Monteverdi was niet uit op ‘mooizingerij’’

Ensemble Musica In Scena wekt Monteverdi opnieuw tot leven

Vernieuwer van zijn tijd. En tot op de dag van vandaag maatgevend. Claudio Monteverdi (1567-1643) was de wegbereider van de opera zoals we die nu kennen.

Noem het ‘een biopic-opera’, legt Johannes Boer geduldig en in eigen bewoordingen uit over zijn aanstaande theaterschepping ‘La Tragedia di Claudio M.’ Daarin wordt zeventiende-eeuwer Claudio Monteverdi voor ons, eenentwintigste-eeuwse stervelingen, bijna en passant van nieuw bloed én muzikale perspectieven voorzien. Claudio Monteverdi is springlevend volgens hem, niet alleen figuurlijk, ook letterlijk. Net als de mensen waar hij destijds mee samenwerkte.

De afgelopen vier jaar heeft hij besteed aan een promotie-onderzoek, waarvan ‘La Tragedia di Claudio M.’ een van de resultaten is. In zijn ogen gaf Monteverdi vooral uitdrukking aan diepe menselijke emoties.

“Hij was niet uit op ‘mooizingerij’ maar op uitingen van wellevendheid. Hij wilde juist mensen van vlees en bloed ten tonele voeren, mensen met een authentiek verhaal. Juist om die reden bracht hij muziek en theater samen, een flinke stap verder dan toentertijd gebruik was. Geen heerschappij van de harmonie over het woord of dichterlijke tekst die boven de muziek staat. Hij zocht muziekdrama door versmelting van stemmen en instrumenten. Niet voor niets liet hij de hoofdrol van zijn baanbrekende werk ‘Arianna’ vertolken door een actrice.”

Met Monteverdi’s ‘Orfeo’ neemt de klassieke westerse operaliteratuur haar begin. Typerend voor de werkwijze die Monteverdi er op nahield is de vermenging van elementen uit de Griekse mythologie met zestiende-eeuwse dramatische conventies.

In Boers productie is het publiek getuige van een rampjaar uit het leven van de componist. Boer: “Monteverdi had net zijn ‘Orfeo’ klaar of zijn vrouw kwam opeens te overlijden. De totstandkoming van ‘Arianna’ is feitelijk zijn eigen katharsis.”

Voor de plot volgt Boer een feitenrelaas rond Monteverdi. “Er zitten veel citaten in, spreekt met eigen woorden. We gebruiken bijvoorbeeld de wetenschap daaruit dat hij erg boos was dat hij voor ‘Orfeo’ onderbetaald werd ten opzichte van concurrent Marco Gagliano, creator van ‘Daphne’. We zoomen in op meer aspecten van Monteverdi’s leven.”

Ook muzikaal laat Boer Monteverdi herleven. “We maken gebruik van fragmenten uit zijn composities. Maar we voegen er wel veel nieuwe elementen aan toe.”

En zo is ‘La Tragedia di Claudio M.’ een voorstelling van oude muziek die nieuwe muziek wordt, van acteurs die commedia dell arte ten beste geven, en van musici en componisten die heel dicht naderen aan datgene wat Monteverdi ook deed: spreken en zingen naadloos met elkaar verbinden. Boer: “Gebracht door zorgvuldig geselecteerde zangers die zich het sprekend zingen eigen hebben gemaakt, met musici en een commedia dell arte ensemble uit Italië. Nu gaan we ineens een heleboel dingen begrijpen.”

‘La Tragedia di Claudio M.’ is op vrijdag 15, dinsdag 19 en woensdag 20 juni 2018 (20.00 uur) en zondag 17 juni 2018 (16.00 uur)te zien in Theater De Nieuwe Regentes. Meer informatie: denieuweregentes.nl en musicainscena.nl.

 

Advertenties

Zon, zee, muziek en… liefdeskuren

Strandwandelen met Mendelssohn op het hoofd

Nee, gecomponeerd heeft Mendelssohn hier ter stede niet, wel schilderde en tekende hij. Treed aan de hand van een audiotour in de voetsporen van Felix Mendelssohn – met rul zandstrand tussen de tenen.

Met de audiotour annex het locatieproject ‘Liefdeskuren’ op en in het hoofd gaat verliefd worden ‘op’ Scheveningen, zeezucht in zicht, vast lukken.

‘Het zou weer zo’n hete dag worden. Er waren nog niet veel badgasten naar buiten gekomen. Er liep wel een jongetje heen en weer, met een rugkorf vol vispasteitjes. Het moest iets van hem, meer dan alleen zijn geld. Ze hadden al een paar keer een blik gewisseld en de vreemdeling kreeg het gevoel alsof ze elkaar kenden van veel langer geleden dan het marskramertje oud kon zijn. Hij duwde zijn hoed aan en liep de trap af naar de zee. Die leek niets spannends van plan. Zou hij het hier nog twee weken uithouden? Wat had hij hier eigenlijk te zoeken?’

‘Liefdeskuren’ is de naam van een wandeling door het toeristische en toch vaak ook stille, soms zelfs verstilde, hart van Scheveningen. Daarbij ga je op drie verschillende plekken zittend luisteren naar een verhaal van de Haagse schrijver Marente de Moor, bekend van onder andere romans (‘De Nederlandse maagd’), verhalen (‘Gezellige verhalen’) en columns . Voorzien van speciaal gecomponeerde muziek door een koptelefoon en een mp3-speler ingeschakeld, bezoek je de omgeving van het Kurhaus, een privéplek ergens tussen duin en strand bij strandpaviljoen Oscars en de Luchtwachtoren, bovenop een duin bij het Zwarte Pad.

Die locaties zijn op zichzelf al theatraal, maar op de route verschaft de 12-persoonsschommelbank ZlowMotion van ontwerper Pink Steenvoorden een extra dimensie, eerder al eens opgesteld tijdens ‘Oh die zee’ 2014. Je reinste ‘poetry in motion’. Aldus is ‘Liefdeskuren’ werkelijk een belevenis voor alle zintuigen en alle leeftijden. Je kunt dan ook met de hele familie tegelijk meelopen en zitten, kinderen en volwassenen horen dan hun eigen audioverhalen en een eigen ‘soundscape’.

Regisseur Ingrid van Frankenhuyzen, bedenker van ‘Oh die zee’, vroeg Marente de Moor twee driedelige audioverhalen te schrijven: een voor volwassenen (‘De Hoest’) en dus een voor kinderen (‘Vissenpost’) vanaf 6 jaar.

De Moors verhaal is gebaseerd op een historisch gegeven: de Duitse componist Felix Mendelssohn Bartholdy die in 1836 op doktersadvies in Scheveningen verbleef om te kuren. Hij was hier vanwege zijn o zo broze gezondheid – hij zou elf jaar later op 38-jarige leeftijd al te overlijden komen.

Zou zo’n Haagse kuur hem goed doen? Hij twijfelde, maar ging toch, al was het eerder om erachter te komen of hij werkelijk van Cécile Jeanrenaud hield. Overrompeld was hij geweest door de natuurlijke schoonheid en de charme van deze 10 jaar jongere dochter van een Fransman. Mendelssohn had haar op zijn 28e tijdens een bezoek aan Frankfurt voor het eerst ontmoet.

In de zomer van 1836 was hij dus in zijn eentje naar Scheveningen gereisd om te overdenken of hij met haar in het huwelijksbootje wilde stappen. Een hotel aan de kust zat er voor zijn brandende liefdesvragen niet in: Mendelssohn vond ze te duur. Hij logeerde in hotel Bellevue aan de Bezuidenhoutseweg, ook niet slecht trouwens, en werd elke ochtend met de koets naar Scheveningen gereden.

Hoe verging het hem met de andere chique badgasten in het badhuis van Scheveningen, en wat gebeurt er als het zoontje van een visser zijn leven binnendringt? Die prikkelende vragen vormen het vertrekpunt voor de audiotour. De muziek van Mendelssohn Bartholdy wordt daarbij ingezet als soundscape, gemaakt door componisten Jürgen De Blonde en Robert van Raamsdonk, van wie de laatste voor de muziek van de jeugdversie zorgde.

In hun handen is muziek geluid en geluid muziek. Gecomponeerd heeft Mendelssohn zelf hier ter stede overigens niet, wel schilderde en tekende hij, onder meer aan de Kleine Groenmarkt, dat is het tegenwoordige terras van herberg ’t Goude Hooft. Hij maakte er een kleurentekening van die nu tot de verzameling van de Radcliffe Science Library in Oxford behoort.

Van 7 juni tot 9 september 2018, maandag tot en met vrijdag, 11.00 tot 17.00 uur; op zaterdag en zondag van 10.00-17.00 uur. Starten kan op elk gewenst tijdstip. Startlocatie en kassa: de entree van de Pier van Scheveningen. In drie talen: Nederlands, Engels en Duits.

Duur: 1 u 30 minuten. Meer informatie: ohdiezee.nl. Liefdeskuren maakt deel uit van Festival Classique en Feest aan Zee.

Als niks meer overeind staat

Saman Amini speelt ‘Samenloop van omstandigheden’

In Nobody Home speelde hij zichzelf en kroop hij in de huid van een Syriëganger, in The Nation was hij De Beer van ‘s Gravenhage. Nu legt Saman Amini zijn eigen ziel bloot.

Vorig jaar bracht hij op nomadisch festival De Parade voor het eerst zijn Samenloop van omstandigheden. Het theatertentje speelde hij meer dan plat. Nu is er van het halfuurtje van de ‘autobiografische liedjesvoorstelling’ een uitgebreide, één uur durende versie voor de theaterzaal.

Animatie, theater, muziek. Met zijn overdosis aan talent rijgt hij momenteel succes aan succes. Jazeker vindt hij zichzelf een geluksvogel. Amini, die als elfjarig joch vanuit de Iraanse hoofdstad Teheran in Nederland belandde, gevlucht met zijn zusje en zwangere moeder: “Wie in Nederland mag wonen is sowieso een geluksvogel. Ook ben ik blij dat ik als 28-jarige al zoveel mag doen. Toch hangt mijn geluksgevoel ook van de dag af, kan ik ook m’n slechte dagen hebben, dagen dat ik het gevoel heb gevangen te zitten in emoties of opgesloten te zijn in m’n brein.”

Hij heeft zijn succes, zijn beroep als kunstenaar, zegt hij, ook te danken aan een samenloop van omstandigheden. “Als eerste generatie vluchteling bekommer je je allereerst om het dagelijkse geld, het is zeker niet vanzelfsprekend om in de kunst je toekomst te zoeken en te vinden.”

De tienerjaren bracht Amini gedeeltelijk door in het AZC in Rheden. Tot zijn aanleg voor theater werd opgemerkt. Eerstvolgende halteplaats: Toneelacademie Maastricht, afstudeerlichting 2014. Inmiddels behoort hij onder meer tot het vaste acteursensemble van Het Nationale Theater.

In Samenloop van omstandigheden maakt hij met een glimlach zichtbaar en voelbaar wat er in hem omgaat. Hij zingt, speelt en vertelt – met tekst, met muziek die hij zelf schreef, live uitgevoerd door een driemansband, en met prachtige, indringende videoanimaties. Het resultaat is een persoonlijk levensportret aan de hand van vertellingen over zijn moeder en vader, en over ‘alles wat nodig is om overeind te blijven als er niks meer overeind staat’.

Amini: “Voor mijzelf gaat de voorstelling over de betekenis van verleden en armoede als wrede vorm van geweld, en over machteloosheid en vrijheid. Maar ook over wat voor mij de waarde is van ouders. En ik wil er ook mijn dankbaarheid mee betuigen.”

Dankbaarheid drukt hij niet alleen theatraal uit maar ook financieel. “De muziek is op Spotify te beluisteren en we hebben er een cd van uitgebracht.” De opbrengt van het liedje ‘Longen Vol’ maakt hij over naar VluchtelingenWerk Nederland. “Gewoon om iets terug te geven. Soms moet je nemen, soms geven.”

Trompet
Amini geeft als personage weer hoe hij in zijn jonge jaren eigenhandig armoede bestreed door Roberto Carlos-kaftpapier cadeau te doen aan een schooljongen. Het wordt hem duidelijk gemaakt dat je zoiets omzichtig moet doen, anders meent de ontvanger dat hij aldoor dank verschuldigd blijft. In een paar pennenstreken schetst hij zo hoe machtsverhoudingen inwerken op gedrag.

En passant ontstaat een soort van ‘coming of age’. Tot het moment dat hij zijn woorden richt tot ‘mijn kleine jongen’. Door schimmenspel dat op het videoscherm geprojecteerd is, zien we dat het om een manneke gaat met een trompet in de hand. Aan het einde ligt de trompet in de branding, een verwijzing naar Alan Kurdi, het ‘aangespoelde jongetje’. Dat hield hem nachtenlang uit zijn slaap. Waarom hij wel en zij allemaal niet?

Het mooie is dat het geheel nooit ontaardt in pathetisch aandoend melodrama, maar dat hij zijn vertelling gedoseerd en met veel gevoel voor verhouding tussen ernst en luim weet te brengen.  Als ‘rhymende’ rapper steekt hij met zijn expressieve stem, door de verrukkelijk-verrassende elektronisch-futuristische muziekklanken en melodielijnen, en het ongecompliceerde taalgebruik het huidige Nederlandse rappersgilde keihard de loef af.

Een openbaring.

Als geëngageerd kunstenaar laat de actualiteit hem niet los. Neem de Iran-deal. “Ik ben bang voor het lot van het Iraanse volk. Ik heb er nog steeds veel familie wonen. Kijk naar Irak, Afghanistan, Syrië… Ik hou mijn hart vast voor wat er kan gebeuren.”

Saman Amini: Samenloop van omstandigheden. Een coproductie van Paradiso Melkweg Productiehuis en Black Sheep Can Fly. Te zien op dinsdag 22 mei 2018 in Theater aan het Spui.

 

Zomertheater in de open lucht

Zuiderparktheater stroomt vol in 2018

Het kan weer: de zomer vieren en je onderdompelen in kunst en vertier. Rosénippend, of bierbommelend de bloemetjes buiten begroeten.

Zomeravonden zijn er soms zó helder dat je de sterren kunt aanraken. Marijke Reuvers, directeur van het Zuiderparktheater, kijkt alvast uit naar vrijdag 10 augustus. Rond die tijd scheert elke zomer de Perseïden-meteorenzwerm langs de hemel: een wolk stofdeeltjes achtergelaten door komeet Swift-Tuttle.

Kans op vallende sterren dus – en zodra je er eentje ziet mag je een met een gerust hart een wens uitspreken. “En dan onder die sterrenhemel relaxed luisteren naar de zachtaardige muziek van popband Loco / Motive,” glimt Reuvers, “met daarbij een futuristische cocktail in de hand terwijl je het theatercollege ondergaat van Ernst Molenaar over het ontstaan van deze Perseïden-zwerm en over andere vreemde zaken in ons zonnestelsel.”

Nog is dat die avond niet alles want vervolgens kun je in een zwart gat wegzinken bij de epische science fiction-film 2010: The Year We Make Contact, het vervolg op 2001: A Space Odysee.

De ‘oude’ Grieken hielden in het jaargetijde van de goudgele zomerzon, al was dat wel dik 2500 jaar geleden, al grondig huis met hun dionysische theaterfeesten. Al is het eeuwen later, ook in Nederland bloeien de zomerfestivals. Den Haag heeft voor dit doel zelfs een heus buitentheater laten bouwen, in het ruim opgezette plantsoen dat architect Berlage daartoe in 1908 uittekende: het Zuiderpark.

“Drie jaar geleden hebben we een doorstart kunnen maken,” vertelt Reuvers. “We zijn sindsdien erg gegroeid, vorig jaar hadden we met 16.000 bezoeken driehonderd procent meer aan kaartverkoop dan in het heropeningsjaar. Ik zie kansen liggen om verder door te groeien, bijvoorbeeld door het voorseizoen meer te gaan benutten.”

Ook kijkt ze, nu al, bevallig richting wintertijd. “Onze kerstproductie Scrooge was een hartverwarmend succes. Komende winter gaan we Vivaldi Code Rood brengen. In ieder geval kunnen we tot zeker 2020 buiten blijven spelen, zoveel is zeker.”

Het Zuiderparktheater is een podium in de open lucht voor (kinder)theater, cabaret, muziek en allerhande festivals, maar er zijn ook fietstochtjes (sculpturenroute) en een roofvogeldemonstratie. De speelplaats voor jong en oud is op stoom gekomen. Dit jaar zijn er, evenals vorig jaar, zo’n honderd verschillende activiteiten.

Een greep: Spinvis, Pink Floyd would-be’s, Yes-R, en een ‘Summer of Laugh’ in samenwerking met Diligentia, met onder meer Yentl & de Boer, en met Sjaak Bral die op de openingsavond als ‘host’ optreedt.

Reuvers: “Zelf houd ik erg van het The Hague African Festival. Het heeft een jubileum te vieren, want het bestaat tien jaar.” Medio juli wordt het muzikaal gevierd met optredens van onder meer de reggaekoningen van SoulDia (Senegal), percussiemeester Oké Sene (Senegal), funaná met Tabanka (Kaapverdië), de Refugee All Stars (Sierra Leone), de Kameroens-Nederlandse zangeres Ntjam Rosie (Kameroen), de Ghanese Wiyaala (Ghana) en Amartey, fakkeldrager van de AfroPop-sound in Nederland. Reuvers: “De editie van dit jaar is groter dan voorheen, want er is ook een uitgebreide marktplaats.”

Heerekrintjes!, zo lieten Nederlandse volkspoppenspelers hun draad-, stang-, stokpoppen of marionetten in de negentiende eeuw regelmatig ontvallen als ze optraden bij de toenmalige Haagse kak omdat ze er verplicht een parlementair taalgebruik op na moesten houden. In het Zuiderparktheater staat deze verbasterde vloek voor een ‘volkspoppenfestival’.

Reuvers: “We vinden het jammer dat de poppenkast uit Nederland lijkt te verdwijnen. We willen de traditie nieuw leven inblazen door traditionele poppentheatervormen uit uiteenlopende landen en culturen samen te brengen.” Dat gaat van Jan Klaassen, Punch & Judy en Pulcinella tot Japanse bunraku. Het Zuiderparktheater programmeert die dag gerenommeerde makers uit binnen- en buitenland naast jonge makers uit Den Haag.

“En je kunt zaterdag 18 augustus ook je eigen poppenkastfiguur maken, waarmee je in je eigen poppenkast kunt spelen. Ook is er een optocht met reuzenpoppen door het park.”

Er is ook aandacht voor klassieke muziek, onder meer met het Residentie Orkest (Symphony in the Park) en het Sweelinckorkest, zeventig enthousiaste en bevlogen studenten van Amsterdamse universiteiten en hogescholen die instrumentale delen van de veertien uur tellende score uit Wagners monumentale Ring spelen.

Memento mori

Alain Platels dodendans

Alain Platel grossiert in ongewone beelden: dode-paardensculpturen, veertien honden. In zijn nieuwe voorstelling Requiem pour L. volbrengt een 72-jarige vrouw haar allerlaatste ademtocht. In grootbeeld. Een getuigenis.

Zo ziet sterven er dus uit. L. ligt schijnbaar doodkalm te bed, al blijven de zware oogleden meer en meer, langer en langer gesloten. Een laatste opflakkering van de ogen, een laatste glimlach, een laatste woord dat gewisseld wordt, een laatste keer slikken, een laatste keer met de tong de lippen rond. Ogenschijnlijk gebeurt er niets – en toch alles tegelijk. Dan stokt de adem. Oneindig loslaten.

En dan opeens blijft de mond geopend staan in een eeuwige gaapstand.

De doodsstrijd is in veruit de meeste gevallen niet die turbulente, opstandige gebeurtenis die we er toch van vermoeden. Een stil heengaan is het meestentijds – al dan niet onder invloed van morfine –  een verglijden in de tijd. Geen tranen, geen eruptie, geen misbaar. Het lijden van de mens is niet dát hij doodgaat, dat doen andere leefvormen op z’n tijd ook; maar dat hij dat zo goed beseft.

Het intiemste, kwetsbaarste moment in een mensenleven speelt zich af op het sterfbed – voor zover dat gegeven is. Voor de meesten is het meteen hun eerste en enige schouwtoneel des levens: want toekijkende geliefden zien toe hoe hun teerbeminde zich door de slotakte slaat. Zo bezien is het doodsbed ieders eigen eenakter, een besloten vlakkevloervoorstelling, in huiselijke dan wel klinische kring.

Hoogst zelden is de westerse mens met eigen ogen getuige van iemand die in ware tijd sterft. In het westen is de doodsstrijd ver weggestopt, elders loopt dat trouwens soms regelrecht uit op een feestje. Integer, zonder het minste effectbejag bouwde theatermaker Alain Platel met Requiem pour L. een minimalistisch aandoend theatraal feest met het heengaan als inzet, op Mozarts Requiem, en met beelden van een stervende vrouw op een groot projectiescherm met die ‘real time’ in de dood verdwijnt.

Aldoor staat één enkele (web)camera ingezoomd op wat het sterfbed wordt van deze witte vrouw. Ze werd thuis gefilmd, vorig jaar, toen haar laatste momenten zich aandienden. De wat korrelige maar verder nauwelijks bewerkte zwartwit-beelden beslaan de reëel verstreken tijd, zo’n anderhalf uur, maar zijn wat vertraagd weergegeven. Wel heeft Platel er twee keer een ‘knip’ in gemaakt. Daardoor ontstaat als het ware een triptiek: afscheid nemen, sterven en – eindigend in een bijna onsterfelijk mooi, bijna prerafaëlitisch aandoend eindbeeld – dood zijn.

Het ‘argeloze’ publiek wordt hier, sterker: is hier ondeelbaar en ontegenzeggelijk in de rol van voyeur geduwd: die van buitenstaander die voor louter eigen genoegen toekijkt. Het is belangrijk te beseffen dat de terminaal zieke L. er zelf actief voor heeft gekozen om medewerking te verlenen. L., vaste bezoeker van Platels voorstellingen, wendde zich via een wederzijdse kennis tot hem na het zien van zijn voorstelling Coup Fatal, die ze zeker drie keer zag. Platel was meteen gegrepen door het idee, onder meer omdat de dood toen verschillende keren aan hem voorbij was gekomen: hij had afscheid moeten nemen van zijn vader, verloor zijn trouwe hond, en zat aan het sterfbed van zijn mentor Gerard Mortier.

L. alsmede het wedervaren van L. rond de dood koppelen Platel en zijn theatergroep C. de la B. aan de overdonderende koormuziek van Mozarts Requiem. Geniale expressiviteit anno 1626. Een in muziek verpakte uitstalkast van uiteenlopende gevoelens: blijmoed die ontaardt in vertedering, panische angst die uitmondt in urgente bede. Het is de verklanking van ultieme ontzetting en angst voor het verschijnen van de rechter – maar toch ook van het geluk van het laatste oordeel.

Platel besloot over te gaan tot een bewerking van Mozarts heilige compositie. Dat is gedurfd, een stap die hij nog versterkte door te kiezen voor componist Fabrizio Cassol, met wie hij overigens eerder samenwerkte (in Monteverdi’s Mariavespers, de Mattheuspassie van Bach en het westerse barokrepertoire). Platel/Cassol gingen verder. Ze zetten een ontmoeting op tussen veertien muzikanten uit verschillende contreien.

Gezamenlijk ‘reconstrueerden’ zij het Requiem en wendden daarbij ook hun eigen muzikale invloeden aan, van jazz en opera tot allerlei soorten populaire Afrikaanse muziek. Toch blijft dat ongehoorde Requiem steeds hoorbaar de bron. De live uitgevoerde muziek wordt hier (vondst!) niet door een klassiek orkest gespeeld, maar in een bezetting met accordeon, euphonium (tuba), elektrische (bas)gitaar, likembe (duimpiano) en percussie. Cassol verving vervolgens de massieve koorzang door een vijftal zwarte zangers. Zo werden de opeenvolgende zangpartijen tot uiteenzettingen tussen mensen.

Platel deed nóg een meesterzet: Hij liet de musici en zangers, zonder uitzondering gestoken in zwarte kledij en in aan Zuid-Afrikaanse grafdelvers herinnerende gumboots, bewegingspatronen uitvoeren als in een choreografie, laat ze dansen dansen, van limbo tot urban. Swingen op de klanken van een grafzang, een zielmis, op een Re-qui-em? Op Mozarts heilige grafzang? Op zwartgeverfde houten kisten, die qua beeldrijm aan het Berlijnse Holocaustmonument doen denken? Kan dat, mag dat? En dan nota bene tegen de achtergrond van een in slow motion stervende vrouw? Platel doet het gewoon. Want wie bang leeft, gaat bang dood.

Daarmee bevrijdt hij en passant de doodscultus van het westerse taboe waarmee het is omgeven, en verleent hij bovendien ruimte aan uiteenlopende culturen voor de expressie van hun eigen gebruiken en rituelen rond het ontslapen, nog wel op het theaterpodium. Is het denkbeeldig of kringelt tijdens deze overwegingen wierook de theaterzaal in? Dan: Het Laatste oordeel. Een staande, minutenlange indrukwekkende ovatie.

Even later in de foyer staat op de toog een koud biertje warm te worden. Koffietafelbier. Maar pas op, een teug bespoedigt de onvermijdelijke enkele reis naar de dood, want alcohol verkort je leven. Amen.

kader
Alain Platel
De naam en faam van theatermaker Alain Platel is wereldwijd, zijn oeuvre groot en groots. Hij is zich allengs gaan storten op grote, operateske drama’s rond muziek van Bach, Verdi, Wagner en Mahler. In zijn producties staan amateurs vaak zij aan zij met professionals.

Les ballets / compagnies Contemporaine de la Belgique werd in 1984 te Gent opgericht door Alain Platel. Het geldt als artistieke ‘hub’ voor makers die theater, dans en opera mengen onder het motto: ‘Deze dans is van de wereld en de wereld is van iedereen’.

Platel in zijn jubileumboek uit 2006, Ballets: ‘Ik ben altijd een oerchristen geweest. (…) Maar als je me vraagt of geloof steun en troost geeft, weet ik dat niet. Esthetica doet dat wel. Sine musica nulla est vita. Muziek verbindt ons met een buiten het lichaam bestaande wet: in dit geval de akoestiek. Muziek creëert een warme cirkel om ons heen die maakt dat wij überhaupt bestáán zullen hebben. De mens is geschapen om te kijken en te luisteren, verwonderd te zijn en tot bewondering te komen.’

kader
De Vlamingen
De Vlamingen lijken een internationaal erkend theaterpatent op danstheater, lijfelijk muziektheater, expressief-absurdistisch beeldend theater, schouwspelen met vaak een katholieke inslag te hebben.
Anne Teresa de Keersmaeker, Jan Fabre, Guy Cassiers, Needcompany, Vandekeybus, Blauwe Maandag Compagnie, Compagnie De Koe behoren alle tot een Vlaamse lijn die rechtstreeks doorloopt naar FC Bergman, Abattoir Fermé en, bijvoorbeeld, Kris Verdoncks A Two Dog Company anno nu.

kader
Stadsschouwburg Amsterdam en Alain Platel
Stadsschouwburg Amsterdam volgt Alain Platels compagnie C. de la B. al jaren. Onder meer de voorstellingen En Avant, Marche!, Tauberbach, Coup Fatal en Gardenia waren er de voorbije jaren te zien.

kader
Holocaustmonument
Het Denkmal für die ermordeten Juden Europas in Berlijn is opgericht ter herdenking van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bestaat uit 2711 betonblokken, variërend in hoogte en een onderlinge tussenruimte van 95 centimeter.

kader
Mozarts dood
Na een uitvaartmis in de Stephansdom te Wenen werd Mozart in 1791 begraven op de Sankt Marxer Friedhof in wat waarschijnlijk een massagraf was. Pas in 1855 werd de waarschijnlijke locatie ervan vastgesteld, al bestaat absolute zekerheid daarover nog steeds niet.

Requiem pour L.
V
r 19 en za 19 mei, 20.30 uur
Stadsschouwburg Amsterdam
Info & tickets http://www.ssba.nl

Klassiek ballet in eigentijds toneeljasje

Het Zwanenmeer: theaterfun voor de hele familie

De traditionele kerstproductie van Theaterschool Rabarber is dit jaar opnieuw een familiespektakel. Dit jaar een geheide balletklassieker … in een gloednieuw, eigentijds toneeljasje.

Tsjaikovski’s klassieke noten voor Het Zwanenmeer zijn oorwurmen, zo heet dat tegenwoordig. Beter gezegd: muziek voor miljoenen. Balletmuziek inderdaad. Toch zijn er bij Rabarber in de verste verte geen Anna Pavlova, Tamara Karsavina, Uliana Lopatkina of prima ballerina’s van Het Nationale Ballet zoals Anna Tsygankova of Igone de Jongh te bekennen.

Neen, bij Rabarber is van het van origine oud-Russische sprookje De Witte Eend een toneelstuk in de maak. Met straks veertig man op de vloer inclusief een afvaardiging van jongelingenmusici van het onvolprezen Hofstad Jeugd Orkest. Maal twee voor de hele voorstellingenreeks, want er zijn twee aparte casts: een ‘witte’ en een ‘zwarte’. Stuk voor stuk leerlingen van de eigen theaterschool, in leeftijd van pakweg 6 tot 20 jaar. Straks zijn er ook nog 3D ‘mapping’ projecties en videoanimaties. Jeroen de Graaf, regisseur: “Ik wil dat deze voorstelling een breed publiek raakt.”

Het Zwanenmeer is een gelaagd verhaal met welzeker 1001 verschillende balletversies, uitvoeringen en vertellingen. En ook films, zoals die met Nathalie Portman in de dubbelrol van witte én zwarte zwaan (‘Black Swan’, 2011). Er zijn vast ook tig toneelversies. Toch?

Regisseur Jeroen de Graaf krabt even achter het rechteroor als ik het hem, pal voor het begin van een repetitie, voorleg: “Tekstschrijver Marcel Roijaards en ik hebben ons ondergedompeld in de geschiedenis van ‘Het Zwanenmeer’. Voor zover wij hebben kunnen achterhalen is dit de allereerste toneelversie.” Al durft hij zijn handen niet in het vuur te steken voor wat zich sinds 1877 in Rusland en China ooit heeft afgespeeld op dit vlak.

Zoek jezelf, vind jezelf
Iedereen kent de titel. Maar ook het hele verhaal? “Eigenlijk is het een vertelling over jezelf vinden, je eigen weg gaan, keuzes maken,” legt De Graaf uit, die na Baron von Münchhausen’vorig jaar nu opnieuw gestalte mag geven aan Rabarbers kerstproductie.

De plot in een notendop: prins Siegfried (Freek Kunz / Christophoor Ram) krijgt voor zijn achttiende verjaardag van zijn koningin-moeder een kruisboog ten geschenke zodat hij liefdespijlen kan afvuren, en aldus snel een levensgezellin aan de haak kan slaan. Op een nachtelijke escapade met vrienden in een bos bij een meer maakt hij kennis met de mooie Odette (Noa ten Hof / Lois Vecchi). Probleempje: door toedoen van de sinistere tovenaar Von Rothbart (Roger Nievaart) mag zij slechts twaalf minuten per etmaal meisje zijn, voor de rest van de tijd moet ze door het leven als gevederde zwaan, net als een aantal andere gevangengenomen meisjes.

Totdat ooit op een dag de betovering wordt verbroken. Von Rothbart blijkt zelfs zijn bloedeigen dochter Odile (Anna Bisschop / Yasmina Abdelmoumen) verzwaand te hebben. Door Siegfried een toverdrank in te laten nemen weet hij deze zover te krijgen dat Siegfried kiest voor Odile. Als het bedrog later uitkomt volgt bij Rabarber een verrassende ontknoping.

“Een positieve twist,” verklapt De Graaf. Toch is het echt niet alleen meisjesroze en jongetjesblauw wat hier de klok slaat. “Eerder zwart en wit. Want snoodaard Von Rothbart heeft een duister randje, precies als in het ballet. Terwijl Siegfried – bij ons ‘Ziggy’ – onder bonkende beats juist een kwetsbare kant laat zien.”

Notes
Na de repetities, tijdens de ‘notes’, toont De Graaf zich ten overstaan van de spelersgroep kritisch over hun verrichtingen: “Jullie zitten onder je energie. Ik wil meer focus zien.” Onder vier ogen toont hij zich na afloop echter behoorlijk tevreden: “Rabarber is een theaterschool. Je moet verschillende spelniveaus integreren. En iedereen moet door deze kersproductie persoonlijk kunnen groeien. Het is mooi om te zien dat dat vaak ook lukt. Gedurende de jaren zie je dat ze zich in het dagelijkse verkeer ook vaak zelfverzekerder voelen, zelfbewuster. Mede dus door Rabarber.”

Theaterschool Rabarber: ‘Het Zwanenmeer’. Van 26 december tot en met 5 januari n Theater aan het Spui. Meer informatie: rabarber.net.

Festival Dag in de Branding viert 70 jaar Johan Wagenaar Stichting

De uitreiking van de Matthijs Vermeulen Prijs aan componist Kate Moore en de Willem Pijper Prijs aan Hugo Morales. En natuurlijk heel veel ‘nieuwe’ muziek. Editie # 46 van Dag in de Branding belooft één groot feest en duurt liefst een weekend lang lekker.

46. Klinkt niet buitengewoon sexy, eerder nog: doodgewoon. Toch duidt het getal hier op een jubileum. Festival Dag in de Branding viert namelijk 70 jaar zijn geestesvader: de Johan Wagenaar Stichting. Dat ons daarom graag laat delen in de feestvreugde.

“Wagenaar was een gevestigde naam in het Nederlandse muziekleven,” vertelt Caroline Bakker, directeur van festival Dag in de Branding. “Hij was componist en is directeur geweest van het Koninklijk Conservatorium tussen 1919 en 1937. Zijn ouverture ‘De Getemde Feeks’ werd toen overal in het land gespeeld.”

“En ik heb zijn ouverture Cyrano de Bergerac vaak gespeeld toen ik nog deel uitmaakte van het Residentie Orkest,” valt altviolist Emlyn Stam haar spontaan bij. Stam is artistiek leider van het in 2009 opgerichte zestienkoppige New European Ensemble, opgetrokken uit musici, van internationale komaf, die de voorbije jaren zijn afgestudeerd aan het Koninklijk Conservatorium en blijven ‘plakken’ in Den Haag. Het ensemble is hofleverancier van Dag in de Branding. “We zijn in muzikale zin inderdaad doorgaans bij zeker twee van de vier dagen per jaar betrokken,” aldus Stam.

Ten behoeve van deze 46e editie heeft Stam de vrijheid gekregen om te grasduinen in de rijke annalen van de stichting die in 1947 werd opgericht. Hij mocht van zijn bevindingen een gloeiend muzikaal programma samenstellen: “De stichting heeft naast een onnoemelijk aantal compositieopdrachten ook vele prijzen toegekend aan Nederlandse componisten. Dat is van doorslaggevende betekenis geweest voor wat nu geleid heeft tot de beroemde Nederlandse ensemblecultuur voor nieuw gecomponeerde, klassiek georiënteerde muziek. Voor deze editie heb ik een dwarsdoorsnede uit de verleende compositieopdrachten samengesteld, zie het als een muzikale print van de stichting.”

Bij zijn bronnenonderzoek deed hij en passant een ontdekking: “Wagenaars Fantasiestukken voor viool en piano zijn op een jaar na een eeuw lang niet meer gespeeld. Maar zaterdag dus wel weer.”

Voor wat betreft de komende editie wijst hij ook op de compositie Divertimento van Tristan Keuris. “Fascinerend qua vorm, kleur en harmonie.” Ook de wereldpremière van Cees van Zeeland mag niet onvermeld blijven: “Nieuwe muziek die qua kleur en ritme erg aan jazz doet denken.”

Hoogtepunt
Van de allereerste editie in 1994, met als ‘maiden’ Louis Andriessen en daarna Dick Raaijmakers als epicentra, is het festival rond 2006 uitgegroeid tot een gebeuren dat op een enkele dag meerdere hedendaagse componisten naar voren schuift, verschillende theaters en podia in bezit neemt, en dat alles vier keer per jaar doet.

Dag in de Branding is uitgegroeid tot een fenomeen dat nationaal en internationaal hoog in aanzien staat. “We hadden de naam ‘Stockhausen’ nog maar nauwelijks op de website staan, of het liep internationaal al storm”, herinnert Bakker zich.

“Voor mijzelf is de opera Rage d’Amours in 2010 van Robin Zuidam hét hoogtepunt uit al de Dagen. Hij kreeg hiervoor in 2010 de Kees van Baarenprijs van de Gemeente Den Haag. Ter gelegenheid daarvan werd de opera toen twee keer opgevoerd.”

Stam: “Voor mij is het hoogtepunt het festival rond de nu internationaal gevierde Finse componiste Kaija Saariaho, in 2011. Ze kwam er speciaal voor naar Den Haag.”

“Broodnodige aandacht voor nieuwe muziek natuurlijk, en een groeiende schare aan trouwe volgers,” antwoordt op Bakker op de vraag naar hetgeen 70 jaar Johan Wagenaar Stichting teweeg heeft gebracht. ”En dat het beluisteren van nieuwe muziek ervaren wordt als een regelrecht avontuur. Voor mij is dat de verdienste van Dag in de Branding,” voegt Stam toe. Plannen voor komende edities zijn er al volop. Stam: “We zijn bezig om de Russische componiste Goebaidoelina naar Den Haag te halen. Gaaf toch?”

Dag in de Branding op zaterdag 2 en zondag 3 december 2017 in verschillende theaters in Den Haag. Meer informatie: dagindebranding.nl.