‘Dans moet sensueel zijn’

Ballett am Rhein Düsselfdorf Duisburg danst Ein deutsches Requiem

De laatste jaren ging Martin Schläpfers dansgezelschap liefst drie keer met de titel ‘beste van Europa’ aan de haal. Het Zuiderstrandtheater ontvangt zijn Ballett am Rhein met een van zijn beste choreografieën.

Op zijn zeventiende, toen hij aan de Royal Ballet School in Londen studeerde, was Brahms’ meesterwerk Ein deutsches Requiem een van de eerste platen die hij aanschafte, op vinyl dus, en zij aan zij met Nina Simone. ‘Wonderschone, opwindende muziek en bovendien gaat het om een werk dat onlosmakelijk deel uitmaakt van het Duitse erfgoed,’ legt Martin Schläpfer zijn keuze voor dit tussen 1865 en 1868 gecomponeerde koorwerk uit. ‘Belangrijk voor mij is dat Brahms er per se geen liturgisch werk mee schreef; hij was, net als ikzelf, niet gelovig; de gezongen bijbeltekst heeft dan ook eerder betrekking op humanisme dan op religie.’ Hij noemt zijn keuze voor dit werk ‘riskant’ en ‘gevaarlijk’.

‘Omdat het een koorwerk is, dat is ongebruikelijk in het ballet, en omdat de dodenmis bij iedere Duitser in de platenkast staat.’ Schläpfer kiest graag voor extremen, levert zich bij voorkeur over aan het onbekende. En haalt ten bewijze de choreografie aan die hij op de Zevende Symfonie van Mahler maakte. Ein deutsches Requiem is in de aard net zo’n keuze. Maar choreograferen op uitgesproken treurmuziek? ‘De uitdaging zit erin om de betekenis van de choreografie ‘open’ te houden, geen betekenis te willen opleggen aan de kijker, terwijl het toch ook niet een abstract ballet moet zijn want het moet ontroering teweeg kunnen brengen.’ Een nog belangrijker uitgangspunt voor hem: ‘Dans is niet louter esthetisch, maar moet ook sensueel zijn.’

Conventies
Brahms morrelde graag aan de conventies van het gebruikelijke requiem. Die handschoen past Schläpfer. Want als dansmaker, zo zegt de Zwitser van geboorte, speelt hij graag met fysiek ongebruikelijke lichaamsbewegingen, met ‘off-balance’, lichamen die bijna lijken te vallen – ‘de ene keer van vreugde, dan weer van deemoed.’ Het toneelbeeld versterkt dat gevoel. ‘De set is een eindeloos lijkende kijkdoos die diep naar achteren wegloopt, en soms wel wat wegheeft van een kathedraal.’

In Düsseldorf en Ballett am Rhein’s zusterstad Duisburg heeft hij met zijn dansgroep, deel uitmakend van Deutsche Oper am Rhein, de beschikking over twee volwaardige podia, twee orkesten, twee koren en een tableau van 45 puike dansers. Zijn dansgezelschap werd de voorbije jaren driemaal tot het beste van Europa uitgeroepen – en hijzelf tot beste choreograaf. ‘Dat is exceptioneel en heel mooi, het helpt de dansers en het gezelschap vooruit, en helpt ook enorm mee om onze subsidie overeind te houden. Bovendien halen deze blijken van erkenning vele persoonlijke twijfels bij me weg. Toch kunnen we niet op onze lauweren rusten, zo houd ik ook mijn dansers steeds voor. Iedere dag opnieuw moet je het publiek veroveren.’

Vincent Hofmann:
… maakt sinds anderhalf jaar als danser deel uit van Ballett am Rhein.

‘Schläpfer heeft een heel eigen visie op ballet. Hij probeert je te pushen om tot extremen te gaan: langdurig in balans zien te blijven, benen en voeten erg uitgestrekt houden, en alle bewegingen ‘groot’ houden. Toch is zijn bewegingstaal vloeiend, organisch. Ik noem zijn idioom neo neoklassiek, moderne dans met een klassiek randje. Ein deutsches Requiem vind ik persoonlijk een van Schläpfers beste choreografieën. Het wordt gedanst op blote voeten. En de muziek van Brahms is werkelijk prachtig. Wel een beetje wennen, want er zit veel gezongen tekst in, maar je danst die tekst natuurlijk niet letterlijk. Het is geen popmuziek!’

‘We dansen in een seizoen doorgaans zo’n vier triple bills en een avondvullend ballet plus tourneevoorstellingen. We doen dus geen klassiekers of krakers als Giselle, The Sleeping Beauty of de Notenkraker. Ballett am Rhein is een erg divers gezelschap, met uiteenlopende gezichten, lichamen en persoonlijkheden. Dat bevalt me. Bij Het Nationale Ballet, waar ik een tijdje danste, moet je je vaak voegen naar het beeld van het corps de ballet. En zo’n gelijkvormig corps, dat hebben we hier bij Ballett am Rhein niet.’

‘In Duitsland is het prettig dansen. Ik krijg de vrijheid om veel van mezelf te laten zien. En als ik zes dagen wil dansen, dan kan dat gewoon. In Nederland stonden allerlei regeltjes dat weleens in de weg.’

Hans van Manen:
… meesterchoreograaf. Hij maakte in 2014 met Alltag een wereldpremière voor Ballett am Rhein, met Martin Schlapfer in een come-back als solist. Ballett am Rhein dans met regelmaat werken van Nederlands beroemdste choreograaf.

‘Ik ken Martin al 35 jaar. Hij heeft achtereenvolgens  Basel, Bern, Mainz en nu Dusseldorf en Duisburg op de kaart gezet. Martin is een buitengewoon begiftigd choreograaf, die momenteel met Marco Goecke, wat mij betreft tot de besten van Duitsland behoort. Als basis gebruikt hij altijd de klassieke techniek maar geeft daar een fantastische eigen draai aan, zoals niemand anders dat doet. Neoklassiek? Ach dat zijn van die kunstetiketjes. Soms laat hij op spitzen dansen, dan weer op blote voeten. Hij laat zich net als ik inspireren door wat hij om zich heen ziet. Eigentijds. En waarom zou je ook anders doen?’

Ein deutsches Requiem heb ik nog niet gezien. De keuze voor de muziek van Brahms is heel interessant. Juist muziekliefhebbers zou ik aanraden eens naar de choreografie te gaan kijken. Ik zou zeggen: Ren er naartoe!’

Het Zuiderstrandtheater en Holland Dance Festival presenteren Ballett am Rhein met Ein deutsches Requiem op donderdag 9 en vrijdag 10 maart 2017. Meer informatie op: zuiderstrandtheater.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 88 00 333.

Advertentie

Brandpunt van de dans

Met het driemanschap Christopher Wheeldon, Wayne McGregor en David Dawson treedt met Cool Britannia het neusje van de zalm aan van het Britse ballet. Ook artistiek leider van het NDT, Paul Lightfoot, en NDT-gastchoreograaf Hofesh Shechter, hebben Engeland als geboortegrond. Engeland geeft in Europa mede de toon aan als het gaat om vernieuwing van de academische dans. Wat maakt Engeland tot een van de brandpunten in de moderne dans?

Met de bekendmaking van de nominaties voor de jaarlijkse National Dance Awards blijkt de omvang van de Britse danswereld pas echt. Liefst 50 recensenten dienden per categorie vijf namen in. Kom daar hier in ons kikkerlandje maar eens om: hier wordt het überhaupt nog even zoeken naar het dat aantal, dan wel kenners die uit journalistieke motieven en met autoriteit over dans kunnen oordelen.

In tegenstelling tot Nederland is in Engeland liefde en deskundigheid voor ballet en dans niet een zaak van vandaag of gisteren. Sterker: Het land kent een eeuwenlange traditie die, net als in Frankrijk en Italië, terug gaat tot de zeventiende eeuw. Doordat in de negentiende eeuw danspedagogen uit allerlei landen balletstudio’s in Londen leidden, konden Britse danskunstenaars in verschillende stijlen worden geschoold. Aldus is de Engelse balletstijl ontstaan uit een smeltkroes van Franse, Deense, Frans-Russische en Italiaanse danstechnieken, zo is te lezen in Van hofballet tot postmoderne dans, Luuk Utrechts (on)volprezen bijbel van de dans. Volgens hem kenmerkt de Engelse stijl zich door grote nadruk op helderheid en zuiverheid ten aanzien van vorm én inhoud. De vereiste precisie die een danser aan de dag moest leggen werd naast een meetlat gelegd – en ook vandaag de dag wil dat nog wel eens gebeuren.

Voedingsbodem
Deze als eigenzinnig te omschrijven benadering van ballet ten spijt, en ondanks een trits beroemde grondleggers en choreografen die aldaar in de twintigste eeuw opstond, zoals Ninette de Valois, Marie Rambert, Frederick Ashton, John Cranko en Kenneth MacMillan, stond Engeland niet a priori te boek als ‘gidsland’ voor vernieuwingsontwikkeling. Pas de laatste paar decennia is Engeland tot een bloeiende voedingsbodem uitgegroeid voor het doorontwikkelen van ballet en moderne dans. Hoe dat komt? Als we ons bepekerken tot Nederland: Terwijl hier dans als vak in het basis- en voortgezet onderwijs in de kinderschoenen staat is in Engeland dansonderwijs – evenals muziekonderwijs, maar dat terzijde – sinds 1988 opgenomen in het verplichte onderwijssysteem.

Invulling
In Engeland heeft iedere basisschool de mogelijkheid om zelf te bepalen hoe zij het dansvak invult. Dansles betekent hier niet alleen dat een dansdocent pasjes voordoet en dat leerlingen die nadoen, want volleerde theoretici en experts met praktijkervaring hebben zich over het fenomeen ‘dansles’ gebogen. Dat heeft niet alleen tot nieuwe onderwijsvormen geleid, maar ook tot meer variatie in dansstijlen die onderwezen worden. De meerderheid, met name de basisscholen, hebben het presenteren van dansvoorstellingen in het schoolprogramma opgenomen. Toch is deze positie van dans, lees: de gymlessen, niet onomstreden. Want al jaren woedt de discussie of dans een fysieke is, dan wel een esthetische, kunstzinnige, culturele activiteit. De kritiek is dat door dans expliciet onder het vakgebied van de lichamelijke opvoeding te plaatsen de creativiteit en de artistieke waarde van dans intrinsiek wordt ontkend. Langs die lijn van rekkelijk- en preciesheid stellen tegenwoordig de voor- en tegenstanders in Engeland zich tegenover elkaar op.

National Primary Curriculum
Het National Primary Curriculum is een vast onderdeel van de lessen lichamelijke opvoeding op basisscholen. Liefst 96 procent van alle Engelse scholen in het primair en voortgezet onderwijs biedt dans aan, na voetbal de meest populaire activiteit, zo blijkt uit onderzoek. Als zoveel jonge mensen binnen en buiten school met dans in aanraking worden gebracht dan kan het niet anders dan dat de vraag naar dans toeneemt, door makers én belangstellenden. Dat betekent dat daardoor ook meer mogelijkheden ontstaan voor jongeren die van dans graag hun beroep maken.

The Royal Ballet School
De gekweekte belangstelling voor dans straalt ook af op balletscholen en, op getrapt wijze, vervolgens ook op onder meer The Royal Ballet School, als een van de vlaggenschepen van de dans. Aan concurrentie bij The Royal Ballet School totaal geen gebrek. Meer dan tweeduizen0d kandidaten deed er in 2013 auditie. En bijna duizend studenten namen deel aan de verschillende trainingsprogramma’s bij The Royal Ballet School, verspreid over geheel Engeland. Nog eens 928 junioren deden dat ook. Daarbovenop werden 1800 geïnteresseerden door The Royal Ballet School bereikt in talentontwikkelingsprogramma’s. En van de dansers die zijn verbonden aan The Royal Ballet is zeventig procent afkomstig van de eigen school.

Het kan niet anders dan dat bij zulke getallen en het schoolsysteem het talent als bijna ‘vanzelf’ komt bovendrijven. Dat is te kort door de bocht: natuurlijk moet iedere danser en iedere choreograaf nauwlettend in diens ontwikkeling worden gecoacht, voortdurend worden begeleid. En dan komen er pareltjes uit de oester. En dan te bedenken dat ook het muziekonderwijs in Engeland op een zelfde leest is geschoeid.

Kader:
Cool Britannia
Choreografen Christopher Wheeldon en David Dawson creëren ieder een nieuw werk voor Cool Britannia. Christopher Wheeldon nam de uitnodiging aan vanwege de speciale band die hij voelt met Het Nationale Ballet. Hij geldt als een van ’s werelds meest gevraagde choreografen van dit moment. David Dawson zoekt in Cool Britannia opnieuw de samenwerking op met componist Greg Haines. Het Nationale Ballet verleent hem daartoe een compositie-opdracht. Wayne McGregor maakt in dit programma zijn debuut bij Het Nationale Ballet. Van hem staat Chroma op het programma, dat hij in 2006 creëerde voor het Royal Ballet.

Kader:
Associate Artist David Dawson
David Dawson is met ingang van 2015 Associate Artist van Het Nationale Ballet. Dawson, internationaal geroemd als een van de belangrijkste vernieuwers van het klassieke ballet, zal de aankomende jaren exclusief voor Het Nationale Ballet een aantal nieuwe balletten creëren.

Ted Brandsen, directeur van Het Nationale Ballet: “David maakte zijn allereerste ballet in 1997 bij Het Nationale Ballet. Hij heeft hier zijn choreografisch talent tot ontwikkeling gebracht. Zijn talent is nu tot volle bloei gekomen en gezelschappen van over de hele wereld hebben werk van hem op het repertoire. Er is er altijd een samenwerking tussen ons geweest. Ik vind het belangrijk om een topchoreograaf als David Dawson, die inspireert en innoveert, een huis te bieden en vaster aan ons gezelschap te verbinden.”

Kader:
Sterke band
Het Nationale Ballet koestert vanaf de oprichting een sterke band met Engeland. Zo staat Sir Peter Wright’s versie van The Sleeping Beauty nog altijd op het repertoire en danste het gezelschap recentelijk nog Frederic Ashton’s Midzomernachtsdroom.

Andersom is er ook een relatie: Hans van Manen creëerde Four Schumann Pieces (1975) voor The Royal Ballet; en werk van huischoreograaf Krzystof Pastor wordt veelvuldig in Engeland uitgevoerd, onder meer bij het Northern Ballet en Birmingham Royal Ballet. Het Nationale Ballet gaat regelmatig op tournee naar Engeland. De Junior Company was eind mei 2014 en ook in juni 2015 in Londen te gast, terwijl het ‘grote’ gezelschap in een lange reeks optredens nog in 2011 en 2006 deze miljoenenstad aandeed. Omgekeerd waren in Nationale Opera & Ballet altijd veel Engelse dansgezelschappen te zien.

Van de dansers op het tableau van Het Nationale Ballet hebben de volgende een opleiding in Engeland gevolgd of daar gedanst: Matthew Golding, Igone de Jong, Maia Makhatelli, Vito Mazzeo, Anu Viheriäranta, (eerste solisten), Sasha Mukhamedov, James Stout, (tweede solisten), Peter Leung (coryphée), Skyler Martin, (corps de ballet), Maria Andrés Betoret (gast).

 

Swinging Bach

Was Bach zelf een danser? Bach swingt, klinkt het geregeld in danskringen. In Back to Bach laten de choreografen Hans van Manen, Krzysztof Pastor, David Dawson en Ernst Meisner zien hoe dat in zijn werk gaat. Maar zijn muziek wordt ook als heilig beschouwd. Wat maakt de muziek van Bach dan zo aantrekkelijk voor choreografen? Was Bach zelf soms een danser?

“De essentie is”, zegt Matthew Rowe met een geconcentreerde, lichtelijk hemelwaarts gerichte blik in de ogen, “dat de muziek van Johann Sebastian Bach rechtstreeks is afgeleid van dansvormen die toen in zwang waren”. De muzikaal leider van Het Nationale Ballet en chef-dirigent van Holland Symfonia vervolgt: “En van die dansen waren er nogal wat in de mode, met name in hofkringen ten tijde van de barok: allemandes, courantes, gavottes, bourrees, polonaises, gigues, sarabandes, menuetten. Al die vormen zijn regelmatig te beluisteren in composities van de grote Bach”. Johann Sebastian Bach (1685-1750) heeft nooit muziek specifiek voor dans geschreven. Maar veel van zijn composities zijn uitermate ‘dansant’. Vanwege het heldere ritme, de muzikale rijkdom, de emotionele gelaagdheid én de tijdloze vitaliteit. ‘Bach swingt’, weten veel choreografen.

Velen noemen Bachs muziek zwaar of ingewikkeld. Maar even zo vaak klinkt zijn muziek ritmisch en opgewekt. In het boekwerk Dansen met Bach belicht Wim Faas een andere, lichtere kant van Bach.Faas brengt naar voren dat vele van Bachs composities zijn gestoeld op traditionele vormen van en motieven uit volksdansen. Die werden door hem omgevormd tot concertdelen die alleen nog een losse band hadden met de oorspronkelijke dansen. De dansvormen zijn te herkennen in vele, vele van zijn suites en partita’s maar ook in diens orgelmuziek, cantates en zelfs passiemuziek – de slotkoren van de Matthäus en de Johannes Passion zijn in de kern sarabandes. Alreeds in Bachs tijd was het zo dat het spelen of het dansen van een allemande als hemel en aarde van elkaar verschilden, zo is bekend uit verschillende bronnen. Dat komt doordat Bachs dansmuziek wel is geinspireerd op de dansen uit hofkringen rond Lodewijk de Veertiende, de Zonnekoning, maar niet meer geschreven is om daadwerkelijk op te dansen.

Lodewijk stichtte in 1661 de Académie Royale de la Danse, een verbond van dertien dansmeesters uit Frankrijk. Zij legden in handboeken de basisprincipes van het klassieke ballet vast. Rond 1653 ontstond onder leiding van Lodewijk het ‘ballet de cour’, een totaalspektakel. Dansmeesters, vaak componisten of musici, werden aangesteld voor het aanleren. Was het dansen in eerste instantie om naar te kijken en de uitvoering voorbehouden aan geschoolde dansers en danseressen, algauw wilden de hofdames en -heren zelf dansen. Er werd aan het hof natuurlijk niet gevolksdanst. De gebruikte dansen sproten voort uit volksdansen maar de pasjes en bewegingen werden ontwikkeld vanuit de balletkunst.

Faas: ‘Tijdens Bachs leven was wat we nu Duitsland noemen in wederopbouw na een desastreus verlopen dertigjarige oorlog. De Duitse adel spiegelde zich in die periode aan de grandeur van het hof van Versailles. Franse invloeden verspreidden zich zo over de talloze vorstendommetjes’. Muziek, dans en ballet dienden de grootsheid van Lodewijk te onderstrepen maar ook om de adel bezig te houden. Franse dansmeesters waren kind aan huis aan Duitse hoven, onder wie Thomas de la Celle, een leerling van Jean Baptiste Lully, evenals Jean Baptiste Volumier. Bachs dansmuziek is daardoor geënt op de statige Franse stijl van Lully, maar hij maakte er dan wel compleet zijn eigen muziek van. En dat niet alleen. Rowe: “Voor choreografen is de muziek van Bach erg dankbaar in het gebruik. Want Bach legde vaak een verband tussen twee of meer ‘stemmen’. Dat verleent choreografen de mogelijkheid om gelijktijdig twee of meer verschillende verhalen, lees: bewegingen, te vertellen. En dus ook om twee dansers of twee koppels dansers in te zetten.”

Volgens Rowe zijn Bachs composities ook hierom ‘handig’ voor choreografen: “Tellen”. In de zeventiende eeuw werd de belangstelling voor meetkunde allengs groter en gewichtiger, en dat had invloed op de ontwikkeling van het klassieke ballet. Een choreografie weerspiegelde vaak de belangstelling voor perspectivische lijnen en geometrie. Zo’n ‘horizontale’ of ‘geometrische’ dans werd uitgevoerd door een relatief grote groep dansers, die geometrische figuren op de dansvloer beschreven. Barokmuziek kent een ritme van 60 tot 64 tellen per minuut, hetzelfde ritme van onze hartslag. Door deze muziek te horen gaan de hersenen op dit ritme werken, waardoor ze in een ‘alfastaat’ komen. In die staat kunnen mensen tot vijf keer zo snel leren.

Deskundigen menen bovendien dat al de muziek van Bach gecomponeerd is aan de hand van een verborgen getallensymboliek. Een componist moest indertijd zijn muziek baseren op een van tevoren aan de hand van getallen bepaald patroon, precies zoals God het heelal had ‘geconstrueerd’. Of, zoals Matthew Rowe het uitdrukt: “Bachs muziek, die vaak als heilig wordt beschouwd, dat is er een van tellen. Dansen is in de kern hetzelfde”. De vraag lijkt gewettigd: Heeft Bach zelf gedanst? Was Bach zelf een danser?

Uit Faas’ werk: ‘We kunnen het bij zijn statige verschijning – zijn beeltenis met pruik op het hoofd – bijna niet voorstellen. In de literatuur over hem komt een letterlijk dansende Bach niet voor. Maar het is niet onmogelijk dat hij een dansje kan hebben gemaakt. In zijn kinderjaren bijvoorbeeld, met zijn vrouw misschien. Een menuetje of zo misschien.’ Kan best kloppen dus. Zijn Notenbuchlein fur Anna Magdalena, zijn tweede vrouw,staat immers vol met eenvoudige menuetten en polonaises.

KADER
Choreografen over Bach
‘Waarom gaan Hans van Manen en Bach zo goed samen? Misschien omdat Van Manen precies weet hoe lang zijn dansers over elkaars armen mogen strijken wanneer Bach een akkoord even laat uitklinken, aldus recensente Annette Embrechts. Van Manen zelf: “Bach is geweldig muzikaal, het zijn geweldige composities. Het ritme dat hij kiest, de speciale melodieën. Zijn muziek dwingt me ertoe zuinig om te gaan met bewegingen en juist stelling te nemen tegen decoratie.” Voor zijn nieuwe werk maakt Van Manen een assemblage van bestaande choreografieën op muziek van Bach.

“Barokdansen inspireren mij”, licht Krzysztof Pastor toe, “maar natuurlijk blijft In Light and Shadow míjn fantasie en míjn dansidioom. Pastor gaat uit van twee integrale composities van Bach. “Ik houd er niet van om muziek te bewerken door erin te knippen en haar te vervormen. Bach schreef zijn muziek in glorie van god, maar ook van zijn opdrachtgevers. En daarmee in glorie van de mens.” Pastor is van mening dat de tijdgeest van de barok vergelijkbaar is met onze tijd. “Het eclectische dat de barok kenmerkt, is terug te zien in allerlei vormen van hedendaagse kunst. In de barokmuziek was improvisatie erg populair. Van Bach met zijn mathematische discipline weten we dat hij dol was op improvisatie.”

“Bach is voor mij de ultieme componist”, zegt David Dawson. “Bach werkt met thema’s die steeds terugkeren. In deze choreografie werk ik met hetzelfde principe. In het Pianoconcert nr. 1 keert hij terug naar een bepaald moment en komt daar anders weer vandaan. Dat wilde ik ook bereiken met deze choreografie. De dansers moeten als het ware de muziek imiteren en één worden, als een visualisatie van de muziek door beweging.”

Ernst Meisner gaat voor het eerst in zijn carrière als choreograaf de strijd aan met de muziek van Bach. “De gelaagdheid van zijn composities spreekt me erg aan. Ik heb nooit eerder wat op Bach gemaakt, dus het is voor mij een verrassing wat er gaat gebeuren. Noem het een uitdaging.”

Het is niet voor het eerst dat Het Nationale Ballet een Bach-programma danst. Eerder was er in het jaar 2000 een dergelijk programma, met onder meer In Light and Shadow en A Million Kisses to my Skin.

Het programma Back to Bach door Het Nationale Ballet is van 11 tot en met 19 oktober 2014 te zien in Nationale Opera & Ballet te Amsterdam. Meer informatie op http://www.operaballet.nl.

Dansen met Bach (2013) van Wim Faas is een uitgave van Uitgeverij Aspekt.