Hypnotiserende woestijnblues

Malinees Mamadou Kelly bezoekt Korzo

Bedwelmende, betoverende nomadenmuziek uit West-Afrika. Musici die opgaan in hun instrumenten. De osmose tussen Mamadou Kelly en zijn bandleden is werkelijk voelbaar.

Woestijnblues. Het geluid van de Sahara. Land van Toearegs. Regenverwachting: praktisch nul. De bijbehorende knetterende droogte wordt slechts uiterst sporadisch doorbroken door een meestal mager, dan weer malser regenbuitje. Toen er in 1960 nieuwe grenzen werden getrokken en er nieuwe landen ontstonden (Mali, Niger, Algerije) botste dat met de vrije levensstijl van de Toeareg. Een gesloten grens betekende geen toegang tot water en dus een strop voor hun inkomsten.

Al die aspecten klinken in de zogeheten ‘Mali-blues’. Het is de muziek die aan de basis staat van Amerikaanse blues en bijvoorbeeld bluegrass. Het kan bijna niet anders of zanger / gitarist Mamadou Kelly moet zich daar, in de driehoek Sahel, Goundam en zijn geboorteplaats Niafunke, als een woestijnvis in het water voelen. Het hart van Mali’s Niger rivierdelta geldt als muzikaal epicentrum van de ‘desert blues’, met Ali Farka Touré, Vieux Farka Touré, Tinariwen en Bombino als de meest bekende ambassadeurs. Wat hen bindt is het vermogen om liedjes in klankkleuren en ritmen te vervatten die de geest bedwelmen, je denkbeeldig naar deze verre landen laten reizen.

Mamadou Kelly, een steunpilaar in de groep van de legendarische Ali Farka Touré, speelt ook een belangrijke rol in de band van Afel Bocoum, nog zo’n grootheid uit dezelfde streek. Gedrieën hebben zij de blauwdruk geschapen van de stijl die nu bekend is als woestijnblues. Kelly, begenadigd zanger, laat graag soepel en harmonieus zijn gitaar klinken, laat die melodieuze muzikale loops zingen.

Kelly staat met zijn vaste band Ban Kai Na nu zelf volop in het middelpunt. De groep creëert subtiele, wiegende en ronduit ‘groovy’ ritmes waarop het heerlijk dansen is.

Politiki
Mamadou Kelly heeft drie albums uit, waarvan ‘Politiki’ uit 2017 het meest recente is. Van Kelly’s kwartet op dat album verdienden de musici hun sporen in de begeleidingsbands van Ali Farka Touré en Afel Bocoum. Kelly en kornuiten zijn op ‘Politiki’ een geslaagde samenwerking aangegaan met Amerikaanse musici, onder wie dobro- en lapsteelgitariste Cindy Cashdollar. Samen doen ze een poging de ‘woestijnblues’ op te rekken. Het contrast tussen de Amerikaanse countryblues en de Malinese woestijnvariant wordt op ‘Politiki’ uitgebuit, resulteert in tijdloos klinkende muziek.

Kelly beschikt bovendien over een dwingend klinkend, maar tegelijk rustgevend, sonoor en bezwerend stemgeluid. Dat gebruikt hij voor het overbrengen van songteksten die doorleefd, oprecht en zonder opsmuk zijn. Soms lijken die politiek van karakter, al zijn ze zeker niet doordesemd van activisme. Ondertussen ruisen nieuwe geluidsgolven uit de Sahara langs. Staaltjes ‘steeldesertblues’ en kietelende kalebas-ritsels wisselen af met gejammer uit de djourkel, een eensnarige mandoline.

Ongewis
De situatie in het noorden van Mali is in politiek-religieuze zin stormachtig, de toekomst voor kunstenaars is er ongewis. Onder dwang van islamitische facties werden in 2012 openbare uitingen van kunst en cultuur verboden, waaronder een bekend muziekfestival. Nu en dan zijn er weliswaar tekenen van herstel. Prachtig dat de woestijn links de hoek om in alle vrijheid kan klinken.

Mamadou Kelly is op vrijdag 21 september te gast in Korzo theater. Bezetting: Mamadou Kelly: gitaar en zang; “Hama” Sankare: kalebas; “Youro” Cisse: djourkel; Baba Traoré: bas.

Advertenties

Zuiderstrandtheater drukker dan ooit

Zuiderstrandtheater in 2018-2019

Het Zuiderstrandtheater heeft de wind in de zeilen. Seizoen 2018-2019 is zelfs drukker geprogrammeerd dan ooit.

“Dat zijn méér programma’s dan drie jaar geleden toen we nog aan het Spui waren,” opent Corné Ran, programmeur klassieke muziek van het Zuiderstrandtheater het gesprek over het op handen zijnde seizoen. “Daarvan nemen wij er zelf ongeveer 100 voor onze rekening in het Zuiderstrandtheater en nog eens 50 in de Nieuwe Kerk. Vaste ‘kunstgenoten’ Residentie Orkest (RO) en Nederlands Dans Theater (NDT) tekenen ieder voor rond de 35 programma’s. Natuurlijk stemmen we die op elkaar af. Soms programmeren we in het verlengde van hun producties, soms bieden we juist tegenwicht.”

De combinatie Zuiderstrandtheater & de Nieuwe Kerk is met de genoemde (toekomstige) huisgenoten plus het Koninklijk Conservatorium, een van vier kunstinstellingen die straks het Onderwijs- en Cultuur Complex aan het Spuiplein gaat bespelen. Naar verwachting gaat het ergens rond de zomer van 2020 van start.

Het Zuiderstrandtheater is van meet af aan een succes gebleken: vaak volle zalen, omarmd door buurtgenoten, bezocht door Scheveningers en Hagenaars uit alle lagen van de bevolking , beproefd door landgenoten die van heinde en verre toestromen – én er zijn steeds meer buitenlandse stads- en toeristgasten. “Language no problem hier immers,” verklaart Geesje Prins – sinds oktober hoofd programma – de voorspoed.

Niettemin wordt de ‘hunkerbunker’ (volgens Sjaak Bral ) in figuurlijke zin straks verzwolgen door de golven.

Bral is begin september, zoals in eerdere jaren, spilfiguur in de jaarlijkse volksopera van het Zuiderstrandtheater en Kwekers in de Kunst. Bral schrijft het libretto en fungeert op het podium als ceremoniemeester. Hij rijgt in ‘Scheveningse Kuren’ de wondere Afro-Caribische ontstaansgeschiedenis van het Kurhaus als ‘stedelijk badhuis’ aaneen. Met ook de deelname van een projectkoor, bestaande uit Scheveningers en Hagenaars.
“We programmeren lokaal, regionaal, nationaal en internationaal,” zegt Prins. “Dichtbij én veraf. In het Zuiderstrandtheater kun je op het podium de ene dag buurt- en stadsgenoten begroeten en de dag erop de wereld aan je voeten vinden. Je kunt bij ons je eigen wereldreis maken.”

Exclusief
“Bijzonder aan onze programmering is dat we ensembles halen die exclusief naar Den Haag komen en verder in het land niet te zien zijn. Zo ben ik trots op de concerten door de top van internationale barokensembles bij ons: het Orchestra of the Age of Enlightenment, het Orkest van de Achttiende Eeuw en Nederlands Kamerkoor & B’Rock Orchestra. Zij gebruiken historische instrumenten,” vertelt Ran, “dat geeft een nét wat warmere klank en alleen daarom al bijzonder.” Het Nederlands Kamerkoor komt ook ‘solo’ nog langs, met ‘Vergeten’, een programma dat draait om het begrip ‘dementie’.

Topper is ook het koor Voces8 in een programma met barokvioliste Rachel Podger. “Ongelooflijk zuivere samenzang. Ze brengen een repertoire dat reikt van renaissance tot modern.” In februari is er in de Nieuwe Kerk de tweede editie van het Februari Festival.

Ran: “Dat is dit jaar gewijd aan Brahms. Hij liet zich inspireren door volks- en zigeunermuziek, dat was indertijd gangbaar, en volgde daarmee de tijdsgeest. Maar was hij als musicus nou conservatief of juist een vernieuwer?” Ran haalt ook het festival ‘Sacred Songs’ aan. Dat festival toont hoe eeuwenoude religieuze poëzie, muziek en verhalen doorklinken in concerten en voorstellingen, als het ware een artistieke dialoog tussen religies, culturen, disciplines en genres, vertelt Ran.

In oktober komt op uitnodiging de wereldberoemde Russische componiste Sofia Goebaidoelina naar Den Haag. Het New European Ensemble, het Residentie Orkest en studenten van het Koninklijk Conservatorium spelen een selectie uit haar oeuvre van onbetwiste meesterwerken. Zij is een van de meest toonaangevende componisten van dit moment.”

Operahuis
Tot het domein van Geesje Prins behoort vrijwel alles buiten de klassieke muziek: dans en ballet, show, modern circus, popmuziek, wereldmuziek, musical en jeugd- & familievoorstellingen. Maar ook opera. “Het Zuiderstrandtheater is het tweede podium van het land voor opera. We presenteren meer dan tien titels, elke maand is hier opera te zien.”

Hoogtepunten op dat vlak zijn dit seizoen Opera Trionfo in samenwerking met Theater Osnabrück met de barokopera ‘Antigona’ van Traetta en de Nederlandse Reisopera met  ‘Die tote Stadt’ van Korngold. “Relatief onbekend, maar geweldige muziek vol drama.”

Satyagraha
Dan is er ‘Satyagraha’. De opera van Philip Glass werd de voorbije jaren met toestemming van de meester bewerkt voor twee koren (Zangam en Dario Fo) en kamermuziekensemble. Bijzonder is ook dat er Indiase dansers meedoen. Op het laatste India Dans Festival was ‘Satyagraha’ een groot succes. “Het is tof dat we door goed samen te werken in de stad, in dit geval met Korzo & Kwekers in de Kunst, een succesvolle productie kunnen terughalen en opschalen en aan een groter publiek kunnen laten zien.”

Prins is ook thuis op het terrein van de musical. “’Soof’!” zegt ze meteen. “Er is hier ook plaats voor amusement. ‘Soof – de musical’ is een interactieve ‘romcom’ over een onhandige, chaotische keukenprinses die met keuken en al het theater in rijdt. De musical is gebaseerd op de filmhit, die op zijn beurt weer is gestoeld op de columns van Sylvia Witteman. Uniek is dat bezoekers op het podium in de keuken kunnen plaatsnemen en dat tijdens de musical hapjes worden uitgeserveerd.”

Horizon
Op dansgebied meert onder meer Hung Yi Studio uit Taiwan aan. “Samen met het Nederlands Kamerkoor onderneemt Yi een reis naar de horizon.” Yi maakte indruk op het laatste Holland Festival, waarop hij met een robot danste in ‘KUKA’. Verder zijn er op dansgebied, buiten NDT, optredens van de Hofesh Schechter Company, Batsheva Dance Company en de Dresden Frankfurt Dance Company. Ook Het Nationale Ballet komt langs, met ‘Giselle’, een van de oudst overgeleverde en tegelijkertijd nog altijd meest gedanste balletten ter wereld.

zuiderstrandtheater.nl

Monteverdi was niet uit op ‘mooizingerij’’

Ensemble Musica In Scena wekt Monteverdi opnieuw tot leven

Vernieuwer van zijn tijd. En tot op de dag van vandaag maatgevend. Claudio Monteverdi (1567-1643) was de wegbereider van de opera zoals we die nu kennen.

Noem het ‘een biopic-opera’, legt Johannes Boer geduldig en in eigen bewoordingen uit over zijn aanstaande theaterschepping ‘La Tragedia di Claudio M.’ Daarin wordt zeventiende-eeuwer Claudio Monteverdi voor ons, eenentwintigste-eeuwse stervelingen, bijna en passant van nieuw bloed én muzikale perspectieven voorzien. Claudio Monteverdi is springlevend volgens hem, niet alleen figuurlijk, ook letterlijk. Net als de mensen waar hij destijds mee samenwerkte.

De afgelopen vier jaar heeft hij besteed aan een promotie-onderzoek, waarvan ‘La Tragedia di Claudio M.’ een van de resultaten is. In zijn ogen gaf Monteverdi vooral uitdrukking aan diepe menselijke emoties.

“Hij was niet uit op ‘mooizingerij’ maar op uitingen van wellevendheid. Hij wilde juist mensen van vlees en bloed ten tonele voeren, mensen met een authentiek verhaal. Juist om die reden bracht hij muziek en theater samen, een flinke stap verder dan toentertijd gebruik was. Geen heerschappij van de harmonie over het woord of dichterlijke tekst die boven de muziek staat. Hij zocht muziekdrama door versmelting van stemmen en instrumenten. Niet voor niets liet hij de hoofdrol van zijn baanbrekende werk ‘Arianna’ vertolken door een actrice.”

Met Monteverdi’s ‘Orfeo’ neemt de klassieke westerse operaliteratuur haar begin. Typerend voor de werkwijze die Monteverdi er op nahield is de vermenging van elementen uit de Griekse mythologie met zestiende-eeuwse dramatische conventies.

In Boers productie is het publiek getuige van een rampjaar uit het leven van de componist. Boer: “Monteverdi had net zijn ‘Orfeo’ klaar of zijn vrouw kwam opeens te overlijden. De totstandkoming van ‘Arianna’ is feitelijk zijn eigen katharsis.”

Voor de plot volgt Boer een feitenrelaas rond Monteverdi. “Er zitten veel citaten in, spreekt met eigen woorden. We gebruiken bijvoorbeeld de wetenschap daaruit dat hij erg boos was dat hij voor ‘Orfeo’ onderbetaald werd ten opzichte van concurrent Marco Gagliano, creator van ‘Daphne’. We zoomen in op meer aspecten van Monteverdi’s leven.”

Ook muzikaal laat Boer Monteverdi herleven. “We maken gebruik van fragmenten uit zijn composities. Maar we voegen er wel veel nieuwe elementen aan toe.”

En zo is ‘La Tragedia di Claudio M.’ een voorstelling van oude muziek die nieuwe muziek wordt, van acteurs die commedia dell arte ten beste geven, en van musici en componisten die heel dicht naderen aan datgene wat Monteverdi ook deed: spreken en zingen naadloos met elkaar verbinden. Boer: “Gebracht door zorgvuldig geselecteerde zangers die zich het sprekend zingen eigen hebben gemaakt, met musici en een commedia dell arte ensemble uit Italië. Nu gaan we ineens een heleboel dingen begrijpen.”

‘La Tragedia di Claudio M.’ is op vrijdag 15, dinsdag 19 en woensdag 20 juni 2018 (20.00 uur) en zondag 17 juni 2018 (16.00 uur)te zien in Theater De Nieuwe Regentes. Meer informatie: denieuweregentes.nl en musicainscena.nl.

 

Zon, zee, muziek en… liefdeskuren

Strandwandelen met Mendelssohn op het hoofd

Nee, gecomponeerd heeft Mendelssohn hier ter stede niet, wel schilderde en tekende hij. Treed aan de hand van een audiotour in de voetsporen van Felix Mendelssohn – met rul zandstrand tussen de tenen.

Met de audiotour annex het locatieproject ‘Liefdeskuren’ op en in het hoofd gaat verliefd worden ‘op’ Scheveningen, zeezucht in zicht, vast lukken.

‘Het zou weer zo’n hete dag worden. Er waren nog niet veel badgasten naar buiten gekomen. Er liep wel een jongetje heen en weer, met een rugkorf vol vispasteitjes. Het moest iets van hem, meer dan alleen zijn geld. Ze hadden al een paar keer een blik gewisseld en de vreemdeling kreeg het gevoel alsof ze elkaar kenden van veel langer geleden dan het marskramertje oud kon zijn. Hij duwde zijn hoed aan en liep de trap af naar de zee. Die leek niets spannends van plan. Zou hij het hier nog twee weken uithouden? Wat had hij hier eigenlijk te zoeken?’

‘Liefdeskuren’ is de naam van een wandeling door het toeristische en toch vaak ook stille, soms zelfs verstilde, hart van Scheveningen. Daarbij ga je op drie verschillende plekken zittend luisteren naar een verhaal van de Haagse schrijver Marente de Moor, bekend van onder andere romans (‘De Nederlandse maagd’), verhalen (‘Gezellige verhalen’) en columns . Voorzien van speciaal gecomponeerde muziek door een koptelefoon en een mp3-speler ingeschakeld, bezoek je de omgeving van het Kurhaus, een privéplek ergens tussen duin en strand bij strandpaviljoen Oscars en de Luchtwachtoren, bovenop een duin bij het Zwarte Pad.

Die locaties zijn op zichzelf al theatraal, maar op de route verschaft de 12-persoonsschommelbank ZlowMotion van ontwerper Pink Steenvoorden een extra dimensie, eerder al eens opgesteld tijdens ‘Oh die zee’ 2014. Je reinste ‘poetry in motion’. Aldus is ‘Liefdeskuren’ werkelijk een belevenis voor alle zintuigen en alle leeftijden. Je kunt dan ook met de hele familie tegelijk meelopen en zitten, kinderen en volwassenen horen dan hun eigen audioverhalen en een eigen ‘soundscape’.

Regisseur Ingrid van Frankenhuyzen, bedenker van ‘Oh die zee’, vroeg Marente de Moor twee driedelige audioverhalen te schrijven: een voor volwassenen (‘De Hoest’) en dus een voor kinderen (‘Vissenpost’) vanaf 6 jaar.

De Moors verhaal is gebaseerd op een historisch gegeven: de Duitse componist Felix Mendelssohn Bartholdy die in 1836 op doktersadvies in Scheveningen verbleef om te kuren. Hij was hier vanwege zijn o zo broze gezondheid – hij zou elf jaar later op 38-jarige leeftijd al te overlijden komen.

Zou zo’n Haagse kuur hem goed doen? Hij twijfelde, maar ging toch, al was het eerder om erachter te komen of hij werkelijk van Cécile Jeanrenaud hield. Overrompeld was hij geweest door de natuurlijke schoonheid en de charme van deze 10 jaar jongere dochter van een Fransman. Mendelssohn had haar op zijn 28e tijdens een bezoek aan Frankfurt voor het eerst ontmoet.

In de zomer van 1836 was hij dus in zijn eentje naar Scheveningen gereisd om te overdenken of hij met haar in het huwelijksbootje wilde stappen. Een hotel aan de kust zat er voor zijn brandende liefdesvragen niet in: Mendelssohn vond ze te duur. Hij logeerde in hotel Bellevue aan de Bezuidenhoutseweg, ook niet slecht trouwens, en werd elke ochtend met de koets naar Scheveningen gereden.

Hoe verging het hem met de andere chique badgasten in het badhuis van Scheveningen, en wat gebeurt er als het zoontje van een visser zijn leven binnendringt? Die prikkelende vragen vormen het vertrekpunt voor de audiotour. De muziek van Mendelssohn Bartholdy wordt daarbij ingezet als soundscape, gemaakt door componisten Jürgen De Blonde en Robert van Raamsdonk, van wie de laatste voor de muziek van de jeugdversie zorgde.

In hun handen is muziek geluid en geluid muziek. Gecomponeerd heeft Mendelssohn zelf hier ter stede overigens niet, wel schilderde en tekende hij, onder meer aan de Kleine Groenmarkt, dat is het tegenwoordige terras van herberg ’t Goude Hooft. Hij maakte er een kleurentekening van die nu tot de verzameling van de Radcliffe Science Library in Oxford behoort.

Van 7 juni tot 9 september 2018, maandag tot en met vrijdag, 11.00 tot 17.00 uur; op zaterdag en zondag van 10.00-17.00 uur. Starten kan op elk gewenst tijdstip. Startlocatie en kassa: de entree van de Pier van Scheveningen. In drie talen: Nederlands, Engels en Duits.

Duur: 1 u 30 minuten. Meer informatie: ohdiezee.nl. Liefdeskuren maakt deel uit van Festival Classique en Feest aan Zee.

Als niks meer overeind staat

Saman Amini speelt ‘Samenloop van omstandigheden’

In Nobody Home speelde hij zichzelf en kroop hij in de huid van een Syriëganger, in The Nation was hij De Beer van ‘s Gravenhage. Nu legt Saman Amini zijn eigen ziel bloot.

Vorig jaar bracht hij op nomadisch festival De Parade voor het eerst zijn Samenloop van omstandigheden. Het theatertentje speelde hij meer dan plat. Nu is er van het halfuurtje van de ‘autobiografische liedjesvoorstelling’ een uitgebreide, één uur durende versie voor de theaterzaal.

Animatie, theater, muziek. Met zijn overdosis aan talent rijgt hij momenteel succes aan succes. Jazeker vindt hij zichzelf een geluksvogel. Amini, die als elfjarig joch vanuit de Iraanse hoofdstad Teheran in Nederland belandde, gevlucht met zijn zusje en zwangere moeder: “Wie in Nederland mag wonen is sowieso een geluksvogel. Ook ben ik blij dat ik als 28-jarige al zoveel mag doen. Toch hangt mijn geluksgevoel ook van de dag af, kan ik ook m’n slechte dagen hebben, dagen dat ik het gevoel heb gevangen te zitten in emoties of opgesloten te zijn in m’n brein.”

Hij heeft zijn succes, zijn beroep als kunstenaar, zegt hij, ook te danken aan een samenloop van omstandigheden. “Als eerste generatie vluchteling bekommer je je allereerst om het dagelijkse geld, het is zeker niet vanzelfsprekend om in de kunst je toekomst te zoeken en te vinden.”

De tienerjaren bracht Amini gedeeltelijk door in het AZC in Rheden. Tot zijn aanleg voor theater werd opgemerkt. Eerstvolgende halteplaats: Toneelacademie Maastricht, afstudeerlichting 2014. Inmiddels behoort hij onder meer tot het vaste acteursensemble van Het Nationale Theater.

In Samenloop van omstandigheden maakt hij met een glimlach zichtbaar en voelbaar wat er in hem omgaat. Hij zingt, speelt en vertelt – met tekst, met muziek die hij zelf schreef, live uitgevoerd door een driemansband, en met prachtige, indringende videoanimaties. Het resultaat is een persoonlijk levensportret aan de hand van vertellingen over zijn moeder en vader, en over ‘alles wat nodig is om overeind te blijven als er niks meer overeind staat’.

Amini: “Voor mijzelf gaat de voorstelling over de betekenis van verleden en armoede als wrede vorm van geweld, en over machteloosheid en vrijheid. Maar ook over wat voor mij de waarde is van ouders. En ik wil er ook mijn dankbaarheid mee betuigen.”

Dankbaarheid drukt hij niet alleen theatraal uit maar ook financieel. “De muziek is op Spotify te beluisteren en we hebben er een cd van uitgebracht.” De opbrengt van het liedje ‘Longen Vol’ maakt hij over naar VluchtelingenWerk Nederland. “Gewoon om iets terug te geven. Soms moet je nemen, soms geven.”

Trompet
Amini geeft als personage weer hoe hij in zijn jonge jaren eigenhandig armoede bestreed door Roberto Carlos-kaftpapier cadeau te doen aan een schooljongen. Het wordt hem duidelijk gemaakt dat je zoiets omzichtig moet doen, anders meent de ontvanger dat hij aldoor dank verschuldigd blijft. In een paar pennenstreken schetst hij zo hoe machtsverhoudingen inwerken op gedrag.

En passant ontstaat een soort van ‘coming of age’. Tot het moment dat hij zijn woorden richt tot ‘mijn kleine jongen’. Door schimmenspel dat op het videoscherm geprojecteerd is, zien we dat het om een manneke gaat met een trompet in de hand. Aan het einde ligt de trompet in de branding, een verwijzing naar Alan Kurdi, het ‘aangespoelde jongetje’. Dat hield hem nachtenlang uit zijn slaap. Waarom hij wel en zij allemaal niet?

Het mooie is dat het geheel nooit ontaardt in pathetisch aandoend melodrama, maar dat hij zijn vertelling gedoseerd en met veel gevoel voor verhouding tussen ernst en luim weet te brengen.  Als ‘rhymende’ rapper steekt hij met zijn expressieve stem, door de verrukkelijk-verrassende elektronisch-futuristische muziekklanken en melodielijnen, en het ongecompliceerde taalgebruik het huidige Nederlandse rappersgilde keihard de loef af.

Een openbaring.

Als geëngageerd kunstenaar laat de actualiteit hem niet los. Neem de Iran-deal. “Ik ben bang voor het lot van het Iraanse volk. Ik heb er nog steeds veel familie wonen. Kijk naar Irak, Afghanistan, Syrië… Ik hou mijn hart vast voor wat er kan gebeuren.”

Saman Amini: Samenloop van omstandigheden. Een coproductie van Paradiso Melkweg Productiehuis en Black Sheep Can Fly. Te zien op dinsdag 22 mei 2018 in Theater aan het Spui.

 

Zomertheater in de open lucht

Zuiderparktheater stroomt vol in 2018

Het kan weer: de zomer vieren en je onderdompelen in kunst en vertier. Rosénippend, of bierbommelend de bloemetjes buiten begroeten.

Zomeravonden zijn er soms zó helder dat je de sterren kunt aanraken. Marijke Reuvers, directeur van het Zuiderparktheater, kijkt alvast uit naar vrijdag 10 augustus. Rond die tijd scheert elke zomer de Perseïden-meteorenzwerm langs de hemel: een wolk stofdeeltjes achtergelaten door komeet Swift-Tuttle.

Kans op vallende sterren dus – en zodra je er eentje ziet mag je een met een gerust hart een wens uitspreken. “En dan onder die sterrenhemel relaxed luisteren naar de zachtaardige muziek van popband Loco / Motive,” glimt Reuvers, “met daarbij een futuristische cocktail in de hand terwijl je het theatercollege ondergaat van Ernst Molenaar over het ontstaan van deze Perseïden-zwerm en over andere vreemde zaken in ons zonnestelsel.”

Nog is dat die avond niet alles want vervolgens kun je in een zwart gat wegzinken bij de epische science fiction-film 2010: The Year We Make Contact, het vervolg op 2001: A Space Odysee.

De ‘oude’ Grieken hielden in het jaargetijde van de goudgele zomerzon, al was dat wel dik 2500 jaar geleden, al grondig huis met hun dionysische theaterfeesten. Al is het eeuwen later, ook in Nederland bloeien de zomerfestivals. Den Haag heeft voor dit doel zelfs een heus buitentheater laten bouwen, in het ruim opgezette plantsoen dat architect Berlage daartoe in 1908 uittekende: het Zuiderpark.

“Drie jaar geleden hebben we een doorstart kunnen maken,” vertelt Reuvers. “We zijn sindsdien erg gegroeid, vorig jaar hadden we met 16.000 bezoeken driehonderd procent meer aan kaartverkoop dan in het heropeningsjaar. Ik zie kansen liggen om verder door te groeien, bijvoorbeeld door het voorseizoen meer te gaan benutten.”

Ook kijkt ze, nu al, bevallig richting wintertijd. “Onze kerstproductie Scrooge was een hartverwarmend succes. Komende winter gaan we Vivaldi Code Rood brengen. In ieder geval kunnen we tot zeker 2020 buiten blijven spelen, zoveel is zeker.”

Het Zuiderparktheater is een podium in de open lucht voor (kinder)theater, cabaret, muziek en allerhande festivals, maar er zijn ook fietstochtjes (sculpturenroute) en een roofvogeldemonstratie. De speelplaats voor jong en oud is op stoom gekomen. Dit jaar zijn er, evenals vorig jaar, zo’n honderd verschillende activiteiten.

Een greep: Spinvis, Pink Floyd would-be’s, Yes-R, en een ‘Summer of Laugh’ in samenwerking met Diligentia, met onder meer Yentl & de Boer, en met Sjaak Bral die op de openingsavond als ‘host’ optreedt.

Reuvers: “Zelf houd ik erg van het The Hague African Festival. Het heeft een jubileum te vieren, want het bestaat tien jaar.” Medio juli wordt het muzikaal gevierd met optredens van onder meer de reggaekoningen van SoulDia (Senegal), percussiemeester Oké Sene (Senegal), funaná met Tabanka (Kaapverdië), de Refugee All Stars (Sierra Leone), de Kameroens-Nederlandse zangeres Ntjam Rosie (Kameroen), de Ghanese Wiyaala (Ghana) en Amartey, fakkeldrager van de AfroPop-sound in Nederland. Reuvers: “De editie van dit jaar is groter dan voorheen, want er is ook een uitgebreide marktplaats.”

Heerekrintjes!, zo lieten Nederlandse volkspoppenspelers hun draad-, stang-, stokpoppen of marionetten in de negentiende eeuw regelmatig ontvallen als ze optraden bij de toenmalige Haagse kak omdat ze er verplicht een parlementair taalgebruik op na moesten houden. In het Zuiderparktheater staat deze verbasterde vloek voor een ‘volkspoppenfestival’.

Reuvers: “We vinden het jammer dat de poppenkast uit Nederland lijkt te verdwijnen. We willen de traditie nieuw leven inblazen door traditionele poppentheatervormen uit uiteenlopende landen en culturen samen te brengen.” Dat gaat van Jan Klaassen, Punch & Judy en Pulcinella tot Japanse bunraku. Het Zuiderparktheater programmeert die dag gerenommeerde makers uit binnen- en buitenland naast jonge makers uit Den Haag.

“En je kunt zaterdag 18 augustus ook je eigen poppenkastfiguur maken, waarmee je in je eigen poppenkast kunt spelen. Ook is er een optocht met reuzenpoppen door het park.”

Er is ook aandacht voor klassieke muziek, onder meer met het Residentie Orkest (Symphony in the Park) en het Sweelinckorkest, zeventig enthousiaste en bevlogen studenten van Amsterdamse universiteiten en hogescholen die instrumentale delen van de veertien uur tellende score uit Wagners monumentale Ring spelen.

Memento mori

Alain Platels dodendans

Alain Platel grossiert in ongewone beelden: dode-paardensculpturen, veertien honden. In zijn nieuwe voorstelling Requiem pour L. volbrengt een 72-jarige vrouw haar allerlaatste ademtocht. In grootbeeld. Een getuigenis.

Zo ziet sterven er dus uit. L. ligt schijnbaar doodkalm te bed, al blijven de zware oogleden meer en meer, langer en langer gesloten. Een laatste opflakkering van de ogen, een laatste glimlach, een laatste woord dat gewisseld wordt, een laatste keer slikken, een laatste keer met de tong de lippen rond. Ogenschijnlijk gebeurt er niets – en toch alles tegelijk. Dan stokt de adem. Oneindig loslaten.

En dan opeens blijft de mond geopend staan in een eeuwige gaapstand.

De doodsstrijd is in veruit de meeste gevallen niet die turbulente, opstandige gebeurtenis die we er toch van vermoeden. Een stil heengaan is het meestentijds – al dan niet onder invloed van morfine –  een verglijden in de tijd. Geen tranen, geen eruptie, geen misbaar. Het lijden van de mens is niet dát hij doodgaat, dat doen andere leefvormen op z’n tijd ook; maar dat hij dat zo goed beseft.

Het intiemste, kwetsbaarste moment in een mensenleven speelt zich af op het sterfbed – voor zover dat gegeven is. Voor de meesten is het meteen hun eerste en enige schouwtoneel des levens: want toekijkende geliefden zien toe hoe hun teerbeminde zich door de slotakte slaat. Zo bezien is het doodsbed ieders eigen eenakter, een besloten vlakkevloervoorstelling, in huiselijke dan wel klinische kring.

Hoogst zelden is de westerse mens met eigen ogen getuige van iemand die in ware tijd sterft. In het westen is de doodsstrijd ver weggestopt, elders loopt dat trouwens soms regelrecht uit op een feestje. Integer, zonder het minste effectbejag bouwde theatermaker Alain Platel met Requiem pour L. een minimalistisch aandoend theatraal feest met het heengaan als inzet, op Mozarts Requiem, en met beelden van een stervende vrouw op een groot projectiescherm met die ‘real time’ in de dood verdwijnt.

Aldoor staat één enkele (web)camera ingezoomd op wat het sterfbed wordt van deze witte vrouw. Ze werd thuis gefilmd, vorig jaar, toen haar laatste momenten zich aandienden. De wat korrelige maar verder nauwelijks bewerkte zwartwit-beelden beslaan de reëel verstreken tijd, zo’n anderhalf uur, maar zijn wat vertraagd weergegeven. Wel heeft Platel er twee keer een ‘knip’ in gemaakt. Daardoor ontstaat als het ware een triptiek: afscheid nemen, sterven en – eindigend in een bijna onsterfelijk mooi, bijna prerafaëlitisch aandoend eindbeeld – dood zijn.

Het ‘argeloze’ publiek wordt hier, sterker: is hier ondeelbaar en ontegenzeggelijk in de rol van voyeur geduwd: die van buitenstaander die voor louter eigen genoegen toekijkt. Het is belangrijk te beseffen dat de terminaal zieke L. er zelf actief voor heeft gekozen om medewerking te verlenen. L., vaste bezoeker van Platels voorstellingen, wendde zich via een wederzijdse kennis tot hem na het zien van zijn voorstelling Coup Fatal, die ze zeker drie keer zag. Platel was meteen gegrepen door het idee, onder meer omdat de dood toen verschillende keren aan hem voorbij was gekomen: hij had afscheid moeten nemen van zijn vader, verloor zijn trouwe hond, en zat aan het sterfbed van zijn mentor Gerard Mortier.

L. alsmede het wedervaren van L. rond de dood koppelen Platel en zijn theatergroep C. de la B. aan de overdonderende koormuziek van Mozarts Requiem. Geniale expressiviteit anno 1626. Een in muziek verpakte uitstalkast van uiteenlopende gevoelens: blijmoed die ontaardt in vertedering, panische angst die uitmondt in urgente bede. Het is de verklanking van ultieme ontzetting en angst voor het verschijnen van de rechter – maar toch ook van het geluk van het laatste oordeel.

Platel besloot over te gaan tot een bewerking van Mozarts heilige compositie. Dat is gedurfd, een stap die hij nog versterkte door te kiezen voor componist Fabrizio Cassol, met wie hij overigens eerder samenwerkte (in Monteverdi’s Mariavespers, de Mattheuspassie van Bach en het westerse barokrepertoire). Platel/Cassol gingen verder. Ze zetten een ontmoeting op tussen veertien muzikanten uit verschillende contreien.

Gezamenlijk ‘reconstrueerden’ zij het Requiem en wendden daarbij ook hun eigen muzikale invloeden aan, van jazz en opera tot allerlei soorten populaire Afrikaanse muziek. Toch blijft dat ongehoorde Requiem steeds hoorbaar de bron. De live uitgevoerde muziek wordt hier (vondst!) niet door een klassiek orkest gespeeld, maar in een bezetting met accordeon, euphonium (tuba), elektrische (bas)gitaar, likembe (duimpiano) en percussie. Cassol verving vervolgens de massieve koorzang door een vijftal zwarte zangers. Zo werden de opeenvolgende zangpartijen tot uiteenzettingen tussen mensen.

Platel deed nóg een meesterzet: Hij liet de musici en zangers, zonder uitzondering gestoken in zwarte kledij en in aan Zuid-Afrikaanse grafdelvers herinnerende gumboots, bewegingspatronen uitvoeren als in een choreografie, laat ze dansen dansen, van limbo tot urban. Swingen op de klanken van een grafzang, een zielmis, op een Re-qui-em? Op Mozarts heilige grafzang? Op zwartgeverfde houten kisten, die qua beeldrijm aan het Berlijnse Holocaustmonument doen denken? Kan dat, mag dat? En dan nota bene tegen de achtergrond van een in slow motion stervende vrouw? Platel doet het gewoon. Want wie bang leeft, gaat bang dood.

Daarmee bevrijdt hij en passant de doodscultus van het westerse taboe waarmee het is omgeven, en verleent hij bovendien ruimte aan uiteenlopende culturen voor de expressie van hun eigen gebruiken en rituelen rond het ontslapen, nog wel op het theaterpodium. Is het denkbeeldig of kringelt tijdens deze overwegingen wierook de theaterzaal in? Dan: Het Laatste oordeel. Een staande, minutenlange indrukwekkende ovatie.

Even later in de foyer staat op de toog een koud biertje warm te worden. Koffietafelbier. Maar pas op, een teug bespoedigt de onvermijdelijke enkele reis naar de dood, want alcohol verkort je leven. Amen.

kader
Alain Platel
De naam en faam van theatermaker Alain Platel is wereldwijd, zijn oeuvre groot en groots. Hij is zich allengs gaan storten op grote, operateske drama’s rond muziek van Bach, Verdi, Wagner en Mahler. In zijn producties staan amateurs vaak zij aan zij met professionals.

Les ballets / compagnies Contemporaine de la Belgique werd in 1984 te Gent opgericht door Alain Platel. Het geldt als artistieke ‘hub’ voor makers die theater, dans en opera mengen onder het motto: ‘Deze dans is van de wereld en de wereld is van iedereen’.

Platel in zijn jubileumboek uit 2006, Ballets: ‘Ik ben altijd een oerchristen geweest. (…) Maar als je me vraagt of geloof steun en troost geeft, weet ik dat niet. Esthetica doet dat wel. Sine musica nulla est vita. Muziek verbindt ons met een buiten het lichaam bestaande wet: in dit geval de akoestiek. Muziek creëert een warme cirkel om ons heen die maakt dat wij überhaupt bestáán zullen hebben. De mens is geschapen om te kijken en te luisteren, verwonderd te zijn en tot bewondering te komen.’

kader
De Vlamingen
De Vlamingen lijken een internationaal erkend theaterpatent op danstheater, lijfelijk muziektheater, expressief-absurdistisch beeldend theater, schouwspelen met vaak een katholieke inslag te hebben.
Anne Teresa de Keersmaeker, Jan Fabre, Guy Cassiers, Needcompany, Vandekeybus, Blauwe Maandag Compagnie, Compagnie De Koe behoren alle tot een Vlaamse lijn die rechtstreeks doorloopt naar FC Bergman, Abattoir Fermé en, bijvoorbeeld, Kris Verdoncks A Two Dog Company anno nu.

kader
Stadsschouwburg Amsterdam en Alain Platel
Stadsschouwburg Amsterdam volgt Alain Platels compagnie C. de la B. al jaren. Onder meer de voorstellingen En Avant, Marche!, Tauberbach, Coup Fatal en Gardenia waren er de voorbije jaren te zien.

kader
Holocaustmonument
Het Denkmal für die ermordeten Juden Europas in Berlijn is opgericht ter herdenking van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bestaat uit 2711 betonblokken, variërend in hoogte en een onderlinge tussenruimte van 95 centimeter.

kader
Mozarts dood
Na een uitvaartmis in de Stephansdom te Wenen werd Mozart in 1791 begraven op de Sankt Marxer Friedhof in wat waarschijnlijk een massagraf was. Pas in 1855 werd de waarschijnlijke locatie ervan vastgesteld, al bestaat absolute zekerheid daarover nog steeds niet.

Requiem pour L.
V
r 19 en za 19 mei, 20.30 uur
Stadsschouwburg Amsterdam
Info & tickets http://www.ssba.nl