Ontheemding werkt door bij twee miljoen Nederlanders

Nationale Herdenking voor einde van de Tweede Wereldoorlog

Met de Nationale Herdenking staat ons land komende zondag stil bij het definitieve einde van de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden. Die dag worden de slachtoffers herdacht van de oorlog tegen Japan en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. In Den Haag zijn er velerlei gedenkmomenten.

Voor miljoenen was de Tweede Wereldoorlog nog niet voorbij in mei. Zo moest de bevolking van Nederlands-Indië volhouden, zonder te weten hoe lang het nog zou duren. En hoewel de Japanse bezetting van Indonesië op 15 augustus ten einde kwam was het daarmee niet gedaan met geweld in Nederlands-Indië: Twee dagen later riepen Indonesische rebellen de onafhankelijkheid uit, die pas in 1950 door Nederland formeel werd geaccepteerd.

In de onafhankelijkheidsstrijd en in de Tweede Wereldoorlog is er een diversiteit aan slachtoffers te betreuren, van burger tot militair slachtoffer, van bevolkingsgroepen zoals Indonesiërs, Molukkers, Indo-Europeanen, Europeanen, Papoea’s tot Chinese Indonesiërs. Hun oorlogservaringen, en ook de ontheemding die voor velen erop volgde, werken tot vandaag door bij, inmiddels, twee miljoen Nederlanders.

Traditiegetrouw heeft de Nationale Herdenking ook dit jaar plaats bij het Indisch Monument – het (graf)monument dat in 1988 werd opgericht. Vanwege corona draagt de bijeenkomst in de Scheveningse Bosjes dit jaar opnieuw een besloten karakter. Gelukkig wordt de herdenking live op tv uitgezonden.

Actrice en theatermaker Esther Scheldwacht verzorgt een voordracht, samen met haar zoon en muzikant Moos. Zij werd uitverkoren vanwege de hoofdrol die ze heeft in de theatervoorstelling ‘De eeuw van mijn moeder’ van Het Nationale Theater (HNT). Met deze marathonvoorstelling schreef regisseur Eric de Vroedt, artistiek leider van HNT, recentelijk een persoonlijk en gelaagd verhaal over de migratie indertijd van zijn moeder, die onlangs overleed, van Nederlands-Indië naar Nederland. Hij vertelt over de levenslange worsteling met identiteit die het gevolg was en de weerslag daarvan op de familie. De verfilming van deze voorstelling wordt juist dezer dagen in delen op tv uitgezonden.

De Vroedt, die zich als ‘Ramses’ opvoert in zijn eigen stuk: “Mijn moeder vond dat ik ook films moest maken. En uitgerekend bij dit project – een monument voor mijn moeder – wordt haar wens werkelijkheid. Een theaterstuk, door zijn aard vluchtig van karakter, is door de videoregistratie voor altijd en iedereen terug te kijken.”

Het eerste deel van de voorstelling, met dertien acteurs op de vloer, is intussen al uitgezonden maar valt online terug te kijken op de website van NPO Start, met zoekwoord ‘eeuw’. Deel 2 wordt vrijdag 13 augustus en op vrijdag 20 augustus wordt deel 3 uitgezonden. Als theatervoorstelling keert ‘De eeuw van mijn moeder’ in het seizoen 2022-2023 terug in de theaters.

De Vroedt werd bij het maken en repeteren gevolgd door de makers van ‘Het Uur van de Wolf’ (VPRO). De documentaire daarvan werd ook al van de week al uitgezonden, maar eveneens terug te zien via NPO Start. Daarnaast besteedt de NOS zondag in de avonduren aandacht aan de herdenking middels een speciale uitzending, met De Vroedt daarbij als gast aanwezig.

Grote Kerk
In de Grote Kerk speelt zich vanaf 10.30 uur een dialoog af, gratis toegankelijk na aanmelding. De vraag die de organiserende instelling ‘Dialoog in Den Haag’ zich daarbij stelt is: ‘Wat betekent deze herdenking voor u?’ Vervolgens kan via een scherm de Nationale Herdenking op tv worden gevolgd in de kerk. Aansluitend is er een zang- en pianoconcert door Duo Merpati.

Museum Sophiahof
Ook Museum Sophiahof, het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag, houdt in samenwerking met Stichting Pelita een besloten middag, met hier als thema ‘De oorlog dichtbij’. Daarnaast is het museum open voor publiek en staat die dag voor elke bezoeker een kop koffie met spekkoek klaar. Ook is de live tv-uitzending van de herdenking daar live te bekijken. Verder is er gelegenheid om bloemen te leggen bij het minimonument op het eigen terrein van het museum.

“Als Herinneringscentrum zijn we het hele jaar door gericht op de 15e augustus,” zegt directeur Yvonne van Genugten. “Maar met de datum in zicht merken we het altijd goed. Er worden dan veel ‘melati’s’, herdenkingssymbolen, verkocht en besteld. Ook het museumbezoek neemt dan toe.” Het is goed dat er afzonderlijk van de Dodenherdenking op 4 mei  wordt stilgestaan bij 15 augustus, zegt ze. “Het leeft enorm.”

Zomergast
Ten slotte is zondagavond de Haagse schrijver Alfred Birney de Zomergast bij de VPRO. “Als romancier hoop ik dat de fragmenten van mijn Zomergastenavond op de een of andere manier een multicultureel verhaal vertellen,” laat Birney weten. Hij is vooral bekend van de grotendeels autobiografische en bekroonde roman ‘De tolk van Java’. “Televisie als caleidoscopisch boek, om zo te zeggen. Mijn commentaren hangen af van het moment, het toeval, en dat kan spannend zijn, voor zowel mezelf als de kijker. Zo ben ik deel van de onvoorspelbaarheid, zoals het hele leven is.”

Den Haag: Weduwe van Indië
Meer dan 100.000 Nederlanders en Indische Nederlanders verkasten met name in de jaren vijftig uit het toen net onafhankelijk geworden Indonesië naar Nederland. Al geruime was de stad Den Haag nauw verbonden met het voormalige Nederlands-Indië doordat duizenden koloniale ambtenaren en andere ‘Indischgasten’ hier hun verlof doorbrachten. Ook voor ‘pensionado’s’ was Den Haag altijd een favoriete vestigingsplaats. De Hofstad wordt daarom vaak ‘Weduwe van Indië’ genoemd.

Meer informatie: https://www.4en5mei.nl/nieuws/nationale-herdenking-15-augustus-1945

Advertentie

‘Een ‘Orozco’ was zeker duizend gulden goedkoper’

Serie Den Haag Centraal: Juweeltjes

Alfred Birney over zijn lievelingsgitaar

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hun dierbaar is. In deze aflevering: schrijver Alfred Birney: “Op verjaardagen poets ik haar altijd op.”

Zijn eerste ingeving: Metamorphose, magnum opus van Escher. Meer bijzonder variant drie. Maar, tja, het oude hoofdpostkantoor aan het Kerkplein is opgedoekt. En daar hing dat 48 meter lange wereldberoemde meesterwerk al sinds 1969 pontificaal te pronken, zó dat hij er altijd graag een omweggetje voor legde.

Waar het origineel na 2008 gebleven is…? Enig speurwerk leert dat het achter de paspoortcontrole in Lounge 4 op Schiphol hangt.

Niet meer in de stad aanwezig, dus niet van toepassing voor deze rubriek. Dan maar een ander object. En na wat denkkracht: het door hem meest gekoesterde object, Model 15, ligt nota bene pal naast hem! Nog wel met de hand gesigneerd en genummerd. Opgeborgen in een dichtgegespte zwarte koffer.

Het gaat hier, vertelt Birney, om zijn klassieke Juan Orozco gitaar, bouwjaar 1978. Meer dan veertig jaar heeft zijn geliefde Spaanse lief en leed met hem gedeeld. Of was het andersom? “Kijk, ziet hij op de aankoopbon: 21 juni 1979. Straks vier ik dus haar 42e verjaardag. “Ik poets haar op verjaardagen altijd op. Ze krijgt dan ook steevast nieuwe snaren,” verkneukelt hij zich alvast.

Hij dreef in die jaren een gitaarpraktijk, introduceerde het gecombineerde noten- en tabulatuurschrift voor gitaristen, dat gretig aftrek vond. Door een beschadiging van zijn linkerhand zo rond zijn dertigste heeft hij het lesgeven eraan moeten geven. Later leidden artrose “en andere hommeles” ertoe dat hij zijn Martins en andere merkgitaren eerst aan de wilgen moest hangen en daarna verkocht.

De Orozco heeft hij echter altijd in bezit gehouden. “Al zit zij vol krassen en deuken, en is zij deels opnieuw gelakt omdat ik er een ‘golpeador’ op had om flamenco te kunnen spelen, toch blijft zij ontegenzeggelijk mooi.” Hij bespeelt zijn geliefde nog in alle toonaarden: van jazz, blues tot folk “en soms een beetje pop of bossa nova. Alleen klassiek, dat gaat niet meer zo goed.”

Orozco’s waren beroemd, onder meer door een ‘groot’ geluid en sonore bas. “De gemiddelde conservatoriumstudent had minstens een ‘Ramirez’ nodig,” herinnert Birney zich over de reputatie van zijn toenmalige aankoop, “maar een ‘Orozco’ was zeker duizend gulden goedkoper – en klonk minstens even goed.”

Zijn gitaar, het merk dan, is vandaag de dag een collector’s item, weet Birney. “Ze worden niet meer gebouwd.” Intussen is er wel een eerbetoon op de markt, in de vorm van de zogeheten ‘Artesano Maestro S.’

Nadat de gitaar naar het tweede plan van zijn leven was verwezen, bleek hij over een dubbeltalent als schrijver te beschikken. In zijn literaire werk trekt ‘de gitaar’ nu en dan nog voorbij. Bijvoorbeeld in ‘Rivier de Lossie’ uit 2009. Daar raakt een gitarist in Birneys voorouderlijk Schotland in de ban van een vrouw die hij meent te herkennen van The Ferryman’s Daughter, een ballade van folkzanger Donovan.

Ook in de De tolk van Java speelt de gitaar een rol – maar veel meer nog de plek, want dáár, uitgerekend naast de woning waar hij, pal onder het puntdak dat er toen nog op gloreerde, werd verwekt, kocht hij zijn Orozco, “bij gitaarbouwer Peer Dellen, toen die nog aan de Bilderdijkstraat een zaak had.”

Hij pakt De tolk van Java erbij, citeert uit pagina 42: ‘Mijn ouders woonden vlak voor mijn geboorte in een obscuur hotelletje tegenover de Openbare Bibliotheek aan de Bilderdijkstraat. Het pand op nummer 12 werd permanent bewoond door toneelspelers. Er zaten bekende namen bij uit die tijd: Jan Retèl, Sigrid Koetse. Vele jaren later zou het een liederlijke kast worden waar minnaars elkaar troffen tijdens kantooruren.’

Biografie
Alfred Birney (1951) is schrijver, essayist en columnist. In 1991 kreeg hij de literaire G.W.J. Paagman-prijs. Voor ‘De Tolk van Java’ kreeg hij in 2017 de Libris Literatuurprijs en de Henriette Roland Holst-prijs. Meer informatie: https://alfredbirney.com/

Gitaren in Den Haag
In Den Haag zijn gitaren te vinden bij onder meer Guitar Chop Shop (Zoutmanstraat), Key Music (Noordeinde) en Max Guitar (Lelykade).

‘Het sneed mij dwars door de ziel’

Birney’s De tolk van Java als toneelstuk

De tolk van Java is een verhaal over vaders en zonen. Het laat de trauma’s zien die vele gemengde Nederlandse en Indische gezinnen aan hun verleden overhielden. Nu is er de toneelversie naar de bestseller van Libris Literatuurprijswinnaar Alfred Birney.

“Ik vind dat we als Nederlanders raar omgaan met de geschiedenis die we in Indonesië hebben liggen maar ondertussen toch maar weinig van weten,” vertelt Olivier Diepenhorst, regisseur van de toneelversie van De tolk van Java.

“Het is niet zomaar een boek en het is ook Birney’s levenswerk. Het gaat over zijn leven. Dat wij dat op toneel zetten, is best gek voor hem. Na afloop van de eerste try-out eerder deze week zei hij me dat hij diep onder de indruk was, maar ook dat hij totaal onderschat had in wat het stuk bij hem teweegbrengt. Het kwam heel erg bij hem binnen om zijn boek opeens in de vorm van een toneelscript en gespeeld door acteurs van vlees en bloed op een theaterpodium terug te zien.”

Diepenhorst vindt Birney’s autobiografische mokerslag ‘een belangrijk boek, maar geen makkelijke kost’. “Er staat minutieus beschreven hoe tijdens de politionele acties gehandeld is. Ik ken mensen die de roman wegleggen omdat ze de beschreven gruwelijkheden niet aankunnen.”

Als theatermaker staan hem op het toneel evenwel andere middelen en mogelijkheden ter beschikking dan een schrijver. “Je kunt het onontkoombare van zijn vertelling op verschillende manieren vangen, al vond ik het boek bij eerste lezing schier onmogelijk om daar een toneelvertelling van te maken. Ik voelde me daardoor uitgedaagd – en dus wilde ik het doen,” vertelt hij over zijn beweegredenen.

Hij was niet bekend met de roman  op het moment dat hij de vraag kreeg om de regie te gaan doen. Diepenhorst: “Een bevriende historica kende het wel en wat zij vertelde fascineerde mij meteen.”

Hem trof in eerste instantie het meest de historische context. “Er is altijd maar weinig aandacht en begrip geweest voor het miljoen Nederlanders dat wortels heeft in Indonesië. Dat is stuitend.” Toen hij verder door de pagina’s van het boek ging raakte hij temeer onder de indruk, toonde zich zelfs geschokt. “Het is een prachtboek, ik heb het in een ruk uitgelezen. Maar als de jonge vader die ik ben, te lezen hoe anderen met hun kinderen omgaan, dat sneed mij door de ziel.”

Hij is ook gefascineerd door de taal waarmee de Haagse schrijver zijn indrukken heeft geboekstaafd. “De memoires van Birney’s vader zijn heel anders van toon en taal dan de passages over Birney’s jeugd.”

Hij heeft in de aanloop naar de toneelversie die zaterdag in première gaat, verschillende keren contact gehad met Birney.

“Hij is betrokken geweest bij de casting”, vertelt Diepenhorst. “We hebben de acteurs uitdrukkelijk als groep gecast. We hebben Alfred voorgelegd hoe hij het zou vinden als Benja de rol van hoofdfiguur Alan zou spelen. Benja is een open acteur naar wie het prettig kijken is, in zijn stem en houding zit een zweem van ironie en hij kan de inktzwarte humor die in zijn rol besloten zit, uitgelezen spelen. Je hoort de kwinkslagen waarmee hij zich staande houdt, maar voelt wel de diepte en de pijn die daaronder liggen. Maar Benja heeft geen Indonesische wortels. Alfred vond dat geen probleem. Ook vond hij het mooi dat we mensen met Indonesische wortels in de cast hebben opgenomen in de acteurs Martijn Apitulay en Denise Aznam, met daartegenover Benja Bruijning en Marie-Louise Stheins.”

In het allerwegen geroemde en bekroonde boek van Birney speelt muziek een belangrijke rol. “We spelen een tekstbewerking, maar ook is er muzikaal veel te beleven. Componist George Dhauw heeft een geluidsontwerp gemaakt aan de hand van het muziekinstrument dat in het boek een voorname rol speelt: de gitaar.”

Door de hele voorstelling heen klinkt daarom een sferische ‘soundscape’ aan gitaarklanken, van heftig tot bijna achtergrondmuziek. “Zo creëren we een lucide sfeer waarmee we meer en meer in het hoofd van Alan kunnen kijken.”

Haagse inbreng is er naast Birney ook met decorontwerper Tom Schenk, die jarenlang tekende voor de decorontwerpen van Toneelgroep De Appel. “Maar hij is ook autonoom kunstschilder. Voor het decorbeeld van dit stuk heeft hij een prachtig decor ontworpen, bestaande uit twaalf panelen die door zelf door hem zijn beschilderd. We hebben dus een kunstwerk als decor.”

Benja Bruijning, Marie-Louise Stheins e.a., De tolk van Java, vrijdag 15 en zaterdag (première) 16 november 2019; en vrijdag 31 januari 2010, Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.hummelinckstuurman.nl