Het ongeluk van Limburg

Tg Maastricht speelt ‘Othello’ en ‘Waar het vlakke land gaat plooien’

Toneelgroep Maastricht neemt dezer dagen tweemaal bezit van de Koninklijke Schouwburg. Eerst met Othello, daarna met Waar het vlakke land gaat plooien. In beide stukken heeft Sluysmans (Annette Speelt, Nationale Toneel) een groot aandeel. In het ene speelt, en het andere regisseert hij.

Sluysmans kent Shakespeares duistere drama rond de naïeve Moorse legerleider Othello en zijn geliefde Desdemona als geen ander, van haver tot gort: speelde hij in 2006 bij het Nationale Toneel / Annette Speelt de rol van Jago, Othello’s rivaal en tegenspeler; nu, bij Toneelgroep Maastricht, geeft hij in het stuk over discriminatie en afgunstige vriendschap smoel aan de Venetiaanse edelman Rodrigo. Hij is volgens Sluysmans “een sullige, goedgelovige jongen die niet doorheeft dat hij zich voor het karretje van Jago laat spannen”. In handen van Jibbe Willems, die een nieuwe bewerking schreef, en hofleverancier is in Maastricht, is Othello een stuk dat zich in vliegende vaart voltrekt. Scherp en dan weer geestig, aldus Sluysmans: “Maar waarin ook snel wordt geschakeld tussen de uiterste randen van rauwheid en poëzie. Zo heeft Willems zich onder meer enorm uitgeput in synoniemen en termen voor ‘Moor’ en ‘zwarte man’”. En dat is voorwaar een statement, want in Limburg – waar in Nederland eigenlijk niet – lijkt vreemdelingenhaat meer en meer op te spelen.
Maar deze Othello is ook in muzikaal opzicht interessant. “Natuurlijk, het is en blijft allereerst een ‘taalstuk’”, legt Sluysmans uit, “maar in onze versie zit ook veel live muziek”. Daartoe heeft componist Bendix Dethleffsen klassieke muziek van onder meer Shakespeares tijdgenoot Dowland, van Monteverdi en Verdi tot prachtige liederen bewerkt, die onder pianobegeleiding worden gezongen door sopraan Lies Verholle. Maar ook enkele castleden moeten eraan geloven. Zo mag Sluysmans zijn onvermoede zangtalenten ten beste geven in een bekend stukje Verdi, dat uitmondt in The Lion Sleeps Tonight.

Vlakke land
Muziek is een belangrijk element in de theatervoorstellingen van Toneelgroep Maastricht, dat in Michel Sluysmans en Servé Hermans als ‘makende spelers’ sinds begin dit jaar een nieuwe, dubbelhandige artistieke leiding heeft. Want ook in Waar het vlakke land gaat plooien wordt live muziek ingezet. In die voorstelling, de eerste productie van Toneelgroep Maastricht die gemaakt is onder het bewind van het tweetal, neemt een vierkoppige rockband bezit van het podium, met Hermans in de dubbelrol van leidsman en hoofdrolspeler, dat laatste met actrice Joke Emmers als tegenspeelster. Ook hier treedt Verholle aan, en is het wederom Jibbe Willems die zich over de tekst heeft gebogen.

Regisseur Michel Sluysmans noemt de voorstelling een humoristische en tegelijkertijd poëtische zoektocht naar de ziel van Limburg. “Toen eind jaren vijftig na een glorietijd de steenkolenmijnen moesten sluiten werd Zuid-Limburg in één welgemikte klap van goudmijn veranderd in een armlastige, achtergestelde regio, met – nog tot op de dag van vandaag – een hoge werkloosheid. Wij, Servé en ikzelf bedoel ik dan, zijn kinderen van de kompels, en daarmee kinderen van de sluiting van de mijnen, producten van de kansarme streek die Limburg toen werd. We zijn allebei naar Amsterdam, naar de Toneelschool getrokken. Ik naar Amsterdam, Servé naar Gent. En zijn na omzwervingen in zekere zin nu weer thuisgekomen, opnieuw op onze geboortegrond geland”.

In Waar het vlakke land gaat plooien wordt een stel gevolgd dat vanuit Zuid-Limburg is neergestreken in Berlijn, een man en zijn hoogzwangere vriendin. Na de sluiting van de mijnen was er geen uitzicht meer op werk. En zijn ze vertrokken, zoekend naar een nieuwe toekomst. Maar terwijl zijn moeder op sterven ligt in de nacht dat zij voor haar terugrijden naar Zuid-Limburg, denkt hij aan het leven waarvan hij dacht dat het ver achter hem lag. Gaandeweg de reis, naarmate het vlakke land meer en meer heuvelt, komen de herinneringen terug, En hij beseft: al lukt het je je wortels af te kappen, wie van Limburg is groeit nergens weer opnieuw.

“In hoeverre is het mogelijk je los te maken van de plaats waar je je verankerd hebt? Kun je je losmaken van je eigen verleden, kun je je geboortegrond volledig achter je laten? Universele vragen, zo formuleert Sluysmans, die nog dit voorjaar als acteur schitterde in Genesis van het Nationale Toneel. Als geboren Limburger die op zijn nest terug is gekeerd zijn het vragen die opeens heel dichtbij komen, bijna persoonlijk van aard zijn. “Het is een warmbloedige voorstelling die hoop biedt en liefdevol naar de mens kijkt”.

Toneelgroep Maastricht speelt Othello op maandag 26 oktober 2015 en Waar het vlakke land gaat plooien op donderdag 5 november 2015 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: ks.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900 – 3456789.

Het scheermes van het eigen ongeloof

Shakespeares klassieker Othello verrijkt met muziek Verdi’s opera

Beleef een heuse, gróte ‘Shakespeare’ tussen de mysterieuze grotten, het krijtwitte mergel en het lommerrijke bladgroen van Openluchttheater Valkenburg. Toneelgroep Maastricht speelt er in de zomermaand-bij-uitstek een eigengereide en zeer muzikale versie van Othello. Een strijd om de ziel van de mens. Met fatale afloop.

Limburg: stukje buitenland in Nederland. Clichébeeld. Maar het Openluchttheater Valkenburg, prachtig gelegen met zijn fantastische natuurlijke ambiance, daar zindert het écht, van nature. Het is een uitgesproken romantische, betoverende plek zelfs. Toch lijkt Shakespeares hoofdfiguur Othello eerder betoverd dan betoverend. Op het oog is hij een standvastig krijgsman, maar hij laat zich al gauw de kaas van het brood eten. Hij verandert gaandeweg regelrecht in een loser, voelt zich als een speelbal – tussen vriend en vrouw, en tussen blind vertrouwen en grenzeloze hartstocht. Als de jaloezie tot gek wordens toe in hem kruipt, zelfs nietsontziend in hem opvlamt, ziet hij verraad aan voor oprechtheid en liefde voor overspel.

Regisseur van de voorstelling Servé Hermans, een van de twee artistiek leiders van Toneelgroep Maastricht, doet een doekje open over de versie die hij van dit stuk in gedachten heeft. Zijn kernvraag: Wat gebeurt er op het moment dat een buitenstaander zich op jouw grondgebied begeeft.

Servé, wat spreekt je zo aan in Othello?
Shakespeares tekst en intrige zijn subliem. En hoewel het rond 1604 geschreven is, wordt het als het eerste ‘moderne’ toneelstuk beschouwd. Waarom? Omdat de held openlijk zichtbaar aan zichzelf twijfelt. En helden twijfelden, althans in die tijd, nou eenmaal nooit ofte nimmer.

Othello wordt getolereerd om wat hij kán, niet om wat hij ís.
Othello is een Moor, afkomstig van vreemde bodem, een buitenstaander die zich perfect heeft aangepast. Prima berekend op zijn taak. Als generaal van het Venetiaanse leger heeft hij daarnet een veldslag gewonnen. Hij treedt meteen daarop in het huwelijk met Desdemona, de bloedmooie blanke dochter van een invloedrijk Venetiaans senator. Maar toch wordt de kiem voor een bloederige afrekening pas definitief gelegd op het moment dat legerleider Othello zijn vriend Jago passeert, en Cassio tot officier benoemt. Opeens kijkt Jago vol afgunst naar Othello: waarom valt deze buitenstaander, een man van vreemde bodem immers, wél alle eer toe, terwijl zíjn blinde trouw over het hoofd wordt gezien? Oordelen, vooroordelen en angst voor het onbekende verschaffen Jago vervolgens een welkome voedingsbodem voor de listige valstrikken waarmee hij de onwankelbaar geachte Othello op zijn grondvesten weet te laten daveren, en in het scheermes van zijn eigen ongeloof te storten. Daar staat hij dan, Othello, een gevierde held, precies een dag na zijn superieur gewonnen veldslag opeens opnieuw middenin het strijdperk. Maar nu schutterend in de arena van zijn eigen emotionele ondergang.

Othello is een buitenstaander op vreemde bodem
Juist! Als geboren Limburger speelde ik jarenlang bij NTGent en kreeg daar vrijwel onvermijdelijk het predikaat van ‘Hollander’ opgeprikt. ‘Waarom niet een van ons?’, werd meer dan eens hardop geroepen. Niet altijd fijn. Terug op Limburgs grondgebied proef ik hier soms dezelfde afstand tot buitenstaanders. Die opstelling verontrust me. Kijk, door de sluiting van de mijnen eind jaren vijftig veranderde Limburg van meest welvarende opeens in een van de armste provincies. Niet leuk, natuurlijk. Het leverde velen hier een minderwaardigheidscomplex op. Maar als Limburgers niet bereid zijn de geboortegrond waar ze hun identiteit aan ontlenen te delen, dan wordt het nooit wat. Limburg moet wat dat betreft veranderen als het volwassen wil worden, het moet emanciperen, toleranter worden. Limburg moet ophouden met zeuren en met vertrouwen de toekomst inkijken. Aspecten die je zó, zonder omwegen ook in Othello kunt aanwijzen.

Vele argumenten om Othello te spelen. Wat is er straks buiten de locatie en het stuk nog meer te beleven?
Fragmenten uit Verdi’s operamuziek worden live gespeeld. Dat is verrijkend. Daardoor wordt bovendien de onderbuik van het stuk hoorbaar, zichtbaar bijna. De emotionele onderlaag die broeit onder Shakespeares fenomenale taal en poëzie, wordt perfect invoelbaar. Er ontstaat zo een nieuwe versie van dit epos vol liefde, jaloezie en angst. Let wel: geen opera. Ik ga de muziek organisch inzetten. Een voorbeeld: als Othello met zijn basstem zingend inzet en Desdemona op viool antwoordt, dan is het meteen zonneklaar dat en wat ze in elkaar zien. En live zingen ontwapent acteurs. Dat zorgt vanzelf voor een andere spanning in het stuk. Een grote productie ook, vergeet niet dat er straks twaalf spelers op het toneel staan. Met in de hoofdrollen, oneerbiedig gezegd, oudgedienden naast jong talent: Koen De Sutter en Michaël Pas zij aan zij met de pas in 2014 in Maastricht afgestudeerde Julia Akkermans. Bovendien is er de nieuwe vertaling van Jibbe Willems, die sinds kort vast aan ons huis is verbonden. En ook daarom is Othello zeker een voorstelling om echt naar uit te kijken.

Othello van Toneelgroep Maastricht is van donderdag 25 juni tot en met zaterdag 11 juli 2015 te zien in het Openluchttheater Valkenburg. Tickets en overnachtingen op openluchttheater-valkenburg.nl. Meer informatie: toneelgroepmaastricht.nl. Na de zomer volgt een tournee langs festivals en theaters.

 

Schilderijen als drama

NTGent speelt Rothko

Volgens Rothko moest een schilderij een voldragen ervaring tweegbrengen tussen het schilderij en de kijker. ‘Er mag niets tussen mijn schilderij en de toeschouwer staan’. NTGent maakte een toneelvoorstelling over Mark Rothko en zijn schilderkunst: Rood.

Rood. Dat is: Knallend gestifte vrouwenlippen, hoge elegante pumps, een laag gesneden galajurk. Cadmiumrood, karmozijnrood, vermiljoen, rode oker, ossenbloed. Het rode vlak van fotograaf Johan Nieuwenhuize in zijn nieuwe boek IMG_ en Barnett Newman’s doek Who’s afraid of red, yellow and blue III, die zijn ook nogal rood. En dan is er het indringende No. 3 uit 1967 van Mark Rothko. Met name de twee laatstgenoemde werken zijn kleurvlakken waar je je als het ware gehypnotiseerd in kunt verdrinken. Rothko’s kleurformaties trekken de toeschouwer een met innerlijk licht gevulde ruimte in, een ruimte waarin daglicht vijandig is. Rothko zelf: ‘De waardering van een kunstwerk is een ware vereniging van geesten. Evenals in het huwelijk is het uitblijven van gemeenschap grond voor ontbinding.’

Mark Rothko (1903-1970) behoort tot de generatie van Amerikaanse kunstenaars die een totale ommekeer in het wezen van de opzet van de abstracte schilderkunst tot stand bracht. Zijn stijlontwikkeling – van figuratief en visueel naar abstract – is een belichaming van de radicale visie die de naoorlogse wedergeboorte van de schilderkunst in bezit nam. Rothko verzette zich altijd tegen pogingen zijn schilderijen te interpreteren.

Rothko – donkere kleurvlakken bovenin, lichtere daaronder – was al bijkans een godheid toen hij een assistent toeliet. “Maar het was zo dat hij die eigenlijk nodig had”, zegt acteur Servé Hermans, die de rol van assistent speelt in Rood. “Rothko wilde altijd controle, alles zelf doen. Op een gegeven moment was dat niet langer vol te houden en liet hij het opspannen van doeken en het mengen van verf over aan een jonge jongen. Die hij eerst als voetveeg en praatpaal behandelde, maar daarna gaandeweg zijn hoogstpersoonlijke leerling-in-opleiding werd. Een relatie die eindigde in het voeren van eindeloze gesprekken over het wezen van kunst, over schilderkunst en over Rothko’s werken: ‘Je hebt de kunst nodig om niet aan de waarheid ten onder te gaan’. En verder zijn beslag kreeg toen Rothko hem uitriep tot zijn opvolger”.

In het stuk, een tekst van de Amerikaanse schrijver John Logan, zien we Rothko, een rol van Wim Opbrouck, en zijn assistent op het moment dat Rothko een grote opdracht aanvaardt heeft van het Canadese grootbedrijf Seagram, van oorsprong een distilleerder. Voor het nieuwe hoofdgebouw in de Verenigde Staten, dat in New York door architect Mies van der Rohe werd ontworpen, legde hij zich tegen een lucratief geldbedrag dat in termijnen werd uitbetaald vast op het maken van een serie enorme doeken die het bedrijfsrestaurant Four Seasons moesten sieren. Hermans:“Stel je voor: de man die niets tussen zijn doeken en de kijker duldde, díe man ging dus doeken maken die ter decoratie moesten dienen!”

Rothko ontdeed zich uiteindelijk van de opdracht maar zou nog jaren strijden om zijn doeken een betere omgeving te geven. Pas toen hij zag dat ze waren veiliggesteld, in de Londense Tate Gallery, kon hij tevreden zijn. Hij ontsloeg vervolgens eerst zijn assistent. En pleegde daarop zelfmoord. “Dat verhaal is waar”, zegt Hermans. “Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat hij toen al terminaal ziek was.”

Van medio september tot medio januari 2015 is er in het Gemeentemuseum Den Haag een Rothko-tentoonstelling. Daarbij is de voorstelling Rood – genomineerd voor een plek op het Nederlands Theaterfestival 2014 – dan op zijn minst een unieke en uitstekende inleiding te noemen.

Rood door NTGent is te zien op dinsdag 13 mei 2014 in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.ntgent.be en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

‘Zo duidelijk mogelijk onduidelijk zijn’

Hein van der Heijden glanst in De donkere kamer van Damokles

Angst, dreiging en verraad. De donkere kamer van Damokles is geïnspireerd op het zogenoemde Englandspiel en de daarmee samenhangende wereld van collaboratie en verzet. Acteur Hein van der Heijden: “Je wordt meegetrokken in het jonge leven van Henri Osewoudt, sigarenwinkelier te Voorschoten”.

Heeft Dorbeck in vlees en bloed bestaan? Dat is de hamvraag. “In ons toneelstuk bestaat ie zeker”, zegt Hein van der Heijden, die de rol van Osewoudt speelt in De donkere kamer van Damokles. “En in het boek trouwens ook. Hermans toonde zich zelfs hoogstbeledigd toen critici er op los theoretiseerden dat Dorbeck als een schijngestalte, als een hersenspinsel van Osewoudt moet worden opgevat”.

De donkere kamer van Damokles
is het allerwegen bejubelde, meestgelezen, en ook meestbesproken boek van W.F. Hermans: Bibliotheken vol zijn erover geschreven. Welke samenvatting ook doet het werk onrecht. Toch maar een poging: Het verhaal, dat zich ten dele in Haagse contreien afspeelt, vertelt over de Voorschotense jongeman Henri Osewoudt, tegen wil en dank sigarenhandelaar. In de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog ontmoet hij Dorbeck, die als twee druppels water op hem lijkt. Als deze opeens tegenover hem staat, moet Osewoudt kiezen, zonder bedenktijd, en met leven of dood als inzet. Blind toeval lijkt de bepalende factor. Dorbeck geeft hem opdrachten, die Osewoudt gewillig uitvoert. In het laatste oorlogsjaar vlucht Osewoudt uit Duitse gevangenschap naar bevrijd gebied. Daar keert alles zich onverhoeds tegen hem. Zijn verzetsdaden worden uitgelegd als oorlogsmisdaden. Er is maar één man die hem kan redden: zijn illustere opdrachtgever, de geheimzinnige figuur Dorbeck. Maar die blijkt onvindbaar. En ook een fotorolletje waarop zijn afbeelding zou staan, biedt geen uitsluitsel. En dus: Heeft hij wel echt bestaan of is hij niet meer dan een verzinsel van Osewoudt om zich vrij te pleiten? “Iedereen moet zelf maar bepalen of Dorbeck werkelijk heeft bestaan dan wel Osewoudts alter ego is, maar in het toneelstuk is het een vaststaande rol, gespeeld door Rob Das. Dus voor mij is het zo klaar als een klontje. Dat maakt het boek en het stuk wat mij betreft trouwens ook interessanter, én tegelijk raadselachtiger. Zo word je meegetrokken in het jonge leven van Henri Osewoudt. En kun je heel goed de paranoia weergeven die Osewoudt ten deel valt”.

De oorlog, en dat is dan bijna altijd de Tweede Wereldoorlog, speelt in het werk van Hermans een grote rol. Hij wordt niet als uitzonderingstoestand getoond, maar als exemplarische situatie waarin de mens zijn ware aard laat zien. De toneelversie van W.F. Hermans’ gelijknamige magnum opus is een bewerking en regie van Ger Thijs, schrijver, columnist, voormalig artistiek leider van het Nationale Toneel en Couperus-specialist (De Stille Kracht, De boeken der kleine zielen en Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan). Thijs heeft er een raamvertelling van gemaakt, met de verhoren als scharnierpunt en met flashbacks als verklarende intermezzo’s, vertelt Van der Heijden, die eerder met Thijs samenwerkte in Het wijde land en Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan. “Ger houdt erg van zuiver argumenterende acteurs”, zegt Van der Heijden. “Iedere uitgesproken zin moet logisch uit de voorgaande voortvloeien. Voor De donkere kamer van Damokles zocht hij naar een manier om zo duidelijk mogelijk onduidelijk zijn. Dat principe wordt in het boek immers ook gehuldigd”.

Voor de wederom erg op dreef zijnde Van der Heijden – die in 2012 als beste acteur werd onderscheiden met de Louis d’Or voor liefst twee verrichtingen, enerzijds die van dokter Astrow in Oom Wanja en anderzijds als Vincent van Gogh in Vincent enTheo, en in 2013 voor diezelfde prijs werd genomineerd voor zijn aandeel in de voorstelling Mighty Society 10 – resulteert dat er voor de rol van Osewoudt in dat hij op gezette tijden een piepstem opzet, of opeens aan het stotteren slaat. “Dat moet je doseren, anders is het voor mij noch voor de kijker te harden. De reden om dat te doen is dat Osewoudt een misbaksel, een onooglijk mannetje was, een man zonder eigenschappen. Door Dorbeck dacht hij van minkukel opeens tot held te kunnen uitgroeien. Voor mij is het mooie van de rol dat ik, als een kameleon, mag schakelen tussen allerhande gemoedstoestanden: van held naar schlemiel, van mislukking tot succes, van mechanisch denkende man tot verliefde vent. En dat was weleens zoeken. Het is wat mij betreft moeilijk om compassie met hem te voelen omdat hij je aldoor op het verkeerde been zet. Soms breng ik daarom haperingen aan, net alsof hij ter plekke iets verzint of twijfelt aan zichzelf. Dat maakt hem opeens stukken menselijker. Maar het valt niet mee om dat te bereiken: soms mis ik weleens s een poortje, zogezegd, net als skiërs in een reuzenslalom.”

De donkere kamer van Damokles, een productie Hummelinck Stuurman Theaterburo, is te zien op woensdag 22 en donderdag 23 januari 2014 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.hummelickstuurman.nl en www.ks.nl. Telefonisch kaarten reserveren: 0900-3456789.