Sloepdobberen onder het melkwoud

Branoul wekt de beroemde nacht van Llareggyb tot leven middels spel, muziek, geluid, zang en … een old school ‘gerauschmacher’.

Llareggyb. ‘Om te beginnen bij het begin: Het is lente, nacht zonder maan in de kleine stad, zonder ster en Bijbelzwart, de stille straten en het gekromde vrijers- en konijnenwoud hinken onzichtbaar naar de sleezwarte, trage, zwarte, kraaizwarte, sloepdobberende zee.’

Het hoorspel van Dylan Thomas (1914-1953) – hierboven geciteerd in de unieke wormvormige vertaling van Hugo Claus – dat de BBC in 1954 op de radio uitzond, zou ‘De dolle stad’ heten. En inderdaad: dit schilderachtige vissersstadje in Wales is bijkans krols van de lente die haar gedurende de korte tijd van het spel, niet meer dan een dag en een nacht trouwens, overvalt. Toch heeft het de titel ‘Onder het melkwoud’ gekregen.

Verschillende stemmen nemen je gedurende een etmaal op sleeptouw mee en net als in de ‘Ulysses’ van James Joyce, begeleiden je langs straten, pleinen en weiden van het dorpje-aan-zee. Je krijgt het voorrecht om in hun huizen te snuisteren en als ze ogenschijnlijk slapen zul je hun dromen zien. Je zult ze hardop horen denken over hun doden, hun geliefden, over hun onderdrukte verlangens en verwensingen. Ondertussen strijkt de tijd voorbij. En kruipt de dageraad ijlend naderbij.

Verschillende mensen uit het illustere fictieve dorpje aan de Atlantische oceaan worden zo door Thomas, zelfverklaard woordenmaniak, in hun grotesk-ontroerende dagelijkse doen en laten gevolgd en beschreven. Het zijn surrealistische capriolen, die soms komisch, soms tragisch zijn.

Onophoudelijk laat hij nieuwe figuren opduiken, die hij met intens scherpe blik moet hebben gadegeslagen en daarna vol overgave en met barokke overvolheid vastgelegd. Van baby’s die slapen, de boeren, de vissers, de handelaren, de postbode en de minnares tot de zwempotige mosselwijven en de zindelijke huisvrouwen.

Allen dromen. Van de zeeroversdolle zee. Van de doden. Van de havenhoeren. Van het geld. Van rattenkruidkoekjes, gewurgde parkieten en schaamteloze blote meisjes. In de handen van Thomas is een doorsnee dorpskroniek veranderd in een loeiend broeinest van geheimen, angsten en verlangens. Want Thomas vergunt ons een inkijk in de intiemste roerselen van het menselijk hart. En dat alles in de overwoekerende glorie van zijn taalvondsten.

Thomas doopte ‘Onder het melkwoud’ tot een ‘play for voices’. En dat is precies wat Branoul producties er mee doet: Een live stemmenspel smeden naar het origineel, als een opwindend dagreisje, en meegenomen aan de hand van drie acteurs (Sijtze van der Meer, Roeland Drost, Bob Schwarze). Bij elkaar verklanken en verbeelden ze 60 personages, terwijl ze zijn omgeven door een zee aan geluiden. En door een geluidstovenaar, een ‘gerauschmacher’ die voor geluidseffecten zorgt.

“Twee jaar geleden hebben we deze tekst al eens gedaan, toen met De Bende van Branoul” geeft Bob Schwarze, directeur/acteur van Branoul aan, “dat is een groepje kunstenaars dat Branoul een warm hart toedraagt. Maar nu gaan we het heel anders doen. Je ziet geen personages in beeld, maar wel personen ontstaan. Het is een prachttekst, maar om die louter en alleen voor te dragen vergt wel erg veel concentratie bij het publiek. Daarom wordt het een afwisseling van declameren, geluid en scènes uitspelen.”

Branoul: ‘Onder het melkwoud’. Van vrijdag 1 maart tot en met zondag 17 maart 2019. Meer informatie: branoul.nl.

Advertenties

Een politiek overgoten salsafestijn

Celia Cruz ontmoet Celia Sánchez.

In de muzikale voorstelling ‘Celia!’ ontmoeten twee Cubaanse iconen elkaar: Celia Cruz en Celia Sánchez.

1960, New York City. De kleedkamer van Celia Cruz na afloop van een concert. Cruz, salsakoningin, denkt erover staatsburger van de VS te worden als ze er een ontmoeting heeft met Celia Sánchez, Cubaans revolutionair en Castro’s rechterhand. Sánchez paait, bespeelt en manipuleert Cruz om terug te komen naar Cuba en zich in te zetten voor de revolutie: ‘Dan zijn we onverslaanbaar!’ Maar Cruz gelooft er niet in en heeft evenmin fiducie in het systeem dat de bevolking na het dictatoriale regime van Batista met Fidel Castro is opgedrongen.

Celia Cruz (1925-2003). Uitgeweken – want vóór vrijheid en tégen revolutie. Of beter: niet naar Cuba teruggekeerd van een buitenlandse tournee. Later werd ze formeel door het Castro-regime verbannen. Haar muziek werd op het eiland van rum en dans verboden verklaard, geen enkele staatszender zond nog nummers van haar uit. Maar haar populariteit bleef. De laatste twintig jaar van haar leven werd de muziek weer wel gedraaid. Toch bleven details over haar leven in New York verborgen voor het oog van de Cubanen. In New York had ze haar toevluchtsoord gevonden. Nimmer na haar vlucht zag ze, buiten een enkel verloren bezoekje aan Guantánamo Bay, VS-grondgebied immers, haar geboortegrond terug – ook niet na haar dood.

Haar tegenvoeter in de muziektheatervoorstelling ‘Celia!’ is dus Celia Sánchez (1920-1980, Susan Visser). Weinigen twijfelen aan de sleutelrol die zij als vrouwelijk revolutionair heeft gespeeld. Twintig jaar lang stond ze in het centrum van de Cubaanse revolutie, meer nog dan ‘Che’ Guevara. Fidel Castro (Eric Corton) noemde haar ‘de meest oorspronkelijk bloem van de revolutie’.

De levensverhalen van de twee staan centraal in een swingend salsafestijn met live muziek en een daar overheen gelegde diepmenselijke en gelaagde vertelling over idealen, vrijheid en bedrog. “Het is een fictieve ontmoeting, daar in New York City,” schetst Manoushka Zeegelaar Breeveld de beginsituatie van de muziektheatervoorstelling. Zij vertolkt daarin de rol van Cruz. “Maar die staat symbool voor zovele Cubanen die voor of tegen de revolutie waren, en die elkaar probeerden te overtuigen van hun gelijk.”

Twee sterke vrouwen, volgens haar. “Ze staan allebei voor een gelijkgestemd ideaal, namelijk het bevechten en het bereiken van een beter leven voor de bevolking van Cuba. Ik vind dat ze op hun eigen manier allebei gelijk hebben. Ze zijn beiden voor vrijheid, maar op een totaal verschillende manier. Het mooie is dat ze hier in dit verhaal elkaar vinden in wederzijds respect.”

Manoushka: “In een van de scènes twijfelt Celia Cruz of ze terug zal gaan naar Cuba. Ze heeft indertijd alles moeten achterlaten, en haar zieke moeder kan ze niet bezoeken. Ook is ze bang dat ze opnieuw mensen om haar heen gaat verliezen aan de revolutie, vrienden en anderen die het verlangen misschien niet weten te weerstaan.”

Het verhaal van Cruz raakt Zeegelaar Breeveld. Ze voelt zich verwant, allereerst omdat ze in Suriname opgroeide met Cruz’ salsamuziek om zich heen. “Die is me met de paplepel ingegoten, mijn ouders waren gek op haar muziek.” Meer nog raakt haar het gegeven dat zijzelf na haar studiejaren aan de Haagse Hogeschool besloot om Suriname de rug toe te keren. “Het ging in de jaren negentig slecht met Suriname. Nadat ik in Nederland mijn Surinaamse man leerde kennen, zijn we hier gebleven. Ik heb geen spijt.” Een permanent of langdurig verblijf aan de noordoostkust van Zuid-Amerika zit er niet in: “In Suriname kan ik niet van het theater leven. Wel gaan we nu ieder jaar terug.”

Op Cuba is Manoushka nooit geweest. “Maar dat gaat vast nog gebeuren. Wel heb ik in de Bronx in New York het graf van Celia Cruz bezocht. Daar is een mausoleumpje voor haar opgericht met de Cubaanse vlag erbij. In haar grafkist ligt het handje Cubaanse aarde dat ze van Guantánamo had meegenomen.”

Urban Myth: ‘Celia!’ Met ook latinband Timbazo. Zondagmiddag 24 februari 2019 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie en tickets: hnt.nl.

Ik wou dat ik niemand was

Toon Tellegen & het Wisselend Toonkwintet: Ik wou

In het prentenboek Ik wou vloeien kinderportretten van de Belgische illustratrice Ingrid Godon samen met korte poëtische teksten van Toon Tellegen. Corrie van Binsbergen maakte er onlangs muziek bij en bracht het geheel samen.

Als kind wil je vaak juist dingen doen, hebben of zijn die niet kunnen. Wonderlijke verlangens zijn het: eens een wandelingetje op de maan maken of een kijkje op Pluto nemen bijvoorbeeld, of een wens doen (en dan wensen om iedere dag een wens te doen), dat je een bijzonder huisdier had, een neushoorn bijvoorbeeld. Wat duisterder: ik wou dat ik alleen was, nee, dat is nog te veel, ik wou dat ik niemand was. Of: ik wou dat geluk een ding was. En, toen je al wat ouder was: wereldvrede stichten.

“Muziek maken,” antwoordt Corrie van Binsbergen vrijwel meteen. “Ik speelde al gitaar toen ik zeven was en droomde toen fantasieën dat ik als straatmuzikant door het leven wilde gaan en, wat later, als klassiek gitarist. Totdat ik bedacht dat ik niet in m’n eentje muziek wilde maken maar liever samenwerk.”

Ze heeft haar droom waargemaakt, want ze is al decennia een gevierd gitarist in roemruchte (jazz)bands als Corrie en de Brokken, Corrie en de (Grote) Brokken en Vanbinsbergen Playstation. Met Het Wisselend Toonkwintet reist Van Binsbergen dezer dagen stad en (buur)land af met het programma Ik wou. Beeldende kunst, literatuur en muziek vloeien erin samen. Ze noemt het een caleidoscopisch programma.

‘Ik wou’ is in oorsprong een prentenboek met kinderportretten van de Belgische illustratrice Ingrid Godon. Toon Tellegen, de arts die schrijver werd, maakte er voor haar in 2011 korte poëtische teksten bij, vertellingen die haar al erg ingezoomde portretten laten spreken. Onlangs maakte Corrie van Binsbergen er muziek bij, bracht alles en iedereen samen, en dook de theaters in. Het programma wekt, in geuren, kleuren en toonaarden, het prentenboek live tot leven – met de meesterverteller die zelf voordraagt en de tekeningen van Ingrid Godon in de vorm van projecties.

“Het zijn eigenaardige en indringende kinderportretten,” vindt Van Binsbergen. “Ze zijn met een vermenging van realisme en stilering getekend, op de manier waarop kinderen vroeger in de lens van een camera staarden. Dat moest langdurig vanwege de sluitertijd die toen voor het maken van een foto nodig was. Je gaat door de blik die ze in hun ogen hebben afvragen wat er in hun bolletje omgaat.”

De poëtische vertellingen die Tellegen bij de tekeningen schreef zijn mijmeringen, overpeinzingen en soms spitsvondige uitspraken, gezien vanuit het standpunt van de figuur op het portret. Ze raken, laten je glimlachen en stemmen soms ook tot een licht filosofisch nadenken.

Van Binsbergen: “Soms bekruipt je het gevoel dat de verhalen niet zozeer gaan over het geportretteerde kind maar over Toon zelf. Er wordt in de ‘voorstelling’ in ieder geval ook gestoeid met de ik-vorm.”

Ze componeerde ondersteunende en versterkende muziek die nooit indruist tegen de toon van Toon. “Het was een legpuzzel,” zegt Van Binsbergen over de opzet en het samenstellen van het programma. “Nu eens versterken muziek, beeld en taal elkaar, dan weer laat ik de elementen voor zichzelf spreken.”

Verhalen en poëzie zijn sinds 2000 belangrijke drijfveren in haar werk. Dat begon met Corrie en de Grote Brokken toen ze Kado uit de hel! componeerde, een mini-opera met teksten van onder anderen Maria Goos, Toon Tellegen, Dante en Jules Deelder. In 2003 startte ze de serie Schrijvers in Concert, waarvoor ze schrijvers uitnodigde om voor te lezen uit eigen werk. Ze werkte samen met een keur aan prominente schrijvers onder wie Remco Campert, Kees van Kooten, Esther Gerritsen, Tommy Wieringa, Griet Op de Beeck, Renate Dorrestein en, onlangs nog, met Dimitri Verhulst. Met Toon Tellegen werkt ze als sinds 2006 samen.

Ik wou door Toon Tellegen en het Wisselend Toonkwintet. In De Nieuwe Regentes op zondag 20 januari, 15.00 uur. Meer informatie en tickets: denieuweregentes.nl.

Carnivale 2018 metershoog de lucht in

“Glühwein,” antwoordt Anne van der Zwaard van Carnivale.

“Zodra ik de overheersende kruidnagelgeur ervan weer opsnuif dan weet ik dat het begonnen is.” Van der Zwaard is samen met Joris Hentenaar bedenker en drijvende kracht achter het jaarlijkse Carnivale-feest.

De zevende editie staat op stapel. Het winterfeest draait om het samenbrengen van mensen in een setting van magie, betovering en verwondering. Daartoe wordt het Huijgenspark omgetoverd tot een soort van open vaudeville-dorp waar rariteiten, populair-wetenschappelijke acts en bizarre bezienswaardigheden door en over elkaar heen buitelen. Iets wat je het midden zou noemen van wat je ziet op een circus en een kermis – maar dan honderd jaar in de tijd terug.

Carnivale voorziet graag in de inwendige mens. Naast de drankorgels die in twee horecatenten staan opgesteld, is er straks volop winterse kost, van stamppot tot Dikke Patatten en Smouteballen. “Dat zijn kleine oliebolletjes. Ik ben er dol op.”

Maar de meest calorierijke hoofdschotel is en blijft toch het programma. “We hebben dit jaar een paar hele grote nieuwe acts,” verklapt Van der Zwaard. “De hoofdact is geheel spiksplinternieuw: de ‘Rocket Man’, bedacht en uitgevoerd door de man die voorheen bij ons ‘De Man van Twee Miljoen Volt’ deed. Nu wordt hij meters de lucht ingeschoten. Ik ben benieuwd hoe dat af gaat lopen. Er komt een fakir over uit Barcelona. Die gaat vurige dingen doen met klinkende zwaarden en glimmende haken, niet geschikt voor de weke maag,” waarschuwt ze alvast. Hij doet een show van drie kwartier, dat is lang voor Carnivale-begrippen. “In de namiddag is er een versie waar de hele familie naartoe kan.”

Een andere grootheid die Carnivale heeft weten te strikken voor editie 2018 is Oliver Zimmerman. “Hij is koordloper. Hij gaat grote hoogten bezweren door dwars over het Huijgenspark een oversteek te maken. Dat wordt hopen en bidden dat hij niet zal vallen,” lacht van der Zwaard. “Dit jaar is overigens De Steile Wand voor het laatst, want rijder Henny Kroeze gaat met pensioen. Het wordt letterlijk zijn slot-act, zijn allerlaatste, hier op de Carnivale. Met hem sluiten we ook zelf de editie 2018 af.”

Muziek
“Zelf ben ik dol op straatmuzikanten, ” zegt Van der Zwaard. “Al treden hier de meesten in een van de tenten op. The Balcony Players moet je horen en Street Beat Empire. Ook The Small Time Crooks zijn dit jaar van de partij, een ‘Haags’ begrip, maar ze hebben ook daarbuiten veel fans. Ook Sarina’s Blues zou ik niet missen. Zo nu en dan worden optredens opgeluisterd of afgewisseld door spannende danseressen.”

Parlando
Als eind december het park wederom in vuur en vlam gaat fungeert levende legende Fritz Parlando wederom als directeur en gastheer. “De bende van de Carnivale staat onder zijn denkbeeldige leiding, hij slaat met zijn grote maar warme knoesten om alles en iedereen heen en houdt alles gezellig bijeen. Dit is de derde editie dat hij bij ons is. Hij leidt ook het boksgala. Daar wordt ouderwets gebokst met als omheining van dat ruwe, rafelige touw en met talkpoeder dat je om de oren vliegt. Het zijn echte boksers, maar met een twist. Soms belandt spontaan een mafkees uit het publiek en met een grote bek binnen de touwen, maar die wordt dan wel op z’n nummer gezet.”

Vrijwillig
“Daar ben ik nog het meest trots op,” glimt Anne van der Zwaard. Natuurlijk is ze als een pauw zo trots op het programma – dat wederom als een huis staat – maar de belangeloze inzet en deelname van een leger aan vrijwilligers aan het welslagen van Carnivale, dat maakt haar pas echt blij. “Dat de hele buurt jaar in jaar uit meedoet is fantastisch.” Maandagavond had ze de eerste bijeenkomst met ‘haar’ ploeg. Honderdvijftig man op dit kluitje samengepakt,” wijst ze naar Café De Overkant vanuit het PvdA-honk van de afdeling Den Haag waar tijdelijk de ‘headquarters’ van Carnivale gevestigd zijn. “Straks zijn dat er wel zo’n 180.”

Glühwhein dus, hectoliters. Het is het favoriete drankje van de jaarlijks doorgaans meer dan tienduizend Carnivale-bezoekers. Om hoeveel het in totaal van het kruidnageldrankje gaat tijdens de vier dwaze dagen, hangt af van de buitentemperatuur, vertelt ze. “Grappig is dat. Zodra het minder koud is lopen de speciaalbiertjes het best.”

Carnivale. Van donderdag 27 tot en met zondag 30 december 2018. Meer informatie: carnivale.nl.

To Phi – or not to Phi

Spelen tot het kookpunt in Alles van waarde

Toen tv-crack Jandino Asporaat hem vroeg een Chinees typetje te creëren, antwoordde Phi Nguyen: ‘Zeg het maar. Ik heb drie versies voor je.’

Stond hij daar opeens in de keuken van Guts & Glory in Amsterdam, bakkend en bradend, zwarte sloof en witte koksbuis voor, ergens tussen haute cuisine en ruig koken in. ‘Al vanaf mijn zevende kook ik voor mezelf en vanaf mijn vijftiende in restaurants. Ik doe het vanuit mijn natuur, net als toneelspelen.’

Koksijde, 2016. What’s in a name? Belgische Westkust. Na zeven hoogtijjaren als beroepsacteur besloot hij de beroemde opleiding tot kok aan de hotelschool Ter Duinen te gaan volgen. Hij had tabak van toneel na aanhoudende bezuinigingsrondes. ‘Ik werd verdrietig, kon mezelf niet meer inspireren, laat staan anderen. Ik moest en zou een ‘sabbatical’. Ik heb toen alle projecten afgezegd, op Lord of the Flies van NTjong na. Dus ik wist vooraf dat ik wel weer zou spelen.’

De culinaire omgeving deed hem goed, al miste hij al op dag één het toneel. Na een halfjaar stopte hij de opleiding. ‘Niet uitdagend genoeg.’ Weg diploma. ‘Je hebt geen diploma nodig om kok te zijn of acteur. Zegt niets over je kwaliteiten.’

Voor goede vrienden fungeert hij nog geregeld als freelance koksmaat – steeds vaker ook op het theaterpodium, ‘al is dat geen doel op zich’. Bij de Veenfabriek in Leiden is hij speler/kok bij de ‘Veenproeven’.’

En op Oerol, rond de voorstelling Pinokkio, ook van de Veenfabriek, creëerde hij een ‘vegan’ bonenschotel. ‘Hoe het avontuur van koken en theater zich verder ontwikkelt, weet ik niet. Een carrière op beide vakgebieden is onmogelijk denk ik. Al heb ik, gek genoeg, meer aanleg voor koken dan voor acteren; maar dan wel weer meer voor spelen dan voor koken.’

Phi Nguyen, homo ludens.

Spelen is zijn levenselixer, zijn spirituele zoektocht naar waarheid. En dan vooral naar ‘hoe zuiver te spelen’. Phi: ‘Ik wil sámen spelen in plaats van zelf willen winnen’. Spelen is voor hem vooral contact maken, soms ook ‘een puzzel die niet altijd leuk is om op te lossen’.

Hij heeft het over Pessoa, ‘een dichter die schrijft zoals ik zou willen spelen’, reciteert uit Autopsychografie en haalt Over de dorpen van Peter Handke aan. ‘Die zijn leidend voor mijn benadering van toneelspelen. Of dat lukt is een tweede.’

Klopt het nog wat ik doe? Dat is zijn levenshouding. Vroeger was hij geregeld chagrijnig over zijn spel, want: het kon toch béter? Tegenwoordig nog maar zelden, steeds vaker denkt hij: ‘Stop! Even genieten!’ Een schuchter lachje breekt door.

Mark Colijn, docent op zijn middelbare school, bracht hem op het spoor van het toneelspel. ‘Ik heb nooit acteur willen worden. Maar op schooltoneel merkte ik dat ik er makkelijker en dieper contact maakte dan met vrienden. En als speler was ik bloedfanatiek. Bij een nazit barstte ik destijds van kwaadheid in tranen uit. Ik vond dat we niet sámen hadden gespeeld, dat het een-ieder-voor-zichzelf was geweest. Iedereen was muisstil.’

Het betekende achteraf een ferme duw richting professionele toneelopleiding. Hij begon aan de vooropleiding in Utrecht en volgde daarna de toneelopleiding in Arnhem. ‘Elke dag was ik in tranen. Ik vroeg me elke dag af: Kan ik dit wel?’

Jeugdtheater, autonoom werk, repertoire, experimenteel, grote en kleine zaal, tot film en beeldende kunst.’Ja, wat ik doe ligt nogal uit elkaar. Maar steeds zoek ik naar mogelijkheden om samen te spelen , zonder daarbij mijn idealen te verloochenen.’ Toen Jandino Asporaat hem voor zijn tv-sketches vroeg een Chinees typetje te creëren, antwoordde hij: ‘Kies maar. Ik heb drie versies voor je.’

Vandaag de dag is hij een veelgevraagd acteur. ‘Ik kan heel goed spelen,’ verbetert hij,’als een kind bedoel ik dan. Maar ben geen goed acteur. U vraagt wij draaien, dat kan ik niet, doe ik niet graag.’

Veemtheater, Amsterdam, 2008. De soloTo Phi or not to Phi. Vijftig fragmenten in een mix van toneel, muziek, dans en beweging. ‘Samen met regisseur Ine te Rietstap wilde ik onderzoeken tot hoe ver mijn transformaties als toneelspeler reiken en hoe het publiek naar mij kijkt: Zie je verschillende ‘beelden’ of zie je alleen een ‘Aziaat’.’

Ooit vroeg een medestudente van de toneelschool hem of hij het niet jammer vond dat hij nooit de rol van Hamlet zou kunnen spelen. Phi: ‘Een acteur wordt vaak gekozen op uiterlijke kenmerken. Slaat nergens op. Maar het gebeurt. Neem iemand met sproeten. Dat zegt niets over diens karakter. Mijn uiterlijk zegt niets over mijn innerlijk.’

Eventuele vooroordelen heeft hij intussen geslecht met rollen die gaan van Puck tot Pinokkio en Piggy tot Ping-Ping. Vandaag de dag drijft hij regelmatig zelf de spot met zijn Aziatische voorkomen. Hij lacht. Dan: ‘In Alles van waarde speel ik voor het eerst een Vietnamees!’

Kader:
Alles van waarde
In Alles van waarde verbindt de Veenfabriek muziektheater met leven, dood en kwetsbaarheid. De ooit flamboyante, maar verbitterd geraakt revolutionaire linkse kunstenaar Luuk Swaanswijk slijt in een tehuis zijn laatste dagen.

Vandaag bezoeken zijn dochter en zijn kleinzoon Huy (Phi Nguyen) hem. Wie weet voor het laatst, want Huy gaat op vredesmissie naar Venezuela. Luuk staat hier cynisch tegenover. Maar Huy meent dat hij mensen in nood kan helpen en wil vechten voor wat kwetsbaar is.

Phi over het stuk: ‘De vraag is of je de wereld kunt verbeteren. Heeft een VN-resolutie meer waarde dan atonale muziek?’

Tournee door Nederland in oktober, november en december. Meer informatie: veenfabriek.nl.

Kader:
Phi Nguyen [tweeklank ‘ng’ gevolgd door ‘uwen’] werd in 1984 geboren in Binh Tri Thien, Vietnam. Op zijn zesde emigreerde hij met zijn ouders naar Nederland. Dit seizoen speelt hij naast Alles van waarde van de Veenfabriek ook in de film Bon Bini Holland II. Ook werkt hij mee aan Hin und her van theatergroep ’t Barre Land.

Kader:
Fragment uit: Autopsychografie
Van: Fernando Pessoa
Vertaling: August Willems

De dichter wendt slechts voor
Hij veinst, zo door en door
Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn
Zijn werkelijk gevoelde pijn

‘Ik wil weten hoe zwaar die rugzak weegt’

Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar

Zeven psychisch kwetsbare jongeren, drie modellen en … een priester. Onzekerheden worden uitgedaagd, harnassen aangevallen en ongemak moedwillig opgezocht.

Begin 2017. Lies Pauwels, onverschrokken theaterfenomeen en toch van uiterst poëtische snit, ontvouwt een stoer plan: een voorstelling met jongeren die psychische kwetsbaar zijn, met fashionmodellen en een priester. Maar het mag niet uitlopen op een sociaal-artistiek project, geen crea-club zijn of naar veredelde bezigheidstherapie neigen.

Oktober 2018. Ze zijn echt en ze spelen zichzelf. Terwijl er – tijdens de repetities – roze pluimen over de scène dwarrelen, komen verwrongen zelfbeelden tot leven. Er wordt in ondergoed gepaaldanst. Op een catwalk tippelen roos-witte laarzen met ‘fragile’ als waarschuwend opschrift.

Moeten psychisch kwetsbaren ‘genezen’? En wat schuilt er achter de betoverende façade van glitter & glamour? Is de modewereld een glazen bol voor wat komen gaat? En hoe werkt een samenleving zonder enig moreel kompas?

Lies Pauwels – ze werkte samen met onder meer Alain Platel en Arne Sierens – maakte eerder wonderlijke en wonderschone semi-operateske performances, zoals de roemruchte voorstelling ‘Het Hamiltoncomplex’. Dat was een fysieke, tikkeltje filosofische voorstelling met 13 meisjes van 13 jaar – en één bodybuilder.

De voorstelling ‘Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar’ is voor haar een stap verder in het compromisloze verlangen naar theater waarin emotionele intelligentie en authenticiteit de boventoon voeren. Wie waagt het om kwetsbare jongeren te confronteren met glamour en schoonheidsidealen? “Truth or Dare gaat over kwetsbaarheid,” legt ze uit. “Ik werk met ze om wie ze zijn, niet omdat ze bij mij hun rugzak moeten legen. Maar ik wil wel van hen weten hoe zwaar die rugzak weegt.”

In Pauwels’ wereld is ogenschijnlijk niets vanzelfsprekend – en toch alles onmiskenbaar aanwezig. Ze belooft noch geeft antwoorden, maar wel een krachtig theatraal discours. Op het podium passeert daarom een reeks opties en situaties voor de ‘spelers’, die voortdurend naar elkaar verwijzen.

In onvolmaaktheid vinden we elkaar, is de onderliggende boodschap, eerder dan in het vruchteloze streven naar perfectie. “De voorstelling confronteert ons, via de eigenzinnige cast, met drie bijzondere werelden die elk op hun manier veel vertellen over wie we zijn en hoe onze maatschappij functioneert.”

Verwacht bij Pauwels ook geen duidelijke plotlijnen of gepolijste dialogen. Haar werkwijze is associatief. “Theater is mijn favoriete medium om vragen te stellen.” Maar het onvoorspelbare en grillige zijn hindernissen voor de jongeren, zeker voor wie met autisme te maken heeft.

Maakt ze het hen niet te moeilijk? “Wat zij hier doen ervaren zij als minder zwaar dan hun leven buiten. Het podium is voor hen een goede plek. Ze vinden er aansluiting met zichzelf. Dat ze hier staan is op te vatten als een statement. Iedere scène is op zichzelf een overwinning. Elke seconde op dat podium hebben ze op zichzelf moeten bevechten. Iemand aanraken, een kostuum aantrekken, op blote voeten lopen, voor sommigen waren dat heel grote stappen.” Ter geruststelling: Bij iedere voorstelling reist een psycholoog mee.

Lies Pauwels / hetpaleis / Sontag: Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar. Op vrijdag 9 november 2018 in Theater aan het Spui. Meer informatie: hnt.nl/truth. Telefonisch tickets reserveren: (088) 356 53 56.

Theaterbroedplaats en tweemans theatercompagnie

Bureau Dégradé in 2018-2019

In juni beleefde theaterbroedplaats Bureau Dégradé haar wittebruidsmaand. Founding Father Label Dégradé brengt in maart een voorstelling uit rond Bauhaus.

Het was volgens het tweetal David Geysen en Carl Beukman een eerste proeve en het einde van het begin. De openingsmaand van Dégradé werd ‘Dnalysatnaf’ – ‘Fantasyland’, maar dan omgekeerd – gedoopt. Met twee kunstmanifestaties: een twaalfuurs ‘Diptiek van het geloof’ waarin beeldende kunst, dans, en streaming video samenvielen, en anderzijds de theatermarathon ‘Triptiek van de macht’. Daarin werden de in voorgaande jaren eerder uitgebrachte Dégradé-voorstellingen ‘Motel Detroit’ (over Amerika), ‘Polonium-210’ (over Rusland) en ‘België’ (over Europa) gebundeld.

En dat op een en dezelfde dag achter elkaar gespeeld, noem het een ‘all the way’ Dégradé. ‘Dnalysatnaf’ werd verder omgeven door randprogramma’s, waaronder gesprekken en interviews.

Dégradé kent vele gezichten. Het is allereerst de winkel en het vehikel van theatermakers en voormalige ‘Appelaars’ Geysen en Beukman die de voormalige Appelloods hebben ingericht voor het voorbereiden van hun eigen producties. Maar aan de Laan van Poot moet de ruimte ook een theaterbroedplaats zijn.

“Zoals een architect eerst een ruwe schets maakt en dan een bouwtekening, zo willen we hier iedereen met een goed plan een kans geven, van theatermaker tot beeldend kunstenaar, van kok tot wetenschapper en van buurtbewoner tot nieuwkomer. Van de ‘schetsen’ die dat oplevert gaan we met de bedenkers bekijken of er meer toekomstmuziek in zit,” vertelt David Geysen.

Bureau Dégradé is naast een dynamisch atelier voor ideeënrijkdom, ook de vaste stek voor de try-out voorstellingen van Label Dégradé. In feite is het hun eigen experimenteerruimte voor zelfbenoemd ‘extreem beeldend geluidstheater’. “We proberen de grenzen op te rekken in beeld, geluid en tekst. ‘Extreem’ kan ook heel klein, zacht en minimalistisch zijn,” licht Carl Beukman toe. “Maar bij ons in ieder geval theatraal, multidisciplinair en met oog voor experiment.”

Na de ‘Diptiek van het geloof’ in juni volgt in november de ‘schets’ ‘Damnatio memoriae’. Een term uit de Romeinse oudheid die het wissen van een persoon of gebeurtenis uit de geschiedenis en het collectieve geheugen behelst.

“Wij gaan samenwerken met beeldend kunstenaar Gerolamo Lucente. Hij zal in opdracht van en voor ons een nieuwe cultus opzetten die het aanbidden van de kunst vertegenwoordigt. Zijn volgers zullen afkomstig zijn uit alle stadsdelen van Den Haag en een belangrijke rol vertolken in zijn werk. Gerolamo, kortweg Luca zal zijn figuur baseren op de omstreden Eliogabalus, de Romeinse keizer die verantwoordelijk was voor deze Damnatio memoriae.

Hoofdmoot voor Label Dégradé is in 2018-2019 een nieuwe productie rond de kunststroming Bauhaus, opleiding voor beeldend kunstenaars, ambachtslieden en architecten die van 1919 tot 1932 eerst te Weimar, later Dessau en daarna nog een jaar in Berlijn gevestigd was.

Geysen: “In 2019 is het honderd jaar Bauhaus. Zoals de school de muren tussen verschillende disciplines neerhaalde en met elkaar verenigde, zo willen wij naar het theater van de toekomst kijken.  Voor ons is het een must om daar een voorstelling over te maken. Dat doen we samen met beeldend kunstenaar Thijs ebbe Fokkens en kinetisch kunstenaar Nieke Koek. Bewegers, dansers, acteurs en performers maar ook mode en beeldende kunst komen samen op de vloer.”

Zouden wij vandaag de dag met een kunststroming de maatschappij nog kunnen vormgeven of veranderen?, zo vraagt het duo zich extreem hard af. De voorstelling wordt rond maart 2019 uitgebracht.

Meer informatie: degrade.nl.