Pure angst en beklemming

Astrid Holleeders ‘Judas’ op toneel

Aantekeningen waren het, voor haar dochter, bedoeld voor als ze er ‘opeens’ niet meer zou zijn. Het werd een boek, een bestseller. En straks een film en tv-serie. Maar eerst is er het toneelstuk over deze ‘familiekroniek’.

“Een indrukwekkende en mooie vrouw,” vindt Johan Doesburg. Hij beschrijft het moment dat hij oog in oog kwam te staan met Astrid Holleeder. “Ik heb veel respect voor haar omdat ze zich heeft weten te ontworstelen aan het moeras waar ze in zat.”
Astrid versus Willem. Zij: strafrechtadvocaat; hij: nietsontziend crimineel. En dat binnen het geheel van een en dezelfde familie. “Dat gegeven alleen al is theaterwaardig, nog afgezien van allerlei loyaliteitskwesties die haar daarbij parten spelen,” zegt Johan Doesburg, regisseur van de toneelvoorstelling ‘Judas’. “Ze kwam voor enorme morele dilemma’s te staan.”

Astrid Holleeder schreef twee boeken over het leven met haar broer, de vaak voor ‘knuffelcrimineel’ en door sommigen als nationale held versleten Willem. In 2017 verscheen ‘Dagboek van een getuige’, een jaar daarvoor ‘Judas’. Laatstgenoemd boek was haar ‘coming out’, haar moedige opstand tegen haar broer. Zelf doopte ze ‘Judas’ tot een familiekroniek.

Weinigen wisten dat Willem Holleeder zijn familie terroriseerde, afperste en bedreigde. Kinderen, vrouwen, aangetrouwde familie, en zelfs zijn eigen moeder Stien konden dertig jaar lang niet aan zijn despotische gedrag ontkomen. Ttot op de dag van vandaag: nu Astrid over geld beschikt dankzij haar publicaties, eist ‘De Neus’ de helft op omdat zij dat over zíjn rug zou hebben verdiend.

Doesburg, die op een blauwe maandag en in een grijs verleden sociale psychologie in Leiden studeerde, noemt haar boek ‘Judas’ emancipatorisch. “Hoe zij zich heeft weten te ontworstelen aan de tirannie in haar familie is ongelooflijk. Door haar aan alcohol verslaafde vader – en later door haar broer – werd ze in alles volkomen gedwarsboomd, geblokkeerd in wat je maar kunt bedenken. Ze mocht, bijvoorbeeld, niet sporten of studeren. Maar heeft allebei toch gedaan. Als haar vader iets niet beviel of een verkeerde glimlach op je gezicht dacht te zien, werd je zonder pardon in elkaar getrimd of van de hoge trap naar beneden gedonderd.”

Clan
“Ik had geen enkel boek over criminaliteit in de boekenkast toen ik voor deze productie werd gevraagd. Wat mij aan Astrids verhaal boeide was dat ze deel uitmaakt van een ‘clan’. In een ‘clan’ word je geïntimideerd en gechanteerd om mee te werken. Je kunt er wel in maar nooit meer uit, op straffe van levenslange uitstoting of de dood.”

Verraad
“Deze voorstelling is voor mij een vertelling over loyaliteit en verraad,” vertelt Doesburg. “Astrids persoonlijke dilemma is dat zij vanwege haar bekentenissen ten opzichte van haar familie en haar broer verraad pleegt, en dus een Judas is. Ze is door haar ‘verraad’ levenslang vogelvrij verklaard. Ze kan niet zomaar ergens een kopje koffie gaan drinken als ze dat wil, ze trekt noodgedwongen van de ene naar de andere beveiligde woning, en ze staat permanent onder bewaking. Ze is rationeel, maar ook erg emotioneel ingesteld. Ze houdt nog altijd van haar broer, zegt ze, voelt een grote verbondenheid met hem.”

De psychologische theaterthriller wordt verteld vanuit het perspectief van vier vrouwelijke omstanders van ‘De Neus’: zijn twee zussen, moeder en nichtje. Ze waren bij een van de repetities. Dat was een onwezenlijke ontmoeting, zegt Doesburg.

“Ze zien elkaar bijna dagelijks, als overlevenden op een reddingsvlot, de vrouwen houden elkaar overeind. Ze voerden gesprekken met mij en met de actrices. Het is trouwens uniek dat vier in leven zijnde personen hun theaterpersonage spreken, dat is in het theater niet eerder vertoond.”

Het ‘verbeelden’ van Astrid als theaterpersonage bleek geen sinecure. “Delicaat natuurlijk, het luistert heel nauw. Eerder heb ik iets soortgelijks aan de hand gehad bij ‘De Prooi’ van het Nationale Toneel met ABN-topman Rijkman Groenink. Maar die wilde als persoon buiten schot blijven.”

Astrid Holleeder heeft actief meegewerkt aan de totstandkoming. “We hebben vijf of zes gesprekken met haar gevoerd én ze heeft het script gelezen.” Onlangs bezocht ze de voorstelling. “Ze was ontroerd,” vertelt Doesburg , waarop hij de cast prijst, met daarin Renee Fokker als Astrid, Margo Dames als Sonja, Trudy de Jong als Holleeders moeder Stien en actrice Eva van de Wijdeven als de dochter van Astrid.
Of hij zich bedreigd voelt of heeft gevoeld? “Welnee, als regisseur ben ik altijd op afstand gebleven.”

‘Judas’ is op zaterdag 15 en dinsdag 18 december 2018; en op vrijdag 1 februari 2019 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie en tickets: hnt.nl.

Advertenties

Paradijsvogel in polderland

Sven Ratzke brengt jubileumshow It’s Wunderbar

Sven Ratzke is waarlijk een fenomeen. In zijn nieuwe show It’s Wunderbar kijkt hij terug op parels uit zijn repertoire. Dat gaat van Bowie tot Brecht en van Shaffy tot Lou Reed, uit een periode van de bijna 20 jaar dat hij als prof op de bühne staat. Maar hij verrast zijn publiek ook met nieuwe ontdekkingen.

“Het is heel organisch gegaan,” blikt Ratzke terug op zijn geboorte als podiumbeest, “eigenlijk heel ‘naturel’. Ik ben opgegroeid in een commune, een hippieachtige omgeving met alleen volwassenen om me heen. Als kind wilde ik ze steeds vermaken. Het was dus snel duidelijk dat ik het podium op zou gaan, al was toen nog niet duidelijk in welke vorm: acteur of maker. Maar ik heb nooit iemand thuis tussen de schuifdeuren nageblèrd, ik ben niet met een zelfgebouwde microfoon Madonna na gaan doen of zo, ik heb geen idolen. Ik ben een ‘verzamelaar’, vergelijkbaar met Bowie, die ook alles gebruikte wat hij tegenkwam. Die verzameling van invloeden vormt voor mij steeds een puzzel waarin alles samenkomt.”

Zijn ‘doorbraak’ vond plaats op theaterfestival Boulevard in Den Bosch, in een tentje voor een hooguit 15-koppig publiek. Hij beschouwt het als het beginpunt van zijn podiumcarrière. In It’s Wunderbar vertelt hij daar over. Ratzke: “Iedereen dacht: Wat is dit voor freak? Ik kreeg toen ook al snel het label van androgyniteit opgelegd. Met dat label drijf ik overigens graag de spot.”

Het jaar voordien was hij al op de Boulevard te vinden, vertelt hij. “Met een muziektheatergroep die een voorstelling deed in een roze woonwagen waar twintig mensen in pasten. Ik stond er mensen à la Parade naar binnen te praten. Toen zij zeiden dat ze dat leuker vonden dan wat er in de woonwagen gebeurde, werd ik natuurlijk ontslagen.”

In It’s Wunderbar heeft de beurtelings in Berlijn en Amsterdam woonachtige Ratzke naar eigen inzicht ‘ijkpunten’ bij elkaar gehaald uit zijn muziekcatalogus. “Er zit onder meer een nummer bij uit mijn eerste show dat ik zeventien jaar niet meer heb gezongen, en ‘Deutsches Sex Appeal’, een ode met een knipoog aan de Duitser. Ook trekken Brecht, Falco, Prince en Bowie voorbij. Het is een soort achtbaan. Je krijgt heel veel kleuren te zien en te horen. En er zitten verhalen in uit eerdere voorstellingen, zoals ontmoetingen die ik had met Hildegard Knef en mijn ontmoeting met Rudi Carrell.” Nog het meest van alles voelt hij zich een verhalenverteller, beweegt hij zich “ergens tussen fantasie en realiteit”.

Plannen te over. Vol energie zet hij zijn koers van de voorbije jaren voort. Voor de komende jaren staat een herhaling van het roject met sopraan Claron McFadden op stapel en komt hij met een vervolg op de eerste Bowie-voorstelling. “Dat wordt een intiem programma waarin ik zijn songs zing en word daarbij op de vleugel begeleid door Christiaan Pabst.” Ook gaat hij een grote musical maken.

Is hij ondertussen niet rijp voor de Koninklijke Schouwburg of het Zuiderstrandtheater? “Nou,” zegt de Nijmegenaar van geboorte, “ik ben verknocht aan De Nieuwe Regentes. Het is een bijzonder theater op een bijzondere locatie, een buurttheater, maar aan de andere kant zijn er ook programma’s die landelijk van betekenis zijn. Ik vind het er zo ontzettend leuk.”

It’s Wunderbar van Sven Ratzke is op vrijdag 14 december 2018 te zien in theater De Nieuwe Regentes. Meer informatie: denieuweregentes.nl.

Vijf jaar ‘Piket’

Talentontwikkelingsprijs voor dans, toneel en schilderkunst

Eden Latham (schilderkunst), Jos Nargy (toneel) en Kinda Gozo (dans) zijn de winnaars van de Piket Kunstprijzen 2018. De prijswinnaars werden maandagavond in Theater aan het Spui en in aanwezigheid van alle genomineerden, drie per genre, in het zonnetje gezet. De winnaars kregen ieder een cheque van achtduizend euro plus een speciaal door kunstenaar Joep van Lieshout ontworpen sculptuur: een gegoten Piketpaaltje. Van Lieshout had nog een dwarsig loopbaanadvies voor ze in petto: “Als iedereen zegt dóen, doe het dan níet. En andersom.”

De Piket-onderscheidingen voor de disciplines dans, toneel en schilderkunst gaan uit naar professionele jonge kunstenaars tot 30 jaar die een sterke band hebben met Den Haag. Een vakjury buigt zich jaarlijks over een longlist die uitmondt in 9 nominaties. Met dit terugkerende initiatief beoogt de stichting mr. F.H. Piket de talentontwikkeling en het vestigingsklimaat voor de kunsten in en rond Den Haag te stimuleren. Frederik Hendrik Piket, in 1927 geboren in Den Haag als zoon van een suikerfabrikant en –groothandelaar, was behalve advocaat en kamerlid ook fervent kunstliefhebber. Na zijn overlijden in 2011 werd zijn kunstverzameling verkocht en zo zag de stichting mr. F.H. Piket het levenslicht.

Jubileum
De Piket Kunstprijzen viert dit jaar het eerste lustrum. “De prijs betekent echt iets voor de winnaars en de stad,” legt Cees Debets van Het Nationale Theater uit. “Het bedrag is substantieel meer dan alleen een behoorlijk financieel steuntje in de rug. De winnaars ‘toneel’ hebben zich daardoor als theatermaker verder kunnen ontwikkelen. Of neem de kersverse prijswinnaar voor toneel van dit jaar, Jos Nargy. Hij heeft eerder dit jaar besloten om niet meer te spelen en louter als theatermaker door te gaan. Nu kan hij die stap met een geruster hart doorzetten.”

Ook Maurits van de Laar, galeriehouder in Den Haag, onderstreept het belang van de prijs: “Voor jonge kunstenaars is dit veel geld, een bedrag waar je echt wat mee kan. De prijs is nog niet genoeg doorgedrongen, maar dat komt nog wel.”

“Het is prachtig dat er überhaupt een organisatie is die zich voor talentontwikkeling inzet,” zegt Jan Linkens, directeur van de Dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium. “De opleiding en de gezelschappen hebben ieder een taak te vervullen. Maar afgestudeerde dansers en choreografen belanden aan het begin van hun carrière vaak tussen wal en schip. Het is al moeilijk genoeg om een plek te vinden. En dit niet-lullige bedrag helpt ze om een lijn voor zichzelf uit te zetten.”

Cultuurwethouder Robert van Asten mocht de Piket Juryprijs uitreiken. Die ging dit jaar naar dansdocent en ballet-repetitor Hedda Twiehaus van het Nederlands Dans Theater. Ze kreeg de prijs voor haar jarenlange werk en inzet ten faveure van jonge dansers.

Hij ziet de twee kunstvakopleidingen in Den Haag als motor voor een sterk vestigings- en makersklimaat. “Met de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en het Koninklijk Conservatorium hebben we twee gerenommeerde opleidingsinstituten binnen de stadspoorten. Studenten uit de hele wereld komen hierheen – en vaak blijven ze hier.”

To Phi – or not to Phi

Spelen tot het kookpunt in Alles van waarde

Toen tv-crack Jandino Asporaat hem vroeg een Chinees typetje te creëren, antwoordde Phi Nguyen: ‘Zeg het maar. Ik heb drie versies voor je.’

Stond hij daar opeens in de keuken van Guts & Glory in Amsterdam, bakkend en bradend, zwarte sloof en witte koksbuis voor, ergens tussen haute cuisine en ruig koken in. ‘Al vanaf mijn zevende kook ik voor mezelf en vanaf mijn vijftiende in restaurants. Ik doe het vanuit mijn natuur, net als toneelspelen.’

Koksijde, 2016. What’s in a name? Belgische Westkust. Na zeven hoogtijjaren als beroepsacteur besloot hij de beroemde opleiding tot kok aan de hotelschool Ter Duinen te gaan volgen. Hij had tabak van toneel na aanhoudende bezuinigingsrondes. ‘Ik werd verdrietig, kon mezelf niet meer inspireren, laat staan anderen. Ik moest en zou een ‘sabbatical’. Ik heb toen alle projecten afgezegd, op Lord of the Flies van NTjong na. Dus ik wist vooraf dat ik wel weer zou spelen.’

De culinaire omgeving deed hem goed, al miste hij al op dag één het toneel. Na een halfjaar stopte hij de opleiding. ‘Niet uitdagend genoeg.’ Weg diploma. ‘Je hebt geen diploma nodig om kok te zijn of acteur. Zegt niets over je kwaliteiten.’

Voor goede vrienden fungeert hij nog geregeld als freelance koksmaat – steeds vaker ook op het theaterpodium, ‘al is dat geen doel op zich’. Bij de Veenfabriek in Leiden is hij speler/kok bij de ‘Veenproeven’.’

En op Oerol, rond de voorstelling Pinokkio, ook van de Veenfabriek, creëerde hij een ‘vegan’ bonenschotel. ‘Hoe het avontuur van koken en theater zich verder ontwikkelt, weet ik niet. Een carrière op beide vakgebieden is onmogelijk denk ik. Al heb ik, gek genoeg, meer aanleg voor koken dan voor acteren; maar dan wel weer meer voor spelen dan voor koken.’

Phi Nguyen, homo ludens.

Spelen is zijn levenselixer, zijn spirituele zoektocht naar waarheid. En dan vooral naar ‘hoe zuiver te spelen’. Phi: ‘Ik wil sámen spelen in plaats van zelf willen winnen’. Spelen is voor hem vooral contact maken, soms ook ‘een puzzel die niet altijd leuk is om op te lossen’.

Hij heeft het over Pessoa, ‘een dichter die schrijft zoals ik zou willen spelen’, reciteert uit Autopsychografie en haalt Over de dorpen van Peter Handke aan. ‘Die zijn leidend voor mijn benadering van toneelspelen. Of dat lukt is een tweede.’

Klopt het nog wat ik doe? Dat is zijn levenshouding. Vroeger was hij geregeld chagrijnig over zijn spel, want: het kon toch béter? Tegenwoordig nog maar zelden, steeds vaker denkt hij: ‘Stop! Even genieten!’ Een schuchter lachje breekt door.

Mark Colijn, docent op zijn middelbare school, bracht hem op het spoor van het toneelspel. ‘Ik heb nooit acteur willen worden. Maar op schooltoneel merkte ik dat ik er makkelijker en dieper contact maakte dan met vrienden. En als speler was ik bloedfanatiek. Bij een nazit barstte ik destijds van kwaadheid in tranen uit. Ik vond dat we niet sámen hadden gespeeld, dat het een-ieder-voor-zichzelf was geweest. Iedereen was muisstil.’

Het betekende achteraf een ferme duw richting professionele toneelopleiding. Hij begon aan de vooropleiding in Utrecht en volgde daarna de toneelopleiding in Arnhem. ‘Elke dag was ik in tranen. Ik vroeg me elke dag af: Kan ik dit wel?’

Jeugdtheater, autonoom werk, repertoire, experimenteel, grote en kleine zaal, tot film en beeldende kunst.’Ja, wat ik doe ligt nogal uit elkaar. Maar steeds zoek ik naar mogelijkheden om samen te spelen , zonder daarbij mijn idealen te verloochenen.’ Toen Jandino Asporaat hem voor zijn tv-sketches vroeg een Chinees typetje te creëren, antwoordde hij: ‘Kies maar. Ik heb drie versies voor je.’

Vandaag de dag is hij een veelgevraagd acteur. ‘Ik kan heel goed spelen,’ verbetert hij,’als een kind bedoel ik dan. Maar ben geen goed acteur. U vraagt wij draaien, dat kan ik niet, doe ik niet graag.’

Veemtheater, Amsterdam, 2008. De soloTo Phi or not to Phi. Vijftig fragmenten in een mix van toneel, muziek, dans en beweging. ‘Samen met regisseur Ine te Rietstap wilde ik onderzoeken tot hoe ver mijn transformaties als toneelspeler reiken en hoe het publiek naar mij kijkt: Zie je verschillende ‘beelden’ of zie je alleen een ‘Aziaat’.’

Ooit vroeg een medestudente van de toneelschool hem of hij het niet jammer vond dat hij nooit de rol van Hamlet zou kunnen spelen. Phi: ‘Een acteur wordt vaak gekozen op uiterlijke kenmerken. Slaat nergens op. Maar het gebeurt. Neem iemand met sproeten. Dat zegt niets over diens karakter. Mijn uiterlijk zegt niets over mijn innerlijk.’

Eventuele vooroordelen heeft hij intussen geslecht met rollen die gaan van Puck tot Pinokkio en Piggy tot Ping-Ping. Vandaag de dag drijft hij regelmatig zelf de spot met zijn Aziatische voorkomen. Hij lacht. Dan: ‘In Alles van waarde speel ik voor het eerst een Vietnamees!’

Kader:
Alles van waarde
In Alles van waarde verbindt de Veenfabriek muziektheater met leven, dood en kwetsbaarheid. De ooit flamboyante, maar verbitterd geraakt revolutionaire linkse kunstenaar Luuk Swaanswijk slijt in een tehuis zijn laatste dagen.

Vandaag bezoeken zijn dochter en zijn kleinzoon Huy (Phi Nguyen) hem. Wie weet voor het laatst, want Huy gaat op vredesmissie naar Venezuela. Luuk staat hier cynisch tegenover. Maar Huy meent dat hij mensen in nood kan helpen en wil vechten voor wat kwetsbaar is.

Phi over het stuk: ‘De vraag is of je de wereld kunt verbeteren. Heeft een VN-resolutie meer waarde dan atonale muziek?’

Tournee door Nederland in oktober, november en december. Meer informatie: veenfabriek.nl.

Kader:
Phi Nguyen [tweeklank ‘ng’ gevolgd door ‘uwen’] werd in 1984 geboren in Binh Tri Thien, Vietnam. Op zijn zesde emigreerde hij met zijn ouders naar Nederland. Dit seizoen speelt hij naast Alles van waarde van de Veenfabriek ook in de film Bon Bini Holland II. Ook werkt hij mee aan Hin und her van theatergroep ’t Barre Land.

Kader:
Fragment uit: Autopsychografie
Van: Fernando Pessoa
Vertaling: August Willems

De dichter wendt slechts voor
Hij veinst, zo door en door
Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn
Zijn werkelijk gevoelde pijn

‘Ik wil weten hoe zwaar die rugzak weegt’

Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar

Zeven psychisch kwetsbare jongeren, drie modellen en … een priester. Onzekerheden worden uitgedaagd, harnassen aangevallen en ongemak moedwillig opgezocht.

Begin 2017. Lies Pauwels, onverschrokken theaterfenomeen en toch van uiterst poëtische snit, ontvouwt een stoer plan: een voorstelling met jongeren die psychische kwetsbaar zijn, met fashionmodellen en een priester. Maar het mag niet uitlopen op een sociaal-artistiek project, geen crea-club zijn of naar veredelde bezigheidstherapie neigen.

Oktober 2018. Ze zijn echt en ze spelen zichzelf. Terwijl er – tijdens de repetities – roze pluimen over de scène dwarrelen, komen verwrongen zelfbeelden tot leven. Er wordt in ondergoed gepaaldanst. Op een catwalk tippelen roos-witte laarzen met ‘fragile’ als waarschuwend opschrift.

Moeten psychisch kwetsbaren ‘genezen’? En wat schuilt er achter de betoverende façade van glitter & glamour? Is de modewereld een glazen bol voor wat komen gaat? En hoe werkt een samenleving zonder enig moreel kompas?

Lies Pauwels – ze werkte samen met onder meer Alain Platel en Arne Sierens – maakte eerder wonderlijke en wonderschone semi-operateske performances, zoals de roemruchte voorstelling ‘Het Hamiltoncomplex’. Dat was een fysieke, tikkeltje filosofische voorstelling met 13 meisjes van 13 jaar – en één bodybuilder.

De voorstelling ‘Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar’ is voor haar een stap verder in het compromisloze verlangen naar theater waarin emotionele intelligentie en authenticiteit de boventoon voeren. Wie waagt het om kwetsbare jongeren te confronteren met glamour en schoonheidsidealen? “Truth or Dare gaat over kwetsbaarheid,” legt ze uit. “Ik werk met ze om wie ze zijn, niet omdat ze bij mij hun rugzak moeten legen. Maar ik wil wel van hen weten hoe zwaar die rugzak weegt.”

In Pauwels’ wereld is ogenschijnlijk niets vanzelfsprekend – en toch alles onmiskenbaar aanwezig. Ze belooft noch geeft antwoorden, maar wel een krachtig theatraal discours. Op het podium passeert daarom een reeks opties en situaties voor de ‘spelers’, die voortdurend naar elkaar verwijzen.

In onvolmaaktheid vinden we elkaar, is de onderliggende boodschap, eerder dan in het vruchteloze streven naar perfectie. “De voorstelling confronteert ons, via de eigenzinnige cast, met drie bijzondere werelden die elk op hun manier veel vertellen over wie we zijn en hoe onze maatschappij functioneert.”

Verwacht bij Pauwels ook geen duidelijke plotlijnen of gepolijste dialogen. Haar werkwijze is associatief. “Theater is mijn favoriete medium om vragen te stellen.” Maar het onvoorspelbare en grillige zijn hindernissen voor de jongeren, zeker voor wie met autisme te maken heeft.

Maakt ze het hen niet te moeilijk? “Wat zij hier doen ervaren zij als minder zwaar dan hun leven buiten. Het podium is voor hen een goede plek. Ze vinden er aansluiting met zichzelf. Dat ze hier staan is op te vatten als een statement. Iedere scène is op zichzelf een overwinning. Elke seconde op dat podium hebben ze op zichzelf moeten bevechten. Iemand aanraken, een kostuum aantrekken, op blote voeten lopen, voor sommigen waren dat heel grote stappen.” Ter geruststelling: Bij iedere voorstelling reist een psycholoog mee.

Lies Pauwels / hetpaleis / Sontag: Truth or Dare, Britney or Goofy, Nacht und Nebel, Jesus Christ or Superstar. Op vrijdag 9 november 2018 in Theater aan het Spui. Meer informatie: hnt.nl/truth. Telefonisch tickets reserveren: (088) 356 53 56.

Een pot met goud

NTjong viert vijf jaar met goud

Molières De Vrek door de gehaktmolen.

De Vrekkin is bij NTjong een hilarische klucht over materialisme, bol van geheimen, stiekeme verlangens en foute vriendjes. Een zuurstokroze, visueel spektakel voor iedereen van 8 tot 88.

Stinkt geld? Wie droomt er nou niet van om overdadig rijk te zijn? In een supermateriële wereld waarin kinderen vanzelfsprekend opgroeien met de nieuwste gadgets, dure merkkleding en ‘funny trips’, is het voor ouders lastig om grenzen te stellen.

NTjong biedt uitkomst met een knotsgekke bewerking naar de zeventiende-eeuwse (!) satirische komedie van Molière. De familievoorstelling markeert vijf jaar NTjong.

Billy de Walle maakt als stagiair zijn toneeldebuut. Later dit studiejaar hoopt hij als acteur af te studeren aan de HKU in Utrecht. De 22-jarige speelt de rol van de armzalige Valerio. In de ogen van de gefortuneerde moeder uit het stuk, gespeeld door Betty Schuurman, is hij een ‘loser’. Maar ja, wél de ‘love interest’ van haar dochter.

Wat hij nu, bij zijn allereerste interview ooit aan heeft, noemt hij zelf een ‘kloffie’: “Ik reken me niet tot een subcultuur, ben geen beatnik, hipster, gabber of nerd – of het moet zijn dat ik er uitzie als een kunststudent.”

Géén prijzige merkkleding. Nike’s noch Puma’s aan de voeten, en bling-bling schittert van afwezigheid. Geen tatoeages; alleen een pril en ‘cosy’ Italiaans ringbaardje ter decoratie. “Ik studeer niet om het geld, zoals sommigen van mijn leeftijdsgenoten wel. Anders dan ik, hebben zij meteen door wat imitatie is en wat echt. Ik houd juist van ‘vintage’, struin graag tweedehandsmarkten af. Da’s ook lekker economisch. Ik ben niet materialistisch ingesteld. Al is het natuurlijk wel fijn om zonder geldzorgen te kunnen leven.”

Door families als die van de Trumps en de Kardashians denken velen dat rijkdom onuitputtelijk is. De Walle kan zijn oren nauwelijks geloven als hij het hoort: “Melania Trump goes Afrika?! Niet waar! Echt? Het is bizar! Idioot!”

Deze ‘overhaul’ van De Vrek scharniert om een ‘modern family’ met schaamteloos veel te veel geld en omgekeerd evenredig realiteitsbesef. Onder de superstrakke regie van de moeder en haar ‘personal assistant’ leiden zij en zoon, dochter, ex-man plus een onmisbare ‘life coach’ (haar BFF) een leven van megalomane uitzinnigheid. Totdat ze besluit niet langer een wandelende creditcard te zijn.

“Thuis hadden we geen luxeleventje,” stelt de zoon van Stefan de Walle en Esther Scheldwacht vast, “al kregen mijn broer en ik wel alles wat we nodig vonden.” Mijn eerste ‘mobiel’? Hij lacht: “Tja, pas toen ik vijftien was.”

Zou hij miljonair willen zijn? “Het moet angstaanjagend zijn om de jackpot van een loterij te winnen. Je leven verandert drastisch. Dat kan eenzaam uitpakken. Er zijn miljonairsbegeleiders, wist je dat?”

Greenfield
Vrijwel gelijktijdig met De Vrekkin loopt in Fotomuseum Den Haag een tentoonstelling over de ‘rich & famous’ van deze aardkloot, met werk van Lauren Greenfield. “We hebben met de cast haar documentaire Generation Wealth bekeken. Daarvan is me vooral een fragment bijgebleven met een jonge vrouw uit Los Angeles. Haar leven was een aaneenschakeling van decadente, exuberante feesten, opgezet door een fulltime ‘party girl’. Ze sleepte haar zoon mee naar al die dure feesten. Maar hij vertelde zich erg ongelukkig te voelen, zou het liefst dierenverzorger worden. Dat is dus wat rijkdom met je kan doen.” Televisieprogramma’s als Say yes to the dress en My super sweet sixteen? “Ik word daar treurig van.”

Op zijn derde werd hij al naar toneelrepetities meegetroond, kreeg het acteursvak dus letterlijk met de paplepel ingegoten. Toch koos hij eerst voor de Haagse academie voor lichamelijke opvoeding. “Heb ik niet afgemaakt. Ik ben daarna gaan ‘studieshoppen’. Toen pas ontdekte ik dat een toneelopleiding mij goed paste.”

Hij mag dan weliswaar beschikken over acteursgenen, toch blijft het hard werken, vindt hij. “Ik wil me eerst ontwikkelen. Ik merk dat het hier bij NTjong al heel anders toegaat dan ik van school gewend ben.”  Als beroepsacteur wordt hij later vast niet badend als een Dagobert Duck in gouddukaten wakker. “Dat geeft niet, zolang je maar voor rollen gevraagd wordt.”

NTjong & HNT: De Vrekkin. Zaterdag 20 en zondag 21 oktober 2018 en van woensdag 2 tot en met vrijdag 4 januari 2019 in de Koninklijke Schouwburg. Onderdeel van De Betovering, internationaal kunstfestival voor de jeugd. Meer informatie: hnt.nl.

Shah zijn in Nederland

Shah Tabibi (28) vertelt met Shah of Holland het verhaal van zijn leven. “Met één been in Afghanistan en op zoek naar een blauwe ogen.”

Shah Tabibi was vier; we schrijven het jaar 1994. Oorlogsgebied. Het waren zijn ouders die hem samen met zijn oudere en jongere broer vanuit Afghanistan meenamen naar Nederland. Op de vlucht, en daarbij hun bezittingen achterlatend, uit vrees voor, toen ook al, de oprukkende Taliban.

Het AZC in Amersfoort was hun vluchtheuvel. “Een plek vol ‘aliens’,” diept Tabibi uit zijn geheugen op. “Er waren daar mensen met gouden haren en een wit gelaat, met een rood oog op het voorhoofd, er waren donkere wezens.” Na anderhalf jaar verhuisden ze naar Voorburg. “Ik beschouw het als mijn geboorteplaats,” zegt hij.

Aan de overlevingstocht bewaart hij geen levende herinnering; aan het Afghanistan van toen evenmin. Hij leerde het land kennen door de ogen van zijn ouders, twee ooms, door hun overleveringen, door boeken te lezen en onderzoek op internet. “Het lukte, hoe jong ik ook was, een reconstructie te maken van wat Afghanistan moet zijn.”

Zoetjesaan ontdekte hij dat zijn Voorburgse kameraadjes ander speelgoed hadden dan hij, dat er buitenshuis andere regels golden dan thuis, en dat de ouders van zijn kameraadjes het financieel vaak beter hadden. Toen kwam ‘nine eleven’ opeens uit de lucht vallen. “Ik was elf, kreeg sindsdien ‘grapjes’ te verduren rond Bin Laden. Pijnlijk voor mij, voor ons, want Bin Laden was een Arabier, dus géén Afghaan.”

Effect: “Plotseling had iedereen allerlei gedachten over mij, bekeken en bejegenden mensen me anders, stelden vragen over mijn achtergrond. Maar veel mensen weten niet eens dat de ideologie van de Taliban in Afghanistan is geïmporteerd, goeddeels vanuit Pakistan.”

Drempel
Een jongen met een been in twee uiterste werelden. “Mijn ouders hebben begrip voor afwijkende normen en waarden, mij werden geen beperkingen opgelegd, al was het thuis met één voet over de drempel Afghaans grondgebied.” Hij ging op zoek naar blauwe ogen, en blonde haren. Hij zocht verbinding. “Ik wilde weten hoe het leven van buiten de deur en dat ik niet goed kende, er in werkelijkheid uitzag.”

Toen in 2014 een migrantenstroom richting Europa op gang kwam voelde hij zich, na 20 jaar, opeens zelf weer vluchteling. “Ik werd met de neus op de feiten gedrukt. Europa reageerde met onbegrip, kon zich slecht inleven. Waarom slaat iemand op de vlucht? Je kunt dat alleen begrijpen als je het zelf hebt meegemaakt. Ik moest opnieuw mijn identiteit bepalen.”

Divers
Shah of Holland is niet enkel een theatraal, muzikaal en soms poëtisch getint ‘vluchtelingenverhaal’. “Ik ben uit op verbinding, wil begrip voor verschillende leefwerelden kweken en vooroordelen doorbreken. Niet door hard te schreeuwen, maar juist door zachtjes praten.” Hij verwijst naar zijn cultureel erg diverse vriendenkring, ‘echt een regenboog’, zegt hij. Die kring staat model voor wie hij graag met ‘Shah of Holland’ wil bereiken.

“Ik ervaar mijn biculturele achtergrond als pure rijkdom. Afghanistan kent een rijke cultuurhistorie die tot duizenden jaren terug gaat. Een van de oudste manuscripten uit de Perzische regio gaat over mensenrechten. Dat alles maakt me trots. Aan de andere kant: er is daar nu geen individualiteit mogelijk, alles draait om collectiviteit en sociale controle.

Maar ik heb er wel veel warmte ondervonden, word er niet nagekeken, zoals hier soms gebeurt. In Nederland baal ik van de kilheid, van het über-individualisme en van de onverschilligheid tegenover de ander. Maar hier heb je wel vrijheid van meningsuiting en vrijheid van denken. En de diversiteit van hier is bijzonder. Daar gaat ‘Shah of Holland’ ook over: hoe dit alles mij heeft gevormd.”

Theaterschool
Als volwassene wordt hij dagelijks wakker in een land van vrede. Met twee bachelors (maatschappelijk werk en psychologie), een master gezondheidspsychologie en een los-vaste verbintenis als docent ‘Social work & education’ op de Haagse Hogeschool op zak, leidt Tabibi na negen jaren studentenjaren een leven dat contouren krijgt. Net is hij terug uit Georgië van een sociaal-cultureel project met Culture Clash 4 U.

Als hij de kans krijgt wil hij ooit een theaterschool van de grond tillen in Afghanistan, al dateert het laatste bezoek aan zijn geboorteland alweer van dik tien jaar geleden. “Ik weet plekken in Afghanistan waar dat zou kunnen.”

Shah Tabibi: Shah of Holland’. Regie: Shah Tabibi & Raphael Rodan. Muzikanten: Niek Hoevenaars & Rik Strengers. Artistieke regie: Anat Ratzabi. Op dinsdag 9 oktober in Den Haag (Zaal 3, Engelstalig) en op vrijdag 19 oktober in Rotterdam (Studio De Bakkerij, Nederlandstalig).