Satyagraha: Ontmoetingsplaats voor een betere wereld

Mix van Indiase met moderne dans in operawerk Satyagraha van Philip Glass

Sinds 2011 is oktober in Den Haag tot ‘Indiase maand’ gedoopt. Hoogtepunt op het aanstaande India Dans Festival is Satyagraha, een inspirerende totaalhappening van dans, zang en muziek. De opera wordt voor het eerst integraal uitgevoerd als dansvoorstelling.

Nadat in de voorgaande edities twee van de drie delen afzonderlijk werden uitgebracht, breekt dan nu het moment aan dat deze Satyagraha in volle glorie en omvang kan worden getoond tot een unieke voorstelling over kracht en geweldloosheid, waarin de Indiase cultuur versmelt met hedendaagse opera.

Voor het eerst zijn de drie aktes in een enscenering voor dans als marathonvoorsteling te zien. Indiase meets moderne dans. De componist zelf gaf hoogstpersoonlijk toestemming aan de producenten om het zo te doen. Zestig westerse en Indiase koorzangers, operazangers, Indiase en moderne dansers en live muzikanten geven Glass’ operawerk uit 1979 nieuwe allure.

Het ligt niet voor hand om uitgerekend een operawerk van een componist die seriële muziek schrijft, tot brandpunt te nemen voor een festival dat draait om Indiase dans.

Niettemin: allereerst is ‘satyagraha’ een Indiaas begrip, het wees Mahatma Gandhi letterlijk de weg naar geweldloos protest. En dan is voor Glass, die dit jaar 80 is geworden, de kennismaking met Indiase muziek doorslaggevend geweest voor zijn ontwikkeling. Hoofdvakdocente Nadia Boulanger bracht hem als twintigjarige Parijse conservatoriumstudent in 1966 in contact met de toen 54-jarige Indiase sitarvirtuoos Ravi Shankar. Glass: ‘Mijn muzikale vader’. Boulanger droeg Glass op om de Indiase muziek van Shankar om te zetten in westerse muzieknotaties.

Hij reisde daarop af naar Noord-India en bleef het land ook daarna veelvuldig bezoeken. Tel daarbij op dat Glass altijd veel voor dans heeft geschreven, zo was al in zijn baanbrekende opera Einstein on the Beach een choreografe van Lucinda Childs opgenomen. Tot op de dag van vandaag componeert Glass nog geregeld voor deze kunstdiscipline.

De eerste steen
Satyagraha is Glass’ meest ‘Indiase’ opera,  twee jaar na het succes van zijn baanbrekende Einstein gecomponeerd. De kiem ligt in een reis naar Kalimpong (India) in 1969, schrijft Glass in het standaardwerk Words Without Music.

‘Op ochtendwandelingetjes ging ik gewoonlijk langs bij een tapijtenhandelaar aan de Tienmijlenweg. Met Mister Sarup, de eigenaar, dronk ik geregeld een kopje thee. Op een dag troonde hij me mee naar het plaatselijke filmzaaltje, waar hij een vertoning geregeld had. Het was een bioscoopjournaal uit 1930 over de Zoutmars. Daar viel me toen een klein mannetje op die werd omstuwd door een mensenmassa. Tuurlijk, ik was bekend met Gandhi, maar mijn god, was het dat in een dhoti gehuld ventje? Op dat journaal liep hij het water in, deed zijn lendendoek af en doopte die in het water. Zo omzeilde hij het verbod van de Engelsen om zout te winnen. I was on fire.’

Satyagraha (1979) vormt met Einstein on the Beach (1976) en Aknaten (1983) een ‘portrettrilogie’ over wereldhervormers – al zijn het muzikaal compleet verschillende werelden – met Gandhi in de eerstgenoemde opera als spilfiguur.

Samen vormen ze een drieluik over mannen wier leven en werk het aanzien van de wereld hebben veranderd: Einstein als man van de wetenschap; Gandhi, de man van de politiek; en Akhnaton, de man van de religie. Ze veranderden de wereld niet met geweld, maar met de kracht van ideeën. Satyagraha is op zichzelf ook een drieluik met in elk van de drie bedrijven een verwijzing naar een historisch figuur.

Glass: ‘Het verleden wordt vertegenwoordigd door Tolstoi, die met Gandhi correspondeerde en hem ‘broeder in Transvaal’ noemde. Het heden staat in het teken van de Indiase dichter en Nobelprijswinnaar Tagore, een tijdgenoot van Gandhi, die hem op marsen vergezelde en met hem vastte. De toekomst wordt verbeeld door Martin Luther King, die in zijn strijd voor burgerrechten in de VS Gandhi’s geweldloze aanpak overnam.’

Satyagraha als Koyaanisqatsi, die Glass eind jaren zeventig componeerde, waren zijn eerste werken waarin maatschappelijke kwesties centraal stonden. ‘Dit was een onderwerp waarover ik al geruime tijd met componisten in heel Europa in discussie was. (…) Het rode boekje van Mao was destijds heel populair onder Europese kunstenaars en sommigen waren zelfs maoist. Ik was daar verbaasd over omdat ik niet begreep waar het vandaan kwam.’

‘Ik was toen al tien jaar met Satyagraha bezig; ik las over Gandhi, dacht veel na over het Amerika van de jaren zestig en hoe zich dat verhield tot het Zuid-Afrika rond 1890, de tijd dat Gandhi zijn beweging voor geweldloze maatschappelijke verandering begon. Ik had ontdekt dat toen hij in Zuid-Afrika aankwam, gekleed in krijtstreeppak en bolhoed op, met zijn eersteklaskaartje in de trein stapte, hij er meteen weer uit werd gegooid. Het bracht Gandhi zelfinzicht: ‘O! Ik ben niet degene die dacht te zijn, ik ben de persoon die zij van mij maken, en wat mij overkomt is verkeerd.’’

De tweede steen
‘Wat ik mooi vind aan zijn muziek is hoe die aansluiting vindt bij een breed publiek,’ zegt Rick Schoonbeek van Kwekers in de Kunst, voorheen Dario Fo. Hij was het die Leo Spreksel, artistiek directeur van Korzo, op het spoor van Satyagraha zette. ‘Na eerder een geslaagd project op het India Dans Festival 2014 te hebben gedaan, stelde ik voor Satyagraha te doen. Niet in de oorspronkelijke vorm maar met Indiase dans. Meteen al was duidelijk dat we geen orkest van 50 musici op de been konden brengen, daarom heb ik een bewerking gemaakt voor dubbel strijkkwartet en piano. Dat is een uitputtingsslag voor de musici, vooral de celliste heeft het te verduren want die moet geregeld de hand in het ijs houden om dit muziekstuk live tot een goed einde te kunnen brengen. Niet alleen uiterst inspannende muziek om te spelen, het is ook vernuftige muziek, met ritmisch verschuivende patronen en invloeden van Indiase raga’s.’

De derde steen
‘We kregen toestemming van Glass voor deze enscenering omdat hij bekend is met de moeder van Revanta Sarabhai, choreograaf van de eerste akte,’ vertelt Leo Spreksel. ‘Zij was een beroemde danseres. Glass stelde daardoor vertrouwen in ons project.’
‘Het verhaal van de opera volgen we inhoudelijk niet letterlijk, wel gebruiken we de thematiek uit ieder van de afzonderlijke aktes en vertalen die in dans. ‘In elk van de drie delen mixen we de traditionele Indiase dansvormen kathak en bharata natyam met moderne dans. In het laatste deel zit ook urban dance, daarvoor tekent de inmiddels gelauwerde choreograaf Shailesh Bahoran, die zich laat inspireren door zijn Hindoestaanse roots.’

‘Ik was meteen overtuigd van het belang van dit project: De emancipatie van dansculturen, de verbinding die het legt met de stad Den Haag en met de hindoestaanse gemeenschap.

Ook ben ik er trots op dat het een artistiek project is. Zonder uitzondering toont het publiek zich ontroerd. Daarbij is de muziek geweldig en actueel. En het laat de dans zien als een mondiaal verschijnsel. De invloed die het Oosten op het Westen heeft in het DNA van de dans, is razend interessant.’

kader:
Professionele operazangers, muzikanten en dansers.
Korzo producties en Kwekers in de Kunst brengen in Satyagraha 60 zangers van het Indiase koor Zangam en Theaterkoor Dario Fo bijeen.  De voorstelling is te zien tijdens het India Dans Festival.

kader:
India Dans Festival
Het India Dans Festival is uitgegroeid tot een van de belangrijkste manifestaties voor Indiase dans in Europa. Vernieuwing en traditie gaan er hand in hand, van kathak tot urban Indiase dans en van bharata natyam tot moderne dans.

Korzo is het podium voor toonaangevende en beginnende talenten van over de hele wereld. Tijdens het festival zijn er ook concerten, workshops en dansfilms. Daarnaast zijn er ontmoetingen met de artiesten in de Korzo bar.
indiadansfestival.nl

 

Advertenties

Lachen naar de dood

Hans Dagelet & Jacqueline Blom bij Toneelgroep Oostpool in iHo

De discussie rond een actief en legaal levenseinde is hyperactueel. Met iHo gooit Oostpool een knuppel in het hoenderhok.

De Amerikaanse Pulitzer Prijs-winnaar Tony Kushner chreef met iHo een veelkantig huiskamerdrama en familieportret over een man van 72 die aan Alzheimer leidt en een doodswens koestert.

iHo is de verkorte titel van The Intelligent Homosexual’s Guide to Capitalism and Socialism with a Key to the Scriptures or iHo uit 2009. Bij Toneelgroep Oostpool zet regisseur Marcus Azzini zijn tanden in het stuk. Hij leidde twee seizoenen geleden in Kushners Angels in America Jacob Derwig en Maria Kraakman naar de toppen van hun kunnen met ieder een nominatie voor respectievelijk de Louis en Theo d’Or.

Ook in iHo kan hij beschikken over een sterrencast, met deze keer in de gelederen onder meer de ‘Or’ 2017-genomineerden Hans Dagelet en Jacqueline Blom. Begin dit jaar vormden zij in Ondertussen in Casablanca van Toneelgroep Oostpool slash Het Nationale Theater onder regie van Jeroen De Man een hemels komediekoppel: Mr. en Mrs. Lohman. Voor hun knisperende en kwispelende spel werden ze individueel genomineerd voor de belangrijkste toneelprijzen die dit land rijk is: de ‘Louis’ en de ‘Theo’. Het gebeurt hoogst zelden dat de beste acteur én actrice uit een en hetzelfde stuk komen – al gaat het hier vooralsnog om een nominatie.

De werkkamer ten Huize Dagelet. Uit een van de vele verlichte vitrines die Dagelet er heeft volgestouwd met blikken miniatuurspeelgoed en tinnen soldaatjes vist hij, na licht speurwerk, de medailleplak op: de Louis d’Or 1971! In dat jaar deelde hij de prijs met Wim van der Grijn voor hun spel in Gerben Hellinga’s toneelbewerking van Kees de jongen. Hij loopt er vervolgens mee op Jacqueline Blom af: ‘Kijk, zo ziet hij er dus uit!’ ‘Best wel mooi’, oordeelt Blom die het stof eraf veegt met in haar stem een hoorbare tikje verbazing van ontzag.

In iHo delen beiden opnieuw gelijktijdig het podium, al zijn ze deze keer niet elkaars directe tegenspeler. ‘Deze keer zijn we geen koppel hoor’, tempert Dagelet lichtjes maar resoluut het verwachtingspatroon. ‘In dit stuk speel ik Gus, een verstokte communist’, zegt Dagelet. ‘Een wat rare tante,’ zo omschrijft Blom haar personage, ‘activistisch ingesteld en ze is bij Gus ingetrokken nadat zijn vrouw is overleden. Het is een wat ‘geïmplodeerde’ rol die, zoals ik het nu inschat, weinig kansen biedt om groot uit te pakken.’ Ook Gus bezit vreemde trekjes. Blom: ‘Zijn leven lang heeft hij comfortabel van een uitkering kunnen genieten en zet in het leven graag de dingen naar zijn hand.

‘Een manipulatief mannetje’ bevestigt Dagelet, die net als deze Gus 72 jaar is, ‘maar daar eindigt de overeenkomst ook wel zo’n beetje.’ Niet een rol dus die hem bij voorbaat overtuigt. De dag na de eerste gezamenlijke lezing van het script stak Dagelet zijn vinger op, want ‘ik had werkelijk niks met Gus.’ Azzini, die nooit eerder direct met Dagelet noch Blom samenwerkte, ontplofte bijkans: ‘Dit is nog me nog nóóit overkomen! De hoofdrolspeler die niet gelooft in zijn rol!’ Daarna hebben we het in de spelersgroep over Gus gehad. Ik ben hem er beter door gaan begrijpen. En vergeet daarbij dit niet: Kushner schrijft voor iedere opvoering een nieuwe versie, met locale invalshoeken. Ook nu. Dat is spannend.’

Blom en Dagelet zijn het erover eens dat iHo ‘link en doordacht’ in elkaar steekt. ‘Bijna als een partituur,’ zegt trompettist, schilder, schrijver en toneelspeler Dagelet. Voor hem komt het stuk erg dicht op de huid. ‘Mijn vader maakte op zijn 65e in het ziekenhuis een einde aan zijn leven. Daar had ik toen geen enkel begrip voor. Dat is veranderd. Mijn moeder is nog daarvoor aan kanker overleden. Er werd niet veel over het einde gesproken, kop in het zand, doen alsof er niets aan de hand is.’ Bloms ouders zijn nu in de tachtig. ‘Ze hebben elkaar nog, dat is mooi. Maar soms zie ik aan ze dat doorgaan een hele opgave is.’

iHo is niet op voorhand loodzwaar of moralistische kommer en kwel. ‘Wrang, dan weer pijnlijk, ontroerend maar ook erg humoristisch,’ vat Blom samen. ‘Zoals Amerikanen dat zo goed kunnen, maar ook Engelsen en Fransen. Je waant je bij tijd en wijle regelrecht in een komedie. Met humor kun je diepere lagen bereiken. Humor en mededogen heb je nodig om het leven draaglijk te maken en er tegelijkertijd iets wezenlijks over te vertellen.’

‘Komedie, dat is jóuw terrein,’ meent Dagelet, ‘maar nog nieuw voor mij. De laatste vijftien jaar heb ik überhaupt nauwelijks op de theaterplanken gestaan. Zij,’wijzend op Blom, ‘zij is werkelijk virtuoos, een goddelijk comedienne. Het is trouwens veel moeilijker iemand aan het lachen dan het huilen te brengen, wist je dat? Een technische kwestie van timing vooral, maar ook van energie.’ ’En natuurlijk razendsnelle verbeeldingskracht en improvisatievermogen,’ vult Blom aan.’Ik hoop dat je de Louis wint’, zegt Dagelet beminnelijk. ‘De Theo ,’ verbetert Blom hem glimlachend.

Misschien zou er ooit nog een echt vervolg op Ondertussen in Casablanca in zitten? Blom enthousiast: ‘Dan kunnen we weer echt een koppel zijn. Dagelet: ‘En Jeroen De Man moet dat stuk dan regisseren.’

Toneelgroep Oostpool: iHo. Met Jacqueline Blom, Hans Dagelet, Abe Dijkman, Astrid van Eck, Fahd Larhzaoui, Eva Laurenssen, Tibor Lukács, Rick Paul van Mulligen, Chiem Vreeken en Sophie van Winden. Première: zaterdag 30 september, Stadstheater Arnhem. Tournee.

kader:
Azzini over iHo
‘Het stuk is zo rijk als de titel lang. Aan de keukentafel van de familie Marcantonio komen eigentijdse kwesties samen: idealisme, religie, alternatieve gezinsvormen, migratie en euthanasie. Een verhaal over mensen van onze tijd. Ik zag het stuk vorig jaar in Londen en was meteen verrukt.’

‘Ik ben een echte Kushner-fan. Hij is een van onze beste toneelschrijvers. Waarom? Hij voert aan de hand van herkenbare situaties een enorme gelaagdheid op: hoe voed je je kinderen op, hoe leid je je leven, je vorm je je gezin, hoe ga je om met teleurstellingen en verwachtingen, en wat wil je in het leven bereiken. In die kwesties heeft iedereen zijn eigen kruis te dragen. Familieverbanden, samenlevingsvormen, sociale verhoudingen: ik vind dat altijd waanzinnig fascinerende thema’s.’

‘Mijn moeder is 82, woont alleen maar is voor haar leeftijd nog heel actief. Voor mijn zoon probeer ik het best mogelijke te doen, maar soms is er pijn, zijn er teleurstellingen. We moeten ons realiseren: we maken fouten.’

kader:
Multitalent Dagelet
Hans Dagelet dook voor de zomer met trompet en vibrafonist / slagwerker / muziekproducent Jan van Eerd, oftewel Yan. De CD die komt in het najaar uit. Een tweede roman van zijn hand ligt binnenkort in de boekhandel: Fred, filochauffeur.

Brexit breaks

Koerswijziging bij Royal National Theatre onder Rufus Norris

Met een nipte 51,9 procent kozen vorig jaar welgeteld 17 op een bevolking van 63 miljoen Britten voor een ‘splendid isolation’. Met My Country blikt het Royal National Theatre nu ‘nation wide’ terug op de veldslag die voortduurt. Een ooggetuigenverslag rond een stille revolte.

Hoe zat het ook weer? Toenmalig premier David Cameron deed de gelofte van een bindende volkspeiling als zijn partij de parlementsverkiezingen van 2015 zou winnen. Hij won. Het beloofde zoethoudertje bleek al snel een splijtzwam die het land na referendumdag 23 juni 2016 vrijwel direct in een constitutionele en identiteitscrisis stortte.

Opvallend aan de uitslag was dat een minieme meerderheid in Engeland en Wales vóór een brexit was, terwijl Schotland en Noord-Ierland voor ‘remain’ hadden gekozen – in Schotland zelfs in alle kiesdistricten. Ook district Londen, dat een groot deel van zijn omzet uit continentaal Europa haalt, stemde in meerderheid voor een verlenging van het verblijf in de EU.

‘Gefeliciteerd met jullie verkiezingsuitslag, ’opent Rufus Norris, artistiek directeur van het Royal National Theatre (NT). De uitslag in polderland is dan nauwelijks een enkele dag oud. ‘Het populisme is een halt toegeroepen.’ Norris staat het van overzee overgekomen Nederlandse journaille te woord, op de dag nadat Schotland aankondigde zélf een volkspeiling te willen over de aanstaande uittreding. In feite een anti-brexit referendum. De openingswoorden van Norris leggen meteen zijn engagement bloot. Twee jaar geleden werd hij als succesvolle toneel-, opera, en filmregisseur (o.a. Critics Circle Award, Olivier Awards) aangesteld bij NT, na eerst een periode als ‘associate director’. Het is zijn opdracht om het door Laurence Olivier in 1963 opgerichte gezelschap bij de polsslag van de moderne tijd te halen.

En dat is exact wat hij met My Country; a work in progress doet – maar ook door zijn stuk te programmeren tegenover ‘panklare’, aldus Norris, klassiekers zoals Hedda Gabler (regie: Ivo van Hove) en Twelfth Night – terwijl hij zelf als regisseur ‘nimmer een Shakespeare, Ibsen of Tsjechov’ onder handen heeft genomen.

Highground
Met een brief die eind mei op de Brusselse deurmat plofte, startte de Britse premier May in formele zin de onderhandelingen met de EU, die exact twee jaar mogen duren. ‘Maar vergis je niet,’ zegt Norris, ‘na een jaar van politiek geharrewar is er hier nog steeds geen sprake van een doordacht uittredingsplan.’ In zijn betonnen ‘head quarter’ aan de eeuwigdurend kabbelende Thames slaakt Norris die verzuchting eventjes later nóg eens, om te onderstrepen dat het nu allemaal lang niet meevalt, daar aan gene zijde van de Noordzee.

Daar, nabij financieel grootverdienerscentrum The City, aan de Londense South Bank, oogt Norris oprecht boos, lijkt hij bijna een jaar na dato nog altijd aangedaan over de uitslag van het referendum. Dat, volgens hem, op verkeerde motieven werd ingezet en waarvoor het meerderheidsbesluit tot uittreding al helemaal op verkeerde gronden werd genomen. Want de brexit is in de ogen van Norris vooral een verhaal van manipulatie. Door de politiek, door politici en de media, van de Britse ‘moral highground’ die zich liet verrassen, en van Britten die bang werden gemaakt voor arbeidsmigratie, vreemdelingenhaat en vluchtelingenvraagstukken. Norris kijkt er met zijn Afrikaans/Maleisische roots nog steeds vreemd van op.

Polsslag
De tekst voor My Country is afkomstig van de Schots/Britse ‘dichter des vaderlands’, toneelschrijfster en universitair poëzieprofessor Dame Carol Ann Duffy (The World’s Wife en The Bee), en komt voort uit zo’n 75 lange vraaggesprekken die Norris’ team in het najaar voerde met bewoners uit alle genoemde landsdelen. ‘Ik heb de kerstdagen doorgebracht met het luisteren naar de tapes,’ zegt Norris. Op haar beurt verwerkte Duffy die vervolgens tot een allegorisch opgebouwde tekst rond een Romeins gehelmde Lady Britannia.

Gezeten achter lestafels mogen ook de ‘personages’ East Midlands, Northern Ireland, North East, South East, Caledonia en Wales (Cymru) in monologen en korte dialogen hun zegje doen omtrent de brexit. Nadat de Davids en Deirdres zich veelal in eigen taal en tongval hebben gewenteld in woorden over patriottisme, vreemdelingenhaat of (de idiotie van) Europese regels, krijgt Lady Britannia stevig de oren gewassen vanwege vermeend ontbrekend leiderschap. Zij gaat daarop los in monologen die stevig zijn geënt op bestaande politieke redevoeringen die David Cameron, Theresa May, Boris Johnson en Nigel Farage hielden.

Met de nodige slagen om de arm en omgezet in Nederlandse begrippenparen kibbelen in My Country landelijke, provinciale en regionale kopstukken met local heroes onder leiding van een geharnaste Willem van Oranje over de voor- en nadelen van het EU-lidmaatschap. Met nog wat meer fantasie kruisen door die bril gezien figuren als pak ‘m beet Jos van Rey, Hans Wiegel, Ahmed Aboutaleb, Freek de Jonge, Leon de Winter, Ramsey Nasr, Jan Mulder en/of Bennie Jolink de degens met elkaar over het vraagstuk dat hier de Randstad tegen de rest zou kunnen heten.

‘Luisterprojecten’
Maar over de brexit is al zoveel gezegd en geschreven. Wat kan Norris stuk daar nog aan toevoegen? Die vraagstelling geldt ongetwijfeld voor Britten – en welzeker voor Nederlanders. Norris ‘listening project’ loopt bovendien het risico dat het bijna dagelijks tekstueel moet worden bijgesteld omdat er dag op dag nieuwe ontwikkelingen zijn op dit vlak. My Country is daarbij niet wat je noemt beeldend theater, de productie oogt veeleer als een wat mager aangekleed anderhalf uur durende rondetafelconferentie met nu en dan een vrolijk intermezzo. De vraag is gewettigd of hetgeen Norris in stelling brengt hier te lande de kans krijgt om te resoneren, ook al heeft het Holland Festival het etiket ‘democratie’ als thema op het festival geplakt – hoewel door die bril bezien, eerlijk is eerlijk, het stuk uitstekend op z’n plek is.

Norris wil in de toekomst meer ‘listening projects’ uitbrengen. ‘Er moet meer naar elkaar geluisterd worden, al is dat soms best lastig als mensen aldoor ‘tegen’ zijn. Maar bij NT willen we de stem van het volk letterlijk meer laten doorklinken. Dit type theater is daar geknipt voor. Het is onze bijdrage aan de vestiging van meer ‘oral history’,’ zo vertelt Norris. Want: ‘Niemand kan louter met de mobiele telefoon in de hand het leven leiden, zonder onder de mensen te komen. De kerken zijn leeggestroomd. Maar plekken voor samenkomst en het delen van ervaringen blijven nodig. Het theater moet dat beseffen.’ Zijn conclusie: het mag een pondje meer. ‘We have to engage.’

My Country; a work in progress is op woensdag 7 en donderdag 8 juni 2017 te zien in het Holland Festival. Locatie: Stadsschouwburg Amsterdam (Rabozaal). Met Nederlandstalige boventiteling.

Ontgroenen op leven en dood

De Nieuwkomers van Orkater in ‘mindfuck’ Rumspringa

Wie ben je nog als je eigen verleden compleet op losse schroeven komt te staan? iona&rineke maakten samen met rockband Shaking Godspeed een voorstelling rond de ‘rumspringa’. Over vasthouden aan een geloof, zelfs als wat je altijd verteld is niet langer waar kán zijn.

Voor het voorafgaande onderzoek deed het schrijversduo iona&rineke naspeuringen bij onder meer de Scientology kerk en de Vrijmetselaarsbeweging. Maar tijdens hun omzwervingen voor Rumspringa struinden ze, natuurlijk, ook het donkerduistere internet af. Onder het lemma ‘blues’ bleek op Wikipedia een pagina opgetuigd met een reeks aan namen van bands – en bijbehorende hyperlinks.

Een ervan leidde naar Shaking Godspeed. Plots stonden Iona en Rineke oog in oog met heftige, eigenzinnige undergroundrock. ‘We zijn daarna twee avonden samen gaan werken aan muziek en tekst,’ zegt Rineke. De hand van god? In ieder geval een gouden greep. Want de ‘hit’ kwam op het moment dat het tweetal net even daarvoor had ingetekend op een vijftienminutenpitch bij Orkater. Waarmee ze hun voornemen uit 2014 voor een muziektheatervoorstelling rond de ritus van Rumspringa te maken, kracht bij zetten.

Rumspringa komt uit het Duits (‘herumspringen’), soms aangeduid als rumschpringe of rumshpringa. Het is de periode dat orthodox gelovige adolescenten van Amish en Mennonieten rond 16 tot 22 jaar volgens traditie huis en haard de rug toekeren, om het ‘echte leven’ te leren kennen. Het relatief veilige platteland en hun kompas van geijkte normen- en waarden laten ze daarmee los.

De rumspringa kan voor de betrokken jongeren op een reusachtige cultuurschok uitdraaien. Rineke Roosenboom: ‘Het draait om kiezen tussen leven in het genootschap of daarbuiten, in de vrije wereld. Om weloverwogen die keuze te kunnen maken, leven jongeren voor een bepaalde periode in de buitenwereld, zodat ze in volwassenheid kunnen kiezen voor de ene dan wel de andere leefwijze. Maar die ogenschijnlijk vrije keuze is niets meer dan schijnvrijheid. Want hoe kun je na 18 jaar in een gesloten gemeenschap vergelijken met één jaar in de buitenwereld? Hoe doe je dat trouwens, leven in een wereld waar je niemand kent, waar ineens geen regels meer zijn?’

In de voorstelling worstelen de personages met dit vraagstuk. Bovendien komt hun vriendschap onder druk te staan omdat eenieder verschillend reageert op de rumspringa. Geen ongevaarlijke bezigheid, voor adolescenten die de ‘rumspringa’ doorlopen hangt er nogal wat af. ‘Bedenk dat als hun ‘rite de passage’ niet juist of niet met goed gevolg wordt afgelegd, de beschermende veiligheid van de cocon verdwijnt. Het lid loopt dan de kans voor altijd uit de geloofsgemeenschap verstoten te worden. Keihard en nietsontziend,’ zo legt Roosenboom uit.

Vals
In de muziektheatervoorstelling Rumspringa zijn Rineke Roosenboom en Iona Daniel tot de vondst gekomen zelf hun eigen geheime genootschap te stichten. In hun sekte van ‘De Kring van Welsch’ raken de leden verstrikt in manipulaties en geloofsregels. ‘We presenteren de Kring als een autobiografie, komen zelfs met bewijsmaterialen op de proppen.’ Ze noemt het ‘een valse documentaire’. ‘We laten het publiek geloven in iets dat niet waar is.’

Hun stuk begint als het persoonlijke relaas van een ontmoeting en de daaropvolgende vriendschap tussen Iona en Rineke. Ze lijken ‘normale’ meisjes en vertellen een verhaal dat op papier staat, maar dan wel een verhaal dat volledig ‘gescript’ is. Maar het is allemaal ook echt, want het is hún verhaal, zo beweren ze althans. Tikje schizofreen: gespeeld en echt tegelijk. Als ik haar door de telefoon spreek, legt wederhelft Iona Daniel een brug naar manipulatietechnieken waar sektes gewoonlijk in grossieren. ‘Zelfs als je op een gegeven moment gaat twijfelen aan wat het genootschap je vertelt, is het een lastige keuze er uit te gaan. Want als je eruit stapt, moet je aan jezelf toegeven dat je al die tijd als een soort sukkel in hun leugens hebt geloofd.’ Veel sekteleden stappen er uiteindelijk uit omdat ze met aantoonbare onwaarheden geconfronteerd zijn. ‘Als blijkt dat de werkelijkheid die hen altijd is voorgehouden niet klopt, en niet strookt met hun eigen perceptie, dan vallen gaten. ‘Dan moet je wel stevig is je schoenen staan.’

Performers
Evenals de vierkoppige band treden ook iona&rineke zelf in dit stuk op als ‘performer’. Iona: ‘We merkten in het verleden dat als we langer betrokken bleven bij de totstandkoming, we langer grip bleven houden op de tekst, en die nog tot op het laatste moment konden aanpassen. Het verraste ons toen we merkten dat het andere teksten opleverde dan we hadden gedacht. We zijn daarom blijven performen.’

Luistertocht
Shaking Godspeed’s soundtrack Rumspringa is een op zichzelf ademstokkende luistertocht waar naar hartenlust uiterste muzikale grenzen zijn opgezocht. ‘Ik hoop dat het lukt om popfans vanuit het clubcircuit over te halen naar de theaters te komen,’ spreekt zanger/gitarist Wout Kemkens verwachtingsvol uit, ‘en andersom: dat theaterbezoekers hun weg naar onze muziek gaan vinden.’

Die muziek – ook op CD uitgebracht – bestaat uit speciaal voor Rumspringa gecomponeerde muziek en teksten – die in het Nederlands zijn gesteld. Muziek met vaak een bezwerend of maniakaal karakter. ‘Zie het als een dialoog met de tekst.’ In het stuk heeft ieder personage een ‘leitmotiv’ gekregen, een eigen klankkleur. ‘Geregeld refereren we ook aan muziek uit de sixties, bijvoorbeeld door de sitar in te zetten en door gebruik te maken van stijlkenmerken uit de popmuziek van die tijd.’

Helter Skelter, een nummer van The Beatles van hun album dat onofficieel The White Album heet markeert de kraamkamer van de hardrock. Dit nummer, evenals enkele andere songs van dat album overtuigden sekteleider en criminele hippie Charles Manson ervan dat een rassenoorlog en atoomoorlog nabij waren, al is niet bewezen dat zijn volgelingen The Family daardoor direct overgingen tot het plegen van de beruchte Tate/LaBianca-moorden. Refereren Shaking Godspeeds composities voor Rumspringa aan Manson? Wout Kemkens: ‘Van Marilyn Manson is in de muziek nauwelijks iets te bespeuren, van Charles Manson in de voorstelling des te meer.’

Click
Eigenlijk precies goed, die muziek van Shaking Godspeed, zo besloten iona&rineke na de nu fameuze click-op-goed-geluk op het trefwoord ‘blues’, waardoor de Utrechts/Arnhemse band na eerdere optredens van Noorderslag, Incubate, Paaspop en Zwarte Cross tot Sziget en als voorprogramma-act van Deep Purple, vorig jaar haar opwachting op Oerol, als onderdeel van De Nieuwkomers, het talentontwikkelingsplatform van Orkater besteeg.

Het vervolg is dan nu opeens een theatertournee. ‘We kunnen nu in iedere stad de parochianen toespreken,’ merkt Wout Kemkens, bassist/gitarist van Shaking Godspeed schertsend op. En was op Oerol de eenbuikige kruiskerk van Midsland uit 1881 – tegenwoordig op bingoavondjes ook in gebruik als clubhuis (‘we moesten op zondagochtend niet aanwezig zijn; en de kerkdienst speelde zich af in ons decor’) en in akoestisch opzicht een galmbak – voor de toer is dat de veelal no nonsense-omgeving van vlakkevloertheaters, de hedendaagse tempels van het vrije woord.

kader:
Het fenomeen ‘rumspringa’ komt in literatuur en films geregeld op de proppen: van Devil’s Playground (2002) tot Sexdrive (2008) en How To Be Single (2016). En ook Roger Rheinheimer’ roman Amish Snow, laat zien hoe het toe kan gaan.

Orkater / De Nieuwkomers met Rumspringa van en met iona&rineke en Shaking Godspeed. Tournee. Meer informatie: orkater.nl.

Tijdmachinaties

Wereldpremière Imre en Marne van Opstal bij Nederlands Dans Theater 2 in programma Smoke and Mirrors

Broer en zus. En allebei danser én choreograaf. Voor Smoke and Mirrors van Nederlands Dans Theater 2 tekent het tweetal Imre en Marne van Opstal voor een van de nieuwe creaties.

Na gedane arbeid is het goed rusten: Terwijl hun zus Myrthe er na de repetities op uitgestuurd is om boodschappen te doen voor het avondeten, nemen Imre en Marne van Opstal de tijd om zich uit te spreken over hun nieuwe choreografie The Grey die in de maak is. Het is na eerdere creaties voor het talentontwikkelingsprogramma Up & Coming Choreographers van initiatiefnemers NDT en Korzo hun eerste proeve voor een van de reguliere avondprogramma’s van Nederlands Dans Theater 2, de unieke verzameling jong talent van het eredivisiedansgezelschap uit Den Haag. In dat programma, Smoke and Mirrors, maakt hun nieuwe choreografie voor zeven dansers deel uit van een vierluik met daarin ook werk van de choreografenduo’s Sol Léon en Paul Lightfoot, Sharon Eyal en Gai Behar, en Marco Goecke.

Hoe gaaf is dat, en nog wel tussen zulke kanonnen? Levert die wetenschap extra druk op?
M: Het is geweldig fijn dat we deze kans krijgen, eervol ook. Het ‘umfeld’ levert wel wat extra druk op, maar we hebben vaker samengewerkt, dus dat moet deze keer ook lukken.
I: We vinden het ook erg fijn dat we juist als Nederlandse dansers/choreografen deze kans krijgen, want vaak komen de makers van buitenaf.

De wil, de drang om te choreograferen, waar komt die bij ieder van jullie vandaan?
M: Als danser voer je in eerste instantie in principe uit wat de choreograaf voor je bedacht heeft. Het is geweldig fijn om ook eens zelf beslissingen te kunnen nemen en je eigen ‘stem’ naar buiten te kunnen brengen. En dat van muziek, tot aankleding en toneelbeeld, dat je alles zelf in de hand hebt, dat voelt goed. Als choreograaf wil ik graag allerlei gedachten opwerpen, dingen aan de kaak stellen, of achterhalen hoe het brein werkt. Voor mij moet het echt ergens over gaan. Daarom hebben we in Fabienne Vegt een dramaturg in de arm genomen, dat is ongebruikelijk in de dans.
I: Iemand die met een derde oog kijkt naar wat we maken, die in de gaten houdt waar het naartoe gaat, het concept en de ‘frames’ bewaakt, en die ons op het rechte pad houdt.
M: Voor mij is communiceren met het publiek erg belangrijk. En het creatieproces, actie-reactie, samen aan een voorstelling bouwen, dat is gaaf.
I: Het uitbouwen van een concept dat je op papier hebt gezet, zien veranderen in een levende voorstelling, in iets visueels fascineert me. Op papier kan iets nog zo prachtig lijken, maar om dat te bereiken moet je ook dansers coachen, ze stimuleren, inspireren. Daar houd ik erg van.

Hoe gaat dat: in gezamenlijkheid choreograferen? Wie doet wat en waarom zó?
I: Omdat we elkaar van jongs af aan van zo dichtbij kennen, kunnen we uitstekend samen lezen en schrijven. Op de repetitievloer is het vaak zoeken in samenspraak met de dansers, maar als Marne met een van ze een deel aan het uitwerken is, weet ik precies waar hij heen wil. Op zijn beurt weet hij dat van mij. We kunnen daarom los van elkaar aan de gang.
M: We zijn nog zoekende, maar we weten allebei wat we willen bereiken. Dat verschilt per choreografie trouwens, want ik geloof niet zo in een eigen stijl. Mensen die ons als danser kennen, zullen vast de bewegingen herkennen, maar verder ben ik van mening dat een nieuw concept zijn eigen aanpak en bewegingstaal vraagt.

Wat kunnen we van jullie verwachten in ‘Smoke and Mirrrors’?
M: Ons stuk, op speciaal voor deze creatie geschreven muziek van componist/choreograaf Amos Ben-Tal, gaat over lotsbestemming, een parallel universum, over geloof stellen in een grotere kracht ergens buiten ons. Maar ook over het gegeven op de juiste tijd op de juiste plaats te zijn, over het nemen van stappen vanuit een zeker beginpunt, een aardse laag, naar de toekomst.
I: We delen het stuk op in drie non-chronologische secties. In het laatste deel gaan we de eerste delen als het ware toelichten. Maar onze choreografie gaat ook over menselijke relaties, en over sociale verhoudingen tussen mensen. We gaan heel wat omwoelen! Het moet een experience zijn, en zeker geen statisch schilderij.

Moet je als choreograaf zelf gedanst hebben?
I: Dat geloof ik niet, tenminste niet per sé. ik denk dat het belangrijk is om te weten wat je met een lichaam kunt doen, waartoe een lichaam in staat is.
M: Dat ben ik zeer met Imre eens. Het kan wel dat je als ‘autodidact’ eerder op nieuwe bewegingen komt, maar net als Imre denk ik dat het heel belangrijk is om te weten wat je met een lichaam kunt uitdrukken, hoe ver je kunt gaan, dus wat een danser in fysieke zin aankan. Als danser weet je dat van tevoren.

Taiwan en Athene wachten. Dansenbij NDT – en in de tussentijd choreograferen. Hoe zwaar is dat?
M: Ja, we zijn druk, druk, druk. Bij terugkomst hebben straks tien dagen om de nieuwe choreografie in te studeren met de dansers. Die combinatie van dansen en maken is heel intensief.
I: Het is echt een puzzelstukje om alles passend te krijgen.

kader:
Imre en Marne. Dansende broer en zus uit een dansgekke Noord-Limburgse familie uit Velden, die waarlijk overloopt van danstalent, want ook Myrthe danst aan de top (bij NDT1) terwijl Xanthe bij Batsheva Dance Company in Israël zit. ‘Eerst maakten we furore in de woonkamer,’ lacht Imre van Opstal. ‘Maar we zijn in stadia gegroeid tot waar we nu zijn. Al tijdens onze vooropleiding in Venlo konden we nu en dan zelf een duetje maken.’

kader:
Het tweede programma van NDT 2 is rijk aan contrasten. Smoke and Mirrors toont wereldpremières van associate choreographer Marco Goecke en opkomend choreografenduo Imre van Opstal en Marne van Opstal, naast een herneming van SH-BOOM! (2000) van Sol León / Paul Lightfoot en Sara van Sharon Eyal & Gai Behar. De vijf makers verschillen aanzienlijk in stijl, leeftijd, achtergrond en esthetiek. De jonge dansers van het gezelschap worden daardoor uitgedaagd om zich de verscheidenheid aan werken en danstalen eigen te maken.

‘Muziek is heilzaam’

Henriëtte Tol in muzikaal liefdesdrama ‘Pinkpop’

Op TV en het witte doek staat ze al jaren haar mannetje, evenals het toneelpodium: van alle markten is ze thuis. Maar ook muziek hoort in dat rijtje. Henriëtte Tol speelt Lies in het muzikale liefdesverhaal Pinkpop van Toneelgroep Maastricht. Rowwen Hèze tekent voor de live muzie

1969. In Limburg is dan nog niet veel doorgedrongen van de nieuwe popmuziek. Maar na het Monterey International Popfestival (1967, Californië, VS) en initiatieven in Den Haag en Utrecht vindt ook op de Zuid-Limburgse Gulpenerberg een openluchtconcert plaats. Smaakmaker: de Nederlandse bluesformatie Brainbox. Varken aan het spit en appelen waren gratis en een officiële hashdealer vroeg 10 gulden voor 1 stukje Maroc van 3 gram. Het weer die dag: droog en zonnig. Aantal toeschouwers: 10.000 – voornamelijk opa’s en oma’s met kleinkinderen.

Aldus de annalen. Dit tot ‘Picknik’ gedoopte festijn was de voorloper van Pinkpop, het nu roemruchte en legendarische popfestival dat Jan Smeets gewoontegetrouw op en rond de pinksterdagen situeert in eerst Sportpark Geleen en later Landgraaf. Gevolg: anderhalf miljoen bezoekers en meer dan 500 verschillende (wereld)acts. ‘Maar ik was een Kralingen-gangster,’ bekent de in Alkmaar (N-H, 1953) geboren, in Amstelveen woonachtige Henriëtte Tol. ‘Eric Clapton staat me nóg voor de geest.’

Pinkpop heeft ze echter niet een keer bezocht. ‘Pinkpop is natuurlijk een fenomeen, een bijzonder instituut met jaar in jaar uit geweldige artiesten. Dat staat buiten kijf. Voor ons in de Randstad is en was het bijna vanzelfsprekend dat je favoriete band of artiest hier in de buurt komt optreden. Maar als je ver buiten de Randstad woont is dat wel anders.’

Persoonlijk is haar dierbaarste herinnering een optreden rond 1985 van haar held Sting. Ze stond pal vooraan. ‘Ik dacht dat alles wat hij zong of deed alleen voor míj bedoeld was,’ zo omschrijft ze haar staat van gelukzaligheid van toen. Ze kreeg zelfs een backstage-pasje toegespeeld. ‘Maar meteen na het optreden was hij verdwenen. Hij moest terug naar Londen om nog diezelfde avond op te treden voor Live Aid.’

Document
In de voorstelling Pinkpop probeert Lies het geheugen van haar man Wiel (Huub Stapel) levend te houden en daarmee hun liefde. Door Wiel kwam de Amsterdamse Lies in aanraking met het Zuid- Limburgse popfestival Pinkpop en sloegen daarna geen enkele editie over. Pinkpop, de voorstelling, is aldus een blik ‘terug in de tijd’.

Maar naast een gedocumenteerd verslag van bijna 50 jaar popgeschiedenis is de voorstelling ook het decor voor een verhaal over een man bij wie dementie op de loer ligt. Jaar na jaar vierden zij hun liefde in de zon, in de regen of in de modder; dansten op de weiden voor de podia of stonden backstage hun helden op te wachten. Maar doordat de dementie in zijn leven is geslopen, is Wiel langzaam zijn geheugen aan het kwijtraken.

‘Alzheimer en dementie zijn onderwerpen waar iedereen op enig moment mee te maken krijgt. Als we er al niet zelf door getroffen worden, dan wel als partner of familielid, ver of dichtbij. Stel je voor dat je vader je moeder niet meer herkent. Of andersom. Of jou. Dat is heftig hoor, en erg ingrijpend voor iedereen om hen heen.’

Muzikaal
Henriëtte is dit seizoen erg ‘muzikaal’, want actief in drie muziektheaterproducties, al zingt ze niet zelf in Pinkpop. Dat deed ze wel als koningin Wilhelmina in de musical Soldaat van Oranje. En ze speelde de hoofdrol in De Zevende Hemel, de muzikale film waarin ze voor het eerst samenspeelde met Stapel. Ze besloot in te gaan op het voorstel van regisseur Servé Hermans toen hij  haar anderhalf jaar geleden vroeg voor Pinkpop en het idee ontvouwde voor deze voorstelling.

‘Een sprong in het diepe was dat,’zo zegt ze, ‘want tekst en muziek waren er nog niet.’ Nog tijdens zijn autorit terug naar Maastricht heeft ze Hermans gebeld, en zei: ik doe het.

‘Ik had er een goed gevoel over en het is belangrijk om nu en dan eens in het diepe te springen. Want een goed idee, een bevlogen jonge regisseur, fijne collega’s, nieuwe muziek van Rowwen Hèze: wat wil een mens meer?’

Therapeutisch
Muziek heeft een bijzondere werking op het brein, het geheugen en de geest, zo stelt Tol vast. ‘Muziek heeft een heilzame, therapeutische werking voor mensen met dementie blijkt uit wetenschappelijk onderzoek’ Henriëtte kan niet zonder, ze staat vaak op met muziek die dan luid uit de sprekers schalt.

‘Maar soms is het ook stil om me heen hoor, al omring ik me inderdaad graag met muziek, heb ook altijd muziek bij de hand. Ik heb nog kisten vol vinyl in huis en alle CD jewel cases en bijbehorende boekjes bewaard.’ Soms neemt ze thuis plaats op de bank en luistert dan geconcentreerd naar muziek, Janis Joplin bijvoorbeeld, en ze doet dat op een puike muziekinstallatie: ‘Het moet echt wel goed klinken, je moet muziek beleven zoals een producer die ooit bedoeld heeft, en waardoor artiest en muziek helemaal tot hun recht komen.’ De muziek van Rowwen Hèze? ‘Een heel eigen geluid en toch muziek met veelzijdige invloeden. Ik hou erg van die accordeon. Echt wereldmuziek.’

kader:
Rowwen Hèze
Frontman Jack Poels: ‘We dachten over een ‘sabbatical’ toen de vraag kwam om een rol te spelen in deze theatervoorstelling. Pinkpop en Rowwen Hèze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden; het was dus een volmondig JA. Zoiets is geen toeval, maar komt op je pad.’

Voor de Limburgse band Rowwen Hèze heeft Pinkpop een speciale betekenis omdat het optreden in 1992 hun landelijke doorbraak betekende. Het is voor het eerst in het ruim 30-jarige bestaan dat Rowwen Hèze muziek maakt die speciaal is geschreven voor een theatervoorstelling, waarin de groep bovendien het podium deelt met acteurs.

kader:
De persoonlijke toppers van Henriëtte
1. Sting
2. Giovanni Batista Pergolesi
3. Rufus Wainwright
4. Lenny Kravitz
5. Miles Davis

‘Zwart is te bestrijden’

Nina Spijkers zet tanden in Tsjechov

De Ivanov van Tsjechov lijdt aan het leven. Niets nieuws onder de zon. Maar regietalent Nina Spijkers hoopt het publiek de zaal uit te laten gaat met een gevoel van hoop en daadkracht.

‘Tsjechov heeft helaas de reputatie saai, traag en ouderwets te zijn’. Nina Spijkers (1988) constateert het weliswaar met droge ogen, maar toch ook met ongeloof en hoorbare spijt in haar stem. ‘Totale onzin. Tsjechov is geestig, snel en tijdloos. Vooral zijn Ivanov is juist heel erg energiek en strijdlustig.’ Regietalent Nina Spijkers – ze kreeg twee jaar terug de Top Naeff Prijs, de aanmoedigingsprijs voor veelbelovende studenten – zet na de prachtige regie die ze het vorige seizoen bij Toneelschuur Producties maakte van Schillers Don Carlos (1787) nu haar tanden in Tsjechovs Ivanov (1887). ‘Hij is voor mij de ultieme ontleder van de menselijke ziel, personages in zijn stukken kampen met existentiële problemen. Hij beschrijft het leven als het ware door een derde oog dat naar binnen kijkt.’

Spijkers vindt het fijn om zinnen die op papier al wondermooi zijn, hardop te laten klinken, als een klok, en wel uit de mond van een acteur die weet wat een stembuiging meer of minder teweeg kan brengen. Ze wil kortom dat tekst lééft. ‘Bij Tsjechov is belangrijk hetgeen níet wordt gezegd.’ Door haar eigenzinnige kijk op het regievak plus een eigengereide spelopvatting weet ze van klassiekers vitale voorstellingen te maken die overlopen van leven. Beter gezegd: Er theater van te maken. Dat deed ze eerder al eens met Georg Büchners Leonce en Lena (1836), met William Shakespeare en met Friedrich Schiller. Voor Don Carlos van Schiller ontving ze vorig jaar een nominatie voor de BNG Nieuwe Theatermakersprijs.

‘O zeker, ik houd zeker erg van taal, ben dol op klassiek teksttoneel, maar heb ook meer moderne schrijvers als Patrick Marber, Werner Schwab, Heiner Muller en Sarah Kane in mijn hart gesloten.’

Ivanov is door Tsjechov in welgeteld tien dagen aan het papier toevertrouwd, en nog wel tussen zijn drukke beroepsbestaan in als plattelandsarts en mantelzorger. De grootgrondbezitter Ivanov lijdt aan de ziekte van het leven, een kwaal die sowieso al door alle tijden heen door heel Rusland trekt. Ivanov voelt dat het leven hem als zilverzand door de vingers glipt en hij lijkt geen doel te hebben in het leven, anders dan louter voort te bestaan. Ook heeft hij fikse schulden uitstaan. Hij zegt hardop ongelukkig te zijn en geen liefde meer te voelen voor zijn bemiddelde vrouw.

Spijkers: ‘Ze is een sterke vrouw, haar liefde voor hem is oprecht’. En daar komt bovenop, o kommer en kwel, dat zij stervende is. Ivanov zoekt afleiding bij de buren, bij hun meer dan prachtige dochter Sasja. Na de dood van zijn vrouw besluit hij met haar te trouwen, want op haar eigen wijze wilde zij Ivanov altijd al redden. Maar is hij wel te redden?

Hunkering
Volgens Spijkers voert Ivanov een idealistische strijd tegen zwaarmoedigheid. Ze kwalificeert Tsjechovs eersteling als ‘energiek’. ‘Personages van Tsjechov verlangen altijd extreem: naar liefde, verhuizen, geld, erkenning of verandering. Maar de mogelijkheden op het Russische platteland waren beperkt en leidden tot stilstand. Deze Ivanov gaat juist over het gevecht daartegen. Onze wereld raast. Onze wereld is er een die over je heen dendert als je niet uitkijkt. Wij staan niet stil omdat we niets kúnnen, wij willen niets omdat er teveel kan. Ivanov is voor mij als een plant die teveel water krijgt en daardoor verzuipt.’

Meer dan in eerdere producties van deze tekst wel is gebeurd, heeft zij Ivanov tot spil van het stuk gemaakt. ‘Hij is het oog van de orkaan.’ Ze heeft daartoe met Casper Vandeputte, regisseur en schrijver bij onder andere het Nationale Toneel en Theater Utrecht, de tekst bewerkt. ‘De ruis is er uit.’ Ze heeft een aparte studie gemaakt van het slot, want daar bestaan drie versies van: twee ‘Moskouse’ en een ‘Peterburgse’. Indertijd bleef Ivanov, onbegrepen door het publiek, voor dood liggen.

Volgens Tsjechov stierf hij aan een hem aangedane belediging. Hij besloot een alternatief einde aan het stuk toe te voegen. ‘Ja, de keuze voor Ivanovs einde is een spannende keuze. In de ene versie sterft hij mooi dramatisch, maar ook weinig hoopvol. Dan weer hanteert hij een pistool. Ik concentreer me op een hoopvol einde. Zwart is te bestrijden,’ zegt Spijkers. In een notendop is dat de universele boodschap die ze afgeeft met deze worsteling tussen geluk en ongeluk.

Ivanov door Toneelschuur Producties met Hajo Bruins, Tijn Docter, Roeland Fernhout, Wendell Jaspers, Minne Koole, Xander van Vledder en Nimuë Walraven. Ivanov gaat op zaterdag 25 februari 2017 in première in de Toneelschuur, Haarlem. Daarna tournee door Nederland. Meer informatie op toneelschuurproducties.nl.