Naar de hemel reiken

Amadeus is een buitengewone ervaring

In Amadeus is de tweestrijd tussen Mozart en Salieri waarlijk een slagveld. Regisseur Theu Boermans voegde bij Het Nationale Theater aan het origineel van Peter Shaffer karrenvrachten humor, actualiteit, subliem toneelspel – en vooral in goud uitgevoerde muziek.

Een Weens wespennest. ‘Me too. Toch nog,’ verzucht Salieri en verkneukelt zich alvast nu Constance, de volkse jonge eega van Mozart zich, na een eerste verkennende benadering, ten tweeden male bij de ‘componist des vaderlands’ vervoegt, om buiten het medeweten van haar echtgenoot in te willen gaan op diens eerdere ruilvoorstel. Dat bestaat eruit dat hij bereid is een goed woordje voor de jonge componist te doen bij de keizer – dat heet: voor zover zij zich tenminste bij hem bereidwillig toont. In natura.

Om gek van te worden, zo goed als hij was. Onbekende klankclusters. Antonio Salieri – volgens keizer Jozef II ‘creator van gelegenheidsdeuntjes’ – herkent onmiddellijk Mozarts naar de hemel reikende muzikale talent. Zijn roem was de jonge componist die heel Europa en ook Nederland al van kindsbeen af had platgespeeld, vooruitgesneld. Hij realiseert zich onmiddellijk op het moment dat Mozart zijn opwachting in Wenen maakt, dat dit ‘verbluffende virtuoosje’ zijn eigen middelmatige talent zal ontmaskeren. Hij werpt de blaam op god, met wie hij immers en zeer devoot een contract als zijn vertolker afsloot.

Laat deze zelfde god hem dan nu in de steek voor zo’n snotneus, een met een anale fixatie en overdadige vaderliefde behepte rebel,een flierefluiter die lak heeft aan conventies en nota bene op het punt om het te gaan maken? Met de komst van Mozart vreest Salieri voor zijn in lengte van jaren opgebouwde sleutelpositie aan het hof. Ondertussen wekt Mozart, een ongelovige Thomas, zijns ondanks alom wrevel aan het Weense hof, door ideeën rond te strooien die de kunstelite tegen de borst stuiten. ‘Teveel noten, gewoonweg teveel noten’, weet muzikaal onbenul alias keizer Jozef II nadat Mozart zijn nieuwste compositie heeft laat voorspelen.

Mozart versus Salieri. De tweestrijd is al tijden een dankbaar en bekend twistpunt onder musicologen. Dwarsboomde de oude Salieri tot in al zijn vezels de opkomst van Mozart? Of was er ook wederzijds respect? Was het uiteindelijk Salieri die de dood van zijn muzikale rivaal bespoedigde door hem onder onnoemelijke tijdsdruk de opdracht tot het ‘Requiem’ te geven – terwijl Mozart armlastig, doodziek en als een junk geheel in zijn eentje aan het wegkwijnen was?

Feit of fictie? Salieri zorgde rond 1825 feitelijk voor nepnieuws avant-la-lettre door op hoogbejaarde leeftijd officieel een brief na te laten. Daarin maakte hij bekend dat de dood van Mozart op zijn conto geschreven moest worden – en door zo zélf voort te leven. Sir Peter Shaffer maakte er in 1979 een bekroond toneelstuk over, dat in 1984 met medewerking van hemzelf glanzend werd verfilmd door Miloš Forman.

Bij regisseur Theu Boermans is Amadeus een uitermate geestige, bij tijden van humor overlopende vertelling over (en voor) jong en oud, vernieuwing tegenover verstarring, hoge versus lage kunst, en over de troebele verhouding tussen oppervlakkig engagement en een door literaire klassieken ingegeven levensader. Hij mixt al deze ingrediënten op weergaloze wijze en vol wellust met een soms naar overdaad neigende, soms lichtelijk over de top gaand geheel tot een nieuw genre, tot een geheel dat je misschien wel een ‘musicalette’ zou kunnen noemen, een in zijn handen een licht explosief mengsel dat toneel, musical, opera en alles daartussen ‘ontschot’ en anderzijds actualiteit en kunstpolitiek op de hak neemt.

Als er iemand is die deze veelheid aan invalshoeken tot een onderhoudend mengsel weet te creëren is híj het wel, zoals hij dat ook als regisseur van Soldaat van Oranje wist te bereiken. Maar met dit huzarenstukje reikt hij zelf naar de hemel, doet hij zelf zijn magnum opus naar de kroon steken. Het juicht, jeukt en kriebelt alom.

Met een live spelend vijftienkoppig orkestensemble en de bedwelmende sopraan Lucie Chartin van coproducent Opera2Day als diva, en zeker niet een in de laatste plaats de over de hele linie in blakende vorm verkerende spelersgroep van Het Nationale Theater – met onder meer een in bloedvorm verkerende Mark Rietman, een als popster door het leven gaande Mozart door jong talent Sander Plukaard, een onweerstaanbare jonge godin Yela de Koning als volkse Constance, en een lachwekkende Jozef II door Vincent Linthorst (zijn laatste klus bij HNT) – is dit een voorstelling die je onder geen beding wilt missen, want onderhoudend, intelligent, spannend.

Zelfs zo dat de liefde van de makers voor Mozarts muziek tot diep in de poriën bij de kijker weet door te dringen. Misschien is dat nog wel de grootste verdienste van deze machtige productie. Maar ook een machtig decor-, licht- en kostuumontwerp dragen daar veel aan bij.

Het Nationale Toneel is al langer sowieso in goeden doen, want Joris Smit werd verleden week genomineerd voor de beste dragende rol in De wereld volgens John, en Bram Suijker een nominatie voor beste bijdragende rol in We zijn hier voor Robbie, beide regies van Eric de Vroedt (was hij dan de Mozart die Boermans hier bedoelde?).

Theateralliantie met Het Nationale Theater i.s.m Opera2Day, Amadeus, tot en met zaterdag 22 juni 2019 en van dinsdag 24 tot en met zondag 29 september 2019, Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.hnt.nl

 

Advertentie

‘Live is de nieuwe luxe’

Het Nationale Theater deelt cadeautjes uit aan de stad

Cees Debets van Het Nationale Theater buitelt over zijn woorden. “Ik heb maar één kans om het seizoen feestelijk af te trappen. September is onze eigen feestmaand. We laten dan het mooiste van het afgelopen jaar zien. De hele stad is uitgenodigd.”

De voorbije maanden zag Het Nationale Theater (HNT) de zeilen bollen: nominaties voor de beste acteurs, vijfsterrenrecensies, gastoptredens in het Holland Festival en uitverkoren voor het Theaterfestival. Tel daarbij op de zalen die niet alleen hier ter stede mudjevol zaten, maar ook bij tourneevoorstellingen in den lande. Het kan beroerder voor een organisatie die net op gang is gebracht.

Want officieel zag de kernfusie van Koninklijke Schouwburg (KS), het Nationale Toneel, NTjong en Theater aan het Spui HNT pas op 1 januari het levenslicht. Het is het seizoen waarin hardop uitgesproken toekomstdromen waargemaakt moeten worden.

Eigen producties
Het Nationale Theater trapt af door veel van het succesvolle snoepgoed van vorig seizoen terug te brengen op de planken in Den Haag. “Ik ga er gewoonweg van stuiteren,” zegt Cees Debets, directeur programmering. “Zóveel topvoorstellingen alleen al in de eerste paar weken… Het gaat zinderen.”

Successen komen dus terug, te beginnen met enkele eigen HNT-producties, zoals Het verzamelde werk van Shakespeare (ingekort), dat vorig seizoen al een paar keer als try out te zien was en toen fantastische reacties teweegbracht. “Geknipt voor beginners, en voor kenners een feest der herkenning,” zegt Debets. Het stuk gaat nu officieel in première, en nog wel onder de schuimkragen van een eigen biertje: het in Scheveningen gebrouwen ‘Shakesbeer’. Debets: “Dat is zo’n cadeautje aan de stad.”

Ook RACE komt terug, het stand-up advocatenstuk over racisme, dat door het Theaterfestival (Amsterdam én pendant Brussel) wordt beschouwd als een van de belangwekkende voorstellingen van vorig seizoen. Voor haar rol in RACE werd HNT-actrice Romana Vrede genomineerd voor beste actrice, de Theo d’Or.

In de openingsmaand keert De Troje Trilogie terug op het programma, met liefst twee gegadigden voor een toneelprijs in de gelederen: Janneke Remmers (Theo d’Or) en Keja Klaasje Kwestro (Colombina). En dat in een stuk dat de Publieksprijs 2016-2017 van Theater aan het Spui in de wacht sleepte. Ook staat vanuit vorig seizoen Moeders en Zonen met onder meer Anne-Wil Blankers en Paul de Leeuw en Medea van Toneelgroep Amsterdam geprogrammeerd.

Verder komt het bekroonde Svizdal van Berlin naar Den Haag, een 3D-performance en portret ineen van een koppig koppel dat vastbesloten is in Tsjernobyl te overleven. Wunderbaum licht de doopceel van onze macaroni-etende, Zuid-Europese vrienden in Wie is de echte Italiaan?, dat een ‘Italo-disco’ heet te zijn. Verderop in het seizoen leggen de Wunderbaumpjes opnieuw aan voor een vermakelijk verslag van een cruise-trip: ‘Superleuk, maar voortaan zonder mij.’

Uiteraard is ook Firma MES van de partij. Dat doet een duit in het herhaalzakje met het urgente ‘Rishi’. Ook is ruimte gevonden voor de metamodernistische manifestatie ‘Untitled’ van Nineties Productions, die in de Electriciteitsfabriek wordt gepresenteerd.

Niet te missen is in de openingsmaand de reprise van ‘In mijn hoofd ben ik een dun meisje’ van NTjong, het jeugd- en jongerentheatergezelschap van HNT (zie ook elders). Tel daarbij op de locatieproductie Old Gangsters Never Die van The Young Gangsters, en bij voorbaat ligt een topmaand in het verschiet. “Bewezen goed,” noemt Debets de gemaakte keuzes.

Uitersten
En dan hebben we het nog niet gehad over het vervolg van The Nation. Het stuk van Eric de Vroedt verraste op het voorbije Holland Festival en werd daarbij overladen met recensiesterren. Hagenaars hadden dat van tevoren al wel gedacht, want zij hadden de afzonderlijke drie delen al eens in eigen stad gezien.

De compilatie van de drie delen wordt in september in Den Haag nog drie keer gespeeld. Daarna waagt De Vroedt zich aan de vervolgdelen vier tot en met zes. Begin november moet alles culmineren in een theatermarathon, als onder het genot van een diner alle delen op één avond gespeeld worden.

Voor Het Nationale Theater wordt 2017-2018 in zekere zin een seizoen van uitersten. Debets: “Want we leggen het superactuele van The Nation naast Oresteia.” De 2500 jaar (!) oude trilogie van Aeschylos, de ‘vader’ van het Griekse drama, is zowat het oudst bewaard gebleven stuk uit de westerse theatergeschiedenis. Debets: “Het Nationale Theater brengt elk seizoen een klassieker uit de toneelgeschiedenis. En dit is dé oertekst.”

Het familiedrama laat een keten van moorden zien, met bloedwraak als voornaamste ingrediënt – totdat de goden ingrijpen. Debets spreekt van een radicale bewerking met de wereld anno nu als uitgangspunt, van HNT-directeur producties en regisseur Theu Boermans. “Met dit stuk heeft hij bijna een gedachte-experiment voor ogen: Hoe ziet de wereld er over vijf of tien jaar uit?” Boermans situeert het drama daartoe in een omgeving waarin een ‘clash of civilizations’ tussen Oost en West definitief gestreden is. Vervolgens laat hij zien wat er gebeurt als een vrouw in verzet komt tegen deze barbarij.

”Door de Oresteia en The Nation naast elkaar, tegenover elkaar of dan weer in elkaars verlengde te plaatsen,” zegt Debets, “kunnen we onszelf en onze bezoekers de volgende prangende vraag voorleggen: hoe willen we onze samenleving inrichten.”

De Oresteia wordt bij HNT een groot gemonteerde productie. En hij onthult nóg een cadeautje: “Hans Croiset, genomineerd voor een Louis d’Or, ‘grand père’ van het klassieke repertoire, gaat meespelen in deze productie.”

En, om maar een idee te geven van onze bandbreedte in dit seizoen,” zegt Debets, Ifigeneia Koningskind van NTjong, dat in oktober uitkomt, schetst wat er in werkelijkheid aan ‘Oresteia’ voorafging.”

Racisme
‘Ik wil het gewoonweg hebben over racisme’, zo vertelde Daria Bukvić aan Debets toen hij haar vroeg waarom zij juist ‘Othello’ wilde doen. Haar opmerking is gewettigd, en niet alleen omdat er deze zomer zoveel te doen was in Charlottesville: De Moorse legeraanvoerder Othello staat onder Romeinse bestuur en raakt tot over zijn oren verliefd op een wit meisje van hoge komaf.

“Shakespeares tekst wordt bij ons bewerkt door Esther Duysker, een schrijfster met Surinaamse wortels.” Bij HNT wordt Othello gespeeld door Werner Kolf, een zwarte acteur. Hij is onder meer bekend van RACE.

Debets: “In de theatergeschiedenis hangt aldoor deze vraag rond dit stuk: Laat je de rol van Othello spelen door een witte acteur die zwart geschminkt is, of door een zwarte acteur?” Bukvić, geboren in Tuzla (Bosnië-Herzegovina) maakte eerder de voorstelling Jihad en Nobody Home, en was onder meer regie-assistent bij ‘RACE’.

“Het is de eerste productie die zij voor ons maakt,” licht Debets toe. Aan het eind van het seizoen gaat ze nogmaals aan de bak bij HNT, dan met Melk & Dadels, geïnspireerd op het verhalen- en receptenboek Melk & Dadels – 100 geheime recepten voor Marokkaanse moeders. Debets: “En die voorstelling gaat niet toevallig in première op Moederdag.”

Verder is natuurlijk ook Jeroen De Man van de partij bij HNT. Vorig jaar verbaasde hij met Ondertussen in Casablanca. Dit jaar zet hij zijn tanden onder meer in Ondine, dat in de taal van HNT een ‘romantisch watersprookje’ heet, over de gelijknamige nimf. Voor De Man is het zijn regiedebuut in de grote zaal. Hij maakt ook in het najaar Kinderen van Judas met onder anderen Joris Smit en Betty Schuurman over vampieren.

Divers
Een programmering die zo divers is als de stad, dat is het oogmerk. “We tonen een dwarsdoorsnede van het beste toneel en theater dat Nederland momenteel rijk is, we hebben de ambitie een ‘toneelhuis’ te zijn.”

Al blijft ook veel bij het vertrouwde. “De KS blijft een plek voor opera en cabaret, en Theater aan het Spui ook voor dans.” Op beide plekken komen jeugdtheater- en familievoorstellingen aan bod en festivals, met onder meer Todays Art en De Betovering die openen in de KS.” De voorstellingen in KS en Theater aan het Spui gaan vaak vergezeld van omlijstende programma’s, “van HOT-avonden tot recensies leren schrijven of vooraf soep eten. We blijven verschillende smaken bedienen.”

Het vervult Debets vooral van trots ‘dat we trouw zijn aan onze partners.’ “Zoals Opera2Day, dat Hamlet gaat uitbrengen. Dat we kanjers als Paul van Vliet opnieuw welkom gaan heten. En dat we theatercolleges hebben, met in het komende seizoen onder meer fotograaf Hans Aarsman, Nobelprijs-winnaar Ben Feringa en generaal buiten dienst Peter van Uhm.” Het zijn avonden voor mensen die verdieping zoeken, aan de hand van wat hij ‘uit de hand gelopen Powerpoint-presentaties’ noemt.

Trots is hij ook op Nasrdin Dchar, die opnieuw met Dad langskomt. “Zeven jaar geleden begon hij in de foyer van Theater aan het Spui door een monoloog, bijna voor de vuist weg, af te steken.” Inmiddels heeft hij een ‘fokking Gouden Kalf’ (aldus Dchar) in bezit. Dad is na drie keer een uitverkocht huis in Theater aan het Spui nu in de KS te zien. “Een applaus steeg op uit het publiek toen ik dat als spreekstalmeester in Theater aan het Spui bekendmaakte.”

Hij is blij met jonge gasten die nu op doorbreken staan. “Zoals ook de jonge makers van Orkater en een theatermaker als Jakop Ahlbom bijvoorbeeld. Niemand weet het, maar de laatste had de afgelopen zomer in Londen met ‘Horror’ drie weken op rij een uitverkochte zaal.”

HNT maakt zo in ieder geval waar wat het zich voornam: dat het makers én publiek meeneemt naar die plek die het beste past. Van vlakkevloerzaal naar lijsttoneel. Of andersom. “Maar ook door jonge makers de kans te geven uit de lijst te breken.”

Met vijf zalen plus de studio’s van het HNT-gebouw heeft Debets liefst zeven zalen ter beschikking – en dus steeds het meest geschiktste podium voorhanden voor welke voorstelling dan ook. Of het nu gaat om ingekochte of zelfgemaakte producties.: “Theatergroepen waaraan we ons hart hebben verpand en die vroeger exclusief verbonden waren aan de KS of Theater aan het Spui, krijgen voortaan de ideale zaal tot hun beschikking.

Zo kunnen bezoekers optimaal van hun favoriete theatergroepen, acteurs of regisseurs genieten en met ze meegroeien. We willen mensen verleiden uit hun huis te komen en collega-bezoekers te ontmoeten. We willen ze raken met kunst en cultuur, onder het genot en de wetenschap dat alles live onder hun ogen wordt toebereid. Live is de nieuwe luxe.”

Meer informatie: hnt.nl

 

Dertig ‘Shakespeares’ op 1 avond

Boermans met het verzamelde werk van William (ingekort)

Het Nationale Toneel brengt in het Shakespearejaar 2016 een hommage aan de grote bard die de wereld met zijn werk al zo’n 400 tot 450 jaar zoveel mooier maakt. Bereid u voor op een lichtelijk anarchistische trip langs ál zijn stukken. Exclusief in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag!

Theu Boermans (o.a. Midzomernachtdroom, Hamlet, Soldaat van Oranje, Midzomernachtdroom) regisseert Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort). De rollen in de beroemde komische crash course, die al negen jaar in Londen op de planken stond, worden gespeeld door Jappe Claes, Vincent Linthorst en Bram Suijker.

Dertig Shakespeare-stukken op één avond? Onmogelijk!
Theu Boermans: “Toch niet! Natuurlijk is het een rollercoaster en soms wordt het plot er in een minuut doorheen gejaagd, dan wel in een enkele zin beschreven. Belangrijk is dat het werk van Shakespeare in deze voorstelling van zijn doorgaans zwaar klassieke ballast wordt ontdaan en de spannende en herkenbare verhalen toegankelijk worden. Naast schrijver was Shakespeare acteur en regisseur. Hij schreef zijn stukken zowel voor het volk als voor de bovenklasse. In zijn tijd hadden acteurs  bij het spelen de grootste lol. Dat lees je in de stukken. Dat alles moeten we in het theater terug zien te krijgen. Door humor dus. Het startpunt is de lezing van een professor, een optreden dat natuurlijk gierend uit de hand loopt.”

Dat wordt vast geheel avondvullend…
“In ieder geval geen marathon voor het publiek. Je hebt te maken met een spanningsboog die je wilt opbouwen, dat geldt ook voor de drie acteurs. Ik mik op maximaal twee uur zonder pauze. Maar we moeten het nog maken, dus zeker weten doe ik het niet.”

Welke is jouw favoriete ‘Shakespeare’?
“Appels kun je niet met peren vergelijken, zijn werk is niet over één kam te scheren. Ik heb ze als regisseur  noch als acteur trouwens lang niet allemaal ‘gedaan’. Hamlet, De Koopman van Venetie, Midzomernachtdroom, Koning Lear, De Storm: Stuk voor stuk fascineren ze. Het mooie is dat je bij Shakespeare steeds een andere toon, een andere atmosfeer ziet. Bovendien: stel je mij die vraag als acteur of als regisseur? Dat maakt verschil. Het fascinerende van zijn stukken is dat ze als regisseur  een beroep doen op het je hele artistieke en vakmatige vermogens . En het gaat nóg dieper: je kunt als regisseur van zijn stukken  niet zelf buiten schot blijven, je móet , onvermijdelijk, zelf stelling nemen.”

Als je een naam uit de groten van de toneelbibliotheek moet kiezen, wie is dat dan en waarom?
Shakespeare staat bovenaan bij mij. En meteen daarna de Grieken, op de voet gevolgd door Goethe, Schiller, Tsjechov, Strindberg, Ibsen. Waarom? Omdat ze midden in hun eigen tijdsgewricht stonden en op weergaloze wijze eeuwigdurende thema’s wisten te beschrijven. Hamlet, Oresteia, De Meeuw: ze lijken in wat ze beschrijven op elkaar, maar zijn toch uniek in hoe ze de thematiek aansnijden.”

Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) door het Nationale Toneel is van vrijdag 30 september tot en met zaterdag 2 oktober 2016, en van 29 november tot en met  zaterdag 3 december 2016 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: ks.nl en nationaletoneel.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

Dik voor mekaar

Nationale Toneel pakt uit met ‘De revisor’

VW, jazeker. Maar ook de harde schijf van de mens zelf zit vol sjoemelsoftware. “De mens is een geboren sjoemelaar. Het sjoemelen zit ons in de genen”. Hoe dik is eigenlijk het laagje boter op úw hoofd?

‘We’ staan op de elfde plaats. Neen, niet op de meest actuele FIFA-ranglijst maar volgens de laatste ‘Corruption perception index’, landen met de minste corruptie. Is dat een goede score? Tja. Heeft u onwillekeurig ooit inkomsten voor de fiscus verzwegen? Een flesje wijn aangenomen misschien? Knijpt u wel eens een oogje dicht? Of heeft u weleens iets door de vingers gezien?

Uit onderzoek blijkt dat we steeds strenger worden tegen frauderende bestuurders: waar iemand vroeger mee wegkwam is datzelfde nu onacceptabel. Boodschappen doen met de dienstauto, dat is nu volstrekt ondenkbaar.

Diefstal, fraude, stiekem lekken van informatie, corruptie, steekpenningen, gegevensmisbruik, spionage, misstanden en onregelmatigheden. Diezelfde FIFA kan er wat van. Sportbonden sowieso. En wat te denken van Berlusconi? Of dichter bij huis: de Vastgoedfraude, de Lockheed-affaire, bonnetjesaffaires, het declareren van flessen wijn à 127 euro? Of neem ‘een’ El Rey, alias de onderkoning van Limburg. Het handjeklap van laatstgenoemde is trouwens nog niet gerechtelijk bewezen.

De Oekraïense grootmeester Nikolaj Gogol (1809-1852, o.a. Dode Zielen, De Neus) smeedde in de autocratische tsarentijd de hierboven genoemde basisbestanddelen voor vuile handen samen tot een meesterlijk en kostelijk toneelstuk: De revisor. In zijn scherpzinnige komedie ontvangt een dorpsburgemeester het bericht van de komst van een revisor, een incognito inspecteur. De man zou zelfs al in de stad zijn gesignaleerd. Al ziende blind raken de machtsdragers en hun slippendragers vervolgens van de regen in de drup. Met een vermeende revisor als overwinnaar.

De première van De revisor in 1836 bracht grote opschudding teweeg in St. Petersburg. Hoewel de tsaar zijn tanden bloot lachte, zijn handen regelmatig stuk klapte en de burgerij ermee wegliep, noemden reactionaire critici het stuk algauw een platte klucht en een onsmakelijke, amorele karikatuur, waarin als klap op de vuurpijl ook niet eens een positieve held te ontdekken viel . De hetze maakte Gogol, die een tijdje als ambtenaar werkte en dus het wereldje van binnenuit had leren kennen, letterlijk ziek, en verdween daarop voor jaren van het toneel, naar het buitenland, zoals dat in die tijd trouwens sowieso bon ton was.

Vergoelijken
Voor het eerst sinds 1980 zet het Nationale Toneel – toen nog onder de vlag van voorganger Haagse Comedie – zijn tanden in Gogols meesterwerk. Destijds waren het Kees Coolen als burgemeester en Jules Royaards als vermeende revisor, die in de huid kropen van Gogols geesteskinderen, met Pierre Laroche als regisseur. Bij het Nationale Toneel waagt Theu Boermans (ANNE, Soldaat van Oranje, Midzomernachtdroom) zich nu, anno 2015 aan de 1001 inventieve manieren die Gogols dorpsgenoten erop nahouden om wantoestanden breed lachend toe te dekken en gemelijk te vergoelijken, de stad naar eigen inzicht op te schonen en daarbij zichzelf en elkaar met genoegen hartelijkheden toestoppend.

Boermans maakt zelf een nieuwe bewerking van De revisor. Hij situeert het naar eigen zeggen in een ‘middenstadje in Nederland, ergens aan de landsgrens’. “Een plaatsje ver weg van Randstedelijke bemoeienis”, licht Boermans toe, “waar ondanks drugstoerisme en de mogelijke komst van asielcentra de bestuurlijke elite het er prima voor elkaar heeft. Links en rechts schuift elkaar baantjes en cadeaus toe”. “Totdat een circulaire bij de burgemeester op de mat ploft: een undercoverinspecteur uit Den Haag op komst! Of erger: Brussel!”

In de vertrouwde regisseurshanden van Boermans wordt daarmee de lokale politiek in Nederland tot het veelzeggende decor van De revisor. Toch is hij niet uit op een rol als moraalridder, zegt hij zelf. Voor de geboren Venlonaar is het stuk vooraleerst een actuele komedie over hebzucht en ijdelheid. “Noem het alsjeblieft geen pamflet of moraliteitenspel of zoiets. De revisor is en blijft wat mij betreft een zedenschets, precies zoals Gogol het bedoeld heeft: een staalkaart die aaneenhangt van kleinmenselijke onvermogens die aan de kaak worden gesteld. Over wat krom is recht praten, zogezegd”. Dat zegt ook wat over het mensbeeld van Boermans zelf. “Klopt. De mens is een geboren sjoemelaar, het zit ons in de genen.”

Hoewel de hoogwaardigheidsbekleders in het stadje het ‘voor elkaar’ hebben, vertrouwt niemand de ander. “Als iederéén corrupt is”,analyseert Boermans,”juist dan moet je waakzaam zijn, er altijd voor zorgen dat een netelige kwestie niet op je eigen bordje belandt”.

Hij maakt een gewaagde vergelijking met religie, met het katholicisme dat hij als Limburger zo goed kent: “Het is slim om God erbij te halen. Want iedereen weet al te goed dat hij zich wel eens ergens aan bezondigt. De mens is zwak. En dan kan God het voor je oplossen”.

Slapstick
Een van de hinderpalen voor een krachtige enscenering zit ‘m mogelijk in het soms opzichtige kluchtigheidsgehalte dat de overhand kan krijgen in Gogols satire. Zo ging André van Duin los in de film De Boezemvriend. En Danny Kaye in The Inspector General. “Als je al in de eerste akte de acteurs vol gas laat spelen, dan kun je daar naderhand niet meer overheen. Je moet dus goed gedoseerd laten spelen”.

Het toneelstuk De revisor was indertijd – en nog altijd – veelzeggend over het menselijk handelen zodra geld de overhand krijgt. Afgunst. Bij de buren is het altijd beter. Niemand blijft uiteindelijk buiten schot. “De mens is een sjoemelaar. Dat zit ‘m in de genen”. En hijzelf: “Bij het Nationale Toneel is de macht verdeeld. Malversaties krijgen hier geen kans. We handelen naar de cultural governance. Verder ben ikzelf vrij slordig, eerlijk gezegd, en op dat vlak ronduit vergeetachtig. Regelmatig krijg ik hier dan ook de vraag gesteld of ik niet toch wat te declareren heb”.

Kader bij Theu Boermans:
Artistiek directeur bij het Nationale Toneel, Theu Boermans, is de regisseur van De revisor. Hij heeft het bij tijd en wijle ronduit kluchtige stuk al jaren in het vizier, vooraan op zijn boekenplank staan. “Geweldig taalgebruik en een nog altijd voortdurende geldigheid wat de inhoud betreft”.

Boermans speelde in 1973 bij het Publiekstheater toen regisseur Jan Grossman het daar bracht, toen met Lou Landré en Max Croiset in de legendarische hoofdrollen van burgemeester en revisor”. Bij het Nationale Toneel worden die rollen gespeeld door respectievelijk Stefan de Walle en Joris Smit. De revisor is voor het Haagse gezelschap het ‘pièce de résistance’ van dit seizoen: zowat het hele ensemble maakt acte de présence.

De revisor van het Nationale Toneel is in de Koninklijke Schouwburg te zien van dinsdag 12 tot en met zondag 31 januari 2016.

Citaten uit De revisor:
“Wij nemen geen smeergeld aan. Dat is beleid. Toch?”
De burgemeester (Stefan de Walle)

“Hoeveel staat er eigenlijk op fraude met subsidiegeld?”
De vermeende revisor (Joris Smit)

 

Tankstation voor dorstige zielen

2015-2016: Nationale Toneel in stad en land

“We zijn de oudste én de eerste toneelgroep van het land, en willen ons meer wortelen in Den Haag. Ook gaan we het begrip ‘nationale’ sterker laden”, verklaart Theu Boermans.

In de brochure van het Nationale Toneel openen Boermans (artistiek directeur) en Walter Ligthart (zakelijk directeur) gezamenlijk het op stapel staande seizoen: ‘Een theater moet een tankstation voor dorstige zielen zijn’. Aan de telefoon preciseert Boermans: “Een theater moet een oord van reflectie zijn. Zoals de gelovige ziel naar de kerk, kan de moderne met dilemma’s worstelende mens in het theater op zoek gaan naar de zin van het bestaan”.
Aan zingeving bij het Nationale Toneel dit jaar überhaupt geen gebrek, want het gezelschap spant over al haar optredens en activiteiten een prikkelende vraag als een mottogevend cellofaantje: Wie betaalt de prijs voor ons geluk? Boermans: “Die vraag komt in iedere voorstelling die we uitbrengen terug, de kloof tussen de ‘haves’ en de ‘have-nots’, of het nu gaat over inkomen, kennis of achtergrond. Actueel én zeer relevant, een weerslag van het politieke gewricht natuurlijk. We leven in een tijd waarin een veelheid aan migranten de voorspoed van de westerse wereld zoekt, terwijl zich in datzelfde Westen ondertussen allerhande aardverschuivingen voordoen”. Maar de vraagstelling is volgens Boermans ook dichtbij te ontwaren. “In onszelf, en in intermenselijke relaties. Voorbeeld? Neem Solness, over de val van de gelijknamige architect. Hij streeft zijn eigen geluk na ten koste van anderen. Of The Little Foxes, waarin een familie door de belofte van economisch geluk uit elkaar valt”.

Boermans, die na dit seizoen Eric de Vroedt verwelkomt als vaste regisseur en later het stokje van hem overneemt, kenschetst het komende seizoen als ‘inhoudelijk’ en ‘krachtig’. “Voorstellingen die hun kracht bewezen hebben, wisselen we af met spannende nieuwe producties waarin gevestigd en nieuw talent aan de bak komt, in de regie maar ook op het podium.”

Het gezelschap opent met Solness, in de regie die Boermans eind vorig seizoen van Ibsens meesterwerk maakte. De gevierde bouwmeester Solness ziet in Hilde een zielsverwante, het gigantische leeftijdsverschil ten spijt. “Hij heeft gebouwd aan zijn eigen illusie maar voelt dat hij een opkomende generatie in de weg zit”. Met Mark Rietman en de jonge Anna van Raadsveld in de hoofdrollen is dit toneel in een pure vorm. Van Boermans is ook de reprise van Shakespeares Midzomernachtdroom, een letterlijk bedwelmend spektakelstuk over de strijd tussen man en vrouw, waarmee Boermans zijn artistieke leiderschap bij het Nationale Toneel in 2011 luister bij zette. “Spektakelstuk?”, kaatst Boermans op vragende toon terug. “Het toneelbeeld is inderdaad spectaculair, maar die de kijker in een droom brengt. Spektakel dus omwille van de dienstbaarheid aan het stuk, aan het spel. Ik houd niet effecten”, licht hij toe. Midzomernachtdroom wordt gespeeld met zowat alle sterren uit het ensemble, met een absolute glansrol voor Pierre Bokma, die opnieuw tijdelijk kon worden gecontracteerd. “Sleutelen? Ach, als je opnieuw gaat monteren zie je altijd wel een schroefje dat los is gaan zitten, dat moet je dan opnieuw even aandraaien”, aldus de regisseur van wie bekend is dat hij graag ‘op de oren’ regisseert.

Revisor
Van Boermans hand is ook De revisor. Kunnen wij zelf de verleiding weerstaan als ons de kans geboden wordt, zo vraagt de Russische schrijver Gogol zich af. Zijn meesterwerk is een komedie over corruptie. In een provinciestadje waar smeergeld goed rondgaat, ontvangt de burgemeester het bericht dat een overheidsinspecteur onderweg is gestuurd naar zijn stad. De man wordt opgespoord en in de watten gelegd. Hij is echter een nietsvermoedende reiziger, die zich aan het eind van het liedje met zakken vol geld uit de voeten weet te maken: de bedriegers bedrogen. Griekenland versus Europa, de bankencrisis, de staat van de politiek? “Ik zie eerder verwijzingen naar machtsverhoudingen in de binnenlandse politiek. Want ook hier zijn er nog altijd politici, provincies en gemeenten die niet juist met de regels weten om te gaan, geen schuld zien in, bijvoorbeeld, het gunnen van bouwprojecten in ruil voor een verbouwinkje aan huis”. Heeft hij zelf altijd de verleiding weerstaan, schone handen? “Volgens mij wel, mijn belasting heb ik altijd keurig betaald”, lacht de Limburger van geboorte.

Het motto van het Nationale Toneel komt ook tot uiting in de stukken die regisseur Casper Vandeputte gaat maken. Hij volgt tot het einde van het aanstaande seizoen een vierjarig coachingstraject voor talentvolle theatermakers. In zijn regie van de tragikomedie De Gouden Draak spelen vijf acteurs (o.a. Antoinette Jelgersma, Anniek Pheiffer, Pieter van der Sman) achttien personages die een scherp licht werpen op het leven van illegalen in Europa en op de (neven)effecten van globalisering. Zijn Fit to fly is een monoloog voor Vincent Linthorst, waarbij Vandeputte samenwerkt met onderzoeksjournalist Karel Smout van De Correspondent. Centraal staat een uitgeprocedeerde asielzoeker die zich in brand heeft gestoken, terwijl een uur later het nieuwe jaar wordt ingeluid.

Zonder meer opvallend is Mariken. Daarin werkt het Nationale Toneel samen met het Haagse gezelschap Opera2Day. Hannah Hoekstra speelt in deze nieuwe opera van Calliope Tsoupaki te midden van een uitgelezen keur aan musici van Asko|Schönberg, Tetraktys Ensemble en Capella Amsterdam, de Nijmeegse dienstmaagd die zeven jaren met de duivel verkeerde. Ook is er een samenwerking met Toneelschuur Producties in De Zender met Stefan de Walle als nieuwslezer voor wie ontslag dreigt, maar daar een draai aan weet te geven door zelfmoord op tv aan te kondigen.

En dat is nog lang niet alles. Zo loopt in Amsterdam de coproductie ANNE, naar de dagboeken van Anne Frank, nog een tijdje door; er staan vele educatieve programma’s en discussieavonden met Babel op stapel. “En vergeet NTjong niet”, roept Boermans zijn jeugdtheatergezelschap in herinnering. Gevoegd bij de vele reisvoorstellingen door het land is het Nationale Toneel flink uit de kluiten gewassen: “We zijn niet alleen het oudste maar ook het eerste gezelschap van Nederland. We hechten aan een sterk makersklimaat en in de stad en beginnen we Urban Stories, een meerjarig project als een stadsbiografie”.

nationaletoneel.nl

 

Haagse theaters verder als Het Nationale Theater

De Koninklijke Schouwburg, het Nationale Toneel en Theater aan het Spui gaan vanaf 1 juli 2016 samen verder als Het Nationale Theater. De drie organisaties maakten deze week hun fusieplannen bekend.

Er  ontstaat een organisatie met ruwweg 140 arbeidsplaatsen en een omzet van zo’n 16 miljoen euro, waarvan op dit moment 12 miljoen uit subsidies van Rijk en gemeente afkomstig is. Het Nationale Theater krijgt een driehoofdige directie met Walter Ligthart (Nationale Toneel) als voorzitter en zakelijk directeur, Cees Debets (Theater aan het Spui) gaat de betrokken zes (!) zalen programmeren, terwijl Theu Boermans het repertoire van de eigen producties gaat bepalen. Boermans wordt in september 2018  opgevolgd door Eric de Vroedt. NTjong verhuist mee en Noël Fischer blijft aan als artistiek leider van het succesvolle jeugdtheatergezelschap.

Met Het Nationale Theater komt het maken en het presenteren van theatervoorstellingen in één hand en ontstaat volgens Ligthart en Debets een krachtige organisatie die, beter dan nu, in staat is een breed, divers en ‘nieuw’ publiek te bereiken in de stad Den Haag én in het land. Debets: “Meer mensen laten meedoen, dat is ons streven. In het belang van de stad moeten onze podia in Den Haag steviger voor het voetlicht komen”. Ligthart: “De ambitie is om een toonaangevende nationale culturele instelling te bouwen die stevig verankerd is in Den Haag, maar ook het grootste reisgezelschap is van Nederland”. De drie theaterorganisaties worden daartoe de komende tijd in elkaar gevlochten. Volgens Lighthart en Debets vallen daarbij geen gedwongen ontslagen, arbeidsplaatsen blijven behouden.

Het Nationale Theater zal zich vooral richten op toneel, maar ook andere theatergenres komen aan bod. Wel, zo zegt het tweetal, wil Het Nationale Theater meer samenhang in de programmering aanbrengen, die reikt “van grootschalige en spectaculaire voorstellingen tot actuele stadsdebatten, van educatieprogramma’s tot marketing, en van talentontwikkeling tot topproducties. Al die onderdelen zijn voortaan een gezamenlijke verantwoordelijkheid”.

Op korte termijn zal het publiek weinig merken van de op til zijnde veranderingen, menen Ligthart en Debets. Begin december 2015 zullen de eerste schetsen van de invulling van het programma, de organisatiestructuur en de naamgeving gepresenteerd worden. Maar pas in het seizoen 2017-2018 zullen de eerste zichtbare vruchten publiek zijn. “We gaan eerst de ideeën voor het komende Kunstenplan 2017-2020 uitwerken”zegt Debets. ”Dat is geen leeg schriftje hoor, maar er is natuurlijk een relatie met de subsidie die ons straks wordt verleend”. Voorts behouden de zalen de eigen signatuur en uitstraling. “Wel gaan we straks meer op thema’s programmeren, mensen proberen een andere dynamiek in de theaters te laten ervaren. Dat kan makkelijker door in een enkele organisatie samen te werken”. Ook beoogt het drietal podiumkunstinstellingen een kwaliteitsslag in de organisatie tot stand te brengen. Ligthart: “Straks zijn we nog beter in staat toptalenten aan ons te binden”.

Met Het Nationale Theater beschikt Den Haag binnenkort over een tweede grote podiumkunstinstelling. Samen met het Dans- en Muziekcentrum immers, de ‘paraplu’ die het Residentie Orkest en het Nederlands Dans Theater verbindt in het Zuiderstrandtheater en die het vanaf 2019 het Onderwijs- en CultuurComplex aan het Spui met vier theater- en muziekzalen gaat bespelen, lijkt Den Haag de komende jaren van een hoogwaardig theateraanbod verzekerd.

Crisis bij de Koninklijke Schouwburg

Fusie met Nationale Toneel onderwerp van onderzoek, toekomst onduidelijk

Den Haag Centraal
Door Annerieke Simeone en Eric Korsten

Hedwig Verhoeven, zakelijk directeur van de Koninklijke Schouwburg (KS), heeft per 1 december haar werkzaamheden neergelegd. Dat blijkt uit een mail bestemd voor externe relaties. De reden is ‘een verschil van inzicht over de toekomstige aansturing van de Koninklijke Schouwburg’. Wat dat verschil van inzicht is, wil Pierre Heijnen, voorzitter van de Raad van Toezicht (RvT) van de KS, niet zeggen. “Dat is iets tussen werkgever en werknemer”. Ook Verhoeven onthoudt zich van commentaar over de toedracht: “Dat heb ik zo afgesproken en dat lijkt mij het beste voor de Schouwburg”.

Simon van Driel, voormalig lid van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer en nu werkzaam in meerdere bestuursfuncties, neemt haar werkzaamheden tijdelijk waar. Van Driel wil niks loslaten over de kwestie, behalve dat hij begin januari meer duidelijkheid kan bieden over de toekomstvisie van de Schouwburg. Verhoeven werd in 2010 aangesteld ‘om een intensievere samenwerking met collega-instellingen te realiseren en de relaties met de zakelijke markt te verdiepen’. De RvT laat weten dat Verhoeven ‘een gezonde financiële basis achterlaat’. Toch liep de samenwerking met het personeel weleens stroef. Intern werd ze gezien als ‘iemand die moeilijk beslissingen neemt’. In de Haagse theaterwereld is het eveneens geen geheim dat Verhoeven en artistiek directeur Oscar Wibaut moeilijk door een deur konden. Een enkeling speculeert zelfs dat zij een rol speelde in de burn-out die Wibaut een jaar geleden kreeg. Maar nu Verhoeven van het podium is verdwenen, is het nog maar de vraag of Wibaut zelf mag aanblijven. Heijnen geeft geen uitsluitsel: “Ik kan daar geen enkele mededeling over doen”. Wibaut was zelf niet bereikbaar voor commentaar.

Simons
Ondertussen lijkt ook de toekomst van de zogenaamde Toneelalliantie, een samenwerking tussen de KS, het Nationale Toneel, de Theaters Diligentia/Pepijn en Theater aan het Spui in het gedrang te komen. Cees Debets, directeur van Theater aan het Spui, maakt zich zorgen. “We hebben nu wel praktische zaken geregeld, zoals een gezamenlijk ticketsysteem, maar verder hebben we elkaar weinig meer gesproken sinds de ziekte van Oscar”. Een echte artistieke signatuur ontbreekt volgens hem. “Ik ben benieuwd naar de koers die Van Driel gaat varen. De tijd gaat dringen, want volgend jaar moeten ideeën voor een nieuw kunstenplan op tafel liggen”.

Volgens een ingewijde bron binnen de KS geldt de situatie rond Johan Simons in Rotterdam als lichtend voorbeeld voor de Haagse schouwburg Vanaf 2017 wordt Simons artistiek directeur van Theater Rotterdam, een collectief waarin Ro Theater, Rotterdamse Schouwburg, Wunderbaum en Productiehuis Rotterdam zich hebben verenigd. In de Haagse equivalent zou artistiek leider van het Nationale Toneel (NT), Theu Boermans, naar voren kunnen worden geschoven. Maar ook andere allianties behoren tot de mogelijkheden. Hoewel Heijnen daar eveneens geen concrete uitspraken over wil doen, is volgens hem ‘alles denkbaar’. Pien van Gemert, hoofd communicatie van het NT, bevestigt dat er gekeken wordt naar een intensievere samenwerking tussen beide podia, maar ontkent dat Boermans daarin een bijzondere rol zal spelen.