Eerlijk delen achter de duinen

‘Een ‘Avondje Armoede’ met Firma MES

Wie ligt anno nu wakker van armoede – ook al ligt die soms om de hoek in de kou te bibberen? De Haagse theatergroep Firma MES houdt een benefietavond en laat die, natuurlijk, danig ontsporen. Over hoe het moet voelen als je leven écht low budget is.

‘Armoedeverzáchting,’ corrigeert Ilse, ‘dus niet: armoedebestríjding.’ Haar zangvereniging houdt een feestelijk bedoelde benefietavond rond ‘stille armoede’. En die derailleert dus, theatraal en finaal.

Armoede is erfelijk. Wie arm wordt geboren, blijft arm wijst de wetenschap uit. Kinderen uit (kans)arme gezinnen doen het gemiddeld slechter op school. Arme mensen leven gemiddeld bijna vier jaar korter. De landelijke bijstandsnorm voor alleenstaanden? Een luttele 996 euro per maand. Oudere werklozen moeten na hun WW met soms met 700 euro per maand toe.

Tja, zie het daarmee maar eens te rooien in de stad van vrede en recht.

Zolang één procent meer dan de helft van de wereldrijkdom bezit en de acht rijkste mensen op deze aardbol samen meer aan vermogen bezitten dan de 3,6 miljard armste mensen bij elkaar, dan is dat minimaal toch schrijnend te noemen. In een welvaartsstaat zoals Nederland dat is, is een inkomen van 52 keer het salaris van de minst verdienende immoreel.

Bij MES – gelukkig – maar weinig van zulk documentair cijferfetisjisme. De theatergroep houdt het vooral oergezellig (type: deze avond kan niet stuk) met muziek, een potpourri aan veelal cabareteske sketches, een exuberante modeshow met vintage kleding en een

kermisachtige tombola die ontaardt in een wat kunstmatig aandoende ruzieachtige sfeer. Natuurlijk komen we er als theaterbezoeker niet zonder kleerscheuren vanaf. Daarvoor zijn de door MES aangehaalde voorbeelden te schrijnend, zoals de scène met een terminaal zieke die haar behandelend medisch specialist een financiële deal voorstelt: ‘U verdient enorm aan mij en mijn lichaam, dan mag ik op mijn beurt toch ook wel verdienen aan u?’ Een schuldhulpverlener gooit roet in het eten van de voedselbank: ‘Mijn medeleven is op.’ Hij pleit voor een radiale oplossing.

In een doorgedraaide wereld die is doordenkt van opgelegd neoliberaal volkskapitalisme, zelfredzaamheid en eigen schuld dikke bult, maakt MES met ‘Een avondje armoede’ een niet mis te verstaan gebaar, zoals het eerder ook deed met bijvoorbeeld ‘Troep’ en een ‘Kledingruil’. De gehanteerde karikaturale ironie doet de aangehaalde praktijkvoorbeelden weliswaar schuren maar maakt ze ook plat. Het had wat mij betreft hoekiger, scherper en bijtender gekund en soms juist genuanceerder.

‘Een avondje armoede’ is een theatercollage op teksten van schrijver en dichter Anton Dautzenberg. In 2016 werd hij uitgeroepen tot Impactmaker van het Jaar voor zijn rol als initiatiefnemer van de armoedeglossy Quiet 500, tegenhanger van de Quote 500.

Bij deze voorstelling is het mogelijk om een kaartje voor een ander te kopen. Dit kaartje gaat naar iemand met een kleine beurs die anders misschien niet snel naar het theater zou kunnen gaan. Het tekent de betrokkenheid van MES.

Woensdag is het de jaarlijkse Internationale dag voor de uitroeiing van armoede, ook wel Wereldarmoededag genoemd. Een uitgelezen kans om dan bij MES een eventueel bezwaard gemoed tegen overlegging van wat dukaten in te wisselen.

Firma MES: ‘Een avondje armoede’. Gezien op zaterdag 6 oktober. Tot en met 24 oktober 2018 in de Lourdeskerk in Scheveningen. Meer informatie: firmames.nl.

Advertenties

Onvervulde verlangens

Hanne Arendzen schittert in ‘Van de koele meren des doods’

Een jonge vrouw verlaat haar welgestelde milieu en gaat leven met een pianist, maar wordt gaandeweg krijgen psychosen de overhand. Niet zonder reden want ze heeft heel wat doorstaan, hoe jong ze met dertig jaar ook is: moeders dood op haar dertiende, twee zelfmoordpogingen, de zelfverkozen dood van haar jeugdliefde omwille van haar, een uit nood geboren vlucht naar het buitenland, en als klap op de vuurpijl een verslaving aan morfine en het noodlottige sterven van haar pasgeboren kindje.

Misschien niet het leukste uitgangspunt voor een onbekommerd, gezellig avondje uit in het theater. Maar in de slimme regie van Ger Thijs bij ‘vrije producent’ Hummelinck Stuurman is Van de koele meren des doods, naar de roman uit 1900 van Frederik van Eeden niet puur en alleen een loodzware avond. En bovenal wordt er puik gespeeld.

In het kielzog van de opkomst en de belangstelling voor psychiatrie aan het einde van de 19de eeuw besloot Van Eeden zich te vestigen als zenuwarts en werd pleitbezorger van psychotherapie en psychoanalyse. Dat hij een carrière als schrijver en psychiater combineerde is minder vreemd dan mag lijken want hij geloofde erg in de kracht van taal als sleutel tot het innerlijke en het psychische.

Zelf noemt Van Eeden Van de koele meren des doods een ‘biografische schets’. Hij putte daarvoor uit voorbeelden, personen en levens uit zijn eigen omgeving. En, zo lijkt het, citeert hij ook uit ‘eigen werk’. Meer dan voordien herkenden mensen om hem heen zich in (elementen van) zijn personage. Natuurlijk werd er schande van gesproken.

Van Eeden doopte zijn romanfiguur, zijn ‘tronie’ met de naam Hedwig Marga de Fontayne – en natuurlijk heet ze bij Ger Thijs ook zo. Hij heeft de oorspronkelijk 250 pagina’s aan tekst bewerkt tot niet minder dan een juweel. Kraakhelder en van een logica om te smullen, van begin tot einde. De lotgevallen van Hedwig passeren de kijker in een vrij lineair tijdsverloop en als een aaneenschakeling van verkeerd uitpakkende keuzes. Daardoor lukt het toekijkers om begrip op te vatten voor haar daden en stappen. Door de fascinerende inkleuring die Hanne Arendzen aan het ‘brandende lijf’ van Hedwig geeft, en zo Renée Soutendijk in de filmrol van destijds zo goed als doet vergeten, dringt uiteindelijk begrip voor Hedwigs besluit door. Je leeft met haar mee.

Op de achtergrond spelen bij de kijker ondertussen vele overwegingen een rol: is Hedwig inderdaad een ‘stenen engel’ of een hoer, is ze een goede vrouw die het moet stellen met ‘onvervulde verlangens?’ Of nog anders: gaat ze zich gedragen navenant de mensen haar bezien?

Prima voorstelling, met ook prima tegenspel aan Arendzen. Gevoegd bij een mooi toneel beeld en een even verassende als adequate belichting is dit een voorstelling waaraan denkelijk veel behoefte is: in begrijpelijk toneel een verhaal vertellen zonder overwoekerende melodramatische opsmuk een kans te geven.
Knap werk, mooi gedaan.

Tournee t/m begin januari 2019. Meer informatie op humelinckstuurman.nl.

Naar de essentie leven

Esther Scheldwacht en Kees Hulst delen samen het podium in Laatste paar Dagen

‘Laatste Paar Dagen’ is een toneelstuk voor een man, een vrouw en een teckel, gespeeld door respectievelijk Kees Hulst, Esther Scheldwacht en Tasje, honderd procent hond. Na de solo’s De Sunshine Show, Op een Mooie Pinksterdag en Helga Maria Baumgarten schrijft de Haagse voor het eerst een dialoog.

Esther Scheldwacht: “Een jaar of twee geleden kwam ik via een vriendin op het spoor van de internetcolumns van longarts Sander de Hosson. Hij pleitte daarin voor meer persoonlijke aandacht in de zorg. Later werden die gebundeld in het boek Slotcouplet.

Een van de verhalen draait om een oudere, wat zonderlinge man met de naam Rein Tas. Op een dag wordt hij de intensive care binnengebracht maar weigert behandeld te worden. Een verpleegkundige ontfermt zich in zijn laatste dagen over hem. De tekst die ik heb geschreven, is geïnspireerd op die ontmoeting.” Kees Hulst: “Engeltje is haar roepnaam! Ze lijkt voor hem een ‘sirene’”.

Esther: “Als je in een ziekenhuis bent opgenomen, lijkt de tijd zich te verdichten, gebeurt er iets tussen jou en de realiteit. Je gaat er intenser, gecomprimeerd door leven. Tijd voor onzin is er niet, het is ‘cut the crap’ op momenten van leven op dood.”

Kees: “Eigenlijk ben ik een noodverband. Het was de bedoeling dat Herman Gilis en Tjitske Reidinga dit stuk zouden spelen – alleen: ze bleken allebei niet te kunnen. Sinds kort hebben Esther en ik een liefdesrelatie. Ik was daardoor al enigszins op de hoogte van Esthers tekst. Toen ik die geheel onder ogen kreeg, ging ik resoluut voor de bijl. Gaandeweg hebben we toen besloten om dit samen te gaan spelen. Dat voelde vertrouwd, want dat deden we kortgeleden ook in ‘Hoe Mooi Alles’, een toneelstuk over Leo en Tineke Vroman. Uit Hoe Mooi Alles is onze liefdesrelatie voortgekomen!”

Esther: “Vroman wordt geciteerd, en heeft zo, bij wijze van eerbetoon, een rolletje gekregen!”

Esther: “Mijn tekst is geen statement over de staat van de gezondheidszorg of de ouderenzorg. Kees: “Maar wel een prettige bijvangst!” Esther: “Laatste Paar Dagen gaat vooral over liefde. Ik laat in dit stuk mensen verliefd worden, ook al lijkt zoiets onmogelijk. Over liefde die heel plotseling toeslaat. Alles kan in de laatste dagen, misschien juist omdát je denkt dat het niet kan. Rein en Engeltje raken een snaar in elkaar, en kunnen zo ieder afzonderlijk van elkaar verder: Hij kan vredig vertrekken, zij maakt iets wezenlijks mee en kan daardoor bewuster door het leven. Een ingrijpende ontmoeting is het, die haar leven verandert en hem de dood doet accepteren.”

Kees: “Esther heeft met Laatste Paar Dagen een realistische dialoog geschreven. Nu en dan krijgt die een hyperrealistisch lading, door Esthers taalgebruik soms zelfs iets ‘poëtisch-realistisch’. Zo staat er een passage in over broodbeleg. Kaas. Op die manier kan ‘kaas’ voor liefde staan. Dat staat naast de ene onvermijdelijke vraag: wat zou jij doen in de wetenschap dat tijd een beperkt houdbaar gegeven is. Ikzelf? Abseilen! Mijn leven lang heb ik er al een ‘bucketlist’ op nagehouden. Voor mij is iedere dag mooi meegenomen.”

Esther: “De teckel in het stuk? Die heet ‘Tasje’. Die komt op de proppen omdat Rein Tas, de man die wordt opgenomen, hem tien jaar liefdevol heeft verzorgd, vanaf het moment dat zijn vrouw tien jaar eerder te overlijden kwam. In het ziekenhuis wordt hij vlak voor zijn dood herenigd met de hond.”

“Het is spannend om een levend dier op het podium toe te laten. Je weet nooit precies wat er gebeurt. Teckels zijn doorgaans ongevoelig voor prikkels – en hij hoeft alleen maar teckel te zijn, maar verder niet te plassen, te kakken of blaffen. We gaan nog de proef op de som nemen in een repetitie.”

Kees: “Mooi vind ik dat, een dier op het podium! Net als kinderen. Het zijn natuurtalenten, laten zich niet dwingen. En je hoeft daardoor zelf minder te doen! Ik spreek uit ervaring: eerder stond ik op de vloer samen met een grote hond, een geit, een bonte ara, een parkiet en een baardagaam. Hahaha, wie weet ben ik inderdaad mijn roeping als dierenverzorger misgelopen! O, ik ben eerder al doodgegaan op het podium, als Hamlet bijvoorbeeld, en als Vroman. Ik ben eraan gewend. Wel een beetje typecasting misschien.”

Esther: “Mijn tekst is, net zoals Helga Maria Baumgarten, autobiografisch van karakter. Het grappige is dat ik in dat stuk ook een schort voor had!”

Esther: “Ik zou het toejuichen als we met dit stuk een tournee gingen langs maatschappelijke instellingen, ook al gaat dit stuk niet per se daarover. Eerder dit jaar regisseerde ik de voorstelling Lastige Ouders over het grootbrengen van een meervoudig gehandicapt kind. Een schot in de roos. Binnenkort wordt het gespeeld op het ministerie van Volksgezondheid.”

Kees: “Sinds ik knuffelbejaarde ben kruisen allerlei zaken mijn pad die met de gezondheidszorg verband houden, in die zin agenderen we met dit stuk wel wat, zetten we zeker iets uit. De tijd is er rijp voor, zeker gezien de vergrijzing die toeneemt. Ik hoop dat minister De Jong meesurft op dat gevoel van zorgzaamheid, dat hij door een dementerende vader zelf van nabij meemaakt.”

Laatste Paar Dagen door Esther Scheldwacht en Kees Hulst. Eindregie: Daria Bukvić. Van vrijdag 28 tot en met zondag 30 september 2018 in Theater aan het Spui. Première: zondag 30 september 2018. Meer informatie en tickets: hnt.nl.

Stormachtig tranendal

Internationale hit Scènes uit een huwelijk in Den Haag

Met Scènes uit een huwelijk rijgt Internationaal Theater Amsterdam (ITA), voorheen Toneelgroep Amsterdam, sedert de première in 2005 nationaal en internationaal successen aaneen. Actrice Celia Nufaar van het hoofdstedelijke toneelgezelschap maakt sinds het begin deel uit van de cast.

Ook na tien jaar huwelijk is het leven van Marianne en Johan nog altijd een echtelijke idylle. Allebei een goede baan, twee dochtertjes, een mooie woning en een buitenhuisje – en financieel gaat het ze voor de wind. “Het begon met de derde scène,” schrijft regisseur Ingmar Bergman in de toelichting op ‘Scènes uit een huwelijk’.’

“Ik was van plan om een toneelstuk te schrijven over een man die thuiskomt en aan zijn nietsvermoedende echtgenote meedeelt dat hij hun goede huwelijk wil verbreken om er vandoor te gaan met een andere vrouw. Opeens vroeg ik me af hoe ze het daarvóór gehad hadden. En begon ik te speculeren over wat er naderhand met ze zou gebeuren.”

Ocharme Johan en Marianne. Kanonnenvoer voor Bergmans pennetje.

Want getrouwd – maar ook beurtelings bangelijk, blij, zelfzuchtig, dom, aardig, verstandig, opofferingsgezind, toegewijd, boosaardig, mild, sentimenteel, onuitstaanbaar en beminnelijk. En dat alles uitgesmeerd over zes taferelen die twintig jaar uit het leven van de fictieve Johan en Marianne beslaan. Twee decennia van gelukkig huwelijk, ontrouw, een uit elkaar gaan, weerzien, een pijnlijke scheiding tot wederkomst na jaren van vertwijfeling en het daaropvolgende wederzijds ongelukkige hertrouwen.

Wat begint als een hel, verandert in een zoektocht naar onvoorwaardelijke en belangeloze liefde vol scherpe en psychologisch ingeleefde dialogen. Bergman putte daartoe uit zijn eigen ervaring van bijna dertig jaar huwelijk en vijf echtgenotes: “Het kostte drie maanden om deze scènes te schrijven maar een tamelijk groot deel van mijn leven om ze te ervaren.”

Tijdreis
‘Scènes uit een huwelijk’ is, allereerst, een beroemde film – met onder meer Liv Ullmann en Bibi Anderson. ITA speelt ‘Scènes uit een huwelijk’ sinds het seizoen 2004-2005. Het is daarmee een van de langstlopende producties van het gezelschap. Nog steeds stroomt, ook wereldwijd, het publiek toe want er wordt nog altijd internationaal getoerd. In deze ontleding van het huwelijk wordt het stel Johan en Marianne gespeeld door drie acteurskoppels van verschillende leeftijden.

De voorstelling volgt hen in drie verschillende fasen van hun huwelijksleven. De toeschouwer is zo getuige van hun verleden, heden en toekomst, als was het een tijdreis door hun huwelijk.

De setting is een bijzondere. Jan Versweyveld, vaste scenograaf van regisseur Ivo van Hove, stelde op het podium drie gescheiden kamers op waarlangs het publiek zich gedurende de voorstelling, per scène, verplaatst. De twee hoofdrolspelers Johan en Marianne worden simultaan gespeeld door drie acteurskoppels. Ondertussen hoor je uit die twee aanpalende ruimtes stemmen opklinken, en doorkijkluikjes bieden zicht op hetgeen zich daar afspeelt.

Oercast
Celia Nufaar (1937) maakt deel uit van de ‘oercast’. In 2005 kreeg ze de acteerprijs voor beste bijdragende rol. Ook anno 2018 maakt ze nog altijd deel uit van de bezetting. “Eerst was er een reprise na vier jaar, na tien jaar – en nu dus opnieuw.

“Nooit gedacht dat ik dit stuk nog altijd zou spelen,” reageert de gelauwerde actrice. “In de loop der jaren heb ik zogezegd verschillende ‘dochters’ gehad,” vertelt ze. “Er zijn andere tegenspelers dan dertien jaar geleden, want de cast is mettertijd veranderd. Omdat iedere acteur een rol op zijn eigen manier inkleurt blijft het voor mij leuk en spannend om dit te spelen. Ik speel in dit stuk twee rollen: de moeder van Marianne en die van een cliënte van Marianne, die advocaat is. Als moeder kijk ik door de ogen van Marianne, schets het vooruitzicht dat zij in het verschiet ziet. Als cliënte kom ik bij Marianne mijn eigen echtscheiding regelen.”

De setting heeft haar in de beginperiode parten gespeeld. “Ik vond het eerst griezelig met publiek dat bij wijze van spreken bij je op schoot zit. Daar heb ik aan moeten wennen. Daarbij doorbreek ik geregeld ook nog eens de ‘vierde wand’; richt me soms dus rechtstreeks tot het publiek. Het is steeds weer spannend hoe mensen daarop reageren. De een kijkt weg, vindt wat ik doe kennelijk confronterend; een andere blijft juist geïnteresseerd naar me kijken.”

Met bijna vier uur zuivere speeltijd en geregeld tournees op het programma vergt ‘Scènes uit een huwelijk’ een behoorlijke inspanning. “Ik ga door zolang het gaat,” zegt de nu 81-jarige Nufaar. “Zolang ik mijn tekst kan onthouden en op het toneel goed kan bewegen, vind ik het prachtig om dit te kunnen blijven doen.”

ITA: ‘Scènes uit een huwelijk’. Van donderdag 13 tot en met zaterdag 15 september 2018 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: internationaaltheateramsterdam.nl. Tickets: hnt.nl.

Theaterbroedplaats en tweemans theatercompagnie

Bureau Dégradé in 2018-2019

In juni beleefde theaterbroedplaats Bureau Dégradé haar wittebruidsmaand. Founding Father Label Dégradé brengt in maart een voorstelling uit rond Bauhaus.

Het was volgens het tweetal David Geysen en Carl Beukman een eerste proeve en het einde van het begin. De openingsmaand van Dégradé werd ‘Dnalysatnaf’ – ‘Fantasyland’, maar dan omgekeerd – gedoopt. Met twee kunstmanifestaties: een twaalfuurs ‘Diptiek van het geloof’ waarin beeldende kunst, dans, en streaming video samenvielen, en anderzijds de theatermarathon ‘Triptiek van de macht’. Daarin werden de in voorgaande jaren eerder uitgebrachte Dégradé-voorstellingen ‘Motel Detroit’ (over Amerika), ‘Polonium-210’ (over Rusland) en ‘België’ (over Europa) gebundeld.

En dat op een en dezelfde dag achter elkaar gespeeld, noem het een ‘all the way’ Dégradé. ‘Dnalysatnaf’ werd verder omgeven door randprogramma’s, waaronder gesprekken en interviews.

Dégradé kent vele gezichten. Het is allereerst de winkel en het vehikel van theatermakers en voormalige ‘Appelaars’ Geysen en Beukman die de voormalige Appelloods hebben ingericht voor het voorbereiden van hun eigen producties. Maar aan de Laan van Poot moet de ruimte ook een theaterbroedplaats zijn.

“Zoals een architect eerst een ruwe schets maakt en dan een bouwtekening, zo willen we hier iedereen met een goed plan een kans geven, van theatermaker tot beeldend kunstenaar, van kok tot wetenschapper en van buurtbewoner tot nieuwkomer. Van de ‘schetsen’ die dat oplevert gaan we met de bedenkers bekijken of er meer toekomstmuziek in zit,” vertelt David Geysen.

Bureau Dégradé is naast een dynamisch atelier voor ideeënrijkdom, ook de vaste stek voor de try-out voorstellingen van Label Dégradé. In feite is het hun eigen experimenteerruimte voor zelfbenoemd ‘extreem beeldend geluidstheater’. “We proberen de grenzen op te rekken in beeld, geluid en tekst. ‘Extreem’ kan ook heel klein, zacht en minimalistisch zijn,” licht Carl Beukman toe. “Maar bij ons in ieder geval theatraal, multidisciplinair en met oog voor experiment.”

Na de ‘Diptiek van het geloof’ in juni volgt in november de ‘schets’ ‘Damnatio memoriae’. Een term uit de Romeinse oudheid die het wissen van een persoon of gebeurtenis uit de geschiedenis en het collectieve geheugen behelst.

“Wij gaan samenwerken met beeldend kunstenaar Gerolamo Lucente. Hij zal in opdracht van en voor ons een nieuwe cultus opzetten die het aanbidden van de kunst vertegenwoordigt. Zijn volgers zullen afkomstig zijn uit alle stadsdelen van Den Haag en een belangrijke rol vertolken in zijn werk. Gerolamo, kortweg Luca zal zijn figuur baseren op de omstreden Eliogabalus, de Romeinse keizer die verantwoordelijk was voor deze Damnatio memoriae.

Hoofdmoot voor Label Dégradé is in 2018-2019 een nieuwe productie rond de kunststroming Bauhaus, opleiding voor beeldend kunstenaars, ambachtslieden en architecten die van 1919 tot 1932 eerst te Weimar, later Dessau en daarna nog een jaar in Berlijn gevestigd was.

Geysen: “In 2019 is het honderd jaar Bauhaus. Zoals de school de muren tussen verschillende disciplines neerhaalde en met elkaar verenigde, zo willen wij naar het theater van de toekomst kijken.  Voor ons is het een must om daar een voorstelling over te maken. Dat doen we samen met beeldend kunstenaar Thijs ebbe Fokkens en kinetisch kunstenaar Nieke Koek. Bewegers, dansers, acteurs en performers maar ook mode en beeldende kunst komen samen op de vloer.”

Zouden wij vandaag de dag met een kunststroming de maatschappij nog kunnen vormgeven of veranderen?, zo vraagt het duo zich extreem hard af. De voorstelling wordt rond maart 2019 uitgebracht.

Meer informatie: degrade.nl.

‘Toneel is en blijft hoofdmoot’

550 voorstellingen bij Het Nationale Theater in 2018-2019

Bij Het Nationale Theater zijn tot nu toe zo’n 550 voorstellingen geboekt, en zijn de theaterzalen 325 dagen geopend. Alles bij elkaar zijn er 187.000 stoelen te verkopen.

Verwacht er cabaret, familievoorstellingen en jeugdtheater;  er klinkt geregeld (pop)muziek en muziektheater, bij tijd en wijle is er moderne dans, allerhande festivals strijken er neer, en nu en dan zijn er ook ‘theatercolleges’. Met drie programmeurs en drie programmamakers in dienst, vijf zalen van groot tot klein en nog eens drie incidenteel in te zetten zalen tot de beschikking, is HNT van vele markten thuis.“Toch,” zegt programmeur Marijtje Pronk van Het Nationale Theater (HNT) “is toneel de hoofdmoot bij ons. Dat maakt 60 tot 65 procent van ons aanbod uit.” HNT als oord van het woord? Pronk: “Ja, het woord voert bij ons de boventoon.”

De bandbreedte is dus enorm, kan eigenlijk ook niet anders gezien de zalen waar HNT de scepter zwaait: twee in de Koninklijke Schouwburg en twee in Theater aan het Spui. En met Zaal 3 aan het De Constant Rebecqueplein is er dan nog een theaterzaal voor jong talent. Nog afgezien van de goed geoutilleerde repetitiestudio’s waar soms voorstellingen plaatsvinden.

Van vlakke vloer  tot vertrouwd lijsttoneel: de ideale zaal heeft HNT steeds voorradig, ongeacht maker, theatergroep of voorstellingsgenre. Programmeur Miel van Teijlingen: “Leidraad in de programmering is naast de eigen producties die we uitbrengen ook een aantal terugkerende festivals en de voorstellingen van theatergezelschappen die we van nabij volgen. Dat samen vormt het hart van ons programma. We letten daarbij graag op actuele sociaal-maatschappelijke thema’s,” zegt Miel van Teijlingen, die bij HNT met name de vlakkevloerzalen van Theater aan het Spui programmeert. “Maar nog belangrijker is de vraag voor wie je programmeert. Het publiek staat voorop.”

Bij HNT, stadsgezelschap en stadstheater in een en dezelfde hand, zijn in 2018-2019 alle toonaangevende toneelgezelschappen en -makers te gast. Van de grote, landelijk opererende toneelgezelschappen en vrije producenten tot uiteenlopende middelgrote en kleine initiatieven. “Wunderbaum”,  zegt Van Teijlingen, “echt een van mijn favorieten. Het collectief legt de maatschappij onder een vergrootglas en weet daar lichtvoetige theatervormen voor te vinden. Op sluwe wijze verrassen die, leiden er soms toe dat je je mening over het vraagstukken dat ze aandragen nogal eens zult bijstellen.” Dit seizoen komen ze langs met ‘De geschiedenis van mijn stijfheid’, een zoektocht naar wat de Nederlandse identiteit is. Hij houdt van de voorstellingen van performance-collectief Urland en kijkt uit naar de talenten-tak van De Warme Winkel met ‘De halve Ring’. “Trouwens” zegt Marijtje Pronk, “De Warme winkel komt ook langs in de KS, met ‘Gesualdo’, een samenwerking met het Nederlands Kamerkoor. Van Teijlingen breekt ondertussen een lans voor theatermaker Lies Pauwels. “Zij maakt een voorstelling met zeven psychisch kwetsbare jongeren, drie ‘fashion models’ en … een priester.”

Marijtje Pronk programmeert met name de KS-zalen. Ze tipt ‘Scènes uit een huwelijk’ van Internationaal Theater Amsterdam, opvolger van Toneelgroep Amsterdam. “Het publiek verplaatst zich per scène. Hierdoor maakt regisseur Ivo van Hove verleden, heden en toekomst van een liefdespaar tastbaar. Ook ‘Driving Miss Daisy’ heeft bij voorbaat haar hart gestolen. “Over een bijzondere vriendschap in de zuidelijke staten van Amerika  tussen de oudere weduwe Miss Daisy, gespeeld door Anne Wil Blankers, en haar chauffeur.”

Benieuwd is ze naar ‘King Lear’ van Toneelgroep Maastricht, “Shakespeare gespeeld door onder anderen Huub Stapel, Porgy Franssen en Wilfried de Jong.”
Van ‘Laatste paar dagen’ heeft ze al een eerste schets gezien. Esther Scheldwacht en Kees Hulst delen het podium in deze vertelling over een man op leeftijd die op de intensive care van een ziekenhuis belandt. “Esther schrijft na de monologen ‘De Sunshine Show’, ‘Op een Mooie Pinksterdag’ en ‘Helga Maria Baumgarten’ voor het eerst een dialoog.” Daria Bukvić tekent voor de regie. En dan is er ook nog ‘Vasalis. Altijd vandaag’ met Bram van der Vlugt en Nettie Blanken, zegt Pronk.

Ook in de bovenzaal van de KS, Het Paradijs, is er geregeld toptoneel, vertelt Pronk. “Jeroen De Man, vaste regisseur bij HNT, wilde graag dat onze acteurs elkaar ook buiten werktijd zien. Hij heeft toen ‘Studio Paradijs’ bedacht, een soort ‘De vloer op’. Iedere eerste maandag van de maand, alles in een informele setting.  “Het publiek kan na afloop vragen stellen,” zegt Pronk.

Iets nieuws: ‘De Alles Komt Goed Zondagmiddag Show’ met Peter Heerschop. Heerschop belooft van december tot en met medio mei met regelmaat ‘een zondagse vertaling van seks, drugs en rock ’n roll in geloof, hoop en liefde’ in de foyer van Theater aan het Spui.
Nog zo’n speciaal programma zijn de ‘… is HOT’ -avonden. Daarin legt HNT een koppeling met de staat van de dag en de eigen producties.

Naast toneel is ook strooigoed in de vorm van cabaret (onder anderen Tim Fransen, Youp, Freek, Brigitte Kaandorp, Claudia de Brey, Arjen Lubach en Rayen Panday), muziek en liedjesprogramma’s (Ellen ten Damme, Spinvis, Janne Schra, Raymond van het Groenewoud, Di-rect en Herman van Veen).

Voor jeugd en familie zijn er festival ‘De Betovering’ (najaar), een serie met theaterschool Rabarber en een ‘Monstermania’ met Meneer Monster (rond kerst) en ‘Lentekriebels’ (voorjaar). Ten slotte is HNT festival-spot. Voor Today’s Art, dat er terugkeert Afrovibes, Dag in de Branding, Crossing Border, Winternachten en uitlopers van CaDance.

Maar eerst is er de aftrap. In beginmaand september zijn er, net als vorige seizoen, topvoorstellingen bij elkaar gebracht, soms uit eigen vat, zoals ‘Boedlink’ (NTjong, 14+) en ‘The Nation’. Ook hebben de YoungGangsters in september een vast plekje in de buitenruimte van het Spuiplein veroverd. Dit jaar komen ze met ‘Disasterlicious’. Van Teijlingen: “Zij hebben een heel vette, spectaculaire en Amerikaanse, actiefilm-achtige stijl.”

hnt.nl

Koninklijke Schouwburg wordt waterval

Het Nationale Theater met onderwaterspektakel Ondine

‘Ondine’ is een licht bijtend zoutwaterspektakel in en om de Koninklijke Schouwburg. Watertanden met waternimfen en een middeleeuws aandoende ridderfiguur.

Nederland waterland. Het Nationale Theater (HNT) en Toneelgroep Oostpool nemen dat met ‘Ondine’ vrijwel letterlijk: de Koninklijke Schouwburg wordt drie aaneengesloten weken lang van binnen én buiten omgetoverd in een sprookjesachtige waterwereld. Zo wordt in de edele zaal de orkestbak veranderd in een plonsbak die is gevuld met liefst 12.000 liter water – een samenwerking aangegaan met drinkwaterbedrijf Dunea. Het is niettemin te hopen dat deze stunt door HNT van een behoorlijke overstromingsverzekering tegen eventuele waterschade is voorzien.

Als joch groeide regisseur Jeroen De Man op recht tegenover het Sportfondsenbad in Amersfoort. “Ik heb aan waterpolo gedaan en ben ook gefascineerd door eb en vloed,” vertelt hij over zijn begeestering voor water. Bij ‘Ondine’ kan hij zijn schik in water en watermanagement volop kwijt. Want na de vampiers eerder dit seizoen laat regisseur Jeroen De Man zich bij HNT nu met ‘Ondine’ verleiden door bevallige bovennatuurlijke wezens: het genre van de waternimfen. “Klopt,” lacht De Man als ik hem in de HNT-studio’s spreek, “dit is voor mij wel het seizoen van de fantasie.”

Mythologische ondines leven in bospoelen en watervallen, en hebben een prachtige stem of lokroep die soms gehoord wordt boven het geluid van het water uit. Uiterst verleidelijk wezens zijn het, onsterfelijk, en bijzonder is ook dat de ondine geen ziel heeft. Door een mens te huwen kunnen ze er wel eentje winnen.

In de spektakelvoorstelling ‘Ondine’ bij HNT trekt ridder Hans ridder von Wittenstein zu Wittenstein door het Woud. Hij krijgt een bed en eten bij een oud visserskoppel. Daar maakt hij kennis met hun vreemde maar beeldschone dochter Ondine. Hij wordt op slag verliefd op haar.

Pas nadat Ondine hem heeft ingepalmd vertelt ze hem dat ze een waternimf is. Hans neemt haar mee het Koninklijk hof, waar de jaloerse gravin Bertha haar liefdesconcurrent wordt. Met noodlottige gevolgen. ”Op veel vlakken een fantastisch verhaal, krachtig en poëtisch opgeschreven, ook op psychologisch niveau.” Dan, lachend: “Hoe praat een nimf met een ridder, hoe communiceren ze? En heeft ze goeie argumenten?”

Hardop dromen
De Franse schrijver Jean Giraudoux heeft van de in oorsprong Germaanse vertelling in 1938 toneel gemaakt. Het stuk is, enige jaren nadat het verscheen, gespeeld door de gouwe ouwe Haagse Comedie. Dat was in de beginjaren, in 1952, in een regie van Cees Laseur en met Heleen Pimentel als Ondine. Zij werd destijds uitgeroepen tot ‘Actrice van het jaar’. “Ik zag het inderdaad toen ik onlangs het jubileumboek ‘40 jaar Haagse Comedie’ doorbladerde,” vertelt De Man.

Nadat hij Giraudoux’ toneeltekst voor het eerst had gelezen was De Man ervan overtuigd dat het stuk te omvangrijk zou zijn om anno nu te kunnen opvoeren: te veel personages, te veelomvattend.

“Maar bij HNT mag hardop gedroomd worden,” zegt hij. “En zo zijn we uitgekomen op drie weken lang spektakeltheater. En we kunnen extra uitpakken omdat we met deze productie niet op reis door het land gaan. Wat dat uitpakken betekent?

Straks bevolken liefst 19 topacteurs de set, dat aspect alleen is al een waar spektakel. Sommigen van hen maken via het water hun opkomst. Verder is er een groots decor en komen er onnoemelijk veel kostuums voorbij, is er een hoop gegoochel met rekwisieten waaronder een windmachine, en komt er een dosis illusionisme en magie aan te pas.” Het eindresultaat moet het midden houden, aldus De Man, tussen een ambachtelijke en experimentele ervaring.

“We willen er echt een ‘belevium’ van maken. Met soms oprechte en intieme emoties, bij vlagen volstrek ridicuul en knotsgek.” Te midden van het waterballet wordt ook gezorgd voor een viskraam, een kraanwatercocktailbar en een pop-up terras.

Modern sprook
Ondine. Een watersprookje, maar niet met een ‘happy end’. Als de Koning der Watergeesten wraak komt halen wordt de burcht van de Wittensteins overspoeld, de geesten van het liefdespaar worden verruïneerd. De fonteinen van het paleis spuiten meters hoog. De wereld huilt.

“Simpel en onverbiddelijk,” verklaart De Man het tumultueuze slot. “Het gevaar dat van water uitgaat is groot. Ridder Hans merkt op een gegeven moment dat het water zich tegen hem keert, zegt dat hij zelfs waterleidingen voelt trillen als hij erlangs loopt.” Mooi vindt De Man dat, om bij tijd en wijle middeleeuwse taal en segmenten te mengen met elementen uit deze tijd. “Uiteindelijk mondt Hans’ avontuur uit in het verbreken van een verdrag. Da’s dan weer erg modern.”

Zomerzindering
Een echte zomerprogrammering in de Koninklijke Schouwburg krijgt aldus waarlijk haar beslag. Ook in de komende jaren lijkt die ontwikkeling door te zetten, want in de zomer van 2019 gaat regisseur Theu Boermans er aan de slag met een muzikaal toverstokje.

Het Nationale Theater speelt ‘Ondine’ van 19 juni tot en met 7 juli 2018 in de Koninklijke Schouwburg. Met o.a.: Hein van der Heijden, Sylvia Poorta, Evgenia Brendes, Vincent Linthorst, Mark Rietman, Jaap Spijkers, Joris Smit, Stefan de Walle e.v.a. Meer informatie: hnt.nl.