Leven als verkaaste Marokkaan

Vier Marrokkaans-Nederlandse actrices in Melk & Dadels

Op een bedje van humor en ernst dienen vier Marokkaans-Nederlandse actrices een zelfbewust inkijkje op in hun dubbele culturele bagage. Een bekend kookboek diende als fond voor Melk & Dadels.

In Marokko begint elke maaltijd met vrienden en familie met het aanbieden van de mogelijkheid de handen te wassen. Geen overbodige luxe als je alles met de (rechter)hand uit een gezamenlijke schaal eet. Eet smakelijk is ‘bismillah’. Genoeg gegeten? Dan zeg je ‘hamdoulilah’. Voor de voorstelling‘Melk & Dadels dient het kookboek van het jaar 2014 Melk & Dadels – 100 geheime recepten van Marokkaanse moeders als basisingrediënt. De lievelingsgerechten van twintig Marokkaanse moeders en hun kinderen worden erin opgedist en persoonlijke verhalen worden afgewisseld met hun eigen recepten.

De voorstelling mag dan geïnspireerd zijn op het kookboek, zegt actrice en zangeres Kyra Bououargane uit de cast van Melk & Dadels, “maar daar zie je in de voorstelling niet veel van terug. Het zijn nieuwe verhalen van de nieuwe generatie.”  Daarbij worden heilige huisjes niet gespaard, al gaat het boek vooral over ‘soul food’, zoals ‘tachnift’ (Marokkaans brood gebakken in een gietijzeren koekenpan), ‘baghrir’ (Marokkaanse pannenkoeken) of ‘ka’bghzal’ (gazellehoorntjes). “Maar ik had juist een vader die kookte,” lacht ze. “Hij maakte graag een mengelmoesje, gooide alles door elkaar. Mijn lievelingsgerecht? Da’s toch tajine met kip.”

Na het geruchtmakende Nobody Home en een spraakmakende Othello maakt regisseur Daria Bukvić Melk & Dadels. De voorstelling geeft een onverbloemde en onvermoede kijk in de achterkamers van de Marokkaanse keuken, met vier jonge, en krachtige Marokkaans-Nederlandse actrices, zo bleek al uit voorvertoningen op de avond ‘Marokkanen zijn HOT’ in de Koninklijke Schouwburg. Het zijn meiden die stuk voor stuk stevig in hun schoenen staan en geen blad voor de mond wensen te nemen. Hun verhalen zijn hard en duidelijk als het gaat om de pijn die ze soms hebben te verdragen, en zacht en kwetsbaar over de vreugde en de rijkdom die een dubbele culturele achtergrond ook oplevert.

Is er een blauwdruk van ‘de’ Marokkaan? Je hebt de Gucci-Marokkaan, de inshallah-Marokkaan, de verkaaste Marokkaan, de ‘family-first-Marokkaan’.

In Melk & Dadels passeren tien van zulke ‘oer’types de revue. “Haha, nou eigenlijk herken ik me in geen van die archetypes,” zegt Kyra. “Maar als ik móét kiezen zal ik door mensen wel als de verkaaste Marokkaan gezien worden. Want mijn moeder is Nederlandse en ik heb dus een Marokkaanse vader.”

Maar, zo legt ze uit, dergelijke stereotyperingen zijn altijd afkomstig van anderen. “De voorstelling gaat er juist over dat wij, tweede generatie, individuen zijn. We hebben ieder ons eigen verhaal. Er is geen eendimensionaal plaatje te geven, dat idee willen we juist omver werpen. Er zijn vele gezichten. En wij hebben ieder ons eigen gezicht. En onze eigen dromen.”

In de voorstelling komen onderwerpen aan bod als discriminatie, de liefde en verboden woorden, maar ook de plaats die eten inneemt in de Marokkaanse cultuur. “Ook neemt ieder van ons de eigen ouders onder de loep. En omdat we vier vrouwen zijn komt het perspectief van de vrouw vanzelf om de hoek kijken.”

Vier actrices plus een vrouwelijke regisseur – maar uitgerekend een man tekende voor de tekst, ex-parlementariër Tofik Dibi, bekend van de autobiografie DJINN, waarin hij publiekelijk uit de kast kwam.

Kyra: “Tofik heeft research gedaan en veel tekst geschreven, maar een groot deel is ook door onszelf aangedragen. Zo hebben we die uitgebreid met persoonlijke noten, aangedragen tijdens de repetities. Ikzelf vertel over de eerste ontmoeting tussen mijn vader en mijn moeder. Van mij komt ook een scène waarin ik mijn frustratie de vrije loop laat over de drang om alles in hokjes te duwen. Want ik ben zowel Jip & Janneke als couscous. Ik vind het een rijkdom om uit de hand van twee culturen te kunnen eten.”

Ter inspiratie reisde het artistieke team een jaar geleden naar Marrakesh. “Daar hebben we elkaar het hemd van het lijf gevraagd.” Onder leiding van Bukvic, Nederlandse met Bosnische en Kroatische wortels, hebben ze veel verschillen ontdekt, maar ook overeenkomsten gevonden. “Tenminste een van onze ouders heeft een migratieachtergrond. Dat gegeven bindt.”

Melk & Dadels van Rose Stories & Daria Bukvić in alliantie met Het Nationale Theater. Met: Soumaya Ahouaoui, Kyra Bououargane, Fadua El Akchaoui, Khadija El Kharraz Alami. In de Koninklijke Schouwburg van vrijdag 11 tot en met zondag 13 mei 2018. Aldaar ook in seizoen 2018-2019.

Advertenties

Liefdesschijnbewegingen

Het Nationale Theater: De hereniging van de twee Korea’s

Negen acteurs, 51 personages en zeker 20 scènes rond de lusten en lasten van de liefde, bij Het Nationale Theater (HNT) geregisseerd door Eric de Vroedt.

Te oordelen naar de voorstellingstitel zet hij na de binge-ervaring-in-het-theater van het superactuele sociaal-maatschappelijke spektakel The Nation afgelopen najaar, en vorig seizoen RACE over discriminatie, zijn tanden nu in een raketgestuurd politiek mengsel. Trump en Young-un in een fictief dramatisch steekspel samengebracht aan een denkbeeldige onderhandelingstafel?

“Haha,” proest De Vroedt, zojuist benoemd tot artistiek leider van HNT. “Dat is helaas niet het geval. De hereniging van de twee Korea’s heeft niets maar dan ook iets met politiek uit te staan. Na twee geëngageerde stukken achter elkaar vond ik het hoog tijd worden voor eens iets anders, anders word je als theatermaker in een hokje gestopt. Daarbij: ik wil graag artistiek risico nemen, anders roest je vast.”

Voor De Vroedt komt daar bij dat afgelopen zomer angina pectoris bij hem werd gediagnosticeerd. Hij moest worden gedotterd. “Ik heb nu aan den lijve ervaren dat het leven meer is dan engagement. Ik belandde met beiden benen op de grond. De bodem van het leven kwam opeens in zicht.”

Hoewel de repertoirekeuze voor De hereniging van de twee Korea’s zelfs al geruime tijd daarvoor was gemaakt, heeft die nu voor hem, zegt hij ‘een nieuwe lading gekregen’. “Deze voorstelling gaat over het leven. Over de onbeholpenheid ervan, en over de eeuwige vraag hoe toch met de liefde om te gaan.”

Hij kwam het stuk van Fransman Joël Pommerat op het spoor toen hij in Bochum (Duitsland), zoals vaker, aan een regie werkte. “Het stuk was na Frankrijk ook in Duitsland succesvol. Ik kende zijn werk al wel van het Holland Festival 2016 toen daar Ça ira Fin de Louis van hem werd geprogrammeerd. Die boeide me omdat het voor Franse dramabegrippen een atypische voorstelling was, niet op vorm gericht, maar actueel en met levendige discussies op de vloer. Dat maakte nieuwsgierig naar dit stuk met die wat vreemdsoortige titel.”

Vol aan de bak
“Of ik na mijn afstuderen in Maastricht, komende zomer pas, het ensemble wilde komen versterken! Geweldig! Bij zo’n topgezelschap!” Emmanuel Ohene Boafo, een van de negen spelers in De hereniging van de twee Korea’s glundert. Hij ging er vorig voorjaar al vandoor met de Guido de Moorprijs. Die kreeg hij voor zijn aandeel in Ondertussen in Casablanca (2016) van Jeroen De Man bij HNT/Oostpool. “Twee weken daarna kreeg ik opeens dus dat telefoontje van de HNT-leiding.” Brede lach. “De eerstkomende twee jaar ben ik dus al onder de pannen.”

Boafo duikt hier op in een aantal scènes. In ‘De Breuk’ is hij de in mensengedaante gehulde geestesverschijning van een jong kind. Op een dag komt hij bij een vrouw (Betty Schuurman) een niet-ingeloste belofte innen. Vervolgens ontstaat er om haar getouwtrek tussen hem en haar vriend (Mark Rietman). “Al is hij dan nog altijd toneelstudent,” zegt De Vroedt, “toont hij zich nu al uiterst talentvol. En hij blijkt zich prima te handhaven tussen kanonnen als Schuurman en Rietman.”

Boafo heeft ook een aandeel in de scène ‘Geld’. Daarin speelt hij een pastoor die tegen alle celibataire wetten in een prostituee bezoekt. Boafo: “En dat al zeven jaar. Hij komt haar vertellen dat hij een andere vrouw heeft ontmoet, en dat hij dat niet langer kan tegenhouden.” Hij heeft voor haar 24.000 euro handje contantje bij zich. “Hij hoopt dat zij zich met die afkoopsom in de toekomst weet te redden.”

De Vroedt vertelt dat Boafo in nog meer scènes zijn opwachting maakt, in ‘Liefde’, over een overspannen vader, en ‘Vriendschap’, over een escalerende discussie tussen twee mannen.

“De moeilijkheid van dit stuk, zegt Boafo (24), is voor een acteur dat iedere scène middenin begint. Je moet daarom steeds meteen vol aan de baker, er stáán, geen aanloop, geen opbouwtijd.”

Ter voorbereiding op zijn stagetijd bij Het Nationale Theater heeft hij voor deze productie op YouTube alvast wat ‘voorkijkwerk’ verricht. “Wat ik daar aan ensceneringen heb aangetroffen vond ik wat traag en occult ogen. Bij ons krijgt iedere scène op zichzelf een meer eigen stijl. Maar deze voorstudie heeft me wel houvast geboden. Je gaat toch met wat meer bagage de repetities in.” Snel raapt hij zijn boeltje bij elkaar. Naar Amsterdam. Zijn vriendin wacht.

HNT: De hereniging van de twee Korea’s. In de Koninklijke Schouwburg van dinsdag 6 tot en met zaterdag 10 maart 2018 (première); vrijdag 20 tot en met zondag 22 april 2018; en donderdag 17 tot en met zondag 20 mei 2018. Meer informatie: hnt.nl.

 

Een leven lang leren leren

Sadettin Kirmiziyüz fileert het onderwijs

Metropolis #1 is de eerste van een vierluik van ‘Trouble Man’ Sadettin Kırmızıyüz met Het Nationale Theater als partner. En met de stad als vliegwiel.

Een vergelijking met de zesdelige theatervoorstelling ‘The Nation’, nog maar een paar maanden geleden, dringt zich op: dezelfde theatergroep immers, eenzelfde verwijzing naar tv, meerdelig, en hetzelfde brandpunt: de stad. Eveneens gebaseerd op veldonderzoek.

Metropolis, da’s een beladen titel. Want onder meer een beroemde zwart-wit film van cineast Fritz Lang uit 1927, door de UNESCO opgenomen in het ‘Geheugen van het wereldregister’ als de eerste SF-film ooit; maar ook een geruchtmakende muziekcompositie uit 1978 van de Duitse elektronicaband Kraftwerk.

“Allemaal geen probleem,” knikt theatermaker Sadettin Kirmiziyüz in de foyer van wat (weer) tot HNT-Studio’s is omgedoopt. “Die vergelijking en associaties mogen gerust. Want mijn voorstelling speelt zich ook af in de stad, het domein van de stedeling. Ik wil het grootstedelijk leven onderzoeken, ‘the global village’.”

Hij kwam erop toen hij zag dat metropolen onderling meer verwant zijn dan aan dorpen of steden in de eigen landsgrens, aldus de in Zutphen geboren en in Amsterdam-Noord woonachtige Kirmiziyüz.

Hij wil graag laten zien hoe beste beleidsbedoelingen grote gevolgen kunnen hebben voor gewone burgers. ‘Metropolis’ wordt zo een reeks over idealen en schulden in een weerbarstige realiteit. Achtereenvolgens komen het onderwijsstelsel, de politiek, de media en de criminaliteit aan de orde. Om te beginnen staat het onderwijs centraal: hoe ziet dat veld er uit?

Voor dit eerste deel sprak hij met de Haagse onderwijswereld, baseerde zich op verhalen van leerlingen, politici, bevlogen leraren en teleurgestelde idealisten. De onderwijsmachine komt naar voren aan de hand van een schooldirectrice wier instelling gesloten dreigt te worden nadat eindexamenfraude aan het licht is gekomen.

Terwijl aldoor docenten uitvallen door een burn-out heeft ze ook nog heel wat te stellen met de leerplichtwet en notoire verzuimfraudeurs, plus de gevolgen van het stigma een ‘zwarte school’ te zijn. Het zijn voor Kirmiziyüz stuk voor stuk handvatten om een miniversie van de samenleving te tonen. “Wereldproblemen dringen hoe dan ook het klaslokaal binnen.”

‘The Wire’
Model voor ‘zijn’ Metropolis – bij elkaar vier delen in vier opeenvolgende theaterjaren – staat de Amerikaanse tv-serie The Wire (2002-2008). Die Amerikaanse politiemisdaadserie beliep vijf seizoenen en belichtte in elke aflevering een facet van Baltimore, metropool aan de VS-oostkust, in bij elkaar 60 afleveringen.

‘Good’ en ‘bad guys’ vloeiden er in elkaar over, zegt Sadettin. Hij heeft, vertelt hij, vooral zitten smullen van de verwevenheid tussen boven- en bovenwereld die erin naar voren komt. “In The Wire werd geen partij gekozen, niet verteld wat goed was en wat kwaad. Je mocht het als kijker helemaal zelf uitzoeken. In iedere stad bestaat zo’n grijs gebied.”

“Ook was in de serie heel mooi te zien hoe beleidsoplossingen doorsijpelen. Met Metropolis probeer ik ook zulke gelaagdheid aan te brengen, maar dan op de toneelvloer, en met zeven acteurs. En dat alles in vier afzonderlijke delen die we de komende jaargangen gaan maken.”

Alles kan
Hij is niet de man van kant-en-klare toneelstukjes. “We gaan uit van tekst, maar op de repetitievloer onderzoeken en improviseren we er op los.” Kirmiziyüz voelt zich als theatermaker in die zin verwant aan theater- en generatiegenoten als Marjolijn van Heemstra. Voeg daarbij een voorliefde voor documentair georiënteerd, bijna journalistiek te noemen theater. Over religie, dubbele identiteit en migratie bijvoorbeeld. Hij maakte een reeks over de Nederlandse samenleving: Hollandse Luchten en voorstellingen als De radicalisering van Sadettin K., De vader, de zoon en het heilige feest en Jeremia.

“In het theater speel ik graag met de vraag wat echt is en wat niet. Dat noopt kijkers ertoe zich te verhouden tot wat ze zien en horen, zich onderzoekend op te stellen.”

Vaak is wat op de vloer te berde wordt gebracht echt, vertelt hij, al lijkt het soms overdreven of verzonnen. “De werkelijkheid is vaak absurdistischer dan de fictie laat zien. Ikzelf kijk allang nergens meer van op. Alles kan gebeuren.”

Een marathon à la The Nation, zit dat er in? Kirmiziyüz lacht. “Dat zou natuurlijk mooi zijn.” Maar ja, dan schrijven we toch al snel het jaar 2021.

Sadettin Kirmiziyüz’s Trouble Man & Het Nationale Theater: ‘Metropolis #1’. In Theater aan het Spui van woensdag 28 februari tot en met zaterdag 10 maart 2018 en van dinsdag 17 tot en met zaterdag 21 april 2018. Meer informatie: troubleman.nl.

NB De première is uitgesteld en vindt nu plaats op vrijdag 9 maart 2018.

‘Géén blackface’

Daria Bukvić regisseert Othello bij Het Nationale Theater

Ze maakte de tongen los met Nobody Home (vluchtelingenproblematiek) en Jihad (radicaliserende jongeren). In haar eerste regie bij Het Nationale Theater zet ze haar tanden in Othello. Daarin legt de succesvolle zwarte legeraanvoerder het aan met Desdemona, een mooie witte vrouw van notabele afkomst.

Wat wil je ons met ‘jouw’ Othello laten zien?
“Shakespeare schreef Othello vierhonderd jaar geleden, maar nog altijd is er bij de grote theatergezelschappen geen Othello te zien geweest die draait om wat hij erin beschreef: een zwarte man die succes heeft in een witte wereld. Vier eeuwen is de kerngedachte uit Shakespeare’s stuk moedwillig weggedrukt. Dat is bijna absurdistisch. Kennelijk wordt die inhoud als giftig beschouwd. Ik wil onze witte samenleving een spiegel voorhouden, maar ook de theaterwereld. Er zijn tot nu toe alleen maar schijnbewegingen gemaakt.”

Maakt het uit of Othello wit, zwart dan wel zwartgemaakt is, zoals dat veelvuldig is gebeurd?
“Natuurlijk! Shakespeare beschreef Othello als een Moor met een zwarte huid. Een witte acteur deze rol laten spelen met blackface kan écht niet meer. Maar ik vind een witte acteur die Othello speelt terwijl het racismedebat in ons land hoog oplaait sowieso een zwaktebod. Het is tijd voor Werner Kolf.”

Wat is het sleutelmoment, waar werk je naartoe?
“Dat kan ik nu, terwijl de repetities moeten beginnen, nog niet zeggen. Othello is een well-made play. Natuurlijk komen in de tragedie liefde, jaloezie, ambitie en wraak ook bij mij aan bod. Maar ik ben als regisseur niet zozeer geïnteresseerd in de intrige als wel in de maatschappelijke relevantie van dit stuk. Ik wil het publiek met een tollend hoofd naar buiten sturen.”

Daria Bukvić
… heeft sinds haar afstuderen in 2011 voorstellingen geregisseerd voor verschillende festivals en productiehuizen. In 2014 ging de eerste voorstelling van haar eigen stichting in première: Nobody Home. Daarin ging ze samen met drie acteurs en hun families op zoek naar de wortels van hun en haar eigen vluchtelingenbestaan in Nederland. De voorstelling werd geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival 2015 als een van de beste van dat seizoen. Vervolgens regisseerde ze de jongerenvoorstelling Jihad, over drie vrienden die zich niet meer thuis voelen in Nederland en vertrekken naar het Midden-Oosten om zich aan te sluiten bij jihadisten. In 2016 won ze de Amsterdamprijs voor de Kunst. Daria Bukvić is vanaf 2017 als regisseur aan Het Nationale Theater verbonden.

Othello. Met: Lotte Driessen, Sallie Harmsen, Claire Hordijk, Werner Kolf, Mark Lindeman, Rick Paul van Mulligen, Martijn Nieuwerf en Joris Smit.

Othello gaat in première op zaterdag 3 februari 2018 in de HNT Studio’s. Tournee door het land t/m zaterdag 31 maart 2018.

 

 

Haagse pracht bijeengebracht

‘Den Haag is HOT’ in de Koninklijke Schouwburg

In Den Haag wonen Hagenaars en Hagenezen, staat in de leerboekjes. Beide kampen komen aan het woord op ‘Den haag is HOT’. “We zijn op zoek naar wat bindt in plaats van wat verdeelt.”

Het feest der democratie dat gemeenteraadsverkiezingen gedoopt is, in maart, werpt zijn silhouetten ver vooruit. Er wordt in de stad al lustig gedebatteerd – onder meer door deze krant – en ook Het Nationale Theater doet een duit in het ‘groengeile’ zakje met een verkiezingsavondje in de ingezette reeks ‘… is HOT-avonden’ in de Koninklijke Schouwburg: ‘Den Haag is HOT’.

Een niet-politieke duit evenwel: “We zijn geen politieke instelling” legt kwartiermaker Paul Slangen van de HOT-avonden uit. “We zoeken naar het wezen van Den Haag. We gaan niet in discussie, maar in gesprek.” Het verschil? “In een discussie concentreer je je op jezelf, in een gesprek kijk je naar de ander.”
De verkiezingen vormen de aanleiding voor contouren van toekomstig Den Haag. Slangen: “Een ander, hopelijk nog beter Den Haag.”

Vier opvallende inwoners gaan in gesprek met elkaar, keurig twee aan twee verdeeld over Hagenaars en Hagenezen, de twee bloedgroepen die met en over elkaar graag goedaardige bonje en grappen maken.

Het viertal bestaat uit rasbestuurder en oud-burgervader van Den Haag Wim Deetman en de bruggenbouwende historica Valika Smeulders (‘Den Haag was belangrijker voor de Gouden Eeuw dan Amsterdam’) en anderzijds ondernemer alias behangkoning van Den Haag John van Zweden en ADO-voetballer Tommie Beugelsdijk, dit seizoen negen keer basisspeler en, als verdediger, één doelpunt op zijn naam. Maar net zo belangrijk: hij is maatschappelijk Eredivisiespeler van het jaar door zijn niet-aflatende inzet voor de Stichting Geef Racisme de Rode Kaart en de Daniel Den Hoed Stichting.

Scheidslijn
Aan Beugelsdijk, met 16 jaar aan trouwe groengele clubgeschiedenis een volksheld van vele Hagenezen, is de traditionele scheidslijn tussen Hagenees (veen) of Hagenaar (zand) niet besteed. “Ik zie het verschil niet. Ja, in een bepaalde buurt geboren heet je opeens ‘Hagenees’ of juist ‘Hagenaar’ te zijn. Maar voor mij komt dat allemaal toch op hetzelfde neer,” zegt de profvoetballer van Alles Door Oefening, die Wateringse Veld als geboortegrond (1990) heeft.

“Ik heb altijd in Den Haag gewoond, met eventjes een uitstapje richting Rijswijk en een jaartje Frankfurt (Duitsland) in seizoen 2014-2015 na. In die periode was ik gecontracteerd door FSV. Als jonge jongen kwamen er toen heel wat veranderingen op me af. Daardoor ben ik er maar kort gebleven. Wel merkte ik meteen het verschil met Den Haag. Al was Frankfurt ook prima hoor. Maar ik meet nu eenmaal alles aan Den Haag af, zie alles door een Haagse bril. Hier stap ik, wat er ook gebeurt, altijd blij rond.”

Toekomst
Of hij ook medio volgend jaar inwoner van Den Haag is, kan hij nu niet zeggen. “In de voetballerij kan van dag op dag alles veranderen. Mijn contract bij ADO loopt komende zomer af. Je weet nooit precies wat er dan gaat gebeuren.”

Als toekomstdroom ziet hij in de stad graag meer voorzieningen voor jongeren verrijzen: ”Meer buiten spelen, buiten is er hier weinig te doen. Geen uitgaansgelegenheden zoals cafés of discotenten, maar plekken waar je je fysiek kunt uitleven, waardoor jongeren als het ware achter de verslavende playstation en de mobiel vandaan komen. Meer ruimte voor straatvoetbal bijvoorbeeld.” Ook hoopt hij op een schone, opgeruimde stad. “Een stad zonder criminaliteit, waar respect de boventoon voert.”

Op de vrijdagen 8 en 15 december struint Het Nationale Theater met een camera rond op de Haagse Markt. Kooplui én koopjesjagers kunnen dan hun toekomstwens uitspreken. Op de gespreksavond wordt daarvan een compilatie vertoond. Er is dan ook live ‘zendtijd’ voor alle Haagse politieke partijen, en in de foyer een verkiezingsmarkt. En zo doet de politiek dan toch zijn zegje. Zangeres/actrice Naomi van der Linden, Anastacia Larmonie, de HNT-huisband en acteurs van Het Nationale Theater zorgen voorts voor de nodige muzikale en theatrale omlijsting.

Den Haag is HOT. Maandag 18 december 2017 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl.

Emotionele extremisten

HNT en Oostpool in Kinderen van Judas van Jeroen De Man

In het leven valt er in uiteenlopende soorten en mate(n) gezellig te griezelen. In boeken, op TV, het filmdoek, de muziek. Maar er is nu ook effectbejag op het aloude toneelpodium.

Met satanisch genoegen zet Jeroen De Man met Kinderen van Judas zijn messcherp gevijlde hoektanden in een fenomeen dat menigeen rillingen bezorgt: dat van de eeuwig levende vampiers. ‘Vampiers bestaan, Punt.’

Secret societys zijn er in overvloed. Dark web, ruige motorclubs, KKK, vrijmetselaars, tempeliers. Heksen, spoken, geesten, zombies en weerwolven. Vampiers zijn evenwel van een andere orde. Bovennatuurlijke buitencategorie. Van een andere dimensie want menselijke ‘ondoden’. Dracula en Nosferatu zijn tot stijliconen uitgegroeid van een grofkorrelige nostalgie. Want tel maar op: vampiers zijn machtig en onsterfelijk, en ze waren aanwezig bij zowat alle heuglijke mensengebeurtenissen die de wereld hebben gevormd tot wat hij nu is – ehh, voor zover ze tenminste ingeroosterd waren.

Intussen heeft een van de vampiers in Kinderen van Judas’er tabak van. Hij is ongelukkig. Een ijzige grafstemming heerst derhalve in uitzichtloos vampierenland. Na millennia van steeds weer richting geven aan de dagen, iedere dag opnieuw, heeft hij het he-le-maal gehad, een burn-out ligt op de loer. Bijna doodverveeld. Slechte PR doet de rest. Net een mens. Doel: Hij wil de wereld zuiveren van poëzie.

Het is voor Jeroen De Man en zijn acteurs, een mix van spelers uit het tableau van Het Nationale Theater en Toneelgroep Oostpool, een dankbare opmaat om tot een exuberant spektakel vol galgenhumor en ‘sick jokes’ over te schakelen, die evenwel verder gaan dan louter gegriezel om gruwelijke griezels.

Nee, hun vampierlandschap is een speeltuin in fluorescerende plastictinten op huiskamerformaat, maar laat ook een mooi ‘memento mori’ zien voor de sterfelijke diersoort die de mens is, kalm uitgesproken door Joris Smit. De tragedie van de mens is immers niet dat hij weet dat hij sterft, maar juist dat de wetenschap dat de laatste deur wijd openstaat voorwaarde om tot handelen over te kunnen gaan. Anders gezegd: In de allerlaatste momenten van het leven beseffen je poriën pas echt dat ze leven.

In Kinderen van Judas wemelt het ondertussen van verwijzingen naar popmuziek (dat met death metal en types als Marilyn Manson en Alice Cooper rijk toebedeeld is), naar filmhistorie (True Blood en Only Lovers Left Alive) en zelfs naar apocalyptische facetten van de bijbel.

De Man tart graag theaterwetten. Dat liet hij bij De warme Winkel al zien. En ook in Ondertussen in Casablanca, zijn veelgeprezen debuut vorig jaar bij HNT / Oostpool, deed hij zulks met genoegen.

Dit keer echter even vaak hilarisch als melig. Een fantasierijke maar gedurfde mislukking die toch vier sterren waard is. Waarom? Wel, De Man haalt het beste in acteurs naar boven, geeft ze hun spelplezier terug. Een lesje in pure levenslust dat overslaat. Maar twee uur aan zuivere speeltijd blijkt wat veel van het goede. Of slechte dan. Dat trekt zelfs een eeuwig levende vampier niet.

Met halloween (met jaar op jaar een recordaantal moorden in de VS) op komst, horrorclowns die aan de orde van de dag zijn en Harvey Weinstein lijken we trouwens allang in een wereld van ondoden beland.

HNT/Oostpool: Kinderen van Judas. Van ma 6 tot en met wo 8 november 2017 en vr 15 en za 16 december 2017 in Theater aan het Spui. Meer informatie: hnt.nl.

Door het vuur gaan

NTjong speelt Griekse klassieker.

Voor haar ouders gaat ze door het vuur. Ifigeneia. Met uiterste consequenties. “Kinderen zijn onmetelijk loyaal.”

De glimlach van een kind, zong Willy Alberti anno 1968 rondborstig, doet je beseffen dat je leeft. Mag zijn, maar Alberti’s oneindige tegeltjeswijsheid ten spijt, ziet Ifigeneia’s vader zich niettemin genoodzaakt het bloed van zijn eigen dochter te offeren. Hoe dan? Zolang wind uitblijft kan koning en opperbevelhebber Agamemnons oorlogsvloot niet uitvaren. En lukt het niet de Trojanen in de pan te hakken, terwijl die toch de vrouw van zijn broer hebben geschaakt. Artemis, godin van beroep, is weliswaar bereid wind op te steken, maar vraagt in ruil daarvoor een offer: zijn lievelingsdochter.

Bedrog, kindermoord en wraak, zoals zo vaak in Griekse klassiekers? “Voor mij,” zo ontkracht regisseur Noël Fischer, moeder van twee kinderen, de veronderstellingen, “staat in deze bewerking oneindige liefde voorop. Namelijk de liefde die ouders koesteren voor hun kinderen, en die andersom nog veel sterker is: kinderen zijn loyaal, onmetelijk loyaal ten aanzien van hun ouders. ‘Ifigeneia Koningskind’ is zeker geen onmenselijk griezelverhaal, eerder een avontuur van een jong meisje met een grote mond maar een lief hart. Ze komt niet om, maar verdwijnt in een windvlaag. Naar het nu vertaald is Ifigeneia Koningskind bijna als een kruising tussen ‘Ronja de Roversdochter’ en ‘The Hunger Games’.”

Sarah Bannier, titelrolspeelster Ifigeneia, schiet in de lach: “Ja, dat snap ik wel.” Al heeft ze ook haar eigen gedachten: “Een oud stuk in een modern jasje. Ifigeneia vindt van zichzelf dat ze niet genoeg verantwoordelijkheid aan de dag legt, ze denkt dat zijzelf of haar gedrag schuldig is aan de schreeuwende ruzies die haar ouders hebben. Ze wordt voor een onmogelijke beslissing gesteld aan de vooravond van een grote oorlog. En ze trekt daaruit de uiterste consequentie voor zichzelf: ze wil alles voor haar ouders oplossen  en zichzelf daarvoor opofferen.”

Opofferingsgezind. Een heldin.”Ze wil de wereld redden.”

Bannier (27) heeft schik in het spelen van een brutaal nest. “Ik leer veel, duik voor deze rol in mijn kinderjaren, mag fel en direct zijn. Het is erg leuk om veel verschillende kleuren te spelen.”

Met Ifigeneia Koningskind (8+) componeerde toneelschrijfster Pauline Mol 26 jaar geleden een meeslepend verhaal over een moedig meisje. Ze vertelde Euripides’ 2400 jaar oude stuk voor het eerst vanuit het perspectief van het kind. ‘Als ik naar het altaar ga ben ik een godin zo belangrijk dat het hele volk jubelt. Mijn leven heeft ineens een betekenis. Ik ben geschiedenis. Onsterfelijk. (…) Alles in een keer opgelost. Want mijn ouders zijn goed en trots op mij. En ik ben hun sterke dochter. Dat is toch ontroerend.’ Het was een van de eerste rigoureuze toneelbewerkingen van een klassieker voor kinderen. De tekst werd recentelijk uitgeroepen tot beste jeugdtheatertekst. “Alleen al van papier of pdf – zó te vinden op internet – gaat die rechtstreeks het hart in,” meent Bannier, bekend van onder meer ‘Minoes’ en het ‘Sinterklaasjournaal’. Fischer stemt knikkend in. “Ik was ook meteen erg gegrepen.”

Hoe lost Fischer, moeder van twee kinderen, thuis echtelijke ruzies zelf op? “Die spreken we apart van de kinderen uit.” Bannier, nog geen kinderen: “Ik ben opgegroeid in een harmonieus gezin, heb nooit wat van ruzie tussen mijn ouders meegekregen.”

Fischer zet voor het eerst haar tanden in een Griekse klassieker. “Zeker, er gebeuren daarin Onvoorstelbaar Grote Dingen. Mensen vragen me waarom ik dit oude verhaal wil opdissen. Maar dat is toch een rare vraag?! Dit verhaal moet blijven verteld worden, net als, bijvoorbeeld, dat over Kaïn en Abel of dat van de Ark van Noach. En dat moet gebeuren in het theater, anders zijn we straks overgeleverd aan de tv. Tere achtplussers? We hadden tijdens de repetities een klas op bezoek. Iedereen van ze was muisstil en alles werd meteen begrepen .” Bannier: “Je moet kinderen niet onderschatten.”

NTjong: ‘Ifigeneia Koningskind’ (8+). Te zien in Theater aan het Spui op vrijdag 6 en zaterdag 7 (première) oktober 2017. Ook op dinsdag 12 en woensdag 13 december 2017.