Geen rijksgeld meer voor West Den Haag

Cultureel Den Haag als verliezer

Net als vier jaar eerder loopt de stad Den Haag cultureel averij op: West / Kunstforum maakt vanaf 2021 niet langer deel uit van de zogeheten BIS. Het Rijk streeft naar meer kunst in de regio, vernieuwing en een breder publiek voor kunst en cultuur.

Dat blijkt uit het advies voor de Basisinfrastructuur 2021-2024 (BIS) dat de Raad voor Cultuur verleden donderdag aan minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur, D66) overhandigde. BIS-instellingen beschouwt het Rijk als essentieel voor het nationale cultuurlandschap. Met het advies is jaarlijks bijna 200 miljoen euro aan subsidiemuntjes gemoeid. De rijksoverheid wil de komende periode meer steun voor popmuziek, urban, musical en e-culture – en een breder publiek met kunst bereiken door regio’s te verkiezen boven de Randstad.

In de stad Den Haag is, zoals iedere vier jaar, dezer dagen een ‘Kunstenplan’ in de maak – maar op landelijk niveau is dat net zo. De stad is, net als vier jaar geleden, niet geheel schadevrij door die nationale hoepel gesprongen. Een aantal Haagse aanvragers valt buiten de boot. Zo kukelt West / Kunstforum rechtstreeks uit de BIS en zijn de aanvragen van Holland Dance Festival, Writers Unlimited, New European Ensemble, De Participatie Federatie en TodaysArt niet gehonoreerd. Winst is er ook: dansinstelling Korzo treedt opnieuw toe. De raad ziet in Korzo ‘de ideale kandidaat voor vernieuwing van de danscultuur’. Korzo kan nu de draad van talentontwikkeling van nieuwe dansmakers weer met verve oppakken want het kan als ‘ontwikkelorganisatie’ € 735.000 tegemoet zien.

Weg
West dus weg uit de BIS, waar het vier jaar geleden nog als grote winnaar uit de bus kwam. De instelling voor actuele kunst in de voormalige Amerikaanse ambassade, tegenwoordig Kunstforum geheten, kreeg eerder bij het Kunstenplan voor de stad Den Haag ook al een klap te verwerken doordat het bleef steken op het bestaande subsidiebedrag. De aanvraag voor € 800.000 aan rijksgeld ziet het nu in rook opgaan. Extra zuur is dat de Raad positief oordeelt, maar ‘na zorgvuldige weging van de aanvragen binnen dezelfde categorie adviseert geen subsidie te verlenen.’ “West heeft met 42.000 bezoekers een groter publieksbereik dan vergelijkbare instellingen,” zegt Marie-José Sondeijker van West. “In 2019 werden we voor ons programma genomineerd voor de AICA oorkonde. Dat de Raad voor Cultuur nu, ondanks een positieve beoordeling, alsnog voor een andere stad kiest is onbegrijpelijk. Klaarblijkelijk weegt de regionaliseringsagenda zwaarder dan de resultaten. En als je naar de landelijke verdeling kijkt, blijkt Den Haag de grote verliezer te zijn. In heel Nederland komen er stippen bij, alleen die van Den Haag wordt kleiner.”

Opvallend is ook de afwijzing van aanvrager Writers Unlimited. In het Kunstenplan voor Den Haag was het literaire festival nog verkozen boven ‘evenknie’ Crossing Border, dat daardoor nu dreigt te verdwijnen. Geen € 300.000 voor Writers Unlimited dus.

Ook bij TodaysArt komt het nieuwe advies hard aan omdat de aanvraag voor € 450.000 rijksgeld is afgewezen. In Den Haag viel het festival ook al buiten het bestek van het plaatselijke Kunstenplan.

Opnieuw krijgt Den Haag Dansstad, de positieve beoordeling met de hernieuwde toetreding van Korzo ten spijt, een gevoelig tikje: Holland Dance Festival krijgt geen plek in de BIS. De Raad oordeelt dat de onderscheidende rol ‘minder prominent is geworden’. Dat scheelt € 310.000.

Orkest New European Ensemble diende een goed plan in, schrijft de raad. ‘Dit ensemble heeft in de korte tijd naam weten te maken met een veelzijdige programmering’. Maar het moet concurreren met Asko|Schönberg dat ‘een representatiever functie vervult (…) en meer vertakkingen heeft op dit gebied, alsmede met ensembles in andere genres.’ En dus gaat NEuE het verhoopt bedrag van € 500.000 aan de neus voorbij.

Participatie Federatie
Negen wijktheaters uit de vier grote steden vormen samen de Participatie Federatie. Voor Den Haag gaat het om Laaktheater, theater De Nieuwe Regentes, Theater Filmhuis Dakota en Theater De Vaillant. De raad staat sympathiek tegenover het plan voor talentontwikkeling maar ‘staat nog in de kinderschoenen’. De raad vindt toetreding tot de BIS te vroeg.

Positief nieuws
Positief nieuws is er buiten Korzo voor de grote kunstinstellingen in de stad. De aanvragen van Het Nationale Toneel / HNTjong (samen € 3.650.000,00), Nederlands Dans Theater (€ 6.887.000,00) en Residentie Orkest (€ 3.95.000,00) toegekend maar krijgen ze er anderzijds geen cent extra bij. Jeugdpodiumkunstinstelling HNTjong gaat van nu € 715.000 naar straks € 830.000. ‘Het brengt vaak verhalen op het scherp van de snede in de grootstedelijke omgeving,’ aldus de raad. NDT wordt gevraagd de artistieke plannen en visie van aantredend artistiek directeur Emily Molnar beter te beschrijven voordat toekenning kan volgen.

Musea
De 26 rijksmusea zijn met ingang van 2021 uit de BIS gehaald. Zij krijgen hun geld via de Erfgoedwet. Voor Den Haag gaat het om Gevangenpoort, Mauritshuis en Meermanno | Huis van het Boek en het Literatuurmuseum. In de beoordeling krijgen zij met regelmaat te maken met de Erfgoedinspectie.

Vervolg
Op Prinsjesdag, derde dinsdag in september, maakt de minister bekend welke adviezen van de Raad voor Cultuur ze gaat uitvoeren. Normaal gesproken volgt de minister het advies.

Advertentie

‘Zwaard van Damocles altijd boven ons hoofd’

Serie: Kunstenplan – Dans in Den Haag

Eind april ontvouwt een Adviescommissie haar visie op de inrichting van het kunstenleven in de stad. Den Haag Centraal stelt tot dat moment wekelijks groot naast klein, deze week met Willemijn Maas, directeur van Nederlands Dans Theater (NDT) en Lonneke van Leth, artistiek leider van Lonneke van Leth Dans.

“Ik vrees nog het meest voor de positie van middelgrote dansgroepen, in het land maar ook in het Haagse,” zegt Willemijn Maas vooruitblikkend op het Kunstenplan-in-wording. “Als zij het niet zouden redden, is dat een ramp voor de carrière en de ontwikkeling van dansers. Ook de doorstroming komt dan in gevaar. Daar komt nog bij dat het dansaanbod dan verschraalt. In het mantra van een te groot aanbod, geloof ik niet.”

Zoals meestal liggen er meer aanvragen klaar dan geld.

Maas: “Landelijk en plaatselijk is er overvraagd. Ik weet niet wat dat gaat betekenen. In ieder geval wordt het spannend voor onze partners binnen het samenwerkingsverband van theater Amare, het Residentie Orkest en de theaterorganisatie van Amare. En ook voor onszelf, want hier lopen de vaste kosten op. We betalen uit volgens CAO. Tot nu toe krijgen we wel gecompenseerd, maar de kosten stijgen sneller dan de compensatie. Maar dat kan een acuut probleem worden. Er wordt ons verteld: Ga dan minder vaak optreden. Maar dan heb je ook minder inkomsten.”

Lonneke van Leth probeert zoveel mogelijk volgens CAO Dans uit te betalen. “Als we een choreografie terughalen op het repertoire, kan ik dansers enkel reiskosten uitbetalen. De inkomsten van het optreden de dag erna gaan vaak linea recta naar de dansers. Daar houden we als stichting niets aan over.”

Ze hoopt dat straks niet alleen de giganten in Den Haag voortbestaan, maar vreest dat kleinere dansgroepen het kind van de rekening worden, en permanent verwezen worden naar de veel onzekerdere ‘projectenpot’.

“Een projectaanvraag opstellen kost steeds onnoemelijk veel energie – en je weet van tevoren de uitkomst niet. Wat je bij fondsen merkt is dat ze zeggen: ‘We hebben jullie al drie keer gesteund, nu even niet’.”

Het is iedere vier jaar weer duimen. “We hebben het Zwaard van Damocles altijd boven ons hoofd. De vorige Kunstenplan-ronde werden we op het laatste nippertje gered. Je zou sowieso meer waardering en rust willen, al zeker als je weet wat we tot stand brengen.”

Willemijn Maas voelt met haar mee: “Te vaak wordt met dedain gesproken over kunst, alsof het een luxeproduct is. Anderzijds worden we geacht allerlei maatschappelijke problemen onder handen te nemen – al moet je je, vanzelfsprekend, altijd tot maatschappelijke ontwikkelingen verhouden. Toch vind ik dat je steeds moet bekijken hoe maatschappelijke taken passen bij de ‘core business’ van instellingen. Bovendien: Iedere vier jaar vaart de overheid weer een andere koers. Dat is ingewikkeld voor iedereen van ons.”

Van Leth: “Eerder deden we van alles, van ‘community arts’ en locatieprojecten tot het integreren van beeldende kunst – vooral omdat we dat zelf leuk vinden. We zitten met veel vissers in dezelfde dansvijver en dus hebben we keuzes moeten maken. In 2019 hebben wij de keuze gemaakt om enkel nog voorstellingen voor de jeugd te maken, hopelijk straks met vier dansers die we drie dagen per week in huis kunnen hebben. We merken dat onze kracht lag en ligt, artistiek en financieel, in het bedienen van de jeugd. Er is bovendien een markt voor in het hele land. En in Den Haag zijn we het enige jeugddansgezelschap. Ik hoop dat dat gezien wordt.”

Voor de komende Kunstenplan-periode is de komst van theater Amare een belangrijk bestanddeel. Maas: “Daar hebben we samen een aantal dingen over opgeschreven. We willen een huis zijn voor heel Den Haag. Vooral is belangrijk wat we gaan doen met de zogeheten ‘front of house-programmering’, dat is de entreehal. Ook gaan we door met samenwerkingsverbanden in de stad, zoals met Korzo, talentontwikkelingstrajecten als de Summer Intensive, en educatieprojecten. En we hebben onlangs een nieuwe artistiek directeur in Emily Molnar.

“Dit is voor mij het eerste Kunstenplan,” zegt Maas, die juni 2019 is aangetreden. “Een cyclus van bier jaar vind je ook in de omroep en het onderwijs. Maar ik vind het goed om eens de zoveel tijd de strategie te herijken. We plannen weliswaar ver vooruit, maar toch ben ik niet tegen de termijn van 4 jaar. Wel moet er meer afstemming komen tussen rijk en stad, en vervelend is dat we aldoor gegevens moeten ophoesten waar maar weinig mee gedaan wordt. Belangrijker is het om na te denken waarop beoordeeld en waarop afgerekend wordt. Met andere woorden: Heb je het als overheid dan wel over de juiste dingen?” Lonneke van Leth heeft een origineel idee: “Waarom gaan we niet jaarlijks evalueren? Dan kan er goed worden bijgestuurd en hoeven we niet iedere vier jaar dit circus in.”

Van Leth is blij dat ze niet in de schoenen staat van de Adviescommissie. “Het lijkt me voor de leden vreselijk om te zien dat het budget voor kunst vrijwel hetzelfde blijft, terwijl er meer aanvragen liggen en er extra geld voor ‘fair pay’ nodig is. “We hebben in Den Haag op dansgebied alles in huis: van een internationaal dansgezelschap als NDT, het ‘makershuis’ van Korzo en allerlei dansgroepen daaromheen, tot een beroemde kunstvakopleiding. In combinatie met te weinig geldmiddelen moet dat ‘killing’ zijn.”

Corona
“We hebben tournees moeten afbreken, moeten afzeggen of ze zijn afgezegd,” vertelt Willemijn Maas van NDT – door de telefoon. “Onze dansers zitten thuis, voor dansers is dat rampzalig. Maar nog meer zorgen heb ik over hun mentale gesteldheid. We hebben veel jonge dansers uit het buitenland in onze gelederen. Hun ouders willen misschien dat ze naar huis komen. Gelukkig zitten er geen van onze dansers vast in het buitenland. Als bedrijf is het ook spannend. Er zijn instellingen, de kleinere kan ik me met name voorstellen, die het zwaarder hebben.” Ook voor Lonneke van Leth, eveneens via de telefoon maar afzonderlijk van Maas, is de druk door corona groot: “Wij werken veelal met freelancers. Die zitten nu thuis. Het beetje salaris dat zij hadden is nu ook weggevaagd, 32 optredens zijn geannuleerd. De danslessen en workshops hebben we stopgezet, voor ons is dat een strop. Maar ik ben geen doemdenker. Het komt uiteindelijk altijd allemaal goed.”

kader
Dans in Den Haag
Den Haag noemt zich graag ‘Dansstad van Nederland’: Nederlands Dans Theater (NDT) is wereldberoemd. Holland Dance Festival en CaDance zijn (inter)nationale dansbiënnales. In het India Dans Festival van Korzo, dat opereert als internationaal ‘makershuis’ voor jonge dansmakers, wordt aandacht gegeven aan werelddans. En de Dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium leidt dansers van de toekomst op.

Den Haag heeft met Meyer-Chaffaud, Kalpanarts, David Middendorp/Another Kind of Blue, Amos Ben-Tal/OFFprojects tot De Dutch Don’t Dance Division en Lonneke van Leth daarnaast een bloeiend circuit van dansgroepen en -initiatieven. Aight weet ook ‘urban’ doelgroepen te binden en een dansbasis mee te geven.

Door het hoge opleidingsniveau van jonge dansers, de sterke onderlinge samenwerking, het internationale dansnetwerk in de stad en de band tussen kleine gezelschappen en grotere dansinstellingen heerst in de stad een gezond dansklimaat.

kader
Nederlands Dans Theater
Nederlands Dans Theater is vlaggendrager van de Nederlandse moderne dans. Het ensemble is wereldwijd toonaangevend en bestaat uit twee gezelschappen: NDT 1 en NDT 2. Binnenkort neemt NDT haar intrek in Amare, het nieuwe theater aan het Spui, en vindt er onderdak naast het Residentie Orkest, de theaterorganisatie van Amare en het Koninklijk Conservatorium.

kader
Lonneke van Leth Dans
Lonneke van Leth Dans maakt dansproducties voor de jeugd. Gevestigd in Den Haag, maar met ook een landelijk bereik. Lonneke van Leth maakte in het verleden grootschalige producties voor jong en oud en betrok daarbij vaak amateurdansers, zoals ‘Het Zwanenmeer’, ‘De Odyssee’ en ‘De zaak Carmen’.

Lonneke van Leth Dans
Subsidie vast 2019: € 109.353
Projectsubsidie 2019: € 118.651
Aangevraagd bedrag. € 194.000
Omvang organisatie (fte). 5,3 fte (zzp)
Aantal bezoekers 2019 : 24.595
Activiteiten: 243

NB Dit artikel is tot stand gekomen op basis van separaat gevoerde telefoongesprekken.

 

‘Volle bak’ voor OCC

Het Onderwijs- en Cultuurcomplex (OCC) staat in de steigers

“Het beton en staal is geregeld,” vertelt Reefhuis. “En het ontwerp is inmiddels gereed. De grootste uitdaging is nu om na de constructie in anderhalf jaar de afbouw te realiseren.”

Het regende pijpenstelen verleden zaterdagochtend, op de Dag van de Bouw. Als onderdeel van de festiviteiten mocht iedereen die dat wou een eerste glimp opvangen van het inwendige van het OCC-complex, het kunsthuis-in-wording voor Nederlands Dans Theater, het Residentie Orkest, het Koninklijk Conservatorium en aan de erfopvolger van het Zuiderstrandtheater. Toch liep het storm. Met naar schatting vijftienhonderd belangstellenden was de eerste ‘volle bak’ nu al, ruim twee jaar voor de opening, een feit.

In de ingewanden was het waarachtig een doorwaadplaats naar de heiligdommen die het publiek straks in vervoering moeten brengen. Kaplaarzen waren nog net niet nodig. En nou ja: binnen… ? Het Onderwijs- en Cultuurcentrum (OCC) aan het Spui heeft dan wel het hoogste punt in de bouw bereikt en hier en daar zit er al dakbedekking op, maar voor het overige is het nog vooral een betonnen staketsel waar water weliswaar geen vrij spel meer heeft, maar de elementen nog altijd behoorlijk greep hebben. Twee van de straks vier presentatiezalen die het complex straks rijk is, staan al behoorlijk in de steigers. Reefhuis: “Het ontwerp is inmiddels gereed. De grootste uitdaging is nu om na de constructie in anderhalf jaar de afbouw te realiseren.”

De theaterzaal op de begane grond is in de toekomst vooral in gebruik bij het Nederlands Dans Theater. In wat de tribune van de zaal gaat worden, staan nu enorme steigerpartijen opgesteld, maar daarbovenop en om de zalen heen gebeurt op dit moment al van alles, vertelt Reefhuis. “De ruwbouw is af. Er zit inmiddels een dak op de zalen. Het dak is geschilderd, en we gaan straks al aan de omloopvloeren beginnen. Stiekem zit in de zalen nu al veel meer ingebouwd dan je denkt. Deze week worden de lichtbruggen, waaraan straks een groot deel van de toneelverlichting komt te hangen zoals schijnwerpers en spots, aan het plafond bevestigd en worden kabels en leidingen getrokken.” Vanaf het podiumgedeelte dat betreden mocht worden, oogt de zaal klein, maar herbergt die straks wel 1500 zitplaatsen.

Een beeldender aanblik dan de momenteel nog rudimentaire theaterzaal biedt de concertzaal, hemelsbreed op zo’n vijftig meter afstand maar wel twaalf meter de hoogte in. Daar omringen stalen binten van wat de balkonringen worden, nu al de hele zaal. Afhankelijk van de gekozen zaalopstelling, want die kan variëren, er straks maximaal 2500 bezoekers in.

De liefst veertig (!) centimeter dikke zaalmuren zijn aangebracht ten behoeve van akoestische ontkoppeling, net als de massieve trillingsblokken waarop de beide gebouwen rusten. Beide zalen zijn bovendien ‘zwevend’ gebouwd, als een doos in een doos, zodat geen akoestische ‘overspraak’ van de ene naar de andere ruimte kan optreden.

Op sommige plekken zijn al de gietijzeren trappen afgemonteerd, nu nog gehuld in plastic, teneinde mogelijke beschadigingen voor te zijn. En op de hoek van Turfmarkt en Spui is voor een groot deel een glazen gevelwand al aangebracht, die doet denken aan de glaspartij van toen van de voormalige Anton Philipszaal.

Pas ergens ver in 2021 wordt het OCC bespeeld zoals het allengs bedoeld is: met concerten en theatervoorstellingen. Er waren zaterdag alvast de eerste optredens. “Er is nagedacht over de duurzaamheid van het gebouw,” zo weet de presentatrice van het ‘zaalprogramma’. “Hemelwater wordt straks gebruikt om de toiletten door te spoelen en er komen aan de buitenzijde plekken voor vleermuizen.”

Ondertussen vinden in de top van enkele van de organisaties die het OCC (een nieuwe naam wordt na deze zomer bekendgemaakt) gaan bespelen, nogal wat wisselingen plaats. Paul Lightfoot treedt als artistiek directeur binnenkort terug en zijn algemeen directeur hangt eind deze maand de spitzen annex sokjes aan de wilgen.

Bij het Residentie Orkest is de zakelijke leiding al jaren een doorgangsplaats.

En wat het Zuiderstrandtheater betreft heeft Henk Scholten onverhoopt zijn pensionering een halfjaar uitgesteld omdat er geen geschikte opvolger kon worden gevonden. Naar verluidt zou de beoogde kandidaat zich hebben teruggetrokken omdat verhuizing naar de Residentie een vereiste voor de functie is.

Tekenend voor de matte stemming was dat van de top zaterdag niemand aanwezig was, althans niet toen dit werd opgetekend. Scholten zat zaterdag rustig in Italië, waar hij een woning gaat betrekken.

Het is te hopen dat de OCC-kar snel wordt vlotgetrokken, want de programmering moet dezer weken voor een groot deel rondkomen – anders mist Den Haag bij voorbaat de toppers van buiten de eigen stadsgrenzen.

Springplankkunst

Lichaamskunstenaars van de toekomst

Hoe leid je aanstormend danstalent naar de internationaal erkende wereldtop van Het Nationale Ballet en het Nederlands Dans Theater? Twee gezelschappen, twee gezichten.

De jongerendivisies van de twee grote, internationaal aan de wereldtop opererende ensembles in Nederland oefenen wereldwijd enorme aantrekkingskracht uit op jonge dansers. Zij zien beide ensembles als ideale opstap. Een contract bij Nederlands Dans Theater 2 (NDT 2)  of een traineeship bij de Junior Company (JC) van Het Nationale Ballet (HNB) opent ook elders deuren en is dus heel wat bitcoins waard.

Schubert. NDT 2, jongerendivisie van het wereldberoemde ensemble. Het Balletorkest live in de bak. Fascinerend, overrompelend, bedwelmend. Abrupte lichaamsbewegingen, molenwiekende armen in het halfduister. Met een wereldpremière van topchoreograaf Marco Goecke voor de adspirantendivisie. Ook Ekmans geroemde, in goede zin lachwekkende Cacti, jaren niet meer gedanst. Alles perfect uitgevoerd, zodanig dat de zestien ‘beginnelingen’ de ‘ouderlingen’ van NDT 1 gevoeglijk naar de kroon steken.

“Met Cacti reizen we de wereld over, maar het is nu eindelijk weer hier terug,” zegt een van trots blinkende Nancy Euverink. Jarenlang was ze een gezichtsbepalende danser bij NDT. Vier jaar geleden werd ze artistiek uitvoerend leider van NDT 2, de interne rode loper en opleidingsinstituut voor een felbegeerde loopbaan bij kroonjuweel NDT 1. Ze vertelt in wat nog resteert van het thuishonk aan het Spuiplein in Den Haag, waar shovels en hijskranen buiten hun eigen choreografie dansen. Het Onderwijs- en Cultuur Complex dat er à raison van 178 miljoen euro in 2020 verrezen moet zijn, werpt zijn schaduw jaren vooruit. Het biedt straks huisvesting aan en toonzalen voor onder meer NDT en het Koninklijk Conservatorium (KC).

Verdeeld over drie jaargangen worden bij NDT 2 jaarlijks twee stagiairs en zestien afgestudeerde klassiek opgeleide dansers tot 23 jaar klaargestoomd voor de wereldtop. Zij mogen bovendien ruiken aan een aanstelling bij NDT 1. Vorig jaar stroomden vier van hen door naar de hoofdmacht.

De spoeling is dus dun. Niettemin staan er jaarlijks van heinde en verre jaarlijks zo’n vierhonderd auditanten vol ongeduld te trappelen voor een plaatsje in het tweede ‘elftal’. Zij volgen een balletles en nemen deel aan een reguliere repetitie van NDT 2. Euverink: “Het is een van de doelstellingen van NDT 2 om jonge talenten kennis te laten maken met uiteenlopende danstalen, technieken en werkmethoden. Het werk van onze choreografen is daarin uiteraard bepalend. Het gaat ons om creatie. We willen dansers die bereid zijn alles wat ze eerder hebben geleerd, overboord te gooien. NDT 2 is een ‘creation pool’. Ook voor vele choreografen is NDT 2 vaak een startpunt.”

Ze worden ook in mentaal opzicht getest. “We willen assertieve theaterdansers. We vragen ze daarom een solo te dansen die ze zelf hebben gemaakt. Zo zien we beter of iemand kan doorgroeien naar een theaterpersoonlijkheid.” Dat verschilt, volgens Euverink, van de focus die HNB richt op de JC. “Daar is een plaats in het grote midden, het corps de ballet, het eerste mikpunt.”

De stukken die NDT 2 danst zijn voor het gezelschap zelf gecreëerd en worden over de hele wereld aangekocht. “Het is een op zichzelf staand gezelschap, met een geheel eigen repertoire. De JC staat in dienst van HNB. De groot gemonteerde klassiek-romantische balletten zoals Zwanenmeer, Sleeping Beauty en Notenkraker vragen om volume, om een grote bezetting van het corps de ballet, zeker als je die avond aan avond moet brengen.”

Ernst Meisner, artistiek coördinator van de Junior Company (JC), ‘moederbedrijf’ HNB, ziet dat anders: “Ook een junior bij de JC mag niet bang zijn om een solo te dansen voor een zaal van 1500 mensen.” Hij wijst er bovendien op dat in de vijf jaar dat de JC bestaat, verschillende van ‘zijn’ talenten zijn doorgestroomd, ook naar topplaatsen in het vaste tableau.

“Neem Michaela DePrince. Zij is in betrekkelijk korte tijd opgeklommen tot de rang van tweede soliste. Of Martin ten Kortenaar, die nu grand sujet is. “En vergeet niet dat het repertoire van HNB onnoemelijk breed is: van klassiek-romantische tot neoklassiek en nieuwe werken. Dat vraagt om dansers die breed inzetbaar zijn.” Euverink: “Het verschil is dat dansers van NDT 2 zelf een solo maken. Er worden naast hun danskwaliteiten andere talenten aangesproken.”

Bij de JC meten twaalf dansers zich dagelijks met de tachtig van het ‘volwassen’ gezelschap, volgen een rooster dat het dagprogramma van een groot gezelschap weerspiegelt. Vlieguren maken ze in de avondprogramma’s. De JC kan net als NDT 2 vooraanstaande choreografen tot zijn vaste toeleveranciers rekenen, onder meer David Dawson en Hans van Manen, beiden vast verbonden aan het Amsterdamse dansgezelschap. Toch verschilt de aard van de programma’s van beide jongelingendivisies aanzienlijk.

Meisner: “In de begintijd hebben we programma’s gemaakt die de balletgeschiedenis weergaven, een mix van balletklassiekers tot modern werk. Dat was, onder meer, ingegeven door de wens om een breed publiek voor dans en ballet te bereiken. We konden zo meer en in andere zalen en steden spelen dan het ‘grote’ gezelschap. Daarnaast hebben we gekozen voor familievoorstellingen. Na De Grote Kleine Kist en Narnia maken we komende lente met ISH de voorstelling Grimm. En vergeet niet dat we veelvuldig worden ingezet voor educatieprojecten.” Toch denkt hij erover het karakter van de JC-programma’s anders in te richten: “Net als NDT 2 willen we triple bills gaan brengen.”

Topsport
Topdans is topsport. Voor een danser aan de wereldtop is ieder optreden er een in de categorie Olympische Spelen. Voor het bereiken van de top geldt dat jong instappen, tussen 8 en 10 jaar, in de wondere wereld van het ballet bijzonder bevorderend uitpakt.

Voor een gedroomde toekomst als profdanser is ook in de tienerjaren daarna een onophoudelijke opofferingsgezindheid het devies, vanaf middelbare dansvooropleiding tot ergens midden dertig. Voor de meeste ballerina’s en ballerino’s is er qua fysieke topprestaties daarna wel het beste af. Omscholing is wat hen wacht. Wat je noemt ‘a hard knock life’.

Self-made dansers, autodidacten, zijn vrijwel niet te vinden bij qua techniek doorgaans klassiek georiënteerde gezelschappen. Voor profdansers-in-spe vormt een opleiding aan een conservatorium of een van de hbo-dansacademies de vanzelfsprekende oprijlaan tot een stageplaats en, daarna, een loopbaan bij een van de dansgezelschappen. De beide talentenpools van NDT en HNB werken dan ook met ze samen.

Zo slaat de JC een brug tussen HNB en de Nationale Balletacademie (NBA), onderdeel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Het in Amsterdam gevestigde balletgezelschap is nauw betrokken bij de selecties en de vaststelling van het studieprogramma en van het docententeam, van vooropleiding en hbo-studie.

“De academie, om de hoek, is onze vaste partner,” zegt Meisner. “Onze directeur Ted Brandsen is er adviseur. De studenten genieten een voorkeurspositie in het bereiken van een stek in de kweekvijver. Een NBA-student die tot de Junior Company doordringt, doorloopt in het eerste jaar een stage annex afstudeerjaar. Bij goed gevolg volgt een tweede jaar en een tijdelijk arbeidscontract. Jaarlijks stromen er vier door tot de hoofdmacht. Als het niet lukt een plek te bemachtigen, stopt na twee jaar de verbintenis.

Op haar beurt werkt NDT samen met de dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium (KC) in de regeringsstad. Voor de jaarlijkse presentatie-avond Young Talent Project ruiken dansstudenten van het KC aan de beroepspraktijk door samen te werken met repetitoren, ex-dansers van NDT en met choreografen die aan NDT zijn verbonden.

Euverink: “Belangrijk is dat studenten vroegtijdig bekend raken met onze werkwijze en onze bewegingstaal.” NDT werkt ook samen met het productiehuis van het in Den Haag gevestigde Korzo, in talentontwikkelingsprogramma’s als Here we live and now en Up & Coming Choreographers.

Ondertussen dwarrelen jaarlijks dik zeshonderd digitale aanmeldingen – bijna iedereen stuurt een videofilmpje mee – van heinde en verre neer op Meisners bureau. “We zitten middenin de allereerste schifting van dit jaar.” Slechts 120 ontvangen een uitnodiging voor ronde twee, een kennismakingsdag in Amsterdam. Feitelijk een toelatingsexamen. “Ze doen twee balletlessen mee,” legt Meisner uit, “waarbij de gehele artistieke staf van HNB de hele dag toekijkt en hen beoordeelt.”

Coaching beschouwen Euverink en Meisner als de grondslag van hun werk. “Een plek veroveren hangt sterk samen met de mate waarin een danser weet te assimileren en zichzelf gezond te houden,” zegt Meisner, “en als je vanuit de praktijk tips kunt geven, werkt dat het beste.” Euverink: “Je moet over educatieve én artistieke gaven beschikken. Ik houd erg van observeren: hoe gedraagt een danser zich in de zijlijn? Ik wil graag mijn levens- en danservaring overbrengen. Dit werk is niet voor iedereen weggelegd.”

Facts & figures
NDT 2
Opgericht door Jiri Kylian in 1978
Moeder: Nederlands Dans Theater
Artistieke leiding: Paul Lightfoot
Artistieke leiding NDT 2: Nancy Euverink
Aantal dansers NDT: 28
Aantal dansers NDT 2: 16
Aantal voorstellingen NDT 2 2017-2018: Tot nu toe 32 voorstellingen in binnen- en buitenland. Daar komen in de komende maanden nog meer bij.

Junior Company
Opgericht door Ted Brandsen 2012
Moeder: Het Nationale Ballet
Artistieke leiding: Ted Brandsen
Artistieke leiding JC: Ernst Meisner
Aantal dansers HNB: 76
Aantal dansers JC: 12
Aantal voorstellingen JC 2017-2018: 77, inclusief The Sleeping Beauty en Don Quichot (32 in totaal) maar exclusief locatieoptredens.

NDT 2 veertig
NDT 2 is in 1978 opgericht door Jiri Kylián en Carel Birnie met de bedoeling de hoofdmacht te voeden met jong talent. Inmiddels is NDT 2 uitgegroeid tot een op zichzelf staand gezelschap met een geheel eigen repertoire. NDT 2 bestaat in maart 2018 veertig jaar.

Nancy Euverink
Nancy Euverink (1968) danste van 1986 tot 2007 bij het Nederlands Dans Theater. Tijdens haar carrière ontving ze de Prix en Espèce de Lausanne (1986) en werd zij onderscheiden met de Prijs van Verdienste (2004) van de Stichting Dansersfonds ’79.

Tussen 2007 en 2011 werkte Euverink bij toonaangevende buitenlandse dansgezelschappen. Tussen 2011 en 2014 was zij directeur van de dansvakopleiding van het Koninklijk Conservatorium. Sinds augustus 2014 is zij uitvoerend artistiek leider van NDT 2.

Ernst Meisner
Ernst Meisner (1982) danste bij The Royal Ballet (Engeland) en bij Het Nationale Ballet. In 1999 kreeg hij de Eurovisie Grand Prix for Young Dancers, en in datzelfde jaar de Aanmoedigingsprijs van Dansersfonds ’79. Meisner is naast artistiek coördinator van de Junior Company ook werkzaam als choreograaf.

Tijdmachinaties

Wereldpremière Imre en Marne van Opstal bij Nederlands Dans Theater 2 in programma Smoke and Mirrors

Broer en zus. En allebei danser én choreograaf. Voor Smoke and Mirrors van Nederlands Dans Theater 2 tekent het tweetal Imre en Marne van Opstal voor een van de nieuwe creaties.

Na gedane arbeid is het goed rusten: Terwijl hun zus Myrthe er na de repetities op uitgestuurd is om boodschappen te doen voor het avondeten, nemen Imre en Marne van Opstal de tijd om zich uit te spreken over hun nieuwe choreografie The Grey die in de maak is. Het is na eerdere creaties voor het talentontwikkelingsprogramma Up & Coming Choreographers van initiatiefnemers NDT en Korzo hun eerste proeve voor een van de reguliere avondprogramma’s van Nederlands Dans Theater 2, de unieke verzameling jong talent van het eredivisiedansgezelschap uit Den Haag. In dat programma, Smoke and Mirrors, maakt hun nieuwe choreografie voor zeven dansers deel uit van een vierluik met daarin ook werk van de choreografenduo’s Sol Léon en Paul Lightfoot, Sharon Eyal en Gai Behar, en Marco Goecke.

Hoe gaaf is dat, en nog wel tussen zulke kanonnen? Levert die wetenschap extra druk op?
M: Het is geweldig fijn dat we deze kans krijgen, eervol ook. Het ‘umfeld’ levert wel wat extra druk op, maar we hebben vaker samengewerkt, dus dat moet deze keer ook lukken.
I: We vinden het ook erg fijn dat we juist als Nederlandse dansers/choreografen deze kans krijgen, want vaak komen de makers van buitenaf.

De wil, de drang om te choreograferen, waar komt die bij ieder van jullie vandaan?
M: Als danser voer je in eerste instantie in principe uit wat de choreograaf voor je bedacht heeft. Het is geweldig fijn om ook eens zelf beslissingen te kunnen nemen en je eigen ‘stem’ naar buiten te kunnen brengen. En dat van muziek, tot aankleding en toneelbeeld, dat je alles zelf in de hand hebt, dat voelt goed. Als choreograaf wil ik graag allerlei gedachten opwerpen, dingen aan de kaak stellen, of achterhalen hoe het brein werkt. Voor mij moet het echt ergens over gaan. Daarom hebben we in Fabienne Vegt een dramaturg in de arm genomen, dat is ongebruikelijk in de dans.
I: Iemand die met een derde oog kijkt naar wat we maken, die in de gaten houdt waar het naartoe gaat, het concept en de ‘frames’ bewaakt, en die ons op het rechte pad houdt.
M: Voor mij is communiceren met het publiek erg belangrijk. En het creatieproces, actie-reactie, samen aan een voorstelling bouwen, dat is gaaf.
I: Het uitbouwen van een concept dat je op papier hebt gezet, zien veranderen in een levende voorstelling, in iets visueels fascineert me. Op papier kan iets nog zo prachtig lijken, maar om dat te bereiken moet je ook dansers coachen, ze stimuleren, inspireren. Daar houd ik erg van.

Hoe gaat dat: in gezamenlijkheid choreograferen? Wie doet wat en waarom zó?
I: Omdat we elkaar van jongs af aan van zo dichtbij kennen, kunnen we uitstekend samen lezen en schrijven. Op de repetitievloer is het vaak zoeken in samenspraak met de dansers, maar als Marne met een van ze een deel aan het uitwerken is, weet ik precies waar hij heen wil. Op zijn beurt weet hij dat van mij. We kunnen daarom los van elkaar aan de gang.
M: We zijn nog zoekende, maar we weten allebei wat we willen bereiken. Dat verschilt per choreografie trouwens, want ik geloof niet zo in een eigen stijl. Mensen die ons als danser kennen, zullen vast de bewegingen herkennen, maar verder ben ik van mening dat een nieuw concept zijn eigen aanpak en bewegingstaal vraagt.

Wat kunnen we van jullie verwachten in ‘Smoke and Mirrrors’?
M: Ons stuk, op speciaal voor deze creatie geschreven muziek van componist/choreograaf Amos Ben-Tal, gaat over lotsbestemming, een parallel universum, over geloof stellen in een grotere kracht ergens buiten ons. Maar ook over het gegeven op de juiste tijd op de juiste plaats te zijn, over het nemen van stappen vanuit een zeker beginpunt, een aardse laag, naar de toekomst.
I: We delen het stuk op in drie non-chronologische secties. In het laatste deel gaan we de eerste delen als het ware toelichten. Maar onze choreografie gaat ook over menselijke relaties, en over sociale verhoudingen tussen mensen. We gaan heel wat omwoelen! Het moet een experience zijn, en zeker geen statisch schilderij.

Moet je als choreograaf zelf gedanst hebben?
I: Dat geloof ik niet, tenminste niet per sé. ik denk dat het belangrijk is om te weten wat je met een lichaam kunt doen, waartoe een lichaam in staat is.
M: Dat ben ik zeer met Imre eens. Het kan wel dat je als ‘autodidact’ eerder op nieuwe bewegingen komt, maar net als Imre denk ik dat het heel belangrijk is om te weten wat je met een lichaam kunt uitdrukken, hoe ver je kunt gaan, dus wat een danser in fysieke zin aankan. Als danser weet je dat van tevoren.

Taiwan en Athene wachten. Dansenbij NDT – en in de tussentijd choreograferen. Hoe zwaar is dat?
M: Ja, we zijn druk, druk, druk. Bij terugkomst hebben straks tien dagen om de nieuwe choreografie in te studeren met de dansers. Die combinatie van dansen en maken is heel intensief.
I: Het is echt een puzzelstukje om alles passend te krijgen.

kader:
Imre en Marne. Dansende broer en zus uit een dansgekke Noord-Limburgse familie uit Velden, die waarlijk overloopt van danstalent, want ook Myrthe danst aan de top (bij NDT1) terwijl Xanthe bij Batsheva Dance Company in Israël zit. ‘Eerst maakten we furore in de woonkamer,’ lacht Imre van Opstal. ‘Maar we zijn in stadia gegroeid tot waar we nu zijn. Al tijdens onze vooropleiding in Venlo konden we nu en dan zelf een duetje maken.’

kader:
Het tweede programma van NDT 2 is rijk aan contrasten. Smoke and Mirrors toont wereldpremières van associate choreographer Marco Goecke en opkomend choreografenduo Imre van Opstal en Marne van Opstal, naast een herneming van SH-BOOM! (2000) van Sol León / Paul Lightfoot en Sara van Sharon Eyal & Gai Behar. De vijf makers verschillen aanzienlijk in stijl, leeftijd, achtergrond en esthetiek. De jonge dansers van het gezelschap worden daardoor uitgedaagd om zich de verscheidenheid aan werken en danstalen eigen te maken.

In zee met het Zuiderstrandtheater

2015-2016: Ku(n)st aan het strand

‘Laat je wegblazen door klassiek aan zee’, luidt de slogan in de brochure. Pas dit seizoen gaat ‘het enige theater aan de kust’ écht van start.

Ga d’r maar aan staan. Rond de maand mei of juni van vorig jaar, 2014 dus, vlak voordat het voorlaatste theaterseizoen ten doop werd gehouden, bleek na luid politiek gekrakeel dat de Anton Philipszaal en het Lucent Danstheater opeens een jaartje levensverlenging in de schoot geworpen kregen. De theaterdirectie koos daarop in samenspraak met huisgezelschappen het Nederlands Dans Theater en het Residentie Orkest kozen daarop voor een voortzetting van hun meer dan vijfentwintigjarige verblijf aan het Spui. En dat terwijl het betonnen skelet van het Zuiderstrandtheater gedurende de zes maanden voordien juist in een noodvaart uit de rulle zandgrond was gestampt. “Onverwachts had ik een zaal ter grootte van het Lucent Danstheater leeg staan”, gesticuleert Henk Scholten, leidsman van de Anton Philipszaal en het Lucent Danstheater annex chef van het Zuiderstrandtheater, zijn handen in de hoogte stekend. Tevreden terugkijkend : “Maar toch is het gelukt om het voorbije seizoen liefst 120 culturele avonden in het Zuiderstrandtheater te programmeren. Van Today’s Art Festival, het Volkspaleis en Genesis van het Nationale Toneel tot introductieconcerten in samenwerking met het Residentie Orkest, en Open huis-dagen. Inmiddels telt hij zijn zegeningen: “Vooral de akoestiek van de zaal wordt geroemd. De musici van het Residentie Orkest zeggen me: ‘We kunnen elkaar eindelijk weer horen spelen’. Het uitzicht op de duinen is fenomenaal, de bus maakt een stop pal voor de ingang, en er is parkeerruimte in overvloed”.

Als was hij een Zandmotor is Scholten op de ingeslagen programmeringsweg ‘op Scheveningen’ voortgegaan in een zaal die als twee druppels water lijkt op het aloude Lucent Danstheater. Het Zuiderstrandtheater, inmiddels tot De Oester omgedoopt, is dit seizoen goed voor 195 avonden van cultureel vertoon. Dat zijn er weliswaar zeventig minder dan jaarlijks aan het Spui, maar ‘dat kan ook niet anders als je een zaal minder tot je beschikking hebt’. “En in de Nieuwe Kerk gaan we juist méér doen”.

Internationaal
Het Residentie Orkest en het Nederlands Dans Theater behoren tot de vaste bespelers. Het Zuiderstrandtheater richt zich daarbuiten ‘op het beste in muziek, dans en spektakel’. Van klassieke opera’s, liedprogramma’s en barokconcerten, tot balletvoorstellingen, musicals (Grease) en geregeld populaire Bollywood-events. Scholten, winnaar van de Divali Award 2013, houdt van een stevige internationale programmering. En hanteert daarbij een speciale aanpak. Zo stelt hij in eendrachtige samenwerking met opinion leaders uit uiteenlopende Haagse bevolkingsgroepen programma’s samen die voor hen én voor hem aantrekkelijk zijn. “U vraagt, wij draaien. In het stromenland van Nederlandse theater- en concertpodia is zoiets not done”.
De resultante is een baaierd aan uiteenlopende programma’s, soms gedompeld in een festivalsfeer, zoals het Holland India Festival en het Turkije Festival. Maar ook programma’s als Whirling Derwishes (dansende derwisjen) en De Diva’s van de Maghreb. Choreograaf Akram Kahn die langskomt met KAASH, met daarin een gloednieuwe compositie van Nitin Sawhney en het toneelbeeld dat wordt ontworpen door Anish Kapoor. Scholten zelf kijkt reikhalzend uit naar de dansvoorstelling Made in Bangladesh. “Een voorstelling die me zeer raakte toen ik ‘m vorig jaar in Duitsland zag. Twaalf dansers rechtstreeks uit Bangladesh lijken een politiek statement af te geven waarbij ze zich baseren op de Indiase kathak-dans”.

Best of
Het Zuiderstrandtheater leent zich ook prima voor theaterconcerten. Een aantal prominente cabaretiers treedt in dat verband aan: Paul de Leeuw, Brigitte Kaandorp & Metropole Orkest, Karin Bloemen & Wereldband. “Persoonlijk kijk ik zeer uit naar het optreden van good old Randy Newman, een concert dat in samenwerking met Paard van Troje tot stand komt”. Jeugdsentiment, bekent Scholten zonder omwegen. “En natuurlijk naar onze eigen productie Harde Handen, naar de klassieker Op hoop van zegen. Een muziektheatervoorstelling naar het origineel van Herman Heijermans met Loes Luca in de rol van Kniertje en Pieter Kramer, bekend van onder andere Theo & Thea, als regisseur. Maar ook met vele Scheveningse handen en stemmen die meedoen. Harde Handen markeert onze seizoensopening”.
September is sowieso een ‘best of’. “In het korte tijdsbestek van een maand komt de verscheidenheid van onze programmering in alle kleuren uit de verf”. Het programma laat onder meer de dansvoorstelling Free to Move zien en een nieuwe grootschalige choreografie van David Middendorp, maar ook een programma als Club 192 waarin pioniers van de Haagse popmuziek aantreden. In die maand is er ook ruimte voor opera met Puccini’s Madame Butterfly, de meest populaire opera aller tijden.

Dans
Klassiek-romantisch ballet kan evenzeer op de warmte van Scholten rekenen door ruimte te creeren voor Oost-Europese balletgezelschappen die met het ijzeren repertoire langskomen, evenals Het Nationale Ballet met Giselle. Buitenlandse topgezelschappen als de Gauthier Dance Company, Itzik Galili & Israel Opera, Dance Company Nanne Linning monsteren aan. Maar ook tal van Nederlandse moderne-dansgezelschappen hebben onderdak gevonden: Conny Jansen Danst, Introdans, Scapino. En uiteraard weer de kerstproductie met de Dutch Don’t Dance Divsion.

Meubilair
“We hebben deze zomer het foyermeubilair van het Spui naar het Zuiderstrandtheater verplaatst. Het ziet er daar nu veel florissanter uit en het is er veel comfortabeler vertoeven”, vertelt Henk Scholten. Het bestaande publiek zien mee te krijgen naar het Zuiderstrand, noemt hij als zijn belangrijkste opdracht voor het voorliggende theaterseizoen. Net als een breed publiek opbouwen. Hij mikt op een voorzichtige honderddertigduizend bezoekers, een zaalbezetting die overeenkomt met 66 procent. “Door de unieke ligging en onze avontuurlijk programmering gaan we inzetten op het verleiden van nieuwe bezoekers, Scheveningers net zo goed als Hagenaars.

Nieuwe Kerk
‘Maak het mee aan zee’, zo jubelt de slogan die naar het Zuiderstrandtheater leidt. “Maar ook in de Nieuwe Kerk!”, haast Henk Scholten zich te zeggen. De muziek- en danszaal aan het Spui is deze zomer verruild voor het strand, maar de Nieuwe Kerk is ondertussen natuurlijk geen centimeter van zijn eeuwenoude plaats geweken. “En daar programmeren we dit seizoen het hele jaar rond, 56 concerten, van verfijnde kamermuziekoptredens tot energieke urban concerts. Bezoekers, jong dan wel oud, tonen zich altijd onder de indruk van de entourage en de ambiance die van de kerk uitgaat”.