‘De bezemkast is net zo spannend’

Sjaak Bral en Javier Guzman openen ‘The Backstage Comedy Tour’

In de Koninklijke Schouwburg doen ‘headliners’ Sjaak Bral en Javier Guzman de aftrap voor een gloednieuwe landelijke initiatief: The Backstage Comedy Tour.

Tien cabaretiers die op tien opvallende locaties in schouwburgen in het land ieder een voordracht, act of voorstelling-in-een-notendop doen van om en bij twintig minuten max. Het zijn kleine, ludieke ‘amuses’ die beetgaar opgediend worden op verrassende plekken in de theaters waar The Backstage Comedy Tour aanlegt. Want de coulissen, de kleedkamers, het zijtoneel, de werkplaats en de kantoren zijn van zulke hoekjes en gaatjes in het theater die doorgaans aan het oog onttrokken blijven.

Het publiek maakt ‘backstage’ op de benenwagen en in groepjes opgedeeld een onvermoede tocht langs zulke plekken. Op premièrelocatie de Koninklijke Schouwburg (KS), zijn er ‘ludiekjes’ in enkele foyers en in het gebied rondom het achtertoneel. Het plenaire slotakkoord vindt plaats in de grote zaal.

In iedere stad zorgt een ‘local hero’ voor extra sjeu. In Den Haag is dat Sjaak Bral. “De KS is natuurlijk een machtig mooie plek,” oreert Bral als geen ander, “ik heb er zelf vaak opgetreden. Gemarineerd in de theatergeschiedenis, al is voor mijn cabaretcarrière Theater Diligentia van grotere betekenis.”

Wat hij gaat doen in ‘The Backstage Comedy’? Heel precies weet hij dat nog niet. “Maar er zijn zoveel verhalen te vertellen, alleen al van acteurs en artiesten die op het moment suprême de weg naar het podium van het ene op het andere moment plotsklaps niet meer wisten te vinden. Uit de eerste hand. Voorbeeld? Remco Campert. Die hebben we eens een keer in het souterrain teruggevonden.”

Het ligt, zegt Bral, dan ook voor de hand om te putten uit roemrijke verhalen en anekdotes uit het backstage-verleden van de KS. “Op welke plek ik dat ga doen weet ik nu nog niet. De bezemkast vind ik net zo spannend als de portierswoning die er ooit op de bovenverdieping was.”

Bral schudt momenteel flink aan de boom. Naast zijn column in het AD heeft hij sinds kort zijn eigen lunchshow ‘Broodje Bral’ bij Radio West, houdt hij in de zomer huis in het Zuiderparktheater waar hij drie ‘Comedy Nights’ als ‘host’ aaneen grapt in een Summer of Laughs, en is hij als klap op de vuurpijl bezig met het maken van de opera Scheveningse Kuren die hij met het Residentie Orkest en Kwekers in de Kunst aan het voorbereiden is. “Dat is ter gelegenheid van 200 jaar badplaats”.

Keten
Javier Guzman staat aan de wieg van dit nieuwe cabaretconcept. Persoonlijk kijkt hij erg uit naar de laad- en losruimte als speelplek, maar hij tekent in de KS ook voor de plenaire slotakte in de bonbonnière. “Het moet een soort ‘keten’ zijn, gein maken, uit de band springen. Locatietheater waar je lol gaat maken en beleven.” Er zijn in Nederland zo vele mooie theaters, vindt hij. “En de KS is echt een plaatje, voor mij behoort die tot de top 5. Vergeet niet dat een godheid als Wim Kan er kind aan huis was.”

Stand-upper Kim Schuddeboom is er eentje van de jonge generatie cabaretiers die aansluit in de line-up van ‘The Backstage Comedy Tour’. “Nee, ik ken de KS niet, ben er nooit geweest. Maar wel gaaf dat we daar staan natuurlijk. Nog mooier dat het om onvermoede plekken als podium gaat, dat is voor ons als cabaretiers een uitdaging en voor het publiek extra leuk. Je krijgt een andere dynamiek, je moet anders met het publiek omgaan – en zij ook met jou. Ik ga in ieder geval iets doen dat dicht bij mezelf ligt. Wat dat is? Dat ga ik niet verklappen.”

‘The Backstage Comedy Tour’, woensdag 9 mei 2018 in de Koninklijke Schouwburg. Met naast Bral, Guzman en Schuddeboom ook Thijs van de Meeberg, Victor Luis van Es, Jim Speelmans, Grof Geschud, Fabian Franciscus en Emiel van der Logt.

Advertentie

Morgenrood tot ontwaken gebracht

Bral schrijft volksopera De Vloek op Scheveningen

Na het eclatante succes vorig jaar van de vissersopera Harde Handen wisten ze daar bij het Zuiderstrandtheater al snel: dit móet een vervolg krijgen.

En ziedaar, dat is er nu met De Vloek op Scheveningen. Op tekst van de meespelende (en zingende!) Sjaak Bral worden de hoofdrollen in deze Nederlandstalige ‘volksopera’ vertolkt door cracks Ernst Daniel Smid en Miranda van Kralingen.

‘Ha ha ha’, geeft regisseur Kees Scholten solo ten beste. Wat besmuikt en vooral voor de vorm bootst hij het massief klinkende gezang van een 140-koppig Schevenings zangkoor na ten overstaan van de zes aanwezige spelers/zangers. Om even later opeens de nuance te zoeken. ‘So-li-da-ri-téit,’ zo legt hij de gewenste nadruk uit aan operaster Miranda van Kralingen (Sien). ‘Als de muziek daarna inzet,’ verduidelijkt hij, ‘kijk je strak en innerlijk verstild voor je uit, en loop je veelbetekenend weg van je echtgenoot, richting zaal, naar het publiek. Laat die Arie Vrolijk (Smid) het maar goed voelen.’

Het moet die middag tijdens de repetitie een paar keer bijna à la ‘De Vloer Op’ over, maar dan zit de scène ook werkelijk gebeiteld. Voorlopig tenminste, want het tienkoppige ensemble van het Residentie Orkest sluit tijdens deze repetitie pas later in de avond aan, de spelertjes van Theaterschool Rabarber zijn er ook nog niet bij, en evenmin de leden van Theaterkoor Dario Fo. Ook het speciaal voor deze eenmalige productie uit loepzuivere Scheveningers gerekruteerde zangkoor is nu niet bij. In een eerder stadium is er al wel met alle partijen gerepeteerd.

Errepels & herring
De theatervertelling van Bral is een muzikaal verhaal over verleden, heden en toekomst van de Scheveningse haven. Die speelt zich af in het Zuiderstrandtheater, op vrijwel letterlijk het grondgebied dat vroeger ‘De Sleep’ toebehoorde, waar tot 1979 de Sleephelling Maatschappij Scheveningen was gevestigd. Nagenoeg iedere Scheveninger was er werkzaam (geweest) of kende iemand die er had gewerkt. Na het faillissement in 1979 werd nog geprobeerd een doorstart te maken, maar uiteindelijk werd het werfterrein in 2005 door een projectontwikkelaar opgekocht. Er verrezen luxe appartementen.

De repetities voor ‘De Vloek van Scheveningen’ vinden voor een belangrijk deel in de studio plaats van de ‘blauwe doos’, volumebouw die als tijdelijk onderkomen dient voor Zuiderstrandtheater en Residentie Orkest. Daar moet ondertussen de verbeelding even flink aan de bak: schel TL-licht, nul rekwisieten, en van het decorbeeld dat straks de productie omlijst valt niets te bespeuren dan zwarte achterdoeken. Verder enkel een zwarte Schimmel-piano, een lage tafel waarop het script opengevouwen ligt, en een rij stoelen die de coulissen voorstellen. Toch zijn in de kale omgeving al wel enkele brok-in-de-keel-momentjes te beleven. Het moment bijvoorbeeld dat Bral – onder meer verteller, oliemannetje én Sleepdirecteur Piet Duindam – een tas met shirts in de handen stopt van Vrolijk. Die vol verbijstering achterblijft. Maar ook humoristische: ‘Errepels op het vuur / Herring in ‘t zuur / en de zon op je bol / wat wul je mèr’, zo zingen de vrouwen in het lied ‘Eiland Vlook’. Het is geënt op Mascagni’s ‘Cavalleria Rusticana’. De volksopera is gebouwd rond enkele bewerkingen van bekende operahits, onder meer van Bizet en Verdi, en musicaltoppers (‘Sweeney Todd’ en ‘Fiddler on the roof’), maar ook huiscomponist van muziektheatercollectief Volksoperhuis Jef Hofmeister heeft enkele composities geschreven.

Kwal
Bral heeft met De Vloek op Scheveningen op het eerste oor een mooi werkje afgeleverd, met in de drie bedrijven veel aandacht voor noeste arbeidersstrijd, werkmansverzet en opkomende projectontwikkelaarsbelangen. Zinderend wonen aan Zee, luidt de slagzin waarmee groot-geld-jongens-van-nu het grondgebied dat pal voor de neus van het Zuiderstrandtheater ligt, oppimpen met – opnieuw – eentonige woningbouw. ‘De Scheveningers hebben het allemaal zelf uit handen laten vallen,’ ventileert Bral. Die opvatting krijgt bij hem vooral gestalte in Sien, de vrouw van Arie. ‘In de spreuk onder het wapen van Scheveningen staat ‘standvastigheid en volharding,’ laat hij haar vertolkster Miranda van Kralingen in deze volksopera strijdbaar uitspreken. ‘Arie, jij hebt de ruggengraat van een kwal’.

Het wachten is nog even op de windmolenparken die er straks aan de einder van de zee dobberen, en een nagenoeg volgebouwde kuststrook. Tenzij…  Ja, tenzij wat eigenlijk?

De Vloek van Scheveningen. Met medewerking van Kwekers in de Kunst, Residentie Orkest, Theaterschool Rabarber en vele Scheveningers. Te zien van donderdag 8 tot en met woensdag 14 september in het Zuiderstrandtheater. Tickets: (070) 88 00 333 of via zuiderstrandtheater.nl.

 

‘Ze hebben het zelf toegestaan’

Sjaak Bral schrijft nieuwe episode van ‘vissersopera’

Het was een ‘sociaal-culturele vrijplaats’. Nu staat er ongenaakbaar het Zuiderstrandtheater. Hagenees Sjaak Bral doet de geschiedenis van de meer dan Scheveningse thuishaven uit de doeken in een muziektheatraal spektakel.

Met de onnavolgbare Loes Luca in een glansrol was Harde Handen vorig jaar een gouden greep. En daarom doet het Zuiderstrandtheater meteen maar een poging een traditie te vestigen door opnieuw met een eigen muzikale show als seizoensopener af te trappen: De Vloek op Scheveningen. Met wederom een sterk lokaal gekleurde teint en dit keer Hagenaar/Hagenees Sjaak Bral die de tekst schrijft.

Een woonwijkje van vissers en strandjutters. Bij elkaar niet meer dan 126 arbeiderswoninkjes. Vijf luttele straatjes met één kruidenier en een half-illegaal cafeetje: De Vlook. Een oud-Hollandse benaming voor ‘gewelfd’. Door Scheveningers werd De Vlook gezien als een volstrekt eigen gebiedsdeel, door Hagenaars als duivelseiland. De bescheiden omvang ten spijt – misschien juist daardoor – is het grondgebiedje voor authentieke dorpsbewoners niettemin een uiterst elementair deeltje. Historische, nee, zelfs legendarische grond waar ooit de stoomfluit het ritme bepaalde. ‘Het eiland Vloek’ werd het genoemd, omringd door de zee, haven, sluizen en duinen. Vele Scheveningers werkten er op de sleephelling. De saamhorigheid was er al groot toen de storm van 1894 opeens alles platwalste. Toch werd dit wijkje eind jaren zestig opgedoekt, het moest wijken voor het grote geld van projectontwikkelaars. En dus werd de grond voor een symbolisch bedrag van 1 gulden verkocht. Norfolk en een derde haven verrezen, waarmee het grote geld moest worden binnengehengeld. Op het stukje dat braak bleef liggen, begonnen de krakers van De Blauwe Aanslag uit Den Haag er een nieuw bolwerk, de uitspanning De Vloek.

Het navrante is dat dit uitgerekend de plek is waar nu ‘De Oester’ staat, alias het Zuiderstrandtheater, een betonnen bouwdoos die van buiten stormwind, hagelregen en koperen ploert weerstaat, maar binnenin veler harten doet kloppen. Veel kinderen hebben indertijd dáär op die plek hun gouden jeugdjaren doorgebracht . Maar zagen hun stekkie langzaam maar zeker verzinken.

Zestig
“Ik kan wel zestig verhalen schrijven over De Vloek,” zegt Sjaak Bral, “vertellingen die zonder uitzondering stekelig Shakespeareaans zijn. Ik wil er daar drie van vertellen: over het verleden, het heden en de toekomst. De Vloek van Scheveningen begint bij de sleephelling, en ik laat vervolgens zien hoe Scheveningen rond de jaren zeventig in zak en as belandden. Als toekomstbeeld laat ik iemand de eerste paal slaan. Waarvan? Dat is de vraag. Het stuk krijgt zo hopelijk de lach én wrang geladen toets van een Wachten op Godot.”

Bral lardeert als volleerd cabaretier de muzikale theatervoorstelling met laagjes humor, net als hij dat deed in zijn veelgeprezen stuk over Blonde Dolly. “Maar nooit eerder heb ik een stuk in deze omvang gemaakt: naast de theatermakers van Kwekers in de Kunst en een ensemble van het Residentie Orkest zijn ook de zangers van het Volksoperahuis erbij, en ook 120 Scheveningers. Zij vormen tezamen een gelegenheidskoor. Met de tekst ben ik vier maanden zoet geweest, want het gaat niet alleen om gesproken woord, maar ook om liedteksten, op muziek die soms wat ingewikkeld is. Zie het als een legpuzzel. En daarbij moet ik ook veel schaken. Het haalt me enorm uit mijn comfort zone. En dat is prima.”

Manifest
De sprongen in de tijd die in het verhaal worden gemaakt, worden aaneengesmeed door een verteller. Wellicht Bral zelf? “Ga er maar vanuit dat ik het doe.” Dat wordt dan een sterrencast, want naast Bral zelve treden in de hoofdrollen onder meer concertzangers Ernst Daniel Smid (bariton) en Miranda van Kralingen (sopraan) aan.

Een manifest met een knipoog, zo omschrijft Bral zijn bedoeling met De Vloek op Scheveningen. “Ik wil bewustwording kweken. De Scheveningers hebben het potverdorie allemaal wel geweldig uit hun handen laten glippen zeg. Het is ze overkomen omdát ze het toegestaan hebben. Maar het hoeft zo dus niet toe te gaan. Je bent er zelf bij!”

De Vloek op Scheveningen is van donderdag 8 tot en met woensdag 14 september 2016 te zien in het Zuiderstrandtheater. Meer informatie: zuiderstrandtheater.nl.

Een Vrolijk intermezzo

Sjaak Bral fileert moord op Blonde Dolly

Sjaak Bral maakte cabaretdrama van de moord op Blonde Dolly, een Haagse Mata Hari die graag danste op het slappe koord van hoge en lage cultuur.

En daar staat-ie dan te glimmen, de poëtische proleet, straatfilosoof van minstens half De Haag. Middenin zíjn stad, op zijn hoogsteigen ‘Platô’, buik vooruit, stijf samengeknepen turende kijkers boven een afdakje, en met zijn neus die als een niet te missen richtingaanwijzer de weg naar de contreien van de Doubletstraat beduidt. Korte tijd was dat onzedelijk stukje Den Haag het werkterrein van Blonde Dolly. Eigennaam: Sebilla Niemans. Maar ze verlegde haar werkterrein nar de toen compleet verpauperde Nieuwe Haven. Zoals in die dagen trouwens half De Haag vergeven was van de firma matrassenverhuur.

Onder mistige tot op deze dag formeel onopgehelderde omstandigheden werd de 32-jarige in de nacht van 2 op 3 november 1959 in koelen bloede door verwurging om het leven gebracht, terwijl daarbij een fortuin aan gouden tientjes dat voor het grijpen lag, onaangeroerd bleef: Naast aftrekken was ze dus een kei in optellen. Ongeloof en ophef golfde door Den Haag, door heel Nederland, ook omdat in de dagen daarvoor in een peeskamertje verderop Marietje van Es was doodgehamerd. Toen bleek dat Blonde Dolly naast inteeltkoppige patjepeeërs ook societyheren uit de meest welingelichte kringen met haar paradijs aan hun natte droom hielp – van wie zij er in een oogwenk tot geliefde verhief – viel heel Nederland voor haar. Maar dus te laat.

Wie was het dan die Blonde Dolly vermoordde? Een onopgeloste moord blijft leven. Met De moord op Blonde Dolly treedt Sjaak Bral niet alleen in de voetsporen van Diederik van Vleuten (neem ‘Buiten Schot’) maar ook in die van erkende Dolly-vorsers als thrillerschrijver Tomas Ross en journalist Casper Postmaa. Beiden beschreven en detail de toedracht van de moord op Blonde Dolly. Met zijn speurdersneus bracht Postmaa bovendien aan het licht dat de nooit veroordeelde moordenaar nog in leven is – en zocht hem zelfs lijfelijk op. Toen Postmaa Bral op een goede dag wees op diens uiterlijke overeenkomsten met de vermoedelijke dader, raakte Bral gegrepen. En toen daarna ook nog eens bleek dat zijn moeder in haar kinderjaren Dolly had ontmoet, en net als zij in een weeshuis was opgegroeid, besloot Bral het Haags Gemeentearchief te bezoeken, waar het politiearchief over deze zaak ligt opgeborgen. Uiteindelijk bracht hij opgeteld drie weken met Blonde Dolly door; stond met haar op en ging met haar naar bed.

Verbale expositie
Bral is vooral bekend als oudejaarsuitluider en cabaretier. Kan hij dan nu opeens ook toneelspelen? Die vraag is in ‘Wie vermoordde Blonde Dolly?’ handig omzeild. Zeker: hij is het gewend om typetjes ten tonele te voeren, maar een geboren toneelspeler is hij niet. Niet altijd slaagt Bral erin om karakterologische of enige psychologische diepte te verlenen aan de veelal toch uit bordkarton opgetrokken figuren, om ze kortom tot leven te wekken. Maar het is toch allemaal ook zeker niet slecht, met dank aan politiefoto’s en stapels aan verbale getuigenissen die destijds allergeduldigst door dienders op papier werden opgetikt. Hoogtepunten in Brals theaterexposé zijn de aanschouwelijke anatomische les van dr. Zeldenrust en het politieverhoor met de vermeende moordenaar, de tegenwoordige Rijswijker, Gerard V., Dolly’s louche ogende ‘beschermheer’. Handelde V. uit jaloersheid en was het dus een crime passionel; of in goudbetaalde opdracht van hogerhand? V’s ondervraging indertijd werd (moedwillig volgens velen) verkloot, toegedekt. Complottheorie? Misschien. En wie is dan schuldig? Degene die de ‘trekker’ overhaalt of de opdrachtgever? Wie het ook is of is geweest: de

Na een ruime aanloop wordt het allemaal uiteindelijk vakkundig en getrouw in een meeslepende vertelling opgedist. Bral weet tijdens zijn verbale expositie ondertussen fijn te laveren tussen de nodige vrolijke intermezzi en soms wat gekweekt aandoend drama. Voor kitsch is gelukkig geen plaats. En passant verrijst bovendien een aandoenlijk tijdsbeeld dankzij het eenvoudige decor, een nostalgische lantaarnpaal en formicakeuken, fotoprojecties en YouTube-filmpjes van Polygoon-journaals en de stem van Philip Bloemendal.

Dolly was, zogezegd, een dubbeltje, op haar kant. En een dubbeltje groeit, wijd en zijd bekend, vrijwel nooit uit tot een kwartje – tenzij je naam Haagse Harry is. Maar een dubbeltje kan wel tot een stuiver degraderen. In haar geval zelfs tot een grijpstuiver. En daar word je niet Vrolijk van. Gaandeweg richt Bral een monumentje op voor alle ‘gevallen’ vrouwen en in het bijzonder voor deze ene ‘gevallen’ vrouw, een vakvrouw op het gebied van sociaal-erotische dienstverlening. Een kwartier warmte geven, inclusief uit- en aankleden, zo beschreef Ischa Meijer eens in zijn hoerenlopersbijbel Hoeren. En toch onaangeraakt blijven. Totdat je beschermheer je levenslang verneukt. Lullig.

De moord op Blonde Dolly door Sjaak Bral. Gezien op 27 februari 2016 in Theater Diligentia. Meer informatie: gvproductions.nl.