Olympische Spelen van Den Haag

Cirque du Soleil strijkt neer op Malieveld

Olympische Spelen in… Den Haag!

Het circus is terug – van eigenlijk nooit helemáál weggeweest. Het zaagselhout, het zand van de piste en de getemde diereninbreng zijn dan wel passé maar inmiddels is dat alles ingeruild voor een meer artistiek aandoende versie van het genre:

In Den Haag houdt theater Korzo twee keer per jaar een festival dat ‘Cirque Mania’ is gedoopt, het Zuiderstrandtheater heeft regelmatig internationale circusacts in de aanbieding en ook Club Lourdes en theater De Nieuwe Regentes doen nu en dan een duit in het zakje. De Haagse voorvechter van variété Karel de Rooij (de ‘Mini’ van Maxi) kan tevreden zijn met deze ontwikkelingen. Klap op de vuurpijl is natuurlijk de komst van Cirque du Soleil. Behalve een evenement is het ook artistiek hoogstaand amusement. De komende week strijkt het wereldberoemde circus met het programma TOTEM voor het eerst neer in de hofstad, op het Malieveld. De ambitie van het stadsbestuur is om Cirque du Soleil voortaan jaarlijks naar het Malieveld te halen.

Franck Hanselman is company manager bij de Canadezen.

“Als Company Manager ben ik operationeel eindverantwoordelijk voor de show. Kort gezegd komt het erop neer dat ik ervoor moet zorgen dat de show iedere dag wordt opgevoerd. Dat doe ik samen met een team van directeuren, die ieder hun eigen afdeling aansturen. In totaal zijn we met 120 man op tournee. Daarnaast werken we in iedere stad met zo’n honderd plaatselijke arbeidskrachten om alles zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Hoeveel shows van ‘Totem’ heb je er inmiddels al op zitten? En doe je ook andere shows?
‘Totem’ is begonnen in april 2010 en heeft er al meer dan 3000 voorstellingen op zitten. Zelf ben ik ruim twee jaar bij de show, vanaf het moment dat ze vanuit Japan naar Europa kwamen. Voorheen heb ik bij zeven andere shows van Cirque du Soleil gewerkt, maar momenteel houd ik me alleen bezig met ‘Totem’. Geen dag is hetzelfde. Ik weet eigenlijk nooit precies wat me te wachten staat, en dat houdt het spannend. Er kan een technisch probleem zijn, of iets met één van de artiesten, soms doe ik interviews met de pers, ik plan vooruit voor de volgende steden, er kan een telefoontje komen uit ons hoofdkantoor in Montreal met een dringende vraag, van alles. Daarnaast blijft het iedere dag heel mooi om de reactie en het applaus van het publiek te horen. Niet alleen de artiesten, ook de koks, de loodgieter en iedereen die bij ons werkt geniet daarvan. Dan weten we dat het ons weer is gelukt om een mooie show te brengen, die de mensen gedurende ruim twee uur even hun dagelijkse sleur laat vergeten terwijl ze genieten van acrobatiek, muziek en kostuums van wereldklasse.”

Er zijn vast heel wat anekdotes te vertellen…
“Het is weleens gebeurd dat vlak voor de voorstelling de stroom is uitgevallen. Daarnaast is het leuk als er bijzondere gasten in het publiek zitten. Een aantal jaren geleden, toen we in Madrid stonden, kwam de koningin van Spanje met haar kinderen en vrienden. Ze vond het zo mooi, dat ze de week erna terugkwam met haar man en schoonmoeder. En afgelopen januari in Londen waren Prins Harry en zijn vrouw bij de première. Maar uiteindelijk is iedere bezoeker voor ons even belangrijk.”

Wat vind jij de mooiste, beste, knapste act uit het programma?
Iedere act is anders en op zijn manier bijzonder, dus het is lastig kiezen. Je vraagt een ouder ook niet wie zijn favoriete kind is, haha. Onze Chinese eenwielers van twee meter hoog en daarbij kommetjes naar elkaar toe schoppen zijn indrukwekkend, ons rolschaatspaar dat duizelingwekkend snel op een superklein platform rondjes draait is adembenemend, onze voetjonglerende tweeling doet je versteld staan, en bij onze Russian Bar artiesten zit je ook op het puntje van je stoel, om maar een paar acts te noemen. Het is moeilijk om er eentje uit te pikken. En dan heb ik het nog niet over de live muziek, die speciaal voor de show is gecomponeerd, en waarvoor inspiratie is gehaald uit verschillende culturen.”

Wat zijn je verwachtingen ten aanzien van ‘Den Haag’?
“Het is voor het allereerst dat Cirque du Soleil met een show naar Den Haag komt, dus de verwachtingen zijn hoog gespannen. Het Malieveld is bovendien een uitgelezen plek. We zijn heel tevreden over de samenwerking met de gemeente. We hopen dan ook regelmatig te kunnen terugkeren.”

Cirque du Soleil, ‘Totem’, t/m 8 december 2019, verschillende aanvangstijden, Malieveld. Meer informatie: www.cirquedusoleil.com

Sentimentele piraten en een stoere kapitein

Bijna alles loopt in de soep

Vrouw Houtebeen is de eerste hoopvolle klimaatopera ter wereld. Vrijdag 6 september gaat hij in première in het Zuiderstrandtheater.

Herinnert u zich deze nog? ‘Al die willen te kaap’ren varen / Moeten mannen met baarden zij / Jan, Pier, Tjores en Corneel /  Die hebben baarden, die hebben baarden, zij varen mee’. Het lied gaat over een groep zeevaarders. Met ‘baarden’ wordt bedoeld dat het mannen moeten zijn die niet voor een kleintje vervaard zijn.

De Corneel van dit lied uit begin negentiende eeuw is Cornelis Corneliszoon Jol, geboren in het jaar 1597 in Scheveningen. Beroep: Kaper. Feitelijk: admiraal van de West-Indische Compagnie tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Bij overvallen maakte hij goud en zilver buit op Spaanse en Portugese schepen. Vergeten zeeheld. Voor Jol geen praalgraf in Delft, zoals voor Piet Hein. ‘Houtebeen’ werd hij genoemd nadat hij in een gevecht gewond was geraakt en een van zijn benen moest worden afgezet. Tot zover dit geschiedenisklasje.

“Met ‘Vrouw Houtebeen’ laten we nu eens niet de vrouw áchter, maar de vrouw vóór de man laten zien,” zegt regisseur Vincent van den Elshout over de hoofdrol van Ael Jansz.. Zij is Houtebeens echtgenote, een rol die Loes Luca op zich neemt. Naast Luca spelen de talentvolle jongelingen Kim van Zeben en Dook van Dijck, en zien we Koos Sekrève als Cornelis Jol. Zij allen worden bijgestaan door Theaterkoor Dario Fo en een projectkoor met meer dan 125 Scheveningse zangers en kinderen.

Luca doet op ingeleefde toon de verhaallijn en de lotgevallen van Ael uit de doeken. “Eerst varen vanaf Scheveningen onze mannen uit. Ik blijf achter. Maar ik heb er schoon genoeg van om een kapersvrouw te zijn. Ik wil eindelijk huisje boompje beestje; met hem hier op een bankje zitten en vanuit een duinpan naar de zee staren. Daarbij: hij is te oud geworden voor het vak. Daarom pik ik net voor hij het ruime sop kiest, zijn houten been. Want met één been houdt hij het op zee vast niet lang uit. Bovendien is het gezellig voor mij, zo’n been in huis te hebben. Als een papegaai een noodlotstijding komt overbrengen, ga ik de zee op, ook al heb ik nog nooit gevaren. Maar ik weet niet dat er verstekelingen in het ruim verborgen zitten. Zij willen de zee redden van de plastic soep. Als Ael kan mij dat niet schelen; ik ben bezig mijn man en de anderen te redden. Uiteraard komen we onderweg allerlei obstakels tegen, maar uiteindelijk vinden we elkaar onderwater in een fata morgana. Als we dan later weer thuis zijn, kijken we met weemoed op het vervlogen verleden terug,” vertelt de met comédiennebloed geboren Rotterdamse chansonnière en actrice. Het wordt een ludieke productie met serieuze ondertoon: aan de hand van dertig ‘ankerpunten’ komen in evenzovele scènes naast klimaatspijbelaars onder meer een ijsberenduet, een walvis met een gordijn, sirenen en garnalenpellers op de proppen.

Vliegschaamte en vleesvrees
In persoon is Loes Luca geen uitgesproken klimaatactivist. “Ik ben wel heel netjes in het scheiden van afval. En ik rijd een hybride auto. Maar ik vlieg wel. En ik eet vlees. Kijk, ik word dit jaar 66 en ben opgevoed met ‘vlees moet’ en ‘melk moet’. Dat krijg je er bij mij dus nooit meer uit, denk ik. Maar als ik naar mijn dochter kijk dan zou ik, als ik nu haar leeftijd had, misschien net als zij veganistisch zijn. Want de wereld gaat toch wel sneller naar de kloten dan we in de gaten hebben gehad. Ik eet al wel minder vlees, maar een boterham met kalfsleverworst is wel erg lekker, sorry kalf. Als ik voor mijn dochter kook maak ik vegetarische recepten klaar. Dus: geen ei, en soja in plaats van room en zo. Maar dat vind ik prima. Qua soep? Doe mij maar soep met ballen! Maar dat mag natuurlijk ook niet meer. Of een bloemkoolsoepje … met ham erin. In ieder geval géén plastic soep ”

IJsberenduet
In muzikale zin houdt ‘Vrouw Houtebeen’ het knipogende midden tussen opera, musical en operette, al wordt de productie ook geafficheerd als een ‘moderne odyssee’. Van den Elshout: “Maar zelf noem ik dit de eerste hoopvolle klimaatopera. En nog Nederlandstalig ook, op een tekst van Gijsje Kooter .” De operamuziek van William Gilbert & Albert Sullivan van eind 19e eeuw is opnieuw gearrangeerd en wordt gespeeld door een ‘minisymfonieorkest’ dat bestaat uit musici van het Residentie Orkest. “Ik vind het hartstikke mooie muziek,” zegt Luca, die na ‘Harde Handen’ tot een bekende verschijning is uitgegroeid aan de zeekant.

Kwekers in de kunst, Residentie Orkest en Zuiderstrandtheater, ‘Vrouw Houtebeen’, donderdag 5 t/m woensdag 11 september 2019, Zuiderstrandtheater. Meer informatie: www.zuiderstrandtheater.nl

‘Volle bak’ voor OCC

Het Onderwijs- en Cultuurcomplex (OCC) staat in de steigers

“Het beton en staal is geregeld,” vertelt Reefhuis. “En het ontwerp is inmiddels gereed. De grootste uitdaging is nu om na de constructie in anderhalf jaar de afbouw te realiseren.”

Het regende pijpenstelen verleden zaterdagochtend, op de Dag van de Bouw. Als onderdeel van de festiviteiten mocht iedereen die dat wou een eerste glimp opvangen van het inwendige van het OCC-complex, het kunsthuis-in-wording voor Nederlands Dans Theater, het Residentie Orkest, het Koninklijk Conservatorium en aan de erfopvolger van het Zuiderstrandtheater. Toch liep het storm. Met naar schatting vijftienhonderd belangstellenden was de eerste ‘volle bak’ nu al, ruim twee jaar voor de opening, een feit.

In de ingewanden was het waarachtig een doorwaadplaats naar de heiligdommen die het publiek straks in vervoering moeten brengen. Kaplaarzen waren nog net niet nodig. En nou ja: binnen… ? Het Onderwijs- en Cultuurcentrum (OCC) aan het Spui heeft dan wel het hoogste punt in de bouw bereikt en hier en daar zit er al dakbedekking op, maar voor het overige is het nog vooral een betonnen staketsel waar water weliswaar geen vrij spel meer heeft, maar de elementen nog altijd behoorlijk greep hebben. Twee van de straks vier presentatiezalen die het complex straks rijk is, staan al behoorlijk in de steigers. Reefhuis: “Het ontwerp is inmiddels gereed. De grootste uitdaging is nu om na de constructie in anderhalf jaar de afbouw te realiseren.”

De theaterzaal op de begane grond is in de toekomst vooral in gebruik bij het Nederlands Dans Theater. In wat de tribune van de zaal gaat worden, staan nu enorme steigerpartijen opgesteld, maar daarbovenop en om de zalen heen gebeurt op dit moment al van alles, vertelt Reefhuis. “De ruwbouw is af. Er zit inmiddels een dak op de zalen. Het dak is geschilderd, en we gaan straks al aan de omloopvloeren beginnen. Stiekem zit in de zalen nu al veel meer ingebouwd dan je denkt. Deze week worden de lichtbruggen, waaraan straks een groot deel van de toneelverlichting komt te hangen zoals schijnwerpers en spots, aan het plafond bevestigd en worden kabels en leidingen getrokken.” Vanaf het podiumgedeelte dat betreden mocht worden, oogt de zaal klein, maar herbergt die straks wel 1500 zitplaatsen.

Een beeldender aanblik dan de momenteel nog rudimentaire theaterzaal biedt de concertzaal, hemelsbreed op zo’n vijftig meter afstand maar wel twaalf meter de hoogte in. Daar omringen stalen binten van wat de balkonringen worden, nu al de hele zaal. Afhankelijk van de gekozen zaalopstelling, want die kan variëren, er straks maximaal 2500 bezoekers in.

De liefst veertig (!) centimeter dikke zaalmuren zijn aangebracht ten behoeve van akoestische ontkoppeling, net als de massieve trillingsblokken waarop de beide gebouwen rusten. Beide zalen zijn bovendien ‘zwevend’ gebouwd, als een doos in een doos, zodat geen akoestische ‘overspraak’ van de ene naar de andere ruimte kan optreden.

Op sommige plekken zijn al de gietijzeren trappen afgemonteerd, nu nog gehuld in plastic, teneinde mogelijke beschadigingen voor te zijn. En op de hoek van Turfmarkt en Spui is voor een groot deel een glazen gevelwand al aangebracht, die doet denken aan de glaspartij van toen van de voormalige Anton Philipszaal.

Pas ergens ver in 2021 wordt het OCC bespeeld zoals het allengs bedoeld is: met concerten en theatervoorstellingen. Er waren zaterdag alvast de eerste optredens. “Er is nagedacht over de duurzaamheid van het gebouw,” zo weet de presentatrice van het ‘zaalprogramma’. “Hemelwater wordt straks gebruikt om de toiletten door te spoelen en er komen aan de buitenzijde plekken voor vleermuizen.”

Ondertussen vinden in de top van enkele van de organisaties die het OCC (een nieuwe naam wordt na deze zomer bekendgemaakt) gaan bespelen, nogal wat wisselingen plaats. Paul Lightfoot treedt als artistiek directeur binnenkort terug en zijn algemeen directeur hangt eind deze maand de spitzen annex sokjes aan de wilgen.

Bij het Residentie Orkest is de zakelijke leiding al jaren een doorgangsplaats.

En wat het Zuiderstrandtheater betreft heeft Henk Scholten onverhoopt zijn pensionering een halfjaar uitgesteld omdat er geen geschikte opvolger kon worden gevonden. Naar verluidt zou de beoogde kandidaat zich hebben teruggetrokken omdat verhuizing naar de Residentie een vereiste voor de functie is.

Tekenend voor de matte stemming was dat van de top zaterdag niemand aanwezig was, althans niet toen dit werd opgetekend. Scholten zat zaterdag rustig in Italië, waar hij een woning gaat betrekken.

Het is te hopen dat de OCC-kar snel wordt vlotgetrokken, want de programmering moet dezer weken voor een groot deel rondkomen – anders mist Den Haag bij voorbaat de toppers van buiten de eigen stadsgrenzen.

Naar de hemel reiken

Amadeus is een buitengewone ervaring

In Amadeus is de tweestrijd tussen Mozart en Salieri waarlijk een slagveld. Regisseur Theu Boermans voegde bij Het Nationale Theater aan het origineel van Peter Shaffer karrenvrachten humor, actualiteit, subliem toneelspel – en vooral in goud uitgevoerde muziek.

Een Weens wespennest. ‘Me too. Toch nog,’ verzucht Salieri en verkneukelt zich alvast nu Constance, de volkse jonge eega van Mozart zich, na een eerste verkennende benadering, ten tweeden male bij de ‘componist des vaderlands’ vervoegt, om buiten het medeweten van haar echtgenoot in te willen gaan op diens eerdere ruilvoorstel. Dat bestaat eruit dat hij bereid is een goed woordje voor de jonge componist te doen bij de keizer – dat heet: voor zover zij zich tenminste bij hem bereidwillig toont. In natura.

Om gek van te worden, zo goed als hij was. Onbekende klankclusters. Antonio Salieri – volgens keizer Jozef II ‘creator van gelegenheidsdeuntjes’ – herkent onmiddellijk Mozarts naar de hemel reikende muzikale talent. Zijn roem was de jonge componist die heel Europa en ook Nederland al van kindsbeen af had platgespeeld, vooruitgesneld. Hij realiseert zich onmiddellijk op het moment dat Mozart zijn opwachting in Wenen maakt, dat dit ‘verbluffende virtuoosje’ zijn eigen middelmatige talent zal ontmaskeren. Hij werpt de blaam op god, met wie hij immers en zeer devoot een contract als zijn vertolker afsloot.

Laat deze zelfde god hem dan nu in de steek voor zo’n snotneus, een met een anale fixatie en overdadige vaderliefde behepte rebel,een flierefluiter die lak heeft aan conventies en nota bene op het punt om het te gaan maken? Met de komst van Mozart vreest Salieri voor zijn in lengte van jaren opgebouwde sleutelpositie aan het hof. Ondertussen wekt Mozart, een ongelovige Thomas, zijns ondanks alom wrevel aan het Weense hof, door ideeën rond te strooien die de kunstelite tegen de borst stuiten. ‘Teveel noten, gewoonweg teveel noten’, weet muzikaal onbenul alias keizer Jozef II nadat Mozart zijn nieuwste compositie heeft laat voorspelen.

Mozart versus Salieri. De tweestrijd is al tijden een dankbaar en bekend twistpunt onder musicologen. Dwarsboomde de oude Salieri tot in al zijn vezels de opkomst van Mozart? Of was er ook wederzijds respect? Was het uiteindelijk Salieri die de dood van zijn muzikale rivaal bespoedigde door hem onder onnoemelijke tijdsdruk de opdracht tot het ‘Requiem’ te geven – terwijl Mozart armlastig, doodziek en als een junk geheel in zijn eentje aan het wegkwijnen was?

Feit of fictie? Salieri zorgde rond 1825 feitelijk voor nepnieuws avant-la-lettre door op hoogbejaarde leeftijd officieel een brief na te laten. Daarin maakte hij bekend dat de dood van Mozart op zijn conto geschreven moest worden – en door zo zélf voort te leven. Sir Peter Shaffer maakte er in 1979 een bekroond toneelstuk over, dat in 1984 met medewerking van hemzelf glanzend werd verfilmd door Miloš Forman.

Bij regisseur Theu Boermans is Amadeus een uitermate geestige, bij tijden van humor overlopende vertelling over (en voor) jong en oud, vernieuwing tegenover verstarring, hoge versus lage kunst, en over de troebele verhouding tussen oppervlakkig engagement en een door literaire klassieken ingegeven levensader. Hij mixt al deze ingrediënten op weergaloze wijze en vol wellust met een soms naar overdaad neigende, soms lichtelijk over de top gaand geheel tot een nieuw genre, tot een geheel dat je misschien wel een ‘musicalette’ zou kunnen noemen, een in zijn handen een licht explosief mengsel dat toneel, musical, opera en alles daartussen ‘ontschot’ en anderzijds actualiteit en kunstpolitiek op de hak neemt.

Als er iemand is die deze veelheid aan invalshoeken tot een onderhoudend mengsel weet te creëren is híj het wel, zoals hij dat ook als regisseur van Soldaat van Oranje wist te bereiken. Maar met dit huzarenstukje reikt hij zelf naar de hemel, doet hij zelf zijn magnum opus naar de kroon steken. Het juicht, jeukt en kriebelt alom.

Met een live spelend vijftienkoppig orkestensemble en de bedwelmende sopraan Lucie Chartin van coproducent Opera2Day als diva, en zeker niet een in de laatste plaats de over de hele linie in blakende vorm verkerende spelersgroep van Het Nationale Theater – met onder meer een in bloedvorm verkerende Mark Rietman, een als popster door het leven gaande Mozart door jong talent Sander Plukaard, een onweerstaanbare jonge godin Yela de Koning als volkse Constance, en een lachwekkende Jozef II door Vincent Linthorst (zijn laatste klus bij HNT) – is dit een voorstelling die je onder geen beding wilt missen, want onderhoudend, intelligent, spannend.

Zelfs zo dat de liefde van de makers voor Mozarts muziek tot diep in de poriën bij de kijker weet door te dringen. Misschien is dat nog wel de grootste verdienste van deze machtige productie. Maar ook een machtig decor-, licht- en kostuumontwerp dragen daar veel aan bij.

Het Nationale Toneel is al langer sowieso in goeden doen, want Joris Smit werd verleden week genomineerd voor de beste dragende rol in De wereld volgens John, en Bram Suijker een nominatie voor beste bijdragende rol in We zijn hier voor Robbie, beide regies van Eric de Vroedt (was hij dan de Mozart die Boermans hier bedoelde?).

Theateralliantie met Het Nationale Theater i.s.m Opera2Day, Amadeus, tot en met zaterdag 22 juni 2019 en van dinsdag 24 tot en met zondag 29 september 2019, Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.hnt.nl

 

‘Mozart was bedreigend’

Mozart versus Salieri in Amadeus

Eerst was er het toneelstuk. Toen de film. En dan nu de muziektheatervoorstelling. Theu Boermans, de regisseur van de nu al drie miljoen keren bezochte theaterhit Soldaat van Oranje, tekent met Amadeus voor een nieuw muziektheatraal hoogtepunt.

Mozart. Hij was een van de beroemdste bezoekers hier ter stede ooit. Pas negen jaar oud was ‘Wolfje’ toen, en op die jonge leeftijd stond hij al internationaal als muzikaal wonderkind te boek. Zijn vader voerde hem en zijn zus in 1765 langs Europese hoven. Ze kwamen hier aan, in de avondstond, nabij het Zieken, waar trekschuiten uit Delft doorgaans pleegden aan te meren.

In Den Haag werd echter de een na de ander van de Mozartjes doodziek. Dankzij ‘stadsvroedmeester’ Thomas Schwencke bleven ze op de been. Op de plek waar nu de Primark staat te glunderen met mode uit kinderarbeid verkregen, gemaakt in onderbetaalde Indiase naaiateliers, herinnert een plaquette die bij de entree in de gevel is ingemetseld. Maar op zijn tiende werd Mozart net zo uitgebuit: met zijn vader als ‘manager’ componeerde hij in opdracht van het hof verschillende werken. Helaas is niet alles bewaard gebleven.

Mozart moest opboksen tegen de gevestigde orde – en daar was collega-componist Salieri zijn grootste en jaloerse tegenstrever. Tenminste: zo wordt ons dat in de beroemde film van Milos Forman uitgeserveerd, hoewel musicologen dat een tikkeltje anders zien. Toch won zijn verfilming uit 1984 liefst acht Oscars. Nog daarvóór, in 1979, was er het toneelstuk van Peter Shaffer, bekroond met meerdere Tony- en Olivier Awards. Hij liet hofcomponist Salieri verbijsterd tot het inzicht komen dat de muzikale inspiratie waar hij zelf naar zocht, door God aan Mozart werd geschonken. Daarop gaat hij een nietsontziende strijd aan met Mozart, met de muziek en uiteindelijk ook met zijn geloof in God.

“Natuurlijk draait het om Mozarts geniale muziek,” legt Theu Boermans tijdens een voorproefje bereidwillig uit, “maar mij treft in dit stuk vooral dat het een gelaagde vertelling is. In de eerste plaats over rivaliteit tussen vader en zoon maar ook over de op het ordinaire gedragende, volkse Mozart, en de zich superieur, verheven wanende Salieri.” Doordat Mozart alle bestaande maatschappelijke en artistieke grenzen overschrijdt, bedreigt hij de belangen van de elite. Boermans: “Hij wekt wrevel, angst en jaloezie op bij de heersende klasse. Desondanks is niemand is in staat om te ontsnappen aan zijn goddelijk muziek. Een dodelijk dilemma.”

Shaffers Amadeus is voor Boermans een dankbaar vat vol theatrale tegenstellingen. Zoals de (on)gelijkheid tussen hoge en lage kunst, tussen het volkse Duitsland en het edele Italië, tussen oud en jong, tussen gevestigde orde en het immer opborrelende nieuwe, jonge talent in een samenleving. In principe is dat een keuze tussen vernieuwing of verstarring. Met die bril op is dit voor mij ook een politiek stuk, en een vertelling over maatschappelijke tegenstellingen. Het zit er allemaal in.”

Was het nou Johann Sebastian Bach, Wolfgang Amadeus Mozart of toch Ludwig van Beethoven die als de grootste componist aller tijden beschouwd moet worden? “De strijd om wie de beste, grootste componist aller tijden is wordt wellicht nooit echt beslecht,” meent Boermans. “Het is ook en vooral een kwestie van smaak.”

Het Nationale Theater, Theateralliantie en Opera2day schotelen ons met ‘Amadeus’ een nieuwe spektakelproductie voor. Straks bevolken negen acteurs, 14 musici en 30 koorleden het lijsttoneel van de Koninklijke Schouwburg – met als decor de moderne omgeving van een verzorgingstehuis.

De bonbonnière ondergaat, net als bij Ondine vorig jaar, tijdelijk een metamorfose. Zo verrijst onder meer een muziektent op het halfronde pleintje bij de ingang, waar uiteenlopende muziekoptredens zullen klinken en waar ook kan worden gedineerd. Het is opmerkelijk dat terwijl de meeste theaters ’s zomers nog altijd de poorten hermetisch dicht houden, het de combinatie van Koninklijke Schouwburg / Het Nationale Theater wederom gelukt is om het gezicht uitdrukkelijk naar de stad gekeerd te houden.

Na de Amadeus-serie neemt Harrie Jekkers het stokje over, want hij brengt tot 20 juli exclusief in de Koninklijke Schouwburg de show Achter de duinen.

Het Nationale Theater / Theateralliantie / Opera2day , ‘Amadeus’, dinsdag 11 juni tot en met zaterdag 22 juni 2019 en dinsdag 24 tot en met zondag 29 september 2019, Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.hnt.nl/amadeus

Met onder meer: Sander Plukaard (Mozart), Mark Rietman (Salieri), Vincent Linthorst, Jaap Spijkers, Yela de Koning, Esther Scheldwacht, en Lucie Chartin (sopraan).

 

Sloepdobberen onder het melkwoud

Branoul wekt de beroemde nacht van Llareggyb tot leven middels spel, muziek, geluid, zang en … een old school ‘gerauschmacher’.

Llareggyb. ‘Om te beginnen bij het begin: Het is lente, nacht zonder maan in de kleine stad, zonder ster en Bijbelzwart, de stille straten en het gekromde vrijers- en konijnenwoud hinken onzichtbaar naar de sleezwarte, trage, zwarte, kraaizwarte, sloepdobberende zee.’

Het hoorspel van Dylan Thomas (1914-1953) – hierboven geciteerd in de unieke wormvormige vertaling van Hugo Claus – dat de BBC in 1954 op de radio uitzond, zou ‘De dolle stad’ heten. En inderdaad: dit schilderachtige vissersstadje in Wales is bijkans krols van de lente die haar gedurende de korte tijd van het spel, niet meer dan een dag en een nacht trouwens, overvalt. Toch heeft het de titel ‘Onder het melkwoud’ gekregen.

Verschillende stemmen nemen je gedurende een etmaal op sleeptouw mee en net als in de ‘Ulysses’ van James Joyce, begeleiden je langs straten, pleinen en weiden van het dorpje-aan-zee. Je krijgt het voorrecht om in hun huizen te snuisteren en als ze ogenschijnlijk slapen zul je hun dromen zien. Je zult ze hardop horen denken over hun doden, hun geliefden, over hun onderdrukte verlangens en verwensingen. Ondertussen strijkt de tijd voorbij. En kruipt de dageraad ijlend naderbij.

Verschillende mensen uit het illustere fictieve dorpje aan de Atlantische oceaan worden zo door Thomas, zelfverklaard woordenmaniak, in hun grotesk-ontroerende dagelijkse doen en laten gevolgd en beschreven. Het zijn surrealistische capriolen, die soms komisch, soms tragisch zijn.

Onophoudelijk laat hij nieuwe figuren opduiken, die hij met intens scherpe blik moet hebben gadegeslagen en daarna vol overgave en met barokke overvolheid vastgelegd. Van baby’s die slapen, de boeren, de vissers, de handelaren, de postbode en de minnares tot de zwempotige mosselwijven en de zindelijke huisvrouwen.

Allen dromen. Van de zeeroversdolle zee. Van de doden. Van de havenhoeren. Van het geld. Van rattenkruidkoekjes, gewurgde parkieten en schaamteloze blote meisjes. In de handen van Thomas is een doorsnee dorpskroniek veranderd in een loeiend broeinest van geheimen, angsten en verlangens. Want Thomas vergunt ons een inkijk in de intiemste roerselen van het menselijk hart. En dat alles in de overwoekerende glorie van zijn taalvondsten.

Thomas doopte ‘Onder het melkwoud’ tot een ‘play for voices’. En dat is precies wat Branoul producties er mee doet: Een live stemmenspel smeden naar het origineel, als een opwindend dagreisje, en meegenomen aan de hand van drie acteurs (Sijtze van der Meer, Roeland Drost, Bob Schwarze). Bij elkaar verklanken en verbeelden ze 60 personages, terwijl ze zijn omgeven door een zee aan geluiden. En door een geluidstovenaar, een ‘gerauschmacher’ die voor geluidseffecten zorgt.

“Twee jaar geleden hebben we deze tekst al eens gedaan, toen met De Bende van Branoul” geeft Bob Schwarze, directeur/acteur van Branoul aan, “dat is een groepje kunstenaars dat Branoul een warm hart toedraagt. Maar nu gaan we het heel anders doen. Je ziet geen personages in beeld, maar wel personen ontstaan. Het is een prachttekst, maar om die louter en alleen voor te dragen vergt wel erg veel concentratie bij het publiek. Daarom wordt het een afwisseling van declameren, geluid en scènes uitspelen.”

Branoul: ‘Onder het melkwoud’. Van vrijdag 1 maart tot en met zondag 17 maart 2019. Meer informatie: branoul.nl.

Een politiek overgoten salsafestijn

Celia Cruz ontmoet Celia Sánchez.

In de muzikale voorstelling ‘Celia!’ ontmoeten twee Cubaanse iconen elkaar: Celia Cruz en Celia Sánchez.

1960, New York City. De kleedkamer van Celia Cruz na afloop van een concert. Cruz, salsakoningin, denkt erover staatsburger van de VS te worden als ze er een ontmoeting heeft met Celia Sánchez, Cubaans revolutionair en Castro’s rechterhand. Sánchez paait, bespeelt en manipuleert Cruz om terug te komen naar Cuba en zich in te zetten voor de revolutie: ‘Dan zijn we onverslaanbaar!’ Maar Cruz gelooft er niet in en heeft evenmin fiducie in het systeem dat de bevolking na het dictatoriale regime van Batista met Fidel Castro is opgedrongen.

Celia Cruz (1925-2003). Uitgeweken – want vóór vrijheid en tégen revolutie. Of beter: niet naar Cuba teruggekeerd van een buitenlandse tournee. Later werd ze formeel door het Castro-regime verbannen. Haar muziek werd op het eiland van rum en dans verboden verklaard, geen enkele staatszender zond nog nummers van haar uit. Maar haar populariteit bleef. De laatste twintig jaar van haar leven werd de muziek weer wel gedraaid. Toch bleven details over haar leven in New York verborgen voor het oog van de Cubanen. In New York had ze haar toevluchtsoord gevonden. Nimmer na haar vlucht zag ze, buiten een enkel verloren bezoekje aan Guantánamo Bay, VS-grondgebied immers, haar geboortegrond terug – ook niet na haar dood.

Haar tegenvoeter in de muziektheatervoorstelling ‘Celia!’ is dus Celia Sánchez (1920-1980, Susan Visser). Weinigen twijfelen aan de sleutelrol die zij als vrouwelijk revolutionair heeft gespeeld. Twintig jaar lang stond ze in het centrum van de Cubaanse revolutie, meer nog dan ‘Che’ Guevara. Fidel Castro (Eric Corton) noemde haar ‘de meest oorspronkelijk bloem van de revolutie’.

De levensverhalen van de twee staan centraal in een swingend salsafestijn met live muziek en een daar overheen gelegde diepmenselijke en gelaagde vertelling over idealen, vrijheid en bedrog. “Het is een fictieve ontmoeting, daar in New York City,” schetst Manoushka Zeegelaar Breeveld de beginsituatie van de muziektheatervoorstelling. Zij vertolkt daarin de rol van Cruz. “Maar die staat symbool voor zovele Cubanen die voor of tegen de revolutie waren, en die elkaar probeerden te overtuigen van hun gelijk.”

Twee sterke vrouwen, volgens haar. “Ze staan allebei voor een gelijkgestemd ideaal, namelijk het bevechten en het bereiken van een beter leven voor de bevolking van Cuba. Ik vind dat ze op hun eigen manier allebei gelijk hebben. Ze zijn beiden voor vrijheid, maar op een totaal verschillende manier. Het mooie is dat ze hier in dit verhaal elkaar vinden in wederzijds respect.”

Manoushka: “In een van de scènes twijfelt Celia Cruz of ze terug zal gaan naar Cuba. Ze heeft indertijd alles moeten achterlaten, en haar zieke moeder kan ze niet bezoeken. Ook is ze bang dat ze opnieuw mensen om haar heen gaat verliezen aan de revolutie, vrienden en anderen die het verlangen misschien niet weten te weerstaan.”

Het verhaal van Cruz raakt Zeegelaar Breeveld. Ze voelt zich verwant, allereerst omdat ze in Suriname opgroeide met Cruz’ salsamuziek om zich heen. “Die is me met de paplepel ingegoten, mijn ouders waren gek op haar muziek.” Meer nog raakt haar het gegeven dat zijzelf na haar studiejaren aan de Haagse Hogeschool besloot om Suriname de rug toe te keren. “Het ging in de jaren negentig slecht met Suriname. Nadat ik in Nederland mijn Surinaamse man leerde kennen, zijn we hier gebleven. Ik heb geen spijt.” Een permanent of langdurig verblijf aan de noordoostkust van Zuid-Amerika zit er niet in: “In Suriname kan ik niet van het theater leven. Wel gaan we nu ieder jaar terug.”

Op Cuba is Manoushka nooit geweest. “Maar dat gaat vast nog gebeuren. Wel heb ik in de Bronx in New York het graf van Celia Cruz bezocht. Daar is een mausoleumpje voor haar opgericht met de Cubaanse vlag erbij. In haar grafkist ligt het handje Cubaanse aarde dat ze van Guantánamo had meegenomen.”

Urban Myth: ‘Celia!’ Met ook latinband Timbazo. Zondagmiddag 24 februari 2019 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie en tickets: hnt.nl.