Crossing Border vanouds op dreef

Literatuur- en muziekfestival onverdroten energiek

Terwijl de toekomst van internationaal literatuur- en muziekfestival Crossing Border in Den Haag nog altijd aan een zijden draadje hangt als gevolg van subsidieperikelen, schotelt het van dinsdag 3 tot en met zondag 8 november avond aan avond een uitgelezen programma voor.

“Het zag er twee weken geleden eventjes heel goed voor ons uit, maar toen toverde de wethouder ineens een juridisch verhaal uit de hoge hoed. We weten nu nog steeds niet waar we volgend jaar aan toe zijn,” zo beschrijft directeur Michel Behre het gesternte waaronder Crossing Border dit jaar moet plaatsvinden, nog buiten de maatregelen die aan ‘Corona’ te wijten zijn.

Theater aan het Spui is festivalbrandpunt, al vindt een groot deel van het uitgebreide programma online plaats. Er zijn ook twee live avonden die ook ‘gestreamd’ worden. Een ervan, op vrijdag 6 november, is gewijd aan Nederlandse schrijvers. Best een statement voor een internationaal georiënteerd festival als Crossing Border.

Behre: “We hadden altijd al veel Nederlandse schrijvers aan boord. Maar het is inderdaad een statement, want er is veel jong talent dat momenteel hard aan de deur klopt. Ook zie ik deze avond in het kader van ‘support your locals’.” De avond voltrekt zich in aanwezigheid van onder anderen Broeinest, finalisten van de wedstrijd ‘Spoken 070’, Iduna Paalman, Elten Kiene, Broeder Dieleman, Lamia Makaddam, Edna Azulay, Vrouwkje Tuinman en Meindert Talma. Ook zijn er twee gesprekken gepland: Nina Weijers spreekt Claudia Durastanti, en Persis Bekkering gaat in gesprek met Fernanda Melchor.

Zaterdag 7 november, ook live, vindt de uitreiking van de tiende Europese Literatuurprijs plaats. De prijs staat in het teken staat van vertalers en de edele kunst die vertalen heet. De prijs is een bekroning voor de beste hedendaagse Europese roman die het voorbije jaar in een Nederlandse vertaling is verschenen. Uniek is dat auteur én vertaler worden geëerd. De vakjury onder voorzitterschap van Abdelkader Benali verkoos ‘Lente’ van Ali Smith tot winnaar, vanuit het Engels vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer.

Ter viering van het tienjarig jubileum is dit keer een extra jury ingesteld, bestaande uit studenten. Onder voorzitterschap van Alma Mathijsen heeft deze jury ‘Meer dan een broer’ van David Diop tot winnaar verkozen, vertaald door Martine Woudt. “Mooi om te zien dat een jongere jury tot een andere winnaar komt,” zegt Behre. De winnaars van de prijs worden op deze avond voorgesteld aan het publiek. De buitenlandse gasten zullen via een videoverbinding aanwezig zijn. Beoogd wordt een gesprek over grenzen en migratie, manipulatie en uitsluiting, verbinding en verbeelding, kunst, verhalen en hoop.

Woensdagavond 4 november gaat de aandacht met name uit naar ‘KOFFIEDIK’, een zesdelig hoorspel. “Terug naar toen,” zo verwoordt Behre de aandacht voor dit enigszins uit de gratie geraakte genre, dat vroeger mensenmassa’s aan de radio gekluisterd hield en zelfs, in het geval van ‘War of the Worlds’, op de been bracht.

‘KOFFIEDIK’ zijn zes verhalen van zes bewoners, in een mix van muziek en vertelling, die zich afspeelt in een utopische stad ergens in het Nederland van het jaar 2104. Deze reis naar de toekomst belooft de luisteraar mee te nemen naar ‘een hoopvolle wereld, waar mens en maatschappij in harmonie zijn, de natuur de steden regeert en waar duurzaamheid de standaard is’.

“Maar,” lacht Behre, “het typische is dat de auteurs veelal zijn uitgekomen op een dystopie in plaats van een utopie. Dat kenmerkt wellicht ook meteen het huidige tijdsgewricht.” Bijdragen zijn afkomstig van zes jonge schrijvers: Jibbe Willems, Joost Oomen, Onias Landveld, Wytske Versteeg, Pelumi Adejumo en Simone Atangana Bekono. De verhalen worden verteld door acteurs: Nadia Amin, Diewertje Dir, Carmen van Mulier, Onias Landveld en Krisjan Schellingerhout.

Persoonlijke favorieten van Behre op Crossing Border 2020 zijn onder meer optredens van de Nederlands-Ghanese zangeres en multi-instrumentalist Nana Adjoa, die net een album uit heeft (‘on-Nederlands goed’), de Italiaanse schrijver Antonio Scurati (‘bekend van een vuistdik boek over Mussolini), en de Spaanse schrijver Manuel Vilas (van hem komt juist deze week zijn nieuwe boek uit in Nederland).

Crossing Border Festival, dinsdag 3 t/m zondag 8 november 2020, Theater aan het Spui. Online programma en meer informatie: www.crossingborder.nl

Advertentie

‘De strijd is nog niet gestreden’

Ontwerp voor het Meerjarenbleidsplan 2021-2024

Het college van B&W stuurde verleden week zijn ‘Ontwerpplan Meerjarenbeleidsplan 2021-2024’ naar de raad – en trekt daarbij en passant de portemonnee met 1,8 miljoen euro extra.

Crossing Border Festival blijft op nul gepind. Tenminste: als de gemeenteraad het ‘Ontwerpplan’ aanneemt. Maar het college steekt ook hier en daar een reddende hand uit. Het gaat dan om Muzee Scheveningen, Museum Bredius en STET, voor meer Engelstalig toneel. Verantwoordelijk wethouder Robert van Asten (D66) springt ook in de bres voor enkele Cultuurankers en voor het Zuiderparktheater. Verder wordt meer geld gestoken in een beter beheer van gemeentelijke kunst- en erfgoedcollecties.

Steunbetuigingen van literaire prominenten te over; toch blijft voor Crossing Border Festival (CBF) een toekomst in Den Haag ongewis. ‘Concullega’ Writers Unlimited krijgt ondertussen wél geld. Van Asten: “Ik kan er niet omheen dat Crossing Border eerdere adviezen in de wind heeft geslagen. Maar nu ligt die kritiek er opnieuw.” Bij Michel Behre van CBF is het Ontwerpplan hard aangekomen, voelt zich in de hoek gezet. “De gemeente had met ons in gesprek kunnen gaan op de kritiekpunten en bekijken of we er op een positieve manier uit kunnen komen, zonder het festival direct helemaal te stoppen.” Hij gaat lobbyen bij de raadsleden “Kijken we hoe we verder kunnen. Dat ligt onder meer aan het advies van het Letterenfonds dat in augustus komt. Maar we gaan ondertussen ook kijken wat er in andere steden mogelijk is.”

Ook De Dutch Don’t Dance Division trekt aan het kortste eind. Rinus Sprong van het dansgezelschap: “Opnieuw een mokerslag. Maar we gaan verder, hoe dan ook. Wel moeten we nadenken hoe, want als instelling stort onze ‘multiplier’ in, terwijl we ons ook verantwoordelijk voelen voor de dansers die speciaal voor De DDDD naar Den Haag zijn gekomen.” Hij herinnert zich: “Een jaar geleden zei Van Asten nog dat hij dans leuk is gaan vinden. Daar merken wij nu maar bar weinig van.”

Cultuurankers
Muzee Scheveningen behoudt in het Ontwerpplan zijn taak als museum, maar lijkt de functie van Cultuuranker te verliezen. Die wordt voor dit stadsdeel straks zo nodig toebedeeld aan een andere organisatie, en kan dan rekenen op jaarlijks € 75.000. Interim-directeur Jeroen van de Wiel zit niet bij de pakken neer.

“We gaan er hard voor knokken om de status van Cultuuranker te behouden. We zijn bewezen effectief in die rol. Het zou trouwens erg inefficiënt zijn om een andere organisatie op te tuigen in enig ander pand, want met Muzee als onderpand kun je de museum- en cultuurankerfunctie efficiënt combineren zodat ze elkaar onderling versterken.”

Net zo trekt het college de stekker uit het Diamant Theater, voornamelijk omdat het een te geringe verbinding met Haagse Hout wordt verweten. “Natuurlijk zijn we teleurgesteld,” zegt Mariët Struijk, “maar de strijd is nog niet gestreden.”

Ze doelt op een lobby naar de raad maar vestigt ook hoop op de mogelijkheid van een ‘doorstart’. “Samen met eventuele andere gegadigden voor het ‘cultuurankerschap’ in Haagse Hout gaan wij zeker zelf ook een voorstel doen.” Het Diamant Theater, gevestigd in de aula van het Diamant College, is al langere tijd op zoek naar een ‘eigen’ plek in de wijk. “Een alternatieve locatie is hier niet eenvoudig te vinden, zegt Struijk. “Maar we houden natuurlijk oren en ogen open.”

Zuiderparktheater
Het Zuiderparktheater blijft als voorziening voor theater en muziek behouden, wenst het college. Van Asten vindt een openluchttheater voor een stad met de allure van Den Haag onmisbaar, al moet dat ook in dit geval wellicht onder de vlag van een nieuwe organisatie. Dat is net als voor de twee bedreigde Cultuurankers een open uitnodiging: wie de handschoen past, trekke hem aan. Kjell Wagner, voorzitter, gooit de handdoek niet in de ring. “Vijf jaar geleden zijn we begonnen. We hebben gemerkt dat het is gelukt om wijk, omgeving, bezoekers én vrijwilligers die hier aan het werk zijn, te verbinden. We zetten daarom alles op alles om dat voort te zetten, in welke vorm of organisatie dat dan ook is.” Van Asten heeft jaarlijks € 100.000 over voor het Zuiderparktheater-nieuwe-stijl.

Positief
In weerwil van het advies kan STET (The English Theatre) dan toch rekenen op een subsidiebedragje. Van Asten: “We willen dat het Engelstalig theateraanbod minimaal op peil blijft.” En zo kan STET € 65.000 jaarlijks tegemoet zien. Elske van Holk van STET: “We zijn blij dat we weer door kunnen. We hadden dit eigenlijk niet verwacht. Op onze steunactie hebben we 2700 reacties uit de hele wereld binnen, en dan vooral van de internationale gemeenschap in Den Haag. Kennelijk heeft dat goed gewerkt.”

Door afspraken uit het verleden als gevolg van een legaat – kon het college formeel niet om Museum Bredius heen, is het contractueel ‘verplicht het in stand te houden.’ Het museum krijgt daarom, net als voorheen, jaarlijks € 145.717.

Slagveld
Het college neemt de andere bevindingen van de Adviescommissie ten aanzien van de andere aanvragers integraal over. Daardoor dreigt voor Den Haag verlies van om en bij 20 culturele instellingen. Zij kunnen nog tegen zijn voornemen ingaan door protest aan te tekenen, maar wellicht biedt een beroep op gemeenteraadsleden meer kans van slagen. Die vergadert in het najaar over het Ontwerpplan.

Cultuuradvies slaat gaten in Haags cultuuraanbod

Advies van commissie Meerjarenbleidsplan 2021-2024

Geen Crossing Border-festival meer, twee wijktheaters weg, theater Branoul en museum Bredius dicht, DeDDDD, Lonneke van Leth Dans en Zuiderparktheater koudgesteld, én geen monumentale kunst meer in de Electriciteitsfabriek.

Dat werd vorige week vrijdag 24 april bekendgemaakt op een perspresentatie. Commissievoorzitter Leertouwer: ‘Op weg naar de kunst van het mogelijke.’

Door: Eric Korsten

Althans: als het voorstel ‘Kracht en Kwetsbaarheid’ van de Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 integraal door college en raad wordt overgenomen. De commissie stelde op verzoek van cultuurwethouder Van Asten (D66) een 450 (!) pagina’s tellend rapport op over de verdeling van grofweg 56 miljoen aan jaarlijks beschikbare kunstsubsidies voor Haagse kunstinstellingen. Resultaat: bijna 20 instellingen dreigen kopje onder te gaan, veelal middelgrote en middelkleine instellingen.

De commissie mocht 56 miljoen uitstrooien over een totaal van 103 aanvragers, die samen voor € 15,3 miljoen méér hebben aangevraagd dan beschikbaar is. Onder de aanvragende instellingen waren liefst 33 nieuwkomers; vijftig van hen maken deel uit van het bestaande ‘Kunstenplan’. De adviescommissie besloot uiteindelijk positief over 57 aanvragende instellingen, ergo zeven ‘binnenkomers’. Voor liefst twintig Haagse culturele instellingen dreigt vanaf 2021 de geldkraan dicht te gaan met, als wellicht meest in het oog springende, het Crossing Border Festival – dat nu best eens naar pak ‘m beet Utrecht zou kunnen beslissen te verkassen.

Vooraf werd een veldslag gevreesd – en ja, daar is het op uitgelopen ook. Commissievoorzitter Leertouwer: “De vorige ronde verdween Toneelgroep De Appel. Opgeteld is het bedrag dat we dit keer aan hervorming voorstellen even groot, alleen is de pijn nu verdeeld over veel meer instellingen. We moeten op zoek naar de kunst van het mogelijke, dat is al heel lang onze opdracht. Komt het goed? Daar ben ik helemaal niet zeker van.”

Scherpe keuzes, maar toch ook nog de kaasschaaf eroverheen, dat tekent de nood waar de adviescommissie zich voor gesteld zag. Leertouwer: “Dat is wat geen enkele commissie wil horen natuurlijk, maar de constatering klopt.” Ook de instellingen die inhoudelijk positief werden bejegend, bleven in termen van toegeschoven euro’s vaak gelijkstaan, of kregen een plakje minder. “De gemeente heeft bij een vrijwel gelijkblijvende cultuurbegroting wel de ambitie uitgesproken om tot een culturele sector te komen met een gezonde bedrijfsvoering en ‘fair pay’, eerlijke loonbetaling, maar stelde daarvoor nauwelijks extra middelen beschikbaar.”

De extra kosten daarvan kunnen niet eenzijdig bij de kunstensector neergelegd worden, zo is de commissie het met belangenorganisatie Kunsten ’92 eens. Ze bepleit in ‘Kracht en Kwetsbaarheid’ daarom ruimhartiger steun. “Het is voor de Commissie duidelijk dat anders haar hele advies is gebouwd op drijfzand.”

In veruit de meeste gevallen is de onafhankelijke en externe ad hoc samengestelde commissie zeer te spreken over het bereikte artistieke peil van de aanvragers, zelfs ook dat van de negatief beoordeelde. In de beoordeling liep het echter vaak spaak op thema’s als bedrijfsvoering, diversiteit en / of inclusie.

‘Grootverbruikers’ in de stad worden gespaard, zijn ‘too big to fail’. Maar zij kregen, buiten de ‘Amare-instellingen’, er nauwelijks een centje bij – hoewel ze volgens de commissie de voorbije jaren uitstekend werk op de grasmat hebben gelegd. Het gelag en de pijn zit ‘m zo vooral bij de middelgrote instellingen, vooral in de dans en de klassieke muziek, waar traditioneel de klappen vallen ten faveure van broodnodige ‘vernieuwing’. Met name klassieke muziek en de dans zijn in dat verband kinderen van de rekening.

En dat terwijl het de commissie juist was opgevallen dat het Den Haag in diverse kunstsectoren juist aan instellingen van het middenformaat ontbreekt. Dat ‘middenveld’ – nu al niet bijster breed – verdwijnt nu bij bosjes. Dat is zorgelijk, ook omdat het voor een gezond kunstklimaat nodig is als contragewicht te dienen tegenover de grote jongens. Leertouwer: “Instellingen als Het Nationale Theater, Kunstmuseum Den Haag, NDT, PAARD en ook het Residentie Orkest nemen in hun sector een dominante positie in. Ze doen dat uitstekend, maar dit roept bij de commissie wel de vraag op of er een evenwicht is in de stad.”

Den Haag wordt gezien, klopt zichzelf graag op de borst als ‘tweede cultuurstad van het land. “Die ambitie is geen doel op zichzelf,” vindt Leertouwer. “Ik zou eerder kijken naar wat uniek is in deze stad, en voor deze stad, en dat iedereen een stem heeft.”

Amare
De ingebruikname van ‘cultuurpaleis’ Amare aan het Spuiplein is de grote trofee die de komende Kunstenplanperiode wordt uitgereikt. De commissie signaleert echter dat er, na jaren van onderling gesteggel nog steeds niet productief (genoeg) wordt samengewerkt. “Het wordt tijd voor een goed gesprek,” zo vatte cultuurwethouder van Asten op de presentatie de situatie samen.

Daar komt bij dat voordeurdelers Nederlands Dans Theater, Residentie Orkest en theaterorganisatie Amare ieder afzonderlijk méér zeggen nodig te hebben – en dat van de commissie op voorhand ook gekregen hebben. Eigenlijk is dat ‘extraatje’ een uitvloeisel van huurafspraken, noem het een restant, die al in 2012 werden gemaakt. Maar dat advies gaat evenwel ten koste van de andere Haagse kunstinstellingen – en dat terwijl cultuurwethouder Van Asten het op de loer liggende exploitatietekort van het cultuurpaleis met € 2,7 miljoen onlangs al heeft bijgepast. Maar een cultuurpaleis op halve kracht is natuurlijk ook niet wat je wenst.

Cultuurankers
Twee van de acht Cultuurankers, het stelsel van wijktheaters in de stad, kunnen de toets der kritiek van de commissie niet doorstaan, te weten Muzee Scheveningen en het Diamant Theater. Van Asten: “Dit had ik even niet voorzien. Ik wil zoek naar een oplossing. Hoe die eruit ziet? Dat weet ik nu nog niet,” waarmee hij expliciet aangeeft dat hij dit onderdeel van het advies niet gaat opvolgen.

De commissie zet Van Asten voor het blok, lijkt uit te zijn op een ‘gelijkrichter’, temeer daar de Ankers onderling van ongelijk soortelijk gewicht zijn. Van hen kunnen Theater en Filmhuis Dakota, Laaktheater, Theater De Nieuwe Regentes, Theater De Vaillant en de bibliotheken Leidschenveen en Loosduinen ondertussen met meer financiële armslag vooruitkijken. Samen krijgen de Cultuurankers er per saldo € 350.000 bij. “Voor de Cultuurankers is het dus een uitkomst die gemengde gevoelens oproept,” laat Vaillant-directeur Harrie van de Louw desgevraagd namens de Cultuurankers weten.

Museumkwartier
Of het concept van het Museumkwartier, de gewenste uiterlijke concentratie van musea rond de Hofvijver, er gaat komen blijft ongewis. Museum Bredius (‘verouderde dynamiek’) moet dicht of bij voorkeur ‘aansluiten bij het Haags Historisch Museum’. Museum Escher in het Paleis moet ondertussen met minder geld toe, hoewel verhuizing naar de voormalige Amerikaanse ambassade nog altijd een optie is. Kunstforum (voorheen West) is op nul groei gesteld, terwijl zij sinds dik een jaar juist bezit heeft genomen van diezelfde ambassade.

Eerste reacties
“Van de twaalf aanvragen door musea zijn er zes positief beoordeeld,” constateert Bas van Nooten, voorzitter van de Haagse Musea. “Bredius dicht? Dan weet je niet waar je het over hebt. Karaktermoord. En het Oranjehotel, zo belangrijk, valt ook buiten de boot. Wat het Museumkwartier betreft moet Den Haag nu eindelijk eens stelling durven nemen.”

Arjen Lakerveld, voorzitter van het Directieoverleg Podiumkunsten Den Haag: “Het advies komt bovenop ‘Covid-19’. Met theaters die straks misschien voor maximaal een kwart gevuld mogen zijn, wordt overleven lastig. We zijn met de gemeente in gesprek over een duurzame oplossing, steken de koppen bij elkaar. We moeten er gezamenlijk uitkomen, met het advies in de andere hand.”

“Bizar en buitengewoon kwalijk,” analyseert Michel Behre, directeur van Crossing Border Festival. Samenwerken met Winternachten? Hoe dan? We zijn totaal verschillenden hebben net als Winternachten tal van partners in de stad. Wat ik kwalijk vind is dat er geen expert in de commissie is op het gebied van literatuur noch popmuziek. Dat wreekt zich. Ondertussen krijgen we wel steun van het Letterenfonds. De merkwaardige situatie kan ontstaan dat we straks landelijk wel steun krijgen en lokaal niet. Dan trekt het Letterenfonds zich terug – en laat Den Haag tonnen liggen.”

Corona
Natuurlijk is er nagedacht over uitstel van het Meerjarenbeleidsplan, zo geven Leertouwer en Van Asten afzonderlijk van elkaar aan. Leertouwer: “Maar uitstel is niet wenselijk. De sector is toe aan duidelijkheid. En hoelang moet dat uitstel dan duren?” Van Asten: “Maar tot welk gevolg leidt uitstel? Sommige instellingen komen nu al niet uit. En juist de instellingen die goed werk leveren wil je kunnen belonen.”

De commissie benadrukt dat zij er zich zeer van bewust is dat haar advies naar buiten komt in een periode waarin de samenleving ernstig is verstoord door de coronacrisis. Extra ondersteuning en specifieke aanvullende maatregelen acht zij nodig om de culturele sector te helpen de gevolgen van de coronacrisis het hoofd te bieden.

De vlucht naar voren zoals de Adviescommissie daarmee neemt is terecht en voor de sector hard nodig. De vraag is echter zeer of dat er onder het huidige gesternte van kan komen. Daar komt bij dat in de aankomende anderhalvemetersamenleving de exploitatie van vele instellingen en met name theaters bijkans onmogelijk wordt, terwijl die situatie anderzijds nog wel een jaar kan aanhouden. Het is eerder omgekeerd: wellicht wordt de kustensector straks gevraagd zelf een offer te brengen, krijgt het anders gezegd: een generieke ‘solidariteitskorting ‘ opgelegd. Zeker is dat niets zeker is.

Vervolg
In juni doet het Haagse college aan de gemeenteraad een voorstel op basis van het advies. Dat voorstel wordt 8 september in de raad besproken. Een maand later, 8 oktober, stelt de gemeenteraad het definitieve plan vast.

Instellingen die zijn afgewezen kunnen een beroep doen op de ‘projectenpot’. Dat wordt dan een overlevingstocht omdat niet alleen zij maar ook nog tal van anderen daar een beroep op doen. Ook kunnen die culturele instellingen nog beroep en bezwaar aantekenen.

kader
Een aantal instellingen in Den Haag heeft geen aanvraag ingediend, doorgaans instellingen van nationaal belang, zoals onder ander het Mauritshuis. Ook particulier gefinancierde musea zijn buiten beschouwing gebleven, bijvoorbeeld het Literatuurmuseum, museum Beelden aan Zee en Panorama Mesdag.

Overigens is ook landelijk een Kunstenplan in de maak. Een aantal Haagse instellingen krijgt én vanuit Den Haag én vanuit het landelijke Kunstenplan geld, bijvoorbeeld Het Nationale Theater, Nederlands Dans Theater, Residentie Orkest en Korzo theater. Die veldslag krijgt de komende maanden zijn beslag.

SECTOREN
Theater
Het Nationale Theater (HNT) kan bogen op prachtige rapportcijfers én krijgt een pluim, al komt er uiteindelijk geen cent bij (€ 9.325,391). De commissie beziet de dominantie van Het Nationale Theater met enige scepsis. “Er is over het geheel bezien geen sprake van een vitaal theaterklimaat (…) HNT krijgt heeft ongewenst een monopoliepositie in handen die het zelf niet per se ambieert.” Diligentia/PePijn blijft stationair op € 837.131, net als Firma MES op € 189.791. Ondertussen moeten Literair Theater Branoul, het Zuiderparktheater, en het extreem beeldend geluidstheater van Dégradé het hoofd buigen. STET, dat ijvert voor Engelstalig toneel in de stad, wordt afgeserveerd.  Het Haags Theaterhuis is een verrassende nieuwe loot aan het Meerjarenbeleidsplan. De instelling kan jaarlijks € 90.000 tegemoet zien.

Pop, jazz, urban
PAARD is, als dominante factor, een ‘gelijkblijver’ (€ 1.413.000) ofschoon het kan bogen op een prima beoordeling. Een nieuwe ‘middenzaal’ door PAARD wordt door de commissie toegejuicht. Op festivalgebied springen Rewire eruit (€ 300.000) en Grauzone (€ 61.300). De commissie spreekt verder over een ‘verzwakt jazzklimaat’: “Opvallend is dat de reputatie van Den Haag als ‘jazzstad’ beperkt tot uiting komt in het stedelijke muziekaanbod en ook in de hoeveelheid aanvragers op dit gebied” – al kent het de aanvraag van Tonality (Rembrandt Frerichs en Tony Overwater) niet toe. Concertorganisator ProJazz wordt de komende jaren wel toegerust, met € 94.500.

De representatie van hiphopcultuur staat volgens de Commissie nog in de kinderschoenen. Stichting Aight is op dat gebied de enige volwaardige aanbieder. “Dit maakt haar positie bij voorbaat uniek, maar geeft tegelijkertijd aan dat er in Den Haag voor dit genre nog veel te winnen is.” Aight kan per 2021 jaarlijks € 180.000 verwachten, minder dan voorheen. De undergroundcultuur wordt met PIP ( € 190.000) bediend. Popmuziekcentrum Musicon krijgt straks jaarlijks € 260.000 toegeschoven.

Klassieke, oude en nieuwe muziek
Op het terrein van met name de kamermuziek worden harde noten gekraakt. De rijke ensemblecultuur wordt flink aangepakt: Ciconia Consort, Classical Encounters (voorheen Internationaal Kamermuziekfestival DH), Loos, Matangi Kwartet en het Prinses Christina Concours krijgen niets meer als het aan de commissie ligt. Festival Classique moet interen met een halve ton, Festival Dag in de Branding moet 20 mille inleveren (€ 182.000), Ensemble Klang mag door (€ 105.000) evenals Slagwerk Den Haag (€ 132.000); Modelo 62 krijgt nul, net als de New Dutch Academy. New European Ensemble blijft gelijk (€ 83.429).

Dominerende muziekuitvoerende instelling is het Residentie Orkest. Dat krijgt een pluim, én met het oog op Amare (zie ook elders) en met enige pijn in het commissiehart een bescheiden verhoging tot ‘slechts’ € 4.574.949 in het vooruitzicht gesteld. Grote winnaar is OPERA2DAY. De Haagse instelling wordt veel lof toegezwaaid en kan met € 430.000 rekenen op dik anderhalve ton méér dan het tot nu van Den Haag toe had.

Dans
Ook op dansgebied worden vele nodige noodlottige bewegingen ingezet. Als Dansstad mag Lonneke van Leth Dans omzien naar een andere financieringsbron, evenals Meyer Chaffaud en De Dutch Don’t Dance Divison. Kalpanarts schuift een bescheiden stukje op in de pikorde opschuiven tot jaarlijks € 110.00. Korzo krijgt een anjer in het revers maar blijft financieel gelijkstaan op het door haar gevraagde € 1.750.00.

Nederlands Dans Theater is hier de kolos. Het ontmoet applaus maar krijgt ook kritiek toegeworpen, met name op het gebied van diversiteit en de invulling van de programmering voor Amare. Het recente vertrekt van LigthfootLeon bij NDT, met medeneming van hun repertoire, kan NDT op landelijk niveau later nog zwaar vallen. NDT krijgt in Den Haag niettemin drie ton extra in de schoot geworpen: € 2.656.637. Holland Dance festival blijft steken op € 581.924. OFF Projects is de ‘new kid on the block’. Het initiatief rond Amos Ben-Tal is goed voor € 50.000.

Film
Filmhuis Den Haag is op dit gebied overheersend. Maar de enorme waardering van de commissie ten spijt krijgt het dertigduizend euro minder (€ 937.791). Filmfestival Movies That Matter blijft vrijwel gelijkstaan op € 189.046.

Letteren en debat
Zoals gezegd: Crossing Border Festival moet het veld ruimen. Het wordt met name verweten dat het haar artistiek-inhoudelijke missie niet goed op papier heeft weten te vangen. Writers Unlimited (€ 250.000) krijgt daarentegen ruim baan. De twee festivals zitten elkaar artistiek in de weg en staan volgens de commissie voortdurend met de rug naar elkaar toe ondanks eerdere oproepen, en ook zijn ze in een te dicht tijdvak opeenvolgend tijdvak geprogrammeerd. De commissie zag zich daarom genoodzaakt te kiezen.

Met Boekids heeft Den Haag een literair jeugdfestival. Het festival wordt gevraagd om met twintigduizend euro in te teren tot € 60.000. Met € 75.000 krijgt Huis van Gedichten er dertigduizend euro bij. Debutant Story Academy mag de vlag uithangen met liefst € 275.000.

Voorts krijgt geen van de partijen die had ingezet op een stedelijke debatfunctie groen licht. “De Commissie moet helaas concluderen dat deze in geen van de 35 aanvragen overtuigend is neergezet. De Commissie mist een gezamenlijke benadering en een sectorbreed gedragen plan.”

Musea en erfgoed
De musea in Den Haag zijn verantwoordelijk voor het grootste aantal cultuurbezoeken in de stad, waarbij met name de kunstmusea (inter)nationaal publiek trekken. De commissie: “Den Haag kent een gevarieerd museumlandschap. Daarmee vindt de Commissie de museumsector in belangrijke mate bepalend voor het imago van Den Haag als cultuurstad.”

Grote spelers in de stad zijn Kunstmuseum Den Haag, Haags Historisch Museum en Museon. Kunstmuseum Den Haag, inclusief GEM en Fotomuseum wordt geloofd maar moet het ondertussen doen met wat het al kreeg (€ 10.644.140). Het Haags Historisch krijgt € 1.892.000. Dat moet volgens de commissie Museum Bredius (‘verouderde dynamiek’) gaan beheren. Andere musea, zoals Mauritshuis, Mesdag Collectie, Panorama Mesdag, Beelden aan Zee en Omniversum zijn te bestempelen als rijksgesubsidieerd dan wel als particulier initiatief – en vallen daardoor buiten het bestek van het Haagse Meerjarenbeleidsplan.

Beeldende kunst
De Commissie ziet Den Haag als een bruisende gemeenschap van kleine beeldende kunstpodia, vaak geleid door kunstenaars en die informeel met elkaar verbonden zijn. Het totaal van dertien beoordeelde beeldende kunstinstellingen kent zeven nieuwe aanvragers. Dit is het hoogste aantal ten opzichte van de andere sectoren. De commissie wijst op de bedrijfsvoering van deze instellingen, die vaak op een ondergrens hun werk moeten doen.

Kunstforum (voorheen West) krijgt er met € 244.114 eigenlijk per saldo niets bij – en de commissie wijst er daarbij pijnlijk op dat de toekomstige huisvesting een probleemdossier kan worden.

Kunstruimte Nest boekt een halve ton winst tot € 162.000. Ook 1646 kan vier jaar door (€ 160.000). Stroom DH blijft op nul. De Grafische Werkplaats krijgt er dertigduizend euro bij (€ 81.726) Billytown zit en blijft in de wachtkamer, net als Heden en The Grey Space in the Middle. Als nieuweling mag iii voortaan € 65.500 toucheren.

De grootste veer die de sector moet laten is de Electriciteitsfabriek. De monumentale kunst die daar mogelijk is, wordt door de commissie als onvoldoende beoordeeld omdat ‘een artistiek-inhoudelijke visie’ ontbreekt.

Cultuureducatie en cultuuronderwijs
De commissie ziet een ‘stevige en sterke infrastructuur’ in Den Haag. Grootste knelpunt volgens haar is de afstemming en samenwerking tussen aanbieders op dit vlak. Ze prijst de instellingen Art-S-Cool, ( € 180.000, da’s € 75.000 meer dan nu) De Betovering, internationaal kunstfestival voor de jeugd (+ € 60.000 tot € 172.000) en nieuwkomer theaterschool Haags Theaterhuis (€ 90.000). Theaterschool Rabarber moet juist € 75.000 inleveren (€ 502.000). Topaze, ‘creatieve werkplaats in Transvaal’, wordt geprezen als bindmiddel tussen sociale groepen, en mag voortaan € 40.000 tegemoet zien.

Koepelorganisatie CultuurSchakel, educatief centrum voor school en vrije tijd, krijgt lovende woorden maar wordt ondertussen als rupsje Nooitgenoeg  gekwalificeerd. In pecunia gemeten wordt de instelling teruggefloten van € 3.422.335 naar € 2.123.994.

Ook de Cultuurankers spelen een rol in educatie. Zie daarover de eerdere opmerkingen hierboven.

Cultuurbeoefening in de vrije tijd
De commissie onderstreept het belang. Ze adviseert de middelen die daar nu op worden ingezet, te behouden. Dat heeft betrekking op bijvoorbeeld de regeling Haagse Amateurkunst, Ooievaarspas en Stichting Leergeld Den Haag, en het ‘snelloket’ Geld voor je kunst! Voorts verwacht de commissie veel van ‘combinatiefunctionarissen’ die bij de Cultuurankers moeten worden geposteerd.

Kunstzinnige vorming wordt van groot belang geacht, dit ‘vrijetijdsaanbod moet aan de markt worden overgelaten’.

OVERZICHT
Nieuw bloed:
Grauzone, Het Haags Theaterhuis, iii, OFF Projects, Page Not Found, Story Academy, Topaze.

Afvallers t.o.v. 2017-2020: Crossing Border, Ciconia Consort, Classical Encounters, Culture Clash 4U, De Dutch Don’t Dance Division, Diamant theater, Electriciteitsfabriek, Heden, Het Popdistrict, Lonneke van Leth Dans, LOOS, Matangi Kwartet, Meyer-Chaffaud, Museum Bredius, Muzee Scheveningen, Prinses Christina Concours, STET, Theater Branoul, TodaysArt, Trespassers W. Zuiderparktheater.

Gelijkblijvers t.o.v. 2020: CultuurSchakel, Filmhuis Den Haag, Firma MES, Het Nationale Theater, Holland Dance Festival, KOO, Korzo theater, Kunstforum/West , Kunstmuseum Den Haag, Movies That Matter, New European Ensemble, PAARD, Stroom DH, Theaters Diligentia & PePijn.

Winnaars (meer euri erbij):
Amare, Art-S-Cool, De Betovering, Bibliotheek Leidschenveen (Cultuuranker), Bibliotheek Loosduinen (Cultuuranker), Nederlands Dans Theater, Ensemble Klang, Grafische Werkplaats, Haags Historisch Museum, Huis van Gedichten, Kalpanarts, Laaktheater, Museon, Musicon, Nest, Opera2Day, PIP, ProJazz, Rewire, Residentie Orkest, Slagwerk Den Haag, Theater De Vaillant, Theater en Filmhuis Dakota, Theater De Nieuwe Regentes, Writers Unlimited.

Afgewezen / niet toegekend:
O.a. Another Kind of Blue, Billytown, Bureau Dégradé, Culture Unlimited, Ensemble Modelo 62, Heden, Herinneringscentrum Oranjehotel, Humanity House, Kwekers in de Kunst, Muziektheater Briza, New Dutch Academy, Prins27, Regentenkamer, The Grey Space in the Middle, Theatergroep Drang, Tonality.

‘Den Haag Culturele Hoofdstad is een idee-fixe’

Cees Debets, benoemd tot directeur van Theater aan het Spui

Niet bepaald een man die over een nacht ijs gaat: in de maand waarin hij Abraham ziet, treedt hij na twintig jaren in de luwte dan eindelijk aan als algemeen directeur. Met ingang van wolfsmaand januari mag Cees Debets het in de verdrukking geraakte Theater aan het Spui, schuin tegenover het Haagse Stadhuis, te redden. Hij weet vele ogen op zich gericht. “Ik hoop dat mij de tijd wordt vergund om mijn eigen mening te vormen.”

Goedlachs. Ondanks een gereformeerde opvoeding en zijn nakende halve eeuwfeest oogt hij nog altijd als een kwajongen, inmiddels met een kortgeschoren en dientengevolge hard koppie en kekke bril. Twinkelende pretogen. Bruggenbouwer. Maar bovenal is hij een nuchter en beschouwend man van het kaliber dat zich zelden laat verleiden tot gespierde taal of hemelbestormende grootspraak. Hij is meer van het evenwicht, iemand die graag de dialoog zoekt. Niet polariseren, eerst luisteren. Een rechtgeaard, onvervalst poldermodel zogezegd. Niet vreemd – zijn geboortegrond ligt in het Noord-Hollandse Purmerend. Maar vergis je niet in hem: onderhuids is het een borrelen en sissen van plannen en ideeën.

Voor de goegemeente gold Debets tot nu toe als een onbekende. Hij schepte er dan ook een genoegen in om de artistiek leiders die hij diende te laten scoren, terwijl hij ogenschijnlijk zichzelf wegcijferde. Mensen die hem kennen weten beter: hij is geen diender pur sang, maar iemand die de touwtjes graag in handen neemt. Een dergelijke rol vertolkte hij eerst bij jeugdtheatergezelschap De Blauwe Zebra, dan Stella Den Haag en daarna het Haagse Crossing Border Festival. In een functioneren als achtergrondfiguur, zo heeft hij gemerkt, schuilt zijn kracht. In zijn jeugdjaren koesterde hij heel andere dromen, zocht hij juist de spotlights: “Ik wou acteur worden.” Dat klinkt parmantig, maar er ging wel een periode van besluiteloosheid aan vooraf. “Ik kon naar de Pedagogische Academie. Opeens zag ik me niet tot mijn vijfenzestigste voor de klas staan. Vermoedelijk wou ik toen al iets in het toneel, maar durfde ik die stap nog niet te zetten. Indertijd ging iedereen die een jaartje wou lanterfanten naar een kibboets in Israël. Zo ook ik. Je kon daar vrij makkelijk zonder geld overleven en snel aan werk komen. Vervolgens trok ik het land door.”

Kampen
Toen hij zich een klein jaar later aan de poort van de Academie door Woord en Gebaar in Kampen meldde kwam hij daar – opnieuw – in een hechte geloofsgemeenschap terecht. In dat traditioneel christelijke, op zondagsrust gebouwde bolwerk was de enige rimpeling de jarenlange stammenstrijd tussen ‘synodalen’ en ‘vrijgemaakten’, als resultante van een langslepende onopgeloste theologische onenigheid. Die staat van gewapende vrede werd doorbroken toen zich in het stadje eind jaren zeventig een Kunstacademie vestigde, gevolgd door de Academie voor Woord en Gebaar, de Toneelschool zogezegd. “Die stroom jonge gastjes veroorzaakte onrust en opwinding: de eerste krakers, graffiti, afwijkende kleding en gewoontes. De dorpsbevolking zag in alles wat we deden iets uitdagends, iets onorthodox, ongeacht wat je deed.” Het was de tijd van ingelaste gemeenteraadsvergaderingen over het volgens de inwoners afschuwwekkende naakt dat in de Kamper Stadsgehoorzaal te zien zou zijn. “Gruwelijke voor de bevolking natuurlijk, maar des te leuker voor ons, want daardoor waren we in staat om ons met ze meten en volop mee te discussiëren.” Dat maakte hem – jongste telg uit een gezin van zes kinderen voor wie de weg naar een zekere vrijzinnigheid toen al was gebaand – hongerig en gretig. “Maar onder collega-studenten kwam het weleens tot heftige innerlijke confrontaties”.

In dat eerste jaar formeerde zich al snel een club zielsverwanten, en die is nog steeds getrouw aan elkaar. De kern van deze met terugwerkende kracht als gouden lichting te bestempelen vriendengroep liep bij elkaar de deur plat: Alize Zandwijk, Anneke Blok, Paul R. Kooij, Marianne Seine, Marieke Heebink, Johanna ter Steege, Sylvia Weening, Pinie Treffers, en hijzelf. De groep zou school maken in het theater. Debets komt niet vaak meer in de Hanzestad. “Wel heb ik nog steeds met veel mensen van toen contact, mijn toneelliefde heeft daar wortel kunnen schieten.”

De Blauwe Zebra
Toen zich onder de naam Lijn 9 een groep afgestudeerden uit Utrecht in Kampen had gevestigd, ging hij er in een van hun producties spelen. Juist toen deed zich een schisma in de groep voor. Hij sloot zich met Willeke Hieminga, Jur van der Leq en Wim Selles aan bij regisseur Hans van den Boom. “De inboedel werd verdeeld en de oprichting van jeugdtheatergroep De Blauwe Zebra was een feit.” De groep oogstte van acquit af in binnen- en buitenland buitengewoon veel succes. Toch besloot het collectief zich na vijf jaren op te heffen. Debets: “Tijd voor nieuwe dingen. We vonden dat onze formule uitgewerkt was.”

Van den Boom werd al snel daarna uitgenodigd om in Den Haag een jeugdtheatergroep te beginnen. “Den Haag, de Randstad, koos voor ons! En door een ruimer budget konden we een groter gezelschap opstarten. Intussen was ik erachter gekomen dat mijn plek niet echt op het podium was. Ik zat bij het maken steeds meer in de buurt van Hans, pratend over de inhoud van het stuk en over de manier hoe we een en ander moesten organiseren.” Hij ging dus met Van den Boom mee naar Den Haag.

Net als eerder Kampen, lag Den Haag binnen een half jaar aan hun voeten. “We waren nog niet begonnen of we wonnen al meteen met Carmen de prijs voor beste voorstelling op het Wereld Jeugdtheater Festival in Lyon. En de dansvoorstelling Van onder uit de zak won dat jaar de Hans Snoek Prijs.” In Den Haag nam Jan Publiek de semi-volwassenenvoorstellingen argwanend op. Neem het de tongen losmakende Lange dagreis naar de nacht met Jack Wouterse en Sacha Bulthuis. “Maar die projecten waren wel ontzettend belangrijk. Zo won voor het eerst in de toneelgeschiedenis een hoofdrolspeler uit een jeugdtheatergezelschap de Louis d’Or, Herman Gilis in onze Vrijdag.”

Na tien jaar besloot hij tot een volgende stap. “Bij Stella was ik uitgeorganiseerd. Arboregels, flex-wetgeving en zo: dat soort zaken was niet aan mij besteed.” In 2000 werd hij rechterhand van Louis Behre, festivaldirecteur van het toen al roemruchte Crossing Border Festival (CBF), dat toen net Theater aan het Spui voor het Amsterdamse Leidsplein als festivallocatie had verruild. Het festival kende hij als zijn broekzak, want hij was er sinds 1994 bestuurslid. “Een heel jaar werken aan een driedaags gebeuren. Knallen moesten we, die dynamiek is leuk.” Bovendien kon hij een jongensdroom waarmaken. “Ik kon de muziek en de literaire wereld van dichtbij leren kennen. Samen met Louis naar Parijs voor een concert van Goran Bregovitch en er de première voor Nederland in de wacht slepen – daar deed ik het voor.” Het festival keerde na drie uiterst succesvolle edities in de hoofdstad terug naar Den Haag: een informeel door Amsterdam toegezegde subsidieverhoging werd niet gestand gedaan. “En in Den Haag werden we meteen met open armen ontvangen. We brachten het festival onder bij de Koninklijke Schouwburg (KS), want in Theater aan het Spui hadden we toen al onze nieuwe loot The Music in my Head gestald. Om twee festivals op een en dezelfde plek te houden, dat vonden we niet zo’n goed idee.” Na een paar edities week het CBF niettemin uit naar Theater aan het Spui, om na de recentelijke verbouwing van de ruimten van het Nationale Toneel, dat nu met de KS het Toneekwartier vormt, opnieuw aan het Voorhout terug te keren. Debets: “Een werkelijk prachtig zalencomplex, ideaal voor onze festivalformule. Jammer alleen dat er niet is voorzien in een goeie doorgang over en weer.”

Omnivoor
Het toneel is hem al die tijd na aan het hart gebleven. “Het scheppingsproces vind ik heel bijzonder: van bij wijze van spreken helemaal niks of een vreemde gedachte tot een voorstelling komen.” Hij voelt zich dan ook in de eerste plaats een creatieveling, meer dan een veredeld winkeloppasser. “Zakelijk leiders zijn een noodzakelijk kwaad, zij moeten faciliteren, steeds weer dienstbaar zijn aan de ultieme voorstelling, want dat is het enige doel.”

Een opvallend antwoord, want juist in zijn nieuwe benoeming tot algemeen directeur van Theater aan het Spui zal hij voor tal van zakelijke hoofdbrekens gesteld worden. Het vlakkevloertheater dat zich toelegt op toneel, moderne dans en als festivallocatie dient, is er volgens velen in de voorbije vijftien jaar niet in geslaagd om die vlieghoogte te bereiken die het in potentie in zich heeft. In diezelfde tijdspanne is er onder meer een jaloersmakend Toneelkwartier ontstaan, is Korzo theater tot een instituut uitgegroeid, en zal er in 2018, tegen de tijd dat Den Haag een jaar lang Culturele Hoofdstad van Europa is, een nieuw theater- en muziekcluster zijn verrezen aan het Spui waar het Residentie Orkest, Nederlands Dans Theater en het Koninklijk Conservatorium gaan zetelen. De vraag is of Theater aan het Spui dan nog wel bestaat. Debets: “Fantastisch, die bouwplannen aan het Spui.” Hij ziet vooral kansen in het verschiet. “Ten eerste: Theater aan het Spui zit wat weggestopt. Daar kun je dan nu meteen wat aan doen. En nood breekt wet: het Residentie Orkest en het Nederlands Dans Theater moeten toch ergens in Den Haag repeteren of optreden. Er is dus een duidelijke reden voor samenwerking, ook met het aanpalende Haags Filmhuis bijvoorbeeld. De toekomstige lange leegte aan het Spui biedt mij juist de kans om aan te tonen dat Theater aan het Spui ook wel degelijk autonoom bestaansrecht heeft. Hopelijk brengt de kredietcrisis dit project niet in gevaar.” Straks is er wellicht vier jaar lang opnieuw een immens gapend gat aan het Spui. “Terwijl de juiste ambiance, de sfeer verschrikkelijk belangrijk is. Bezoekers moeten zich op hun gemak kunnen voelen. Een theater is een ontmoetingsplaats. Dat klinkt wat flauw, maar ik denk dat de helft van het succes van het CBF te danken is aan de entourage. Een goeie programmering alleen is niet zaligmakend.”

Als opmaat wordt hij echter meteen voor een voldongen feit gesteld: “Theater aan het Spui is helaas niet goed uit het nieuwe Kunstenplan te voorschijn gekomen. De functie van werkplaats en laboratorium voor nieuw theatertalent is haar afgenomen. “Ik hoop daar iets aan te kunnen doen, dat is belangrijk voor het theaterklimaat in de stad, en bij uitstek in een vlakkevloertheater komt talentontwikkeling het best tot haar recht.” Ook wil hij het jeugdtheater er opnieuw een vaste plek geven. “Mijn voorganger John Reinders is gestopt met jeugdtheater. Hij wilde zichtbaar maken wat budgetvermindering zou betekenen. Achteraf gezien is dat te betreuren. Theater aan het Spui moet er zijn voor jong en oud. Dat is cruciaal voor de publieksopbouw, maar ook voor liefhebbers van jeugdtheater en niet te vergeten ook voor theatermakers. Kijk naar Vlaanderen, daar is het jeugdtheater een opstap naar de grote zalen en gezelschappen. Die makers maken nu de dienst uit in het volwassenencircuit. In Nederland is dat tot nu toe alleen Alize Zandwijk gelukt.”

Vanaf het prille begin van zijn aantreden zal hij niet alleen moeten vechten voor lijfsbehoud van zijn theater, parallel eraan is het veroveren van een waardige plek in het grote geheel van het voornemen om Den Haag tot Culturele Hoofdstad van Europa te maken. “Ik hoop tegen die tijd nog directeur van Theater aan het Spui te zijn. Diep in mijn hart zie ik Den Haag Culturele Hoofdstad als een idee-fixe, als een aanjager – maar zoiets moet je natuurlijk niet hardop zeggen. De weg ernaartoe is eigenlijk veel interessanter. Het kan een nadeel zijn dat de initiatiefneemster, wethouder Klijnsma, nu weg is, maar laten we zorgen dat dit niet zo is. Tot aan 2018 resten ons negen jaren. Dat is korter dan je denkt. Laten we dus aan de slag gaan.”

streamers:
“Fantastisch, die bouwplannnen aan het Spui”

“Het scheppingsproces vind ik heel bijzonder”