Vermaak op afstand

De Parade zuchtend van opluchting de zomer in

Rondreizend theaterfestival heeft zich bijkans opnieuw uitgevonden. Dezer dagen is het neergestreken in het Westbroekpark. Verslaggever Eric Korsten schoof aan voor een voorproefje.

Op de plek waar de provisorische fietsenparkeerplaats was en is opgetrokken, nabij de brug aan de Cremerweg, is nu een als het ware kant-en-klaar schilderijtje opgekomen: een wuivend, roodbloeiend klaprozenveldje. Het ronde perkje dat daar in zijn eigen eenvoud en onschuld prijkt van romantiek is veiligheidshalve omheind met, nu nog blankhouten, paaltjes: het is een reservaat en dat moet beschermd worden.

Op microniveau illustreert het ook de gedaanteverandering die het rondreizende theatercircus De Parade het voorbije anderhalf jaar heeft ondergaan. Of beter: heeft moeten ondergaan.

Een terugkeer naar een uitbundige huidhonger laat op in het Westbroekpark nog even op zich wachten, want op het tijdelijke evenemententerrein wordt de stelregel van anderhalve meter onderlinge afstand tussen bezoekers gehanteerd: àlles voor een avondje uit op z’n veiligst. Je mág er rondlopen, maar omdat weinigen dat doen voel je je bekeken als je dat toch zou willen doen.

Bij binnenkomst oogt het terrein vertrouwd met de traditioneel voor de helft opengewerkte tenten, zoals De Reizende Schouwburg, Studio 7 en Hotel Vilé en, als culinair zenuwcentrum, het keukenkerkje van La Cantina. De antieke zweefmolen mag je pas na afloop van de voorstellingen in. Toch is het kermisveld in vergelijking met de laatste volwaardige editie (2019) met de helft gekrompen. In de afgeslankte versie staan minder tenten, onder meer Zaal 4, de extensie van Zaal 3 van Het Nationale Theater, is er deze editie niet bij.

Op een houten klapstoeltje en dito cafétafeltje zit de bezoeker tot aan het einde van het programma gekluisterd, waar je vroeger flanerend nog altijd wel wat bekenden tegen het lijf liep.

Maar ter verwelkoming en ophoging van de feestvreugde ligt daar wel alvast een verse Italiaanse bol geurend te pronken naast een kruidig botertje. Middels een ‘bestelapp’ op de telefoon te gebruiken kun je een keuze maken uit de drankenkaart. Zonderling is het aanzicht van af- en aanlopende geranten, obers en oberinnen die de verkozen drankjes in robuuste, stalen emmers aan de man brengen. Net als, later, de optocht die in een lange rij vanuit La Cantina het bidfood komt opdienen.

Ook de programmaformule van De Parade is onder handen genomen. Twee voorstellingen moeten online, vooraf, zijn geboekt. Ze spelen zich af in dezelfde tent. ‘Hoppen’ is er niet bij. Daarmee wordt de keuzestress van toen verplaatst naar de voorpret van de zitbank thuis. Je kunt kiezen tussen een ‘diner-programma’ dat om 17.00 uur begint, en voor ‘laatbloeiers’ is er het ‘late night’-programma (21.00 uur). De twee voorstellingen worden doorsneden door een diner, de beursvriendelijk bedoelde avondvariant biedt late-avondhapjes.

Als, na een poosje, de eerste voorstelling van start gaat, in dit geval die van stand-up philosopher en acteur Laura van Dolron, neemt ze, zoals alleen zij dat kan, haar gehoor (vooral grijzige bollen) mee naar enkele wondere en kwetsbare podiumervaringen die ze in het verleden had. Ze vertelt in haar drie kwartier durende eenvrouwsvoorstelling over bezoekers die haar onder werktijd hebben weten te inspireren.

‘Ik hou niet van theater,’ zo houdt ze het publiek voor, ‘maar van mensen die van theater houden.’ Gedurfde kwetsbaarheid in de toch doorgaans druistige atmosfeer van De Parade. Met een geconcentreerde luisteroefening naar ‘vallende stilte’ sluit ze haar sessie af.

De opmaat naar de tweede voorstelling bestaat uit canelloni gevuld met geroosterde aubergine en afgeblust met wilde spinazie, overgoten met gerookte mozzarella, Napolitaanse saus, parmezaan, pijnboompitten en een sliertje rucola. Een en ander is afkomstig uit de keuken van chef-kok Merijn van Berlo.

Het programma neemt met ‘KØT’ van mimegroep De Leedbewakers een luchtiger wending. Zodra op het kleine podium een grenswachterhuisje is ontsluierd, ontspint zich een tragikomische voorstelling. Drie robuuste grenswachters blijken daar, aan de rand van de wereld, te werken. In een vrijwel woordeloos en feest van absurdistische Tati-achtige slapstick laten deze Leedbewakers (Maurits van den Berg, Lisa Groothof en Steyn de Leeuwe) geregeld het buikje van bezoekers schudden van het lachen.

Als ten slotte het toetje (cheesecake met aardbeien en compote van rood fruit) is verorberd, zit het avondje Parade erop. Je kunt dan nog wel naar de zweefmolen. Het doet aan alsof je hebt mogen proeven van wat De Parade ooit was; aan de nieuwe opzet hield ik een enigszins zoetzure smaak over, als een afdronk waaraan het bouquet ontbreekt, de integere inspanningen van organisatoren en makers ten spijt. Misschien dat zodra de voorstellingen wél zijn volgeboekt de sfeer vanzelf meegroeit. Tip: neem iemand met je mee, anders zit je je soms wel lang in je eentje te amuseren.

De Parade, Westbroekpark 17.00 / 21.00 uur, tot en met zondag 18 juli 2021. Meer informatie: https://deparade.nl

Kind van de rekening

Het Nationale Theater speelt altijd: Ademen

Tienduizend ton CO-2 extra de lucht in. Hoeveel olifanten in de atmosfeer zijn dat? Maar dat is wel de consequentie, ultimo doorgerekend als je ‘een kind neemt’. Moet je dat dan wel willen? Na wat vijven en zessen over het nut van twijfelen volgt een gloedvol ‘ja’. Want goed volk zijn ze, vinden ze van zichzelf.

‘Ademen’ is er eentje uit de reeks ‘Het Nationale Theater speelt altijd’. Het zijn stuk voor stuk ‘wendbare’ voorstellingen, geboren uit nood, om ‘corona’ het hoofd te kunnen bieden – maar toch vooral ook om in staat te zijn het publiek weer te kunnen ontmoeten en te spelen.

De serie bestaat hoofdzakelijk uit stukken die voor een kleine bezetting, voornamelijk monologen met nu en dan uitstapjes naar tweegesprekken. Het gaat daarbij ook meest om teksten die hier in Nederland niet vaak gespeeld zijn, zoals deze van de 39-jarige Duncan Macmillan. Hij is hier vooral bekend van ‘People, Places and Things’ dat vorig jaar door Toneelgroep Oostpool tot een theaterhit uitgroeide. Voor haar hoofdrol kreeg Hannah Hoekstra toen de Theo d’Or. Het Nationale Theater speelt overigens twee van stukken van zijn hand in hun ‘corona’serie: ‘Every Brilliant Thing’ en dit ‘Ademen’.

We zijn getuige van de verhouding tussen een jonge vrouw en een jonge man. De ‘zij’ is een glansrol van een excellerende Mariana Aparico Torres; de ‘hij’ een zeer op dreef zijnde en geolied spelende Bram Suijker die zich in zijn rol van man dapper staande houdt om haar vulkanisaties het hoofd te bieden. Ze spelen in een kaalgeslagen decor met op de zwarte vloer een cirkel die in krijsend wit ostentatief is uitgetekend, kortom: we zijn in een strijdperk beland.

So far, so good. Nothing new, zelfs. Maar gaandeweg ontspint zich buiten een ‘battle of the sexes’ ook een strijd tussen twee mensen. Wat de tekst vooral zo sterk maakt is dat elke ademteug die ieder van de twee maakt, minutieus en met veel gevoel voor humor is opgetekend en navoelbaar gemaakt. ‘Het gaat wel om het scheppen van een mens dat we hier liggen te doen’, roept zij als de kogel door de kerk is en het onomkeerbare besluit ten uitvoer moet worden gebracht.

In up tempo en fascinerend door Aparicio Torres en Suijker gespeelde dialogen, nu en dan gas terugnemend voor een tijdsprongetje, dan weer accelererend als ze elkaar uitdagen, fileert Macmillan genadeloos het leven op deze planeet, brengt dat terug tot overwegingen tussen een modern stel van man en vrouw. Met vooral de beweegredenen en aarzelingen van de vrouw die in het stuk de boventoon voeren. ‘Ze moet boos zijn, én intelligent én gekweld én ambitieus. Dat allemaal’, zei Duncan Macmillan over de vrouw in ‘Peoples, Places and Things’ in een interview met de Volkskrant, ‘én vrouw’. Zo ook hier.

Voor een regisseur ligt de moeilijkheid er ondertussen in om de spanningsboog van dit twee uur durende gevecht dat al voortdurend op het scherp van de snede gevoerd wordt, desalniettemin strak te houden. Door het spel van haar spelers te temporiseren weet regisseur Noël Fischer, tevens artistiek leider van HNTjong, op de loer liggende eenvormigheid en eentonigheid te mijden – al laat het slot desondanks wat lang op zich wachten. Toch toont ze met ‘Ademen’ eens te meer aan dat ze buiten spektakelstukken voor de hele familie in de grote schouwburgzaal, ook stukken voor volwassenen aankan, en dat ondanks (of juist dankzij) een noodgedwongen sober en beperkt toneelbeeld.

‘Ademen’ is een toneelstuk voor iedereen, dat vooral voor ieder zout- en peperstel dat overweegt  om ‘kinderen te nemen’ zou moeten zien. Want gegrepen uit het leven.

www.hetnationaletheater.nl

Vonkenregen

Het Nationale Theater brengt ‘Spoonface’

Wondere waarnemingen, wondere gedachten. Met Spoonface is er opnieuw een pareltje toegevoegd aan de geregen theaterketting die ‘Het Nationale Theater speelt altijd’ is gedoopt, de reeks wendbare voorstellingen, merendeels solo’s, dit voorjaar geboren uit de drang om weer te kunnen spelen en het publiek op te kunnen zoeken, en ondertussen het hoofd te bieden aan beperkende maatregelen die het theater toen al – en voorlopig nog wel eventjes parten blijven spelen.

Spoonface, kind nog, is dol op opera, droomt ervan als spreekwoordelijke diva ‘met van die tieten en alles’ op het podium te staan en daar te worden toegejuicht. Ze vindt het belangrijk schoonheid door te geven. Droevige dingen zijn het mooist van al, meent ze. ‘En ik zou het doodgaan zingen en er zou een prachtig stukje schoonheid in de wereld zijn.’

Voluit is haar naam Spoonface Steinberg. Behalve jong is ze lichtelijk autistisch aangelegd en blijkt ze een logaritme in haar ‘hersen’ voor combinanten van reeksen cijfers, getallen en data. Ze groeit op in een ontwricht jong gezinnetje en haar gezichtje is als de bolle kant van een lepel die je voor je houdt. Kind als ze is, heeft ze ook nog eens, zo verwoordt ze het zelf, ‘kanker opgelopen’.

De tekst voor Spoonface Steinberg vloeide in 1997 uit de pen van de Britse toneel- en scenarioschrijver Lee Hall (1966). Zijn script is aanvankelijk ingezet als hoorspel, bij BBC Radio 4. Meest bekend is hij van Billy Elliot (2000). Jibbe Willems heeft voor Hall’s eenvoud bijzondere en gedenkwaardige lichtvoetige woorden en zinnen in het Nederlands weten te vinden.

Tien jaar geleden waagde regisseur Noël Fischer zich bij jeugdtheatergezelschap BonteHond aan de tekst, liet die toen opvoeren door een drietal, onder wie Eva Zwart. Voor haar rol als Spoonface kreeg Zwart destijds een Gouden Krekel voor meest indrukwekkende podiumprestatie 2010. De productie als geheel verwierf toen het predicaat Zilveren Krekel als meest indrukwekkende productie 2010.

Nu dus als solo, bij HNT door Soumaya Ahouaoui, die de tics en dwarse gedachtegangen van Spoonface integer gestalte geeft. Eerder speelde zij onder meer bij DOX en maakte deel uit van de cast van Melk & Dadels. Begin dit kalenderjaar trad ze toe tot het tableau van het Haagse toneelgezelschap, waar ze in de marathon Leedvermaak aan zou treden.

Buiten alle ellende (teveel?) die Hall in één persoon heeft samengebald in Spoonface, weet Ahouaoui van haar meer dan een bij voorbaat door een overdaad aan sympathie gedragen personage te maken: Ze ziet nuchter en wel haar situatie onder ogen, ze registreert, maar schept toch ook diepte in het leed van haar personage, en vertolkt dat integer, precies & nauwgezet en ook zeer navoelbaar de gloedvolle filosofische ‘touch’ die Hall in het stuk heeft gelegd. Uiteindelijk is Spoonface een verhaal over hoop.

‘Toen de wereld werd gemaakt, maakte god hem van magische vonken – alles dat er is, is allemaal gemaakt van magische vonken – en alle magische vonken gingen bij de dingen naar binnen – diep van binnen en alles heeft een vonk – alleen is het nogal lang geleden dat het gemaakt is en nu zitten de vonken heel diep van binnen en het hele punt van levend zijn – het hele punt van leven is die vonk te vinden.’ (…) ‘Je vindt betekenis als je de vonk vindt – dat werkt net als elektriciteit – je begint te gloeien als een gloeilamp en je fonkelt als de vonken en dát is de betekenis – niet zoals een antwoord of een uitkomst of zo iets – het is gloeien – je moet de vonken binnenin je vinden en ze vrij laten.’

De ontroering die uit tekst en de voorstelling spreekt is natuurlijk ook de verdienste van Noël Fischer die, na eerdere spektakelregies voor de grote zaal, zoals familievoorstellingen als Pluk van de Petteflet, De Vrekkin, Revolutions en het door toedoen van corona afgelaste Trojan Wars, hier en nu bewijst dat ze ook prachtig en meer uit de voeten kan op de vierkante meter. Binnen ‘Het Nationale Theater speelt altijd’ regisseerde ze overigens buiten Spoonface ook U bent mijn moeder en Liefdesverklaring (Antoinette Jelgersma).

Spoonface is al met al een vonkende voorstelling, om bij te janken, om van te janken – in de goede zin van het begrip. Een openbaring zo u wilt, die op de beste momenten regelrecht kan wedijveren met de eenvoud en de filosofische nederigheid die spreekt uit Le Petit Prince: dat je innig treurt om iemand die er ooit niet meer zal zijn, maar dat gegeven voor lief neemt omdat je je werkelijk en diep met iemand verbonden voelt.

Gezien op vrijdag 18 september 2020 in Theater aan het Spui, Den Haag. Meer informatie: www.hetnationaletheater.nl.

Verliefd – en toch verdeeld

Relatiedrama op kruispunt van liefde en politiek

Toneelgroep Oostpool en Het Nationale Theater bundelen de krachten in ‘Skylight’. Regisseur Jeroen de Man maakt een realistisch huiskamerdrama en keert en passant de traditionele man-vrouwverhoudingen om.

Ouwe vent met jonge meid? Andersom kan dat net zo goed. Niet dan? Regisseur Jeroen De Man laat op de schouwburgvloer zien hoe zijn doorgevoerde ‘genderwissel’ uitpakt met ‘Skylight’, een successtuk uit 1995 van de Brit David Hare. Hij schreef het met een man als succesvolle ondernemer en de vrouw als jonge minnares en een van zijn werknemers. De Man heeft die rollen nu precies omgedraaid.

Het startpunt: Als gearriveerd restauranttycoon is Eva multimiljonair. Tom, dertig jaar jonger dan zij, was ooit haar geheime minnaar maar ook een van haar werknemers, aangesteld door haar echtgenoot. Toen onverhoeds hun affaire aan het licht kwam hield hij voet bij stuk (‘Echte liefde is geheime liefde’) door daarop meteen zijn biezen te pakken. Hij vatte een baan op als schoolleraar en betrok een appartementje drie hoog achter waar hem alleen een dakraam uitzicht op de wereld biedt. In ‘Skylight’ zijn we zo’n drie jaar na dato getuige van de avond dat hij aan huis plotsklaps bezoek krijgt van Eva. De twee raken verknoopt in een strijd tussen wederzijds verlangen en tegengestelde maatschappelijke idealen. In de kern is ‘Skylight’ een verhaal over hoe de liefde botst.

In de realistisch nagebootste woning van Tom hangt het behang in repen aan de wand, oudere onder nieuwere, doet een bananendoos dienst als sidetable en moet een straalkacheltje dat met een kabelhaspel is aangesloten op het elektriciteitsnet zo goed en kwaad het lukt de ruimte verwarmen. Smartphone en sociale media heeft hij afgewezen, leest geen kranten meer en houdt zich staande door zich naast zijn sloeberbestaan vast te klampen aan zijn verworven ideaal: leerlingen tot zelfstandig denkende wezens maken. Eva maakt haar opwachting in zijn woning gestoken in een hip rozerood ensemble. Daar is ze gebracht door haar chauffeur (‘Frank is geen mens, maar een man met een baan’), die in de dienstauto blijft.

De Man verplaatst de tekst regelmatig naar de tegenwoordige tijd. Eva heeft snedige oneliners paraat over bijvoorbeeld ‘co-creation’ en ‘mindfulness’; terwijl hij verwijst naar onder meer een steekpartij die op zijn school heeft plaatsgehad. Gaandeweg ontaardt de ontmoeting in scherpe dialogen, komt het tot een confrontatie waar juist toenadering was bedoeld. Die confrontatie is keihard en onverbiddelijk, prachtig gespeeld door een schitterend en expressief op dreef zijnde Marie Louise Stheins en meer ingetogen door Chiem Vreeken. Hier toont zich ook het vakmanschap van De Man, die de prestaties van zijn acteurs steevast tot grote hoogten weet te stuwen: zij mag vlammen, hij mag schuren. Inderhaast zou je nog vergeten dat ook haar dochter lijfelijk in het stuk op de proppen komt, in wat je wellicht een proloog en epiloog zou kunnen noemen.

De omkering van rollen biedt echter en helaas maar beperkt meerwaarde. En ook de pro- en epiloog bieden uiteindelijk weinig dieptewerking.

En zo is ‘Skylight’ is vooraleerst een exempel van de typisch Engelse toneeltraditie waarin acteurs mogen flonkeren. Daar komt bij dat de tekstbewerking van De Man geregeld wat wijdlopig is. Een door De Man gemaakte vergelijking met het aloude ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’ is met dit stuk niet aan de orde. Wel is het te beschouwen als een fel realistisch huiskamerdrama waarin zichtbaar wordt hoe de kloof tussen man en vrouw, en tussen vertrouwen en verlangen uiteindelijk onhoudbaar is voor maximale en duurzame aantrekkingskracht.  

Ten slotte: Er is voor dit stuk een dubbele cast samengesteld. Enerzijds om mogelijke ziektegevallen in de spelersgroep op te kunnen vangen, anderzijds om meerdere keren per dag te kunnen spelen. Het kan dus gebeuren dat u een andere cast te zien krijgt dan hierboven beschreven.

Toneelgroep Oostpool & Het Nationale Theater, ‘Skylight’, gezien op zaterdag 12 september 2020 te Arnhem. Van dinsdag 22 t/m donderdag 24 september 2020; en dinsdag 6 t/m vrijdag 9 oktober 2020 in de Koninklijke Schouwburg, 20.15 uur. Meer informatie: www.hnt.nl 

Marie Louise Stheins en Chiem Vreeken schitteren in ‘Skylight’ | Foto: Sanne Peper

Tijdsleegte

Het Zuidelijk Toneel / A Two Dogs Company / ACT: Johan Leysen spelen Beckett

De armoede van de moderne mens – op ware grootte

Daar staat hij dan. De mens. Diersoort. Gekeerd in zichzelf. Oud al. Gevaarlijk balancerend en verkerend op de rand van verdwijning. Dood zoals de levenden. Nog één keer treedt hij in contact, in gesprek met zichzelf. Moet hij gaan of moet hij blijven? Waarom is hij überhaupt gekomen? Waarheen, waarvoor?

Je kunt het opgeroepen beeld inktzwart noemen – en dat komt dan mooi overeen met de scenografie. Een uitgekleed toneelbeeld met alleen hier en daar een vijftal stapels verhuisdekens, een lichtbol bij wijze van maan die vanuit de verte onbewogen toekijkt – of is het de zon die stilaan uitdooft? In het middelpunt van dit verlaten universum staat acteur Johan Leysen, die met zijn immer zoemende stemgeluid sonoor de Stories and Texts for Nothing, een verzameling verhalen van Samuel Beckett, reliëf geeft.

De geteisterde hedendaagse mens die doelloos wacht. Het lijkt wel of je het werk van Beckett als was het een sjabloon één op één over de huidige, deplorabele staat van de mensheid kunt leggen. Was natuurlijk altijd al zo, maar ‘corona’ maakt het allemaal wel erg zintuiglijk. Leven in staat van een permanente partycrash.

In Becketts kosmos is het leven onleefbaar – en toch wordt het geleefd. In deze paradox schuilt de absurditeit van het bestaan, waarmee Beckett – al 30 jaar dood – het hedendaagse theater blijft inspireren.

Stories and Texts for Nothing omvat drie korte verhalen en dertien korte prozastukken. In de monoloog staat de (onmogelijke) zoektocht van een oude man naar zijn onvaste plaats in de wereld centraal en probeert woorden te vinden voor de zinloosheid van het bestaan.

Theatermaker Kris Verdonck toog samen met Leysen ermee aan de slag. Ze proberen gezamenlijk het denken van Beckett te snappen en dat voor ons hoorbaar, zichtbaar en voelbaar te maken. Dat lukt tot op zeker hoogte, al blijft de voorstelling overwegend een stiltegebied en wat mij betreft toch allereerst een denkoefening, een verbaal hoogstandje, hoe prachtig Leysen de woorden ook uit zijn mond weet te laten rollen. Mede daardoor is de voorstelling toch de moeite van het bezoeken waard.

Naast de voorstelling is er met Mass#2 een bijbehorende video-installatie gemaakt. Maar helaas kan die in Nederland niet vertoond worden omdat de begeleidende technici uit Vlaanderen die het werk opbouwen eerst in quarantaine hadden gemoeten. Een videolezing door filosoof en wiskundige Jean Paul Van Bendegem completeert als derde deel deze Beckett-avond voor ingewijden.

kader
Samuel Beckett
Beckett is beroemd geworden met Waiting for Godot / En Attendant Godot (1952). Het stuk kreeg aanvankelijk slechte kritieken maar werd gaandeweg erg populair. Zo ook Endgame / Fin de Partie. Zijn theaterstukken zijn te omschrijven als kaal, minimalistisch en diep pessimistisch over de menselijke natuur en de lotsbestemming van de mens. Aangezien hij na 1947 vrijwel al zijn stukken in het Frans schreef wordt hij met Ionesco gezien als de beste Franse toneelschrijver van de twintigste eeuw. Hij vertaalde zijn stukken zelf in het Engels. In 1969 viel hem de Nobelprijs voor Literatuur ten deel.

Meer informatie: https://hzt.nl/speelt/act

Opera als pijnstiller

HNT speelt altijd: Spoonface, met Soumaya Ahouaoui

Een ooggetuigenverslag

Een doodziek meisje met een ontwikkelingsstoornis gaat haar ziekte te lijf door haar fantasie aan te spreken. Actrice Soumaya Ahouaoui trekt met ‘Spoonface’ ook zichzelf binnenstebuiten in deze ‘werkvoorstelling’.

Haar gezichtje is zoals de bolle kant van een lepel. ‘Spoonface’, wordt ze om die reden genoemd. ‘Het bolletje rond’, zo zegt ze er, maar niet zonder humor in haar stem over. En ze heeft een bijzonder ‘hersen’. Getallen en datums, op die gebieden is ze, onvermoed, onverslaanbaar. Maar bij haar verschijnen de uitkomsten van rekenopgaven hiermee bij toverslag in kleuren die zich vanzelf aan haar openbaren. Een gave. Autistisch is ze ook, concludeert ze, zegt ze, weet ze. En hoe dat zo gekomen is weet ze ook: bij haar geboorte gaf God haar een tikje op een zachte plek.

Spoonface weet, ondanks de weinige verjaardagen die ze telt, dat ze hoe dan ook binnenkort dood gaat gaan. Maar spreekt ontwapenend over wat haar aan onheil en rampspoed overkomt in soms bijna verlicht klinkende zinnen, zonder enige dramatische ondertoon of zweem in die richting aan te wenden, en verwijt in woord noch gebaar. In feite zijn de woorden die ze kiest tedere, nuchtere beschrijvingen van wat ze ondergaat – maar de gevaren van buitenaf die haar bedreigen dan wel met een scherpe blik voor verhoudingen opgetekend. Je zou het geobjectiveerde observaties kunnen noemen.

Bij tijd en wijle zoekt ze hoop en troost als eeuwige ankers van de geest, en vindt die met name in operamuziek. De droevige dingen zijn het beste, vindt ze. Een rol als operadiva is haar wensdroom: ‘Toen het nog vroeger was – en ze de liedjes en de opera’s en die dingen schreven, toen was het nog belangrijk hoe je dood ging. Toen de zangeressen zingden en tekeer gingen (…) als zij dan helemaal trillerig en schitterend was en iedereen zijn adem inhoudde – en zij daar stond, in dat bijzondere licht, met haar tieten en van die dingen – dan moest iedereen naar haar kijken en ze moesten huilen en hun hart brak een beetje vanwege die arme vrouw – die arme arme vrouw die zo mooi dood kan gaan. En als ik later groot kon zijn dan wou ik ook zo’n droevige zangeres zijn en het doodgaan zingen, en iedereen zou klappen en voor me juichen.’

Spoonface hult zich daarbij in de gedaante van engel slash vogel – maar is toch meestal vooral zichzelf. ‘En ik zou het doodgaan zingen en zo vrij als een vogeltje naar boven naar de hemel zweven’ Vaak verstart ze, eventjes maar, op het moment dat operafragmenten haar ‘monologue intérieur’ doorsnijden.

De tekst is van Lee Hall, meer bekend van ‘Billy Elliot’. Zijn woorden komen ontegenzeggelijk aan, ook door de magnifieke taal die Jibbe Willems voor in het Nederlands heeft weten te vinden. In 2010 speelde jeugdtheatergezelschap Bonte Hond dit kleinood met David Eeles en Julia van de Graaff als ouderlijk stel van Spoonface, en Eva Zwart in de hoofdrol. De productie, onder regie van Noël Fischer, kreeg dat jaar een Zilveren Krekel voor meest indrukwekkende productie en was er voor Eva Zwart een Gouden krekel voor meest indrukwekkende podiumprestatie.

Bij Het Nationale Theater / HNTjong voert Fischer, waar ze artistiek leider is van HNTjong, opnieuw de regie over het stuk, ditmaal gespeeld door talent Soumaya Ahouaoui. Zij trad onlangs toe tot het Haagse ensemble en maakt nu haar debuut bij HNT, met een solo, en nota bene in de Koninklijke Schouwburg. De noodsprong kwam tot stand door toedoen van het onzichtbare gevaar van buitenaf: het coronavirus. Zo maakt Spoonface deel uit van de gelegenheidsserie ‘HNT speelt altijd’, waarmee het gezelschap een groot aantal kleine maar naar eigen zeggen ‘wendbare’ voorstellingen speelt.

In het tijdbestek van een luttele en niet meer dan welgeteld vijf repetitiedagen heeft Ahouaoui zich aan haar personage overgegeven. Sowieso al een waagstuk, maar in dit verband nog versterkt doordat ze speelde ten overstaan van een grote zaal met een status als die van de Koninklijke Schouwburg, waar op de avond dat ik de voorstelling zag op de parterre niet meer dan twintig mensen als vliegen in de zaal geplakt zaten, klonters gestolde schaduw – tegenover de momenteel maximaal mogelijke bezoekerscapaciteit van 150 en in normale tijden zo’n 700. Tja, in een dergelijke entourage maakt dat het spelen geen sinecure. Toch weet Ahouaoui de bewegingen en gedachtesprongen van Spoonface prachtig te vangen met haar timbre en gebaren, en lukt het mede daardoor de lotgevallen van haar personage invoelbaar te maken, de afstand in haar woorden zorgen juist voor meer nabijheid bij de toekijker. Wel zouden enige tempowisselingen en temporisering meer spanning in het stuk teweeg kunnen brengen.

Ze komt op als Goofy. De naam van de Walt Disney-figuur is afgeleid van het Engelse woord goof, dat “stomme fout” betekent en/of goofy wat “mal” of “dwaas” betekent.

Op het podium springt het knalrode sixpack cola eruit in het voor het overige in witte draperieën van ongebleekt katoen gehulde decorbeeld. Op de witte speelvloer staat een tafel, iets wat een lijkbaar zou kunnen zijn, en daarop ligt een bos witte bloemen, rozen en lelies. Tekenen van de dood.

Gelukkig is het niet allemaal bij voortduring bloedserieus, maar is er ruimte gezocht en gevonden voor humor. Een iPad waar ze als uitlaatklep vol overgave een game op speelt bijvoorbeeld, een tafeltennisbatje, en een minitrampoline. Ten slotte is daar de knuffelbeer die ze leeg plukt. Een beeld dat maar moeilijk van het netvlies verdwijnt.

Souamaya Ahouaoui had haar debuut bij HNT zullen maken in de trilogie Leedvermaak. Voor volle zalen. Dit is opeens heel andere koek. Het is mooi om te zien hoe ze zich staande houdt in een solo, een genre dat ze niet eerder beoefende. Op zichzelf ook weer een debuut.

Het Nationale Theater speelt altijd: Spoonface. Met: Soumaya Ahouaoui. Regie: Noël Fischer. Nog te zien op vrijdag 10 en zaterdag 11 juli 2020, op woensdag 15 t/m zaterdag 18 juli 2020 in de Koninklijke Schouwburg.

Het spookhuis van de veiligheid

Een honderd procent veilige samenleving? Ga dan eens undercover in de ‘fake fear factory’ van De Angstfabriek. Waar blijft ondertussen je kritische grondhouding?

Met De Angstfabriek heeft Den Haag er tot 1 februari een ‘waar-achtig’ spookhuis bij. De pop-up fabriek staat, met donkerzwarte geheimzinnigheid omhuld, op het Huijgenspark. Pottenkijkers worden er op voorhand geweerd, je wordt in haar ingewanden alleen toegelaten op een vooraf gereserveerde rondleiding. In haar borrelende inwendige bevindt zich namelijk een ‘theatraal-wetenschappelijk’ laboratorium. Bezoekers worden er groepsgewijs aan hun bloedeigen angsten en een nadere analyse daarvan onderworpen.

Vertel me uw grootste angst – en ik vertel u wie u bent. Zeggen psychologen. En ook: De grootste fout van angstige mensen is dat ze hun angst serieus nemen. Angst is een slechte raadgever, heet het. Maar angst maakt ons anderzijds tot effectieve wezens, het is de basisreflex die behoedt voor een (overdosis ) pijn, dat je je afwendt van dreigend gevaar of daarvandaan wegblijft.

Door angst word je aangezet tot voorzorgsmaatregelen. Uit naam van veiligheid leggen wereldwijd vele rechten intussen het loodje, van het recht op privacy, op vrije meningsuiting tot, onder meer, gelijke behandeling. Neem het krachtige frame van de Sleepwet, de enorme stroom aan ‘big data’ die de AIVD ruwweg binnenharkt over uw buurman die, wie weet, snode plannen beraamt – maar en passant ook over uzelf. En dat alles voor uw eigen bestwil.

Ook de (sociale) media doen graag een duit in het zakje. Van zinsbegoochelende koppen in formaat chocoladeletters tot het opdissen van ‘nepnieuws’ (dat bestaat overigens niet, nieuws dient altijd iets of iemand) of de dagelijkse stroom aan politieberichten die vaak klakkeloos in de kolommen wordt weergegeven.

De ergste angstsoort is angst voor de angst. Angst verkoopt: De een zijn dood, is de ander zijn brood. Door die bril is angst vaak ook een verdienmodel of een middel om je emotioneel te gijzelen. Voor politici, veiligheidsgoeroes, producenten en media is angst een welkome kiloknaller, zij praten u al te graag angst aan over de dood, de toekomst, uw oude dag, uw kinderen, uw voedsel, de economie, criminaliteit, terrorisme of immigratie.

Rondleiding
De Angstfabriek is theater over angsthazerij en bangmakerij. De bezoekers en de onderzoekers van De Angstfabriek verwerven aan de hand van een rondleiding inzicht achter de machinaties die schuilgaan achter veiligheidswaan.

Eerst probeert het grootbedrijf u te verleiden om klant te worden en allerhande ‘helende’ producten aan te smeren. Directeur Max van Doem ontvangt de bezoekers daarna in zijn spreekkamer. Daar verschaft hij uitleg over het doel van zijn onderneming. Vervolgens worden bezoekers door een mol tot fabrieksmedewerker getransformeerd en gaan ze op eigen gezag ‘breaking news’ assembleren, met als doel het teweegbrengen van maximale impact in de maatschappij. Ten slotte mogen zij een aantal ‘big brother’-achtige hightech producten uitkiezen.

De Angstfabriek (‘We keep you safe’) is vooraleerst ‘theater’, maar dan wel van een vervreemdende soort. Dat is tegelijkertijd haar charme als achilleshiel, want van echt toneelspel is nauwelijks sprake. Kan ook niet in dit concept. Als bezoeker besef je, helaas, al te snel dat het allemaal doorgestoken kaart is, dat een spel gespeeld wordt – en ben je geneigd dat dan maar mee te spelen. Dat is spijtig want de kernboodschap is een waardevolle: Laat u niets op de mouw spelden.

Gelukkig reikt de boodschap verder dan theater alleen, doet zelfs denken aan het beroemde experiment van psycholoog Stanley Milgram. Hij ging bij proefpersonen de bereidheid na om te gehoorzamen aan wat zij ervoeren als legitiem gezag. Daarbij bleek twee derde van de proefpersonen dusdanig gevoelig en meegaand dat zij, zelfs terwijl dit volledig indruiste tegen het eigen geweten, toch in staat waren gewetenloos een medemens pijn aan te doen en zelfs te doden. Dat niveau bereikt De Angstfabriek niet. Blijft over een moedige poging om bewustzijn te kweken.

Critical Mass: ‘De Angstfabriek’, tot en met zaterdag 1 februari 2020, verschillende aanvangstijden, Huijgenspark, Den Haag. Meer informatie: https/angstfabriek.nl

 

‘Anastasia’ veel meer dan vakkundig gemaakt sprookje

Spektakelstuk in optima forma

De musical Anastasia moet The Lion King doen vergeten. Van Sint Petersburg naar Parijs via een vliegensvlug dieprood, revolutionair gekleurd liefdesverhaal. Den Haag heeft er een publieksattractie bij.

Geloven. Gewoonweg blíjven geloven. In jezelf, in de ander, in wat je zelf vermag. In de toekomst, of in verhalen. In de bijbel, kor’an, mahabharata of thora. In Shakespeare, buitenaards leven of sprookjes: zolang je maar gelooft beleef je een hallucinerende ‘neverending story’. Napoleon I verwoordde het ooit zo: ‘Wat is geschiedenis anders dan een geaccepteerde fabel?’

‘Vergeet mij niet,’ schreef Anastasia toen ze zeventien was, in 1917, aan een vriendin. Nou, de wereld is haar allerminst vergeten. In talloze publicaties, toneelstukken, films (die met Ingrid Bergman uit 1956, bijvoorbeeld), balletten en televisieseries speelt Anastasia een hoofdrol. Precies zo in de aangekochte Broadway-musical, die sinds vorige week en gedurende de komende maanden, wellicht jaren te zien is in het AFAS Circustheater in Den Haag, als opvolger van ‘The Lion King’.

Is ze ‘feit’ of is ze ‘fictie’? Anya. Zo heet ze werkelijk. Totdat ze zelf gelooft dat ze Anastasia Nikolajevna Romanov zou kunnen zijn, de vijfde telg en jongste dochter van tsaar Nicolaas II van Rusland. Diens gezin – inclusief Anastasia – werd juli 1917 in Jekaterinenburg op brute wijze uitgemoord in de verhitte strijd tussen communistische mensjewieken (de witten) en bolsjewieken (de roden), voorvaderen van de oktober-revolutie in Rusland.

Het verhaaltje dat in de musical hierover wordt opgedist doet daar tegenover wat pover aan. Weeskind Anya (glansrol Tessa Sunniva van Tol, bekend van ‘So You Wanna Be a Popstar’ 2007) is van eenvoudige komaf maar wil dolgraag naar Parijs, stad van haar dromen. Dmitri (Milan van Waardenburg) en Vlad (Ad Knippels) doen haar geloven dat ze voor de verloren gewaande maar in leven verkerende tsarendochter Anastasia (letterlijk: wederopstanding) door kan gaan. Zij had volgens de geruchten immers aan de moordpartij weten te ontsnappen. Hun bedoeling is het om de uitgeschreven beloning van de in Parijs woonachtige keizerin-grootmoeder te verzilveren door haar te verenigen met de spoorloze Anastasia. Maar gaandeweg ontstaat her en der twijfel: is Anya inderdaad de lang gezochte prinses? Of toch niet? Een speeldoosje dat de prinses op jonge leeftijd ten geschenke heeft gekregen en die Anya in bezit heeft gekregen, moet als doorslaggevend bewijsstuk dienen.

Wel jammer dat een maatschappijkritische toon of verhaallijn niet echt uit de verf komt, een euvel waar het genre al zo lang aan lijdt: Natuurlijk gaat er een liefdesverhaaltje schuil achter de intrige.

Waar de verhaallijn wat voorspelbaar is en zonder al te veel diepgang – zo wordt de moordpartij niet en de rode revolutie slechts in bijzinnen behandeld, laat staan de achtergrond ervan belicht – zorgen juist de muziek en de adequate, live muzikale begeleiding door een veertienkoppig ensemble, maar vooral de loepzuivere, kristalheldere en zeer verstaanbare vocale bijdragen over de hele linie voor een voortdurend hoogtepunt.

Het toneelbeeld verleidt voortdurend tot open doekjes. Beeldwisselingen komen in sneltempo voorbij aan de hand van videoprojecties op XXL-formaat. Je wáánt je in Sint-Petersburg, in Parijs; in de herfst, in een theater. Het is allemaal van een overrompelende visuele romantiek waarin het een heerlijk onderdompelen is. Door twee slim opgestelde draaitonelen, eentje rechts, de ander links in het decorbeeld, kan in een handomdraai worden geschakeld tussen de verschillende locaties waar het stuk gesitueerd is. De voorstelling staat ook verder bol van theatertechnische hoogstandjes. Hoogtepunt in dat verband is de treinreis naar Parijs, waarbij het perspectief op de treinwagon filmisch meebeweegt met de veranderende achtergrond. Gevoegd bij de weelderige, vaak oogverblindende, veelal met pracht en praal uitgeruste kostuums (279!) oogt het geheel weelderig, vol en rijk – terwijl er soms toch niet meer dan drie of vier figuren het grote toneelpodium bevolken. Opmerkelijk is de scène waarin een deel uit ‘Het Zwanenmeer’ wordt nagespeeld of beter: gedanst, op spitzen, een tutu voor de ballerina, een maillot voor de ballerino, in een pas de deuxtje dat eindigt in een volleerde ‘fish dive’, nog wel omringd door een ‘ballet blanc’ van welgeteld drie zwaantjes.

De muziek is veel minder belegen dan ik vooraf geneigd was te denken. Als notoir scepticus van het musicalgenre blijf ik niettemin aanhikken tegen de typische trekjes, zoals deuntjes die steevast en ostentatief eindigen in een uitroepteken. Aan de eindstreep heeft ‘Anastasia’ me verbaasd en verrast, ben ik meer gaan geloven in het genre maar nog geen geloofsgenoot. Geen kippenvel maar wel een rilling die over de rug liep en op het punt van aanzwellen stond.

Stage Entertainment, ‘Anastasia’, tot en met januari 2020, AFAS Circustheater. Voor 8+ en ouder(s). Meer informatie: www.anastasia.nl

Magisch realisme

Amsterdam, 15 februari 2007.
Het Nationale Ballet in wat toen nog Het Muziektheater heette. Een donkere donderdagavond rilde zijn schaduw welwillend vooruit. Maar het was ook de avond dat het in een exotisch en oosters gedompelde ballet La Bayadère in première ging, nog wel in de versie van levende legende Natalia Makarova (1940), grootste ballerina van haar generatie.

En dan nu op het repertoire in Amsterdam! Het NOS Journaal was uitgerukt en kwam in de vooravond met een item. Daarin is te zien hoe Makarova, de in Rusland geboren maar in 1970 net als Rudolf Noerejev een decennium eerder, naar het westen uitgeweken prima ballerina tijdens een van de repetities bij Igone de Jongh de laatste puntjes op de i zet.

Igone was die avond ‘eerste cast’ en zou de hoofdrol van tempeldanseres Nikiya dansen. Haar naam en faam waren toen al nationaal en internationaal gevestigd. Ze was muze van Hans van Manen, haar lyriek en dramatiek werden geroemd. Ze was toen al formaatje ‘Champions League’, net als Het Nationale Ballet.

Ik zat op rij 7, uiterst links in die immense en toch intieme zaal. De orkestbak zou me niet beletten, zo wist ik, om van nabij de gezichtsuitdrukkingen van de dansers te kunnen zien. Oog in oog, bijna als in een vlakkevloerzaal.

Doek op. Live symfoniemuziek! Machtig toneelbeeld, sprookjesachtig belicht. En opeens stond ze daar. Ik voelde een donderslag. Het was oogverblindend. Magisch realisme in 24 karaat. Een stralend aura omgaf haar zichtbaar. De golf die zij was straalde dwars door mij heen.

Wat het precies was wat mij bij deze kennismaking met haar bedwelmde? Was het trots omdat zij zich als landgenote glansrijk wist te meten met de absolute internationale top van prima ballerina’s? Was het haar expressie, haar verschijning? Of toch de mooie lange lijnen waarmee ze even teder en delicaat als sensueel en verleidelijk de smeekbeden uitbeeldde tegenover haar tegenspeler Solor?

Wát het ook was, die avond wist ik: ik ben verloren voor het ballet, die museale maar o zo levende kunstvorm. De week erna zou ik als marketeer aantreden bij het hoofdstedelijke balletgezelschap. Maar wát een ‘inwerkdag’ was dit geweest!

Igone vertrekt na 24 seizoenen bij Het Nationale Ballet, maar stopt niet met dansen. Ik hoop dat we haar in Nederland nog veelvuldig kunnen bewonderen als gastsoliste.

Go, Igone, just go!

 

Waarachtig ooggetuigenverslag

Firma MES haalt ‘vergeten’ gijzeldrama uit geschiedenisdoos

Een bijna vergeten terreurdaad in het Den Haag van 1974 wordt met De Gijzeling naar de oppervlakte getild, met de ambassadeurskamer in de voormalige Amerikaanse ambassade als ‘plaats delict’.

Op vrijdagmiddag 13 september 1974 was Den Haag wereldnieuws toen drie jonge gasten van de zelfbenoemde ‘bevrijdingsorganisatie’ van het Japanse Rode Leger een bestorming uitvoerden op de Franse ambassade. Aan het Voorhout, in wat toen nog de Franse ambassade was, in 2011 gesloopt en waar nu de Hoge Raad zetelt, namen in een mum van tijd de drie gewapende terroristen daarbij min of meer lukraak elf mensen dagenlang in gijzeling in de ambassadeurskamer met onder hen, minder lukraak, de Franse ambassadeur.

De Japanners waren uit op de vrijlating van hun godenzoon, de op dat moment 25-jarige Yutaka Furuya, een mede-bendelid dat in de Parijse Santé-gevangenis werd vastgehouden. Tot zover het geschiedenisklasje.

De Haagse theatergroep Firma MES ontrukt de geschiedenis van deze ‘burenruzie in de achtertuin van een ander’, aan oprukkende en dreigende vergetelheid. In de tuin van een ander inderdaad, want in strikt juridische zin is een ambassade buitenlands grondgebied, en bovenal ging het om een actie omwille van een gedetineerde die in Frankrijk vastzat.

Bij MES doet de ambassadeurskamer in de voormalige Amerikaanse ambassade dienst als speelvloer. Dat is een perfecte keuze, ook omdat de voormalige Franse ambassade aan dezelfde straatkant lag maar dan slechts vijftig meter verderop – terwijl een steenworp afstand verderop het platte vertier van de traditionele kermis op het Malieveld domweg bleef doordraaien en in die kamer dóórklinken. Op de avond dat ik de ‘voorstelling’ zag was nota bene het Embassy Festival gaande – en klonk het feestgewoel ervan door tijdens de voorstelling. Een schitterend toeval!

Het wemelt van de details over de gijzelingsactie in Den Haag, die aaneenhangt van wonderlijke knulligheden. Veel ervan is online gedocumenteerd.

Honderd uren vast. Krakkemikkig protocol. Idiote taalbarrière. En een Boeing 707-piloot die zich als cowboy opwerpt. MES maakt er dankbaar gebruik van en doet dat integer, op een wijze die doet denken aan hun veelgeprezen en veelgespeelde ‘RISHI’ van twee jaar geleden. Die vorm is de MES’jes als DNA op het lijf geschreven. Maar MES doet veel meer dan dat: de groep bedrijft orale geschiedschrijving doordat het enkele van de gegijzelden van toen heeft opgespoord en gesproken. Hun getuigenissen worden navoelbaar door het ingetogen spel, met dubbelrollen, van de acteurs: Lindertje Mans, Daan van Dijsseldonk en Roos Eijmers op aanwijzingen van regisseur Thomas Schoots. Er wordt zonder al te veel effectbejag en tussen het aanwezige publiek gespeeld, op een enkele zonnebril na, en het gebruik van een enkel (Franstalig) popdeuntje uit die tijd. Aldus weeft MES een persoonlijke getuigenis van de impact die deze ingrijpende gebeurtenis voor de betrokkenen moet hebben gehad, daar in de ambassadeurskamer maar net zo goed ook voor de dienstdoende politie en de politici. De ‘voorstelling’ vormt zo de sinistere weerklank van een journalistiek-documentair verslag.

In de jaren zeventig had je ook in Nederland te maken met, vooruit, bevrijdingsbewegingen. Er waren hier nog geen treinkapingen bekend, maar het toen nog niet verenigde Europa zuchtte al wél en zeer onder de schroeiende hitte van op het communistisch gemeengoed geïnspireerde bevrijdingsbewegingen als de RAF in Duitsland, de Rode Brigades in Italië, de ETA in Baskenland en – onder meer – het IRA, Noord-Ierland. Ook de Palestijnen waren al volop actief met hun Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), voorloper van PLO en Hezbollah, door op de Olympische Spelen in München 1972 een moordpartij aan te richten. Europa was, nog meer dan nu, een hoogexplosief kruitvat. Natiestaten werden van binnenuit aangevreten. De geschiedenis rijmt er vrolijk op los.

De gijzeling mondde trouwens uit in enkele gewonden plus een financieel geschil met de Fransen.

‘De Gijzeling’, Firma MES. Gezien op zaterdag 7 september. Locatie: voormalige Amerikaanse ambassade, tot en met zaterdag 28 september 2019. Meer informatie: www.firmames.nl