‘Een gebouw is een verhaal’

Serie Den Haag Centraal: Juweeltjes

Den Haag door de ogen van singer-songwriter Tim Akkerman

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hen het meest inspireert of inspireerde. In deze aflevering: popmuzikant Tim Akkerman over H.P. Berlage.

“Ik zal maar niet de ‘Monet’ in mijn huiskamer noemen…” grapt muzikant Tim Akkerman. “Nee, wat ik zo mooi vind aan Den Haag is dat de stad een ongelooflijke geschiedenis van stedenbouw en architectuur kent. Een van de ontwerpers die daarvan aan de basis staat, is Berlage.”

Hendrik Pieter Berlage (1856-1934) is meest bekend van de Beurs in hartje Amsterdam, ex aequo met het gebouw dat nu als Kunstmuseum Den Haag door het leven gaat. Dat is tevens het laatste ontwerp dat uit zijn architectenpen vloeide maar waarvan hij zelf de voltooiing niet meemaakte. In Den Haag staan ook zijn Kantoren van De Nederlanden 1848 (1927, Raamweg), Woonhuis Henny (1898, Scheveningseweg), de Kiosk op het Buitenhof (1924) en het Kantoorgebouw De Nederlanden 1848 (1896, Prinsestraat / Kerkplein).

Hij was ook stedenbouwkundige. In 1911 omarmde de Haagse gemeenteraad het Plan-Berlage om de groei van de stad op te vangen. Aan de toenmalige stadsranden tekende Berlage grote uitbreidingswijken met frivole stratenplannen, zoals Benoordenhout, Laakkwartier, Rustenburg-Ooostbroek, de Vruchtenbuurt en Mariahoeve. Een deel van zij plannenmakerij is daadwerkelijk ten uitvoer gekomen. Door zijn denkbeelden is de stad met meer fantasie gaan bouwen wijken en projecten: er kwamen symmetrische stratenpatronen, zicht-assen, diagonalen en monumentale bouwwerken op zichtlocaties. “Ik woon in Valkenboskwartier. Die is door hem bedacht,” licht Akkerman zijn keuze en bewondering voor Berlage verder toe. Het oudste deel, tussen de Beeklaan en de Azaleastraat, is tussen 1911 en 1918 gerealiseerd, geheel volgens zijn ideeëen, waaronder het realiseren van volkswoningen. Daarna volgde onder meer het deel waar tuinstadwijk Papaverhof toe behoort. “Wist je dat Berlage de portiekwoning heeft bedacht, de bovenwoning? Dat vind ik leuke geschiedenisdingetjes.”

Kenmerkend voor Berlages aanpak is dat hij geen modern beton wilde, maar koos voor ‘eerlijk’ materiaal. Hout moest er gewoonweg uitzien als hout, en steen als steen. Voor Berlage draaide architectuur om de samenhang tussen constructie en versiering, om het evenwicht tussen doelmatigheid en schoonheid. Berlage deed ook aanbevelingen voor de inrichting van wijken en het te gebruiken straatmeubilair.

“Hij heeft hier mooie gebouwen en kunststukjes nagelaten,” weet Akkerman. “Maar je loopt er te vaak voorbij zonder daarbij te beseffen dat die uit zijn koker komen.” Wat hij mooi vindt aan zijn stijl is de manier waarop hij ‘met raampjes, steen en glas zijn eigen markante signatuur aanbracht, die herken je meteen.”

Akkerman dwaalt graag door steden en heeft een advies in petto. “Als je kriskras door een stad en zeker je eigen stad gaat lopen, kijk dan eens omhoog. Stel je op als toerist. Je ziet dan allerlei details waarvan je voorheen het bestaan niet wist. Als ik elders ben maak ik graag een zoektochtje naar gebouwen en hun architecten, bijvoorbeeld naar oude theaters. In een gebouw zit veel meer verhaal dan je soms zou denken.” Ook in Arnhem heeft hij een wijk ontworpen, landschapswijk Schuytgraaf, vertelt hij. “Als je daar loopt waan je je in Den Haag! Ik vind het leuk hoe architectuur aan een stad, aan de leefomgeving een sfeer kan meegeven. Ik ben daar gevoelig voor.”

Meer informatie:
Voor een bezichtiging doorkruis je de genoemde wijken en / of begeef je je naar de genoemde gebouwen. Of kijk o.a. op Wikipedia.

De lopende tentoonstelling ‘Het gedroomde museum – Berlages meesterwerk’ in Kunstmuseum Den Haag neemt de oorspronkelijke bouwkundige ideeën van de architect als uitgangspunt en laat zien hoe ze tot op de dag van vandaag een belangrijke rol spelen in het museum.

Advertentie

‘Alsof het echt strandzand is’

Serie Den Haag Centraal: Het juweeltje

Kunstenaar-uitvinder Theo Jansen

Wat is het allermooiste? Haagse kunstenaars delen wat hen het meest inspireert of inspireerde. In deze aflevering: ‘Strandbeest’ Theo Jansen over een beroemd schilderij van Anton Mauve.

“Wat ik mooi vind aan ‘Bomschuit op het strand’ is dat het echt zand lijkt en dat het hout van de romp van de boot dat door zout van de zee uitgeslagen is, door zand gemarteld lijkt. ” Theo Jansen schildert met eigen woorden het schilderij. “Het is die dag geen mooi strandweer,” tuurt hij voort op het werk uit 1882.

“Kijk eens naar al die grijstinten. Die komen prachtig uit, exact de sfeer zoals je die bij vlagen echt ziet. Ook de andere schilders van de Haagse School hebben het duin- en strandlandschap en het Den Haag van toen, ieder op eigen wijze, in kaart gebracht. Ik moet altijd aan hun schilderijen denken als ik door de duinen of over het strand banjer. We verkeren in Den Haag in een unieke situatie. Een wereldplek.”

De momenten dat hij het meesterwerk – olieverf op doek, 115 bij 172 centimeter, onderdeel van de collectie van Kunstmuseum Den Haag – ziet waant hij zich op een andere planeet. “Terwijl de afbeelding juist realistisch is,” constateert hij, “ook bezien vanuit een sociale realiteit, want de vissers hadden een moeizaam bestaan. Legt dat eens naast de luxe en de rijkdom van kuurgasten die een paar honderd meter verderop met badkoets een steenworp de zee introkken om te badderen. Dat is een scherp contrast.”

Theo Jansen (1948) is zowat op het strand geboren, groeide in haar nabijheid op. “Het strand was mijn venster op de wereld. De zee en het strand gaan over de oorsprong van het leven en natuurlijk ook van mijn eigen leven.” Hij is bekend als createur van hoogst eigenaardige Strandbeesten, zelfstandig lopende kinetische creaties, opgetrokken uit pvc-buizen en plakband. “Die zijn niet bij toeval juist hier ontstaan. Ze willen zich alleen op de compacte en vlakke ondergrond van de kustlijn goed voortbewegen, kunnen niet op gras.”

Hij woont nog altijd pal aan zee. Dagelijks maakt de kunstenaar-uitvinder wandel- en fietstochten door het duingebied. “Ik houd van het contact met de elementen.” Hield aan de kust ook een tijd lang atelier. “Daar werd het me stilaan te druk, werd een trekpleister. Dat hinderde me.” Maar nog steeds zullen op gezette tijden zijn Strandbeesten over de vlakte van het strand lopen, zo kondigt hij aan. “Je moet er alleen wat meer moeite voor doen, net als het spotten van als hertjes in de duinen.”

De ontdekking van Mauves ‘Bomschuit’ ligt hem nog vers in het geheugen. “Dat is een jaar of zeven geleden toen een kennis uit Amerika de ‘Anatomische Les’ van Rembrandt wilde bezichtigen. In toen nog het Gemeentemuseum was een tijd lang een selectie uit de collectie van het Mauritshuis te zien. Toen pas is het schilderwerk in volle reikwijdte en omvang tot me doorgedrongen.”

Datzelfde Kunstmuseum zal gastheer zijn voor een nieuwe tentoonstelling van zijn Strandbeesten. “Dat zou de komende zomer zijn, maar is door ‘corona’ een jaartje uitgesteld.” Eén ding is voor hem zeker: “Het schilderij van Mauve komt er bij.”

‘Bomschuit op het strand’ is te vinden via ‘collectie’ op de website van Kunstmuseum Den Haag en ook via de website Google Arts and Culture.

Biografie:
Theo Jansen kan zich onder meer ‘Briljanten Kunstenaar van het Jaar 2017 en Kunstenaar van het jaar 2018 noemen. In 2018 ontving hij ook de Haagse Cultuurprijs. Meer informatie over Theo Jansen op www.strandbeest.com

Cultuuradvies slaat gaten in Haags cultuuraanbod

Advies van commissie Meerjarenbleidsplan 2021-2024

Geen Crossing Border-festival meer, twee wijktheaters weg, theater Branoul en museum Bredius dicht, DeDDDD, Lonneke van Leth Dans en Zuiderparktheater koudgesteld, én geen monumentale kunst meer in de Electriciteitsfabriek.

Dat werd vorige week vrijdag 24 april bekendgemaakt op een perspresentatie. Commissievoorzitter Leertouwer: ‘Op weg naar de kunst van het mogelijke.’

Door: Eric Korsten

Althans: als het voorstel ‘Kracht en Kwetsbaarheid’ van de Adviescommissie Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur 2021-2024 integraal door college en raad wordt overgenomen. De commissie stelde op verzoek van cultuurwethouder Van Asten (D66) een 450 (!) pagina’s tellend rapport op over de verdeling van grofweg 56 miljoen aan jaarlijks beschikbare kunstsubsidies voor Haagse kunstinstellingen. Resultaat: bijna 20 instellingen dreigen kopje onder te gaan, veelal middelgrote en middelkleine instellingen.

De commissie mocht 56 miljoen uitstrooien over een totaal van 103 aanvragers, die samen voor € 15,3 miljoen méér hebben aangevraagd dan beschikbaar is. Onder de aanvragende instellingen waren liefst 33 nieuwkomers; vijftig van hen maken deel uit van het bestaande ‘Kunstenplan’. De adviescommissie besloot uiteindelijk positief over 57 aanvragende instellingen, ergo zeven ‘binnenkomers’. Voor liefst twintig Haagse culturele instellingen dreigt vanaf 2021 de geldkraan dicht te gaan met, als wellicht meest in het oog springende, het Crossing Border Festival – dat nu best eens naar pak ‘m beet Utrecht zou kunnen beslissen te verkassen.

Vooraf werd een veldslag gevreesd – en ja, daar is het op uitgelopen ook. Commissievoorzitter Leertouwer: “De vorige ronde verdween Toneelgroep De Appel. Opgeteld is het bedrag dat we dit keer aan hervorming voorstellen even groot, alleen is de pijn nu verdeeld over veel meer instellingen. We moeten op zoek naar de kunst van het mogelijke, dat is al heel lang onze opdracht. Komt het goed? Daar ben ik helemaal niet zeker van.”

Scherpe keuzes, maar toch ook nog de kaasschaaf eroverheen, dat tekent de nood waar de adviescommissie zich voor gesteld zag. Leertouwer: “Dat is wat geen enkele commissie wil horen natuurlijk, maar de constatering klopt.” Ook de instellingen die inhoudelijk positief werden bejegend, bleven in termen van toegeschoven euro’s vaak gelijkstaan, of kregen een plakje minder. “De gemeente heeft bij een vrijwel gelijkblijvende cultuurbegroting wel de ambitie uitgesproken om tot een culturele sector te komen met een gezonde bedrijfsvoering en ‘fair pay’, eerlijke loonbetaling, maar stelde daarvoor nauwelijks extra middelen beschikbaar.”

De extra kosten daarvan kunnen niet eenzijdig bij de kunstensector neergelegd worden, zo is de commissie het met belangenorganisatie Kunsten ’92 eens. Ze bepleit in ‘Kracht en Kwetsbaarheid’ daarom ruimhartiger steun. “Het is voor de Commissie duidelijk dat anders haar hele advies is gebouwd op drijfzand.”

In veruit de meeste gevallen is de onafhankelijke en externe ad hoc samengestelde commissie zeer te spreken over het bereikte artistieke peil van de aanvragers, zelfs ook dat van de negatief beoordeelde. In de beoordeling liep het echter vaak spaak op thema’s als bedrijfsvoering, diversiteit en / of inclusie.

‘Grootverbruikers’ in de stad worden gespaard, zijn ‘too big to fail’. Maar zij kregen, buiten de ‘Amare-instellingen’, er nauwelijks een centje bij – hoewel ze volgens de commissie de voorbije jaren uitstekend werk op de grasmat hebben gelegd. Het gelag en de pijn zit ‘m zo vooral bij de middelgrote instellingen, vooral in de dans en de klassieke muziek, waar traditioneel de klappen vallen ten faveure van broodnodige ‘vernieuwing’. Met name klassieke muziek en de dans zijn in dat verband kinderen van de rekening.

En dat terwijl het de commissie juist was opgevallen dat het Den Haag in diverse kunstsectoren juist aan instellingen van het middenformaat ontbreekt. Dat ‘middenveld’ – nu al niet bijster breed – verdwijnt nu bij bosjes. Dat is zorgelijk, ook omdat het voor een gezond kunstklimaat nodig is als contragewicht te dienen tegenover de grote jongens. Leertouwer: “Instellingen als Het Nationale Theater, Kunstmuseum Den Haag, NDT, PAARD en ook het Residentie Orkest nemen in hun sector een dominante positie in. Ze doen dat uitstekend, maar dit roept bij de commissie wel de vraag op of er een evenwicht is in de stad.”

Den Haag wordt gezien, klopt zichzelf graag op de borst als ‘tweede cultuurstad van het land. “Die ambitie is geen doel op zichzelf,” vindt Leertouwer. “Ik zou eerder kijken naar wat uniek is in deze stad, en voor deze stad, en dat iedereen een stem heeft.”

Amare
De ingebruikname van ‘cultuurpaleis’ Amare aan het Spuiplein is de grote trofee die de komende Kunstenplanperiode wordt uitgereikt. De commissie signaleert echter dat er, na jaren van onderling gesteggel nog steeds niet productief (genoeg) wordt samengewerkt. “Het wordt tijd voor een goed gesprek,” zo vatte cultuurwethouder van Asten op de presentatie de situatie samen.

Daar komt bij dat voordeurdelers Nederlands Dans Theater, Residentie Orkest en theaterorganisatie Amare ieder afzonderlijk méér zeggen nodig te hebben – en dat van de commissie op voorhand ook gekregen hebben. Eigenlijk is dat ‘extraatje’ een uitvloeisel van huurafspraken, noem het een restant, die al in 2012 werden gemaakt. Maar dat advies gaat evenwel ten koste van de andere Haagse kunstinstellingen – en dat terwijl cultuurwethouder Van Asten het op de loer liggende exploitatietekort van het cultuurpaleis met € 2,7 miljoen onlangs al heeft bijgepast. Maar een cultuurpaleis op halve kracht is natuurlijk ook niet wat je wenst.

Cultuurankers
Twee van de acht Cultuurankers, het stelsel van wijktheaters in de stad, kunnen de toets der kritiek van de commissie niet doorstaan, te weten Muzee Scheveningen en het Diamant Theater. Van Asten: “Dit had ik even niet voorzien. Ik wil zoek naar een oplossing. Hoe die eruit ziet? Dat weet ik nu nog niet,” waarmee hij expliciet aangeeft dat hij dit onderdeel van het advies niet gaat opvolgen.

De commissie zet Van Asten voor het blok, lijkt uit te zijn op een ‘gelijkrichter’, temeer daar de Ankers onderling van ongelijk soortelijk gewicht zijn. Van hen kunnen Theater en Filmhuis Dakota, Laaktheater, Theater De Nieuwe Regentes, Theater De Vaillant en de bibliotheken Leidschenveen en Loosduinen ondertussen met meer financiële armslag vooruitkijken. Samen krijgen de Cultuurankers er per saldo € 350.000 bij. “Voor de Cultuurankers is het dus een uitkomst die gemengde gevoelens oproept,” laat Vaillant-directeur Harrie van de Louw desgevraagd namens de Cultuurankers weten.

Museumkwartier
Of het concept van het Museumkwartier, de gewenste uiterlijke concentratie van musea rond de Hofvijver, er gaat komen blijft ongewis. Museum Bredius (‘verouderde dynamiek’) moet dicht of bij voorkeur ‘aansluiten bij het Haags Historisch Museum’. Museum Escher in het Paleis moet ondertussen met minder geld toe, hoewel verhuizing naar de voormalige Amerikaanse ambassade nog altijd een optie is. Kunstforum (voorheen West) is op nul groei gesteld, terwijl zij sinds dik een jaar juist bezit heeft genomen van diezelfde ambassade.

Eerste reacties
“Van de twaalf aanvragen door musea zijn er zes positief beoordeeld,” constateert Bas van Nooten, voorzitter van de Haagse Musea. “Bredius dicht? Dan weet je niet waar je het over hebt. Karaktermoord. En het Oranjehotel, zo belangrijk, valt ook buiten de boot. Wat het Museumkwartier betreft moet Den Haag nu eindelijk eens stelling durven nemen.”

Arjen Lakerveld, voorzitter van het Directieoverleg Podiumkunsten Den Haag: “Het advies komt bovenop ‘Covid-19’. Met theaters die straks misschien voor maximaal een kwart gevuld mogen zijn, wordt overleven lastig. We zijn met de gemeente in gesprek over een duurzame oplossing, steken de koppen bij elkaar. We moeten er gezamenlijk uitkomen, met het advies in de andere hand.”

“Bizar en buitengewoon kwalijk,” analyseert Michel Behre, directeur van Crossing Border Festival. Samenwerken met Winternachten? Hoe dan? We zijn totaal verschillenden hebben net als Winternachten tal van partners in de stad. Wat ik kwalijk vind is dat er geen expert in de commissie is op het gebied van literatuur noch popmuziek. Dat wreekt zich. Ondertussen krijgen we wel steun van het Letterenfonds. De merkwaardige situatie kan ontstaan dat we straks landelijk wel steun krijgen en lokaal niet. Dan trekt het Letterenfonds zich terug – en laat Den Haag tonnen liggen.”

Corona
Natuurlijk is er nagedacht over uitstel van het Meerjarenbeleidsplan, zo geven Leertouwer en Van Asten afzonderlijk van elkaar aan. Leertouwer: “Maar uitstel is niet wenselijk. De sector is toe aan duidelijkheid. En hoelang moet dat uitstel dan duren?” Van Asten: “Maar tot welk gevolg leidt uitstel? Sommige instellingen komen nu al niet uit. En juist de instellingen die goed werk leveren wil je kunnen belonen.”

De commissie benadrukt dat zij er zich zeer van bewust is dat haar advies naar buiten komt in een periode waarin de samenleving ernstig is verstoord door de coronacrisis. Extra ondersteuning en specifieke aanvullende maatregelen acht zij nodig om de culturele sector te helpen de gevolgen van de coronacrisis het hoofd te bieden.

De vlucht naar voren zoals de Adviescommissie daarmee neemt is terecht en voor de sector hard nodig. De vraag is echter zeer of dat er onder het huidige gesternte van kan komen. Daar komt bij dat in de aankomende anderhalvemetersamenleving de exploitatie van vele instellingen en met name theaters bijkans onmogelijk wordt, terwijl die situatie anderzijds nog wel een jaar kan aanhouden. Het is eerder omgekeerd: wellicht wordt de kustensector straks gevraagd zelf een offer te brengen, krijgt het anders gezegd: een generieke ‘solidariteitskorting ‘ opgelegd. Zeker is dat niets zeker is.

Vervolg
In juni doet het Haagse college aan de gemeenteraad een voorstel op basis van het advies. Dat voorstel wordt 8 september in de raad besproken. Een maand later, 8 oktober, stelt de gemeenteraad het definitieve plan vast.

Instellingen die zijn afgewezen kunnen een beroep doen op de ‘projectenpot’. Dat wordt dan een overlevingstocht omdat niet alleen zij maar ook nog tal van anderen daar een beroep op doen. Ook kunnen die culturele instellingen nog beroep en bezwaar aantekenen.

kader
Een aantal instellingen in Den Haag heeft geen aanvraag ingediend, doorgaans instellingen van nationaal belang, zoals onder ander het Mauritshuis. Ook particulier gefinancierde musea zijn buiten beschouwing gebleven, bijvoorbeeld het Literatuurmuseum, museum Beelden aan Zee en Panorama Mesdag.

Overigens is ook landelijk een Kunstenplan in de maak. Een aantal Haagse instellingen krijgt én vanuit Den Haag én vanuit het landelijke Kunstenplan geld, bijvoorbeeld Het Nationale Theater, Nederlands Dans Theater, Residentie Orkest en Korzo theater. Die veldslag krijgt de komende maanden zijn beslag.

SECTOREN
Theater
Het Nationale Theater (HNT) kan bogen op prachtige rapportcijfers én krijgt een pluim, al komt er uiteindelijk geen cent bij (€ 9.325,391). De commissie beziet de dominantie van Het Nationale Theater met enige scepsis. “Er is over het geheel bezien geen sprake van een vitaal theaterklimaat (…) HNT krijgt heeft ongewenst een monopoliepositie in handen die het zelf niet per se ambieert.” Diligentia/PePijn blijft stationair op € 837.131, net als Firma MES op € 189.791. Ondertussen moeten Literair Theater Branoul, het Zuiderparktheater, en het extreem beeldend geluidstheater van Dégradé het hoofd buigen. STET, dat ijvert voor Engelstalig toneel in de stad, wordt afgeserveerd.  Het Haags Theaterhuis is een verrassende nieuwe loot aan het Meerjarenbeleidsplan. De instelling kan jaarlijks € 90.000 tegemoet zien.

Pop, jazz, urban
PAARD is, als dominante factor, een ‘gelijkblijver’ (€ 1.413.000) ofschoon het kan bogen op een prima beoordeling. Een nieuwe ‘middenzaal’ door PAARD wordt door de commissie toegejuicht. Op festivalgebied springen Rewire eruit (€ 300.000) en Grauzone (€ 61.300). De commissie spreekt verder over een ‘verzwakt jazzklimaat’: “Opvallend is dat de reputatie van Den Haag als ‘jazzstad’ beperkt tot uiting komt in het stedelijke muziekaanbod en ook in de hoeveelheid aanvragers op dit gebied” – al kent het de aanvraag van Tonality (Rembrandt Frerichs en Tony Overwater) niet toe. Concertorganisator ProJazz wordt de komende jaren wel toegerust, met € 94.500.

De representatie van hiphopcultuur staat volgens de Commissie nog in de kinderschoenen. Stichting Aight is op dat gebied de enige volwaardige aanbieder. “Dit maakt haar positie bij voorbaat uniek, maar geeft tegelijkertijd aan dat er in Den Haag voor dit genre nog veel te winnen is.” Aight kan per 2021 jaarlijks € 180.000 verwachten, minder dan voorheen. De undergroundcultuur wordt met PIP ( € 190.000) bediend. Popmuziekcentrum Musicon krijgt straks jaarlijks € 260.000 toegeschoven.

Klassieke, oude en nieuwe muziek
Op het terrein van met name de kamermuziek worden harde noten gekraakt. De rijke ensemblecultuur wordt flink aangepakt: Ciconia Consort, Classical Encounters (voorheen Internationaal Kamermuziekfestival DH), Loos, Matangi Kwartet en het Prinses Christina Concours krijgen niets meer als het aan de commissie ligt. Festival Classique moet interen met een halve ton, Festival Dag in de Branding moet 20 mille inleveren (€ 182.000), Ensemble Klang mag door (€ 105.000) evenals Slagwerk Den Haag (€ 132.000); Modelo 62 krijgt nul, net als de New Dutch Academy. New European Ensemble blijft gelijk (€ 83.429).

Dominerende muziekuitvoerende instelling is het Residentie Orkest. Dat krijgt een pluim, én met het oog op Amare (zie ook elders) en met enige pijn in het commissiehart een bescheiden verhoging tot ‘slechts’ € 4.574.949 in het vooruitzicht gesteld. Grote winnaar is OPERA2DAY. De Haagse instelling wordt veel lof toegezwaaid en kan met € 430.000 rekenen op dik anderhalve ton méér dan het tot nu van Den Haag toe had.

Dans
Ook op dansgebied worden vele nodige noodlottige bewegingen ingezet. Als Dansstad mag Lonneke van Leth Dans omzien naar een andere financieringsbron, evenals Meyer Chaffaud en De Dutch Don’t Dance Divison. Kalpanarts schuift een bescheiden stukje op in de pikorde opschuiven tot jaarlijks € 110.00. Korzo krijgt een anjer in het revers maar blijft financieel gelijkstaan op het door haar gevraagde € 1.750.00.

Nederlands Dans Theater is hier de kolos. Het ontmoet applaus maar krijgt ook kritiek toegeworpen, met name op het gebied van diversiteit en de invulling van de programmering voor Amare. Het recente vertrekt van LigthfootLeon bij NDT, met medeneming van hun repertoire, kan NDT op landelijk niveau later nog zwaar vallen. NDT krijgt in Den Haag niettemin drie ton extra in de schoot geworpen: € 2.656.637. Holland Dance festival blijft steken op € 581.924. OFF Projects is de ‘new kid on the block’. Het initiatief rond Amos Ben-Tal is goed voor € 50.000.

Film
Filmhuis Den Haag is op dit gebied overheersend. Maar de enorme waardering van de commissie ten spijt krijgt het dertigduizend euro minder (€ 937.791). Filmfestival Movies That Matter blijft vrijwel gelijkstaan op € 189.046.

Letteren en debat
Zoals gezegd: Crossing Border Festival moet het veld ruimen. Het wordt met name verweten dat het haar artistiek-inhoudelijke missie niet goed op papier heeft weten te vangen. Writers Unlimited (€ 250.000) krijgt daarentegen ruim baan. De twee festivals zitten elkaar artistiek in de weg en staan volgens de commissie voortdurend met de rug naar elkaar toe ondanks eerdere oproepen, en ook zijn ze in een te dicht tijdvak opeenvolgend tijdvak geprogrammeerd. De commissie zag zich daarom genoodzaakt te kiezen.

Met Boekids heeft Den Haag een literair jeugdfestival. Het festival wordt gevraagd om met twintigduizend euro in te teren tot € 60.000. Met € 75.000 krijgt Huis van Gedichten er dertigduizend euro bij. Debutant Story Academy mag de vlag uithangen met liefst € 275.000.

Voorts krijgt geen van de partijen die had ingezet op een stedelijke debatfunctie groen licht. “De Commissie moet helaas concluderen dat deze in geen van de 35 aanvragen overtuigend is neergezet. De Commissie mist een gezamenlijke benadering en een sectorbreed gedragen plan.”

Musea en erfgoed
De musea in Den Haag zijn verantwoordelijk voor het grootste aantal cultuurbezoeken in de stad, waarbij met name de kunstmusea (inter)nationaal publiek trekken. De commissie: “Den Haag kent een gevarieerd museumlandschap. Daarmee vindt de Commissie de museumsector in belangrijke mate bepalend voor het imago van Den Haag als cultuurstad.”

Grote spelers in de stad zijn Kunstmuseum Den Haag, Haags Historisch Museum en Museon. Kunstmuseum Den Haag, inclusief GEM en Fotomuseum wordt geloofd maar moet het ondertussen doen met wat het al kreeg (€ 10.644.140). Het Haags Historisch krijgt € 1.892.000. Dat moet volgens de commissie Museum Bredius (‘verouderde dynamiek’) gaan beheren. Andere musea, zoals Mauritshuis, Mesdag Collectie, Panorama Mesdag, Beelden aan Zee en Omniversum zijn te bestempelen als rijksgesubsidieerd dan wel als particulier initiatief – en vallen daardoor buiten het bestek van het Haagse Meerjarenbeleidsplan.

Beeldende kunst
De Commissie ziet Den Haag als een bruisende gemeenschap van kleine beeldende kunstpodia, vaak geleid door kunstenaars en die informeel met elkaar verbonden zijn. Het totaal van dertien beoordeelde beeldende kunstinstellingen kent zeven nieuwe aanvragers. Dit is het hoogste aantal ten opzichte van de andere sectoren. De commissie wijst op de bedrijfsvoering van deze instellingen, die vaak op een ondergrens hun werk moeten doen.

Kunstforum (voorheen West) krijgt er met € 244.114 eigenlijk per saldo niets bij – en de commissie wijst er daarbij pijnlijk op dat de toekomstige huisvesting een probleemdossier kan worden.

Kunstruimte Nest boekt een halve ton winst tot € 162.000. Ook 1646 kan vier jaar door (€ 160.000). Stroom DH blijft op nul. De Grafische Werkplaats krijgt er dertigduizend euro bij (€ 81.726) Billytown zit en blijft in de wachtkamer, net als Heden en The Grey Space in the Middle. Als nieuweling mag iii voortaan € 65.500 toucheren.

De grootste veer die de sector moet laten is de Electriciteitsfabriek. De monumentale kunst die daar mogelijk is, wordt door de commissie als onvoldoende beoordeeld omdat ‘een artistiek-inhoudelijke visie’ ontbreekt.

Cultuureducatie en cultuuronderwijs
De commissie ziet een ‘stevige en sterke infrastructuur’ in Den Haag. Grootste knelpunt volgens haar is de afstemming en samenwerking tussen aanbieders op dit vlak. Ze prijst de instellingen Art-S-Cool, ( € 180.000, da’s € 75.000 meer dan nu) De Betovering, internationaal kunstfestival voor de jeugd (+ € 60.000 tot € 172.000) en nieuwkomer theaterschool Haags Theaterhuis (€ 90.000). Theaterschool Rabarber moet juist € 75.000 inleveren (€ 502.000). Topaze, ‘creatieve werkplaats in Transvaal’, wordt geprezen als bindmiddel tussen sociale groepen, en mag voortaan € 40.000 tegemoet zien.

Koepelorganisatie CultuurSchakel, educatief centrum voor school en vrije tijd, krijgt lovende woorden maar wordt ondertussen als rupsje Nooitgenoeg  gekwalificeerd. In pecunia gemeten wordt de instelling teruggefloten van € 3.422.335 naar € 2.123.994.

Ook de Cultuurankers spelen een rol in educatie. Zie daarover de eerdere opmerkingen hierboven.

Cultuurbeoefening in de vrije tijd
De commissie onderstreept het belang. Ze adviseert de middelen die daar nu op worden ingezet, te behouden. Dat heeft betrekking op bijvoorbeeld de regeling Haagse Amateurkunst, Ooievaarspas en Stichting Leergeld Den Haag, en het ‘snelloket’ Geld voor je kunst! Voorts verwacht de commissie veel van ‘combinatiefunctionarissen’ die bij de Cultuurankers moeten worden geposteerd.

Kunstzinnige vorming wordt van groot belang geacht, dit ‘vrijetijdsaanbod moet aan de markt worden overgelaten’.

OVERZICHT
Nieuw bloed:
Grauzone, Het Haags Theaterhuis, iii, OFF Projects, Page Not Found, Story Academy, Topaze.

Afvallers t.o.v. 2017-2020: Crossing Border, Ciconia Consort, Classical Encounters, Culture Clash 4U, De Dutch Don’t Dance Division, Diamant theater, Electriciteitsfabriek, Heden, Het Popdistrict, Lonneke van Leth Dans, LOOS, Matangi Kwartet, Meyer-Chaffaud, Museum Bredius, Muzee Scheveningen, Prinses Christina Concours, STET, Theater Branoul, TodaysArt, Trespassers W. Zuiderparktheater.

Gelijkblijvers t.o.v. 2020: CultuurSchakel, Filmhuis Den Haag, Firma MES, Het Nationale Theater, Holland Dance Festival, KOO, Korzo theater, Kunstforum/West , Kunstmuseum Den Haag, Movies That Matter, New European Ensemble, PAARD, Stroom DH, Theaters Diligentia & PePijn.

Winnaars (meer euri erbij):
Amare, Art-S-Cool, De Betovering, Bibliotheek Leidschenveen (Cultuuranker), Bibliotheek Loosduinen (Cultuuranker), Nederlands Dans Theater, Ensemble Klang, Grafische Werkplaats, Haags Historisch Museum, Huis van Gedichten, Kalpanarts, Laaktheater, Museon, Musicon, Nest, Opera2Day, PIP, ProJazz, Rewire, Residentie Orkest, Slagwerk Den Haag, Theater De Vaillant, Theater en Filmhuis Dakota, Theater De Nieuwe Regentes, Writers Unlimited.

Afgewezen / niet toegekend:
O.a. Another Kind of Blue, Billytown, Bureau Dégradé, Culture Unlimited, Ensemble Modelo 62, Heden, Herinneringscentrum Oranjehotel, Humanity House, Kwekers in de Kunst, Muziektheater Briza, New Dutch Academy, Prins27, Regentenkamer, The Grey Space in the Middle, Theatergroep Drang, Tonality.

‘Niet iedere vier jaar opnieuw het wiel uitvinden’

Beeldende kunst in Den Haag

Het Meerjarenbeleidsplan 2021-2024 (‘Kunstenplan’) werpt zijn schaduw vooruit. Eind april ontvouwt een Adviescommissie haar visie op de inrichting van het toekomstige kunstenleven in de stad. Den Haag Centraal kijkt in de glazen bol, deze week met Benno Tempel, directeur van Kunstmuseum Den Haag en Heske ten Cate, artistiek directeur van kunstruimte Nest.

Komt het Museumkwartier er? En wat gebeurt er met de voormalige Amerikaanse ambassade: komt daar het Escher Museum of beschikt ‘kunstruimte’ West ook over goede papieren? In de beeldende kunst in Den Haag liggen wat eindjes los.

Anderhalf jaar geleden verhuisde Heske ten Cate. Van Amsterdamse werd ze opeens Haagse: “Het is oprecht de boeiendste kunststad van Nederland.” Benno Tempel: “Den Haag beschikt over een keten: jonge kunstenaars worden opgeleid aan de Kunstacademie in de stad, er is hier volop atelierruimte, er zijn broedplaatsen en spannende plekken om te exposeren. Er zijn hier vele smaken. In deze stad zwaait de abstracte naar de figuratieve kunstenaar. Het Kunstmuseum speelt in daarin een eigen rol.”

Heske: “In Den Haag zijn de huurprijzen voor ateliers laag, voor individuele kunstenaars is er een goede omgeving. Dat klimaat moeten we beschermen. Eenmaal weg, is het moeilijk terug te krijgen. Maar ik merk dat Den Haag niet weet hoe goed het klimaat voor makers is, zelfs het stadsbestuur niet.”

“We gaan niet iedere vier jaar opnieuw het wiel uitvinden, echt niet,” werpt Tempel op, “want als Kunstmuseum zijn we goeddeels een collectie – en die wordt niet opeens slechter. Het zou raar zijn als de Adviescommissie gaat zeggen: dit museum is niet goed. Hooguit is het beleid dan niet goed – en tja, dan moet ik weg. Wij blijven een internationaal gevarieerd programma aanbieden, zoals altijd. Voor vele kunstliefhebbers uit Nederland en het buitenland zijn wij een venster op de wereld.”

Nest houdt er geen collectie op na. Heske: “Nest reageert met haar tentoonstellingen op de tijdgeest en tijdverschijnselen; bewegingen die de samenleving veranderen. Wat ik echt mis in de stad, nota bene in het epicentrum van de macht en politiek, is ruimte voor debat. Er is hier weinig discussie tussen politiek, wetenschap, kunst en burgers. Wat betekent het aftreden van de burgemeester voor de kunstsector in deze stad? We werpen ons op om het debat aan te gaan, de stad heeft behoefte aan meerstemmigheid. Daarmee wil ik het belang benadrukken van meer vrijplaatsen voor transgressie, het vieren van vrijheid en zelfexpressie. Den Haag zou hierin kunnen uitblinken vanwege de lange geschiedenis van verschillende leefgemeenschappen en communities, maar doet dit niet genoeg. ”

Hangijzer in de sector is de voorgenomen verhuizing van Escher in het Paleis naar de voormalige ambassade. Maar presentatie-instelling West heeft daar sinds een jaar haar intrek genomen. “Zij zit daar tijdelijk, zoals zij continu hoppen door de stad, nomadisch, en nooit erg geworteld op een vaste plek,” legt Tempel uit. “West zit er antikraak. Binnenkort gaat het voorstel voor de overgang van Escher in het Paleis naar de voormalige ambassade officieel naar het college van B&W. Dan moet er een klap op komen.”

Het ‘Museumkwartier’, komt dat nog van de grond?
Benno: “Praten daarover heeft geen zin zolang daar niets aan het wortelen is. Er is daar nu nog geen synergie, geen samenhang. Maar ik heb daar wel een uitgewerkte visie op, en ik denk dat Escher de sleutel is. Als de verhuizing niet doorgaat en als je als stad dan toch blijft schermen met de titel ‘Museumkwartier’, dan maak je jezelf belachelijk. Maar áls het lukt met Escher, dan moet je er wél voor zorgen dat hedendaagse kunst daar nadrukkelijk aanwezig is. Pas dan ontstaat er echt een Museumkwartier.”

Heske: “Van bezoekers buiten Den Haag hoor ik vaak dat ze hier de weg niet vinden. Ik heb Den Haag altijd graag bezocht omdat er zoveel gaande is. Maar je moet er wel werkelijk de hele stad voor door, het is hier erg versnipperd. Concentratie kan belangrijk zijn voor de stad, net als afstemming van openingstijden en een avondopenstelling. De huidige plannen voor het Museumkwartier doen mij truttig aan, alleen bedoeld voor een publiek dat allang bediend wórdt. Daar heb ik vraagtekens bij. Bovendien zouden instellingen zoals Nest een kans verdienen om te groeien. De gemeente moet durven uit te breken op dat vlak.”

Eerlijker loon
Volgens Benno Tempel worden maatschappelijke problemen aldoor over de schutting van kunstinstellingen geworpen. “’Fair pay’, eerlijk betalen, is daar een pijnlijk voorbeeld van. Je verwacht dat de politiek de regels die zij zelf opstelt, mogelijk maakt. Boter bij de vis. Ons personeel loopt in een CAO mee. Voor ons is ‘fair pay’ wel op te lossen. Maar voor anderen moet er echt geld bij.”

Bij Nest zijn grote stappen gezet om ‘fair practice’ te zijn, zegt Heske. “Alleen de secundaire voorwaarden zijn slecht. Binnen een klein team is ziekte of zwangerschap moeilijk op te vangen. Om iedereen en alles eerlijk te vergoeden moet je hardlopen en een lange adem hebben: in de 2 ½ jaar dat ik bij Nest ben, hebben we 82 keer projectsubsidie aangevraagd. Dat geeft een beeld van wat wij moeten doen om ‘fair pay’ te worden. Ik zie het verdrietige scenario ontvouwen dat straks nieuwe, jonge, kleine instellingen omvallen.”

Benno: “Wat je iedere vier jaar weer ziet is dat er meer geld gevraagd wordt, dat is traditie.”

Heske: “Het is naïef om te denken dat de humuslaag voor kunst en cultuur van de stad níet in gevaar is, dat wijst het verleden uit. Daar kan ik wakker van liggen. Stel: je krijgt niet wat je hebt aangevraagd, wat moet er dan als eerste uit? Expositie, personeel, activiteit? Dát is waar ik mee rondloop. Ik leef met drie vervolgscenario’s in mijn hoofd.”

Benno: “De grootste bezuiniging op kunst en cultuur van 2013 vond plaats in Den Haag. Die is nog steeds voelbaar. Bij ons werd een miljoen weggehaald en voelen dat nog elk jaar. In Den Haag zijn er instellingen die ondertussen wortel geschoten hebben, daar ga je niet hopelijk niet de hakbijl in zetten. Als je Nest de nek om zou draaien dan breng je echt iets om zeep.”

kader:
Nest is een zogeheten ‘kunstruimte’, een benaming voor instellingen in de beeldende kunst zonder vaste collectie. Nest staat dichtbij de kunstenaars en bevordert hun loopbaan en makerschap. De vaste presentatieruimte van Nest is broedplaats DCR aan het De Constant Rebecqueplein. Nest programmeert ook regelmatig buitenshuis, onder meer in de nabijgelegen Elektriciteitsfabriek.

Kunstmuseum Den Haag (voorheen: Gemeentemuseum) bezit een toonaangevende collectie moderne en hedendaagse beeldende kunst, mode en toegepaste kunst. Met 160.000 kunstwerken is het een van Europa’s grootste kunstmusea. Het museum programmeert ook het naastgelegen GEM en Fotomuseum Den Haag.

kader:
De beeldende kunst in Den Haag is (inter)nationaal geliefd want gezegend met musea als Mauritshuis, Kunstmuseum Den Haag, Fotomuseum Den Haag, Escher in het Paleis tot Beelden aan Zee, Galerij Prins Willem V, Bredius en, eventjes verderop, Voorlinden.

Vernieuwing en ontwikkeling van jong talent komt uit de hoek van met name de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK). Presentatie-instellingen als Nest, West, 1646, Stroom Den Haag, en talloze bruisende broedplaatsen zorgen voor een fijnmazige infrastructuur. Zo werd de Volkskrant Beeldende Kunstprijs voor jong talent in de beeldende kunst, de afgelopen jaren gewonnen door kunstenaars die werden opgeleid en/of woonachtig in Den Haag.

Ook festivals, platforms en evenementen zoals TodaysArt, The Hague Contemporary, Art The Hague, de Electriciteitsfabriek en Hoogtij zijn elementair, net als de kunstuitleen van Heden en de aanwezigheid van talloze galeries.

Met zo’n 400 gemeentelijke kunstwerken, gedenktekens en monumenten leeft ook kunst in de openbare ruimte, getuige de Beeldengalerij (veertig beelden rond de Grote Marktstraat) en beeldenopstellingen in Zuiderpark en Willemspark. De beschikbaarheid van betaalbare atelierruimte en de aanwezigheid van vele galeries zijn het toefje op de taart.

kader:
Kunstmuseum Den Haag
Vaste subsidie 2019: € 10.424.000
Projectsubsidie in 2019: € 0
Aangevraagd jaarlijks bedrag 2021-2024: € 10.809.500
Omvang organisatie (fte): 126,8 (vast en tijdelijk contract) (cijfer 2018)
Aantal bezoekers 2019: 585.000
Activiteiten 2019: 38 tentoonstellingen (+ 4 in het buitenland)

Nest
Vaste subsidie: € 209.00 (incl. € 100.000 Mondriaanfonds)
Projectsubsidie: € 151.814
Aangevraagd jaarlijks bedrag 2021-2024 DH: € 200.000
Omvang organisatie (fte): 2,8 (vast en tijdelijk)
Aantal bezoekers 2018: 12.100 (Nest), 137.695 (elders)
Activiteiten 2019: 7 in Nest, 5 elders

NB Het interview vond plaats voor de ‘lockdown’ van de musea.