De ‘Benesh’-code

Mensen zonder applaus: Sandrine Leroy, choreologist

Beweging vastleggen. Op papier? Hoe dan? En waarom is dat nodig dan? Sandrine Leroy, choreologist: ‘De basis is ‘Benesh’’.

Op papier leg je muziek vast in het notenschrift. Maar dans? Arabesque, plié, cambré, balancé en tournant. Ritme, tempo, dynamiek? ‘Vroeger werden balletten door dansers en choreografen rechtstreeks in hun geheugen ‘opgeslagen,’ zegt Sandrine Leroy (45), sinds 2007 in dienst bij Het Nationale Ballet. ‘De passen en bewegingen vertelden ze aan elkaar door. Het is maar zeer de vraag hoe betrouwbaar dat is geweest. Belangrijker: op den duur gingen balletten voor eeuwig teloor.’

Het ‘tovermiddel’ heet ‘Benesh’, codetaal op schrift voor dans. Dan Brown verbleekt er bijkans bij. Illustere grondlegger van het notatiesysteem is mathematicus, boekhouder en beeldend kunstenaar Rudolf Benesh, die het rond de jaren vijftig van de vorige eeuw ontwikkelde. Met kennis van de Benesh-code kraak je sindsdien de bewegingen die een choreograaf bedoelde, en ben je in staat die nauwgezet over te brengen ongeacht of het om een solo, duet of groepsdeel gaat.

Benesh? Huh? Een raamwerk dat grofweg het midden houdt tussen iets dat stenografie lijkt en het notenschrift voor muziek. Boogjes, kringeltjes. Dichte en open rondjes. Accolades. Verticale en horizontale balkjes. Waar noten en vlaggen de musicus vertellen wat te doen, geven Benesh-tekentjes aan hoe te bewegen. Een solist of een groep dansers die unisono dezelfde bewegingen uitvoeren hebben hun eigen ‘danspartituur’, bijna zoals, zo legt Leroy uit, in een orkest de violen, de cello’s en de klarinetten ieder een eigen partituur hebben.

In Nederland zijn Sandrine Leroy en haar collega Judy Maelor-Thomas de enigen die de Benesh-notatie ‘spreken’. ‘Natuurlijk, de camera is een prachtuitvinding. In tijdnood val ik ook wel eens terug op videoregistraties. Maar een camera kan niet alles vangen. Als het te donker is op het podium bijvoorbeeld, of bij een beweging die vanaf de coulissen wordt ingezet.’

Bijkomend probleem: video is eendimensionaal, toont slechts één zijde. Er zijn minimaal drie camera’s, drie verschillende camerastandpunten nodig voor een adequate verslaglegging. Voorbeeld? ‘Als een danser schrik, angst moet uitbeelden. Op zo’n moment trek je in het echt het middenrif vanzelf wat in. Zie dat maar eens in één shot vast te leggen. Met ‘Benesh’ schrijf je dat op met een enkel teken.’

‘Benesh’ is gedetailleerder, en een objectieve, bijna wetenschappelijke methode. ‘Benesh is de basis,’ zegt Leroy, wijzend naar de authentieke aantekeningen van Sir Peter Wright voor The Sleeping Beauty: drie volle ordners.

In ‘Benesh’ kunnen alle (on)denkbare bewegingen op papier worden vastgelegd. Zelfs rekwisieten kunnen in de notatie opgenomen worden. En dat alles ter grootte van een notenbalk bijeengebracht, handig want daardoor kan die nauwsluitend de muziek volgen.

‘De vijf horizontale lijnen corresponderen met de belangrijkste lichaamsdelen: hoofd, schouders, heup, knieën en voeten,’ legt Leroy uit. Een horizontaal streepje onder de onderste lijn betekent dat de danser op de hele voet staat. Daar weer een verticaal streepje bovenop staat voor ‘demi-pointes’, balletschoenen met een soepele zool.

‘Bewegingen van bijvoorbeeld ellebogen en handen worden apart aangeduid en gaan vergezeld van een cijfer dat de corresponderende beweging van gewricht of lichaamsonderdeel moet maken.’

Studie
Leroy volgde een klassieke dansopleiding. Ze danste bij een professioneel gezelschap in Frankrijk: ‘Geen grootse carrière. Wel voelde ik aldoor de behoefte om dichter in de buurt te komen van beroemde choreografen, dan zou ik van dichtbij getuige kunnen zijn van grootse creaties,’ zo motiveert ze de studiekeuze voor ‘Benesh’.

Vier studiejaren wijdde ze daarna aan ‘Benesh’, op de gespecialiseerde parttime-opleiding aan het Conservatoire National Supérieur de Musique et de Danse de Paris, in 2005 met goed gevolg afgesloten. ‘Eerst de theorie natuurlijk, dan zelf schrijven en vervolgens veel oefenen. Al helpt het natuurlijk wel dat je professioneel hebt gedanst.’

Congres
Afgelopen zomer was er in Frankrijk een congres van choreologisten voor dans, georganiseerd door het in 1962 in Londen opgerichte en aldaar gevestigde Benesh Institute. ‘Je ziet dan ie-der-een die ‘Benesh’ kent. Het is belangrijk om ervaringen te delen en de eenheid van de notatie te bewaken.’

Het is de laatste jaren trouwens eenvoudiger geworden kennis te verwerven. ‘Dankzij internet is er nu een Benesh-encyclopedie. Dat helpt enorm. Al is het nog steeds tijdrovend om de vluchtige aantekeningen van de repetities uit te werken. En daarna nog de correcties die de choreograaf later in zijn choreografie aanbrengt.’

Op dit moment heeft ze alle notaties van de balletten die Het Nationale Ballet op het repertoire heeft, netjes in een enveloppensysteem en veilig opgeborgen in een brandvrije kluis. ‘Beter zou zijn om alles te digitaliseren.’ Wijzend op de brandkast: ‘Maar voorlopig is dit het heiligdom. Er gaat hier geen origineel de deur uit, ikzelf werk altijd met kopieën.’

kader:
Notatiesystemen
De oude Egyptenaren waren tot op zekere hoogte in staat beweging uit te drukken met behulp van hiërogliefen. Het allereerste ‘moderne’ notatiesysteem verscheen rond 1460 in Spanje. Letters symboliseerden er bewegingen.

Het Benesh-notatiesysteem werd in Nederland rond 1960 geïntroduceerd bij Het Nationale Ballet dankzij het pionierswerk van balletmeester Margot van Wilgenburg. Na haar werd ‘Benesh’ of choreologie ter hand genomen door de Engelse Wendy Vincent Smith.

Naast ‘Benesh’ zijn het Eshkol- en Wachmann-systeem en de Labanotatie ‘concurrerrende’ notatiesystemen.

kader:
Dans is topsport, voor én achter de schermen. In ‘Mensen zonder applaus’ deze keer aandacht voor de choreologist.

Advertenties

Komt dat zien

Negentiende-eeuws Carnivale weer ouderwets op stoom

Carnivale lééft! Als nooit tevoren: van de eerstkomende drie edities is doorgang verzekerd.

Tot aan het voorbije voorjaar heeft het geduurd. Pas toen was het jaarlijkse nostalgische winterfestijn in het Huijgenspark (Stationsbuurt) opnieuw verzekerd van gemeentelijke ondersteuning. Na veel gesoebat. “Maar we kunnen nu drie jaar vooruit,” juicht grondlegger Joris Hentenaar. “We kunnen nu werken aan de verankering en investeringen doen voor de aankomende jaren.”

Dat spreekwoordelijke juichen doet Hentenaar in voorheen café De Bordelaise, dat tijdelijk aan Carnivale is uitgeleend als hoofdkwartier. Toen hem eind vorig jaar na een sms’je duidelijk werd dat er geen editie 2016 zou zijn, liet hij zijn tranen de vrije loop. Ook levensgezellin annex partner in crime Anne van der Zwaard sloeg met de kop keihard tegen het plafond.

Van der Zwaard: “Van de ene gemeentelijke dienst moesten we enorm groeien, van de andere juist een gezellig klein buurt- en volksfeest blijven. En opeens werden we er ook nog van beticht dat de boeken niet klopten.” Na veelvijven en zessen en heel wat overlegrondes is de gemeente in het voorjaar overstag gegaan. Hentenaar: “We zijn er weer als organisatie, en we zijn krachtiger dan ooit.”

Sinds openingseditie 2009 is het geregeld op en af geweest voor de oude reizende carnivale – het circus en kermis van weleer. “Tussen het zwarte gat van de kerstdagen en de knallende kurken van oud en nieuw wilde ik de buurt trakteren op wat ouderwets vertier, ze uit hun luie stoel halen” kijkt Hentenaar op het ontstaan terug. “Toen we een prijsvraag wonnen voor het opkrikken van Vogelaar-wijken, zijn we begonnen.”

Inspiratie voor Carnivale deed hij op tijdens buitenlandse reizen in het Midden-Oosten, waar hij als cameraman reportages in oorlogsgebieden maakte. “De Carnivale als Haags festival is de weerslag van al hetgeen ik gezien heb in het Midden-Oosten. Daar zijn bedrijven die, net zo als hier, feesten en partijen realiseren. Deze hebben een erg carnivale-achtige uitstraling. In oorlogsgebieden staan de prachtige heldere sterrenhemels in schril contrast met de gruwelijke werkelijkheid die het daglicht eigenlijk niet kan velen. Het moet gezegd blijven worden. Laten we daarom met z’n allen beseffen wat we hier hebben.”

Als kind al was hij totaal verwonderd van ‘kijkshows’ zoals die in de film The Greatest Show on Earth, een reizende kijkdoos van rariteiten, dieren en freaks. Hij knoopte er het gegeven aan vast dat het Huijgenspark geboortegrond is van De Kop van Jut, vernoemd naar Hendrik Jut, in 1872 de moordenaar van de rijke weduwe Van der Kouwen die er aan het park woonde. “Dat rauwe randje van toen is gebleven: het park verbindt hoerenbuurten en drugsdealers.” Carnivale was geboren.

Antidigitaal
Hentenaars antidigitale eindejaarsfeest zit tussen ouderwets vaudeville, magie, akoestische muziek en burlesk theater in. “Carnivale is de enige in haar soort en doet alleen Den Haag aan. Ik wil mensen graag verwonderen en betoveren, ze in contact brengen met oerambachten en de alchemie van vervlogen natuurwetenschappelijk onderzoek. Hartverwarmend familieamusement ook, niet die hogere kunstkunde van ‘De Parade’. Geen hijgerige, lawaaierige bedoening, maar gezellig, intiem en puur.”

Highlights
In 2015 kon hij ‘eindelijk’ de oude kermisact Drown the clown laten overkomen. Trots: “Die had ik ooit gezien in New York en dacht meteen: die moet naar Nederland komen.” De bezoekers in 2015 waren verbluft. “Uitleggen heeft geen zin, je moet het meemaken.” Ook bijzonder is Patrick Pickart, de Belgische Hypnotiseur en, ook nieuw, de enige gecertificeerde glazendraaier van Europa. “Die roept geesten op aan de hand van het ‘ouijabord’. Mag niet, maar op de Carnivale kan het.”

Verder natuurlijk geen gebrek aan koffiedikkijkers en handlezers van divers pluimage, spreekwoordelijke insecten- en vlooientemmers, de man van anderhalf miljoen Volt, en niet te vergeten: het meisje dat zomaar in een gorilla verandert. Ook wordt ruim baan gemaakt voor muziek, getuige de 24 verschillende optredens, zes per dag, veelal van Haagse bands. “Meer horeca, meer acts en nog veel meer mooie zaken.”

Ondertussen is het een zoete inval in De Bordelaise: de Carnivale-organisatie weet vanouds vele buurtbewoners te mobiliseren. “Straks zijn er meer dan honderd voor ons in touw. Het mooiste verhaal van dit jaar is nog wel de 75-jarige mevrouw van daar op de hoek die zich dit jaar ook wil aansluiten.”

 

Kerstgeesten uit heden, verleden en toekomst

Zuiderparktheater brengt ‘Scrooge’

Het Zuiderparktheater hult zich deze winter in kerstsferen met een wandeling door het park aan de hand van de vleesgeworden vrek Scrooge.

‘A Christmas Carol’ heet Dickens standaardwerk officieel. Maar is beter bekend als ‘Scrooge’, gemodelleerd  naar de geconstrueerde, desondanks vleesgeworden vrekkige hoofdpersoon en pandjesbaas Ebenezer Scrooge. Boze tongen beweren dat Dickens zijn personage inkleurde aan de hand van Thomas Malthus, naast demograaf vooral blijvend op het netvlies gebrand als zwartkijker.

Onvermijdelijk duikt hij, Scrooge, elke kerst weer op, ook hier in Den Haag. Theatertje Branoul doet al jaren een duit in het zakje met een gloeiende versie die acteur Bob Schwarze er op de toppen van zijn kunnen ten beste geeft. Maar dit jaar brengt ook het Zuiderparktheater een versie van de kerstvertelling-bij-uitstek. Niet alleen op het podium van het openluchttheater trouwens, want ook op verschillende buitenlocaties in het Zuiderpark. Dat vertelt Arne Sybren Postma, regisseur van deze ‘Scrooge’. Postma tovert er een interactieve muziektheater-winterwandeling mee te voorschijn als uit de hoge hoed, een combinatie van locatietheater met kinderen en volwassenen in een mix van opera, musical, koor, dans, percussie en … dressuur.

“Klopt,” bevestigt Postma, en hij is daarmee meteen de eerste om toe te geven dat Scrooge geen bijster originele keuze is. “Maar het is voor het eerst dat het Zuiderparktheater in dit seizoen van het jaar een eigen productie uitbrengt, en dus wil je een titel die bekend is.” Waarom dan toch ‘Scrooge’?, vraag hij zichzelf retorisch af. “Nou, het is een stuk met een duidelijke opbouw, speelt zich af rond drie rondwarende geesten. Dat aspect werd destijds fascinerend gevonden, denk maar eens aan de figuur van Frankenstein en aan vampieren, die stammen ook uit die tijd. Belangrijker: we gaan hier met Scrooge nieuwe dingen uithalen hoor. Kom maar kijken!”

Postma heeft een route door het immense Zuiderpark uitgedacht. Straks zijn op negen plaatsen scènetjes van elk pakweg tien minuten te zien. Elk tijdsgewricht (verleden, heden en toekomst) kent drie scènes. “Als in een pretpark zwerf je langs idyllische plekken, soms zijn het plaatsen die je niet of nauwelijks kent, zoals Het Glazen Huis of die van Stoomgroep West, dat in het Zuiderpark een minirail beheert met spoor en al.

Je mag helemaal zelf de route bepalen. Je mag er dus ook voor kiezen om een en dezelfde scène desnoods vijf keer achter elkaar te zien. Maar als je de route geheel volgt ontdek je Scrooge in verschillende gedaanten: als kind en als jongvolwassene, maar ook als operazanger. Je gaat meemaken wat hij is, wat hij was en wat hij zal zijn.”

De opvallende rol van Marley, Scrooges geestige criticaster – hij waarschuwt als eerste van drie geesten dat Scrooge het over een andere boeg moet gaan gooien – wordt gespeeld door Guus van der Steen, Haags guerrilladichter, acteur en muzikant van de Haagse band KernKoppen. Van der Steen heeft zelf de tekst geschreven voor zijn aandeel.

Straks zijn er zo’n honderd koorzangers, acteurs, dansers en figuranten in touw, berekent Postma. “Stuk voor stuk mensen die wat in hun mars hebben hoor, ik zou het merendeel doorgewinterde semiprofs noemen.”

De grande finale is meteen ook de apotheose van de wandeling. Die vindt plaats in het openluchttheater, dat met de omzomende bladerloze bomentakken een spookachtige aanblik biedt. Zelf een dekentje meenemen en jezelf voorzien van thermisch ondergoed, lijkt geen overbodige luxe. Maar het Zuiderparktheater weet met dat weer-bijltje te hakken, dus is er ongetwijfeld aan comfort en de inwendige mens gedacht. En natuurlijk komt Scrooge ook in het Zuiderpark tot inkeer – niemand blijft immers totaal ongevoelig voor druipkaarsenromantiek die kerst heet…

Zuiderparktheater: Scrooge. Te zien op 23 (tryout), 26 (première), 27 december (matinee en avond) en 28 december 2017. Meer informatie: zuiderparktheater.nl.

Klassiek ballet in eigentijds toneeljasje

Het Zwanenmeer: theaterfun voor de hele familie

De traditionele kerstproductie van Theaterschool Rabarber is dit jaar opnieuw een familiespektakel. Dit jaar een geheide balletklassieker … in een gloednieuw, eigentijds toneeljasje.

Tsjaikovski’s klassieke noten voor Het Zwanenmeer zijn oorwurmen, zo heet dat tegenwoordig. Beter gezegd: muziek voor miljoenen. Balletmuziek inderdaad. Toch zijn er bij Rabarber in de verste verte geen Anna Pavlova, Tamara Karsavina, Uliana Lopatkina of prima ballerina’s van Het Nationale Ballet zoals Anna Tsygankova of Igone de Jongh te bekennen.

Neen, bij Rabarber is van het van origine oud-Russische sprookje De Witte Eend een toneelstuk in de maak. Met straks veertig man op de vloer inclusief een afvaardiging van jongelingenmusici van het onvolprezen Hofstad Jeugd Orkest. Maal twee voor de hele voorstellingenreeks, want er zijn twee aparte casts: een ‘witte’ en een ‘zwarte’. Stuk voor stuk leerlingen van de eigen theaterschool, in leeftijd van pakweg 6 tot 20 jaar. Straks zijn er ook nog 3D ‘mapping’ projecties en videoanimaties. Jeroen de Graaf, regisseur: “Ik wil dat deze voorstelling een breed publiek raakt.”

Het Zwanenmeer is een gelaagd verhaal met welzeker 1001 verschillende balletversies, uitvoeringen en vertellingen. En ook films, zoals die met Nathalie Portman in de dubbelrol van witte én zwarte zwaan (‘Black Swan’, 2011). Er zijn vast ook tig toneelversies. Toch?

Regisseur Jeroen de Graaf krabt even achter het rechteroor als ik het hem, pal voor het begin van een repetitie, voorleg: “Tekstschrijver Marcel Roijaards en ik hebben ons ondergedompeld in de geschiedenis van ‘Het Zwanenmeer’. Voor zover wij hebben kunnen achterhalen is dit de allereerste toneelversie.” Al durft hij zijn handen niet in het vuur te steken voor wat zich sinds 1877 in Rusland en China ooit heeft afgespeeld op dit vlak.

Zoek jezelf, vind jezelf
Iedereen kent de titel. Maar ook het hele verhaal? “Eigenlijk is het een vertelling over jezelf vinden, je eigen weg gaan, keuzes maken,” legt De Graaf uit, die na Baron von Münchhausen’vorig jaar nu opnieuw gestalte mag geven aan Rabarbers kerstproductie.

De plot in een notendop: prins Siegfried (Freek Kunz / Christophoor Ram) krijgt voor zijn achttiende verjaardag van zijn koningin-moeder een kruisboog ten geschenke zodat hij liefdespijlen kan afvuren, en aldus snel een levensgezellin aan de haak kan slaan. Op een nachtelijke escapade met vrienden in een bos bij een meer maakt hij kennis met de mooie Odette (Noa ten Hof / Lois Vecchi). Probleempje: door toedoen van de sinistere tovenaar Von Rothbart (Roger Nievaart) mag zij slechts twaalf minuten per etmaal meisje zijn, voor de rest van de tijd moet ze door het leven als gevederde zwaan, net als een aantal andere gevangengenomen meisjes.

Totdat ooit op een dag de betovering wordt verbroken. Von Rothbart blijkt zelfs zijn bloedeigen dochter Odile (Anna Bisschop / Yasmina Abdelmoumen) verzwaand te hebben. Door Siegfried een toverdrank in te laten nemen weet hij deze zover te krijgen dat Siegfried kiest voor Odile. Als het bedrog later uitkomt volgt bij Rabarber een verrassende ontknoping.

“Een positieve twist,” verklapt De Graaf. Toch is het echt niet alleen meisjesroze en jongetjesblauw wat hier de klok slaat. “Eerder zwart en wit. Want snoodaard Von Rothbart heeft een duister randje, precies als in het ballet. Terwijl Siegfried – bij ons ‘Ziggy’ – onder bonkende beats juist een kwetsbare kant laat zien.”

Notes
Na de repetities, tijdens de ‘notes’, toont De Graaf zich ten overstaan van de spelersgroep kritisch over hun verrichtingen: “Jullie zitten onder je energie. Ik wil meer focus zien.” Onder vier ogen toont hij zich na afloop echter behoorlijk tevreden: “Rabarber is een theaterschool. Je moet verschillende spelniveaus integreren. En iedereen moet door deze kersproductie persoonlijk kunnen groeien. Het is mooi om te zien dat dat vaak ook lukt. Gedurende de jaren zie je dat ze zich in het dagelijkse verkeer ook vaak zelfverzekerder voelen, zelfbewuster. Mede dus door Rabarber.”

Theaterschool Rabarber: ‘Het Zwanenmeer’. Van 26 december tot en met 5 januari n Theater aan het Spui. Meer informatie: rabarber.net.

Haagse pracht bijeengebracht

‘Den Haag is HOT’ in de Koninklijke Schouwburg

In Den Haag wonen Hagenaars en Hagenezen, staat in de leerboekjes. Beide kampen komen aan het woord op ‘Den haag is HOT’. “We zijn op zoek naar wat bindt in plaats van wat verdeelt.”

Het feest der democratie dat gemeenteraadsverkiezingen gedoopt is, in maart, werpt zijn silhouetten ver vooruit. Er wordt in de stad al lustig gedebatteerd – onder meer door deze krant – en ook Het Nationale Theater doet een duit in het ‘groengeile’ zakje met een verkiezingsavondje in de ingezette reeks ‘… is HOT-avonden’ in de Koninklijke Schouwburg: ‘Den Haag is HOT’.

Een niet-politieke duit evenwel: “We zijn geen politieke instelling” legt kwartiermaker Paul Slangen van de HOT-avonden uit. “We zoeken naar het wezen van Den Haag. We gaan niet in discussie, maar in gesprek.” Het verschil? “In een discussie concentreer je je op jezelf, in een gesprek kijk je naar de ander.”
De verkiezingen vormen de aanleiding voor contouren van toekomstig Den Haag. Slangen: “Een ander, hopelijk nog beter Den Haag.”

Vier opvallende inwoners gaan in gesprek met elkaar, keurig twee aan twee verdeeld over Hagenaars en Hagenezen, de twee bloedgroepen die met en over elkaar graag goedaardige bonje en grappen maken.

Het viertal bestaat uit rasbestuurder en oud-burgervader van Den Haag Wim Deetman en de bruggenbouwende historica Valika Smeulders (‘Den Haag was belangrijker voor de Gouden Eeuw dan Amsterdam’) en anderzijds ondernemer alias behangkoning van Den Haag John van Zweden en ADO-voetballer Tommie Beugelsdijk, dit seizoen negen keer basisspeler en, als verdediger, één doelpunt op zijn naam. Maar net zo belangrijk: hij is maatschappelijk Eredivisiespeler van het jaar door zijn niet-aflatende inzet voor de Stichting Geef Racisme de Rode Kaart en de Daniel Den Hoed Stichting.

Scheidslijn
Aan Beugelsdijk, met 16 jaar aan trouwe groengele clubgeschiedenis een volksheld van vele Hagenezen, is de traditionele scheidslijn tussen Hagenees (veen) of Hagenaar (zand) niet besteed. “Ik zie het verschil niet. Ja, in een bepaalde buurt geboren heet je opeens ‘Hagenees’ of juist ‘Hagenaar’ te zijn. Maar voor mij komt dat allemaal toch op hetzelfde neer,” zegt de profvoetballer van Alles Door Oefening, die Wateringse Veld als geboortegrond (1990) heeft.

“Ik heb altijd in Den Haag gewoond, met eventjes een uitstapje richting Rijswijk en een jaartje Frankfurt (Duitsland) in seizoen 2014-2015 na. In die periode was ik gecontracteerd door FSV. Als jonge jongen kwamen er toen heel wat veranderingen op me af. Daardoor ben ik er maar kort gebleven. Wel merkte ik meteen het verschil met Den Haag. Al was Frankfurt ook prima hoor. Maar ik meet nu eenmaal alles aan Den Haag af, zie alles door een Haagse bril. Hier stap ik, wat er ook gebeurt, altijd blij rond.”

Toekomst
Of hij ook medio volgend jaar inwoner van Den Haag is, kan hij nu niet zeggen. “In de voetballerij kan van dag op dag alles veranderen. Mijn contract bij ADO loopt komende zomer af. Je weet nooit precies wat er dan gaat gebeuren.”

Als toekomstdroom ziet hij in de stad graag meer voorzieningen voor jongeren verrijzen: ”Meer buiten spelen, buiten is er hier weinig te doen. Geen uitgaansgelegenheden zoals cafés of discotenten, maar plekken waar je je fysiek kunt uitleven, waardoor jongeren als het ware achter de verslavende playstation en de mobiel vandaan komen. Meer ruimte voor straatvoetbal bijvoorbeeld.” Ook hoopt hij op een schone, opgeruimde stad. “Een stad zonder criminaliteit, waar respect de boventoon voert.”

Op de vrijdagen 8 en 15 december struint Het Nationale Theater met een camera rond op de Haagse Markt. Kooplui én koopjesjagers kunnen dan hun toekomstwens uitspreken. Op de gespreksavond wordt daarvan een compilatie vertoond. Er is dan ook live ‘zendtijd’ voor alle Haagse politieke partijen, en in de foyer een verkiezingsmarkt. En zo doet de politiek dan toch zijn zegje. Zangeres/actrice Naomi van der Linden, Anastacia Larmonie, de HNT-huisband en acteurs van Het Nationale Theater zorgen voorts voor de nodige muzikale en theatrale omlijsting.

Den Haag is HOT. Maandag 18 december 2017 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl.

Festival Dag in de Branding viert 70 jaar Johan Wagenaar Stichting

De uitreiking van de Matthijs Vermeulen Prijs aan componist Kate Moore en de Willem Pijper Prijs aan Hugo Morales. En natuurlijk heel veel ‘nieuwe’ muziek. Editie # 46 van Dag in de Branding belooft één groot feest en duurt liefst een weekend lang lekker.

46. Klinkt niet buitengewoon sexy, eerder nog: doodgewoon. Toch duidt het getal hier op een jubileum. Festival Dag in de Branding viert namelijk 70 jaar zijn geestesvader: de Johan Wagenaar Stichting. Dat ons daarom graag laat delen in de feestvreugde.

“Wagenaar was een gevestigde naam in het Nederlandse muziekleven,” vertelt Caroline Bakker, directeur van festival Dag in de Branding. “Hij was componist en is directeur geweest van het Koninklijk Conservatorium tussen 1919 en 1937. Zijn ouverture ‘De Getemde Feeks’ werd toen overal in het land gespeeld.”

“En ik heb zijn ouverture Cyrano de Bergerac vaak gespeeld toen ik nog deel uitmaakte van het Residentie Orkest,” valt altviolist Emlyn Stam haar spontaan bij. Stam is artistiek leider van het in 2009 opgerichte zestienkoppige New European Ensemble, opgetrokken uit musici, van internationale komaf, die de voorbije jaren zijn afgestudeerd aan het Koninklijk Conservatorium en blijven ‘plakken’ in Den Haag. Het ensemble is hofleverancier van Dag in de Branding. “We zijn in muzikale zin inderdaad doorgaans bij zeker twee van de vier dagen per jaar betrokken,” aldus Stam.

Ten behoeve van deze 46e editie heeft Stam de vrijheid gekregen om te grasduinen in de rijke annalen van de stichting die in 1947 werd opgericht. Hij mocht van zijn bevindingen een gloeiend muzikaal programma samenstellen: “De stichting heeft naast een onnoemelijk aantal compositieopdrachten ook vele prijzen toegekend aan Nederlandse componisten. Dat is van doorslaggevende betekenis geweest voor wat nu geleid heeft tot de beroemde Nederlandse ensemblecultuur voor nieuw gecomponeerde, klassiek georiënteerde muziek. Voor deze editie heb ik een dwarsdoorsnede uit de verleende compositieopdrachten samengesteld, zie het als een muzikale print van de stichting.”

Bij zijn bronnenonderzoek deed hij en passant een ontdekking: “Wagenaars Fantasiestukken voor viool en piano zijn op een jaar na een eeuw lang niet meer gespeeld. Maar zaterdag dus wel weer.”

Voor wat betreft de komende editie wijst hij ook op de compositie Divertimento van Tristan Keuris. “Fascinerend qua vorm, kleur en harmonie.” Ook de wereldpremière van Cees van Zeeland mag niet onvermeld blijven: “Nieuwe muziek die qua kleur en ritme erg aan jazz doet denken.”

Hoogtepunt
Van de allereerste editie in 1994, met als ‘maiden’ Louis Andriessen en daarna Dick Raaijmakers als epicentra, is het festival rond 2006 uitgegroeid tot een gebeuren dat op een enkele dag meerdere hedendaagse componisten naar voren schuift, verschillende theaters en podia in bezit neemt, en dat alles vier keer per jaar doet.

Dag in de Branding is uitgegroeid tot een fenomeen dat nationaal en internationaal hoog in aanzien staat. “We hadden de naam ‘Stockhausen’ nog maar nauwelijks op de website staan, of het liep internationaal al storm”, herinnert Bakker zich.

“Voor mijzelf is de opera Rage d’Amours in 2010 van Robin Zuidam hét hoogtepunt uit al de Dagen. Hij kreeg hiervoor in 2010 de Kees van Baarenprijs van de Gemeente Den Haag. Ter gelegenheid daarvan werd de opera toen twee keer opgevoerd.”

Stam: “Voor mij is het hoogtepunt het festival rond de nu internationaal gevierde Finse componiste Kaija Saariaho, in 2011. Ze kwam er speciaal voor naar Den Haag.”

“Broodnodige aandacht voor nieuwe muziek natuurlijk, en een groeiende schare aan trouwe volgers,” antwoordt op Bakker op de vraag naar hetgeen 70 jaar Johan Wagenaar Stichting teweeg heeft gebracht. ”En dat het beluisteren van nieuwe muziek ervaren wordt als een regelrecht avontuur. Voor mij is dat de verdienste van Dag in de Branding,” voegt Stam toe. Plannen voor komende edities zijn er al volop. Stam: “We zijn bezig om de Russische componiste Goebaidoelina naar Den Haag te halen. Gaaf toch?”

Dag in de Branding op zaterdag 2 en zondag 3 december 2017 in verschillende theaters in Den Haag. Meer informatie: dagindebranding.nl.

Maar niet de goede kant op

Mugmetdegoudentand speelt hilarisch Gidsland

Een land dat de weg wil wijzen heet een gidsland. Maar Nederland is zoekende. De voorstelling Gidsland laat ons lachen waardoor.

Voorstelling: Kunsthart, jaar: 2015. Met zo’n rietje in de hand, officieel een baton geheten, stond hij daar, intens vervoerd, te zwaaien. Hij wás als het ware dirigent Mariss Jansons in persoon. En twee momenten later was hij in hetzelfde stuk een onnavolgbare, lichtjes heupwiegende Mark Rutte, die zich vanachter zijn bureau in het Torentje geloofwaardig ontpopte tot kunstliefhebber. ‘Denkt u werkelijk dat iemand met mijn levenslust het zou uithouden tussen die vreugdeloze boekhouders zonder me buiten diensttijd vast te klampen aan de schoonheid van de klassieke muziek, zonder me onder te dompelen in de vergezichten van de literatuur, zonder me op te trekken aan de verbeeldingskracht van de schilderkunst?’

In Kunsthart’ richtte Rutte die woorden tot zijn speech writer, bedoeld voor kunstenaars die na een ‘beschavingsmars’ protesteerden tegen de bezuinigingen, nu zo’n zes jaar geleden.

Acteur Guy Clemens werd voor zijn virtuoze verrichtingen in Kunsthart gefêteerd met een nominatie voor de Louis d‘Or. In het ook al overal met vier sterren gewaardeerde hilarische Gidsland neemt hij, naast immigrant en presentator, opnieuw de rol van premier op zich. En ook op tv was hij al eens de jonge variant van de premier in Het Land van Lubbers.

Clemens: “Die rol gaat me inderdaad goed af, ligt me goed. Het is in Gidsland de vicepremier trouwens. Wat mij betreft zijn het interessante figuren, in het echte leven zowel als personage. Ze moeten hun idealen koesteren en toch vaak noodgedwongen schipperen – vanwege coalitieafspraken. Maar die moeten ze niettemin kunnen verantwoorden voor zichzelf. En regeringsleiders moeten leidinggevende capaciteiten bezitten. Of ikzelf premier zou kunnen zijn?” Lachend: “Toneelspelen is iets heel anders dan de ruwe werkelijkheid.”

In Gidsland is in vijf tableaus de koortsthermometer opgenomen van het Nederland van nu. Clemens: “Een actuele komedie aan de hand van een rondje langs politiek, media en burgerij. Eerst wordt in iedere groep afzonderlijk een inkijkje opgediend. Je ziet de deelnemers zichtbaar worstelen met de eigen idealen. Verderop in het stuk ontwaar je hoe deze groepen zich in de buitenwereld tot elkaar verhouden.

Gidsland is een stuk over de wereld, over het land waarin we nú leven. Daarom moet je je als kijker onwillekeurig maar onontkoombaar verhouden tot dit stuk.” Dat verschilt volgens Clemens principieel van ‘het opdienen van een oude toneeltekst waarin op poëtische toon in de verte iets over de contouren van het nu te ontdekken is.’

Thuis
Gidsland, na Kunsthart opnieuw een prachttekst van Nathan Vecht, “van wie ik er binnenkort met Aquarium weer eentje mag gaan spelen,” reageert Clemens. En in Gidsland wederom met Lineke Rijxman als regisseur. “Mugmetdegoudentand is voor mij een theaterhuis, een van de weinige gezelschappen trouwens die steeds in het ‘nu’ spelen.”

Vertrutting
“Een gidsland is een land dat een voorbeeldfunctie heeft of inneemt voor de landen die het omringt. Voorbeelden? Gedoogbeleid, polderen, de geaardheid van mensen. Amsterdam en Nederland zijn altijd een vrijstaat geweest voor andersdenkenden. Maar de vertrutting slaat inmiddels wel hard toe. Persoonlijk beschik ik niet over een gids of leidraad. Geloof, politieke stroming, links noch rechts. Dé antwoorden heb ik ook niet. En dan: Welk nieuws moet je nog vertrouwen in het huidige overaanbod aan (des)informatie? Ik vaar steeds meer op mijn innerlijke kompas.”

Maar Gidsland is ook letterlijk te beschouwen, als een land dat zich laat leiden door ‘trial by media’, de gids, ergo de tv-gids. De mediacratie gaat ons vooruit. De meritocratie bepaalt..

Gidsland van Mugmetdegoudentand van vrijdag 30 november tot en met zaterdag 2 december 2017 in Theater aan het Spui. Met ook Anniek Pheifer, Xander van Vledder en Ilke Paddenburg.