Stadspaleis met huiskamergevoel

Nieuw zomerfestival in Koninklijke Schouwburg

Festivallitis! Het kan niet op. Den Haag heeft er (alweer) een festival bij: Stadspaleis. Het vindt plaats in de foyers van de Koninklijke Schouwburg. De eerste editie duurt meteen drie weken lang. En iedere festivaldag is er een ander programma. SPQH.

In 1766 liet prins Karel Christiaan van Nassau-Weilburg, zwager van stadhouder Willem V, een paleisje aan het Korte Voorhout bouwen voor zijn 23-jarige echtgenote, prinses Carolina van Oranje-Nassau. Architect Pieter de Swart ontwierp in Lodewijk XVI-stijl een 77 meter breed en drie verdiepingen hoog gebouw rond een sterk gebogen halfronde cour. Dat paleisje heeft de tand des tijds niet ongeschonden doorstaan: na een crowdfundingactie onder Hagenaars kreeg het pand in 1804 een bestemming als theater: de Koninklijke Schouwburg (KS). Het is daarmee een van de oudste schouwburgen van Nederland. Cees Debets, spreekt er met ongespeeld ontzag over: “De stijlkamers, de prachtige theaterzaal, de allure die van het gebouw uitgaat: met recht een monument. Met Stadspaleis verbinden we traditie met de nieuwe tijd. Bovendien laten we een heel andere gezicht van de KS zien.”

Paleisheer van weleer Hans van Westreenen, alweer twee generaties geleden de bespeler en meest recentelijke renoveerder van de KS, zei het graag: ‘Er ligt goud aan het Voorhout’. En ook: ‘Het tapijt moet slijten’. Dat laatste gaat nu vrijwel letterlijk gebeuren met Stadspaleis. SPQH. Senatus Populusque Hagensis’: het Bestuur en het Volk van Den Haag heten u welkom. De medaillon met dat opschrift hangt fier boven de toneelmond van de bonbonnière. Maar ja, die is nu dus even gesloten. “Daar wordt deze zomer technisch onderhoud gepleegd,” vertelt directeur programmering bij Het Nationale Theater (HNT) Cees Debets, uit dien hoofde ook de bespeler van de KS. “Maar voor het overige staat tijdens Stadspaleis in elk hoekje van de KS wel wát te gebeuren.”

Debets is met John de Weerd, zijn collega-programmeur van Zaal 3 – ook een standplaats van HNT – de aanstichter van Stadspaleis. Beiden hebben een informele setting, zelfs huiskamersfeer in gedachten, een weldadig ‘zomerfeestje’ voor oog, oor en tong waarop het dagelijks van vier uur ’s middags tot pakweg elf uur ‘s avonds goed toeven is. “Waar je je kunt wentelen in korte (muziek)theatervoorstellingen én beeldende kunst. Maar vergeet ook de inwendige mens niet. IJskoude drankjes staan klaar en er zijn Haags-Indische hapjes. Die kun je binnen nuttigen, maar ook op de ‘cour’, ons zomerse buitenterras De Rotonde, dat door de twee ‘vleugels’ van de KS is omsloten.

Met dit festival doorbreekt HNT, sinds begin dit jaar officieel de vaste bespeler van de KS, het gebruik dat theaters ’s zomers hun deuren wekenlang pleegden te verzegelen. Maar niks doen is niet langer optie, aldus Debets. “We willen meer dan vroeger een open huis zijn, een ontmoetingsplaats waar iedereen naartoe wil. Je begint dan door de deuren open te zetten. Al langere tijd waren we van plan om ook in de zomermaanden van betekenis te zijn voor stadsbewoners en -bezoekers. Stadspaleis is een nieuwe stap in dat streven.”

Interventies
Iedere avond zijn er vier programma’s, naast theateronderdelen zijn dat ‘interventies in de ruimte’, zoals een doorlopende installatie rond robots van Daan Couzyn en Joeri Woudstra in de Koning Willem ! –foyer, en in de Damesfoyer is de fascinerende video-installatie Slow Rise van theatermaker Karel van Laere.

De winnaar van de Piket Kunstprijs 2015 liet zich inspireren door de eindeloze choreografieën van mensen in straten van Taipei City. “Het laat het contrast zien tussen de mechanische gang van een roltrap en menselijke beweging,” licht John de Weerd de installatie toe. Er is op Stadspaleis ook aandacht voor boeken. Kees ’t Hart komt zijn programma-voor-graaglezers Over boeken toelichten, dat in plaats van schrijvers hun werk centraal stelt. Er is een nieuwe editie van Pecha Kucha, een avondje waarbij deelnemers een diavoorstelling van 20 afbeeldingen presenteren in een totale tijd van 6 minuten en 40 seconden. Elke afbeelding wordt dus precies 20 seconden getoond. Een dwingende eis om creatief en to the point te zijn.

Theater en meer
Natuurlijk is er ook veel (muziek)theater. Onder meer met Lindertje Mans en Joost Steltenpool, die hun steengoede Marktplaatsmuziek van stal halen, vrolijke en ook wrange liedjes, gebaseerd op posts van adverteerders. Acteurs en makers van Het Nationale Theater maken De Mantel, naar een verhaal van Nikolaj Gogol. Met niet de minste spelers uit het tableau: Hein van der Heijden en Jeroen De Man, en met muziek van Remco de Jong en Florentijn Boddendijk. De Weerd: “In het voorjaar was er Studio Paradijs in de KS.

Op kleine schaal konden daar de acteurs van HNT zelf experimenten doen. Daaruit is dit kleinood afkomstig.” Willemijn Zevenhuijzen presenteert als Pink Flamingoo samen met Tessa Jonge Poerink en Eva Zwart een sneak preview van Assholism, een voorstelling over de schaamte voorbij. Verder doet haar voornaamgenote Willemijn Haasken zich voor als Lady Godiva; lezen De Poezieboys uit werk van Beatnik-dichter Allen Ginsberg; en richt theatermaker, gamer en vlogger Sytze Schalk zijn eigen een schrijversatelier in (en zijn eigen wereldbeeld). En voor eens doet Rob Verhoeven buurtonderzoek in de KS, en vuurt ook daar zijn ongegeneerde vragen met graagte op zijn gasten af. Een talkshow die de tongen losmaakt. Ten slotte zijn er afstudeerpresentaties van de Maastrichtse toneelacademie.

De KS wordt ‘duh’ in rap tempo ‘teruggeven aan de stad’. Nu al wordt door Debets en consorten omgezien naar een tweede editie van het festival. Inderdaad: Goud aan het Voorhout.

Stadspaleis vindt plaats van 22 juni t/m 9 juli 2017 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

Stad en land ondersteboven zetten

Het Nationale Theater zoekt ‘best of both worlds’

Ze doen iets volslagen nieuws, in theatraal Den Haag – en daarom moet en gaat het roer er zeker zes maal om. Inspireren, daar draait het om. Cees Debets en Eric de Vroedt, twee mannen die de inhoud graag voorop stellen, leggen het graag uit.

Het Nationale Toneel, NTjong, de Koninklijke Schouwburg en Theater aan het Spui zijn bij elkaar op schoot gekropen. In andere woorden: Een van Nederlands grootste en gezichtsbepalende toneelgezelschappen met daarin heel wat kloeke acteursnamen, dat Den Haag en het land tot in alle hoeken en gaten bespeelt, is nu in één organisatie samengebracht met een van de mooiste schouwburgzalen die het land rijk is, plus daaromheen ook nog eens een aantal fijne vlakkevloerzalen. Gooi dat alles in een hoge hoed bij elkaar en zie: we noemen haar Het Nationale Theater! Het resultaat moet een ‘verdubbelaar’ worden, zoiets als een en een drie kan zijn. Iedereen van 2 tot 80 kan er terecht, van maker tot bezoeker.

Op een manier die uniek is in de vaderlandse theatergeschiedenis werden in de aanloop tot Het Nationale Theater uiteenlopende barrières geslecht, want theater en gezelschap bijeengevoegd. ‘Ontschotten’ noemt Debets het. Maar waarom moest dat eigenlijk? ‘Zovéél redenen,’ zegt Cees Debets, directeur programmering. ‘We kunnen nu veel dichter op de polsslag van de tijd en op de actualiteit programmeren, en we kunnen dat in perspectief doen en zo samenhang creëren.’

Hij ziet nog een voordeel: ‘Er zijn veel nieuwe mensen hier in huis gekomen, dat zet deuren en ramen open. We willen een ontmoetingsplein zijn dat midden in de samenleving staat, een rotonde waar je zelf bepaalt welke afslag je neemt. We willen inspireren en voeden. Maar wel met steeds ‘het woord’ dat centraal staat. Dat gaat van cabaret, toneel en jeugdtheater tot theatercolleges, discussieavondjes en debatten. Zo hadden we in november rond de voorstelling RACE het programma … is HOT. Met sprekers, ‘scènes des vaderlands’, een fragment uit die voorstelling, stand-up comedy en muziek door onze fonkelnieuw geformeerde huisband; en alles in een losse sfeer. Zulke … is HOT-avonden komen er meer, want er moet meer reuring komen. Op maandag 20 februari is de tweede HOT-avond, Idealisme is HOT, rond de verkiezingen.’

Oud én nieuw
We kunnen nu, zegt hij, veel sneller schakelen ‘want we hebben zelf alle mogelijke koppelstukken in huis, van jong talent tot de top. We kunnen zo nodig meteen aan de slag.’ Voorbeeld dan maar? ‘Actrice Romana Vrede speelde in RACE van Eric de Vroedt.
Zij maakte vorig jaar zelf de indringende voorstelling  Who’s afraid of Charlie Stevens over haar autistische zoon. Die voorstelling is hernomen. Dat kan nu dus probleemloos.’ Nóg een winstpunt: ‘Bij iedere voorstelling zoeken we steeds de zaal die er het beste bij past, of dat nou een van de beschikbare acht (!) zalen ‘binnenshuis’ is, dan wel een locatie elders in de stad of in het land. Maar, zo geeft Debets een voorlopige winstwaarschuwing af, ‘de veranderingen zijn niet van de ene dag op de andere zichtbaar’. Voor de vele vaste bezoekers blijft gelukkig sowieso veel bij het oude, haast hij zich te zeggen. Want: ‘Ook Jochem Myjer staat volgend seizoen als vanouds in de Koninklijke Schouwburg, hoor.’

De stad centraal
Eric de Vroedt, nu artistiek directeur en later opvolger van Theu Boermans als directeur producties, ziet Den Haag als een stad die overloopt van drama en tegenstellingen: ‘Van Binnenhof en Paleis Noordeinde tot Schilderswijk en Laak, en van zand tot veen’. In zijn nieuwe voorstellingenreeks The Nation verwerkt hij de indrukken die hij opdeed uit de stad, momenten en situaties die bij hem opborrelen of frapperen, en bereid tot een liefst zesdelige theaterserie die zich de komende maanden voltrekt. Een hedendaags epos, dat volgens hem ‘niet zachtzinnig’ wordt, en wel wat weg heeft van de tiendelige theaterserie mightysociety die hij in het verleden maakte: ‘Geëngageerd toneel, maar dan niet-cynisch. En het wordt ook een ‘whodunnit’. Zo houdt hij de spanning erin.

Dat brengt De Vroedt op de nu al illustere ‘strategische tafel’ van Het Nationale Theater. Daar worden alle programmavoorstellen in gezamenlijkheid tegen het licht gehouden. ‘Vroeger ging het vooral om voorstellingen in- of verkopen,’licht De Vroedt toe, ‘maar wij, Het Nationale Theater, zijn veeleer op zoek naar ‘programma’s’, naar concepten. Waarmee we verder pogen te reiken dan een op zichzelfstaand avondje toneel alleen.’

Al zijn en blijven die er natuurlijk ook. Zo brengt NTjong in maart Lord of the Flies uit. ‘Daarvan kun je zonder omwegen van genieten, maar er zijn ook uiteenlopende educatieve projecten omheen bedacht. Of neem Jeanne d’Arc. Daarmee kiezen we ervoor om met onze poten middenin de geloofsrichtingenstrijd te staan die de wereld van vandaag de dag splijt. Die voorstelling kun je ‘los’ zien, maar we presenteren er ook een heel randprogramma omheen, met als centrale vraag: Hoe ver ben jij bereid te gaan?

Ten slotte is er Ondertussen in Casablanca van regisseur Jeroen De Man. ‘Daarin wordt een gevierd acteursechtpaar over hun vak geïnterviewd, terwijl de nietsontziende werkelijkheid-van-alledag aan hun poorten rammelt.

Vuurdoop
Met RACE heeft De Vroedt als regisseur inmiddels zijn vuurdoop in Den Haag beleefd. The Nation is zijn volgende project. Hij ging er als volslagen nieuwkomer voor woelen onder tal van maatschappelijke organisaties in de hofstad, van voedselbank tot Des Indes, en van bewonersorganisaties tot boksschool. Net als Debets is De Vroedt overtuigd van de winst die van de kernfusie uitgaat. ‘De ene medewerker heeft er een gezelschap bij, de ander een ‘huis’. De deurtjes staan open en dat zorgt bij ons meteen al voor een sterke impuls.’

Meer weten? Kijk op nationaletoneel.nl, ntjong.nl, ks.nl en theateraanhetspui.nl.

 

Dertig ‘Shakespeares’ op 1 avond

Boermans met het verzamelde werk van William (ingekort)

Het Nationale Toneel brengt in het Shakespearejaar 2016 een hommage aan de grote bard die de wereld met zijn werk al zo’n 400 tot 450 jaar zoveel mooier maakt. Bereid u voor op een lichtelijk anarchistische trip langs ál zijn stukken. Exclusief in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag!

Theu Boermans (o.a. Midzomernachtdroom, Hamlet, Soldaat van Oranje, Midzomernachtdroom) regisseert Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort). De rollen in de beroemde komische crash course, die al negen jaar in Londen op de planken stond, worden gespeeld door Jappe Claes, Vincent Linthorst en Bram Suijker.

Dertig Shakespeare-stukken op één avond? Onmogelijk!
Theu Boermans: “Toch niet! Natuurlijk is het een rollercoaster en soms wordt het plot er in een minuut doorheen gejaagd, dan wel in een enkele zin beschreven. Belangrijk is dat het werk van Shakespeare in deze voorstelling van zijn doorgaans zwaar klassieke ballast wordt ontdaan en de spannende en herkenbare verhalen toegankelijk worden. Naast schrijver was Shakespeare acteur en regisseur. Hij schreef zijn stukken zowel voor het volk als voor de bovenklasse. In zijn tijd hadden acteurs  bij het spelen de grootste lol. Dat lees je in de stukken. Dat alles moeten we in het theater terug zien te krijgen. Door humor dus. Het startpunt is de lezing van een professor, een optreden dat natuurlijk gierend uit de hand loopt.”

Dat wordt vast geheel avondvullend…
“In ieder geval geen marathon voor het publiek. Je hebt te maken met een spanningsboog die je wilt opbouwen, dat geldt ook voor de drie acteurs. Ik mik op maximaal twee uur zonder pauze. Maar we moeten het nog maken, dus zeker weten doe ik het niet.”

Welke is jouw favoriete ‘Shakespeare’?
“Appels kun je niet met peren vergelijken, zijn werk is niet over één kam te scheren. Ik heb ze als regisseur  noch als acteur trouwens lang niet allemaal ‘gedaan’. Hamlet, De Koopman van Venetie, Midzomernachtdroom, Koning Lear, De Storm: Stuk voor stuk fascineren ze. Het mooie is dat je bij Shakespeare steeds een andere toon, een andere atmosfeer ziet. Bovendien: stel je mij die vraag als acteur of als regisseur? Dat maakt verschil. Het fascinerende van zijn stukken is dat ze als regisseur  een beroep doen op het je hele artistieke en vakmatige vermogens . En het gaat nóg dieper: je kunt als regisseur van zijn stukken  niet zelf buiten schot blijven, je móet , onvermijdelijk, zelf stelling nemen.”

Als je een naam uit de groten van de toneelbibliotheek moet kiezen, wie is dat dan en waarom?
Shakespeare staat bovenaan bij mij. En meteen daarna de Grieken, op de voet gevolgd door Goethe, Schiller, Tsjechov, Strindberg, Ibsen. Waarom? Omdat ze midden in hun eigen tijdsgewricht stonden en op weergaloze wijze eeuwigdurende thema’s wisten te beschrijven. Hamlet, Oresteia, De Meeuw: ze lijken in wat ze beschrijven op elkaar, maar zijn toch uniek in hoe ze de thematiek aansnijden.”

Het verzamelde werk van William Shakespeare (ingekort) door het Nationale Toneel is van vrijdag 30 september tot en met zaterdag 2 oktober 2016, en van 29 november tot en met  zaterdag 3 december 2016 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: ks.nl en nationaletoneel.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

Oscar Wibaut directeur in Maastricht

Oscar Wibaut, in juni weggegaan bij de Koninklijke Schouwburg, is benoemd tot algemeen directeur van Toneelgroep Maastricht.

Wibaut treedt op 1 januari aan en is benoemd voor een periode van twee jaar, met uitzicht op verlenging.

Toneelgroep Maastricht is een van de acht grote theatergezelschappen van Nederland. Bij de toneelgroep is met de komst van Servé Hermans (NT Gent) en Michel Sluysmans (o.a. Annet Speelt en het Nationale Toneel) ongeveer een jaar geleden, een nieuwe artistieke, relatief jonge leiding aangetreden. Door het plotselinge vertrek van Marcel ’t Sas bij het Zuid-Limburgse ensemble, die daar na de komst van Hermans/Sluysmans kortstondig de functie van algemeen directeur bekleedde, kwam die betrekking dus recentelijk vacant.

De Hagenaar Oscar Wibaut, bij de Koninklijke Schouwburg (KS) eerder ook werkzaam als algemeen directeur, vertrok daar in juni, na een dienstverband van bijna dertig jaar. Wibaut had er toen een stroeve periode op zitten met zijn toenmalige zakelijk directeur Hedwig Verhoeven. Zij verliet de KS precies een jaar geleden. Ook de aangekondigde fusie tussen de Koninklijke Schouwburg, het Nationale Toneel en Theater aan het Spui zat Wibaut in de weg. Al formuleert en ziet Wibaut dat zelf anders: “Voor mij was het een goed moment om te besluiten dat het tijd was voor iets anders”.

De bestuurlijke opdracht die Wibaut heeft meegekregen is om de onlangs ingezette profilering als toneel- en muziektheatergezelschap uit te bouwen en ‘de toekomst zeker te stellen’. Daarmee doelt Wibaut op de komende Kunstenplanperiode 2017-2020, waarvoor de plannen op 1 februari 2016 ingediend moeten worden. Hoewel Wibaut is aangesteld als algemeen directeur blijft de artistieke leiding (Hermans, Sluysmans) autonoom. Wibaut: “Zij blijven zelfstandig verantwoordelijk voor het artistieke beleid. Mijn instemming is nodig voor de verwezenlijking van hun artistieke plannen. Maar ik was natuurlijk nooit ingestapt als ik geen vertrouwen in ze had gehad”.

De benoeming van Wibaut wordt in Haagse kringen als een verrassing beschouwd. Artistiek leider van Toneelgroep De Appel, Arie de Mol, die voor zijn overstap naar het Haagse ensemble directeur was van Toneelgroep Maastricht, reageert verrast. En daarna: “Ik wens hem veel succes”.

In Maastricht komt Wibaut naast Michel Sluysmans – de twee kennen elkaar nog uit het Haagse – nóg een bekende tegen in Joyce Lenssen, marketing- en PR-hoofd van Toneelgroep Maastricht. Zij was eerder in dienst bij de Koninklijke Schouwburg. Ook het feit dat Wibaut het vorig seizoen de grotezaalvoorstellingen van Toneelgroep Maastricht in de KS voor het nu lopende seizoen 2015-2016 programmeerde, heeft wellicht meegeholpen. In de KS waren eerder dit seizoen de voorstellingen Othello en Waar het vlakke land gaat plooien te zien. Later is daar nog de voorstelling Not the Tommy Cooper Story te zien.

Ook voor Wibaut ligt Maastricht bepaald niet ‘om de hoek’. Desondanks blijft hij in residentieel Den Haag wonen. “Er wordt mij daarginds een pied-a -terre ter beschikking gesteld. En je kunt tegenwoordig ook veel ‘op afstand’ doen”, aldus Wibaut.

Een schouwburg anno nu

2015-2016: Koninklijke Schouwburg zoekt expansie

Het gebouw ánders bespelen, ruimte voor nieuwe concepten. Aantredend programmeur Marijtje Pronk mikt hoog. Haar wens is dat er naast de podiumkunsten ook ruimte komt voor andere disciplines: wetenschap, media, literatuur, filosofie en debat

“Een programmeur anno nu?”, slaat Marijtje Pronk vragend haar ogen op. “Die moet een ‘creatief producent’ zijn. Iemand die in staat is een eigen signatuur op de programmering te ‘plakken’”. Pronk, nog maar sinds kort aangetreden als vaste programmeur van de Koninklijke Schouwburg, windt geen doekjes om de rol die een moderne schouwburg in haar ogen dient te spelen: “Een schouwburg die met vaste benen in de wereld van vandaag de dag wil staan, die moet naast een goede mix van het bestaande aanbod, ook programma’s op maat maken. Zéker de schouwburgen in de grote steden.” Wat er dan zoal te ervaren, te ondergaan moet zijn? Opnieuw Pronk: “Levendigheid toevoegen, activiteiten die verder reiken dan pur sang podiumkunsten, bijvoorbeeld door programma’s rond wetenschap, filosofie, media, literatuur en debat te presenteren. Noem het duiding, context aanbieden, zingeving. We merken dat een deel van onze bezoekers daarnaar meer en meer op zoek is. Dat schept kansen, zeker in deze stad van politiek en media, een stad ook die vrede & recht centraal stelt”. Haar oogmerk: “Programmeren doe je voor de stad en haar inwoners, niet voor jezelf”.

Voorbeelden? Die zijn er het komende seizoen in de Koninklijke Schouwburg volgens haar te over. Pronk: “Festivals als Crossing Border, theatercolleges zoals onder meer met André Kuipers, het Brainwash Festival, waar je met een streekbiertje in de hand op filosofisch niveau verdieping aangereikt krijgt, of de geregeld terugkomende Literaire Brunch”. Pronk wil het gebouw graag ánders gaan gebruiken. “Niet alleen door de programmering, maar ook door de verschillende foyers en andere ruimten die we hebben in te zetten”.

De Koninklijke Schouwburg is vanouds een toneelhuis, met het Nationale Toneel (“Verheugend dat Midzomernachtdroom weer terugkomt”) en NTjong (“Klaas, en Het Schaap Veronica zijn aanraders”) als tegenwoordige vaste bespelers. Maar ook de andere grote Nederlandse theatergezelschappen (Ro theater, Toneelgroep Amsterdam, Oostpool, Theater Utrecht, Noord Nederlands Toneel, Toneelgroep Maastricht, Het Zuidelijk Toneel) vinden er vast onderdak. “Ook kijk ik uit naar Tsjechovs De Kersentuin door NTGent”, voegt Pronk gloedvol toe, “met de Haagse topactrice Elsie de Brauw en de altijd weergaloze Pierre Bokma in een productie die door Johan Simons wordt geregisseerd. En naar Borgen. Een spektakeltoneelstuk, alles wordt uit de kast gehaald. Een voorstelling met 30 acteurs die aaneen is geregen zoals dat ook in de tv-serie gebeurt, met cliffhangers die deze theatermarathon onderbreken voor de inwendige mens”. Ook wijst ze op het jonge muziektheatergezelschap Circus Treurdier. “Op locatie. We willen graag ook een pop-upschouwburg zijn.” En een groep jonge makers brengt rond de kerstperiode als vanouds Dinner for One, een vermakelijk cabaretesk programma in onze bovenzaal, het Paradijs, compleet met saamhorig kerstdiner”.

Toneel is en blijft het belangrijkste, en grootst vertegenwoordigde, genre blijft binnen de Koninklijke Schouwburg. Maar gaandeweg de jaren heeft de programmering van de statige ‘stadshuiskamer’ ook meer en meer een mix te zien gekregen met jeugdtheater, cabaret en popmuziek. “In het Paradijs zijn er geregeld theatervoorstellingen voor peuters. “En wat jeugdtheater in onze grote zaal betreft ben ik naast NTjong fan van de familievoorstellingen van het Ro theater, met Arjan Ederveen en Alex Klaassen. Paul van Vliet presenteert tot begin januari een nieuwe show, Claudia de Breij, Youp van ‘t Hek en Herman van Veen gaan hier altijd goed. Maar ook met popmuziek ben ik erg blij: Jett Rebel, Spinvis, Gabriel Rios, Stef Bos”.

Marijtje Pronk heeft de programmering van dit seizoen zogezegd ‘geërfd’ van de in juni teruggetreden Oscar Wibaut. Erg eervol, zo zwaait ze haar voorganger alle lof toe. En ook typisch, want twee jaar geleden was zij het die op haar beurt de honneurs als programmeur voor hem waarnam. Lachend: “Terwijl hij vorig seizoen juist met míjn programma aan de slag ging.”

Meer informatie op ks.nl.

Haagse theaters verder als Het Nationale Theater

De Koninklijke Schouwburg, het Nationale Toneel en Theater aan het Spui gaan vanaf 1 juli 2016 samen verder als Het Nationale Theater. De drie organisaties maakten deze week hun fusieplannen bekend.

Er  ontstaat een organisatie met ruwweg 140 arbeidsplaatsen en een omzet van zo’n 16 miljoen euro, waarvan op dit moment 12 miljoen uit subsidies van Rijk en gemeente afkomstig is. Het Nationale Theater krijgt een driehoofdige directie met Walter Ligthart (Nationale Toneel) als voorzitter en zakelijk directeur, Cees Debets (Theater aan het Spui) gaat de betrokken zes (!) zalen programmeren, terwijl Theu Boermans het repertoire van de eigen producties gaat bepalen. Boermans wordt in september 2018  opgevolgd door Eric de Vroedt. NTjong verhuist mee en Noël Fischer blijft aan als artistiek leider van het succesvolle jeugdtheatergezelschap.

Met Het Nationale Theater komt het maken en het presenteren van theatervoorstellingen in één hand en ontstaat volgens Ligthart en Debets een krachtige organisatie die, beter dan nu, in staat is een breed, divers en ‘nieuw’ publiek te bereiken in de stad Den Haag én in het land. Debets: “Meer mensen laten meedoen, dat is ons streven. In het belang van de stad moeten onze podia in Den Haag steviger voor het voetlicht komen”. Ligthart: “De ambitie is om een toonaangevende nationale culturele instelling te bouwen die stevig verankerd is in Den Haag, maar ook het grootste reisgezelschap is van Nederland”. De drie theaterorganisaties worden daartoe de komende tijd in elkaar gevlochten. Volgens Lighthart en Debets vallen daarbij geen gedwongen ontslagen, arbeidsplaatsen blijven behouden.

Het Nationale Theater zal zich vooral richten op toneel, maar ook andere theatergenres komen aan bod. Wel, zo zegt het tweetal, wil Het Nationale Theater meer samenhang in de programmering aanbrengen, die reikt “van grootschalige en spectaculaire voorstellingen tot actuele stadsdebatten, van educatieprogramma’s tot marketing, en van talentontwikkeling tot topproducties. Al die onderdelen zijn voortaan een gezamenlijke verantwoordelijkheid”.

Op korte termijn zal het publiek weinig merken van de op til zijnde veranderingen, menen Ligthart en Debets. Begin december 2015 zullen de eerste schetsen van de invulling van het programma, de organisatiestructuur en de naamgeving gepresenteerd worden. Maar pas in het seizoen 2017-2018 zullen de eerste zichtbare vruchten publiek zijn. “We gaan eerst de ideeën voor het komende Kunstenplan 2017-2020 uitwerken”zegt Debets. ”Dat is geen leeg schriftje hoor, maar er is natuurlijk een relatie met de subsidie die ons straks wordt verleend”. Voorts behouden de zalen de eigen signatuur en uitstraling. “Wel gaan we straks meer op thema’s programmeren, mensen proberen een andere dynamiek in de theaters te laten ervaren. Dat kan makkelijker door in een enkele organisatie samen te werken”. Ook beoogt het drietal podiumkunstinstellingen een kwaliteitsslag in de organisatie tot stand te brengen. Ligthart: “Straks zijn we nog beter in staat toptalenten aan ons te binden”.

Met Het Nationale Theater beschikt Den Haag binnenkort over een tweede grote podiumkunstinstelling. Samen met het Dans- en Muziekcentrum immers, de ‘paraplu’ die het Residentie Orkest en het Nederlands Dans Theater verbindt in het Zuiderstrandtheater en die het vanaf 2019 het Onderwijs- en CultuurComplex aan het Spui met vier theater- en muziekzalen gaat bespelen, lijkt Den Haag de komende jaren van een hoogwaardig theateraanbod verzekerd.

Een wereld op het toneel

Nieuwsgierige en meeslepende ontmoetingen

Actueel theater, wat is dat? Het woordenboek zegt : ‘Op het ogenblik bestaand of plaatsvindend’. Maar wat betekent dat dan in het theater, ‘actueel’ zijn. Drie opvattingen.

Wie betaalt de prijs voor ons geluk? Dat is de vraag die het Nationale Toneel over dit seizoen heen legt. “Eerlijk gezegd vind ik dat een ietwat ongemakkelijke vraag”, antwoordt Casper Vandeputte. “Toch moet die vraag gesteld worden, ook al word je van het antwoord niet vrolijk. Zeker niet als je eens echt ergens het naadje van de kous wilt weten. Het is echt niet altijd eenvoudig om rekenschap te geven, besef te hebben van wat er elders of aan de andere kant van de wereld gaande is, om tot je door te laten dringen tot welk effect globalisering en mediatisering kunnen leiden. Confectiefabrieken en naaiateliers in Bangladesh. De natuur die het af moet leggen. Als theatermaker zijn dat, onder meer, zaken die mij roeren”.

Casper Vandeputte, die met Summer of ’96, nog deze zomer op Oerol hoge ogen gooide, volgt sinds 2013 bij het Nationale Toneel een vierjarig coachingstraject voor talentvolle theatermakers. Dit seizoen maakt hij twee stukken over illegalen en gelukszoekers in Europa: Fit to fly en De gouden draak. Voor Vandeputte komt de keuze voor actueel theater niet voort uit modieuze opvattingen: “Het moet resoneren binnenin mij. Het is zeker geen kwestie van ‘shoppen’. Ik wil stukken die iets zeggen over de tijd waarin we leven. Ook meer filosofisch getinte stukken zijn relevant, een ‘klassiek’ stuk als Vrijdag of Elektra. Uitgangspunt is: het moet er op dat moment toe doen”.

Voor Nieuwspoort, vorig jaar zijn eerste voorstelling bij het Nationale Toneel, mocht hij drie weken ongehinderd in het Kamergebouw kijken en luisteren. Dat leidde tot een voorstelling die als een collage was opgebouwd. “Ik wilde verder gaan dan die eerste indrukken. Ik wil verder komen dan het werpen van een eerste naïeve blik en die op het podium gestalte geven. Verder reiken dan een Calimero-effect. Voor mij is het nu de uitdaging om voorstellingen te maken met inbreng van deskundigen, zoals nu voor Fit to Fly. Daarin werk ik samen met een onderzoeksjournalist van het online platform De Correspondent. Waarom? Als ik een voorstelling maak over zoiets complex als vluchtelingenproblematiek wil ik zoveel van dat onderwerp afweten dat ik er ook echt iets nieuws over te zeggen heb.”

Teneinde een voorstelling goed te laten ‘landen’ is informatieoverdracht cruciaal. “Zeker, inleidingen, nagesprekken, debatten: die zijn belangrijk. Maar ik ben er wel vanaf gestapt om als ter zake ‘deskundige’ aan te schuiven. Ik heb de wijsheid niet in pacht. Wél kan ik een kijkje in de keuken geven of de weg schetsen die heeft geleid tot een productie. De essentie ligt in de ontmoeting. Dat is meteen ook dé kracht van theater”.

Actueel theater in een stad, domein van de politieke macht beschouwt hij als een voorrecht, een buitenkans. “Den Haag is een boeiende stad. Inspirerend. Koloniale reminiscenties, immigratievraagstukken, de politieke waan van de dag en een uitgesproken Hollandse volkscultuur en volksaard: je vindt het allemaal op een kluitje. Het ligt er allemaal ruim voor het opscheppen. Een machtig speelveld voor een theatermaker”.

‘Stradivarius-zaal’
Wat betekent ‘actueel’ programmeren voor de Koninklijke Schouwburg? “Het theater is een plek van de verbeelding. En een plaats waar je sámen met anderen een ervaring ondergaat: met medebezoekers, maar ook met de mensen op het toneel. Daarmee onderscheidt theater zich van digitale media: het is de ultieme gedeelde ‘live ervaring’, waarbij je met een beetje geluk het zweet van de acteurs kunt ruiken. Theater kan je aan het denken zetten, provoceren en inspireren en verbindt mensen, het houdt je een spiegel voor of prikkelt je fantasie”. Marijtje Pronk neemt wat voorbeelden bij de kop. “Toneel, dat is het hart van onze programmering. Maar met open armen verwelkomen we ook nieuwe presntatievormen: een live krant op het toneel zoals NRC Handelsblad dat afgelopen seizoen deed, of het journalistieke programma Babel van het Nationale Toneel. Maar ook een theatercollege waarin een bekende wetenschapper, kunstenaar of schrijver over zijn vak en passie vertelt. Denk aan het theatercollege van André Kuipers dat we hadden.”

Op toneelgebied is in het komende seizoen Richard III van Oostpool een voorbeeld van een onorthodoxe presentatie. Daarbij gebruiken vijftig bezoekers voorafgaand aan het stuk een diner, óp het podium en mét de acteurs uit de voorstelling. Later maken zijzelf deel uit van de voorstelling, want ze blíjven op het toneel. “Dat combineren we met een kijkje achter de schermen en een verhaal over macht en leiderschap, de essentie van Shakespeares Richard III. Kijk, dat is een interessante aanpak. Of Borgen van het Noord Nederlands Toneel. Veertien afleveringen in een doorlopende voorstelling, die zich ook in andere delen dan alleen de ‘Stradivarius-zaal’ van de Koninklijke Schouwburg afspeelt. Crossing Border Festival, ook zo’, voorbeeld waarbij het hele gebouw met zijn vele foyers optimaal wordt bespeeld”.

Neem ook het Brainwash Festival. Een nieuw festival met filosofische, ook al door het hele gebouw, waarbij je met een biertje in de hand talks en workshops bijwoont van spraakmakende (inter-)nationale denkers van dit moment. “Zij gaan in op grote vragen van nu, bijvoorbeeld: is het tijd voor een empathie-revolutie? En: hoe raken we onze onrust kwijt? Er is een filosofic dark room. Het is een nieuw programma voor onze schouwburg en een manier om het theater als ‘gebouw’ anders in te zetten. Dat zegt óók iets over de plaatsbepaling van de Koninklijke Schouwburg”.

Waar theaters soms nog als bastion werden, ervaren trekt ook de Koninklijke Schouwburg er tegenwoordig graag op uit. “Met Circus Treurdier presenteerden we vorig seizoen hun voorstelling op het Binckhorst-terrein. Daar komen andere mensen op af dan ons vaste publiek. Dat willen we vaker gaan doen: een pop-up schouwburg zijn. Wie weet bij jouw om de hoek. De boodschap: theater kan zich manifesteren in vele vormen en is dichterbij dan je denkt”.

Portretten
“Alles wat je doet”, aldus Arie de Mol, “moet een bron, een oorsprong hebben in de wereld van nu, door de actualiteit zijn gedreven. Dat geldt voor Op hoop van zegen,”vervolgt de artistiek directeur van Toneelgroep De Appel, “maar ook voor de manier waarop je als gezelschap in de samenleving staat. De komende tijd gaan we daarom naast de ‘normale’ voorstellingen andersoortige programmaformules ontwikkelen. Serieprogramma’s met debatten en optredens rond bijzondere politiek-maatschappelijke spanningen. Kwesties die de kranten en de journaals bepalen, bepaald hebben of juist vergeten zijn. Voorbeeld? Albanië. Je kunt het dan hebben over wat er in tien jaar van communistische samenleving naar een open economie heeft voorgedaan. Je kunt muzikanten uit dat land uitnodigen of acteurs met wie je tijdelijk samenwerkt. Een uitwisseling, precies. Door de maanden, door de jaren ontstaat zo een portret van de wereld en mensen om ons heen, van landen die ons omringen. Het is ook een manier om onze seriebespeling te kunnen afwisselen. De Appel in beweging. De boodschap is dan: Je kunt hier altijd binnenstappen voor iets nieuws, iets anders”.

Nationale Toneel
Summer of ’96: 26 t/m 28 augustus en 2 t/m 4 september 2015, op locatie
De gouden draak: 6 t/m 10 oktober 2015, Theater aan het Spui
Fit to fly: 19 t/m 30 april en 2 t/m 4 juni 2016, NT Gebouw
De revisor: 12 t/m 31 januari 2016 en 1 t/m 2 maart 2016, Koninklijke Schouwburg

Koninklijke Schouwburg
De Zwarte Doos van Circus Treurdier van 16 t/m 18 oktober 2015, op locatie
• Crossing Border festival van 12 t/m 14 november 2015
• Oostpool met Richard III op 3 en 4 oktober 2015
• Brainwash Festival op 27 februari 2016
Borgen van Noord Nederlands Toneel op 7 en 8 mei 2016

Kader
Wunderbaum: The New Forest Fest in Theater aan het Spui
Theater aan het Spui is de plaats van handeling voor vele festivals in de stad. Van 9 t/m 19 december 2015 zijn er drie nieuwe voorstellingen van Wunderbaum te zien uit de New Forest-reeks, verpakt in een heus Fest! Het zijn Unser Dorf soll schöner werden (i.s.m. Münchner Kammerspiele), de locatievoorstelling Helpdesk, en We doen het zelf wel, een punkrevue met een bont spektakel van lokale figuranten en muzikanten. Inclusief een uitgebreid randprogramma.

Kader 2
Babel: Wie betaalt de prijs van ons geluk?
Parallel aan de voorstellingen van het Nationale Toneel gaat Babel op zoek naar onze hedendaagse blinde vlekken. In talkshows, debatten en discussies praten gasten en publiek met kunstenaars, wetenschappers en journalisten, op zoek naar antwoorden in NT Gebouw, Koninklijke Schouwburg en Theater aan het Spui.

Kader 3
Theu Boermans regisseert bij het Nationale Toneel dit seizoen De revisor. Deze komedie over corruptie en het plezier van het graaien, had in 1836 een tumultueuze première in Petersburg. Het stuk is tijdloos en ook nu nog steeds actueel.