Komt een vrouw bij de dokter…

Richard Groenendijk voelt de hete adem van de nachtchinees in de nek

Ego heet een van de vorige theaterprogramma’s van Richard Groenendaal. Daarmee sloeg – en slaat – hij de spijker op z’n kop: hij is ijdel, ingeburgerd Rotterdammer, homofiel georiënteerd en, te oordelen naar zijn nieuwe programma, een omhooggevallen potsenbakker. In 1995 was hij finalist van Cameretten in Rotterdam. Nooit eerder zag ik deze van oorsprong communicatiedeskundige, presentator van Radio Rijnmond en deelnemer aan het tv-programma Wie is de mol…? aan het werk in de zalen.

Van zijn eigen website geplukt: ‘In het nieuwste programma De adem van de nachtchinees laat Richard Groenendijk zich opnieuw van zijn sterkste kanten zien.’ Geen bijster sterke zin voor een communicatiedeskundige, zoal hij die zegt te zijn, want zou hij ons ooit zijn minder sterke kanten willen laten zien?

We vervolgen: ‘Komische verhalen, bizarre personages en natuurlijk zijn snedige oneliners.’ Helaas: zijn verhalen zijn niet komisch, maar krijgen soms iets hilarisch doordat zijn publiek denkt dat ze komisch bedoeld zijn. In werkelijkheid laat hij een veelheid aan clichébeelden los, beschrijft hij vrijwel alleen standaardsituaties (toiletten van een tankstation bij nacht, een auditie, relaties, zijn bezoeken aan een Chinees restaurant), en is hij zelfs nauwelijks in staat een pointe aan te brengen aan zijn bepaald plichtmatige observaties. Bizarre personages bestaan in zijn geval uitsluitend bij de gratie van een kopstemmetje of een dialect waarin hij zich tot zijn toehoorders wendt. En snedige oneliners heb ik op de vingers van één hand geteld.

Maar de havenstedelingen vreten zijn show, lopen met hem weg, dragen hem op handen. Dat zegt misschien meer over de doorsnee Rotterdammer dan over Groenendijk – laten we het hopen.

Lezen we ondertussen verder op zijn website: ‘Toch gooit Groenendijk het in dit programma over een iets andere boeg. Meer eenvoud, meer geaard en een heftigere onderlaag die de gehele voorstelling sluimerend op de loer ligt.’

Naar het schijnt is Groenendijk inderdaad en meer dan ooit dichter ‘bij zichzelf’ gebleven, af te meten aan mensen die eerdere programma’s van hem zagen. Dat verklaart een deel van deze boeg. Meer geaard: ? De heftigere onderlaag vermoed ik in een dikkig buurmeisje dat hij in een poging tot het bieden van troost en bescherming meeneemt naar zijn geliefde nachtchinees. ‘Op de loer’ doet vermoeden dat het in zijn voorstelling zindert, dat er op het scherp van de snede wordt gebalanceerd, dat er onvermoede verwikkelingen onthuld worden. Maar niets van dit alles: het enige dat Groenendijk doet is platitudes ten beste geven onder het mom van enige filosofische diepgang.. En Groenendijk besluit: ‘Voorstellingen van Richard Groenendijk zijn altijd één groot feest en hij heeft nog wat te melden ook…’

Groenendijk grossiert in gemeenplaatsen, clichés, banaliteiten en alledaagsheden. Uiterst vermoeid. Als een slaapverwekkende, plakkerige neef die jou bij een weerzien na jaren, uren- en urenlang gijzelt en van zijn onnavolgbare avonturen kond denk te moeten doen. Als een ome Rinus die voor de honderdtwintigste keer dezelfde grap vertelt, en dat zelf niet in de gaten heeft.

… en die zegt: kleedt u zich maar even uit.

Richard Groenendijk: De adem van de nachtchinees, gezien op za 20 mei 2006 in Theater Zuidplein, Rotterdam. www.richardgroenendijk.nl

Advertenties