Brexit breaks

Koerswijziging bij Royal National Theatre onder Rufus Norris

Met een nipte 51,9 procent kozen vorig jaar welgeteld 17 op een bevolking van 63 miljoen Britten voor een ‘splendid isolation’. Met My Country blikt het Royal National Theatre nu ‘nation wide’ terug op de veldslag die voortduurt. Een ooggetuigenverslag rond een stille revolte.

Hoe zat het ook weer? Toenmalig premier David Cameron deed de gelofte van een bindende volkspeiling als zijn partij de parlementsverkiezingen van 2015 zou winnen. Hij won. Het beloofde zoethoudertje bleek al snel een splijtzwam die het land na referendumdag 23 juni 2016 vrijwel direct in een constitutionele en identiteitscrisis stortte.

Opvallend aan de uitslag was dat een minieme meerderheid in Engeland en Wales vóór een brexit was, terwijl Schotland en Noord-Ierland voor ‘remain’ hadden gekozen – in Schotland zelfs in alle kiesdistricten. Ook district Londen, dat een groot deel van zijn omzet uit continentaal Europa haalt, stemde in meerderheid voor een verlenging van het verblijf in de EU.

‘Gefeliciteerd met jullie verkiezingsuitslag, ’opent Rufus Norris, artistiek directeur van het Royal National Theatre (NT). De uitslag in polderland is dan nauwelijks een enkele dag oud. ‘Het populisme is een halt toegeroepen.’ Norris staat het van overzee overgekomen Nederlandse journaille te woord, op de dag nadat Schotland aankondigde zélf een volkspeiling te willen over de aanstaande uittreding. In feite een anti-brexit referendum. De openingswoorden van Norris leggen meteen zijn engagement bloot. Twee jaar geleden werd hij als succesvolle toneel-, opera, en filmregisseur (o.a. Critics Circle Award, Olivier Awards) aangesteld bij NT, na eerst een periode als ‘associate director’. Het is zijn opdracht om het door Laurence Olivier in 1963 opgerichte gezelschap bij de polsslag van de moderne tijd te halen.

En dat is exact wat hij met My Country; a work in progress doet – maar ook door zijn stuk te programmeren tegenover ‘panklare’, aldus Norris, klassiekers zoals Hedda Gabler (regie: Ivo van Hove) en Twelfth Night – terwijl hij zelf als regisseur ‘nimmer een Shakespeare, Ibsen of Tsjechov’ onder handen heeft genomen.

Highground
Met een brief die eind mei op de Brusselse deurmat plofte, startte de Britse premier May in formele zin de onderhandelingen met de EU, die exact twee jaar mogen duren. ‘Maar vergis je niet,’ zegt Norris, ‘na een jaar van politiek geharrewar is er hier nog steeds geen sprake van een doordacht uittredingsplan.’ In zijn betonnen ‘head quarter’ aan de eeuwigdurend kabbelende Thames slaakt Norris die verzuchting eventjes later nóg eens, om te onderstrepen dat het nu allemaal lang niet meevalt, daar aan gene zijde van de Noordzee.

Daar, nabij financieel grootverdienerscentrum The City, aan de Londense South Bank, oogt Norris oprecht boos, lijkt hij bijna een jaar na dato nog altijd aangedaan over de uitslag van het referendum. Dat, volgens hem, op verkeerde motieven werd ingezet en waarvoor het meerderheidsbesluit tot uittreding al helemaal op verkeerde gronden werd genomen. Want de brexit is in de ogen van Norris vooral een verhaal van manipulatie. Door de politiek, door politici en de media, van de Britse ‘moral highground’ die zich liet verrassen, en van Britten die bang werden gemaakt voor arbeidsmigratie, vreemdelingenhaat en vluchtelingenvraagstukken. Norris kijkt er met zijn Afrikaans/Maleisische roots nog steeds vreemd van op.

Polsslag
De tekst voor My Country is afkomstig van de Schots/Britse ‘dichter des vaderlands’, toneelschrijfster en universitair poëzieprofessor Dame Carol Ann Duffy (The World’s Wife en The Bee), en komt voort uit zo’n 75 lange vraaggesprekken die Norris’ team in het najaar voerde met bewoners uit alle genoemde landsdelen. ‘Ik heb de kerstdagen doorgebracht met het luisteren naar de tapes,’ zegt Norris. Op haar beurt verwerkte Duffy die vervolgens tot een allegorisch opgebouwde tekst rond een Romeins gehelmde Lady Britannia.

Gezeten achter lestafels mogen ook de ‘personages’ East Midlands, Northern Ireland, North East, South East, Caledonia en Wales (Cymru) in monologen en korte dialogen hun zegje doen omtrent de brexit. Nadat de Davids en Deirdres zich veelal in eigen taal en tongval hebben gewenteld in woorden over patriottisme, vreemdelingenhaat of (de idiotie van) Europese regels, krijgt Lady Britannia stevig de oren gewassen vanwege vermeend ontbrekend leiderschap. Zij gaat daarop los in monologen die stevig zijn geënt op bestaande politieke redevoeringen die David Cameron, Theresa May, Boris Johnson en Nigel Farage hielden.

Met de nodige slagen om de arm en omgezet in Nederlandse begrippenparen kibbelen in My Country landelijke, provinciale en regionale kopstukken met local heroes onder leiding van een geharnaste Willem van Oranje over de voor- en nadelen van het EU-lidmaatschap. Met nog wat meer fantasie kruisen door die bril gezien figuren als pak ‘m beet Jos van Rey, Hans Wiegel, Ahmed Aboutaleb, Freek de Jonge, Leon de Winter, Ramsey Nasr, Jan Mulder en/of Bennie Jolink de degens met elkaar over het vraagstuk dat hier de Randstad tegen de rest zou kunnen heten.

‘Luisterprojecten’
Maar over de brexit is al zoveel gezegd en geschreven. Wat kan Norris stuk daar nog aan toevoegen? Die vraagstelling geldt ongetwijfeld voor Britten – en welzeker voor Nederlanders. Norris ‘listening project’ loopt bovendien het risico dat het bijna dagelijks tekstueel moet worden bijgesteld omdat er dag op dag nieuwe ontwikkelingen zijn op dit vlak. My Country is daarbij niet wat je noemt beeldend theater, de productie oogt veeleer als een wat mager aangekleed anderhalf uur durende rondetafelconferentie met nu en dan een vrolijk intermezzo. De vraag is gewettigd of hetgeen Norris in stelling brengt hier te lande de kans krijgt om te resoneren, ook al heeft het Holland Festival het etiket ‘democratie’ als thema op het festival geplakt – hoewel door die bril bezien, eerlijk is eerlijk, het stuk uitstekend op z’n plek is.

Norris wil in de toekomst meer ‘listening projects’ uitbrengen. ‘Er moet meer naar elkaar geluisterd worden, al is dat soms best lastig als mensen aldoor ‘tegen’ zijn. Maar bij NT willen we de stem van het volk letterlijk meer laten doorklinken. Dit type theater is daar geknipt voor. Het is onze bijdrage aan de vestiging van meer ‘oral history’,’ zo vertelt Norris. Want: ‘Niemand kan louter met de mobiele telefoon in de hand het leven leiden, zonder onder de mensen te komen. De kerken zijn leeggestroomd. Maar plekken voor samenkomst en het delen van ervaringen blijven nodig. Het theater moet dat beseffen.’ Zijn conclusie: het mag een pondje meer. ‘We have to engage.’

My Country; a work in progress is op woensdag 7 en donderdag 8 juni 2017 te zien in het Holland Festival. Locatie: Stadsschouwburg Amsterdam (Rabozaal). Met Nederlandstalige boventiteling.

In de mallemolen van het leven

Noord Nederlands Toneel maakt theater van dansmarathons

Een uitputtende competitie, gadegeslagen door verveelde toeschouwers. 1491 uur samengebald in 105 minuten. Acteur Bram van der Heijden over Carrousel: “Na afloop ben ik kapot.”

“Er zijn in mijn leven verschillende momenten geweest dat ik echt niet meer kón,” vertelt acteur Bram van der Heijden. “Bijvoorbeeld toen ik hier in Groningen op een bankje zat en mijn toenmalige relatie stuk was gelopen, terwijl ik juist daarvoor aan mijn avontuur bij het Noord Nederlands Toneel was begonnen. Zó erg vond ik dat, té dramatisch voor woorden. Van de weeromstuit begon ik toen hardop te lachen. Of de keer dat ik tijdens het repeteren aan deze voorstelling een bepaalde scène op me nam, maar me niet realiseerde dat die me totaal zou uitputten. Ik moest die namelijk zo’n 35 keren herhalen om ‘m goed in de voorstelling in te kunnen passen.”

Doorgaan, doorgaan, doorgaan. Doorgaan tot je niet meer kunt. Choreograaf/regisseur Guy Weizman baseerde bij het Noord Nederlands Toneel de voorstelling Carrousel op They shoot horses, don’t they?’, het in 1969 door Sydney Pollack verfilmde boek. In allebei draait het om een dansmarathon, zoals die zich ten tijde van de ‘big depression’ in de jaren dertig van de vorige eeuw daadwerkelijk in Amerika voor hebben gedaan. Armen deden mee aan de happenings, die eigenlijk een afvalrace waren, om niet meer dan een grijpstuiver te kunnen verdienen, terwijl iets minder armen vaak verveeld toekeken. Verveeld ja, want de langste van die marathons duurde dik zestig dagen. De ellende van de één, was de glimlach van de ander.

In Carrousel sleuren de acteurs van het Noord Nederlands Toneel (NNT), de dansers van Club Guy & Roni en de muzikanten van Asko|Schönbergs K[h]AOS je mee in zo’n eindeloze competitie. “We stappen in als er in werkelijkheid al dertig dagen van die marathon voorbij zijn,” zegt Van der Heijden. “We dansen dan allang niet meer, beperken ons tot bewegen. Het is meer een hangen, slaapwandelen. Vergis je niet: in de echte marathons stierven deelnemers. In onze voorstelling zie je vijf koppels die worden opgezweept door een spreekstalmeester, gespeeld door performer en Zwaan-winnaar 2014 Igor Podsiadly. Elk stelletje worstelt, letterlijk, om overeind te blijven maar kampt ook met levensvragen. Ik vorm een koppel met Nadia Amin. De wolk die boven ons zweeft heeft te maken met een kinderwens, maar we zijn samen niet in staat om kinderen te verwekken.”

Van een hoofdrolspeler is in Carrousel geen sprake. Van der Heijden, onder meer bekend van Borgen, Tsjechov, Rembrandt en ik en de tv-serie Centraal Medisch Centrum: “De vijf stellen zijn allemaal even belangrijk: we dansen en blijven dansen. Het gaat om het groepsgevoel, het is niet de bedoeling om in je eentje te schitteren. Ik ben maar een spaak in het wiel.”

Zo lijkt het of de voorstelling wel wat van teamsport weg heeft. “Toch gaat het ons veel meer om de metafoor: de mallemolen van het leven die zonder aanzien des persoons altijd maar doordendert. Zeker, de dansmarathons waren een fenomeen, een tijdverschijnsel, maar bij ons is het gegeven belangrijker dat de menselijke soort het in zich draagt om zich moedwillig zelf te willen uitputten. Totdat ie helemaal verzuurd is. Dat verschijnsel is universeel. Na afloop ben ik zelf vaak kapot moe, maar soms doe ik energie op, bijvoorbeeld als er veel chemie is tussen de spelers en het publiek. Die wisselwerking is van levensbelang in het theater.”

Sinds 1 januari is Guy Weizman naast artistiek directeur van Club Guy & Roni ook artistiek directeur van het Noord Nederlands Toneel. Beide gezelschappen maken nog steeds eigen voorstellingen, maar werken ook veel samen. Bram van der Heijden, die ook wel in dansproducties aantrad, onder meer van Ann van den Broeck. “Ik behoor inmiddels tot de ‘oude’ garde, klopt, al ben ik pas 31, want ik werkte voorheen al bij NNT onder Ola Mafaalani. Ik vind het echt een bijzonder gezelschap, met iemand die van oorsprong choreograaf is aan het artistieke roer. Dat leidt tot voorstellingen die ‘anders’ zijn ingestoken, brutaler van toon en wat experimenteler van karakter. Voor doorgewinterde toneelkijkers is het boeiend om te zien hoe een dansmaker theater maakt, en vice versa is het voor dansfans een eyeopener om te zien hoe drama zich ontrolt.”

Carrousel van Noord Nederlands Toneel is op zaterdag 27 mei 2017 te zien bij Het nationale Theater, locatie Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl of nnt.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

Zingen als een god in Frankrijk

Franse chansons in Vive la France 2

Hoe bereik je het oh là là -gevoel? Luister naar de muziek van zoete Franse herinneringen! Met ‘De mooiste chansons ontkurkt’ boek je een reis langs chansons uit ‘la douce France’.

Iedere straathoek, ieder plein, misschien wel iedere straatsteen in Parijs, heeft een gezongen geschiedenis. Zo lijkt het, al is het Franse chanson tegenwoordig vaak vervallen tot een vercommercialiseerde poppenkast in toeristische cafés op Montmartre. Sterker: Het Franse chanson bestáát eigenlijk niet, zo betoogt althans hoeder van bedreigde muzieksoorten Vic van de Reijt droogjes in het boekwerkje bij de driedubbel-CD Les meilleurs 69. Tussen haakjes: Geniale titel natuurlijk, ook omdat het merendeel van de chansonniers en chansonnières de liefde er in alle (on)denkbare toonaarden bezingt, van dweepzieke schaduwkant tot aan genotziek gehijg. Strikt genomen heeft Van de Reijt met zijn vaststelling gelijk.

Want ga maar na. Aznavour? Een geboren Armeen. Adamo is de zoon van een Italiaanse mijnwerker die bij Luik opgroeide, Dalida werd geboren in Cairo, en Brel was een Vlaamse Brusselaar. Hallyday? Een Belg. Moustaki een Griek. En Vartan de dochter van een Bulgaarse orkestleider. Daar staat tegenover dat het Franstalige repertoire wereldwijd vele klappers heeft voortgebracht, al weten weinigen dat, bijvoorbeeld, Sinatra’s My Way van Claude François afkomstig is (Comme d’Habitude), of dichter bij huis dat Sonneveld (Het Dorp) schatplichtig is aan Jean Ferrat.

‘Neem Willeke Alberti’s Spiegelbeeld,’ vertelt Rolf Koster. ‘Mensen reageren verrast als we de Franstalige versie van Johnny Hallyday inzetten. Koster rijgt in het programma Vive la France 2: De mooiste chansons ontkurkt met Renée van Wegberg en Philippe Elan plus een combo (piano, gitaar/bas) pareltjes uit het zoete zuiden aaneen: van Aznavour, Bécaud, Fugain, Brel, Dalida, Lenorman, Clerc, Piaf en Adamo tot Stromae.

Het is voor Koster nog een hele toer geweest om het Franse repertoire vloeiend uit de keel te krijgen nadat hij was gevraagd voor dit programma: ‘Ik ben opgegroeid met de populaire Engelse songs, en als Achterhoeker ook wel met Duitse schlagers. Ik kende het chanson tot voor kort alleen van de bekende hits zoals van Les Poppys, Piaf en Dave bijvoorbeeld.’ Er is een wereld voor hem opengegaan. ‘Ik ben op de taal gaan studeren om de uitspraak van die ronde, lyrische taal goed te krijgen en om preciezer te weten wat je zingt, want ‘Comme d’Habitude’ is iets heel anders dan ‘My Way’.’ Dat is kennelijk goed gelukt, want aan de reacties merkt hij ‘dat zelfs mensen die het Frans niet bijster machtig zijn, de strekking van de liedjes begrijpt’.

De mooiste chansons ontkurkt is een vervolg op een eerdere tournee. ‘Net als toen is ook deze keer gekozen voor een afwisselende opbouw. ‘Dat gaat van een lach tot een traan – en daarbij mag ik nu en dan ook zorgen voor de komische noot,’ zegt Koster, die vooral in musicalland bekend is (Les Misérables, Cyrano, Sweeney Todd, Rocky over the rainbow II) en in de klucht Wordt U al geholpen? de rol van Mr. Humphries speelde. ‘Verder is er in dit theaterconcert geen rode draad.’

Vive la France 2: ‘De mooiste chansons ontkurkt’ is te zien in Diligentia op donderdag 25 mei 2017. Meer informatie: diligentia-pepijn.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 361 05 40.

Alfamannetje in afkalvend territorium

Toneelgroep Maastricht en Ilja Leonard Pfeijffer over Bram Moszkowicz

‘De advocaat’ laat zich ervaren als een Shakespeareaans koningsdrama over de zelfverkozen ondergang van een topadvocaat, Bram Moszkowicz.

‘Moszkowicz’. Dát zou de titel van het stuk worden. Maar het liep anders, en nu heet het ‘De advocaat’. Toneelgroep Maastricht veranderde de naam van het stuk, geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer, nadat zij daartoe gesommeerd werd door Moszkowicz Advocaten. Deksel op de neus. Waarom? Cineast Max Moszkowicz junior heeft de familienaam als merk laten registreren en wil niet dat de toneelgroep ermee aan de haal gaat, zo liet het gezelschap zes weken geleden weten. ‘Hoewel ik van mening ben dat Max de geslachtsnaam Moszkowicz niet kan monopoliseren – het toneelstuk gaat immers over zijn oom Bram – heeft Toneelgroep Maastricht uit proceseconomische motieven besloten gevolg te geven aan de sommatie”, klonk het o, ironie, bij monde van hun advocaat.
Een strafrechtadvocaat uit Maastricht die de beste van Nederland moet worden. Omdat zijn vader de beste was. Een vader die hij niet mag teleurstellen. “In ons verhaal wil Bram Moszkowicz geen rol meer spelen en stapt eruit,” zegt regisseur Michel Sluysmans van Toneelgroep Maastricht. “Op het hoogtepunt van zijn succes brengt hij zichzelf willens en wetens ten val. Alleen door de grootste teleurstelling in zijn vaders leven te worden, kan er voor de ideale zoon ruimte komen voor zijn eigen, nog te schrijven verhaal. Ilja Leonard Pfeijffers geesteskind is een verhaal van verborgen verdriet en de daaruit voortvloeiende permanente ondraaglijke druk om te slagen,” zo vat Sluysmans het bondig samen.

’De advocaat’ heeft de ondergang van wonderboy Bram Moszkowicz, tot een paar jaar geleden de bekendste advocaat van Nederland, als scharnierpunt. Porgy Franssen speelt gloedvol de titelrol in het stuk, dat Pfeijffer vrijelijk baseerde op het leven en de carrière van de strafpleiter die omgeven met veel publicitaire tamtam in 2013 uit het ambt werd gezet.

“Het stuk is opgezet als een Shakespeareaans koningsdrama,” aldus Sluysmans, “met Bram Moszkowicz als koning. Hij komt tot het besluit om zichzelf te onttronen. In het stuk doet hij er alles aan om zijn maatschap failliet te laten gaan en geschrapt te worden uit het Landelijk Advocaten Tableau. Hij komt daartoe vanwege de ondraaglijke druk die hij aan den lijve voelt, druk die uit het verleden komt. Hij torst de geschiedenis van zijn familie en zijn gezien met zich mee, een geschiedenis die teruggaat naar de Tweede Wereldoorlog en een vader die vond dat zijn zoons móesten slagen en daarna de maatschap in moesten, en moesten slagen. Pfeijffer laat hem zeggen: ‘Ik voel me als een acteur die als zichzelf verkeerd is gecast want ik speel de hoofdrol in een stuk dat niet geschreven is door mezelf.’”

Feit of fictie?
“Het stuk is geen reconstructie van de werkelijkheid. Pfeijffers tekst behoort nadrukkelijk tot het terrein van de fictie. Daar speelt Ilja Pfeijffer eigenlijk altijd mee. De premisse dat hij zichzelf te gronde heeft gericht, is natuurlijk verzonnen. Maar toen ik in de aanloop van dit project sprak met Bram Moszkowicz om hem te vertellen waar dit stuk over ging, toen bleef hij even heel stil. Een daarna: ‘Misschien zit u wel dichterbij de waarheid dan ik zelf zou durven vermoeden’. Dat is werkelijk een briljant antwoord, vooral omdat hij daarmee ons gelijk noch ons ongelijk bevestigt. Van dit soort zinnen wemelt het in ‘De advocaat’, het soort taal dat van dubbelheid en ironie aan elkaar hangt. Pfeijffer speelt daar heel erg mee. Ilja heeft ook een aantal liedjes voor dit stuk geschreven – in elke voorstelling van ons zit live muziek – en die zijn door Vincent van Warmerdam op muziek gezet.”

Heeft Moszkowicz het stuk zelf ook gezien? “Voor zover ik weet is dat niet het geval. Ik heb hem wel het stuk opgestuurd en weet zeker dat hij het heeft gelezen. Maar ik heb hem nog niet in het theater gezien. Ik kan me dat ook wel voorstellen, want iedereen gaat dan natuurlijk via hem naar het stuk kijken. Maar ik houd stille hoop dat hij nog ergens opduikt of incognito in de zaal zit.’

‘De advocaat’ van Toneelgroep Maastricht is op vrijdag 12 mei 2017 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl of toneelgroepmaastricht.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

De nietigheid van het aardse leven

Toneelschuur Producties brengt ‘Het leven is droom’

‘Het leven is droom’ is een Spaans barokfeest en taalbouwsel ineen. Over de mogelijkheid van vergeving in een wereld die dat eigenlijk niet verdient.

Is het leven ‘echt’? Ik kan alleen door mijn eigen ogen kijken. Stel dat alles wat u en ik tot nu toe meemaakten niets meer is dan een droom: knijp ’s in m’n arm. Of dat het ‘heel-al’ in werkelijkheid de schaalgrootte heeft van een lavalamp. Met paraffine-eilanden die als universa met elkaar in botsing kunnen komen, in elkaar kunnen opgaan. Met onszelf daarin ronddobberend als nietige microbes. Onwetend, en dus kan iets of iemand ‘zomaar’ met een ‘knip’ de schakelaar omzetten. En weg is alles, een uiteenspattende zeepbel.

Sigismond, de hoofdpersoon uit Calderón de la Barca’s Het leven een droom (1635), meent dat het leven een zinsbegoocheling is: ‘De rijke droomt zijn geld, dat hem geen gemoedsrust geeft; de arme dat hij leeft in de armoe die hem kwelt; en wie met geweld hogerop wil, droomt wie rooft, krenkt slooft.’ Hij is als pasgeborene door zijn vader, de koning Basilius, in een toren opgesloten omdat in de sterren geschreven staat dat hij een tiran wordt die zijn vader de kop verplettert. Maar oud, wijs en twijfelzuchtig geworden, haalt Basilius hem bij wijze van proef-voor-één-dag uit de donjon, laat hem koning zijn. Onmiddellijk komt de jongen in opstand en staat zijn vader naar het leven. Die werpt hem daarop weer in de kerker. Nadat Sigismundo is bevrijd door rebellen, breekt een spannend moment aan in de toneelliteratuur: Sigismond spaart het leven van zijn vader.’

Calderón de la Barca is de ‘Shakespeare van Spanje’ – al blijven zijn karaktertekeningen achter bij de weergaloze existentiële vertwijfeling die de Brit aan zijn personages wist te ontlenen. Hij was jezuïet maar ook militair, vocht met de Spanjaarden tegen de Nederlandse rebellen in de slag van Breda. Calderóns magnum opus geldt als een filosofisch en allegorisch meesterwerk uit de Gouden Eeuw van de Spaanse literatuur. De ethiek, daar gaat het hem om in dit stuk, geschreven door een man die gelooft in een van god gegeven gezag. Aan elke zin proef je dat de schrijver zijn hele wereldbeeld in één toneelstuk heeft willen vatten, doceert dat de wetten van de horoscoop, lees: het noodlot, teniet kunnen worden gedaan door een nobele daad te verrichten. Die vervluchtigt nooit, ook niet in de diepste droom.

Eens in de zoveel tijd duikt het stuk op in Nederland. De Haagse Comedie bijvoorbeeld speelde het in 1979, met Eddy Brugman, Kees Coolen, Marjon Brandsma, Anne-Marie Heyligers en Carl van der Plas. De jonge regisseur Olivier Diepenhorst (1984) kwam met Calderóns virtuoze taalbouwsel in aanraking toen Johan Simons de filosofische komedie in 2005 bracht. De verzen die doorbuigen van de poëzie op rijm, stalen meteen zijn hart. Hij noemt het ‘een taalfeest’. “Oude woorden die tot leven komen. Ik was op slag verliefd op die kunstmatig aandoende taal, op die Polymetrische verzen die over elkaar heen buitelen en rijmschema’s die door elkaar lopen. En dan dat mesjokke gegeven: besta ik wel echt?” Diepenhorst wil met dit stuk hardop dromen, over hoe in roerige tijden zin en richting te geven is aan het bestaan. “Het is een sprookjesachtig verhaal, maar in die vernuftige verzen klinkt een duistere ondertoon door.”
In zijn regie valt het aanstekelijke spel op in de twee uur durende productie. “Ik wilde mensen van vlees en bloed. Maar hoe je dat met die taal? Die zit soms ook in danig de weg. We doen daarom alsof we op zolder spelen, tussen lakens en schuifdeuren. Dat prikkelt de verbeelding. En zo kunnen de acteurs ook zelf beter invulling geven aan hun rol(len).” Het is smullen geblazen voor doorgewinterde toneelfans.

Toneelschuur Producties: ‘Het leven is droom’. Op woensdag 11 en donderdag 12 mei 2017 in Theater aan het Spui. Meer informatie: hnt.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

 

Ontgroenen op leven en dood

De Nieuwkomers van Orkater in ‘mindfuck’ Rumspringa

Wie ben je nog als je eigen verleden compleet op losse schroeven komt te staan? iona&rineke maakten samen met rockband Shaking Godspeed een voorstelling rond de ‘rumspringa’. Over vasthouden aan een geloof, zelfs als wat je altijd verteld is niet langer waar kán zijn.

Voor het voorafgaande onderzoek deed het schrijversduo iona&rineke naspeuringen bij onder meer de Scientology kerk en de Vrijmetselaarsbeweging. Maar tijdens hun omzwervingen voor Rumspringa struinden ze, natuurlijk, ook het donkerduistere internet af. Onder het lemma ‘blues’ bleek op Wikipedia een pagina opgetuigd met een reeks aan namen van bands – en bijbehorende hyperlinks.

Een ervan leidde naar Shaking Godspeed. Plots stonden Iona en Rineke oog in oog met heftige, eigenzinnige undergroundrock. ‘We zijn daarna twee avonden samen gaan werken aan muziek en tekst,’ zegt Rineke. De hand van god? In ieder geval een gouden greep. Want de ‘hit’ kwam op het moment dat het tweetal net even daarvoor had ingetekend op een vijftienminutenpitch bij Orkater. Waarmee ze hun voornemen uit 2014 voor een muziektheatervoorstelling rond de ritus van Rumspringa te maken, kracht bij zetten.

Rumspringa komt uit het Duits (‘herumspringen’), soms aangeduid als rumschpringe of rumshpringa. Het is de periode dat orthodox gelovige adolescenten van Amish en Mennonieten rond 16 tot 22 jaar volgens traditie huis en haard de rug toekeren, om het ‘echte leven’ te leren kennen. Het relatief veilige platteland en hun kompas van geijkte normen- en waarden laten ze daarmee los.

De rumspringa kan voor de betrokken jongeren op een reusachtige cultuurschok uitdraaien. Rineke Roosenboom: ‘Het draait om kiezen tussen leven in het genootschap of daarbuiten, in de vrije wereld. Om weloverwogen die keuze te kunnen maken, leven jongeren voor een bepaalde periode in de buitenwereld, zodat ze in volwassenheid kunnen kiezen voor de ene dan wel de andere leefwijze. Maar die ogenschijnlijk vrije keuze is niets meer dan schijnvrijheid. Want hoe kun je na 18 jaar in een gesloten gemeenschap vergelijken met één jaar in de buitenwereld? Hoe doe je dat trouwens, leven in een wereld waar je niemand kent, waar ineens geen regels meer zijn?’

In de voorstelling worstelen de personages met dit vraagstuk. Bovendien komt hun vriendschap onder druk te staan omdat eenieder verschillend reageert op de rumspringa. Geen ongevaarlijke bezigheid, voor adolescenten die de ‘rumspringa’ doorlopen hangt er nogal wat af. ‘Bedenk dat als hun ‘rite de passage’ niet juist of niet met goed gevolg wordt afgelegd, de beschermende veiligheid van de cocon verdwijnt. Het lid loopt dan de kans voor altijd uit de geloofsgemeenschap verstoten te worden. Keihard en nietsontziend,’ zo legt Roosenboom uit.

Vals
In de muziektheatervoorstelling Rumspringa zijn Rineke Roosenboom en Iona Daniel tot de vondst gekomen zelf hun eigen geheime genootschap te stichten. In hun sekte van ‘De Kring van Welsch’ raken de leden verstrikt in manipulaties en geloofsregels. ‘We presenteren de Kring als een autobiografie, komen zelfs met bewijsmaterialen op de proppen.’ Ze noemt het ‘een valse documentaire’. ‘We laten het publiek geloven in iets dat niet waar is.’

Hun stuk begint als het persoonlijke relaas van een ontmoeting en de daaropvolgende vriendschap tussen Iona en Rineke. Ze lijken ‘normale’ meisjes en vertellen een verhaal dat op papier staat, maar dan wel een verhaal dat volledig ‘gescript’ is. Maar het is allemaal ook echt, want het is hún verhaal, zo beweren ze althans. Tikje schizofreen: gespeeld en echt tegelijk. Als ik haar door de telefoon spreek, legt wederhelft Iona Daniel een brug naar manipulatietechnieken waar sektes gewoonlijk in grossieren. ‘Zelfs als je op een gegeven moment gaat twijfelen aan wat het genootschap je vertelt, is het een lastige keuze er uit te gaan. Want als je eruit stapt, moet je aan jezelf toegeven dat je al die tijd als een soort sukkel in hun leugens hebt geloofd.’ Veel sekteleden stappen er uiteindelijk uit omdat ze met aantoonbare onwaarheden geconfronteerd zijn. ‘Als blijkt dat de werkelijkheid die hen altijd is voorgehouden niet klopt, en niet strookt met hun eigen perceptie, dan vallen gaten. ‘Dan moet je wel stevig is je schoenen staan.’

Performers
Evenals de vierkoppige band treden ook iona&rineke zelf in dit stuk op als ‘performer’. Iona: ‘We merkten in het verleden dat als we langer betrokken bleven bij de totstandkoming, we langer grip bleven houden op de tekst, en die nog tot op het laatste moment konden aanpassen. Het verraste ons toen we merkten dat het andere teksten opleverde dan we hadden gedacht. We zijn daarom blijven performen.’

Luistertocht
Shaking Godspeed’s soundtrack Rumspringa is een op zichzelf ademstokkende luistertocht waar naar hartenlust uiterste muzikale grenzen zijn opgezocht. ‘Ik hoop dat het lukt om popfans vanuit het clubcircuit over te halen naar de theaters te komen,’ spreekt zanger/gitarist Wout Kemkens verwachtingsvol uit, ‘en andersom: dat theaterbezoekers hun weg naar onze muziek gaan vinden.’

Die muziek – ook op CD uitgebracht – bestaat uit speciaal voor Rumspringa gecomponeerde muziek en teksten – die in het Nederlands zijn gesteld. Muziek met vaak een bezwerend of maniakaal karakter. ‘Zie het als een dialoog met de tekst.’ In het stuk heeft ieder personage een ‘leitmotiv’ gekregen, een eigen klankkleur. ‘Geregeld refereren we ook aan muziek uit de sixties, bijvoorbeeld door de sitar in te zetten en door gebruik te maken van stijlkenmerken uit de popmuziek van die tijd.’

Helter Skelter, een nummer van The Beatles van hun album dat onofficieel The White Album heet markeert de kraamkamer van de hardrock. Dit nummer, evenals enkele andere songs van dat album overtuigden sekteleider en criminele hippie Charles Manson ervan dat een rassenoorlog en atoomoorlog nabij waren, al is niet bewezen dat zijn volgelingen The Family daardoor direct overgingen tot het plegen van de beruchte Tate/LaBianca-moorden. Refereren Shaking Godspeeds composities voor Rumspringa aan Manson? Wout Kemkens: ‘Van Marilyn Manson is in de muziek nauwelijks iets te bespeuren, van Charles Manson in de voorstelling des te meer.’

Click
Eigenlijk precies goed, die muziek van Shaking Godspeed, zo besloten iona&rineke na de nu fameuze click-op-goed-geluk op het trefwoord ‘blues’, waardoor de Utrechts/Arnhemse band na eerdere optredens van Noorderslag, Incubate, Paaspop en Zwarte Cross tot Sziget en als voorprogramma-act van Deep Purple, vorig jaar haar opwachting op Oerol, als onderdeel van De Nieuwkomers, het talentontwikkelingsplatform van Orkater besteeg.

Het vervolg is dan nu opeens een theatertournee. ‘We kunnen nu in iedere stad de parochianen toespreken,’ merkt Wout Kemkens, bassist/gitarist van Shaking Godspeed schertsend op. En was op Oerol de eenbuikige kruiskerk van Midsland uit 1881 – tegenwoordig op bingoavondjes ook in gebruik als clubhuis (‘we moesten op zondagochtend niet aanwezig zijn; en de kerkdienst speelde zich af in ons decor’) en in akoestisch opzicht een galmbak – voor de toer is dat de veelal no nonsense-omgeving van vlakkevloertheaters, de hedendaagse tempels van het vrije woord.

kader:
Het fenomeen ‘rumspringa’ komt in literatuur en films geregeld op de proppen: van Devil’s Playground (2002) tot Sexdrive (2008) en How To Be Single (2016). En ook Roger Rheinheimer’ roman Amish Snow, laat zien hoe het toe kan gaan.

Orkater / De Nieuwkomers met Rumspringa van en met iona&rineke en Shaking Godspeed. Tournee. Meer informatie: orkater.nl.

Altijd alles goed willen doen

Twee elfjarigen spelen monoloog ‘Mona’ van NTjong

‘Mona’, op tekst van Griet Op de Beeck, naar haar eigen besteller ‘Kom hier dat ik u kus’, is de eerste theatermonoloog die geschreven is voor en gespeeld wordt door een 11-jarig Nederlands meisje. Twee om precies te zijn.

Wat ging er in uw hoofd om toen u pakweg een jaar of tien was? En wat denkt u dat er in dat van uw oogappel omgaat, die nu ongeveer op dezelfde leeftijd aanbeland is? Het affichebeeld van ‘Mona’– een meisje dat met de mondhoeken naar beneden gekruld ballonnen vasthoudt – spreekt boekdelen. De rol van Mona wordt om beurten gespeeld door Ilja van Zanten en Hannah Hentenaar. Allebei zitten ze al jaren ‘op Rabarber’, de theaterschool van Den Haag.

– Wat gebeurt er met Mona?
Ilja: Ze is gewoon een meisje, maar haar moeder is doodgegaan in een auto-ongeluk. En kwam er een stiefmoeder.
Hannah: Ze had al een broertje maar kreeg er toen ook nog een zusje bij.
Ilja: Haar stiefmoeder is niet zo leuk, trekt veel aandacht naar zich toe.
Hannah: En haar jonge broertje is bloedirritant.

– Hoe is Mona?
Hannah: Ze betrekt alles op zichzelf.
Ilja: Denkt dat ze alles op zich moet nemen.
Hannah: Ze is een stil meisje en ze probeert alles goed te doen. Dat is eigenlijk waar het om gaat.
Ilja: Ik denk dat iedereen dat wel herkent, dat ze alles goed wil doen. Al denkt ze vaak: pff. Maar laat dat niet merken.
Hannah: Ze probeert het goed te doen voor iedereen. Je wilt het zelf ook altijd goed doen, maar soms dan… Dat is vermoeiend. Dat komt nu ook een beetje door deze rol, dan ga je er zelf meer over nadenken. Daar gaat het stuk ook over.
Hannah: Ik zou haar willen veranderen, want ze is heel erg onzeker over zichzelf. ‘n Perfectioniste? Nou, ik denk dat ze vooral onzeker is.
Ilja: Het lukt Mona beter dan ze denkt, ze doet bijna alles goed. Ze denkt bij alles heel goed na. Alles drie keer in de mond omdraaien, zoals haar moeder altijd zei.
Hannah: Ik denk ook altijd goed na over wat ik zeg, maar zelf ben ik wat spontaner.

– Lijken jullie ook wat op Mona?
Ilja: Nou, op het podium zíjn we dus Mona! Maar we vertellen wat er gebeurd is alsof het uit haar dagboek is.
Hannah: Niet met een datum erbij en zo, maar verhalend. Ik merkte dat toen we gingen repeteren, tenminste ik merkte dat, en we op de speelplaats vragen kregen, dat we soms de antwoorden van Mona gaven! Gelukkig is onze omgeving niet zoals die van Mona.

– Hoe is het om in je eentje zeventig minuten op het podium te staan?
Ilja: In het begin was het echt heel eng, nu vooral heel leuk. Maar toch ook weer niet, want het voelt echt alsof je Mona bent.
Hannah: Wat je op het podium soms in de war brengt is dat je vooruit gaat denken. Dan ga je soms helemaal in de war.
Ilja: Vlak voor het begin doen we met regisseur Alexandra Broeder zen-oefeningen. Voelen dat je op de grond staat, ademhalingsoefeningen, en net als in het stuk inademen en uitademen. En realiseren dat het publiek steeds anders kan reageren.
Hannah: Je moet natuurlijk ook voor publiek durven staan, het publiek in kijken.
Ilja: We hebben een paar keer proefpubliek gehad.
Hannah: Het was heel leuk met Alexandra te werken, ik durf echt alles voor haar te doen.

– Hoe doen jullie dat, de tekst leren?
Hannah: We hebben onze eigen maniertjes.
Ilja: Voor mij was het uit mijn hoofd stampen.
Hannah: Elke dag een beetje. Mijn manier was om het gewoon eerst te lezen en kijken wat je onthoudt. In het begin was het: alles doorlezen en repeteren maar. Nu repeteren we trouwens helemaal niet meer.

– Hoe gaat de eerste regel?
Gelijktijdig: Alles heeft altijd met iets anders te maken, en dat weer met nog iets anders. Eigenlijk begint alles wel een soort van bij mijn mama.

– Wordt acteren jullie beroep?
Ilja: Misschien, ik weet het eigenlijk nog niet. Ik zie wel. Komt wel een keer.
Hannah: Nu wel, maar je weet nooit wat er komt.

NTjong: Mona. Vrijdag 7 (Hannah) en zaterdag 8 (Ilja) april 2017 in Theater aan het Spui. Meer informatie: ntjong.nl.