Winnaars en verliezers zijn er – altijd en overal

Haagse grootverdieners in kunst & cultuur

Iedere crisis kent winnaars en verliezers. De verliezers waren vaak altijd al de verliezers.

Door Eric Korsten

De bezoldiging van de top van culturele instellingen is gebonden aan de zogeheten Balkenendenorm. Nu zij extra overheidssteun verwachten, valt de salariëring van hun topmensen extra op. Een rondje langs Haagse velden.

De Haagse culturele sector kan financiële steun van de gemeente tegemoet zien. Wethouder Robert van Asten gaat ‘daar waar gevraagd’ meebetalen aan het noodpakket van 300 miljoen dat cultuurminister Van Engelshoven namens het kabinet beschikbaar stelde. Naar schatting lijdt de Haagse culturele sector 21 miljoen schade in 2020. “Uiteraard hebben wij ook aandacht voor de organisaties die niet onder dit pakket vallen. Wij zien ook het grote belang van deze organisaties voor de stad,” aldus de cultuurwethouder.

Half maart ging de knop voor theaters noodgedwongen op uit. Een letterlijk avondje ‘uit’. Directies van kunstinstellingen waren en zijn niet te benijden, want hoe loods je je gezelschap of instelling dezer dagen nog naar veilig water?

Maar daar waar instellingen in voorstellingen en tentoonstellingen vaak en veelvuldig moraalridderlijk maatschappelijk engagement belijden, misstanden aan de kaak stellen en weeffouten in economische systemen aanhalen, waren zij er zelf meteen bij om freelancers, oproepkrachten en andere flexwerkers-vaak-tegen-wil-en-dank collectief en acuut op zwart zaad te zetten. Denk aan technici, ontwerpers, horecakrachten en ja, soms ook hun eigen artiesten en kunstenaars.

Natuurlijk vinden hun directies dat een hard gelag en leven in woord met ze mee. Maar ondertussen hebben vele van deze algemeen, zakelijk en / of artistiek directeuren het zelf helemáál niet zo moeilijk. Vooral niet als het om hun eigen salarisstrookje gaat. Ondertussen hebben ze via de Werkgevers Nederlandse Podia uitstel aangevraagd voor de CAO die onlangs voor hun personeel is afgesloten, na zes jaar van loonstilstand. Fnuikend voor de beeldvorming in de huidige mondkapjesmaatschappij.

Daar komt bij dat een eigenstandige daad van solidariteit van hun kant vooralsnog is uitgebleven. Waar grootverdieners als KLM of Booking.com moeten inleveren in ruil voor steun aan hun bedrijf, levert, bijvoorbeeld, de ‘CEO’ van Ford op eigen initiatief de helft van zijn loon in, en ook een handjevol topvoetballers levert ‘vrijwillig’ in, zou je wellicht een gebaar verwachten uit hun hoek. Toch horen we, tot nu toe, niet van enige solidariteitswroeging. Het zou hen tot eer strekken als directies de belastingbetaler publiekelijk dan wel via hun Ondernemingsraad ons informeren.

Vergeet ook niet dat vele ‘cultuurondernemers’ buiten hun functie om nog eigen bedrijfjes hebben. Een artistiek leider die en passant ook choreograaf kan, bijvoorbeeld, rekenen een gage voor zijn creatie. En krijgt ook geld in het geval van een heropvoering, bij het gezelschap waarvoor hij / zij die choreografie maakte, dan wel bij welk ander gezelschap ook. En zo zijn er veel ‘neveninkomsten’ van alreeds grootverdieners.

Het Cultureel Persbureau heeft een ‘quickscan’ gedaan aan de hand van een aantal openbare jaarverslagen. Hoewel openbaarheid van het jaarverslag verplicht is, blijkt niet elke instelling even transparant. Zo publiceren het Holland Dance Festival en het Literatuurmuseum niets over hun ‘topfunctionarissen’ (al verdiende Holland Dance Festival- directeur Samuel Wuersten bij onderwijsinstelling Codarts in 2018 ruim € 79.000 voor een 0,6 FTE-aanstelling als Director (inter)national Relations and Career Development, en was hij naast het Holland Dance Festival ook werkzaam als artistiek directeur van Bachelor Contemporary Dance in Zürich).

Het Kunstmuseum (voorheen Gemeentemuseum) noteert over de bezoldiging van de beide directeuren Benno Tempel en Hans Buurman niet anders dan dat ze lager zijn dan in de Wet Normering Topinkomens (WNT) staat, in de volksmond de ‘Balkenende-norm’ van € 187.000.

Voor Korzo geldt dat van de gepubliceerde jaarcijfers alleen pagina 7 van de balans is opgenomen (pagina 7) en een summier overzicht van baten en lasten. Net als Diligentia wordt daar alleen vermeld dat de beloning van de directeur/bestuurder wordt betaald conform de Cao Toneel en Dans en binnen de Wet Normering Topinkomens (WNT) valt.

De bezoldiging van directies wordt overigens bepaald door de Raad van Toezicht van hun bedrijf, en die is op zijn beurt gehouden aan de Governance Code Cultuur. Onderdeel daarvan is de Balkenendenorm. Overigens behoren de topsalarissen uit het Haagse nationaal gezien niet tot de top waar vaak een tandje méér wordt verdiend. Koploper is Nationale Opera & Ballet, waar twee van de drie bestuurders tot boven de Balkenendenorm bezoldigd worden.

Een greep uit jaarverslagen (het bruto modale inkomen van de Nederlander in 2018 lag op € 34.500):

kader:
Verdiensten directeuren cultuursector in euro’s (2018)

Persoon, instelling                                                         Salaris                 Jaar

Emilie Gordenker, Mauritshuis *                             € 178.426            2018
Marieke Schoenmakers, KABK Den Haag            € 152.927             2018
Henk Scholten, Zuiderstrandtheater *                    € 151.651             2018
Janine Dijkmeijer, Nederlands Dans Theater *      € 148.317             2018
Lidy klein Gunnewiek, Het Nationale Theater         € 143.746             2019
Cees Debets, Het Nationale Theater                     € 142.906             2019
Sven Arne Tepl, Residentie Orkest                        € 131.290             2018
Paul Lightfoot, Nederlands Dans Theater              € 118.041             2018
Eric de Vroedt, Het Nationale Theater                    € 109.840             2019

Alternatief lijstje (cumulatief)
Amare (NDT, RO, Zuiderstrand)                                              € 548.000
Het Nationale Theater                                                 € 395.000

* Deze functionarissen zijn inmiddels vertrokken bij de genoemde organisatie. Er is geen reden om aan te nemen dat hun opvolgers veel ‘goedkoper’ zijn.

Dansen. Op een vulkaan

Inleidend artikel bij Kunstenplan-reeks in Den Haag Centraal

Het spel en de knikkers – het ‘Kunstenplan 2021-2024’

Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Eens in de vier jaar is het raak, is kunstenland in rep en roer. ‘Kunstenplan’ heet het beestje. Eind april brengt een onafhankelijke adviescommissie haar bevindingen uit over de Haagse kunstinstellingen. De vorige ronde legde Toneelgroep De Appel het loodje. Wat staat Den Haag nu te wachten? Den Haag Centraal blikt de komende weken vooruit.

Het moet een gestage stroom van komen en gaan zijn geweest, daar op het Centraal Subsidiebureau, provisorisch ingericht ten stadhuize. Maandag 2 december moest, vóór 17.00 uur, iedere Haagse instelling die jaarlijks een vast deel wil van de slordige 56 miljoen euro die de stad aan ‘structurele’ cultuursubsidies verdeelt, haar toekomstdromen inleveren. In een vaststaand format, in drievoud op papier, én als digitaal bestand. Ongevraagde bijlagen (boeken, video’s, folders) werden noch worden in behandeling genomen.

Een tak van sport die zich zo gedwee langs de meetlat laat leggen als de cultuur, die is hoogst zeldzaam. Pakt het terugkerende ritueel goed uit, dan mag je vier jaar door. Zo niet, dan ben je doorgaans het haasje – al kun je het dan nog altijd met de levensreddende voorziening van projectsubsidies, dat andere veel onzekerdere (‘incidentele’) potje van om en bij 50 miljoen jaarlijks proberen te stellen. Of zonder subsidie door het leven gaan. Dat stelsel is landelijk zo ingericht, en idem in Den Haag. Een aantal Haagse instellingen krijgt evenwel geld van landelijke én plaatselijke overheid. Dat is dan dus dubbel stressen of, naar gelang het dubbeltje valt, dubbel genieten.

Vrijdag 24 april presenteert de onafhankelijke Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 haar voorstellen voor de stad. Hierin staat omkleed welke instellingen gedurende deze beleidsperiode wel of niet een meerjarige subsidie zouden moeten krijgen. Vervolgens stelt het college van burgemeester en wethouders op basis van dat advies haar eigen conceptvoorstel vast. De gemeenteraad behandelt dat voorstel in het najaar van 2020, bij de begrotingsbehandeling voor 2021, en neemt pas dan een besluit over dit plan. De raad kan, in laatste instantie, nog aan de knoppen draaien.

De Adviescommissie, het zijn tien wijzen, plus een kring van experts, bepaalt voor een groot deel de inrichting en toekomst van het kunstenleven in Den Haag, dat wil zeggen: voor de periode 2021-2024. Sinds hun benoeming  op 1 januari 2019 hebben de leden bezoekjes afgelegd of ontvangen, en gesprekken gevoerd met de instellingen, en buigt zich over de ingediende plannen. Daarbij geldt, zoals altijd: resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.

Andersom wel: als je het de voorbije vier jaar niet goed genoeg hebt gedaan in haar ogen, dan beland je in lastig vaarwater. Maar ja, sommige instellingen in Den Haag zijn ‘too big to fail’, van Nederlands Dans Theater, Residentie Orkest, Kunstmuseum tot Het Nationale Theater. Het Mauritshuis is dat ook, maar wordt volledig door het Rijk gesubsidieerd en drukt dus niet op ‘Den Haag’. Onderwijl drukt Museon, het museum voor onderwijs en erfgoed, jaarlijks voor 8 procent op de Haagse kunstbegroting. Aldus ligt zo’n 85% van het budget voor kunst en cultuur bij voorbaat vast. Galeries maken overigens geen deel uit van het ‘Kunstenplan’ en het beleid, dat zijn immers private ondernemingen.

Hangijzers
Scheidsrechter Robert van Asten (D66), wethouder van Cultuur heeft voorafgaand aan de vierjaarlijkse kunstwedstrijd een ‘beleidskader’ opgesteld. Richtlijnen en wensen van de gemeente doen dienst als talisman voor de Adviescommissie. Zijn speerpunten: diversiteit, inclusie en het voeren van een gezonde bedrijfsvoering: de zogeheten Fair Practice Code (FPC).

De kern daarvan is dat, eindelijk en terecht, een eerlijk arbeidsloon (cao) uitbetaald moet worden aan kunstenaars en medewerkers. Want de arbeid in de kunstensector hangt nog al te vaak aaneen van overuren, drijft te veel op de inzet van vaak onderbetaalde zzp’ers en de inzet van een leger aan vrijwilligers. Het is vooral deze Code die in deze ‘kunstenronde’ voor veel deining en opschudding zorgt. Want, bijvoorbeeld: moet die schoksgewijs (in één keer, namelijk nu) ingevoerd, dan wel stapsgewijs (stukje bij beetje).

Een recentelijk onderzoek dat is aangeboden aan de Tweede Kamer, becijfert dat er landelijk een bedrag van 20 miljoen euro extra nodig is voor de invoering van de Code. Omgeslagen naar Den Haag als tweede cultuurstad van het land loopt het benodigde bedrag daarvoor dus al snel in de papieren. Maar het benodigde extra geld is er niet en komt er hoogstwaarschijnlijk ook niet, landelijk noch in Den Haag. Staken of manifestaties is onder het gesternte van boerenprotesten, CO2- en stikstofmaatregelen, onderwijs en zorg geen optie meer.

Bovendien heeft de sector in 2012 een trauma opgelopen met haar Mars der Beschaving, die zonder resultaat bleef. Een op te zetten investeringsfonds van miljarden dat de rijksoverheid van zins is te vormen en recente miljoenencompensaties voor regio’s en bedrijfstakken her en der ten spijt is er voor de cultuur geen kruimeltje over. Eind vorig jaar konden de Haagse kunstinstellingen onaangekondigd zelfs fluiten naar de inflatiecorrectie, die voorheen onomstreden was.

Veel instellingen voorzien op landelijk én plaatselijk niveau dan ook een veldslag, ook al heeft de gemeenteraad van Den Haag verzocht om een onderzoek naar de extra kosten die invoering van eerlijk loon, ‘fair pay’ gaat kosten.

Andere hangijzers in de komende Kunstenplan-periode zijn onder meer: Kan Den Haag zich de exploitatie van het nieuwe theater Amare permitteren? Komt er nu wel of niet een vastomlijnd Museumkwartier aan het Voorhout tot stand, met een Escher-museum in de voormalige Amerikaanse ambassade? En waar vindt presentatie-instelling West dan onderdak? Maar er zijn vele kwesties meer.

De komende weken kijkt Den Haag Centraal vooruit naar de bewegingen van de Adviescommisse aan de hand van tweegesprekken met ‘concullega’s’ uit eenzelfde discipline. We hopen u daarmee een inkijkje te geven in de brandende en actuele kwesties rond de toekomstige inrichting van het kunstenland van Den Haag.