Memento mori

Alain Platels dodendans

Alain Platel grossiert in ongewone beelden: dode-paardensculpturen, veertien honden. In zijn nieuwe voorstelling Requiem pour L. volbrengt een 72-jarige vrouw haar allerlaatste ademtocht. In grootbeeld. Een getuigenis.

Zo ziet sterven er dus uit. L. ligt schijnbaar doodkalm te bed, al blijven de zware oogleden meer en meer, langer en langer gesloten. Een laatste opflakkering van de ogen, een laatste glimlach, een laatste woord dat gewisseld wordt, een laatste keer slikken, een laatste keer met de tong de lippen rond. Ogenschijnlijk gebeurt er niets – en toch alles tegelijk. Dan stokt de adem. Oneindig loslaten.

En dan opeens blijft de mond geopend staan in een eeuwige gaapstand.

De doodsstrijd is in veruit de meeste gevallen niet die turbulente, opstandige gebeurtenis die we er toch van vermoeden. Een stil heengaan is het meestentijds – al dan niet onder invloed van morfine –  een verglijden in de tijd. Geen tranen, geen eruptie, geen misbaar. Het lijden van de mens is niet dát hij doodgaat, dat doen andere leefvormen op z’n tijd ook; maar dat hij dat zo goed beseft.

Het intiemste, kwetsbaarste moment in een mensenleven speelt zich af op het sterfbed – voor zover dat gegeven is. Voor de meesten is het meteen hun eerste en enige schouwtoneel des levens: want toekijkende geliefden zien toe hoe hun teerbeminde zich door de slotakte slaat. Zo bezien is het doodsbed ieders eigen eenakter, een besloten vlakkevloervoorstelling, in huiselijke dan wel klinische kring.

Hoogst zelden is de westerse mens met eigen ogen getuige van iemand die in ware tijd sterft. In het westen is de doodsstrijd ver weggestopt, elders loopt dat trouwens soms regelrecht uit op een feestje. Integer, zonder het minste effectbejag bouwde theatermaker Alain Platel met Requiem pour L. een minimalistisch aandoend theatraal feest met het heengaan als inzet, op Mozarts Requiem, en met beelden van een stervende vrouw op een groot projectiescherm met die ‘real time’ in de dood verdwijnt.

Aldoor staat één enkele (web)camera ingezoomd op wat het sterfbed wordt van deze witte vrouw. Ze werd thuis gefilmd, vorig jaar, toen haar laatste momenten zich aandienden. De wat korrelige maar verder nauwelijks bewerkte zwartwit-beelden beslaan de reëel verstreken tijd, zo’n anderhalf uur, maar zijn wat vertraagd weergegeven. Wel heeft Platel er twee keer een ‘knip’ in gemaakt. Daardoor ontstaat als het ware een triptiek: afscheid nemen, sterven en – eindigend in een bijna onsterfelijk mooi, bijna prerafaëlitisch aandoend eindbeeld – dood zijn.

Het ‘argeloze’ publiek wordt hier, sterker: is hier ondeelbaar en ontegenzeggelijk in de rol van voyeur geduwd: die van buitenstaander die voor louter eigen genoegen toekijkt. Het is belangrijk te beseffen dat de terminaal zieke L. er zelf actief voor heeft gekozen om medewerking te verlenen. L., vaste bezoeker van Platels voorstellingen, wendde zich via een wederzijdse kennis tot hem na het zien van zijn voorstelling Coup Fatal, die ze zeker drie keer zag. Platel was meteen gegrepen door het idee, onder meer omdat de dood toen verschillende keren aan hem voorbij was gekomen: hij had afscheid moeten nemen van zijn vader, verloor zijn trouwe hond, en zat aan het sterfbed van zijn mentor Gerard Mortier.

L. alsmede het wedervaren van L. rond de dood koppelen Platel en zijn theatergroep C. de la B. aan de overdonderende koormuziek van Mozarts Requiem. Geniale expressiviteit anno 1626. Een in muziek verpakte uitstalkast van uiteenlopende gevoelens: blijmoed die ontaardt in vertedering, panische angst die uitmondt in urgente bede. Het is de verklanking van ultieme ontzetting en angst voor het verschijnen van de rechter – maar toch ook van het geluk van het laatste oordeel.

Platel besloot over te gaan tot een bewerking van Mozarts heilige compositie. Dat is gedurfd, een stap die hij nog versterkte door te kiezen voor componist Fabrizio Cassol, met wie hij overigens eerder samenwerkte (in Monteverdi’s Mariavespers, de Mattheuspassie van Bach en het westerse barokrepertoire). Platel/Cassol gingen verder. Ze zetten een ontmoeting op tussen veertien muzikanten uit verschillende contreien.

Gezamenlijk ‘reconstrueerden’ zij het Requiem en wendden daarbij ook hun eigen muzikale invloeden aan, van jazz en opera tot allerlei soorten populaire Afrikaanse muziek. Toch blijft dat ongehoorde Requiem steeds hoorbaar de bron. De live uitgevoerde muziek wordt hier (vondst!) niet door een klassiek orkest gespeeld, maar in een bezetting met accordeon, euphonium (tuba), elektrische (bas)gitaar, likembe (duimpiano) en percussie. Cassol verving vervolgens de massieve koorzang door een vijftal zwarte zangers. Zo werden de opeenvolgende zangpartijen tot uiteenzettingen tussen mensen.

Platel deed nóg een meesterzet: Hij liet de musici en zangers, zonder uitzondering gestoken in zwarte kledij en in aan Zuid-Afrikaanse grafdelvers herinnerende gumboots, bewegingspatronen uitvoeren als in een choreografie, laat ze dansen dansen, van limbo tot urban. Swingen op de klanken van een grafzang, een zielmis, op een Re-qui-em? Op Mozarts heilige grafzang? Op zwartgeverfde houten kisten, die qua beeldrijm aan het Berlijnse Holocaustmonument doen denken? Kan dat, mag dat? En dan nota bene tegen de achtergrond van een in slow motion stervende vrouw? Platel doet het gewoon. Want wie bang leeft, gaat bang dood.

Daarmee bevrijdt hij en passant de doodscultus van het westerse taboe waarmee het is omgeven, en verleent hij bovendien ruimte aan uiteenlopende culturen voor de expressie van hun eigen gebruiken en rituelen rond het ontslapen, nog wel op het theaterpodium. Is het denkbeeldig of kringelt tijdens deze overwegingen wierook de theaterzaal in? Dan: Het Laatste oordeel. Een staande, minutenlange indrukwekkende ovatie.

Even later in de foyer staat op de toog een koud biertje warm te worden. Koffietafelbier. Maar pas op, een teug bespoedigt de onvermijdelijke enkele reis naar de dood, want alcohol verkort je leven. Amen.

kader
Alain Platel
De naam en faam van theatermaker Alain Platel is wereldwijd, zijn oeuvre groot en groots. Hij is zich allengs gaan storten op grote, operateske drama’s rond muziek van Bach, Verdi, Wagner en Mahler. In zijn producties staan amateurs vaak zij aan zij met professionals.

Les ballets / compagnies Contemporaine de la Belgique werd in 1984 te Gent opgericht door Alain Platel. Het geldt als artistieke ‘hub’ voor makers die theater, dans en opera mengen onder het motto: ‘Deze dans is van de wereld en de wereld is van iedereen’.

Platel in zijn jubileumboek uit 2006, Ballets: ‘Ik ben altijd een oerchristen geweest. (…) Maar als je me vraagt of geloof steun en troost geeft, weet ik dat niet. Esthetica doet dat wel. Sine musica nulla est vita. Muziek verbindt ons met een buiten het lichaam bestaande wet: in dit geval de akoestiek. Muziek creëert een warme cirkel om ons heen die maakt dat wij überhaupt bestáán zullen hebben. De mens is geschapen om te kijken en te luisteren, verwonderd te zijn en tot bewondering te komen.’

kader
De Vlamingen
De Vlamingen lijken een internationaal erkend theaterpatent op danstheater, lijfelijk muziektheater, expressief-absurdistisch beeldend theater, schouwspelen met vaak een katholieke inslag te hebben.
Anne Teresa de Keersmaeker, Jan Fabre, Guy Cassiers, Needcompany, Vandekeybus, Blauwe Maandag Compagnie, Compagnie De Koe behoren alle tot een Vlaamse lijn die rechtstreeks doorloopt naar FC Bergman, Abattoir Fermé en, bijvoorbeeld, Kris Verdoncks A Two Dog Company anno nu.

kader
Stadsschouwburg Amsterdam en Alain Platel
Stadsschouwburg Amsterdam volgt Alain Platels compagnie C. de la B. al jaren. Onder meer de voorstellingen En Avant, Marche!, Tauberbach, Coup Fatal en Gardenia waren er de voorbije jaren te zien.

kader
Holocaustmonument
Het Denkmal für die ermordeten Juden Europas in Berlijn is opgericht ter herdenking van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bestaat uit 2711 betonblokken, variërend in hoogte en een onderlinge tussenruimte van 95 centimeter.

kader
Mozarts dood
Na een uitvaartmis in de Stephansdom te Wenen werd Mozart in 1791 begraven op de Sankt Marxer Friedhof in wat waarschijnlijk een massagraf was. Pas in 1855 werd de waarschijnlijke locatie ervan vastgesteld, al bestaat absolute zekerheid daarover nog steeds niet.

Requiem pour L.
V
r 19 en za 19 mei, 20.30 uur
Stadsschouwburg Amsterdam
Info & tickets http://www.ssba.nl

Advertenties