‘Anastasia’ veel meer dan vakkundig gemaakt sprookje

Spektakelstuk in optima forma

De musical Anastasia moet The Lion King doen vergeten. Van Sint Petersburg naar Parijs via een vliegensvlug dieprood, revolutionair gekleurd liefdesverhaal. Den Haag heeft er een publieksattractie bij.

Geloven. Gewoonweg blíjven geloven. In jezelf, in de ander, in wat je zelf vermag. In de toekomst, of in verhalen. In de bijbel, kor’an, mahabharata of thora. In Shakespeare, buitenaards leven of sprookjes: zolang je maar gelooft beleef je een hallucinerende ‘neverending story’. Napoleon I verwoordde het ooit zo: ‘Wat is geschiedenis anders dan een geaccepteerde fabel?’

‘Vergeet mij niet,’ schreef Anastasia toen ze zeventien was, in 1917, aan een vriendin. Nou, de wereld is haar allerminst vergeten. In talloze publicaties, toneelstukken, films (die met Ingrid Bergman uit 1956, bijvoorbeeld), balletten en televisieseries speelt Anastasia een hoofdrol. Precies zo in de aangekochte Broadway-musical, die sinds vorige week en gedurende de komende maanden, wellicht jaren te zien is in het AFAS Circustheater in Den Haag, als opvolger van ‘The Lion King’.

Is ze ‘feit’ of is ze ‘fictie’? Anya. Zo heet ze werkelijk. Totdat ze zelf gelooft dat ze Anastasia Nikolajevna Romanov zou kunnen zijn, de vijfde telg en jongste dochter van tsaar Nicolaas II van Rusland. Diens gezin – inclusief Anastasia – werd juli 1917 in Jekaterinenburg op brute wijze uitgemoord in de verhitte strijd tussen communistische mensjewieken (de witten) en bolsjewieken (de roden), voorvaderen van de oktober-revolutie in Rusland.

Het verhaaltje dat in de musical hierover wordt opgedist doet daar tegenover wat pover aan. Weeskind Anya (glansrol Tessa Sunniva van Tol, bekend van ‘So You Wanna Be a Popstar’ 2007) is van eenvoudige komaf maar wil dolgraag naar Parijs, stad van haar dromen. Dmitri (Milan van Waardenburg) en Vlad (Ad Knippels) doen haar geloven dat ze voor de verloren gewaande maar in leven verkerende tsarendochter Anastasia (letterlijk: wederopstanding) door kan gaan. Zij had volgens de geruchten immers aan de moordpartij weten te ontsnappen. Hun bedoeling is het om de uitgeschreven beloning van de in Parijs woonachtige keizerin-grootmoeder te verzilveren door haar te verenigen met de spoorloze Anastasia. Maar gaandeweg ontstaat her en der twijfel: is Anya inderdaad de lang gezochte prinses? Of toch niet? Een speeldoosje dat de prinses op jonge leeftijd ten geschenke heeft gekregen en die Anya in bezit heeft gekregen, moet als doorslaggevend bewijsstuk dienen.

Wel jammer dat een maatschappijkritische toon of verhaallijn niet echt uit de verf komt, een euvel waar het genre al zo lang aan lijdt: Natuurlijk gaat er een liefdesverhaaltje schuil achter de intrige.

Waar de verhaallijn wat voorspelbaar is en zonder al te veel diepgang – zo wordt de moordpartij niet en de rode revolutie slechts in bijzinnen behandeld, laat staan de achtergrond ervan belicht – zorgen juist de muziek en de adequate, live muzikale begeleiding door een veertienkoppig ensemble, maar vooral de loepzuivere, kristalheldere en zeer verstaanbare vocale bijdragen over de hele linie voor een voortdurend hoogtepunt.

Het toneelbeeld verleidt voortdurend tot open doekjes. Beeldwisselingen komen in sneltempo voorbij aan de hand van videoprojecties op XXL-formaat. Je wáánt je in Sint-Petersburg, in Parijs; in de herfst, in een theater. Het is allemaal van een overrompelende visuele romantiek waarin het een heerlijk onderdompelen is. Door twee slim opgestelde draaitonelen, eentje rechts, de ander links in het decorbeeld, kan in een handomdraai worden geschakeld tussen de verschillende locaties waar het stuk gesitueerd is. De voorstelling staat ook verder bol van theatertechnische hoogstandjes. Hoogtepunt in dat verband is de treinreis naar Parijs, waarbij het perspectief op de treinwagon filmisch meebeweegt met de veranderende achtergrond. Gevoegd bij de weelderige, vaak oogverblindende, veelal met pracht en praal uitgeruste kostuums (279!) oogt het geheel weelderig, vol en rijk – terwijl er soms toch niet meer dan drie of vier figuren het grote toneelpodium bevolken. Opmerkelijk is de scène waarin een deel uit ‘Het Zwanenmeer’ wordt nagespeeld of beter: gedanst, op spitzen, een tutu voor de ballerina, een maillot voor de ballerino, in een pas de deuxtje dat eindigt in een volleerde ‘fish dive’, nog wel omringd door een ‘ballet blanc’ van welgeteld drie zwaantjes.

De muziek is veel minder belegen dan ik vooraf geneigd was te denken. Als notoir scepticus van het musicalgenre blijf ik niettemin aanhikken tegen de typische trekjes, zoals deuntjes die steevast en ostentatief eindigen in een uitroepteken. Aan de eindstreep heeft ‘Anastasia’ me verbaasd en verrast, ben ik meer gaan geloven in het genre maar nog geen geloofsgenoot. Geen kippenvel maar wel een rilling die over de rug liep en op het punt van aanzwellen stond.

Stage Entertainment, ‘Anastasia’, tot en met januari 2020, AFAS Circustheater. Voor 8+ en ouder(s). Meer informatie: www.anastasia.nl

Olympische Spelen van Den Haag

Cirque du Soleil strijkt neer op Malieveld

Olympische Spelen in… Den Haag!

Het circus is terug – van eigenlijk nooit helemáál weggeweest. Het zaagselhout, het zand van de piste en de getemde diereninbreng zijn dan wel passé maar inmiddels is dat alles ingeruild voor een meer artistiek aandoende versie van het genre:

In Den Haag houdt theater Korzo twee keer per jaar een festival dat ‘Cirque Mania’ is gedoopt, het Zuiderstrandtheater heeft regelmatig internationale circusacts in de aanbieding en ook Club Lourdes en theater De Nieuwe Regentes doen nu en dan een duit in het zakje. De Haagse voorvechter van variété Karel de Rooij (de ‘Mini’ van Maxi) kan tevreden zijn met deze ontwikkelingen. Klap op de vuurpijl is natuurlijk de komst van Cirque du Soleil. Behalve een evenement is het ook artistiek hoogstaand amusement. De komende week strijkt het wereldberoemde circus met het programma TOTEM voor het eerst neer in de hofstad, op het Malieveld. De ambitie van het stadsbestuur is om Cirque du Soleil voortaan jaarlijks naar het Malieveld te halen.

Franck Hanselman is company manager bij de Canadezen.

“Als Company Manager ben ik operationeel eindverantwoordelijk voor de show. Kort gezegd komt het erop neer dat ik ervoor moet zorgen dat de show iedere dag wordt opgevoerd. Dat doe ik samen met een team van directeuren, die ieder hun eigen afdeling aansturen. In totaal zijn we met 120 man op tournee. Daarnaast werken we in iedere stad met zo’n honderd plaatselijke arbeidskrachten om alles zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Hoeveel shows van ‘Totem’ heb je er inmiddels al op zitten? En doe je ook andere shows?
‘Totem’ is begonnen in april 2010 en heeft er al meer dan 3000 voorstellingen op zitten. Zelf ben ik ruim twee jaar bij de show, vanaf het moment dat ze vanuit Japan naar Europa kwamen. Voorheen heb ik bij zeven andere shows van Cirque du Soleil gewerkt, maar momenteel houd ik me alleen bezig met ‘Totem’. Geen dag is hetzelfde. Ik weet eigenlijk nooit precies wat me te wachten staat, en dat houdt het spannend. Er kan een technisch probleem zijn, of iets met één van de artiesten, soms doe ik interviews met de pers, ik plan vooruit voor de volgende steden, er kan een telefoontje komen uit ons hoofdkantoor in Montreal met een dringende vraag, van alles. Daarnaast blijft het iedere dag heel mooi om de reactie en het applaus van het publiek te horen. Niet alleen de artiesten, ook de koks, de loodgieter en iedereen die bij ons werkt geniet daarvan. Dan weten we dat het ons weer is gelukt om een mooie show te brengen, die de mensen gedurende ruim twee uur even hun dagelijkse sleur laat vergeten terwijl ze genieten van acrobatiek, muziek en kostuums van wereldklasse.”

Er zijn vast heel wat anekdotes te vertellen…
“Het is weleens gebeurd dat vlak voor de voorstelling de stroom is uitgevallen. Daarnaast is het leuk als er bijzondere gasten in het publiek zitten. Een aantal jaren geleden, toen we in Madrid stonden, kwam de koningin van Spanje met haar kinderen en vrienden. Ze vond het zo mooi, dat ze de week erna terugkwam met haar man en schoonmoeder. En afgelopen januari in Londen waren Prins Harry en zijn vrouw bij de première. Maar uiteindelijk is iedere bezoeker voor ons even belangrijk.”

Wat vind jij de mooiste, beste, knapste act uit het programma?
Iedere act is anders en op zijn manier bijzonder, dus het is lastig kiezen. Je vraagt een ouder ook niet wie zijn favoriete kind is, haha. Onze Chinese eenwielers van twee meter hoog en daarbij kommetjes naar elkaar toe schoppen zijn indrukwekkend, ons rolschaatspaar dat duizelingwekkend snel op een superklein platform rondjes draait is adembenemend, onze voetjonglerende tweeling doet je versteld staan, en bij onze Russian Bar artiesten zit je ook op het puntje van je stoel, om maar een paar acts te noemen. Het is moeilijk om er eentje uit te pikken. En dan heb ik het nog niet over de live muziek, die speciaal voor de show is gecomponeerd, en waarvoor inspiratie is gehaald uit verschillende culturen.”

Wat zijn je verwachtingen ten aanzien van ‘Den Haag’?
“Het is voor het allereerst dat Cirque du Soleil met een show naar Den Haag komt, dus de verwachtingen zijn hoog gespannen. Het Malieveld is bovendien een uitgelezen plek. We zijn heel tevreden over de samenwerking met de gemeente. We hopen dan ook regelmatig te kunnen terugkeren.”

Cirque du Soleil, ‘Totem’, t/m 8 december 2019, verschillende aanvangstijden, Malieveld. Meer informatie: www.cirquedusoleil.com

Sentimentele piraten en een stoere kapitein

Bijna alles loopt in de soep

Vrouw Houtebeen is de eerste hoopvolle klimaatopera ter wereld. Vrijdag 6 september gaat hij in première in het Zuiderstrandtheater.

Herinnert u zich deze nog? ‘Al die willen te kaap’ren varen / Moeten mannen met baarden zij / Jan, Pier, Tjores en Corneel /  Die hebben baarden, die hebben baarden, zij varen mee’. Het lied gaat over een groep zeevaarders. Met ‘baarden’ wordt bedoeld dat het mannen moeten zijn die niet voor een kleintje vervaard zijn.

De Corneel van dit lied uit begin negentiende eeuw is Cornelis Corneliszoon Jol, geboren in het jaar 1597 in Scheveningen. Beroep: Kaper. Feitelijk: admiraal van de West-Indische Compagnie tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Bij overvallen maakte hij goud en zilver buit op Spaanse en Portugese schepen. Vergeten zeeheld. Voor Jol geen praalgraf in Delft, zoals voor Piet Hein. ‘Houtebeen’ werd hij genoemd nadat hij in een gevecht gewond was geraakt en een van zijn benen moest worden afgezet. Tot zover dit geschiedenisklasje.

“Met ‘Vrouw Houtebeen’ laten we nu eens niet de vrouw áchter, maar de vrouw vóór de man laten zien,” zegt regisseur Vincent van den Elshout over de hoofdrol van Ael Jansz.. Zij is Houtebeens echtgenote, een rol die Loes Luca op zich neemt. Naast Luca spelen de talentvolle jongelingen Kim van Zeben en Dook van Dijck, en zien we Koos Sekrève als Cornelis Jol. Zij allen worden bijgestaan door Theaterkoor Dario Fo en een projectkoor met meer dan 125 Scheveningse zangers en kinderen.

Luca doet op ingeleefde toon de verhaallijn en de lotgevallen van Ael uit de doeken. “Eerst varen vanaf Scheveningen onze mannen uit. Ik blijf achter. Maar ik heb er schoon genoeg van om een kapersvrouw te zijn. Ik wil eindelijk huisje boompje beestje; met hem hier op een bankje zitten en vanuit een duinpan naar de zee staren. Daarbij: hij is te oud geworden voor het vak. Daarom pik ik net voor hij het ruime sop kiest, zijn houten been. Want met één been houdt hij het op zee vast niet lang uit. Bovendien is het gezellig voor mij, zo’n been in huis te hebben. Als een papegaai een noodlotstijding komt overbrengen, ga ik de zee op, ook al heb ik nog nooit gevaren. Maar ik weet niet dat er verstekelingen in het ruim verborgen zitten. Zij willen de zee redden van de plastic soep. Als Ael kan mij dat niet schelen; ik ben bezig mijn man en de anderen te redden. Uiteraard komen we onderweg allerlei obstakels tegen, maar uiteindelijk vinden we elkaar onderwater in een fata morgana. Als we dan later weer thuis zijn, kijken we met weemoed op het vervlogen verleden terug,” vertelt de met comédiennebloed geboren Rotterdamse chansonnière en actrice. Het wordt een ludieke productie met serieuze ondertoon: aan de hand van dertig ‘ankerpunten’ komen in evenzovele scènes naast klimaatspijbelaars onder meer een ijsberenduet, een walvis met een gordijn, sirenen en garnalenpellers op de proppen.

Vliegschaamte en vleesvrees
In persoon is Loes Luca geen uitgesproken klimaatactivist. “Ik ben wel heel netjes in het scheiden van afval. En ik rijd een hybride auto. Maar ik vlieg wel. En ik eet vlees. Kijk, ik word dit jaar 66 en ben opgevoed met ‘vlees moet’ en ‘melk moet’. Dat krijg je er bij mij dus nooit meer uit, denk ik. Maar als ik naar mijn dochter kijk dan zou ik, als ik nu haar leeftijd had, misschien net als zij veganistisch zijn. Want de wereld gaat toch wel sneller naar de kloten dan we in de gaten hebben gehad. Ik eet al wel minder vlees, maar een boterham met kalfsleverworst is wel erg lekker, sorry kalf. Als ik voor mijn dochter kook maak ik vegetarische recepten klaar. Dus: geen ei, en soja in plaats van room en zo. Maar dat vind ik prima. Qua soep? Doe mij maar soep met ballen! Maar dat mag natuurlijk ook niet meer. Of een bloemkoolsoepje … met ham erin. In ieder geval géén plastic soep ”

IJsberenduet
In muzikale zin houdt ‘Vrouw Houtebeen’ het knipogende midden tussen opera, musical en operette, al wordt de productie ook geafficheerd als een ‘moderne odyssee’. Van den Elshout: “Maar zelf noem ik dit de eerste hoopvolle klimaatopera. En nog Nederlandstalig ook, op een tekst van Gijsje Kooter .” De operamuziek van William Gilbert & Albert Sullivan van eind 19e eeuw is opnieuw gearrangeerd en wordt gespeeld door een ‘minisymfonieorkest’ dat bestaat uit musici van het Residentie Orkest. “Ik vind het hartstikke mooie muziek,” zegt Luca, die na ‘Harde Handen’ tot een bekende verschijning is uitgegroeid aan de zeekant.

Kwekers in de kunst, Residentie Orkest en Zuiderstrandtheater, ‘Vrouw Houtebeen’, donderdag 5 t/m woensdag 11 september 2019, Zuiderstrandtheater. Meer informatie: www.zuiderstrandtheater.nl

Naar de hemel reiken

Amadeus is een buitengewone ervaring

In Amadeus is de tweestrijd tussen Mozart en Salieri waarlijk een slagveld. Regisseur Theu Boermans voegde bij Het Nationale Theater aan het origineel van Peter Shaffer karrenvrachten humor, actualiteit, subliem toneelspel – en vooral in goud uitgevoerde muziek.

Een Weens wespennest. ‘Me too. Toch nog,’ verzucht Salieri en verkneukelt zich alvast nu Constance, de volkse jonge eega van Mozart zich, na een eerste verkennende benadering, ten tweeden male bij de ‘componist des vaderlands’ vervoegt, om buiten het medeweten van haar echtgenoot in te willen gaan op diens eerdere ruilvoorstel. Dat bestaat eruit dat hij bereid is een goed woordje voor de jonge componist te doen bij de keizer – dat heet: voor zover zij zich tenminste bij hem bereidwillig toont. In natura.

Om gek van te worden, zo goed als hij was. Onbekende klankclusters. Antonio Salieri – volgens keizer Jozef II ‘creator van gelegenheidsdeuntjes’ – herkent onmiddellijk Mozarts naar de hemel reikende muzikale talent. Zijn roem was de jonge componist die heel Europa en ook Nederland al van kindsbeen af had platgespeeld, vooruitgesneld. Hij realiseert zich onmiddellijk op het moment dat Mozart zijn opwachting in Wenen maakt, dat dit ‘verbluffende virtuoosje’ zijn eigen middelmatige talent zal ontmaskeren. Hij werpt de blaam op god, met wie hij immers en zeer devoot een contract als zijn vertolker afsloot.

Laat deze zelfde god hem dan nu in de steek voor zo’n snotneus, een met een anale fixatie en overdadige vaderliefde behepte rebel,een flierefluiter die lak heeft aan conventies en nota bene op het punt om het te gaan maken? Met de komst van Mozart vreest Salieri voor zijn in lengte van jaren opgebouwde sleutelpositie aan het hof. Ondertussen wekt Mozart, een ongelovige Thomas, zijns ondanks alom wrevel aan het Weense hof, door ideeën rond te strooien die de kunstelite tegen de borst stuiten. ‘Teveel noten, gewoonweg teveel noten’, weet muzikaal onbenul alias keizer Jozef II nadat Mozart zijn nieuwste compositie heeft laat voorspelen.

Mozart versus Salieri. De tweestrijd is al tijden een dankbaar en bekend twistpunt onder musicologen. Dwarsboomde de oude Salieri tot in al zijn vezels de opkomst van Mozart? Of was er ook wederzijds respect? Was het uiteindelijk Salieri die de dood van zijn muzikale rivaal bespoedigde door hem onder onnoemelijke tijdsdruk de opdracht tot het ‘Requiem’ te geven – terwijl Mozart armlastig, doodziek en als een junk geheel in zijn eentje aan het wegkwijnen was?

Feit of fictie? Salieri zorgde rond 1825 feitelijk voor nepnieuws avant-la-lettre door op hoogbejaarde leeftijd officieel een brief na te laten. Daarin maakte hij bekend dat de dood van Mozart op zijn conto geschreven moest worden – en door zo zélf voort te leven. Sir Peter Shaffer maakte er in 1979 een bekroond toneelstuk over, dat in 1984 met medewerking van hemzelf glanzend werd verfilmd door Miloš Forman.

Bij regisseur Theu Boermans is Amadeus een uitermate geestige, bij tijden van humor overlopende vertelling over (en voor) jong en oud, vernieuwing tegenover verstarring, hoge versus lage kunst, en over de troebele verhouding tussen oppervlakkig engagement en een door literaire klassieken ingegeven levensader. Hij mixt al deze ingrediënten op weergaloze wijze en vol wellust met een soms naar overdaad neigende, soms lichtelijk over de top gaand geheel tot een nieuw genre, tot een geheel dat je misschien wel een ‘musicalette’ zou kunnen noemen, een in zijn handen een licht explosief mengsel dat toneel, musical, opera en alles daartussen ‘ontschot’ en anderzijds actualiteit en kunstpolitiek op de hak neemt.

Als er iemand is die deze veelheid aan invalshoeken tot een onderhoudend mengsel weet te creëren is híj het wel, zoals hij dat ook als regisseur van Soldaat van Oranje wist te bereiken. Maar met dit huzarenstukje reikt hij zelf naar de hemel, doet hij zelf zijn magnum opus naar de kroon steken. Het juicht, jeukt en kriebelt alom.

Met een live spelend vijftienkoppig orkestensemble en de bedwelmende sopraan Lucie Chartin van coproducent Opera2Day als diva, en zeker niet een in de laatste plaats de over de hele linie in blakende vorm verkerende spelersgroep van Het Nationale Theater – met onder meer een in bloedvorm verkerende Mark Rietman, een als popster door het leven gaande Mozart door jong talent Sander Plukaard, een onweerstaanbare jonge godin Yela de Koning als volkse Constance, en een lachwekkende Jozef II door Vincent Linthorst (zijn laatste klus bij HNT) – is dit een voorstelling die je onder geen beding wilt missen, want onderhoudend, intelligent, spannend.

Zelfs zo dat de liefde van de makers voor Mozarts muziek tot diep in de poriën bij de kijker weet door te dringen. Misschien is dat nog wel de grootste verdienste van deze machtige productie. Maar ook een machtig decor-, licht- en kostuumontwerp dragen daar veel aan bij.

Het Nationale Toneel is al langer sowieso in goeden doen, want Joris Smit werd verleden week genomineerd voor de beste dragende rol in De wereld volgens John, en Bram Suijker een nominatie voor beste bijdragende rol in We zijn hier voor Robbie, beide regies van Eric de Vroedt (was hij dan de Mozart die Boermans hier bedoelde?).

Theateralliantie met Het Nationale Theater i.s.m Opera2Day, Amadeus, tot en met zaterdag 22 juni 2019 en van dinsdag 24 tot en met zondag 29 september 2019, Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.hnt.nl

 

‘We zijn meer dan een kortingspas’

Bas Morsch van We Are Public zoekt duizend cultuuroptimisten

Je wilt best een dosis kunst opsnuiven, een dagje of avondje uit. Maar waar ga je heen? We Are Public helpt je op weg.

We Are Public (WAP) werd twee jaar geleden in Amsterdam door de cultureel ondernemers Leon Caren en Bas Morsch opgezet met het doel om de klap van de bezuinigingen te verzachten voor de culturele wereld, door te proberen nieuw publiek de zalen in te krijgen. Na beproefd succes in de landshoofdstad met ‘Subbacultcha’ bleek ook de ‘serieuze’ kunst daar ontvankelijk: zo’n 3.000 leden brachten 52.000 nieuwe cultuurbezoeken en gezamenlijk 450.00 euro in het laatje.

En dus rolt WAP het concept verder uit over het land, te beginnen in Den Haag, en gaat hier op zoek naar cultuuroptimisten. Beter gezegd naar, zoals WAP ze noemt: ‘investeerders’. In ruil voor het lidmaatschapsgeld van 15 euro per maand kun je gratis op bezoek bij de aangesloten kunstinstellingen. Niet onbeperkt trouwens, want een 18-koppig redactieteam van ingevoerde cultuurprofessionals waakt over het voorradige hofstedelijke snoepgoed – ter voorkoming van een overdaad aan ‘winkeldochters’. WAP belooft maandelijks zeker zo’n vijftig programma’s aan te bieden. Ruim vijftig Haagse kunstinstellingen, van het Gemeentemuseum tot aan het Paard van Troje en van de Koninklijke Schouwburg tot aan PIP Den Haag doen mee.

Toen vier jaar geleden een valbijl de wortels van het kunstenbestel doorkliefde, is de sector ertoe overgegaan om, meer dan tevoren, de handen ineen te slaan. Nieuwe verdienmodellen waren noodzaak. In Den Haag is het aanstaande verstandshuwelijk van Theater aan het Spui, de Koninklijke Schouwburg en Het Nationale Toneel daarvan nog het beste voorbeeld, al is dat ook op inhoudelijke leest geschoeid. Binnenkort transformeren zij tot Het Nationale Theater. Ook WAP toont aan dat de bakens zijn verzet, dat samenwerking het vleesgeworden mantra is. Want kunstliefhebbers zijn omnivoren, hoppen dus graag: van museum naar theater, van dans naar jazz, of van cabaret naar keramiek.

“We merken dat onze leden het fijn vinden dat ze door ons nieuwe ontdekkingen doen” zegt Bas Morsch, met Leon Caren oprichter van WAP. “Op onze site kunnen leden bovendien in één oogopslag zien wat volgens onze redactie hip and happening is. Voor hen zijn we een keurmerk. Zo blijven ze zelf up to date. We zijn meer dan alleen een kortingspas.” Ook de deelnemende kunstinstellingen zijn verheugd, zegt Morsch. “Ze krijgen weer nieuw publiek over de vloer, dat zonder ons niet bij ze langsgekomen zou zijn.”

Optimist
WAP ziet zijn ‘community’ als een eigentijdse beweging die het consumeren van kunst en cultuur behapbaar maakt. “We zorgen voor maatschappelijk draagvlak. Door lid te zijn steunen onze leden financieel de culturele sector; inkomsten uit de lidmaatschappen komen voor een aanzienlijk deel ten goede aan culturele instellingen en makers.”

WAP gaat op 1 januari van start. Dat wil zeggen: “Mits vóór 12 december ten minste duizend cultuuroptimisten zich hebben aangesloten.” Tot 1 januari is er een pilotprogramma van ruim 50 concerten, exposities, voorstellingen en films in de stad. De organisatie heeft de ambitie om de komende jaren uit te groeien tot een landelijk platform. Leden kunnen straks dus niet alleen in hun eigen stad maar door het hele land naar programma’s die door WAP zijn geselecteerd. WAP start zaterdag een campagne op de Grote Mark tijdens de Museumnacht Den Haag.

Cultuurvreters & cultuurdromers

Theater De Meervaart: hoog met laag verbinden door te vertellen

Verhalen vertellen die verteld móeten worden, dat is de ambitie van Theater de Meervaart. “En als die niet nu en hier te vinden zijn, gaan we ze zelf maken.”

Een theater dat met de culturele voorhoede meeloopt maar net zo op handen wordt gedragen door wijkbewoners. En dat in de outskirts van de stadse metropool Amsterdam. Hoe lukt het de Meervaart toch om cultuurvreters aan zich te binden en tegelijkertijd ook de wijk te activeren. Hoe speelt het dat klaar?

Amsterdam Nieuw-West: een bonte wijk waar uiteenlopend pluimage – jong met oud, blank bij zwart, rose langs blauw, en diepgelovigen naast ongelovigen – onderdak vindt in Theater de Meervaart. Een theatrale pleisterplaats, knooppunt van wegen, en stromingen en gezindten; gelegen aan een mooie, rustieke plas. “Wijkbewoners zijn hier aandeelhouder” vertelt Meervaart-directeur Andreas Fleischmann. Als ‘huis’ van Nieuw-West, zegt hij, staat in de Meervaart respect en nieuwsgierigheid naar elkaar en de ‘anderen’ centraal. Het slechten van culturele drempels ziet hij als een uitdaging.

“We zijn veel meer dan doorgeefluik van voorstellingen,” legt Fleischmann uit, sedert twee jaar het boegbeeld van De Meervaart. “Onder de noemer Meervaart Studio organiseren we uiteenlopende activiteiten voor kinderen en jongeren. Bij onze jeugdtheaterschool 4West bijvoorbeeld, kunnen kinderen vanaf vier jaar meedoen in een dans- of theaterspeelgroep, workshops streetdance volgen, klassiek ballet of (muziek)theater. Vanaf hun veertiende kunnen ze daarna aan de slag bij Studio West, onze werkplaats voor creatief talent, al hoeven ze later niet allemaal per se naar een hbo-theaterschool; meedoen alleen al werkt verrijkend. Zo vormen we een keten van bezoekers, van (piep) jong tot (stok)oud(ers). Scholen uit de wijk kunnen hier voorstellingen bezoeken en workshops organiseren. Al met al geeft Meervaart Studio jaarlijks aan zo’n zevenduizend kinderen en jongeren uit Amsterdam de kans om hun creatieve talent te uiten.”

Voor wie een workshop acteren of dansen een brug te ver is kan het bezoeken van een voorstelling evenzogoed een blikopener zijn. In de programmering van de Meervaart is daarom voor elk wat wils te vinden: kinder- en jeugdtheatervoorstellingen gaan er hand in hand met urban dance en stand-up comedy; en er is cabaret, toneel en dans voor volwassenen. Maar er zijn ook voorstellingen te zien die van onderop opkomen uit bewonersgroepen van Nieuw-West. Er zijn interessante crossovers. Hoge wordt er met lage kunst gemixt, even voor de vuist weg: van Holland Festival tot Bigi Poku Toppers. Of zoals in juni nog, toen stadsgezelschap voor dans ICKamsterdam samenwerkte met theatermaker Jakop Ahlbom.

“Daarmee hebben we trouwens meteen twee van onze vijf huisgezelschappen te pakken,”zegt Fleischmann. “Van die vijf trekt straks ICKamsterdam, het gezelschap rond het duo Pieter C. Scholten en Emio Greco, daadwerkelijk bij ons in, gaan hier hun studio’s en kantoren inrichten. Met de andere makers, Jakop Ahlbom, Floris van Delft, George & Eran en het Amsterdamse Andalusisch Orkest loopt de afspraak dat ze hier premières uitbrengen. Straks kunnen we spannende samenwerkingsverbanden smeden tussen al onze huisgezelschappen” blikt Fleischmann alvast vooruit.

Het is al met al een rijk palet. Maar nog is dat alles niet genoeg. Fleischmann zegt aanbod te missen dat de huidige samenleving weerspiegelt. “We kiezen er daarom voor om zelf voorstellingen te gaan ontwikkelen. We willen die verhalen vertellen die verteld móeten worden. En als die er in het theater nog niet zijn, dan máken we ze.”

Gemêleerd
Theater de Meervaart staat daarmee garant voor een erg gemêleerde toeloop. Aan de ene kant weten wijkbewoners van Osdorp inmiddels blindelings de weg naar de Meervaart te vinden, anderzijds is er groeiende belangstelling en aandacht vanuit de binnenste ring van Amsterdam, merkt Fleischmann. “Dat is mooi.” In de komende jaren staat er overigens nog veel op stapel. “Ons huis krijgt een facelift, inpandig worden studio’s en kantoren gerealiseerd voor ICKamsterdam, en aan de zijde van het nu nog wat saaie pleintje achter ons theater verrijst een food court, als onderdeel van het aanpalende winkelcentrum. Die upgrade zorgt voor meer bedrijvigheid en verlevendigt dan weer de directe omgeving van het theater. Hopelijk zorgt die wisselwerking straks dan weer voor meer bezoekers.”

Uiteindelijk steekt alles wat je doet als een kaartenhuis in elkaar. Fleischmann: “Het een kan niet zonder het ander. Ongeacht het publiek dat je over de vloer hebt, je moet de dynamiek ervan begrijpen. Daar begint alles mee. Daarom willen we nog meer dan nu al een cultuurhuis zijn, een huiskamer die voor iedereen altijd vrijelijk open staat.”

Even voorstellen: ICKamsterdam
“In de samenwerking met Theater de Meervaart, waar we vanaf 2017 een van de huisgezelschappen zijn, hebben we een unieke basis gevonden, een ‘thuis’ voor onze voorstellingen en projecten” zegt Pieter C. Scholten. Hij is met Emio Greco de artistieke kern van het Internationaal Choreografisch Centrum Amsterdam. “Straks houden we in de Meervaart kantoor en hebben we daar onze studio’s. We zijn blij dat we vanuit deze vaste stek aan onze toekomst kunnen werken.”

ICKamsterdam is veel meer dan een dansgroep alleen. “Naast voorstellingen organiseren we workshops, dansateliers, danslessen en uiteenlopende educatieprojecten.” Als stadsgezelschap van Amsterdam is ICKamsterdam verantwoordelijk voor verbindingen met het dansveld in de stad maar ook voor samenwerkingsprojecten buiten de dans, en onder meer voor talentontwikkeling. “Dat doen we sinds 2009. We kijken dus een straatje verder dan alleen dans. Kijk bijvoorbeeld naar de samenwerking met Jakop Ahlbom, zoals in Swan Lake. Doordat Emio en ik samen ook de artistieke leiding voeren van het Ballet National de Marseille – met dertig dansers een groot klassiek gezelschap in Frankrijk – kunnen we allerlei mooie uitwisselingsprojecten gaan opzetten.” En: “Premières hier worden dáár ook uitgebracht en vice versa. Een van de plannen is een festival met Nederlandse kunstenaars in Marseille, en in Amsterdam met Franse kunstenaars.”

Scholten: “De Meervaart is uitgegroeid tot een bijzondere plek in een markante Amsterdamse wijk. We willen er graag een talentenhuis bouwen, en een vast theaterpubliek trekken dat onze ontwikkelingen volgt. Samen met Meervaart-directeur Andreas Fleischmann kan dat lukken, hij heeft bewezen bereid te zijn om zo nodig de boel helemaal om te gooien en het avontuur aan te durven. De goede reputatie van Theater de Meervaart is daarbij zeer behulpzaam.”

 

Morgenrood tot ontwaken gebracht

Bral schrijft volksopera De Vloek op Scheveningen

Na het eclatante succes vorig jaar van de vissersopera Harde Handen wisten ze daar bij het Zuiderstrandtheater al snel: dit móet een vervolg krijgen.

En ziedaar, dat is er nu met De Vloek op Scheveningen. Op tekst van de meespelende (en zingende!) Sjaak Bral worden de hoofdrollen in deze Nederlandstalige ‘volksopera’ vertolkt door cracks Ernst Daniel Smid en Miranda van Kralingen.

‘Ha ha ha’, geeft regisseur Kees Scholten solo ten beste. Wat besmuikt en vooral voor de vorm bootst hij het massief klinkende gezang van een 140-koppig Schevenings zangkoor na ten overstaan van de zes aanwezige spelers/zangers. Om even later opeens de nuance te zoeken. ‘So-li-da-ri-téit,’ zo legt hij de gewenste nadruk uit aan operaster Miranda van Kralingen (Sien). ‘Als de muziek daarna inzet,’ verduidelijkt hij, ‘kijk je strak en innerlijk verstild voor je uit, en loop je veelbetekenend weg van je echtgenoot, richting zaal, naar het publiek. Laat die Arie Vrolijk (Smid) het maar goed voelen.’

Het moet die middag tijdens de repetitie een paar keer bijna à la ‘De Vloer Op’ over, maar dan zit de scène ook werkelijk gebeiteld. Voorlopig tenminste, want het tienkoppige ensemble van het Residentie Orkest sluit tijdens deze repetitie pas later in de avond aan, de spelertjes van Theaterschool Rabarber zijn er ook nog niet bij, en evenmin de leden van Theaterkoor Dario Fo. Ook het speciaal voor deze eenmalige productie uit loepzuivere Scheveningers gerekruteerde zangkoor is nu niet bij. In een eerder stadium is er al wel met alle partijen gerepeteerd.

Errepels & herring
De theatervertelling van Bral is een muzikaal verhaal over verleden, heden en toekomst van de Scheveningse haven. Die speelt zich af in het Zuiderstrandtheater, op vrijwel letterlijk het grondgebied dat vroeger ‘De Sleep’ toebehoorde, waar tot 1979 de Sleephelling Maatschappij Scheveningen was gevestigd. Nagenoeg iedere Scheveninger was er werkzaam (geweest) of kende iemand die er had gewerkt. Na het faillissement in 1979 werd nog geprobeerd een doorstart te maken, maar uiteindelijk werd het werfterrein in 2005 door een projectontwikkelaar opgekocht. Er verrezen luxe appartementen.

De repetities voor ‘De Vloek van Scheveningen’ vinden voor een belangrijk deel in de studio plaats van de ‘blauwe doos’, volumebouw die als tijdelijk onderkomen dient voor Zuiderstrandtheater en Residentie Orkest. Daar moet ondertussen de verbeelding even flink aan de bak: schel TL-licht, nul rekwisieten, en van het decorbeeld dat straks de productie omlijst valt niets te bespeuren dan zwarte achterdoeken. Verder enkel een zwarte Schimmel-piano, een lage tafel waarop het script opengevouwen ligt, en een rij stoelen die de coulissen voorstellen. Toch zijn in de kale omgeving al wel enkele brok-in-de-keel-momentjes te beleven. Het moment bijvoorbeeld dat Bral – onder meer verteller, oliemannetje én Sleepdirecteur Piet Duindam – een tas met shirts in de handen stopt van Vrolijk. Die vol verbijstering achterblijft. Maar ook humoristische: ‘Errepels op het vuur / Herring in ‘t zuur / en de zon op je bol / wat wul je mèr’, zo zingen de vrouwen in het lied ‘Eiland Vlook’. Het is geënt op Mascagni’s ‘Cavalleria Rusticana’. De volksopera is gebouwd rond enkele bewerkingen van bekende operahits, onder meer van Bizet en Verdi, en musicaltoppers (‘Sweeney Todd’ en ‘Fiddler on the roof’), maar ook huiscomponist van muziektheatercollectief Volksoperhuis Jef Hofmeister heeft enkele composities geschreven.

Kwal
Bral heeft met De Vloek op Scheveningen op het eerste oor een mooi werkje afgeleverd, met in de drie bedrijven veel aandacht voor noeste arbeidersstrijd, werkmansverzet en opkomende projectontwikkelaarsbelangen. Zinderend wonen aan Zee, luidt de slagzin waarmee groot-geld-jongens-van-nu het grondgebied dat pal voor de neus van het Zuiderstrandtheater ligt, oppimpen met – opnieuw – eentonige woningbouw. ‘De Scheveningers hebben het allemaal zelf uit handen laten vallen,’ ventileert Bral. Die opvatting krijgt bij hem vooral gestalte in Sien, de vrouw van Arie. ‘In de spreuk onder het wapen van Scheveningen staat ‘standvastigheid en volharding,’ laat hij haar vertolkster Miranda van Kralingen in deze volksopera strijdbaar uitspreken. ‘Arie, jij hebt de ruggengraat van een kwal’.

Het wachten is nog even op de windmolenparken die er straks aan de einder van de zee dobberen, en een nagenoeg volgebouwde kuststrook. Tenzij…  Ja, tenzij wat eigenlijk?

De Vloek van Scheveningen. Met medewerking van Kwekers in de Kunst, Residentie Orkest, Theaterschool Rabarber en vele Scheveningers. Te zien van donderdag 8 tot en met woensdag 14 september in het Zuiderstrandtheater. Tickets: (070) 88 00 333 of via zuiderstrandtheater.nl.