Vonkenregen

Het Nationale Theater brengt ‘Spoonface’

Wondere waarnemingen, wondere gedachten. Met Spoonface is er opnieuw een pareltje toegevoegd aan de geregen theaterketting die ‘Het Nationale Theater speelt altijd’ is gedoopt, de reeks wendbare voorstellingen, merendeels solo’s, dit voorjaar geboren uit de drang om weer te kunnen spelen en het publiek op te kunnen zoeken, en ondertussen het hoofd te bieden aan beperkende maatregelen die het theater toen al – en voorlopig nog wel eventjes parten blijven spelen.

Spoonface, kind nog, is dol op opera, droomt ervan als spreekwoordelijke diva ‘met van die tieten en alles’ op het podium te staan en daar te worden toegejuicht. Ze vindt het belangrijk schoonheid door te geven. Droevige dingen zijn het mooist van al, meent ze. ‘En ik zou het doodgaan zingen en er zou een prachtig stukje schoonheid in de wereld zijn.’

Voluit is haar naam Spoonface Steinberg. Behalve jong is ze lichtelijk autistisch aangelegd en blijkt ze een logaritme in haar ‘hersen’ voor combinanten van reeksen cijfers, getallen en data. Ze groeit op in een ontwricht jong gezinnetje en haar gezichtje is als de bolle kant van een lepel die je voor je houdt. Kind als ze is, heeft ze ook nog eens, zo verwoordt ze het zelf, ‘kanker opgelopen’.

De tekst voor Spoonface Steinberg vloeide in 1997 uit de pen van de Britse toneel- en scenarioschrijver Lee Hall (1966). Zijn script is aanvankelijk ingezet als hoorspel, bij BBC Radio 4. Meest bekend is hij van Billy Elliot (2000). Jibbe Willems heeft voor Hall’s eenvoud bijzondere en gedenkwaardige lichtvoetige woorden en zinnen in het Nederlands weten te vinden.

Tien jaar geleden waagde regisseur Noël Fischer zich bij jeugdtheatergezelschap BonteHond aan de tekst, liet die toen opvoeren door een drietal, onder wie Eva Zwart. Voor haar rol als Spoonface kreeg Zwart destijds een Gouden Krekel voor meest indrukwekkende podiumprestatie 2010. De productie als geheel verwierf toen het predicaat Zilveren Krekel als meest indrukwekkende productie 2010.

Nu dus als solo, bij HNT door Soumaya Ahouaoui, die de tics en dwarse gedachtegangen van Spoonface integer gestalte geeft. Eerder speelde zij onder meer bij DOX en maakte deel uit van de cast van Melk & Dadels. Begin dit kalenderjaar trad ze toe tot het tableau van het Haagse toneelgezelschap, waar ze in de marathon Leedvermaak aan zou treden.

Buiten alle ellende (teveel?) die Hall in één persoon heeft samengebald in Spoonface, weet Ahouaoui van haar meer dan een bij voorbaat door een overdaad aan sympathie gedragen personage te maken: Ze ziet nuchter en wel haar situatie onder ogen, ze registreert, maar schept toch ook diepte in het leed van haar personage, en vertolkt dat integer, precies & nauwgezet en ook zeer navoelbaar de gloedvolle filosofische ‘touch’ die Hall in het stuk heeft gelegd. Uiteindelijk is Spoonface een verhaal over hoop.

‘Toen de wereld werd gemaakt, maakte god hem van magische vonken – alles dat er is, is allemaal gemaakt van magische vonken – en alle magische vonken gingen bij de dingen naar binnen – diep van binnen en alles heeft een vonk – alleen is het nogal lang geleden dat het gemaakt is en nu zitten de vonken heel diep van binnen en het hele punt van levend zijn – het hele punt van leven is die vonk te vinden.’ (…) ‘Je vindt betekenis als je de vonk vindt – dat werkt net als elektriciteit – je begint te gloeien als een gloeilamp en je fonkelt als de vonken en dát is de betekenis – niet zoals een antwoord of een uitkomst of zo iets – het is gloeien – je moet de vonken binnenin je vinden en ze vrij laten.’

De ontroering die uit tekst en de voorstelling spreekt is natuurlijk ook de verdienste van Noël Fischer die, na eerdere spektakelregies voor de grote zaal, zoals familievoorstellingen als Pluk van de Petteflet, De Vrekkin, Revolutions en het door toedoen van corona afgelaste Trojan Wars, hier en nu bewijst dat ze ook prachtig en meer uit de voeten kan op de vierkante meter. Binnen ‘Het Nationale Theater speelt altijd’ regisseerde ze overigens buiten Spoonface ook U bent mijn moeder en Liefdesverklaring (Antoinette Jelgersma).

Spoonface is al met al een vonkende voorstelling, om bij te janken, om van te janken – in de goede zin van het begrip. Een openbaring zo u wilt, die op de beste momenten regelrecht kan wedijveren met de eenvoud en de filosofische nederigheid die spreekt uit Le Petit Prince: dat je innig treurt om iemand die er ooit niet meer zal zijn, maar dat gegeven voor lief neemt omdat je je werkelijk en diep met iemand verbonden voelt.

Gezien op vrijdag 18 september 2020 in Theater aan het Spui, Den Haag. Meer informatie: www.hetnationaletheater.nl.

Opera als pijnstiller

HNT speelt altijd: Spoonface, met Soumaya Ahouaoui

Een ooggetuigenverslag

Een doodziek meisje met een ontwikkelingsstoornis gaat haar ziekte te lijf door haar fantasie aan te spreken. Actrice Soumaya Ahouaoui trekt met ‘Spoonface’ ook zichzelf binnenstebuiten in deze ‘werkvoorstelling’.

Haar gezichtje is zoals de bolle kant van een lepel. ‘Spoonface’, wordt ze om die reden genoemd. ‘Het bolletje rond’, zo zegt ze er, maar niet zonder humor in haar stem over. En ze heeft een bijzonder ‘hersen’. Getallen en datums, op die gebieden is ze, onvermoed, onverslaanbaar. Maar bij haar verschijnen de uitkomsten van rekenopgaven hiermee bij toverslag in kleuren die zich vanzelf aan haar openbaren. Een gave. Autistisch is ze ook, concludeert ze, zegt ze, weet ze. En hoe dat zo gekomen is weet ze ook: bij haar geboorte gaf God haar een tikje op een zachte plek.

Spoonface weet, ondanks de weinige verjaardagen die ze telt, dat ze hoe dan ook binnenkort dood gaat gaan. Maar spreekt ontwapenend over wat haar aan onheil en rampspoed overkomt in soms bijna verlicht klinkende zinnen, zonder enige dramatische ondertoon of zweem in die richting aan te wenden, en verwijt in woord noch gebaar. In feite zijn de woorden die ze kiest tedere, nuchtere beschrijvingen van wat ze ondergaat – maar de gevaren van buitenaf die haar bedreigen dan wel met een scherpe blik voor verhoudingen opgetekend. Je zou het geobjectiveerde observaties kunnen noemen.

Bij tijd en wijle zoekt ze hoop en troost als eeuwige ankers van de geest, en vindt die met name in operamuziek. De droevige dingen zijn het beste, vindt ze. Een rol als operadiva is haar wensdroom: ‘Toen het nog vroeger was – en ze de liedjes en de opera’s en die dingen schreven, toen was het nog belangrijk hoe je dood ging. Toen de zangeressen zingden en tekeer gingen (…) als zij dan helemaal trillerig en schitterend was en iedereen zijn adem inhoudde – en zij daar stond, in dat bijzondere licht, met haar tieten en van die dingen – dan moest iedereen naar haar kijken en ze moesten huilen en hun hart brak een beetje vanwege die arme vrouw – die arme arme vrouw die zo mooi dood kan gaan. En als ik later groot kon zijn dan wou ik ook zo’n droevige zangeres zijn en het doodgaan zingen, en iedereen zou klappen en voor me juichen.’

Spoonface hult zich daarbij in de gedaante van engel slash vogel – maar is toch meestal vooral zichzelf. ‘En ik zou het doodgaan zingen en zo vrij als een vogeltje naar boven naar de hemel zweven’ Vaak verstart ze, eventjes maar, op het moment dat operafragmenten haar ‘monologue intérieur’ doorsnijden.

De tekst is van Lee Hall, meer bekend van ‘Billy Elliot’. Zijn woorden komen ontegenzeggelijk aan, ook door de magnifieke taal die Jibbe Willems voor in het Nederlands heeft weten te vinden. In 2010 speelde jeugdtheatergezelschap Bonte Hond dit kleinood met David Eeles en Julia van de Graaff als ouderlijk stel van Spoonface, en Eva Zwart in de hoofdrol. De productie, onder regie van Noël Fischer, kreeg dat jaar een Zilveren Krekel voor meest indrukwekkende productie en was er voor Eva Zwart een Gouden krekel voor meest indrukwekkende podiumprestatie.

Bij Het Nationale Theater / HNTjong voert Fischer, waar ze artistiek leider is van HNTjong, opnieuw de regie over het stuk, ditmaal gespeeld door talent Soumaya Ahouaoui. Zij trad onlangs toe tot het Haagse ensemble en maakt nu haar debuut bij HNT, met een solo, en nota bene in de Koninklijke Schouwburg. De noodsprong kwam tot stand door toedoen van het onzichtbare gevaar van buitenaf: het coronavirus. Zo maakt Spoonface deel uit van de gelegenheidsserie ‘HNT speelt altijd’, waarmee het gezelschap een groot aantal kleine maar naar eigen zeggen ‘wendbare’ voorstellingen speelt.

In het tijdbestek van een luttele en niet meer dan welgeteld vijf repetitiedagen heeft Ahouaoui zich aan haar personage overgegeven. Sowieso al een waagstuk, maar in dit verband nog versterkt doordat ze speelde ten overstaan van een grote zaal met een status als die van de Koninklijke Schouwburg, waar op de avond dat ik de voorstelling zag op de parterre niet meer dan twintig mensen als vliegen in de zaal geplakt zaten, klonters gestolde schaduw – tegenover de momenteel maximaal mogelijke bezoekerscapaciteit van 150 en in normale tijden zo’n 700. Tja, in een dergelijke entourage maakt dat het spelen geen sinecure. Toch weet Ahouaoui de bewegingen en gedachtesprongen van Spoonface prachtig te vangen met haar timbre en gebaren, en lukt het mede daardoor de lotgevallen van haar personage invoelbaar te maken, de afstand in haar woorden zorgen juist voor meer nabijheid bij de toekijker. Wel zouden enige tempowisselingen en temporisering meer spanning in het stuk teweeg kunnen brengen.

Ze komt op als Goofy. De naam van de Walt Disney-figuur is afgeleid van het Engelse woord goof, dat “stomme fout” betekent en/of goofy wat “mal” of “dwaas” betekent.

Op het podium springt het knalrode sixpack cola eruit in het voor het overige in witte draperieën van ongebleekt katoen gehulde decorbeeld. Op de witte speelvloer staat een tafel, iets wat een lijkbaar zou kunnen zijn, en daarop ligt een bos witte bloemen, rozen en lelies. Tekenen van de dood.

Gelukkig is het niet allemaal bij voortduring bloedserieus, maar is er ruimte gezocht en gevonden voor humor. Een iPad waar ze als uitlaatklep vol overgave een game op speelt bijvoorbeeld, een tafeltennisbatje, en een minitrampoline. Ten slotte is daar de knuffelbeer die ze leeg plukt. Een beeld dat maar moeilijk van het netvlies verdwijnt.

Souamaya Ahouaoui had haar debuut bij HNT zullen maken in de trilogie Leedvermaak. Voor volle zalen. Dit is opeens heel andere koek. Het is mooi om te zien hoe ze zich staande houdt in een solo, een genre dat ze niet eerder beoefende. Op zichzelf ook weer een debuut.

Het Nationale Theater speelt altijd: Spoonface. Met: Soumaya Ahouaoui. Regie: Noël Fischer. Nog te zien op vrijdag 10 en zaterdag 11 juli 2020, op woensdag 15 t/m zaterdag 18 juli 2020 in de Koninklijke Schouwburg.

Een wereld tussen hemel en aarde

Het Nationale Toneel speelt ‘Spoonface’

Een doodziek meisje met een ontwikkelingsstoornis gaat haar ziekte te lijf met fantasie. Soumaya Ahouaoui trekt deze ‘Spoonface’ én zichzelf binnenstebuiten in de gelijknamige  solo.

Operadiva, dat is de wensdroom van ‘lepelsmoet’ Spoonface:

‘Toen het nog vroeger was – en ze de liedjes en de opera’s en die dingen schreven, toen was het nog belangrijk hoe je dood ging. Toen de zangeressen zingden en tekeer gingen (…) als zij dan helemaal trillerig en schitterend was en iedereen zijn adem inhoudde – en zij daar stond, in dat bijzondere licht, met haar tieten en van die dingen – dan moest iedereen naar haar kijken en ze moesten huilen en hun hart brak een beetje vanwege die arme vrouw – die arme arme vrouw die zo mooi dood kan gaan. En als ik later groot kon zijn dan wou ik ook zo’n droevige zangeres zijn en het doodgaan zingen, en iedereen zou klappen en voor me juichen.’

Het is een wonderlijk-aangrijpend blikveld vanuit het binnenste van een autistisch meisje, ernstig ziek, en verzot op opera en verhalen. Daarin vindt ze houvast, terwijl de ziekte haar genadeloos sloopt. Het tekstfragment komt uit ‘Spoonface Steinberg’ van Lee Hall, in 1997 voor het eerst als hoorspel gebracht, bij de BBC, en in 2010 vrijwel briljant vertaald door Jibbe Willems.

Volgende week pakt actrice Soumaya Ahouaoui het stuk op als onderdeel van de (anti)corona-reeks ‘Het Nationale Theater speelt altijd’. “Waanzinnige tekst,” vindt Ahouaoui. “Ik was aangedaan toen ik die voor het eerst las, simpel en ontroerend, soms filosofisch, maar toch vooral ‘schoon’ verteld. Ze is jong, maar soms ook wijs en oud. Ik ging helemaal mee in haar verhaal, in haar wereld.”

Maar Spoonface beschikt ook over een bijzondere bovenkamer. Op een dag heeft ze van haar behandelend arts wat operamuziek meegekregen. Die is ze vet en meeslepend gaan vinden, en verliefd geworden op de glamour en de dramatiek. Maar in haar woorden is ze juist niet dramatisch, dat is een mooie tegenstelling, vertelt ze in bijna verlichte termen over wat haar overkomt – terwijl ze toch van de ene extreme situatie in de andere rolt.”

Bij haar voorbereidingen op het stuk, toen ze de tekst las, heeft ze de voorgeschreven muziekfragmenten op Spotify erop nageslagen. Opera, zegt ze, dat was wel even wennen.

“Ik luister eerder naar de muziek van Ronnie Flex en consorten bijvoorbeeld, maar weinig naar opera. Toch kwamen deze aria’s enorm bij me binnen, kippenvel! Ik vind dat ik mezelf tekort heb gedaan door opera te negeren. Ook vind ik de tegenstelling vet dat een jong meisje door operamuziek de klassieke oudheid naar boven haalt.” In de voorstelling klinken die aria’s straks ook, “al is dat helaas niet live”.

Talent
Soumaya Ahouaoui onderscheidde zich onder meer in de theaterhit ‘Melk & Dadels’ die twee jaar geleden door het hele land volle zalen trok, en ze vertolkte uiteenlopende rollen in bekende tv-series. Onlangs werd ze door NRC Handelsblad tot ‘jong toneeltalent’ uitgeroepen, noemde haar daarbij ‘een frisse en brutale theaterpersoonlijkheid die (…) met intelligent, transparant en geestig spel (…) weet te verleiden als te ontregelen.’ Daarvóór, op 1 januari, was ze toegetreden tot het ensemble van Het Nationale Theater (HNT), dat als een van de weinige toneelgezelschappen in Nederland nog acteurs in vaste dienst heeft.

In de ‘Leedvermaak’-trilogie van Judith Herzberg had ze haar opwachting zullen maken bij HNT. Maar het liep dus allemaal anders – en nu debuteert ze bij HNT warempel met een solo, in die legendarische bonbonnière van de Koninklijke Schouwburg. Ze staat er dan trouwens voor het eerst in haar carrière helemaal alleen voor.

“In mijn eentje in de Koninklijke Schouwburg! Ik heb wel eens een solo op De Parade gespeeld, maar nooit een uur lang. Ik kijk er erg naar uit, al weet ik nu nog niet hoe het eruit zal zien, toch heb ik het vertrouwen en het geloof dat dit iets bijzonders kan worden.”

Noël Fischer van HNTjong voert de regie. Tien jaar geleden regisseerde ze hetzelfde stuk al eens bij jeugdtheatergezelschap Bonte Hond. “Maar bij ons is dit stuk niet bedoeld voor kinderen,” legt Ahouaoui uit, “het is bedoeld voor een volwassen publiek, zoals schrijver Lee Hall het oorspronkelijk bedacht had.”

Het Nationale Theater speelt altijd, ‘Spoonface’, door Soumaya Ahouaoui, woensdag 8 t/m zaterdag 18 juli 2020, Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.hnt.nl

 

Naar het voorgeborchte van de hel

Dégradé: Naar de hemel wijzen

Dégradé staat voor ‘extreem beeldend geluidstheater’. Over Bauhaus zou het gaan. Maar het is uitgedraaid op een bloedrood gekleurd theatraal epistel over de duivel.

Terwijl Dégradé-initiatiefnemer David Geysen de woorden in de mond neemt van Lucifer, als zijnde de duivel vóór zijn satanische val, ontwerpt ‘partner in crime’ Carl Beukman het subsonische geluid van het onderaardse.

Geysen declameert: ‘Het geboorte worden van de mensenmade heeft mij altijd boeiteloos gemaat. Dat de eerste wereldlijke daad met bloedvergiet en scheurbuik gaat gepaard is voor mij een spiegelaf van de menselijke aard.’

Het zijn de duivelse openingswoorden van een demonische tekst, een monoloog: “En dat loopt zo zo’n dertig pagina’s door,” verklaart Geysen met een licht sardonisch lachje.

Naar de hemel wijzen wordt straks opgediend in de avant-gardistische stijl waar de uitvinders van ‘extreem beeldend geluidstheater’ om bekend staan door eerdere voorstellingen als Polonium-210 en België.

De beide Dégradé-grondleggers beloven muzikale en beeldende effecten ‘op de hartslag van taal die in de vloer gekrast lijkt en in klei geboetseerd’. Een voorstelling over de schoonheid van het mislukken. Op zoek naar het punt waar lijden en geluk elkaar één ademtocht in troost opheffen. Geysen voorziet ‘een krankzinnige voorstelling’ gecentreerd rond een verbolgen duivel.

“De duivel is boos omdat de mens geschapen is door god. Hij is daarom vastbesloten om wraak te nemen. Maar daardoor veroorzaakt hij uiteindelijk zijn eigen val. Ik vind de duivel een interessant personage, al hebben we hem als mensheid waarschijnlijk zelf gecreëerd. Net als de hel. Voor mij is dat ook een interessante plek, net zoals dat voor Dante Alighieri in zijn beroemde Divinia Comedia gold. Want de hel is ook precies de plaats waar de kunstenaars verblijven,” lacht hij, “en eigenlijk de plek waar alle interessante mensen op een kluitje zitten. En daarbij is het dagelijks leven de hel, toch?”

Wijzen naar de hemel is voor Dégradé bijna een snoepje vooraf, de opmaat naar een grote productie rond de Divina Comedia. “Dat wordt een live spektakel dat we gaan uitsmeren over een heel jaar. In december gaan we van start met De Hel, in mei 2020 volgt De Louteringsberg, en in december 2020 brengen we het drieluik integraal uit, met daarbij ook deel drie: Het Paradijs.

Voor het eerst in zijn professionele toneelcarrière die stiekem al twintig jaar beslaat, brengt Geysen een monoloog. “Ik heb vele rollen gespeeld, tot aan Hamlet aan toe, dat was bij de afscheidsvoorstelling van Toneelgroep De Appel. Maar een monoloog heb ik nog nooit gedaan. Ik merk dat je je voor het instuderen van deze tekst bijna als een pianist op etudes moet voorbereiden, en dat je noot per noot, in dit geval woord voor woord, de zinnen moet veroveren. Pas daarna wordt het leuk. Wat het ook moeilijk maakt is dat tekstschrijver Jibbe Willems in dit stuk vaak de woorden omdraait in de zinsconstructies, hij schrijft geen lineaire taal.”

De eerder aangekondigde productie rond Bauhaus kan geen doorgang vinden. “Dat vinden we erg jammer,” zegt Beukman. “Helaas kon het project geen goedkeuring wegdragen van de gemeente. Het was heel interessant geweest om in dit Bauhaus-jaar hiermee voor de dag te komen.”

Geysen: “Dat project zou exact gepast hebben om te laten zien waar we als theaterbroedplaats voor staan: onderzoeken hoe we uiteenlopende disciplines kunnen samenvoegen en dat als inspiratiebron gebruiken voor onze eigen voorstellingen. Doodzonde dat het niet door kan gaan.” Maar nu eerst ‘Naar de hemel wijzen’.

Dégradé: ‘Naar de hemel wijzen’. Te zien in Korzo Theater van donderdag 7 tot en met zaterdag 9 maart 2019. Meer informatie: degrade.nl.

Een pot met goud

NTjong viert vijf jaar met goud

Molières De Vrek door de gehaktmolen.

De Vrekkin is bij NTjong een hilarische klucht over materialisme, bol van geheimen, stiekeme verlangens en foute vriendjes. Een zuurstokroze, visueel spektakel voor iedereen van 8 tot 88.

Stinkt geld? Wie droomt er nou niet van om overdadig rijk te zijn? In een supermateriële wereld waarin kinderen vanzelfsprekend opgroeien met de nieuwste gadgets, dure merkkleding en ‘funny trips’, is het voor ouders lastig om grenzen te stellen.

NTjong biedt uitkomst met een knotsgekke bewerking naar de zeventiende-eeuwse (!) satirische komedie van Molière. De familievoorstelling markeert vijf jaar NTjong.

Billy de Walle maakt als stagiair zijn toneeldebuut. Later dit studiejaar hoopt hij als acteur af te studeren aan de HKU in Utrecht. De 22-jarige speelt de rol van de armzalige Valerio. In de ogen van de gefortuneerde moeder uit het stuk, gespeeld door Betty Schuurman, is hij een ‘loser’. Maar ja, wél de ‘love interest’ van haar dochter.

Wat hij nu, bij zijn allereerste interview ooit aan heeft, noemt hij zelf een ‘kloffie’: “Ik reken me niet tot een subcultuur, ben geen beatnik, hipster, gabber of nerd – of het moet zijn dat ik er uitzie als een kunststudent.”

Géén prijzige merkkleding. Nike’s noch Puma’s aan de voeten, en bling-bling schittert van afwezigheid. Geen tatoeages; alleen een pril en ‘cosy’ Italiaans ringbaardje ter decoratie. “Ik studeer niet om het geld, zoals sommigen van mijn leeftijdsgenoten wel. Anders dan ik, hebben zij meteen door wat imitatie is en wat echt. Ik houd juist van ‘vintage’, struin graag tweedehandsmarkten af. Da’s ook lekker economisch. Ik ben niet materialistisch ingesteld. Al is het natuurlijk wel fijn om zonder geldzorgen te kunnen leven.”

Door families als die van de Trumps en de Kardashians denken velen dat rijkdom onuitputtelijk is. De Walle kan zijn oren nauwelijks geloven als hij het hoort: “Melania Trump goes Afrika?! Niet waar! Echt? Het is bizar! Idioot!”

Deze ‘overhaul’ van De Vrek scharniert om een ‘modern family’ met schaamteloos veel te veel geld en omgekeerd evenredig realiteitsbesef. Onder de superstrakke regie van de moeder en haar ‘personal assistant’ leiden zij en zoon, dochter, ex-man plus een onmisbare ‘life coach’ (haar BFF) een leven van megalomane uitzinnigheid. Totdat ze besluit niet langer een wandelende creditcard te zijn.

“Thuis hadden we geen luxeleventje,” stelt de zoon van Stefan de Walle en Esther Scheldwacht vast, “al kregen mijn broer en ik wel alles wat we nodig vonden.” Mijn eerste ‘mobiel’? Hij lacht: “Tja, pas toen ik vijftien was.”

Zou hij miljonair willen zijn? “Het moet angstaanjagend zijn om de jackpot van een loterij te winnen. Je leven verandert drastisch. Dat kan eenzaam uitpakken. Er zijn miljonairsbegeleiders, wist je dat?”

Greenfield
Vrijwel gelijktijdig met De Vrekkin loopt in Fotomuseum Den Haag een tentoonstelling over de ‘rich & famous’ van deze aardkloot, met werk van Lauren Greenfield. “We hebben met de cast haar documentaire Generation Wealth bekeken. Daarvan is me vooral een fragment bijgebleven met een jonge vrouw uit Los Angeles. Haar leven was een aaneenschakeling van decadente, exuberante feesten, opgezet door een fulltime ‘party girl’. Ze sleepte haar zoon mee naar al die dure feesten. Maar hij vertelde zich erg ongelukkig te voelen, zou het liefst dierenverzorger worden. Dat is dus wat rijkdom met je kan doen.” Televisieprogramma’s als Say yes to the dress en My super sweet sixteen? “Ik word daar treurig van.”

Op zijn derde werd hij al naar toneelrepetities meegetroond, kreeg het acteursvak dus letterlijk met de paplepel ingegoten. Toch koos hij eerst voor de Haagse academie voor lichamelijke opvoeding. “Heb ik niet afgemaakt. Ik ben daarna gaan ‘studieshoppen’. Toen pas ontdekte ik dat een toneelopleiding mij goed paste.”

Hij mag dan weliswaar beschikken over acteursgenen, toch blijft het hard werken, vindt hij. “Ik wil me eerst ontwikkelen. Ik merk dat het hier bij NTjong al heel anders toegaat dan ik van school gewend ben.”  Als beroepsacteur wordt hij later vast niet badend als een Dagobert Duck in gouddukaten wakker. “Dat geeft niet, zolang je maar voor rollen gevraagd wordt.”

NTjong & HNT: De Vrekkin. Zaterdag 20 en zondag 21 oktober 2018 en van woensdag 2 tot en met vrijdag 4 januari 2019 in de Koninklijke Schouwburg. Onderdeel van De Betovering, internationaal kunstfestival voor de jeugd. Meer informatie: hnt.nl.