‘Ideaal voor bewoners die in de stad blijven’

Zuiderparktheater met vernieuwd elan de zomer in

Het zomerprogramma van het Zuiderparktheater omvat muziek, cabaret, kunst, cultuur en plezier. “Er valt hier steeds iets nieuws te ontdekken.”

Nu het uitgaansleven opeens weer in het nachtslot is gegooid, tenminste wat nachtleven en meerdaagse festivals betreft, is het eventjes de vraag of openluchttheater nog wel kán. “We hadden gelukkig gegokt op concerten en activiteiten op anderhalve meter afstand,” beantwoordt Berend Dikkers die vraag, algemeen directeur van het Zuiderparktheater. “Ons programma mag gewoon doorgaan en zonder testen vooraf. Wij kunnen een aantal van maximaal 280 bezoekers per optreden toelaten.”

Bij medewerker Sanne Bakker van het openluchttheater bracht de eerder ongedacht geachte persconferentie geen enkele verrassing teweeg: “’s Middags hadden we al door dat het met name om het nachtleven zou gaan. Het Zuiderparktheater behoort daar niet toe. Ik heb de avond van de persconferentie daarom niet in de piepzak gezeten. Eerlijk gezegd heb ik er niet eens naar gekeken.”

In het Zuiderparktheater, het enige openluchttheater van Zuid-Holland, zijn alle plaatsen vaste zitplaatsen, duoplaatsen, dus met twee naast elkaar. “Als je in je eentje komt,” lacht Bakker, “heb je extra beenruimte!” Ook bij jeugdtheatervoorstellingen geldt die anderhalve meter-maatregel voor volwassenen, zegt ze, “maar kinderen tot 12 jaar mogen er tussenin.”

Een bezoek is veilig en verantwoord, vindt ze, want met vooraf een gezondheidscheck in de vorm van een vragenlijst, net zoals dat in de horeca gebruikelijk is, en op het terrein een parcours van eenrichtingsverkeer. “De enige beweging hier, is van zitplaats naar bar of toilet, en via de andere kant weer terug. Je ziet aan het afgelopen weekeinde dat iedereen zich prima aan de maatregelen houdt.”

Vernieuwd
Wie als trouwe bezoeker het terrein betreedt zal vernieuwingen aanschouwen. Er is bij de entree een nieuwe kassa-unit gebouwd en door snoeiwerk een intiem bosterras gecreëerd.

Ook staan er nieuwe picknickbanken en aan weerzijden van het podium zijn nieuwe barcontainers gekomen. De kilometers aan tribunebanken zijn eerst stuk voor stuk losgeschroefd en daarna geschuurd, gebeitst en teruggeplaatst. Het podiumdek is geëgaliseerd en opnieuw geverfd.

Programma
Bekende namen te over op het programma, zoals ‘Zuiderpark Live’, met komen weekeinde Milow en de Nederlands-Dominicaanse Rolf Sanchez. De week daarna is het bal met DeWolff en de Haagse band Son Mieux, die een thuiswedstrijd speelt, en is er de lachshow van cabaretier Guido Weijers. “En Sjaak Bral viert bij ons zijn 25-jarige jubileum in het vak,” zegt Bakker trots. Dan is er ’Den Haag Inside Out’ (voor 16+), een voorzetting van het programma dat ook in de kerstvakantie hoge ogen gooide, “met veel aandacht voor ‘urban’ en met workshops.”

Vanaf 20 juli is er op dinsdagen, woensdagen donderdagen het gratis te bezoeken programma ‘Zuiderpark Vakantiepark’. “Mensen uit de wijk gaan verschillende onderdelen van het programma organiseren,” vertelt Bakker, “met veel aandacht voor cultuur, maar ook met sport en spel. Ook zijn er Parade-achtige installaties, denk aan kunstzinnig relaxen in de enige echte mini-relaxerette, aan een Applausdouche en aan een Hamsterrad voor volwassenen. Zodra je daarin staat gaat een elpee spelen, en hoe sneller jij loopt hoe sneller de plaat gaat draaien! In de Supermoon kun je met een koptelefoon op een verhaaltje beluisteren.

Verder is het hele terrein aangekleed met hangmatten, is er een Parkbibliotheek, en een heuse caravan. En we krijgen een brugvlot dat ons eiland nog beter bereikbaar maakt. Voor Hagenaars die niet naar het buitenland gaan voor hun vakantie maar toch in eigen stad wat leuks willen doen, is dit programma geknipt.” Tot en met 5 september is het programma nu rond, besluit Bakker.

Meer informatie: www.zuiderpartheater.nl

Vermaak op afstand

De Parade zuchtend van opluchting de zomer in

Rondreizend theaterfestival heeft zich bijkans opnieuw uitgevonden. Dezer dagen is het neergestreken in het Westbroekpark. Verslaggever Eric Korsten schoof aan voor een voorproefje.

Op de plek waar de provisorische fietsenparkeerplaats was en is opgetrokken, nabij de brug aan de Cremerweg, is nu een als het ware kant-en-klaar schilderijtje opgekomen: een wuivend, roodbloeiend klaprozenveldje. Het ronde perkje dat daar in zijn eigen eenvoud en onschuld prijkt van romantiek is veiligheidshalve omheind met, nu nog blankhouten, paaltjes: het is een reservaat en dat moet beschermd worden.

Op microniveau illustreert het ook de gedaanteverandering die het rondreizende theatercircus De Parade het voorbije anderhalf jaar heeft ondergaan. Of beter: heeft moeten ondergaan.

Een terugkeer naar een uitbundige huidhonger laat op in het Westbroekpark nog even op zich wachten, want op het tijdelijke evenemententerrein wordt de stelregel van anderhalve meter onderlinge afstand tussen bezoekers gehanteerd: àlles voor een avondje uit op z’n veiligst. Je mág er rondlopen, maar omdat weinigen dat doen voel je je bekeken als je dat toch zou willen doen.

Bij binnenkomst oogt het terrein vertrouwd met de traditioneel voor de helft opengewerkte tenten, zoals De Reizende Schouwburg, Studio 7 en Hotel Vilé en, als culinair zenuwcentrum, het keukenkerkje van La Cantina. De antieke zweefmolen mag je pas na afloop van de voorstellingen in. Toch is het kermisveld in vergelijking met de laatste volwaardige editie (2019) met de helft gekrompen. In de afgeslankte versie staan minder tenten, onder meer Zaal 4, de extensie van Zaal 3 van Het Nationale Theater, is er deze editie niet bij.

Op een houten klapstoeltje en dito cafétafeltje zit de bezoeker tot aan het einde van het programma gekluisterd, waar je vroeger flanerend nog altijd wel wat bekenden tegen het lijf liep.

Maar ter verwelkoming en ophoging van de feestvreugde ligt daar wel alvast een verse Italiaanse bol geurend te pronken naast een kruidig botertje. Middels een ‘bestelapp’ op de telefoon te gebruiken kun je een keuze maken uit de drankenkaart. Zonderling is het aanzicht van af- en aanlopende geranten, obers en oberinnen die de verkozen drankjes in robuuste, stalen emmers aan de man brengen. Net als, later, de optocht die in een lange rij vanuit La Cantina het bidfood komt opdienen.

Ook de programmaformule van De Parade is onder handen genomen. Twee voorstellingen moeten online, vooraf, zijn geboekt. Ze spelen zich af in dezelfde tent. ‘Hoppen’ is er niet bij. Daarmee wordt de keuzestress van toen verplaatst naar de voorpret van de zitbank thuis. Je kunt kiezen tussen een ‘diner-programma’ dat om 17.00 uur begint, en voor ‘laatbloeiers’ is er het ‘late night’-programma (21.00 uur). De twee voorstellingen worden doorsneden door een diner, de beursvriendelijk bedoelde avondvariant biedt late-avondhapjes.

Als, na een poosje, de eerste voorstelling van start gaat, in dit geval die van stand-up philosopher en acteur Laura van Dolron, neemt ze, zoals alleen zij dat kan, haar gehoor (vooral grijzige bollen) mee naar enkele wondere en kwetsbare podiumervaringen die ze in het verleden had. Ze vertelt in haar drie kwartier durende eenvrouwsvoorstelling over bezoekers die haar onder werktijd hebben weten te inspireren.

‘Ik hou niet van theater,’ zo houdt ze het publiek voor, ‘maar van mensen die van theater houden.’ Gedurfde kwetsbaarheid in de toch doorgaans druistige atmosfeer van De Parade. Met een geconcentreerde luisteroefening naar ‘vallende stilte’ sluit ze haar sessie af.

De opmaat naar de tweede voorstelling bestaat uit canelloni gevuld met geroosterde aubergine en afgeblust met wilde spinazie, overgoten met gerookte mozzarella, Napolitaanse saus, parmezaan, pijnboompitten en een sliertje rucola. Een en ander is afkomstig uit de keuken van chef-kok Merijn van Berlo.

Het programma neemt met ‘KØT’ van mimegroep De Leedbewakers een luchtiger wending. Zodra op het kleine podium een grenswachterhuisje is ontsluierd, ontspint zich een tragikomische voorstelling. Drie robuuste grenswachters blijken daar, aan de rand van de wereld, te werken. In een vrijwel woordeloos en feest van absurdistische Tati-achtige slapstick laten deze Leedbewakers (Maurits van den Berg, Lisa Groothof en Steyn de Leeuwe) geregeld het buikje van bezoekers schudden van het lachen.

Als ten slotte het toetje (cheesecake met aardbeien en compote van rood fruit) is verorberd, zit het avondje Parade erop. Je kunt dan nog wel naar de zweefmolen. Het doet aan alsof je hebt mogen proeven van wat De Parade ooit was; aan de nieuwe opzet hield ik een enigszins zoetzure smaak over, als een afdronk waaraan het bouquet ontbreekt, de integere inspanningen van organisatoren en makers ten spijt. Misschien dat zodra de voorstellingen wél zijn volgeboekt de sfeer vanzelf meegroeit. Tip: neem iemand met je mee, anders zit je je soms wel lang in je eentje te amuseren.

De Parade, Westbroekpark 17.00 / 21.00 uur, tot en met zondag 18 juli 2021. Meer informatie: https://deparade.nl

De Parade komt naar je toe deze zomer

De Parade roert wederom de trom en dat doet het bijna als vanouds. Theater, muziek én circus worden nu geserveerd in keuzepakketten. En testen? Dat hoeft niet.

Al voor de 30e keer maakt het festival ‘parade’, zoals dat heet, door het ganse land. In Den Haag is het Westbroekpark wederom de ‘place to be’. Het gaat dit jaar wel een tikkeltje anders toe dan de afgelopen 30 jaar. Zo is het programma per dag opgeknipt in twee totaalpakketten van theater plus tafelen, een ‘diner’-variant om 17.00 uur en voor de laatbloeiers een ‘late night’-variant om 21.00 uur.

“Toen we vorig jaar te horen kregen dat De Parade niet door kon gaan, hielden we onder de noemer ‘De Parade gaat door’ een mini-Paradetje, bij Zaal 3 in Den Haag,” vertelt Nicole van Vessum, artistiek directeur van het festival. “Dat blijkt achteraf de basis voor de formule van dit jaar, alleen is het met vier tenten allemaal wat omvangrijker dan toen.”

En dus kun je dit jaar kiezen tussen een bezoek in de late middag slash vooravond (vanaf 17.00 uur), of juist later op de avond (vanaf 21.00 uur). Je ziet steeds twee voorgeselecteerde voorstellingen en daartussenin wordt een driegangendiner geserveerd of, bij de ‘late Night- editie’, een uitgebreide borrelgarnituur.

Mocht je op een avondvullende belevenis uit zijn, dan kun je twee pakketten op een en dezelfde dag kiezen.

Van Vessum treedt de veranderingen positief tegemoet. “Het is allemaal wat anders dan normaal – maar als bezoeker doe je eigenlijk alles wat je anders ook doet op De Parade. Alle ingrediënten zijn er.”

Luxe, noemt Van Vessum de aanpak. “Een verwenpakket eigenlijk. Voorstellingen, drank en spijzen komen naar je toe. Je wordt helemaal bediend. Iedere bezoeker heeft straks een vaste plaats in een van de tenten.” Blijven hangen mag. “Je kunt na afloop naar een terras,” lacht ze, “waar ook onze zweefmolen staat.”

Het culinaire ‘bidfood’ komt uit de keuken van chef-kok Merijn van Berlo, bekend van Paraderestaurant La Cantine. Menu’s verschillen per theatertent en in de avond zijn ook snacks te bestellen. Er wordt gewerkt met bio-industrie vrije producten. Vlees en gevogelte komt van binnen Europa en vis moet voldoen aan bio-normen. Alles wat geserveerd wordt is duurzaam gekweekt en bereid.

De aandacht voor het inwendige van de mens is gekoppeld aan weldaad voor de geest. “We zijn natuurlijk allereerst op aarde voor theater,” lacht Van Vessum. “Op het programma staan, net als in het verleden, vertrouwde gezichten zoals ander anderen Dick van den Toorn, Kees & Eddie en Ellen ten Damme, naast de jonge(re) gezichten van bijvoorbeeld Tarik Moree en Annica Muller. Daarbij hebben we geprobeerd te programmeren voor iedere portemonnee. Groot en klein naast elkaar.”

Hoogtepunten in Den Haag zijn, wat haar betreft, een nieuw programma van de Poezieboys rond Fritzi, volgens de site een gulle en talentvolle vrouw die prachtig kon schrijven en tekenen, die van kleine weerloze diertjes hield, grassprietbrieven schreef en walnoten beschilderde.

Van Vessum: “Poëzie toegankelijk maken voor jong en oud, in tijden van ontlezing,” prijst ze het Haagse duo. De Poezieboys zijn gekoppeld aan ISH, dat vier hiphopdansers laat bewegen op strakke beats van deejay Irie. Haar eigen keuze gaat ook uit naar de burleske voorstelling ‘Eins Zwei Schweinerei’ van Het Zuidelijk Toneel, waarin vijf acteurs een klas leerlingen, hun ouders en het lerarenkorps spelen. Voor de vertaling tekende Elsie de Brauw, die zelf ook meespeelt.

“Toon Lobach van Nederlands Dans Theater II staat bij ons met De Nachtdieren te dansen in ‘Lost Love Prologue’, en ik ben trots op Frank en René Groothof die ‘Circus Charms’ voor ons maken, met het live-orkest Seasession. Maar ook voor de originele stand-up philosophy van Laura van Dolron en Lucky Fonz III kom ik graag naar De Parade.”

Terugkijkend is ze verheugd dat het nu allemaal weer een beetje kán. “Omdat we niet gesubsidieerd zijn, was overleven best moeilijk. Gelukkig zijn gemeenten bijgesprongen, ook Den Haag. Daardoor hebben we bijvoorbeeld onze zzp’ ers  deels kunnen doorbetalen.”

Ze is trots op het feit dat ze de artiesten per optreden een vaststaand bedrag kan uitbetalen, ongeacht de kaartverkoop. “Voorheen was het aantal verkochte kaarten de bron van inkomsten voor een groep. Minder kaartjes was altijd minder inkomsten. Ik ben blij dat we ze zo, op onze manier, kunnen ondersteunen.”

De Parade, Westbroekpark, vrijdag 2 t/m zondag 18 juli 2021, 17.30 / 21.00 uur. Meer informatie: www.deparade.nl

‘Ik heb de liedjes geschreven zonder enige beperking’

Albumpresentatie en live optreden Tess Merlot in Nieuwe Kerk

Het nieuwe, allereerste muziekalbum ‘Laissez-moi’ van de Haagse chansonnière Tess Merlot ziet binnenkort het eerste, prille levenslicht, live nog wel, in de Nieuwe Kerk. Met een indrukwekkende afdronk bovendien.

Tess draait, wat je noemt, op volle toeren. De Haagse leadzangeres (31) van voorheen Tess et les Moutons en liefdevol maar strijdbaar voorvechter van het Franse chanson heeft onlangs niet alleen (wederom) een singeltje uit dat als een tierelier loopt als een Thalys op hoge snelheid richting Parijs, maar ze heeft ook nog wat nieuwe singletjes in petto, een compleet liedjesalbum waarvan de release aanstaande is kant-en-klaar op de plank klaarliggen, én, als klap op de vuurpijl de voorbije tijd een videoclip opgenomen waarin ‘haar’ Den Haag als decor dient.

En dat alles terwijl een live optreden met een negenkoppige (!) begeleidingsband in de Nieuwe Kerk op de rol staat.

Het repertoire van het album, dat met behulp van ‘crowdfunding’ én de inleg van behoorlijk wat aan eigen spaargeld tot stand is gebracht, staat op dat optreden centraal, zegt Tess Merlot. Pardon? Eigen spaargeld? “Boven verwachting heb ik weliswaar 12.000 euro binnengehaald. Super. Maar daar heb je nog geen album voor,” zegt de van oorsprong Boskoopse kwekersdochter over het stukslaan van een deel van de eigen spaarpot. “En ik vind het belangrijk dat ook de muzikanten fatsoenlijk betaald krijgen. Zeker in deze tijden.”

Het poldermeisje dat mettertijd in Den Haag is neergestreken heeft voor de tewaterlating van het album, ‘Laissez-moi’ getiteld, daarbij refererend aan het lijflied van Ramses Shaffy, een drietrapsraket in gedachten.

“Op 25 juli, de releasedatum en van het optreden in de Nieuwe Kerk, komt het album officieel uit. Maar dan alleen in fysieke vorm, op CD en als vinyl. Pas in september, na nog eerst weer een single, komt het via streaming platforms beschikbaar.”

Op het repertoire van de set in de Nieuwe Kerk staan straks, onder meer, de nummers van haar album, uitgevoerd met een uitgebreide, liefst negenkoppige, bezetting. “Ik heb me voor de liedjes van mijn debuutalbum niet beperkt tot alleen bas, gitaar en accordeon. Ik heb de liedjes geschreven zonder enige beperking vooraf in gedachten. Daarom is het des te gaver dat ik het album nu live kan spelen zoals het bedoeld is. De arrangementen voor de plaat gaan we precies zo op het podium ten gehore brengen. Uniek dat ik deze muziek met werkelijk álle muzikanten die ook op de plaat te horen zijn, live ten gehore kan brengen. Dat gaat misschien niet heel vaak meer gebeuren.”

Niet alleen wordt op zondag 25 juli haar debuutalbum gepresenteerd. “Ook vieren we die dag in de Nieuwe Kerk de zomer, de revival van Franstalige muziek én de start van een coronavrij ‘belle époque’.”

Op het album staan vooral persoonlijke, kwetsbare nummers. “Als vroeger een artiest dat van zijn album zei dacht ik altijd: het zal wel. Maar deze nummers zijn echt particulier, gaan over mijn jeugd, over mijn vader en over mijn opa bijvoorbeeld. De bijbehorende videoclips zijn dat ook. Voor het nummer over mijn opa heb ik video-opnamen gedraaid terwijl we samen vissen. Dat deden we vroeger ook altijd. En het beeld bij het liedje ‘Les saisons de ma jeunesse’ bestaat uit een verzameling van oude home-video’s uit eigen doos.”

Voor haar zijn CD en album niet louter een tegenprestatie, een verplichtend cadeautje voor diegenen die de crowdfunding-actie steunden. Het is ook een visitekaartje. “Voor fans en bezoekers betekent het meer dan alleen een geluidsdrager. Mensen willen graag een artiest ‘supporten’, maar in ruil een fysiek souvenir als bewijs daarvan.”

Sinds kort heeft ze een hoogsteigen wijn, een ‘limited edition’, vertelt ze. Het is een wijn uit Arjolle in de Languedonc, gemaakt door de familie Teisserenc.”

Hoe zo’n dieprode Tess Merlot smaakt? “Heel lekker natuurlijk!”, lacht ze. “We hebben bij ‘Marius Jouw Wijnvriend’ voorgeproefd. De grap is dat ik niks van wijn af weet en vrijwel wijn noch überhaupt alcohol drink. Mijn vader is notoir bierdrinker, maar zelfs hij vond het prima smaken.”

Tess Merlot, ‘Laissez-moi’, zondag 25 juli 2021, 15.30 en 20.00 uur, Nieuwe Kerk. Meer informatie: https://tessmerlot.com

Boodschappen voor een mooiere wereld

Het Residentie Orkest laat jongeren het verschil maken

Radeloze blik. ‘Wat bén ik dan voor jou-ou’. Handen en armen rijzen ten hemel. ‘Laat me dromen over plaatsen zonder angst, zonder gevaren.’ Terwijl de blikken trommel van kersverse eerstedivisionist ADO Den Haag die middag zwaar aftekent tegen de loodgrijze lucht ter plekke, zingt Myrthe Hoorn (20) zowat de longen uit haar lijf voor een videoclip die geschoten wordt door het Residentie Orkest.

Dat geschiedt in de laatste van drie fietstunnels aan het Nieuweveensepad, ver voorbij Voorburg. Ze blijft onverstoorbaar in de lens van de cameraman kijken, al staat ze midden op het pad, als scooters, brommers, e-bikes en andere vrijetijdsracers vlak langs haar heen scheren en razen.

“Anders is de ‘take’ verloren,” legt ze later uit. “Even nog, even nog, houen zo,” roept de regisseur van de driemans-videocrew haar toe. “En: cut”. Na zo’n take of twaalf mag Myrthe haar hooggehakte gelegenheidsstiletto’s omruilen voor de instappers van haar eigen Nike’s Air.

De muziektrack die tijdens de opname voortdurend door de tunnel schalt is afkomstig uit een gettoblaster en is in een eerder stadium in een studio opgenomen. Haar gezang is dus, strikt genomen, fake, want alleen bedoeld voor het verkrijgen van beeldmateriaal. Dáár komt het hier op aan; en dan niet alleen beelden van Myrthe, maar ook van de vijf musici (bezetting: viool, cello, contrabas, hobo, cajón) van het Residentie Orkest die haar omringen – en die nu toch even stevig uit hun comfort zone moeten. Ook zij spelen hun partij hier ‘semi-live’.

”De tekst van het nummer heb ik zelf geschreven, de muziek heb ik samen met mijn pianodocent gemaakt. Daarna is het Residentie Orkest ermee aan de slag gegaan en is er een heel mooi arrangement bij gemaakt,” licht de studente van de Dutch Academy of Performing Arts toe, een allround MBO theater- en musicalopleiding aan de Prinsegracht in Den Haag, die opleidt voor een carrière als professioneel artiest.

Die is ze vorig jaar gaan volgen na een afgeronde studie aan de VWO voor muziek en dans in Rotterdam. “Dit is heel vet, een ervaring als deze heb ik nog nooit gehad,” gaat Myrthe verder.

De ongebruikelijke setting maakt deel uit van het project ‘Stage Your Voice’. Daarmee biedt het RO jongeren een podium om onderwerpen die zijzelf belangrijk vinden met publiek te delen. Het idee daarvoor ontstond na de bewogen klimaatdemonstratie op het Malieveld en de wereldwijde protesten van jongeren in 2019.

Het project maakt deel uit van ‘Symphony 2030’, waarmee het RO jong en oud, buurtbewoners en de stad wil verrassen met de kracht van muziek, vertelt Sanne Tieke, projectleider en nu, voor héél even, ook zowat een vriendelijk ogende politieagente. De jongeren worden gescout. “Het is geen voorwaarde om te kunnen zingen of schrijven. Na een auditie kunnen jongeren onder de vleugels van het orkest aan de slag. Ze krijgen onder meer workshops aangeboden en kunnen ze bepalen hoe ze hun hart laten spreken.”

Geweld
De clip van Myrthe gaat over geweld tegen vrouwen. “We filmen hier dat ik een stukje door de tunnel loop, een typische plek die ingericht lijkt voor straatintimidatie. Je kunt hier geen kant en je weet vanuit de verte niet wie er straks eventueel tegenover je staat. Dit nummer is daarom een boodschap aan mannen en jongens, maar eigenlijk ook aan iedereen die mensen lastig valt op straat. Het is een roep om verandering maar ook een oproep aan vrouwen om samen sterk te staan. Want vrouwen hebben het meeste overlast van straatintimidatie, al zijn er ook mannen die veel hinder ondervinden.” Ze beschouwt Stage Your Voice als een kans om verder te komen in het theaterbestaan. “Liedjes schrijven is één, en op deze manier zet je toch weer een stap.”

De gemonteerde beelden zijn straks, als onderdeel van nog zes andere clips, op de kanalen van het RO te zien, ‘en van de partners waarmee we hierin samenwerken,’ zegt Tieke. Stilaan wordt ook nog toegewerkt naar nog een live optreden dat ergens in het najaar gaat plaatsvinden. “Dit is de tweede editie. Door corona hebben we vorige keer helaas geen live optredens kunnen doen.” Volgend jaar start het RO een nieuwe editie op.

Meer informatie: www.stageyourvoice.nl

‘Carmen’ heeft de kiem gelegd

Serie Den Haag Centraal: Juweeltjes

Keramist en fotograaf Joris-Jan Bos:

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hen dierbaar is. Deze week: Joris-Jan Bos over de muziek die zijn leven tekent: “Ik ben een sentimentele romanticus gebleven.”

Het betekende voor keramist, filmmaker en fotograaf Joris-Jan Bos (1962) de ontdekking van de hemel. In zijn kinderjaren moet de kennismaking met, oneerbiedig gezegd, de meeneurie-opera ‘Carmen’ (1875) van Georges Bizet (1838-1875) een bedwelmende, welhaast geestverruimende ervaring zijn geweest.

“De muzieklerares op de lagere school kwam op vrijdagen met een kofferplatenspeler onder de arm in de klas,” wijst hij als oorzaak aan. “Zij was bezeten van Bizet – en dus van deze opera over de uitdagende zigeunervrouw en sigarettenmaakster, en het verleidelijke spel van de liefde.”

Vrijwel spoorslags toog hij naar de platenwinkel in zijn toenmalige woonplaats Delft en kocht gelijk de elpee, de ‘greatest hits’, bekostigd uit een toenmalig baantje als rozenpluizer. Het was een uitvoering op een raar platenlabel, vertelt hij, als hij in gedachten even de hoes van toen erbij zoekt. “Ik heb hem nog steeds.” Het blijkt bij nader inzien een Duitse persing te zijn, van nota bene de New York Philharmonic en met Leonard Bernstein op de bok. “Nu en dan zet ik hem weer eens op.” Lachend: “Ik ben een sentimentele romanticus gebleven.”

Muziek bracht hem nieuwe werelden, liet hem andere inzichten zien en emoties doorvoelen. “In muziek kon ik mezelf herkennen. ‘Carmen’ heeft daarvoor de kiem gelegd.” Muziek is in zijn leven en werk tot grote drijfveer en inspiratiebron uitgegroeid. Dat is evenwel beperkt gebleven tot  beluisteren, want een glanscarrière als gitarist in een schoolband liep niet goed af, zweetdruppels op de ruiten van het Delftse Café Alcuin tijdens een van hun dampende optreden ten spijt.

Vaarwel muzikaal levenspad dus, maar het met rooie oortjes beluisteren van muziek bleek een prachtig substituut. Dat heeft hij dan ook grondig en ingrijpend aangepakt. Zo heeft hij naast een buizenversterker, een tiptop Thorens 124-platenspeler en high-end PHY-drivers voor zijn luidsprekers, zijn meterkast verbouwd voor betere voeding, en heeft hij een elpeecollectie verzameld van over de drieduizend exemplaren.

Na ‘Carmen’ is hij het muziekveld gretig verder af gaan grazen. “Een broer van een vriend was idolaat van Frank Zappa – en zo werd ik dat ook.” Gaandeweg ontdekte hij de jazz, min of meer samenvallend met zijn eerste schreden op het fotografische vlak, en zo kwam het dat hij veel van zijn helden op de gevoelige plaat heeft vastgelegd.

Dat dankt hij aan een vriend die toentertijd als portier bij hotel Bel-Air werkte: “Daar verbleven jaarlijks veel van de gasten voor het North Sea Jazz Festival. Als er bloemen voor jazzgrootheden binnenkwamen dan verving hij het gelukskaartje voor zijn persoonlijke visitekaartje. Op die manier stond hij op goede voet met musici en kreeg hij tickets voor hun optredens toegeschoven. Maar die gaf hij dan door aan mij.”

Hij waande zich in het paradijs, temeer het om ‘backstage’-kaarten ging, waardoor hij vanuit de wandelgangen en op de podia vrijelijk met foto’s kon schieten. “Niemand legde me een strobreed in de weg.” Tijdens een van die optredens liep Miles op hem toe, deed zijn kenmerkende zonnebril af en keek met zijn grote ogen in Bos’ Metz-lens. “Maar die foto is nooit gemaakt. Want ik bevroor.” De dag dat Miles Davis stierf, verdween ook de jazz uit zijn zicht. “Ik heb tranen gelaten. Ik had wel vijf of zes keer een concert Van Miles bezocht.”

Na de desastreuze financieel-economische crisis van een decennium geleden bleek theater- en dansfotografie een tanende aangelegenheid. “Bovendien zag ik de fotografie als ambacht onder mijn ogen eroderen.”

Hoewel hij nog in maart van dit jaar koningin Máxima fotografeerde, is hij tegenwoordig hoofdzakelijk als keramist in touw. Na een reis naar Japan raakte hij daarvan in de ban. “Keramiek is een samensmelting van aarde, wind en vuur; een eeuwenoud procedé met klei, feitelijk geërodeerde steen, dat je in de kosmos, een oven dus, stopt,” zo beschrijft hij zijn liefde en passie. Bos: “Voor mij is Miles nog altijd mijn bron van inspiratie.”

kader
Joris-Jan Bos fotografeert voor onder meer Nederlands Dans Theater, Ballett Frankfurt en Het Nationale Ballet. Hij heeft zowel voorstellingen als repetities vastgelegd. Kenmerkend is het vervreemdende element in zijn foto’s. Met ‘3TREESceramics’ heeft hij een galerie, laboratorium en lounge-ruimte aan de Ruychhavestraat.

Meer informatie: https://www.3treesceramics.com.

Diverse uitvoeringen van ‘Carmen’ zijn te vinden in de Centrale Bibliotheek aan het Spui, en online op onder meer YouTube.

De Val van de Tijd

Ryuichi Sakamoto met nieuwe ‘woordeloze’ opera op Holland Festival 2021

Tijdens het Holland Festival gaat Time van Ryuichi Sakamoto in première, min of meer het vervolg op zijn opera Life van twintig jaar geleden. Net als toen werkt hij voor deze ‘woordeloze opera’ samen met beeldend kunstenaar Shiro Takatani. Cultureel vuurwerk!

Met de culthit Merry Cristmas, Mr. Lawrence bereikte Ryuichi Sakamoto in 1983 het grote publiek, met dank aan David Bowie, die in de film de bijrol van John Celliers speelde. Sakamoto, hoofdrolspeler, was kapitein Yonoi. Ook schreef Sakamoto het themanummer van de film, Forbidden Colours, gedragen gezongen door David Sylvian. In de jaren daarvóór had Sakamoto de popmuziek al eens bestormd met de technomuziek van popband Yellow Magic Orchestra.

Acteur, producer, beeldend kunstenaar en ecologisch activist – maar toch vooraleerst componist. Sakamoto (1952) experimenteert graag met muzikale stijlen, genres en technologieën. Die combineert hij tot nieuwe richtingen van muzikale expressie. Hij maakte al eens van een glazen gebouw een muziekinstrument. Hoe klinkt smeltende sneeuw? Hoe klinkt je eigen keelkanker?

Toegegeven: je moet er bevattelijk voor zijn, je als het ware op boeddhistische wijze openstellen. Maar dan trekken openbaringen van oneindig lijkende, lijzige landschappen en bergketens voorbij, die in mistige nevelflarden zijn gehuld. Contemplatie in duet met overpeinzing, muziek doortrokken van een welhaast religieus besef. Muziek als ikebana.

Stockhausen en Cage klinken gevoeglijk door, Debussy, Ravel, Bach, plus hier en daar een vleugje Holger Czukay, en soundscapes, ambient geluidsdecors. Sakamoto vermengt al de invloeden tot een amalgaam van esoterische, ijle klankwolken die symfonisch aandoen.

Time is het vervolg op Life, de opera annex installatie die Sakamoto in 1999 maakte. Dat was een poging om de muziek en de gebeurtenissen van de twintigste eeuw op een rij te zetten door met een macro- en microkosmische bril de stroom van kunst en beschaving te beschouwen. De ‘opera zonder libretto’ bevatte bijdragen en optredens van meer dan honderd performers, onder wie Bernardo Bertolucci, Salman Rushdie, Pina Bausch en de Dalai Lama, van orkest, solisten, koor en musici uit verschillende muzikale tradities, van stemmen en samples, vervat in uiteenlopende media en een live online stream.

Time moet de spirituele pendant worden van Life. De mens, de natuur en een (on)zeker tijdsbesef staan er centraal. Sakamoto is geïntrigeerd door hoe de mens tijd beleeft – en hoe tijd, in zijn ogen, de regels bepaalt van wat muziek is gaan heten. Is tijd een natuurelement, een uitvinding van de mens of een Onvermijdelijke Noodzaak? Dieren dragen geen horloge. Primitieve stammen in de jungle leidden de stand van de tijd af aan de geur van planten. Vast staat in ieder geval dat de mensheid al duizenden jaren probeert de tijd zo nauwkeurig mogelijk te meten en te vatten.

Sakamoto nam een duik in de filosofie, op zoek naar mogelijkheden om zichzelf en zijn muziek te bevrijden van het opgelegde tijdsbegrip.‘De mens heeft de tijd uitgevonden net zoals hij cijfers heeft uitgevonden,’ licht hij in een bericht toe. ‘Het zijn begrippen die misschien pas tienduizend jaar bestaan, die voor de vroegere homo sapiens niet bestonden en die in de beleving van bijvoorbeeld gorilla’s en chimpansees nog altijd niet op dezelfde manier bestaan. Hoewel de mens onderdeel van de natuur is, heeft hij zich –door logica en concepten zoals tijd – losgemaakt van de natuur. En dus zit hij nu gevangen in die tijd die hij zelf heeft uitgevonden.’

Droomtijd
Als vliegwiel voor zijn onconventionele nieuwe opus gebruikt Sakamoto een surrealistische verhaal uit de bundel Yume jūya (‘Tien nachten dromen’), van Soseki Natsume (1967-1916). Daarin waakt een dromer bij het graf van een overleden vrouw. Hij verliest zijn besef van tijd. Pas als zij in een witte lelie verandert, weet hij dat er honderd jaar voorbij is.

‘In dromen kan tijd ongewoon snel gaan, of eindeloos duren. In dromen verloopt tijd niet lineair, maar valt alles samen,’ laat Sakamoto in een begeleidend persbericht weten. ‘De tijd kan sprongen maken, en elementen uit verschillende periodes kunnen probleemloos naast elkaar bestaan. Maar in het dagelijks leven zit de mens gevangen in het concept dat ‘tijd’ is.’ Volgens Sakamoto wordt ons lichaam na leven en sterven onderdeel van een volgend leven. ‘Dat is ‘samsara’, de levenscyclus van wezens op deze planeet.’

Ook Mugen No – traditioneel Japans danstheater met magische elementen – is een inspiratiebron. Danser Min Tanaka en sho-speler Mayumi Miyata verbeelden de mens en de natuur. Het decor van regisseur Takatani weerspiegelt de tijd en laat die beleven aan de hand van reflecties van water, een element dat ook in Life werd ingezet.

Async
Sakamoto wil muziek bevrijden van tijdsdwang. Dat deed hij eerder ook al in de compositie ‘async’ (2017), feitelijk een verslag, een asynchroon ambient audioportret, van de periode dat hij keelkanker had. Daarvan is hij intussen bevrijd, maar onlangs werd bij hem darmkanker vastgesteld.

‘Muziek, werk en leven hebben allemaal een begin en een einde,’ merkt Sakamoto op. ‘Daarom wil ik muziek maken die bevrijd is van de beperkingen die de tijd haar oplegt.’

Milieuactivist
Sinds de jaren 90 richt Sakamoto zich op milieu- en pacifistische doelen, lanceerde liefdadigheidsorganisaties en organiseert sinds ‘Fukushima’ het jaarlijks terugkerende muziekevenement No Nukes als protest tegen kernenergie. De hang naar natuur en kringloop is in zijn werk onontkoombaar. Zijn gemoedstoestand? ‘Ik voel me een kanarie een kolenmijn.’

kader:
Holland Festival 2021
Holland Festival benoemt jaarlijks associate artist(s). Eerdere namen in dat verband waren Bill T. Jones (2020) en Faustin Linyekula en William Kentridge (2019). Voor 2021 zijn Sakamoto en de Frans-Oostenrijkse theatermaker Gisèle Vienne (1976) de associate artists. De twee delen belangstelling voor elektronische muziek, Japan en de Japanse cultuur. De 74ste editie van het Holland Festival vindt plaats in juni 2021. Meer informatie op www.hollandfestival.nl.

Wie is Ryuichi Sakamoto?
Ryuichi Sakamoto kreeg bekendheid als lid van Yellow Magic Orchestra, pionier van technomuziek in de jaren tachtig. Hij is ook bekend door zijn samenwerking met David Sylvian. Als componist tekende hij onder meer voor de muziek bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Barcelona 1992. Ook componeerde hij, in 1998, het opstartgeluid van de Sega Dreamcast spelcomputer. Sakamoto staat bekend als tegenstander van auteursrecht omdat hij dat in het informaticatijdperk uit de tijd vindt. Voor zijn werk kreeg hij talloze internationale onderscheidingen. Op het Holland Festival 2006 was Sakamoto met Alva Noto te gast met de compositie insen. Meer informatie op http://www.sitesakamoto.com

Samsara
Een grassprietje is zomaar tevoorschijn gekomen. Ook het menselijk bewustzijn is niet uit het niets ontstaan, noch verdwijnt het simpelweg na de dood. Het kent geen oorsprong of einde, gaat over van het ene bestaan naar het andere, zoals alle dingen in het leven een eigen cyclus hebben. Het proces van wedergeboortes en opeenvolging van bestaansvormen heet ‘samsara’.

Naargelang de daden belandt de wedergeborene in een hoger of lager bestaansniveau. Zo is de mens voortdurend overgeleverd aan een eindeloze cyclus van geboren worden en sterven. Aan deze cyclus is ontsnapping alleen mogelijk door ‘nirwana’, een staat van uitgedoofd zijn. Zodra de dorst naar bestaan is vernietigd, zal er geen wedergeboorte meer zijn.

Wereldpremière orkestversie Tsoupaki’s ‘Thin Air’

Gratis ‘livestream’ bij Residentie Orkest

Het is geboren als een werk van mededogen, een werk waar om aan te verbinden. De Griekse pianiste en componiste Caliope Tsoupaki (Piraeus, 27 mei 1963) besloot in ‘coronatijd’ een werk te maken dat niet alleen troost zou verschaffen, maar ook de getroffen muzieksector voor zover dat kon op de been zou houden. Ze schreef Thin Air, voor elk instrument en elke stem. Op 20 juni ging het in première, op NPO Radio 4, in drie versies. Onder meer celliste Maya Fridman voerde het namens Festival Classique nabij museum Beelden aan Zee uit. Inmiddels is Tsoupaki’s compositie meer dan 45 keer gespeeld, kriskras door heel Europa – van Edinburgh, Helsinki, Istanbul tot Brussel – waarlijk een compassie-estafette.

Een orkestversie was er niet. Sven Arne Tepl, directeur van het RO, was onder de indruk van haar geste en van het werk, trok de stoute schoenen aan en nodigde haar uit om van ‘Thin Air’ een orkestversie te bouwen. Onder leiding van chef-dirigent Nicholas Collon, die hiermee zijn afscheid vorm geeft al komt hij later nog langs als gast, heeft het Residentie Orkest (RO) dan nu de eer van de wereldpremière van deze versie.

“Het idee is bijzonder,” verwoordt Sven Arne Tepl de keuze voor haar en voor dit werk. Als Componist des Vaderlands, een titel die ze van 2018 tot 2020 droeg, heeft ze iedereen in de nieuwe muziek de kans gegeven met goed gemoed weer aan de slag te gaan.” De orkestpartituur heeft hij alvast in kunnen zien: “Voor een bezetting met vijftig spelers, inclusief koperblazers,’ weet hij. “Er zit een heel mooie verstilling in.”

“Bij het begin van de coronacrisis moesten we snel knopen doorhakken,” vertelde Tsoupaki er destijds over. “We besloten de economie stil te leggen om de zwakkeren te beschermen. Een indrukwekkend staaltje van mededogen. Het stuk dat ik heb geschreven kan iedere musicus op zij eigen instrument spelen en iedereen op zijn eigen manier uiting geven aan zijn innerlijke stem van compassie.”

Al woont ze in Amsterdam, Tsoupaki behoort onmiskenbaar tot de Haagse ‘scene’, zegt Tepl. “Ze kreeg op het Koninklijk Conservatorium hier ter stede les van Louis Andriessen en is daar nog altijd een van de docenten. Voor ons nam ze de keuze en de begeleiding op zich voor compositiestudenten in de ‘One Minute Symphonies’ die we tot voor kort deden.”

Als Componist des Vaderlands fungeerde ze twee jaar lang als ambassadrice van nieuwe Nederlandse klassieke muziek, besloot ze ‘even dienstbaar te zijn als een bouwvakker of vuilnisman’. Ze schreef in die periode een reeks nieuwe composities voor evenementen buiten de concertzaal. In haar ogen kan muziek de actualiteit in een ander licht zetten. “Muziek zegt iets over de mens wat op een andere manier niet gezegd kan worden. Het opent een poort naar een wereld waarvan je niet wist dat hij bestond.”

De vraag was vervolgens waar en wanneer je dit stuk inzet. Tepl: “De Zondagochtendconcerten van het Concertgebouw in Amsterdam – waarin dit concert wordt gespeeld – zijn vrij klassiek van opzet. Daarom vond ik het een goed idee om Thin Air te omringen met de Vierde Symfonie en het Celloconcert van Schumann.

Een ‘sandwichformule’ die past in het streven van het RO om ook hedendaagse muziek te brengen, waarin zij een naam hoog te houden heeft. “Organisator Avrotros deed daarbij het aanbod om er ook een livestream op video bij te maken.” Die wordt gratis digitaal gedeeld. “We hebben bovendien de mogelijkheid om die in een later stadium op onze eigen communicatiekanalen online te zetten.”

De Vierde is, zogezegd, een ‘late’, en staat trouwens niet als zijn beste te boek. Tepl: “Soms wordt het wat vierkant als het te ‘Duits’ wordt gespeeld. Een dirigent moet er echt een visie op ontwikkelen, vakmatig instuderen en daarna loslaten, dan hoor je de complexiteit van zijn verknoopte geest. Je moet het stuk vakmatig instuderen en daarna loslaten.”

Het Celloconcert is een van de mooiste aller tijden, volgens Tepl. “Poëtisch, met name het langzame deel. Daar krijg je ‘corona’ de wereld mee uit!” Als solist krijgt Julian Steckel de gelegenheid om de droomsfeer van de melodieuze, smachtende Romanze te vertolken. “Hij is vaker bij ons te gast. Hij heeft een eigen kijk op Schumann en op klank.”

Kader:
Residentie Orkest doet mee aan Fieldlabs
Fieldlab Evenementen heeft van het kabinet toestemming gekregen om grotere ‘test events’ met meer bezoekers te gaan houden. Het Residentie Orkest concerteert in dat verband op vrijdag 14 mei in het Zuiderstrandtheater voor liefst duizend man.

Residentie Orkest, Tsoupaki / Schumann, zondag 25 april, 11.00 uur. De livestream is gratis te beluisteren via www.nporadio4.nl/live

‘Je moet jezelf in tweeën splitsen’

Serie Den Haag Centraal: Juweeltjes

Niek Takens over ‘De Jas’

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hun dierbaar is. Deze week: goochelaar Niek Takens over een legendarische act van Mini & Maxi: “Je moet jezelf in tweeën splitsen.”

Door Eric Korsten

“De act met de jas. Daar vind ik veel inspiratie in.” Niek Takens goochelt. Vanaf zijn 7e jaar al. Een bezoek aan de zomershow die Hans Klok toen had in attractiepark Duinrell leidde omstreeks die jonge leeftijd tot wat achteraf als een omslag in zijn leven kan worden beschouwd. Nu, op zijn 23e, behoort de Hagenaar tot de wereldtop. Met ‘de jas’ verwijst hij niet naar wat hij Klok toen zag doen, maar naar de wereldberoemde act van het Haagse theaterduo Mini & Maxi. “Voor het eerst zag ik die act een jaar of zeven geleden, als video op YouTube,” vertelt Takens. “Van Mini & Maxi had ik toen nog niet gehoord.”

Karel de Rooij (Mini) en Peter de Jong (Maxi) maakten zo’n vijftig jaar theater, op een manier zoals je die heden ten dage nauwelijks nog ziet. Hun werk stond vooral in de traditie van het muzikale variété. In hun succesnummer staan ze aan weerszijden van een kapstok met daaraan een lange jas en erbovenop een oubollige gleufhoed. Mini steekt zijn rechterarm door de rechter- en Maxi door de linkermouw van een muffige regenjas.

Klinkt logisch – maar het gevolg is dat ze hun armen aldoor gekruist moeten houden. Met een minimum aan theatrale middelen wekken ze vervolgens hun gelaat-loze personage tot leven. Takens: “Het gegeven is inderdaad simpel. Maar je hebt wel opeens drie personages voor je neus, terwijl je toch verdraaid goed weet dat maar twee mensen de act spelen. Het is pure magie. Geen gegoochel, eerder een soort van poppenspel.”

De scène moet het hebben van uiterst subtiele, gesmeerde handbewegingen. Hun personage, een dun mannetje, laten ze vloeiend verschillende handelingen uitvoeren, van handenwrijvend, duimendraaiend, bladerend door een tijdschrift tot rollebollend met een mobiele telefoon, ondertussen gekruist achterlangs de jas, allebei een gangster bril op de neus geprikt houden, en a cappella een deuntje ten beste geven.

Takens is vooral het schudden van speelkaarten bijgebleven. “Het is natuurlijk waanzinnig knap om het mannetje dat gecoördineerd te laten doen, ‘zijn’ handen behoren immers aan twéé mensen toe. Die moeten dus perfect op elkaar zijn ingespeeld, functioneren als één.”

Takens is de act gaan naspelen “want er was door corona toch veel tijd voorhanden”. Samen met collega Guyllaume Wibowo heeft hij dat plan opgevat, met het oog op wellicht een komende, nieuwe en gezamenlijke show. “Je moet jezelf in tweeën splitsen qua karakter,” heeft hij gemerkt, “je bent jezelf terwijl je naast de kapstok staat, maar bent ook de jas.”

Vanuit Italië kreeg hij na een post op sociale media al eens een belletje. Of hij daar in een tv-show met de ‘jas-act’ wilde optreden. Dat lag toen lastig, “want we hadden toen nog maar anderhalve minuut aan materiaal.”

Mini & Maxi gebruiken het goochelen om het ‘verhaal’ te verbeteren. “Het zijn theatermakers, geen goochelaars. Ze gebruiken elementen uit de magie als toegevoegde waarde. Bij het goochelen gaat het om de truc.” Hij wil dat ook gaan doen, de switch maken naar het goochelen als middel in plaats van doel.

Dat komt mooi uit, want De Rooij is tegenwoordig zijn vaste leermeester, waar hij als tiener gecoacht werd door grootmeester Ger Copper. Hagenaar De Rooij, bekend als voorvechter van circus en variété, treedt vaker op als coach slash eindregisseur, onder meer bij theatergroepen als de Ashton Brothers, Släpstick en Percossa. De Rooij organiseert optredens met zijn stichting Scala Variété aan Zee, voorheen in onder meer het Ketelhuis van Theater de Regentes.

Takens zou wel weer aan de bak willen. “Er staan nu weinig optredens in mijn agenda, helaas. Ik voel me soms als een acrobaat die maar moet zien te overleven. Vanzelf zie ik ernaar uit dat alles weer mag. Ik zou graag een keer in Den Haag een show geven met wat ik de laatste tijd heb ontwikkeld.”

Biografietje
Niek Takens won meermaals het Nederlands Kampioenschap en behaalde prijzen van Frankrijk, Italië en Engeland tot China (Shanghai en Beijing). Ook trad hij op in Las Vegas (VS), walhalla voor goochelaars. In 2017 werd hij Europese vicekampioen, en in 2018 zesde op het wereldkampioenschap te Busan (Zuid-Korea). Hij werkte met de Ashton Brothers in de shows Welcome to the Ashton Brothers en Ashtonia.

Credits
De ‘jas-act’ is, naast integrale shows van Mini & Maxi, onder meer te vinden op YouTube.

‘Een ‘Orozco’ was zeker duizend gulden goedkoper’

Serie Den Haag Centraal: Juweeltjes

Alfred Birney over zijn lievelingsgitaar

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hun dierbaar is. In deze aflevering: schrijver Alfred Birney: “Op verjaardagen poets ik haar altijd op.”

Zijn eerste ingeving: Metamorphose, magnum opus van Escher. Meer bijzonder variant drie. Maar, tja, het oude hoofdpostkantoor aan het Kerkplein is opgedoekt. En daar hing dat 48 meter lange wereldberoemde meesterwerk al sinds 1969 pontificaal te pronken, zó dat hij er altijd graag een omweggetje voor legde.

Waar het origineel na 2008 gebleven is…? Enig speurwerk leert dat het achter de paspoortcontrole in Lounge 4 op Schiphol hangt.

Niet meer in de stad aanwezig, dus niet van toepassing voor deze rubriek. Dan maar een ander object. En na wat denkkracht: het door hem meest gekoesterde object, Model 15, ligt nota bene pal naast hem! Nog wel met de hand gesigneerd en genummerd. Opgeborgen in een dichtgegespte zwarte koffer.

Het gaat hier, vertelt Birney, om zijn klassieke Juan Orozco gitaar, bouwjaar 1978. Meer dan veertig jaar heeft zijn geliefde Spaanse lief en leed met hem gedeeld. Of was het andersom? “Kijk, ziet hij op de aankoopbon: 21 juni 1979. Straks vier ik dus haar 42e verjaardag. “Ik poets haar op verjaardagen altijd op. Ze krijgt dan ook steevast nieuwe snaren,” verkneukelt hij zich alvast.

Hij dreef in die jaren een gitaarpraktijk, introduceerde het gecombineerde noten- en tabulatuurschrift voor gitaristen, dat gretig aftrek vond. Door een beschadiging van zijn linkerhand zo rond zijn dertigste heeft hij het lesgeven eraan moeten geven. Later leidden artrose “en andere hommeles” ertoe dat hij zijn Martins en andere merkgitaren eerst aan de wilgen moest hangen en daarna verkocht.

De Orozco heeft hij echter altijd in bezit gehouden. “Al zit zij vol krassen en deuken, en is zij deels opnieuw gelakt omdat ik er een ‘golpeador’ op had om flamenco te kunnen spelen, toch blijft zij ontegenzeggelijk mooi.” Hij bespeelt zijn geliefde nog in alle toonaarden: van jazz, blues tot folk “en soms een beetje pop of bossa nova. Alleen klassiek, dat gaat niet meer zo goed.”

Orozco’s waren beroemd, onder meer door een ‘groot’ geluid en sonore bas. “De gemiddelde conservatoriumstudent had minstens een ‘Ramirez’ nodig,” herinnert Birney zich over de reputatie van zijn toenmalige aankoop, “maar een ‘Orozco’ was zeker duizend gulden goedkoper – en klonk minstens even goed.”

Zijn gitaar, het merk dan, is vandaag de dag een collector’s item, weet Birney. “Ze worden niet meer gebouwd.” Intussen is er wel een eerbetoon op de markt, in de vorm van de zogeheten ‘Artesano Maestro S.’

Nadat de gitaar naar het tweede plan van zijn leven was verwezen, bleek hij over een dubbeltalent als schrijver te beschikken. In zijn literaire werk trekt ‘de gitaar’ nu en dan nog voorbij. Bijvoorbeeld in ‘Rivier de Lossie’ uit 2009. Daar raakt een gitarist in Birneys voorouderlijk Schotland in de ban van een vrouw die hij meent te herkennen van The Ferryman’s Daughter, een ballade van folkzanger Donovan.

Ook in de De tolk van Java speelt de gitaar een rol – maar veel meer nog de plek, want dáár, uitgerekend naast de woning waar hij, pal onder het puntdak dat er toen nog op gloreerde, werd verwekt, kocht hij zijn Orozco, “bij gitaarbouwer Peer Dellen, toen die nog aan de Bilderdijkstraat een zaak had.”

Hij pakt De tolk van Java erbij, citeert uit pagina 42: ‘Mijn ouders woonden vlak voor mijn geboorte in een obscuur hotelletje tegenover de Openbare Bibliotheek aan de Bilderdijkstraat. Het pand op nummer 12 werd permanent bewoond door toneelspelers. Er zaten bekende namen bij uit die tijd: Jan Retèl, Sigrid Koetse. Vele jaren later zou het een liederlijke kast worden waar minnaars elkaar troffen tijdens kantooruren.’

Biografie
Alfred Birney (1951) is schrijver, essayist en columnist. In 1991 kreeg hij de literaire G.W.J. Paagman-prijs. Voor ‘De Tolk van Java’ kreeg hij in 2017 de Libris Literatuurprijs en de Henriette Roland Holst-prijs. Meer informatie: https://alfredbirney.com/

Gitaren in Den Haag
In Den Haag zijn gitaren te vinden bij onder meer Guitar Chop Shop (Zoutmanstraat), Key Music (Noordeinde) en Max Guitar (Lelykade).