Vermaak op afstand

De Parade zuchtend van opluchting de zomer in

Rondreizend theaterfestival heeft zich bijkans opnieuw uitgevonden. Dezer dagen is het neergestreken in het Westbroekpark. Verslaggever Eric Korsten schoof aan voor een voorproefje.

Op de plek waar de provisorische fietsenparkeerplaats was en is opgetrokken, nabij de brug aan de Cremerweg, is nu een als het ware kant-en-klaar schilderijtje opgekomen: een wuivend, roodbloeiend klaprozenveldje. Het ronde perkje dat daar in zijn eigen eenvoud en onschuld prijkt van romantiek is veiligheidshalve omheind met, nu nog blankhouten, paaltjes: het is een reservaat en dat moet beschermd worden.

Op microniveau illustreert het ook de gedaanteverandering die het rondreizende theatercircus De Parade het voorbije anderhalf jaar heeft ondergaan. Of beter: heeft moeten ondergaan.

Een terugkeer naar een uitbundige huidhonger laat op in het Westbroekpark nog even op zich wachten, want op het tijdelijke evenemententerrein wordt de stelregel van anderhalve meter onderlinge afstand tussen bezoekers gehanteerd: àlles voor een avondje uit op z’n veiligst. Je mág er rondlopen, maar omdat weinigen dat doen voel je je bekeken als je dat toch zou willen doen.

Bij binnenkomst oogt het terrein vertrouwd met de traditioneel voor de helft opengewerkte tenten, zoals De Reizende Schouwburg, Studio 7 en Hotel Vilé en, als culinair zenuwcentrum, het keukenkerkje van La Cantina. De antieke zweefmolen mag je pas na afloop van de voorstellingen in. Toch is het kermisveld in vergelijking met de laatste volwaardige editie (2019) met de helft gekrompen. In de afgeslankte versie staan minder tenten, onder meer Zaal 4, de extensie van Zaal 3 van Het Nationale Theater, is er deze editie niet bij.

Op een houten klapstoeltje en dito cafétafeltje zit de bezoeker tot aan het einde van het programma gekluisterd, waar je vroeger flanerend nog altijd wel wat bekenden tegen het lijf liep.

Maar ter verwelkoming en ophoging van de feestvreugde ligt daar wel alvast een verse Italiaanse bol geurend te pronken naast een kruidig botertje. Middels een ‘bestelapp’ op de telefoon te gebruiken kun je een keuze maken uit de drankenkaart. Zonderling is het aanzicht van af- en aanlopende geranten, obers en oberinnen die de verkozen drankjes in robuuste, stalen emmers aan de man brengen. Net als, later, de optocht die in een lange rij vanuit La Cantina het bidfood komt opdienen.

Ook de programmaformule van De Parade is onder handen genomen. Twee voorstellingen moeten online, vooraf, zijn geboekt. Ze spelen zich af in dezelfde tent. ‘Hoppen’ is er niet bij. Daarmee wordt de keuzestress van toen verplaatst naar de voorpret van de zitbank thuis. Je kunt kiezen tussen een ‘diner-programma’ dat om 17.00 uur begint, en voor ‘laatbloeiers’ is er het ‘late night’-programma (21.00 uur). De twee voorstellingen worden doorsneden door een diner, de beursvriendelijk bedoelde avondvariant biedt late-avondhapjes.

Als, na een poosje, de eerste voorstelling van start gaat, in dit geval die van stand-up philosopher en acteur Laura van Dolron, neemt ze, zoals alleen zij dat kan, haar gehoor (vooral grijzige bollen) mee naar enkele wondere en kwetsbare podiumervaringen die ze in het verleden had. Ze vertelt in haar drie kwartier durende eenvrouwsvoorstelling over bezoekers die haar onder werktijd hebben weten te inspireren.

‘Ik hou niet van theater,’ zo houdt ze het publiek voor, ‘maar van mensen die van theater houden.’ Gedurfde kwetsbaarheid in de toch doorgaans druistige atmosfeer van De Parade. Met een geconcentreerde luisteroefening naar ‘vallende stilte’ sluit ze haar sessie af.

De opmaat naar de tweede voorstelling bestaat uit canelloni gevuld met geroosterde aubergine en afgeblust met wilde spinazie, overgoten met gerookte mozzarella, Napolitaanse saus, parmezaan, pijnboompitten en een sliertje rucola. Een en ander is afkomstig uit de keuken van chef-kok Merijn van Berlo.

Het programma neemt met ‘KØT’ van mimegroep De Leedbewakers een luchtiger wending. Zodra op het kleine podium een grenswachterhuisje is ontsluierd, ontspint zich een tragikomische voorstelling. Drie robuuste grenswachters blijken daar, aan de rand van de wereld, te werken. In een vrijwel woordeloos en feest van absurdistische Tati-achtige slapstick laten deze Leedbewakers (Maurits van den Berg, Lisa Groothof en Steyn de Leeuwe) geregeld het buikje van bezoekers schudden van het lachen.

Als ten slotte het toetje (cheesecake met aardbeien en compote van rood fruit) is verorberd, zit het avondje Parade erop. Je kunt dan nog wel naar de zweefmolen. Het doet aan alsof je hebt mogen proeven van wat De Parade ooit was; aan de nieuwe opzet hield ik een enigszins zoetzure smaak over, als een afdronk waaraan het bouquet ontbreekt, de integere inspanningen van organisatoren en makers ten spijt. Misschien dat zodra de voorstellingen wél zijn volgeboekt de sfeer vanzelf meegroeit. Tip: neem iemand met je mee, anders zit je je soms wel lang in je eentje te amuseren.

De Parade, Westbroekpark 17.00 / 21.00 uur, tot en met zondag 18 juli 2021. Meer informatie: https://deparade.nl

De Val van de Tijd

Ryuichi Sakamoto met nieuwe ‘woordeloze’ opera op Holland Festival 2021

Tijdens het Holland Festival gaat Time van Ryuichi Sakamoto in première, min of meer het vervolg op zijn opera Life van twintig jaar geleden. Net als toen werkt hij voor deze ‘woordeloze opera’ samen met beeldend kunstenaar Shiro Takatani. Cultureel vuurwerk!

Met de culthit Merry Cristmas, Mr. Lawrence bereikte Ryuichi Sakamoto in 1983 het grote publiek, met dank aan David Bowie, die in de film de bijrol van John Celliers speelde. Sakamoto, hoofdrolspeler, was kapitein Yonoi. Ook schreef Sakamoto het themanummer van de film, Forbidden Colours, gedragen gezongen door David Sylvian. In de jaren daarvóór had Sakamoto de popmuziek al eens bestormd met de technomuziek van popband Yellow Magic Orchestra.

Acteur, producer, beeldend kunstenaar en ecologisch activist – maar toch vooraleerst componist. Sakamoto (1952) experimenteert graag met muzikale stijlen, genres en technologieën. Die combineert hij tot nieuwe richtingen van muzikale expressie. Hij maakte al eens van een glazen gebouw een muziekinstrument. Hoe klinkt smeltende sneeuw? Hoe klinkt je eigen keelkanker?

Toegegeven: je moet er bevattelijk voor zijn, je als het ware op boeddhistische wijze openstellen. Maar dan trekken openbaringen van oneindig lijkende, lijzige landschappen en bergketens voorbij, die in mistige nevelflarden zijn gehuld. Contemplatie in duet met overpeinzing, muziek doortrokken van een welhaast religieus besef. Muziek als ikebana.

Stockhausen en Cage klinken gevoeglijk door, Debussy, Ravel, Bach, plus hier en daar een vleugje Holger Czukay, en soundscapes, ambient geluidsdecors. Sakamoto vermengt al de invloeden tot een amalgaam van esoterische, ijle klankwolken die symfonisch aandoen.

Time is het vervolg op Life, de opera annex installatie die Sakamoto in 1999 maakte. Dat was een poging om de muziek en de gebeurtenissen van de twintigste eeuw op een rij te zetten door met een macro- en microkosmische bril de stroom van kunst en beschaving te beschouwen. De ‘opera zonder libretto’ bevatte bijdragen en optredens van meer dan honderd performers, onder wie Bernardo Bertolucci, Salman Rushdie, Pina Bausch en de Dalai Lama, van orkest, solisten, koor en musici uit verschillende muzikale tradities, van stemmen en samples, vervat in uiteenlopende media en een live online stream.

Time moet de spirituele pendant worden van Life. De mens, de natuur en een (on)zeker tijdsbesef staan er centraal. Sakamoto is geïntrigeerd door hoe de mens tijd beleeft – en hoe tijd, in zijn ogen, de regels bepaalt van wat muziek is gaan heten. Is tijd een natuurelement, een uitvinding van de mens of een Onvermijdelijke Noodzaak? Dieren dragen geen horloge. Primitieve stammen in de jungle leidden de stand van de tijd af aan de geur van planten. Vast staat in ieder geval dat de mensheid al duizenden jaren probeert de tijd zo nauwkeurig mogelijk te meten en te vatten.

Sakamoto nam een duik in de filosofie, op zoek naar mogelijkheden om zichzelf en zijn muziek te bevrijden van het opgelegde tijdsbegrip.‘De mens heeft de tijd uitgevonden net zoals hij cijfers heeft uitgevonden,’ licht hij in een bericht toe. ‘Het zijn begrippen die misschien pas tienduizend jaar bestaan, die voor de vroegere homo sapiens niet bestonden en die in de beleving van bijvoorbeeld gorilla’s en chimpansees nog altijd niet op dezelfde manier bestaan. Hoewel de mens onderdeel van de natuur is, heeft hij zich –door logica en concepten zoals tijd – losgemaakt van de natuur. En dus zit hij nu gevangen in die tijd die hij zelf heeft uitgevonden.’

Droomtijd
Als vliegwiel voor zijn onconventionele nieuwe opus gebruikt Sakamoto een surrealistische verhaal uit de bundel Yume jūya (‘Tien nachten dromen’), van Soseki Natsume (1967-1916). Daarin waakt een dromer bij het graf van een overleden vrouw. Hij verliest zijn besef van tijd. Pas als zij in een witte lelie verandert, weet hij dat er honderd jaar voorbij is.

‘In dromen kan tijd ongewoon snel gaan, of eindeloos duren. In dromen verloopt tijd niet lineair, maar valt alles samen,’ laat Sakamoto in een begeleidend persbericht weten. ‘De tijd kan sprongen maken, en elementen uit verschillende periodes kunnen probleemloos naast elkaar bestaan. Maar in het dagelijks leven zit de mens gevangen in het concept dat ‘tijd’ is.’ Volgens Sakamoto wordt ons lichaam na leven en sterven onderdeel van een volgend leven. ‘Dat is ‘samsara’, de levenscyclus van wezens op deze planeet.’

Ook Mugen No – traditioneel Japans danstheater met magische elementen – is een inspiratiebron. Danser Min Tanaka en sho-speler Mayumi Miyata verbeelden de mens en de natuur. Het decor van regisseur Takatani weerspiegelt de tijd en laat die beleven aan de hand van reflecties van water, een element dat ook in Life werd ingezet.

Async
Sakamoto wil muziek bevrijden van tijdsdwang. Dat deed hij eerder ook al in de compositie ‘async’ (2017), feitelijk een verslag, een asynchroon ambient audioportret, van de periode dat hij keelkanker had. Daarvan is hij intussen bevrijd, maar onlangs werd bij hem darmkanker vastgesteld.

‘Muziek, werk en leven hebben allemaal een begin en een einde,’ merkt Sakamoto op. ‘Daarom wil ik muziek maken die bevrijd is van de beperkingen die de tijd haar oplegt.’

Milieuactivist
Sinds de jaren 90 richt Sakamoto zich op milieu- en pacifistische doelen, lanceerde liefdadigheidsorganisaties en organiseert sinds ‘Fukushima’ het jaarlijks terugkerende muziekevenement No Nukes als protest tegen kernenergie. De hang naar natuur en kringloop is in zijn werk onontkoombaar. Zijn gemoedstoestand? ‘Ik voel me een kanarie een kolenmijn.’

kader:
Holland Festival 2021
Holland Festival benoemt jaarlijks associate artist(s). Eerdere namen in dat verband waren Bill T. Jones (2020) en Faustin Linyekula en William Kentridge (2019). Voor 2021 zijn Sakamoto en de Frans-Oostenrijkse theatermaker Gisèle Vienne (1976) de associate artists. De twee delen belangstelling voor elektronische muziek, Japan en de Japanse cultuur. De 74ste editie van het Holland Festival vindt plaats in juni 2021. Meer informatie op www.hollandfestival.nl.

Wie is Ryuichi Sakamoto?
Ryuichi Sakamoto kreeg bekendheid als lid van Yellow Magic Orchestra, pionier van technomuziek in de jaren tachtig. Hij is ook bekend door zijn samenwerking met David Sylvian. Als componist tekende hij onder meer voor de muziek bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Barcelona 1992. Ook componeerde hij, in 1998, het opstartgeluid van de Sega Dreamcast spelcomputer. Sakamoto staat bekend als tegenstander van auteursrecht omdat hij dat in het informaticatijdperk uit de tijd vindt. Voor zijn werk kreeg hij talloze internationale onderscheidingen. Op het Holland Festival 2006 was Sakamoto met Alva Noto te gast met de compositie insen. Meer informatie op http://www.sitesakamoto.com

Samsara
Een grassprietje is zomaar tevoorschijn gekomen. Ook het menselijk bewustzijn is niet uit het niets ontstaan, noch verdwijnt het simpelweg na de dood. Het kent geen oorsprong of einde, gaat over van het ene bestaan naar het andere, zoals alle dingen in het leven een eigen cyclus hebben. Het proces van wedergeboortes en opeenvolging van bestaansvormen heet ‘samsara’.

Naargelang de daden belandt de wedergeborene in een hoger of lager bestaansniveau. Zo is de mens voortdurend overgeleverd aan een eindeloze cyclus van geboren worden en sterven. Aan deze cyclus is ontsnapping alleen mogelijk door ‘nirwana’, een staat van uitgedoofd zijn. Zodra de dorst naar bestaan is vernietigd, zal er geen wedergeboorte meer zijn.

‘Acteurs zijn gewend geraakt aan camera’s op de toneelvloer’

Firma MES brengt videostream van TECH

Firma MES brengt met TECH drie recente solo’s rond mens en technologie over van theater naar beeldscherm. Anna Raadsveld speelt Alice, huishoudhulp. “Maar ze houdt ook van converseren.”

Hoe technologische ontwikkelingen uitpakken? Nemen autonome robots en algoritmes de mens ‘over’ en wordt die tot slaaf van de technologie? Niemand die het weet, al ziet de Israëlische historicus Harari in zijn boek ‘Homo Sapiens’ een maatschappij vol ongelijkheden in het verschiet waarin sommigen zich kunnen upgraden en anderen kwetsbaar en sterfelijk blijven.

Met TECH maakte het Haagse theatercollectief Firma MES drie jaar geleden drie afzonderlijke, korte solo’s, gespeeld door haar drie vaste acteurs en bij elkaar gehouden door hun vaste regisseur. Met het drieluik luisterde Firma MES haar tienjarige jubileum op. Nu is de voorstelling van toen een ‘videostream’.

In het deel Alice heeft de gelijknamige huishoudrobot-met-gezelschapsfunctie het dik voor elkaar: een fijn huis, een zorgzaam baasje en voldoende stroom. Niemand ziet hoe Alice het menselijke dichter benadert dan toegestaan. Op een dag neemt Alice een dramatisch besluit: ze vertrekt…

“Alice is hulp in de huishouding, maar je kan ook met haar converseren,” vertelt Anna Raadsveld, die voor de gelegenheid de rol van Roos Eijmers overneemt. Het stuk begint als tot haar doordringt dat ze meer kan en wil zijn dan robot. “Maar moet ze dat willen? Is een mens soms meer waard dan een robot?”

Een discussie die we kennen kantelt aldus. Raadsveld: “Doorgaans luidt de vraag welke en hoeveel robotfuncties de mens moet willen. Nu is het omgekeerd. Dat is het slimme van de tekst van Jibbe Willems. Hij heeft een personage gemaakt dat als mens communiceert, maar toch buiten de groep staat. Alice kan daardoor ongedwongen reflecteren.”

Speltechnisch is Raadsveld in ‘Alice’ ergens tussen mens en robot in. Hoe doe je zoiets? “Het was best een kluif om dat uit te vinden,” antwoordt ze. “Als je een robot nadoet stuit je er al snel op dat het een trucje wordt. Bovendien wreekt zich dat zodra je bij Alice emoties wil laten doorschemeren.”

Alice is daarom eerst geestelijk, fysiek en verbaal ‘in control’, zegt ze, maar naar gelang de voorstelling vordert, menselijker. “Maar ze hapert dan, want het grillige van de mens vindt ze raar, dat is niet bij haar in-geprogrammeerd.” Het was best een kluif om dat alles in haar spel te leggen,” antwoordt ze. De invulling van de rol verschilt enigszins van die van Eijmers. “Mijn interpretaties verschillen. Ik ben een ander dan Roos, en vice versa. Maar in grote lijnen is het wel hetzelfde stuk.”

De voorstelling, ook de andere delen incluis, is door er een ‘videostream’ van te maken bijna als tv geworden, zegt Raadsveld, die zelf buiten het theater ook bekendheid geniet van tv-programma’s en -series. “Acteurs zijn nu, na een jaar, wel gewend geraakt aan camera’s op de vloer. Al is en blijft video wezenlijk anders dan het theater, voor onszelf én voor het publiek.”

Maar dat biedt ook voordelen: “Je kunt spannend monteren en meer met belichting uithalen. De hele ‘mindset’ is gewoonweg anders. Ook voelt het een beetje ‘allenig’ met alleen een stel camera’s voor je neus.”

Het meer filmische karakter dat ‘Alice’ verkregen heeft, wordt versterkt doordat de robot talloze citaten uit filmklassiekers bezigt. Die zoekplaatjes blijken, nu het stuk een ‘videostream’ is, achteraf gezien een dubbele bodem te zijn. “Alice is met film ‘grootgebracht’ omdat ze als gezelschapsdame moest fungeren. De filmcitaten ontglippen haar op momenten van controleverlies.” Zoals die uit ‘Forest Gump’ bijvoorbeeld, lacht Raadsveld: “‘My mama always said: ‘Life is like a box of chocolate; you’ll never know what you gonna get’.” Dat verwoordt volgens haar ook precies het gevecht waar Alice voor staat. “Ze wil uitbreken, maar ze is nu eenmaal voorgeprogrammeerd.”

Sekspop
In het deel The Life and Death of a Sex Robot brengt Lindertje Mans als sekspop Robin een one-woman-robotopera. Daan van Dijsseldonk is in Locke de gelijknamige man die alleen zijn telefoon en auto heeft om zijn leven op de rit te houden – terwijl alles waar hij om geeft op losse schroeven komt te staan.

Firma MES, TECH, livestream donderdag 22 t/m zaterdag 25 april 2021, 19.00-00.00 uur; zondag 26 april 2021, 15.00-00.00 uur. Met vrijdag- en zaterdagavond een online ontmoeting met de makers. Meer informatie en tickets: http://www.firmames.nl

‘Acteurs zijn gewend geraakt aan camera’s op de toneelvloer’

Firma MES brengt videostream van TECH

Firma MES brengt met TECH drie recente solo’s rond mens en technologie over van theater naar beeldscherm. Anna Raadsveld speelt Alice, huishoudhulp. “Maar ze houdt ook van converseren.”

Hoe technologische ontwikkelingen uitpakken? Nemen autonome robots en algoritmes de mens ‘over’ en wordt die tot slaaf van de technologie? Niemand die het weet, al ziet de Israëlische historicus Harari in zijn boek ‘Homo Sapiens’ een maatschappij vol ongelijkheden in het verschiet waarin sommigen zich kunnen upgraden en anderen kwetsbaar en sterfelijk blijven.

Met ‘TECH’ maakte het Haagse theatercollectief Firma MES drie jaar geleden drie afzonderlijke, korte solo’s, gespeeld door haar drie vaste acteurs en bij elkaar gehouden door hun vaste regisseur. Met het drieluik luisterde Firma MES haar tienjarige jubileum op. Nu is de voorstelling van toen een ‘videostream’.

In het deel ‘Alice’ heeft de gelijknamige huishoudrobot-met-gezelschapsfunctie het dik voor elkaar: een fijn huis, een zorgzaam baasje en voldoende stroom. Niemand ziet hoe Alice het menselijke dichter benadert dan toegestaan. Op een dag neemt Alice een dramatisch besluit: ze vertrekt…

“Alice is hulp in de huishouding, maar je kan ook met haar converseren,” vertelt Anna Raadsveld, die de rol van Roos Eijmers overneemt. Het stuk begint als tot haar doordringt dat ze meer kan en wil zijn dan robot. “Maar moet ze dat willen? Is een mens soms meer waard dan een robot?” Een discussie die we kennen kantelt zo.

Raadsveld: “Doorgaans luidt de vraag welke en hoeveel robotfuncties de mens moet willen. Nu is het omgekeerd. Dat is het slimme van de tekst van Jibbe Willems. Hij heeft een personage gemaakt dat als mens communiceert, maar toch buiten de groep staat. Alice kan daardoor ongedwongen reflecteren.”

Speltechnisch is Raadsveld in ‘Alice’ ergens tussen mens en robot in. Hoe doe je zoiets? “Het was best een kluif om dat uit te vinden,” antwoordt ze. “Als je een robot nadoet stuit je er al snel op dat het een trucje wordt. Bovendien wreekt zich dat zodra je bij Alice emoties wil laten doorschemeren.”

Alice is daarom eerst geestelijk, fysiek en verbaal ‘in control’, zegt ze, maar naar gelang de voorstelling vordert, menselijker. “Maar ze hapert dan, want het grillige van de mens vindt ze raar, dat is niet bij haar ingeprogrammeerd.” Het was best een kluif om dat alles in haar spel te leggen,” antwoordt ze.

De invulling van de rol verschilt enigszins van die van Eijmers. “Mijn interpretaties verschillen. Ik ben een ander dan Roos, en vice versa. Maar in grote lijnen is het wel hetzelfde stuk.”

De voorstelling, ook de andere delen incluis, is door er een ‘videostream’ van te maken bijna als tv geworden, zegt Raadsveld, die zelf buiten het theater ook bekendheid geniet van tv-programma’s en -series. “Acteurs zijn nu, na een jaar, wel gewend geraakt aan camera’s op de vloer. Al is en blijft video wezenlijk anders dan het theater, voor onszelf én voor het publiek.

Maar dat biedt ook voordelen: “Je kunt spannend monteren en meer met belichting uithalen. De hele ‘mindset’ is gewoonweg anders. Ook voelt het een beetje ‘allenig’ met alleen een stel camera’s voor je neus.”

Het meer filmische karakter dat ‘Alice’ verkregen heeft, wordt versterkt doordat de robot talloze citaten uit filmklassiekers bezigt. Die zoekplaatjes blijken, nu het stuk een ‘videostream’ is, achteraf gezien een dubbele bodem te zijn. “Alice is met film ‘grootgebracht’ omdat ze als gezelschapsdame moest fungeren. De filmcitaten ontglippen haar op momenten van controleverlies.”

Zoals die uit Forest Gump bijvoorbeeld, lacht Raadsveld: “‘My mama always said: ‘Life is like a box of chocolate; you’ll never know what you gonna get’.” Dat verwoordt volgens haar ook precies het gevecht waar Alice voor staat. “Ze wil uitbreken, maar ze is nu eenmaal voorgeprogrammeerd.”

Sekspop
In het deel The Life and Death of a Sex Robot brengt Lindertje Mans als sekspop Robin een one-woman-robotopera. Daan van Dijsseldonk is in Locke de gelijknamige man die alleen zijn telefoon en auto heeft om zijn leven op de rit te houden – terwijl alles waar hij om geeft op losse schroeven komt te staan.

Firma MES, TECH, livestream donderdag 22 t/m zaterdag 25 april 2021, 19.00-00.00 uur; zondag 26 april 2021, 15.00-00.00 uur. Met vrijdag- en zaterdagavond een online ontmoeting met de makers. Meer informatie en tickets: http://www.firmames.nl

‘Ik hoop dat mijn pijn universeel wordt’

Podcast:
Eric Korsten in gesprek met Naomi Velissariou en Eric van Eerdenburg (Lowlands)

Naomi Velissariou als popster in Permanent Destruction

Met Pain Against Fear sluit theatermaker Naomi Velissariou haar geruchtmakende drieluik Permanent Destruction af. ‘Maar ik ben er nog niet klaar mee.’

In het drieluik Permanent Destruction dat ze enige jaren geleden inzette, koppelt ze ‘punky’ dance, house, techno plus bakken energie ondubbelzinnig aan melodramatisch muziektheater, beginnend met het S(arah) K(ane) Concert (2018), vervolgens het H(einer) M(üller) Concert (2019) en, eind vorig jaar, het afsluitende deel Pain Aganist Fear (2020).

Velissariou: ‘In het allereerste concept van Permanent Destruction heb ik een link gelegd tussen de festivalindustrie en de tragedies zoals die in de klassieke Oudheid werden gespeeld. Tragedies waren wedstrijden in een festivalsfeer, bacchanalen van drie dagen eten en zuipen, en tragedie na tragedie kijken. Ik denk dat de tragedies van toen, die we nu in een heel intellectuele, hermetische setting plegen te spelen, in de zoveelste eeuw voor Christus al een soort van ‘Lowlands’-gevoel hadden.’

Omgekeerd zou volgens haar de popindustrie gebaat zijn bij een beetje pijn. ‘Een beetje meer tragedie, een beetje meer inhoud. Ik denk dat het voor jonge mensen verstikkend is als hun grote idolen alleen maar hun plastic kant laten zien, alleen buitenkant zijn. Kijk naar Nirvana, dat was de pure pijn van de nineties, die vind je nu weer terug bij Billie Eilish. Zij zingt over psychoses, suïcide en depressies.’ De zelfkant dient als tegengif tegen de huidige Instagram-era, zegt ze. ‘Pijn moet kunnen bestaan in de commerciële cultuur, en de ‘high culture’ moet meer toegankelijk worden voor een breed publiek.’

En dus spreekt ze in Pain Against Fear, het laatste deel van Permanent Destruction openlijk haar fans toe: ‘You exist’; ‘you are the event’; ‘you are in the spotlight’, en ‘the focus is on you.’ Het is duidelijk: Jijzelf bent haar onderwerp van gesprek. Uiteindelijk zijn publiek en performer één in hun pijn en angst. ‘In het tweede deel van de voorstelling draai ik het om, zeg ik juist ‘the focus is on me.’

Luister hier naar de podcast op http://www.scenes.nu.

‘Een vrouw als ik’

Meeslepend muziektheater over Janis Joplin

Hoe een Zeeuws meisje zichzelf terugvond in het levensverhaal van haar heldin Janis Joplin. Beaudil Elzenga speelt en bezingt haar (eigen) lotgevallen.

Het is een iconische foto en platenhoes, de Greatest hits uit 1973. Daarop een in flowerpower-stijl uitgedoste Janis, satijnen scharlaken blouse met borduurstiksel, haar blonde lokken, psychedelisch rond zonnebrilletje op. Ze oogt tevreden glimlachend, zittend op een stoere motorbike, met een pretsigaretje tussen de vingers van de rechterhand geklemd – en op de achtergrond de Cincinatti Police.

Elzenga vereenzelvigt zich met Janis. “Haar muziek ken ik al van toen ik een klein meisje was, mijn moeder was fan van haar.” Toen ze een jaar of vier jaar geleden op tv de documentaire Little Girl Blue over ‘speedfreak’ Janis zag, kwam ze in aanraking met het meisje, met de vrouw achter die stem.

“Ik was meteen weer weg van haar muziek – en haar levensverhaal deed me ondertussen erg denken aan dat van mezelf. Daardoor voelde ik op slag iets voor haar.”

Elzenga vertelt dat ze op haar zestiende haar moeder verloor. “Toen ben ik me gaan afzetten tegen alles en iedereen, voelde me onbegrepen en ben me af gaan zonderen, overtuigd als ik was dat ik niets en niemand nodig had. Datzelfde zag ik ook bij Janis. Zij was een meisje, die zichzelf een lelijke vrouw vindt, net als ikzelf in mijn tienerjaren. Een vrouw die hetzelfde leek te voelen als ik. Ik begreep haar en dacht te zien dat deze popster uit de sixties mij had kunnen begrijpen. Maar ze is dood. Die contradicties vond ik interessant voor een theatervoorstelling.”

Na het zien van de documentaire is ze een biografie gaan lezen. Niet veel later belde toevalligerwijze Alex Mallems van Zeelandia, die Elzenga ooit had gepolst voor een invalrol bij de voorstelling ‘Zeeuwse Vrouwen’.

“Maar ik kon niet, omdat ik toen als Loes de Haan in GTST speelde.”

Ze bracht daarbij het idee naar voren om een voorstelling rond Janis te maken. “Dat het uitgerekend Zeelandia was, dat het wilde maken, viel goed samen,” zegt ze samenvattend, “want ik ben opgegroeid in Zeeland, al ontvluchtte ik het in m’n tienerjaren toen ik 15 was.” Daarna heeft ze, net als Janis, een enigszins ontheemd bestaan geleid: Janis trok vanuit Texas naar onder meer San Francisco en New York City. “Ik ben naar Amsterdam gegaan, naar Rotterdam en Utrecht; nu woon ik in Den Haag.”

Naast een dosis acteertalent is Elzenga gezegend met een gouden keeltje. Ze wou daarom eens voluit kunnen zingen in een voorstelling. “Maar omdat ik ook erg houd van tekst, is het een zoektocht geworden naar het vinden van een balans tussen tekst en muziek.” Verder wilde ze geen cliché-stramien van liedje gevolgd door tekstje et cetera, maar toch ook geen dweperige ‘tribute’ maken of een biografie op het podium oplepelen. “Ik wilde dat het heel erg zou gaan over wat ikzelf voor haar voel. Daarom ben ik eerst zelf gaan schrijven. Maar dat werd iets dat te persoonlijk, te particulier was. Uiteindelijk heb ik Gerardjan Rijnders voor het schrijven van de tekst gevraagd.”

Elzenga maakte de voorstelling al begin dit jaar, op haar 27e. Dat is precies de leeftijd dat Joplin in 1970 overleed aan een overdosis heroïne, op haar hotelkamer in Los Angeles.

“Ondertussen ben ik 28, dus ik heb haar overleefd. En ik kan dus geen deel meer uitmaken van de Club van 27,” zegt ze lachend, verwijzend naar de groep muzikanten die op 27-jarige leeftijd kwam te overlijden, onder wie Amy Winehouse, Kurt Cobain, Jim Morrison, Jimi Hendrix en Brian Jones.

Cry baby, Me and Bobby McGee, Mercedes Benz, Try (just a little bit harder), dat zijn de bekende hits van Janis Joplin. Elzenga covert deze en andere songs, muzikaal begeleid door Stijn Hoes en Rutger Martens, beiden zowel op elektrische gitaar als drums.

Elzenga zet naast de genoemde titels als haar persoonlijke favoriet en geheimtip Kozmic Blues bij.

“Omdat ze daarin letterlijk zingt: ‘Ik ben nu 25 jaar ouder dan toen ik een klein meisje was. En ik zou misschien beter moeten weten maar er is niets anders dan dat wat er nu is. We doen allemaal ons best, al maakt dat allemaal niet veel verschil.’ Dat vind ik een prachtig nummer. Of luister eens naar So sad to be alone, dat ze als negentienjarige zong. Je hoort bijna niet dat het Janis is die het zingt, geen gekrijs of geschreeuw maar juist klein en puur. Vertellende nummers zijn het, die vind ik het mooist en het meest interessant. Vertellen doet ze trouwens ook met haar noten.”

Onlangs, vertelt Elzenga, heeft ze samen met haar vriend een ‘nieuwe’ tweedehandse Volkswagen gekocht. Geen Mercedes Benz? “Janis had al een Mercedes en wilde eigenlijk een beestachtige Porsche 924,” weet Elzenga, “Zit er echt een Volkswagen-motor in een Porsche? Zie je wel, het heeft zo moeten zijn.” Theaterproductiehuis Zeelandia, ‘Janis’, dinsdag 22 en woensdag 23 december, 19.30 en 21.30 uur, Theater aan het Spui. Meer informatie: www.theaterzeelandia.nl

NB Helaas is deze voorstelling vanwege corona genannuleerd.

Liefde maakt blind – en dood

Romeo en Julia, de kerstproductie van jubilerende theaterschool Rabarber

Knallende ruzie tussen de Capulettii versus de Montecchii. Daarbovenop een verboden liefde. In een nieuwe, energieke versie van ‘Romeo en Julia’, gespeeld, gezongen en gedanst door een dwarsdoorsnede van de theaterschool, komt jong talent bovendrijven

35 jaar theaterschool Rabarber! Onder corona is dat natuurlijk een ander chapiter dan vooreerst gedacht. Voor de jaarlijkse kerstproductie van Rabarber betekent dat, onder meer, een verhuizing van de productie, van Theater aan het Spui naar haar eigen Theater Merlijn aan de Bilderdijkstraat.

“Dit is een feestjaar, ook al is het in de zaal met dertig,” zegt regisseur Jeroen de Graaf. Dat Shakespeares romantisch-klassieke origineel niet honderd procent goed afloopt, is daarbij ogenschijnlijk een bijkomstigheid.

“We buigen dit stuk om tot een feest van de liefde, ook al leven we vandaag de dag in een wereld die bijna zonder liefde is, waarin niemand elkaar zelfs nog durft aan te raken. We doen dat aan de hand van twee jonge mensen die zich de wet niet laten voorschrijven.” En dus worden Romeo en Julia vanouds stapelverliefd op elkaar; de boze buitenwereld die soms anders op die vrijgevochten houding reageert ten spijt. Hun hart bonst, hun huid tintelt, hun wangen gloeien.

De Graaf: “Hun bakkeleiende families verbieden de liefde die zij voor elkaar hebben opgevat, waarlijk íedereen is tegen; toch laten de geliefden elkaar niet los.”

De hoofdrollen in deze Romeo en Julia worden bij Rabarber gespeeld door twee tieners die de leeftijd van het ‘echte’ liefdespaar benaderen – al was de ‘echte’ Julia slechts dertien. “Bijzonder dat wij deze rol mogen doen, zo’n eeuwenoud stuk dat in een nieuw jasje wordt gestoken,” zegt Esmée van der Vuurst de Vries (18) die zich vereerd voelt dat ze in deze jubileumvoorstelling mag spelen.

De rol van Julia wordt om beurten door Esmée en door Sophie van Duuren (16) gespeeld.

Sophie: “Ik denk dat veel mensen zich in dit stuk herkennen, want buiten het spannende verhaal zit ook het ‘afstand houden’ erin.”

Ook Nigel Gerritsen (19), vleesgeworden Romeo, vindt het een feest om dit te mogen spelen: “Het is even schakelen dat we de voorstelling naar ons eigen theater moesten verplaatsen, maar dat komt wel de intimiteit van dit stuk ten goede, want die kan hier heel mooi weergegeven worden.”

Balkonscène
Natuurlijk kijkt iedereen uit naar de bij uitstek romantische balkonscène. De versregels ‘Wherefore art thou Romeo?’ en ‘What’s in a name?’ komen hier in een Nederlandstalige variant voorbij, terwijl het balkon is veranderd in een serie aaneengeschakelde tafels. Esmée: “Die worden gebruikt als bed en als balkon.” Nigel gaat zijn aubade brengen voor die tafels? “De tekst is vrijwel hetzelfde gebleven,” zegt hij, “maar het is allemaal even wat abstracter.”

De eeuwige, overstijgende liefde. Hoe zouden de Julia’s versierd willen worden?

Sophie: “Zoals in dit stuk gebeurt, voor mijn huis, voor mijn balkon, dit is wel iets ultiems! Maar helaas heb ik daar geen balkon. Ik wou dat ik er een had.”

Esmée: “Dat iemand je op je gemak stelt, of een nummer voor je schrijft of zo. Dat iemand iets heel speciaals doet waardoor jij je bijzonder voelt.” Nigel voelt zich al echt Romeo: “Wat deze versierpoging zo mooi maakt, is dat Romeo echt alles geeft, dat hij alles uit zijn handen laat vallen en er alles voor over heeft om het hart van Julia te veroveren.”

Rabarber, Romeo en Julia (5+), zaterdag 26 t/m woensdag 30 december 2020 en zaterdag 2 januari 2021, 13.00 en 16.00 uur. Meer informatie: www.rabarber.net

NB Deze voorstelling is op de hierboven aangegeven data wegens corona helaas geannuleerd! 

Een onvoorziene keten van gebeurtenissen

Veenfabriek brengt ‘live hoorspel’

In 2019 won toneelschrijver Jannemieke Caspers het TheaterTekstTalent Stipendium voor ‘Een vlinder van sneeuw’. Veenfabriek pakt de handschoen op en maakt er een live hoorspel van voor vijf acteurs en twee muzikanten. Haar tekst heet bij Veenfabriek een zwartkomische, muzikale puzzel over wat er eerst was en daarna kwam, of wellicht toch al eerder kwam en daarna pas was. Of andersom. Zoiets. Een stuk over passief en actief handelen en de onoverzichtelijkheid van het effect op je eigen leven en dat van anderen.

“Ga daar maar eens aan staan, hè!,” reageert Jacobien Elffers, een van de vaste gezichten van theatergezelschap De Veenfabriek.

“Misschien biedt de quote ‘je hoeft je koers maar één graad te veranderen om in een andere haven aan te komen, meer helderheid. Wat mij betreft gaat deze voorstelling, dit hoorspel over het verschijnsel dat door toedoen of als gevolg van een kleine handeling, misvatting of toeval, je leven geheel een heel ander loop had kunnen nemen als gevolg van een keten aan gebeurtenissen die je niet had kunnen voorzien. Dat je juist wel of niet inhoudt om te remmen bijvoorbeeld en, achteraf gezien, iemand daardoor hebt aangereden. Of het gegeven dat als je ergens een seconde eerder of later ergens ter plekke was geweest, je een levensbepalende ontmoeting had kunnen hebben. Maar die ben je nu misgelopen – zonder dat je het ook maar in de verste verte weet of ooit zult weten. En dat alles in de vorm van een hoorspel voor vijf vertellers en twee musici.”

Bij Veenfabriek speelt muziek, geluid altijd al een belangrijke rol, alsof die zelf een personage is. Zelf omschrijft het letterlijk ‘toonaangevende’ gezelschap het als: ‘interdisciplinair muziektheater’. “Maar een hoorspel als dit hebben we in deze vorm niet eerder uitgebracht,” weet Elffers.

Geen volbloed toneelspel dus, noch een puur hoorspel. “Er is geen ‘gerauschmacher’ in het spel, en er is geen grindbak of knerpend zand,” lacht ze, daarmee en passant de opvatting bestrijdend over wat traditioneel onder een hoorspel wordt verstaan. “En ook geen slaande deuren. Al raken we het genre af en toe wel heel lichtjes aan. Je moet dit als speler heel erg op je oren doen, meer dan te doen gebruikelijk. Timing. Maar dit is wel heel leuk om te doen. En ik leer ervan.”

 “Het decor bestaat uit een installatie in de vorm van een ronde tafel waar we met ons vijven aanschuiven. In het midden van die tafel zijn cameraatjes geplaatst en de beelden die dat oplevert worden middels een beamer geprojecteerd op een groot scherm achter ons. We gaan nu en dan van plek wisselen, er is beweging, en beurtelings lezen we de tekst. Die bestaat uit vertellingen, met vijf personages als de vertellers. Soms zetten we die extra aan om ze meer karakter te verlenen. En dat geheel wordt ondersteund met muziek.”

Corona
Het is fijn dat theaters weer open kunnen. “Zeker,” bevestigt Elffers, “al hoop ik van harte dat mensen het aandurven om weer langs te komen. We doen er met de theaters alles aan om het zo ‘coronaproof’ mogelijk te krijgen. Maar als ik spreek voor mezelf kan ik het me heel goed voorstellen dat het fijn is om weer eens iets live te zien, weer eens samen iets live mee te maken en door te maken. Het ‘streamen’ zoals dat nu veelvuldig gebeurt is een surrogaat, niet voor mij gemaakt, al gebeuren ook op dat gebied goeie dingen.”

Veenfabriek, ‘Een Vlinder van Sneeuw’, woensdag 25 en donderdag 26 november 2020, Theater aan het Spui. Meer informatie: www.veenfabriek.nl

Online kunst: ramp of redding?

‘Pixelkunst’ in tijden van ‘lockdown light’

Maak van binnenblijven een feest! Wat hebben Haagse kunstinstellingen voor thuisblijvers in petto?

Voorpret is voorzorg geworden. Theaters en musea zijn wederom het haasje, en nog zeker een weekje potdicht. En dus is online weer ‘aan’. De zogeheten ‘intelligente lockdown’ van dit voorjaar heeft geleerd dat de platte online ervaring – met een in vloeibare kristallen gedompelde dubbele glasplaat tussen kijker en kunstbeleving in – niet kan tippen aan ‘the real thing’: tegen over elkaar heen buitelende verflagen in 3D, zwetende dansers, extatische musici, fluisterstille acteurs in een theater- of concertzaal… kunnen de kille nullen en enen van het computerscherm nooit en te nimmer op. Toch ontstonden dit voorjaar aardige initiatieven. Nu, koud een half jaar verder, bloeit het nieuwe ‘genre’, langzaam maar gestaag.

Musea hebben het online makkelijker dan theaters. Musea zijn collecties, verzamelplaatsen van in principe aërosolvrije stilstaande beelden, vaak vervat in de vorm van een tentoonstelling. Dat overwegend statische geheel is relatief eenvoudig online te vangen.

Zo is komende zondagmiddag, 15.30 uur het Mauritshuis het decor voor een digitale live rondleiding langs topstukken van het museum. In het tijdsbestek van één uur trekken krijg je er nog een aardig praatje bij, plus de mogelijkheid om live vragen te stellen. Martine Gosselink, directeur Mauritshuis op de website: “Sinds afgelopen maart zijn we actief met 3D-tours en kinderactiviteiten voor thuis. Nu gaan we een stapje verder met een echte live rondleiding. Het liefst bekijk je onze kunstwerken natuurlijk in het echt, maar gelukkig zijn er ook heel veel manieren om thuis van de collectie van het Mauritshuis te genieten. Ontdek het beste uit de tijd van Rembrandt en Vermeer thuis op de bank.”

Het Maurtitshuis heeft ook online workshops beschikbaar en je kunt er luisteren naar schilderijen in het project ‘Bekijk het Mauritshuis met je oren’. Spinvis, Harrie Jekkers, Eva Jinek, Abdelkader Benali, Pat Smith en anderen lieten zich inspireren door topstukken uit de collectie. Meer dan de moeite waard is ook de app ‘Second Canvas’ waarmee je schilderijen uit de collectie thuis kunt bekijken in en extreem hoge resolutie.

Ook het Kunstmuseum zit ruim in het online aanbod, van minitentoonstellingen tot virtuele tours, zoals rond de actuele opstelling van Anders Zorn, evenals ‘Kunst in de wereld van de islam’, en ‘Vincent van Gogh & Paul Signac’. Het naburige Fotomuseum Den Haag doet een duit in het digitale zakje met filmpjes van rondleidingen langs onder meer Eddy Posthuma de Boer en Helena van der Kraan.

Ook Panorama Mesdag gaat digitaal steeds meer overstag. Zo is er via de eigen site een audiotour-met-beeld te beluisteren rond de museumcollectie, evenals van de lopende tentoonstelling ‘CANDID’. Ook kun je een virtuele duik nemen in het cilindrische Panorama zelf, en kun je daarbij zelf inzoomen op details van het doek. ‘Concullega’ de Mesdag Collectie heeft ook een mogelijkheid gecreëerd om online in te zoomen op topstukken uit de eigen collectie.

Theater
Waar musea gezegend zijn met opstellingen die weken-, soms maandenlang zonder mankeren meekunnen, zijn theaters doorgaans iedere week standplaats voor zo’n drie of vier verschillende voorstellingen. Die variatie maakt het lastig om, zoals nu, op stel en sprong een online aanbod te hebben. Belangrijker nog is dat theaters plekken zijn waar kunst ‘levend’ wordt opgediend. Na een optreden of voorstelling resteert doorgaans niet meer dan herinnering, foto, affiche of, en in steeds meer gevallen, een videoregistratie – meestentijds bedoeld voor eigen, intern gebruik. Tikkeltje jammer misschien dat laatste, maar zo’n ad hoc verslag kan nu eenmaal niet tippen aan een professionele, tv-waardige registratie met zijn close-ups, goed geluid (spraak!) en een puike montage. Maar dat is wel wat het publiek wil.

Nederlands Dans Theater heeft daar sinds de première van het programma Endlessly Free in september wat op gevonden door de fysieke voorstellingen (ook) aan te bieden via een livestream, en dat in een professioneel gefilmd format. De voorbije voorstellingen van Dare to Say (NDT2) in het voorbije weekeinde waren zelfs exclusief via livestreams te zien. Het is bovendien een mogelijkheid – en verdienmodel? – om wereldwijd het danspubliek te bedienen. “NDT is blij om zijn voorstellingen via deze digitale weg te kunnen aanbieden. Met intiem en nauwkeurig camerawerk ambieert het gezelschap zijn publiek van een digitale ervaring te voorzien die de NDT-creaties dichterbij de kijker brengt,” vermeldt de site.

Het Nationale Theater heeft geen livestream of registratie paraat, en ook al geen online estafette-vertelling. Dat is te betreuren want de uitmuntende serie ‘Het Nationale Theater speelt altijd’ zou daar geknipt voor zijn. Hier laten de publieke landelijke en regionale omroepen misschien ook een steekje vallen trouwens. De gastgezelschappen die er deze maand geprogrammeerd waren, bieden slechts mondjesmaat online uitkomst. Pas ergens eind november, als theaters hopelijk en waarschijnlijk weer voor maximaal dertig bezoekers opengesteld zijn, is op dat vlak wat te beleven. Daaronder het debatprogramma We need to talk dat in samenwerking met kunstinstelling Nest tot stand komt. Bij de voorstelling Swan Lake op 6 december bieden Club Guy and Roni samen met Slagwerk Den Haag een online game aan, die je ook nu al kunt spelen in hun NITE Hotel. En ten slotte is er nog de Politieke Eindejaarsshow op 15 december die je digitaal kunt volgen.

Je kunt ook besluiten je laptop dicht te klappen en, zomaar een dwarsstraat, het Hemels Gewelf van James Turrell aan de Machiel Vrijenhoeklaan bezoeken. Een buitenaardse ervaring. Of eens een boek lezen, da’s sowieso een win-winsituatie want is het schrijven van een boek een ware kunst, het lezen is dat ook. Wees dus zelf een kunstenaar! Voor digitale diehards: een boek lezen kan ook online, gewoon via de bibliotheek.

Theater ter bevordering van de nieuwsgierigheid

Het Nationale Theater speelt. Altijd.

Van cabaret tot muziek en muziektheater – en van (jeugd)theater tot eigen producties. “Maar ook van gearriveerd tot piepjong,’ zegt Cees Debets, directeur Theater van Het Nationale Theater (HNT). “Dat alles willen we als vanouds aan het publiek geven. Juist nu.”

Hij zwaait de scepter over Koninklijke Schouwburg, Theater aan het Spui en Zaal 3, maar ook over het Haagse acteursensemble HNT inclusief HNTjong. Hij citeert de koning die in juni bij ‘zijn’ Theater aan het Spui met koningin Maxima een voorstelling kwam bezoeken. “De koning zei toen: ‘Ik denk dat heel veel mensen in Nederland het nog niet durven om de deur uit te gaan. En dat is waarom wij hier zijn, om te laten zien dat het echt niet eng is’.”

Het Nationale Theater presenteert in haar zalen ook dit seizoen als vanouds een scala aan mogelijkheden voor een prachtig avondje uit in een zo prettig mogelijke ambiance. “We proberen met man en macht het vertrouwen van het publiek weer te veroveren, het vertrouwen dat je hier een heleboel mooie dingen kunt beleven en die nieuwsgierigheid aanwakkeren.”

Hij somt op: “We hebben tot eind dit jaar Ellen ten Damme, Harrie Jekkers, Glen Faria, Saman Amini, Peter Heerschop met en zonder Viggo Waas, Sanne Wallis de Vries, Diederik van Vleuten, Nasrdin Dchar en Bram van der Vlugt. Om maar wat namen te noemen.” Ook komen de bekende landelijke toneelgezelschappen langs. En is er is ruimte gevonden voor een festival: het Gnawa Festival.

HNT trapt het bij voorbaat ongewisse seizoen af met een selectie van voorstellingen die het voorbije, helaas gemankeerde seizoen succesvol zijn gebleken. Je zou het ‘the best of’ kunnen noemen. “Een van de beste van vorig seizoen, allerwegen geroemd, is ‘Weg met Eddy Belleguele’ van Toneelschuur Producties.” Het is een regie van de talentvolle Eline Arbo. “Volgend jaar sluit zij aan bij ons gezelschap. Van haar kunnen we nog veel moois verwachten.” Ook komt ‘Pronk’ terug, een persoonlijke, politieke speech van en door Anoek Nuyens, en ook ‘George en Eran worden racisten’, door het opvallende duo van de in Syrië geboren George Elias Tobal en Israëliër Eran Ben- Michaël, staat opnieuw op het programma, in dit geval samen met zangduo Nordgrond. Ook ‘Een man een man’, met twee mannen aan een tafel en een serveerster, komt terug, met Peter Blok die de plaats van Kees Prins inneemt.

‘Nina Bobo’ geeft de zoektocht van de derde generatie Indische Nederlanders een stem. Aan de hand van interviews met eigen familieleden, betrokkenen en onderzoek naar Nederlands-Indië gaat de jonge theatermaker Koen Verheijden een poging wagen om grip te krijgen op het verhaal van zijn voorouders en dat van de kolonie.

“En dan zijn er nog Thomas, Sacha en Jos die van Toon Tellegens vertelling ‘Mijn Vader’ met een avondvullende remake komen”. Theater aan het Spui heeft bovendien een wereldpremière in petto: ‘Constellations’ met Britte Lagcher en Beau Schneider, zoon van, over het multiversum van vrije wil en vriendschap, kwantummechanica, liefde en honing.

Eigen producties
De productiekernen HNT en HNTjong doen ook zelf een flinke duit in het programmeringszakje. HNTjong, de jeugdtak van het gezelschap, brengt met een uitgelezen vijfkoppige cast het succes ‘De Gebroeders Leeuwenhart’ in reprise, naar Astrid Lindgrens vertelling over dood, liefde en moed. Markant is de première ‘TORI’, gebaseerd op het bekroonde boek dat Brian Elstak maakte met Karin Amatmoekrim, in een kruising van hiphop, graphic design én theater. “Die productie gaan we maken zoals die voor ons is bedacht,” licht Debets toe, “inclusief de oorspronkelijke cast, decor, lichtontwerp en de aanwezigheid van een dj.”

‘Citizen K.’, een coproductie met Sadettin Kirmiziyüz die vorig jaar bij pers en publiek op een goed onthaal mocht rekenen, gaat op reis door het land en doet opnieuw ook Den Haag aan. Samen met Theatergroep Oostpool brengt HNT ‘Skylight’ uit. Regisseur Jeroen De Man legt een actueel spanningsveld bloot door te reflecteren op genderverwachtingen in de huidige tijd. “Er zijn twee verschillende casts,” legt Debets uit. “Als zich in de ene groep onverhoopt een coronabesmetting mocht voordoen, dan kan de andere de planken op.”

Het tekent de achtbaan waarin theaterprogrammeurs en -makers zich bevinden. Neem ook de reeks ‘HNT speelt altijd’, korte, wendbare voorstellingen, vaak monologen, door acteurs uit het eigen ensemble. “Pareltjes hè,” noemt Debets het. In juli waren er al werkvoorstellingen en de voorbij week zijn ze officieel in première gebracht. “Deze producties worden mogelijk ingezet als een van de programma’s noodgedwongen moet worden geannuleerd.”

Wendbaar en kleinschalig. Dat zijn de codewoorden van het theater van vandaag. Het is passen en meten, verwoord Debets de huidige staat. Van de nood een deugd maken. “Er is te veel dat nu níet mogelijk is, maar we zijn uitgegaan van de vraag wat er wél kan. We weten natuurlijk niet wat er nog op ons af gaat komen. Maar ik merk dat acteurs en makers erg gedreven zijn om weer de dialoog met het publiek aan te gaan en die ontmoetingen te maximaliseren. Er zijn nieuwe modellen gevonden: Soms treden artiesten twee keer op dezelfde avond op. De creativiteit van de sector vind ik opmerkelijk en bijzonder. Ongelooflijk is de gedrevenheid en veerkracht die makers aan de dag leggen om met de beperkingen die er zijn toch artistiek-inhoudelijk mooie programma’s te maken.”

Hoe het na 1 januari 2021 verder loopt? Niemand die het weet. Zeker is dat niets zeker is.

Meer informatie: www.hnt.nl