeren tussen een heus symfonieorkest, dat live Mozart, Bach én Zappa speelt, op het podium, en op soms niet meer dan een enkele meter afstand”, zo juicht Schoneveld, die onder meer te zien was in de ‘kinderwaterconcerten’ Schateiland (2012) en Don Jan (2013) op het jaarlijkse Festival Classique, en als cabaretier de voorstellingen Meneer Jongetje en Morgen klaart het op maakte.

De terugkeer van Hans en Grietje (6+) van Orkater i.s.m. Het Balletorkest is te zien op zaterdag 28 maart 2015 (19.00 uur!) in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.ks.nl en www.orkater.nl. Telefonisch kaarten reserveren: 0900-3456789.

Mannen met een missie

Peter Faber en Frans Schraven nemen plaats over van Mini & Maxi in ‘Don Quichot’

In de reprise van Don Quichot maken Mini & Maxi plaats voor een nieuw komisch duo: Faber en Schraven. Mannen met een missie. Niet alleen in Don Quichot, maar ook in het dagelijks leven.

Peter Faber heeft in het theater zijn sporen ruimschoots verdiend: toneel, musical, film en televisie. Hij was medeoprichter van het legendarische Werkteater en kreeg tweemaal een Louis d’Or, de Nederlandse toneelprijs voor beste mannelijke hoofdrol. Maar Faber schrijft ook columns, is maker van talloze solovoorstellingen en kinderprogramma’s. Hij is directeur van Peter Faber Optimist BV en oprichter van de Peter Faber Stichting. Zijn online motto: ‘Iedereen kan, velen willen, enkelen durven, durf te worden wie je bent!’ Zijn doel: Iedereen ongeacht achterstand of beperking de switch laten maken van destructieve naar creatieve energie.’ Dik 55 jaar beloopt de professionele carrière van de nu zeventigjarige meester-mimespeler, die optreedt in theaters, in het sociaal-maatschappelijke circuit en voor werkend en studerend Nederland, van jong tot oud. Hij maakt dan gebruik van zijn eigen levensverhaal. Faber doceert als ik hem spreek: “Alles wat gedaan wordt met ABC – Aandacht, Betrokkenheid en Creativiteit – creëert Resultaat. Energie, plezier in het werk, vindingrijkheid, productiviteit en intense betrokkenheid bij werk en elkaar, komen dan op natuurlijke wijze tevoorschijn. Iedereen maakt met ABC de switch van passief naar actief in het leven staan. Verliezer wordt winnaar. De motor is altijd en overal: Ik kan het, ik wil het, ik doe het. Nu!”

Ook acteur, danser, choreograaf, zanger en theaterproducent Frans Schraven (54) is binnen en buiten het theater een druk baasje. Zijn theaterdebuut was in 1987 toen hij meedeed in de eerste Nederlandse productie van de musical Cats. Daarna was hij, in 1988, mede-oprichter van theatergezelschap en productiebedrijf OpusOne, waar hij als creatief directeur nog altijd aan verbonden is, en dat een officieel leerbedrijf is. Schraven kreeg zijn dansopleiding bij pionier Benjamin Feliksdal aan diens toenmalige European School of Jazzdance, maar heeft zich in de loop der jaren ook toegelegd op doceren en choreograferen. Schraven is ook artistiek leider van LEF, een project dat jongeren van diverse Amsterdamse scholen in contact brengt met dans en theater. Hij zet zich daarnaast in voor allerlei wijk-, buurt- en straatprojecten ten behoeve van jongeren in zijn Amsterdamse woonwijk.

Faber en Schraven zijn voor elkaar zogezegd ‘oude bekenden’, niet alleen letterlijk in hun rollen, maar ook in levenden lijve: in 2008 vervulden ze eenzelfde rolverdeling in de musical De Man van la Mancha. En in 2007 werkten ze samen in De kleine Prins, uitgebracht door OpusOne.

Het tweetal vervangt ‘oudgedienden’ Peter ‘Maxi’ de Jong en Karel ‘Mini’ de Rooij in de twee dragende, tragikomische, niet-dansante rollen van Ratmansky’s fraaie choreografie Don Quichot, omdat zij verstek moesten laten gaan. Faber neemt de titelrol voor zijn rekening van de naar ideale liefde en romantiek hunkerende, wat stuntelige ridder met – zoals dat heet – het droeve gelaat. “Ik ben niet allereerst een danser,” is Faber van mening, “al ben ik een getraind mimespeler. Ik ben dus zeker aan bewegen gewend. Alleen ben ik niet getraind om dat zo exact op de maat van de muziek te doen.” Het moet van Faber niet op pantomime gaan lijken. “In vergelijking met Peter de Jong probeer ik de rol meer te verinnerlijken, dat is me als toneelspeler wel toevertrouwd denk ik. Ik wil een oude landheer laten zien die verdwaasd door zijn strijd tegen onrecht en zijn liefde voor Dulcinea, poëzie en het leven, maar die vooral door verbeeldingskracht jong blijft.” . Schraven geeft gestalte aan diens gedienstige en goedlobbige ‘bijzit’. “Ik wil graag een aandoenlijk, schransgraag hulpje spelen, die zijn heer met clowneske boerenslimheid omringt en verpleegt. De lamme helpt de blinde, zoiets, maar dan een lamme die vooral zwelgt bij het ruiken van de kans om zich ten lange leste ongans te kunnen eten en laveloos te drinken.”

Het contact met Faber en Schraven is in eerste instantie door Rachel Beaujean, hoofd van de artistieke staf van Het Nationale Ballet, tot stand gekomen. Schraven: “Ik ken Rachel nog uit de tijd dat ze soliste was. Toevallig belde ik haar driekwart jaar geleden om haar te polsen voor een rol in onze productie The Normal Heart. Dat was precies het moment dat zij het eerder die dag met Ted Brandsen had gehad over de invulling van het illustere tweetal. Een en een bleek twee. Gelukkig bleek ook Peter bereid en tijd te hebben.

“De dvd heb ik van de zomer zeker tienmaal bekeken”, zegt Faber. “Ik ken nu alle scènes uit mijn blote hoofd”. Toch moet hij op de avond at ik hem spreek thuis aan de bak. Choreologiste Sandrine Leroy, die de instudering doet, heeft Faber gevraagd het menuet voor morgen terdege voor te bereiden. “Dat moet dan maar op het toilet thuis”, grapt Faber. Fabers counterpart Schraven was al sinds 2010 bekend met de productie, want toen presenteerde hij de kindermatinee van Don Quichot.

Allebei zweren ze bij training. Faber: “Bij het opstaan, na het tandenpoetsen, train eerst twintig minuten mijn emotionele en creatieve ‘spieren, en doorloop dan stadia van vrijwel blinde woede tot contemplatieve stilte. Verder doe ik Tibetaanse oefeningen en ga ik bijna iedere dag met mijn hond lopen.” Schraven: “Ook ik train altijd en iedere dag. Misschien wat minder gedisciplineerd, maar als danser heb je gewoon een behoefte aan beweging.”

Ze vinden het allebei reusachtig om straks het podium te delen met topdansers en daarbij ondersteund te worden door een volwaardig symfonieorkest. Faber: “Het is een droom. Schraven: “Een cadeautje.”