Lichtpuntje in donkere tijden

Branouls ‘Winter Revue’

“Meezingen mag niet, wijzelf murmelen alleen maar wat mee.” Branoul viert de winter.

‘Grootse voorstellingen in een klein theater’ pocht vestzaktheater Branoul over haar ‘Winter Revue’ op de eigen website. “Wij kunnen natuurlijk geen pluchen revue brengen in de klassieke zin van het woord,” vertelt directeur Bob Schwarze alias directeur en gangmaker van Branoul. Lachend: “Temeer hier geen ruimte is voor danseressen en grote lichtshows, maarrrr… omdat de ruimte in ons hoofd vele malen groter is dan de grootste schouwburg, kan het tóch.”

Het woord ‘revue, uit het edele Frans, betekent ‘opnieuw bekeken’: re-vue. In oorsprong ging het daarbij om een compilatie van gebeurtenissen uit de actualiteit die ‘de revue passeerden’ en op de hak werden genomen. Een vorm van amusementstheater dus, dat naast groots opgezette dans-, zang- en variéténummers gepaard ging aan lichtvoetige komische sketches.

Maar Branoul houdt zich met literatuur en theater bezig. Schwarze: “Bij ons passeren verhalen van beroemde schrijvers de revue, gericht op herfst en winter. Dat is onze manier om de donkere dagen voor kerst te vieren en elkaar geestelijk te verlichten. Mensen zijn meer dan ooit letterlijk op zoek naar licht en verlichting, geloof ik.” Hij lacht: “Nooit eerder zag ik her en der in de stad zó vroeg zó veel kerstbomen met lichtjes flonkeren.”

Grasduinend door de winterse wereldliteratuur stuitte hij met vaste ‘Branoulers’ Manon Barthels en Sijtze van der Meer uiteraard op een ‘mer à boire’ aan teksten over de kersttijd. “Die reiken bij ons van verzoening, vrede op aarde en goed en kwaad tot verhalen die buitengewoon grappig zijn en soms ook intriest.”

Als tipje van de sluier: “Het gaat om voordrachten uit werk van literaire kanonnen als Bertus Aafjes, Hans-Christiaan Andersen, Harry Prenen, Godfried Bomans, Charles Dickens, Anna Blaman tot vreemd eend in de bijt Midas Dekkers – om maar wat namen op te sommen.”

Mensen worden meegesleept in de verhalen, zegt Schwarze “maar er zit ook een krantenartikel in en een verhaal van Maxim Gorki. En we kunnen natuurlijk niet zonder muziek. “Meezingen mag niet, en wijzelf murmelen alleen maar wat mee.” Daartussen leuke overgangetjes, kleine sketches, gebaseerd op korte verhalen van groten der aarde. Want de mensen willen lachen. En bij ons kún je lachen – en dat met nog een beetje inhoud ook.”

Bezoekers worden hoogstpersoonlijk in de watten gelegd. “Dat is wel een beetje dubbel,” erkent Schwarze, want door toedoen van ‘corona’ krijgt iedereen als ‘fact of life’ een individuele doch exclusieve anderhalvemeterontvangst, “maar wel met bubbels waarmee je de zaal in mag en hapjes die op gezette tijden naar je toe worden gebracht.”

Het wordt in Branoul volgens Schwarze sowieso een aangenaam en warmbloedig verpozen in warmbloedige wintersfeer – waarbij onwillekeurig al snel de ambiance van een kerstmarkt opdoemt. “Mensen vragen me dezer dagen of we Branoul verbouwd hebben. Maar nee, we hebben alleen wat kerstslingers opgehangen.”

Maximum
Het maximum aantal bezoekers voor theater Branoul is ‘onder coronatijden’ vastgesteld op 20. “Maar dat zijn er 15 als het om individuele bezoekers gaat,” rekent hij voor, “en tot 22 in het geval van bezoekers die onderling een vaste band hebben.”

Toekomst
Na geharrewar over de vraag al dan niet subsidie voor de komende jaren, ziet de toekomst van Branoul er sinds kort weer rooskleurig uit: “We kunnen door!,” juicht Schwarze “De € 80.000,- die we de komende twee jaar van de gemeente Den Haag ontvangen, ga ik investeren in de zakelijke kant van Branoul en in marketing. Dat is beter dan puur een investering in producties, want dat ben je na de laatste voorstelling altijd kwijt.”

Branoul met ‘Branouls Winter Revue’, t/m eind december 2020, div. aanvangstijden, Theater Branoul. Meer informatie: www.branoul.nl

Advertentie

Cultuuradvies slaat gaten in Haags cultuuraanbod

Advies van commissie Meerjarenbleidsplan 2021-2024

Geen Crossing Border-festival meer, twee wijktheaters weg, theater Branoul en museum Bredius dicht, DeDDDD, Lonneke van Leth Dans en Zuiderparktheater koudgesteld, én geen monumentale kunst meer in de Electriciteitsfabriek.

Dat werd vorige week vrijdag 24 april bekendgemaakt op een perspresentatie. Commissievoorzitter Leertouwer: ‘Op weg naar de kunst van het mogelijke.’

Door: Eric Korsten

Althans: als het voorstel ‘Kracht en Kwetsbaarheid’ van de Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 integraal door college en raad wordt overgenomen. De commissie stelde op verzoek van cultuurwethouder Van Asten (D66) een 450 (!) pagina’s tellend rapport op over de verdeling van grofweg 56 miljoen aan jaarlijks beschikbare kunstsubsidies voor Haagse kunstinstellingen. Resultaat: bijna 20 instellingen dreigen kopje onder te gaan, veelal middelgrote en middelkleine instellingen.

De commissie mocht 56 miljoen uitstrooien over een totaal van 103 aanvragers, die samen voor € 15,3 miljoen méér hebben aangevraagd dan beschikbaar is. Onder de aanvragende instellingen waren liefst 33 nieuwkomers; vijftig van hen maken deel uit van het bestaande ‘Kunstenplan’. De adviescommissie besloot uiteindelijk positief over 57 aanvragende instellingen, ergo zeven ‘binnenkomers’. Voor liefst twintig Haagse culturele instellingen dreigt vanaf 2021 de geldkraan dicht te gaan met, als wellicht meest in het oog springende, het Crossing Border Festival – dat nu best eens naar pak ‘m beet Utrecht zou kunnen beslissen te verkassen.

Vooraf werd een veldslag gevreesd – en ja, daar is het op uitgelopen ook. Commissievoorzitter Leertouwer: “De vorige ronde verdween Toneelgroep De Appel. Opgeteld is het bedrag dat we dit keer aan hervorming voorstellen even groot, alleen is de pijn nu verdeeld over veel meer instellingen. We moeten op zoek naar de kunst van het mogelijke, dat is al heel lang onze opdracht. Komt het goed? Daar ben ik helemaal niet zeker van.”

Scherpe keuzes, maar toch ook nog de kaasschaaf eroverheen, dat tekent de nood waar de adviescommissie zich voor gesteld zag. Leertouwer: “Dat is wat geen enkele commissie wil horen natuurlijk, maar de constatering klopt.” Ook de instellingen die inhoudelijk positief werden bejegend, bleven in termen van toegeschoven euro’s vaak gelijkstaan, of kregen een plakje minder. “De gemeente heeft bij een vrijwel gelijkblijvende cultuurbegroting wel de ambitie uitgesproken om tot een culturele sector te komen met een gezonde bedrijfsvoering en ‘fair pay’, eerlijke loonbetaling, maar stelde daarvoor nauwelijks extra middelen beschikbaar.”

De extra kosten daarvan kunnen niet eenzijdig bij de kunstensector neergelegd worden, zo is de commissie het met belangenorganisatie Kunsten ’92 eens. Ze bepleit in ‘Kracht en Kwetsbaarheid’ daarom ruimhartiger steun. “Het is voor de Commissie duidelijk dat anders haar hele advies is gebouwd op drijfzand.”

In veruit de meeste gevallen is de onafhankelijke en externe ad hoc samengestelde commissie zeer te spreken over het bereikte artistieke peil van de aanvragers, zelfs ook dat van de negatief beoordeelde. In de beoordeling liep het echter vaak spaak op thema’s als bedrijfsvoering, diversiteit en / of inclusie.

‘Grootverbruikers’ in de stad worden gespaard, zijn ‘too big to fail’. Maar zij kregen, buiten de ‘Amare-instellingen’, er nauwelijks een centje bij – hoewel ze volgens de commissie de voorbije jaren uitstekend werk op de grasmat hebben gelegd. Het gelag en de pijn zit ‘m zo vooral bij de middelgrote instellingen, vooral in de dans en de klassieke muziek, waar traditioneel de klappen vallen ten faveure van broodnodige ‘vernieuwing’. Met name klassieke muziek en de dans zijn in dat verband kinderen van de rekening.

En dat terwijl het de commissie juist was opgevallen dat het Den Haag in diverse kunstsectoren juist aan instellingen van het middenformaat ontbreekt. Dat ‘middenveld’ – nu al niet bijster breed – verdwijnt nu bij bosjes. Dat is zorgelijk, ook omdat het voor een gezond kunstklimaat nodig is als contragewicht te dienen tegenover de grote jongens. Leertouwer: “Instellingen als Het Nationale Theater, Kunstmuseum Den Haag, NDT, PAARD en ook het Residentie Orkest nemen in hun sector een dominante positie in. Ze doen dat uitstekend, maar dit roept bij de commissie wel de vraag op of er een evenwicht is in de stad.”

Den Haag wordt gezien, klopt zichzelf graag op de borst als ‘tweede cultuurstad van het land. “Die ambitie is geen doel op zichzelf,” vindt Leertouwer. “Ik zou eerder kijken naar wat uniek is in deze stad, en voor deze stad, en dat iedereen een stem heeft.”

Amare
De ingebruikname van ‘cultuurpaleis’ Amare aan het Spuiplein is de grote trofee die de komende Kunstenplanperiode wordt uitgereikt. De commissie signaleert echter dat er, na jaren van onderling gesteggel nog steeds niet productief (genoeg) wordt samengewerkt. “Het wordt tijd voor een goed gesprek,” zo vatte cultuurwethouder van Asten op de presentatie de situatie samen.

Daar komt bij dat voordeurdelers Nederlands Dans Theater, Residentie Orkest en theaterorganisatie Amare ieder afzonderlijk méér zeggen nodig te hebben – en dat van de commissie op voorhand ook gekregen hebben. Eigenlijk is dat ‘extraatje’ een uitvloeisel van huurafspraken, noem het een restant, die al in 2012 werden gemaakt. Maar dat advies gaat evenwel ten koste van de andere Haagse kunstinstellingen – en dat terwijl cultuurwethouder Van Asten het op de loer liggende exploitatietekort van het cultuurpaleis met € 2,7 miljoen onlangs al heeft bijgepast. Maar een cultuurpaleis op halve kracht is natuurlijk ook niet wat je wenst.

Cultuurankers
Twee van de acht Cultuurankers, het stelsel van wijktheaters in de stad, kunnen de toets der kritiek van de commissie niet doorstaan, te weten Muzee Scheveningen en het Diamant Theater. Van Asten: “Dit had ik even niet voorzien. Ik wil zoek naar een oplossing. Hoe die eruit ziet? Dat weet ik nu nog niet,” waarmee hij expliciet aangeeft dat hij dit onderdeel van het advies niet gaat opvolgen.

De commissie zet Van Asten voor het blok, lijkt uit te zijn op een ‘gelijkrichter’, temeer daar de Ankers onderling van ongelijk soortelijk gewicht zijn. Van hen kunnen Theater en Filmhuis Dakota, Laaktheater, Theater De Nieuwe Regentes, Theater De Vaillant en de bibliotheken Leidschenveen en Loosduinen ondertussen met meer financiële armslag vooruitkijken. Samen krijgen de Cultuurankers er per saldo € 350.000 bij. “Voor de Cultuurankers is het dus een uitkomst die gemengde gevoelens oproept,” laat Vaillant-directeur Harrie van de Louw desgevraagd namens de Cultuurankers weten.

Museumkwartier
Of het concept van het Museumkwartier, de gewenste uiterlijke concentratie van musea rond de Hofvijver, er gaat komen blijft ongewis. Museum Bredius (‘verouderde dynamiek’) moet dicht of bij voorkeur ‘aansluiten bij het Haags Historisch Museum’. Museum Escher in het Paleis moet ondertussen met minder geld toe, hoewel verhuizing naar de voormalige Amerikaanse ambassade nog altijd een optie is. Kunstforum (voorheen West) is op nul groei gesteld, terwijl zij sinds dik een jaar juist bezit heeft genomen van diezelfde ambassade.

Eerste reacties
“Van de twaalf aanvragen door musea zijn er zes positief beoordeeld,” constateert Bas van Nooten, voorzitter van de Haagse Musea. “Bredius dicht? Dan weet je niet waar je het over hebt. Karaktermoord. En het Oranjehotel, zo belangrijk, valt ook buiten de boot. Wat het Museumkwartier betreft moet Den Haag nu eindelijk eens stelling durven nemen.”

Arjen Lakerveld, voorzitter van het Directieoverleg Podiumkunsten Den Haag: “Het advies komt bovenop ‘Covid-19’. Met theaters die straks misschien voor maximaal een kwart gevuld mogen zijn, wordt overleven lastig. We zijn met de gemeente in gesprek over een duurzame oplossing, steken de koppen bij elkaar. We moeten er gezamenlijk uitkomen, met het advies in de andere hand.”

“Bizar en buitengewoon kwalijk,” analyseert Michel Behre, directeur van Crossing Border Festival. Samenwerken met Winternachten? Hoe dan? We zijn totaal verschillenden hebben net als Winternachten tal van partners in de stad. Wat ik kwalijk vind is dat er geen expert in de commissie is op het gebied van literatuur noch popmuziek. Dat wreekt zich. Ondertussen krijgen we wel steun van het Letterenfonds. De merkwaardige situatie kan ontstaan dat we straks landelijk wel steun krijgen en lokaal niet. Dan trekt het Letterenfonds zich terug – en laat Den Haag tonnen liggen.”

Corona
Natuurlijk is er nagedacht over uitstel van het Meerjarenbeleidsplan, zo geven Leertouwer en Van Asten afzonderlijk van elkaar aan. Leertouwer: “Maar uitstel is niet wenselijk. De sector is toe aan duidelijkheid. En hoelang moet dat uitstel dan duren?” Van Asten: “Maar tot welk gevolg leidt uitstel? Sommige instellingen komen nu al niet uit. En juist de instellingen die goed werk leveren wil je kunnen belonen.”

De commissie benadrukt dat zij er zich zeer van bewust is dat haar advies naar buiten komt in een periode waarin de samenleving ernstig is verstoord door de coronacrisis. Extra ondersteuning en specifieke aanvullende maatregelen acht zij nodig om de culturele sector te helpen de gevolgen van de coronacrisis het hoofd te bieden.

De vlucht naar voren zoals de Adviescommissie daarmee neemt is terecht en voor de sector hard nodig. De vraag is echter zeer of dat er onder het huidige gesternte van kan komen. Daar komt bij dat in de aankomende anderhalvemetersamenleving de exploitatie van vele instellingen en met name theaters bijkans onmogelijk wordt, terwijl die situatie anderzijds nog wel een jaar kan aanhouden. Het is eerder omgekeerd: wellicht wordt de kustensector straks gevraagd zelf een offer te brengen, krijgt het anders gezegd: een generieke ‘solidariteitskorting ‘ opgelegd. Zeker is dat niets zeker is.

Vervolg
In juni doet het Haagse college aan de gemeenteraad een voorstel op basis van het advies. Dat voorstel wordt 8 september in de raad besproken. Een maand later, 8 oktober, stelt de gemeenteraad het definitieve plan vast.

Instellingen die zijn afgewezen kunnen een beroep doen op de ‘projectenpot’. Dat wordt dan een overlevingstocht omdat niet alleen zij maar ook nog tal van anderen daar een beroep op doen. Ook kunnen die culturele instellingen nog beroep en bezwaar aantekenen.

kader
Een aantal instellingen in Den Haag heeft geen aanvraag ingediend, doorgaans instellingen van nationaal belang, zoals onder ander het Mauritshuis. Ook particulier gefinancierde musea zijn buiten beschouwing gebleven, bijvoorbeeld het Literatuurmuseum, museum Beelden aan Zee en Panorama Mesdag.

Overigens is ook landelijk een Kunstenplan in de maak. Een aantal Haagse instellingen krijgt én vanuit Den Haag én vanuit het landelijke Kunstenplan geld, bijvoorbeeld Het Nationale Theater, Nederlands Dans Theater, Residentie Orkest en Korzo theater. Die veldslag krijgt de komende maanden zijn beslag.

SECTOREN
Theater
Het Nationale Theater (HNT) kan bogen op prachtige rapportcijfers én krijgt een pluim, al komt er uiteindelijk geen cent bij (€ 9.325,391). De commissie beziet de dominantie van Het Nationale Theater met enige scepsis. “Er is over het geheel bezien geen sprake van een vitaal theaterklimaat (…) HNT krijgt heeft ongewenst een monopoliepositie in handen die het zelf niet per se ambieert.” Diligentia/PePijn blijft stationair op € 837.131, net als Firma MES op € 189.791. Ondertussen moeten Literair Theater Branoul, het Zuiderparktheater, en het extreem beeldend geluidstheater van Dégradé het hoofd buigen. STET, dat ijvert voor Engelstalig toneel in de stad, wordt afgeserveerd.  Het Haags Theaterhuis is een verrassende nieuwe loot aan het Meerjarenbeleidsplan. De instelling kan jaarlijks € 90.000 tegemoet zien.

Pop, jazz, urban
PAARD is, als dominante factor, een ‘gelijkblijver’ (€ 1.413.000) ofschoon het kan bogen op een prima beoordeling. Een nieuwe ‘middenzaal’ door PAARD wordt door de commissie toegejuicht. Op festivalgebied springen Rewire eruit (€ 300.000) en Grauzone (€ 61.300). De commissie spreekt verder over een ‘verzwakt jazzklimaat’: “Opvallend is dat de reputatie van Den Haag als ‘jazzstad’ beperkt tot uiting komt in het stedelijke muziekaanbod en ook in de hoeveelheid aanvragers op dit gebied” – al kent het de aanvraag van Tonality (Rembrandt Frerichs en Tony Overwater) niet toe. Concertorganisator ProJazz wordt de komende jaren wel toegerust, met € 94.500.

De representatie van hiphopcultuur staat volgens de Commissie nog in de kinderschoenen. Stichting Aight is op dat gebied de enige volwaardige aanbieder. “Dit maakt haar positie bij voorbaat uniek, maar geeft tegelijkertijd aan dat er in Den Haag voor dit genre nog veel te winnen is.” Aight kan per 2021 jaarlijks € 180.000 verwachten, minder dan voorheen. De undergroundcultuur wordt met PIP ( € 190.000) bediend. Popmuziekcentrum Musicon krijgt straks jaarlijks € 260.000 toegeschoven.

Klassieke, oude en nieuwe muziek
Op het terrein van met name de kamermuziek worden harde noten gekraakt. De rijke ensemblecultuur wordt flink aangepakt: Ciconia Consort, Classical Encounters (voorheen Internationaal Kamermuziekfestival DH), Loos, Matangi Kwartet en het Prinses Christina Concours krijgen niets meer als het aan de commissie ligt. Festival Classique moet interen met een halve ton, Festival Dag in de Branding moet 20 mille inleveren (€ 182.000), Ensemble Klang mag door (€ 105.000) evenals Slagwerk Den Haag (€ 132.000); Modelo 62 krijgt nul, net als de New Dutch Academy. New European Ensemble blijft gelijk (€ 83.429).

Dominerende muziekuitvoerende instelling is het Residentie Orkest. Dat krijgt een pluim, én met het oog op Amare (zie ook elders) en met enige pijn in het commissiehart een bescheiden verhoging tot ‘slechts’ € 4.574.949 in het vooruitzicht gesteld. Grote winnaar is OPERA2DAY. De Haagse instelling wordt veel lof toegezwaaid en kan met € 430.000 rekenen op dik anderhalve ton méér dan het tot nu van Den Haag toe had.

Dans
Ook op dansgebied worden vele nodige noodlottige bewegingen ingezet. Als Dansstad mag Lonneke van Leth Dans omzien naar een andere financieringsbron, evenals Meyer Chaffaud en De Dutch Don’t Dance Divison. Kalpanarts schuift een bescheiden stukje op in de pikorde opschuiven tot jaarlijks € 110.00. Korzo krijgt een anjer in het revers maar blijft financieel gelijkstaan op het door haar gevraagde € 1.750.00.

Nederlands Dans Theater is hier de kolos. Het ontmoet applaus maar krijgt ook kritiek toegeworpen, met name op het gebied van diversiteit en de invulling van de programmering voor Amare. Het recente vertrekt van LigthfootLeon bij NDT, met medeneming van hun repertoire, kan NDT op landelijk niveau later nog zwaar vallen. NDT krijgt in Den Haag niettemin drie ton extra in de schoot geworpen: € 2.656.637. Holland Dance festival blijft steken op € 581.924. OFF Projects is de ‘new kid on the block’. Het initiatief rond Amos Ben-Tal is goed voor € 50.000.

Film
Filmhuis Den Haag is op dit gebied overheersend. Maar de enorme waardering van de commissie ten spijt krijgt het dertigduizend euro minder (€ 937.791). Filmfestival Movies That Matter blijft vrijwel gelijkstaan op € 189.046.

Letteren en debat
Zoals gezegd: Crossing Border Festival moet het veld ruimen. Het wordt met name verweten dat het haar artistiek-inhoudelijke missie niet goed op papier heeft weten te vangen. Writers Unlimited (€ 250.000) krijgt daarentegen ruim baan. De twee festivals zitten elkaar artistiek in de weg en staan volgens de commissie voortdurend met de rug naar elkaar toe ondanks eerdere oproepen, en ook zijn ze in een te dicht tijdvak opeenvolgend tijdvak geprogrammeerd. De commissie zag zich daarom genoodzaakt te kiezen.

Met Boekids heeft Den Haag een literair jeugdfestival. Het festival wordt gevraagd om met twintigduizend euro in te teren tot € 60.000. Met € 75.000 krijgt Huis van Gedichten er dertigduizend euro bij. Debutant Story Academy mag de vlag uithangen met liefst € 275.000.

Voorts krijgt geen van de partijen die had ingezet op een stedelijke debatfunctie groen licht. “De Commissie moet helaas concluderen dat deze in geen van de 35 aanvragen overtuigend is neergezet. De Commissie mist een gezamenlijke benadering en een sectorbreed gedragen plan.”

Musea en erfgoed
De musea in Den Haag zijn verantwoordelijk voor het grootste aantal cultuurbezoeken in de stad, waarbij met name de kunstmusea (inter)nationaal publiek trekken. De commissie: “Den Haag kent een gevarieerd museumlandschap. Daarmee vindt de Commissie de museumsector in belangrijke mate bepalend voor het imago van Den Haag als cultuurstad.”

Grote spelers in de stad zijn Kunstmuseum Den Haag, Haags Historisch Museum en Museon. Kunstmuseum Den Haag, inclusief GEM en Fotomuseum wordt geloofd maar moet het ondertussen doen met wat het al kreeg (€ 10.644.140). Het Haags Historisch krijgt € 1.892.000. Dat moet volgens de commissie Museum Bredius (‘verouderde dynamiek’) gaan beheren. Andere musea, zoals Mauritshuis, Mesdag Collectie, Panorama Mesdag, Beelden aan Zee en Omniversum zijn te bestempelen als rijksgesubsidieerd dan wel als particulier initiatief – en vallen daardoor buiten het bestek van het Haagse Meerjarenbeleidsplan.

Beeldende kunst
De Commissie ziet Den Haag als een bruisende gemeenschap van kleine beeldende kunstpodia, vaak geleid door kunstenaars en die informeel met elkaar verbonden zijn. Het totaal van dertien beoordeelde beeldende kunstinstellingen kent zeven nieuwe aanvragers. Dit is het hoogste aantal ten opzichte van de andere sectoren. De commissie wijst op de bedrijfsvoering van deze instellingen, die vaak op een ondergrens hun werk moeten doen.

Kunstforum (voorheen West) krijgt er met € 244.114 eigenlijk per saldo niets bij – en de commissie wijst er daarbij pijnlijk op dat de toekomstige huisvesting een probleemdossier kan worden.

Kunstruimte Nest boekt een halve ton winst tot € 162.000. Ook 1646 kan vier jaar door (€ 160.000). Stroom DH blijft op nul. De Grafische Werkplaats krijgt er dertigduizend euro bij (€ 81.726) Billytown zit en blijft in de wachtkamer, net als Heden en The Grey Space in the Middle. Als nieuweling mag iii voortaan € 65.500 toucheren.

De grootste veer die de sector moet laten is de Electriciteitsfabriek. De monumentale kunst die daar mogelijk is, wordt door de commissie als onvoldoende beoordeeld omdat ‘een artistiek-inhoudelijke visie’ ontbreekt.

Cultuureducatie en cultuuronderwijs
De commissie ziet een ‘stevige en sterke infrastructuur’ in Den Haag. Grootste knelpunt volgens haar is de afstemming en samenwerking tussen aanbieders op dit vlak. Ze prijst de instellingen Art-S-Cool, ( € 180.000, da’s € 75.000 meer dan nu) De Betovering, internationaal kunstfestival voor de jeugd (+ € 60.000 tot € 172.000) en nieuwkomer theaterschool Haags Theaterhuis (€ 90.000). Theaterschool Rabarber moet juist € 75.000 inleveren (€ 502.000). Topaze, ‘creatieve werkplaats in Transvaal’, wordt geprezen als bindmiddel tussen sociale groepen, en mag voortaan € 40.000 tegemoet zien.

Koepelorganisatie CultuurSchakel, educatief centrum voor school en vrije tijd, krijgt lovende woorden maar wordt ondertussen als rupsje Nooitgenoeg  gekwalificeerd. In pecunia gemeten wordt de instelling teruggefloten van € 3.422.335 naar € 2.123.994.

Ook de Cultuurankers spelen een rol in educatie. Zie daarover de eerdere opmerkingen hierboven.

Cultuurbeoefening in de vrije tijd
De commissie onderstreept het belang. Ze adviseert de middelen die daar nu op worden ingezet, te behouden. Dat heeft betrekking op bijvoorbeeld de regeling Haagse Amateurkunst, Ooievaarspas en Stichting Leergeld Den Haag, en het ‘snelloket’ Geld voor je kunst! Voorts verwacht de commissie veel van ‘combinatiefunctionarissen’ die bij de Cultuurankers moeten worden geposteerd.

Kunstzinnige vorming wordt van groot belang geacht, dit ‘vrijetijdsaanbod moet aan de markt worden overgelaten’.

OVERZICHT
Nieuw bloed:
Grauzone, Het Haags Theaterhuis, iii, OFF Projects, Page Not Found, Story Academy, Topaze.

Afvallers t.o.v. 2017-2020: Crossing Border, Ciconia Consort, Classical Encounters, Culture Clash 4U, De Dutch Don’t Dance Division, Diamant theater, Electriciteitsfabriek, Heden, Het Popdistrict, Lonneke van Leth Dans, LOOS, Matangi Kwartet, Meyer-Chaffaud, Museum Bredius, Muzee Scheveningen, Prinses Christina Concours, STET, Theater Branoul, TodaysArt, Trespassers W. Zuiderparktheater.

Gelijkblijvers t.o.v. 2020: CultuurSchakel, Filmhuis Den Haag, Firma MES, Het Nationale Theater, Holland Dance Festival, KOO, Korzo theater, Kunstforum/West , Kunstmuseum Den Haag, Movies That Matter, New European Ensemble, PAARD, Stroom DH, Theaters Diligentia & PePijn.

Winnaars (meer euri erbij):
Amare, Art-S-Cool, De Betovering, Bibliotheek Leidschenveen (Cultuuranker), Bibliotheek Loosduinen (Cultuuranker), Nederlands Dans Theater, Ensemble Klang, Grafische Werkplaats, Haags Historisch Museum, Huis van Gedichten, Kalpanarts, Laaktheater, Museon, Musicon, Nest, Opera2Day, PIP, ProJazz, Rewire, Residentie Orkest, Slagwerk Den Haag, Theater De Vaillant, Theater en Filmhuis Dakota, Theater De Nieuwe Regentes, Writers Unlimited.

Afgewezen / niet toegekend:
O.a. Another Kind of Blue, Billytown, Bureau Dégradé, Culture Unlimited, Ensemble Modelo 62, Heden, Herinneringscentrum Oranjehotel, Humanity House, Kwekers in de Kunst, Muziektheater Briza, New Dutch Academy, Prins27, Regentenkamer, The Grey Space in the Middle, Theatergroep Drang, Tonality.

Veel meer dan enkel een boek

Mira Feticu en Bob Schwarze samen in Al mijn vaders

Een universitair literatuurdocente worstelt met de herinnering aan haar trieste jeugd in Roemenië. Op een dag is ze spoorloos. Schrijver/journalist Mira Feticu brengt haar boek ‘Al mijn vaders’ naar het toneelpodium. Ze wil daar de innerlijke kwetsbaarheid overbrengen die zij haar hele leven lang ervaart en als demonen met zich meedraagt. Ze doet dat met Bob Schwarze van literair theater Branoul als ‘tegenspeler’.

“In drie zinnen?,” lacht Bob Schwarze de foyer van Branoul bij elkaar. “Het boek van Mira? Nou goed, hier dan: Over een jonge vrouw met een verleden die op de zoek gaat naar haar vader, en in haar zoektocht op de verkeerde knieën gaat zitten. Tenminste: Dat is wat Mira me heeft verteld.”

Mira Feticu. De Roemeense schreef boeken als Lief kind van mij, en De Ziekte Kortjakje en ook over de kunstroof in 2012, gepleegd door Roemenen, in de Kunsthal Rotterdam met onder meer een verdwenen Picasso-tekening in Tascha. “Klopt,” zegt ze. “Maar het is tegelijkertijd ook een boek over La Divina Comedia van Alighieri Dante, en in feite over literatuur.”

“Mijn personage Myra, net als ikzelf een Roemeense vrouw die in Nederland woont,  wordt gered door de literatuur. Voor mij, Mira met een ‘i’ in plaats van ‘y’ is dit het moeilijkste boek dat ik tot nog toe heb geschreven. Ik ben niet van plan nog een keer zo’n boek te schrijven. Ik heb er de energie van een kerncentrale voor gebruikt, er te veel in willen stoppen en er te veel van verwacht. Ik dacht dat Al mijn vaders mij, na drie jaren van noeste schrijfarbeid in de schuur achter mijn huidige woning, zou redden. Maar zoiets kan natuurlijk niet. Ik vond  innerlijk geen rust, ook niet nadat het boek af was, ik liep een existentiële crisis op. Ik wil het boek juist daarom naar het podium brengen, omdat ‘Al mijn vaders’ voor mij veel meer is dan enkel een boek.”

Schwarze speelt de rol van Dennis Terpstra. “Hij is een goede vriend en collega van Myra op de faculteit vergelijkende literatuurwetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Hij is op het politiebureau voor verhoor omdat hij Myra in de nachtelijke uren heeft belaagd omdat hij zichzelf ziet als haar beschermer en trooster.”

Voor Feticu was Schwarze geknipt en vroeg hem daarom voor deze rol. “Ik ken Bob al langer. Hij is een perfect acteur voor mij. Je kunt geloven in de rol die hij speelt. Bob brengt me terug naar mezelf. Bij het begin van de eerste repetities barstte ik geregeld los in een tranenbad. Maar nu ben ik verrast door de emoties die hij bij me teweeg brengt. Het is een ingewikkeld proces geworden, maar dankzij dramaturg Karim Ameur van Het Nationale Theater en regisseur Manon Barthels zijn er dialogen gekomen en hebben zij de vulkaan aan erupties uit het boek om weten te zetten in gereguleerde emoties.” “We hebben gezocht naar een benaming voor wat we maken,” vertelt Bob. “Is het toneel, een performance misschien? Allebei niet, we zijn uitgekomen op een lezing die tot leven wordt gewekt.”

“Een schrijfster die zich op het podium als het ware bloot geeft, dat vind ik heel bijzonder,” zegt Bob. “Maar het is wel Mira versus Myra.”  Feticu “Als je in je kindertijd aan den lijve misbruik hebt ondervonden, dan blijf je het misbruikte kind met je meedragen. Ik heb publiek nodig om dit verder te brengen. Het gaat mij ook om een antwoord op de vraag wat een slachtoffer is en waardoor hij of zij het beste kan functioneren.” Voor zichzelf heeft ze al een deel van het antwoord gevonden: “Gewoon blijven doorgaan.”

Op het laatste UIT Festival Den Haag gaf het tweetal vanuit een zeecontainer als podium een voorproefje ten beste, pal in de walmende geur van verschroeid barbecuevlees.

“Dat was een wonderlijke ervaring,” blikt Schwarze terug in de tijd. “Ook omdat er op zo’n open terrein geen enkele nuance mogelijk is. Dat kan straks, hier in Branoul, met 65 stoelen wél. Fluisteren op het toneel werkt hier wel!”

Feticu: “Ik was verrast door de vele reacties na afloop. Zo stelden mannen die met een Oost-Europese vrouw getrouwd zijn, mij de vraag of het een manifest was. Dat tekent de heftigheid van dit stuk. Ikzelf zie het meer als een uiting in een tijd van #MeToo, want het gaat ook over hoe mannen vrouwen bekijken.”

Vooralsnog zijn er slechts enkele uitvoeringen gepland. “Zie ze als ‘works in progress’,” zeg Mira. “Komend voorjaar hopen we dit vaker te spelen.”

Mira Feticu & Bob Schwarze, Al mijn vaders, donderdag 24 oktober en woensdag 6 november 2019, 20.15 uur, Theater Branoul. Meer informatie: www.branoul.nl

 

Sloepdobberen onder het melkwoud

Branoul wekt de beroemde nacht van Llareggyb tot leven middels spel, muziek, geluid, zang en … een old school ‘gerauschmacher’.

Llareggyb. ‘Om te beginnen bij het begin: Het is lente, nacht zonder maan in de kleine stad, zonder ster en Bijbelzwart, de stille straten en het gekromde vrijers- en konijnenwoud hinken onzichtbaar naar de sleezwarte, trage, zwarte, kraaizwarte, sloepdobberende zee.’

Het hoorspel van Dylan Thomas (1914-1953) – hierboven geciteerd in de unieke wormvormige vertaling van Hugo Claus – dat de BBC in 1954 op de radio uitzond, zou ‘De dolle stad’ heten. En inderdaad: dit schilderachtige vissersstadje in Wales is bijkans krols van de lente die haar gedurende de korte tijd van het spel, niet meer dan een dag en een nacht trouwens, overvalt. Toch heeft het de titel ‘Onder het melkwoud’ gekregen.

Verschillende stemmen nemen je gedurende een etmaal op sleeptouw mee en net als in de ‘Ulysses’ van James Joyce, begeleiden je langs straten, pleinen en weiden van het dorpje-aan-zee. Je krijgt het voorrecht om in hun huizen te snuisteren en als ze ogenschijnlijk slapen zul je hun dromen zien. Je zult ze hardop horen denken over hun doden, hun geliefden, over hun onderdrukte verlangens en verwensingen. Ondertussen strijkt de tijd voorbij. En kruipt de dageraad ijlend naderbij.

Verschillende mensen uit het illustere fictieve dorpje aan de Atlantische oceaan worden zo door Thomas, zelfverklaard woordenmaniak, in hun grotesk-ontroerende dagelijkse doen en laten gevolgd en beschreven. Het zijn surrealistische capriolen, die soms komisch, soms tragisch zijn.

Onophoudelijk laat hij nieuwe figuren opduiken, die hij met intens scherpe blik moet hebben gadegeslagen en daarna vol overgave en met barokke overvolheid vastgelegd. Van baby’s die slapen, de boeren, de vissers, de handelaren, de postbode en de minnares tot de zwempotige mosselwijven en de zindelijke huisvrouwen.

Allen dromen. Van de zeeroversdolle zee. Van de doden. Van de havenhoeren. Van het geld. Van rattenkruidkoekjes, gewurgde parkieten en schaamteloze blote meisjes. In de handen van Thomas is een doorsnee dorpskroniek veranderd in een loeiend broeinest van geheimen, angsten en verlangens. Want Thomas vergunt ons een inkijk in de intiemste roerselen van het menselijk hart. En dat alles in de overwoekerende glorie van zijn taalvondsten.

Thomas doopte ‘Onder het melkwoud’ tot een ‘play for voices’. En dat is precies wat Branoul producties er mee doet: Een live stemmenspel smeden naar het origineel, als een opwindend dagreisje, en meegenomen aan de hand van drie acteurs (Sijtze van der Meer, Roeland Drost, Bob Schwarze). Bij elkaar verklanken en verbeelden ze 60 personages, terwijl ze zijn omgeven door een zee aan geluiden. En door een geluidstovenaar, een ‘gerauschmacher’ die voor geluidseffecten zorgt.

“Twee jaar geleden hebben we deze tekst al eens gedaan, toen met De Bende van Branoul” geeft Bob Schwarze, directeur/acteur van Branoul aan, “dat is een groepje kunstenaars dat Branoul een warm hart toedraagt. Maar nu gaan we het heel anders doen. Je ziet geen personages in beeld, maar wel personen ontstaan. Het is een prachttekst, maar om die louter en alleen voor te dragen vergt wel erg veel concentratie bij het publiek. Daarom wordt het een afwisseling van declameren, geluid en scènes uitspelen.”

Branoul: ‘Onder het melkwoud’. Van vrijdag 1 maart tot en met zondag 17 maart 2019. Meer informatie: branoul.nl.

De eeuwige Laatste Sigaret

Branoul speelt ‘Bekentenissen van Zeno’

Antiheld. Slapjanus. Beroepshypochonder. Klaploper. Rasopportunist. Luiwammes. Aartstwijfelaar. Rare snuiter. Maar tegenwoordig gezien als held van onze tijd. Branoul zet de tanden in Bekentenissen van Zeno. ‘Laatste Sigaret.’

Svevo schiep als een der eersten met Zeno een existentieel, doodziek getormenteerde modelburger als held van onze tijd, ook al was dat honderd jaar geleden. Een observator van zijn eigen bestaan. Zes belangrijke gemoedstoestanden uit het leven van Zeno Cosini, tegen wil en dank zakenman te Triëst, komen aan bod in diens nauwgezette aantekeningen.

“Je treft ze vast ook aan in de eigen kennissenkring” zegt Sijtze van der Meer , “van die figuren die breeduit vertellen over zichzelf, maar dat met een jaloersmakend joie de vivre en flair doen, dat je toch van ze gaat houden. Het slag dat zich op het oog zo makkelijk door het leven lijkt te slaan.” “Een ijdeltuit inderdaad,” valt Remco Melles hem over Zeno bij. “En een heerschap hè. Maar altijd goudeerlijk. Bedrog rakelt hij uit zichzelf op.”

Melles geeft gestalte aan de figuur van Zeno Cossini, de wonderlijke, ontwapenende en o zo herkenbare creatuur die Italo Svevo rond 1920 van hem maakte; Van der Meer aan Dokter S., voor wie Zeno zijn levensverhaal op papier zet om via die omweg voor eens en altijd van zijn rookverslaving af te komen.

In de roman steekt Zeno op sleutelmomenten immer een Laatste Sigaret op. Dat heeft alleen maar voordelen, vindt hij. Want mocht het lukken om te stoppen, ja dan is er geen enkele drogreden meer om daadwerkelijk uit te groeien tot de grote belofte die hij diep van binnen is. ‘Laatste Sigaret.’ Een strijd tegen perfectie.

En zo geeft ‘Bekentenissen van Zeno’ een beschrijving van de ontdekking van de vrije wil, maar legt het werk tegelijkertijd ook onze verslaafdheid aan onze driften vast.

Buitenwereld
Regisseur Manon Barthels werkte de vuistdikke, uiterst amusante roman om tot een toneelstuk voor twee acteurs. Barthels: “In eerste instantie wilde ik er een monoloog van maken. Maar toen dat eenmaal had gedaan ontdekte ik dat de figuur van Zeno op het toneel pas interessant wordt als je hem afzet tegen de buitenwereld. Daarom heb ik samen met Sijtze de rol van Dokter S. doorontwikkeld.” S. is aanhanger van Freuds leer van de psycho-analyse, destijds een revolutionaire, nieuwe behandelmethode waar Svevo zich tegen afzette.

Barthels wil Zeno op het podium tot leven wekken ‘omdat hij een boeiend karakter is, een mens van vlees en bloed, omdat hij iemand is die graag de weg van de minste weerstand bewandelt. Dat is herkenbaar. En dan zijn er natuurlijk die prachtige elegante, precies geformuleerde beschrijvingen uit het innerlijk van Zeno die Svevo opschreef.”

Zeno weet door zijn menselijkheid sympathie op te wekken. “Superleuk om naar hem te luisteren,” meent ‘dokter’ Sijtze van der Meer. “Je gaat allengs in je eigen personage geloven, ” antwoordt Remco Melles. “Zeno is een deel van mezelf geworden, dat kan bij deze rol ook bijna niet anders.”

Stroom
Zeno staat te boek als de eerste (anti-)held in de literatuur, iemand wiens twijfels, slapheid en zelfreflectie een heel boek lang op het programma staan. De roman wordt beschouwd als ‘de eerste freudiaanse roman’ omdat aan de hand van een vrij minutieuze verkenning van de menselijke psyche is gemaakt, maar het is ook een milde satire op de psycho-analyse.

Aan volbloed actie gebeurt er dan ook niet zo gek veel. Het is eigenlijk een lang uitgerekte stroom van gedachtegangen. “Best lastig om dat te comprimeren. Ik heb de roman gelezen, herlezen en nog eens – maar daarna terzijde gelegd om die in de vorm van een toneeltekst op te schrijven in mijn eigen woorden,” zegt Barthels over het schrijfproces.

LS
Barthels steekt tegenwoordig, na lang niet te hebben gerookt, soms weer een sigaret op. “Stress wegblazen.” Sijtze van der Meer is vijftien jaar geleden definitief ‘bekeerd’. “Vanwege gezondheidsaspecten. En roken is duur.” Melles rookt vooral op dagen van premièrekoorts. “Dat is kalmerend. Ik ben overtuigd jojoër.” Laatste Sigaret.

Branoul producties: ‘Bekentenissen van Zeno’. In Theater Branoul. Première: Zondag 22 oktober 2017. Te zien tot en met zondag 12 november 2017. Meer informatie: branoul.nl.

De Appel gaat ten onder, een nieuw initiatief lonkt

Toneelgroep De Appel houdt op te bestaan en wordt opgevolgd door een nieuwe, jonge kern.

Sinds Toneelgroep De Appel twee weken geleden op de website meldde dat de aangekondigde voorstelling Kersentuin/Na de crash is afgevoerd, broeit en gist het in Nederlands oudste repertoire-ensemble. ‘De Appel vecht terug met een nieuwe verrassende voorstelling in oktober’ heet het strijdvaardig. Maar de vraag luidt of De Appel tegen die tijd nog bestaat. Zoals bekend verkeert De Appel in doodsnood toen in mei een adviescommissie voor kunst & cultuur namens de gemeente Den Haag openlijk twijfelde aan de artistieke en bedrijfsmatige opzet en toekomst van het ensemble. De toneelgroep zag zo twee miljoen euro jaarlijks in rook opgaan, ingaande per 1 januari 2017.

Momenteel onderzoekt de Raad van Toezicht onder leiding van Marleen Zuijderhoudt welke vluchtroutes er zijn, uitgaande van een half miljoen euro maximaal, het bedrag dat wethouder Wijsmuller aan het gezelschap als reddingsboei en uit piëteit heeft toegeworpen. Hij eist dan wel een steekhoudend nieuw plan – waarbij hij zelf bepaalt wat dat begrip inhoudt.

De eerste optie is het ensemble formeel op te heffen, dan wel tot op het bot af te slanken om vervolgens als erfgenaam een nieuwe theatergroep in het leven te roepen. Dat betekent na nog geen twee jaar ‘exit’ voor de huidige artistiek directeur Arie de Mol en zakelijk directeur Fred van de Schilde, al was het maar omdat ze dan te duur zijn. Belangrijkste gegadigde voor het verwezenlijken van die optie is Appel-acteur en regisseur David Geysen. Hij solliciteerde twee jaar geleden al op de functie van artistiek directeur, als opvolger van Aus Greidanus – maar werd toen nog te licht bevonden door de Raad van Toezicht. Pikant is dat Geysen (40) momenteel in het Appeltheater repeteert voor Polonium 210. Voor deze productie heeft hij onlangs met compagnon Carl Beukman het ‘label’ Dégradé opgericht. De première vindt half september plaats in… Korzo theater.

Een andere optie voor De Appel is volledig op eigen benen staan, met zeer beperkte middelen. Maar het is de vraag of de toneelgroep dan nog op financiële steun kan blijven rekenen van de Vrienden. Ook met een grote vriendenclub achter de hand (die van De Appel is een van de grootste in het land) is het moeilijk om geld buiten het subsidiecircuit te vergaren. Cijfers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bevestigen dat. In 2014 maakten landelijk gezien de inkomsten uit private bronnen als sponsors gemiddeld slechts voor vier procent van de begroting uit.

Ook het bewandelen van een zijweg zoals een koppeling aanbrengen tussen De Appel en literair theater Branoul van Appel-acteur Bob Schwarze, dat zich graag meer wil toeleggen op talentontwikkeling, heeft nauwelijks kans van slagen. Al is het maar omdat daarin in Den Haag is/wordt voorzien door Het Nationale Theater (in oprichting).

Implosie
Het heeft er alle schijn van dat het Appel-ensemble op het punt staat van binnenuit te exploderen, temeer omdat geld voor een goede afvloeiingsregeling of sociaal plan voor de medewerkers er (nog) niet is. De vraag is daarom gewettigd of de aangekondigde productie, of het nu een statement of afscheidsvoorstelling is, wel doorgang kán vinden.

Wellicht is het geld voor het bekostigen van die productie nodig voor het aanwenden van een afvloeiingsregeling en het beëindigen van allerhande lopende verplichtingen. Het laten doorgaan van de productie kan trouwens riskant uitpakken voor de Raad van Toezicht omdat de leden juridisch hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld in het geval van een achteraf geconstateerde ondeugdelijke afwikkeling. De contouren van het slagveld die nu het einde markeren, hoe bitter voor betrokkenen en doorgewinterde Appel-fans ook, tekent zich dus keihard af. Naar verluidt roept de Raad van Toezicht het huidige ensemble binnenkort opnieuw collectief bij elkaar. Tot eind augustus wordt de telefoon niet opgenomen en geen van de betrokkenen is tot het geven van commentaar bereid. De reden: de vakantieperiode.

De Haagse gemeenteraad heeft dit najaar het laatste woord over (meer) subsidiegeld voor Toneelgroep De Appel na 1 januari 2017. Maar áls de boel straks daadwerkelijk implodeert, kan de gemeenteraad niets meer uitrichten en zich niet anders dan feitelijk neerleggen bij de dan ontstane situatie. Het is de vraag of wethouder Wijsmuller dan nog geld wil fourneren voor een sociale regeling.

Appeltheater
Bijkomend vraagstuk is of het Appeltheater in handen van Toneelgroep De Appel kan blijven. Een mogelijkheid is om de voormalige paardentramremise uiteindelijk, dan toch minstens deels, een andere bestemming te geven, gezien de jaarlijkse lasten van het eigen pand die bijna twee ton bedragen. Waarbij De Appel dan eventueel de huuropbrengst op eigen rekening kan bijschrijven – maar het wel grotendeels de eigen stek aan de Duinstraat kwijt is.

En dan is er nog de Appelloods, de dependance in de duinen bij de Bosjes van Poot. Het gebouw wordt gehuurd van de gemeente. Mochten de huurkosten meevallen, dan zal bij het eventueel opgeven van het Appeltheater een verbouwing moeten volgen teneinde publieksstromen brandveilig in goede banen te leiden, nog afgezien van mogelijke bezwaren die omwonenden koesteren.

Legende
Toneelgroep De Appel werd in de herfst van 1971 opgericht door regisseur Erik Vos. Volgens de legende gebeurde dat in een appelboomgaard in de Betuwe. Het gezelschap wilde werken vanuit improvisatie en zich richten op de integratie van verschillende kunstvormen als theater, dans en opera. Uitgerekend dit najaar neemt dezelfde Vos afscheid als theatermaker met de productie Het verhaal van Hester. En in Den Haag te zien in… Theater aan het Spui.

Hoe het kleine groots kan zijn

Branoul presenteert benefietprogramma in de Koninklijke Schouwburg

Zojuist heeft Bob Schwarze de schminkstoel van ‘Rundfunk’ verlaten, een experimentele, dit jaar tiendelige tv-serie waarvan eind deze maand de tweede reeks op de buis komt en hij de rol van conciërge Tony speelt. Een schnabbel, in vaktermen.

Maar zijn hart, ja, dat heeft hij al jaren verpand aan het Maliestraatje, nauwkeuriger: aan Branoul. Hemel en aarde – en alles daartussen heeft hij, eigenhandig, in beweging gebracht; zijn zomervakantie grotendeels eraan gegeven en zijn eigen voorziene aandeel in de toch pittig te noemen overlevingsstrijd van Toneelgroep De Appel, waar hij sinds 2005 tot de vaste spelerskern behoort, er zelfs heel even stiekempjes voor op een lager pitje gezet. Maar dan ligt nu daar dus wél het glimmende benefietprogramma ‘Hoe het kleine groots kan zijn’ voor zíjn Branoul als een spiegel te glimmen. De namen van onder meer Gijs Scholten van Aschat, Eric Vaarzon Morel, Joop Keesmaat en Sjoerd Pleijsier prijken als voornaamste blikvangers op het denkbeeldige plakkaat.

Bob Schwarze, directeur van het inmiddels bijna dertigjarige literair theater Branoul, geesteskind van oprichter Rein Edzard de Vries (‘Hij komt zelf ook’), wordt op dit moment gelijktijdig op twee fronten in zijn voortbestaan als theaterdier bedreigd. Geen makkelijke tijd, zo beaamt hij. Maar bij de pakken neerzitten, neen, dat is niet aan hem besteed. Branoul, zo legt hij bereidwillig uit, woont al lange tijd in financieel zwaar weer, noodweer zogezegd, vooral door het uitblijven van structurele subsidie. Maar dit benefietprogramma annex deze fundraisingmiddag moet een ‘gamechanger’ zijn, hiermee zet Branoul volgens Schwarze de doorslaggevende stap naar een gezonde toekomst op volstrekt eigen benen. “Zodat we weer vijf dagen per week open kunnen, jonge makers een kans geven, en eigen producties kunnen uitbrengen. En naast toneel ook schrijversavonden, muziekavonden en comedynights kunnen blijven programmeren.”

“Met dit benefietprogramma willen we niet wéér zieligjes onze handen ophouden maar juist opereren vanuit onze kracht. Daarom wil ik vooruitkijken, laten zien waar Branoul voor staat met heel wat previews van stukken die later in het seizoen, maar dan in vol ornaat, in ons eigen vestzaktheater te zien zijn. Dit benefietprogramma moet ook de aftrap vormen voor een aantal bijeenkomsten met vrienden en sympathisanten later in het seizoen. We hebben daartoe een sponsorplan ontwikkeld. Hopelijk kunnen we genoeg mensen enthousiasmeren om Branoul binnen afzienbare tijd richting veilige haven te loodsen.”

Plaats van handeling voor de benefietmiddag is de Koninklijke Schouwburg en als datum is zondag 14 augustus gekozen. “Ik ben de Koninklijke Schouwburg erkentelijk voor de geste. Dat Branoul gebruik mag maken van die ongelooflijk mooie zaal is een gebaar van goede wil en een teken van vertrouwen.

Dit wordt dan ook geen gewone middag” aldus Schwarze. In de Koninklijke Schouwburg spelen acteur Gijs Scholten van Aschat en gitarist Eric Vaarzon Morel twee delen uit hun flamencoprogramma Duende, doet Joop Keesmaat een fragment uit de eerder gepresenteerde marathonlezing van Couperus’ ‘Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan’ en komt Sjoerd Pleijsier langs voor een deel uit zijn theaterbewerking van Turks Fruit. Daarnaast neemt ‘De Bende van Branoul’ (o.a. Lidewij Benus, Nanette Edens, Sijtze van der Meer, Remco Melles, Harriët Stroet, Bran Remie en Lars van Wezel) nieuwe theaterbewerkingen ter hand van Branouls hofleverancier Manon Barthels. “Die Bende”, preciseert Schwarze, “dat is een eigenzinnige groep acteurs die zich inzet om van Theater Branoul opnieuw een bruisende plek te maken. Zo’n anderhalf jaar geleden is die van de grond gekomen bij een brainstorm naar overlevingsplannen. Deze zelfde Bende zorgt komend seizoen voor enkele prachtige, indringende voorstellingen en speelt natuurlijk ook zelf in Branoul zoveel als mogelijk is. Tijdens ‘Hoe het kleine groots kan zijn’ neemt De Bende de touwtjes in handen door naast Schwarze de presentatie op zich te nemen.

Branoul: Hoe het kleine groots kan zijn. Te zien in de Koninklijke Schouwburg op zondag 14 augustus (14.00 -17.00 uur). Meer informatie en tickets op branoul.nl en ks.nl.

Twee voor twaalf

Zomerse brunch bij Branoul

Een bescheiden binnenplaatsje. Dat dan wel o zo idyllisch, want aan het Smidswater, gelegen is. Onder het aanzicht en het genot van een onbewolkt zomers hemeldak, alsmede een goede voordracht én een wijntje en dijntje bij de hand, moet het er uiterst genoeglijk, zelfs voortreffelijk vertoeven zijn. Het kán, bij Branoul.

“Voor even geleend van de bovenburen”, glimlacht Bob Schwarze, die tekent voor het artistieke én tijdelijk ook het zakelijke leiderschap van Branoul, over de cour. Zijn bovenburen hebben de patio vrijelijk ter beschikking gesteld voor Brunchen bij Branoul. Het programma is opgebouwd uit een royale ontvangst, voordrachten en voorlezingen door Appel-acteur Schwarze zelf, een copieuze brunch met broodjes en andere lekkernijen en, aansluitend, een wijntje. Op zondag 23 augustus houdt hij voor het laatst deze zomer een dergelijke brunch in en bij het vanouds als literair theater gedoopte etablissement aan het evenzo pittoreske Maliestraatje.

Rond deze tijd houden theaters normaal gesproken tot zeker begin september hun typische zomerslaap, maar bij Branoul zijn de luiken allang weer open: verleden zondag was er óók al zo’n zelfde aangelegenheid. Ten dele uit nood geboren, zo bekent Schwarze openhartig. Nog één keer wil hij een zwengel geven aan het voorbestaan van ‘zijn’ Branoul. “Kijk”, vouwt Bob Schwarze de handen op tafel open, “sinds 2014 ontvangen we geen subsidie meer. Vorig jaar kregen we alleen 40.000 euro voor cultureel ondernemerschap. Maar dit jaar niets meer”. Grommend: “Ondanks onze goede prestaties in de aanloop naar het Kunstenplan 2013-2016, toen al met te weinig subsidie, wisten we destijds de eigen inkomsten drastisch te verhogen. Desondanks werden we wéér op nul gezet. Terwijl we dubbel en dwars hadden aangetoond bedrijfsmatig gezond te zijn. Nu moeten we dus zelf voor honderd procent de eigen broek ophouden”.

Met symbolisch gevaar voor eigen leven houdt hij de tent overeind. “Ik kan tegenwoordig niet op structurele basis programmeren: als een acteur of regisseur elders een betaalde klus kan pakken, al is het een week vóór de première hier bij ons, dan kan ik hem of haar echt tegenhouden. Weg programma, weg première ook, weg aandacht in de pers. Op jaarbasis heeft hij een ton nodig, zo heeft hij uitgerekend. “Dan kan ik de boel intern opnieuw adequaat organiseren en weer eens tamtam gaan maken. Want voor publiciteit heeft hij geen cent te makken. Schwarze: “Een ijzeren wet: geen publiciteit? Dan ook geen publiek”.

Vanaf september wil hij zoveel geld binnenhalen dat het er niet langer op een houtje-touwtje manier aan toe hoeft te gaan. “We gaan de cirkel doorbréken, zorgen dat we genoeg binnengehaald hebben om tot 2017 een vanouds sterke programmering te presenteren en weer publiciteit te voeren. We gaan laten zien wat Branoul waard is. Daarna moet de gemeente echt over de brug komen. Als er één theater is dat heeft laten zien dat het in staat is alternatieve inkomsten te genereren, is het Branoul wel. Anders waren we op 1 januari van dit jaar al weg geweest. Veel sponsoren hebben al ruimhartig gegeven en nu moeten we doorstoten. Maar dan wel in combinatie met structurele subsidie, dáár ligt de oplossing”. Nóg langer op deze voet verder, dat trekt hij niet. “Ik wil tot 2017 zien te overleven. Als we daarna niet in het nieuwe Kunstenplan van Den Haag opgenomen zijn, ben ik bang dat ik de handdoek in de ring moet gooien.”

“Iedereen denkt na een opnieuw geslaagde reddingsactie: mooi, ze hebben het weer voor elkaar. Maar met de bedragen die we binnenhalen kunnen we echt niet een heel seizoen optuigen. Kan ook nauwelijks, daarvoor is ons bereik en de zaalcapaciteit te klein, met een maximum van 65 overigens comfortabele en goedzittende stoelen in rood pluche die we vorig jaar op de kop wisten te tikken. Geen enkel theater kan trouwens alleen op basis van publieksinkomsten bestaan. Ook de Koninklijke Schouwburg niet. Stop de subsidie daar en de tent gaat dicht”.

Ondertussen blaakt hij van het nieuwe elan. Het vroegere restaurant Ça L’Emile wordt nu verbouwd en er komt vanuit het aanpalende etablissement een doorgang naar Branoul. “Kunnen we eindelijk onze bezoekers weer goed ontvangen”. Ook programmatisch zit hij vol ideeën. “Het moet brutaler, meer ‘underground’. Nu is het me vaak te braaf. Bij optredens van stand-uppers en singer/songwriters moet het mogelijk zijn een glas bier of wijn mee de zaal in te nemen. En na afloop van een voorstelling wil ik graag speelfilms vertonen. Legaal hoor!”

“Kijk, Branoul is, hoe klein ook, vanaf de oprichting in 1987 door Rein Edzard de Vries altijd een ontwikkelingsplek voor jonge én ervaren makers geweest. Bij ons kunnen ze onder begeleiding een voorstelling ontwikkelen, onder meer in het programma Branoul Breekt Open. Elders is dat domweg niet meer mogelijk. Na een première hier in huis heb ik meer dan eens in tranen op het toilet gezeten omdat Branoul echt een niet-inwisselbaar plek is. Die plek in het Haagse bestel hebben we op papier echter nooit geclaimd en dus politiek nooit te gelde kunnen maken”.

Ondertussen heeft hij een verrassing in petto: “Rein Edzard komt de 23e augustus voordragen! Uniek! Hopelijk gaat hij Anton Koolhaas’ Het mannetje in de kop voorlezen, het verhaal waar Branoul zijn naam aan te danken heeft. Schwarze citeert: ‘De olifant Branoul voelde zich zeer gelukkig. Niet dat er iets bijzonders aan de hand was. Maar hij was tevreden. Hij keek zo nu en dan naar de andere olifanten en vatte ze dan expres welwillend in het oog.’ Maar later slaat het hoofd van de olifant op tilt.

Dát nu is volgens Schwarze Branoul ten voeten uit: een plek waar makers en bezoekers terug kunnen keren naar de oorsprong van het theatervak. Het vertellen van een verhaal. Nu is het eerst tijd dat hij zich buigt over de logistiek van de brunchinkopen voor zondag de 23e augustus. De broodjes smeert hij grotendeels zelf.

Brunchen bij Branoul op zondag 23 augustus 2015. Meer informatie en tickets op branoul.nl. Telefonisch reserveren: (070) 365 72 85.

 

Theater Na de Dam

Zesde editie met voorlezingen en voorstellingen

Het theater is een plek bij uitstek voor reflectie. Theater Na de Dam presenteert in heel Nederland meer dan vijftig voorstellingen rond oorlog en vrede. Den Haag doet mee, natuurlijk, volop zelfs.

‘Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.’
Voor de zesde keer sinds de jaren zestig pakt Theater Na de Dam de draad op om na de roerende twee minuten stilte van de Nationale Dodenherdenking voorlezingen en voorstellingen te presenteren op de avond van de 4e mei. “Het karakter van de herdenking”, zo verklaren de initiatiefnemers van Theater Na de Dam, de theatermakers en filosofen Jaïr Stranders en Bo Tarenskeen, “is zo algemeen en abstract geworden dat reflectie op onszelf afwezig dreigt te raken”.

Koninklijke Schouwburg & Nationale Toneel
Het Nationale Toneel en de Koninklijke Schouwburg (KS) presenteren De Laatste Getuigen, waarvoor de afgelopen maanden verschillende inwoners van Den Haag werden geïnterviewd die de Hongerwinter hebben meegemaakt. Verhalen uit het dagelijkse leven van destijds jonge Hagenaars die hun wereld voor hun ogen zagen veranderen. Na de Dodenherdenking, die op beeldschermen in de KS te volgen is, nemen zeven dames en één heer bezit van het toneel. Bij elk van hen voegt zich een acteur van het Nationale Toneel die, geregisseerd door Hans van den Boom, hun aangrijpende verhaal vertelt.

Theater aan het Spui & RO Theater
De jonge soldaat Berk kan na terugkomst van een vredesmissie niet meer aarden omdat hij zijn vriend en kameraad heeft verloren. Speciaal voor acteurs Herman Gilis en Gijs Naber schreef Rik van den Bos voor het RO Theater de voorstelling Leger. Alize Zandwijk regisseert waargebeurde verhalen en trauma’s over soldaten in Nederlandse oorlogsmissies. Waar de fascinatie van Gilis vooral gericht is op de soldaten van de Tweede Wereldoorlog – jongens die vaak geen idee hadden waar ze terecht waren gekomen – vraagt Naber zich vertwijfeld af waarom leeftijdgenoten zich laten verleiden tot het soldatenleven. Vooraf wordt vanuit Theater aan het Spui een gezamenlijk bezoek afgelegd aan het nabijgelegen Joodse monument op het Rabbijn Maarsenplein.

Diamant Theater & NTjong
Oorlog. ‘Als je er over leest gebeurt het na elkaar, maar als je het leeft gebeurt het op hetzelfde moment’. In het ene huis viert Lotte haar verjaardag met bloembollentaart, terwijl een huis verderop Daniel zich onder de trap verstopt als er op de deur gebonsd wordt. Plots klinkt een oorverdovende stilte. Het vergissingsbombardement op Bezuidenhout is zeventig jaar na dato voor NTjong een bron van waargebeurde oorlogsverhalen met jongeren. Het is voor NTjong de start van een nieuwe traditie om ieder jaar oorlogsverhalen uit een ander Haags stadsdeel te halen.

Appeltheater & Toneelgroep De Appel
Het Oranjehotel was tijdens de Tweede Wereldoorlog de bijnaam van de gevangenis in Scheveningen. Tot 1940 zaten er voornamelijk kleine criminelen, maar de Duitse bezetter gebruikte het om verzetsmensen op te sluiten, en ze met gebruikmaking van martelpraktijken te verhoren. Voor de meesten duurde het verblijf in het Oranjehotel niet lang: je werd vrijgelaten, naar Duitsland gedeporteerd, of terechtgesteld op de Waalsdorpervlakte, in de duinen tegenover de gevangenis.
Appelacteurs lezen maandagavond in het Appeltheater de tekst van Hagenaar en verzetsstrijder Eduard Veterman voor over een aantal mannen dat zit opgesloten. De toekomst die hen wacht is onzekerheid en angst, voor het verhoor, de aanstaande marteling of het vonnis. Via een ingenieus communicatiesysteem proberen ze informatie over de buitenwereld naar binnen te smokkelen. Ze weten dat de geallieerden oprukken. Maar de tijd dringt.

Theater De Nieuwe Regentes
De tragikomische kameropera Polen in Plan Zuid is gebaseerd op het gelijknamige boek van Daniel Verhoeven over herinneringen van een Joodse jongen in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Heden en verleden buiten over elkaar heen, waarbij twee zangeressen en een zanger steeds van rol wisselen.

Literair Theater Branoul
Wat als Hitler wél was aangenomen op de kunstacademie en zich had ontwikkeld tot een succesvol kunstenaar? In Branoul start Tomer Pawlicki, een Nederlandse theatermaker met Israëlische roots, een gedachte-experiment in Dankzij de oorlog, door een jonge Joodse man een gesprek aan te laten knopen met zijn grootmoeder. En hij vraagt zichzelf hardop af: “Wie had gedacht dat wij ooit onze uitroeiers zouden bedanken voor ons bestaan?” Opgelet: alleen te zien op 13, 14 en 15 mei.

Knallen in het hoofd

Reddingsactie Bob Schwarze voor Branoul: ‘Bob draait door’.

Kierewiet, zegt hij zelf. Gekkenwerk. Een aanslag op geest en gestel, noemt hij het. Vijf monologen op één dag. Bob draait door. En zo heet toevallig ook de marathonvoorstelling  waarmee hij Literair Theater Branoul voor een naderende ondergang wenst te behoeden.

“Er zijn monologen bij die ik vijftien jaar niet heb gespeeld. Maar op een of andere manier blijken ze toch nog in mijn ‘systeem’ te zitten”. Bij Bob Schwarze, Appel-acteur en sedert 2005 artistiek leider van Literair Theater Branoul, lijkt pas nu het besef door te breken van wat hij zichzelf willens en wetens heeft aangedaan. Wat hij gaat doen is nooit eerder in Nederland vertoond: vijf monologen door een en dezelfde acteur, en op een en dezelfde dag. “Vijf verschillende personages, vijf spanningsbogen, vijf keer pieken. Dit gaat zeker ook wat met mijzelf doen. Vooral als je bedenkt dat de stukken die ik speel eigenlijk allemaal over een zekere mate van gekte in het hoofd gaan.” En dat is laatste is zeker het geval, want Schwarze – die gelijktijdig repeteert aan Casanova, het aankomende spektakelstuk van Toneelgroep De Appel, dat in december in première gaat – speelt achtereenvolgens Aantekeningen uit het ondergrondse van Fodor Dostojevski, Keefman van Jan Arends, Dagboek van een gek van Nikolaj Gogol, Schaaknovelle van Stefan Zweig en, tot besluit, Novecenti van Alessandro Barrico. “De eerste tekst is voor mij verreweg de moeilijkste om in het hoofd gestampt te krijgen”, zegt Schwarze. “Maar als we die hebben gehad, dan gaat de rest met minder moeite. Hoop ik”. Maar van een souffleur wil hij niet weten. “Dan ga ik juist op de automatische piloot varen, en dat is funest voor mij. En gaandeweg merk ik ook hoe bijzonder de tekstbewerkingen zijn die Manon Barthels voor me heeft gemaakt. Dat maakt het allemaal wat makkelijker om te spelen en ook wat draaglijker. Voor mij, maar ook voor bezoekers”. Want hij begrijpt dat een hele dag lang, vanaf 11.00 uur in de ochtend, in het bijna-pikkedonker kijken en luisteren naar zelfs de prachtigste monologen een hele opgave kan betekenen. “De toegangskaarten zijn overdraagbaar. Dus als je even niet wilt kijken, kun je je buurman of vriend of vriendin de zaal in laten gaan”. Dat maakt trouwens ook de toegangsprijs van honderd euro wat beter te behappen. “Branoul staat op springen”, verklaart Schwarze. “Dit jaar hebben we van de stad nog wel 65.000 euro aan overlevingskrediet gehad, en zelfs een dergelijk bedrag is ontoereikend om Branoul een jaar te laten draaien. Maar op 1 januari stopt die ondersteuning onverbiddelijk. Veel mensen beseffen niet dat het voor Branoul op 31 december einde verhaal kan zijn. Ik hoop dat we met Bob draait door een bedrag binnenhalen waarmee we dit jaar kunnen uitzingen en het begin van 204 in de verf kunnen gaan zetten”. Belangrijk is ook dat we met dit huzarenstukje fondsen en sponsors kunnen interesseren. Door mijn hoofd op het hakblok te leggen, hoop ik dat deze boodschap bij hen overkomt”. Zijn grootste bezorgdheid is evenwel de zaalbezetting. “Kijk, als ik zeker weet dat de zaal vol zit, dan is het makkelijker om dit alles te doorstaan. Maar ja, dat is nog maar de vraag”.

Bob draait door voor Literair Theater Branoul is te zien op zondag 27 oktober 2013 in theater De Nieuwe Regentes. Meer informatie op www.branoul.nl.