‘Het meest seksistische stuk ooit’

Nina Spijkers bij Toneelschuur Producties: Het temmen van de feeks

Vrouwenrollen door mannen – en mannenrollen door vrouwen. Dat is Het temmen van de feeks in handen van regisseur Nina Spijkers. De hoogste tijd voor een gesprek.

Waar is het idee vandaan gekomen om dit stuk te doen?
‘Het is een diepe wens van me om met Shakespeare te werken, want ik ben een fan, en heb dit nog nooit gedaan. De voorbije jaren ben ik me erg bewust geworden van het feit dat ik een vrouwelijke regisseur ben – terwijl ik me beschouwde als ‘one of the boys’. Mijn kijk op vrouwen is veranderd door bewegingen als Time’s Up en MeToo. Ik voelde woede bij me opkomen vanwege het systematisch misbruiken en onderdrukken van vrouwen. En Het temmen van de feeks is een van de meest seksistische stukken ooit geschreven – dus dat leek me uitermate geschikt om daar vragen bij te stellen, het langs de meetlat van het heden te leggen.’

Je kende het stuk, de tekst toch al wel?
‘Ik was zestien toen ik het voor het eerst zag maar heb het intussen vaker gezien. Ik werd altijd heel ongemakkelijk als ik ernaar keek, vooral naar het einde. Want in de slotmonoloog worden onmogelijke dingen gezegd over vrouwen en over de verhouding tussen man en vrouw. Wat je vaak als reddingsboei ziet is dat die monoloog wordt uitgesproken met een cynisch ondertoontje, zo van: ze is heus niet getemd hoor. Maar oorspronkelijk is het wel zo bedoeld, als: lekker om het vrouwtje eronder te hebben en kijk eens hoe goed dat is gelukt. Er worden in het stuk echt gruwelijke dingen gezegd over vrouwen, en andersom over mannen trouwens ook.’

Waarom zou Shakespeare dat dan zo opgeschreven hebben?
‘In zijn tijd mocht je je vrouw rechtmatig in elkaar slaan. De vrouw had een totaal minderwaardige positie in de maatschappij. Vrouwen hadden geen stem, heel extreem. Ze mochten bijvoorbeeld ook niet het toneel op, alle rollen werden gespeeld door mannen, ook de vrouwenrollen. Vrouwen hadden maar één plek, en dat was thuis. Ik denk dat het stuk vanuit een compleet andere tijdsgeest is geschreven, een tijd dat er martelwerktuigen bestonden voor vrouwen opdat ze niet meer kónden spreken, gereedschappen waar ze hun tong in moesten steken en waar spijkers doorheen gingen omdat ze waren opgekomen voor zichzelf.’

Je hanteert een omkering van rollen. Waarom?
‘Roeland Fernhout speelt feeks Katherina en Astrid van Eck doet Petruchio. Nog steeds is Katherina bij mij een vrouw, maar dan wel gespeeld door een man. Daardoor komen de man-vrouwverhoudingen opeens onder een loep te liggen. Het is een manier om niet aldoor hardop vraagtekens te laten doorklinken bij de ideëen van Shakespeare. Een grap krijgt zo opeens een heel andere lading. En het leek me de enige manier om het stuk in het hier en nu nog te kunnen spelen.’

Wordt het zo niet al te kluchtig?
‘Niet als je de rollen serieus blijft nemen. Je hebt het hier trouwens eigenlijk over twee stukken, wat mij betreft. Je hebt de plotlijn rond Bianca en haar vrijers, en die van Katherina en Petruchio. Die laatste lijn voelt voor mij meer aan als een tragedie dan een komedie.’

Hoe gaat het er straks uitzien op toneel?
‘De mannen krijgen korsetten, borsten, heupen. Bij de vrouwen worden de tieten weggedrukt en zij krijgen een meer vierkant figuur rond de schouders en de taille. En voor de rest, als je kijkt naar het kledinggedrag nu is dat voor man en vrouw vaak hetzelfde. We dragen bijna allemaal een spijkerbroek en een trui en hebben sneakers aan de voeten. Vrouwen komen echt niet elke dag op naaldhakken, mannen niet in driedelig pak. Op het toneel is er verder een mannenkant, die blauw is; en een vrouwenkant, die is geel. Aan de vrouwenkant staat een strijkplank, strijkbout, een wasmachine, een droger en een taart; bij de mannen zie je een houtblok met bijl, en een rookruimte.

Je hebt de tekst bewerkt en de helft eruit geknipt?
‘Klopt. Ik wil ruimte scheppen voor beeld en geluid, om iets te laten bestaan naast de taal. En omdat drie meisjes alle mannenrollen, behalve Petruchio dan , spelen kun je verschillende mantypen laten zien maar ook hun anonimiteit. Ze worden daardoor als het ware inwisselbaar. En om dat te bereiken moest ik al die plotlijntjes reduceren. De plot interesseert me toch al niet. Het gaat me meer om rolpatronen tussen vrouwen en mannen. Dat je ‘gender’ als restrictie kan voelen waar je in gevangen zit, eigenlijk vanaf het moment dat je een roze pop in handen krijgt of een speelgoedautootje. Vanaf dat moment is het zaadje geplant.’

Hoe vinden de acteurs dit?
‘Volgens mij heel leuk, heel spannend, heel moeilijk ook. Maar we werken met enorm veel plezier aan deze zoektocht. We vinden een heleboel mooie dingen omdat alles dubbel en zo dubbelzinnige wordt. Je krijgt elke kleine dingetjes cadeau, alleen omdat je het omdraait. Daar hebben we veel plezier aan.’

Best een gewaagd plan!
‘Ik ben iets nieuws aan het proberen, maar dat doe ik mezelf iedere keer weer aan. Heel bewust zoek ik naar nieuwe dingen die me uitdagen. Dat is hier wederom gelukt.’

Mogen we verkleed komen kijken?
‘Ik zou het hartstikke leuk vinden! Doe je best!’

kader
Het temmen van de feeks volgens Shakespeare (1590-1594)
Niemand, niemand wil trouwen met Katherina. Haar zusje Bianca, in alles haar tegenbeeld, is veel geliefder. Maar Bianca mag pas trouwen van hun vader als Katherina aan de man is gebracht. De rijke Petruchio gaat de uitdaging aan om deze feeks te temmen. Maar wie temt nu eigenlijk wie? In de slotscène houden de mannen een weddenschap over wie van de twee volgens hen de meest gehoorzame is.

Het temmen van de feeks volgens Nina Spijkers (2019)
Alle vrouwenrollen worden door mannen en alle mannenrollen door vrouwen gespeeld. Shakespeare’s (seksistische) komedie is het vertrekpunt voor een onderzoek naar de mate hoezeer op gender gestoelde rolpatronen bepalend zijn. Wat is de erfenis van stereotypen? En hoe breken we los van deze conventies om werkelijk gelijk te zijn?

kader
Nina Spijkers
… een van de vaste regisseurs van Toneelschuur Producties, studeerde in 2014 af met Kwartet aan de regieopleiding van de Theaterschool Amsterdam. In 2015 won ze er de Top Naeff Prijs voor, een aanmoedigingsprijs. In datzelfde jaar debuteerde ze bij Toneelschuur Producties met Phaedra’s Love van Sarah Kane. In 2016 regisseerde ze bij de Toneelschuur Friedrich Schiller’s Don Carlos, dat werd genomineerd voor de BNG Bank Nieuwe Theatermakersprijs. In 2017 regisseerde ze Ivanov van Tsjechov en ook voor deze voorstelling werd ze genomineerd voor de BNG Nieuwe Theatermakersprijs. Die voorstelling werd bovendien geselecteerd voor het Nederlands Theater Festival 2017. Afgelopen seizoen maakte ze Geluk.

Toneelschuur Producties: Het temmen van de feeks. Tournee tot medio april 2019. Meer informatie: toneelschuur.nl.

Advertenties

‘We moeten imperfect willen blijven’

International Theatre Collective Eindhoven schetst toekomstbeeld in (DE)HUMANIZE

Eeuwig leven. Droombeeld of doemscenario? International Theatre Collective Eindhoven (ITCE) maakt er met (DE)HUMANIZE een (Engelstalig) toneelstuk over.

Over pakweg 30 jaar kan onsterfelijkheid realiteit zijn, voorspelt futuroloog Ian Pearson. Anders geformuleerd: als je onder de 40 bent zal je waarschijnlijk nooit sterven. Ander voorbeeld: In 1997, toen al, werd het schaap Dolly gekloond uit een volwassen uiercel.

Eind november nog werd de wereld verrast (volgens sommigen: opgeschrikt) door de aankondiging dat er in China genetisch gemanipuleerde baby’s ter wereld zijn gebracht. Hun genetische verandering zal worden doorgegeven aan hun nageslacht. Als ergens tijdens het klusje een schadelijke fout is geslopen, treft die straks ook al hun nakomelingen. Die kun je dan natuurlijk weer genetisch wegmoffelen. Maar het is ook mogelijk om erfelijke ziekten of defecten weg te knippen uit het menselijk genoom. Dat is dan een stap verder op weg naar de supermens en een leven in perfectie tot in een zekere hemelse eeuwigheid.

‘Nog even en we kunnen kiezen hoelang we willen leven, straks is alles vervangbaar aan en in ons. Maar wat maakt ons tot mens? (DE)HUMANIZE werpt deze vraag op in een tijd dat we het moment van onsterfelijkheid met rasse schreden naderen,’ vertelt regisseur Geert Niland van ITCE.

De literatuurgeschiedenis is gevuld met verhalen over het verlangen naar onsterfelijkheid, van Gilgamesj tot Odysseus en Achilles. We willen immers controle houden over wie of wat we zijn, en over hoe we onszelf kunnen verbeteren.

‘De vraag die daarbij hoort, is hoever we gaan – als we het menselijke aspect tenminste niet uit het oog willen verliezen. Het streven naar een verbeterde, perfect geconstrueerde hightech versie van de mens is wellicht een kardinale fout want dan verliezen we wat wezenlijk is: het verlangen naar verandering. En daarmee verliezen we meer dan ons lief is. In (DE)HUMANIZE zijn mensen daarom omgeven door mogelijkheden, maar niet in staat te kiezen. Dit stuk gaat over wat onze identiteit als mens bepaalt.’

Futurologische bespiegelingen en vragen rond onsterfelijkheid, vergankelijkheid en identiteit vormden bij Niland en zijn spelersgroep de actuele aanleiding voor het maken van dit stuk.

‘Maar ook de factor dat Eindhoven een hightech stad is. De meesten van onze acteurs hebben affiniteit met techniek en wetenschap. Het zijn internationals, expats die zelf of via hun partner verbonden zijn aan een werkkring in de hightech sector hier in het Eindhovense. In (DE)HUMANIZE staan straks dan ook negen nationaliteiten naast elkaar op de vloer.’

Stephan van Mierlo – in het dagelijks leven financieel analist – speelt de rol van Joseph/Josephine. Een genderzoekende hij/zij. Van Mierlo: ‘Hij/zij is iemand die zijn/haar identiteit aan het zoeken is en zich onder een nieuwe naam opnieuw probeert uit te vinden. Hij/zij leeft als een kluizenaar, wil rust vinden, weg uit het oude drukke leven waarin iedereen aldoor wil verbeteren en vooruitgaan. Dat oude leven wil hij/zij van zich afschudden. Of dat lukt, dat is de vraag.’

De Romeinse Federica di Lodovico neemt in het stuk de gedaante aan van Bette. Federica: ‘Bette heeft een droom die ze moet en zal realiseren. Steeds krampachtiger houdt ze daaraan vast. Haar zus heeft een beperkte levensverwachting en Bette kan daar maar moeilijk mee omgaan. Persoonlijk ben ik het niet met de opvattingen van Bette eens.

Geert Niland: ‘Een constante in mijn regies is de vraag naar wat identiteit is, naar wat bepalend is voor jou als mens, als individu. Als regisseur kan ik verschillende karaktertrekken van een en hetzelfde personage in extremis tegenover elkaar zetten, waardoor dat personage zich steeds verschillend aan het publiek presenteert. Als toeschouwer moet je daar in je hoofd dan mee puzzelen.’

‘Ja, wat is identiteit? In (DE)HUMANIZE zie je iemand die, zolang zij niet spreekt, onzeker is, maar zodra ze het woord heeft opeens de stelligheid van een tweet of post op facebook betrekt. Zulke verschillen zie je dagelijks om je heen en die intrigeren me. Wat ons definieert? Ik heb op die vraag zelf niet meteen een antwoord, ook doordat het bij ‘identiteit’ om iets ongrijpbaars gaat.’ Nadenkend: ‘Wellicht is het antwoord om steeds te blijven zoeken.’

‘Om te groeien moet je het gevoel hebben dat het ook echt beter met je kan, of je huidige staat niet strookt met wat je zou willen zijn. Ik denk dat we als soort én als individu imperfect moeten willen blijven. Alleen dan kunnen we onszelf als soort blijvend doorontwikkelen.’

Vele wetenschappelijke inzichten uit de vorige eeuw hebben inmiddels geleid tot het reële streven naar de maakbare mens. ‘Aan mezelf merk ik dat ik het axioma van de zichzelf verbeterende mens, de ‘homo meliorem’, ongemerkt volledig heb overgenomen: voortdurend wil ik mezelf verbeteren, bekritiseren, reflecteren op mezelf, een betere versie maken uit mezelf. Door deze voorstelling te maken zie ik me weer teruggeworpen op het dualistisch mensbeeld; de mens als imperfect vat van tegenstellingen. Daarmee dealen is niet gemakkelijk; je wil én verbeteren, én je weet dat je daarmee iets verliezen kunt…’

‘Wat ik aan mezelf zou willen verbeteren? Mijn uitspraak van het Nederlands en Engels bijvoorbeeld,’ schatert Federica. Dan: ‘Ik denk niet dat wij mensen tot robots zullen worden, ik denk meer aan de transformatie naar een natuurlijker wezen, een soort plant of boom. Of aan een geheel nieuw soort van wezen dat we nu nog niet kunnen kennen.’

Stephan: ‘Ik denk dat er een keerpunt, een tegenbeweging op gang gaat komen. Dat merk je nu al gebeuren met de opkomst van natuurlijke en biologische producten, en alternatieve leefwijzen en woonvormen. Misschien gaat het met de gentechniek ook wel die kant op. Maar ik denk dat de mens van nature te nieuwsgierig van aard is om ontwikkelingen die binnen bereik zijn, te stoppen.’

Persoonlijk kijkt hij alvast reikhalzend uit naar de mogelijkheid van een eeuwigdurend bestaan op deze aardkloot: ‘Je kunt dan alle talen beheersen en alle landen en steden bezoeken. Je bucket list kun je van a tot z gaan afwerken. Tijd genoeg immers. Lethargie, overbevolking? Zou zomaar kunnen gebeuren.’ Maar het perspectief lonkt.

(DE)HUMANIZE is van woensdag 1 t/m zaterdag 4 mei 2019 te zien in Pand P. Meer informatie en tickets: pand-p.nl.

kader
ITCE is ontstaan vanuit het internationaliseringsprogramma van het Parktheater.

kader
Geert Niland is sinds 1991 werkzaam als regisseur. Hij regisseerde intussen meer dan 100 producties. Teksttoneel, muziektheater, musical en theater voor kinderen/jongeren zijn genres waarin hij zich begeeft. Hij traint acteurs en werkt met professionals, semiprofessionals en amateurs. Daarnaast is hij docent Drama en Communicatie vaardigheden.

 

Mutti Merkel

Nineties Productions & Orkater: Merkel

Vergeet Beyoncé, Lady Gaga en Madonna want: ‘Merkel is hèt vrouwelijke icoon van onze tijd.’ En meteen brandpunt voor een ‘Wagneriaanse electro-opera’.

OpMerkelijk: ‘Ze bezoekt veelvuldig theaters in Berlijn om zich er onder te dompelen in theater en bij voorkeur urenlang en genoeglijk in met name Wagner-opera’s. Ze gaat er vaak incognito naartoe,’ weet Floor Houwink ten Cate, regisseur van Merkel.

‘Als haar lijfwacht niet mee naar binnen wil laat ze hem met een espresso’tje in de hand wachten aan de bar.’ Ze wil maar zeggen: Merkel houdt echt van theater en welzeker van Wagner. ‘Ze heeft geregeld de officiële opening verricht van de Bayreuther Festspiele, het heiligdom voor authentieke uitvoeringen van Wagner-opera’s.’

‘Nederlanders zijn geneigd haar te idealiseren, terwijl in Duitsland veel mensen al langere tijd klaar zijn met haar,’ zegt Floor Houwing ten Cate. ‘Bij Nineties pitchen we altijd onze  ideeën aan elkaar. Daarbij kwamen we te vaak uit op mannelijke iconen. Ik ben geïnteresseerd in vrouwen die door het glazen plafond breken,’Ik wil daarom niet voorbijgaan aan de belangrijkste vrouw van de laatste jaren.’

‘Mutti’. Zo wordt ze liefdevol wijd en zijd,van  oost tot west genoemd – al heeft ze biologisch gezien zelf geen kinderen voortgebracht. Ze groeide op in de voormalige DDR, en koos daar voor een studie in exacte wetenschappen teneinde zich te kunnen onttrekken aan een opgelegd maatschappelijk engagement. Ze studeerde af in kwantumchemie maar vond pas decennia later haar levensbestemming, als politica, net na het vallen van de muur in een herenigd Duitsland, toen de kaarten voor eenieder opnieuw geschud konden worden.

Angela Dorothea Merkel. Ze is de eerste ‘bundeskanzlerin’ van ons buurland en de eerste vrouwelijke partijleider van de christendemocratische CDU. En stilzwijgend ook de ongekroonde koningin van Europa. Naast opper-brexiteer Theresa May is zij zo’n beetje de enige vrouw die gezegend is met gezag in de nog altijd door mannen gedomineerde nationale en Europese politieke arena.

Juist in een tijdsgewricht dat in Europa het populisme allerwegen opstoot, probeert Merkel volk, vaderland én Europa bijeen te houden, en cijfert ze strategisch persoonlijke opvattingen weg ten faveure van een ingevoeld en urgent algemeen belang; van de instorting van Griekenland en de bijkans bijbelse proporties van de vluchtelingenstroom tot het zorgenkind dat het Europa van vandaag is geworden.

Maar ze treedt terug, al is dat pas in 2021, zo maakte ze begin december zelf bekend. Ze heeft er straks zestien dienstjaren als regeringsleider op zitten.

In de dagkoers van de politieke waan ben je na zo’n aankondiging het gezag goeddeels kwijt. Komt een voorstelling rond Merkel dan niet als mosterd na de maaltijd?

‘Nee, helemaal niet,  zegt Floor Houwink ten Cate. ‘Al moesten we gniffelen toen we ervan hoorden. Toen we twee jaar geleden met de voorbereidingen voor dit stuk begonnen dachten we niet dat onze voorstelling hand in hand met de realiteit zou gaan lopen. Het verschaft ons juist een geweldige kans om onszelf af te vragen wat haar nalatenschap is of wordt. In de voorbereiding hebben we biografieën gelezen, tv-interviews gezien en op researchreis naar Berlijn om daar met mensen uit haar omgeving te spreken en meningen over haar te peilen.

Toen zijn we erop uitgekomen dat we met deze voorstelling willen tonen hoe wij ons op persoonlijk niveau tot haar verhouden. Ook werpen we de vraag op wat we met haar vertrek gaan verliezen, en hoe het straks met Europa verder moet. Daarbij werpt ieder van de Nineties persoonlijk een blik in die glazen bol. Noem het een vrije, op Wagner geïnspireerde, operateske oefening op de toekomst.’ Merkel is een zwanenzang, zegt Houwink ten Cate, ‘niet allereerst een eerbetoon.’

Tot voor kort kwam je maar weinig over haar als persoon te weten. ‘Maar nu geeft ze heel persoonlijke interviews, ze lijkt zich na haar bekendmaking vrijer te voelen.’ Ze noemt Merkel een ogenschijnlijk ‘egoloze mens’.

Voor de buitenwacht is ze gesloten geweest, bijna als een oester. Haar pokerface en uniforme kledingstijl, bezorgden haar een koude uitstraling. ‘Nu pas besef ik dat die houding moet zijn voortgekomen uit haar sterke wil om het stereotiepe vrouwbeeld te doorbreken. Neem het beroemde moment dat Berlusconi haar liet wachten. Toch liet ze zich niet kennen. Dat spreekt boekdelen. Ze wil juist door haar houding een lans breken voor vrouw-zijn.’

kader
Vrouwelijke premiers aan de macht in Europa
Margaret Thatcher is in 1979 de eerste vrouwelijke leider van Groot-Brittannië en ook de eerste vrouw die premier wordt van een Europees land. Noorwegen is met Gro Harlem Brundtland in 1981 het tweede land in Europa waar een vrouw tot premier wordt beëdigd. In de daaropvolgende jaren tot en met 2018 hebben in totaal veertien landen een vrouw als premier of als bondskanselier gehad. In december 2018 telde Europa zes vrouwelijke regeringsleiders: in Duitsland, Groot-Brittannië, Noorwegen, Roemenië, Schotland en IJsland.

kader
Nineties Productions
Nineties noemt zich graag een nomadisch theatercollectief. De artistieke kant bestaat uit drie makers, geboren in de jaren tachtig en opgegroeid in de jaren negentig: Floor Houwink ten Cate (1987), Yannick Noomen (1987) en Anne Maike Mertens (1984). Hen bindt een voorliefde om theater te maken voor een nieuw publiek en op verschillende locaties, zoals met Noir en Untitled, 2017. Met Merkel strijkt de groep voor het eerst neer in reguliere theaters.

Merkel
is te zien vanaf eind maart 2019. Meer informatie: op ninetiesproductions.nl en orkater.nl.

 

Legoblokjes, op eenzelfde golflengte

Theater Rotterdam speelt  Heisenberg

Johan Simons: ‘Inzoomen én uitzoomen, dat kán de mens eenvoudigweg niet’. Over onzekerheidsrelaties in onzekere tijden, golfbewegingen en deeltjesversnellers.

Het bestuderen van een fysiek object is onmogelijk zonder het te beïnvloeden, dat is Heisenbergs onzekerheidsprincipe in den dop. In Heisenberg laat toneelschrijver Simon Stephens een man van 75 en een vrouw van 45 elkaars levenspad kruisen. Met topacteurs Elsie de Brauw en nestor Hans Croiset als tubes verf in zijn handen schildert regisseur Johan Simons ‘een humoristisch en muzikaal universum, een wereld van levenskracht die loskomt als je bereid bent het onvoorspelbare te omhelzen’.

‘Zij!,’ priemt Hans Croiset met zijn wijsvinger goedmoedig een gat in de lucht richting ‘tegenspeelster’ Elsie de Brauw. ‘Klopt!, bevestigt zij. ‘Ik ben de aanstichter.’ Elsie: ‘Mijn vader is verongelukt toen ik nog jong was. Ik heb daar een fascinatie voor de vaderfiguur aan overgehouden, heb er altijd behoefte aan gehad. Hans bewonder ik al heel mijn leven, al wil hij dat nu even niet horen natuurlijk. Ik wilde kortom heel graag eens samen met hem in een stuk spelen. En Johan wilde dat graag regisseren. Eerst hebben we los van elkaar naar stukken gezocht, totdat ik op Heisenberg van Simon Stephens werd gewezen. Als eerste van ons heeft Hans het gelezen. Hij vond het een goed stuk.’

Hans: ‘Het geeft een ontmoeting weer tussen een man en een vrouw – zoals ik nooit eerder ben tegengekomen. Het zijn eigenlijk zes eenakters met ieder een begin, plot, hoogtepunt en einde.’

Elsie: ‘Het mooie is dat je dit stuk op verschillende manieren kunt spelen. In Duitsland, Engeland en de VS is dit stuk al gespeeld, en heel uiteenlopend gedaan. Die versies hebben we niet zelf gezien, maar we hebben wel de recensies gelezen. Een tijd lang hebben we een eigen onderneming willen opstarten, maar uiteindelijk was Theater Rotterdam bereid. We hebben de rechten kunnen kopen en Ariane Schluter voor de vertaling aangezocht.’

Hans: ‘Januari vorig jaar hebben Elsie en ik een begin gemaakt om samen de tekst te doorgronden, zonder Johan erbij dus’.
Elsie: ‘Dat deden we aan tafel, bij ons thuis in Varik. Hier, dat zijn de aantekeningen van toen die nog altijd in de tekst staan. Maar het is allemaal heel anders nu.’
Hans: ‘Wat Johan er nu mee doet hebben we niet kunnen bevroeden.’

Beestachtig
Hans: ‘Ik wil met alle goeie Nederlandse regisseurs een keer gewerkt hebben – voordat het voorbij is. Elke acht jaar verandert het Nederlandse toneel en moet je mee, de trap op, niet blijven hangen in het verleden. Dat houdt mij bij de les. Deze wijze van repeteren heb ik nooit eerder meegemaakt, een ontdekking. Johan hanteert een woeste aanpak om de binnenkant van je te laten zien, het gevoel dat je opengescheurd wordt, dat er happen uit je genomen worden en je jezelf terug moet zien te kleien. Ik heb zelf veel geregisseerd maar ik kan tijdens dit repetitieproces het niet nalaten om me te verbazen over hoe hij dat teweeg brengt.’

(Aapt even Johan na.) ‘Johan gromt vaak, maakt veel zwaaiende, weidse gebaren.’

Elsie: ‘Dierlijk. Past ook bij de rol die Hans inneemt in dit stuk, want Alex is slager.’
Hans: ‘Johan is een kunstenaar, een soort Karel Appel in zijn atelier, die als een schildersbeest regisseert. Maar in zijn handen zijn wij geen tubes, maar verf die tot leven komt. Geweldig om dat mee te maken.

‘Ik heb Johans aanpak nooit aangedurfd, te schijterig bij het repeteren, maar dit keer niet. Het is me een paar keer overkomen dat ik pas op de generale ontdekte: laat mijn rol maar zitten. Niet fijn. Omdat ik pas heel laat begreep waar de rol over gaat. Ik kan niet iets spelen waar ik niet eerst doorheen ben gegaan. En hij, Johan, zorgt ervoor dat je er meteen middenin zit.’

Elsie: ‘Ja, bij hem hoef je je geen zorgen te maken over waar het heen gaat, want dat komt gaandeweg wel. Het fijne van Johan vind ik dat hij het acteren aan onszelf laat. Hij schetst in woorden hoe hij het wil, maar hoe wij die verf dan op het doek krijgen is ons vak, daar komt hij niet aan. Want hij zegt: Ik kan helemaal niet acteren. Is ook zo.’
Hans: ‘Hier voel ik me vrij om op verkenning te gaan, en niet meteen de oude trukendoos open te trekken.’

Elsie: ‘In Maastricht was Johan mijn leraar. Daar kan ik beter omgaan dan toen. Ik ken hem nu natuurlijk beter en raak niet onder de indruk van zijn gegrom en geknor.’ Lachend: ‘Maar anderen vaak wel.’

Hans: ‘Johan kan stevig tekeer gaan tegen Elsie – om de indruk te vermijden dat hij alles prachtig vindt wat zij doet. Dat geruzie kan soms wat veel zijn. Maar dan heb ik de vrijheid om te zeggen: even dimmen, jongens! Maar toch is er geen echte spanning. En ik voel me ook geen indringer.’

Elsie: ‘Als ik het ergens niet mee eens ben, dan zég ik dat. Punt. Als Johan gaat grommen moet je dat afromen. Dan komen we tot de kern.’
Hans: ‘Juist, dat heb ik moeten leren.’
Elsie: ‘Daar had ik je ook voor gewaarschuwd.’
Hans: ‘Ja.’

Hans: ‘We hebben college gehad van Robert Dijkgraaf.’
Elsie: ‘Hij vertelde dat Heisenberg in 1927 de eerste was die zei dat onomstotelijke waarheid niet bestaat, dat waarheid afhangt van het perspectief. In de wetenschap van toen was dat een eyeopener. Maar een kunstenaar kijkt altíjd vanuit een bepaald perspectief.Dat proberen we in de mise-en-scene in te bouwen.’

Hans: ‘Op mijn dertiende probeerde mijn vader mij bij te brengen dat we allebei een andere kast zien  terwijl we voor dezelfde kast staan. Daarna kon ik de stap niet zetten dat je dat verschijnsel onder kunt brengen in een formule.’
Elsie: ‘Maar dat begrijp ik nog steeds niet.’

Over Georgie en Alex
Elsie: ‘Georgie komt op me over als een temperamentvolle vrouw. Ze gaat elke dag naar het station. Met elke scene verandert mijn kijk op wat of wie zij is. Aanvankelijk is ze op jacht naar mannen. En Alex beschikt over iets waardoor zij zich goed voelt bij hem. In scène twee gaat ze hem opzoeken. Ze gaan uit eten en belanden in bed. Ze komt tot rust. Denken dat je op brokken niet iets nieuws kunt bouwen en hij doet dat toch. Alex is een rots met een enorme kracht in zich, vitaliteit en rust. Stoomkracht.’

Hans: ‘Zij komt als een oernatuurkracht met orkaansnelheid bij mij binnen, terwijl ik zestig jaar stil ben blijven stilstaan. Door die kracht komt er leven in mij. Alex komt tot leven, en zij tot rust. Hij weet dat het snel met hem afgelopen kan zijn, eindig. Deze rol komt dicht bij mij. Ik speel 75, toen had ik daar zelf geen last van, maar nu bemerk ik een achteruitlopende energieniveau.

Die ervaring probeer ik onder te brengen in de manier van spelen. Maar lastig want nu: Vanavond weer? Haal ik dat nog wel? Nooit van mijn leven beperking gevoeld, en nu in mijn lichaam iets niet maar geest wel. Het lichaam loopt achter bij wat ik wil.’

Elsie: ‘Je wil meer dan je kan. Als je meer op routine kunt spelen, dan gaat het beter. Toen ik op mijn 27e begon te repeteren met Johan viel ik vaak flauw, omdat je overvraagd werd. En Johan vraagt echt veel van je. Als je weet wat ja gaat doen, kost het minder energie.’ Hans: ‘Klopt. En ik zie dan ook niet op tegen de tournee.’

Dan komt Johan Simons binnen.

‘Het onzekerheidsprincipe van Heisenberg?’ weet hij alwetend. ‘Dat je nooit het geheel kan overzien. Als het kijken door de bodem van een glas, eerst dichtbij en dan veraf. We zien dan nooit hetzelfde. Inzoomen en tegelijk uitzoomen, dat kán de mens eenvoudigweg niet. Da’s een menselijk tekort. Anders geformuleerd: dat we met z’n allen niet zien waar we mee bezig zijn geweest.

Nu het eindelijk lukt om uit te zoomen met z’n allen hebben we niet de middelen om de situatie te keren. Bovendien ontbreekt politieke wil. Als je het op de kunsten betrekt heeft het te maken met discussies over het verschil tussen kunst en cultuur. Die begrippen worden vaak op een hoop gegooid. Cultuur is niet hetzelfde als kunst. Kunst biedt een vogelperspectief en becommentarieert de cultuur. We zijn het verleerd om kunst kunst te noemen.’

Johan: ‘Ik heb nog nooit met Hans gewerkt. Ik vind dat een hele eer, zoals ik het iedereen gun om met deze twee mensen te mogen werken. Het ontroert me.’

Elsie: ‘Waarom dan?’

Johan: ‘Omdat je met jullie echt over acteren kunt praten. Jullie weten van jezelf dat je kan spelen. Dat je die vraag niet meer hoeft te stellen. Andersom vragen jullie ook veel van mij, vragen om kwaliteit, dat de regisseur zijn vak moet verstaan, een kunstenaar moet zijn, net als jullie. Dat is mijn verantwoordelijkheid. Ik moet daarvoor op mijn tenen lopen en ter plekke reageren op wat ik zie. Dat kan ik doen omdat ik zelf acteur ben geweest, een slechte weliswaar, maar ik weet wat een acteur doorstaat.

Eigenlijk ben ik de hele dag in een schildersatelier. Daar staat een doek dat Heisenberg heet en staat het doek Platform. Allebei fantastisch materiaal. Ik ga beginnen en kies voor Heisenberg.’

Hans: Dit is een mooie stilte.’

Simons: ‘Picasso schilderde zijn modellen en kwam graag dichtbij. En denkt op een bepaald moment: heel dichtbij = kubisme. Je ziet ineens andere proporties, schitteringen en details. Dat alles probeer ik in de mise en scene te vatten. Soms zijn het ook twee films door elkaar, zoiets als Brigitte Bardot met Michel Piccoli. Het luisteren van Elsie betekent dat Hans dat meebeleeft. Daarom staat Elsie straks soms met de rug naar de zaal.’

‘Buiten het feit dat ik dat hogere toneelkunst vind, en het in Nederland daaraan ontbreekt, omdat alles maar naar voren moet, geeft dat stuk mijzelf in ieder geval de mogelijkheid lagen aan te brengen.’

‘Klinkt ingewikkelder dan het is, want als publiek moet je wel kunnen meegaan. Als we te maken hebben met goede acteurs, en dit zijn twee goeie, kan ik na veertig jaar nog altijd niet beschrijven wat iemand tot een goede acteur maakt. Maar de lagen die wij er samen in leggen, die ontpel ik en ga ik heel dicht kijken bij wat dit toneel is. Al die details die we erin stoppen vallen jou misschien helemaal niet op. Je denkt alleen: er ís iets.’

‘Wat dat is? Een enorme kwaliteit op toneel. Het heet toneelspeelkunst. Maar in Nederland noemen we ze ‘makers’ en dat is ergerlijk. Zou verboden moeten worden. De hele discussie in NL zie je moeite maken tussen kunst en cultuur. Cultuur is niet hetzelfde als kunst. Kunst biedt een vogelperspectief en becommentarieert de cultuur. We zijn het verleerd om kunst kunst te noemen. Zou verboden moeten worden. In de hele discussie in Nederland zie je moeite doorklinken tussen kunst en cultuur. Maar cultuur is niet hetzelfde als kunst. Kunst biedt een vogelperspectief en becommentarieert de cultuur.’

‘We zijn het verleerd om kunst kunst te noemen.’

‘Hans is als acteur nieuw voor me, ik had nog nooit met Hans gewerkt. Ik vind dat een hele eer. Dat gun ik iedereen om met deze twee mensen te mogen werken, ik raak er ontroerd door. Elsie: Waarom dan? Johan: soms is het heel lelijk en soms onwaarschijnlijk mooi, en daar kun je met jullie over praten. Jullie weten van jezelf dat je kan spelen. Dat je die vraag niet meer hoeft te stllen. Maar zij vragen ook veel van mij. Zij vragen om kwaliteit, dat de regisseur zijn vak moet verstaan, dat de regisseur ook een kunstenaar moet zijn, net als zij, dat is mijn verantwoordelijkheid. Ik moet ook op mijn tenen lopen.’

kader
Simons, de Brauw en Croiset hebben ieder hun eigen prijzenkast. Hun theaterleven beslaat opgeteld met gemak honderdvijfentwintig jaar.

Elsie de Brauw:
Elsie de Brauw (1960) was werkzaam bij onder andere Theatergroep Hollandia, Toneelgroep Amsterdam en NTGent. De laatste jaren speelt zij veelal maar zeker niet uitsluitend onder artistieke leiding van haar man, regisseur Johan Simons. Voor haar rol in Opening Night (regie Ivo van Hove) kreeg ze de Theo d’Or, de prijs voor de beste Nederlandstalige actrice. In 2011 won zij een tweede ‘Theo’, voor Gif bij NTGent. De Brauw speelde in diverse films en televisieseries, voor haar vertolking in de film Tussenstand kreeg ze het Gouden Kalf 2007 als beste actrice. Ze geeft les op de toneelacademies van Antwerpen en Gent. Elsie de Brauw is gehuwd met Johan Simons.

Hans Croiset
Hans Croiset (1935), telg van een acteursgeslacht, speelde op negentienjarige leeftijd zijn eerste hoofdrol, en snel daarna volgde zijn eerste regie. Croiset richtte in 1973 het Publiekstheater op, dat in 1987 met Toneelgroep Centrum fuseerde tot Toneelgroep Amsterdam. In 1986 werd hij aangesteld om het Nationale Toneel op te tuigen. In 1996 richtte hij met Ronald Klamer Het Toneel Speelt op.

Croiset kreeg in 1980 en 2017 de Louis d’Or, de toneelprijs voor beste mannelijke acteur.
In 1977 werd hij Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en in 2012 Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 2017 verscheen Ik, Vondel, een fictieve biografie. Naast toneelwerk was Croiset ook in tientallen televisie- en filmproducties te zien. Hij is sinds 1962 getrouwd met theatermaakster en politica Agaath Witteman.

Johan Simons
Johan Simons (1946) studeerde aan de Toneelacademie Maastricht, waar Elsie de Brauw veel later een van zijn studenten was. Simons was de oprichter van Theatergroep Hollandia, leidde ZTHollandia, was intendant bij de Müchner Kammerspiele, artistiek directeur van NTGent en intendant van de Rührtriennale (Duitsland). Momenteel is hij artistiek leider van Schauspielhaus Bochum (Duitsland). Bij Theater Rotterdam is hij verantwoordelijk voor het internationale netwerk.

Zijn prijzenkast bevat onder meer de Prijs van de Kritiek en hij draagt de titel ‘Regisseur des Jahres’ van Theater Heute. In 2007 kende het Humanistisch Verbond hem de J.P. van Praag-prijs toe. In 2009 verleende de Universiteit Gent hem een eredoctoraat. In 2014 ontving Simons de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs en in datzelfde jaar werd hij lid van de Akademie van Kunsten. Naast toneel regisseerde Simons ook opera’s. Hij is gehuwd met Elsie de Brauw.

Caute!

Hersengymnastiek rond Spinoza in het pluche van de theaterzaal

Baruch de Spinoza (1632-1677) was een eigenzinnige, onverschrokken denker. Vader van de Verlichting, monument voor vrijheid van denken. Zijn motto: ‘Caute! Wees voorzichtig!’ In de derde editie van haar Filosofenreeks stelt Het Zuidelijk Toneel de beroepslenzenslijper centraal.

Nu en dan heb ik werkelijk met de grote Spinoza hand in hand gestaan. Hoe? Hij staat afgebeeld op het oude guldenpapiergeld, te weten het briefje van duizend, de rooie rug, maar dan in de groengeribbelde versie die graficus Ootje Oxenaar er in de jaren zeventig van maakte. Maar niemand die me kon vertellen wie die Spinoza wel niet was. Spinoza’s gedachtegoed is een veelvoud van die rug waard, zo leerde ik veel later.

Fascinatie. Ik heb Spinoza geregeld regelrecht in zijn eeuwig stilstaandstarende kijkers gezien. Zijn beeltenis, in de vorm van een gedenkteken, een bronzen standbeeld, staat sinds 1880 opgesteld bij zijn laatste woonhuis – tegenwoordig Spinozahuis gedoopt – aan de Paviljoensgracht in Den Haag.

Dat is pal tegenover een van de rossige straatjes in de Residentie. Het beeld toont hem in een peinzende houding, zittend op een stoel en gekleed in een lange mantel. In zijn linkerhand, die op de knie rust, houdt hij een stapeltje papieren. Zijn rechterhand, waarin hij een pen vasthoudt, leunt tegen het hoofd. Op het oog een variant op De Denker (1881) van Auguste Rodin zou je zo zeggen – maar dan wel een jaar eerder tot stand gebracht. Het is omgeven door een hekwerk.

Maar ach toch, een omheining past niet bij deze wijsgeer die juist een brug wilde bouwen tussen de ‘gewone lezer’ en de filosofie. Dat blijkt onder meer uit zijn eerste, postuum uitgebrachte geschrift dat hij introduceerde als een inleiding tot de filosofie: Verhandeling over de verbetering van het verstand en over de weg waarlangs dit het beste tot de ware kennis der dingen kan geraken. De methode (lees: verhandeling) waarvan hij zich bediende, was niet in de eerste plaats gericht op verbetering maar op bevrijding, op emancipatie van het verstand, van de rede. In zijn traktaat gloort in de verte de geboorte van de Verlichting.

Spinoza ontwikkelde een filosofie waarin theologie geen rol speelde. Hij accepteerde geen andere verklaringen dan die gebaseerd op de rede. Filosofie zou zekerheid moeten bieden – zoals de wiskunde dat doet. In de ogen van tijdgenoten bediende Spinoza zich echter van een eigenzinnig, welhaast ‘ketters’ godsbeeld. Toen hij drieëntwintig was werd hij prompt uit de joodse gemeenschap van Amsterdam gestoten omdat hij zich niet aan de traditionele wetten en regels van de Portugees-Joodse kerk wilde houden. Als atheïst waren zijn boeken lange tijd verboden. Spinoza was daarom voorzichtig, schreed op kousenvoeten voort, ook al bewoog hij zich allengs door het establishment van hof en aristocratie in het Den Haag waar hij domicilie had gevonden, precies zoals zijn wapenspreuk ‘caute’ dat aangeeft.

‘Caute’ betekent niet alleen ‘voorzichtig’, maar ook ‘pas op’ – terwijl het Latijnse ‘spinosus’ in onze taal ‘doornachtig’ betekent. Door die brillen bezien is de plek nabij de rode lichtjes van dames van lichte zeden misschien niet eens abject te noemen.

Spinoza’s betekenis is moeilijk te overschatten: hij was een van de eerste denkers die betoogde dat alle mensen gelijk zijn en dat iedereen de vrijheid moet krijgen te geloven, te denken en te zeggen wat hij of zij wil. Een tijdloze boodschap van een vrije denker uit de zeventiende eeuw. Velen zijn van mening dat de machtigste democratie op aarde de vrucht zou zijn van Spinoza’s politieke denkbeelden.

Dat voert misschien wat te ver. Want vijftig jaar eerder werd het Plakkaat van Verlatinghe (ook wel ‘Acte van Verlatinghe’ genoemd ). Vooral dat historische document kan gezien worden als een onafhankelijkheidsverklaring van de Nederlanden. Een daad die de Amerikanen inspireerde.

Zijn werk moet op gelijke voet worden beschouwd als het schilderwerk van Rembrandt, Vermeer en Frans Hals en de literatuur van Vondel, Hooft en Huygens. Waarom weten Nederlanders dan zo weinig van Baruch de Spinoza? Terwijl hij wordt beschouwd als een van de grootste Nederlandse denkers aller tijden?

Op vakantie in India. Mijn gelegenheidstafelgenoot en ik raakten, met een semi-illegaal biertje in de hand, in gesprek met een Spaanssprekende vader en diens zoon. Zij waren op reis door India om te onderzoeken of het ‘spinozisme’ op gelijke voet kan staan met hindoedoctrines zoals samkhya en yoga. Ik stond met mijn mond vol tanden, als Nederlander en Hagenaar.

kader
Het Zuidelijk Toneel & Spinoza
Spinoza is, na Socrates en Marx, nummer drie uit de Filosofenreeks van Het Zuidelijk Toneel. Met coproducent De Verwondering belooft de toneelgroep een voorstelling ‘voor jonge idealisten, oude krokodillen en iedereen die af en toe eens nadenkt’.

De tekst van Spinozakenner Tinneke Beeckman wordt gespeeld door Han Kerckhoffs. Hij maakt van Spinoza tot een man van vlees en bloed, heen en weer geslingerd tussen eenzaamheid, vrijheid, strijd en verzet. De première is op donderdag 31 januari 2019 in de studio van Theaters Tilburg.

kader:
Spinoza
Baruch de Spinoza verdiende de kost met het slijpen van lenzen, onder meer voor Christiaan Huygens. Op zijn  naam staan twee grote filosofische werken: de Tractatus Theologico-Politicus (1670) – een van de oudste geschriften voor een vrije meningsuiting – en zijn magnum opus de Ethica (1677, postuum verschenen).

Spinoza overleed in Den Haag aan een longziekte door het inademen van silica-stof (glasstof).

Dodendans

Reprise van succeswerk

Jasper van Luijk vat met Quite Discontinuous zijn fascinatie voor levenloosheid in een choreografie van de rouw. Hoe reageren we op de dood van een dierbare? En hoe gedraagt een groep zich als een lid wegvalt?

Quite Discontinuous was mijn eerste avondvullende productie. Ik was 23 en net afgestudeerd aan de Artez Dansacademie. Mijn vader was opgegeven, had afscheid genomen van het leven. Maar bij een allerlaatste operatie bleek dat hij zijn leven terug had, van het ene op het andere moment. Surrealistisch natuurlijk. Voor hem, net als voor mij.’

Quite Discontinuous komt voort uit deze persoonlijke, intieme bron. Ik ben trots op dit werk omdat het mij persoonlijk raakt, en ook omdat ik er internationaal succes mee had. Delen ervan zijn door verschillende dansgroepen aangekocht en ingestudeerd. Maar dit stuk is daarna nooit meer integraal gedanst. Ik ben blij dat dat nu wel gaat gebeuren.’

‘Ergens hier in huis staat een doos met daarin een stuk of acht harde schijven. Op een ervan staat een registratie van Quite Discontinuous, in 2013 vanuit verschillende hoeken gefilmd. Die moet ik opzoeken want ik ga de choreografie instuderen en maak dan gebruik van deze videobeelden, ook al heb ik de choreografie nog grotendeels in mijn hoofd en zijn veel bewegingen nog in mijn lijf opgeslagen. De videobeelden helpen me om de bewegingen er bij de dansers – anderen dan toen – in één week in te stampen. Dat is erg kort, maar ik wil dat graag zo doen omdat we dan nog drie weken over houden om te bekijken waar en hoe we het stuk sterker kunnen maken.’

‘Het thema van de dood komt regelmatig terug in mijn werk, in Happily Ever After bij Maastd bijvoorbeeld en Previously cited bij Korzo producties. Fascinatie of obsessie? Voor mij is het een fascinatie. In mijn hoofd ben ik dagelijks met de dood bezig. Voor iedereen is de dood de stip op de horizon, daarna is het echt klaar. Het is ook de enige zekerheid in het leven. Op een bepaalde manier vind ik dat prettig. Het bijzondere is ook: niemand neemt je jouw eigen, unieke doodservaring af – ook al weet je nog niet hoe het zal gaan. Het is bij uitstek ook het moment dat je beseft dat je lééft. Heel rijk eigenlijk, als je erover nadenkt. Ik ben niet gelovig in de klassieke zin van het woord, ik geloof niet in een hiernamaals of zoiets. Wel in energie.’

‘In Quite Discontinuous zie je vier dansers. Zij voeren je mee naar twee delen: een voor en een na de dood. In het begin van het eerste deel ben je getuige van een denkbeeldige autocrash. Je ziet een kluwen in elkaar verstrengelde lijven. Uit alle macht proberen de vier elkaar vast te houden, niet los te laten, elkaar te beschermen. In het tweede deel komt dat moment, dat beeld van die crash terug, maar dan in een versneld tempo. Uiteindelijk komt de dood heel hard binnen, ook al voel je vanaf het begin spanning in de lucht al wel trillen. Met dat gegeven spelen we. Er is veel partnerwerk en er zijn enkele solo’s. Elke aanraking, elke hand, elke spierspanning op het lichaam is heel precies gerepeteerd. Ik ga het stuk verder niet uitleggen, het publiek moet zelf kunnen associëren. Als choreograaf wil ik aanknopingspunten aanreiken.’

‘De dood. Geen sexy thema, nee. Rottig te marketen ook. Jammer dat veel mensen alleen iets leuks willen zien: kunst als instant entertainment, maar gelukkig is het theater geen SBS 6. Quite Discontinuous is een mooie voorstelling, niet te zwaar ook. Er gebeurt veel, het kan ontroering teweeg brengen maar ook een plaatsbepaling zijn: Waar sta je zelf wanneer het gaat over de dood?’

‘Vorig jaar heb ik hier in Utrecht mijn eigen gezelschap SHIFFT opgericht, ik sta nu op eigen benen. Tegelijk is er nog altijd de steun van danshuis Korzo in Den Haag en De Nieuwe Oost in Arnhem. Utrecht is een perfecte stad voor mij. Met SHIFFT wil ik bouwen aan een sterkere danscultuur in Utrecht. De gemeente zorgt voor enige ondersteuning en vanuit deze stad werken naast SHIFFT ook De Dansers en danstheatergroepen DOX en 155. Jammer is dat hier geen hbo dansopleiding gevestigd is. Wel is er een mbo hiphopschool. Ik vind nieuwe dansvormen heel interessant. Ik houd van cross-overs, bijvoorbeeld tussen hiphop en moderne dans, tussen andere achtergronden en mijn eigen westerse. Het ligt echter aan de inhoud van het concept en de energie binnen de cast welke dansers daar geschikt voor zijn.‘

‘Voorlopig maak ik met SHIFFT twee producties per jaar. En hebben we een residentieprogramma voor jonge dansmakers. We dragen zo bij aan een sterkere Utrechtse danscultuur. Het mooie daarbij is dat ik hier aan huis een kleine repetitiestudio heb, waar we bijvoorbeeld kunstenaars voor een residentie kunnen uitnodigen.’

Kader
Jasper van Luijk (1987) studeerde dans aan de ArtEZ Dansacademie in Arnhem. In 2012 won hij de ITs Choreography Award, een prijs voor pas afgestudeerd choreografietalent. Daarna besloot hij om zich fulltime op choreograferen te richten. Hij maakte producties voor Korzo, De Nieuwe Oost, Huis Utrecht en MAAStd. Jasper van Luijk maakt deel uit van de directie van het ITs Festival.

Naast Quite Discontinuous brengt Luijks initiatief SHIFFT komend voorjaar de nieuwe choreografie Still uit, voor twee dansers, een acteur en twee muzikanten. In het seizoen 2019-2020 brengt SHIFFT een duet uit tussen een danser en een fotograaf rond de hedendaagse beeldcultuur. Meer informatie: shifftutrecht.com.

Kader
Jasper van Luijk bewoont midden in het Museumkwartier van Utrecht, nabij de Geertekerk, ingeklemd tussen het licht meanderende Singel en de Oude Gracht een Villa Kakelbont-achtig pand. Je moet eerst door een zigzag voorportaal  van dertig meter voordat je dat bereikt. Daarna kom je op een idyllische, in voorjaar en zomer weelderig groene soms totaal overwoekerde binnenplaats. Het is er altijd fluisterstil, een aangenaam briesje strijkt er steeds door je haren.

De aanpalende ‘studio-in-huis’ heeft eigen slaap- en sanitaire voorzieningen, en ademt een licht soort ‘Parade-sfeer’: klein, intiem en romantisch. ‘Daar vinden nu en dan optredens plaats in het kader van de residenties die we hier op gezette tijden organiseren. Ook is er een ruim bemeten keuken die volledig is toegerust. Mijn schoonmoeder, choreograaf Wies Merckx, verhuurt deze ruimtes aan ons, ze leven en wonen in Frankrijk. Geweldig om hier te wonen en te werken. Het is hier leven als een god in Utrecht.’

 

Gezocht: aandacht

Soul searchin’ door choreografen Meyer-Chaffaud

Performers zonder publiek? Publiek zonder performers? Woestijnvissen!  Choreografenduo Meyer-Chaffaud maakt het vierluik Soul en confronteert publiek en performer lijfelijk met elkaar.

Exhibitionisten? Aliens? Intermediairs? Openbaar kunstbezit? Lichaamstovenaars? Of gewoon mensen van vlees en bloed? Wat gaat er om in het hoofd van een danser?

In Soul #2 Performers is de danser van zijn voetstuk van ongenaakbaarheid gehaald, uit zijn ivoren toren afgedaald; en, andersom, het publiek tijdelijk ontheven van haar versteende rol als observant, verheven tot co-creator zelfs. ‘U beschikt over een geweldige zittechniek’ zegt een van de performers. Domweg blijven zitten op je stoel is dan eigenlijk geen optie meer.

‘Bij veel eigentijdse dansvoorstellingen rijst de vraag wat het allemaal betekent, wat we ermee moeten. In de meeste gevallen leiden die vragen niet tot bijster veel antwoorden, zodat we op een gegeven moment besluiten vooral te genieten van de performance, van de bewegingen, van de visuele effecten, de muziek – maar geven geen aandacht aan de knagende vragen op de achtergrond die ons vervolgens verwijten dat we het werk onrecht doen – en zo weer een kans op diepgaande kunstzinnige beleving mislopen.’

Aldus schrijver en publicist Christiaan Weijts in het boekje Aanraken a.u.b. over zijn ontmoeting met de Duitse kunstfilosoof Christophe Menke.

Waarom dans je, wat bezielt je als je en public danst, wat beweegt je, wat zijn de gedachten als je aan het dansen bent? Isabelle Chaffaud: ‘We leggen graag de menselijke ziel bloot. Een danser put zich uit voor het publiek dat voor hem of haar zit, in een magisch spel van tijd, ruimte en emoties. Hoe je je zelf ook voelt, je móet performen, je moet hoe dan ook op.’

Soul#2 Performers. Een ervaringsverslag. De zaalopstelling: een carré. Feitelijk een vlakkevloertheater, zo’n tien bij tien meter. Vóór de vier omsluitende wanden staat een dubbele rij stoelen. Op de vloer: zes performers. Claire. Opeens staat ze voor me, steekt haar hand naar me uit, nodigt me uit met haar de toneelvloer op te gaan. En plein public. Naar mij, de in beton gegoten observator! En daar staan we dan tegenover elkaar, de armen gespreid, handen in elkaars handen. Dan strekt ze haar armen, werpt haardos, schouders en hoofd achterover, gelaat naar de hemel gericht. Even lijkt het of ze zweeft. Et Dieu crea la femme, schiet door mijn hoofd.

Zweven doe ik zelf intussen ook, vanbinnen. Eventjes later drukt ze het hoofd met het linkeroor stevig tegen mijn linkerborst. Hartslag. Ik zie mezelf gevleid in een intieme omhelzing. Dan mag ik van haar weer plaatsnemen op mijn stoel.

Een zinsbegoochelende ervaring. Ook al omdat en passant de ‘vierde wand’ in rook is opgegaan en de dansers in Soul letterlijk ‘op je huid’ zitten.

In het de komende jaren te completeren vierluik Soul lichten de choreografen Jerôme Meyer en Isabelle Chaffaud de doopceel van publiek én danser. Op zoek naar de ware aard achter performer en publiek sloopt het choreografenduo de denkbeeldige grens tussen danspodium en toekijker.

Hier maken de toeschouwers in persoon deel uit van de choreografie, en aldus van de voorstelling. In het cabaret usance, vooral als je op de eerste rij plaatsneemt ben je algauw de sigaar, in het dansveld is het uniek, zelfs ‘not done’.

Wat zet een performer in beweging, wat beweegt hem om voor een choreograaf en uit naam van dat ‘hogere’ als ‘de kunsten’ dag in dag uit steeds weer tot het uiterste te gaan en de eigen grenzen voortdurend te verleggen? Is toekijken in het theater een intrinsiek actieve of passieve rol? Waarom doen ze allebei wat ze doen?

Ondertussen vallen in Soul #2 Performers grote woorden over creatie, in het moment zijn, over vrijheid, over ‘blondes have more fun’, over dans als obsessie, als een beweging tussen hemel en aarde, als een medium.

Publiek en performer, een twee-eenheid. Onderzochten choreografen Isabelle Chaffaud en Jerôme Meyer in hun eerdere voorstelling Soul#1 Audience met name (de rol van) het publiek, in deze #2 gaat het vooral om de mens achter, de binnenwereld van de danser. Maar de danser kun je hier niet los zien van het publiek, noch andersom.

Zoals Mulisch in Voer voor psychologen al stelde: ‘Niet de schrijver [lees: choreograaf] maar de lezer [toeschouwer] moet fantasie hebben […] Een artistiek werkstuk wordt het pas door het talent van de lezer.’

Al bij het betreden van de zaal hadden de bezoekers zich op verzoek rond een van de zes performers geschaard, en die leidde hen daarna rond over de speelvloer, liefst met de ogen dicht. Patronen volgen, geïmproviseerde groepssculpturen. Een gevoel van intimiteit wordt opgebouwd en dat wordt versterkt wanneer de performers even later direct oogcontact zoeken met de bezoekers die hen omringen. Indringend moment, temeer daar de voorstelling zich vlak voor je ogen ontrolt. Je zit op huid van de dansers, voelt ze ademen.

Alleen daardoor al is de beleving geheel anders dan de waarneming vanuit het pluche comfort van de theaterstoel. De zaal als parallel universum: de danser vertolkt zijn eigen rol maar het publiek ook, al doet zij dat soms zonder er zelf erg in te hebben. Interactie, het ene publiek is het andere niet, en de ene avond is de andere niet. Het publiek doet alsof het zelf niet bestaat. Maar dat bestaat dus niet.

In Soul#2 Performers worden intussen pareltjes aaneengeregen! In een mix van moderne dans, performance en circus – er is zelfs een duet tussen een danser en een trapezewerker die laag boven de vloer hangend haar acrobatische kunsten vertoont – zijn er prachtige staaltjes te bewonderen, in een ‘bewegingstaal’ die zich moeilijk in woorden laat vatten, door dansers die stuk voor stuk laten zien over persoonlijkheid te beschikken.

Meyer-Chaffaud: Soul #2 Performers. Tournee van eind september tot en met medio oktober 2018. Meer informatie: Meyer-chaffaud.com.