Een verenpak voor iedereen

Mini-compendium voor succesvol Paradebezoek

Op één enkele dag kun je er uitersten beleven. Van ontroering, verrassing, verdriet en geluk tot verliefdheid, ontrouw en verleiding. Zie dat maar eens te weerstaan, te doorstaan of soms: te verstouwen. De Parade is ‘back in town’.

Zweven is leven. Zegt De Parade. Stadsparken worden omgetoverd tot pittoreske culturele dorpjes. Je kunt er op goed geluk al lummelend of huppelend de spiegeltenten langs, bij avond of bij dag. Je kunt ook van tevoren een blokkenschema opstellen met de optredens en theatervoorstellingen die je per se niet wilt missen en de kaartjes vooraf ‘thuisprinten’. Al heb je in dat geval wellicht drie festivaldagen nodig, want het programma verschilt van dag tot dag.

Hoe dan ook: rosénippend, bierslempend of de keel smerend met eerlijk water: het is er goed toeven, ook al zou het regenen. En omdat er heel wat hippe eettentjes het festivalterrein omringen.

Op de kermis van de Parade vind je artiesten, noem ze kermisklanten. Ze zijn op doorreis, van Rotterdam via Den Haag naar Utrecht en eindpunt Amsterdam. In Den Haag is het Westbroekpark de vaste pleisterplaats. Net als voorgaande jaren onder het leiderschap van directeur/programmeur Nicole van Vessum voeren theater en muziek de boventoon in een mix van oud & vertrouwd en jong & veelbelovend. Ook is er weer een Kinderparade. Den Haag Centraal trok de teenslippers aan en doet verslag van enkele do’s en don’ts van dit jaar.

Theater
Fluisterstil hoeven de optredens op de Parade allang niet meer te zijn want de tijdslots zijn zó verdeeld dat de programma’s in belendende tenten afgelopen zijn of pas een uur later weer van start gaan. Ook is er niet veel geluidhinder van de parademakers die hun koopwaar aanprijzen of van de attracties elders op het terrein. Dat is trouwens minder belangrijk geworden, want puur teksttoneel zie je er niet of nauwelijks, op de Parade gaat theater hand in hand met een knipoog en met het nodige aan muziek.

Zoals in ‘Paradijsvogel’ van vaste Parade-klant Toneelgroep Oostpool, een aanrader. De theatertrip van gevleugelde vriend Rick Paul van Mulligen, geregisseerd door Alex Klaasen, geeft een kruising te zien: Freddy Mercury meets Wim Sonneveld. Volgens hem zijn er twee soorten paradijsvogels: monogame en polygame. De monogame is grijs van kleur, die vliegt toch niet meer uit. De polygame is uitbundig gekleurd want die moet van zijn genen steeds opnieuw scoren.

Maar Van Mulligen rekent buiten de waard want hij vergeet zichzelf: een hitsige, kleurrijke ondersoort. Hij poetst zijn veren op en etaleert ze in al hun pracht en praal aan ons, grijze muizen. In een gelikte retestrakke lokroep kietelt hij, beledigt hij met vuige genoegens, spuit hij vunzigheden gezellig in het rond, spuit hij wellustige woordenbraaksels en bijna-literaire spermatozoa in het rond, en spuwt hij vuur als ware hij een sissende krater. De glimpen van kwetsbaarheid die daar tijdens zijn spreekbeurt doorheen craqueleren maken hem nog mooier. De exuberantie is omlijst met live muziek van Jan en Keez Groenteman. Van die twee zijn ook de aanlokkelijke liedjes die Van Mulligen met veel gevoel voor show en pathos zingt. Een performance om van te watertanden. Dat vermoeden bestond al wel bij bezoekers van de voorstelling De zender van Het Nationale Toneel, waar hij vorig jaar immers flink huishield.

Bijna diametraal daartegenover staat ‘Sombersongs’ van Mugmetdegoudentand / De Tolhuistuin, al tappen ook zij uit het vaatje van theater met muziek. Zingend actrice Meral Polat heeft er een ontmoeting met de Amerikaanse Baby Dee. Hoe somber wil je het hebben, hoe somber kan het worden, met die aanprijzing word je de voorstelling ingelokt. Dee woont sinds een aantal jaren in Zeeland. Eerst dacht ze daar ongegeneerd hard te gaan musiceren, maar het liep anders. “Het is hier zo lekker rustig dat ik ben gestild.’ Op een goed liedje kun je drijven, vindt ze, en bewerkte daarom haar rauwe en heftige nummers tot ballades. Songs die volgens Dee pas gaan vliegen als zangeres Meral Polat ze zingt. Samen bezingen ze in hun muzikale ontmoeting ‘the belonging in a world where dark is allowed’, met Dee die beurtelings begeleidt op harp en accordeon – en ten slotte ook zelf zingt. Prachtige songs, al even prachtig gezongen door Polat – ik werd er in ieder geval goed somber van.

Maar het is niet alleen sombermans gemoed dat de klok slaat: er klinkt hoop door omdat aan het einde de dag zich theatraal laat aankondigen. De ravissante verschijning van Polat, die al eens door het land toerde met het muziekprogramma Meral’s Harem, doet de rest. Doen dus, al bestaat er enig risico op nachtschade.

Op papier veelbelovend, maar niet met eigen ogen gezien: Theater Utrecht met ‘Als je in Brabant een begrafenis plant tijdens carnaval komt er niemand’. Jan Rot en Edda Barends blazen de fameuze voorstelling uit 1982 van Joop Admiraal over zijn demente moeder nieuw leven in: ‘U bent mijn moeder’. Verder is de Theatertroep present met ‘Vaudeville’, een smeuïge ‘potpourri van smerige, grensoverschrijdende en schadelijke scènes voor iedereen’. Ten slotte kun je geheel en al mee De Afgrond in, want het zestigjarige (!) Roodkapje zaak gaat maken van haar opgelopen trauma.

Dans
Een ‘niet doen’ is iET & Davide Bellotta in samenwerking met Conny Janssen Danst. Onder voortdurend ijle gitaarklanken en het net zo ijle stemgeluid van multi-instrumentalist, vocalist en songwriter iET maakte choreograaf en filmmaker Bellotta een voorstelling rond iET’s album Clarity.

Wat we op de Parade te zien krijgen is een plichtmatig aandoend duet dat de loodzware muziek geen meerwaarde verschaft. Zelfs met de videobeelden erbij lukt het niet om zogezegd een snaar te raken, en vooral geen gevoelige. Mocht je toch dans willen zien, probeer dan eens op goed geluk de dansinstallatie ‘OK Future’ van Connor & Lucy.

Muziek
Op muziekgebied gaat de aandacht dit jaar vooral uit naar Ellen ten Damme. Ze bezingt in ‘Je veux l’amour’ het Franse chanson in velerlei toonaarden. Ze laat het genre naar hartenlust herleven. Haar optreden in de Reizende Schouwburg wisselt ze af met eigen nummers. Een ‘do’, want podiumdier-bij-uitstek Ten Damme is als altijd bekoorlijk en attractief, zeker nu ze na ‘Berlijn’ haar rolkoffer vol Franse melancholie heeft gestopt.

Buiten Ten Damme zijn er Alex Klaasen & Henry van Loon featuring De Groentebroers, die voor het laatst met H.E.A.R. hun opwachting op de Parade maken. En niet te vergeten: ‘The Chet Baker Room’ met Marijn Brouwers, Hermine Deurloo, Anne Soldaat en Reyer Zwart. Mooie jazzklassiekers ingebed in een eerbetoon aan de zingende jazztrompettist die dertig jaar geleden uit een hotelraam in Amsterdam kukelde en daarbij het leven liet.

De Haagse connectie
Zaal 4 is op de Parade het verlengstuk van Zaal 3, op zichzelf een loot aan de boom van Het Nationale Theater. Daar fileren De Poezieboys (Joep Hendrikx en Jos Nargy) de dichter Brodsky, nadat ze vorig jaar Ginsbergs werk al eens afgraasden. Ze vieren hun haat-liefdeverhouding tot hem – en al doende tot elkaar.

In Zaal 4 ook Niko, de band die is geformeerd rond Nik van den Berg. Daar wordt energiek met rockmuziek gesmeten in een performance voor volwassenen en apart eentje voor de Kinderparade. Met daarin de nu al onsterfelijke ballade Mayonaise.

Zaal 4 is ook het domicilie van Loek & Yela die in ‘The very tired girl’ bekende maar doodvermoeide vrouwen aan het einde van een dag portretteren. Een bijzonder project is ‘Echte Matties’ van Studio Vrijgewillig, een initiatief van Den Haag Doet en Het Nationale Theater. De voorstelling laat zien hoe mensen met verschillende achtergronden elkaar inspireren. Mooi maat(jes)werk.

Haags is ook De Stimulerende Samenstelling in de MINItwee, gesitueerd rond de Theatertoren. De welhaast overkokende Djuna Couvée geeft in ‘100  ̐C’ in welgeteld tien minuten survivaltips: hoe te handelen bij paniekaanvallen.

Samen met Yannick van de Velde speelt Ton van Kalmthout de voorstelling ‘Wachstumsschmerzen’. Het duo, bekend van de populaire televisieserie ‘Rundfunk‘, gebruikt de voorstellingen van een half uur ter voorbereiding op hun avondvullende programma.

Parademuseum
Vorig jaar lanceerde de Parade het Parademuseum. Beeldende kunst in optima forma. Was toen het Nederlands Fotomuseum aan zet met een installatie rond Ed van der Elsken, nu is dat museum De Fundatie, dat er met de video-installatie ‘Shades of Silence’ een schep bovenop doet.

Maakster Elise van der Linden, talent van het jaar, laat er vier video-animaties zien, waarvan er een speciaal is gemaakt voor de Parade. Groei, verval en eeuwigheid. Je dwaalt er door haar wereld van eindeloze landschappen en architecturale scheppingen. Een reis door een imaginaire wereld. Fascinerend. Doen!

Faits divers
Nieuw is ‘Carcheologie’, een monument voor de (embryonale) staat en het wezen van de automobiel in een heuse graansilo.

In ‘Boekentherapie’ van Literaire Salon Parade kunnen boekenliefhebbers hun hart ophalen. Bekende schrijvers vertellen over de heilzame werking van de letteren.

Kees en Eddie zijn natuurlijk weer present, dit jaar met Rogier aan hun zijde. Tot besluit zijn er, als ieder jaar, weer de vertrouwde vaste acts die houvast bieden als je het even niet meer weet: de Silent Disco of de Levende Jukebox bijvoorbeeld.

Mocht dat alles niet baten, dan kun je je nog altijd tipsy en wel onderdompelen bij de Haute Friture, Hotmamahot, Soul Food of Wild van Wild. Op de Parade kun je het buikje weldadig vullen, weer of geen weer.

Stadspaleis met huiskamergevoel

Nieuw zomerfestival in Koninklijke Schouwburg

Festivallitis! Het kan niet op. Den Haag heeft er (alweer) een festival bij: Stadspaleis. Het vindt plaats in de foyers van de Koninklijke Schouwburg. De eerste editie duurt meteen drie weken lang. En iedere festivaldag is er een ander programma. SPQH.

In 1766 liet prins Karel Christiaan van Nassau-Weilburg, zwager van stadhouder Willem V, een paleisje aan het Korte Voorhout bouwen voor zijn 23-jarige echtgenote, prinses Carolina van Oranje-Nassau. Architect Pieter de Swart ontwierp in Lodewijk XVI-stijl een 77 meter breed en drie verdiepingen hoog gebouw rond een sterk gebogen halfronde cour. Dat paleisje heeft de tand des tijds niet ongeschonden doorstaan: na een crowdfundingactie onder Hagenaars kreeg het pand in 1804 een bestemming als theater: de Koninklijke Schouwburg (KS). Het is daarmee een van de oudste schouwburgen van Nederland. Cees Debets, spreekt er met ongespeeld ontzag over: “De stijlkamers, de prachtige theaterzaal, de allure die van het gebouw uitgaat: met recht een monument. Met Stadspaleis verbinden we traditie met de nieuwe tijd. Bovendien laten we een heel andere gezicht van de KS zien.”

Paleisheer van weleer Hans van Westreenen, alweer twee generaties geleden de bespeler en meest recentelijke renoveerder van de KS, zei het graag: ‘Er ligt goud aan het Voorhout’. En ook: ‘Het tapijt moet slijten’. Dat laatste gaat nu vrijwel letterlijk gebeuren met Stadspaleis. SPQH. Senatus Populusque Hagensis’: het Bestuur en het Volk van Den Haag heten u welkom. De medaillon met dat opschrift hangt fier boven de toneelmond van de bonbonnière. Maar ja, die is nu dus even gesloten. “Daar wordt deze zomer technisch onderhoud gepleegd,” vertelt directeur programmering bij Het Nationale Theater (HNT) Cees Debets, uit dien hoofde ook de bespeler van de KS. “Maar voor het overige staat tijdens Stadspaleis in elk hoekje van de KS wel wát te gebeuren.”

Debets is met John de Weerd, zijn collega-programmeur van Zaal 3 – ook een standplaats van HNT – de aanstichter van Stadspaleis. Beiden hebben een informele setting, zelfs huiskamersfeer in gedachten, een weldadig ‘zomerfeestje’ voor oog, oor en tong waarop het dagelijks van vier uur ’s middags tot pakweg elf uur ‘s avonds goed toeven is. “Waar je je kunt wentelen in korte (muziek)theatervoorstellingen én beeldende kunst. Maar vergeet ook de inwendige mens niet. IJskoude drankjes staan klaar en er zijn Haags-Indische hapjes. Die kun je binnen nuttigen, maar ook op de ‘cour’, ons zomerse buitenterras De Rotonde, dat door de twee ‘vleugels’ van de KS is omsloten.

Met dit festival doorbreekt HNT, sinds begin dit jaar officieel de vaste bespeler van de KS, het gebruik dat theaters ’s zomers hun deuren wekenlang pleegden te verzegelen. Maar niks doen is niet langer optie, aldus Debets. “We willen meer dan vroeger een open huis zijn, een ontmoetingsplaats waar iedereen naartoe wil. Je begint dan door de deuren open te zetten. Al langere tijd waren we van plan om ook in de zomermaanden van betekenis te zijn voor stadsbewoners en -bezoekers. Stadspaleis is een nieuwe stap in dat streven.”

Interventies
Iedere avond zijn er vier programma’s, naast theateronderdelen zijn dat ‘interventies in de ruimte’, zoals een doorlopende installatie rond robots van Daan Couzyn en Joeri Woudstra in de Koning Willem ! –foyer, en in de Damesfoyer is de fascinerende video-installatie Slow Rise van theatermaker Karel van Laere.

De winnaar van de Piket Kunstprijs 2015 liet zich inspireren door de eindeloze choreografieën van mensen in straten van Taipei City. “Het laat het contrast zien tussen de mechanische gang van een roltrap en menselijke beweging,” licht John de Weerd de installatie toe. Er is op Stadspaleis ook aandacht voor boeken. Kees ’t Hart komt zijn programma-voor-graaglezers Over boeken toelichten, dat in plaats van schrijvers hun werk centraal stelt. Er is een nieuwe editie van Pecha Kucha, een avondje waarbij deelnemers een diavoorstelling van 20 afbeeldingen presenteren in een totale tijd van 6 minuten en 40 seconden. Elke afbeelding wordt dus precies 20 seconden getoond. Een dwingende eis om creatief en to the point te zijn.

Theater en meer
Natuurlijk is er ook veel (muziek)theater. Onder meer met Lindertje Mans en Joost Steltenpool, die hun steengoede Marktplaatsmuziek van stal halen, vrolijke en ook wrange liedjes, gebaseerd op posts van adverteerders. Acteurs en makers van Het Nationale Theater maken De Mantel, naar een verhaal van Nikolaj Gogol. Met niet de minste spelers uit het tableau: Hein van der Heijden en Jeroen De Man, en met muziek van Remco de Jong en Florentijn Boddendijk. De Weerd: “In het voorjaar was er Studio Paradijs in de KS.

Op kleine schaal konden daar de acteurs van HNT zelf experimenten doen. Daaruit is dit kleinood afkomstig.” Willemijn Zevenhuijzen presenteert als Pink Flamingoo samen met Tessa Jonge Poerink en Eva Zwart een sneak preview van Assholism, een voorstelling over de schaamte voorbij. Verder doet haar voornaamgenote Willemijn Haasken zich voor als Lady Godiva; lezen De Poezieboys uit werk van Beatnik-dichter Allen Ginsberg; en richt theatermaker, gamer en vlogger Sytze Schalk zijn eigen een schrijversatelier in (en zijn eigen wereldbeeld). En voor eens doet Rob Verhoeven buurtonderzoek in de KS, en vuurt ook daar zijn ongegeneerde vragen met graagte op zijn gasten af. Een talkshow die de tongen losmaakt. Ten slotte zijn er afstudeerpresentaties van de Maastrichtse toneelacademie.

De KS wordt ‘duh’ in rap tempo ‘teruggeven aan de stad’. Nu al wordt door Debets en consorten omgezien naar een tweede editie van het festival. Inderdaad: Goud aan het Voorhout.

Stadspaleis vindt plaats van 22 juni t/m 9 juli 2017 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

Stad en land ondersteboven zetten

Het Nationale Theater zoekt ‘best of both worlds’

Ze doen iets volslagen nieuws, in theatraal Den Haag – en daarom moet en gaat het roer er zeker zes maal om. Inspireren, daar draait het om. Cees Debets en Eric de Vroedt, twee mannen die de inhoud graag voorop stellen, leggen het graag uit.

Het Nationale Toneel, NTjong, de Koninklijke Schouwburg en Theater aan het Spui zijn bij elkaar op schoot gekropen. In andere woorden: Een van Nederlands grootste en gezichtsbepalende toneelgezelschappen met daarin heel wat kloeke acteursnamen, dat Den Haag en het land tot in alle hoeken en gaten bespeelt, is nu in één organisatie samengebracht met een van de mooiste schouwburgzalen die het land rijk is, plus daaromheen ook nog eens een aantal fijne vlakkevloerzalen. Gooi dat alles in een hoge hoed bij elkaar en zie: we noemen haar Het Nationale Theater! Het resultaat moet een ‘verdubbelaar’ worden, zoiets als een en een drie kan zijn. Iedereen van 2 tot 80 kan er terecht, van maker tot bezoeker.

Op een manier die uniek is in de vaderlandse theatergeschiedenis werden in de aanloop tot Het Nationale Theater uiteenlopende barrières geslecht, want theater en gezelschap bijeengevoegd. ‘Ontschotten’ noemt Debets het. Maar waarom moest dat eigenlijk? ‘Zovéél redenen,’ zegt Cees Debets, directeur programmering. ‘We kunnen nu veel dichter op de polsslag van de tijd en op de actualiteit programmeren, en we kunnen dat in perspectief doen en zo samenhang creëren.’

Hij ziet nog een voordeel: ‘Er zijn veel nieuwe mensen hier in huis gekomen, dat zet deuren en ramen open. We willen een ontmoetingsplein zijn dat midden in de samenleving staat, een rotonde waar je zelf bepaalt welke afslag je neemt. We willen inspireren en voeden. Maar wel met steeds ‘het woord’ dat centraal staat. Dat gaat van cabaret, toneel en jeugdtheater tot theatercolleges, discussieavondjes en debatten. Zo hadden we in november rond de voorstelling RACE het programma … is HOT. Met sprekers, ‘scènes des vaderlands’, een fragment uit die voorstelling, stand-up comedy en muziek door onze fonkelnieuw geformeerde huisband; en alles in een losse sfeer. Zulke … is HOT-avonden komen er meer, want er moet meer reuring komen. Op maandag 20 februari is de tweede HOT-avond, Idealisme is HOT, rond de verkiezingen.’

Oud én nieuw
We kunnen nu, zegt hij, veel sneller schakelen ‘want we hebben zelf alle mogelijke koppelstukken in huis, van jong talent tot de top. We kunnen zo nodig meteen aan de slag.’ Voorbeeld dan maar? ‘Actrice Romana Vrede speelde in RACE van Eric de Vroedt.
Zij maakte vorig jaar zelf de indringende voorstelling  Who’s afraid of Charlie Stevens over haar autistische zoon. Die voorstelling is hernomen. Dat kan nu dus probleemloos.’ Nóg een winstpunt: ‘Bij iedere voorstelling zoeken we steeds de zaal die er het beste bij past, of dat nou een van de beschikbare acht (!) zalen ‘binnenshuis’ is, dan wel een locatie elders in de stad of in het land. Maar, zo geeft Debets een voorlopige winstwaarschuwing af, ‘de veranderingen zijn niet van de ene dag op de andere zichtbaar’. Voor de vele vaste bezoekers blijft gelukkig sowieso veel bij het oude, haast hij zich te zeggen. Want: ‘Ook Jochem Myjer staat volgend seizoen als vanouds in de Koninklijke Schouwburg, hoor.’

De stad centraal
Eric de Vroedt, nu artistiek directeur en later opvolger van Theu Boermans als directeur producties, ziet Den Haag als een stad die overloopt van drama en tegenstellingen: ‘Van Binnenhof en Paleis Noordeinde tot Schilderswijk en Laak, en van zand tot veen’. In zijn nieuwe voorstellingenreeks The Nation verwerkt hij de indrukken die hij opdeed uit de stad, momenten en situaties die bij hem opborrelen of frapperen, en bereid tot een liefst zesdelige theaterserie die zich de komende maanden voltrekt. Een hedendaags epos, dat volgens hem ‘niet zachtzinnig’ wordt, en wel wat weg heeft van de tiendelige theaterserie mightysociety die hij in het verleden maakte: ‘Geëngageerd toneel, maar dan niet-cynisch. En het wordt ook een ‘whodunnit’. Zo houdt hij de spanning erin.

Dat brengt De Vroedt op de nu al illustere ‘strategische tafel’ van Het Nationale Theater. Daar worden alle programmavoorstellen in gezamenlijkheid tegen het licht gehouden. ‘Vroeger ging het vooral om voorstellingen in- of verkopen,’licht De Vroedt toe, ‘maar wij, Het Nationale Theater, zijn veeleer op zoek naar ‘programma’s’, naar concepten. Waarmee we verder pogen te reiken dan een op zichzelfstaand avondje toneel alleen.’

Al zijn en blijven die er natuurlijk ook. Zo brengt NTjong in maart Lord of the Flies uit. ‘Daarvan kun je zonder omwegen van genieten, maar er zijn ook uiteenlopende educatieve projecten omheen bedacht. Of neem Jeanne d’Arc. Daarmee kiezen we ervoor om met onze poten middenin de geloofsrichtingenstrijd te staan die de wereld van vandaag de dag splijt. Die voorstelling kun je ‘los’ zien, maar we presenteren er ook een heel randprogramma omheen, met als centrale vraag: Hoe ver ben jij bereid te gaan?

Ten slotte is er Ondertussen in Casablanca van regisseur Jeroen De Man. ‘Daarin wordt een gevierd acteursechtpaar over hun vak geïnterviewd, terwijl de nietsontziende werkelijkheid-van-alledag aan hun poorten rammelt.

Vuurdoop
Met RACE heeft De Vroedt als regisseur inmiddels zijn vuurdoop in Den Haag beleefd. The Nation is zijn volgende project. Hij ging er als volslagen nieuwkomer voor woelen onder tal van maatschappelijke organisaties in de hofstad, van voedselbank tot Des Indes, en van bewonersorganisaties tot boksschool. Net als Debets is De Vroedt overtuigd van de winst die van de kernfusie uitgaat. ‘De ene medewerker heeft er een gezelschap bij, de ander een ‘huis’. De deurtjes staan open en dat zorgt bij ons meteen al voor een sterke impuls.’

Meer weten? Kijk op nationaletoneel.nl, ntjong.nl, ks.nl en theateraanhetspui.nl.

 

‘Jeanne is vat vol tegenstrijdigheden’

Het Nationale Theater maakt groot opgezette ‘Jeanne d’Arc’

‘Jeanne d’Arc’ is het waargebeurde verhaal van een boerenmeisje dat uitgroeide tot nationale heldin van Frankrijk. Boodschapper van de hemel of van de hel? Een topcast speelt bij Het Nationale Theater Schillers ‘romantische tragedie’, met Sallie Harmsen als gedroomde Jeanne.

Radicalisering is vrijwel dagelijkse kost. Het verhaal van Jeanne d’Arc (1412-1431) past bijna naadloos op dat gegeven. Maar handelde zij vanuit een psychose, was zij de eerste feministe of vooral een rebel? Moet je jezelf opofferen om iets groots te bereiken?

“Ik krijg steeds meer mededogen voor haar,” antwoordt Sallie Harmsen, hoofdrolspeelster in ‘Jeanne’ van Het Nationale Theater (voorheen Het Nationale Toneel). “Zo gaat dat. Als actrice moet ik me volledig in haar gedachten laten zakken, in haar huid kruipen. Ik vind haar dapper. Door te gaan vechten voor Frankrijk, het land te redden van de ondergang, neemt ze een onomkeerbaar besluit. Later blijkt die beslissing als ‘radicaal’ te worden gezien. Dat kun je niet van tevoren weten. Ik heb met haar te doen.”

Jeanne d’Arc, maagd van Orléans, sterft op negentienjarige leeftijd. Ze was ervan overtuigd dat ze een goddelijke opdracht vervulde, die haar in visioenen werd aangereikt door aartsengelen. Dertien was ze. Daarna zette ze wonder boven wonder het leger en menige veldslag naar haar hand.

Ze werd zelfs ontvangen door de toenmalige paus. “Maar als ze op een dag op het slagveld, gestoken in een kuras, opeens oog in oog komt te staan met een Engelse soldaat, stort haar dat in een crisis: ze heeft immers gezworen af te zien van de aardse liefde. Even twijfelt ze: Moet ze hem nu wel of niet doden?”

Het is het kantelpunt in Schillers toneelstuk Die Jungfrau von Orléans uit 1801, bij Het Nationale Theater geregisseerd door Theu Boermans. Schiller baseerde zich op authentieke verslagen, documenten en processtukken, maar bracht ook eigenhandig veranderingen aan in Jeanne’s levensverhaal. Zijn stuk laat in vijf uitvoerige bedrijven zien dat Jeanne een duivelse moordmachine noch blind was voor haar omgeving. Schiller laat ons (in)zien dat de mens niet alleen feilbaar is, maar ook het risico loopt ten onder te gaan aan particuliere absolute opvattingen.

Maar zijn tot ‘romantische tragedie’ gedompelde stuk diende ook tot het creëren van een nationalistisch bewustzijn in Duitsland. De legende van Jeanne was daar volgens hem geknipt voor, omdat de burgerij en het volk konden worden bijgepraat over wat leiderschap is.

Psychologisch
Sallie Harmsen (o.a. Polleke, Tasso en Lucia de B.) kan zich niet goed herinneren wanneer ze voor het eerst over Jeanne d’Arc hoorde, voor het eerst met het verhaal rond de nadien door de paus heilig verklaarde boerenmaagd in aanraking werd gebracht. “Natuurlijk wist ik van haar bestaan, maar op school heb ik nooit les over haar gehad. Doordat ik in dit stuk speel heb ik nu een beter beeld van haar.”

Ze ziet Jeanne als een vat vol tegenstrijdigheden. “Volgens mij geeft de strijd, het vechten, blijk van haar onderdrukte seksualiteit. In de middeleeuwen was maagdelijkheid en zuiverheid in het licht van een vroom godsdienstig leven een bepalende factor. Ze onderdrukt haar ontluikende seksualiteit in dienst van haar geloof. Als acteur ga ik mee in haar visioenen, maar als je haar van een afstand bekijkt kan je haar overtuigingen ook voor een psychose houden. Die opvatting is gevaarlijk voor mij, want ik moet het publiek laten geloven dat zij puur is, en maximaal overtuigd. Ik wil de processen in het hoofd van Jeanne d’Arc voelbaar en inzichtelijk maken. Als kijker ga je daardoor hopelijk in haar ‘waan’ mee. Hoe komt iemand tot radicale daden? Met dit stuk willen we vertellen welk psychologische mechanisme daar achter zit.”

Beeldend
Naast prijswinnend film- en theateractrice heeft Harmsen zich ontwikkeld tot beeldend kunstenaar. Heeft ze Jeanne al aan het tekenpapier of het canvas toevertrouwd? Ze glimlacht. Neen dus, zover is het nog niet gekomen op haar site sallieharmsen-art.com.

Wel heeft ze het haar gekortwiekt tot een kort kittig kapsel. Staat stoer. Maar die haardracht komt niet voort uit Jeanne d’Arc, zo vertelt ze. “Dat heeft te maken met een film waar ik in speel. Die komt later dit jaar uit, de  Hollywoodfilm Bladerunner 2049.”

Het Nationale Theater speelt ‘Jeanne d’Arc’ van dinsdag 7 tot en met zaterdag 25 februari 2017 in de Koninklijke Schouwburg. Aldaar ook van woensdag 12 tot en met vrijdag 14 april 2017. Première op zaterdag 11 februari 2017. Meer informatie: nationaletoneel.nl en ks.nl. Telefonisch tickets reserveren: (0900) 3456789.

Powerlady of jihadiste?

Het Nationale Theater speelt Schillers meeslepende Jeanne d’Arc

Moet je jezelf opofferen als je iets groots wil bereiken? In tijden van radicalisering is het verhaal van Jeanne d’Arc weer hoogst actueel. Maar handelde zij vanuit een psychose, was zij de eerste feministe of toch vooral rebels? Hoofdrolspeelster Sallie Harmsen, presentatrice Leila Prnjavorac en hoofdredacteur Brahim Bourzik over hún Jeanne.  

Heldin. Verguisd, veroordeeld, op de brandstapel en … geheiligd. Die geschiedenis heeft zich in werkelijkheid voorgedaan rond Jeanne d’Arc. Het Nationale Theater grijpt haar levensverhaal aan voor een groots theaterstuk over radicalisering en liefde, zoals alleen regisseur Theu Boermans dat op de planken kan krijgen. Sallie Harmsen leidt als Jeanne een grote spelerscast van topacteurs.

In de ogen van regisseur Theu Boermans is Frankrijks nationale heilige zij is een nationale heldin (mijn fout) een jonge vrouw die gelooft in haar goddelijke opdracht. Als een blind werktuig geeft ze zich vanuit Orléans aan haar missie over. Ze voert een harde strijd op het slagveld. Op het moment dat ze even twijfelt over haar roeping, verliest ze haar bovenmenselijke beter: door god ingegeven kracht. Boermans: ‘Dan moet ze vechten met zichzelf, en met de liefde.’

Schillers meesterwerk uit 1801 laat zien hoe vatbaar de feilbare, veranderlijke mens is voor absolute opvattingen. ‘Jeanne d’Arc roept de vraag op of we onszelf moeten wegcijferen wanneer we iets groots willen bereiken.’

‘Seksueel onderdrukte vrouw’
Sallie Harmsen, hoofdrolspeelster: ‘In het dorpje waar ze opgroeit is Jeanne aanvankelijk erg vroom en op zichzelf. In haar tijd moesten vrouwen trouwen, kinderen krijgen en het huishouden doen. Maar ze vindt dat rolpatroon te beknellend. Op een dag verschijnt Maria aan haar. Zij geeft Jeanne de door God ingegeven opdracht om Frankrijk te redden van de ondergang. Dat geeft haar kracht en het lukt Jeanne door haar daden uit te groeien tot heldin. Al in haar tijd was ze een volkssymbool van moed. Maar Jeanne is ook een vat vol tegenstrijdigheden. Dat maakt haar ongrijpbaar, ook al wordt ze vaak in het hokje feminisme geduwd, of van patroon van het christendom.’

Toonbeeld
‘In het begin van het stuk is Jeanne een toonbeeld van pure onschuld en vroomheid. Dat vind ik moeilijk spelen. Ik houd niet van personages die alleen maar goed zijn. Maar dat uiterste heb je nodig om haar vervolgens te kunnen laten crashen. Ik vind het lekker om de ontwikkeling naar dat andere uiterste te kunnen spelen, dat maakt haar personage heel rijk. Een belangrijk omslagpunt in de voorstelling is het moment dat ze op het slagveld verwikkeld raakt in een duel met een Engelse soldaat. Op het moment dat ze hem wil doden en zijn helm afrukt om hem te kunnen aankijken, verlamt ze: opeens ervaart ze wat aardse liefde is. Overtuigingen die tot dan absoluut voor haar waren, komen op losse schroeven te staan. Ze vreest het oordeel van God, want ze heeft de gelofte gedaan van aardse liefde afstand te doen. Maar als ze besluit hem níet te doden, behoort ze dan de duivel toe? Tegelijkertijd vreest ze een doorgeslagen moordenares te worden. Uiteindelijk geven het visioen van Maria en de stemmen van aartsengelen in haar hoofd haar voldoende overredingskracht.’

Onderdrukt
‘Zo bezien is Jeanne d’Arc het (levens)verhaal van een existentiële crisis, niet uitsluitend een verhaal over radicalisering maar juist ook over liefde en seksualiteit. Voor haar is – zonder dat ze dat volgens mij goed en wel beseft – de strijd, het vechten, een blijk van haar onderdrukte seksualiteit. Er ligt een enorme focus op haar maagdelijkheid en zuiverheid; in de middeleeuwen en in het licht van de godsdienst is dat een graadmeter. Ze onderdrukt haar ontluikende seksualiteit in dienst van haar geloof. Hoe komt iemand tot radicale daden? Met dit stuk willen we vertellen welk psychologisch mechanisme daarachter zit.

Jeanne’s levensloop was logisch noch onontkoombaar, en vooral een samenspel van de wereld zoals die er toen uitzag met de context waarin ze opgroeide en haar karakter. We gebruiken Jeanne als fictief personage maar laten ons daarbij wel inspireren door historische gebeurtenissen. Ik wil de processen in het hoofd van Jeanne d’Arc, waaronder haar geloofsradicalisering, voelbaar en inzichtelijk maken.

Als acteur ga ik mee in haar hoofd en in haar visioenen, maar als je haar van een afstand bekijkt kan je haar overtuigingen ook voor een psychose houden. Die opvatting is gevaarlijk, want ik moet zien te laten geloven dat zij puur is en maximaal overtuigd van haar daden en opvattingen. In Schillers toneelstuk zit je als kijker gevangen in haar waan en ga je erin mee. De toeschouwer bekijkt het stuk dus heel erg vanuit haar hoofd.’


‘Voorvechtster van vrouwenemancipatie’
‘Jeanne d’Arc is een power lady, een voorbeeld en voorvechtster van vrouwenemancipatie’, stelt Leila Prnajovorac. Ze is presentator, trainer, workshopleider, coach, motivator en spreker en werd geboren in Doboj , Bosnië-Herzegovina. In 1993 vluchtte Prnajovorac samen met haar ouders en broertje naar Nederland. ‘Jeanne liet de kracht zien die uit kan gaan van vrouwelijkheid en spiritualiteit. Dat zij uit letterlijk goddelijke ingeving handelde is goed in die tijd te plaatsen: geloven kan kracht geven en stimuleren.

Ik heb een islamitische achtergrond, maar ben niet belijdend, eerder een soefi. Wat je ziet is dat velen die zich jihadist noemen, vaak weinig van de islam weten, maar toch de nadruk leggen op bepaalde soera’s of citaten uit de Koran. Zonder de geloofsboeken en wetscholen te kennen, besluiten ze onder invloed van ronselaars om uit te reizen.

Wat mij vooral opvalt is dat mensen zo beïnvloedbaar zijn en bereid zijn tot volgen, als schaapjes. Religie en nationalisme werden tijdens de oorlog op de Balkan als machtsmiddel misbruikt om mensen uit elkaar te drijven. Belangrijk is dat je zelf blijft nadenken, je blijft informeren en met iedereen praat. Zo ontwikkel je een brede blik. Ik hoop dat mensen veel meer naast dan tegenover elkaar gaan staan.’

‘Rebelse moslima’
‘Iemand als Jeanne zie je misschien eens in de honderd jaar’, zegt Brahim Bourzik, hoofdredacteur van de Moslimkrant. Hij ziet haar eerst en vooral als een rebelse jongedame. ‘Zij kwam in opstand tegen de heersende macht die in handen was van mannen. Met een goddelijke boodschap in handen, opende ze de ogen van de toenmalige machthebbers. Maar je moet Frankrijk, haar verhaal en haar figuur ook plaatsen in de tijd dat Europa geteisterd werd door voortdurende godsdienstoorlogen.

In opdracht van een hogere macht handelen vind ik niet a priori verkeerd. Ik zou Jeanne willen vergelijken met de moslima Aisha, een fascinerende vrouw. Ook zij kwam tegen de uitdrukkelijke wil van haar vader vastberaden in opstand tegen de profeet. Het was eigenlijk zelfmoord. De bijbel is wat mij betreft niet per definitie slecht en rabbijnen noch priesters zijn dat evenmin van zichzelf. Ik zie de bijbel en de thora als het fundament waarop de koran het dak kon bouwen. God is er niet op uit om tweedracht te zaaien.’

Jeanne d’Arc is te zien in de Koninklijke Schouwburg van 7 t/m 25 februari 2017 en op 12 en 13 april 2017. www.nationaletoneel.nl

 

Eerst zien, dan geloven

Nieuwe ‘urban stories’ bij NTjong

Drie theatermakers en het derde oog van een fotograaf verzamelen in een Haagse voormalige kerk, een hindoetempel en een synagoge verhalen over religie en rituelen. Ook ontmoeten ze de buren van die gebedshuizen, want hoe kijken zij aan tegen deze plekken?

De verhalen zijn het startpunt voor een reeks theatervoorstellingen die zich in diezelfde gebedshuizen afspelen. Het zijn buurt-en-kerkhuis Bethel, hindoecentrum Sewa Dhaam in Laak en de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente aan de Prinsessegracht. “Allemaal gebedshuizen en ontmoetingsplaatsen die verscholen liggen in het straatbeeld”, zegt Hanna Timmers, artistiek coördinator van het project.
Het Nationale Theater zoekt nadrukkelijk de stad op en wil de stad het podium op brengen. Maar jeugdtheatergezelschap NTjong, deel uitmakend van Het Nationale Theater, startte al in 2014 een meerjarig theaterproject onder de verzameltitel ‘Urban Stories’. Oogmerk: een actuele stadsbiografie, een verzameling verhalen uit verschillende stadsdelen. Met ‘Urban Stories’ ging NTjong op zoek naar verhalen van deze tijd, en presenteert zij die op onverwachte plekken. De reeks buiten de muren van het theater wordt nu voortgezet met ‘Eerst zien dan geloven’, gemaakt door drie theatermakers: Martijn Klink, Khadija Massaoudi en Els van der Jagt; en fotograaf Johan Nieuwenhuize. Zij verzamelen verhalen rond de drie genoemde gebedshuizen en hun buren, “verhalen over religie, rituelen en gemeenschappen, “ aldus Timmers. De verhalen vormen een reeks theatervoorstellingen in de gebedshuizen, een serie die volgens haar ‘extreem laagdrempelig’ is.

Optocht
Theatermaker Martijn Klink trapt de nieuwe reeks af in Bethel in de Thomas Schwenckestraat, waar verschillende geloofsgemeenschappen hun plek vinden en allerhande sociale activiteiten plaatsvinden. Hij verspreidde kaarten door de buurt waar hij zelf woont: ‘Waar geloof jij in? En hoe doe je dat?’Van tachtig buurbewoners kreeg hij reactie. “De meest uiteenlopende antwoorden doken op. Van iemand die gelooft in de lijn van het verleden, het heden en de toekomst naar de ontwikkeling van de straat. Maar ook kwamen mensen op de proppen met godsbewijzen, met blijken van hun geloofsbelijdenis. En er was iemand die zei: ik geloof in kunst.”
Met deze antwoorden opent hij een ‘theatrale happening’ die eindigt in een optocht door de buurt, en eindigt in de kapel van Bethel. Daar spelen twee acteurs teksten die voortkomen uit interviews die zij eerder met buurtbewoners hadden. Hij noemt het “een zoektocht met het publiek”. En er is natuurlijk muziek, uit de buurt, met het koor De Buren.” Waar hij zelf vooral geloof in heeft? Klink: “Ik geloof in het goede van de mens en dat het geven van een tweede kans geven waardevol is.”

Binnenkant
De 2017-reeks van ‘Urban Stories’ komt voort uit een artikel dat Timmers las in dagblad Trouw over het voornemen om te komen tot een tempelcomplex aan de Gaslaan. “Een van de omwonenden riep in dat stuk letterlijk: ‘eerst zien, dan geloven’.” Maar ze is ook gegrepen door het gegeven dat in het buitenland iedere kerk het bezoeken waard is, al betrapt ze er zichzelf ondertussen op dat ze de binnenkant van de kerk aan de Hoefkade nooit heeft gezien, terwijl ze er nota bene tegenover woonde. Ze ziet kerken als ontmoetingsplaatsen, ook al liggen ze dan soms wat verscholen,

‘Eerst zien dan geloven’ start op 2 februari 2017 en is exclusief te zien in Den Haag in de maanden februari en mei. Meer informatie en tickets via Theater aan het Spui: (070) 346 52 72 en theateraanhetspui.nl.

Urban Stories is een actuele stadsbiografie| Foto: Johan Nieuwenhuize