Oude garde moet problemen Korzo oplossen

Het rommelt bij Korzo. Zakelijk directeur Aukje Bolle zit sinds maart ziek thuis en een opvolger voor scheidend artistiek directeur Leo Spreksel blijkt niet te vinden. Een extern deskundige moet de boel vlottrekken. Bovendien is het subsidiegeld voor het jaar 2018 lang niet zeker.

Door Eric Korsten en Hester Heite

Danstheater en productiehuis Korzo kampt met organisatorische en financiële problemen. Artistiek directeur Leo Spreksel, die per september met pensioen wilde, blijft voorlopig nog even aan. Spreksel: “Aukje Bolle (zakelijk directeur van Korzo, red.) is ziek en zal niet op korte termijn weer aan het werk kunnen. Ard van Rijn (voormalig voorzitter van bestuur, red.) helpt ons nu zakelijk-financieel. De Raad van Toezicht heeft mij gevraagd te blijven totdat er een goede opvolger voor mij gevonden is: iemand waarbij iedereen het gevoel heeft dat het de juiste man of vrouw is.”

Maar Spreksel zit met nóg een probleem: financiële onzekerheid. Dat was voor hem de reden om per 1 september af te zwaaien. “Het is door de bezuinigingen op de kunsten een spannende tijd geweest voor Korzo en voor komend jaar is het opnieuw afwachten of er geld is,” aldus Spreksel. Het Fonds Podiumkunsten heeft een positief advies uitgebracht voor subsidiëring van Korzo, maar onvoldoende budget om dit waar te maken. “Vorig jaar is er op het laatste moment een voorziening getroffen door de Tweede Kamer. Je hoopt dat de fout ook voor komend jaar hersteld wordt. Ik ben daarover positief gestemd, want de argumenten om vorig jaar in te grijpen, gelden nog. Maar er moet nu wel eens een structurele oplossing komen.”

Toen Spreksel zijn vertrek aankondigde, had zakelijk directeur Aukje Bolle al een andere oplossing bedacht: een reorganisatie. “Dat toegekende geld is voor de duur van slechts één kalenderjaar, en bovendien een druppel op een gloeiende plaat,” aldus Bolle. Een soortgelijk scenario dreigt zich voor 2018 te herhalen, dus volgens haar was ‘een pad van intern bezuinigen onontkoombaar’. Ze leek te willen wachten op een nieuwe kandidaat waarmee ze haar plannen samen wilde uitvoeren, maar de sollicitatieprocedure leverde geen geschikte kandidaat op. En zo lag de bal opnieuw bij Bolle en de Raad van Toezicht. Sommige leden van het toezichthoudende orgaan gooiden daarop het bijltje erbij neer. Bolle: “Er is inderdaad een wisseling van de wacht geweest.” Ze bleef leeggeknokt achter. Even later meldde ze zich ziek. Bolle: “Het zijn vanaf 2013 tropenjaren geweest.” Volgens Ard van Rijn kampt Bolle met een burn-out en blijft zij in ieder geval tot september thuis. Bolle: “Wanneer ik terug kom? Dat weet ik niet.”

Toekomst
“Korzo bezint zich op zijn toekomst,” legt Ard van Rijn uit. Hij moet Korzo namens de ‘werkvloer’ en de Raad van Toezicht onbeschadigd het jaar 2018 binnenloodsen. Van Rijn was tot 1998 bestuurslid bij Korzo en is tegenwoordig onder meer vicevoorzitter van de PvdA-afdeling Den Haag. Hij werd, zegt hij, ingehaald om de ‘Korzianen’ nieuwe geestdrift te ontlokken en anderzijds juist bestuurlijke rust te kweken. “Ik bespeur in Korzo vooral nieuw elan,” merkt hij op. “We zijn bezig om de missie van Korzo te herformuleren.” Hij verwacht dat in september meer duidelijk wordt over de inhoudelijke richting waarin productiehuis en theater zich nu ontwikkelen.

Spreksel, die op dit moment dus de enige directeur is van Korzo, blijft ‘tot nader order’, aldus Van Rijn. Spreksel zelf: “Het is beter om voor continuïteit te zorgen in deze onzekere tijd.” Eind dit jaar zal blijken of er opnieuw geld kan worden vrijgemaakt op de rijksbegroting. Onder het gesternte van een kabinetsformatie die voor de kunsten niet per se de goede kant op hoeft te gaan, is dat ook voor Korzo een zorgelijke ontwikkeling. Van Rijn: “Maar we verkeren niet in doodsnood hoor. We krijgen na dit jaar nog drie jaar subsidie van de gemeente Den Haag voor onze programmering en het theater. Voor de eigen producties kunnen we een beroep doen op projectsubsidies. Die route kennen we helaas maar al te goed.” Voor Korzo is het dus opnieuw afwachten of er straks geld genoeg is voor eigen producties. Nog belangrijker is of er tijdig een adequate opvolger voor Spreksel kan worden gevonden. En of Bolle zakelijk de kar opnieuw kan of wil trekken.

‘We moeten door op een lager pitje. Dat is wrang’

Leo Spreksel (Korzo) houdt het vlak voor pensioen voor gezien

Na dik 28 jaar gooit hij de handdoek in de ring. Op 1 september, met de pensioengerechtigde leeftijd in zicht, stapt Leo Spreksel  op als artistiek directeur van Korzo. Uit onvrede met het kunstbeleid, zegt hij.

Leo Spreksel, sinds 1988 artistiek roerganger van Korzo theater, gooit het bijltje erbij neer. Eerder beledigd dan moegestreden. “We moeten volgend jaar op een lager pitje door. Dat is wrang.” Uitmuntende rapportcijfers, internationaal geroemd als danshuis, en een ‘hub’ genoemd: mede door zíjn inspanningen voert de residentie trots het predikaat ‘Den Haag Dansstad’ in het vaandel. Hij kreeg onlangs de juryprijs uitgereikt van de Piket Kunstprijzen. Het stemt hem vooral bitter dat het Korzo niet gegeven is om voor ‘zijn’ productiehuis voor dans – uniek in Nederland – mee te kunnen profiteren van de landelijke maar sober gevulde subsidieruif voor de aankomende kunstenplanperiode voor 2017 tot 2020. Terwijl Korzo de afgelopen vier jaar al eens enorm heeft moeten interen door de toenmalige bezuinigingsslag in de kunsten. Ook de tien miljoen euro extra die in december op de valreep door de Tweede Kamer bij elkaar werd gesprokkeld, komen voor Korzo uiteindelijk neer op niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat. Met de kerstdagen pal voor de deur is nog niet eens bekend hoeveel van dat extra geld per 1 januari naar Korzo vloeit. “En het is maar geld voor één jaar. Korzo valt heus niet om hoor, en de programmering, een mix van muziek, dans, theater en sinds kort ook circus, blijft grotendeels intact. De gemeente Den Haag steunt ons steeds geweldig hoor, dat moet gezegd. Maar in eigen huis met jong talent nieuwe dansproducties maken, jong talent omarmen, dat wordt nu wel veel lastiger. Doodzonde.”

Visie en missie
Spreksels grootste verdienste is dat het hem is gelukt om talentontwikkeling naar een hoger plan te tillen, in Den Haag en zelfs landelijk. Als weinigen begríjpt Spreksel jong talent, spreekt hún taal. “Het kunstklimaat van een stad kan alleen worden verrijkt als het professioneel en blijvend wordt ondersteund. Continuïteit is cruciaal. Talent loopt anders de stad uit, dat zie je nu al meteen gebeuren. Het besef moet doordringen dat zaaien pas over een paar jaar tot resultaat leidt, de toekomst is allang begonnen.” Het gaat hem aan het hart. “Het steekt enorm dat wat we in dertig jaar bouwden, gevaar loopt. De stem van makers en kunstinstellingen wordt tegenwoordig nauwelijks meer gehoord. We zijn gekaapt door het populisme.” Vastberaden blik: “We moeten harder terugvechten.” Bij Spreksel (1950) vallen geen soundbytes, oneliners of grote woorden. Neen, hier staat een man met een visie, met een bijna religieus op te vatten missie. “Den Haag heeft een heel eigen dansklimaat. Dat moet zo blijven. Dans en kunst zijn vitaal voor de samenleving, voor de leefgemeenschappen in een stad. Mensen moeten zich kunnen herkennen, kunnen spiegelen in wat op theaterpodia te zien is. Kijk,” legt hij bereidwillig uit, “als er geen goede pleinen meer worden ontworpen, dan moet het theater de functie van openbaar plein overnemen en mensen in de zalen samenbrengen.”

Juryprijs
Voor zijn voortrekkersrol op dansgebied kreeg hij onlangs de juryprijs van de Piket Kunstprijzen. Een blijk van waardering voor bijna 30 jaar aan niet-aflatende inspanningen voor ontwikkeling van de dans als kunstvorm. Zo zette hij dansvormen als Indiase dans en breakdance op de kaart. Jaren geleden had hij al eens een prijsje gekregen. In eigen kring dan wel, en eigenlijk voor de gein. Spreksel, lachend: “Omdat ik er nooit een won”. Totdat hij daar op maandag 21 november opeens met de juryprijs van de Piket Kunstprijzen in zijn handen stond. Voorafgaand aan de uitreiking had de artistiek directeur van Korzo theater geen natte voeten gevoeld, zegt hij. “Ik was uitgenodigd voor een discussie over talentontwikkeling.” Wel zag hij vóór dat debat opeens ‘verdacht veel bekenden’ rondlopen. “Verrast. Ik kan niet anders zeggen. Eervol ook, mede door het lovende juryrapport.”

Woestenij
Toen voorjaar 1984 in een kraakpand aan de Prinsestraat op de restanten van wat een bioscoop was, en Corso eerst Korso, en daarna Korzo werd, was dat een statement. Theater in het Hofkwartier! Spreksel kwam vier jaar later om de hoek kijken, toen hij na een studie letteren en een opleiding tot danser aan de Universiteit van Amsterdam, solliciteerde als dansprogrammeur, aanvankelijk onbezoldigd. “Maar ik zag toen al wel meteen de potentie van deze plek”, herinnert hij zich. Het Nederlands Dans Theater en, eventjes Djazzex, vormden in die jaren de contouren van het danslandschap in de stad. Andere dansgroepen meden Den Haag veelal, want de Koninklijke Schouwburg was ongeschikt voor dans, het NDT programmeerde in het Danstheater aanvankelijk geen dansgroepen van buiten, en Theater aan het Spui bestond nog alleen op de tekentafel. Spreksel spreekt van Den Haag als een woestenij, “terwijl in Amsterdam en elders in het land de dans bloeide.” De ommekeer in Den Haag kwam met CaDance Festival, bedacht om moderne dans in de etalage te zetten. Het festival werd in 1988 door John Reinders van Het Gebeuren in het leven geroepen. Spreksels vondst is dat hij er een premièrefestival voor jonge dans van maakte, indertijd een noviteit. De stad werd daardoor een interessante vestigingsplaats voor makers. Dansers van NDT, nu een samenwerkingspartner, kregen van Spreksel de kans om zelf te gaan choreograferen.

De humuslaag van Den Haag was definitief verrijkt. Op een goede dag werd Korzo gebeld door het ministerie. “Of we niet alsjeblieft een plan voor de Kunstenplanperiode 1992-1996 wilden indienen. Samen met Bernadette Stokvis heb ik toen met een fles wijn op tafel de bestaande plannen zwart op wit gezet.” Korzo was van de ene op de andere dag het allereerste productiehuis voor dans, en nationaal gesubsidieerd. Hij hekelt de bureaucratie en de rompslomp die tegenwoordig met het doen van aanvragen gepaard gaat. “Iedere aanvraag moet van a tot z zijn dichtgetimmerd, juridisch, zakelijk, financieel, marketingtechnisch. De inhoud lijkt soms bijzaak. Het is te vaak afvinken aan de hand van Excel-sheets. Betreurenswaardig.”

CaDance 2017
Het tweejaarlijkse CaDance festival, dat alterneert met dat van samenwerkingspartner Holland Dance, is een vliegwiel gebleken. Eind januari staat de 18e editie op stapel, met als openingsvoorstelling een nieuwe productie van choreograaf Amos Ben-Tal en muzikant Spinvis. Die editie staat al voor 99 procent in de steigers. Volwaardig. Voor Korzo komt de pijn na komend jaar, als hij ‘weg’ is. Over driekwart jaar. Hij toont zich bevreesd voor wat er na 2017 op hem en ‘zijn’ Korzo af komt. “Er móet iets gebeuren.” Geen gebalde vuist, geen spandoek vanuit het krakersbolwerk van weleer. Maar zijn strijdvaardige boodschap is gehoord.

 

Zoekplaatje in knellende maskerade

Warmbloedige Haagse familievete in IJS&VIS

Verona is ingeruild voor puur Haagse bodem. Prachtig idee om Romeo & Julia, de Montague versus de Capuletti, om te smeden in een stadslegende met de plaatselijke families Talamini en Simonis als twintigste-eeuwse blikvangers. Maar een prachtplan is niet per se een puike voorstelling. Ontroering blijft uit.

In IJS&VIS is Shakespeares liefdestragedie gemixt met feit en fictie rond twee op en top Haagse ondernemersfamilies, dat hier uitmondt in een verhaal rond Giulieta en Danny, naar het bekende eeuwige maar ‘verboden’ liefdeskoppel. Volgens MES is het een verhaal ‘dat echt bestaan had kunnen hebben’. Bij MES staan denkbeeldig daarom ijslikkers tegenover schollenkoppen, Maar  net zo goed is IJS&VIS als ADO contra Holland Sport, Den Haag tegen Scheveningen. Maar IJS&VIS is ook zand en veen, en allochtoon jegens autochtoon.

MES maakt springlevend, jong toneel; speelt naar eigen zeggen geen ‘dode’ tekststukken uit het wereldrepertoire. De Haagse groep put liever uit persoonlijke ervaringen.

Maar nu dus even niet. Dus: Hoe pak je dan een briljant toneelstuk uit anno 1590 aan, dat echter zo uitgekauwd is dat clichés er als ijs bij dertig graden in straaltjes uit het hoorntje lopen? Hoe blaas je het nieuw leven in?

Het twistgebied is bij MES erg Haags: een leegstaand pand nabij broedplaats MOOOF aan de Binckhorstlaan. Daar, in alle mogelijke hoeken en gaten, spelonken en nissen heeft MES kans gezien het aloude liefdesverhaal van twee elkaar naar het leven staande families uit de doeken te doen. Na de nodige instructies worden we gelanceerd op een gemaskerd bal à la Eyes Wide Shut en La Grande Belleza.

Buitenissig aandoende, filmische beelden, Italiaans vuur .

Vervolgens kijken we in een toer door het gebouw langs verschillende ruimtes, waar uiteenlopende tableaux vivants als kijkdozen aaneen zijn geregen. Dat werkt vervreemdend, temeer omdat je er aldoor met een – soms knellend – masker op de neus rondstruint. Pas aan het einde wordt het warmbloedig, als in de slotdialoog de dromerig-gepassioneerde moeder (Betty Schuurman) van Giulieta het heeft over ‘de fonkelende ijskristallen in haar ogen’. Daarmee bedoelt ze, meer nog dan die van haar dochter, die van zichzelf. De tegenover haar staande noest werker en vader (Jaap Spijkers) van Danny, beschouwt dat als pathetische prietpraat. Maar hij geeft zich uiteindelijk gewonnen – al blijft het koudbloedige begrip ‘efficiëntie’ voor hem de boventoon voeren. Da’s mooi, want in een eerdere scène liet hij zich al even ontvallen: ‘Vis koel je met ijs.’ Uiteindelijk roken ze samen de vredespijp. En laten zo zien dat IJS&VIS verder reikt dan de omlijsting van een aloud liefdesverhaal.

Onderdompelen
MES doet het meer dan vierhonderd jaar oude origineel uiteenspatten, blaast het op, doet het in de versnipperaar, scheurt het aan flarden – en zet het ondertussen naar haar hand, speelt en danst ondertussen wel het hele stuk, en zorgt er ook nog voor dat het allemaal weer netjes landt.

IJS&VIS is niet allereerst teksttoneel, an sich niet puur een dansvoorstelling of muziektheater te noemen. Maar al die ingrediënten zijn wel stuk voor stuk aanwezig. Wat is het dan wel? Het amalgaam heet bij MES immersief (‘immersive’) theater. Daarin kun je je als toekijker volledig onder (laten) dompelen.

Maar MES haalt zoveel overhoop dat het er een beetje diffuus van wordt. Het onderdompelen is gelukt, al had meer invoelbaar pathos op zijn plek geweest. Dat kwam er niet altijd uit. Misschien zijn er wat teveel ‘loops’ en ‘cues’ voor spelers én publiek om lekker te kunnen gaan. Maar dat gaat vast nog verbeteren. Het is op de avond dat ik de voorstelling zag misschien allemaal wat teveel hooi op de vork geweest, want de grootste productie ‘by far’ voor MES. Het is vooral de vorm die verbaast en verrast. Het stuk blijft daardoor wat hangen aan de oppervlakte. Toch: De ingrediënten zijn  in ieder geval voorradig. Wat nu beklijft is: Tikkeltje vreemd, maar wel lekker. Ik verloor in ieder geval ieder tijdsbesef. Al is het wat teveel een zoekplaatje geworden.

IJS&VIS door Firma MES i.s.m. het Nationale Toneel, Korzo producties en Theaterschool Rabarber is tot half oktober te zien. Meer informatie: firmames.nl.

Tikkeltje vreemd, maar wel lekker | Foto: Joris-Jan Bos

Bruggen bouwen met dans

Deel 2 van ‘Glass’-opera Satyagraha tijdens India Dans Festival

Vorig jaar, met de vijfde editie, vierde het India Dans Festival een fraai feestje in het Korzo theater. Ook al omdat toen de wereldberoemde componist Philip Glass aan Korzo toestemming  gaf voor het opvoeren van zijn opera Satyagraha.

Het unieke is met name dat de toestemming een dansante uitvoering gold, plus de medewerking van twee bijzondere koren. Na de totstandkoming van deel 1 vorig jaar, volgt in oktober deel 2. Ondertussen kijkt nu al iedereen reikhalzend uit naar de integrale opvoering volgend jaar.
In ietsjes meer dan een lustrum is het festival uitgegroeid tot een van de belangrijkste manifestaties voor Indiase dans in Europa. Dat is onder meer te danken aan een breed aanbod, dat loopt van kathak tot urban Indiase dans, en van bharata natyam tot moderne dans. Artistiek directeur van Korzo, Leo Spreksel, zelf een fervent liefhebber van de Indiase danscultuur, begon jaren negentig al met het programmeren van niet-westerse dans. Hij ontdekte toen dat in en rond Den Haag een grote Hindoestaanse gemeenschap leeft, en hij merkte dat die graag komt kijken bij hoogwaardige kunst uit India. Vervolgens wist hij die te mobiliseren en aan zich te binden. “Korzo heeft als podium voor zowel toonaangevend als beginnend talent in moderne dans,” aldus Spreksel, “altijd ook het voortouw genomen in het presenteren van dans en muziek uit de hele wereld. Uiteenlopende programma’s die voortkomen uit de rijke diversiteit aan culturen die de stad Den Haag kenmerken. Zowel van grote artiesten uit binnen- en buitenland, als lokaal talent.”
Dankzij de jarenlange investering van de ‘Korzianen’ had Den Haag in 2013 een landelijke primeur te pakken met de oprichting van Zangam, het eerste Hindoestaans/Indiase koor van Nederland. Toen dit koor in 2014 voor de openingsact van de jaarlijkse Holland-India Festivals in Den Haag werd samengebracht met het Westlandse theaterkoor Dario Fo, blijkt dat de geboorte geweest van een unieke samenwerking.

Onderhandelen
Het was dirigent Rick Schoonebeek van Dario Fo die ervan droomde om Glass’ Satyagraha op te voeren. Hij zag een mooie kans én een goede partner opdoemen, ook omdat Satyagraha gebaseerd is op het leven van de Indiase verzetsheld Mohandas K. (zeg maar: Mahatma) Gandhi. Philip Glass maakte de opera als onderdeel van een trilogie rond mannen die de wereld hebben veranderd: naast Gandhi zijn dat volgens Glass de Egyptische farao Ekhnaton en wetenschapper Einstein. De beide koren werden vervolgens aangevuld met musici. Voor de dans tekenden Indiase en Nederlandse dansers en de choreografe Revanta Sarabhai. Daarop trok Spreksel de stoute schoenen aan. En het lukte Korzo als producent van de uitvoering om Philip Glass, een van de meest geprezen componisten van hedendaagse muziek, over de streep te trekken. Spreksel: “Na heel lang onderhandelen, dat wel. Door de korte termijn echter die vorig jaar resteerde tot aan de eerste uitvoering, kon pas een paar weken voor het festival een begin worden gemaakt met instuderen. Daardoor kon toen alleen het eerste bedrijf worden gedanst, gezongen en gespeeld. Toch zag dat er erg goed uit, zeker wanneer je beseft dat er slechts beperkte tijd was voor repetities.”

Integraal
Gerechtvaardigde hoop dus dat het dit jaar opnieuw goed gaat komen voor deel twee. De zangers en dansers mogen, eervol, het India Dans Festival in Korzo zelfs openen. De Haags-Indiase choreografe Kalpana Raghuraman, inmiddels wereldwijd doorgebroken, is bruggenbouwer tussen de klassieke Indiase en westerse moderne dans.
Maar het wachten is uiteraard op volgend jaar, wanneer tijdens het festival de grote alomvattende versie kan worden opgevoerd – met misschien Philip Glass zelf wel als toehoorder in de zaal. “Het is de bedoeling dat dan het volledige orkest aantreedt,” vertelt Spreksel, “twee keer zoveel koorzangers meedoen en er nog meer dansers bij zijn dan nu het geval is.” Den Haag kan zijn borst nat maken.

Satyagraha – Akte 2 van Philip Glass is te zien van vrijdag 14 tot en met zaterdag 16 oktober in het Korzo theater. Met medewerking van: Zangam koor, Dario Fo koor, Kalpana Raghuraman, dansers en musici. De uitvoering maakt deel uit van het India Dans Festival 2016 (14 t/m 29 oktober 2016). Meer informatie: indiadansfestival.nl en korzo.nl.

kader
Den Haag viert dit jaar weer de Indiase cultuur met het Indian Film Festival in het Filmhuis, India Dans Festival in Korzo en het India Muziek Festival in Zuiderstrandtheater en de Nieuwe Kerk. Deze viering opent onder de noemer Holland-India Festivals op 30 september met een galaprogramma. Kijk op: holland-india.nl

Circuspiste op de theatervloer

Volle zalen, prachtige voorstellingen en veel pers: met Cirque Mania in maart van dit jaar heeft het Korzo theater een nieuwe discipline met wijdopen armen omarmd, die van circus art: circustheater dat op moderne leest is geschoeid.

Het gaat om een theatervorm die een breed publiek weet te boeien en te raken. “We staan aan de vooravond van de doorbraak van een nieuwe discipline, legt ze uit. “In het buitenland en in andere steden in Nederland is circus art al langere tijd ‘hot’. Ons weekendbombardement werkt dus,” zo legt programmeur Daphne van Iperen graag uit.

“En het mooie is dat ons trouwe danspubliek Cirque Mania als een waardevolle aanvulling ziet op onze dansvoorstellingen”.

Voor Korzo is circus niet echt een vreemde eend in de bijt, want: “dit genre raakt aan dans, bewegingstheater én muziek.” In de tweede editie zien we dan ook een ‘oude’ bekende terug van Korzo, want choreograaf en danser Klaus Jürgens deed de eindregie voor twee verschillende voorstellingen, én voor een eindexamenvoorstelling van een student van Codarts.

Op vrijdag 23, zaterdag 24 en zondag 25 september focust Cirque Mania vooral op Nederlandse circusvoorstellingen, met eindexamenoptredens van Codarts, Panama Pictures, TENT, Michel Deprez/Nick van der Heyden en Circus Katoen. Voorstellingen voor fijnproevers, maar ook voor de hele familie. Zaterdag is er De Keuken van Klaus Jürgens.

Meer informatie: korzo.nl/cirquemania

Voetjonglerende theateracrobaten

Cirque Mania in Korzo theater

Korzo introduceert een nieuw evenement in Den Haag: ‘Cirque Mania’. Het is de start voor een reeks circusweekenden met theatrale huzarenstukjes. Voetjongleren en dansen op het slappe koord: Het circus is en blijft ademloos.

Tromgeroffel. Spanning. Dan: Hooggeëerd publiek! En we noemen haar: circustheater! Neen, niet het gebouw dat honderd-en-dertien jaar geleden, in 1904, als Circus Schumann werd geopend en later werd herdoopt tot Circus Strassbourg. Niet dat tegenwoordige musicalbolwerk aan de Deynootweg, waar exotische circusdieren met tramlijn 11 vanuit station Hollands Spoor ooit naartoe werden overgebracht. Want: circustheater is de term voor een heel nieuwe theaterdiscipline. “We gebruiken zelf liever de term ‘het nieuwe circus”, legt Daphne van Iperen van Korzo theater uit. Daar speelt zich komend weekeinde de spannende allereerste editie af van ‘Cirque Mania’, een terugkerend tweedaags evenement. Van Iperen kreeg ‘carte blanche’ om een circusfestival samen te stellen. “Bij het ‘nieuwe circus’ gaat het om een verscheidenheid aan voorstellingen”, zegt Van Iperen. “Het gaat om circusacts met een theatraal karakter, die een verhaal vertellen, en vaak verbonden zijn met muziek, dans, mime en beeldende elementen”. Aloude spectaculaire circustechnieken krijgen een dramatisch randje: acrobatiek, jongleeracts tot zelfs vuurshows, soms met een vleugje comedy. Van zaagselbak naar theaterpluche.

Rodeneusclownerie
Het aloude rondreizende circus à la Jeroen Bosch gaat tot minimaal ver in de vroege middeleeuwen terug. Maar ook al in de Romeinse tijd werden gebouwen voor wagenrennen met de benaming ‘circus’ aangeduid. IJkpunt voor het nieuwe, moderne 21e-eeuwse genre zijn echter de pioniersbewegingen van Cirque du Soleil, dat zonder dieren noch rodeneusclownerie in 1988 de Olympische Winterspelen van Calgary op spectaculaire wijze glans wist te geven. Toch duurde het nog tot 1995 voordat hun circus-met-een-verhaal naar Nederland kwam, met de show ‘Saltimbanco’, in een megatent voor 2500 zitplaatsen. Van bruggenhoofd groeide Amsterdam snel uit tot het Europese hoofdkwartier van Cirque du Soleil.
Daarmee was de kiem in Europa gelegd. In Frankrijk kwam er voor circus arts een volwaardige kunstvakopleiding, net als in Zweden; in Nederland begon hogeschool Codarts (Rotterdam) in 2007 een vierjarige voltijd bacheloropleiding Circus Arts, evenals Fontys in Tilburg, maar dan tot ‘circus performer’, theatermaker naast artiest. Aanjager in Nederland was en is ook theatermaker Jakop Ahlbom. Hij kwam begin jaren negentig naar Nederland om de Mime Opleiding Amsterdam te doorlopen. Al bij zijn afstuderen, in 1998, ontving hij de Top Naeffprijs voor meest veelbelovende student. Sindsdien wakkerde hij met toverachtige voorstellingen vol verdwijntrucs en goocheleffecten het aanzien van het nieuwe circus en de mime in Nederland en de ons omringende landen aan, wekte het tot leven. Ahlbom is een van de gangmakers van het tweedaagse ‘Cirque Mania’. In Korzo speelt Circuswerkplaats Boost zijn recente voorstelling ‘Man met hoed’, waarin een man met een hoed bezoek krijgt van zichzelf. Met een knipoog naar het werk van René Magritte, onder meer naar ‘De Wonderfluit’.

Verbinding
Van Iperen is vooral zelf op onderzoek uitgegaan. “Ik was overdonderd toen ik me eenmaal ging verdiepen in dit genre. Het wekt bij mij enorm veel energie op.” De verbinding met Korzo als productiehuis voor moderne dans is gemakkelijk te leggen, aldus Van Iperen: “Het gaat bij nieuw circus om fysiek theater, om beweging en choreografie. Evenals een ‘hoe past het allemaal in elkaar’, door de toevoeging van muziek en dramaturgie tot een verhaal met een kop en een staart. Ook zijn er directe verbindingen tussen Korzo en Codarts. Zo is choreograaf en dramaturg Thomas Falk van onze vaste ‘dansstal’, ook docent bij Codarts. In ‘Cirque Mania’ gaat hij met zijn groep studenten de openingsvoorstelling maken.”
Naast tal van spectaculair ogende voorstellingen met van eigen bodem opkomend talent worden ook sterren uit het buitenland getoond met de uit Duitsland afkomstige topact Kunst_Stücke. En er is ook voorzien in een debat rond de nieuwgeboren kunstdiscipline. “We willen het nieuwe circus een vaste plaats geven in onze programmering. Dan moet je meteen groot inzetten. In de toekomst zijn hier vaker circusweekeinden.”

Arbo
Het oppakken van het circus als theaterdiscipline is gewaagd. Het circusvak wordt niet op voorhand als ‘hoge kunst’ gezien. En is ook letterlijk gewaagd omdat uiteenlopende fysieke gevaren op de loer liggen. Van Iperen: “Tuurlijk, maar er zijn stringente arbo-eisen. Meestal nemen de circusgezelschappen dan ook hun eigen technisch equipment mee. Fysieke risico’s zijn daardoor voor ons én voor hen bij voorbaat ingeperkt. Belangrijk om te beseffen is dat ze precies weten wát ze doen en hóe ze dat doen, dat ze door en door getraind zijn. Maar om het te gewaar te worden, om het gade te slaan dat blijft een ijzingwekkend gezicht en hoogst verbazend.”

Cirque Mania in Korzo theater op vrijdag 11 en zaterdag 12 maart 2016. Kijk voor meer informatie op korzo.nl/cirquemania. Kaarten reserveren: (070) 363 75 40.

‘Hekken! In Europa!’

Toneelschuur & Korzo in Wachten op de Barbaren

Zorgeloos bestuurt de beschaafde, oude magistraat al tientallen jaren het dorpje aan de grens. Tot ieders tevredenheid. Totdat opeens een vijand opduikt. Uit het niets.

Vijftien jaar terug in de tijd. De meesterlijke doch korte beginzin maakt indruk: ‘Ik heb nog nooit zoiets gezien: twee glazen schijfjes die in lussen van ijzerdraad voor zijn ogen hangen.’ In Wachten op de barbaren beschrijft Zuid-Afrikaan en Nobelprijswinnaar Coetzee hoe een oudere dorpsmagistraat op een buitenpost in de grensstreek opstaat tegen het militaire geweld tegen het nomadenvolk aldaar – en brengt daarmee zichzelf in grote moeilijkheden.

Heilig. Misschien een al te groot woord. Maar regisseur Michiel de Regt durft vijftien jaar na dato best toe te geven dat schrappen in Coetzees uit 1980 daterende erkende meesterwerk voor hem als ‘olifantenpoten in de porseleinkast’ neerkomt. “Uit Rembrandts Nachtwacht snijd je toch ook niet lukraak vijftig vierkante centimeter? Coetzee heeft vast jarenlang zorgvuldig geboetseerd aan elke zin, haast iedere komma”. Maar het weggummen moet. Want het werk ligt nadat hij zojuist zijn regisseurs-tanden in Hella Haasses Oeroeg heeft gezet, ten grondslag aan zijn komende voorstelling, vernoemd dus naar en gebaseerd op de geruchtmakende roman van Coetzee, die zich trouwens Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw mag noemen.

Coetzees ‘realistische fabel’ over onverschilligheid, medeplichtigheid en verzet onder een totalitair regime slaat De Regt tot op de dag van vandaag nog altijd midden in zijn gezicht, ook door parallellen die hij ziet met deze tijd. “Loyaliteitsconflicten als gevolg van politieke kwesties, heen en weer geslingerd worden door innerlijke gewetensstrijd. En: hekken, uitroepteken, in Europa!” Maar ook de bijna pervers overkomende relatie van de ambtsdrager met een barbarenmeisje fascineert hem”. Al met al meer dan genoeg beweegredenen voor De Regt om zich als theatermaker intensief op de roman te storten.

Dans
De morele, existentiële levensvragen die uit Wachten op de barbaren voortkomen zijn herkenbaar en actueel. Maar er is meer. De Regt vervolgt: “De abstractie waarmee het landschap van die grensstreek is beschreven, die prikkelt mijn verbeelding enorm. En verbeelding, dat is voor mij altijd het beginpunt voor wat theater moet zijn”.

Dat uitgangspunt dreef hem in de armen van de Spaanse, veelal in en vanuit Nederland werkzame choreograaf Iván Pérez. “Dans, werkelijk een fantastisch medium”, verklaart De Regt. “Dans is ondanks de aanwezigheid van dansers, personen, lichamen goeddeels een abstracte kunstuiting. Ruimtelijk. De abstractie van dans contrasteert in de voorstelling prachtig met de klinkende waarneembaarheid van de taal en de woorden uit Coetzees werk”. Bovendien, zo vervolgt De Regt: “Er zijn momenten en situaties die je aan de hand van vleselijke beweging, dans en gebaren beter begrijpt, als dieper ervaart. En beter tot de personages doordringt, dan door aldoor woorden te laten klinken. Inderdaad: Eén beeld zegt soms meer dan duizend woorden, zoals dat heet”. Tijdens een ontmoeting klikte het tussen De Regt en Pérez enorm. En zo is dans wezenlijk onderdeel van de voorstelling.

Maar De Regt gaat nog een stapje verder. In zijn voorstelling doorvlecht hij theater, dans met muziek tot ‘gesammtkunstwerk’. Er klinkt speciaal gecomponeerde muziek van Wilko Sterke, voor contrabas. “Op een bepaald moment laat hij twaalf contrabassen tegelijkertijd opklinken in zijn ‘soundscape’. Waanzinnig.”

Wachten op de Barbaren is een coproductie van Toneelschuur Producties en Korzo producties. Tournee.

kader:
Michiel de Regt – regie
Michiel de Regt maakte bij Toneelschuur Producties Antigone en Wreed en Teder. Ook bij het muziektheatergezelschap Orkater en Matzer heeft De Regt voorstellingen gemaakt.

Iván Pérez – choreografie
Iván Pérez danste bij Nederlands Dans Theater en IT Dansa. Sinds 2011 is hij choreograaf. Naast zijn werk bij Korzo heeft hij stukken gemaakt bij Compañía Nacional de Danza, Ballet Moscow, Balletboyz, River North Dance Chicago en het Nationale Ballet van Cuba.