De familie als minimaatschappij

Het Nationale Theater: De eeuw van mijn moeder

Het Nationale Theater (HNT) grossiert in theatermarathons. Na ‘The Nation’ in 2017 en vorig jaar ‘Leedvermaak’ dat helaas werd afgelast, haalt het de schade nu dubbel en dwars in met De eeuw van mijn moeder

De nieuwe tekst en regie van Eric de Vroedt grijpt terug op mightysociety, naam van zijn vorige theatergroep én een tiendelige voorstellingenreeks. Die sloot hij af met een stuk over zijn vader. Nu, in drie delen en bij elkaar 4,5 uur inclusief twee pauzes, is het tijd voor een marathonvoorstelling over zijn moeder. Centrale vraag: Hoe laat het koloniale systeem sporen na in een familie? De familie als minimaatschappij.

De eeuw van mijn moeder is ook een familie-epos over de emigratie van Nederlands-Indië naar Nederland en over sporen die emigreren nalaat. Esther Scheldwacht geeft in de uitgebreide cast van dertien acteurs gestalte aan moeder Winnie. In het kort: In 1948, tijdens de politionele acties in haar geboorteland Nederlands-Indië, komt ze aan in Nederland. Haar leven is getekend door de koloniale samenleving waarin ze werd geboren maar streeft naar ‘niet-Indisch’ zijn, wat voor haar neerkomt op autonoom en vrij zijn, de regie in handen hebben. Maar steeds trapt ze in een nieuwe val.

Scheldwacht (53) is geboren in Den Haag. “Mijn beide ouders zijn Indisch,” vertelt ze door de telefoon. “Die komen allebei van Java. Mijn moeder komt uit Djakarta, dat vroeger Batavia heette. Mijn vader is op verschillende plekken op Java opgegroeid. Afzonderlijk van elkaar zijn ze in hun jeugd naar Nederland gekomen. Mijn moeder was op dat moment 15, mijn vader 12. Ze hadden ‘gemengd bloed’, Indonesisch en Europees. Dat heb ik ook als kind altijd geweten, maar hoe dat nou precies in elkaar stak in de voorgeschiedenis, daar ben ik eigenlijk pas de laatste tijd veel mee bezig.”

Een tijd terug heeft ze eens een DNA-test laten doen. “Ik wist al wel dat er Vlaams bloed via mijn oma van moeders kant was, en Duits via mijn vaders moeder. Wat er meer aan culturele achtergronden in zit, ben ik nog steeds aan het ontdekken. Uit de test bleek dat ik in ieder geval ook Finse genen heb, en Thaise.” Op vakantie in het Aziatische land heeft ze dat destijds aan den lijve ondervonden. Ze voelde zich er zo op haar gemak dat Thai spontaan aan haar de weg vroegen.

Ze is opgetogen over de samenwerking, hernieuwd, met De Vroedt. Met de in Rotterdam geboren artistiek leider van HNT werkte ze ook in de migthysociety-reeks samen, en nog in 2018 bij HNT in ‘De hereniging van de twee Korea’s’. “Dit betekent heel veel voor mij, ook door het thema. We hoeven elkaar weinig uit te leggen. Dat je eenzelfde wordingsgeschiedenis hebt doorgemaakt, helpt enorm.” Ook de samenwerking met de acteursgroep doet bijna als een familiehereniging aan, zegt ze. “In de toneelwereld heeft iedere groep acteurs met wie je samenwerkt zijn eigen dynamiek, maar deze groep is écht bijzonder. In het stuk vorm ik een familie met Bram Coopmans als zoon, Denise Aznam als dochter , Emma Buysse als kleindochter en Joris Smit als favoriete schoonzoon. Dat klopt zó goed, ik had geen betere familie om me heen kunnen wensen,” lacht ze.

Zit er in haar afkomst pijn? “Ja, dat denk ik wel. Typische dingen waar ik tegenaan loop zijn vooral terug te voeren op mijn eigen gedragingen en levenshouding. Ik ben me ervan bewust dat mijn zwakte tegelijkertijd mijn kracht is.”

“Ik merk dat ik me in de wereld beweeg alsof het geleende ruimte is, alsof het allemaal toch niet helemaal van mij is. Ik laat anderen voorgaan of houd alles in de gaten, en ben sensitief voor de uitwerking van de een op de ander, dat is voor mij bijna een tweede natuur. Dat vind ik ook wel prettig, want het is fijn als er ook mensen zijn die bescheiden zijn, gevoelig, of de groepsdynamiek in de gaten houden en niet alleen maar schreeuwen.”

“Ik heb de neiging met iedereen rekening te houden, op het gevaar af mezelf over te slaan. Voor een actrice is dat niet altijd even handig. Daarom vind ik het te gek dat Eric een epos maakt over een type vrouw waar je normaal wellicht aan voorbij zou gaan. Dat sluit aan op het thema van voorstellingen die ik zelf maak, zoals Helga Maria Baumgarten en de Sunshine Show en binnenkort het door mij voor toneel bewerkte boek Lichter dan ik van Dido Michielsen. Dat gaat over de njai, de Indonesische oermoeder die nooit eerder een stem heeft gekregen.”

Het Nationale Theater, De eeuw van mijn moeder, t/m zondag 11 juli, 13.30 uur / 18.30 uur, Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.hnt.nl

‘Ieder jaar heeft Dodenherdenking meer vat op mij’

Oorlogsjaren van kinderen centraal in ‘De Laatste Getuigen’

In De Laatste Getuigen komen steeds ooggetuigenverslagen aan bod. Het Nationale Theater maakt er, ook onder corona, een memorabele aangelegenheid van. “Zij vinden het zelf vaak gewone verhalen.”

Een brok in de keel. Dat was wel het minste dat je je spontaan overkwam als De Laatste Getuigen bijwoonde. Het documentaire project van het Nationale Toneel / Het Nationale Theater (HNT) haalde al zes keer op rij – en de zevende is in aantocht – mensen van vlees en bloed op het toneel die de Tweede Wereldoorlog aan den lijve had ondervonden, en plaatste dat vaak pal naast jong acteertalent van het Haagse toneelgezelschap.

Verleden jaar draaide het rond 75 jaar vrijheid. Hagenaars vertelden wat hen overkwam en bleken hun herinneringen aan armoe en honger, angst, geweld of eenzaamheid zeker niet verdwenen toen de bezetting eenmaal voorbij was.

Dit jaar is gezocht naar hoe het was om kind te zijn geweest in de oorlog, met als ondertitel: ‘Je vergeet het nooit’. De laatste getuigen zijn in dit geval: John Spanjaard, Martin de Vos, Arie Molenkamp, Gerrit Sonnenberg, Francesca Pattipilohy, Coby Kooi en Hetty van den Broeke.

Bij HNT is Erna van den Berg (1960) van den beginne verantwoordelijk voor de invulling van ‘De Laatste Getuigen’. “We bekijken elk jaar opnieuw het onderwerp,” zegt ze. Bij het thema van verleden jaar ‘75 jaar vrijheid’ zijn we op zoek gegaan naar verhalen, naar mensen op wie de impact zo is geweest dat je die de rest van je leven met je meedraagt.”

De getuigen van deze editie vertellen over hun kinderjaren. Als je zoekt naar mensen die kind in de oorlog waren, dan is dat anders dan zoeken naar mensen met een traumatische ervaring. “Zij vinden het zelf vaak gewone verhalen, beschouwen het niet meer dan kleine drama’s. Zo van: toen was het gewoon zo. Ze zien het zelf als huis-, tuin- en keukenverhalen over het alledaagse ploeteren. Maar die verhalen zijn juist bijzonder. Onze aanpak was zoeken naar de gewone man.”

Gaandeweg is de invulling van ‘De Laatste Getuigen’ trouwens moeilijker geworden, vertelt ze. Reden? “Er zijn steeds minder volwassenen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt.” Maar ook corona is ook dit jaar een lastpost gebleken. “Voor de interviews die ik met de mensen houd, waren we het gewend om een verzorgings- of bejaardenhuis binnen te stappen. Dat was dit en vorig jaar natuurlijk heel anders.”

Ze trekt een parallel. “Ieder jaar heeft de Dodenherdenking meer vat op mij. En besef ik dat je nooit van tevoren kunt weten wat je in bepaalde situaties zult doen. Je mening, je actie kan van het ene moment in het andere omslaan, dat zie je ook gebeuren in deze ‘coronatijd.”

Vorig jaar werd De Laatste Getuigen uitgezonden bij Omroep West, en ook dit jaar is de regionale omroep van de partij. De uitwerking op video verschilt van een live confrontatie in de theaterzaal.

“Het is aangrijpend om te zien hoe een jonge acteur en een oudere man of vrouw samen het verhaal bouwen, al vinden sommige getuigen het weleens lastig om hun verhaal uit handen te geven. Het publiek ziet die wisselwerking. Op video komt dat allemaal helaas minder tot uitdrukking. Ik hoop dat we weer gauw de theaterzaal in mogen.”

Theater Na de Dam
De Laatste Getuigen maakt deel uit van de manifestatie Theater Na de Dam, jaarlijks op de avond van de Nationale Dodenherdenking op 4 mei. Theaters in Nederland voeren gelijktijdig theatervoorstellingen op die inhoudelijk betrekking hebben op de Tweede Wereldoorlog. Het alternatieve programma van dit jaar kent een uitzending op NPO1, podcasts, (korte) films, hoorspelen en registraties die thuis te bekijken en beluisteren zijn.

Het Nationale Theater i.s.m. Omroep West, De Laatste Getuigen – Je vergeet het nooit. Kind in de oorlog, zondag 2 mei vanaf 18.25 uur en maandag 3 mei 2021 op Omroep West. De documentaire wordt ieder uur herhaald.

De lach van One-Tété Lokay

Romana Vrede met verhalen van opstandige slaven

Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen. Acteur Romana Vrede verzamelde voor het project ‘Tijd zal ons leren’ liefst 127 verhalen van verzetsstrijders uit de koloniale tijd. Veel feiten zijn er niet, wel veel aannames. “Ik vertel vanuit mijn buik. Wat ik niet aan feiten weet, vul ik met respect en intuïtie aan.”

Eén van die verhalen deed ze bij wijze van voorproefje uit de doeken bij het tv-programma ‘On Stage’, dat trouwens nog online bij NPO ‘terug te zien’ is. Vrede sprak indringend en theatraal:

‘Volgens de overlevering gaat het verhaal van One-Tété Lokay als volgt. Tenminste: zoals ik denk dat het is gegaan. Lokay was een vrouw. Nee, weet je, Lokay was een meisje. Kijk, in die tijd ben je al snel een vrouw. Ze woonde op een plantage. En dan denk ik altijd: in hoeverre kan je wonen op een plantage? Ze was tot slaaf gemaakt op het door Nederland gekoloniseerde eiland Sint-Maarten. Op een dag vlucht ze, weg van de onderdrukking, weg van de ondermijning, weg van de mannen die beweren dat zijn hun eigendom is, weg van de slavernij.

Op zoek naar vrijheid in de binnenlanden van Sint-Maarten.

Maar daar is geen oerwoud waar je je kan verstoppen. Het is er onherbergzaam, heuvelachtig, stoffig, steen, zee… ik vraag me ook af… snap je… kan ze zoetwater vinden… Ze raakt verzwakt en wordt zo een makkelijke prooi voor de witte jagers. Shit. In die tijd was het gebruikelijk om het lichaam van een rebel te verminken. Als straf en ter waarschuwing voor andere vrouwen geven de witte kolonisten het bevel een van haar borsten af te snijden. Lokay bloedt bijna dood.

Maar dankzij hulp van de vrouwen en hun kennis van geneeskrachtige kruiden herstelt ze langzaam. En ze krijgt te horen: Lokay, als je weer ongehoorzaam bent, snijden we je andere borst af. Lokay zegt: ‘Het afsnijden van mijn borst maakt niet dat je macht over me hebt. Ik laat me niet regeren door angst’. En ze rent weer weg. Ondermijning van het gezag, zeiden de kolonisten. Maar One-Tété Lokay wordt niet gepakt, haar kennis van het gebied groeit… En op een dag was ze vrij. Later zou ze zeggen: ‘Je bent nooit alleen als je vrij bent.’’

De verhalen die Romana vertelt worden ondersteund met muziek, dans en spoken word door ‘performance artist’ OTION. Vrede deed zelf de research en schreef de teksten voor wat bij Het Nationale Theater tot een meerjarig, multimediaal project moet uitgroeien.

“De gemeenschappen van de verzetshelden voerden me bijna automatisch van het ene naar het andere verhaal. Het leken wel voorboden,” legt ze uit. “Ook heb ik hulp gehad van een redactie, mensen die er meer verstand van hebben dan ik. Een aantal daarvan komt in mijn online talkshow aan bod.”

Orale traditie
Ze is tot een document van bijna 300 pagina’s gekomen. Daarin beschrijft ze de lotgevallen van in totaal 127 helden. “Ik dacht eerst: Ik ga een voorstelling maken over de 25 meest schrijnende of spectaculaire helden, maar ik kon niet kiezen.”

Ze is bezig de gegevens in een poëtisch verhaal te gieten. “Ik heb besloten alle data eruit halen, want dat belemmert. Ik wil juist de orale traditie eren. Met data erbij lijkt het een geschiedenisklasje. Maar het gaat niet om jaartallen, dat is juist wat er schort aan het westerse geschiedenisonderwijs,” zegt de actrice die een blauwe maandag geschiedenis en sociologie studeerde en lijstduwer is voor politieke partij BIJ1.

Door ‘corona’ wordt de inspanning van het project – zeker tien delen, verspreid over steeds twee à drie maanden, met zo’n tien helden die per editie – verdeeld over verschillende media, van theatervoorstelling-zodra-het-kan tot livestreams, columns, podcasts en online talkshows. Komende donderdag is de eerste. Vanaf 18 maart willen we, corona volente, weer live en met publiek in het theater spelen. Het is natuurlijk afwachten of dat ook echt kan.”

Slavernijmonument
Den Haag krijgt over twee jaar een slavernijmonument, zo is de bedoeling.

Tegen die achtergrond maakt Vrede met haar initiatief alvast een verreikend statement: “Als mensen in die tijd hun mond opentrokken en dat met de dood moesten bekopen, wat let ons dan in onze tijd? We zijn al een tijdje aan het zwijgen,” zegt ze, “over milieu, (on)gelijkwaardigheid, seksisme, discriminatie, vleesconsumptie, de Belastingdienst… Op heel veel lijstjes bungelt Nederland treurig onderaan. Maar steeds weer gaan we over tot de orde van de dag. Het systeem erachter kaarten we niet aan. Dat is verontrustend. Zoals mensen vroeger lui dachten: Slavernij? Dat is er nu eenmaal. Maar voor je het weet belanden we ook hier in een totalitair systeem.”

Het Nationale Theater, Tijd zal ons leren, online talkshows op donderdag 25 februari, 4, 11 en 18 maart 2021. Theatervoorstellingen vanaf medio maart 2021 (onder voorbehoud). Kijken kan via website www.hnt.nl/tzol

kader: biografie Romana Vrede
Romana Vrede werd voor haar rol in RACE van Het Nationale Theater in 2017 onderscheiden met de ‘Theo d’Or’, de toneelprijs voor de ‘beste vrouwelijke hoofdrol’. Ze werd hiermee de eerste zwarte actrice die deze prijs won. Vrede werd geboren in Suriname en verhuisde op vierjarige leeftijd naar Nederland. Van vaders kant is ze creools, van moeders kant Zuid-Amerikaans. Vrede doorliep de Toneelschool Arnhem.

Op weg naar het allermooiste

Het Nationale Theater speelt altijd: Every Brilliant Thing

Welke dingen, gedachten, gebeurtenissen, mensen, maken het leven de moeite waard? En wat zou dan bovenaan het lijstje staan?

IJsjes? Familie? Muziek? Een kleur? De hoofdpersoon (om het even m/v) in Every Brilliant Thing komt, ten slotte, tot wel een miljoen redenen. ‘Ik heb een lijst gemaakt. Van al het moois in de wereld.’ Maar dat was niet genoeg om het leven van zijn/haar suïcidale moeder te kunnen redden.

Het Nationale Theater speelt Every Brilliant Thing, een hartverscheurende tekst van Duncan McMillan (1980), bekend van Peoples, Places, Things en Lungs (Ademen).

“Oeh, da’s een gemene,” reageert regisseur Erik Whien op de vraag wat zijn eigen hoogstpersoonlijke ‘brilliant thing’ is. “Want dat hangt erg van het moment af en van je blikveld,” legt hij uit. “Momenteel is dat het beeld van het wakker worden, in de ochtend, van mijn kinderen, pyjamaatjes aan, knuffels om zich heen verzameld en de haartjes door de war. Maar het mooie van de ‘briljante dingen’ zoals het in de voorstelling naar voren komt, is dat alles briljant kan zijn, de verteller van het stuk komt uiteindelijk tot wel een miljoen dingen. Van hoe een glas op een bierviltje staat, het geluid van een raam dat opengaat tot hoe het licht door de lamellen valt… álles waarvan je ook maar in de verte de gedachte bekruipt dat juist dat ene voor even of langer het leven waard maakt. Doordat het er zoveel zijn, is dat als het ware de optelsom van het leven. Anders gezegd: Het leven zelf.”

De verteller van het stuk kan een man of vrouw zijn. Every Brilliant Thing wordt bij Het Nationale Theater om beurten door Bram Suijker (m) of Tamar van den Dop (v) gespeeld. ‘Toen ik klein was,’ merkt de hij/zij op tijdens de voorstelling, ‘was ik veel beter in gelukkig zijn. Ik heb een lijst gemaakt van al het moois in de wereld. 31: Vogelzang. 45: Omhelzingen. 341: Alcohol. 577: Thee met koekjes. 1092: Gesprekken.’

Twee acteurs die om en om de voorstelling spelen, waarom eigenlijk? “Het eerlijk antwoord is,” antwoordt Whien, “waarom eigenlijk niet? Het concept van het stuk is bedacht door Duncan MacMillan met een stand-upper. In de regieaanwijzingen staat beschreven dat het door en man of een vrouw gespeeld kan worden – mits je het stuk naar je toetrekt. Dat hebben we letterlijk genomen. Hoe dat uitpakt? Het zijn twee verschillende versies. Bram en Tamar nemen allebei hun eigen energie mee de vloer op. Zelf vind ik deze keuze voor twee verschillende acteurs aansluiten bij de tijdgeest en discussies rond identiteit en gender. Daar gaat de voorstelling niet over, begrijp me goed, het is ‘bijvangst’, maar ik vind dat nuttige gesprekken, ook binnen het theater. Het geeft vrijheid, en dat is wenselijk in deze tijd. Bovendien is het een leuke manier van werken en is het voor mij als regisseur fijn om meteen te kunnen zien dat een voorstelling meerdere kanten op kan vallen.”

Dat laatste wordt versterkt doordat aan het publiek een actieve rol is toebedeeld: de verteller (m/v) deelt daartoe in de zaal, nog voor aanvang van het stuk, voorleeskaartjes uit. Gedurende het hele stuk worden mensen uit het publiek gevraagd om een enkele korte scène mee te spelen. Ze mogen zeggen wat ze willen en de verteller moet het daarmee doen. Het spontane karakter ervan is een belangrijk element van het stuk.

Dat betekent dat de verteller (m/v) veel moet schakelen en improviseren. Hoe regisseer je dat, improviseren? Whien: “Spontaniteit is niet te regisseren. Maar die ‘blank spots’ hoef ik ook niet te regisseren. Er gebeurt wat er gebeurt. Dat is extra spannend voor het publiek en voor de spelers. Maar de verteller is in charge, dat voelt het publiek, en heeft ankerpunten in de tekst. ” Hij lacht: “Maar we hebben wel een manier bedacht om eruit te komen als het teveel uit de bocht lijkt te gaan vliegen.”

In de voorstelling speelt muziek een grote rol, daarom is een ‘Song-project’ opgezet waarin troostrijke liedjes van vast, crew en publiek worden verzameld in een afspeellijst, met de verhalen erachter.

Het Nationale Theater, Every Brilliant Thing, woensdag 9 t/m woensdag 30 december 2020, Studio’s HNT / Koninklijke Schouwburg, div. aanvangstijden. Theater Dakota, vrijdag 22 januari 2021. Tournee t/m 13 februari 2021. Meer informatie: www.hnt.nl

Online kunst: ramp of redding?

‘Pixelkunst’ in tijden van ‘lockdown light’

Maak van binnenblijven een feest! Wat hebben Haagse kunstinstellingen voor thuisblijvers in petto?

Voorpret is voorzorg geworden. Theaters en musea zijn wederom het haasje, en nog zeker een weekje potdicht. En dus is online weer ‘aan’. De zogeheten ‘intelligente lockdown’ van dit voorjaar heeft geleerd dat de platte online ervaring – met een in vloeibare kristallen gedompelde dubbele glasplaat tussen kijker en kunstbeleving in – niet kan tippen aan ‘the real thing’: tegen over elkaar heen buitelende verflagen in 3D, zwetende dansers, extatische musici, fluisterstille acteurs in een theater- of concertzaal… kunnen de kille nullen en enen van het computerscherm nooit en te nimmer op. Toch ontstonden dit voorjaar aardige initiatieven. Nu, koud een half jaar verder, bloeit het nieuwe ‘genre’, langzaam maar gestaag.

Musea hebben het online makkelijker dan theaters. Musea zijn collecties, verzamelplaatsen van in principe aërosolvrije stilstaande beelden, vaak vervat in de vorm van een tentoonstelling. Dat overwegend statische geheel is relatief eenvoudig online te vangen.

Zo is komende zondagmiddag, 15.30 uur het Mauritshuis het decor voor een digitale live rondleiding langs topstukken van het museum. In het tijdsbestek van één uur trekken krijg je er nog een aardig praatje bij, plus de mogelijkheid om live vragen te stellen. Martine Gosselink, directeur Mauritshuis op de website: “Sinds afgelopen maart zijn we actief met 3D-tours en kinderactiviteiten voor thuis. Nu gaan we een stapje verder met een echte live rondleiding. Het liefst bekijk je onze kunstwerken natuurlijk in het echt, maar gelukkig zijn er ook heel veel manieren om thuis van de collectie van het Mauritshuis te genieten. Ontdek het beste uit de tijd van Rembrandt en Vermeer thuis op de bank.”

Het Maurtitshuis heeft ook online workshops beschikbaar en je kunt er luisteren naar schilderijen in het project ‘Bekijk het Mauritshuis met je oren’. Spinvis, Harrie Jekkers, Eva Jinek, Abdelkader Benali, Pat Smith en anderen lieten zich inspireren door topstukken uit de collectie. Meer dan de moeite waard is ook de app ‘Second Canvas’ waarmee je schilderijen uit de collectie thuis kunt bekijken in en extreem hoge resolutie.

Ook het Kunstmuseum zit ruim in het online aanbod, van minitentoonstellingen tot virtuele tours, zoals rond de actuele opstelling van Anders Zorn, evenals ‘Kunst in de wereld van de islam’, en ‘Vincent van Gogh & Paul Signac’. Het naburige Fotomuseum Den Haag doet een duit in het digitale zakje met filmpjes van rondleidingen langs onder meer Eddy Posthuma de Boer en Helena van der Kraan.

Ook Panorama Mesdag gaat digitaal steeds meer overstag. Zo is er via de eigen site een audiotour-met-beeld te beluisteren rond de museumcollectie, evenals van de lopende tentoonstelling ‘CANDID’. Ook kun je een virtuele duik nemen in het cilindrische Panorama zelf, en kun je daarbij zelf inzoomen op details van het doek. ‘Concullega’ de Mesdag Collectie heeft ook een mogelijkheid gecreëerd om online in te zoomen op topstukken uit de eigen collectie.

Theater
Waar musea gezegend zijn met opstellingen die weken-, soms maandenlang zonder mankeren meekunnen, zijn theaters doorgaans iedere week standplaats voor zo’n drie of vier verschillende voorstellingen. Die variatie maakt het lastig om, zoals nu, op stel en sprong een online aanbod te hebben. Belangrijker nog is dat theaters plekken zijn waar kunst ‘levend’ wordt opgediend. Na een optreden of voorstelling resteert doorgaans niet meer dan herinnering, foto, affiche of, en in steeds meer gevallen, een videoregistratie – meestentijds bedoeld voor eigen, intern gebruik. Tikkeltje jammer misschien dat laatste, maar zo’n ad hoc verslag kan nu eenmaal niet tippen aan een professionele, tv-waardige registratie met zijn close-ups, goed geluid (spraak!) en een puike montage. Maar dat is wel wat het publiek wil.

Nederlands Dans Theater heeft daar sinds de première van het programma Endlessly Free in september wat op gevonden door de fysieke voorstellingen (ook) aan te bieden via een livestream, en dat in een professioneel gefilmd format. De voorbije voorstellingen van Dare to Say (NDT2) in het voorbije weekeinde waren zelfs exclusief via livestreams te zien. Het is bovendien een mogelijkheid – en verdienmodel? – om wereldwijd het danspubliek te bedienen. “NDT is blij om zijn voorstellingen via deze digitale weg te kunnen aanbieden. Met intiem en nauwkeurig camerawerk ambieert het gezelschap zijn publiek van een digitale ervaring te voorzien die de NDT-creaties dichterbij de kijker brengt,” vermeldt de site.

Het Nationale Theater heeft geen livestream of registratie paraat, en ook al geen online estafette-vertelling. Dat is te betreuren want de uitmuntende serie ‘Het Nationale Theater speelt altijd’ zou daar geknipt voor zijn. Hier laten de publieke landelijke en regionale omroepen misschien ook een steekje vallen trouwens. De gastgezelschappen die er deze maand geprogrammeerd waren, bieden slechts mondjesmaat online uitkomst. Pas ergens eind november, als theaters hopelijk en waarschijnlijk weer voor maximaal dertig bezoekers opengesteld zijn, is op dat vlak wat te beleven. Daaronder het debatprogramma We need to talk dat in samenwerking met kunstinstelling Nest tot stand komt. Bij de voorstelling Swan Lake op 6 december bieden Club Guy and Roni samen met Slagwerk Den Haag een online game aan, die je ook nu al kunt spelen in hun NITE Hotel. En ten slotte is er nog de Politieke Eindejaarsshow op 15 december die je digitaal kunt volgen.

Je kunt ook besluiten je laptop dicht te klappen en, zomaar een dwarsstraat, het Hemels Gewelf van James Turrell aan de Machiel Vrijenhoeklaan bezoeken. Een buitenaardse ervaring. Of eens een boek lezen, da’s sowieso een win-winsituatie want is het schrijven van een boek een ware kunst, het lezen is dat ook. Wees dus zelf een kunstenaar! Voor digitale diehards: een boek lezen kan ook online, gewoon via de bibliotheek.

Kind van de rekening

Het Nationale Theater speelt altijd: Ademen

Tienduizend ton CO-2 extra de lucht in. Hoeveel olifanten in de atmosfeer zijn dat? Maar dat is wel de consequentie, ultimo doorgerekend als je ‘een kind neemt’. Moet je dat dan wel willen? Na wat vijven en zessen over het nut van twijfelen volgt een gloedvol ‘ja’. Want goed volk zijn ze, vinden ze van zichzelf.

‘Ademen’ is er eentje uit de reeks ‘Het Nationale Theater speelt altijd’. Het zijn stuk voor stuk ‘wendbare’ voorstellingen, geboren uit nood, om ‘corona’ het hoofd te kunnen bieden – maar toch vooral ook om in staat te zijn het publiek weer te kunnen ontmoeten en te spelen.

De serie bestaat hoofdzakelijk uit stukken die voor een kleine bezetting, voornamelijk monologen met nu en dan uitstapjes naar tweegesprekken. Het gaat daarbij ook meest om teksten die hier in Nederland niet vaak gespeeld zijn, zoals deze van de 39-jarige Duncan Macmillan. Hij is hier vooral bekend van ‘People, Places and Things’ dat vorig jaar door Toneelgroep Oostpool tot een theaterhit uitgroeide. Voor haar hoofdrol kreeg Hannah Hoekstra toen de Theo d’Or. Het Nationale Theater speelt overigens twee van stukken van zijn hand in hun ‘corona’serie: ‘Every Brilliant Thing’ en dit ‘Ademen’.

We zijn getuige van de verhouding tussen een jonge vrouw en een jonge man. De ‘zij’ is een glansrol van een excellerende Mariana Aparico Torres; de ‘hij’ een zeer op dreef zijnde en geolied spelende Bram Suijker die zich in zijn rol van man dapper staande houdt om haar vulkanisaties het hoofd te bieden. Ze spelen in een kaalgeslagen decor met op de zwarte vloer een cirkel die in krijsend wit ostentatief is uitgetekend, kortom: we zijn in een strijdperk beland.

So far, so good. Nothing new, zelfs. Maar gaandeweg ontspint zich buiten een ‘battle of the sexes’ ook een strijd tussen twee mensen. Wat de tekst vooral zo sterk maakt is dat elke ademteug die ieder van de twee maakt, minutieus en met veel gevoel voor humor is opgetekend en navoelbaar gemaakt. ‘Het gaat wel om het scheppen van een mens dat we hier liggen te doen’, roept zij als de kogel door de kerk is en het onomkeerbare besluit ten uitvoer moet worden gebracht.

In up tempo en fascinerend door Aparicio Torres en Suijker gespeelde dialogen, nu en dan gas terugnemend voor een tijdsprongetje, dan weer accelererend als ze elkaar uitdagen, fileert Macmillan genadeloos het leven op deze planeet, brengt dat terug tot overwegingen tussen een modern stel van man en vrouw. Met vooral de beweegredenen en aarzelingen van de vrouw die in het stuk de boventoon voeren. ‘Ze moet boos zijn, én intelligent én gekweld én ambitieus. Dat allemaal’, zei Duncan Macmillan over de vrouw in ‘Peoples, Places and Things’ in een interview met de Volkskrant, ‘én vrouw’. Zo ook hier.

Voor een regisseur ligt de moeilijkheid er ondertussen in om de spanningsboog van dit twee uur durende gevecht dat al voortdurend op het scherp van de snede gevoerd wordt, desalniettemin strak te houden. Door het spel van haar spelers te temporiseren weet regisseur Noël Fischer, tevens artistiek leider van HNTjong, op de loer liggende eenvormigheid en eentonigheid te mijden – al laat het slot desondanks wat lang op zich wachten. Toch toont ze met ‘Ademen’ eens te meer aan dat ze buiten spektakelstukken voor de hele familie in de grote schouwburgzaal, ook stukken voor volwassenen aankan, en dat ondanks (of juist dankzij) een noodgedwongen sober en beperkt toneelbeeld.

‘Ademen’ is een toneelstuk voor iedereen, dat vooral voor ieder zout- en peperstel dat overweegt  om ‘kinderen te nemen’ zou moeten zien. Want gegrepen uit het leven.

www.hetnationaletheater.nl

Vonkenregen

Het Nationale Theater brengt ‘Spoonface’

Wondere waarnemingen, wondere gedachten. Met Spoonface is er opnieuw een pareltje toegevoegd aan de geregen theaterketting die ‘Het Nationale Theater speelt altijd’ is gedoopt, de reeks wendbare voorstellingen, merendeels solo’s, dit voorjaar geboren uit de drang om weer te kunnen spelen en het publiek op te kunnen zoeken, en ondertussen het hoofd te bieden aan beperkende maatregelen die het theater toen al – en voorlopig nog wel eventjes parten blijven spelen.

Spoonface, kind nog, is dol op opera, droomt ervan als spreekwoordelijke diva ‘met van die tieten en alles’ op het podium te staan en daar te worden toegejuicht. Ze vindt het belangrijk schoonheid door te geven. Droevige dingen zijn het mooist van al, meent ze. ‘En ik zou het doodgaan zingen en er zou een prachtig stukje schoonheid in de wereld zijn.’

Voluit is haar naam Spoonface Steinberg. Behalve jong is ze lichtelijk autistisch aangelegd en blijkt ze een logaritme in haar ‘hersen’ voor combinanten van reeksen cijfers, getallen en data. Ze groeit op in een ontwricht jong gezinnetje en haar gezichtje is als de bolle kant van een lepel die je voor je houdt. Kind als ze is, heeft ze ook nog eens, zo verwoordt ze het zelf, ‘kanker opgelopen’.

De tekst voor Spoonface Steinberg vloeide in 1997 uit de pen van de Britse toneel- en scenarioschrijver Lee Hall (1966). Zijn script is aanvankelijk ingezet als hoorspel, bij BBC Radio 4. Meest bekend is hij van Billy Elliot (2000). Jibbe Willems heeft voor Hall’s eenvoud bijzondere en gedenkwaardige lichtvoetige woorden en zinnen in het Nederlands weten te vinden.

Tien jaar geleden waagde regisseur Noël Fischer zich bij jeugdtheatergezelschap BonteHond aan de tekst, liet die toen opvoeren door een drietal, onder wie Eva Zwart. Voor haar rol als Spoonface kreeg Zwart destijds een Gouden Krekel voor meest indrukwekkende podiumprestatie 2010. De productie als geheel verwierf toen het predicaat Zilveren Krekel als meest indrukwekkende productie 2010.

Nu dus als solo, bij HNT door Soumaya Ahouaoui, die de tics en dwarse gedachtegangen van Spoonface integer gestalte geeft. Eerder speelde zij onder meer bij DOX en maakte deel uit van de cast van Melk & Dadels. Begin dit kalenderjaar trad ze toe tot het tableau van het Haagse toneelgezelschap, waar ze in de marathon Leedvermaak aan zou treden.

Buiten alle ellende (teveel?) die Hall in één persoon heeft samengebald in Spoonface, weet Ahouaoui van haar meer dan een bij voorbaat door een overdaad aan sympathie gedragen personage te maken: Ze ziet nuchter en wel haar situatie onder ogen, ze registreert, maar schept toch ook diepte in het leed van haar personage, en vertolkt dat integer, precies & nauwgezet en ook zeer navoelbaar de gloedvolle filosofische ‘touch’ die Hall in het stuk heeft gelegd. Uiteindelijk is Spoonface een verhaal over hoop.

‘Toen de wereld werd gemaakt, maakte god hem van magische vonken – alles dat er is, is allemaal gemaakt van magische vonken – en alle magische vonken gingen bij de dingen naar binnen – diep van binnen en alles heeft een vonk – alleen is het nogal lang geleden dat het gemaakt is en nu zitten de vonken heel diep van binnen en het hele punt van levend zijn – het hele punt van leven is die vonk te vinden.’ (…) ‘Je vindt betekenis als je de vonk vindt – dat werkt net als elektriciteit – je begint te gloeien als een gloeilamp en je fonkelt als de vonken en dát is de betekenis – niet zoals een antwoord of een uitkomst of zo iets – het is gloeien – je moet de vonken binnenin je vinden en ze vrij laten.’

De ontroering die uit tekst en de voorstelling spreekt is natuurlijk ook de verdienste van Noël Fischer die, na eerdere spektakelregies voor de grote zaal, zoals familievoorstellingen als Pluk van de Petteflet, De Vrekkin, Revolutions en het door toedoen van corona afgelaste Trojan Wars, hier en nu bewijst dat ze ook prachtig en meer uit de voeten kan op de vierkante meter. Binnen ‘Het Nationale Theater speelt altijd’ regisseerde ze overigens buiten Spoonface ook U bent mijn moeder en Liefdesverklaring (Antoinette Jelgersma).

Spoonface is al met al een vonkende voorstelling, om bij te janken, om van te janken – in de goede zin van het begrip. Een openbaring zo u wilt, die op de beste momenten regelrecht kan wedijveren met de eenvoud en de filosofische nederigheid die spreekt uit Le Petit Prince: dat je innig treurt om iemand die er ooit niet meer zal zijn, maar dat gegeven voor lief neemt omdat je je werkelijk en diep met iemand verbonden voelt.

Gezien op vrijdag 18 september 2020 in Theater aan het Spui, Den Haag. Meer informatie: www.hetnationaletheater.nl.

Verliefd – en toch verdeeld

Relatiedrama op kruispunt van liefde en politiek

Toneelgroep Oostpool en Het Nationale Theater bundelen de krachten in ‘Skylight’. Regisseur Jeroen de Man maakt een realistisch huiskamerdrama en keert en passant de traditionele man-vrouwverhoudingen om.

Ouwe vent met jonge meid? Andersom kan dat net zo goed. Niet dan? Regisseur Jeroen De Man laat op de schouwburgvloer zien hoe zijn doorgevoerde ‘genderwissel’ uitpakt met ‘Skylight’, een successtuk uit 1995 van de Brit David Hare. Hij schreef het met een man als succesvolle ondernemer en de vrouw als jonge minnares en een van zijn werknemers. De Man heeft die rollen nu precies omgedraaid.

Het startpunt: Als gearriveerd restauranttycoon is Eva multimiljonair. Tom, dertig jaar jonger dan zij, was ooit haar geheime minnaar maar ook een van haar werknemers, aangesteld door haar echtgenoot. Toen onverhoeds hun affaire aan het licht kwam hield hij voet bij stuk (‘Echte liefde is geheime liefde’) door daarop meteen zijn biezen te pakken. Hij vatte een baan op als schoolleraar en betrok een appartementje drie hoog achter waar hem alleen een dakraam uitzicht op de wereld biedt. In ‘Skylight’ zijn we zo’n drie jaar na dato getuige van de avond dat hij aan huis plotsklaps bezoek krijgt van Eva. De twee raken verknoopt in een strijd tussen wederzijds verlangen en tegengestelde maatschappelijke idealen. In de kern is ‘Skylight’ een verhaal over hoe de liefde botst.

In de realistisch nagebootste woning van Tom hangt het behang in repen aan de wand, oudere onder nieuwere, doet een bananendoos dienst als sidetable en moet een straalkacheltje dat met een kabelhaspel is aangesloten op het elektriciteitsnet zo goed en kwaad het lukt de ruimte verwarmen. Smartphone en sociale media heeft hij afgewezen, leest geen kranten meer en houdt zich staande door zich naast zijn sloeberbestaan vast te klampen aan zijn verworven ideaal: leerlingen tot zelfstandig denkende wezens maken. Eva maakt haar opwachting in zijn woning gestoken in een hip rozerood ensemble. Daar is ze gebracht door haar chauffeur (‘Frank is geen mens, maar een man met een baan’), die in de dienstauto blijft.

De Man verplaatst de tekst regelmatig naar de tegenwoordige tijd. Eva heeft snedige oneliners paraat over bijvoorbeeld ‘co-creation’ en ‘mindfulness’; terwijl hij verwijst naar onder meer een steekpartij die op zijn school heeft plaatsgehad. Gaandeweg ontaardt de ontmoeting in scherpe dialogen, komt het tot een confrontatie waar juist toenadering was bedoeld. Die confrontatie is keihard en onverbiddelijk, prachtig gespeeld door een schitterend en expressief op dreef zijnde Marie Louise Stheins en meer ingetogen door Chiem Vreeken. Hier toont zich ook het vakmanschap van De Man, die de prestaties van zijn acteurs steevast tot grote hoogten weet te stuwen: zij mag vlammen, hij mag schuren. Inderhaast zou je nog vergeten dat ook haar dochter lijfelijk in het stuk op de proppen komt, in wat je wellicht een proloog en epiloog zou kunnen noemen.

De omkering van rollen biedt echter en helaas maar beperkt meerwaarde. En ook de pro- en epiloog bieden uiteindelijk weinig dieptewerking.

En zo is ‘Skylight’ is vooraleerst een exempel van de typisch Engelse toneeltraditie waarin acteurs mogen flonkeren. Daar komt bij dat de tekstbewerking van De Man geregeld wat wijdlopig is. Een door De Man gemaakte vergelijking met het aloude ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’ is met dit stuk niet aan de orde. Wel is het te beschouwen als een fel realistisch huiskamerdrama waarin zichtbaar wordt hoe de kloof tussen man en vrouw, en tussen vertrouwen en verlangen uiteindelijk onhoudbaar is voor maximale en duurzame aantrekkingskracht.  

Ten slotte: Er is voor dit stuk een dubbele cast samengesteld. Enerzijds om mogelijke ziektegevallen in de spelersgroep op te kunnen vangen, anderzijds om meerdere keren per dag te kunnen spelen. Het kan dus gebeuren dat u een andere cast te zien krijgt dan hierboven beschreven.

Toneelgroep Oostpool & Het Nationale Theater, ‘Skylight’, gezien op zaterdag 12 september 2020 te Arnhem. Van dinsdag 22 t/m donderdag 24 september 2020; en dinsdag 6 t/m vrijdag 9 oktober 2020 in de Koninklijke Schouwburg, 20.15 uur. Meer informatie: www.hnt.nl 

Marie Louise Stheins en Chiem Vreeken schitteren in ‘Skylight’ | Foto: Sanne Peper

Theater ter bevordering van de nieuwsgierigheid

Het Nationale Theater speelt. Altijd.

Van cabaret tot muziek en muziektheater – en van (jeugd)theater tot eigen producties. “Maar ook van gearriveerd tot piepjong,’ zegt Cees Debets, directeur Theater van Het Nationale Theater (HNT). “Dat alles willen we als vanouds aan het publiek geven. Juist nu.”

Hij zwaait de scepter over Koninklijke Schouwburg, Theater aan het Spui en Zaal 3, maar ook over het Haagse acteursensemble HNT inclusief HNTjong. Hij citeert de koning die in juni bij ‘zijn’ Theater aan het Spui met koningin Maxima een voorstelling kwam bezoeken. “De koning zei toen: ‘Ik denk dat heel veel mensen in Nederland het nog niet durven om de deur uit te gaan. En dat is waarom wij hier zijn, om te laten zien dat het echt niet eng is’.”

Het Nationale Theater presenteert in haar zalen ook dit seizoen als vanouds een scala aan mogelijkheden voor een prachtig avondje uit in een zo prettig mogelijke ambiance. “We proberen met man en macht het vertrouwen van het publiek weer te veroveren, het vertrouwen dat je hier een heleboel mooie dingen kunt beleven en die nieuwsgierigheid aanwakkeren.”

Hij somt op: “We hebben tot eind dit jaar Ellen ten Damme, Harrie Jekkers, Glen Faria, Saman Amini, Peter Heerschop met en zonder Viggo Waas, Sanne Wallis de Vries, Diederik van Vleuten, Nasrdin Dchar en Bram van der Vlugt. Om maar wat namen te noemen.” Ook komen de bekende landelijke toneelgezelschappen langs. En is er is ruimte gevonden voor een festival: het Gnawa Festival.

HNT trapt het bij voorbaat ongewisse seizoen af met een selectie van voorstellingen die het voorbije, helaas gemankeerde seizoen succesvol zijn gebleken. Je zou het ‘the best of’ kunnen noemen. “Een van de beste van vorig seizoen, allerwegen geroemd, is ‘Weg met Eddy Belleguele’ van Toneelschuur Producties.” Het is een regie van de talentvolle Eline Arbo. “Volgend jaar sluit zij aan bij ons gezelschap. Van haar kunnen we nog veel moois verwachten.” Ook komt ‘Pronk’ terug, een persoonlijke, politieke speech van en door Anoek Nuyens, en ook ‘George en Eran worden racisten’, door het opvallende duo van de in Syrië geboren George Elias Tobal en Israëliër Eran Ben- Michaël, staat opnieuw op het programma, in dit geval samen met zangduo Nordgrond. Ook ‘Een man een man’, met twee mannen aan een tafel en een serveerster, komt terug, met Peter Blok die de plaats van Kees Prins inneemt.

‘Nina Bobo’ geeft de zoektocht van de derde generatie Indische Nederlanders een stem. Aan de hand van interviews met eigen familieleden, betrokkenen en onderzoek naar Nederlands-Indië gaat de jonge theatermaker Koen Verheijden een poging wagen om grip te krijgen op het verhaal van zijn voorouders en dat van de kolonie.

“En dan zijn er nog Thomas, Sacha en Jos die van Toon Tellegens vertelling ‘Mijn Vader’ met een avondvullende remake komen”. Theater aan het Spui heeft bovendien een wereldpremière in petto: ‘Constellations’ met Britte Lagcher en Beau Schneider, zoon van, over het multiversum van vrije wil en vriendschap, kwantummechanica, liefde en honing.

Eigen producties
De productiekernen HNT en HNTjong doen ook zelf een flinke duit in het programmeringszakje. HNTjong, de jeugdtak van het gezelschap, brengt met een uitgelezen vijfkoppige cast het succes ‘De Gebroeders Leeuwenhart’ in reprise, naar Astrid Lindgrens vertelling over dood, liefde en moed. Markant is de première ‘TORI’, gebaseerd op het bekroonde boek dat Brian Elstak maakte met Karin Amatmoekrim, in een kruising van hiphop, graphic design én theater. “Die productie gaan we maken zoals die voor ons is bedacht,” licht Debets toe, “inclusief de oorspronkelijke cast, decor, lichtontwerp en de aanwezigheid van een dj.”

‘Citizen K.’, een coproductie met Sadettin Kirmiziyüz die vorig jaar bij pers en publiek op een goed onthaal mocht rekenen, gaat op reis door het land en doet opnieuw ook Den Haag aan. Samen met Theatergroep Oostpool brengt HNT ‘Skylight’ uit. Regisseur Jeroen De Man legt een actueel spanningsveld bloot door te reflecteren op genderverwachtingen in de huidige tijd. “Er zijn twee verschillende casts,” legt Debets uit. “Als zich in de ene groep onverhoopt een coronabesmetting mocht voordoen, dan kan de andere de planken op.”

Het tekent de achtbaan waarin theaterprogrammeurs en -makers zich bevinden. Neem ook de reeks ‘HNT speelt altijd’, korte, wendbare voorstellingen, vaak monologen, door acteurs uit het eigen ensemble. “Pareltjes hè,” noemt Debets het. In juli waren er al werkvoorstellingen en de voorbij week zijn ze officieel in première gebracht. “Deze producties worden mogelijk ingezet als een van de programma’s noodgedwongen moet worden geannuleerd.”

Wendbaar en kleinschalig. Dat zijn de codewoorden van het theater van vandaag. Het is passen en meten, verwoord Debets de huidige staat. Van de nood een deugd maken. “Er is te veel dat nu níet mogelijk is, maar we zijn uitgegaan van de vraag wat er wél kan. We weten natuurlijk niet wat er nog op ons af gaat komen. Maar ik merk dat acteurs en makers erg gedreven zijn om weer de dialoog met het publiek aan te gaan en die ontmoetingen te maximaliseren. Er zijn nieuwe modellen gevonden: Soms treden artiesten twee keer op dezelfde avond op. De creativiteit van de sector vind ik opmerkelijk en bijzonder. Ongelooflijk is de gedrevenheid en veerkracht die makers aan de dag leggen om met de beperkingen die er zijn toch artistiek-inhoudelijk mooie programma’s te maken.”

Hoe het na 1 januari 2021 verder loopt? Niemand die het weet. Zeker is dat niets zeker is.

Meer informatie: www.hnt.nl

Opera als pijnstiller

HNT speelt altijd: Spoonface, met Soumaya Ahouaoui

Een ooggetuigenverslag

Een doodziek meisje met een ontwikkelingsstoornis gaat haar ziekte te lijf door haar fantasie aan te spreken. Actrice Soumaya Ahouaoui trekt met ‘Spoonface’ ook zichzelf binnenstebuiten in deze ‘werkvoorstelling’.

Haar gezichtje is zoals de bolle kant van een lepel. ‘Spoonface’, wordt ze om die reden genoemd. ‘Het bolletje rond’, zo zegt ze er, maar niet zonder humor in haar stem over. En ze heeft een bijzonder ‘hersen’. Getallen en datums, op die gebieden is ze, onvermoed, onverslaanbaar. Maar bij haar verschijnen de uitkomsten van rekenopgaven hiermee bij toverslag in kleuren die zich vanzelf aan haar openbaren. Een gave. Autistisch is ze ook, concludeert ze, zegt ze, weet ze. En hoe dat zo gekomen is weet ze ook: bij haar geboorte gaf God haar een tikje op een zachte plek.

Spoonface weet, ondanks de weinige verjaardagen die ze telt, dat ze hoe dan ook binnenkort dood gaat gaan. Maar spreekt ontwapenend over wat haar aan onheil en rampspoed overkomt in soms bijna verlicht klinkende zinnen, zonder enige dramatische ondertoon of zweem in die richting aan te wenden, en verwijt in woord noch gebaar. In feite zijn de woorden die ze kiest tedere, nuchtere beschrijvingen van wat ze ondergaat – maar de gevaren van buitenaf die haar bedreigen dan wel met een scherpe blik voor verhoudingen opgetekend. Je zou het geobjectiveerde observaties kunnen noemen.

Bij tijd en wijle zoekt ze hoop en troost als eeuwige ankers van de geest, en vindt die met name in operamuziek. De droevige dingen zijn het beste, vindt ze. Een rol als operadiva is haar wensdroom: ‘Toen het nog vroeger was – en ze de liedjes en de opera’s en die dingen schreven, toen was het nog belangrijk hoe je dood ging. Toen de zangeressen zingden en tekeer gingen (…) als zij dan helemaal trillerig en schitterend was en iedereen zijn adem inhoudde – en zij daar stond, in dat bijzondere licht, met haar tieten en van die dingen – dan moest iedereen naar haar kijken en ze moesten huilen en hun hart brak een beetje vanwege die arme vrouw – die arme arme vrouw die zo mooi dood kan gaan. En als ik later groot kon zijn dan wou ik ook zo’n droevige zangeres zijn en het doodgaan zingen, en iedereen zou klappen en voor me juichen.’

Spoonface hult zich daarbij in de gedaante van engel slash vogel – maar is toch meestal vooral zichzelf. ‘En ik zou het doodgaan zingen en zo vrij als een vogeltje naar boven naar de hemel zweven’ Vaak verstart ze, eventjes maar, op het moment dat operafragmenten haar ‘monologue intérieur’ doorsnijden.

De tekst is van Lee Hall, meer bekend van ‘Billy Elliot’. Zijn woorden komen ontegenzeggelijk aan, ook door de magnifieke taal die Jibbe Willems voor in het Nederlands heeft weten te vinden. In 2010 speelde jeugdtheatergezelschap Bonte Hond dit kleinood met David Eeles en Julia van de Graaff als ouderlijk stel van Spoonface, en Eva Zwart in de hoofdrol. De productie, onder regie van Noël Fischer, kreeg dat jaar een Zilveren Krekel voor meest indrukwekkende productie en was er voor Eva Zwart een Gouden krekel voor meest indrukwekkende podiumprestatie.

Bij Het Nationale Theater / HNTjong voert Fischer, waar ze artistiek leider is van HNTjong, opnieuw de regie over het stuk, ditmaal gespeeld door talent Soumaya Ahouaoui. Zij trad onlangs toe tot het Haagse ensemble en maakt nu haar debuut bij HNT, met een solo, en nota bene in de Koninklijke Schouwburg. De noodsprong kwam tot stand door toedoen van het onzichtbare gevaar van buitenaf: het coronavirus. Zo maakt Spoonface deel uit van de gelegenheidsserie ‘HNT speelt altijd’, waarmee het gezelschap een groot aantal kleine maar naar eigen zeggen ‘wendbare’ voorstellingen speelt.

In het tijdbestek van een luttele en niet meer dan welgeteld vijf repetitiedagen heeft Ahouaoui zich aan haar personage overgegeven. Sowieso al een waagstuk, maar in dit verband nog versterkt doordat ze speelde ten overstaan van een grote zaal met een status als die van de Koninklijke Schouwburg, waar op de avond dat ik de voorstelling zag op de parterre niet meer dan twintig mensen als vliegen in de zaal geplakt zaten, klonters gestolde schaduw – tegenover de momenteel maximaal mogelijke bezoekerscapaciteit van 150 en in normale tijden zo’n 700. Tja, in een dergelijke entourage maakt dat het spelen geen sinecure. Toch weet Ahouaoui de bewegingen en gedachtesprongen van Spoonface prachtig te vangen met haar timbre en gebaren, en lukt het mede daardoor de lotgevallen van haar personage invoelbaar te maken, de afstand in haar woorden zorgen juist voor meer nabijheid bij de toekijker. Wel zouden enige tempowisselingen en temporisering meer spanning in het stuk teweeg kunnen brengen.

Ze komt op als Goofy. De naam van de Walt Disney-figuur is afgeleid van het Engelse woord goof, dat “stomme fout” betekent en/of goofy wat “mal” of “dwaas” betekent.

Op het podium springt het knalrode sixpack cola eruit in het voor het overige in witte draperieën van ongebleekt katoen gehulde decorbeeld. Op de witte speelvloer staat een tafel, iets wat een lijkbaar zou kunnen zijn, en daarop ligt een bos witte bloemen, rozen en lelies. Tekenen van de dood.

Gelukkig is het niet allemaal bij voortduring bloedserieus, maar is er ruimte gezocht en gevonden voor humor. Een iPad waar ze als uitlaatklep vol overgave een game op speelt bijvoorbeeld, een tafeltennisbatje, en een minitrampoline. Ten slotte is daar de knuffelbeer die ze leeg plukt. Een beeld dat maar moeilijk van het netvlies verdwijnt.

Souamaya Ahouaoui had haar debuut bij HNT zullen maken in de trilogie Leedvermaak. Voor volle zalen. Dit is opeens heel andere koek. Het is mooi om te zien hoe ze zich staande houdt in een solo, een genre dat ze niet eerder beoefende. Op zichzelf ook weer een debuut.

Het Nationale Theater speelt altijd: Spoonface. Met: Soumaya Ahouaoui. Regie: Noël Fischer. Nog te zien op vrijdag 10 en zaterdag 11 juli 2020, op woensdag 15 t/m zaterdag 18 juli 2020 in de Koninklijke Schouwburg.