Leven als verkaaste Marokkaan

Vier Marrokkaans-Nederlandse actrices in Melk & Dadels

Op een bedje van humor en ernst dienen vier Marokkaans-Nederlandse actrices een zelfbewust inkijkje op in hun dubbele culturele bagage. Een bekend kookboek diende als fond voor Melk & Dadels.

In Marokko begint elke maaltijd met vrienden en familie met het aanbieden van de mogelijkheid de handen te wassen. Geen overbodige luxe als je alles met de (rechter)hand uit een gezamenlijke schaal eet. Eet smakelijk is ‘bismillah’. Genoeg gegeten? Dan zeg je ‘hamdoulilah’. Voor de voorstelling‘Melk & Dadels dient het kookboek van het jaar 2014 Melk & Dadels – 100 geheime recepten van Marokkaanse moeders als basisingrediënt. De lievelingsgerechten van twintig Marokkaanse moeders en hun kinderen worden erin opgedist en persoonlijke verhalen worden afgewisseld met hun eigen recepten.

De voorstelling mag dan geïnspireerd zijn op het kookboek, zegt actrice en zangeres Kyra Bououargane uit de cast van Melk & Dadels, “maar daar zie je in de voorstelling niet veel van terug. Het zijn nieuwe verhalen van de nieuwe generatie.”  Daarbij worden heilige huisjes niet gespaard, al gaat het boek vooral over ‘soul food’, zoals ‘tachnift’ (Marokkaans brood gebakken in een gietijzeren koekenpan), ‘baghrir’ (Marokkaanse pannenkoeken) of ‘ka’bghzal’ (gazellehoorntjes). “Maar ik had juist een vader die kookte,” lacht ze. “Hij maakte graag een mengelmoesje, gooide alles door elkaar. Mijn lievelingsgerecht? Da’s toch tajine met kip.”

Na het geruchtmakende Nobody Home en een spraakmakende Othello maakt regisseur Daria Bukvić Melk & Dadels. De voorstelling geeft een onverbloemde en onvermoede kijk in de achterkamers van de Marokkaanse keuken, met vier jonge, en krachtige Marokkaans-Nederlandse actrices, zo bleek al uit voorvertoningen op de avond ‘Marokkanen zijn HOT’ in de Koninklijke Schouwburg. Het zijn meiden die stuk voor stuk stevig in hun schoenen staan en geen blad voor de mond wensen te nemen. Hun verhalen zijn hard en duidelijk als het gaat om de pijn die ze soms hebben te verdragen, en zacht en kwetsbaar over de vreugde en de rijkdom die een dubbele culturele achtergrond ook oplevert.

Is er een blauwdruk van ‘de’ Marokkaan? Je hebt de Gucci-Marokkaan, de inshallah-Marokkaan, de verkaaste Marokkaan, de ‘family-first-Marokkaan’.

In Melk & Dadels passeren tien van zulke ‘oer’types de revue. “Haha, nou eigenlijk herken ik me in geen van die archetypes,” zegt Kyra. “Maar als ik móét kiezen zal ik door mensen wel als de verkaaste Marokkaan gezien worden. Want mijn moeder is Nederlandse en ik heb dus een Marokkaanse vader.”

Maar, zo legt ze uit, dergelijke stereotyperingen zijn altijd afkomstig van anderen. “De voorstelling gaat er juist over dat wij, tweede generatie, individuen zijn. We hebben ieder ons eigen verhaal. Er is geen eendimensionaal plaatje te geven, dat idee willen we juist omver werpen. Er zijn vele gezichten. En wij hebben ieder ons eigen gezicht. En onze eigen dromen.”

In de voorstelling komen onderwerpen aan bod als discriminatie, de liefde en verboden woorden, maar ook de plaats die eten inneemt in de Marokkaanse cultuur. “Ook neemt ieder van ons de eigen ouders onder de loep. En omdat we vier vrouwen zijn komt het perspectief van de vrouw vanzelf om de hoek kijken.”

Vier actrices plus een vrouwelijke regisseur – maar uitgerekend een man tekende voor de tekst, ex-parlementariër Tofik Dibi, bekend van de autobiografie DJINN, waarin hij publiekelijk uit de kast kwam.

Kyra: “Tofik heeft research gedaan en veel tekst geschreven, maar een groot deel is ook door onszelf aangedragen. Zo hebben we die uitgebreid met persoonlijke noten, aangedragen tijdens de repetities. Ikzelf vertel over de eerste ontmoeting tussen mijn vader en mijn moeder. Van mij komt ook een scène waarin ik mijn frustratie de vrije loop laat over de drang om alles in hokjes te duwen. Want ik ben zowel Jip & Janneke als couscous. Ik vind het een rijkdom om uit de hand van twee culturen te kunnen eten.”

Ter inspiratie reisde het artistieke team een jaar geleden naar Marrakesh. “Daar hebben we elkaar het hemd van het lijf gevraagd.” Onder leiding van Bukvic, Nederlandse met Bosnische en Kroatische wortels, hebben ze veel verschillen ontdekt, maar ook overeenkomsten gevonden. “Tenminste een van onze ouders heeft een migratieachtergrond. Dat gegeven bindt.”

Melk & Dadels van Rose Stories & Daria Bukvić in alliantie met Het Nationale Theater. Met: Soumaya Ahouaoui, Kyra Bououargane, Fadua El Akchaoui, Khadija El Kharraz Alami. In de Koninklijke Schouwburg van vrijdag 11 tot en met zondag 13 mei 2018. Aldaar ook in seizoen 2018-2019.

Advertenties

“Dit is nog maar een begin”

Nieuwe theaterbroedplaats in Den Haag van start

Bureau Dégradé is de naam van een nieuwe broedplaats voor experimenteel theater. Op 1 juni gaat het officieel van start met de kunstmanifestatie ‘DNALYSATNAF’. De jonge kunstinstelling neemt hiermee definitief haar intrek in de voormalige ‘Appelloods’ aan de Laan van Poot.

De initiatiefnemers, theatermakers David Geysen en Carl Beukman, zijn ook de oprichters van theatergezelschap Label Dégradé, dat de voorbije jaren al enkele voorstellingen uitbracht. Het tweetal was eerder actief bij Toneelgroep De Appel. Vorig jaar september kreeg Dégradé 10.000 euro ‘waarderingssubsidie’ van wethouder Wijsmuller (HSP) van Cultuur voor het optuigen van de loods. De broedplaats in de voormalige ‘Appelloods’, momenteel deels ook in gebruik bij theaterschool Rabarber, moet volgens beide oprichters de komende jaren uitgroeien tot een presentatieplek voor en door kunstenaars en anderen die er kunstzinnige ‘verkenningen’ willen doen. Jaarlijks moet dat uitmonden in ongeveer drie ‘multidisciplinaire’ presentaties. “Het is de bedoeling om uiteenlopende makers hier te laten experimenteren, een eerste schets te laten maken. Dat kunnen theatermakers zijn, maar net zo goed wetenschappers of mensen uit deze buurt. Wie een goed plan heeft mag bij ons aankloppen.” Daarnaast is Bureau Dégradé de vaste plek voor de try-outs van de voorstellingen van theatergroep Label Dégradé.

Bureau Dégradé houdt haar ruimte ten doop met de kunstmanifestatie DNALYSATNAF,’een mengsel van voorstellingen, manifestaties, muzikale acts, exposities en debat’. Op de openingsdagen op zaterdag 2 en zondag 3 juni kan iedereen langskomen om kennis te maken. Er zijn exposities en presentaties van buurtbewoners en ‘Ted Talks’ met als sprekers onder meer Boris van der Ham, Ingrid Rollema Renate van der Zee en David Middendorp. Zij spreken over begrippen als dromen, fantasie en verbeelding. Beeldend kunstenaars Mattia Papp, Teun Wolters en Joris Albeda maken in het openingsweekeinde de 24 uurs-performance Diptiek van het Geloof. Geysen: “Dat is de eerste schets die wij ontwikkelen. Wij verbinden verschillende kunstenaars met elkaar tot een multidisciplinaire podiumkunst.’

Verderop in de maand is er dan onder meer de ‘theatertriptiek van de macht’, een marathon met de eerder uitgebrachte Label Dégradé-voorstellingen Motel Detroit (over de VS), Polonium 210 (over Rusland) en België (over Europa) op een rij. Drie voorstellingen over een kantelende (wereld)orde, de langzame degradatie van drie grootmachten. “De drie voorstellingen worden beide avonden achter elkaar gespeeld.” Ook dit triptiek wordt voorzien van een begeleidend programma. Als gasten treden historicus en Europa-kenner Thomas von der Dunk. Amerika-watcher Willem post en Rusland-kenner Pieter Waterdrinker aan. “Na dit drieluik over politieke wereldmachten gaan we ons de komende jaren richten op voorstellingen, beter gezegd: extreem beeldend geluidstheater, eentje rond de kunststroming Bauhaus, een andere rond de Amerikaanse zangeres en popicoon Janis Joplin, en nog daarna gaan we Dante Alighieri’s ‘La Divinia Comedia’ op de planken brengen.”

Momenteel wordt het voorste deel van de loods flink onder handen genomen. Voorin is een kantoorruimte gemaakt en in de voormalige repetitieruimte is een vaste tussenwand verrezen . “Die ruimte wordt nog mooi opgetuigd met een bar en theatervoorzieningen.”

Dégrade ontstond in 2015 toen Geysen en Beukman samen iets theatraals naast hun werk voor Toneelgroep De Appel wilden doen. Sinds vorig jaar zijn ze in touw om de Appelloods in te lijven. Vanaf deze lente gaat dat dus definitief gebeuren. Voorlopig is het toekomstbestendig maken hun grootste zorg. “Dit is nog maar een begin. De komende jaren moeten we ons verder ontwikkelen.” Moeten ze nu nog per project een subsidieaanvraag doen, straks moet dat eenvoudiger. “We doen nu veel papierwerk. Daarom hopen we in 2020 op meerjarige subsidie door opgenomen te worden in het Kunstenplan van Den Haag.”

Bureau Dégradé. Openingsmaand begin juni 2018. Meer informatie: degrade.nl.

Hernieuwde vuurdoop voor Simon Stevin’s ‘Wintwagen’

In 1602 racete een windwagen van Scheveningen naar Petten. De Formule 1 in de Gouden Eeuw!

Eigenlijk je reinste ‘rocket science’. Stevins revolutionaire zeepkist, zijn ‘wintwagen’, een monstrueuze zeilwagen met houten wielen, staat in februari van het jaar 1602 op het strand. Aan boord zijn 27 binnenlandse en buitenlandse doorluchtige aristocraten, diplomaten ook, onder wie Hugo de Groot. Maurits, Prins van Oranje, wil met de zeilwagen de blits maken. Dat lukt: De honderd kilometer vloedlijn van Scheveningen naar Petten wordt in twee uur doorkliefd, omgerekend een supersonische veertig à vijftig kilometer per uur. In al zijn glorie deed Maurits tijdens het proefritje zelf dienst als stuurman.

In eerste instantie was ontwerper/bedenker Simon Stevin zelf niet enthousiast over zijn zeilwagen; bij verandering van wind liep de zeilwagen soms in zee en dan lag het gevaar op de loer dat je met man en muis kon vergaan, meermalen kwamen vorstelijke personen in zee terecht.

Het moment van vertrek is vereeuwigd in gravures. “Ook zijn er ooggetuigenverklaringen bewaard gebleven,” vertelt Muzee-directeur Paul de Kievit.

Ter gelegenheid van tweehonderd jaar badplaats Scheveningen is de historische zeilwagen nagebouwd. De replica – tweeduizend kilo zwaar, zeven meter lang, 3,25 meter breed, masthoogte: zeven meter – is in een jaar tijd gebouwd door zeven leerlingen van ROC Mondriaan met hulp van deskundige vrijwilligers. John van der Bruggen van de stichting Behoud Schevenings Erfgoed: “De wagen  is eigenlijk een terugblik naar het verleden, gericht op de toekomst. Het idee was ermee een tijdlijn in te zetten, te beginnen met de ouwe pikbroek tot aan de IT’er die hightech schepen ontwerpt van koolstofvezel en titanium.” Lachend: “De zeilwagen zou gelanceerd moeten worden om achter de Tesla door de ruimte te vliegen.” Vooralsnog ziet het daar niet naar uit, want de replica komt over een tijdje te staan op het voorpleintje van Muzee. “In ons museum hebben we van de wagen een schaalmodel staan.”

Historisch
Het project, een initiatief van Jachtclub Scheveningen, stichting Behoud Schevenings Erfgoed en Muzee Scheveningen wordt op zaterdag 12 mei van dit jaar officieel op het Scheveningse zandstrand ten doop gehouden – al gaat dat niet gepaard met een fles champagne die tegen de romp uiteen knalt en, uit veiligheidsoverwegingen, zonder dat de wagen daadwerkelijk gaat windzeilen.

De festiviteit gaat gepaard met een historisch feest waar 150 vrijwilligers aan meedoen. Het historische decor dat wordt opgetrokken bestaat uit badkoetsen, houten tonnen en badtentjes, en aantallen figuranten die verkleed gaan als badmeester en badgasten. Terwijl kinderen zandkastelen bouwen, de gegoede Haagse burgerij in kledij uit anno 1900 flaneert, zijn even verderop ambachtslieden (haringventers, schelpenvissers) bezig.

Onder dat feestgedruis heffen Scheveningse zangkoren het speciaal voor de gelegenheid gecomponeerde ‘Zeilwagenlied’ aan.

Gouden eeuw
Met wereldwijd toonaangevende staats- en krijgsmannen, schilders, architecten en poëten maakten wat toen de Zeven Provinciën heette in de zeventiende eeuw een bloeiperiode door.

De bestuurseenheid bracht ook gezaghebbende wetenschappers voort: Huygens, De Groot, Leeghwater en Stevin (1548-1620). De laatste was wis- en natuurkundige maar ook privéleraar en (militair) adviseur van prins Maurits. Hij schreef wetenschappelijke verhandelingen over de sterrenkunde en de zeevaart. Hij vond het decimale stelsel voor breuken uit en gaf de vestingbouw een wiskundige grondslag. Maar de Bruggenaar was ook taalvernieuwer. Van hem komen onder meer de woorden wiskunde, meetkunde, evenwijdig en evenredig.

‘De bezemkast is net zo spannend’

Sjaak Bral en Javier Guzman openen ‘The Backstage Comedy Tour’

In de Koninklijke Schouwburg doen ‘headliners’ Sjaak Bral en Javier Guzman de aftrap voor een gloednieuwe landelijke initiatief: The Backstage Comedy Tour.

Tien cabaretiers die op tien opvallende locaties in schouwburgen in het land ieder een voordracht, act of voorstelling-in-een-notendop doen van om en bij twintig minuten max. Het zijn kleine, ludieke ‘amuses’ die beetgaar opgediend worden op verrassende plekken in de theaters waar The Backstage Comedy Tour aanlegt. Want de coulissen, de kleedkamers, het zijtoneel, de werkplaats en de kantoren zijn van zulke hoekjes en gaatjes in het theater die doorgaans aan het oog onttrokken blijven.

Het publiek maakt ‘backstage’ op de benenwagen en in groepjes opgedeeld een onvermoede tocht langs zulke plekken. Op premièrelocatie de Koninklijke Schouwburg (KS), zijn er ‘ludiekjes’ in enkele foyers en in het gebied rondom het achtertoneel. Het plenaire slotakkoord vindt plaats in de grote zaal.

In iedere stad zorgt een ‘local hero’ voor extra sjeu. In Den Haag is dat Sjaak Bral. “De KS is natuurlijk een machtig mooie plek,” oreert Bral als geen ander, “ik heb er zelf vaak opgetreden. Gemarineerd in de theatergeschiedenis, al is voor mijn cabaretcarrière Theater Diligentia van grotere betekenis.”

Wat hij gaat doen in ‘The Backstage Comedy’? Heel precies weet hij dat nog niet. “Maar er zijn zoveel verhalen te vertellen, alleen al van acteurs en artiesten die op het moment suprême de weg naar het podium van het ene op het andere moment plotsklaps niet meer wisten te vinden. Uit de eerste hand. Voorbeeld? Remco Campert. Die hebben we eens een keer in het souterrain teruggevonden.”

Het ligt, zegt Bral, dan ook voor de hand om te putten uit roemrijke verhalen en anekdotes uit het backstage-verleden van de KS. “Op welke plek ik dat ga doen weet ik nu nog niet. De bezemkast vind ik net zo spannend als de portierswoning die er ooit op de bovenverdieping was.”

Bral schudt momenteel flink aan de boom. Naast zijn column in het AD heeft hij sinds kort zijn eigen lunchshow ‘Broodje Bral’ bij Radio West, houdt hij in de zomer huis in het Zuiderparktheater waar hij drie ‘Comedy Nights’ als ‘host’ aaneen grapt in een Summer of Laughs, en is hij als klap op de vuurpijl bezig met het maken van de opera Scheveningse Kuren die hij met het Residentie Orkest en Kwekers in de Kunst aan het voorbereiden is. “Dat is ter gelegenheid van 200 jaar badplaats”.

Keten
Javier Guzman staat aan de wieg van dit nieuwe cabaretconcept. Persoonlijk kijkt hij erg uit naar de laad- en losruimte als speelplek, maar hij tekent in de KS ook voor de plenaire slotakte in de bonbonnière. “Het moet een soort ‘keten’ zijn, gein maken, uit de band springen. Locatietheater waar je lol gaat maken en beleven.” Er zijn in Nederland zo vele mooie theaters, vindt hij. “En de KS is echt een plaatje, voor mij behoort die tot de top 5. Vergeet niet dat een godheid als Wim Kan er kind aan huis was.”

Stand-upper Kim Schuddeboom is er eentje van de jonge generatie cabaretiers die aansluit in de line-up van ‘The Backstage Comedy Tour’. “Nee, ik ken de KS niet, ben er nooit geweest. Maar wel gaaf dat we daar staan natuurlijk. Nog mooier dat het om onvermoede plekken als podium gaat, dat is voor ons als cabaretiers een uitdaging en voor het publiek extra leuk. Je krijgt een andere dynamiek, je moet anders met het publiek omgaan – en zij ook met jou. Ik ga in ieder geval iets doen dat dicht bij mezelf ligt. Wat dat is? Dat ga ik niet verklappen.”

‘The Backstage Comedy Tour’, woensdag 9 mei 2018 in de Koninklijke Schouwburg. Met naast Bral, Guzman en Schuddeboom ook Thijs van de Meeberg, Victor Luis van Es, Jim Speelmans, Grof Geschud, Fabian Franciscus en Emiel van der Logt.

Naar een nieuw begin

Over dolfijnen die nog nooit een mier hebben gezien en olifanten die vaak op mieren gaan zitten, zonder het ooit te weten. Rabarber speelt de familievoorstelling De ark van Noach.

Regen, zo luidt de weersvoorspelling, bakken regen. Noach staat juist op het punt de diersoorten te selecteren die met hem op overlevingscruise mee mogen. “Jullie schreeuwen altijd zo hard,” werpt Noach twee bonte kaketoes voor de poten. Die doen daarop nog maar eens een poging. “Waarom mogen die onnozele spitsmuizen dan wél mee?” roepen ze in koor. “Goed gedaan,” zegt regisseur Marjet Moorman tijdens de repetitie tegen Lola Dirker (15) die beurtelings met Frederik Von Maltzahn (12) in de huid van Noach kruipt voor de familievoorstelling ‘De ark van Noach’.

Kaketoes die niet weten wat ze zeggen, maar het toch zeggen, terwijl Noach’s ouders niet samen onder één paraplu willen. Net nu het gaat regenen. Meer en harder dan ooit en wel veertig dagen lang. Pas honderdvijftig dagen later zakte het opgekomen water. Toen liep Noachs ark vast op het Araratgebergte, ergens  in het huidige Turkije.

Het verhaal over een zondvloed en de bouw van een ark komt niet alleen in de bijbel voor. Het Gilgamesj-epos kent een soortgelijk verhaal. En ook in de koran zijn verzen terug te vinden die verwijzen naar Noach en de Ark.

Voor Moorman gaat van het verhaal vooral een oerkracht uit, drukt een universele waarde uit. De talentvolle Haagse regisseur / tekstschrijver is met name gefascineerd door het gegeven dat de zondvloed een kans is op het maken van een nieuwe start. “Noach krijgt de kans om de wereld naar eigen inzicht vorm te geven,”vertelt ze. Voor Rabarber heeft ze de vertelling bewerkt tot een persoonlijk getint verhaal over ‘opnieuw beginnen’.” Maar, zo vertelt Moorman verder, “een nieuw begin maken, dat kan natuurlijk helemaal niet. Je neemt altijd iets uit het verleden of van jezelf mee.”

Ze ontwikkelde de uiteindelijke tekst samen met de jonge spelers van Rabarber: “Ik heb ze over de tekst laten meedenken aan de hand van gesprekken. Zo rezen vanzelf allerlei kwesties op, zoals de vraag waarom de wereld een rommeltje is, of: wie is god? Door veel te repeteren wordt het daarna allemaal nog veel scherper voor ze, en worden ze zich dieper bewust van de betekenis van de woorden die ze uitspreken. Natuurlijk moet je als tekstleverancier dan wel bereid zijn om dan nu en dan je eigen tekst ‘kapot’ te maken.”

Volgens de legende liet Noach van alle basissoorten van de landdieren en vogels een mannetje en een vrouwtje naar de ‘overlevingskist’ komen, van de ‘reine’ (offerwaardige) dieren wel zeven paartjes. De zeven diersoorten die Moorman ‘haar’ Noach laat uitkiezen, staan voor persoonlijke angsten die deze in weerwil van zichzelf op reis ‘meeneemt’: spinnen, flamingo’s, stokstaartjes, spitsmuizen, katten, uilen – en dus de kaketoes. Zo ontstaat een allegorie. Het lijkt een beetje op de Fabeltjeskrant of op de dierenverhalen van Toon Tellegen.

Moorman: “Maar bij ons geen maskers. We beelden de dieren niet letterlijk uit, geen maskers, geen vleugels, geen opzetneuzen. We laten ze wel allerlei bewegingen maken, en de kaketoes bijvoorbeeld hebben allebei een tropisch Hawaii-hemd aan. Dat vertelt genoeg.”

Bij Rabarber zijn er twee verschillende casts, met bij elkaar 21 spelers die aan de productie meewerken. En er is live muziek. Het opvallende toneelbeeld van Vasilis Apostolatos bestaat uit acht kisten die aan een kant open gelaten zijn en zo dienst kunnen doen als ark. Omdat iedere buitenzijde een opdruk heeft , kunnen als een puzzel verschillende combinaties worden ‘gelegd’.

Rabarber: ‘De ark van Noach’ (5+). In Theater Merlijn, van zondag 29 april t/m zaterdag 5 mei 2018 (11.00 uur en 13.30 uur). Meer informatie: rabarber.net.

Hemel en aarde bewegen

NNT, Club Guy & Roni en Asko | Schonberg spelen Salam

Na vorig jaar de dansmarathon Carrousel bij Noord Nederlands Toneel / Club Guy & Roni en Asko|Schönbergs K[h]AOS nu een kleurrijke orgie van licht, beeld en geluid in een mix van theaterdisciplines. Salam, een oerdrama. Regisseur Guy Weizman: “Alle grote verhalen beginnen klein.”

Liefde, spijt en een vader die zijn twee zonen uit elkaar dreef. Weizman gaat een wereldkwestie te lijf met theater: “Volgens de legende stonden Ismaël en Isaäk hand in hand toen ze Abraham ten grave droegen. We hadden dus nog als broer en zus, als familie voor elkaar kunnen zijn. Maar ergens is het hopeloos misgelopen,” verzucht regisseur Guy Weizman. “Alsof we ruzie hebben gekregen over de erfenis. Wat zou er gebeurd zijn als we toen meteen alles hadden bijgelegd?”

De wereld staat in brand. En dat houdt nog wel eventjes aan, zo luidt de strenge weersverwachting. Wereldvraagstukken, Weizman heeft er steeds meer pijn van in zijn buik. “Verzoening, daar ben ik naar op zoek.”

Hoe zat het ook weer? Wat of wie was eerder: de oerknal of god? Van horen zeggen: God knutselde in een bui van oneindige creativiteit hemel en aarde bij elkaar, in zes dagen en nachten. Daarna vond de creator het welletjes en nam een rustdag. Hoe geniaal alles ook, soms bekruipt je het gevoel dat het allemaal wel wat beter doordacht had gekund, dat Hij die rustdag maar beter ten volle had benut. Neem nou die weeffoutjes tussen christenen en moslims. Bloedbanden, pijnlijk erfeniskwesties, gevolgd door familietwisten. Geen fraai gezicht toch. Gaandeweg zijn die nota bene ontaard in pek en veren, in kruistochten, kolonialisme, zesdaagse oorlogen, Srebrenica, intifada’s, een oerknal à la ‘nine eleven’ en het kalifaat IS. Ook al geen al te fraai rijtje.

Volgens Weizman (1973) zijn alle grote wereldverhalen ooit klein begonnen. Hij besloot daarom om terug te keren tot de symbolische bron, om precies te zijn naar de originele geschriften die aan het geloofsconflict ten grondslag liggen. Hij is ze er zelf op na gaan slaan. Waarom heeft Abraham zijn zoon Ismaël weggestuurd, laten wegsturen? zo vraagt de Marokkaanse Israëliër zich nu al dik twee decennia in toenemende vertwijfeling af. “Ooit, op enig moment, heeft de ene de andere wereldhelft verguisd – en andersom. Terwijl toch voor joden, christenen én islamieten de bron een en dezelfde persoon is: Abraham.”

Weizman zou graag zien dat het publiek in het hoofd kruipt van Abraham, wil diens overwegingen invoelbaar maken. In Salam laat hij de aartsvader van uiteindelijk drie geloofsstromingen daarom verantwoording afleggen voor zijn keuzes, voor zijn met terugwerkende kracht desastreuze, ontwrichtend gebleken (niet-)handelen van toen. De 137-jarige ligt daartoe gekluisterd aan een life support machine, op zijn sterfbed, terwijl hij trauma’s uit het verleden verwerkt en herkauwt. Weizman: “In een flits belandt hij in een hallucinerende trip van, zeg tweeënhalve seconde. Dat ene moment rekken we enorm op in speelduur.”

Alsof dat alles al geen explosief mengsel oplevert deed Weizman er een schepje bovenop met de keuze voor de Vlaamse schrijver alias het enfant terrible Fikry El Azzouzi (1978) als tekstleverancier. Hij heeft hem, zegt Weizman, daarbij vooraf opgedragen ‘om zich niet tot zelfcensuur te laten verleiden’. Hij karakteriseert Fikry als ‘een pestjoch dat lak heeft aan conventies’. Weizman: “Hij heeft met Salam een moedige tekst op papier gezet. Maar dat was wel te verwachten.”

Fikry en Weizman situeren Salam in een cafébar, anders gezegd en om precies te zijn: een louche ogende nachtclub. In een bloedrood getinte omgeving domineert een metershoge cilindrische, mobiele olietank bij wijze van drankvitrine het beeld, omringd door eveneens mobiele tapkasten, segmenten die los van elkaar wel wat van een sikkel weg hebben. In die sexclub, ‘The Last Chance’ geheten, gaat uiteindelijk een shoot-out plaatsvinden, een ‘Russian roulette’. De barista van ‘The Last Chance’ heeft ondertussen het nodige te stellen met het roedel ruziënde familieleden.

Verzoening van religies… in een nachtclub…? Waar is Weizmans hoop eigenlijk op gevestigd met deze keuzes, met dit stuk? Guy: “Voor het vraagstuk waarin we met z’n allen verzeild zijn geraakt heb ik natuurlijk ook niet de oplossing in pacht. Wat ik wel weet: Als ik in mijn Adidas-broek en baseball cap op over straat ga, dan merk ik dat sommige mensen mij niet zien, niet willen zien. Maar als ik de dag erna in tweedelig grijs en stropdas voorbijkom kijken veel mensen opeens veel minder strak naar me, en word ik anders bejegend. Ik weet niet zo goed in welk hokje ik het beste pas, maar ik weet wel dat we moeten kappen met die onzin. De tijd van schepje en emmer is voorbij. Waar ik op hoop is dat de voorstelling mensen dichter bij elkaar brengt. Als er een Arabisch lied voorbijkomt bijvoorbeeld waarvan de buren later worden ingeschakeld om te achterhalen wat voor lied dat geweest kan zijn. Zo’n moment is voor mij waardevol genoeg.”

Overgang
De voorlaatste repetitieweek, donderdag. De vele, vele scèneovergangen staan op het programma. Met soms Babylonische spraakverwarringen tussen de zes Nederlands/Vlaamse acteurs, een internationale cast van zes dansers, zes musici uit verschillende windstreken, de technici en de artistieke leiding. Toch gedragen de acteurs Jack Wouterse en Bram van der Heijden zich op het oog uiterst geduldig. “Dat is nou het mooie van deze productie,” weet Jack Wouterse, de vleesgeworden Abraham in dit stuk. “We bouwen hier samen als het ware aan een nieuwe familie. Mensen die overal vandaan hier komen werken en die begrip voor elkaar kweken: toneelspelers geven de ruimte aan live musici, de dansers verlenen ruim baan aan de toneelspelers en vice versa. Samenkomen in een nieuwe taal. Lef tonen, en niet tevreden zijn met een zesje.”

Hij heeft geloof in de aanpak van Weizman, al is dit de eerste keer dat hij met hem samenwerkt. “In dit productieproces is iedereen evenveel waard. Dat gaat hier echt anders toe dan in alle eerdere stukken of waar ik dan ook heb gespeeld. Ik heb zelf niet zoveel met religie, ben als katholiek uitgeschreven, maar ik geloof wel erg in verbinden en in dit type theater, waarmee ook jongeren worden bereikt. Inhoudelijk? Laten we de stammenruzie bijleggen zoals je een ruzie met je vrouw bijlegt, of met iemand die net knoflook heeft gegeten, terwijl jij daar niet van houdt. Zand erover. Een beetje John Lennon: Give peace a chance.”

Bram van der Heijden speelt Isaäk, Abrahams tweede zoon. Zijn tegenvoeter is Ismaël, gespeeld door Mohammed Azaay. Van der Heijden is bekend met Weizmans aanpak. “Ik ben vast bij dit ensemble. Ongeacht of je gelovig bent of niet wordt hier een thema aangesneden dat diep in velen van ons en in de geschiedenis verankerd zit. In de jaren zestig en zeventig nog dacht iedereen hier dat religie, inderdaad dat opium voor het volk was, zoals Karl Marx dat beschreef. De ontkerkelijking nam enorme vormen aan. Maar het fenomeen beheerst nu alweer decennia het politieke wereldtoneel.”

Als geboren, paspoorthoudende Israëliër wordt Guy Weizman vrijwel dagelijks aan de familietwist herinnerd. “De media dragen schuld in deze godsdienstkwestie.” Zelf is hij niet meer godsdienstig: “Ik geloof in ideeën en mensen, godsdienst heb ik op jonge leeftijd losgelaten.” Voor hem is de bijbel wel nog altijd een zekere basis, “maar dan wel met Homerus en Sophocles ernaast op het nachtkastje.”

Ondertussen schalt een bekend levenslied door de repetitiezaal. Had Vader Abraham niet een cafeetje ergens aan de haven, waar hij zich onder gelijken mengde? De gedroomde, geïdealiseerde wereld van Salam is misschien wel dat café aan de haven.

kader:
Vormentaal
Verwacht geen muziektheater of opera, geen dans- of bewegingstheater, geen teksttoneel, geen performance en geen concert. Maar op gezette tijden toch ook weer wel, als een wokkel waarin disciplines ineengedraaid worden, onderling een pas de deuxtje of triootje aangaan.

Weizmans theatertaal is die van het zappen, een brechtiaans aandoend mengsel. Een tikkeltje vreemd maar wel lekker. Helemaal NNT en Club Guy & Roni, of beter gezegd: helemaal Guy Weizman en Roni Haver. Weizman: “Ik zoek een andere realiteit. In het theater wil ik de spanning en de verstrooiing benaderen die van een film uitgaat zoals bijvoorbeeld Inglourious Basterds van Quentin Tarranatino.”

kader:
In den beginne:
Na een decennium van vruchteloze pogingen tussen Sara en Abraham verwekte hij een zoon, Ismaël, bij Sara’s slavin Hagar. Zij trad namens Sara als draagmoeder op. Pas nadat God de belofte aan Abraham had herhaald dat hij veel nakomelingen zou krijgen, schonk Sara hem een zoon: Isaäk.

Uit angst dat Isaäk niet als eerstgeborene zou worden beschouwd, draagt Sara Abraham op om Ismaël en zijn moeder te verstoten. Uiteindelijk groeit Isaäk uit tot een van de grondleggers van jodendom en christendom; Ismaël tot de stamvader van moslims.
Abraham (ook wel Abram) wordt beschouwd als de aartsvader van Israëlieten en Arabieren. Zijn naam komt voor in de heilige schriften van joden (de Tenach), christenen (de Bijbel) en moslims (Kor’an). Sara stierf op 127-jarige leeftijd, Abraham overleed toen hij 175 jaar oud was. Hij werd volgens de overleveringen begraven in de Grot van de Aartsvader in Hebron.

Literair-historisch is de ontstaansgeschiedenis van de bijbelse tekst over Abraham omstreden.

Guy Weizman
Guy Weizman (1973, Tel Aviv, Israël) is choreograaf en regisseur. Hij is sinds 1 januari 2017 artistiek en algemeen directeur van het Noord Nederlands Toneel (NNT). Hij vormt samen met Roni Haver ook de artistieke leiding van dansgezelschap Club Guy & Roni. Sinds januari 2017 bouwen de twee gezelschappen onder Weizmans leiding aan een interdisciplinair theaterhuis: theater van nu in de taal van nu.

Salam speelt tot en met medio mei in theaters in het land. Meer informatie: nnt.nl/salam.

Opstand der dieren

Branoul jubileert met Animal Farm

Literair theater Branoul bestaat dertig jaar en viert dit met de jubileumvoorstelling Animal Farm van George Orwell. “Geen opzetneuzen,” zegt jubilaris Bob Schwarze.

Dit verhaal begint 12 millennia geleden, in de vruchtbare sikkel van het Midden-Oosten. Met de Sumeriërs ontstond daar de wieg van de eerste beschaving ter wereld. Sindsdien volgen (r)evoluties elkaar wereldwijd op, van koninkrijk, aristocratie, plutocratie en parlementaire democratie tot dictatuur; en van monarchie, oligarchie en (volks)republiek tot eenpartijstaat. Nochtans slechts een greep uit wat het menselijk vernuft zoal heeft voortgebracht aan denkbare samenlevingspatronen.

Van hieruit is het de stap maar klein naar de moderne tijd, naar de totalitaire samenleving van Animal Farm. George Orwell schreef zijn satire op het communisme van de USSR onder alleenheerser Stalin op basis van observaties van stalinistische communisten tijdens de Spaanse Burgeroorlog, waar hij aan republikeinse kant meevocht. Na Animal Farm’had hij de smaak te pakken want kwam hij met zijn beroemde dystopische toekomstroman 1984.

In eerste instantie was Animal’ Farm door uitgevers geweigerd vanwege ‘het beledigen van een bevriend staatshoofd.’ Kom daar, vijfenzeventig jaar later, nog maar eens om in turbulente ‘Skripal-tijden’.

In Orwells vertelling komen dieren vol menselijke trekjes in opstand tegen het ‘dier-onterende’ regime dat de mens hem oplegt. Op een dag nemen ze de macht over. Onder de boerderijdieren zijn het de varkens die er door hun intelligentie de doctrine van het Animalisme introduceren, en slagen er met hun Varkenheerschappij een Luilekkerland voor zichzelf te vestigen. De getrouwe maar naïeve stalbewoners eindigen zo gewoon weer zoals ze begonnen: als sloeberende, onderdrukte proletariërs.

Huisleverancier van Branoul, schrijver Manon Barthels bewerkte de raamvertelling en regisseert zelf de productie. Ze laat een voor Branoul uniek aantal van liefst vijf acteurs aantreden, gezang aanheffen (de koorzang ‘Beasts of England’) en een vernuftig videodecor optrekken dat de hele achterwand van het podium beslaat. Het idee voor een productie rond ‘Animal Farm’ kwam bij haar op toen ze op tv de inauguratie van Trump gade sloeg en meende door diens varkensoogjes de kijkers van Stalin te zien. Toen ze daarna voor een benefietgelegenheid van Branoul in de Koninklijke Schouwburg de rede van het varken Snowball uit ‘Animal Farm’ bewerkte tot een voordracht, viel het kwartje echt.

“Het is moeilijker geworden om vastomlijnde personen op Orwells dierenfiguren te plakken,” zegt Bob Schwarze, “Vooral jongeren herkennen in de dierenkarikaturen niet meer de door Orwell bedoelde personen. Lenin, Marx, Trotski, Stalin?

Die namen zeggen hun vaak niets,” zegt hij. En dus dan maar immorele toezichthouders, graaiende bankdirecteuren, steile zorgbestuurders en roeptoeterende politici op de vloer? “Geen maskers, geen opzetneuzen en geen band van elastiek over het hoofd,” lacht Bob Schwarze. “Hebben we geprobeerd, maar dat werkt niet. Het onderliggende verhaal van Orwell is en blijft van zichzelf al een krachtig gegeven, hoe dan ook. De mens is nu eenmaal een diersoort. We maken een voorstelling tussen spel en vertelling in.”

Dertig
Branoul grijpt de vertelling rond de collectivistische dierenboerderij aan voor een uitbundige viering rond haar dertigjarige bestaan. In 1987 werd het opgericht op initiatief van theatermaker en acteur Rein Edzard, die begin vorig jaar kwam te overlijden. Hij wilde een eigen podium voor zijn theatrale vorm van literaire teksten. Sinds 2005 staat Schwarze er aan het roer. Dertien jaar aan stormen heeft hij doorstaan, een terugkerend gevecht voor overleving. “Maar we hebben de stijgende lijn te pakken. Vorig jaar hebben we extra subsidiegeld gekregen voor het aanpakken van een aantal structurele problemen. We kunnen daarom nu vooruit plannen. We gaan er komen.”

Branoul Producties: Animal Farm. Tot en met vrijdag 11 mei 2018. Meer informatie: branoul.nl.