Met de groeten van Judas

Theatergroep Suburbia presenteert succesreprise

Bijna tweeduizend jaar noemt geen ouder zijn kind nog Judas. Maar wat weten we eigenlijk van de vleesgeworden naamgever van verraad? Lot Vekemans kuste hem tot leven voor het toneelpodium.

Waarom dacht Judas dat hij het juiste deed? Hij wist niet wat de consequenties van zijn daad waren. Op plaatjes is hij al die eeuwen de enige apostel zonder stralenkrans. Lot Vekemans laat Judas Iskariot vertellen over zijn leven, over zijn vriendschap met Jezus en over zijn plannen om de wereld te verbeteren. En passant confronteren zij en hij ons met de judas in onszelf: Waartoe zijn wij in staat als we tot het uiterste gedreven worden?

Wat bracht jou ertoe om Judas’ woorden op te voeren?
‘Ik heb een fascinatie voor mensen uit de wereldgeschiedenis die nooit de ruimte hebben gekregen om hun deel van het verhaal te vertellen. Zo iemand is Judas. Hij heeft zelf nooit iets mogen zeggen. Ik probeer van hem weer een mens van vlees en bloed te maken.’

Waar ligt het begin?
‘Bijna al mijn stukken zijn op uitnodiging geschreven. Dat begint dus meestal met: ‘Zou jij voor ons…’. Maar Judas komt voort uit mijn eerste monoloog Zus Van, rond de ongehoord gebleven Ismène, de zus van Antigone. Als vervolg daarop wilde ik graag een monoloog schrijven voor een man. In die periode las ik veel over Judas Iskariot. Een icoon, maar we weten vrijwel niks van hem. Daarbij kwam dat toen het authentieke evangelie van Judas was teruggevonden. Hij zou dus gaan spreken! Toen dacht ik: Dan moet ik eerder zijn.’

Wat is stap twee?
‘Zodra het concept ‘rond’ is trek ik me terug, vroeger in Friesland, tegenwoordig in mijn huisje in de Indre, in centraal-Frankrijk. Geen mobiel bereik of sociale verplichtingen, heerlijk stil en rustig en de dichtstbijzijnde buurman is 84. Eerst heb ik alles wat los en vast zit over Judas gelezen en bekeken, van films tot uiteenlopende mensvisies op hem. Verder ben ik het Nieuwe Testament gaan uitpluizen. Belangrijk was de dissertatie Judas, een van de twaalf uit 2001 van dominee Bert Aalbers, over het Judas-beeld door de eeuwen heen. Daar vond ik voorbeelden in de literatuur, uitspraken van politici en anderen, en de Bijbelse gegevens over Judas. En dat alles op thematische wijze bijeengebracht. Aalbers merkte op dat het woord ‘verraad’ in de bijbel niet voorkomt en dat Judas niet kon vermoeden dat Jezus gekruisigd zou gaan worden. Daarop ben ik gaan wroeten naar een conflict, want ergens moet het botsen, er moet iets aan de hand zijn, anders is het niet interessant.’

Hoe heb je dat voor dit stuk gedaan?
‘Mijn Grote Vraag werd: Waarom heb jij de daad gedaan die wij verraad zijn gaan noemen? En hoe kijk jij daar zelf op terug? Met dank aan Judas, die me inspireerde om verder te kijken in mezelf. Uiteindelijk is voor dit stuk de menselijke neiging om letterlijke zondebokken te creëren naar voren gekomen. Mensen neigen ertoe om schuldgevoelens af te wentelen en te projecteren op een ander. Dat gegeven vind ik interessant want zo rijst de vraag op hoe Judas ook nu nog in de samenleving zit. Spannend, want zo moet ook het publiek zich tot die vraag gaan verhouden.’

En al die tijd heb je nog geen pen aangeraakt?
‘De voorbereiding kan maanden duren. Pas als het concept klopt pak ik de pen op. Meestal zit er twee jaar tussen het initiële gesprek en de eindversie. Ik ben een auteur die al schrijvend ontdekt hoe het probleem dat ik zelf heb opgeworpen, in elkaar zit. Ik ben dan een ‘spanningzoeker. Voor mij is een jaar krap, drie maanden doe ik niet want ik moet er andere schrijfopdrachten tussendoor kunnen doen. Maar Judas schreef zichzelf, heel organisch. Dat is niet altijd zo.’

Knip je plaatjes uit van mensen die op jouw personage lijken, en houd je die erbij als je schrijft?
“Nee, maar in mijn hoofd hoor ik mijn personages praten en dat schrijf ik dan op. Zo leer ik ze kennen. Tijdens het schrijven merk ik dan: oh, aha, dus jij bent zó. Dat evolueert zich. Soms interview ik ze, dan weer ben ik zelf eventjes toneelspeler, en zet dat dan op papier. Zo krijgt een personage stilaan zijn eigen logica. Schrijven is voor mij: ontdekken met wie ik te maken heb. Dat betekent trouwens heel veel herschrijven.”

En dan moet je het eindresultaat uit handen geven…
‘Dat is altijd spannend, al laat ik tussentijds meelezen, ter afstemming en om te sparren. En soms lezen ook de acteurs mee op wie het is geschreven. Dat helpt, later hoor ik dan in mijn hoofd de klankkleur en intonatie van hun stemmen resoneren. Maar los van de acteur op wie de tekst is geschreven moet die elders en door anderen gespeeld kunnen worden. Ook is het fijn als de kostuumontwerper en de lichtontwerper erbij zijn. Na die tussenstappen is de eindversie meestal geen verrassing voor de ontvangende partij. Ook het repetitieproces beschouw ik als deel van het schrijfproces. Ik kan dan bijschaven of zonodig toelichten hoe een woord of zin is bedoeld. Van mij mag er geen mus vallen zonder dat het betekenis krijgt.’

Neem je regieaanwijzingen in je toneeltekst op?
‘Dan neem je plaats op de stoel van de maker. Beginjaren negentig, toen ik met schrijven begon, was dat ‘not done’. Als iemand een klap kreeg liet je ‘au, au’ zeggen. Ik moet bekennen dat de laatste jaren wat regieaanwijzingen zijn ingeslopen omdat ik ook romans en filmscripts ben gaan schrijven. Als je de waarde van regieaanwijzingen wilt bepalen, moet je die er voor de grap eens uitgooien. Pas dan kun je vaststellen of het om een goede tekst gaat.’

kader
Lot Vekemans
Van Spanje tot China en Argentinië. Lot Vekemans (Oss, 1965) is momenteel de meest opgevoerde Nederlandse toneelschrijver. Ze studeerde sociale geografie aan de Universiteit Utrecht en daarna aan de Schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam. In 2005 ontving ze voor de tekst van Truckstop en Zus Van de Van der Viesprijs. In 2010 kreeg ze de Taalunie Toneelschrijfprijs voor Gif. In 2016 werd haar gehele vertaalde Duitse toneelwerk onderscheiden met de Ludwig Mülheim Theaterpreis. Nederlandstalige teksten van haar hand zijn verzameld in Gif en ander werk. En onlangs is Judas verschenen bij uitgeverij De Nieuwe Toneelbibliotheek. Enkele stukken van haar zijn verfilmd. Als romanschrijver debuteerde ze in 2012 met Een bruidsjurk uit Warschau. Aankomende zomer komt haar tweede roman uit.

kader
Theatergroep Suburbia bracht Judas in 2015 in première tegen het decor van landschapskunstwerk De Groene Kathedraal in Almere. Van 6 februari tot en met 13 april 2020 is er de reprise langs theaterzalen. Justus van Dillen speelt, net als toen, de rol van Judas; Albert Lubbers voert wederom de regie. Meer informatie: theatergroepsuburbia.nl.

kader
‘Ik heb toegestaan dat ieders schuld aan mij is gaan kleven. Dat ik zwarter werd dan zwart. Dat mijn naam een vloek werd. Honderden jaren heb ik dat toegestaan, duizenden jaren. Maar nu is het genoeg. Nu is het genoeg.’

kader
Het woord ‘judas’ volgens Van Dale
1 verraderlijk mens, valsaard. 2 helper van een valsspeler. 3 treiteraar, pestkop. Judasbaard, judasboom, judasgeld, judasgroet, judashaar, judaskneep, judaskus, judaslach, judasloon, judasoog, judasoor, judaspenning, judasserij, judasstreek, judasrol, judastraan.

Aardkinderen

Theatergroep Firma MES brengt de grootste rechtszaak ooit

De aarde is ‘hot’. De klimaatzieners van de Club van Rome waarschuwden ons in de jaren zeventig. Zij wisten alles al. Het theater siddert mee.

Nooit ging het zó goed met de mens: In 1960 waren er 11 miljoen Nederlanders, nu 17,3 miljoen. In 1960 leefden 3 miljard mensen op de planeet; in 2019 zijn dat er 7 en waarschijnlijk rond 2100 11 miljard. Iedere minuut komen er 255 baby’s bij.
Nooit ging het zó slecht met de mens. Parijs, klimaatmars, (geen) klimaatakkoord in Madrid, bosbranden & broeikasgassen, zeespiegelstijging, vloedgolven & ijskappen. Straks grazen de koeien op Antarctica.

Waar of niet waar, welke waarheid kiest ú? Ondertussen dreigen u en ik tegen wil en dank ramptoeristen te worden bij de door onszelf ontketende catastrofe. De Nederlandse bodem? Een anti-aanbaklaag. Je regenjas… een PFAS-jas. Microplastics-opstoppingen in de maag van mens en dier. De ‘familietak’ van CO2, ammoniak, nitraat, stikstofoxiden en fijnstof heeft ons in de houdgreep. Gasbevingen.

Klimaatverandering = massamoord, kopt het affiche bij mij om de hoek, en daarnaast Che Guevara’s ‘The revolution is not an apple that falls when it is ripe. You have to make it fall’. Armageddon. De opwarming is een feit – al zijn er wetenschappers die juist waarschuwen voor een naderende (kleine?) ijstijd. Maar er is geen ‘Planet B’.

Roos Eijmers van het Haagse theatercollectief Firma MES brengt in het eigen binnenhuisklimaat van de slaapkamer geregeld en letterlijk slapeloze nachten door: ‘Want waar gaan we naartoe? Ik voel me persoonlijk aangesproken. Soms vraag ik me af waarom er nog theater over andere zaken wordt gemaakt.’

Een rechtszaak over ons klimaat, dat is The biggest lawsuit on the planet van Firma MES, een theatraal-documentair verslag door een groep van 21 jongeren, tussen 11 en 21 jaar oud, die tegen de federale regering van Trump een rechtszaak heeft aangespannen. Die wordt sinds 2015 gevoerd. ‘Ze vinden dat hun het recht op een schone wereld wordt ontzegd. Trump heeft allerlei vertragingstactieken gehanteerd, totdat een rechter heeft bepaald dat de groep wel degelijk het recht kan opeisen. Nu de zaak ontvankelijk is kan die echt van start gaan. Als de jongeren winnen, dan is de federale overheid verplicht te bewegen, net als hier met de Urgenda-zaak. Dat zij het opnemen tegen iets dat vele malen groter is dan zijzelf, vind ik bewonderenswaardig.’

Klimaat en verduurzaming veranderen stilaan het aanzicht van het theateraanbod, na vluchtelingen, diversiteit, racisme, globalisering en de voortwoekerende financiële crisis. Theater is actueler en urgenter dan ooit.

Eén van die groep van 21, de puber Jayden, woont in Louisiana (VS), de staat waar iedereen leeft van de olie. Haar vader werkte op boorplatforms. Op een zomerochtend in 2016 overstroomde hun huis, na een storm. Toen haar oudere zus Grace op haar slaapkamerdeur bonkte en zij uit bed stapte, bleek ze tot haar enkels in de drek te staan. Met een aantal gelijkgestemde jongeren besloot ze daarop de Amerikaanse regering aan te klagen. ‘We volgen Jayden terwijl ze zich met haar advocaat Julia Olsen voorbereidt op een belangrijke speech. Ook leren we haar moeder kennen en haar vader. Vier rollen, gespeeld door twee spelers, ikzelf en Lindertje Mans.’

The biggest lawsuit on the planet is gebaseerd op ware feiten. ‘Er zijn veel interviews met Jayden en haar moeder, en er zijn interessante stukken over de rechtszaak. Daar maken we gebruik van. Zo proberen we de gang van de rechtszaak in kaart te brengen. Ook laten we tegengeluiden horen. Zo zijn er mensen die het onkies vinden dat minderjarigen worden ingezet in deze zaak.’

‘Je kunt allerlei feitjes verzamelen en die opnoemen, maar het is beter om een verhaal met een kop en staart te hebben en alles samen te ballen tot één verhaal en één persoon waartoe wij ons samen met onze bezoekers kunnen verhouden. We zijn ons ervan bewust dat de gemiddelde theaterbezoeker in klimaatverandering gelooft. Toch willen we dit maken omdat we denken dat er vast ook veel bezoekers zijn die zich machteloos voelen, niet weten wat ze ermee aan moeten, of er depressief van raken, net zoals ik, en naar een positieve invalshoek zoeken. Er zijn mensen nodig die zich kwaad maken. Je kúnt iets doen. Het verschil maken.’

‘Discussies worden vaak teruggebracht tot wat er op individueel niveau kan om klimaatverandering tegen te gaan, maar het is natuurlijk een wereldwijd probleem dat we samen moeten oplossen. Er moet een omslag komen in werken, leven en denken, al heeft dat nu eenmaal tijd nodig. Ik ben geen heilige, en ook Jayden niet. Teruggaan naar de stam van de holenbeer is niet nodig, maar of technologie de oplossing biedt, betwijfel ik. Het is trouwens niet gek om te denken dat mensen op andere continenten ook in westerse luxe willen leven. Dat morele recht kunnen we ze niet ontzeggen.’

kader
Firma MES
Firma MES timmert sinds een jaar of tien aan de weg. Uit innerlijke, persoonlijke betrokkenheid maken Lindertje Mans, Roos Eijmers, Thomas Schoots en Daan van Dijsseldonk voorstellingen en organiseren daaromheen ook andersoortige evenementen, van kledingruil tot Een avondje armoede. Met Rishi, een theatrale live-reconstructie, behaalde de groep hun grootste succes. Centraal stond de Surinaams-Hindoestaanse Rishi Chandrikasing, die op perron vier van station Den Haag Hollands Spoor werd doodgeschoten door een politieagent. Hij was zeventien en bleek ongewapend.

MES is zich vaker documentair gaan bewegen, zoals recentelijk in De Gijzeling, over de eerste terreurdaad op Nederlandse bodem na de Tweede Wereldoorlog, toen drie leden van het Japanse Rode Leger de Franse ambassade binnendrongen en dagenlang elf mensen in gijzeling hielden, waaronder de ambassadeur. Firma MES sprak 45 jaar na dato met betrokkenen en vertelde zo uit eerste hand het verhaal van de mensen achter deze gebeurtenis.

De Gijzeling werd gespeeld in de voormalige Amerikaanse ambassade in Den Haag. De voorliefde voor locatievoorstellingen is een van hun handelsmerken: van bordeel, kroeg, winkelcentrum  tot bedrijfsverzamelgebouw. De laatste jaren onderneemt de groep ook tournees die hen door het hele land voert en is daardoor ook te zien in reguliere theaters.

Vanaf woensdag 11 maart tot en met donderdag 28 mei 2020. Meer informatie: firmames.nl.

kader
De zaak Shell
Voor deze unieke zaak, waar nog geen jurisprudentie van bestaat, onderzoeken en verzamelen Anouk Nuyens en Rebekka de Wit in een serie ‘pre-enactments’ bewijsstukken en dilemma’s: Wie is er in dit klimaatdrama eigenlijk verantwoordelijk voor wat? De finalevoorstelling brengt alle hoofdrolspelers in een theatrale setting tezamen. In 2020 zal de ‘voorstelling’ in première gaan. Theatermakers Nuyens en De Wit zijn voor dit project een langdurige samenwerking aangegaan met Milieudefensie.
Data: NTB. Meer informatie: dezaakshell.nl.

kader
Club van Rome
De Club van Rome, opgericht in Rome door 36 Europese wetenschappers, uitte in 1968 bezorgdheid over de toekomst van de wereld. Het gezelschap kwam elk jaar in een ander land bijeen om over het milieu te praten. De Club van Rome heeft diverse rapporten uitgebracht over het milieu, waarvan De grenzen aan de groei (1972) het bekendst is.

kader
Jelmer Mommers
Jelmer Mommers (1987) is verslaggever ‘Klimaat en Energie’ bij De Correspondent. Eerder werkte hij voor De Groene Amsterdammer, platform Investico en De Gids. Mommers won de Villamedia scriptieprijs en, met zijn voormalige collega’s van Investico, de Aanmoedigingsprijs Onderzoeksjournalistiek. In 2017 maakte hij wereldnieuws door een oude klimaatfilm van Shell opnieuw te onthullen. Van hem is de publicatie ‘Hoe gaan we dit uitleggen – Onze toekomst op een steeds warmere aarde’.

Mommers wendde zich na Rishi bewonderend tot de Firma MES en sprak daarbij uit dat ooit de klimaatproblematiek precies zo invoelbaar zou worden gemaakt voor het theater. Firma MES ontwikkelt The biggest lawsuit on the planet in samenwerking met hem.

Zwart zijn in het Nederland van anno nu

Speuren naar het eigen verleden in de Stamboom monologen

Nog voordat ze afstudeerde had ze een nominatie op zak, voor de Colombina. Nu toert ze door Nederland, met haar afstudeervoorstelling.

Hoe het verleden doorsijpelt in het heden. Aan de hand van DNA-onderzoek naar haar origine ontdekte Joy Delima (25) wie ze qua afkomst echt is. In de solo Stamboom monologen doet ze theatraal verslag van haar speurwerk. Ze blijkt drager van elf etniciteiten. Ze vertelt in het stuk ook wat het voor haar betekent om vandaag de dag zwart te zijn in Nederland.

Een unicum: In juni werd ze genomineerd voor de Colombina, de in theaterkringen fel begeerde jaarlijkse onderscheiding voor meest opvallende bijdragende rol. Voor een stagerol! Koud drie maanden eerder, in maart, na er eerst auditie voor te hebben gedaan, kwam ze als stagiaire binnen bij Het Nationale Theater met de bedoeling om er te ruiken aan de dagelijkse beroepspraktijk. De uitverkiezing gold haar rol als Naomi Polat in Onze straat bij het vanuit standplaats Den Haag opererende theatergezelschap. De Nederlandse Toneeljury in haar toelichting: ‘Met haar ontroerende, levensechte spel is Joy Delima degene die je het meeste bijblijft. Ze maakt het herkenbare, jeugdige verlangen van een leven dat maar niet snel genoeg op gang komt, op prachtige wijze invoelbaar. Haar transformatie van jonge dochter naar volwassen vrouw is razend knap.’

Zondag 15 september, op het Gala van het Nederlands Theater, wordt duidelijk of ze de acteerprijs in haar vitrinekast kan zetten. Ze zal live en, zo zegt ze, ‘met een bonkend hart in de keel’ bij de uitreiking aanwezig zijn in de Stadsschouwburg Amsterdam.

Op het moment dat ik haar, eind juli, in de hippe setting van de lobby van Hotel The Hoxton in Amsterdam spreek, lijkt ze er beduusd onder: ‘Bizar. Ik wist niet eens dat je als stagiair genomineerd kon worden. Ik was er helemaal niet mee bezig. Maar wel ontzettend leuk! Ik probeer er nu niet teveel aan te denken, anders heb ik straks misschien twee maanden lang tevergeefs in spanning gezeten.’

Inmiddels is ze kersvers afgestudeerd aan theateropleiding Artez in Arnhem. Dat gebeurde begin juli, nog ná die nominatie. Ze sloot haar studie in Arnhem af met, onder meer, een uiterst persoonlijk ‘statement’, een autobiografische solo waarvoor ze de tekst zelf op papier had gezet.

Ze noemde haar werkstuk en de voorstelling die ze erover maakte, de Stamboom monologen. De voorstelling is een aaneenschakeling van gedachtes, scènes en sketches, gelardeerd met een gezonde dosis zelfspot. Vlot spel, korte sketches, bijna stand-up. ‘Ik houd erg van comedy.’

Stamboom monologen gaat over de complexiteit van uiteenlopende culturele achtergronden die verenigd zijn in één lichaam. De komende maanden is haar gloeiende afstudeerwerkstuk te zien in verschillende theaters in Nederland.

Smeltkroes
Rotterdam is haar referentiekader. Bij uitstek een smeltkroes van culturen. Ze werd er geboren en is er getogen. Op jonge leeftijd ging ze er naar een balletschool. Maar zestien jaar geleden maakte ze de overstap van ballet naar theater. Ze ging naar Jeugdtheater Hofplein.

Delima: ‘Als kind was ik een onzeker meisje. ‘Hofplein’ was eigenlijk de enige plek waar ik opbloeide. Ze ontdekte er ook dat het mogelijk was om een beroepsopleiding tot acteur te gaan volgen. ‘Dat was nooit bij me opgekomen aangezien ik het enkel als hobby deed.’

Toen ze, nu vier jaar geleden, aan de theaterschool in Arnhem ging studeren merkte ze zeer tot haar schrik dat ze als buitenbeentje beschouwd werd. Niet alleen als ze daar over straat ging maar ook in de schoolbanken. Opeens voelde ze zich bekeken, meer dan ooit.

Toen ze ontdekte dat ze pas als tweede zwarte actrice zou afstuderen aan de Arnhemse toneelschool vielen haar de schellen van de ogen. In Arnhem voelde ze zich echt zwart.

Delima: ‘Voor het eerst ging ik op kamers en op mezelf teruggeworpen. Ik zag geen kleur om me heen. In Arnhem voelde ik me voor het eerst in mijn leven ‘de ander’, ook omdat ik er geen plek wist waar ik me thuis kon voelen. En ik miste, simpelweg, iemand die weet wat het is om kroeshaar te kammen. In Rotterdam was en is er natuurlijk ook sprake van racisme, maar daar was ik gewoon een van zovelen, waar ik ook keek waren er daar mensen die leken op mij. In Arnhem was ik opeens bij uitstek een zwarte vrouw. Vóór die tijd was ik me daar nooit zo erg van bewust. Voor het eerst identificeerde ik me sterk met mijn huidskleur. In Arnhem voelde ik dat ik voor mijn kleur uit moest komen.’

Ze ondervond een gevoel van verantwoordelijkheid jegens ‘the black community’. Delima: ‘Maar die druk had ik mezelf opgelegd. Niemand zei me: je móet dit doen. Al voelde ik me daar op een gegeven moment ook wel weer bezwaard over. Maar nee, het is allemaal vooral vanuit mezelf naar boven gekomen. Dat gegeven was best nieuw en moeilijk voor me, want in het Rotterdamse was ik nooit bezig een zwarte vrouw te zijn. Daar had ik mensen om me heen om samen tegen discriminatie op te staan.’

Identiteit
Het moeten hevige discussies zijn geweest, daar in Arnhem. Delima: ‘Nou nee. Kijk, ik wil niet vingerwijzen of belerend zijn. Ik ben altijd bereid om het gesprek aan te gaan. Mijn waarheid is niet ‘de’ waarheid. Ik merk dat mensen daardoor bereid zijn om zich aan te passen, omdat het over mijn innerlijke zelf gaat. Ik leg steeds eerlijk uit waarom ik liever heb dat mensen dit en dat zeggen of doen. Mijn manier van discussiëren en praten werkt. Ik heb veel geleerd, ook in de klas, samen zij we in de vier jaar die de opleiding duurt, gegroeid in het vertrouwen dat een open gesprek mogelijk is.’

‘Bij mijn ouders ligt een oud album in de kast. Tot voor kort bekeek ik daarvan alleen de foto’s, vooral die met opa en oma. Er stonden ook allerlei notities bij, geschreven in het Papiaments. Die taal spreek ik niet voldoende, dus bladerde ik er alleen maar doorheen. Voor de Stamboom monologen ben ik ze uit gaan pluizen en online verder gaan zoeken. Uiteindelijk heb ik een DNA-test aangevraagd in Amerika.’

Dat legde haar erfgoed en de loop van haar voorouders bloot. Ze schrok van de uitkomsten, zegt ze, alleen al van het aantal etnische groepen en van de geografische regionen dat haar DNA herbergt: liefst elf! Invloeden die over een groot deel van de aardbol verspreid liggen. Van de Balkan, het Midden-Oosten tot Ghana en Nigeria. Het zijn namen van streken en plaatsen die haar voorouders hun thuis noemden. Met de Nigeriaanse als meest invloedrijke.

‘Ik had gehoopt dat het er minder waren,’ vertelt ze. ‘Want dan kun je je met een bepaald land of volk vereenzelvigen of verwantschap voelen. Nu dat niet zo is, vind ik dat een lastig gegeven. Er is namelijk geen enkele plek of cultuur ter wereld die ik ‘thuis’ kan noemen. In geen enkel land ben ik een van hén.’

Ze voelt zich vooreerst een soort wereldburger. Joy: ‘Ja, dat kan je wel zeggen. Met dat gegeven speel ik ook in mijn voorstelling.’ Maar ook na vijfentwintig jaar in Nederland voelt ze zich zelfs hier niet overal en altijd thuis. ‘Soms voel ik me nagestaard. Bijvoorbeeld toen ik een dorpje in Zeeland bezocht. Niet dat iedereen daar mijn verschijning als negatief voelde, denk ik, maar toch was dat voor mij pijnlijk om te merken.’

Stamboom monologen heb ik in één maand geschreven. Daaraan voorafgaand heb ik veel gelezen, films en documentaires bekeken, onder meer over de geschiedenis van de slavernij. Daarna ben ik dit stuk gaan schrijven, eerst als studiewerkstuk, als schrijfonderzoek; het was niet van meet af aan het plan om het stuk daadwerkelijk in theaters te gaan spelen.’

Haar theateropleiding aan Artez en de voorstelling Stamboom monologen waren een bijzondere zoektocht naar haar identiteit. ‘Maar meer nog naar wat voor acteur ik wilde zijn,’ vertelt Delima. ‘Moet ik een politiek acteur worden of gewoon een actrice zijn? Soms is het lastig om de dingen los te koppelen, om te laveren tussen activisme, acteren en mezelf. De dingen lijken nu soms een en hetzelfde te worden. Maar naast acteur, maker, schrijver en vakvrouw ben ik ook nog gewoon Joy. Ik ben veel meer dan alleen een zwarte actrice en/of een zwarte theatermaker. Kijk, ik had net zo goed een scriptie kunnen schrijven over timing of een ander vaktechnisch aspect, maar omdat ik de laatste jaren ben opgegaan in deze thematiek heb ik een scriptie over ‘color consciousness’ geschreven.’

Ze gaat met Stamboom monologen op tournee. ‘Bij eerdere speelbeurten vond ik het leuk om reacties te krijgen en te merken dat het communiceert wat ik doe. En ik leer ook zelf bij met dit stuk, alleen al doordat bezoekers mij vertellen wat ik er volgens hun mee wil zeggen.’

‘Deze Stamboom monologen hebben me veel gebracht, want ik ben in Arnhem ‘woke’ geworden. De tegenkant is dat ik meteen als deskundige word gezien, op het gebied van zwart acteren, van de ‘black culture’ of van slavernij bijvoorbeeld. En dat is natuurlijk niet zo. Maar ik denk wel dat er in het leven van iedereen met een kleur een keer een ommekeer komt, dat je merkt dat je ‘de ander’ bent.’

kader
Joy Delima (1994) was te zien in het derde seizoen van Flikken Rotterdam als infiltrant Charlie Oostzaan. Vorig seizoen speelde ze in Allemaal mensen van Toneelgroep Oostpool en Onze straat van Het Nationale Theater. In 2017 was ze te zien in de documentaire Joy, van regisseuse Miriam Guttmann.

Joy is vanaf september op tv te zien in het nieuwe seizoen van Flikken Rotterdam. In het theater gaat ze naast Stamboom monologen aan de slag bij Toneelgroep Oostpool in Allemaal Mensen – Umuntu.

In maart 2020 start ze met de repetities voor Kasimir en Karoline bij Toneelschuur producties, in regie van Nina Spijkers.

 

Magisch realisme

Amsterdam, 15 februari 2007.
Het Nationale Ballet in wat toen nog Het Muziektheater heette. Een donkere donderdagavond rilde zijn schaduw welwillend vooruit. Maar het was ook de avond dat het in een exotisch en oosters gedompelde ballet La Bayadère in première ging, nog wel in de versie van levende legende Natalia Makarova (1940), grootste ballerina van haar generatie.

En dan nu op het repertoire in Amsterdam! Het NOS Journaal was uitgerukt en kwam in de vooravond met een item. Daarin is te zien hoe Makarova, de in Rusland geboren maar in 1970 net als Rudolf Noerejev een decennium eerder, naar het westen uitgeweken prima ballerina tijdens een van de repetities bij Igone de Jongh de laatste puntjes op de i zet.

Igone was die avond ‘eerste cast’ en zou de hoofdrol van tempeldanseres Nikiya dansen. Haar naam en faam waren toen al nationaal en internationaal gevestigd. Ze was muze van Hans van Manen, haar lyriek en dramatiek werden geroemd. Ze was toen al formaatje ‘Champions League’, net als Het Nationale Ballet.

Ik zat op rij 7, uiterst links in die immense en toch intieme zaal. De orkestbak zou me niet beletten, zo wist ik, om van nabij de gezichtsuitdrukkingen van de dansers te kunnen zien. Oog in oog, bijna als in een vlakkevloerzaal.

Doek op. Live symfoniemuziek! Machtig toneelbeeld, sprookjesachtig belicht. En opeens stond ze daar. Ik voelde een donderslag. Het was oogverblindend. Magisch realisme in 24 karaat. Een stralend aura omgaf haar zichtbaar. De golf die zij was straalde dwars door mij heen.

Wat het precies was wat mij bij deze kennismaking met haar bedwelmde? Was het trots omdat zij zich als landgenote glansrijk wist te meten met de absolute internationale top van prima ballerina’s? Was het haar expressie, haar verschijning? Of toch de mooie lange lijnen waarmee ze even teder en delicaat als sensueel en verleidelijk de smeekbeden uitbeeldde tegenover haar tegenspeler Solor?

Wát het ook was, die avond wist ik: ik ben verloren voor het ballet, die museale maar o zo levende kunstvorm. De week erna zou ik als marketeer aantreden bij het hoofdstedelijke balletgezelschap. Maar wát een ‘inwerkdag’ was dit geweest!

Igone vertrekt na 24 seizoenen bij Het Nationale Ballet, maar stopt niet met dansen. Ik hoop dat we haar in Nederland nog veelvuldig kunnen bewonderen als gastsoliste.

Go, Igone, just go!

 

Het spoor terug

Ryan Djojokarso maakt met LIBI een ‘dansbiografie’

Vele Surinamers in Nederland zien dagelijks uit op een eeuwigdurend panoramisch uitzicht. Na 21 jaar ging theatermaker Ryan Djojokarso terug naar zijn geboortegrond en maakt er een voorstelling over voor de grote zaal.

Faf a libi? Gevleugelde woorden. In Suriname begroet men elkaar met ermee. ‘Libi’, zo legt Ryan Djojokarso uit, ‘is Sranantongo, voor leven, wonen en (ver)laten, voor: ‘Hoe staat het leven?’ Ryan Djojokarso’s zoektocht naar (zelf)acceptatie en wortels in wat voor hem het nog beste als een tussengebied is te omschrijven, zal voor velen herkenbaar zijn. Ryan: ‘Of je nou Surinaams, Turks, Pools, Indisch, Marokkaans of Nederlands bent, dat maakt niet uit. In die zin is de voorstelling universeel.’

Terug naar 1998. Vijftien was hij, een puber. Welgeteld drie dagen had hij voor zijn gedwongen afscheid van Suriname. Zijn moeder was hem vooruitgereisd; zijn vader bleef. Sindsdien heeft hij hem niet meer gezien. Nu, na 21 jaar, maakt Ryan Djojokarso een voorstelling over het land waar zijn geboortewieg stond. Hij ging er voor terug naar Suriname, voor het eerst. In de voorstelling LIBI laat hij het verhaal vertellen van Surinamers die naar Nederland zijn uitgeweken, en andersom van Surinamers die hun geboortegrond nimmer verlieten. Een voorstelling over tweestrijd, als was het een vergelijkend warenonderzoek. Maar ook een persoonlijk portret van Suriname. En passant steekt hij straks de grens over van de kleine naar de grote zaal. Ook voor het eerst.

April 2019
Voor zijn multidisciplinaire voorstelling staan verhalen centraal van vijftien Surinamers die naar Nederland verhuisden. Noem hen lotgenoten. Uitgangspunt is de reis die zij, net als hijzelf, maakten. ‘Hun herinneringen, hun verhalen,’ zegt Djojokarso, ‘over de heimwee, het aarden en het gemis. Van het opgroeien in Suriname tot het besluit te verhuizen, van de reis tot de aankomst in Nederland.’ Hij mixt hun hartenpijn, verdriet, verlangens en melancholie met de maatschappelijke kansen die ze hier, meer dan in Suriname, hebben.

De vaak hartverwarmende happenings die hij had vormden de rode draad voor het script dat schrijver Raoul de Jong en Djojokarso voor de voorstelling maakten. ‘Soms liepen die uit op wel vier uur, ook al heb ik geprobeerd het kort te houden. In de dagen en weken daarna heb ik alle relevante passages uitgetikt. Monnikenwerk. Het is nu één groot migratieverhaal geworden, al bleek dat wel even puzzelen.’

Om in letterlijke zin nog dichter bij Suriname te komen toog hij deze zomer naar de republiek en trok daar eveneens op onderzoek uit. Hij voerde er gesprekken met stads- en dorpsbewoners, maar ook met Indianen in de moeilijk toegankelijke binnenlanden. Dat stelde hem in staat hun gedachten te plaatsen tegenover die van de ‘Nederlanders’, en op hun beurt gedachten te laten gaan over de kansen die zij niet hebben gehad of genomen, samenhangend met hun keuze van destijds.

Uit de hoeveelheid verhalen die hij opdook is er een geschiedenis die hem bijzonder getroffen heeft . ‘Een vrouw uit Grubbenvorst, nabij Venlo,’ legt hij uit. ‘Ze vertelde dat ze zich opgesloten voelt in haar eigen keuze van 41 jaar geleden. Ze kan niet terug naar Suriname, zegt ze, vanwege de kleinkinderen. Als enige met Surinaamse wortels weet ze bij de dorpsbevolking geen aansluiting te vinden, terwijl haar man vaak op reis is. Al met al is dat wel pittig en eenzaam denk ik’. Maar,zegt Ryan, ‘ik had ook gesprekken met mensen die voor geen goud terug naar Suriname zouden willen. Hun devies? Omarmen, het beste van jezelf geven en de kansen pakken die op je weg komen.’

April 2018
‘Dik een jaar geleden zag ik in Den Haag een concert van popzanger Jeangu Macrooy. Ik werd diep getroffen door een traditioneel Surinaams lied dat hij in een nieuw en verrassend arrangement had gestoken. Ik heb hem uitgenodigd om in mijn nieuwe voorstelling oude Surinaamse liedjes te zingen, in het Surinaams in plaats van het Engels dat hij als popzanger gewoon is te doen. ‘

Er moesten in dat stadium meteen al wat vormafspraken komen. Wordt het live ‘praatzang’, worden het een soort van aria’s, zo wierp Djojokarso bij Macrooy op. Ryan: ‘Jeangu is zanger én performer. We kwamen eropuit dat hij Surinaamse kinderliedjes gaat verzamelen die betrekking hebben op thema’s rond identiteit, geboortegrond, verveling en verdriet. Jeangu is in 2014 naar Nederland gekomen. Zijn levensverhaal past dus perfect past in het verhaal dat ik met LIBI wil vertellen – hoe voorlopig het concept van de voorstelling anderhalf jaar geleden ook voor mij nog was.’

Juli 2019
‘Ik werk in LIBI met het artistieke team dat ik altijd om me heen heb, maar mijn dansers verschillen omdat ook het karakter van mijn producties verandert. Niet iedereen is opnieuw in te passen. Aan de hand van audities weet ik meteen wie ik moet hebben, het is voor mij bijna typecasting. De dansers slash performers moeten, zoals ik het noem, een ‘pitch presence’ hebben. Voor deze productie is het ook belangrijk dat er een mix aan culturen vertegenwoordigd is: zwart, wit en geel. Dat er iemand met Javaanse roots deel uitmaakt van de cast is een voorwaarde voor mij, omdat ik zelf uit die cultuur afkomstig ben.’

Buiten de negen professionele dansers / performers is het de bedoeling dat straks ook enkele van de geïnterviewden meedoen, maar dan wel aan de hand van een ‘voice-over’. ‘Zoals bij mijn twee eerdere voorstellingen, Mom: Me en While the leaves are blowing. Ik vraag de figuranten/geïnterviewden om hun teksten van tevoren in te spreken op band. Dat zorgt voor een verdiepende laag.’

Groot
Door de Nieuwe Makersregeling van Fonds Podiumkunsten krijgt Ryan Djojokarso met LIBI de kans om de stap naar de grote zaal te zetten. Hij gaat de uitdaging aan om een gesprek te voeren in de grote zaal en voor een groot publiek. ‘Voorstellingen maken voor iedereen, over menselijke condities. Ruimte speelt een belangrijke rol in mijn werk. Je kan een voorstelling klein maken omwille van de ruimte, maar andersom werkt het net zo. Een grote, klassieke en poëtische ruimte tilt het vertelde verhaal op en maakt het groter. Ik wil voor LIBI dat de ruimte groots transformeert.’

LIBI is op zaterdag 14 en zondag 15 september 2019 te zien in het Zuiderstrandtheater. LIBI is een coproductie van Korzo producties, Zuiderstrandtheater en Scapino Ballet Rotterdam.

kader:
Als hij 20 is start Ryan Djojokarso met zijn dansopleiding aan Codarts Rotterdam. Na een succesvolle carrière als danser werkt hij als choreograaf bij onder andere Korzo, Scapino Ballet Rotterdam, Konzert Theater Bern, Dox en Conny Janssen Danst. Zijn choreografieën zijn steeds reeksen, waarin hij persoonlijke verhalen vertelt.

kader:
‘Melting pot’
Surinamers zijn etnisch en cultureel een zeer diverse gemeenschap van Hindoestanen, Creolen, Marrons, Indianen, Javanen, Chinezen en Portugese Joden (Sefardische Joden). In 1935 telde Nederland zo’n 200 Surinamers.

Bij de onafhankelijkheid van Suriname (1975) kregen Surinamers de keuze: de Nederlandse nationaliteit behouden of overstappen op de Surinaamse nationaliteit. Velen kozen voor Nederland en vestigden zich overzee. Het vooruitzicht van de onafhankelijkheid bracht een exodus van 40.000 mensen teweeg. In Nederland wonen nu bijna 350.000 mensen met Surinaamse wortels, met Zuid-Holland als koploper (150.000).

kader:
Nederland veroverde Suriname op de Engelsen in 1667. Voor het werk op de plantages (suiker, koffie, cacao en katoen) werden slaven uit Afrika gehaald. Na de afschaffing van de slavernij in 1863 werd het arbeidstekort opgevuld door contractarbeiders uit Java, China en India. Suriname was tot 1975 een Nederlands gebiedsdeel.

De eigen naad naaien

Het Zuidelijk Toneel richt koplampen op criminaliteit

Het Zuidelijk Toneel stort zich met De achterkant van … op de zevenkoppige draak van criminaliteit in (zuidelijk) Nederland. Over een (on)gewoon DNA met een gemoedelijke volksaard.

‘New Kids’. Brabant en Brabanders door hun eigen ogen. ‘Hey kutwout! Hedde gij zin om te rennen ofwa’. Pardoes rukt een van de vier de pet van het hoofd van de dienstdoende wachtmeester tweede klasse. Geintje. Achtervolgingsscène.
Een volkse cult-hit op SBS6. De groep van vijf hangjongeren van New Kids en de sfeer van ongein die hun kwajongensstreken oproepen staat zeker niet model voor De achterkant van… verwoordt Piet Menu, artistiek directeur van Het Zuidelijk Toneel, zijn streven bij de voorstelling. Hij wil allereerst vragen opwerpen bij de samenleving die schuilgaat achter de ‘hallucinante misdaadcijfers’ in Zuid-Nederland. Menu, (1977, Roesbrugge, West-Vlaanderen) bij deze productie ook betrokken als dramaturg: ‘Wat gaat er om in de hoofden van hen die de gemiddelden in steden als Heerlen, Tilburg, Eindhoven, Roosendaal, Den Bosch, Zeeland en Breda omhoog helpen? En waarom gaat criminaliteit vaak over van generatie op generatie?’

Voor de vuist weg somt hij een trits uitwassen op die met het genoeglijke Brabantse leven wordt geassocieerd: Ondermijning, drugsfabricage, fraude, witwassen. Geen makkelijk rijtje. ‘Wij willen de problemen benoemen die aan Zuid-Nederland kleven of er vaak mee geassocieerd worden,’ zegt Menu. ‘We willen betrokkenheid oproepen maar ook begrip en verwondering kweken – op weg naar meer bewustwording.’

Criminele netwerken hebben een veel grotere greep op het openbare leven dan velen bereid zijn te geloven. Een gemeentehuis dat in vlammen opgaat, onderduikende burgemeesters, schatrijke criminelen die sportclubs financieren. In de niet te veronachtzamen geboekstaafde waarnemingen en gesprekken die zijn vastgelegd met De achterkant van Nederland, beschreven hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops en journalist Jan Tromp in 2016, afzonderlijk van de voorstelling, hoe de onderwereld steeds steviger met de bovenwereld verstrengeld is geraakt. Met name de Zuidelijke Nederlanden zijn van oudsher een erkende broedplaats. Tops en Tromp, in geparafraseerde vorm: De VOC-mentaliteit, de Verenigde Ondermijnende Criminaliteit, leeft nog altijd voort. Er is in ons land een weerbare onderklasse met een uitgesproken afkeer van elites en overheidsbemoeienis. We doen het zelf wel, maar dan anders. De eigen naad naaien. Buren knijpen graag een oogje dicht. De volksbuurt als gesloten front. In veel volkswijken zijn drugsbazen welzijnswerkers. En overal in het land zijn er ogenschijnlijk keurige advocaten, notarissen en bestuurders uit de bovenwereld die zich beschikbaar houden voor dienstbetoon aan de achterkant van Nederland.

Menu: ‘Belangrijk om te vermelden is dat het stuk niet is gebaseerd op het boek, wel laten we dezelfde complexiteit zien.’

Siciliaanse toestanden? Het goedmoedige Brabant als infaam amfetaminewalhalla?

‘Ach,’ zegt Menu, ‘dat is maar een kwestie van perceptie. Ik wil het allemaal niet goedpraten maar wel is me duidelijk geworden dat iedereen wel iemand kent die… ehh nou, vul maar in. Uiteindelijk kennen we hier in Brabant allemaal wel iemand bij wie we in stilte vragen stellen. Onlangs was ik op bezoek bij een schouwburgdirecteur in de buurt van St. Willebrord, tussen Breda en Roosendaal. Hij had gehoord dat je daar het tanken van benzine contant kon afrekenen. Toen hij even later met nieuwe ogen om zich heen keek, zag hij er inderdaad ongewoon veel grote bakken rondrijden. Het blikveld veranderen, dat is wat we willen bereiken. We willen mensen aan het denken zetten.’

Spektakel maken over wat allerwegen gezien wordt als fnuikend, onoirbaar gedrag? Moeten er straks in de acht steden waar de voorstelling te zien is, extra veiligheidsmaatregelen getroffen worden? Menu: ‘We zijn niet uit op waarheidsvinding. En het moet volgens hem ook niet te anekdotisch worden. Het blijft ‘kunst’. ‘Kunst behoort te schuren, ongemakkelijk te zijn. Kunst moet hardop vragen stellen en durven benoemen. Kunst werpt vragen op – maar biedt geen oplossingen.

Er gaat een tentoonstelling mee op doortocht langs Brabant en Zeeland. ‘Daarin wordt onder meer verteld wat de zogeheten ‘groene vingers’, de hennepteelt, op de gemiddelde bovenzolder driehoog achter of in een leegstaande stal oplevert.’ De Taskforce Brabant tekende die revenuen als volgt op: ‘De eerste kweek is om de inrichting terug te verdienen, de tweede is voor de boete. En vanaf de derde pluk is het groot verdienen.’ Menu: ‘Zo wordt het althans voorgespiegeld. De werkelijkheid is anders.’

Op de speelvloer van De achterkant van … zijn hoofdrollen weggelegd voor Björn van der Doelen (singer-songwriter en voormalig profvoetballer bij o.a. PSV) en Michiel Kerbosch (o.a. Doctor Vlimmen en De Lift). Het geheel wordt gelardeerd met dans en muziek en speelt zich af in een groot gemonteerd decor. Menu: ‘We willen de lat hoog, maar de drempel laag.’

Voor de tekst heeft Het Zuidelijk Toneel twee spraakmakende schrijvers in de arm genomen: Anton Dautzenberg en Diederik Stapel (zie kader). ‘Zij kunnen allebei uit eigen ervaring vertellen over de onderkant en de achterkant,’ legt Menu uit. ‘Het publiek is een kijkje vergund in de bovenkamer van drie verschillende generaties. We laten jongeren spreken, maar ook iemand van twee generaties vóór hen de vraag stellen of het allemaal wel waard is geweest. Niet zelden gaat hun leven gepaard met zwijgplicht en net zo vaak wordt hun bestaan geromantiseerd voorgesteld. Zo krijg je een verschuivend perspectief op de worsteling die een ‘crimineel’ doormaakt. We laten de psychologie achter misdaad en misdadiger zien.’

Zuid-Nederland was decennialang beurtelings wingewest, bufferzone of generaliteitsgebied. Dat heeft zijn sporen nagelaten. De licht-bourgondische aard van de Brabander heeft misschien een duister randje en dat komt met deze voorstelling wellicht in een enigszins gewijzigd perspectief te staan. Menu: ‘Het grensgebied, elk grensgebied waar dan ook ter wereld, is altijd en overal een logistiek interessante doorvoerzone. Van oudsher.’

De toekomst is geen lineair voortgaande beweging, weet Menu. ‘Het van bovenaf opgelegde bouwen aan een ‘betere’ samenleving kan een valkuil zijn. Met Het Zuidelijk Toneel willen we een oprechte poging doen om, in alle gezamenlijkheid, verschillende visies op te werpen. Dat is óók de taakstelling van kunst.’

kader:
Anton Dautzenberg
Dautzenberg is een van de meest controversiële en spraakmakende schrijvers van dit moment – of het nu om zijn bevlogen en avontuurlijke oeuvre gaat, zijn solidariteit met verguisde personen (van Diederik Stapel tot vereniging MARTIJN) of zijn armoede-glossy Quiet 500 (als tegenhanger van de Quote 500). Zijn roman Extra Tijd werd in 2013 tijdens de Nacht van de NRC uitverkoren tot Boek van het Jaar. In 2016 werd hij tijdens de Nacht van Rome vereerd met de titel ‘gevaarlijkste intellectueel van Nederland’.

kader:
Diederik Stapel
Stapel studeerde psychologie en communicatiewetenschap in Amsterdam en was jarenlang werkzaam in de universitaire wereld als (hoog)leraar, onderzoeker en bestuurder. In 2011 kwam er een abrupt einde aan zijn wetenschappelijke loopbaan toen bleek dat hij onderzoeksresultaten had aangepast en verzonnen. Momenteel is Stapel werkzaam als strategisch adviseur, coach, meedenker, vragensteller, (mee- en geest)schrijver, webredacteur en spreker.

kader:
Zes criminele projecten
Het Zuidelijk Toneel heeft het lopende seizoen ingericht op ‘Criminal Minds’: van vormen van medeplichtigheid en de verhouding tussen dader en slachtoffer, tot aan de liaison tussen misdaad en misdadiger.

In Casting the Pass doet een jonge acteur auditie voor zijn droomrol: topvoetballer in het theaterstuk ‘The Pass’. Hij wordt ontvangen in de keuken van de casting director.
De vrouw die de honden eten gaf gaat over Michelle Martin. Zij werd de meest gehate vrouw van België omdat ze twee kinderen in een kelder liet verhongeren en sterven. Wie is zij?

True Copy gaat over de briljante leugen van meester-vervalser Geert Jan Jansen. Hij wist meer dan twintig jaar de kunstwereld in het ootje te nemen, zelfs zo dat Picasso en Appel nietsvermoedend echtheidscertificaten uitschreven bij werk dat hij fabriceerde.
In El Dorado wordt bekeken wanneer medeplichtigheid gaat wringen in een dorp.
Verder gaat radio- en theatermaker Romanee Rodriguez een vijfdelige podcastserie De wereld van Jan de Man maken, waarin ze op zoek gaat naar diens ware leven.

Het Zuidelijk Toneel speelt De achterkant van… van eind augustus tot eind oktober 2019. Meer informatie op hzt.nl/projecten/de-achterkant-van

 

‘Het meest seksistische stuk ooit’

Nina Spijkers bij Toneelschuur Producties: Het temmen van de feeks

Vrouwenrollen door mannen – en mannenrollen door vrouwen. Dat is Het temmen van de feeks in handen van regisseur Nina Spijkers. De hoogste tijd voor een gesprek.

Waar is het idee vandaan gekomen om dit stuk te doen?
‘Het is een diepe wens van me om met Shakespeare te werken, want ik ben een fan, en heb dit nog nooit gedaan. De voorbije jaren ben ik me erg bewust geworden van het feit dat ik een vrouwelijke regisseur ben – terwijl ik me beschouwde als ‘one of the boys’. Mijn kijk op vrouwen is veranderd door bewegingen als Time’s Up en MeToo. Ik voelde woede bij me opkomen vanwege het systematisch misbruiken en onderdrukken van vrouwen. En Het temmen van de feeks is een van de meest seksistische stukken ooit geschreven – dus dat leek me uitermate geschikt om daar vragen bij te stellen, het langs de meetlat van het heden te leggen.’

Je kende het stuk, de tekst toch al wel?
‘Ik was zestien toen ik het voor het eerst zag maar heb het intussen vaker gezien. Ik werd altijd heel ongemakkelijk als ik ernaar keek, vooral naar het einde. Want in de slotmonoloog worden onmogelijke dingen gezegd over vrouwen en over de verhouding tussen man en vrouw. Wat je vaak als reddingsboei ziet is dat die monoloog wordt uitgesproken met een cynisch ondertoontje, zo van: ze is heus niet getemd hoor. Maar oorspronkelijk is het wel zo bedoeld, als: lekker om het vrouwtje eronder te hebben en kijk eens hoe goed dat is gelukt. Er worden in het stuk echt gruwelijke dingen gezegd over vrouwen, en andersom over mannen trouwens ook.’

Waarom zou Shakespeare dat dan zo opgeschreven hebben?
‘In zijn tijd mocht je je vrouw rechtmatig in elkaar slaan. De vrouw had een totaal minderwaardige positie in de maatschappij. Vrouwen hadden geen stem, heel extreem. Ze mochten bijvoorbeeld ook niet het toneel op, alle rollen werden gespeeld door mannen, ook de vrouwenrollen. Vrouwen hadden maar één plek, en dat was thuis. Ik denk dat het stuk vanuit een compleet andere tijdsgeest is geschreven, een tijd dat er martelwerktuigen bestonden voor vrouwen opdat ze niet meer kónden spreken, gereedschappen waar ze hun tong in moesten steken en waar spijkers doorheen gingen omdat ze waren opgekomen voor zichzelf.’

Je hanteert een omkering van rollen. Waarom?
‘Roeland Fernhout speelt feeks Katherina en Astrid van Eck doet Petruchio. Nog steeds is Katherina bij mij een vrouw, maar dan wel gespeeld door een man. Daardoor komen de man-vrouwverhoudingen opeens onder een loep te liggen. Het is een manier om niet aldoor hardop vraagtekens te laten doorklinken bij de ideëen van Shakespeare. Een grap krijgt zo opeens een heel andere lading. En het leek me de enige manier om het stuk in het hier en nu nog te kunnen spelen.’

Wordt het zo niet al te kluchtig?
‘Niet als je de rollen serieus blijft nemen. Je hebt het hier trouwens eigenlijk over twee stukken, wat mij betreft. Je hebt de plotlijn rond Bianca en haar vrijers, en die van Katherina en Petruchio. Die laatste lijn voelt voor mij meer aan als een tragedie dan een komedie.’

Hoe gaat het er straks uitzien op toneel?
‘De mannen krijgen korsetten, borsten, heupen. Bij de vrouwen worden de tieten weggedrukt en zij krijgen een meer vierkant figuur rond de schouders en de taille. En voor de rest, als je kijkt naar het kledinggedrag nu is dat voor man en vrouw vaak hetzelfde. We dragen bijna allemaal een spijkerbroek en een trui en hebben sneakers aan de voeten. Vrouwen komen echt niet elke dag op naaldhakken, mannen niet in driedelig pak. Op het toneel is er verder een mannenkant, die blauw is; en een vrouwenkant, die is geel. Aan de vrouwenkant staat een strijkplank, strijkbout, een wasmachine, een droger en een taart; bij de mannen zie je een houtblok met bijl, en een rookruimte.

Je hebt de tekst bewerkt en de helft eruit geknipt?
‘Klopt. Ik wil ruimte scheppen voor beeld en geluid, om iets te laten bestaan naast de taal. En omdat drie meisjes alle mannenrollen, behalve Petruchio dan , spelen kun je verschillende mantypen laten zien maar ook hun anonimiteit. Ze worden daardoor als het ware inwisselbaar. En om dat te bereiken moest ik al die plotlijntjes reduceren. De plot interesseert me toch al niet. Het gaat me meer om rolpatronen tussen vrouwen en mannen. Dat je ‘gender’ als restrictie kan voelen waar je in gevangen zit, eigenlijk vanaf het moment dat je een roze pop in handen krijgt of een speelgoedautootje. Vanaf dat moment is het zaadje geplant.’

Hoe vinden de acteurs dit?
‘Volgens mij heel leuk, heel spannend, heel moeilijk ook. Maar we werken met enorm veel plezier aan deze zoektocht. We vinden een heleboel mooie dingen omdat alles dubbel en zo dubbelzinnige wordt. Je krijgt elke kleine dingetjes cadeau, alleen omdat je het omdraait. Daar hebben we veel plezier aan.’

Best een gewaagd plan!
‘Ik ben iets nieuws aan het proberen, maar dat doe ik mezelf iedere keer weer aan. Heel bewust zoek ik naar nieuwe dingen die me uitdagen. Dat is hier wederom gelukt.’

Mogen we verkleed komen kijken?
‘Ik zou het hartstikke leuk vinden! Doe je best!’

kader
Het temmen van de feeks volgens Shakespeare (1590-1594)
Niemand, niemand wil trouwen met Katherina. Haar zusje Bianca, in alles haar tegenbeeld, is veel geliefder. Maar Bianca mag pas trouwen van hun vader als Katherina aan de man is gebracht. De rijke Petruchio gaat de uitdaging aan om deze feeks te temmen. Maar wie temt nu eigenlijk wie? In de slotscène houden de mannen een weddenschap over wie van de twee volgens hen de meest gehoorzame is.

Het temmen van de feeks volgens Nina Spijkers (2019)
Alle vrouwenrollen worden door mannen en alle mannenrollen door vrouwen gespeeld. Shakespeare’s (seksistische) komedie is het vertrekpunt voor een onderzoek naar de mate hoezeer op gender gestoelde rolpatronen bepalend zijn. Wat is de erfenis van stereotypen? En hoe breken we los van deze conventies om werkelijk gelijk te zijn?

kader
Nina Spijkers
… een van de vaste regisseurs van Toneelschuur Producties, studeerde in 2014 af met Kwartet aan de regieopleiding van de Theaterschool Amsterdam. In 2015 won ze er de Top Naeff Prijs voor, een aanmoedigingsprijs. In datzelfde jaar debuteerde ze bij Toneelschuur Producties met Phaedra’s Love van Sarah Kane. In 2016 regisseerde ze bij de Toneelschuur Friedrich Schiller’s Don Carlos, dat werd genomineerd voor de BNG Bank Nieuwe Theatermakersprijs. In 2017 regisseerde ze Ivanov van Tsjechov en ook voor deze voorstelling werd ze genomineerd voor de BNG Nieuwe Theatermakersprijs. Die voorstelling werd bovendien geselecteerd voor het Nederlands Theater Festival 2017. Afgelopen seizoen maakte ze Geluk.

Toneelschuur Producties: Het temmen van de feeks. Tournee tot medio april 2019. Meer informatie: toneelschuur.nl.

‘We moeten imperfect willen blijven’

International Theatre Collective Eindhoven schetst toekomstbeeld in (DE)HUMANIZE

Eeuwig leven. Droombeeld of doemscenario? International Theatre Collective Eindhoven (ITCE) maakt er met (DE)HUMANIZE een (Engelstalig) toneelstuk over.

Over pakweg 30 jaar kan onsterfelijkheid realiteit zijn, voorspelt futuroloog Ian Pearson. Anders geformuleerd: als je onder de 40 bent zal je waarschijnlijk nooit sterven. Ander voorbeeld: In 1997, toen al, werd het schaap Dolly gekloond uit een volwassen uiercel.

Eind november nog werd de wereld verrast (volgens sommigen: opgeschrikt) door de aankondiging dat er in China genetisch gemanipuleerde baby’s ter wereld zijn gebracht. Hun genetische verandering zal worden doorgegeven aan hun nageslacht. Als ergens tijdens het klusje een schadelijke fout is geslopen, treft die straks ook al hun nakomelingen. Die kun je dan natuurlijk weer genetisch wegmoffelen. Maar het is ook mogelijk om erfelijke ziekten of defecten weg te knippen uit het menselijk genoom. Dat is dan een stap verder op weg naar de supermens en een leven in perfectie tot in een zekere hemelse eeuwigheid.

‘Nog even en we kunnen kiezen hoelang we willen leven, straks is alles vervangbaar aan en in ons. Maar wat maakt ons tot mens? (DE)HUMANIZE werpt deze vraag op in een tijd dat we het moment van onsterfelijkheid met rasse schreden naderen,’ vertelt regisseur Geert Niland van ITCE.

De literatuurgeschiedenis is gevuld met verhalen over het verlangen naar onsterfelijkheid, van Gilgamesj tot Odysseus en Achilles. We willen immers controle houden over wie of wat we zijn, en over hoe we onszelf kunnen verbeteren.

‘De vraag die daarbij hoort, is hoever we gaan – als we het menselijke aspect tenminste niet uit het oog willen verliezen. Het streven naar een verbeterde, perfect geconstrueerde hightech versie van de mens is wellicht een kardinale fout want dan verliezen we wat wezenlijk is: het verlangen naar verandering. En daarmee verliezen we meer dan ons lief is. In (DE)HUMANIZE zijn mensen daarom omgeven door mogelijkheden, maar niet in staat te kiezen. Dit stuk gaat over wat onze identiteit als mens bepaalt.’

Futurologische bespiegelingen en vragen rond onsterfelijkheid, vergankelijkheid en identiteit vormden bij Niland en zijn spelersgroep de actuele aanleiding voor het maken van dit stuk.

‘Maar ook de factor dat Eindhoven een hightech stad is. De meesten van onze acteurs hebben affiniteit met techniek en wetenschap. Het zijn internationals, expats die zelf of via hun partner verbonden zijn aan een werkkring in de hightech sector hier in het Eindhovense. In (DE)HUMANIZE staan straks dan ook negen nationaliteiten naast elkaar op de vloer.’

Stephan van Mierlo – in het dagelijks leven financieel analist – speelt de rol van Joseph/Josephine. Een genderzoekende hij/zij. Van Mierlo: ‘Hij/zij is iemand die zijn/haar identiteit aan het zoeken is en zich onder een nieuwe naam opnieuw probeert uit te vinden. Hij/zij leeft als een kluizenaar, wil rust vinden, weg uit het oude drukke leven waarin iedereen aldoor wil verbeteren en vooruitgaan. Dat oude leven wil hij/zij van zich afschudden. Of dat lukt, dat is de vraag.’

De Romeinse Federica di Lodovico neemt in het stuk de gedaante aan van Bette. Federica: ‘Bette heeft een droom die ze moet en zal realiseren. Steeds krampachtiger houdt ze daaraan vast. Haar zus heeft een beperkte levensverwachting en Bette kan daar maar moeilijk mee omgaan. Persoonlijk ben ik het niet met de opvattingen van Bette eens.

Geert Niland: ‘Een constante in mijn regies is de vraag naar wat identiteit is, naar wat bepalend is voor jou als mens, als individu. Als regisseur kan ik verschillende karaktertrekken van een en hetzelfde personage in extremis tegenover elkaar zetten, waardoor dat personage zich steeds verschillend aan het publiek presenteert. Als toeschouwer moet je daar in je hoofd dan mee puzzelen.’

‘Ja, wat is identiteit? In (DE)HUMANIZE zie je iemand die, zolang zij niet spreekt, onzeker is, maar zodra ze het woord heeft opeens de stelligheid van een tweet of post op facebook betrekt. Zulke verschillen zie je dagelijks om je heen en die intrigeren me. Wat ons definieert? Ik heb op die vraag zelf niet meteen een antwoord, ook doordat het bij ‘identiteit’ om iets ongrijpbaars gaat.’ Nadenkend: ‘Wellicht is het antwoord om steeds te blijven zoeken.’

‘Om te groeien moet je het gevoel hebben dat het ook echt beter met je kan, of je huidige staat niet strookt met wat je zou willen zijn. Ik denk dat we als soort én als individu imperfect moeten willen blijven. Alleen dan kunnen we onszelf als soort blijvend doorontwikkelen.’

Vele wetenschappelijke inzichten uit de vorige eeuw hebben inmiddels geleid tot het reële streven naar de maakbare mens. ‘Aan mezelf merk ik dat ik het axioma van de zichzelf verbeterende mens, de ‘homo meliorem’, ongemerkt volledig heb overgenomen: voortdurend wil ik mezelf verbeteren, bekritiseren, reflecteren op mezelf, een betere versie maken uit mezelf. Door deze voorstelling te maken zie ik me weer teruggeworpen op het dualistisch mensbeeld; de mens als imperfect vat van tegenstellingen. Daarmee dealen is niet gemakkelijk; je wil én verbeteren, én je weet dat je daarmee iets verliezen kunt…’

‘Wat ik aan mezelf zou willen verbeteren? Mijn uitspraak van het Nederlands en Engels bijvoorbeeld,’ schatert Federica. Dan: ‘Ik denk niet dat wij mensen tot robots zullen worden, ik denk meer aan de transformatie naar een natuurlijker wezen, een soort plant of boom. Of aan een geheel nieuw soort van wezen dat we nu nog niet kunnen kennen.’

Stephan: ‘Ik denk dat er een keerpunt, een tegenbeweging op gang gaat komen. Dat merk je nu al gebeuren met de opkomst van natuurlijke en biologische producten, en alternatieve leefwijzen en woonvormen. Misschien gaat het met de gentechniek ook wel die kant op. Maar ik denk dat de mens van nature te nieuwsgierig van aard is om ontwikkelingen die binnen bereik zijn, te stoppen.’

Persoonlijk kijkt hij alvast reikhalzend uit naar de mogelijkheid van een eeuwigdurend bestaan op deze aardkloot: ‘Je kunt dan alle talen beheersen en alle landen en steden bezoeken. Je bucket list kun je van a tot z gaan afwerken. Tijd genoeg immers. Lethargie, overbevolking? Zou zomaar kunnen gebeuren.’ Maar het perspectief lonkt.

(DE)HUMANIZE is van woensdag 1 t/m zaterdag 4 mei 2019 te zien in Pand P. Meer informatie en tickets: pand-p.nl.

kader
ITCE is ontstaan vanuit het internationaliseringsprogramma van het Parktheater.

kader
Geert Niland is sinds 1991 werkzaam als regisseur. Hij regisseerde intussen meer dan 100 producties. Teksttoneel, muziektheater, musical en theater voor kinderen/jongeren zijn genres waarin hij zich begeeft. Hij traint acteurs en werkt met professionals, semiprofessionals en amateurs. Daarnaast is hij docent Drama en Communicatie vaardigheden.

 

Mutti Merkel

Nineties Productions & Orkater: Merkel

Vergeet Beyoncé, Lady Gaga en Madonna want: ‘Merkel is hèt vrouwelijke icoon van onze tijd.’ En meteen brandpunt voor een ‘Wagneriaanse electro-opera’.

OpMerkelijk: ‘Ze bezoekt veelvuldig theaters in Berlijn om zich er onder te dompelen in theater en bij voorkeur urenlang en genoeglijk in met name Wagner-opera’s. Ze gaat er vaak incognito naartoe,’ weet Floor Houwink ten Cate, regisseur van Merkel.

‘Als haar lijfwacht niet mee naar binnen wil laat ze hem met een espresso’tje in de hand wachten aan de bar.’ Ze wil maar zeggen: Merkel houdt echt van theater en welzeker van Wagner. ‘Ze heeft geregeld de officiële opening verricht van de Bayreuther Festspiele, het heiligdom voor authentieke uitvoeringen van Wagner-opera’s.’

‘Nederlanders zijn geneigd haar te idealiseren, terwijl in Duitsland veel mensen al langere tijd klaar zijn met haar,’ zegt Floor Houwing ten Cate. ‘Bij Nineties pitchen we altijd onze  ideeën aan elkaar. Daarbij kwamen we te vaak uit op mannelijke iconen. Ik ben geïnteresseerd in vrouwen die door het glazen plafond breken,’Ik wil daarom niet voorbijgaan aan de belangrijkste vrouw van de laatste jaren.’

‘Mutti’. Zo wordt ze liefdevol wijd en zijd,van  oost tot west genoemd – al heeft ze biologisch gezien zelf geen kinderen voortgebracht. Ze groeide op in de voormalige DDR, en koos daar voor een studie in exacte wetenschappen teneinde zich te kunnen onttrekken aan een opgelegd maatschappelijk engagement. Ze studeerde af in kwantumchemie maar vond pas decennia later haar levensbestemming, als politica, net na het vallen van de muur in een herenigd Duitsland, toen de kaarten voor eenieder opnieuw geschud konden worden.

Angela Dorothea Merkel. Ze is de eerste ‘bundeskanzlerin’ van ons buurland en de eerste vrouwelijke partijleider van de christendemocratische CDU. En stilzwijgend ook de ongekroonde koningin van Europa. Naast opper-brexiteer Theresa May is zij zo’n beetje de enige vrouw die gezegend is met gezag in de nog altijd door mannen gedomineerde nationale en Europese politieke arena.

Juist in een tijdsgewricht dat in Europa het populisme allerwegen opstoot, probeert Merkel volk, vaderland én Europa bijeen te houden, en cijfert ze strategisch persoonlijke opvattingen weg ten faveure van een ingevoeld en urgent algemeen belang; van de instorting van Griekenland en de bijkans bijbelse proporties van de vluchtelingenstroom tot het zorgenkind dat het Europa van vandaag is geworden.

Maar ze treedt terug, al is dat pas in 2021, zo maakte ze begin december zelf bekend. Ze heeft er straks zestien dienstjaren als regeringsleider op zitten.

In de dagkoers van de politieke waan ben je na zo’n aankondiging het gezag goeddeels kwijt. Komt een voorstelling rond Merkel dan niet als mosterd na de maaltijd?

‘Nee, helemaal niet,  zegt Floor Houwink ten Cate. ‘Al moesten we gniffelen toen we ervan hoorden. Toen we twee jaar geleden met de voorbereidingen voor dit stuk begonnen dachten we niet dat onze voorstelling hand in hand met de realiteit zou gaan lopen. Het verschaft ons juist een geweldige kans om onszelf af te vragen wat haar nalatenschap is of wordt. In de voorbereiding hebben we biografieën gelezen, tv-interviews gezien en op researchreis naar Berlijn om daar met mensen uit haar omgeving te spreken en meningen over haar te peilen.

Toen zijn we erop uitgekomen dat we met deze voorstelling willen tonen hoe wij ons op persoonlijk niveau tot haar verhouden. Ook werpen we de vraag op wat we met haar vertrek gaan verliezen, en hoe het straks met Europa verder moet. Daarbij werpt ieder van de Nineties persoonlijk een blik in die glazen bol. Noem het een vrije, op Wagner geïnspireerde, operateske oefening op de toekomst.’ Merkel is een zwanenzang, zegt Houwink ten Cate, ‘niet allereerst een eerbetoon.’

Tot voor kort kwam je maar weinig over haar als persoon te weten. ‘Maar nu geeft ze heel persoonlijke interviews, ze lijkt zich na haar bekendmaking vrijer te voelen.’ Ze noemt Merkel een ogenschijnlijk ‘egoloze mens’.

Voor de buitenwacht is ze gesloten geweest, bijna als een oester. Haar pokerface en uniforme kledingstijl, bezorgden haar een koude uitstraling. ‘Nu pas besef ik dat die houding moet zijn voortgekomen uit haar sterke wil om het stereotiepe vrouwbeeld te doorbreken. Neem het beroemde moment dat Berlusconi haar liet wachten. Toch liet ze zich niet kennen. Dat spreekt boekdelen. Ze wil juist door haar houding een lans breken voor vrouw-zijn.’

kader
Vrouwelijke premiers aan de macht in Europa
Margaret Thatcher is in 1979 de eerste vrouwelijke leider van Groot-Brittannië en ook de eerste vrouw die premier wordt van een Europees land. Noorwegen is met Gro Harlem Brundtland in 1981 het tweede land in Europa waar een vrouw tot premier wordt beëdigd. In de daaropvolgende jaren tot en met 2018 hebben in totaal veertien landen een vrouw als premier of als bondskanselier gehad. In december 2018 telde Europa zes vrouwelijke regeringsleiders: in Duitsland, Groot-Brittannië, Noorwegen, Roemenië, Schotland en IJsland.

kader
Nineties Productions
Nineties noemt zich graag een nomadisch theatercollectief. De artistieke kant bestaat uit drie makers, geboren in de jaren tachtig en opgegroeid in de jaren negentig: Floor Houwink ten Cate (1987), Yannick Noomen (1987) en Anne Maike Mertens (1984). Hen bindt een voorliefde om theater te maken voor een nieuw publiek en op verschillende locaties, zoals met Noir en Untitled, 2017. Met Merkel strijkt de groep voor het eerst neer in reguliere theaters.

Merkel
is te zien vanaf eind maart 2019. Meer informatie: op ninetiesproductions.nl en orkater.nl.

 

Legoblokjes, op eenzelfde golflengte

Theater Rotterdam speelt  Heisenberg

Johan Simons: ‘Inzoomen én uitzoomen, dat kán de mens eenvoudigweg niet’. Over onzekerheidsrelaties in onzekere tijden, golfbewegingen en deeltjesversnellers.

Het bestuderen van een fysiek object is onmogelijk zonder het te beïnvloeden, dat is Heisenbergs onzekerheidsprincipe in den dop. In Heisenberg laat toneelschrijver Simon Stephens een man van 75 en een vrouw van 45 elkaars levenspad kruisen. Met topacteurs Elsie de Brauw en nestor Hans Croiset als tubes verf in zijn handen schildert regisseur Johan Simons ‘een humoristisch en muzikaal universum, een wereld van levenskracht die loskomt als je bereid bent het onvoorspelbare te omhelzen’.

‘Zij!,’ priemt Hans Croiset met zijn wijsvinger goedmoedig een gat in de lucht richting ‘tegenspeelster’ Elsie de Brauw. ‘Klopt!, bevestigt zij. ‘Ik ben de aanstichter.’ Elsie: ‘Mijn vader is verongelukt toen ik nog jong was. Ik heb daar een fascinatie voor de vaderfiguur aan overgehouden, heb er altijd behoefte aan gehad. Hans bewonder ik al heel mijn leven, al wil hij dat nu even niet horen natuurlijk. Ik wilde kortom heel graag eens samen met hem in een stuk spelen. En Johan wilde dat graag regisseren. Eerst hebben we los van elkaar naar stukken gezocht, totdat ik op Heisenberg van Simon Stephens werd gewezen. Als eerste van ons heeft Hans het gelezen. Hij vond het een goed stuk.’

Hans: ‘Het geeft een ontmoeting weer tussen een man en een vrouw – zoals ik nooit eerder ben tegengekomen. Het zijn eigenlijk zes eenakters met ieder een begin, plot, hoogtepunt en einde.’

Elsie: ‘Het mooie is dat je dit stuk op verschillende manieren kunt spelen. In Duitsland, Engeland en de VS is dit stuk al gespeeld, en heel uiteenlopend gedaan. Die versies hebben we niet zelf gezien, maar we hebben wel de recensies gelezen. Een tijd lang hebben we een eigen onderneming willen opstarten, maar uiteindelijk was Theater Rotterdam bereid. We hebben de rechten kunnen kopen en Ariane Schluter voor de vertaling aangezocht.’

Hans: ‘Januari vorig jaar hebben Elsie en ik een begin gemaakt om samen de tekst te doorgronden, zonder Johan erbij dus’.
Elsie: ‘Dat deden we aan tafel, bij ons thuis in Varik. Hier, dat zijn de aantekeningen van toen die nog altijd in de tekst staan. Maar het is allemaal heel anders nu.’
Hans: ‘Wat Johan er nu mee doet hebben we niet kunnen bevroeden.’

Beestachtig
Hans: ‘Ik wil met alle goeie Nederlandse regisseurs een keer gewerkt hebben – voordat het voorbij is. Elke acht jaar verandert het Nederlandse toneel en moet je mee, de trap op, niet blijven hangen in het verleden. Dat houdt mij bij de les. Deze wijze van repeteren heb ik nooit eerder meegemaakt, een ontdekking. Johan hanteert een woeste aanpak om de binnenkant van je te laten zien, het gevoel dat je opengescheurd wordt, dat er happen uit je genomen worden en je jezelf terug moet zien te kleien. Ik heb zelf veel geregisseerd maar ik kan tijdens dit repetitieproces het niet nalaten om me te verbazen over hoe hij dat teweeg brengt.’

(Aapt even Johan na.) ‘Johan gromt vaak, maakt veel zwaaiende, weidse gebaren.’

Elsie: ‘Dierlijk. Past ook bij de rol die Hans inneemt in dit stuk, want Alex is slager.’
Hans: ‘Johan is een kunstenaar, een soort Karel Appel in zijn atelier, die als een schildersbeest regisseert. Maar in zijn handen zijn wij geen tubes, maar verf die tot leven komt. Geweldig om dat mee te maken.

‘Ik heb Johans aanpak nooit aangedurfd, te schijterig bij het repeteren, maar dit keer niet. Het is me een paar keer overkomen dat ik pas op de generale ontdekte: laat mijn rol maar zitten. Niet fijn. Omdat ik pas heel laat begreep waar de rol over gaat. Ik kan niet iets spelen waar ik niet eerst doorheen ben gegaan. En hij, Johan, zorgt ervoor dat je er meteen middenin zit.’

Elsie: ‘Ja, bij hem hoef je je geen zorgen te maken over waar het heen gaat, want dat komt gaandeweg wel. Het fijne van Johan vind ik dat hij het acteren aan onszelf laat. Hij schetst in woorden hoe hij het wil, maar hoe wij die verf dan op het doek krijgen is ons vak, daar komt hij niet aan. Want hij zegt: Ik kan helemaal niet acteren. Is ook zo.’
Hans: ‘Hier voel ik me vrij om op verkenning te gaan, en niet meteen de oude trukendoos open te trekken.’

Elsie: ‘In Maastricht was Johan mijn leraar. Daar kan ik beter omgaan dan toen. Ik ken hem nu natuurlijk beter en raak niet onder de indruk van zijn gegrom en geknor.’ Lachend: ‘Maar anderen vaak wel.’

Hans: ‘Johan kan stevig tekeer gaan tegen Elsie – om de indruk te vermijden dat hij alles prachtig vindt wat zij doet. Dat geruzie kan soms wat veel zijn. Maar dan heb ik de vrijheid om te zeggen: even dimmen, jongens! Maar toch is er geen echte spanning. En ik voel me ook geen indringer.’

Elsie: ‘Als ik het ergens niet mee eens ben, dan zég ik dat. Punt. Als Johan gaat grommen moet je dat afromen. Dan komen we tot de kern.’
Hans: ‘Juist, dat heb ik moeten leren.’
Elsie: ‘Daar had ik je ook voor gewaarschuwd.’
Hans: ‘Ja.’

Hans: ‘We hebben college gehad van Robert Dijkgraaf.’
Elsie: ‘Hij vertelde dat Heisenberg in 1927 de eerste was die zei dat onomstotelijke waarheid niet bestaat, dat waarheid afhangt van het perspectief. In de wetenschap van toen was dat een eyeopener. Maar een kunstenaar kijkt altíjd vanuit een bepaald perspectief.Dat proberen we in de mise-en-scene in te bouwen.’

Hans: ‘Op mijn dertiende probeerde mijn vader mij bij te brengen dat we allebei een andere kast zien  terwijl we voor dezelfde kast staan. Daarna kon ik de stap niet zetten dat je dat verschijnsel onder kunt brengen in een formule.’
Elsie: ‘Maar dat begrijp ik nog steeds niet.’

Over Georgie en Alex
Elsie: ‘Georgie komt op me over als een temperamentvolle vrouw. Ze gaat elke dag naar het station. Met elke scene verandert mijn kijk op wat of wie zij is. Aanvankelijk is ze op jacht naar mannen. En Alex beschikt over iets waardoor zij zich goed voelt bij hem. In scène twee gaat ze hem opzoeken. Ze gaan uit eten en belanden in bed. Ze komt tot rust. Denken dat je op brokken niet iets nieuws kunt bouwen en hij doet dat toch. Alex is een rots met een enorme kracht in zich, vitaliteit en rust. Stoomkracht.’

Hans: ‘Zij komt als een oernatuurkracht met orkaansnelheid bij mij binnen, terwijl ik zestig jaar stil ben blijven stilstaan. Door die kracht komt er leven in mij. Alex komt tot leven, en zij tot rust. Hij weet dat het snel met hem afgelopen kan zijn, eindig. Deze rol komt dicht bij mij. Ik speel 75, toen had ik daar zelf geen last van, maar nu bemerk ik een achteruitlopende energieniveau.

Die ervaring probeer ik onder te brengen in de manier van spelen. Maar lastig want nu: Vanavond weer? Haal ik dat nog wel? Nooit van mijn leven beperking gevoeld, en nu in mijn lichaam iets niet maar geest wel. Het lichaam loopt achter bij wat ik wil.’

Elsie: ‘Je wil meer dan je kan. Als je meer op routine kunt spelen, dan gaat het beter. Toen ik op mijn 27e begon te repeteren met Johan viel ik vaak flauw, omdat je overvraagd werd. En Johan vraagt echt veel van je. Als je weet wat ja gaat doen, kost het minder energie.’ Hans: ‘Klopt. En ik zie dan ook niet op tegen de tournee.’

Dan komt Johan Simons binnen.

‘Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg?’ weet hij alwetend. ‘Dat je nooit het geheel kan overzien. Als het kijken door de bodem van een glas, eerst dichtbij en dan veraf. We zien dan nooit hetzelfde. Inzoomen en tegelijk uitzoomen, dat kán de mens eenvoudigweg niet. Da’s een menselijk tekort. Anders geformuleerd: dat we met z’n allen niet zien waar we mee bezig zijn geweest.

Nu het eindelijk lukt om uit te zoomen met z’n allen hebben we niet de middelen om de situatie te keren. Bovendien ontbreekt politieke wil. Als je het op de kunsten betrekt heeft het te maken met discussies over het verschil tussen kunst en cultuur. Die begrippen worden vaak op een hoop gegooid. Cultuur is niet hetzelfde als kunst. Kunst biedt een vogelperspectief en becommentarieert de cultuur. We zijn het verleerd om kunst kunst te noemen.’

Johan: ‘Ik heb nog nooit met Hans gewerkt. Ik vind dat een hele eer, zoals ik het iedereen gun om met deze twee mensen te mogen werken. Het ontroert me.’

Elsie: ‘Waarom dan?’

Johan: ‘Omdat je met jullie echt over acteren kunt praten. Jullie weten van jezelf dat je kan spelen. Dat je die vraag niet meer hoeft te stellen. Andersom vragen jullie ook veel van mij, vragen om kwaliteit, dat de regisseur zijn vak moet verstaan, een kunstenaar moet zijn, net als jullie. Dat is mijn verantwoordelijkheid. Ik moet daarvoor op mijn tenen lopen en ter plekke reageren op wat ik zie. Dat kan ik doen omdat ik zelf acteur ben geweest, een slechte weliswaar, maar ik weet wat een acteur doorstaat.

Eigenlijk ben ik de hele dag in een schildersatelier. Daar staat een doek dat Heisenberg heet en staat het doek Platform. Allebei fantastisch materiaal. Ik ga beginnen en kies voor Heisenberg.’

Hans: Dit is een mooie stilte.’

Simons: ‘Picasso schilderde zijn modellen en kwam graag dichtbij. En denkt op een bepaald moment: heel dichtbij = kubisme. Je ziet ineens andere proporties, schitteringen en details. Dat alles probeer ik in de mise en scene te vatten. Soms zijn het ook twee films door elkaar, zoiets als Brigitte Bardot met Michel Piccoli. Het luisteren van Elsie betekent dat Hans dat meebeleeft. Daarom staat Elsie straks soms met de rug naar de zaal.’

‘Buiten het feit dat ik dat hogere toneelkunst vind, en het in Nederland daaraan ontbreekt, omdat alles maar naar voren moet, geeft dat stuk mijzelf in ieder geval de mogelijkheid lagen aan te brengen.’

‘Klinkt ingewikkelder dan het is, want als publiek moet je wel kunnen meegaan. Als we te maken hebben met goede acteurs, en dit zijn twee goeie, kan ik na veertig jaar nog altijd niet beschrijven wat iemand tot een goede acteur maakt. Maar de lagen die wij er samen in leggen, die ontpel ik en ga ik heel dicht kijken bij wat dit toneel is. Al die details die we erin stoppen vallen jou misschien helemaal niet op. Je denkt alleen: er ís iets.’

‘Wat dat is? Een enorme kwaliteit op toneel. Het heet toneelspeelkunst. Maar in Nederland noemen we ze ‘makers’ en dat is ergerlijk. Zou verboden moeten worden. De hele discussie in NL zie je moeite maken tussen kunst en cultuur. Cultuur is niet hetzelfde als kunst. Kunst biedt een vogelperspectief en becommentarieert de cultuur. We zijn het verleerd om kunst kunst te noemen. Zou verboden moeten worden. In de hele discussie in Nederland zie je moeite doorklinken tussen kunst en cultuur. Maar cultuur is niet hetzelfde als kunst. Kunst biedt een vogelperspectief en becommentarieert de cultuur.’

‘We zijn het verleerd om kunst kunst te noemen.’

‘Hans is als acteur nieuw voor me, ik had nog nooit met Hans gewerkt. Ik vind dat een hele eer. Dat gun ik iedereen om met deze twee mensen te mogen werken, ik raak er ontroerd door. Elsie: Waarom dan? Johan: soms is het heel lelijk en soms onwaarschijnlijk mooi, en daar kun je met jullie over praten. Jullie weten van jezelf dat je kan spelen. Dat je die vraag niet meer hoeft te stllen. Maar zij vragen ook veel van mij. Zij vragen om kwaliteit, dat de regisseur zijn vak moet verstaan, dat de regisseur ook een kunstenaar moet zijn, net als zij, dat is mijn verantwoordelijkheid. Ik moet ook op mijn tenen lopen.’

kader
Simons, de Brauw en Croiset hebben ieder hun eigen prijzenkast. Hun theaterleven beslaat opgeteld met gemak honderdvijfentwintig jaar.

Elsie de Brauw:
Elsie de Brauw (1960) was werkzaam bij onder andere Theatergroep Hollandia, Toneelgroep Amsterdam en NTGent. De laatste jaren speelt zij veelal maar zeker niet uitsluitend onder artistieke leiding van haar man, regisseur Johan Simons. Voor haar rol in Opening Night (regie Ivo van Hove) kreeg ze de Theo d’Or, de prijs voor de beste Nederlandstalige actrice. In 2011 won zij een tweede ‘Theo’, voor Gif bij NTGent. De Brauw speelde in diverse films en televisieseries, voor haar vertolking in de film Tussenstand kreeg ze het Gouden Kalf 2007 als beste actrice. Ze geeft les op de toneelacademies van Antwerpen en Gent. Elsie de Brauw is gehuwd met Johan Simons.

Hans Croiset
Hans Croiset (1935), telg van een acteursgeslacht, speelde op negentienjarige leeftijd zijn eerste hoofdrol, en snel daarna volgde zijn eerste regie. Croiset richtte in 1973 het Publiekstheater op, dat in 1987 met Toneelgroep Centrum fuseerde tot Toneelgroep Amsterdam. In 1986 werd hij aangesteld om het Nationale Toneel op te tuigen. In 1996 richtte hij met Ronald Klamer Het Toneel Speelt op.

Croiset kreeg in 1980 en 2017 de Louis d’Or, de toneelprijs voor beste mannelijke acteur.
In 1977 werd hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in 2012 Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 2017 verscheen Ik, Vondel, een fictieve biografie. Naast toneelwerk was Croiset ook in tientallen televisie- en filmproducties te zien. Hij is sinds 1962 getrouwd met theatermaakster en politica Agaath Witteman.

Johan Simons
Johan Simons (1946) studeerde aan de Toneelacademie Maastricht, waar Elsie de Brauw veel later een van zijn studenten was. Simons was de oprichter van Theatergroep Hollandia, leidde ZTHollandia, was intendant bij de Müchner Kammerspiele, artistiek directeur van NTGent en intendant van de Rührtriennale (Duitsland). Momenteel is hij artistiek leider van Schauspielhaus Bochum (Duitsland). Bij Theater Rotterdam is hij verantwoordelijk voor het internationale netwerk.

Zijn prijzenkast bevat onder meer de Prijs van de Kritiek en hij draagt de titel ‘Regisseur des Jahres’ van Theater Heute. In 2007 kende het Humanistisch Verbond hem de J.P. van Praag-prijs toe. In 2009 verleende de Universiteit Gent hem een eredoctoraat. In 2014 ontving Simons de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs en in datzelfde jaar werd hij lid van de Akademie van Kunsten. Naast toneel regisseerde Simons ook opera’s. Hij is gehuwd met Elsie de Brauw.