Iedereen draagt maskers

Toneelhuis speelt Camus’ ‘Caligula’

Wat is macht? Hoe werkt macht? Regisseur Guy Cassiers bouwt aan een reeks rond machthebbers. Eerder maakte hij voorstellingen rond Hitler, Lenin en Hirohito. Nu valt de eer te beurt aan potentaat Caligula. “Een omgekeerde Don Quichot”.

Het leven is passen en meten. Zoveel is eens te meer duidelijk na ‘Parijs’ en ‘Brussel’. Regisseur Cassiers van het Antwerpse theatergezelschap Toneelhuis, ziet zekere parallellen met Caligula, het toneelstuk dat Albert Camus net voor de Tweede Wereldoorlog schreef. “Caligula, de tirannieke Romeinse keizer, wilde de maatschappij van binnenuit onderuit halen. Vanuit zijn eigen particuliere pijn en frustraties ontzegde hij mensen willens en wetens geloof in de toekomst. En aangezien hij de macht had om die opvatting aan iedereen op te leggen, ontaardde dat gaandeweg in regelrecht nihilisme”.

Na de dood van Drusilla, zijn geliefde zus alsook zijn minnares, komt Caligula tot het inzicht dat hij zijn onderdanen duidelijk moet maken dat de mens domweg gedoemd is niet en nooit gelukkig te zijn, niet gelukkig kán zijn. Nu hij inziet dat hij de orde der dingen niet in de hand heeft, niet kán beheersen, vereenzelvigt hij zich met het noodlot. Het leven (‘Leven is het tegengestelde van liefhebben’) is volgens hem slechts leefbaar als de mens zijn wensen en idealen níet tot het uiterste doordrijft: ‘Geef mij de maan!’ Maar zo te leven is onverdraaglijk. Dat zijn onderdanen zich die levensleugen laten welgevallen, acht hij onbestaanbaar. Daarom eist hij van ze dat zij ‘in waarheid’ leven. Met zijn onderdanen spelenderwijs als doelwit en kind van de rekening. Het is tegenspeler Cherea als de enige die durft de logica van Caligula te weigeren, en kiest actief voor het leven. De laatste drie van zijn 29 levensjaren voerde Caligula aldus een ongekend schrikbewind, dat uitloopt in de moord, op hem, door verontruste patriciërs.

Camus, vooral bekend als auteur van novelles en filosofische essays (L’Étranger, La Chute, La Peste), was ook vertaler en filmmaker. Te vaak wordt vergeten dat hij daarnaast theaterbewerkingen en theaterwerken heeft geschreven. In de toneeltekst Caligula werpt Camus diepgaande vragen op over de zin van het leven en de absurditeit die ervan uitgaat.

Een omgekeerde Don Quichot. Aldus typeert regisseur Guy Cassiers de Romeinse keizer. “Allebei hebben ze waanbeelden nodig om tot prestaties te komen. Maar waar Don Quichot probeert mensen te redden, sleept Caligula ze in de val van zijn onwaarheid mee. Eigenlijk legt hij moedwillig een bom onder de gelegitimeerde wens om idealen na te streven”. Ook ziet Cassiers overeenkomsten met de figuur van Shakespeares Hamlet, naamgever van het stuk dat hij eerder zelf regisseerde. “Ook Hamlet handelt in diepste wezen vanuit inbeelding, uit waan”.

Camus, die zich voor zijn stuk baseerde op feiten van de Romeinse geschiedschrijver Suetonius, doet daar met Caligula volgens Cassiers een schepje bovenop. “Door als toneelschrijver indirect een spel met de toeschouwers te spelen zet hij mensen een spiegel voor. De boodschap die van Caligula is dan: ‘Iedereen draagt maskers’. Caligula streed tegen welke vorm van schijnheiligheid dan ook. Maar daardoor schuilt er juist ook een zekere sympathie in Caligula, die van dromer en romanticus, want wie wil nou toch de maan bezitten, de máán! Maar die invoelbare sympathie voor een wrede tiran, dát is dus het knappe van de tekst die Camus schreef. Want uitgerekend dat element maakt het dat Caligula zo gevaarlijk. Het is ook de absurditeit van een individu tegenover een wereld die zwijgt, een wereld die zichzelf op die manier juist probeert te beschermen”.

Machthebbers
Guy Cassiers is een van de meest gevraagde Europese theatermakers van dit moment. Hij maakte regies en bewerkingen van literaire klassiekers, onder meer rond Proust en Musil (De man zonder eigenschappen). Vorig jaar verbaasde hij met Hamlet vs Hamlet, waarin Abke Haring als vrouw de titelrol vervulde. Bij Toneelhuis bouwt Cassiers als artistiek directeur aan een reeks voorstellingen over macht en machthebbers: tussen 2006 en 2008 concentreerde hij zich in zijn ‘Triptiek van de macht’ (Mefisto for ever, Wolfskers – een voorstelling rond Hitler, Lenin en Hirohito – en Atropa. De wraak van de vrede) op de complexe relaties tussen kunst, politiek en macht. “In Rotterdam, bij het Ro Theater, heb ik mijn theatertaal kunnen ontwikkelen, maar daar maakte ik geen voorstellingen die ontstonden vanuit een politieke noodzaak. De moord op Pim Fortuijn heeft indertijd mijn ogen geopend voor de actualiteit, voor de politieke realiteit. Toen ik in Antwerpen ging werken, een stad waar het Vlaams Belang, een belangrijk stempel draagt op het reilen en zeilen, zag ik meer en meer in dat kunstenaars vragen moeten stellen, dat zij moeten durven de tijd stil te zetten”.

Ondertussen wordt er in al het politieke tumult van Cassiers en de wereld om hem heen in Antwerpen ook nog ‘gewoon’ toneelgespeeld. “Jazeker”, lacht Cassiers. “Ik ben voor dit stuk juist voorzichtig geweest met het ‘omringend kader’. Deze keer geen live camerabeelden, geen videobeamers. Caligula is in de kern een well-made play en daarom wil ik dicht bij de tekst blijven, zodat ik de nuances en de lagen van het stuk zo helder mogelijk kan tonen”. Explosieve nuances.

Toneelhuis speelt Caligula op dinsdag 1 december in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie op toneelhuis.be en ks.nl. Telefonisch tickets reserveren/kopen: 0900-3456789.

 

Advertentie

‘Er zijn of nie, er is geen vraag dan die’

Tom Lanoye bewerkt ‘Hamlet’

Ophelia, Gertrud, Horatio, Rozenkrantz en Goldenstern: het rijtje beroemde personages uit Shakespeares Hamlet is lang. Tom Lanoye maakte voor Toneelhuis Antwerpen & Toneelgroep Amsterdam een fonkelnieuwe vertaling van het stuk der stukken. “Hamlet markeert het begin van de moderne mens”.

‘Er zijn of nie, er is geen vraag dan die’. De handtekening van Tom Lanoye is onmiskenbaar, zelfs en alleen in deze ene beroemde versregel uit Hamlet. En altijd raak. De woordkunstenaar heeft zo’n zeventien jaar na zijn revolutionaire en geprezen ‘Neder-Engelse’ bewerking uit 1997 van Ten oorlog – Shakespeares cyclus van acht historische koningsdrama’s The Wars of Roses, destijds in een regie van Luk Perceval gespeeld bij het Ro Theater – voor het eerst opnieuw zijn tanden gezet in een meesterwerk van de grootste toneelschrijver aller tijden. Deze keer is het de oertekst van de wraaktragedie Hamlet die aan de gloeiende taal van Lanoye moest geloven. Ten oorlog: Zelden werd een theatervoorstelling meer geprezen. Het liep werkelijk storm in de schouwburgen, de tekstuitgave haalde de Boekentoptien en de elf uur in beslag nemende marathonvoorstelling won tal van prijzen. ‘De motor van Ten oorlog is taal,’ schreef Vrij Nederland, ‘Lanoye preludeert op Shakespeares teksten zoals een meesterpianist op composities van grote componisten.’

De vader van Hamlet, koning van Denemarken, is vermoord door zijn broer Claudius. Deze eist daarna de troon op. Bovendien trouwt hij met de weduwe van zijn eigen broer en wordt daardoor de stiefvader van Hamlet. De geest van Hamlets vader die ‘s nachts rond het kasteel waart vertelt de jongeman Hamlet op een nacht dat hij werd vermoord en hoe dit gebeurde. Prins Hamlet weet niet wat te doen. Wraak nemen op Claudius, zijn oom?

Twijfelaar
Hamlet
wordt algemeen gezien als Shakespeares grootste werk. “Het kroonjuweel”, aldus Tom Lanoye. “Waarom dat zo is?” vraagt hij zich retorisch af. “Wel, allereerst is het een stuk dat gaat over acteren. En dan: We zien voor het eerst een glimp van de moderne mens op het podium . In dit stuk schotelt Shakespeare ons, in de beginjaren van de renaissancistische zeventiende eeuw dus, voor het eerst in de toneelgeschiedenis een held van vlees en bloed voor. Dat wil zeggen: een mens, een man die openlijk durft te twijfelen, die je als het ware in zijn overpeinzingen ziet struikelen. Shakespeare doorbreekt het traditionele verwachtingspatroon door een ‘held’ op te voeren die in de knoop zit met zichzelf, zodanig verlamd dat hij geen actie onderneemt. Ook na 400 jaar kan vrijwel iedereen wel iets van zichzelf herkennen in de mens die Hamlet is. Het is een klassiek wraakstuk, gemengd met nieuwe inhoud. Zoals de genrefilms van Quentin Tarantino dat eigenlijk ook doen.”

In deze coproductie van Toneelhuis Antwerpen en Toneelgroep Amsterdam die inmiddels is genomineerd voor het Nederlands Theaterfestival, speelt de Nederlandse actrice Abke Haring de rol van Hamlet. In Bloed & rozen. Het lied van Jeanne en Gilles trokken Lanoye en Cassiers al eens zij aan zijn op met de vaste Toneelhuis-actrice. “Zij móest en zou de rol van Hamlet doen, zo vonden regisseur Guy Cassiers en ik al bij de allereerste besprekingen. Ze is een formidabele actrice, om haar dictie, haar timbre. Maar ook de perfecte belichaming van een jong volwassene die zoekende is, die zuiverheid versus onzuiverheid invoelbaar kan maken. En doordat ze een vrouw is krijgt alles wat ze zegt en doet ogenblikkelijk een dubbele, allez, driedubbele lading, zeker als het gaat om de vrouwonvriendelijke scènes. Ik heb de bewerking geschreven met Abke voor ogen. Haar androgyne uiterlijk vormt daarbij een extra laag.”

Sarah Bernardt
“De vermeende vondst om de rol van Hamlet door een vrouw te laten spelen bleek echter veel minder revolutionair dan gedacht. “Vooraf leek het inderdaad een noviteit, maar studie heeft uitgewezen dat juist Hamlet vaker door vrouwen dan mannen is gespeeld, onder meer door Française Sarah Bernardt (1844-1923), de beroemdste actrice van haar generatie”. Dat gegeven is extra interessant omdat in Shakespeares tijd vrouwen niet op het podium mochten verschijnen en vrouwenrollen derhalve door mannen werden gespeeld, en, zoals wordt beweerd, ook wel door Shakespeare zelf. Naast Haring zijn in Hamlet overigens ook steracteurs als Katelijne Damen, Johan Van Assche, Marc Van Eeghem, Chris Nietvelt, Gaite Jansen, Eelco Smits en Roeland Fernhout te zien.

Het is de vierde keer dat Lanoye en Cassiers samenwerken. Ze zetten eerder hun tanden in Mefisto for ever, Atropa-de wraak van de vrede, naast het genoemde Bloed & rozen. Het lied van Jeanne en Gilles. Voordat Lanoye zich aan een bewerking zet onderneemt hij een gedegen ‘sporenonderzoek’. Zeker in dit geval. “Het is een stuk dat met veel historie is omgeven, dat terugvoert tot in IJslandse Edda-verhalen. Waarvan evenveel interpretaties als lezers bestaan, en waarvan een boekenplank aan vertalingen, analyses en commentaren, met soms machtige stukken over het verband tussen de werelden van kwantumfysica, Zen en de figuur van Hamlet, beschikbaar is. Maar ook in Penguin-uitgaven tref je vaak gedegen analyses aan, net als in de vertalingen van Willy Courteaux. Enfin, ik maak een selectie uit die teksten en lees ook enkele vertalingen. Daarna maak ik een gedetailleerd inhoudelijk plan de campagne voor het stuk en leg dat de regisseur en de dramaturg – hier Erwin Jans – voor. Gezamenlijk werken we het concept verder uit. Pas daarna buig ik me over het pure schrijven. Al met al een lange weg, die in dit geval wel twee jaar in beslag heeft genomen”.

De in deeltijd in Zuid-Afrika wonende schrijver van het Boekenweekgeschenk 2013, veelvuldig onderscheiden schrijver, onder meer met de Constant Huygensprijs, en maker van onemanshows op basis van eigen werk zoals Sprakeloos en Woest, acht de invloed van het aan het Nederlands verwante Afrikaans in zijn vertaling van Hamlet niet erg groot. “Het is fijn af en toe frisse lucht te hebben, weg te zijn, afstand te kunnen nemen. Maar als je spreekt over de invloed van het Afrikaans op het taalgebruik in Hamlet, dan valt dat reuze mee. In Ten oorlog is die invloed veel evidenter aanwijsbaar”.

Hamlet door Toneelhuis Antwerpen en Toneelgroep Amsterdam. Te zien in de Koninklijke Schouwburg op woensdag 21 mei 2014. Meer informatie op www.tga.nl en www.ks.nl. Telefonisch kaarten reserveren: 0900-3456789.

Het duistere hart van de Congo

Josse De Pauw speelt Joseph Conrads Heart of Darkness

Heart of Darkness stond model voor de oorlogsfilmklassieker Apocalypse Now. Josse De Pauw bewerkte Joseph Conrads boek en neemt zelf alle rollen op zich.

Liefst vijf verschillende stukken, waaronder twee ‘alleenspraken’, heeft hij momenteel op z’n repertoire en hij speelt ze ook nog eens kriskras door elkaar, in binnen- én buitenland. “Gekkenwerk”, noemt de Vlaamse acteur Josse De Pauw het. “Een beetje rock ‘n roll is het wel. En ik was er vooraf ook echt wel een beetje beduusd voor, maar het valt uiteindelijk toch allemaal wel mee”. De Pauw, een van de grote meneren in het Nederlandstalige gebied en meermalen gelauwerd, is ook schrijver en filmmaker, staat zo’n vijfendertig jaar op de planken. En noblesse oblige. Hij speelt onder meer bij Toneelhuis Antwerpen de monoloog Duister Hart, geregisseeerd door Guy Cassiers, naar een van de standaardwerken uit de wereldliteratuur, Heart of Darkness, van Joseph Conrad. Het is het gedeeltelijk autobiografische verhaal van een moeizame tocht stroomopwaarts over de Kongo-Vrijstaat, naar de nog niet in kaart gebrachte ‘donkere’ binnenlanden van Afrika ten tijde van het imperialisme. De reis naar de donkere binnenlanden van Afrika is ook een reis naar de donkerste binnenkant van de menselijke geest. Conrad laat zwerver en zeemaat Charlie Marlow verhalen over de avond dat zijn schip voor anker lag in de monding van de Theems, wachtend op het keren van het tij. Marlow vertelt dat hij ooit als stoombootkapitein van een Brusselse handelsonderneming een reis ondernam naar Afrika en aldaar het langdurige en zinloze wachten op dingen die niet kwamen beu werd, maar ook over de verspilling van moeite, mensen en materialen — alleen voor het bemachtigen van een hoeveelheid ivoor. Marlow hoort verhalen over een zekere Kurtz, die meer ivoor binnenbrengt dan alle andere agenten bij elkaar. Maar Kurtz’ methoden schijnen niet te deugen. Ook is er al maanden niets meer van hem vernomen. Marlows opdracht is deze Kurtz te zoeken. Als deze eindelijk bereikt wordt, blijkt hij van god los: alle wetten, alle normen, alle beschaving heeft hij overboord gezet. Het enige wat voor hem nog telt is zijn eigen zin, zijn eigen wil. Aan de hand van Marlows avonturen laat Conrad zien dat de zogenaamde menselijke beschaving erg kwetsbaar is. Marlows tocht door het klamme oerwoud is een opeenvolging van ontmoetingen waarin hij veel aspecten van zichzelf en zijn ‘dusiter hart’ meent te herkennen. “Volgens de auteur”, zegt De Pauw, “is elk mens in staat te veranderen in een monster als er geen enkele remming en controle is. Het was een boek waar ik vroeger als een blok voor viel, want het gaat over het gevaarlijke leven op zee en over exotische plaatsen. En ik houd erg van taalbouwsels, Conrad is een echte stilist, en de tegenstelling tussen mooie taal en gewetenloos gedrag is interessant”.

In de voorstelling speelt De Pauw alle personages, die ook naast hem, als videoprojectie, verschijnen. De rol van Kurtz is voor hem de krent in de pap: “Kurtz is intrigerende omdat hij tegen de wildernis op  knalt. De tegenstelling in hem die reikt van een Verlichte beschaafdheid en westerse arrogantie aan de ene kant, tegen een immens moreel verval tot barbaarse praktijken aan de andere kant, is monsterlijk”.

Voor veel Belgen is de relatie met wat ooit privébezit was van Koning Leopold II (1835-1909) vaak nog precair en groeit nog altijd geregeld uit tot een heet politiek hangijzer. De 23 jaar onder zijn bewind werden gekenmerkt door volkerenmoord, slavernij, ontvoeringen, martelingen, verkrachtingen en onthoofdingen. “Van koningswege is er nooit enige toelichting gegeven. Gelukkig is er sinds het verschijnen van David Van Reybroecks boek Congo opnieuw veel aandacht voor wat er destijds is gebeurd”.

Duister Hart door Toneelhuis is op zaterdag 5 mei te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie op www.ks.nl en www.toneelhuis.be. Telefonisch kaarten reserveren: 0900-3456789.

Mannen zonder eigenschappen

Musils meesterwerk op toneel

Er zijn van die bijkans heiligverklaarde meesterwerken uit de wereldliteratuur waar je maar niet aan toekomt. Cervantes Don Quichot, Goethe’s Faust, Joyce’s Ulysses, Dantes Goddelijke Komedie of Boccaccio’s Decamerone – om voor de vuist weg wat voorbeelden te noemen. Te dik, geen tijd, te virtuoos, te moeilijk misschien wel. Gelukkig zijn er toneelgroepen die zo nu en dan de monsteronderneming aandurven om die hors categorie uit de belletrie op de planken te brengen. Zoals Het Nationale Toneel, dat binnenkort Faust speelt, en het in Antwerpen gevestigde Toneelhuis van Guy Cassiers. Deze laatstgenoemde groep waagt het om Robert Musils De man zonder eigenschappen ten tonele te voeren: drie kloeke delen die bij elkaar zo’n vijftienhonderd dichtbedrukte pagina’s in kleine letters beslaan. Vaak is het werk gekenschetst als de belangrijkste roman van de twintigste eeuw. Op toneel levert het in drie opeenvolgende seizoen een drieluik op van drie verschillende voorstellingen, waarvan het eerste deel komend weekeinde in de Koninklijke Schouwburg te zien is.

Paardendiarree
In zijn onvoltooid gebleven roman, waar hij zijn hele aan is blijven schrijven en schaven, beschreef de Oostenrijkse auteur in felle, satirische kleuren en superieure taal de ontbinding van de Donaumonarchie, de ondergang van een wereld die veel lijkt op ons huidige tijdsgewricht. Citaat: ‘De grootste laagheid ontstaat tegenwoordig niet doordat men die begaat maar doordat men die laat gebeuren’, zo laat Musil een van zijn personages uitspreken. Het is 1913, Wenen. De Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, koninkrijk en keizerrijk ineen, loopt op zijn laatste benen. De hoogste Weense kringen komen bij elkaar om een memorabel feest voor te bereiden ter ere van het zeventigjarige keizerschap van Franz-Jozef in 1918, dat het glorieuze feest van de Duitse keizer moet gaan overtreffen. Ze leven in het verleden. Terwijl de straten van Wenen, haar burgerij en niet te vergeten de dieren zelf, creperen onder de vliegende tering die paardendiarree heet, knalt het langzaam maar zeker als ware het een dramatisch vuurwerk, in de richting van de Eerste Wereldoorlog. ‘Ofwel gaat ons Rijk ten onder aan parlementair gezwets, communautaire chaos en vreemde invloeden; ofwel schaart het zich achter zijn sterkste zoon en laat het zich in blind vertrouwen door hem leiden’, roept graaf Von Schattenwald in een volksrede uit, die ook zonder omwegen vandaag de dag door een Europees of nationaal parlementslid uitgesproken had kunnen zijn.

Toch is het niet de politieke ondertoon in de roman noch de voorstelling, maar eerder het fenomenale en met ironische spotternij geladen observatievermogen van Musil dat raakt, die in weergaloze, welluidende zinnen een inkijk geeft in de personages, hun standpunten en hun manipulatieve intriges – en zo hun ziel blootlegt. Het is een verhaal met de warmte van genegenheid, van de sympathie van goedbedoelende burgers en van een samenleving die angstvallig een toenemend rood gevaar tot zich ziet naderen.

Fijn acteerwerk
Als vanouds, en herkenbaar uit de tijd dat regisseur en artistiek leider Guy Cassiers het Rotterdamse Ro Theater (waar hij zich al eens waagde aan een drieluik omtrent het ‘onaanraakbare’ werk van Marcel Proust) leidde, gebruikt hij in De man zonder eigenschappen veelvuldig videobeelden. Die dienen overigens meer om een sfeerbeeld op te roepen en ter omlijsting van een voorts sober decor, dan dat ze een meerwaarde bieden. Wat vooral frappeert is het fijne acteerwerk en de bewonderenswaardige bewerking van Musils met symfonische grootsheid doorspekte werk, die tegelijkertijd Musils levenswerk doelmatig indikt als recht doet. ‘Alles wat mijn geest niet de baas kan noem ik civilisatie’, laat Musil door Diotima in de roman en ook in het stuk zeggen. ‘Ik ben er pijnlijk lang mee bezig geweest en ik heb veel gelezen, en zo ontdekte ik dat er iets in mij verloren is gegaan waarvan ik voordien nauwelijks wist dat ik het bezat: een ziel.’

De man zonder eigenschappen door Toneelhuis is op za 4 dec te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.ks.nl of T 0900-3456789.