Fluisterstil én flamboyant

Raymond van het Groenewoud op tournee

Van ‘solo spelen’ krijgt hij klamme handen, nog altijd. Zondag is hij te gast in de Koninklijke Schouwburg. Intiem en fragiel.

‘Je veux de l’amour, je veux de l’amour. Waar ik ga, waar ik sta. Voor ik sterf, voor ik verga, je veux de l’amour. (…) Maintenant, tout de suite, heute, godverdomme. Je veux de l‘amour, en ook geld, geld. Om cadeautjes te kopen en aan iedereen te geven. Opdat ze van me houden, pour toujours.’

Dat was 1980. Inmiddels staat Van het Groenewoud vijf decennia op de Nederlandse en Belgische podia. Hij neemt een unieke plaats in het Vlaamse muzieklandschap in, meer nog: in het Nederlandse taalgebied – toen en nog altijd.

Er zijn geen ‘imitatie-raymonds’ of ‘tweedehands-raymonds’. Zelf noemt hij zich tekstdichter, filosoof en clown. Zijn teksten variëren van voluptueus en opgewekt tot juist meer dan indroevig gestemd, en dan weer licht filosofisch van toonaard. Van ‘Meisjes’ en ‘Twee meisjes’ via ‘Vlaanderen boven’, de hartenkreet ‘Je veux de l’amour’ en ‘Haile Selassie’, tot het olijke ‘Chachacha’, ‘Het verschil met mijn vriend Jan’, en het zelfportret ‘Goeiemorgen ouwe rotkop’, en niet te vergeten de gospel ‘Liefde voor muziek’ en ‘Zjoske’. Klinkt als: Alle dertien goed.

Met ‘Kreten en gefluister’ start Raymond van het Groenewoud op zijn bijna-zeventigste een nieuw muzikaal hoofdstuk voor zichzelf. Met alleen een piano die goudeerlijk aan zijn zijde staat en een gitaar om de hals in de aanslag. Geen begeleidingsgroep, geen franje. Het podium is hij nog lang niet beu, in zijn dooie eentje vindt hij nog altijd het heilige vuur.

De allermooiste Raymond? Dat is de Raymond die een beetje ‘depri’ is. Maar hij is ook behept met emmers vol nostalgie en slimmigheid die hij lardeert met bijtende humor en vooral veel zelfrelativering. En hij kan schitterend stampvoeten over het artiestenleven.

Voeg dat alles samen in één concert en je krijgt een schitterend portret in handen geschoven. “In het algemeen staan al mijn liedjes heel dicht bij mij,” vertrouwt hij de Vlaamse website Clubcultuur toe. “In muziek zit meer magie dan gewoon praten met mensen. Ik kan uitleggen hoe ik over dingen denk, maar ik vind daar een heel saaie kant aan. Woorden op muziek, dat is een heel andere wereld dan woorden in een gesprek. Het is iets magisch, niet te identificeren.”

Zijn ouders zijn geboren en getogen Amsterdammers. Om aan de legerdienst en de politionele acties in Indië te ontsnappen, vlucht vader alias muzikant Nico Gomez in 1947 naar Brussel. Eerst wonen ze in de Hoogstraat, later verhuizen ze naar Schaarbeek. Daar is Raymond geboren, op 14 februari 1950, te beschouwen als veruit de belangrijkste daad van deze Nico Gomez aan de muziekgeschiedenis.

Van het Groenewoud heeft een haat-liefdeverhouding met Nederland. ‘Tulpen uit Amsterdam’, zette hij uit volle borst in 2011 op CD. In 1996 schreef hij het lied ‘Ik hou van Hollanders’, met de tekstregels: ‘Ze hebben gelijk / Ze lopen rood aan / Ze hebben gelijk /En daar komt het op aan.’ Maar hij zingzegt ook: ‘Hollanders kunnen nogal luidruchtig zijn en hebben over alles een mening.’

Tegenwoordig voelt Raymond zich wat je zou noemen nog het meest een Antwerpse Amsterdammmer, of andersom: een Amsterdamse Antwerpenaar. Dat u het maar weet.

Raymond van het Groenewoud: ‘Kreten en gefluister’. Zondag 10 maart 2019 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl en raymondvanhetgroenewoud.be.

Advertenties

Een politiek overgoten salsafestijn

Celia Cruz ontmoet Celia Sánchez.

In de muzikale voorstelling ‘Celia!’ ontmoeten twee Cubaanse iconen elkaar: Celia Cruz en Celia Sánchez.

1960, New York City. De kleedkamer van Celia Cruz na afloop van een concert. Cruz, salsakoningin, denkt erover staatsburger van de VS te worden als ze er een ontmoeting heeft met Celia Sánchez, Cubaans revolutionair en Castro’s rechterhand. Sánchez paait, bespeelt en manipuleert Cruz om terug te komen naar Cuba en zich in te zetten voor de revolutie: ‘Dan zijn we onverslaanbaar!’ Maar Cruz gelooft er niet in en heeft evenmin fiducie in het systeem dat de bevolking na het dictatoriale regime van Batista met Fidel Castro is opgedrongen.

Celia Cruz (1925-2003). Uitgeweken – want vóór vrijheid en tégen revolutie. Of beter: niet naar Cuba teruggekeerd van een buitenlandse tournee. Later werd ze formeel door het Castro-regime verbannen. Haar muziek werd op het eiland van rum en dans verboden verklaard, geen enkele staatszender zond nog nummers van haar uit. Maar haar populariteit bleef. De laatste twintig jaar van haar leven werd de muziek weer wel gedraaid. Toch bleven details over haar leven in New York verborgen voor het oog van de Cubanen. In New York had ze haar toevluchtsoord gevonden. Nimmer na haar vlucht zag ze, buiten een enkel verloren bezoekje aan Guantánamo Bay, VS-grondgebied immers, haar geboortegrond terug – ook niet na haar dood.

Haar tegenvoeter in de muziektheatervoorstelling ‘Celia!’ is dus Celia Sánchez (1920-1980, Susan Visser). Weinigen twijfelen aan de sleutelrol die zij als vrouwelijk revolutionair heeft gespeeld. Twintig jaar lang stond ze in het centrum van de Cubaanse revolutie, meer nog dan ‘Che’ Guevara. Fidel Castro (Eric Corton) noemde haar ‘de meest oorspronkelijk bloem van de revolutie’.

De levensverhalen van de twee staan centraal in een swingend salsafestijn met live muziek en een daar overheen gelegde diepmenselijke en gelaagde vertelling over idealen, vrijheid en bedrog. “Het is een fictieve ontmoeting, daar in New York City,” schetst Manoushka Zeegelaar Breeveld de beginsituatie van de muziektheatervoorstelling. Zij vertolkt daarin de rol van Cruz. “Maar die staat symbool voor zovele Cubanen die voor of tegen de revolutie waren, en die elkaar probeerden te overtuigen van hun gelijk.”

Twee sterke vrouwen, volgens haar. “Ze staan allebei voor een gelijkgestemd ideaal, namelijk het bevechten en het bereiken van een beter leven voor de bevolking van Cuba. Ik vind dat ze op hun eigen manier allebei gelijk hebben. Ze zijn beiden voor vrijheid, maar op een totaal verschillende manier. Het mooie is dat ze hier in dit verhaal elkaar vinden in wederzijds respect.”

Manoushka: “In een van de scènes twijfelt Celia Cruz of ze terug zal gaan naar Cuba. Ze heeft indertijd alles moeten achterlaten, en haar zieke moeder kan ze niet bezoeken. Ook is ze bang dat ze opnieuw mensen om haar heen gaat verliezen aan de revolutie, vrienden en anderen die het verlangen misschien niet weten te weerstaan.”

Het verhaal van Cruz raakt Zeegelaar Breeveld. Ze voelt zich verwant, allereerst omdat ze in Suriname opgroeide met Cruz’ salsamuziek om zich heen. “Die is me met de paplepel ingegoten, mijn ouders waren gek op haar muziek.” Meer nog raakt haar het gegeven dat zijzelf na haar studiejaren aan de Haagse Hogeschool besloot om Suriname de rug toe te keren. “Het ging in de jaren negentig slecht met Suriname. Nadat ik in Nederland mijn Surinaamse man leerde kennen, zijn we hier gebleven. Ik heb geen spijt.” Een permanent of langdurig verblijf aan de noordoostkust van Zuid-Amerika zit er niet in: “In Suriname kan ik niet van het theater leven. Wel gaan we nu ieder jaar terug.”

Op Cuba is Manoushka nooit geweest. “Maar dat gaat vast nog gebeuren. Wel heb ik in de Bronx in New York het graf van Celia Cruz bezocht. Daar is een mausoleumpje voor haar opgericht met de Cubaanse vlag erbij. In haar grafkist ligt het handje Cubaanse aarde dat ze van Guantánamo had meegenomen.”

Urban Myth: ‘Celia!’ Met ook latinband Timbazo. Zondagmiddag 24 februari 2019 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie en tickets: hnt.nl.

‘Groovy’ dansende pianoklanken

Scapino Ballet Rotterdam meets Michiel Borstlap – in een dansconcert. Tweegevecht of twee-eenheid? Of juist dialoog, spel van vraag en antwoord, een loven en bieden?

De muziek laat je als vanzelf verder drijven, aangenaam, lichtvoetig, sereen en contemplatief. Als een kabbelend rivierstroompje op een zomerse lentedag. Water klotst lichtjes tegen de kademuur. Het is vergelijkbaar met wat Pas de Deux van Scapino Ballet Rotterdam en meesterpianist Michiel Borstlap geregeld teweeg brengt in de theaterzaal.
Michiel Borstlap en Ed Wubbe bewegen Scapino Rotterdam in Pas de Deux arm in arm en hand in hand richting voet. Met grand piano en pianist pontificaal op het podium en met Michiels meanderende muziek als motor.

Na een bescheiden tournee in 2016 is nu voorzien in een uitgebreide rondgang langs vaderlandse theaters. De reprise van het programma is een duet tussen twaalf tot in de toppen van hun tenen, lijf en leden klassiek geschoolde dansers en een tot in de toppen van zijn gevoelige vingers in de jazz gespecialiseerde concertpianist. Maar ook een duel tussen begaafd componist en gelouterd choreograaf.

Borstlap beweegt zich al vanaf zijn vierde gestaag tot de virtuoze, prijswinnende pianist en componist die hij vandaag de dag in binnen – en buitenland wordt gezien. Illustere voorgangers als Glenn Gould, Keith Jarrett en Herbie Hancock dienen en dienden hem daarbij tot bron van inspiratie. De laatste jaren heeft hij zich weg van pure, klassieke jazz toegelegd op subtiele, verstilde pianomuziek op solo-CD’s en -optredens.

Hoe maak je dan, met de hogeschoolnoten van volleerd geïmproviseerd musicus in gedachten, van jazz dans? En andersom: van dans jazz?

‘Nou,’ antwoordt Michiel Borstlap, ‘het gáát in Pas de Deux eigenlijk niet om jazz. Het is van a tot z uitgeschreven muziek. Het gaat om geselecteerde delen die afkomstig zijn van mijn CD’s Frames, Velvet en GEORG. Tijdens de voorstelling moet ik zeer bij de les blijven en me vrijwel noot voor noot aan de partituur houden, de opgenomen noten exact naspelen, anders is het voor de dansers bijna niet te doen. Dans gaat vooral over ritme.’

Hij verwijst naar Risonanza van zijn album Frames, het centrale duet in de voorstelling.‘Dat is op de toneelvloer een intens tweegevecht over leven, liefde en afgunst. Ed Wubbe heeft dat muziekstuk zo goed in dans vertaald dat danseres Jozefien Debaillie indertijd een nominatie voor een Zwaan kreeg.’

Twools
Er is nauwelijks muziek te vinden die choreograaf Ed Wubbe van Scapino in zijn carrière níet al eigenhandig heeft veroverd: van klassiek tot pop en van wereld- tot filmmuziek, een bandbreedte van pakweg John Cale en Nits tot Rameau, Bach, Händel en Schubert. Van wereldmuziek tot filmmuziek. Hij werd met Borstlap in contact gebracht dankzij een alerte manager die meende dat de som van ieders delen groter zou zijn.

‘De muziekcomposities van Michiel Borstlap zijn niet gemaakt om op te dansen,’ licht Ed Wubbe toe, ‘zijn er ook nooit voor bedoeld. Als choreograaf is dat gegeven voor mij des te enerverender. Al dacht ik thuis wel eerst: wat moet ik met deze luistermuziek.’ Hij besloot het idee een kans te geven op Twools (2014), de jaarlijkse proeftuin van Scapino, doorgaans een kweekvijver voor jong talent. ‘Ik had drie nummers uit het veelomvattende pianorepertoire van Borstlap gekozen, waarvan in Twools ook nog eens één muziekstuk zonder dans ten gehore werd gebracht.’

Het experiment beviel, tot wederzijds genoegen, en daarop ging het tijdens Holland Dance Festival 2016 in première, aanvankelijk als locatieproject, in de enorme ontmoetingshal van het Haagse stadhuis. Het atrium is er wit en licht door het glazen dak. In ieder geval heel anders dan de beslotenheid van de theaterzaal.

‘We hebben Pas de Deux destijds nog wel in enkele theaters gedaan, maar nu staat een uitgebreide tournee op stapel. Sommige delen van de choreografie ga ik opnieuw zetten, ’ zegt Wubbe. ‘Noem het voortschrijdend inzicht. Het zijn trouwens niet dezelfde dansers als toen, dus wordt het sowieso al een ander stuk.’ Wel blijft de muziekkeuze van toen integraal gehandhaafd. ‘Michiel gaf me destijds de drie voornoemde CD’s mee,’ weet Wubbe nog. ‘Daar heb ik een vrije selectie uit gemaakt.’

Groovy
‘Het gevaar dat op de loer ligt,’vertelt Wubbe, ‘is dat met de keuze voor één instrument en één pianist de avond te eenduidig, te kabbelend van karakter wordt. Daarom heb ik ook wat pittige stukken gekozen, zodat het geheel complementair wordt.’ Hij ziet het keurslijf waarin Borstlap zich moet zien te wringen.

‘Hij heeft, hoe je het wendt of keert, zijn roots in de jazz. Al gaat het hier in eerste aanleg om klassiek gespeelde muziek, heeft Michiel hoorbaar de neiging daar soms uit te breken. Je hoort als het ware Keith Jarrett of dan weer Claude Debussy vanuit de verte doorklinken.’

Verstilling en dromerigheid vermengd tot een jazzy sfeertekening. Wubbe: ‘De ‘groove’ die hij aanbrengt maakt het juist zo mooi. Het gaat hier om een ander geluid dan gewoonlijk bij een theatervoorstelling klinkt. En dat het van begin live uitgevoerde muziek is, maakt het helemaal tot een cadeautje. Levende muziek op het theaterpodium is altijd bijzonder.’

Op het podium verwijzen witte kostuums en de, voor de vrouwen, witgeschminkte gezichten naar Scapino, de figuur uit de commedia dell’arte naar wie de 74-jarige groep werd vernoemd. Naar de tijd dat de witte clown nog bij elke voorstelling opdook. Dat is allang niet meer zo, maar in dit geval geeft Wubbe aan zijn dansers niet alleen het uiterlijk van een clown mee, maar zijn ook hun bewegingen regelmatig clownesk. Mensen ontmoeten elkaar, lopen tegen elkaar op, tasten elkaar soms vol verbazing af, of corrigeren elkaar in slapstickachtige ruzietjes. Soms gedragen ze zich als slappe poppen.

Het is een mooie samenwerking geworden, oordeelt Borstlap.’En een mooie combinatie. Muziek is abstract en dans is dat ook. Allebei zijn het kunstvormen zonder woorden. Anderhalf uur zonder pauze en precies op de tel spelen is voor mij toch ook wel zwaar. Maar ik heb er opnieuw veel zin in.’ Wubbe: ‘Ook de dansers vinden het leuk om dit te doen. Het is van alle kanten een pas de deux.’

Tournee van begin februari tot en met medio mei 2019. Meer informatie: scapinoballet.nl.

Een pop als danspartner

Duda Paiva en Jong Nederlands Blazers Ensemble samen in De Sprookjeskoningin

Duda Paiva Company en Jong Nederlands Blazers Ensemble hebben de poppen aan het dansen, letterlijk. In De Sprookjekoningin koppelen ze een eigentijds sprookje bovendien aan muziek om van te smullen.

Op de klanken van Purcells ontroerend en ontluisterend mooie muziek uit The Fairy Queen (1692), live gespeeld door zeven jonge muzikanten, zorgen poppen voor een feestelijk, absurd komisch en soms sinister en duister universum. The Fairy Queen is Purcells persoonlijke muzikale twist op Shakespeares komedie Midzomernachtdroom.

Vorig seizoen was De Sprookjeskoningin al eens in de theaters te zien, nu is er een versie die het hele gezin betovert. Ogen op stokjes, monden wijd opengesperd, hier en daar een geconcentreerde, verstilde glimlach. Gebiologeerd, ademloos kijken jong én oud toe hoe Titania en Oberon er alles aan doen om de echte liefde te vinden. Dat gaat gepaard met verwarring en misverstanden.

“Purcell was een libertijn,” legt Duda Paiva uit. “Hij geloofde heilig in gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Ook diens Dido & Aeneas, bijvoorbeeld, draait om de vrouw, niet om de man. In mijn versie van The Fairy Queen geef ik Titania de tijd en de ruimte om te kunnen overdenken wat Oberon met haar uithaalt, hij probeert haar immers naar zijn pijpen te laten dansen door haar een toversapje toe te dienen.”

Zo bezien is De Sprookjeskoningin een eigentijds verhaal over manipulatie in #metoo-tijden. “Het is belangrijk om kinderen dat te laten inzien, maar dan op een vriendelijke en poëtische manier gebracht. Het is stof voor discussies na afloop tussen kinderen en ouders, zo heb ik meer dan eens gemerkt.”

Voor de uitvoerende musici en acteurs is het gelijktijdig moeten musiceren, zingen, acteren en poppenspelen geen kleinigheid. Paiva: “Het is zwaar om dit te doen. Iedereen van de cast heeft een aantal nieuwe technieken moeten verwerven, zekerheden moeten opgeven. Dat is belangrijk want dat zet de ramen open naar nieuwe horizonten. Zoeken naar het compromis, bruggen bouwen, daar gaat het om.”

In het verleden heeft hij als danser zelf de brug gelegd naar poppentheater. “We werkten bij de dansgroep van Itzik Galili samen met poppentheatergroep Gertrude Theatre uit Israel. Ik was bevooroordeeld, dacht dat zoiets alleen voor kinderen was. Maar er ging een wereld voor me open.”

Tegenwoordig reist hij de wereld rond met zijn producties, heeft een bibliotheek aan producties op het repertoire staan. En staat hij ook op een dansfestival als CaDance. “Korzo en CaDance zijn voor mij altijd een belangrijke partner geweest. Dat we op een dansfestival als dit geprogrammeerd zijn vind ik betekenisvol omdat de moderne dans daardoor hopelijk wat meer ‘open minded’ wordt. En dat geldt ook voor het publiek. En vice versa voor ons publiek.”

Voor het maken van poppen is schuimrubber zijn favoriete materiaal. “Je kunt er heel makkelijk transformaties me maken,” legt Paiva uit.

“Tijdens een voorstelling is een deuk in een lijf of een kop zó gemaakt, maar plooit toch meteen flexibel terug in de oorspronkelijke staat. Je kunt het ook enorm uitrekken of juist samentrekken. Met schuimrubber kun je dus heel makkelijk allerlei effecten teweeg brengen. Met alleen één hand die je in de kop van een pop schuift is deze al tot leven gewekt. Daarbij is het een goede danspartner. Waarom? Omdat het materiaal ultralicht van gewicht is. Bovendien kun je er makkelijk mee op reis in een kist. De poppen bedenk en ontwerp ik zelf, maar op mijn atelier werken ook twee beeldend kunstenaars want in iedere pop zit drie tot vier weken en zes uur per dag aan werk.”

Eind deze maand is Paiva als regisseur en coproducent betrokken bij een voorstelling van de Haagse theatermaker Cat Smits. Zij is als poppenspeler verbonden aan de Duda Paiva Company. “Zeil wordt een beeldende en poëtische voorstelling over de kracht van de zee en de nietigheid van de mens.

Duda Paiva Company i.s.m. Jong Nederlands Blazers Ensemble: ‘De Sprookjeskoningin’ (8+). Te zien op CaDance festival in Korzo theater op zaterdag 26 en zondag 27 januari 2019.

Meer informatie: cadance.nl. ‘Zeil’ van PLAY Productions & Duda Paiva Company is op donderdag 31 januari en vrijdag 1 februari 2019 te zien in Branoul. Meer informatie: branoul.nl.

 

Ik wou dat ik niemand was

Toon Tellegen & het Wisselend Toonkwintet: Ik wou

In het prentenboek Ik wou vloeien kinderportretten van de Belgische illustratrice Ingrid Godon samen met korte poëtische teksten van Toon Tellegen. Corrie van Binsbergen maakte er onlangs muziek bij en bracht het geheel samen.

Als kind wil je vaak juist dingen doen, hebben of zijn die niet kunnen. Wonderlijke verlangens zijn het: eens een wandelingetje op de maan maken of een kijkje op Pluto nemen bijvoorbeeld, of een wens doen (en dan wensen om iedere dag een wens te doen), dat je een bijzonder huisdier had, een neushoorn bijvoorbeeld. Wat duisterder: ik wou dat ik alleen was, nee, dat is nog te veel, ik wou dat ik niemand was. Of: ik wou dat geluk een ding was. En, toen je al wat ouder was: wereldvrede stichten.

“Muziek maken,” antwoordt Corrie van Binsbergen vrijwel meteen. “Ik speelde al gitaar toen ik zeven was en droomde toen fantasieën dat ik als straatmuzikant door het leven wilde gaan en, wat later, als klassiek gitarist. Totdat ik bedacht dat ik niet in m’n eentje muziek wilde maken maar liever samenwerk.”

Ze heeft haar droom waargemaakt, want ze is al decennia een gevierd gitarist in roemruchte (jazz)bands als Corrie en de Brokken, Corrie en de (Grote) Brokken en Vanbinsbergen Playstation. Met Het Wisselend Toonkwintet reist Van Binsbergen dezer dagen stad en (buur)land af met het programma Ik wou. Beeldende kunst, literatuur en muziek vloeien erin samen. Ze noemt het een caleidoscopisch programma.

‘Ik wou’ is in oorsprong een prentenboek met kinderportretten van de Belgische illustratrice Ingrid Godon. Toon Tellegen, de arts die schrijver werd, maakte er voor haar in 2011 korte poëtische teksten bij, vertellingen die haar al erg ingezoomde portretten laten spreken. Onlangs maakte Corrie van Binsbergen er muziek bij, bracht alles en iedereen samen, en dook de theaters in. Het programma wekt, in geuren, kleuren en toonaarden, het prentenboek live tot leven – met de meesterverteller die zelf voordraagt en de tekeningen van Ingrid Godon in de vorm van projecties.

“Het zijn eigenaardige en indringende kinderportretten,” vindt Van Binsbergen. “Ze zijn met een vermenging van realisme en stilering getekend, op de manier waarop kinderen vroeger in de lens van een camera staarden. Dat moest langdurig vanwege de sluitertijd die toen voor het maken van een foto nodig was. Je gaat door de blik die ze in hun ogen hebben afvragen wat er in hun bolletje omgaat.”

De poëtische vertellingen die Tellegen bij de tekeningen schreef zijn mijmeringen, overpeinzingen en soms spitsvondige uitspraken, gezien vanuit het standpunt van de figuur op het portret. Ze raken, laten je glimlachen en stemmen soms ook tot een licht filosofisch nadenken.

Van Binsbergen: “Soms bekruipt je het gevoel dat de verhalen niet zozeer gaan over het geportretteerde kind maar over Toon zelf. Er wordt in de ‘voorstelling’ in ieder geval ook gestoeid met de ik-vorm.”

Ze componeerde ondersteunende en versterkende muziek die nooit indruist tegen de toon van Toon. “Het was een legpuzzel,” zegt Van Binsbergen over de opzet en het samenstellen van het programma. “Nu eens versterken muziek, beeld en taal elkaar, dan weer laat ik de elementen voor zichzelf spreken.”

Verhalen en poëzie zijn sinds 2000 belangrijke drijfveren in haar werk. Dat begon met Corrie en de Grote Brokken toen ze Kado uit de hel! componeerde, een mini-opera met teksten van onder anderen Maria Goos, Toon Tellegen, Dante en Jules Deelder. In 2003 startte ze de serie Schrijvers in Concert, waarvoor ze schrijvers uitnodigde om voor te lezen uit eigen werk. Ze werkte samen met een keur aan prominente schrijvers onder wie Remco Campert, Kees van Kooten, Esther Gerritsen, Tommy Wieringa, Griet Op de Beeck, Renate Dorrestein en, onlangs nog, met Dimitri Verhulst. Met Toon Tellegen werkt ze als sinds 2006 samen.

Ik wou door Toon Tellegen en het Wisselend Toonkwintet. In De Nieuwe Regentes op zondag 20 januari, 15.00 uur. Meer informatie en tickets: denieuweregentes.nl.

Hartverwarmende kersttraditie

Rabarber speelt De Sneeuwkoningin

Andersens allerlaatste, bibberige sprookje De Sneeuwkoningin is bij Rabarber een theatraal en muzikaal avontuur voor jong en oud. Marne Miesen tekent voor de muziek.

In haar poging om een geheel nieuwe, ijskoude wereld te creëren, waar geen plaats is voor warmte en gevoel, heeft de koele Sneeuwkoningin de wereld bedekt onder een dikke ijslaag. ‘De Sneeuwkoningin’ is dit jaar de kerstproductie van Rabarber.

De  vertelling uit 1844 is een vertelling in zeven geschiedenissen, opgetekend door de ‘godfather’ van het genre, Hans Christian Andersen. Hij is de meester van ‘De prinses op de erwt’, ‘De nieuwe kleren van de keizer’, ‘De Chinese nachtegaal’ en ‘Het lelijke eendje’ tot ‘De kleine zeemeermin’ en – kerstvertelling bij uitstek – ‘Het meisje met de zwavelstokjes’.

In De Sneeuwkoningin zien we wat er gebeurt nadat de Spiegel van Sneeuwwitje in duizenden stukken kapot viel. In het kort: In het ijzige noorden hebben Vera en haar broertje Kay het ondanks de ijzingwekkende kou het goed samen. Maar als onverwacht de sneeuwkoningin een ijselijke poolwind laat opsteken en Kay daarna is verdwenen, voelt Vera zich genoodzaakt hem te gaan zoeken.

Theaterkoor
In de handen van Theaterschool Rabarber, meer bepaald die van regisseur Jeroen de Graaf en tekstbewerker Marcel Royaards, wordt het sprookje ondersteboven gehouden – maar loopt het uiteraard uit op een hartverwarmende familievoorstelling.

Naast de 26 acteurs-in-spe van Rabarber maakt ook een 25-koppig jong theaterkoor in ‘De Sneeuwkoningin’ live haar opwachting. Singer-songwriter en componist Marne Miesen: ‘Voor de muziek ben ik gaan grasduinen in Scandinavische liederen. Die heb ik gebruikt ter inspiratie, en hier en daar aangepast, en opnieuw gearrangeerd tot ‘schetsen’. Daar heb ik vervolgens nog allerlei loops omheen gebouwd.’ Het koor heeft, zegt hij, buiten het muzikale ook een belangrijke rol in de voorstelling als ‘levend’ decorelement.

Kunstbende
Miesen was in 1997 de winnaar van de landelijke talentenjacht de Kunstbende en even later kreeg hij de Jongeren Theaterprijs van Den Haag. In 2004 studeerde hij af aan Codarts Rotterdam, met als studierichting zang en muziektheater. Als solozanger/gitarist trad hij op in diverse televisie- en radioprogramma’s, op festivals en in concertzalen. De voorbije vijftien jaar is Marne ook als acteur te zien geweest, in muziektheaterproducties als Hair en Help! bij Maas Theater en Dans, waar hij de figuur van Paul McCartney reliëf gaf. Tegenwoordig is Marne vooral actief als componist voor Theaterschool Rabarber en het Nationale Theater.

Hij schreef nu en dan tunes voor reclamepots en ook sprak hij geregeld karakterstemmen op tekenfilms in. Verwordt muziek voor een jeugdtheaterproductie zo niet algauw tot ‘tekenfilmmuziek’? Miesen: ‘Ik ga geen illustratieve ‘Disney’-muziek maken. De muziek moet de voorstelling versterken, het is de lijm tussen de tekst. Bovendien wil ik kinderen als volwassenen tegemoet treden.’

Nochtans heeft de theaterzaal zijn hart gestolen. Zo reisde hij met Maas Theater en Dans de laatste jaren naar China en Canada. Sedert de productie Peter Pan, zo’n jaar of vijf jaar geleden, is hij los-vast aan Rabarber verbonden, waar hij meestal met regisseur Jeroen de Graaf aan de kerstproductie werkt.

Traditie
Rabarber heeft een hartverwarmende traditie gevestigd. Want het begin van de stroom aan kerstproducties in de Residentie en verre omstreken ligt ergens rond 1990 toen, destijds nog Jeugdtheaterschool Rabarber op het idee kwam om rond de kerst eigen familievoorstellingen te presenteren. Dat gebeurde aanvankelijk in het inmiddels aan de sloopkogel ten prooi gevallen Theater aan de Haven op Scheveningen, ooit thuishaven van roemruchte theaterinstellingen als De Nieuwe Komedie en Toneelgroep De Appel, maar tegenwoordig in de Haagse binnenstad. De op en top Haagse kunstinstelling is nu al bijna dertig jaar onafgebroken met kerst in touw.

‘De Sneeuwkoningin’ (5+) van Rabarber is van woensdag 26 december 2018 tot en met vrijdag 4 januari 2019 te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie en tickets: hnt.nl.

Carnivale 2018 metershoog de lucht in

“Glühwein,” antwoordt Anne van der Zwaard van Carnivale.

“Zodra ik de overheersende kruidnagelgeur ervan weer opsnuif dan weet ik dat het begonnen is.” Van der Zwaard is samen met Joris Hentenaar bedenker en drijvende kracht achter het jaarlijkse Carnivale-feest.

De zevende editie staat op stapel. Het winterfeest draait om het samenbrengen van mensen in een setting van magie, betovering en verwondering. Daartoe wordt het Huijgenspark omgetoverd tot een soort van open vaudeville-dorp waar rariteiten, populair-wetenschappelijke acts en bizarre bezienswaardigheden door en over elkaar heen buitelen. Iets wat je het midden zou noemen van wat je ziet op een circus en een kermis – maar dan honderd jaar in de tijd terug.

Carnivale voorziet graag in de inwendige mens. Naast de drankorgels die in twee horecatenten staan opgesteld, is er straks volop winterse kost, van stamppot tot Dikke Patatten en Smouteballen. “Dat zijn kleine oliebolletjes. Ik ben er dol op.”

Maar de meest calorierijke hoofdschotel is en blijft toch het programma. “We hebben dit jaar een paar hele grote nieuwe acts,” verklapt Van der Zwaard. “De hoofdact is geheel spiksplinternieuw: de ‘Rocket Man’, bedacht en uitgevoerd door de man die voorheen bij ons ‘De Man van Twee Miljoen Volt’ deed. Nu wordt hij meters de lucht ingeschoten. Ik ben benieuwd hoe dat af gaat lopen. Er komt een fakir over uit Barcelona. Die gaat vurige dingen doen met klinkende zwaarden en glimmende haken, niet geschikt voor de weke maag,” waarschuwt ze alvast. Hij doet een show van drie kwartier, dat is lang voor Carnivale-begrippen. “In de namiddag is er een versie waar de hele familie naartoe kan.”

Een andere grootheid die Carnivale heeft weten te strikken voor editie 2018 is Oliver Zimmerman. “Hij is koordloper. Hij gaat grote hoogten bezweren door dwars over het Huijgenspark een oversteek te maken. Dat wordt hopen en bidden dat hij niet zal vallen,” lacht van der Zwaard. “Dit jaar is overigens De Steile Wand voor het laatst, want rijder Henny Kroeze gaat met pensioen. Het wordt letterlijk zijn slot-act, zijn allerlaatste, hier op de Carnivale. Met hem sluiten we ook zelf de editie 2018 af.”

Muziek
“Zelf ben ik dol op straatmuzikanten, ” zegt Van der Zwaard. “Al treden hier de meesten in een van de tenten op. The Balcony Players moet je horen en Street Beat Empire. Ook The Small Time Crooks zijn dit jaar van de partij, een ‘Haags’ begrip, maar ze hebben ook daarbuiten veel fans. Ook Sarina’s Blues zou ik niet missen. Zo nu en dan worden optredens opgeluisterd of afgewisseld door spannende danseressen.”

Parlando
Als eind december het park wederom in vuur en vlam gaat fungeert levende legende Fritz Parlando wederom als directeur en gastheer. “De bende van de Carnivale staat onder zijn denkbeeldige leiding, hij slaat met zijn grote maar warme knoesten om alles en iedereen heen en houdt alles gezellig bijeen. Dit is de derde editie dat hij bij ons is. Hij leidt ook het boksgala. Daar wordt ouderwets gebokst met als omheining van dat ruwe, rafelige touw en met talkpoeder dat je om de oren vliegt. Het zijn echte boksers, maar met een twist. Soms belandt spontaan een mafkees uit het publiek en met een grote bek binnen de touwen, maar die wordt dan wel op z’n nummer gezet.”

Vrijwillig
“Daar ben ik nog het meest trots op,” glimt Anne van der Zwaard. Natuurlijk is ze als een pauw zo trots op het programma – dat wederom als een huis staat – maar de belangeloze inzet en deelname van een leger aan vrijwilligers aan het welslagen van Carnivale, dat maakt haar pas echt blij. “Dat de hele buurt jaar in jaar uit meedoet is fantastisch.” Maandagavond had ze de eerste bijeenkomst met ‘haar’ ploeg. Honderdvijftig man op dit kluitje samengepakt,” wijst ze naar Café De Overkant vanuit het PvdA-honk van de afdeling Den Haag waar tijdelijk de ‘headquarters’ van Carnivale gevestigd zijn. “Straks zijn dat er wel zo’n 180.”

Glühwhein dus, hectoliters. Het is het favoriete drankje van de jaarlijks doorgaans meer dan tienduizend Carnivale-bezoekers. Om hoeveel het in totaal van het kruidnageldrankje gaat tijdens de vier dwaze dagen, hangt af van de buitentemperatuur, vertelt ze. “Grappig is dat. Zodra het minder koud is lopen de speciaalbiertjes het best.”

Carnivale. Van donderdag 27 tot en met zondag 30 december 2018. Meer informatie: carnivale.nl.