Magisch realisme

Amsterdam, 15 februari 2007.
Het Nationale Ballet in wat toen nog Het Muziektheater heette. Een donkere donderdagavond rilde zijn schaduw welwillend vooruit. Maar het was ook de avond dat het in een exotisch en oosters gedompelde ballet La Bayadère in première ging, nog wel in de versie van levende legende Natalia Makarova (1940), grootste ballerina van haar generatie.

En dan nu op het repertoire in Amsterdam! Het NOS Journaal was uitgerukt en kwam in de vooravond met een item. Daarin is te zien hoe Makarova, de in Rusland geboren maar in 1970 net als Rudolf Noerejev een decennium eerder, naar het westen uitgeweken prima ballerina tijdens een van de repetities bij Igone de Jongh de laatste puntjes op de i zet.

Igone was die avond ‘eerste cast’ en zou de hoofdrol van tempeldanseres Nikiya dansen. Haar naam en faam waren toen al nationaal en internationaal gevestigd. Ze was muze van Hans van Manen, haar lyriek en dramatiek werden geroemd. Ze was toen al formaatje ‘Champions League’, net als Het Nationale Ballet.

Ik zat op rij 7, uiterst links in die immense en toch intieme zaal. De orkestbak zou me niet beletten, zo wist ik, om van nabij de gezichtsuitdrukkingen van de dansers te kunnen zien. Oog in oog, bijna als in een vlakkevloerzaal.

Doek op. Live symfoniemuziek! Machtig toneelbeeld, sprookjesachtig belicht. En opeens stond ze daar. Ik voelde een donderslag. Het was oogverblindend. Magisch realisme in 24 karaat. Een stralend aura omgaf haar zichtbaar. De golf die zij was straalde dwars door mij heen.

Wat het precies was wat mij bij deze kennismaking met haar bedwelmde? Was het trots omdat zij zich als landgenote glansrijk wist te meten met de absolute internationale top van prima ballerina’s? Was het haar expressie, haar verschijning? Of toch de mooie lange lijnen waarmee ze even teder en delicaat als sensueel en verleidelijk de smeekbeden uitbeeldde tegenover haar tegenspeler Solor?

Wát het ook was, die avond wist ik: ik ben verloren voor het ballet, die museale maar o zo levende kunstvorm. De week erna zou ik als marketeer aantreden bij het hoofdstedelijke balletgezelschap. Maar wát een ‘inwerkdag’ was dit geweest!

Igone vertrekt na 24 seizoenen bij Het Nationale Ballet, maar stopt niet met dansen. Ik hoop dat we haar in Nederland nog veelvuldig kunnen bewonderen als gastsoliste.

Go, Igone, just go!

 

Waarachtig ooggetuigenverslag

Firma MES haalt ‘vergeten’ gijzeldrama uit geschiedenisdoos

Een bijna vergeten terreurdaad in het Den Haag van 1974 wordt met De Gijzeling naar de oppervlakte getild, met de ambassadeurskamer in de voormalige Amerikaanse ambassade als ‘plaats delict’.

Op vrijdagmiddag 13 september 1974 was Den Haag wereldnieuws toen drie jonge gasten van de zelfbenoemde ‘bevrijdingsorganisatie’ van het Japanse Rode Leger een bestorming uitvoerden op de Franse ambassade. Aan het Voorhout, in wat toen nog de Franse ambassade was, in 2011 gesloopt en waar nu de Hoge Raad zetelt, namen in een mum van tijd de drie gewapende terroristen daarbij min of meer lukraak elf mensen dagenlang in gijzeling in de ambassadeurskamer met onder hen, minder lukraak, de Franse ambassadeur.

De Japanners waren uit op de vrijlating van hun godenzoon, de op dat moment 25-jarige Yutaka Furuya, een mede-bendelid dat in de Parijse Santé-gevangenis werd vastgehouden. Tot zover het geschiedenisklasje.

De Haagse theatergroep Firma MES ontrukt de geschiedenis van deze ‘burenruzie in de achtertuin van een ander’, aan oprukkende en dreigende vergetelheid. In de tuin van een ander inderdaad, want in strikt juridische zin is een ambassade buitenlands grondgebied, en bovenal ging het om een actie omwille van een gedetineerde die in Frankrijk vastzat.

Bij MES doet de ambassadeurskamer in de voormalige Amerikaanse ambassade dienst als speelvloer. Dat is een perfecte keuze, ook omdat de voormalige Franse ambassade aan dezelfde straatkant lag maar dan slechts vijftig meter verderop – terwijl een steenworp afstand verderop het platte vertier van de traditionele kermis op het Malieveld domweg bleef doordraaien en in die kamer dóórklinken. Op de avond dat ik de ‘voorstelling’ zag was nota bene het Embassy Festival gaande – en klonk het feestgewoel ervan door tijdens de voorstelling. Een schitterend toeval!

Het wemelt van de details over de gijzelingsactie in Den Haag, die aaneenhangt van wonderlijke knulligheden. Veel ervan is online gedocumenteerd.

Honderd uren vast. Krakkemikkig protocol. Idiote taalbarrière. En een Boeing 707-piloot die zich als cowboy opwerpt. MES maakt er dankbaar gebruik van en doet dat integer, op een wijze die doet denken aan hun veelgeprezen en veelgespeelde ‘RISHI’ van twee jaar geleden. Die vorm is de MES’jes als DNA op het lijf geschreven. Maar MES doet veel meer dan dat: de groep bedrijft orale geschiedschrijving doordat het enkele van de gegijzelden van toen heeft opgespoord en gesproken. Hun getuigenissen worden navoelbaar door het ingetogen spel, met dubbelrollen, van de acteurs: Lindertje Mans, Daan van Dijsseldonk en Roos Eijmers op aanwijzingen van regisseur Thomas Schoots. Er wordt zonder al te veel effectbejag en tussen het aanwezige publiek gespeeld, op een enkele zonnebril na, en het gebruik van een enkel (Franstalig) popdeuntje uit die tijd. Aldus weeft MES een persoonlijke getuigenis van de impact die deze ingrijpende gebeurtenis voor de betrokkenen moet hebben gehad, daar in de ambassadeurskamer maar net zo goed ook voor de dienstdoende politie en de politici. De ‘voorstelling’ vormt zo de sinistere weerklank van een journalistiek-documentair verslag.

In de jaren zeventig had je ook in Nederland te maken met, vooruit, bevrijdingsbewegingen. Er waren hier nog geen treinkapingen bekend, maar het toen nog niet verenigde Europa zuchtte al wél en zeer onder de schroeiende hitte van op het communistisch gemeengoed geïnspireerde bevrijdingsbewegingen als de RAF in Duitsland, de Rode Brigades in Italië, de ETA in Baskenland en – onder meer – het IRA, Noord-Ierland. Ook de Palestijnen waren al volop actief met hun Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), voorloper van PLO en Hezbollah, door op de Olympische Spelen in München 1972 een moordpartij aan te richten. Europa was, nog meer dan nu, een hoogexplosief kruitvat. Natiestaten werden van binnenuit aangevreten. De geschiedenis rijmt er vrolijk op los.

De gijzeling mondde trouwens uit in enkele gewonden plus een financieel geschil met de Fransen.

‘De Gijzeling’, Firma MES. Gezien op zaterdag 7 september. Locatie: voormalige Amerikaanse ambassade, tot en met zaterdag 28 september 2019. Meer informatie: www.firmames.nl

 

De Parade bespeelt alle zintuigen

Rondreizend festival  is er ook in 2019 voor iedereen, en ook voor kids

De Parade strijkt wederom neer in Den Haag. Met veel theater van Haagse makelij op het programma en met voorstellingen voor jong en oud. Het Westbroekpark is tien dagen waarlijk een epicentrum.

In de late middeleeuwen werd alhier theater gespeeld in de kerk, en wegens succes later op het (kerk)plein. Voorstellingen vonden plaats op podia en op wagens. Duivels maakten veel kabaal en slingerden vuur en rook in het rond, engelen vlogen door de lucht en er was muziek. Het publiek genoot van dat kunst- en vliegwerk. Het werd een kermis, vaak ter gelegenheid van een kerkelijk feest of een betekenisvolle plaatselijke gebeurtenis: het concept ‘festival’ was geboren, al vierden de oude Grieken theaterfeesten al ver voor het begin van onze jaartelling.

Anno nu is het reizende theatergezelschap van de Parade een voortzetting van dat antieke idee, zij het dat in vergelijking met toen nu de vondst van elektriciteit is toegevoegd. Voor het overige is de Parade bijna een tijdmachine. De vermakelijke karavaan van Vreemdelingenverkeer en sjofele theatertenten plus bijbehorend Paradevolkje van kunstenaars en theatermakers meandert zich jaar op jaar door Randstedelijk Nederland, van Rotterdam via Den Haag naar Utrecht en Amsterdam.  De formule: korte, dertig à veertig minuten durende theaterachtige voorstellingen omlijst door horecavoorzieningen.

Bekende namen en onbekend talent wisselen elkaar beurtelings af, en er zijn tal van gelegenheidscollectiefjes – en zo heeft de Parade zich het voorbije decennium opgeworpen als broedplaats op het gebied van theater en muziek.

Op de Haagse Parade zijn de meer bekende namen dit jaar: Vrijdag & Sandifort, Ellen ten Damme en begeleidingsband, het Rosa Ensemble presenteert Hans Dagelet als dwarse muzikant Captain Beefheart, en vaste waarde op de Parade, Toneelgroep Oostpool, gaat op de romantische toer met ‘Alles wat liefde is’. Een lustopwekkende ‘romcom’ aan de hand van beroemde filmscènes die door drie schmierende acteurs met veel gevoel voor pastiche worden nagespeeld. In vogelvlucht komen  liefdesopvattingen voorbij. Is liefde vooral lijden, een vorm van opofferen, van vgriendschap, van sex? Of nog anders? Oostpool maakt er een blockbuster van.

Een kleinood diametraal daartegenover is ‘Slumberland’ van Stan Vreeken & Jorn Heijdenrijk en hun Tijdelijke Samenscholing. Het is een prachtige, droefgeestige verzameling van prachtige wiegeliedje die richting sluimerland gaan. Barbapapa, de Vergetelheid en de Dood ontpoppen zich als onvermoede insluipers.

Ook zijn  er nieuwsgierigmakende voorstellingen van onder meer Young Gangsters i.s.m. DOX, Club Guy & Roni dat een adrenaline-rush belooft, en Servaes Nelissen speelt een hilarisch deel uit zijn voortreffelijke theatervoorstelling ‘Beefteefjes’,

Haagse makers
Vanouds spreekt Den Haag een woordje mee als stad van makers. Zo is Zaal 4 een voortzetting van Zaal 3, buurttheater en plek voor talentontwikkeling – dat op zichzelf dan weer deel uitmaakt van Het Nationale Theater. Dit jaar biedt Zaal 4 wederom plaats aan De Poezieboys. Het duo Jos Nargy en Joep Hendrikx maakt voor kinderen een ‘Bonte Aevond’ (6+) en voor volwassenen is er de Paradeversie van ‘Selfkicker’. Het is een ode aan en terugblik op de tijd(geest) van Johnny van Doorn, alias Johnny The Selfkicker. Verder biedt Zaal 4 speeltijd aan nieuwelingen Anna Luka da Silva & Nora Ramakers met ‘Songs in languages I don’t understand’. Daarin neemt paradijsvogel van het zuidelijk halfrond Pri Pri je mee in wat ‘een hypnotiserende trip naar een parallel universum’ heet.

Ook Lonneke van Leth is weer van de partij. Haar ‘Olympische Spelshow’ (4+) was eerder dit jaar in de theaterzaal een vlotte en aansprekende voorstelling over beweging en voeding. De Haagse choreografe heeft met vier dansers die door een quizmaster aan het werk worden gezet, een humoristische dansvoorstelling gemaakt voor jong en oud. Nu dus in de setting van een van de theatertenten op de Parade.

De Haagse cabaretier Tom Lash timmert flink aan de weg. Zo schuift hij regelmatig als columnist aan in ‘De Nieuws BV’ op NPO Radio 1. In het Parade-programma ‘De Columnisten van Catan’
komen Zwarte Piet, klimaat, vluchtelingen en Thierry Baudet op de proppen in een poging onze meningenmaatschappij gevat onder loep te nemen. Voor het maken van deze voorstelling werkte hij samen met schrijver en collega-columnist Ronald Giphart.

Ten slotte is de band rond Nik van de Berg, Niko, die twee avondjes te gast is met de herkenbare, ruwe klanken van het viertal, als onderdeel van een brede muziekprogrammering op de Parade.

Natuurlijk en vanouds is de afdeling spijzen en dranken goed vertegenwoordigd op de Parade. Van driegangenmenu tot flammkuchen, er is een taco- en burritobar, Aziatische eten, het poffertjespaleis van Au Gwen Marie is weer present. Ook is er een Appelfiets waar het appelmeisje speciaal voor jou het lekkerste appeltje van de wereld schilt. Aan duurzaamheid is gedacht: van bio-industrievrij eten en drinken, borden van porselein, echt bestel en herbruikbare glazen. Afval wordt apart ingezameld. Voor iedere petfles biologische huiswijn belooft de Parade een boom te planten. Er zijn watertappunten ingericht. Daar kunnen de Middeleeuwers nog een puntje aan zuigen. De Parade is nu een geheel zelfvoorzienend dorpje, zo roept de organisatie trots.

Winstwaarschuwing: Kijk de programmagids goed na, want de meeste programma-onderdelen zijn slechts tijdelijk te zien!

 

Naar de hemel reiken

Amadeus is een buitengewone ervaring

In Amadeus is de tweestrijd tussen Mozart en Salieri waarlijk een slagveld. Regisseur Theu Boermans voegde bij Het Nationale Theater aan het origineel van Peter Shaffer karrenvrachten humor, actualiteit, subliem toneelspel – en vooral in goud uitgevoerde muziek.

Een Weens wespennest. ‘Me too. Toch nog,’ verzucht Salieri en verkneukelt zich alvast nu Constance, de volkse jonge eega van Mozart zich, na een eerste verkennende benadering, ten tweeden male bij de ‘componist des vaderlands’ vervoegt, om buiten het medeweten van haar echtgenoot in te willen gaan op diens eerdere ruilvoorstel. Dat bestaat eruit dat hij bereid is een goed woordje voor de jonge componist te doen bij de keizer – dat heet: voor zover zij zich tenminste bij hem bereidwillig toont. In natura.

Om gek van te worden, zo goed als hij was. Onbekende klankclusters. Antonio Salieri – volgens keizer Jozef II ‘creator van gelegenheidsdeuntjes’ – herkent onmiddellijk Mozarts naar de hemel reikende muzikale talent. Zijn roem was de jonge componist die heel Europa en ook Nederland al van kindsbeen af had platgespeeld, vooruitgesneld. Hij realiseert zich onmiddellijk op het moment dat Mozart zijn opwachting in Wenen maakt, dat dit ‘verbluffende virtuoosje’ zijn eigen middelmatige talent zal ontmaskeren. Hij werpt de blaam op god, met wie hij immers en zeer devoot een contract als zijn vertolker afsloot.

Laat deze zelfde god hem dan nu in de steek voor zo’n snotneus, een met een anale fixatie en overdadige vaderliefde behepte rebel,een flierefluiter die lak heeft aan conventies en nota bene op het punt om het te gaan maken? Met de komst van Mozart vreest Salieri voor zijn in lengte van jaren opgebouwde sleutelpositie aan het hof. Ondertussen wekt Mozart, een ongelovige Thomas, zijns ondanks alom wrevel aan het Weense hof, door ideeën rond te strooien die de kunstelite tegen de borst stuiten. ‘Teveel noten, gewoonweg teveel noten’, weet muzikaal onbenul alias keizer Jozef II nadat Mozart zijn nieuwste compositie heeft laat voorspelen.

Mozart versus Salieri. De tweestrijd is al tijden een dankbaar en bekend twistpunt onder musicologen. Dwarsboomde de oude Salieri tot in al zijn vezels de opkomst van Mozart? Of was er ook wederzijds respect? Was het uiteindelijk Salieri die de dood van zijn muzikale rivaal bespoedigde door hem onder onnoemelijke tijdsdruk de opdracht tot het ‘Requiem’ te geven – terwijl Mozart armlastig, doodziek en als een junk geheel in zijn eentje aan het wegkwijnen was?

Feit of fictie? Salieri zorgde rond 1825 feitelijk voor nepnieuws avant-la-lettre door op hoogbejaarde leeftijd officieel een brief na te laten. Daarin maakte hij bekend dat de dood van Mozart op zijn conto geschreven moest worden – en door zo zélf voort te leven. Sir Peter Shaffer maakte er in 1979 een bekroond toneelstuk over, dat in 1984 met medewerking van hemzelf glanzend werd verfilmd door Miloš Forman.

Bij regisseur Theu Boermans is Amadeus een uitermate geestige, bij tijden van humor overlopende vertelling over (en voor) jong en oud, vernieuwing tegenover verstarring, hoge versus lage kunst, en over de troebele verhouding tussen oppervlakkig engagement en een door literaire klassieken ingegeven levensader. Hij mixt al deze ingrediënten op weergaloze wijze en vol wellust met een soms naar overdaad neigende, soms lichtelijk over de top gaand geheel tot een nieuw genre, tot een geheel dat je misschien wel een ‘musicalette’ zou kunnen noemen, een in zijn handen een licht explosief mengsel dat toneel, musical, opera en alles daartussen ‘ontschot’ en anderzijds actualiteit en kunstpolitiek op de hak neemt.

Als er iemand is die deze veelheid aan invalshoeken tot een onderhoudend mengsel weet te creëren is híj het wel, zoals hij dat ook als regisseur van Soldaat van Oranje wist te bereiken. Maar met dit huzarenstukje reikt hij zelf naar de hemel, doet hij zelf zijn magnum opus naar de kroon steken. Het juicht, jeukt en kriebelt alom.

Met een live spelend vijftienkoppig orkestensemble en de bedwelmende sopraan Lucie Chartin van coproducent Opera2Day als diva, en zeker niet een in de laatste plaats de over de hele linie in blakende vorm verkerende spelersgroep van Het Nationale Theater – met onder meer een in bloedvorm verkerende Mark Rietman, een als popster door het leven gaande Mozart door jong talent Sander Plukaard, een onweerstaanbare jonge godin Yela de Koning als volkse Constance, en een lachwekkende Jozef II door Vincent Linthorst (zijn laatste klus bij HNT) – is dit een voorstelling die je onder geen beding wilt missen, want onderhoudend, intelligent, spannend.

Zelfs zo dat de liefde van de makers voor Mozarts muziek tot diep in de poriën bij de kijker weet door te dringen. Misschien is dat nog wel de grootste verdienste van deze machtige productie. Maar ook een machtig decor-, licht- en kostuumontwerp dragen daar veel aan bij.

Het Nationale Toneel is al langer sowieso in goeden doen, want Joris Smit werd verleden week genomineerd voor de beste dragende rol in De wereld volgens John, en Bram Suijker een nominatie voor beste bijdragende rol in We zijn hier voor Robbie, beide regies van Eric de Vroedt (was hij dan de Mozart die Boermans hier bedoelde?).

Theateralliantie met Het Nationale Theater i.s.m Opera2Day, Amadeus, tot en met zaterdag 22 juni 2019 en van dinsdag 24 tot en met zondag 29 september 2019, Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.hnt.nl

 

Eerlijk delen achter de duinen

‘Een ‘Avondje Armoede’ met Firma MES

Wie ligt anno nu wakker van armoede – ook al ligt die soms om de hoek in de kou te bibberen? De Haagse theatergroep Firma MES houdt een benefietavond en laat die, natuurlijk, danig ontsporen. Over hoe het moet voelen als je leven écht low budget is.

‘Armoedeverzáchting,’ corrigeert Ilse, ‘dus niet: armoedebestríjding.’ Haar zangvereniging houdt een feestelijk bedoelde benefietavond rond ‘stille armoede’. En die derailleert dus, theatraal en finaal.

Armoede is erfelijk. Wie arm wordt geboren, blijft arm wijst de wetenschap uit. Kinderen uit (kans)arme gezinnen doen het gemiddeld slechter op school. Arme mensen leven gemiddeld bijna vier jaar korter. De landelijke bijstandsnorm voor alleenstaanden? Een luttele 996 euro per maand. Oudere werklozen moeten na hun WW met soms met 700 euro per maand toe.

Tja, zie het daarmee maar eens te rooien in de stad van vrede en recht.

Zolang één procent meer dan de helft van de wereldrijkdom bezit en de acht rijkste mensen op deze aardbol samen meer aan vermogen bezitten dan de 3,6 miljard armste mensen bij elkaar, dan is dat minimaal toch schrijnend te noemen. In een welvaartsstaat zoals Nederland dat is, is een inkomen van 52 keer het salaris van de minst verdienende immoreel.

Bij MES – gelukkig – maar weinig van zulk documentair cijferfetisjisme. De theatergroep houdt het vooral oergezellig (type: deze avond kan niet stuk) met muziek, een potpourri aan veelal cabareteske sketches, een exuberante modeshow met vintage kleding en een

kermisachtige tombola die ontaardt in een wat kunstmatig aandoende ruzieachtige sfeer. Natuurlijk komen we er als theaterbezoeker niet zonder kleerscheuren vanaf. Daarvoor zijn de door MES aangehaalde voorbeelden te schrijnend, zoals de scène met een terminaal zieke die haar behandelend medisch specialist een financiële deal voorstelt: ‘U verdient enorm aan mij en mijn lichaam, dan mag ik op mijn beurt toch ook wel verdienen aan u?’ Een schuldhulpverlener gooit roet in het eten van de voedselbank: ‘Mijn medeleven is op.’ Hij pleit voor een radiale oplossing.

In een doorgedraaide wereld die is doordenkt van opgelegd neoliberaal volkskapitalisme, zelfredzaamheid en eigen schuld dikke bult, maakt MES met ‘Een avondje armoede’ een niet mis te verstaan gebaar, zoals het eerder ook deed met bijvoorbeeld ‘Troep’ en een ‘Kledingruil’. De gehanteerde karikaturale ironie doet de aangehaalde praktijkvoorbeelden weliswaar schuren maar maakt ze ook plat. Het had wat mij betreft hoekiger, scherper en bijtender gekund en soms juist genuanceerder.

‘Een avondje armoede’ is een theatercollage op teksten van schrijver en dichter Anton Dautzenberg. In 2016 werd hij uitgeroepen tot Impactmaker van het Jaar voor zijn rol als initiatiefnemer van de armoedeglossy Quiet 500, tegenhanger van de Quote 500.

Bij deze voorstelling is het mogelijk om een kaartje voor een ander te kopen. Dit kaartje gaat naar iemand met een kleine beurs die anders misschien niet snel naar het theater zou kunnen gaan. Het tekent de betrokkenheid van MES.

Woensdag is het de jaarlijkse Internationale dag voor de uitroeiing van armoede, ook wel Wereldarmoededag genoemd. Een uitgelezen kans om dan bij MES een eventueel bezwaard gemoed tegen overlegging van wat dukaten in te wisselen.

Firma MES: ‘Een avondje armoede’. Gezien op zaterdag 6 oktober. Tot en met 24 oktober 2018 in de Lourdeskerk in Scheveningen. Meer informatie: firmames.nl.

Onvervulde verlangens

Hanne Arendzen schittert in ‘Van de koele meren des doods’

Een jonge vrouw verlaat haar welgestelde milieu en gaat leven met een pianist, maar wordt gaandeweg krijgen psychosen de overhand. Niet zonder reden want ze heeft heel wat doorstaan, hoe jong ze met dertig jaar ook is: moeders dood op haar dertiende, twee zelfmoordpogingen, de zelfverkozen dood van haar jeugdliefde omwille van haar, een uit nood geboren vlucht naar het buitenland, en als klap op de vuurpijl een verslaving aan morfine en het noodlottige sterven van haar pasgeboren kindje.

Misschien niet het leukste uitgangspunt voor een onbekommerd, gezellig avondje uit in het theater. Maar in de slimme regie van Ger Thijs bij ‘vrije producent’ Hummelinck Stuurman is Van de koele meren des doods, naar de roman uit 1900 van Frederik van Eeden niet puur en alleen een loodzware avond. En bovenal wordt er puik gespeeld.

In het kielzog van de opkomst en de belangstelling voor psychiatrie aan het einde van de 19de eeuw besloot Van Eeden zich te vestigen als zenuwarts en werd pleitbezorger van psychotherapie en psychoanalyse. Dat hij een carrière als schrijver en psychiater combineerde is minder vreemd dan mag lijken want hij geloofde erg in de kracht van taal als sleutel tot het innerlijke en het psychische.

Zelf noemt Van Eeden Van de koele meren des doods een ‘biografische schets’. Hij putte daarvoor uit voorbeelden, personen en levens uit zijn eigen omgeving. En, zo lijkt het, citeert hij ook uit ‘eigen werk’. Meer dan voordien herkenden mensen om hem heen zich in (elementen van) zijn personage. Natuurlijk werd er schande van gesproken.

Van Eeden doopte zijn romanfiguur, zijn ‘tronie’ met de naam Hedwig Marga de Fontayne – en natuurlijk heet ze bij Ger Thijs ook zo. Hij heeft de oorspronkelijk 250 pagina’s aan tekst bewerkt tot niet minder dan een juweel. Kraakhelder en van een logica om te smullen, van begin tot einde. De lotgevallen van Hedwig passeren de kijker in een vrij lineair tijdsverloop en als een aaneenschakeling van verkeerd uitpakkende keuzes. Daardoor lukt het toekijkers om begrip op te vatten voor haar daden en stappen. Door de fascinerende inkleuring die Hanne Arendzen aan het ‘brandende lijf’ van Hedwig geeft, en zo Renée Soutendijk in de filmrol van destijds zo goed als doet vergeten, dringt uiteindelijk begrip voor Hedwigs besluit door. Je leeft met haar mee.

Op de achtergrond spelen bij de kijker ondertussen vele overwegingen een rol: is Hedwig inderdaad een ‘stenen engel’ of een hoer, is ze een goede vrouw die het moet stellen met ‘onvervulde verlangens?’ Of nog anders: gaat ze zich gedragen navenant de mensen haar bezien?

Prima voorstelling, met ook prima tegenspel aan Arendzen. Gevoegd bij een mooi toneel beeld en een even verassende als adequate belichting is dit een voorstelling waaraan denkelijk veel behoefte is: in begrijpelijk toneel een verhaal vertellen zonder overwoekerende melodramatische opsmuk een kans te geven.
Knap werk, mooi gedaan.

Tournee t/m begin januari 2019. Meer informatie op humelinckstuurman.nl.

Er was eens…

NTjong speelt Robotje

In het eerste hoofdstuk van Ik, Robot van Isaac Asimov (1920-1992) beschrijft de als Rus geboren maar als Amerikaan ter aarde bestelde schrijver de fictieve vriendschap tussen het meisje Gloria en Robbie.

De ouders van Gloria discussiëren over het wegsturen van Robbie, een fijngevoelige robothond, want Gloria’s moeder vreest dat Robbie haar kind ooit letselschade toe zal brengen. Haar man reageert vol onbegrip, zelfs verbolgen: Robbie is immers geprogrammeerd en geproduceerd volgens de Eerste Wet der Robotica? Dan kan er dus gewoonweg helemaal niks misgaan.

Kern: Kan een mens vriendschapsgevoelens voor een robot koesteren en deze vriendschap onderhouden? In een wereld vol oprukkende seksrobots, zorgrobots en sociale robots lijkt het slechts een kwestie van tijd voordat het zover is. Regisseur Noël Fischer van het jubilerende (5 jaar!) NTjong draait in de Robotje dit gegeven een kwartslag door zich af te vragen of een robot in staat is emoties te voelen. En zie: Als haar Robotje in een ver-weg-universum voor het eerst een mens van vlees en bloed ontmoet zet dat de leefwereld van de automaat op z’n kop. Mensen begrijpen wat een knuffel is of een schouderklopje, maar Robotje moet alles nog leren. Je als een mens gedragen blijkt best moeilijk.

Een passage die naar Asimov verwijst is in Robotje, een voorstelling voor zesplussers, niet te vinden. Sterker: er wordt in Robotje geen woord gesproken op één kernachtig zinnetje na: ‘I am human, I come in peace’.

Op het podium zien we een buitenformaat pinda staan, als een ruimteschip (maar dat kan wat mij betreft ook best een onderzeeduikboot voorstellen) op pootjes. Uit dat schip komt met veel vertoon van mist Robotje te voorschijn. Even later duikt vanuit een andere hoek een astronautenfiguur op, die zich aanvankelijk ook in nevelen hult. Het loopt, natuurlijk, op een ontmoeting tussen de twee uit. Vervolgens ontspint zich een heerlijk visueel avontuur, een beeldverhaal dat jong en oud gekluisterd houdt.

De verbazing die Robotje en de astronautenfiguur over elkaar ten deel valt wordt verrassend uitgespeeld. Ze snuffelen aan elkaar, vinden elkaar vreemd, maar ook wel aardig. Er komen aan het eind zelfs (zelfgebouwde) kinderrobotjes aan te pas. Het verhaal eindigt in een gezamenlijk vertrek in de ruimtepinda, op naar samen een nieuwe ontdekking.

Wees niet bang voor iemand die vreemd lijkt, voor avontuur, zo lijkt de boodschap in een pindadop vervat. Bij mij borrelden associaties op met het aloude Evoluon. Ook een tikkeltje vreemd, maar wel lekker. Zoals je dat ook wel overkomt bij eerste beluistering van David Bowie’s ‘Space Oddity’.

Mimers Titus Boonstra en Willemijn Zevenhuijzen hebben met Robotje puik werk geleverd, net als de ‘jarige’ Fischer. Het resultaat is een liefdevolle, vertederende voorstelling over het overwinnen van latende angst voor wat vreemd lijkt.

NTjong: Robotje (6+). Gezien op zaterdag 29 september 2018 in Theater aan het Spui.