Heavier than heaven

‘Macbain’ = Macbeth ft. Cobain

In Macbain koppelt theatergroep Dood Paard van Kurt Cobain en Courney Love aan de heer en dame Macbeth.

Sloeg Kurt Cobain, popicoon van de nineties, de hand aan zichzelf of werd hij in koelen bloede vermoord? Het wemelt sinds 1994 nog altijd van de complottheorieen. En waar rook opstijgt is vuur. Toch? Maar in maart vorig jaar sloeg de politie van de Amerikaanse stad Seattle het dossier rond Cobain definitief dicht, hoewel net daarvoor een cold case team na twintig jaar nieuw fotomateriaal in een politiekluis had ontdekt. Krap drie maanden later liet de vader van Courtney Love, met wie Cobain gehuwd was, weten dat het zijn dochter de moordenares moet zijn geweest. Zijn argument? In een cynische tekst van Cobain op een notitievel van een hotel nabij San Francisco, zet de zanger zijn echtgenote Courtney Love weg als een op ‘geld beluste, drugsverslaafde hoer’.

Bewijzen, in beide richtingen, zijn er te over. Cobains in hanepoten geschreven afscheidsbrief waarvan het laatste deel trouwens niet door hemzelf geschreven lijkt, stond een zin uit Neil Youngs nummer Hey Hey, My My (Out of the Blue): ‘It’s better to burn out than to fade away’. Het is beter te branden dan langzaam uit te doven. Van hem is bekend dat hij altijd al wilde behoren tot de Club van 27, popmusici die in hun 27e levensjaar het leven lieten: Jim Morrison (The Doors), Janis Joplin, Jimi Hendrix, Ian Curtis (Joy Division). Geen slecht rijtje qua muziekgrootheden. Later voegde Amy Winehouse zich daar nog bij. En dan: was ook de gekozen bandnaam Nirvana niet een teken aan de wand? Bovendien leed Cobain net als zijn moeder aan een helse, chronische maagaandoening die hij bestreed met heroïne. En hij slikte daarbij onder meer Rohypnol en Ritalin.

Monsterlijke roem
Cobain had altijd al beroemd willen worden. Toen eind 1991 Nevermind, Nirvana’s tweede album, de eighties omtoverde tot de nineties en Dangerous van Michael Jackson voorbijstormde in de hitlijsten, verhulde Cobain niet dat het verworven succes als een molensteen om zijn nek hing. “Soms krijg ik een afkeer van Nirvana, dat beest, die machine die onze groep tegen onze zin is geworden. Allemaal hebben we overwogen weer op een straathoek te gaan spelen.” De roem werd een monster.

Ondertussen had Cobain een huwelijk gesloten met Courtney Love, zangeres van de groep Hole, maar vooraleerst fulltime groupie. En structureel desperately seeking money. Ze kregen al snel een dochter: Frances Bean Cobain. In een interview met Vanity Fair in de maand dat Frances geboren werd, gaf Love aan dat ze heroïne had gebruikt tijdens haar zwangerschap. Twee weken na haar geboorte werd Frances Bean op bevel van de kinderbescherming uit huis geplaatst en verbleef ze enkele weken bij een familielid van Love. Pas na veel juridisch getouwtrek kregen Cobain en Love de voogdij over hun dochter terug. Is zelfmoord vanuit dat perspectief dan juist wel of niet logisch?

Macbain
Dood Paard koppelt Cobain aan Macbeth, en Love aan Lady Macbeth. Macbeth, een van de donkerste Shakespearetragedies, gaat over een Schotse generaal die van drie heksen hoort dat hij op een dag de troon zal bezitten. Door zijn over-ambitieuze echtgenote gaat hij daarna over lijken. In Macbain zien we hoe Macbeth en zijn vrouw zich na de moordpartijen terugtrekken in hun kasteel, vluchtend in waanzin, wachtend op de eigen dood. Shakespeares tekst is door Dood Paard vermengd met dagboekfragmenten en songtekstflarden van Kurt Cobain. Maja Topper van Dood Paard: “Macbeth en Cobain delen een blinde ambitie, de eerste naar macht, de tweede naar roem, die monsterlijke vormen aanneemt en hen verzwelgt. Ze zijn aan het wachten, maar weten niet waarop. Ze zijn bang, opgesloten in hun hoofd”. Bij elkaar opgeteld inderdaad misschien overwegingen voor een shot in the head met een hagelgeweer.

Macbain van Dood Paard is op woensdag 27 en donderdag 28 mei 2015 te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.doodpaard.nl en www.theateraanhetspui.nl . Telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.

 

Advertentie

Onder professoren

Who’s afraid of Virginia Woolf? door Dood Paard

In 2012 was het vijftig jaar geleden dat het legendarische Who’s afraid of Virginia Woolf? op Broadway in première ging. Het werd nadien verfilmd, met onder meer Richard Burton en Elizabeth Taylor. 

In Edward Albee’s roemruchte, onnavolgbare toneelstuk toont de toneelschrijver hoe wreedheid en zelfbedrog mensen ervan weerhouden om persoonlijke relaties met elkaar aan te gaan. Geen lange monologen, maar verhitte, op de spits gedreven dialogen, een slagveld vol in uptempo uitgesproken, bijtende oneliners. Een spelletjesavond. Zo kun je Who’s afraid of Virginia Woolf? ook zien. Een nachtelijke escapade ‘onder professoren’ die uitmondt in een uitputtingsslag: George en Martha komen thuis van een drankorgie op de universiteit, waar haar vader de scepter zwaait en hij het vak geschiedenis doet. Martha heeft in haar kielzog en op verzoek van haar vader de onlangs aangestelde bioloog Nick en zijn poppetje Honey meegenomen, want Nick is de beoogde opvolger van haar vader op de universiteit. Onder professoren, zogezegd. Wat volgt is een moedwillige, rituele dans die bol staat van gesar en glasharde, tergzieke verwijten en insinuaties. Die komen tot een hoogtepunt op het moment dat George besluit om hun fictieve zoon die hij en Martha na aan het hart ligt teneinde hun huwelijk niet te laten derailleren, te doden. Maar niet voordat Martha en Nick overspel gepleegd hebben, George daarbij lijdzaam heeft toegezien, en de tere Honey het eigenlijke kind van de rekening is als speelbal in handen van nietsontziende bruten.

Ze blaft, siddert, kijft,spint, vit, donderjaagt, fluistert, schreeuwt – en wat niet al. Actrice Manja Topper trekt haar duivelachtige kleurenpalet volledig open in Who’s afraid of Virginia Woolf? van toneelgroep Dood Paard. “De tekst prikkelt de fantasie”, meent de actrice. “Maar het is vooral een erg goed stuk, wat eng, en toch ook grappig en hilarisch. De wat ‘ouderwetsige’ vertaling van Gerard Reve die wij spelen, leidt er toe dat we niet wegglijden in realisme. Dat gevaar ligt in dit stuk wel steeds op de loer”. De versie van Dood Paard is uitverkoren voor het Theaterfestival 2013, dat de beste stukken van het vorige seizoen bijeenbrengt. Maar deze versie dateert eigenlijk uit 1994. Topper: “Toen we vorig jaar werden uitgeroepen tot het huisgezelschap van het Amsterdamse theater Frascati, kregen we de zalen een week tot onze beschikking en besloten we dit stuk terug te halen. We brachten het oorspronkelijk uit in 1994, toen we vers van de toneelschool kwamen. Deze versie benadert de manier waarop we het toen brachten, al zijn niet alle rollen hetzelfde bezet. Bij het repeteren dachten we nog eventjes dat het stuk, deze versie, misschien gedateerd zou aandoen, maar de mise-en-scène is zo sterk, met de vier als pionnetjes tegenover elkaar, zo zonder opsmuk, dat die nog steeds prima werkt. Het is een feest om dit te spelen”.

In de voorbije twintig jaar is de tijdgeest veranderd, is toneelgenre als kunstvorm veranderd, en is Manja zelf ook veranderd. “Indertijd was ik eigenlijk te jong voor deze rol. Nu kom ik aardig in de buurt. Ik ben moeder van een kind, en dat zorgt ervoor dat ik mezelf meer herken in Martha”.

In Theater aan het Spui is begin oktober trouwens nog een versie van Who’s afraid of Virginia Woolf? te zien, met George van Houts en Raymonde de Kuyper. En over een halfjaar, op dinsdag 8 en woensdag 9 april 2014, een versie met Maria Kraakman en Jacob Derwig. Een Albee-minifestival in den dop dus! Ga kijken, laat u verbazen en zoek de tweeduizend verschillen.

Who’s afraid of Virginia Woolf? door Dood Paard is op vrijdag 20 september 2013 te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.doodpaard.nl en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.

Het gezin als transitplek voor beschaving

Rob de Graaf schreef In die Nag voor toneelgroep Dood Paard

Toneelgroep Dood Paard maakte Freetown, de voorlaatste tekst van zijn hand, tot een succesvoorstelling. In 2011 werd die geselecteerd voor het Theaterfestival in Vlaanderen én in Nederland, terwijl actrice Lies Pauwels voor haar rol de Colombina kreeg. Momenteel speelt Dood Paard dit stuk – over drie vrouwen die op verre stranden genegenheid zoeken en heel goed weten dat je nooit iets voor niets krijgt – in theater La MaMa in New York. “Ik kan daar niet bij zijn, helaas,” zegt Rob de Graaf, schrijver van Freetown, ”maar ik krijg goeie berichten door.”

De Graaf is wat je noemt een gelouterd schrijver. Zijn palmares omvat tot tweemaal toe de Taalunie Toneelschrijfprijs en hij heeft inmiddels bijna negentig teksten voor toneel op zijn naam. Momenteel speelt diezelfde groep met de onmogelijke naam zijn nieuweling: In die Nag, waarin losjes de textuur doorklinkt van Lange Dagreis naar de Nacht van Nobelprijswinnaar (1936) Eugene O’Neill, en met wat als zijn magnum opus wordt beschouwd, gelauwerd met een Pulitzer Prize in 1957. Als navolger van sociaal-realistische schrijvers als Tsjechov, Ibsen en Strindberg beschreef hij in dat autobiografisch getinte stuk een dag uit het gesloten gezinsleven van de Tyrones. Ook In die Nag hanteert die familiaire setting van een gezin met een vader, een moeder en twee zoons. “Dood Paard wil soms het experiment aangaan, dan weer op hun manier een well-made play spelen. In dit geval wilde Manja Topper, een van de actrices van acteurscollectief Dood Paard, graag als reflectie op de tijd waarin we leven een stuk over een naar binnen gekeerd, geïsoleerd levend, gezin wilde maken. En zo kwamen we op O’Neills stuk. Maar bij lezing ervan ontstonden allerlei vragen en werd het idee geopperd om dan maar een nieuwe tekst te schrijven. Dat werd In die Nag.” De Graaf klom in de pen en kwam tot een onorthodox toneelstuk in drie delen. Daarin staat een gezin centraal dat zich gevangen voelt in de werkelijkheid en slechts bijeen wordt gehouden door gefnuikte ambities. Het besluit zijn toevlucht te zoeken in een ver, vreemd land. Met in het eerste deel een zedenschets van het Nederland anno nu, waarin een semi-intellectueel Tokkies-achtig gezin dat Nederland de rug wil toekeren als lijdend voorwerp dient; in deel twee opeens een semi-poëtische bijna symbolische overtocht per boot plaats vindt; en datzelfde gezin zich in deel drie als emigranten terug vindt in het tegenwoordig voor veel inheemse blanken onheilzame, onherbergzame Zuid-Afrika, waarin het zich aangepast beweegt maar desondanks als ‘white trash’ volledig kopje onder dreigt te gaan. “Maar hoe diep de spiraal ook naar beneden draait – een elementaire levenskracht blijft tot op het allerlaatst bestaan. Wat er vandaag niet is, dat kan morgen toch nog komen…”,zo karakteriseert De Graaf het laatste deel van zijn nieuwe stuk.

Dat deel wordt in het Zuid-Afrikaans gespeeld. “Dat land heeft historische banden met ons land en hun taal lijkt op die van ons. Daarom hebben we het gesitueerd in het 21e-eeuwse Zuid-Afrika. De tekst van het laatste deel is mede daardoor vertaald in het Zuid-Afrikaans. Wonderlijk om te horen is dat: ‘Drank sit in ’n bottel. Een ongeluk sit in een klein hoek’. Vergis je niet in de moeilijkheidsgraad die dat met zich meebrengt voor de acteurs. Steeds lijkt de taal op het Nederlands, maar zijn bijvoorbeeld de uitspraak en de werkwoordsvormen net iets anders dan ze gewend zijn. Juist daardoor moeten ze steeds heel scherp blijven.”

Dood Paard met In die Nag is te zien van woensdag 19 tot en met vrijdag 21 december 2012 in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.doodpaard.nl en www.theateraanhetspui.nl . Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

Voel je vrij in Freetown

Lies Pauwels speelt op seks beluste toeriste in West-Afrika

‘Een heel jaar inspannen, en mag ik dan niet een keer ontspannen, een keer onbekommerd aan het slechte?’ Thailand, de Filippijnen, Ghana. “Een seksvakantie roept bij mij toch wel vragen op”, zegt de Vlaamse actrice Lies Pauwels van theatergroep Dood Paard. “Daar schuilt soms wel een beetje kolonialisme in. Hypocriete liefdadigheid ook, ter ere van de maakbaarheid van eigen plezier en vertier.”

In de voorstelling Freetown ontmoeten drie vrouwen op leeftijd  (Liesel, Pam en Nadja) elkaar in een West-Afrikaans land, waar slavenforten en regenwouden naast elkaar hebben bestaan en waar de Hollanders ooit mensenhandel dreven. Vele slaven werden van hieruit naar ondermeer de Nederlandse kolonies vervoerd. De drie vrouwen zoeken op deze verre stranden genegenheid en weten heel goed dat je nooit iets voor niets krijgt in het voor Europese toeristen gebouwde resort met vrij eten en drinken. Het is een eiland van vrijheid in een oceaan van ellende, waar pas buiten de dubbele omheining van het vakantiecomplex het zuchten van de échte wereld te horen is. Er is in het resort ook de soepele mogelijkheid om gerieflijk in contact te komen met sterke, donkere en lief glimlachende jongemannen, die graag bereid zijn om tegen een niet eens heel exorbitante vergoeding vrijwel alles te doen wat er van ze verlangd wordt. “Ik ben geen ervaringsdeskundige”, verklaart Pauwels, “ik zou zoiets nooit doen.” Pauwels, die in Freetown de rol van Pam speelt, is zelf nooit in West-Afrika geweest, “maar het lijkt me toch wat eng en benepen in zo’n resort. Bovendien houd ik er een andere seksuele moraal op na dan de mensen die daar al te vaak heengaan voor eigen gerief.”

Freetown is losjes gebaseerd op de Frans/Canadese film Vers le Sud, met onder meer Charlotte Rampling, waarin drie Westerse vrouwen van rond de vijftig hun seksuele behoeftes bevredigen op het Haïti van eind jaren zeventig, toen een eiland vol zon, zee en seks. “In het bijzijn van tekstschrijver Rob de Graaf hebben Ellen Goemans, Manja Topper en ik, de film drie keer bekeken”, zegt Pauwels. “De inborst van de personages uit de film komt ook in onze voorstelling wel tot uiting, maar er zijn in de voorstelling ook maatschappijkritische boutades te horen. In Freetown gaat het over onbekommerd plezier, over maatschappelijke en seksuele emancipatie, over machtsverschillen en de mantel der liefde waarmee ze worden bedekt. Dat is duidelijk de inbreng van Rob de Graaf.”
Pauwels speelt in de voorstelling de rol van Pam: “Zij is iemand die dweept met termen die gaan over vrijheid, maar zelf trapt ze ondertussen wel in de aloude val van de liefde. Pam schrikt niet terug van de grimmigheid. Ze is zich daar heel goed van bewust namelijk en gaat er ook bewust naar op zoek. Ze probeert haar grenzen te verleggen en durft het zelfs aan om buiten het resort een kijkje te gaan nemen. Maar op een gegeven moment waagt ze zich een beetje te ver en dreigt het gevaarlijk te worden. Ze wil zich tegen zulke mechanismen wapenen, maar ondanks haar scherpe focus kan ze niet anders dan zelf ook toe te geven aan Amor.”

Voor haar rol is Pauwels onderscheiden met de Colombina, de Nederlandse theaterprijs voor de meest indrukwekkende vrouwelijke, ondersteunende acteursrol van het seizoen. Bovendien werd het stuk geselecteerd voor het Theaterfestival Vlaanderen 2011 en het Nederlands Theater Festival 2011. “Het creëert wel enige druk”, bekent Pauwels. “De Colombina is een blijk van erkenning, en ik voel me vereerd, maar ik vind het lastig als mensen alleen komen kijken om te zien of ik inderdaad in staat ben de sterren van de hemel te spelen. Het blijft wat mij betreft toch eerder gaan om mijn functie in de voorstelling als geheel, om mijn plaats tussen Manja Topper en Ellen Goemans, die de andere rollen in dit stuk voor hun rekening nemen.”

Freetown door Dood Paard is op di 24 januari te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie op www.doodpaard.nl en www.theateraanhetspui.nl . Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

Een dodelijke vriendschap

Shakespeare’s Othello in een nieuw jasje

Ziek van aangeprate jaloezie vermoordt de met blindheid geslagen Othello zijn geliefde Desdemona. Toneelgroep Dood Paard bracht de bezetting terug tot twee spelers en een technicus die alle rollen spelen. “Juist daardoor is het mogelijk om de jaloezie op de spits te drijven”, zegt Kuno Bakker, een van de drie acteurs in Bye Bye.

“De zakdoek”, antwoordt Kuno Bakker na enig nadenken. De vraag luide wat volgens hem de sleutelscene van Shakespeares beroemde tragedie is. “Het moment dat de onwankelbaar gewaande legerleider Othello onder ogen moet zien dat ‘zijn’ Desdemona diens tedere liefdesgeschenk moet hebben weggegeven. Aan een andere man nog wel.” Het is het moment dat de druppels van jaloezie die hem door Othello’s vaandrig Jago werden toegediend, uitmonden in het noodlottige besluit om zijn geliefde te zullen doden. De vileine, afgunstige en boosaardig gestemde Jago probeerde ogenschijnlijk net daarvóór de Moorse legerchef van die daad te weerhouden, door hardop uit te spreken en te verzoeken haar leven juist te sparen. “Door dat  verzoek expliciet te maken weet Jago dat Othello door zal schieten in zijn woede en is Jago er zeker van zijn doel te bereiken: wraaknemen op deze zwarte man die in tegenstelling tot hem een mooi blank meisje aan zijn zijde weet, een goeie baan heeft en die hem bovendien onlangs  in zijn carrièrepad dwarsboomde.”

Kuno Bakker is al sinds zijn studie aan de Toneelschool Amsterdam gefascineerd door Shakespeares moorddrama, een tijd waarin hij meermaals ‘losse’ scènes van dit stuk ten tonele voerde. Nu mag hij het eindelijk integraal spelen, bij toneelcollectief Dood Paard, onder de titel Bye Bye. “Het is wat mij betreft het beste dat Shakespeare geschreven heeft. De tekst is werkelijk briljant. Zo mooi dat het een lust en genot is om die zinnen te mogen uitspreken. Ik hoef dan ook geen jaloezie in mezelf op te zoeken om dit goed te kunnen spelen.” Bakker acht het bovendien een stuk met een hoge actualiteitswaarde. “Xenofobie,” zegt hij. “Othello is een buitenlander die het goed voor elkaar heeft. En dat roept aversie bij inlanders op.”

De rol van buitenlander wordt in Bye Bye letterlijk genomen. De voorstelling opent met een gruwelijk verhaal door de Marokkaans-Nederlandse acteur Chaib Massaoudi over een kamermeisje dat een verminkt vrouwenlijk vindt. Bakker: “Toen we aan de repetities bezig earen zagen we in een krant een werkelijk gruwelijke foto van een vrouw wier gelaat was verminkt doordat het met zoutzuur werd overgoten. Een foto die oom de selectie van de World Press Photo haalde. Kennelijk is dat wat jaloezie, vroeger zowel als nog altijd heden ten dage, teweeg kan brengen .” In de voorstelling wordt Massaoudi daarna door de zwartgeschminkte Kuno Bakker en Gillis Biesheuvel terzijde geschoven, twee blanke mannen, die allebei de donkere Othello willen spelen. Ze vechten en plein public uit wie de rol van legerleider mag spelen. Het is een bijzondere vorm voor een stuk dat doorgaans loodzwaar wordt aangezet. “De keuze voor slechts twee spelers en een sidekick nodigt uit tot het spelen van dubbelrollen. De ene keer speel ik Jago, dan weer Desdemona, dus het kan dus gebeuren dat ik eerst als Jago Desdemona zwart maak bij Othello, om vervolgens Desdemona te spelen die niet begrijpt waarom Othello zo gemeen tegen haar is. Dat geeft het stuk een diepere laag, want je kunt alles en iedereen spiegelen. Daardoor wordt het één groot toneelspel over de vraag hoe mensen zich tot elkaar verhouden, mensen van vlees en bloed.” Het appelleert aan nog een fascinatie van Bakker: dubellevens. “De vraag naar wat de achterliggende bedoeling is van iemand, zodat niets lijkt wat het is, dát is een spanningsveld dat ik graag zie, in toneelstukken maar ook in films. Het gegeven dat een vriend diens vijand is, zonder dat hij of zij dat zelf beseft. Het zijn mensen die een geheim met zich meedragen. Zoiets vind ik een buitengewoon interessant gegeven.”

Dood Paard brengt Shakespeare’s Othello in een eigen ‘hertaling’, die modern is en toch dicht bij het origineel blijft. Het stuk is mede daardoor uitgelopen op een kwajongensachtige slapstickkomedie, met nu en dan stotterende acteurs, en gespeeld vanaf een wankel podiumpje dat gedurende de voorstelling langzaam maar zeker in elkaar dondert. Juist bij Dood Paard kan zoiets ongekend hilarisch uitpakken. “Humor en drama gaan goed samen. Het is zo’n beetje de filosofie van Dood Paard en een manier bij uitstek om met lichtheid en humor een dergelijk dramatisch stuk te bestrijden. Juist de gulle lach kan de wrange ondertoon beklemtonen en een gezicht geven. De ernst van de situatie en zelfs van een heel stuk wordt daardoor zeer verteerbaar.”

Bye Bye van Dood Paard is in Theater aan het Spui te zien op vrijdag 16 december. Meer informatie op www.theateraanhetspui.nl en www.doodpaard.nl. Reserveren: (070)3465272.