Zoek jezelf

Drie ouwelijke Indische zussen die onafscheidelijk samenwonen in een afbladderende serviceflat. ‘Gouwe Pinda’s’ is een tragikomisch portret – en het terechte vervolg op ‘Ouwe Pinda’s’.

Van die zonovergoten dagen waar je nu, rond herfstig november, waarschijnlijk met flinke weemoed terugkijkt. ¡Fawaka? Sranantongo voor: Hoe gaat het? Het is de welkomstgroet van uitspanning De Waterkant. De keuze spreekt boekdelen, want een tropisch ogend stukje aan het Amsterdamse grachtenstelsel. Net als in Paramaribo – aldaar aan de Surinamerivier, maar ook in het stadscentrum.

Bodil de la Parra (Surinaams/Indisch) is met Nadja Hüpscher (Nederlands/Indisch) en Esther Scheldwacht (Indisch/Indisch) aangeschoven voor een gesprek. Drie actrices aan tafel. Drie cola’s light op tafel. En zes donkerbruine ogen, waarvan er twee achter al dan niet gepolariseerde zonneglazen verborgen blijven. Ook: drie gebronsde lijven en eenzelfde getint & gezond goudgebruind gelaat. Wat hen bindt? Hun families kwamen in de jaren vijftig van Indonesië over naar Holland.

In Ouwe Pinda’s haalden De la Parra en Hüpscher, bijgestaan door Kees van der Vooren en onder regie van Paul Knieriem, familieverhalen en tropische herinneringen op, tastend naar hun Indische wortels. Voor Gouwe Pinda’s wordt de plaats van Van der Vooren ingenomen door Esther Scheldwacht. “Ik ken haar als actrice al 25 jaar. Toen Nadja en ik haar in Hoe mooi alles zagen...” zegt Bodil de la Parra, “zeiden we meteen tegen elkaar dat we met haar móesten spelen,” vult Nadja Hupscher aan. “En ik,” zegt Esther Scheldwacht, “vond dat meteen te gek.”

Tropische cocon
Waar in Ouwe Pinda’s veelal in Indisch accent sketchenderwijs verhalen werden uitgewisseld, zoals over moeders die op blote voeten door de sneeuw liepen en zich verbaasden over het bevroren wasgoed dat aanvoelde als ‘krokante kroepoek’, rijst in Gouwe Pinda’s een meer tragikomisch beeld op.

Centraal staan de drie grijzende Indische zussenl Nonni (79), Son (71) en Titi (75). Met ieder hun ingesleten onhebbelijkheden leven ze onafscheidelijk in een serviceflatje. Maar toch ook in een haat-liefdegreep. Nonni (Bodil) komt al jaren niet buiten: ‘Likdoorns, vandaar’; Son (Nadja) is ziekelijk afhankelijk van haar zussen: ‘Maar morgen ga ik op linedancing’; terwijl Titi (Esther) op het punt van trouwen staat met André: ‘Maar dan moet eerst zijn vrouw nog overlijden’.

In hun tropische cocon duikt een boek op met jeugdfoto’s uit Nederlands-Indië. “En dan moet het verleden op de schop, komen onderlinge verhoudingen op scherp te staan,” zegt tekstschrijfster Bodil de la Parra, die heeft ‘geput uit eigen Indo-expertise maar ook uit familieverhalen van Esther en Nadja.’

Hüpscher wijst als inspiratiebron ook op de radiodocumentaire Foto zoekt Familie waarin zeven families hun verdwenen fotoalbums uit Indië onder ogen kregen. ‘Bij papa op schoot, die sfeer.’

Maar ook schokkend, want: ‘Foto’s uit eigen jeugd die geen van allen zich wist te herinneren.’ ‘Dat is het verborgen verleden zoals dat voorkomt in veel families met een Indische achtergrond,’ weet Esther. ‘Een beladen geschiedenis dáár’, gaat Bodil verder, ‘maar hier óók. Zo herinnert mijn moeder zich niets van de periode tussen haar twaalfde en achttiende. Precies de tijd na de ‘overstap’ naar Nederland. Alles lijkt uit haar geheugen gewist.’ ‘Maar,’zegt Esther, “het draait niet puur om Indische kwesties of gebruiken. Het is belangrijk dat de voorstelling een universele onderlaag krijgt.’

Schuld
De voorbije maanden is er groeiende aandacht opgelaaid voor Neerlands koloniale verleden. Bodil: ‘Nederland heeft zeker een schuld te vereffenen.’ Verder moet volgens haar iedereen die de rijkdom van een gedeelde culturele achtergrond kent, zelf maar bepalen wat ermee te doen.

De drie zijn het er roerend over eens dat het koloniale verleden een ingewikkelde kwestie is, dat blijkt alleen al uit hun eigen uiteenlopende achtergrond. “Die ene keer dat ik op Java en Bali was, heb ik mijn Chinese wortels ontdekt.” Bodil, lachend: “Ik ben dus een stevige Hollandse boerin-Chinees.”

Makan makan
Samen eten, dat is een bindmiddel. Eetgewoonten vertellen veel over een cultuur. ‘Er wordt in de voorstelling figuurlijk aldoor gekookt,’ zegt Bodil. ‘Nonni kookt de godganse dag, zonder is er haar bestaan betekenisloos, zo meent ze. Nadja, proestend: ‘Ze heeft vast te weinig moedermelk gehad!’ ‘Titi eet graag in haar eentje. En ze houdt van afhaalmaaltijden’ schetst Esther blijmoedig háár personage.

Op tournee kunnen we de beste toko’s en Indische restaurants langs, juichen ze. Al blijft voor Bodil de keuken van tante Yulita bij voorbaat favoriet. ‘Bij ons wordt helaas nooit uitgebreid gekokkereld in familieverband,” zegt Nadja. ‘En eerlijk is eerlijk: ikzelf ben van de patatgeneratie.’

‘Soeboer in Den Haag, mijn woonplaats,’ geeft Esther op als haar favoriete eettent. ‘In de hofstad zijn we verwend natuurlijk. Al mis ik een strandtent waar je lekker Indisch kunt eten.”

De anderen zijn aangestoken. Ze lacht: ‘Moet ik er dan zelf een beginnen? Wij samen dan? Oké, dan noemen we die Plan plan!’ Indonesisch voor ‘rustig aan’. Maar toch: De ogen glinsteren al.

Bodil de la Parra
Geboortegrond: Amsterdam
Broodje bakkeljauw

Nadja Hupscher
Geboortegrond: Nijmegen
Geen bestelling gedaan

Esther Scheldwacht
Geboortegrond: Den Haag
Pasteitje Bakkeljauw.

Tournee van tot en met 27 januari 2018. Meer informatie: rudolphiproducties.nl.

Advertenties

Júúlius, binnenspelen!

Theater in de openlucht: Julius Caesar

Hoe prop je een buitenluchtspektakel in het dwingende kader van de toneellijst? En hoe plaats je een politiek steekspel uit het jaar nul over naar de theaterzaal anno 21e eeuw? De achterkant van het theaterbedrijf met Orkater’s Julius Caesar. Wat als je een heel loofbomenbos het toneel in moet loodsen?

Wat is de zoetste dood, zo werd hem tijdens een diner onder vrienden gevraagd. Zijn antwoord: De dood die zonder waarschuwing komt. Orkater laat met Julius Caesar muziek, taal en beeld samensmelten tot een voorstelling die haarfijn blootlegt hoe kleine mensen in staat zijn tot onvermoede daden. Met onafzienbare gevolgen.

Het Amsterdamse Bos meet 935 Wiki-hectares en is in de zomermaanden al ruim 25 achtereenvolgende jaren het decor voor een theaterfeest. Het openluchttheater aan de zuidwestrand van Amsterdam geurt naar vers geknipt grasland en fris regengeklater na niet eens zo’n warme zomerdag.

Verscholen achter een ruime blokhut en zomerzwanger loofbomengebladerte plus het nodige aan struikgewas, glimt daar het openluchttheater. Het Bostheater, groot gemaakt door de in 2014 teruggetreden artistiek leider Frances Sanders. Dit en de komende drie jaar geeft de programmering een samenwerking weer van Stadsschouwburg Amsterdam en het Bostheater.

Beide kunstinstellingen hebben gekozen voor vaste bespelers van de stadsschouwburg: dit jaar Orkater; in de komende jaren het Noord Nederlands Toneel, De Warme Winkel en Toneelgroep Oostpool. Orkater bijt het spits af met Shakespeare’s Julius Caesar In een regie van Michiel de Regt.

Poncho
Bij aankomst in het Bostheater, geruime tijd vóór aanvang voorstelling, is er alwéér een plensbui te verstouwen. Poncho-time. Bezoekers beschermen hun meegenomen voluptueus volgestouwde picknickmanden met plastic hoezen, schroefdoppen worden haastig op wijnfleshalzen teruggedraaid.

Zodra het dan weer droog geworden is, krijgen de nog weinige bezoekers een choreografie opgediend door bekwame technici die met droogtrekkers de speelvloer (zwarte vloerpanelen, een viertal witte loopbanen dat elkaar kruist rond een centraal opgestelde vierkantige, witte verhoging) van het kleurloze levenselixer bevrijden.

Kan niet anders of dat alles is verwoestend voor de staat van het toneelbeeld, dat bestaat uit een oversized witte voet, idem hand, en twee ‘eilanden’ met tarpen erboven. ‘Inwerking van zonuren, temperatuurverschillen tussen dag en nacht en vele regenbuien hebben ons de afgelopen tweeënhalve maand geteisterd,’zegt Steven Raapis Dingman, Orkater’s eerste inspiciënt, over de toneelschikking, ‘zozeer dat het nog maar de vraag is wat we er straks op tournee van kunnen inzetten.’

Backstage
Ondertussen prepareert Patrick Votrian van koperkwintet K.O. Brass! in een van de twee backstage opgestelde portocabins zijn tuba (‘zeg maar sousafoon’) met kwaliteitsventielvet, blaast Randall Heye met verve leven in zijn trompet. En dan komt daar Charlie-Chan Dagelet aangelopen. Zij speelt intrigant Cassius en Portia, echtgenote van Brutus, een interessante dubbelrol. ‘Inderdaad, een man én een vrouw in mij verenigd. Leuk toch? In de tijd van Shakespeare werden alle rollen allen door mannen gespeeld. Maar hier zijn het vrouwen van vlees en bloed.’

Ze beschouwt het Amsterdamse Bos bijna als een sprookjesbos. ‘Het is geweldig om hier te spelen, de sfeer, de mensen, het team, het stuk. Maar het is niet eenvoudig spelen. De personages staan vaak ver uit elkaar op de vloer. De locatie is wel erg weids en het publiek zit veraf en wijd uiteen. Dat maakt het lastig om te focussen. Want op wie richt je je?’

Bloedfontein
De zittribunes – onoverdekte houten plankieren, maar zitkussens zijn gratis voorradig – lopen ondertussen aardig vol. Plots: boem, paukenslag. Weer onweer? Neen, live muziek! Caesar stormt de vloer op: ‘Calpurnia, Calpurnia!’

Verderop in het stuk legt Caesars echtgenote hem uit dat de sterren niet gunstig staan voor een vertrek naar de senaat. Enkele scènes daarna komt het volbloed drama rond staatsman en veldheer Julius Caesar en samenzweerders Cassius en Brutus met de moord op de titelfiguur tot een hoogtepunt, hier onder meer culminerend in een beeldbepalende spuitende bloedfontein.

Weids
Het enorme speelvlak van het openluchttheater creëert een bijna onuitputtelijke scala aan mogelijkheden voor spectaculair openluchttheater. De gehele speelvloer als ook de omlijstende randen (het bos!) worden daarbij gretig bespeeld. Het speelvlak van het amfitheater meet 28 bij 30 meter.

‘In ons geval 28 bij 40 meter,’ corrigeert regisseur Michiel de Regt, als ik hem later door de telefoon spreek. “Want de catwalk die de tribunes in loopt, die nemen we ook mee op tournee.’Hij bevestigt de staat waarin de decorelementen in het bos verkeren. ‘We gaan de basiselementen nabouwen. De spullen hebben veel te lijden gehad, zijn opgebruikt.’

Maar ook wijkt de maatvoering van het Bostheater erg af van het beschikbare ruimtebestek in de theaterzalen. ‘We moeten voor het toneelbeeld een nieuwe balans zien te vinden. De manshoge hand en voet moeten wellicht kleiner, en tarpen zijn in de theaterzaal niet nodig. Ook moeten de posities voor opkomsten en afgangen opnieuw bepaald worden. Daardoor verandert de timing voor veel spelers.’

In feite verandert de gehele mise-en-scène. ‘We kunnen sowieso de weidsheid van bomen en bos natuurlijk niet op onze reis in een truck door Nederland meenemen,’ bevestigt De Regt met gevoel voor understatement. ‘Een weidse zee van wel tien meter ruimte tussen twee personages die een dialoog voeren, dat kan straks echt niet. Die ruimte is er in de zaal niet. Ook denken we nog na over de fontein. Het bassin past niet in alle theaterzalen.’

De akoestische balans wijzigt eveneens. ‘In de buitenruimte is geluidsversterking nodig, voor de muziek maar ook voor de stemmen van de spelers. De vraag is of dat met koperblazers ook nodig is in de zaal.’ Daarenboven zijn speltechnisch veel verschillen, en niet alleen stemtechnisch van aard: ‘Van het grote gebaar naar meer ingetogen spel, met meer ruimte voor nuances.’

Gender
Zo wordt Julius Caesar voor een belangrijk deel een andere voorstelling. Het komt er op neer dat een geheel nieuwe regie wordt bepaald voor de tourneeversie. ‘En dan in een enkele montageweek inclusief de repetities’, legt De Regt uit. Daarenboven worden de rollen van Charlie-Chan straks ingenomen door vast Lars Doberman-lid Reinout Scholten van Aschat. ‘Hij werd op het laatste moment gecast voor een Italiaanse speelfilm en besloot die te gaan draaien. Toen is Charlie-Chan voor Reinout in de plaats gekomen. Zij doet in het najaar echter weer mee met een andere productie, Reinout is dan klaar met de film en gaat alsnog de rollen van Cassius en Portia spelen.’

Hoe hij dat gaat aanpakken? ‘Reinout zal de video-opnamen gaan bestuderen. Er is al een rijke voedingsbodem voor hem klaargelegd natuurlijk, net als voor ieder van de cast trouwens. In grote lijnen kan hij dus voortborduren op wat Charlie-Chan op de mat heeft gelegd.’

Maar, zegt hij, ‘uiteraard en onvermijdelijk zal hij zijn eigen invulling aan de rollen geven.’ ‘Grappig hè’, reageert Dagelet. ‘Net als ik speelt Reinout straks een man én een vrouw. Ik ben benieuwd hoe die rollen en het stuk er dan uitzien.’

Een geselende zon, striemende regen en rukwinden, die zijn er straks niet. En geen overvliegende Jumbo jets. ‘Al vond ik de weersomstandigheden zelden van negatieve aard,’ zegt De Regt.’ De regen leverde ook vaak mooi beelden op. Maar die vliegtuigen zal ik niet heel erg missen.’

kader:
Caesar
Gaius Julius Caesar veroverde als gouverneur van Gallië het merendeel van Frankrijk, België en Engeland. In 49 ontketende hij een burgeroorlog door met zijn leger de Italiaanse grensrivier de Rubico over te steken (‘de teerling is geworpen’).

Na de overwinning op zijn rivaal Pompeius en een korte veldtocht in Klein-Azië (‘Ik kwam, ik zag, ik overwon’) werd hij dictator voor het leven. Op de Idus (15e dag) van maart 44 werd hij door bezorgde republikeinen onder leiding van zijn vriend Brutus ( ‘Ook gij, Brutus?’) vermoord. Een nieuwe burgeroorlog is het gevolg.

Shakespeare
Shakespeares politieke thriller en psychologisch drama diende onder meer als leerstof voor zijn treurspel Hamlet. Volgens Shakespeare-kenners weerspiegelt het de toenmalige algemeen gevoelde ongerustheid in Engeland over de troonopvolging.

Als voornaamste bron voor Julius Caesar maakte Shakespeare waarschijnlijk gebruik van de in 1579 verschenen Engelse vertaling van Plutarchus Bioi paralleloi (“Parallelle Levens”) (1e eeuw), een serie biografieën van beroemde Grieken en Romeinen wier morele deugden en waarden hij prees.

kader:
De Regt
Regisseur Michiel de Regt (1980) ontving in 2007 de Ton Lutz Prijs voor beste regiedebuut (Pontiac Hotel). Van 2009 tot 2016 was hij als vaste maker verbonden aan Toneelschuur Producties: Antigone, Wreed en Teder en Wachten op de Barbaren. Bij Orkater regisseerde De Regt naast 237 redenen voor seks en Lutine ook de grotezaalproducties Op de Bodem en Distel.

De Regt is veelzijdig: hij regisseert op uiteenlopende plekken (theaterzaal, Oerol, Lowlands, Boulevard), speelde in enkele producties, zette stappen als choreograaf en hij schrijft, bewerkt en vertaalt toneelteksten. Ook was hij actief als speldocent.

‘Hoogmoedig durven zijn’

Eline Arbo regisseert Goethe bij Toneelschuur Producties

Gezeten aan zijn schrijftafel schiet Werther zich een kogel door de kop. ‘Het slaat twaalf uur! Zo zij het dan! Lotte, Lotte, vaarwel, vaarwel,’ zo eindigde Goethe het fictieve dagboek van zijn dweepzieke personage. In Het lijden van de jonge Werther koestert een jongeman een allesverzengende verliefdheid voor een voor hem onbereikbaar adellijk meisje. Zij wees zijn avances af omdat zij haar hart eeuwigdurend aan een ander heeft verpand.

Aanleiding tot de roman was voor Goethe het bericht dat Jerusalem, een jongeman die hij in Wetzlar (Duitsland, Hessen) had leren kennen, zelfmoord had gepleegd. Want diens liefde voor de vrouw van een vriend was onbeantwoord gebleven. Goethe herinnerde zich zijn eigen onbeantwoorde liefde voor Charlotte Buff en verwerkte die marteling in de genoemde roman die hij in het razende tempo van vier weken tijd, nog maar 25 jaar, aan het papier toevertrouwde. Overigens zonder zich daarbij aan te letterlijke feiten te houden.

Goethes debuutroman Het lijden van de jonge Werther werd na publicatie in 1774 te midden van de ‘Sturm und Drang’-periode direct een ongekend succes. Onder jongvolwassenen liep die zelfs uit op een heuse ‘Werther-Fieber’. Navolgers staken zich in de Werther-look: een blauwe rokjas met een geel vest en gele broek.

Goethe’s populair geworden beeltenis verscheen op serviezen en souvenirs. En jonge mannen maakten zich, net als hun held Werther, uit wanhoop van een onbeantwoorde liefde theatraal van kant. Een ware zelfmoordgolf raasde over Europa.

Romantiek, standsverschil, doodsverlangen, terug naar de natuur, ascese, Weltschmerz – en vooral die ‘Sturm und Drang’. Regisseur Eline Arbo – ze studeerde vorige zomer af, debuteert bij Toneelschuur Producties – ziet in de roman een aanklacht tegen het systeem van de Verlichting, dat ook in die tijd al leidend was. Hoofdpersoon Werther stelt zich in haar ogen teweer tegen de kille maatschappij die louter de rede centraal stelde. Ze legt een parallel met het hier en nu:

‘Onze ouders en voorouders hebben een paar stevige fouten gemaakt in de opbouw van deze neo-liberalistische samenleving. Ze hebben getracht alles in statistiek en economie te vatten, met als resultaat een kille maatschappij die zijn eigen aarde en mensen verwaarloost voor een paar centen meer.” Als het aan Arbo ligt begint de verandering bij haar generatie.

‘Wij zitten gevangen in het systeem van onze ouders en zijn zoekende naar een nieuwe vorm van samenleven. De valkuil in die zoektocht is apathie. Je kunt gemakkelijk denken: het heeft allemaal geen zin. Maar we moeten wakker worden en hoogmoedig durven zijn. Je móet geloven dat je de wereld wel degelijk kunt veranderen. De kracht uit hoogmoed verandert uiteindelijk de wereld.’

Ze stelt haar vizier graag nog wat scherper: ‘Kan idealisme bestaan zonder fundamentalisme? Dat vraag ik me steeds vaker af.’ Prikkelend.

Toneelschuur Producties: Het lijden van de jonge Werther. Met: Diewertje Dir, Victor IJdens en Sander Plukaard. In Toneelschuur Haarlem van donderdag 21 t/m zaterdag 23 september 2017 en op tournee van woensdag 27 september t/m donderdag 19 oktober 2017. Meer informatie: toneelschuurproducties.nl.

 

Wat te zeggen als het einde in zicht is?

Het Zuidelijk Toneel en A Two Dogs Company: Conversations (at the end of the World)

Kris Verdonck behoort tot de top van internationaal opererende theatermakers. Hij integreert theater, video, beeldende kunst tot een performance. Met Conversations (at the end of the world) neemt hij, opnieuw, werk van Daniil Charms ter hand. Een vraaggesprek.

Kunt u mij een beschrijving geven van wat u ziet op de foto bij de voorstelling?
‘Ik zie een huis op een berg in een woestijnachtig landschap. Een huis in wankel evenwicht, op het punt van neerstorten. Een angstaanjagend beeld wat mij betreft. Het is een foto uit een land in Zuid-Amerika. Op die plaats lagen vroeger sneeuw en ijs metershoog. Als je de foto goed bekijkt zie je de kabel van de skilift.?!’

Jazeker! Maar wat zegt die majestueuze foto over de voorstelling die u gaat maken?
‘Onze wereld vult zich steeds meer met situaties die een mogelijk einde afkondigen: oorlogen, smeulende conflicten, geopolitieke spanningen. Er is terreur met wortels in fenomenen waar we als samenleving maar geen antwoord op lijken te vinden. Er gaat uitbuiting en agressie uit van een economisch systeem waarvan we niet weten hoe het te bestrijden is. In Conversations (at the end of the world) zien we hoe vijf figuren omgaan met het moment dat de ondergang zich laat aankondigen.’

Het werk van de Russische absurdist Charms is opnieuw uw inspiratiebron?
‘Het is inderdaad begonnen bij Daniil Charms en de avant-gardistische groep rond hem: de Oeberioeten, intellectuelen die ondergrondse salons hielden in het Rusland van tussen de beide wereldoorlogen. Vrijwel allemaal zijn ze omgebracht of omgekomen onder het Stalinistische bewind. Charms stierf, uitgehongerd, in een tehuis voor gestoorden. Uit een nieuwe publicatie van dialogen tussen Oeberioeten komt het beeld naar voren dat ze toch kunst maakten, terwijl ze donders goed wisten dat voor ieder van hen het einde der tijden nakende was. Niettemin was hun kijk op het leven, neergelegd in de genoemde dialogen, er een die in vrolijke, zoetzure dialogen was gesteld. Gitzwarte humor. En dat in een interessant tijdsgewricht met de industrialisering die in alle uithoeken begint door te dringen, en de wereld de drempel over gaat naar globalisering van economie en cultuur. Daar zitten we met z’n allen nu nog in.’

Wat zien we straks op het podium van al die gedachten rond uw voorstelling terug?
‘Je ziet vier acteurs: José Kuijpers, Jan Steen, Johan Leysen en Jeroen Van der Ven. Gaandeweg raken de acteurs onder 160 kubieke meter zwarte sneeuw bedolven, levend begraven, maar spreken nog. Een sprekend landschap. Hun eigen einde der tijden. Apocalyptisch. Wat zullen hun laatste woorden zijn? Weet u, zeventig procent van de mensen sterft in serene stilte. Hollywood maakt ons wijs dat de dood een veldslag van wapengekletter is. De vermaarde Italiaanse concertpianist Marino Formenti zorgt voor muzikale begeleiding. En in de voorstelling zijn getuigenissen van inwoners van Aleppo verwerkt.’

U beroept zich op ongepubliceerde dialogen van de Oeberioeten. Hoe komt u er aan?
‘Ik ken de vertaler van Charms’ werk van de tijd dat ik H, an Incident maakte. Daarin voerde ik naast acteurs een robotorkest op. Ik ben bekend met enkele van de dialogen uit een voorpublicatie die hij mij ter hand heeft gesteld.’

Uw werk sterkt zich uit van performance en bewegende beeldende kunst tot (muziek)theater. Is het lijsttoneel de juiste habitat voor uw werk?
‘Ik hou van het theaterframe. Daar ontstaat betekenis, daar krijgt de tijd die gezamenlijk doorstaan wordt een bepaalde lading. Het theater biedt de mogelijkheid op gedeelde belevenissen tussen mensen.’

kader
Paspoort Kris Verdonck
Kris Verdonck beweegt zich tussen beeldende kunst, architectuur en theater, tussen installatie en performance, en tussen dans en architectuur. Het werk van Kris Verdonck doet pogingen het onzegbare te zeggen, het kruipt onder je huid, het vraagt iets van je en het laat nooit onberoerd.

Verdonck presenteert vaak combinaties van installaties en performances, die hij ‘parcoursvoorstellingen’ noemt. Bekende parcours zijn VARIATIES en ACTOR #1.
In Nederland werkte Verdonck onder meer samen met ICK Amsterdam, het dansplatform van Emio Greco en Pieter C. Scholten, in I/II/III/IIII. A Two Dogs Company is het vaste voertuig van Verdonk. Hij werkt voor het eerst samen met Het Zuidelijk Toneel.

kader
Charms (1905-1942)
Daniil Charms wordt beschouwd als een van Ruslands grootste absurdistische schrijvers en dichters. Zijn naam past in het rijtje van Gogol, Dostojevski en Tsjechov – maar misschien nog meer in dat van Ionesco, Beckett en Van Ostaijen. Als auteur kwam hij met kinderversjes aan de kost. Zijn grote kracht ligt in het beeld dat hij geeft in de ongerijmdheid van het leven en in de grillige spelingen van het lot. Hij doet dat door vaak een lege wereld te schetsen waarin geweld en verlies van identiteit overheersen.

Charms werd in 1941 gearresteerd en kwam in gevangenschap om. Tijdens zijn leven werd nauwelijks werk van hem gepubliceerd. Na Charms’ dood vond zijn vriend Jakov Droeskin manuscripten in het huis van Charms. Daardoor is veel ervan voor de wereld bewaard gebleven.

In de jaren tachtig werd hij ook in Nederland beroemd met het werk Elizaveta Bam. Charms veroverde de wereld na de ‘glasnost’ van eind jaren tachtig. Inmiddels zijn er vele films en toneelstukken gewijd aan zijn werk.

Het Zuidelijk Toneel / A Two Dogs Company: Conversations (at the end of the World). Première: dinsdag 19 september 2017, Theaters Tilburg Tournee door Nederland en België.

Satyagraha: Ontmoetingsplaats voor een betere wereld

Mix van Indiase met moderne dans in operawerk Satyagraha van Philip Glass

Sinds 2011 is oktober in Den Haag tot ‘Indiase maand’ gedoopt. Hoogtepunt op het aanstaande India Dans Festival is Satyagraha, een inspirerende totaalhappening van dans, zang en muziek. De opera wordt voor het eerst integraal uitgevoerd als dansvoorstelling.

Nadat in de voorgaande edities twee van de drie delen afzonderlijk werden uitgebracht, breekt dan nu het moment aan dat deze Satyagraha in volle glorie en omvang kan worden getoond tot een unieke voorstelling over kracht en geweldloosheid, waarin de Indiase cultuur versmelt met hedendaagse opera.

Voor het eerst zijn de drie aktes in een enscenering voor dans als marathonvoorsteling te zien. Indiase meets moderne dans. De componist zelf gaf hoogstpersoonlijk toestemming aan de producenten om het zo te doen. Zestig westerse en Indiase koorzangers, operazangers, Indiase en moderne dansers en live muzikanten geven Glass’ operawerk uit 1979 nieuwe allure.

Het ligt niet voor hand om uitgerekend een operawerk van een componist die seriële muziek schrijft, tot brandpunt te nemen voor een festival dat draait om Indiase dans.

Niettemin: allereerst is ‘satyagraha’ een Indiaas begrip, het wees Mahatma Gandhi letterlijk de weg naar geweldloos protest. En dan is voor Glass, die dit jaar 80 is geworden, de kennismaking met Indiase muziek doorslaggevend geweest voor zijn ontwikkeling. Hoofdvakdocente Nadia Boulanger bracht hem als twintigjarige Parijse conservatoriumstudent in 1966 in contact met de toen 54-jarige Indiase sitarvirtuoos Ravi Shankar. Glass: ‘Mijn muzikale vader’. Boulanger droeg Glass op om de Indiase muziek van Shankar om te zetten in westerse muzieknotaties.

Hij reisde daarop af naar Noord-India en bleef het land ook daarna veelvuldig bezoeken. Tel daarbij op dat Glass altijd veel voor dans heeft geschreven, zo was al in zijn baanbrekende opera Einstein on the Beach een choreografe van Lucinda Childs opgenomen. Tot op de dag van vandaag componeert Glass nog geregeld voor deze kunstdiscipline.

De eerste steen
Satyagraha is Glass’ meest ‘Indiase’ opera,  twee jaar na het succes van zijn baanbrekende Einstein gecomponeerd. De kiem ligt in een reis naar Kalimpong (India) in 1969, schrijft Glass in het standaardwerk Words Without Music.

‘Op ochtendwandelingetjes ging ik gewoonlijk langs bij een tapijtenhandelaar aan de Tienmijlenweg. Met Mister Sarup, de eigenaar, dronk ik geregeld een kopje thee. Op een dag troonde hij me mee naar het plaatselijke filmzaaltje, waar hij een vertoning geregeld had. Het was een bioscoopjournaal uit 1930 over de Zoutmars. Daar viel me toen een klein mannetje op die werd omstuwd door een mensenmassa. Tuurlijk, ik was bekend met Gandhi, maar mijn god, was het dat in een dhoti gehuld ventje? Op dat journaal liep hij het water in, deed zijn lendendoek af en doopte die in het water. Zo omzeilde hij het verbod van de Engelsen om zout te winnen. I was on fire.’

Satyagraha (1979) vormt met Einstein on the Beach (1976) en Aknaten (1983) een ‘portrettrilogie’ over wereldhervormers – al zijn het muzikaal compleet verschillende werelden – met Gandhi in de eerstgenoemde opera als spilfiguur.

Samen vormen ze een drieluik over mannen wier leven en werk het aanzien van de wereld hebben veranderd: Einstein als man van de wetenschap; Gandhi, de man van de politiek; en Akhnaton, de man van de religie. Ze veranderden de wereld niet met geweld, maar met de kracht van ideeën. Satyagraha is op zichzelf ook een drieluik met in elk van de drie bedrijven een verwijzing naar een historisch figuur.

Glass: ‘Het verleden wordt vertegenwoordigd door Tolstoi, die met Gandhi correspondeerde en hem ‘broeder in Transvaal’ noemde. Het heden staat in het teken van de Indiase dichter en Nobelprijswinnaar Tagore, een tijdgenoot van Gandhi, die hem op marsen vergezelde en met hem vastte. De toekomst wordt verbeeld door Martin Luther King, die in zijn strijd voor burgerrechten in de VS Gandhi’s geweldloze aanpak overnam.’

Satyagraha als Koyaanisqatsi, die Glass eind jaren zeventig componeerde, waren zijn eerste werken waarin maatschappelijke kwesties centraal stonden. ‘Dit was een onderwerp waarover ik al geruime tijd met componisten in heel Europa in discussie was. (…) Het rode boekje van Mao was destijds heel populair onder Europese kunstenaars en sommigen waren zelfs maoist. Ik was daar verbaasd over omdat ik niet begreep waar het vandaan kwam.’

‘Ik was toen al tien jaar met Satyagraha bezig; ik las over Gandhi, dacht veel na over het Amerika van de jaren zestig en hoe zich dat verhield tot het Zuid-Afrika rond 1890, de tijd dat Gandhi zijn beweging voor geweldloze maatschappelijke verandering begon. Ik had ontdekt dat toen hij in Zuid-Afrika aankwam, gekleed in krijtstreeppak en bolhoed op, met zijn eersteklaskaartje in de trein stapte, hij er meteen weer uit werd gegooid. Het bracht Gandhi zelfinzicht: ‘O! Ik ben niet degene die dacht te zijn, ik ben de persoon die zij van mij maken, en wat mij overkomt is verkeerd.’’

De tweede steen
‘Wat ik mooi vind aan zijn muziek is hoe die aansluiting vindt bij een breed publiek,’ zegt Rick Schoonbeek van Kwekers in de Kunst, voorheen Dario Fo. Hij was het die Leo Spreksel, artistiek directeur van Korzo, op het spoor van Satyagraha zette. ‘Na eerder een geslaagd project op het India Dans Festival 2014 te hebben gedaan, stelde ik voor Satyagraha te doen. Niet in de oorspronkelijke vorm maar met Indiase dans. Meteen al was duidelijk dat we geen orkest van 50 musici op de been konden brengen, daarom heb ik een bewerking gemaakt voor dubbel strijkkwartet en piano. Dat is een uitputtingsslag voor de musici, vooral de celliste heeft het te verduren want die moet geregeld de hand in het ijs houden om dit muziekstuk live tot een goed einde te kunnen brengen. Niet alleen uiterst inspannende muziek om te spelen, het is ook vernuftige muziek, met ritmisch verschuivende patronen en invloeden van Indiase raga’s.’

De derde steen
‘We kregen toestemming van Glass voor deze enscenering omdat hij bekend is met de moeder van Revanta Sarabhai, choreograaf van de eerste akte,’ vertelt Leo Spreksel. ‘Zij was een beroemde danseres. Glass stelde daardoor vertrouwen in ons project.’
‘Het verhaal van de opera volgen we inhoudelijk niet letterlijk, wel gebruiken we de thematiek uit ieder van de afzonderlijke aktes en vertalen die in dans. ‘In elk van de drie delen mixen we de traditionele Indiase dansvormen kathak en bharata natyam met moderne dans. In het laatste deel zit ook urban dance, daarvoor tekent de inmiddels gelauwerde choreograaf Shailesh Bahoran, die zich laat inspireren door zijn Hindoestaanse roots.’

‘Ik was meteen overtuigd van het belang van dit project: De emancipatie van dansculturen, de verbinding die het legt met de stad Den Haag en met de hindoestaanse gemeenschap.

Ook ben ik er trots op dat het een artistiek project is. Zonder uitzondering toont het publiek zich ontroerd. Daarbij is de muziek geweldig en actueel. En het laat de dans zien als een mondiaal verschijnsel. De invloed die het Oosten op het Westen heeft in het DNA van de dans, is razend interessant.’

kader:
Professionele operazangers, muzikanten en dansers.
Korzo producties en Kwekers in de Kunst brengen in Satyagraha 60 zangers van het Indiase koor Zangam en Theaterkoor Dario Fo bijeen.  De voorstelling is te zien tijdens het India Dans Festival.

kader:
India Dans Festival
Het India Dans Festival is uitgegroeid tot een van de belangrijkste manifestaties voor Indiase dans in Europa. Vernieuwing en traditie gaan er hand in hand, van kathak tot urban Indiase dans en van bharata natyam tot moderne dans.

Korzo is het podium voor toonaangevende en beginnende talenten van over de hele wereld. Tijdens het festival zijn er ook concerten, workshops en dansfilms. Daarnaast zijn er ontmoetingen met de artiesten in de Korzo bar.
indiadansfestival.nl

 

Lachen naar de dood

Hans Dagelet & Jacqueline Blom bij Toneelgroep Oostpool in iHo

De discussie rond een actief en legaal levenseinde is hyperactueel. Met iHo gooit Oostpool een knuppel in het hoenderhok.

De Amerikaanse Pulitzer Prijs-winnaar Tony Kushner chreef met iHo een veelkantig huiskamerdrama en familieportret over een man van 72 die aan Alzheimer leidt en een doodswens koestert.

iHo is de verkorte titel van The Intelligent Homosexual’s Guide to Capitalism and Socialism with a Key to the Scriptures or iHo uit 2009. Bij Toneelgroep Oostpool zet regisseur Marcus Azzini zijn tanden in het stuk. Hij leidde twee seizoenen geleden in Kushners Angels in America Jacob Derwig en Maria Kraakman naar de toppen van hun kunnen met ieder een nominatie voor respectievelijk de Louis en Theo d’Or.

Ook in iHo kan hij beschikken over een sterrencast, met deze keer in de gelederen onder meer de ‘Or’ 2017-genomineerden Hans Dagelet en Jacqueline Blom. Begin dit jaar vormden zij in Ondertussen in Casablanca van Toneelgroep Oostpool slash Het Nationale Theater onder regie van Jeroen De Man een hemels komediekoppel: Mr. en Mrs. Lohman. Voor hun knisperende en kwispelende spel werden ze individueel genomineerd voor de belangrijkste toneelprijzen die dit land rijk is: de ‘Louis’ en de ‘Theo’. Het gebeurt hoogst zelden dat de beste acteur én actrice uit een en hetzelfde stuk komen – al gaat het hier vooralsnog om een nominatie.

De werkkamer ten Huize Dagelet. Uit een van de vele verlichte vitrines die Dagelet er heeft volgestouwd met blikken miniatuurspeelgoed en tinnen soldaatjes vist hij, na licht speurwerk, de medailleplak op: de Louis d’Or 1971! In dat jaar deelde hij de prijs met Wim van der Grijn voor hun spel in Gerben Hellinga’s toneelbewerking van Kees de jongen. Hij loopt er vervolgens mee op Jacqueline Blom af: ‘Kijk, zo ziet hij er dus uit!’ ‘Best wel mooi’, oordeelt Blom die het stof eraf veegt met in haar stem een hoorbare tikje verbazing van ontzag.

In iHo delen beiden opnieuw gelijktijdig het podium, al zijn ze deze keer niet elkaars directe tegenspeler. ‘Deze keer zijn we geen koppel hoor’, tempert Dagelet lichtjes maar resoluut het verwachtingspatroon. ‘In dit stuk speel ik Gus, een verstokte communist’, zegt Dagelet. ‘Een wat rare tante,’ zo omschrijft Blom haar personage, ‘activistisch ingesteld en ze is bij Gus ingetrokken nadat zijn vrouw is overleden. Het is een wat ‘geïmplodeerde’ rol die, zoals ik het nu inschat, weinig kansen biedt om groot uit te pakken.’ Ook Gus bezit vreemde trekjes. Blom: ‘Zijn leven lang heeft hij comfortabel van een uitkering kunnen genieten en zet in het leven graag de dingen naar zijn hand.

‘Een manipulatief mannetje’ bevestigt Dagelet, die net als deze Gus 72 jaar is, ‘maar daar eindigt de overeenkomst ook wel zo’n beetje.’ Niet een rol dus die hem bij voorbaat overtuigt. De dag na de eerste gezamenlijke lezing van het script stak Dagelet zijn vinger op, want ‘ik had werkelijk niks met Gus.’ Azzini, die nooit eerder direct met Dagelet noch Blom samenwerkte, ontplofte bijkans: ‘Dit is nog me nog nóóit overkomen! De hoofdrolspeler die niet gelooft in zijn rol!’ Daarna hebben we het in de spelersgroep over Gus gehad. Ik ben hem er beter door gaan begrijpen. En vergeet daarbij dit niet: Kushner schrijft voor iedere opvoering een nieuwe versie, met locale invalshoeken. Ook nu. Dat is spannend.’

Blom en Dagelet zijn het erover eens dat iHo ‘link en doordacht’ in elkaar steekt. ‘Bijna als een partituur,’ zegt trompettist, schilder, schrijver en toneelspeler Dagelet. Voor hem komt het stuk erg dicht op de huid. ‘Mijn vader maakte op zijn 65e in het ziekenhuis een einde aan zijn leven. Daar had ik toen geen enkel begrip voor. Dat is veranderd. Mijn moeder is nog daarvoor aan kanker overleden. Er werd niet veel over het einde gesproken, kop in het zand, doen alsof er niets aan de hand is.’ Bloms ouders zijn nu in de tachtig. ‘Ze hebben elkaar nog, dat is mooi. Maar soms zie ik aan ze dat doorgaan een hele opgave is.’

iHo is niet op voorhand loodzwaar of moralistische kommer en kwel. ‘Wrang, dan weer pijnlijk, ontroerend maar ook erg humoristisch,’ vat Blom samen. ‘Zoals Amerikanen dat zo goed kunnen, maar ook Engelsen en Fransen. Je waant je bij tijd en wijle regelrecht in een komedie. Met humor kun je diepere lagen bereiken. Humor en mededogen heb je nodig om het leven draaglijk te maken en er tegelijkertijd iets wezenlijks over te vertellen.’

‘Komedie, dat is jóuw terrein,’ meent Dagelet, ‘maar nog nieuw voor mij. De laatste vijftien jaar heb ik überhaupt nauwelijks op de theaterplanken gestaan. Zij,’wijzend op Blom, ‘zij is werkelijk virtuoos, een goddelijk comedienne. Het is trouwens veel moeilijker iemand aan het lachen dan het huilen te brengen, wist je dat? Een technische kwestie van timing vooral, maar ook van energie.’ ’En natuurlijk razendsnelle verbeeldingskracht en improvisatievermogen,’ vult Blom aan.’Ik hoop dat je de Louis wint’, zegt Dagelet beminnelijk. ‘De Theo ,’ verbetert Blom hem glimlachend.

Misschien zou er ooit nog een echt vervolg op Ondertussen in Casablanca in zitten? Blom enthousiast: ‘Dan kunnen we weer echt een koppel zijn. Dagelet: ‘En Jeroen De Man moet dat stuk dan regisseren.’

Toneelgroep Oostpool: iHo. Met Jacqueline Blom, Hans Dagelet, Abe Dijkman, Astrid van Eck, Fahd Larhzaoui, Eva Laurenssen, Tibor Lukács, Rick Paul van Mulligen, Chiem Vreeken en Sophie van Winden. Première: zaterdag 30 september, Stadstheater Arnhem. Tournee.

kader:
Azzini over iHo
‘Het stuk is zo rijk als de titel lang. Aan de keukentafel van de familie Marcantonio komen eigentijdse kwesties samen: idealisme, religie, alternatieve gezinsvormen, migratie en euthanasie. Een verhaal over mensen van onze tijd. Ik zag het stuk vorig jaar in Londen en was meteen verrukt.’

‘Ik ben een echte Kushner-fan. Hij is een van onze beste toneelschrijvers. Waarom? Hij voert aan de hand van herkenbare situaties een enorme gelaagdheid op: hoe voed je je kinderen op, hoe leid je je leven, je vorm je je gezin, hoe ga je om met teleurstellingen en verwachtingen, en wat wil je in het leven bereiken. In die kwesties heeft iedereen zijn eigen kruis te dragen. Familieverbanden, samenlevingsvormen, sociale verhoudingen: ik vind dat altijd waanzinnig fascinerende thema’s.’

‘Mijn moeder is 82, woont alleen maar is voor haar leeftijd nog heel actief. Voor mijn zoon probeer ik het best mogelijke te doen, maar soms is er pijn, zijn er teleurstellingen. We moeten ons realiseren: we maken fouten.’

kader:
Multitalent Dagelet
Hans Dagelet dook voor de zomer met trompet en vibrafonist / slagwerker / muziekproducent Jan van Eerd, oftewel Yan. De CD die komt in het najaar uit. Een tweede roman van zijn hand ligt binnenkort in de boekhandel: Fred, filochauffeur.

Brexit breaks

Koerswijziging bij Royal National Theatre onder Rufus Norris

Met een nipte 51,9 procent kozen vorig jaar welgeteld 17 op een bevolking van 63 miljoen Britten voor een ‘splendid isolation’. Met My Country blikt het Royal National Theatre nu ‘nation wide’ terug op de veldslag die voortduurt. Een ooggetuigenverslag rond een stille revolte.

Hoe zat het ook weer? Toenmalig premier David Cameron deed de gelofte van een bindende volkspeiling als zijn partij de parlementsverkiezingen van 2015 zou winnen. Hij won. Het beloofde zoethoudertje bleek al snel een splijtzwam die het land na referendumdag 23 juni 2016 vrijwel direct in een constitutionele en identiteitscrisis stortte.

Opvallend aan de uitslag was dat een minieme meerderheid in Engeland en Wales vóór een brexit was, terwijl Schotland en Noord-Ierland voor ‘remain’ hadden gekozen – in Schotland zelfs in alle kiesdistricten. Ook district Londen, dat een groot deel van zijn omzet uit continentaal Europa haalt, stemde in meerderheid voor een verlenging van het verblijf in de EU.

‘Gefeliciteerd met jullie verkiezingsuitslag, ’opent Rufus Norris, artistiek directeur van het Royal National Theatre (NT). De uitslag in polderland is dan nauwelijks een enkele dag oud. ‘Het populisme is een halt toegeroepen.’ Norris staat het van overzee overgekomen Nederlandse journaille te woord, op de dag nadat Schotland aankondigde zélf een volkspeiling te willen over de aanstaande uittreding. In feite een anti-brexit referendum. De openingswoorden van Norris leggen meteen zijn engagement bloot. Twee jaar geleden werd hij als succesvolle toneel-, opera, en filmregisseur (o.a. Critics Circle Award, Olivier Awards) aangesteld bij NT, na eerst een periode als ‘associate director’. Het is zijn opdracht om het door Laurence Olivier in 1963 opgerichte gezelschap bij de polsslag van de moderne tijd te halen.

En dat is exact wat hij met My Country; a work in progress doet – maar ook door zijn stuk te programmeren tegenover ‘panklare’, aldus Norris, klassiekers zoals Hedda Gabler (regie: Ivo van Hove) en Twelfth Night – terwijl hij zelf als regisseur ‘nimmer een Shakespeare, Ibsen of Tsjechov’ onder handen heeft genomen.

Highground
Met een brief die eind mei op de Brusselse deurmat plofte, startte de Britse premier May in formele zin de onderhandelingen met de EU, die exact twee jaar mogen duren. ‘Maar vergis je niet,’ zegt Norris, ‘na een jaar van politiek geharrewar is er hier nog steeds geen sprake van een doordacht uittredingsplan.’ In zijn betonnen ‘head quarter’ aan de eeuwigdurend kabbelende Thames slaakt Norris die verzuchting eventjes later nóg eens, om te onderstrepen dat het nu allemaal lang niet meevalt, daar aan gene zijde van de Noordzee.

Daar, nabij financieel grootverdienerscentrum The City, aan de Londense South Bank, oogt Norris oprecht boos, lijkt hij bijna een jaar na dato nog altijd aangedaan over de uitslag van het referendum. Dat, volgens hem, op verkeerde motieven werd ingezet en waarvoor het meerderheidsbesluit tot uittreding al helemaal op verkeerde gronden werd genomen. Want de brexit is in de ogen van Norris vooral een verhaal van manipulatie. Door de politiek, door politici en de media, van de Britse ‘moral highground’ die zich liet verrassen, en van Britten die bang werden gemaakt voor arbeidsmigratie, vreemdelingenhaat en vluchtelingenvraagstukken. Norris kijkt er met zijn Afrikaans/Maleisische roots nog steeds vreemd van op.

Polsslag
De tekst voor My Country is afkomstig van de Schots/Britse ‘dichter des vaderlands’, toneelschrijfster en universitair poëzieprofessor Dame Carol Ann Duffy (The World’s Wife en The Bee), en komt voort uit zo’n 75 lange vraaggesprekken die Norris’ team in het najaar voerde met bewoners uit alle genoemde landsdelen. ‘Ik heb de kerstdagen doorgebracht met het luisteren naar de tapes,’ zegt Norris. Op haar beurt verwerkte Duffy die vervolgens tot een allegorisch opgebouwde tekst rond een Romeins gehelmde Lady Britannia.

Gezeten achter lestafels mogen ook de ‘personages’ East Midlands, Northern Ireland, North East, South East, Caledonia en Wales (Cymru) in monologen en korte dialogen hun zegje doen omtrent de brexit. Nadat de Davids en Deirdres zich veelal in eigen taal en tongval hebben gewenteld in woorden over patriottisme, vreemdelingenhaat of (de idiotie van) Europese regels, krijgt Lady Britannia stevig de oren gewassen vanwege vermeend ontbrekend leiderschap. Zij gaat daarop los in monologen die stevig zijn geënt op bestaande politieke redevoeringen die David Cameron, Theresa May, Boris Johnson en Nigel Farage hielden.

Met de nodige slagen om de arm en omgezet in Nederlandse begrippenparen kibbelen in My Country landelijke, provinciale en regionale kopstukken met local heroes onder leiding van een geharnaste Willem van Oranje over de voor- en nadelen van het EU-lidmaatschap. Met nog wat meer fantasie kruisen door die bril gezien figuren als pak ‘m beet Jos van Rey, Hans Wiegel, Ahmed Aboutaleb, Freek de Jonge, Leon de Winter, Ramsey Nasr, Jan Mulder en/of Bennie Jolink de degens met elkaar over het vraagstuk dat hier de Randstad tegen de rest zou kunnen heten.

‘Luisterprojecten’
Maar over de brexit is al zoveel gezegd en geschreven. Wat kan Norris stuk daar nog aan toevoegen? Die vraagstelling geldt ongetwijfeld voor Britten – en welzeker voor Nederlanders. Norris ‘listening project’ loopt bovendien het risico dat het bijna dagelijks tekstueel moet worden bijgesteld omdat er dag op dag nieuwe ontwikkelingen zijn op dit vlak. My Country is daarbij niet wat je noemt beeldend theater, de productie oogt veeleer als een wat mager aangekleed anderhalf uur durende rondetafelconferentie met nu en dan een vrolijk intermezzo. De vraag is gewettigd of hetgeen Norris in stelling brengt hier te lande de kans krijgt om te resoneren, ook al heeft het Holland Festival het etiket ‘democratie’ als thema op het festival geplakt – hoewel door die bril bezien, eerlijk is eerlijk, het stuk uitstekend op z’n plek is.

Norris wil in de toekomst meer ‘listening projects’ uitbrengen. ‘Er moet meer naar elkaar geluisterd worden, al is dat soms best lastig als mensen aldoor ‘tegen’ zijn. Maar bij NT willen we de stem van het volk letterlijk meer laten doorklinken. Dit type theater is daar geknipt voor. Het is onze bijdrage aan de vestiging van meer ‘oral history’,’ zo vertelt Norris. Want: ‘Niemand kan louter met de mobiele telefoon in de hand het leven leiden, zonder onder de mensen te komen. De kerken zijn leeggestroomd. Maar plekken voor samenkomst en het delen van ervaringen blijven nodig. Het theater moet dat beseffen.’ Zijn conclusie: het mag een pondje meer. ‘We have to engage.’

My Country; a work in progress is op woensdag 7 en donderdag 8 juni 2017 te zien in het Holland Festival. Locatie: Stadsschouwburg Amsterdam (Rabozaal). Met Nederlandstalige boventiteling.