Verliefd – en toch verdeeld

Relatiedrama op kruispunt van liefde en politiek

Toneelgroep Oostpool en Het Nationale Theater bundelen de krachten in ‘Skylight’. Regisseur Jeroen de Man maakt een realistisch huiskamerdrama en keert en passant de traditionele man-vrouwverhoudingen om.

Ouwe vent met jonge meid? Andersom kan dat net zo goed. Niet dan? Regisseur Jeroen De Man laat op de schouwburgvloer zien hoe zijn doorgevoerde ‘genderwissel’ uitpakt met ‘Skylight’, een successtuk uit 1995 van de Brit David Hare. Hij schreef het met een man als succesvolle ondernemer en de vrouw als jonge minnares en een van zijn werknemers. De Man heeft die rollen nu precies omgedraaid.

Het startpunt: Als gearriveerd restauranttycoon is Eva multimiljonair. Tom, dertig jaar jonger dan zij, was ooit haar geheime minnaar maar ook een van haar werknemers, aangesteld door haar echtgenoot. Toen onverhoeds hun affaire aan het licht kwam hield hij voet bij stuk (‘Echte liefde is geheime liefde’) door daarop meteen zijn biezen te pakken. Hij vatte een baan op als schoolleraar en betrok een appartementje drie hoog achter waar hem alleen een dakraam uitzicht op de wereld biedt. In ‘Skylight’ zijn we zo’n drie jaar na dato getuige van de avond dat hij aan huis plotsklaps bezoek krijgt van Eva. De twee raken verknoopt in een strijd tussen wederzijds verlangen en tegengestelde maatschappelijke idealen. In de kern is ‘Skylight’ een verhaal over hoe de liefde botst.

In de realistisch nagebootste woning van Tom hangt het behang in repen aan de wand, oudere onder nieuwere, doet een bananendoos dienst als sidetable en moet een straalkacheltje dat met een kabelhaspel is aangesloten op het elektriciteitsnet zo goed en kwaad het lukt de ruimte verwarmen. Smartphone en sociale media heeft hij afgewezen, leest geen kranten meer en houdt zich staande door zich naast zijn sloeberbestaan vast te klampen aan zijn verworven ideaal: leerlingen tot zelfstandig denkende wezens maken. Eva maakt haar opwachting in zijn woning gestoken in een hip rozerood ensemble. Daar is ze gebracht door haar chauffeur (‘Frank is geen mens, maar een man met een baan’), die in de dienstauto blijft.

De Man verplaatst de tekst regelmatig naar de tegenwoordige tijd. Eva heeft snedige oneliners paraat over bijvoorbeeld ‘co-creation’ en ‘mindfulness’; terwijl hij verwijst naar onder meer een steekpartij die op zijn school heeft plaatsgehad. Gaandeweg ontaardt de ontmoeting in scherpe dialogen, komt het tot een confrontatie waar juist toenadering was bedoeld. Die confrontatie is keihard en onverbiddelijk, prachtig gespeeld door een schitterend en expressief op dreef zijnde Marie Louise Stheins en meer ingetogen door Chiem Vreeken. Hier toont zich ook het vakmanschap van De Man, die de prestaties van zijn acteurs steevast tot grote hoogten weet te stuwen: zij mag vlammen, hij mag schuren. Inderhaast zou je nog vergeten dat ook haar dochter lijfelijk in het stuk op de proppen komt, in wat je wellicht een proloog en epiloog zou kunnen noemen.

De omkering van rollen biedt echter en helaas maar beperkt meerwaarde. En ook de pro- en epiloog bieden uiteindelijk weinig dieptewerking.

En zo is ‘Skylight’ is vooraleerst een exempel van de typisch Engelse toneeltraditie waarin acteurs mogen flonkeren. Daar komt bij dat de tekstbewerking van De Man geregeld wat wijdlopig is. Een door De Man gemaakte vergelijking met het aloude ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’ is met dit stuk niet aan de orde. Wel is het te beschouwen als een fel realistisch huiskamerdrama waarin zichtbaar wordt hoe de kloof tussen man en vrouw, en tussen vertrouwen en verlangen uiteindelijk onhoudbaar is voor maximale en duurzame aantrekkingskracht.  

Ten slotte: Er is voor dit stuk een dubbele cast samengesteld. Enerzijds om mogelijke ziektegevallen in de spelersgroep op te kunnen vangen, anderzijds om meerdere keren per dag te kunnen spelen. Het kan dus gebeuren dat u een andere cast te zien krijgt dan hierboven beschreven.

Toneelgroep Oostpool & Het Nationale Theater, ‘Skylight’, gezien op zaterdag 12 september 2020 te Arnhem. Van dinsdag 22 t/m donderdag 24 september 2020; en dinsdag 6 t/m vrijdag 9 oktober 2020 in de Koninklijke Schouwburg, 20.15 uur. Meer informatie: www.hnt.nl 

Marie Louise Stheins en Chiem Vreeken schitteren in ‘Skylight’ | Foto: Sanne Peper

Advertentie

Waterig sprookje

Spektakelstuk Ondine: omstandig en bordkartonnen zomers uitje

Voor het spektakelstuk Ondine is de orkestbak onder water en de schouwburg op z’n kop gezet. Laat je onderdompelen in een onderwaterwereld.

Het zijn allebei ongelooflijke (half)wezens: vampiers en ondines. Regisseur Jeroen De Man houdt er zo nog wat van zulke ‘fantasy’-liefhebberijen op na. Met ‘Kinderen van Judas’ liet hij eerder dit seizoen vampiers vlammen, nu mag hij zijn bijgevijlde hoektanden zetten in Ondine, een coproductie van Het Nationale Theater en Toneelgroep Oostpool.

Ondine is in aanleg een bewerking van een oud-Germaanse vertelling die in 1935 door Fransman Jean Giraudoux aan het papier werd toevertrouwd. In 1953 werd het stuk al eens op de geheiligde vloer van de Koninklijke Schouwburg (KS) gespeeld door HNT’s voorganger Haagse Comedie. Toen moet Heleen Pimentel er een onnavolgbare Ondine gespeeld hebben, want toen onderscheiden.

Ook Jeroen De Man is in staat gebleken ‘zijn’ acteurs tot grote hoogten te brengen, zo liet hij eerder zien met Ondertussen in Casablanca, zijn regiedebuut anderhalf jaar geleden bij HNT / Oostpool. Dat mondde toen uit in nominaties voor acteurs Hans Dagelet en Jacqueline Blom.

En nu dus, op eigen verzoek, mag hij vrij zwemmen in de grote zaal van de KS.

De Mans ondine is een ranke blondine. Maar haar roepnaam staat ook voor soortnaam: die van de bevallige waternimfen, watervlugge wezens (m/v) zonder ziel. Door een mens aan zich te binden kunnen ze zich een felbegeerde ziel verwerven en zich compleet wanen. Maar o wee als het daarna tussen mens en ondine misgaat: dan dreigt voor allebei nattige, gekwadrateerde hel en verdoemenis.

In het kort: Als op speurtocht in het woud ridder Hans (Joris Smit) onderdak vindt bij een bejaard vissersechtpaar, maakt hij kennis met Ondine (Evgenia Brendes). Ze raakt in vuur en vlam, hij net zo. Da’s niet handig. Hij heeft zich al verloofd met Bertha en zij verloochent haar principes. Hoteldebotel neemt Hans Ondine mee terug naar het kasteel waar hij woont. Maar zij vindt daar haar draai niet, raakt verwikkeld in een strijd met Bertha. Op zijn beurt raakt hij al snel het ridderlijke pad bijster.

Kosten noch moeite zijn gespaard om van Ondine een spetterend en spetterig feestje te maken. De Koninklijke Schouwburg is compleet verspijkerd. Aan de gevel, op de ‘rotonde’, van de KS is een metershoog strandpaviljoen verrezen, in de foyer waan je je in de buik van een vis en de zaal is bijkans een aquarium: in de weinig gebruikte orkestbak werd een 12.000 liter omvattende waterbak annex vijver gebouwd. Het is de opkomstplek voor de nimfen van dienst.

Op toneel ontvouwt zich een spektakel van sprookjesachtige proporties. Betoverende lichteffecten, een stoet van 90 kostuums, een geweldige doekenparade en een ware pruikenprocessie. Het ene na het andere doek zeilt uit de nok naar beneden, en veelal komen die uit het verleden van het gezelschap zelf, uit hoeken en gaten vandaan gehaald. Een regengordijn rokt het geheel af. Wat je noemt overdadig gestoffeerd, tot musical-achtige daden aan toe.

Ook qua spelbeeld wordt uitgepakt: negentien spelers bevolken de productie. En dat alles onder het toeziend oog van halfgod Hercules (Heracles) – beschermer tegen kwaad en narigheid – die vanuit de hoogte van die wondere plafondschildering in de lijst van de zaal niettemin onbewogen toekijkt.

En toch. Zelfs met de zomer in de bol wil het me maar niet lukken mee te gaan met dit sprookje, kan ik maar matig enthousiast worden van wat op een waterig sprookje is uitgedraaid.

Onder meer doordat Jeroen De Man vele zijpaadjes inslaat. Uiteindelijk is het een ‘girl meets boy’, maar dan met veel omstandigheid en aplomb gebracht. Dat kan aan de tekst liggen. Giraudoux’ stuk is waarlijk geen Midzomernachtdroom’ om maar een vergelijking te trekken, en De Man heeft er met zijn team en acteurs ook nog eens danig aan zitten schaven. Misschien ook door te veel ingevingen die de eindversie hebben gehaald.

Volgens De Man worden er ‘wezenlijke argumenten gewisseld’. Misschien ware het daarom beter geweest dit liefdessprookje in zijn naakte waarheid te laten zien, zonder toeters en bellen. De Man merkte in het radioprogramma Kunstlicht (Den Haag FM) op dat een stuk óók moet overtuigen bij kaal TL-licht.

Dat doet deze voorstelling niet, een saus van verwijzingen naar vervuilde oceanen en de plastic soep ten spijt.

Blijft staan dat er over de hele linie prima wordt gespeeld. Opnieuw gooit De Man hoge ogen als acteursregisseur. En dat een uitbundige, zelfs heldhaftige poging is gedaan om de KS een deel van de zomer voor het publiek geopend te houden. Daarbij wordt ingezet op een publiek dat doorgaans de kost van de schouwburg niet gewend is.

Prijzenswaardig. Maar als u gaat, vraagt u dan wel meteen om een plaatsje op een van de balkons, want de leliehoudende waterbak is helaas nauwelijks zichtbaar vanuit de parterre.

Ondine van Het Nationale Theater en Toneelgroep Oostpool is tot en met zondag 8 juli 2018 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl. Telefonisch tickets boeken: 088 356 53 56.

Ondine is onderdeel van het jubileumjaar Feest aan Zee. In 2018 wordt de tweehonderdste verjaardag van badplaats Scheveningen gevierd met talloze activiteiten.

Koninklijke Schouwburg wordt waterval

Het Nationale Theater met onderwaterspektakel Ondine

‘Ondine’ is een licht bijtend zoutwaterspektakel in en om de Koninklijke Schouwburg. Watertanden met waternimfen en een middeleeuws aandoende ridderfiguur.

Nederland waterland. Het Nationale Theater (HNT) en Toneelgroep Oostpool nemen dat met ‘Ondine’ vrijwel letterlijk: de Koninklijke Schouwburg wordt drie aaneengesloten weken lang van binnen én buiten omgetoverd in een sprookjesachtige waterwereld. Zo wordt in de edele zaal de orkestbak veranderd in een plonsbak die is gevuld met liefst 12.000 liter water – een samenwerking aangegaan met drinkwaterbedrijf Dunea. Het is niettemin te hopen dat deze stunt door HNT van een behoorlijke overstromingsverzekering tegen eventuele waterschade is voorzien.

Als joch groeide regisseur Jeroen De Man op recht tegenover het Sportfondsenbad in Amersfoort. “Ik heb aan waterpolo gedaan en ben ook gefascineerd door eb en vloed,” vertelt hij over zijn begeestering voor water. Bij ‘Ondine’ kan hij zijn schik in water en watermanagement volop kwijt. Want na de vampiers eerder dit seizoen laat regisseur Jeroen De Man zich bij HNT nu met ‘Ondine’ verleiden door bevallige bovennatuurlijke wezens: het genre van de waternimfen. “Klopt,” lacht De Man als ik hem in de HNT-studio’s spreek, “dit is voor mij wel het seizoen van de fantasie.”

Mythologische ondines leven in bospoelen en watervallen, en hebben een prachtige stem of lokroep die soms gehoord wordt boven het geluid van het water uit. Uiterst verleidelijk wezens zijn het, onsterfelijk, en bijzonder is ook dat de ondine geen ziel heeft. Door een mens te huwen kunnen ze er wel eentje winnen.

In de spektakelvoorstelling ‘Ondine’ bij HNT trekt ridder Hans ridder von Wittenstein zu Wittenstein door het Woud. Hij krijgt een bed en eten bij een oud visserskoppel. Daar maakt hij kennis met hun vreemde maar beeldschone dochter Ondine. Hij wordt op slag verliefd op haar.

Pas nadat Ondine hem heeft ingepalmd vertelt ze hem dat ze een waternimf is. Hans neemt haar mee het Koninklijk hof, waar de jaloerse gravin Bertha haar liefdesconcurrent wordt. Met noodlottige gevolgen. ”Op veel vlakken een fantastisch verhaal, krachtig en poëtisch opgeschreven, ook op psychologisch niveau.” Dan, lachend: “Hoe praat een nimf met een ridder, hoe communiceren ze? En heeft ze goeie argumenten?”

Hardop dromen
De Franse schrijver Jean Giraudoux heeft van de in oorsprong Germaanse vertelling in 1938 toneel gemaakt. Het stuk is, enige jaren nadat het verscheen, gespeeld door de gouwe ouwe Haagse Comedie. Dat was in de beginjaren, in 1952, in een regie van Cees Laseur en met Heleen Pimentel als Ondine. Zij werd destijds uitgeroepen tot ‘Actrice van het jaar’. “Ik zag het inderdaad toen ik onlangs het jubileumboek ‘40 jaar Haagse Comedie’ doorbladerde,” vertelt De Man.

Nadat hij Giraudoux’ toneeltekst voor het eerst had gelezen was De Man ervan overtuigd dat het stuk te omvangrijk zou zijn om anno nu te kunnen opvoeren: te veel personages, te veelomvattend.

“Maar bij HNT mag hardop gedroomd worden,” zegt hij. “En zo zijn we uitgekomen op drie weken lang spektakeltheater. En we kunnen extra uitpakken omdat we met deze productie niet op reis door het land gaan. Wat dat uitpakken betekent?

Straks bevolken liefst 19 topacteurs de set, dat aspect alleen is al een waar spektakel. Sommigen van hen maken via het water hun opkomst. Verder is er een groots decor en komen er onnoemelijk veel kostuums voorbij, is er een hoop gegoochel met rekwisieten waaronder een windmachine, en komt er een dosis illusionisme en magie aan te pas.” Het eindresultaat moet het midden houden, aldus De Man, tussen een ambachtelijke en experimentele ervaring.

“We willen er echt een ‘belevium’ van maken. Met soms oprechte en intieme emoties, bij vlagen volstrek ridicuul en knotsgek.” Te midden van het waterballet wordt ook gezorgd voor een viskraam, een kraanwatercocktailbar en een pop-up terras.

Modern sprook
Ondine. Een watersprookje, maar niet met een ‘happy end’. Als de Koning der Watergeesten wraak komt halen wordt de burcht van de Wittensteins overspoeld, de geesten van het liefdespaar worden verruïneerd. De fonteinen van het paleis spuiten meters hoog. De wereld huilt.

“Simpel en onverbiddelijk,” verklaart De Man het tumultueuze slot. “Het gevaar dat van water uitgaat is groot. Ridder Hans merkt op een gegeven moment dat het water zich tegen hem keert, zegt dat hij zelfs waterleidingen voelt trillen als hij erlangs loopt.” Mooi vindt De Man dat, om bij tijd en wijle middeleeuwse taal en segmenten te mengen met elementen uit deze tijd. “Uiteindelijk mondt Hans’ avontuur uit in het verbreken van een verdrag. Da’s dan weer erg modern.”

Zomerzindering
Een echte zomerprogrammering in de Koninklijke Schouwburg krijgt aldus waarlijk haar beslag. Ook in de komende jaren lijkt die ontwikkeling door te zetten, want in de zomer van 2019 gaat regisseur Theu Boermans er aan de slag met een muzikaal toverstokje.

Het Nationale Theater speelt ‘Ondine’ van 19 juni tot en met 7 juli 2018 in de Koninklijke Schouwburg. Met o.a.: Hein van der Heijden, Sylvia Poorta, Evgenia Brendes, Vincent Linthorst, Mark Rietman, Jaap Spijkers, Joris Smit, Stefan de Walle e.v.a. Meer informatie: hnt.nl.

Emotionele extremisten

HNT en Oostpool in Kinderen van Judas van Jeroen De Man

In het leven valt er in uiteenlopende soorten en mate(n) gezellig te griezelen. In boeken, op TV, het filmdoek, de muziek. Maar er is nu ook effectbejag op het aloude toneelpodium.

Met satanisch genoegen zet Jeroen De Man met Kinderen van Judas zijn messcherp gevijlde hoektanden in een fenomeen dat menigeen rillingen bezorgt: dat van de eeuwig levende vampiers. ‘Vampiers bestaan, Punt.’

Secret societys zijn er in overvloed. Dark web, ruige motorclubs, KKK, vrijmetselaars, tempeliers. Heksen, spoken, geesten, zombies en weerwolven. Vampiers zijn evenwel van een andere orde. Bovennatuurlijke buitencategorie. Van een andere dimensie want menselijke ‘ondoden’. Dracula en Nosferatu zijn tot stijliconen uitgegroeid van een grofkorrelige nostalgie. Want tel maar op: vampiers zijn machtig en onsterfelijk, en ze waren aanwezig bij zowat alle heuglijke mensengebeurtenissen die de wereld hebben gevormd tot wat hij nu is – ehh, voor zover ze tenminste ingeroosterd waren.

Intussen heeft een van de vampiers in Kinderen van Judas’er tabak van. Hij is ongelukkig. Een ijzige grafstemming heerst derhalve in uitzichtloos vampierenland. Na millennia van steeds weer richting geven aan de dagen, iedere dag opnieuw, heeft hij het he-le-maal gehad, een burn-out ligt op de loer. Bijna doodverveeld. Slechte PR doet de rest. Net een mens. Doel: Hij wil de wereld zuiveren van poëzie.

Het is voor Jeroen De Man en zijn acteurs, een mix van spelers uit het tableau van Het Nationale Theater en Toneelgroep Oostpool, een dankbare opmaat om tot een exuberant spektakel vol galgenhumor en ‘sick jokes’ over te schakelen, die evenwel verder gaan dan louter gegriezel om gruwelijke griezels.

Nee, hun vampierlandschap is een speeltuin in fluorescerende plastictinten op huiskamerformaat, maar laat ook een mooi ‘memento mori’ zien voor de sterfelijke diersoort die de mens is, kalm uitgesproken door Joris Smit. De tragedie van de mens is immers niet dat hij weet dat hij sterft, maar juist dat de wetenschap dat de laatste deur wijd openstaat voorwaarde om tot handelen over te kunnen gaan. Anders gezegd: In de allerlaatste momenten van het leven beseffen je poriën pas echt dat ze leven.

In Kinderen van Judas wemelt het ondertussen van verwijzingen naar popmuziek (dat met death metal en types als Marilyn Manson en Alice Cooper rijk toebedeeld is), naar filmhistorie (True Blood en Only Lovers Left Alive) en zelfs naar apocalyptische facetten van de bijbel.

De Man tart graag theaterwetten. Dat liet hij bij De warme Winkel al zien. En ook in Ondertussen in Casablanca, zijn veelgeprezen debuut vorig jaar bij HNT / Oostpool, deed hij zulks met genoegen.

Dit keer echter even vaak hilarisch als melig. Een fantasierijke maar gedurfde mislukking die toch vier sterren waard is. Waarom? Wel, De Man haalt het beste in acteurs naar boven, geeft ze hun spelplezier terug. Een lesje in pure levenslust dat overslaat. Maar twee uur aan zuivere speeltijd blijkt wat veel van het goede. Of slechte dan. Dat trekt zelfs een eeuwig levende vampier niet.

Met halloween (met jaar op jaar een recordaantal moorden in de VS) op komst, horrorclowns die aan de orde van de dag zijn en Harvey Weinstein lijken we trouwens allang in een wereld van ondoden beland.

HNT/Oostpool: Kinderen van Judas. Van ma 6 tot en met wo 8 november 2017 en vr 15 en za 16 december 2017 in Theater aan het Spui. Meer informatie: hnt.nl.

De tijd durven stilzetten

Jeroen De Man maakt ‘Ondertussen in Casablanca’

Terwijl een wereldberoemd acteursechtpaar een interview geeft over het vak, dendert de werkelijkheid knalhard binnen. ‘De wereld staat in brand – en wij spelen toneel!’

‘Soms word je wakker en denk je: ‘Vanavond ga ik echt ontzéttend goed spelen.’ En, geen idee hoe, dat gebeurt dan niet. Een andere keer voel je je echt belabberd en misselijk,’ zo legt Jeroen De Man wereldster Alfred Lohman in de mond, ‘algehele malaise. En dan vindt een of andere chemische reactie plaats en ben je briljant. Wat dat dan is, weet ik niet. Je merkt het vooral met komedie.’

Pal voor de avondvoorstelling, een succesvolle herneming, voert gevierd interviewster (Anniek Pheifer) een vraaggesprek met een à la George en Martha bekend acteursechtpaar. Het zijn Lynne Fonteyne (Jacqueline Blom) en Alfred Lohmann (Hans Dagelet). Interviewster: ‘Er zijn geen kleine rollen, alleen kleine acteurs’. Ze vraagt het duo in de authenticiteit van de kleedkamer van de Amsterdamse schouwburg het hemd van het lijf. Tot opeens de actualiteit knetterhard op de deur bonst. Bij regisseur Jeroen De Man bestaat die uit ‘ondertussen’-scènes die zich afspelen in uiteenlopende werelddelen en die het drietal onontkoombaar met de neus op de feiten drukken. Vertwijfeling slaat toe: ‘De wereld brandt – en wij spelen toneel!’
Vakmanschap versus wereldnieuws. “Een interessante tegenstelling”, zegt De Man. “Het overkomt iedereen, in welke beroepsgroep dan ook, dat je zo goed of kwaad het gaat je werk doet, maar dan bij een kopje thee het gevoel je bekruipt dat er wezenlijker, fundamenteler zaken te doen staan in het leven.”
De Man (36) stond zelf als acteur veelvuldig op de toneelvloer, onder meer bij acteurscollectief De Warme Winkel, dus hij kan erover meepraten. Al heeft hij dan voorlopig het acteursjasje uitgedaan want voor de komende vier jaar is hij toegetreden tot het ensemble van Het Nationale Theater, als zijnde regietalent, zoals eerder Susanne Kennedy en Casper Vandeputte er een ‘ontwikkeltraject’ hebben doorlopen.

Pijnbestrijding
‘Ondertussen in Casablanca’ is volgens hem boven alles een ‘komische tragedie’ en ‘een portret van de hedendaagse, ploeterende mens in tijden van narigheid’. Het glas is bij De Man uiteindelijk eerder halfvol dan half leeg.”Ik ben niet negatief gestemd over de nabije toekomst. We weten dat er met zeven miljard mensen een voedselprobleem op ons afstevent en dat er te weinig zoet water voor iedereen is. Het leven wordt straks echt een survival. We moeten stilaan wel iets dóen.”
Hoe hijzelf de pijn van de wereld bestrijdt? Die vraag stemt hem in het repetitielokaal prompt tot enig denkwerk: “Door hard na te denken. We moeten niet alles meteen willen framen. Aan de andere kant: daar is misschien helemaal geen tijd meer voor. Toch moeten we in het theater het lef hebben de tijd even stil te zetten, verwarring durven stichten, bezoekers niet de kans geven onderuitgezakt in een stoel te gaan zitten, maar juist een actieve houding laten innemen en verwachtingspatronen doorbreken.”

Ode
Zijn eerste regie bij Het Nationale Toneel ‘Ondertussen in Casablanca’ noemt hij uitdrukkelijk ook een ode aan het ambacht toneelspelen. Maar is in stilte eveneens een eerbetoon aan de in mei overleden acteur, regisseur en theaterdocent Adrian Brine. Want hij kreeg uit diens handen het gewilde boekwerkje ‘Actors about acting’ van Funke & Booth uit 1961 aangereikt. Een klein bijbeltje dat voor De Man als leidraad dient. “Acteurs uit de jaren vijftig, de gouden eeuw van het toneel voor mij, doen daarin een boekje open over hun vak, onder wie Anne Bancroft, Vivien Leigh en Sydney Poitiers.”

Nieuw elan
“Door de fusie tot Het Nationale Theater stroomt hier momenteel veel nieuwe energie,”stelt De Man vast. “Onder collega’s als Eric de Voedt, Cees Debets en bijvoorbeeld Sadettin Kirmiziyüz is de rotsvaste overtuiging gegroeid dat we in staat zijn een nieuwe weg te kunnen inslaan.” Hij verklapt daarbij ter adstructie het plan voor een serie openbare inspiratieavonden onder acteurs en anderen, zoals die ook al in de jaren zeventig opgezet werden in Het Paradijs, de bovenzaal van de Koninklijke Schouwburg. Toen waren het de acteurs Bas ten Batenburg en Broes Hartman die oprichters en drijvende krachten waren. De Man: “De huidige acteurs willen de deuren opengooien en zichzelf laten zien, willen vooral uitzoeken wat theater nog meer is dan alleen repertoire en spelen in grote producties. Hopelijk lukt het om ‘project Paradijs’ jaarlijks te laten terugkomen.”

Vriendschap
Omwille van de nieuw verworven werkkring heeft hij zijn Amsterdamse gezinswoning eraan gegeven, is met vrouw en twee kinderen neergestreken in Duinoord. Den Haag is een stad vol maatschappelijk avontuur, zo heeft hij gemerkt. “Maar net zo goed een stad van eeuwenoude bossen en landgoederen, parken en pleinen, en natuurlijk zee, duin en strand.” Hij is er al flink opuit getrokken om vrienden te maken in de stad, heeft zijn oor gretig en bereidwillig her en der te luisteren gelegd, is lid geworden van de Vrienden van Den Haag en nu aan hun blad verbonden als columnist, heeft onder leiding van een gids stadswandelingen ondernomen en een speech voor de Vrienden van Nationale Toneel & de Koninklijke Schouwburg gehouden. Waarom? “Theatermakers moeten de ivoren toren uit. Ik wil dat mijn buurvrouw komt kijken naar mijn voorstellingen. En ik knoop dus met haar een gesprekje aan.”

‘Ondertussen in Casablanca’ van Het Nationale Toneel & Toneelgroep Oostpool is van dinsdag 10 tot en met zaterdag 14 januari 2017 (première) te zien in Theater aan het Spui. Aldaar ook van vrijdag 17 tot en met zondag 19 februari 2017. Meer informatie: nationaletoneel.nl. Tickets reserveren: (070) 346 52 72.