Van ‘Touch me There’ tot maretak

Trijntje Oosterhuis in akoestische kerstsferen

Ze viert vijfentwintig jaar in het vak. Jubileumconcert, clubtour en een nieuw, Nederlandstalig, album. Eind december staat Trijntje in de Nieuwe Kerk met een onderdompelend kerstconcert.

Trijntje Oosterhuis en haar broer slash componist Tjeerd hadden eind jaren ‘90 als Total Touch door soul, R&B, funk, pop en dance te mixen, muziekhits van ‘Touch me There’ tot ‘Somebody Else’s Lover’. Voor het vierde jaar op rij heeft Trijntje zich in de decembermaand bekeerd tot het kerstgenre.

 Kerst is een familiefeest, maar velen vinden het juist een lastige tijd.
“Ik vind niet dat we door alle symboliek met kerst opeens op afroep saamhorig moeten zijn. Dat gevoel mag er wat mij betreft het hele jaar door zijn. Het klinkt misschien weeïg maar ik denk het hele jaar door aan verschillen die er tussen mensen bestaan, voor mij zit ‘m dat niet in de kerstmaand.”

“Deze reeks, deze ‘kerkentournee’, doe ik niet louter vanwege de kersttijd. In de eerste plaats is het in muzikale zin voor mij een toevoeging aan de grootschalige optredens die ik gewoonlijk gewend ben te doen. Door mijn vader ben ik kerkelijk en met de traditie van preken en de roep om solidariteit opgegroeid – maar in mijn concerten is muziek de boodschap.”

“Dat is voor mij het hele jaar door natuurlijk al zo, maar door de akoestische set-up van dit optreden en met kerst nabij, leidt dat al snel tot momenten van bezinning. Die akoestische setting, zo horen mensen mij bijna nooit. Soms zie ik mensen diep geraakt een traantje wegpinken. Bij het publiek doorvoeld als bijna 1 op 1, wekt dat op.”

Hoe ziet het repertoire eruit?
“De kerstmaand leent zich ertoe om concerten meer thematisch in te richten. Daarbij spreekt mij de traditie aan van de grote Amerikaanse muzieksterren die jazzy kerst-traditionals plegen te brengen. Alle grote helden, van Elvis Presley tot Bruce Springsteen, hebben kerst- of winterplaten uitgebracht. Neem Ella Fitzgerald, ik heb álles van haar, en natuurlijk ook haar ‘Christmas Songs’.”

“Zulke albums vind ik mooi omdat die romantisch zijn, prachtige liedjes en gearrangeerd met strijkers en zo. Voor mij is ‘A Christmas Evening with Trijntje’ daarom een heerlijk jaarlijks terugkerend muzikaal uitstapje. Het thema is ‘kerst’. Maar ik doe ook nieuwe, eigen nummers in het Nederlands, songs van Burt Bacharach en van mijn vader. Alles kan voorbijkomen. Maar de rode draad is wel de Blue Note jazz. ”

Optreden in kerken doorheen het land. Hoe is dat?
“Kerken zijn prachtige locaties – waar helaas bijna nooit meer wat gedaan wordt. Jammer, want optreden in een kerk is juist heel puur en intens, en die zijn bij mij daarom altijd akoestisch. In een kerk kun je verfijning aanbrengen in je optreden, en komen de liedjes en thema’s tot hun recht. Dat is totaal anders dan optreden in de grote clubs waar ik met mijn elektrische versterkte band speel. Mijn publiek vindt het fijn om mij ook eens ‘klein’ te kunnen zien. Op het podium met alleen een piano en pianist, is spannend voor mij omdat ik me nergens achter kan verschuilen. Maar ook voor het publiek want dat moet zich blijven concentreren. ”

“De Nieuwe Kerk is knus, een prachtige plek en is voor een optreden ook heel overzichtelijk. Je ziet dat mensen even de tijd nemen om rustig te luisteren. Je komt echt in een gezellige voorbode van kerst, lampjes, kaarsjes, glühweintje en chocolaatjes. Elke plek heeft zijn eigen charme. Maar we hebben inmiddels wel locaties waar we een band mee hebben opgebouwd en elk jaar teruggevraagd worden. Je merkt nu, in het vierde jaar dat we dit doen, dat de kerken steeds verder van tevoren uitverkocht zijn. Je merkt dat mensen dat waarderen. Een bezinningsmomentje waarderen mensen dus. En na afloop signeer ik. Dat kan bij dit soort optredens. Ik vind het fijn om contact te leggen met mijn publieke en te horen hoe het allemaal overkomt. Ik ben benieuwd naar wat mensen zeggen.”

Voorjaar 2020 komt Trijntje opnieuw naar Den Haag, naar het Paard, maar dan voor een reprise van haar clubtour rond het album Dit Is Voor Mij, een pop-album dat werd geproduceerd door het Haagse muziekwonder Jett Rebel.

Trijntje Oosterhuis, ‘A Christmas Evening with Trijntje’, zaterdag 28 december 2019, De Nieuwe Kerk. Meer informatie: www.kerstmettrijntje.nl

 

#1: Dagreisje naar de hel

Broedplaats Dégradé wentelt zich in het vagevuur met driedelig Project Dante

Goddelijk, zo werd Dante’s Comedia uit omstreeks 1300 naderhand genoemd. Een goddelijke komedie dus. Maar dan wel een die verduiveld en hels aanvangt. Dégradé wijdt aan het veelomvattende meesterwerk een multidisciplinair drieluik. Met een rondreis door de hel als bonus.

Welcome to Sodom. Vuurtjes alom en dikke zwartgrijze rookpluimen. Op de immense vuilnisbelt Sodom in het Ghanese Accra belandt jaarlijks zo’n 250.000 ton aan illegaal per vervuilende oceaanstomer vanuit Europa overgebracht elektronisch afval: van afgedankte telefoons, computers tot tv’s andere e-waste. Het is er een dampende hel. Die hel wordt bevolkt door zesduizend van de allerarmsten, te vaak kinderen. In alle walmende giftigheid proberen zij een bestaan te peuren, of beter: te overleven. Een wetteloos niemandsland in feite – maar ook een dorp en samenleving voor een kaste van duizenden kansloze mensen. De kolonisatie van het stoffelijke. Waarlijk een hels moeras.

De documentaire van de Oostenrijker Christian Krönes uit 2018 tart ieders verbeelding. Zijn beeldverslag maakt deel uit van wat Dégradé-voormannen Carl Beukman en David Geysen in samenwerking met componist/muzikant David Dramm en bewegingskunstenaar Michael Jahoda een ‘performatieve installatie’ hebben gedoopt: Project Dante: #1 Hel.

De ‘Goddelijke Komedie’ die Dante Alighieri rond 1300 schreef, bestaat uit de delen de hel, de louteringsberg en het paradijs. Het is een werk dat al honderden jaren vele kunstenaars inspireert. Een richtsnoer tot zedelijk handelen. Het verhaal van het leven van zielen na de dood. Of was hij dronken, een afrekening, suïcidaal? Het is ook een monumentaal en zeldzaam zanggedicht, en een schets van het leven in de middeleeuwen, met nog altijd onbegrepen details.

Een trechter. Dante stelt zich de hel voor als een trechter. Vlak onder het aardoppervlak begint die breed en loopt dan in negen kringen smal toe naar het (vrieskoude) middelpunt der aarde. Daar zetelt Lucifer. Dante doorloopt met Vergilius de negen kringen en telkens ontmoeten ze grotere zonden en grotere zondaars. Het dieptepunt van alle gruwelen bevindt zich letterlijk op het laagste punt van de door Dante voorgestelde ‘helletrechter’. De put der verraders, met als sinistere hoofdpersonen een graaf die eeuwigdurend in het ijs zit vastgevroren aan zijn meest gehate vijand.

In de helleloods van Dégradé kun je je laven aan en onderdompelen in hun tot luguber oord getransformeerde omgeving. In hun beeldtaal zijn dat straks: een onthoofd babylijkje, brandblussers, takkenbossen die zijn omgeven met vuurspuwende muziek. Jeroen Bosch zou er zich toe aangetrokken en gelukkig voelen.

“We beginnen met een tocht door het nabijgelegen bos,” vertelt David Geysen van Dégradé. “Daar wordt een cyclus gedichten voorgedragen van Yannick Dangré. Die gaan over een vluchteling die een vertrek naar een betere wereld aan het overdenken is, precies zoals Dante ooit verbannen was uit Firenze.” Beukman: “Maar vaak valt die betere wereld erg tegen.”

Geysen: “Daarna keren we terug naar onze loods, waar het publiek eerst een tocht door het voorgeborchte maakt, en vervolgens kan kiezen uit twee afzonderlijke routes die met elkaar in verbinding staan. De ene voert linksom richting Sodom, naar de documentairefilm van Krones. Naar rechts buig je af voor afslag Gomorra, waar ons vierkantige, roodgloeiende instant-laboratorium van de hel borrelt, waar een kolkend heet amalgaam wordt bereid van ‘soundscape’, flarden tekst uit de ‘Divina Comedia’, bewegingstheater, en collages van geschreeuw en gezang die zijn gehuld in experimentele muziekklanken. Al improviserend zijn daar onze performances te zien en te horen. Je kunt er rondlopen, en switchen tussen de beide ruimtes, en dat alles in een doorlopend live optreden. We doen geen verhaal van a tot z, het wordt onze eigen elpee van de hel. We zoeken de rafelrandjes op, het hoeft allemaal niet tot in de puntjes ‘af’ te zijn. Daar worden theater en beeldende kunst spannender door.”

Beukman: “Het contrast tussen die twee werelden, de westerse en de Ghanese, zij op de vuilnisbelt daarginds en wij ploeterend en voortmodderend in onze wereld waar voor kunstenmakers voortdurend subsidiekorting links of recht op de loer ligt, dat contrast willen we hiermee opwerpen.”

In de hel is het ijskoud ‘dus bevelen wij warme kleding aan en goed schoeisel’, zo besluit het illustere duo.

Dégradé, ‘Project Dante, #1: Hel’, van donderdag 19 december 2019 tot en met zondag 19 januari 2020, 20.00 uur | 15.00 uur, Laan van Poot 97, Den Haag. Meer informatie: www.degrade.nl

Olympische Spelen van Den Haag

Cirque du Soleil strijkt neer op Malieveld

Olympische Spelen in… Den Haag!

Het circus is terug – van eigenlijk nooit helemáál weggeweest. Het zaagselhout, het zand van de piste en de getemde diereninbreng zijn dan wel passé maar inmiddels is dat alles ingeruild voor een meer artistiek aandoende versie van het genre:

In Den Haag houdt theater Korzo twee keer per jaar een festival dat ‘Cirque Mania’ is gedoopt, het Zuiderstrandtheater heeft regelmatig internationale circusacts in de aanbieding en ook Club Lourdes en theater De Nieuwe Regentes doen nu en dan een duit in het zakje. De Haagse voorvechter van variété Karel de Rooij (de ‘Mini’ van Maxi) kan tevreden zijn met deze ontwikkelingen. Klap op de vuurpijl is natuurlijk de komst van Cirque du Soleil. Behalve een evenement is het ook artistiek hoogstaand amusement. De komende week strijkt het wereldberoemde circus met het programma TOTEM voor het eerst neer in de hofstad, op het Malieveld. De ambitie van het stadsbestuur is om Cirque du Soleil voortaan jaarlijks naar het Malieveld te halen.

Franck Hanselman is company manager bij de Canadezen.

“Als Company Manager ben ik operationeel eindverantwoordelijk voor de show. Kort gezegd komt het erop neer dat ik ervoor moet zorgen dat de show iedere dag wordt opgevoerd. Dat doe ik samen met een team van directeuren, die ieder hun eigen afdeling aansturen. In totaal zijn we met 120 man op tournee. Daarnaast werken we in iedere stad met zo’n honderd plaatselijke arbeidskrachten om alles zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Hoeveel shows van ‘Totem’ heb je er inmiddels al op zitten? En doe je ook andere shows?
‘Totem’ is begonnen in april 2010 en heeft er al meer dan 3000 voorstellingen op zitten. Zelf ben ik ruim twee jaar bij de show, vanaf het moment dat ze vanuit Japan naar Europa kwamen. Voorheen heb ik bij zeven andere shows van Cirque du Soleil gewerkt, maar momenteel houd ik me alleen bezig met ‘Totem’. Geen dag is hetzelfde. Ik weet eigenlijk nooit precies wat me te wachten staat, en dat houdt het spannend. Er kan een technisch probleem zijn, of iets met één van de artiesten, soms doe ik interviews met de pers, ik plan vooruit voor de volgende steden, er kan een telefoontje komen uit ons hoofdkantoor in Montreal met een dringende vraag, van alles. Daarnaast blijft het iedere dag heel mooi om de reactie en het applaus van het publiek te horen. Niet alleen de artiesten, ook de koks, de loodgieter en iedereen die bij ons werkt geniet daarvan. Dan weten we dat het ons weer is gelukt om een mooie show te brengen, die de mensen gedurende ruim twee uur even hun dagelijkse sleur laat vergeten terwijl ze genieten van acrobatiek, muziek en kostuums van wereldklasse.”

Er zijn vast heel wat anekdotes te vertellen…
“Het is weleens gebeurd dat vlak voor de voorstelling de stroom is uitgevallen. Daarnaast is het leuk als er bijzondere gasten in het publiek zitten. Een aantal jaren geleden, toen we in Madrid stonden, kwam de koningin van Spanje met haar kinderen en vrienden. Ze vond het zo mooi, dat ze de week erna terugkwam met haar man en schoonmoeder. En afgelopen januari in Londen waren Prins Harry en zijn vrouw bij de première. Maar uiteindelijk is iedere bezoeker voor ons even belangrijk.”

Wat vind jij de mooiste, beste, knapste act uit het programma?
Iedere act is anders en op zijn manier bijzonder, dus het is lastig kiezen. Je vraagt een ouder ook niet wie zijn favoriete kind is, haha. Onze Chinese eenwielers van twee meter hoog en daarbij kommetjes naar elkaar toe schoppen zijn indrukwekkend, ons rolschaatspaar dat duizelingwekkend snel op een superklein platform rondjes draait is adembenemend, onze voetjonglerende tweeling doet je versteld staan, en bij onze Russian Bar artiesten zit je ook op het puntje van je stoel, om maar een paar acts te noemen. Het is moeilijk om er eentje uit te pikken. En dan heb ik het nog niet over de live muziek, die speciaal voor de show is gecomponeerd, en waarvoor inspiratie is gehaald uit verschillende culturen.”

Wat zijn je verwachtingen ten aanzien van ‘Den Haag’?
“Het is voor het allereerst dat Cirque du Soleil met een show naar Den Haag komt, dus de verwachtingen zijn hoog gespannen. Het Malieveld is bovendien een uitgelezen plek. We zijn heel tevreden over de samenwerking met de gemeente. We hopen dan ook regelmatig te kunnen terugkeren.”

Cirque du Soleil, ‘Totem’, t/m 8 december 2019, verschillende aanvangstijden, Malieveld. Meer informatie: www.cirquedusoleil.com

Humor en een tikkeltje weemoed

Yvonne Keuls & Max Douw brengen ode aan Den Haag

In Den Haag, mijn lief betuigen Yvonne Keuls (87) en Max Douw (36) ieder op eigen wijze hun liefde aan Den Haag, hún stad immers. Yvonne vertelt terwijl Max vanachter de piano liedjes zingt en met haar mee danst.

“Karel de Rooij bracht ons bij elkaar,´ zegt Yvonne Keuls. “Hij kende ieder van ons afzonderlijk natuurlijk al veel langer, maar zei toen ineens: ‘Ik ga jullie koppelen want ik vind jullie uniek. Misschien zijn jullie elkaars antipode, maar jullie vullen elkaar ook mooi aan.’ Zo gezegd, zo gedaan. Ik ben dan wel een ouwe dame en ben 50 jaar ouder, en Max had mijn kleinzoon kunnen zijn, maar het klikte onderling meteen. Dat werd ‘Bericht van twee niet-gekke dames’. Toen ik daarna voor een optreden was in Het Paradijs, de bovenzaal van de Koninklijke Schouwburg, had ik daar een gesprek met toenmalig programmeur Marijtje Pronk. Zij kwam met het idee om Den Haag als ontmoetingsplaats centraal te stellen.”

“Ik ben meteen aan de slag gegaan. Het zijn korte, in elkaar overlopende verhalen geworden over Den Haag en over mensen die ik er ontmoet en ontmoet heb – en breng dat over naar het heden. Alles wat ik toen bij elkaar heb geschreven, heb ik op een dag in een keer aan Max gegeven met de woorden : ‘Dit is wat ík leuk vind, kijk jij nu maar wat jíj ermee wilt doen.’
Hij belde me daags erna op en zei: ‘Ik ga er liedjes bij maken. Ik omcirkel in jouw teksten wat mij persoonlijk aanspreekt. Als ik er zinnen van jou uithaal, dan moet jij ze uit jouw tekst laten. ’
Op deze wijze zijn de liedjes ontstaan. Op het podium pak ik het ritme van de muziek op, en vice versa. Zo ontstaat als het ware een dialoog met Max achter de piano en ik die daar nu en dan overheen hang. We hebben steeds vreselijke veel plezier om wendingen waarvan we vooraf niets weten en ter plekke ontstaan. Bij Max kan ik dat toelaten, die jongen barst van het talent. Ik heb bij hem voor mijn gevoel dan ook mijn teksten niet uit handen maar in handen gegeven. En het publiek is altijd dol dingen die spontaan zijn.”

“We zijn met deze ode aan Den Haag teruggevraagd. Dat vind ik een eer. Het is jammer dat we na de komende speelbeurten niet kunnen doorgaan, want ik ben alweer bezig met andere dingen, net als Max. Wat er op stapel staat? Ik ben bezig aan een boek. Door de vijftigste druk van ‘Mevrouw mijn Moeder, maar ook mijn jongste boek  ‘Zoals ik jou ken, ken jij mij’, ben ik druk met lezingen. En ik zit in een programma met zangeres Jeannette Scheffer en gitarist Rick Fennis. Ik heb geen reden om stil te zitten, ben gezond en actief, ik sport, en ik pas op mijn achterkleindochters, en alles en iedereen komt hier eten. Ik word in december 88 en heb wel ’s wat, maar het leven is niet alleen hard, maar ook mild voor mij. Ik mag ook dankbaar zijn om met jonge mensen te werken, we hebben zoveel plezier. Elke voorstelling is een feest.”

Yvonne Keuls & Max Douw, ‘Den Haag, mijn lief, Theater Dakota, zondag 29 september 2019, 14.30 uur; ook in Koninklijke Schouwburg/Het Paradijs, woensdag 16 en donderdag 17 oktober 2019,20.30 uur. Meer informatie: http://www.theaterdakota.nl en http://www.hnt.nl

Het spoor terug

Ryan Djojokarso maakt met LIBI een ‘dansbiografie’

Vele Surinamers in Nederland zien dagelijks uit op een eeuwigdurend panoramisch uitzicht. Na 21 jaar ging theatermaker Ryan Djojokarso terug naar zijn geboortegrond en maakt er een voorstelling over voor de grote zaal.

Faf a libi? Gevleugelde woorden. In Suriname begroet men elkaar met ermee. ‘Libi’, zo legt Ryan Djojokarso uit, ‘is Sranantongo, voor leven, wonen en (ver)laten, voor: ‘Hoe staat het leven?’ Ryan Djojokarso’s zoektocht naar (zelf)acceptatie en wortels in wat voor hem het nog beste als een tussengebied is te omschrijven, zal voor velen herkenbaar zijn. Ryan: ‘Of je nou Surinaams, Turks, Pools, Indisch, Marokkaans of Nederlands bent, dat maakt niet uit. In die zin is de voorstelling universeel.’

Terug naar 1998. Vijftien was hij, een puber. Welgeteld drie dagen had hij voor zijn gedwongen afscheid van Suriname. Zijn moeder was hem vooruitgereisd; zijn vader bleef. Sindsdien heeft hij hem niet meer gezien. Nu, na 21 jaar, maakt Ryan Djojokarso een voorstelling over het land waar zijn geboortewieg stond. Hij ging er voor terug naar Suriname, voor het eerst. In de voorstelling LIBI laat hij het verhaal vertellen van Surinamers die naar Nederland zijn uitgeweken, en andersom van Surinamers die hun geboortegrond nimmer verlieten. Een voorstelling over tweestrijd, als was het een vergelijkend warenonderzoek. Maar ook een persoonlijk portret van Suriname. En passant steekt hij straks de grens over van de kleine naar de grote zaal. Ook voor het eerst.

April 2019
Voor zijn multidisciplinaire voorstelling staan verhalen centraal van vijftien Surinamers die naar Nederland verhuisden. Noem hen lotgenoten. Uitgangspunt is de reis die zij, net als hijzelf, maakten. ‘Hun herinneringen, hun verhalen,’ zegt Djojokarso, ‘over de heimwee, het aarden en het gemis. Van het opgroeien in Suriname tot het besluit te verhuizen, van de reis tot de aankomst in Nederland.’ Hij mixt hun hartenpijn, verdriet, verlangens en melancholie met de maatschappelijke kansen die ze hier, meer dan in Suriname, hebben.

De vaak hartverwarmende happenings die hij had vormden de rode draad voor het script dat schrijver Raoul de Jong en Djojokarso voor de voorstelling maakten. ‘Soms liepen die uit op wel vier uur, ook al heb ik geprobeerd het kort te houden. In de dagen en weken daarna heb ik alle relevante passages uitgetikt. Monnikenwerk. Het is nu één groot migratieverhaal geworden, al bleek dat wel even puzzelen.’

Om in letterlijke zin nog dichter bij Suriname te komen toog hij deze zomer naar de republiek en trok daar eveneens op onderzoek uit. Hij voerde er gesprekken met stads- en dorpsbewoners, maar ook met Indianen in de moeilijk toegankelijke binnenlanden. Dat stelde hem in staat hun gedachten te plaatsen tegenover die van de ‘Nederlanders’, en op hun beurt gedachten te laten gaan over de kansen die zij niet hebben gehad of genomen, samenhangend met hun keuze van destijds.

Uit de hoeveelheid verhalen die hij opdook is er een geschiedenis die hem bijzonder getroffen heeft . ‘Een vrouw uit Grubbenvorst, nabij Venlo,’ legt hij uit. ‘Ze vertelde dat ze zich opgesloten voelt in haar eigen keuze van 41 jaar geleden. Ze kan niet terug naar Suriname, zegt ze, vanwege de kleinkinderen. Als enige met Surinaamse wortels weet ze bij de dorpsbevolking geen aansluiting te vinden, terwijl haar man vaak op reis is. Al met al is dat wel pittig en eenzaam denk ik’. Maar,zegt Ryan, ‘ik had ook gesprekken met mensen die voor geen goud terug naar Suriname zouden willen. Hun devies? Omarmen, het beste van jezelf geven en de kansen pakken die op je weg komen.’

April 2018
‘Dik een jaar geleden zag ik in Den Haag een concert van popzanger Jeangu Macrooy. Ik werd diep getroffen door een traditioneel Surinaams lied dat hij in een nieuw en verrassend arrangement had gestoken. Ik heb hem uitgenodigd om in mijn nieuwe voorstelling oude Surinaamse liedjes te zingen, in het Surinaams in plaats van het Engels dat hij als popzanger gewoon is te doen. ‘

Er moesten in dat stadium meteen al wat vormafspraken komen. Wordt het live ‘praatzang’, worden het een soort van aria’s, zo wierp Djojokarso bij Macrooy op. Ryan: ‘Jeangu is zanger én performer. We kwamen eropuit dat hij Surinaamse kinderliedjes gaat verzamelen die betrekking hebben op thema’s rond identiteit, geboortegrond, verveling en verdriet. Jeangu is in 2014 naar Nederland gekomen. Zijn levensverhaal past dus perfect past in het verhaal dat ik met LIBI wil vertellen – hoe voorlopig het concept van de voorstelling anderhalf jaar geleden ook voor mij nog was.’

Juli 2019
‘Ik werk in LIBI met het artistieke team dat ik altijd om me heen heb, maar mijn dansers verschillen omdat ook het karakter van mijn producties verandert. Niet iedereen is opnieuw in te passen. Aan de hand van audities weet ik meteen wie ik moet hebben, het is voor mij bijna typecasting. De dansers slash performers moeten, zoals ik het noem, een ‘pitch presence’ hebben. Voor deze productie is het ook belangrijk dat er een mix aan culturen vertegenwoordigd is: zwart, wit en geel. Dat er iemand met Javaanse roots deel uitmaakt van de cast is een voorwaarde voor mij, omdat ik zelf uit die cultuur afkomstig ben.’

Buiten de negen professionele dansers / performers is het de bedoeling dat straks ook enkele van de geïnterviewden meedoen, maar dan wel aan de hand van een ‘voice-over’. ‘Zoals bij mijn twee eerdere voorstellingen, Mom: Me en While the leaves are blowing. Ik vraag de figuranten/geïnterviewden om hun teksten van tevoren in te spreken op band. Dat zorgt voor een verdiepende laag.’

Groot
Door de Nieuwe Makersregeling van Fonds Podiumkunsten krijgt Ryan Djojokarso met LIBI de kans om de stap naar de grote zaal te zetten. Hij gaat de uitdaging aan om een gesprek te voeren in de grote zaal en voor een groot publiek. ‘Voorstellingen maken voor iedereen, over menselijke condities. Ruimte speelt een belangrijke rol in mijn werk. Je kan een voorstelling klein maken omwille van de ruimte, maar andersom werkt het net zo. Een grote, klassieke en poëtische ruimte tilt het vertelde verhaal op en maakt het groter. Ik wil voor LIBI dat de ruimte groots transformeert.’

LIBI is op zaterdag 14 en zondag 15 september 2019 te zien in het Zuiderstrandtheater. LIBI is een coproductie van Korzo producties, Zuiderstrandtheater en Scapino Ballet Rotterdam.

kader:
Als hij 20 is start Ryan Djojokarso met zijn dansopleiding aan Codarts Rotterdam. Na een succesvolle carrière als danser werkt hij als choreograaf bij onder andere Korzo, Scapino Ballet Rotterdam, Konzert Theater Bern, Dox en Conny Janssen Danst. Zijn choreografieën zijn steeds reeksen, waarin hij persoonlijke verhalen vertelt.

kader:
‘Melting pot’
Surinamers zijn etnisch en cultureel een zeer diverse gemeenschap van Hindoestanen, Creolen, Marrons, Indianen, Javanen, Chinezen en Portugese Joden (Sefardische Joden). In 1935 telde Nederland zo’n 200 Surinamers.

Bij de onafhankelijkheid van Suriname (1975) kregen Surinamers de keuze: de Nederlandse nationaliteit behouden of overstappen op de Surinaamse nationaliteit. Velen kozen voor Nederland en vestigden zich overzee. Het vooruitzicht van de onafhankelijkheid bracht een exodus van 40.000 mensen teweeg. In Nederland wonen nu bijna 350.000 mensen met Surinaamse wortels, met Zuid-Holland als koploper (150.000).

kader:
Nederland veroverde Suriname op de Engelsen in 1667. Voor het werk op de plantages (suiker, koffie, cacao en katoen) werden slaven uit Afrika gehaald. Na de afschaffing van de slavernij in 1863 werd het arbeidstekort opgevuld door contractarbeiders uit Java, China en India. Suriname was tot 1975 een Nederlands gebiedsdeel.

Sentimentele piraten en een stoere kapitein

Bijna alles loopt in de soep

Vrouw Houtebeen is de eerste hoopvolle klimaatopera ter wereld. Vrijdag 6 september gaat hij in première in het Zuiderstrandtheater.

Herinnert u zich deze nog? ‘Al die willen te kaap’ren varen / Moeten mannen met baarden zij / Jan, Pier, Tjores en Corneel /  Die hebben baarden, die hebben baarden, zij varen mee’. Het lied gaat over een groep zeevaarders. Met ‘baarden’ wordt bedoeld dat het mannen moeten zijn die niet voor een kleintje vervaard zijn.

De Corneel van dit lied uit begin negentiende eeuw is Cornelis Corneliszoon Jol, geboren in het jaar 1597 in Scheveningen. Beroep: Kaper. Feitelijk: admiraal van de West-Indische Compagnie tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Bij overvallen maakte hij goud en zilver buit op Spaanse en Portugese schepen. Vergeten zeeheld. Voor Jol geen praalgraf in Delft, zoals voor Piet Hein. ‘Houtebeen’ werd hij genoemd nadat hij in een gevecht gewond was geraakt en een van zijn benen moest worden afgezet. Tot zover dit geschiedenisklasje.

“Met ‘Vrouw Houtebeen’ laten we nu eens niet de vrouw áchter, maar de vrouw vóór de man laten zien,” zegt regisseur Vincent van den Elshout over de hoofdrol van Ael Jansz.. Zij is Houtebeens echtgenote, een rol die Loes Luca op zich neemt. Naast Luca spelen de talentvolle jongelingen Kim van Zeben en Dook van Dijck, en zien we Koos Sekrève als Cornelis Jol. Zij allen worden bijgestaan door Theaterkoor Dario Fo en een projectkoor met meer dan 125 Scheveningse zangers en kinderen.

Luca doet op ingeleefde toon de verhaallijn en de lotgevallen van Ael uit de doeken. “Eerst varen vanaf Scheveningen onze mannen uit. Ik blijf achter. Maar ik heb er schoon genoeg van om een kapersvrouw te zijn. Ik wil eindelijk huisje boompje beestje; met hem hier op een bankje zitten en vanuit een duinpan naar de zee staren. Daarbij: hij is te oud geworden voor het vak. Daarom pik ik net voor hij het ruime sop kiest, zijn houten been. Want met één been houdt hij het op zee vast niet lang uit. Bovendien is het gezellig voor mij, zo’n been in huis te hebben. Als een papegaai een noodlotstijding komt overbrengen, ga ik de zee op, ook al heb ik nog nooit gevaren. Maar ik weet niet dat er verstekelingen in het ruim verborgen zitten. Zij willen de zee redden van de plastic soep. Als Ael kan mij dat niet schelen; ik ben bezig mijn man en de anderen te redden. Uiteraard komen we onderweg allerlei obstakels tegen, maar uiteindelijk vinden we elkaar onderwater in een fata morgana. Als we dan later weer thuis zijn, kijken we met weemoed op het vervlogen verleden terug,” vertelt de met comédiennebloed geboren Rotterdamse chansonnière en actrice. Het wordt een ludieke productie met serieuze ondertoon: aan de hand van dertig ‘ankerpunten’ komen in evenzovele scènes naast klimaatspijbelaars onder meer een ijsberenduet, een walvis met een gordijn, sirenen en garnalenpellers op de proppen.

Vliegschaamte en vleesvrees
In persoon is Loes Luca geen uitgesproken klimaatactivist. “Ik ben wel heel netjes in het scheiden van afval. En ik rijd een hybride auto. Maar ik vlieg wel. En ik eet vlees. Kijk, ik word dit jaar 66 en ben opgevoed met ‘vlees moet’ en ‘melk moet’. Dat krijg je er bij mij dus nooit meer uit, denk ik. Maar als ik naar mijn dochter kijk dan zou ik, als ik nu haar leeftijd had, misschien net als zij veganistisch zijn. Want de wereld gaat toch wel sneller naar de kloten dan we in de gaten hebben gehad. Ik eet al wel minder vlees, maar een boterham met kalfsleverworst is wel erg lekker, sorry kalf. Als ik voor mijn dochter kook maak ik vegetarische recepten klaar. Dus: geen ei, en soja in plaats van room en zo. Maar dat vind ik prima. Qua soep? Doe mij maar soep met ballen! Maar dat mag natuurlijk ook niet meer. Of een bloemkoolsoepje … met ham erin. In ieder geval géén plastic soep ”

IJsberenduet
In muzikale zin houdt ‘Vrouw Houtebeen’ het knipogende midden tussen opera, musical en operette, al wordt de productie ook geafficheerd als een ‘moderne odyssee’. Van den Elshout: “Maar zelf noem ik dit de eerste hoopvolle klimaatopera. En nog Nederlandstalig ook, op een tekst van Gijsje Kooter .” De operamuziek van William Gilbert & Albert Sullivan van eind 19e eeuw is opnieuw gearrangeerd en wordt gespeeld door een ‘minisymfonieorkest’ dat bestaat uit musici van het Residentie Orkest. “Ik vind het hartstikke mooie muziek,” zegt Luca, die na ‘Harde Handen’ tot een bekende verschijning is uitgegroeid aan de zeekant.

Kwekers in de kunst, Residentie Orkest en Zuiderstrandtheater, ‘Vrouw Houtebeen’, donderdag 5 t/m woensdag 11 september 2019, Zuiderstrandtheater. Meer informatie: www.zuiderstrandtheater.nl

Het takje buigen als het nog jong is

Koninklijk Conservatorium presenteert Eindvoorstellingen en Jong Zomerfestival

Het Koninklijk Conservatorium is internationaal ‘top’ en zet vol overtuiging koers naar de toekomst. Met het oog op het in aanbouw zijnde OCC aan het Spui klinkt dat als muziek in oren en ogen. Van ‘klassieke dans’ tot wat ‘modern’ heet, en van jazz en strijkersklas tot elektronisch.

“Mijn leraar op de amateurschool had me gezegd dat dit misschien wel iets voor mij was. Maar eigenlijk ging ik alleen voor de lol eens een kijkje nemen.” Hester Seelen (18) vertelt hoe ze op haar twaalfde, na het doen van de nodige audities, van start mocht gaan op het Koninklijk Conservatorium. “Ik weet nog goed dat ik hier werd aangenomen,” zegt de student aan de Dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium (KC). Ze herinnert zich: “Ik voelde me toen heel bijzonder.”

Eerst moest ze op niveau zien te komen, vertelt ze over haar toenmalige, onwennige en allereerste passen van alweer zes jaar geleden bij het internationaal vermaarde dansinstituut ‘want de meesten beginnen jonger’. Komende week schittert ze tussen andere toekomstige collega-toppers in drie stukken: de beroemde pas de six uit het klassieke ‘Don Quichot’ van Marius Petipa, in de moderne choreografie ‘I’ve been kissed’ van Maurice Causey en een groepsbreed werk van KC-docente Katarina Wester. Dat zijn er momenteel 105, in leeftijd zich bewegend ergens tussen 10 en 20 jaar. Een veelzijdig programma onder begeleiding van live muziek, en een staalkaart van de opleiding, met klassiek ballet, modern, flamenco, caractère en (nieuw) repertoire van internationale choreografen. Vrijdag gaat het van start. “We willen met dit programma de breedte van onze opleiding laten zien,” zegt Jan Linkens, directeur van de Dansvakopleiding van het KC, over de jaarlijkse serie ‘Eindvoorstellingen’. Met die presentatie wordt het lopende schooljaar afgesloten in de inpandige Kees van Baarenzaal. “Van deze programma’s doen we er verschillende in ieder schooljaar. Ze vormen zijn de basis voor een bestaan als professioneel danser. Ze krijgen geen beoordeling. Het zijn geen examens. Maar wel is het belangrijk dat ze controle over hun spieren oefenen. In de klas kan alles lukken, maar dat moet ook ten overstaan van een volle zaal, voor publiek.”

“Waar ik nog in moet investeren, ” zegt Hester Seelen, “is om sneller over mijn onzekerheid heen te stappen. In het begin was ik weleens bang, nu niet meer zo. Techniek? Da’s altijd een punt, daar moet je aan blijven werken en schaven. Maar voor mij gaat het meer om het tonen van durf en expressie.”

Volgend jaar hoopt ze stage te kunnen lopen bij Nederlands Dans Theater, dat een samenwerkingsverband heeft met het KC. “Dat zal nog niet meevallen,” denkt ze, “want concurrentie ligt moordend op de loer. Een plaatsje bij, bijvoorbeeld, Scapino Ballet Rotterdam zou ook al geweldig zijn.”

Jong KC Zomerfestival
“Ons Zomerfestival is het slotstuk van ons afdelingsjaar, al onze leerlingen doen eraan mee,” vertelt Thomas Herrmann, hoofd ‘Jong KC Muziek’ aan het KC. Op de School voor Jong Talent van het KC wordt het schooljaar vanouds afgesloten met het ‘Jong KC Zomerfestival’ in de Arnold Schönbergzaal van het KC: een intensieve projectweek die maandag van start gaat en koorzang, kamermuziek, workshops en concerten verbindt. “We willen ze uit hun comfortzone halen, door ze verplicht te laten zingen of bijvoorbeeld een cursus djembé of aikido te laten volgen,” vertelt hij.

Vrijdag 19 juli is het hoogtepunt van de reeks KC Zomerfestival-concerten als voor een marathonavond achtereenvolgens liefst 23 ensembles uit eigen gelederen aantreden. Maar ook in de dagen ervoor zijn er tal van concerten, bijvoorbeeld van het Atheneum Kamerorkest (AKO) en van de AKO-Junior Strijkersklas, met leerlingen in de basisschoolleeftijd. Belangrijk is ook de Compositieprijs voor jonge componisten die hebben deelgenomen aan het jaarlijks compositiefestijn van het Nederlands Blazers Ensemble. Herrmann: “De winnaars daarvan maken een compositie voor het New European Ensemble uit Den Haag. Deze nieuwe composities worden dinsdag uitgevoerd.” Ook niet te missen: het bijzondere en gevarieerde concert, donderdag 18 juli, door het Atheneum Blazers Consort en Jong KC Jazz.

Koninklijk Conservatorium, ‘Eindvoorstellingen’ en ‘Jong KC Zomerfestival’, vrijdag 12 t/m vrijdag 19 juli 2019. Meer informatie: www.koncon.nl.