Pure angst en beklemming

Astrid Holleeders ‘Judas’ op toneel

Aantekeningen waren het, voor haar dochter, bedoeld voor als ze er ‘opeens’ niet meer zou zijn. Het werd een boek, een bestseller. En straks een film en tv-serie. Maar eerst is er het toneelstuk over deze ‘familiekroniek’.

“Een indrukwekkende en mooie vrouw,” vindt Johan Doesburg. Hij beschrijft het moment dat hij oog in oog kwam te staan met Astrid Holleeder. “Ik heb veel respect voor haar omdat ze zich heeft weten te ontworstelen aan het moeras waar ze in zat.”
Astrid versus Willem. Zij: strafrechtadvocaat; hij: nietsontziend crimineel. En dat binnen het geheel van een en dezelfde familie. “Dat gegeven alleen al is theaterwaardig, nog afgezien van allerlei loyaliteitskwesties die haar daarbij parten spelen,” zegt Johan Doesburg, regisseur van de toneelvoorstelling ‘Judas’. “Ze kwam voor enorme morele dilemma’s te staan.”

Astrid Holleeder schreef twee boeken over het leven met haar broer, de vaak voor ‘knuffelcrimineel’ en door sommigen als nationale held versleten Willem. In 2017 verscheen ‘Dagboek van een getuige’, een jaar daarvoor ‘Judas’. Laatstgenoemd boek was haar ‘coming out’, haar moedige opstand tegen haar broer. Zelf doopte ze ‘Judas’ tot een familiekroniek.

Weinigen wisten dat Willem Holleeder zijn familie terroriseerde, afperste en bedreigde. Kinderen, vrouwen, aangetrouwde familie, en zelfs zijn eigen moeder Stien konden dertig jaar lang niet aan zijn despotische gedrag ontkomen. Ttot op de dag van vandaag: nu Astrid over geld beschikt dankzij haar publicaties, eist ‘De Neus’ de helft op omdat zij dat over zíjn rug zou hebben verdiend.

Doesburg, die op een blauwe maandag en in een grijs verleden sociale psychologie in Leiden studeerde, noemt haar boek ‘Judas’ emancipatorisch. “Hoe zij zich heeft weten te ontworstelen aan de tirannie in haar familie is ongelooflijk. Door haar aan alcohol verslaafde vader – en later door haar broer – werd ze in alles volkomen gedwarsboomd, geblokkeerd in wat je maar kunt bedenken. Ze mocht, bijvoorbeeld, niet sporten of studeren. Maar heeft allebei toch gedaan. Als haar vader iets niet beviel of een verkeerde glimlach op je gezicht dacht te zien, werd je zonder pardon in elkaar getrimd of van de hoge trap naar beneden gedonderd.”

Clan
“Ik had geen enkel boek over criminaliteit in de boekenkast toen ik voor deze productie werd gevraagd. Wat mij aan Astrids verhaal boeide was dat ze deel uitmaakt van een ‘clan’. In een ‘clan’ word je geïntimideerd en gechanteerd om mee te werken. Je kunt er wel in maar nooit meer uit, op straffe van levenslange uitstoting of de dood.”

Verraad
“Deze voorstelling is voor mij een vertelling over loyaliteit en verraad,” vertelt Doesburg. “Astrids persoonlijke dilemma is dat zij vanwege haar bekentenissen ten opzichte van haar familie en haar broer verraad pleegt, en dus een Judas is. Ze is door haar ‘verraad’ levenslang vogelvrij verklaard. Ze kan niet zomaar ergens een kopje koffie gaan drinken als ze dat wil, ze trekt noodgedwongen van de ene naar de andere beveiligde woning, en ze staat permanent onder bewaking. Ze is rationeel, maar ook erg emotioneel ingesteld. Ze houdt nog altijd van haar broer, zegt ze, voelt een grote verbondenheid met hem.”

De psychologische theaterthriller wordt verteld vanuit het perspectief van vier vrouwelijke omstanders van ‘De Neus’: zijn twee zussen, moeder en nichtje. Ze waren bij een van de repetities. Dat was een onwezenlijke ontmoeting, zegt Doesburg.

“Ze zien elkaar bijna dagelijks, als overlevenden op een reddingsvlot, de vrouwen houden elkaar overeind. Ze voerden gesprekken met mij en met de actrices. Het is trouwens uniek dat vier in leven zijnde personen hun theaterpersonage spreken, dat is in het theater niet eerder vertoond.”

Het ‘verbeelden’ van Astrid als theaterpersonage bleek geen sinecure. “Delicaat natuurlijk, het luistert heel nauw. Eerder heb ik iets soortgelijks aan de hand gehad bij ‘De Prooi’ van het Nationale Toneel met ABN-topman Rijkman Groenink. Maar die wilde als persoon buiten schot blijven.”

Astrid Holleeder heeft actief meegewerkt aan de totstandkoming. “We hebben vijf of zes gesprekken met haar gevoerd én ze heeft het script gelezen.” Onlangs bezocht ze de voorstelling. “Ze was ontroerd,” vertelt Doesburg , waarop hij de cast prijst, met daarin Renee Fokker als Astrid, Margo Dames als Sonja, Trudy de Jong als Holleeders moeder Stien en actrice Eva van de Wijdeven als de dochter van Astrid.
Of hij zich bedreigd voelt of heeft gevoeld? “Welnee, als regisseur ben ik altijd op afstand gebleven.”

‘Judas’ is op zaterdag 15 en dinsdag 18 december 2018; en op vrijdag 1 februari 2019 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie en tickets: hnt.nl.

En er was licht

Afscheidsregie ‘Genesis’ van Johan Doesburg bij Nationale Toneel

Met de marathonvoorstelling Genesis regisseert Johan Doesburg na twintig jaar vaste dienst bij het residentiële Nationale Toneel zijn eigen afscheid. Niet alleen een marathon; ook een monument.

Vierduizend jaar geleden al werd het gebied door mensen bewoond en het land bewerkt. Bakermat van de menselijke beschaving, waar opgravingen en bewaard gebleven bouwsels en kunstwerken vandaag de dag zonder pardon worden opgeblazen of kapotgehakt. Nu een ‘instabiele’ regio genoemd. Het is ook de regio waar de verhalen van het oude Testament zich afspelen. Regisseur Johan Doesburg maakte van de overleveringen uit het Bijbelboek Genesis een schitterend theatraal monument, zijn laatste werkstuk in vaste dienst van het Haagse gezelschap dat hij jarenlang als artistiek directeur heeft gediend.

Het zijn de overbekende attributen, verhalen en personages uit het Oude Testament: de slang, de appel en de boom van kennis; Adam & Eva, hun zonen Kaïn & Abel; de zondvloed en de ark met Noach; de toren van Babel; Abraham & Sara, Ezau & Isaak en Jozef en Rachel. ‘In het begin schiep God hemel en aarde. De aarde was woest en leeg en de Geest van God zweefde boven de watermassa. Over die watermassa lag een diepe duisternis. Toen zeide God: ‘Laat er licht zijn’. En toen was er licht’. Aldus de overlevering. En floep springt dus vol het kunstlicht aan in de voorstelling Genesis van het Nationale Toneel. ‘Vormt niet elk einde een nieuw begin?’, zo vraagt regisseur Johan Doesburg zich in het programmaboekje van Genesis lichtelijk retorisch af.

‘Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan’, dat is de catchy oneliner uit godweet hoeveel pagina’s aan (zogeheten Masoretische) tekst, boeken en andere typen van overleveringen die Doesburg heeft gedestilleerd en zelfs op T-shirts laten printen. En ja, dolen dóen ze, volop zelfs, de hoofdfiguren, onze oervaders (en -moeders trouwens), uit de scheppingsverhalen van de geschriften die ‘Genesis’ heten. Die als de gemeenschappelijke filosofische grondslag voor de Pan-Europese, als Joods-christelijk betitelde identiteit worden beschouwd. Maar ook voor de schriftgeleerden van uiteenlopende geloofsbelijdenissen als Bijbel, Thora en Koran.

Van moord naar vergeving
Kindermoord, bloeddorstig verraad, incest uit lust: het is aan de orde van de dag in deze vertelsels. In drie delen opgeknipt, met daartussen een gezamenlijk te nuttigen maal en gezeten aan lange tafels met houten banken in de foyer-met-uitzicht-op-zee van het Zuiderstrandtheater in Den Haag, voltrekt zich in bijna zes uur theater een geschiedenis- en moraliteitslijn die van initiële moord naar vergevingsgezindheid leidt.

Een kathedraal verbouwen, zo ontving Sophie Kassies onder innerlijk gejuich het verzoek van Doesburg om van de aloude scheppingsverhalen een spannende toneeltekst-vol-vaart te maken. Kassies, vaste tekstleverancier van Doesburg, kweet zich fenomenaal van deze onmetelijke, schier onmogelijke opdracht en heeft, zulks in samenspraak met de regisseur, geniale vondsten en ingrepen aan de oudtestamentische verzen gedaan en er zelfs elementen aan toegevoegd. Kassies dist kristalheldere verhaallijnen op, monologen zowel als dialogen, die bol staan van spanning maar die ook getuigen van een briljant gevoel voor de onderlinge, menselijke verhoudingen tussen de personages, als voor een onbedaarlijk hilarische humor. Zo is de Hof van Eden in handen van Kassies en Doesburg een camping, waar de gastheer via de bekende welkomstkaart de bezoeker ‘een aangenaam verblijf en een onmetelijk nageslacht’ wenst, en zet Noach zijn ark met een Ikea-bouwpakket in elkaar. Maar ook zijn er verwijzingen naar de actualiteit van politiek, bancaire (on)systemen en bootvluchtelingen.

Vrouwentongen
Kassies maakt aannemelijk en invoelbaar hoe onze voorvaderen tegenover elkaar gestaan moeten hebben. En hoe wij ons daartoe heden ten dage verhouden. Maar ze doet méér, veel meer, want ze geeft – ogenschijnlijk en passant – de vrouw een gloedvolle stem terug, want in de apocriefe testamentische boeken is ze, bijna opzettelijk?, nauwelijks of al te weinig opgemerkt. Zo plaatst Noachs vrouw kritische kanttekeningen bij de aanzegging Gods die Noach ten deel valt om een ark te bouwen. Moeten de andere mensen dan niet gered worden, zo vraagt zijn vrouw (Esther Scheldwacht) zich hardop en in terechte vertwijfeling en verbijstering af.

In den beginne (lees: het eerste deel van de voorstelling) moet de kijker door een wat mij betreft iets te zeer aaneengeregen opeenvolging heen van anekdotes, in vogelvlucht behandeld want uit bijna vijftig hoofdstukken Bijbeltekst. Uitstekend gespeeld, daar niet van, maar verhaalfiguren krijgen daardoor maar weinig gelegenheid (lees: tijd) om zich vast in het brein van de kijker te nestelen. Maar dan het tweede en derde deel, dan geschiedt het wonder. Kruipt het allemaal veel dichter op je huid, vooral omdat ingezoomd wordt op karakterontwikkeling die eerst Abraham en daarna Jakob en Jozef doormaken.

Werk in uitvoering
De voorstelling opent met een verteller (Jozef) die ons na een dramatische monoloog op sleeptouw meeneemt op weg naar het verhaal waarin hij kan uitgroeien tot stichter van de Israëlieten: ‘Ik ga het nog één keer vertellen’. Het toneelbeeld concentreert zich rond die opening op een smoezelig ogend tentje voor ondergrondse wegwerkzaamheden. De driehoekige voorzijde daarvan kan Gods Alziend Oog verbeelden, dan wel de ‘gevarendriehoek’ als uitdrukking van het vrouwelijk geboortekanaal. Dan kruipt uit die tent op handen en voeten Adam (Joris Smit) te voorschijn. Even later gevolgd door Eva (Ruta van Hoof).

Het veelvuldige gebruik van stellages die zijn opgebouwd uit aluminium steigerpijpen versterken het gevoel dat hier wordt werkzaamheden aan het Oude Testament worden verricht. De pijpen doen uiteraard ook dienst als huis, hotel of berg. Een vondst die Doesburg ook al gebruikte in ‘zijn’ Faust van enkele jaren geleden. Maar in Genesis voegt hij aan het toneelbeeld een prachtelement toe doordat hij de zaal van het Zuiderstrandtheater gebruikt als woestijn, en als tempel.

Briljant – maar net zo goed beeldend, sprankelend, knisperend, wervelend en feestelijk. En het moet gezegd: de acteerprestaties doen daar zelden voor onder. Er wordt met pruiken, aanplaksnorren, uitdossingen en vermommingen naar hartenlust gegierd, pienter geschakeld en met overgave gespééld – en hier en daar volop professioneel geschmierd. De lach ligt voortdurend op de loer, maar toch ook wordt het menselijke drama van onze voorvaderen en -moeders invoelbaar. Doesburg heeft de acteurs die hij voor zijn afscheidsregie tot zijn beschikking kreeg tot grote hoogten weten te brengen. Chapeau!

Genesis door het Nationale Toneel is uitsluitend te zien in het Zuiderstrandtheater in Den Haag. Tot en met zondag 24 mei. Meer informatie: nationaletoneel.nl.

Een bombardement als synoniem voor de liefdesdaad

Nationale Toneel brengt ´Het stenen bruidsbed´

Jazeker, het is een waagstuk – en welzeker, het is een briljant en fascinerend boek. “Maar we maken het niet simpeler”. Johan Doesburg zegt het, specialist in het brengen van romans op het toneel. Hij regisseert bij het Nationale Toneel Het stenen bruidsbed naar de beroemde roman die Harry Mulisch de doorbraak bezorgde. Doesburg vond dinsdag de erven Mulisch bereid tot een mondelinge toelichting op Mulisch’ beroemde meesterwerk en deed verslag van de voortgang van de repetities die drie weken geleden begonnen. Het NT koos een locatie met eeuwigheidswaarde: de Amsterdamse werkvertrekken van de eeuwige Nobelprijskandidaat aan de Leidsekade, die rond 2014/2015 in samenwerking met het Haagse Letterkundig Museum moeten transformeren tot een heuse ‘oudheidkamer’: Het Mulisch Huis. Sinds zijn dood is alles er volgens Kitty Saal, weduwe van Harry Mulisch, nog in vrijwel ‘onaangeraakte staat’ gebleven: parafernalia, boeken, boeken, boeken, twee pijpenrekken van een halve meter lengte die ieder twee etages bevatten vol zichtbaar ‘geliefkoosde’ pijpen, ook twee boekenkasten vol met zijn eigen romans, in het Nederlands, in exotische talen vertaald, op een van zijn leestafels een mini-ezel met daarop een ingelijst krantenknipsel (‘Planetoïde 10251 heet nu ‘Mulisch’), op een schrijftafel een laptop (IBM), en, weggestopt onder een bijzettafel in de salon, minstens tweeënhalve meter boeken over Hitler en de Holocaust. ‘Alles ligt er nog’, zegt Saal, ‘al kan ik er nu nog vrijelijk langsheen lopen. Als dit straks een museum is, dan wordt ieder object tot een ook voor mijzelf onaanraakbaar museumstuk.’

Onopvallende gevelpui, welbeschouwd – al pleiten vóór deze locatie het gegoede Amsterdam American hotel op een steenworp en het Leidsplein op rookafstand, en zie je er uit op de Singelgracht en de continue stroom aan rondvaartboten. De locatie voor een toelichting op Het stenen bruidsbed is daarom een schot in de roos. “Bij mij staat Mulisch naast Multatuli in de boekenkast”, aldus Doesburg. “Twee schrijvers voor wie ik diepe bewondering koester. Ik las Het stenen bruidsbed zo’n veertig jaar geleden, in 1957, op instigatie van mijn toenmalige leraar Nederlands. Ik was zeventien en begreep er toen vast niet al te veel van, maar al wel gegrepen door de beschrijving en Mulisch’ benadering van de Tweede Wereldoorlog. En dat in genuanceerde termen van goed en kwaad – wie is held, wie is slachtoffer – naast en tegenover elkaar plaatste. Maar ook door de erotiek die sterk naar voren komt en die hij beschreef in oorlogsbewoordingen, met een bombardement als synoniem voor de liefdesdaad.”

Het stenen bruidsbed wordt algemeen beschouwd als de beste roman uit Mulisch’ eerste periode. Het boek behelst de confrontatie van de Amerikaan Norman Corinth met de stad Dresden die hij elf jaar eerder als boordschutter op een VS-bommenwerper hielp vernietigen. Als hij terugkeert naar de plek des onheils herhaalt zich binnen enkele dagen voor hem het drama, als hij op een conferentie wordt geconfronteerd met de slachtoffers van zijn daad. Door Hitler-Duitsland plat te bombarderen bracht hij de genadeslag aan het regime toe, maar als deze mensen slachtoffers zijn, wat maakt dat dan van hem?, vraagt Doesburg zich hardop af. “Niemand komt ongeschonden uit de oorlog.”

“Geen gemakkelijk stuk”, oordeelt hij over de paradoxen die Mulisch aan de orde stelt. “Je wilt natuurlijk recht doen aan het boek. Maar ik maak toneel. Toch kun je straks het boek ernaast leggen, we eerbiedigen de zinnen die Mulisch opschreef. Maar het is en blijft theater, dus we verbeelden veelvuldig. In het theater hoef je niet alles te beschrijven. Soms zie je meteen dat twee mensen iets met elkaar hebben. Dat hoef je niet uit te leggen of hardop te laten uitspreken.”

“Het is belangrijk dit werk nu te tonen”, zegt Doesburg, die tijdens de voorbereidingen stuitte op een Duitstalige toneelversie waarvan hij nu dankbaar gebruik maakt. “Vanwege de actualiteitswaarde die er in schuilt, maar ook om jongeren duidelijk te maken dat Mulisch bestaansrecht heeft, al wordt hij voor de lijst nauwelijks meer gelezen. Terwijl we nog maar dertig jaar na De Aanslag, een van zijn andere meesterwerken, leven.”

Het stenen bruidsbed door het Nationale Toneel is vanaf eind mei te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.nationaletoneel.nl of www.ks.nl. Telefonisch kaarten reserveren: 0900-3456789.

Burgermansintrige of koninklijk eindspel?

Nationale Toneel speelt ‘De Graaf van Monte Cristo’

De titel doet bij vrijwel iedereen een belletje rinkelen, maar niemand heeft het boek gelezen, op een enkele francofiel na, zo leert enige navraag. Mensen die het wel zeggen te kennen, verwijzen naar een van de verfilmingen die ze ervan gezien hebben. Met Dumas’ wereldklassieker De Graaf van Monte Cristo neemt het Nationale Toneel (NT) een toneelmarathon voor zijn rekening. Ga maar na: meer dan vijftienhonderd paginax92s literatuur verdeeld over twintig kalenderjaren, minstens honderd personages en een tiental locaties. Het terugschrijven daarvan tot een drieenhalf uur durend toneelspektakel is een bravourestukje.

Dumas’ verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van een woelig (post-)Napoleontisch Frankrijk, is gesitueerd in burgermanskringen en verscheen aanvankelijk als krantenfeuilleton. Het is een redundante soap waarin alles met iedereen en overal samenhangt, maar die toch ook wel de wonderlijkste personages, voorvallen en intriges kent die die stukken ook tegenwoordig nog doorgaans bevolken en kenmerken. Zo dus ook in deze Graaf.

Het stuk laat zich dus moeilijk samenvatten, maar draait feitelijk om de lotgevallen van de kapitein van een koopvaardijschip Edmond Dantxe8s, die voornamelijk door toedoen van de mensen om hem heen op een gevangeneneiland voor de kust van Marseille belandt. Daar zit hij vervolgens bijna vijftien jaar vast, zonder dat wie dan ook weet heeft van zijn bestaan. Na een onmogelijke ontsnapping, als gevolg van een erfenis van een medegevangene puissant rijk geworden, en door iedereen jaren eerder allang voor overleden gehouden, besluit hij tot een wraakactie. Daarbij gaat iedereen kopje onder in zijn ingenieus gesponnen web. De vraag is wat de graaf van Monte Cristo (Stefan de Walle) wint met zijn wraakzucht. Als Albert de Moncerf (Diede Zillinger Molenaar) hem die vraag voorlegt en hem toebijt dat hij op een burgermansintrige uit is, antwoordt deze dat hem een koninklijk eindspel voorstaat. Maar dan wel eentje waarin hij het een en ander over het hoofd ziet.

Het stil doorbrengen van vier uur (inclusief een pauze) in een theaterzaal is geen sinecure. Ook in dit geval wordt de staat van het zitvlees duchtig in conditionele zin aangesproken. Maar daar staat tegenover dat er veel te genieten, te lachen en te huiveren valt, met als basis een fluwelen toneelbewerking. Werkelijk prxe1chtige regievondsten, een meer dan schitterende rolbezetting, toneelspel om van met volle teugen van te genieten en ijzig mooie toneelbeelden.

En toch. Toch blijft het een lange zit. Er zijn namelijk naast de hoofdlijn die De Graaf tot onderwerp heeft, zoveel plots en subplots dat het al gauw een onoverzienbare kluwen van intriges wordt, die nog eens wordt versterkt doordat zowat alle acteurs dubbelrollen spelen. Dat komt de helderheid niet ten goede, vooral ook omdat iedere scxe8ne even belangrijk lijkt te zijn. Rustpauzes zijn er nauwelijks, het tempo is wat gelijkmatig. Bij een tegenwoordige maximaal te verstouwen spanningsboog van zox92n twintig minuten, dreigt het er al snel op uit te lopen dat een of meer sleutels die je worden aangereikt, je ontgaan.

Eigenlijk is dat kniesoren. Neem alleen al eens de acteurs. Een genuanceerde Mercedes (Camilla Siegertsz), een bijtend felle, ferme en overtuigende Fernando Mondego (Hajo Bruins), de droogkomische maar subliem gespeelde dommekracht Danglars (Vincent Linthorst), een vol blauw bloed gestoken Hxe9loxefse (Maureen Teeuwen) en een werkelijk onnavolgbare, wulpse, soepel schakelende, draaiende en wendende Hermine Danglars, glanzend vertolkt door Mirjam Stolwijk.

Daarmee steekt zij de hoofdrolspeler naar de kroon. Stefan de Walle speelt weliswaar de sterren van de hemel, maar kan mij in diepste wezen niet werkelijk overtuigen van zijn rol als deze Graaf. Vraag me niet waarom, misschien is het zijn soms beperkte motoriek, zijn postuur, de somtijds onnozele gelaatstrekken die hij laat verschijnen, maar waarschijnlijk meer nog door zijn Swiebertje-achtige uitwerking, en ook zijn Flodder-verleden weet hij bij mij maar moeilijk van zich af te schudden.

Maar die beoordeling is erg persoonlijk van aard en wellicht geen onoverkomelijk bezwaar. Ik hoop het maar, want deze voorstelling is het zien meer dan waard. Tip: lees de jeugdversie van het boek van tevoren, dan is er meer van het toneelspel en x96beeld te genieten.

www.nationaletoneel.nl

Gezien: De Graaf van Monte Cristo door het Nationale Toneel op zaterdag 24 maart 2007 in de Koninklijke Schouwburg, Den Haag.