De Appel gaat ten onder, een nieuw initiatief lonkt

Toneelgroep De Appel houdt op te bestaan en wordt opgevolgd door een nieuwe, jonge kern.

Sinds Toneelgroep De Appel twee weken geleden op de website meldde dat de aangekondigde voorstelling Kersentuin/Na de crash is afgevoerd, broeit en gist het in Nederlands oudste repertoire-ensemble. ‘De Appel vecht terug met een nieuwe verrassende voorstelling in oktober’ heet het strijdvaardig. Maar de vraag luidt of De Appel tegen die tijd nog bestaat. Zoals bekend verkeert De Appel in doodsnood toen in mei een adviescommissie voor kunst & cultuur namens de gemeente Den Haag openlijk twijfelde aan de artistieke en bedrijfsmatige opzet en toekomst van het ensemble. De toneelgroep zag zo twee miljoen euro jaarlijks in rook opgaan, ingaande per 1 januari 2017.

Momenteel onderzoekt de Raad van Toezicht onder leiding van Marleen Zuijderhoudt welke vluchtroutes er zijn, uitgaande van een half miljoen euro maximaal, het bedrag dat wethouder Wijsmuller aan het gezelschap als reddingsboei en uit piëteit heeft toegeworpen. Hij eist dan wel een steekhoudend nieuw plan – waarbij hij zelf bepaalt wat dat begrip inhoudt.

De eerste optie is het ensemble formeel op te heffen, dan wel tot op het bot af te slanken om vervolgens als erfgenaam een nieuwe theatergroep in het leven te roepen. Dat betekent na nog geen twee jaar ‘exit’ voor de huidige artistiek directeur Arie de Mol en zakelijk directeur Fred van de Schilde, al was het maar omdat ze dan te duur zijn. Belangrijkste gegadigde voor het verwezenlijken van die optie is Appel-acteur en regisseur David Geysen. Hij solliciteerde twee jaar geleden al op de functie van artistiek directeur, als opvolger van Aus Greidanus – maar werd toen nog te licht bevonden door de Raad van Toezicht. Pikant is dat Geysen (40) momenteel in het Appeltheater repeteert voor Polonium 210. Voor deze productie heeft hij onlangs met compagnon Carl Beukman het ‘label’ Dégradé opgericht. De première vindt half september plaats in… Korzo theater.

Een andere optie voor De Appel is volledig op eigen benen staan, met zeer beperkte middelen. Maar het is de vraag of de toneelgroep dan nog op financiële steun kan blijven rekenen van de Vrienden. Ook met een grote vriendenclub achter de hand (die van De Appel is een van de grootste in het land) is het moeilijk om geld buiten het subsidiecircuit te vergaren. Cijfers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bevestigen dat. In 2014 maakten landelijk gezien de inkomsten uit private bronnen als sponsors gemiddeld slechts voor vier procent van de begroting uit.

Ook het bewandelen van een zijweg zoals een koppeling aanbrengen tussen De Appel en literair theater Branoul van Appel-acteur Bob Schwarze, dat zich graag meer wil toeleggen op talentontwikkeling, heeft nauwelijks kans van slagen. Al is het maar omdat daarin in Den Haag is/wordt voorzien door Het Nationale Theater (in oprichting).

Implosie
Het heeft er alle schijn van dat het Appel-ensemble op het punt staat van binnenuit te exploderen, temeer omdat geld voor een goede afvloeiingsregeling of sociaal plan voor de medewerkers er (nog) niet is. De vraag is daarom gewettigd of de aangekondigde productie, of het nu een statement of afscheidsvoorstelling is, wel doorgang kán vinden.

Wellicht is het geld voor het bekostigen van die productie nodig voor het aanwenden van een afvloeiingsregeling en het beëindigen van allerhande lopende verplichtingen. Het laten doorgaan van de productie kan trouwens riskant uitpakken voor de Raad van Toezicht omdat de leden juridisch hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld in het geval van een achteraf geconstateerde ondeugdelijke afwikkeling. De contouren van het slagveld die nu het einde markeren, hoe bitter voor betrokkenen en doorgewinterde Appel-fans ook, tekent zich dus keihard af. Naar verluidt roept de Raad van Toezicht het huidige ensemble binnenkort opnieuw collectief bij elkaar. Tot eind augustus wordt de telefoon niet opgenomen en geen van de betrokkenen is tot het geven van commentaar bereid. De reden: de vakantieperiode.

De Haagse gemeenteraad heeft dit najaar het laatste woord over (meer) subsidiegeld voor Toneelgroep De Appel na 1 januari 2017. Maar áls de boel straks daadwerkelijk implodeert, kan de gemeenteraad niets meer uitrichten en zich niet anders dan feitelijk neerleggen bij de dan ontstane situatie. Het is de vraag of wethouder Wijsmuller dan nog geld wil fourneren voor een sociale regeling.

Appeltheater
Bijkomend vraagstuk is of het Appeltheater in handen van Toneelgroep De Appel kan blijven. Een mogelijkheid is om de voormalige paardentramremise uiteindelijk, dan toch minstens deels, een andere bestemming te geven, gezien de jaarlijkse lasten van het eigen pand die bijna twee ton bedragen. Waarbij De Appel dan eventueel de huuropbrengst op eigen rekening kan bijschrijven – maar het wel grotendeels de eigen stek aan de Duinstraat kwijt is.

En dan is er nog de Appelloods, de dependance in de duinen bij de Bosjes van Poot. Het gebouw wordt gehuurd van de gemeente. Mochten de huurkosten meevallen, dan zal bij het eventueel opgeven van het Appeltheater een verbouwing moeten volgen teneinde publieksstromen brandveilig in goede banen te leiden, nog afgezien van mogelijke bezwaren die omwonenden koesteren.

Legende
Toneelgroep De Appel werd in de herfst van 1971 opgericht door regisseur Erik Vos. Volgens de legende gebeurde dat in een appelboomgaard in de Betuwe. Het gezelschap wilde werken vanuit improvisatie en zich richten op de integratie van verschillende kunstvormen als theater, dans en opera. Uitgerekend dit najaar neemt dezelfde Vos afscheid als theatermaker met de productie Het verhaal van Hester. En in Den Haag te zien in… Theater aan het Spui.

De firma list, liefde, leugen en bedrog

Toneelgroep De Appel speelt de ‘verboden’ Decamerone

Hun namen klinken als een klok: Madonna Finale, Ambrogiolo, Restituta, Sismonda, Violante, Girolamo. Edele namen, maar hun verhalen zijn allersmeuiigst. Toneelgroep De Appel zet haar tanden in de beroemde laat-middeleeuwse vertellingen van Boccaccio. Ondeugd verheffen tot iets begeerlijks.

‘Gatvardamma!’ roept Rinuccio met wijd openvallende mond uit als hij Betta hoort beschrijven wat zij zag gebeuren: Seks! Met een plantenbak! Nota bene vol basilicum. Hun gesprekspartner Nello geeft ten antwoordt dat hij opeens geen pesto meer kan zien of ruiken. Maar ja: die Lisa, die had dus wél een enorme oogst. ‘Gatvardammagatvardamma’.

Het zijn kleurrijke personages. Vlees en bloed anno 1350. Ooit een ‘verboden’ boek. De Decamerone is een verzameling van liefst honderd verhalen die de Italiaanse dichter en geleerde in het ‘volkse’ Italiaans in plaats van het toen gangbare Latijn, ergens tussen 1349 en 1360 op schrift stelde, het herfsttij der mediterrane middeleeuwen. De veelal scabreuze vertellingen leggen het middeleeuwse bestaan bloot, maar bieden ook een inkijkje in de Italiaanse volksaard.

Het gaat om tien verhalen die tien Florentijnse jongelieden – drie mannen, zeven vrouwen – op een buitenplaats op tien achtereenvolgende dagen aan elkaar vertellen, louter om de tijd te doden. Het aristocratische tiental is Florence ontvlucht vanwege de Zwarte Dood, de pest, die hen op de hielen zit. Erik-Ward Geerlings herschreef Boccaccio’s verhalenverzameling tot volbloed theater. “Volksverhalen, uit het leven gegrepen,” legt hij uit. “John Lantings kluchtige Theater van de Lach is er bij wijze van spreken nooit ver weg. Maar ik heb toch vooral de tragische dimensie gezocht.”

Duistere randjes
Berucht om zijn zinnenprikkelende verhalen en humor spot de Decamerone – bij velen bekend, door weinigen nog daadwerkelijk gelezen – met de geestelijkheid en andere moraalridders. Rooie oortjes dus? ”Het zijn verhalen met herkenbare gevoelens die hier tot in de uiterste consequenties door zijn getrokken”, zegt actrice Lore Dijkman. “Daardoor ontstijgen ze aan het dagelijks leven. In het boek is alles droog opgeschreven, maar Erik-Ward heeft prachtige speelscènes gemaakt die voorbij de grenzen van het anekdotische gaan. Erik-Wards taal moet je als acteur lading geven, dan komt de stijl ervan het best tot haar recht.”

Geerlings: “Het gaat voornamelijk om verhalen over liefde, bedrog en hartstocht – maar dan wel met duistere randjes. Al is dat is eigenlijk van alle tijden. Het mooie van de Decamerone is dat die je ertoe dwingt zelf een standpunt in te nemen ten aanzien van kwesties als trouw en begeerte, ontrouw en jaloezie. Dijkman: “De tragiek ervan drong pas tot me door na lezing van zijn bewerking. Het zijn verhalen die soms gruwelijk zijn, en de sterfelijkheid van de mens altijd in het achterhoofd hebben.”

Top vijf
Geerlings bracht voor Toneelgroep De Appel Boccacio’s raamvertelling terug tot wat je de essentie zou kunnen noemen: ‘vijf beste verhalen’. Deed hij dat drie jaar geleden niet ook al eens voor Toneelgroep Maastricht? ”Klopt,” bevestigt Geerlings. “Maar ik heb ze opgepoetst, en voor een deel herschreven.” Verbindende factor is artistiek directeur en regisseur Arie de Mol. Anderhalf jaar geleden ruilde hij Toneelgroep Maastricht in voor Toneelgroep De Appel. Waar ooit een kasteel nabij Maastricht de plaats van handeling was, is dat nu het Appeltheater en de naastgelegen kerk, in beide gevallen gewijde grond zogezegd. “Een andere locatie,”zegt Geerlings, “en Den Haag biedt een andere context, dus wordt het ook een andere voorstelling.” “Met nieuwe mogelijkheden en cadeautjes die je vooraf niet kunt bedenken”, beaamt Dijkman.” De vijf stukken, waarvan bezoekers er vier tijdens een enkel bezoek zien, concentreren zich op verhalen die in het boek op de tweede en de vierde dag de ronde deden.

Lore Dijkman speelde destijds mee in Maastricht, en nu in Den Haag. Net als De Mol is zij ‘overgestapt’. Op het moment dat dit gesprek plaats vindt, zo’n zes weken voor de première en met de eerste repetitieweek nog op punt van beginnen, heeft ze geen weet van de rollen die ze in Mols nieuwe versie gaat spelen. “Iedereen vertolkt straks de rol die het beste past. Het is erg leuk en spannend om nu met de Appelacteurs dit stuk te gaan spelen.”

kader:
Decamerone : van 1 juni tot en met 3 juli 2016 in het Appeltheater. Vooraf kan in het Appeltheater gedineerd worden. Meer informatie: toneelgroepdeappel.nl.

Randprogramma
De agenda van het randprogramma vermeldt onder meer elke zaterdagmiddag een workshop, en elke vrijdagavond is er een Italiaanse Nacht. Op dinsdag 21 juni vindt Decamerone Nu plaats, een avond waar migranten verhalen uit hun land van herkomst vertellen.

Blind vertrouwen

Het Heijermans Festival

De zee: onze afkomst. De Appel bruist, als nooit eerder, en stelt in Het Heijermans Festival Nederlands beroemdste toneelschrijver en de zee centraal.

Duinstraat. Op een steenworp afstand van het Scheveningse Appeltheater brult de branding zich onvermoeibaar stuk, uur na uur, op het vers opgehoogde zandstrand. De zee. Onze navelstreng. En toch kent het gezelschap de hoofdrol bijna letterlijk voor het eerste toe aan de zee sinds de oprichting in 1972.

Op hoop van zegen. Met Kniertje als boegbeeld. Tot medio maart volgend jaar presenteert Toneelgroep De Appel in de voormalige paardentramremise Het Heijermans Festival. Een theaterfeest met Herman Heijermans als gewetensvol maar vreugdevol middelpunt – en de zilte zee als rode draad.

‘De vis wordt duur betaald’. Zeker, maar Heijermans is zoveel meer, in ieder geval meer dan die ene briljante soundbite. Zo probeerde de in Rotterdam geboren toneelschrijver zijn personages psychologisch diepte te geven door ze in realistische woorden te vatten. Ook publiceerde hij onder het pseudoniem Samuel Falkland – zoals hij tientallen pseudoniemen voerde – anno 1880 haarscherpe columns en journalistieke stukjes die bol stonden van sociaal-maatschappelijk analyses en schetsen waarin hij het kwalijk riekende loontrekkersleven van toentertijd grondig analyseerde – en in zijn hart afkeurde. In Op hoop van zegen speelt Appel-acteur David Geysen de ondergewaardeerde rol van scheepstimmermansknecht en ‘klokkenluider’ Simon, de ‘man-met-voorzienende-blik’. Een kleine, maar saillante rol. Geysen: ‘Ik speel een dronkenman. En overtuigend dronken zijn op toneel, da’s pas echt moeilijk!”

Naast het avondvullende Op hoop van zegen, een stuk dat op kerstavond 1900 in première ging en nog steeds wereldwijd wordt gespeeld, schreef Heijermans ook tientallen bevlogen en emotioneel bewogen eenakters, stuk voor stuk onbekend gebleven pareltjes. Evenals Arie de Mol, artistiek leider van De Appel en regisseur van Op hoop van zegen, koestert David Geysen, geboren Vlaming, maar al dertien jaar woonachtig in Den Haag, bewondering voor Heijermans. Geysen is ook regisseur (o.a. Messen in hennen, Bacchanten en recentelijk Motel Detroit) en regisseert drie van de zes eenakters die tijdens Het Heijermans Festival onder de titel 6x Heijermans in première gaan.

Geysen koos eenakters die over blindheid gaan. David Geysen: “Hermans vader vreesde dat-ie blind zou worden. En Herman Heijermans zelf werd ooit zienderogen zo ziek dat-ie ervan overtuigd was dat hij volslagen blind zou eindigen”. Het verklaart meteen de preoccupatie van Heijermans met het onderwerp. Geysen buigt zich in het festival over de eenakters Brief in schemer (1914), Kwelling (1906) en Het kind (1903).

“Als regisseur zou ik er uit eigen beweging niet snel voor kiezen om ‘Heijermans’ te ensceneren”, licht Geysen toe. “Dat heeft met smaak te maken en met mijn idee over theater. In mijn hart geloof ik meer in het creëren van nieuw materiaal over thema’s die meer aansluiten op deze tijd. Maar nu ik enkele weken in zijn werk aan het wroeten ben, samen met de acteurs, en de wereld van Heijermans inmiddels weet te doorgronden en open te breken, heb ik ontdekt dat achter zijn werk een wereld van verbeelding en taalkundige schoonheid schuilgaat. Een wereld die eerst als een oester verscholen blijft vanwege de overduidelijke, zich opdringende situatieschetsen van de verhalen. Door deze ‘muur van anekdotiek’ neer te halen en het werk als een stijloefening in taal te zien, openbaart de verbeelding zich en ervaar je de diepe schoonheid en gevoeligheid van zijn trouwens zeer accurate taal”.

Geysen maakt in Het Heijermans Festival ook de ‘collagevoorstelling’ Voor sommigen het eind van het land voor anderen het begin van de wereld! Het geheel nieuwe stuk, waarin de zee centraal staat, gaat over het verlangen naar de zee – maar ook over de afschuw die zij teweeg kan brengen. Het speelt gelijktijdig in de twee kleine zalen van het Appeltheater: na de pauze wisselt het publiek van zaal. Het zijn twee stukken die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Geysen: “Het wordt een logistieke puzzel. Dit kan alleen hier! Terwijl boven een acteur zich omkleedt zie je in de zaal beneden wat daarvan het effect is . En vice versa”.

kader:
Toneelgroep De Appel presenteert tot en met 24 maart Het Heijermans Festival. Naast Op hoop van zegen (regie: Arie de Mol) presenteren de regisseurs David Geysen en Annechien de Vocht in samenwerking met de spelersgroep zes eenakters in 6x Heijermans. De andere voorstellingen die in première gaan tijdens het festival zijn: Pitten (regie Pieternel Bollmann), Voor sommigen het eind van het land voor anderen het begin van de wereld! (regie David Geysen) en 20.000 mijlen onder zee (familievoorstelling, regie Annechien de Vocht). Ook is er een uitgebreid randprogramma met o.a. lezingen, Op weg naar de zee, Waanzee avond en tentoonstellingen.

Volkstoneel zonder het volkse

Toneelgroep De Appel brengt Heijermans

Na zes jaar ‘Maastricht’ is het best even wennen geweest, aldus Arie de Mol, nu zeven maanden artistiek leider van Toneelgroep De Appel.

“Een hecht ensemble, noem het een familie. De medewerkers en acteurs hebben een lange geschiedenis met elkaar, een verleden van in gezamenlijkheid gecreëerde producties, en van onderlinge vriendschap. En daar kwam ik als ‘nieuweling’ opeens aan het roer”. De wederzijdse gewenning en waardering groeiden snel. “Het is een fijne plek om te werken. En ook heb ik veel steun en waardering van het publiek ondervonden. Bij Zie de mens was ik blij verrast over de superlatieven, de warmte die ervan uitging en de massaliteit. Sla de publieksreacties er maar op na op onze vernieuwde site”.

Daarmee zijn we meteen beland bij de eerste productie in het nieuwe seizoen. Vanaf 18 september start een nieuwe reeks van de marathonvoorstelling Zie de mens over de life and times van Jezus. De Mol heeft zich voorgenomen er niet te veel aan te sleutelen: “Ik ben er zeer tevreden over. En route hebben we eerder al wat kleine dingetjes aangepast”.
Als uitvinders van het genre zet De Appel hierbij de formule van marathon-met-diner voort, uiteraard, hoewel velen het Appel-concept inmiddels hebben overgenomen. “Zo’n gezamenlijk maal werkt, breekt het ijs en bindt, en zorgt bovendien voor saamhorigheid. En aan tafel wordt besproken wat ze gezien hebben en leren ze en passant elkaar kennen”.

De grote trekker dit seizoen moet Op hoop van zegen worden, Herman – de vis wordt duur betaald – Heijermans’ rake typering van het hardvochtige leven in een dorpsgemeenschap aan zee rond 1900. De thematiek zit volgens Katwijker De Mol diep geworteld in de Scheveningse ziel. “Juist daarom brengt De Appel dit prachtige stuk naar de plek waar het gespeeld hoort te worden”. Het vissersbestaan is door Heijermans perfect opgeschreven, zegt De Mol. Daarmee heeft hij recht van spreken, want hij kent diens werk en taal uit-en-te-na, na eerdere regies van Ora et labora en De opgaande zon. “Heijermans is een briljant observator en toneelschrijver. Zijn dialogen bezitten grote dramatische kracht en zijn geheel eigen schrijfstijl is op spreektaal gebaseerd, compleet met hakkelen en onaffe zinnen. Die puurheid laten we erin. Hij schreef zo dat acteurs er tot op de dag van vandaag heel goed mee uit de voeten kunnen. Verder vallen mij zijn enorme mensenkennis en zijn compassie op”.

Kniertje
“Geert de Jong. Voor mij is zíj de ideale Kniertje. Waarom? Het is een rol die geen gelatenheid duldt,  die stevig en onwrikbaar gespeeld moet worden, dan weer ruimte latend voor naïviteit. Ik ben zeer benieuwd naar haar invulling”. Volkstoneel zonder al te opzichtig het volkse te tonen, dat is zijn streven. “De hardheid van het bestaan en het kunnen dragen van tegenslag, die verlenen dit stuk extra urgentie”.
Op hoop van zegen is dit seizoen de ruggengraat van de programmering in het Appeltheater. Rond de voorstelling komen er op gezette tijden deelprojecten met de Scheveningse bevolking, en zijn er tal van inhoudelijke festivalgetinte randprogramma’s. Maar ook avonden met eenakters en andere korte toneelteksten van Heijermans, geregisseerd door acteurs uit zijn eigen ‘stal’ of jonge gastregisseurs, soms met ‘de zee’ als letterlijke inspiratiebron. Voorafgaand kan er dan, zekers, een buikdienst genoten worden in het Appeltheater. Hetgeen Kniertjes gevleugelde uitdrukking ‘De vis wordt duur betaald’ wie weet in een nieuw perspectief plaatst.

Decamerone
Net als Heijermans heeft De Mol eerder figuurlijk zijn tanden gezet in Bocaccio. “Iedereen heeft weleens van de Decamerone en zijn naam gehoord – weinigen kennen het werk. Een reeks verhalen over liefde, geluk, leugen en bedrog, verstand, seks en de dood. Ondeugend van toon, soms grof en gruwelijk, dan weer hoffelijk en elegant; van alledaagse anekdotes tot wel heel wonderbaarlijke gebeurtenissen. Bij Toneelgroep Maastricht heb ik de Decamerone in een quasihistorische setting geplaatst. Ik vind het spannend om er nu een totaal andere enscenering van te maken, die speelt in deze tijd ”. De Decamerone wordt op een later te bepalen locatie in de stad gespeeld. “De stad in, het pand uit! Dat alleen al zorgt voor een nieuw publiek, en is alleen daarom al belangrijk. Er zouden in Den Haag meer grote producties op ‘buitenlocaties’ te zien moeten zijn”.

Nieuw elan
In zakelijk opzicht staat er voor De Appel een belangrijke verandering op til: ras-Appelaar Fred van de Schilde is inmiddels de ten dele teruggetreden Gerrit Dijkstra als zakelijk directeur opgevolgd. En er schijnen meer nieuwe horizonten bij het gezelschap dat na een kaalslag in podiumkunstenland rond 2012 nog dacht dat het over-en-uit zou zijn. Dat nieuwe zakelijke elan is ook doorgesijpeld tot Appels artistieke domein. De Mol: “Voor een rol als Barend in Op hoop van zegen heb je een jonge jongen nodig, en er komen meer jonge personages in voor. Onder de negen spelers in vaste dienst bij De Appel zijn geen acteurs van die leeftijd, daarom zijn we die gaan zoeken. Voor de jonge rollen zijn drie stagiairs aangetrokken. En op tijdelijke basis zijn de nieuwe talenten Jessie Wilms en Lore Dijkman aangetrokken. Aan Op hoop van zegen werken in totaal 14 acteurs mee”.
Lang niet slecht voor een gezelschap dat drie jaar geleden dacht het loodje te moeten leggen. Maar een nieuwe Kunstenplanperiode wacht. “Het worden vast spannende tijden, hoe dan ook. Opnieuw”.

toneelgroepdeappel.nl

Schollekoppen? Jutteperen!

Stad achter de duinen

Twee gezichten, als een lach en een traan… Scheveningen, het land van de Schollekoppen. Den Haag? Jutteperen! Het staat daar maar met haar statige voorgevels in het zand. Maar toch ook met de poten in het veen.

Op hoop van zegen wordt nog steeds over de hele wereld gespeeld en maakte Heijermans wereldberoemd. Wonderlijk eigenlijk dat het nooit door De Appel werd gespeeld. Maar dat staat nu dus te veranderen. Het gezelschap gaat onder de regie van zijn artistiek directeur Arie de Mol vanaf eind november tot eind maart Op hoop van zegen spelen. “Voor mij is Kniertje geen zielige vrouw”, opent De Mol. “Zij is in mijn ogen een verhard mens die het lot neemt zoals het is. Het wordt een toneelvoorstelling over de hardheid van de natuur, de strijd tegen de elementen, de natuur die angst inboezemt. Soms kan de mens nu eenmaal niets veranderen aan het noodlot dat hem treft: een aardbeving, een tsunami, een vliegtuig dat neerstort. De mens is graag een controlfreak, maar soms is het domme pech. Helaas, niets aan te doen. Op hoop van zegen wordt in mindere mate een aanklacht tegen de reder die een gammel schip de zee op stuurt. Of we de tekst integraal gaan spelen, dat weet ik nu nog niet. Maar in ieder geval wil ik zijn taal intact laten”.

Arie de Mol, de nieuwe artistiek directeur, koestert een diepe bewondering voor Heijermans, van wie hij eerder Ora et labora en De opgaande zon regisseerde. Als volslagen Heijermans-fan wil De Mol ook andere delen uit het repertoire van zijn geliefde schrijver voor het voetlicht brengen. “Er zijn talloze ‘Heijermansjes’, een stuk of veertig miniatuurtjes van zo’n vijf tot vijftien pagina’s. Daarvan wil ik er een stuk of tien doen; als lunchvoorstelling, maar ook in de vorm van een samengesteld programma zodat je er op een avond drie achtereen kunt zien. Ons gebouw leent zich daar prima voor. Een beetje zoals we aan het eind van het vorige seizoen deden met Zie De Appel buiten in en rond de Appelloods, ons ‘buitenverblijf’.

Het Appeltheater. Het Scheveningse strand en de vissershaven liggen er pal om de hoek. De zilte zee voel en ruik je er al. Ten tijde van Op hoop van zegen wordt het Appeltheater omgetoverd tot een festivalterrein en worden rondom de voorstelling activiteiten georganiseerd waarin ook de verhalen van vissers en visservrouwen uit Scheveningen een plaats krijgen. Er wordt daarvoor samengewerkt met verschillende lokale amateurgezelschappen en -koren.

“Zowel Scheveningers als Katwijkers beschouwen het verhaal als hun verhaal, besluit de geboren Katwijker. “Maar Katwijk heeft nooit een haven gehad en die van Scheveningen is pas in 1905 geopend. Maar het stuk is wel geschreven op basis van ervaringen die Heijermans opdeed in beide vissersdorpen”.

Harde Handen
Het eerste echte seizoen van het Zuiderstrandtheater, alias De Oester, wordt geopend met de ‘vissersopera’ Harde Handen, ook al naar de klassieker Op hoop van zegen. In De Oester een spektakelstuk, groots bezet, meeslepend gespeeld en gezongen.

“Ze heten allemaal Arie”, zegt regisseur Pieter Kramer besmuikt. Hij verricht ‘veldonderzoek’ naar de muziektheatervoorstelling, zeg maar de ‘vissersopera’ Harde Handen. Pieter Kramer, de man ‘achter’ het tv-werk en film met Theo & Thea, van talloze familievoorstellingen van het Ro Theater. Die met 30 minuten en Hertenkamp tv-prijzen in de wacht sleepte. Hij regisseerde vorig jaar de heropening van het Mauritshuis. Maar nu dus Harde Handen, een muziektheaterproductie en community art-project in samenwerking met onder meer Dario Fo, theaterkoor en theaterschool in het Westlandse Poeldijk. En met spelers van Het Schevenings Toneel en liefst drie Scheveningse amateurkoren. Met de immer fabuleuze Loes Luca in de rol van Kniertje. Daarmee treedt de Rotterdamse in het voetspoor van toneellegendes als Esther de Boer-van Rijk, Kitty Courbois en Beppie Nooij.

En dus voerde Kramer lange, lange gesprekken met onmiskenbare, authentieke dorpsbewoners, meest oude vissers en soms vrouwen in klederdracht. Observeren, daar houdt hij van. “Scheveningers? Ze kijken graag de kat uit de boom. Maar zeggen dan met droge ogen op een toon waaruit weemoed in hun stem doorklinkt: ‘Ach, het dorp is het dorp niet meer. De stad heeft het al lang geleden van ons overgenomen. Er wordt over ons heen gewalst. Het oude Scheveningen is ons afgenomen’. Dat nu, is het beeld dat uit die gesprekken oprijst”, zegt Kramer.

“Anders dan in veel moraliserende stukken uit Heijermans’ tijd, gaat het in dit realistische werk niet om een zwart-wittekening van goed tegen kwaad. Voor de hoofdpersoon, de vissersweduwe Kniertje, die haar man als twee zoons al aan de zee verloor, is er geen andere wereld denkbaar dan het vissersbestaan. Toch dwingt zij haar beide nog levende jongens willens en wetens aan te monsteren op een drijvende doodkist, want dat is wat de wrakkige boot ‘Op hoop van zegen’ is. De personages zitten gevangen in hun levenslot”.

Couperus’ Eline Vere
“Ik heb inmiddels alle boeken van Couperus wel gehad”, gniffelt Ger Thijs, regisseur en tekstbewerker van Eline Vere. Thijs is de afgelopen decennia uitgegroeid tot een van de belangrijkste toneelschrijvers van Nederland. Zijn theaterhit De Kus werd in vele landen ten tonele gebracht en Oude Meesters gooide hoge ogen. Hij heeft zich meer dan bewezen als bewerker van grote, Nederlandse literaire meesterwerken. Na De Stille Kracht, De boeken der kleine zielen en Van oude mensen, de dingen die voorbij gaan is Eline Vere zijn vierde Couperusbewerking en regie. Gespeeld door een cast om van te watertanden.

“Ik wilde mijn Couperus-cyclus starten met zijn debuutroman. Maar Eline Vere, dat is wel de lastigste voor een theaterbewerking. Iets heel anders dan De Stille Kracht, dat vol uiterlijke actie is. Waarom? Couperus beschrijft een innerlijk conflict. Van een vrouw uit een burgerlijk milieu die de verstrijkende tijd als een verstikkend corset ziet dat haar afknijpt. Eline Vere laat een keurig Haags meisje ontsnappen aan keurige mannen om haar heen. Terwijl ze oud aan het worden is, blijft ze alleen, en ze wordt daarop aangekeken. Ze eindigt als verstotelinge, op een huurkamertje in Scheveningen. Terwijl haar omgeving machteloos toekijkt. Eline Vere past in het rijtje levensbeschrijvingen van heldinnen zoals die in Couperus’ tijd in de wereldliteratuur werden beschreven, zoals Madame Bovary, Anna Karenina of een Hedda Gabler. Je moet de actrice ervoor hebben die zo’n innerlijk proces, een tegenstelling tussen een sociaal en een psychologisch conflict, kan spelen hoor. En die hebben we gevonden in Hanna Arendzen”.

Couperus, geboren romancier, geldt als een van de belangrijkste schrijvers uit de canon van de Nederlandse literatuur. Thijs: “Maar het stuk moet niet te aangeharkt, niet te negentiende-eeuws. Maar ook niet te modern. Het wordt zeker geen kostuumdrama. Ik wil tijdloosheid, en zo mooi mogelijk kunnen vertellen. Iemand die het boek kent moet dat in de voorstelling herkennen; iemand die het boek niet kent moet zin krijgen het op te slaan. Dat doet het meeste recht aan Couperus”.

Eline Vere gaat in de Koninklijke Schouwburg in première. “Ideale plek”, volgens Thijs. “De eerste scène van het boek speelt zich echt dáár af hè! En het boek in Den Haag. En de Koninklijke Schouwburg, die mooie bonbonnière aan het Voorhout, is nog steeds de meest fantastische schouwburg, de prettigste in Nederland. De akoestiek is onovertroffen, de ambiance enorm. Je bent er de geliefde van het publiek. Dat voel je. Het is ook daardoor dé plek voor een rol die je als kunstinstelling in de samenleving te spelen hebt”, aldus Thijs, in de jaren negentig enige tijd artistiek directeur van het Nationale Toneel.

Kader:
De bekendste zinsnede uit Op hoop van zegen wordt uitgesproken door de vissersvrouw Truus en later herhaald door Kniertje: ‘De vis wordt duur betaald’, waarbij niet op geld wordt gedoeld, maar op de mensenlevens die de visvangst kost.

  • Harde Handen. Regie: Pieter Kramer. Met Loes Luca, Scheveningse koren, ex-musici van Willem Breuker Kollektief en Asko/Schönberg e.v.a. + DATA
  • Eline Vere. Bewerking en regie: Ger Thijs. Met Hanne Arendzen, Oda Spelbos, Nico de Vries, Nettie Blanken, Vincent Croiset, Abel Nienhuis, Marc Klein Essink, Nina Goedegebure en Julia Herfst. Te zien op donderdag 24 tot en met zaterdag 26 september in de Koninklijke Schouwburg.
  • Op hoop van zegen van Toneelgroep De Appel is te zien in het Appeltheater van 18 november 2015 t/m 20 maart 2016

Een wereld op het toneel

Nieuwsgierige en meeslepende ontmoetingen

Actueel theater, wat is dat? Het woordenboek zegt : ‘Op het ogenblik bestaand of plaatsvindend’. Maar wat betekent dat dan in het theater, ‘actueel’ zijn. Drie opvattingen.

Wie betaalt de prijs voor ons geluk? Dat is de vraag die het Nationale Toneel over dit seizoen heen legt. “Eerlijk gezegd vind ik dat een ietwat ongemakkelijke vraag”, antwoordt Casper Vandeputte. “Toch moet die vraag gesteld worden, ook al word je van het antwoord niet vrolijk. Zeker niet als je eens echt ergens het naadje van de kous wilt weten. Het is echt niet altijd eenvoudig om rekenschap te geven, besef te hebben van wat er elders of aan de andere kant van de wereld gaande is, om tot je door te laten dringen tot welk effect globalisering en mediatisering kunnen leiden. Confectiefabrieken en naaiateliers in Bangladesh. De natuur die het af moet leggen. Als theatermaker zijn dat, onder meer, zaken die mij roeren”.

Casper Vandeputte, die met Summer of ’96, nog deze zomer op Oerol hoge ogen gooide, volgt sinds 2013 bij het Nationale Toneel een vierjarig coachingstraject voor talentvolle theatermakers. Dit seizoen maakt hij twee stukken over illegalen en gelukszoekers in Europa: Fit to fly en De gouden draak. Voor Vandeputte komt de keuze voor actueel theater niet voort uit modieuze opvattingen: “Het moet resoneren binnenin mij. Het is zeker geen kwestie van ‘shoppen’. Ik wil stukken die iets zeggen over de tijd waarin we leven. Ook meer filosofisch getinte stukken zijn relevant, een ‘klassiek’ stuk als Vrijdag of Elektra. Uitgangspunt is: het moet er op dat moment toe doen”.

Voor Nieuwspoort, vorig jaar zijn eerste voorstelling bij het Nationale Toneel, mocht hij drie weken ongehinderd in het Kamergebouw kijken en luisteren. Dat leidde tot een voorstelling die als een collage was opgebouwd. “Ik wilde verder gaan dan die eerste indrukken. Ik wil verder komen dan het werpen van een eerste naïeve blik en die op het podium gestalte geven. Verder reiken dan een Calimero-effect. Voor mij is het nu de uitdaging om voorstellingen te maken met inbreng van deskundigen, zoals nu voor Fit to Fly. Daarin werk ik samen met een onderzoeksjournalist van het online platform De Correspondent. Waarom? Als ik een voorstelling maak over zoiets complex als vluchtelingenproblematiek wil ik zoveel van dat onderwerp afweten dat ik er ook echt iets nieuws over te zeggen heb.”

Teneinde een voorstelling goed te laten ‘landen’ is informatieoverdracht cruciaal. “Zeker, inleidingen, nagesprekken, debatten: die zijn belangrijk. Maar ik ben er wel vanaf gestapt om als ter zake ‘deskundige’ aan te schuiven. Ik heb de wijsheid niet in pacht. Wél kan ik een kijkje in de keuken geven of de weg schetsen die heeft geleid tot een productie. De essentie ligt in de ontmoeting. Dat is meteen ook dé kracht van theater”.

Actueel theater in een stad, domein van de politieke macht beschouwt hij als een voorrecht, een buitenkans. “Den Haag is een boeiende stad. Inspirerend. Koloniale reminiscenties, immigratievraagstukken, de politieke waan van de dag en een uitgesproken Hollandse volkscultuur en volksaard: je vindt het allemaal op een kluitje. Het ligt er allemaal ruim voor het opscheppen. Een machtig speelveld voor een theatermaker”.

‘Stradivarius-zaal’
Wat betekent ‘actueel’ programmeren voor de Koninklijke Schouwburg? “Het theater is een plek van de verbeelding. En een plaats waar je sámen met anderen een ervaring ondergaat: met medebezoekers, maar ook met de mensen op het toneel. Daarmee onderscheidt theater zich van digitale media: het is de ultieme gedeelde ‘live ervaring’, waarbij je met een beetje geluk het zweet van de acteurs kunt ruiken. Theater kan je aan het denken zetten, provoceren en inspireren en verbindt mensen, het houdt je een spiegel voor of prikkelt je fantasie”. Marijtje Pronk neemt wat voorbeelden bij de kop. “Toneel, dat is het hart van onze programmering. Maar met open armen verwelkomen we ook nieuwe presntatievormen: een live krant op het toneel zoals NRC Handelsblad dat afgelopen seizoen deed, of het journalistieke programma Babel van het Nationale Toneel. Maar ook een theatercollege waarin een bekende wetenschapper, kunstenaar of schrijver over zijn vak en passie vertelt. Denk aan het theatercollege van André Kuipers dat we hadden.”

Op toneelgebied is in het komende seizoen Richard III van Oostpool een voorbeeld van een onorthodoxe presentatie. Daarbij gebruiken vijftig bezoekers voorafgaand aan het stuk een diner, óp het podium en mét de acteurs uit de voorstelling. Later maken zijzelf deel uit van de voorstelling, want ze blíjven op het toneel. “Dat combineren we met een kijkje achter de schermen en een verhaal over macht en leiderschap, de essentie van Shakespeares Richard III. Kijk, dat is een interessante aanpak. Of Borgen van het Noord Nederlands Toneel. Veertien afleveringen in een doorlopende voorstelling, die zich ook in andere delen dan alleen de ‘Stradivarius-zaal’ van de Koninklijke Schouwburg afspeelt. Crossing Border Festival, ook zo’, voorbeeld waarbij het hele gebouw met zijn vele foyers optimaal wordt bespeeld”.

Neem ook het Brainwash Festival. Een nieuw festival met filosofische, ook al door het hele gebouw, waarbij je met een biertje in de hand talks en workshops bijwoont van spraakmakende (inter-)nationale denkers van dit moment. “Zij gaan in op grote vragen van nu, bijvoorbeeld: is het tijd voor een empathie-revolutie? En: hoe raken we onze onrust kwijt? Er is een filosofic dark room. Het is een nieuw programma voor onze schouwburg en een manier om het theater als ‘gebouw’ anders in te zetten. Dat zegt óók iets over de plaatsbepaling van de Koninklijke Schouwburg”.

Waar theaters soms nog als bastion werden, ervaren trekt ook de Koninklijke Schouwburg er tegenwoordig graag op uit. “Met Circus Treurdier presenteerden we vorig seizoen hun voorstelling op het Binckhorst-terrein. Daar komen andere mensen op af dan ons vaste publiek. Dat willen we vaker gaan doen: een pop-up schouwburg zijn. Wie weet bij jouw om de hoek. De boodschap: theater kan zich manifesteren in vele vormen en is dichterbij dan je denkt”.

Portretten
“Alles wat je doet”, aldus Arie de Mol, “moet een bron, een oorsprong hebben in de wereld van nu, door de actualiteit zijn gedreven. Dat geldt voor Op hoop van zegen,”vervolgt de artistiek directeur van Toneelgroep De Appel, “maar ook voor de manier waarop je als gezelschap in de samenleving staat. De komende tijd gaan we daarom naast de ‘normale’ voorstellingen andersoortige programmaformules ontwikkelen. Serieprogramma’s met debatten en optredens rond bijzondere politiek-maatschappelijke spanningen. Kwesties die de kranten en de journaals bepalen, bepaald hebben of juist vergeten zijn. Voorbeeld? Albanië. Je kunt het dan hebben over wat er in tien jaar van communistische samenleving naar een open economie heeft voorgedaan. Je kunt muzikanten uit dat land uitnodigen of acteurs met wie je tijdelijk samenwerkt. Een uitwisseling, precies. Door de maanden, door de jaren ontstaat zo een portret van de wereld en mensen om ons heen, van landen die ons omringen. Het is ook een manier om onze seriebespeling te kunnen afwisselen. De Appel in beweging. De boodschap is dan: Je kunt hier altijd binnenstappen voor iets nieuws, iets anders”.

Nationale Toneel
Summer of ’96: 26 t/m 28 augustus en 2 t/m 4 september 2015, op locatie
De gouden draak: 6 t/m 10 oktober 2015, Theater aan het Spui
Fit to fly: 19 t/m 30 april en 2 t/m 4 juni 2016, NT Gebouw
De revisor: 12 t/m 31 januari 2016 en 1 t/m 2 maart 2016, Koninklijke Schouwburg

Koninklijke Schouwburg
De Zwarte Doos van Circus Treurdier van 16 t/m 18 oktober 2015, op locatie
• Crossing Border festival van 12 t/m 14 november 2015
• Oostpool met Richard III op 3 en 4 oktober 2015
• Brainwash Festival op 27 februari 2016
Borgen van Noord Nederlands Toneel op 7 en 8 mei 2016

Kader
Wunderbaum: The New Forest Fest in Theater aan het Spui
Theater aan het Spui is de plaats van handeling voor vele festivals in de stad. Van 9 t/m 19 december 2015 zijn er drie nieuwe voorstellingen van Wunderbaum te zien uit de New Forest-reeks, verpakt in een heus Fest! Het zijn Unser Dorf soll schöner werden (i.s.m. Münchner Kammerspiele), de locatievoorstelling Helpdesk, en We doen het zelf wel, een punkrevue met een bont spektakel van lokale figuranten en muzikanten. Inclusief een uitgebreid randprogramma.

Kader 2
Babel: Wie betaalt de prijs van ons geluk?
Parallel aan de voorstellingen van het Nationale Toneel gaat Babel op zoek naar onze hedendaagse blinde vlekken. In talkshows, debatten en discussies praten gasten en publiek met kunstenaars, wetenschappers en journalisten, op zoek naar antwoorden in NT Gebouw, Koninklijke Schouwburg en Theater aan het Spui.

Kader 3
Theu Boermans regisseert bij het Nationale Toneel dit seizoen De revisor. Deze komedie over corruptie en het plezier van het graaien, had in 1836 een tumultueuze première in Petersburg. Het stuk is tijdloos en ook nu nog steeds actueel.

Een daad in de tijd

Theater over fotografe Franc esca Woodman

Wie? Francesca Woodman. Ehh, nooit eerder van gehoord. Regisseur Arie de Mol, nu artistiek directeur van Toneelgroep De Appel, maakte als afscheid bij Toneelgroep Maastricht een opmerkelijke theatervoorstelling over haar.

Hoe kwam de dertienjarig Francesca tot haar zelfportretten, veelal ‘naakten’? Provoceerde ze doelbewust of deed ze dat in vrijwel gouden onschuld, van nature? Of uit kunstmotieven? En waarom pleegde ze toen ze 22 was, begin jaren tachtig, op ondubbelzinnige wijze zelfmoord? Was ook dat soms een onontkoombare uiting van kunst, als daad in de tijd? Lag haar dood trouwens niet met scheppen voor het oprapen, zelfs profetisch in haar werk – slechts 800 foto’s – besloten?

Het zijn vragen die dubbeldik en als het ware als dwarsliggers boven haar levensloop hangen. Net als in How to play Francesca Woodman, tegelijkertijd een voorstelling over én hommage aan de jonge fotografe.

Een kunstenares die zich geen raad wist met haar leven en haar omgeving, ondanks een onnavolgbaar talent. In haar dagboek schreef ze vertederd, verlangend over ‘mooie peperkoekpoppetjes, chocoladetruffels, perziksnoepjes en bramentaartjes’. Aan de hand van een vormen- en lichtstudie van zulke objecten ontdekte ze de mogelijkheden van de camera, slaagde ze in het maken van kunstfoto’s. Ze speelde met diafragma’s, sluitertijden en lichtval om uiteindelijk zichzelf, beurtelings duidelijk en dan weer bewust vaag, te portretteren.

Een filosofische keuze: We weten immers niet exact wíe we zijn, we zíjn dus onvermijdelijk vaag. Woodman hield daarbij erg van grijstinten. Ze fotografeerde zichzelf vaak naakt in verlaten, vervallen, stoffige, geruïneerde en gesloopte ruimtes vol afbrokkelende pleisterlagen, afbladderende verf en verbleekt, aangetast behang. Zo leverde ze een grote bijdrage aan het genre van fotografische zelfportretten. Juist omdat ze daarin – ondanks haar ontklede verschijning – haar persoonlijkheid meestal heel goed verborgen wist te houden. Haar creaties werden dan ook vaak als ‘anti-portretten’ gezien. Er zijn critici die van mening zijn dat Woodmans werk in de kern narcistisch van aard is. Woodman: “Het komt meer door het gemak, ik ben altijd beschikbaar”.

Woodmans fotoreeksen zijn op bijna organische wijze verbonden met adolescente zelf-obsessie, artistiek zelfonderzoek en zelfbehoud. Ze was tegelijk voorwerp én onderwerp. Haar portretten lieten echter niet haar ware aard zien. De ‘echte’ Woodman is eerder juist van het tegenovergestelde te betichten. Ze hield ervan zich te verkleden. Vaak lijk-achtige, mysterieuze vermommingen, allerhande poses. Haar ‘kleurloze’, dat wil zeggen zwartwit-foto’s, zogezegd: eenkleurige beelden, tonen een amalgaam aan wazige, geheimzinnige, griezelige, dramatische, ongrijpbare, intieme, gotische, speelse, uitdagende, én ronduit vreemde beelden. Ze verborg zich, in wat ronduit echte meesterwerken zijn.

“Mijn foto’s zijn afhankelijk van een zekere gemoedstoestand, waardoor dingen eigenaardig overkomen… Ik weet dat dit zo is en heb er lang over nagedacht. Op de één of andere manier voelde ik me hier heel erg goed door.” Memorabele woorden van een eigenzinnige, introverte Woodman, afkomstig uit gepubliceerde dagboekfragmenten. In 2010 zond de NPS-tv in het kunstprogramma Close Up een documentaire uit over de Amerikaanse fotografe.

Theater
In de theatervoorstelling speelt de camera een hoofdrol, natuurlijk. Francesca wordt invoelend verbeeld door vier actrices. Energiek spelend en bij toerbeurt onbegrepen, wulps of uitdagend de lens in starend. De vragen, twijfels en verlangens van de jonge Francesca worden ook in beeld gevangen door foto-afdrukken. En aan de hand van van muziekfragmenten en door in sneltempo afgevuurde, gepassioneerd gebrachte monologenreeksen wordt Francesca’s bipolaire aard blootgelegd. Het zijn echter niet Francesca’s woorden die we horen, maar die van Dichter des Vaderlands Anne Vegter en toneelschrijver Erik-Ward Geerlings die samen een nieuwe toneeltekst maakten voor Toneelgroep Maastricht. Al had ikzelf graag nóg wat meer poezie in de beeldtaal en de tekst van het stuk teruggezien en -gehoord.

How to play Francesca Woodman door Toneelgroep Maastricht is op zaterdag 18 april te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: toneelgroepmaastricht.nl en theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

Moordverhaal in ’n hoerenkast

Tg Maastricht speelt Dostojevski’s De Broers Karamazov

In De gebroeders Karamazov zet Dostojevski zijn moordverhaal op scherp met briljante maatschappelijke, theologische en psychologische beschouwingen. Toneelgroep Maastricht maakt er een gelaagde en doorwrochte ‘whodunnit’ van.

Wie Dostojevski een groot schrijver vindt, mag dan niet veel van literatuur hebben begrepen, maar wie Dostojevski geen groot schrijver vindt, heeft niet veel van het leven begrepen. Aldus NRC-columnist, vertaler en essayist Bas Heijne. Dostojevski, dat is Goede tijden, slechte tijden voor eggheads. Tja, highbrow of niet, met De gebroeders Karamazov schreef hij een roman die steevast en wereldwijd tot de beste boeken aller tijden wordt gerekend.

Het vuistdikke, duizend pagina’s tellende en dikbedrukte meesterwerk vertelt op weergaloze wijze het klassieke verhaal van een vadermoord. Eén van zijn eigen vier zonen heeft de daad op vader Fjodor Karamazov op zijn geweten, maar wie? Allen hebben zo hun eigen motief. De dynamiek in het wurgende, idiote, pijnlijk meeslepende verhaal komt in het boek op gang op het moment dat vader Fjodor met zijn oudste zoon Dmitri een bittere strijd uitvecht om femme fatale Groesjenka. In de toneelvoorstelling die regisseur Arie de Mol voor ‘zijn’Toneelgroep Maastricht maakte is dat het moment waarop zijn oudste zoon besluit een hoerenkast te beginnen en daarmee tot een concurrent van zijn vader wordt. Hij zoekt de strijdbijl omdat tussen de twee een onopgehelderde erfeniskwestie speelt die over de rug (nou ja) van seksarbeidster Groesjenka wordt uitgevochten. U merkt het: Toneelgroep Maastricht heeft aardig de bijl gezet in de roman. Dat kan ook niet anders als je al de plotlijnen en uitweidingen van Dostojevski terug moet zien te brengen tot drie uur vlammend toneel.

De Mol: “We hebben bekeken waar het verhaal in onze huidige tijd past. Daarvoor halen we het uit zijn Russische context. Waar de roman zich afspeelt op een groot landgoed is dat bij ons de erotische nachtclub van vader Karamazov, die rijk is geworden met louche zaakjes”. Een ingrijpende vondst. “Nu verwacht je niet snel een felgekleurd bordeel als je aan de ‘hoogdravende’ Dostojevski denkt, maar ik vind het passend: uiteindelijk zijn zijn boeken heel aards. In Nederland kennen we geen dubieuze landheren meer, maar nog steeds zijn er mensen die op slinkse wijze hun zakken vullen. We zijn daarom op zoek gegaan naar een omgeving die het publiek van nu herkent maar waar het drama van Dostojevski’s personages intact blijft. Ik ben ervan overtuigd dat hierdoor de zeggingskracht van de schrijver in deze tijd tot leven komt. Het mooie aan hem is dat hij geen oordeel velt, over niemand. Een ideale observator.”

De gebroeders Karamazov is in de kern vooral een roman over eenzaamheid – van de verlaten mens. En een constructie die zich openlijk tegen de principes van de Verlichting keerde. De voorstelling van Toneelgroep Maastricht is gelukkig niet alleen een ‘whodunnit’, maar ook een stuk waarin heel wat levenswijsheden die Dostojevski over het program des levens ophoest, behouden zijn gebleven. ‘Alles op de wereld is een raadsel’, dat is er zo een, uit de mond van Mitja, Fjodors oudste zoon. “Bij Dostojevski zoeken de personages naar vervulling, van hun dromen, maar zijn gedoemd te mislukken. Dat geldt ook voor ons, personages uit het ‘echte’ leven. Een erg bruikbaar gegeven voor een regisseur.”

Het is niet voor het eerst dat De Mol theater maakt naar Dostojevski. Eerder maakte hij een bewerking van Misdaad en Straf en twee jaar geleden regisseerde hij De bezetenen. En nu dus De broers Karamazov. “Het oeuvre van Dostojevski sluit aan bij mijn mensbeeld. Hij beschrijft nauwgezet de Russische samenleving in het midden in de 19de eeuw die langzaam aan het doordraaien is. De westerse beschaving anno nu vertoont ook hysterische trekken, met een obsessie voor het materialisme. Er heerst een grote hang naar liederlijkheid, die vaak ten koste gaat van anderen.” Opeens ben ik benieuwd naar de gevolgen van dit wereldbeeld voor Toneelgroep De Appel, waar De Mol per januari 2015 als opvolger van Aus Greidanus aantreedt als artistiek leider.

De broers Karamazov van Toneelgroep Maastricht is te zien op dinsdag 11 november 2014 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: toneelgroepmaastricht.nl en ks.nl. Telefonisch kaarten reserveren: 0900-3456789.