Eerst zien, dan geloven

Nieuwe ‘urban stories’ bij NTjong

Drie theatermakers en het derde oog van een fotograaf verzamelen in een Haagse voormalige kerk, een hindoetempel en een synagoge verhalen over religie en rituelen. Ook ontmoeten ze de buren van die gebedshuizen, want hoe kijken zij aan tegen deze plekken?

De verhalen zijn het startpunt voor een reeks theatervoorstellingen die zich in diezelfde gebedshuizen afspelen. Het zijn buurt-en-kerkhuis Bethel, hindoecentrum Sewa Dhaam in Laak en de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente aan de Prinsessegracht. “Allemaal gebedshuizen en ontmoetingsplaatsen die verscholen liggen in het straatbeeld”, zegt Hanna Timmers, artistiek coördinator van het project.
Het Nationale Theater zoekt nadrukkelijk de stad op en wil de stad het podium op brengen. Maar jeugdtheatergezelschap NTjong, deel uitmakend van Het Nationale Theater, startte al in 2014 een meerjarig theaterproject onder de verzameltitel ‘Urban Stories’. Oogmerk: een actuele stadsbiografie, een verzameling verhalen uit verschillende stadsdelen. Met ‘Urban Stories’ ging NTjong op zoek naar verhalen van deze tijd, en presenteert zij die op onverwachte plekken. De reeks buiten de muren van het theater wordt nu voortgezet met ‘Eerst zien dan geloven’, gemaakt door drie theatermakers: Martijn Klink, Khadija Massaoudi en Els van der Jagt; en fotograaf Johan Nieuwenhuize. Zij verzamelen verhalen rond de drie genoemde gebedshuizen en hun buren, “verhalen over religie, rituelen en gemeenschappen, “ aldus Timmers. De verhalen vormen een reeks theatervoorstellingen in de gebedshuizen, een serie die volgens haar ‘extreem laagdrempelig’ is.

Optocht
Theatermaker Martijn Klink trapt de nieuwe reeks af in Bethel in de Thomas Schwenckestraat, waar verschillende geloofsgemeenschappen hun plek vinden en allerhande sociale activiteiten plaatsvinden. Hij verspreidde kaarten door de buurt waar hij zelf woont: ‘Waar geloof jij in? En hoe doe je dat?’Van tachtig buurbewoners kreeg hij reactie. “De meest uiteenlopende antwoorden doken op. Van iemand die gelooft in de lijn van het verleden, het heden en de toekomst naar de ontwikkeling van de straat. Maar ook kwamen mensen op de proppen met godsbewijzen, met blijken van hun geloofsbelijdenis. En er was iemand die zei: ik geloof in kunst.”
Met deze antwoorden opent hij een ‘theatrale happening’ die eindigt in een optocht door de buurt, en eindigt in de kapel van Bethel. Daar spelen twee acteurs teksten die voortkomen uit interviews die zij eerder met buurtbewoners hadden. Hij noemt het “een zoektocht met het publiek”. En er is natuurlijk muziek, uit de buurt, met het koor De Buren.” Waar hij zelf vooral geloof in heeft? Klink: “Ik geloof in het goede van de mens en dat het geven van een tweede kans geven waardevol is.”

Binnenkant
De 2017-reeks van ‘Urban Stories’ komt voort uit een artikel dat Timmers las in dagblad Trouw over het voornemen om te komen tot een tempelcomplex aan de Gaslaan. “Een van de omwonenden riep in dat stuk letterlijk: ‘eerst zien, dan geloven’.” Maar ze is ook gegrepen door het gegeven dat in het buitenland iedere kerk het bezoeken waard is, al betrapt ze er zichzelf ondertussen op dat ze de binnenkant van de kerk aan de Hoefkade nooit heeft gezien, terwijl ze er nota bene tegenover woonde. Ze ziet kerken als ontmoetingsplaatsen, ook al liggen ze dan soms wat verscholen,

‘Eerst zien dan geloven’ start op 2 februari 2017 en is exclusief te zien in Den Haag in de maanden februari en mei. Meer informatie en tickets via Theater aan het Spui: (070) 346 52 72 en theateraanhetspui.nl.

Urban Stories is een actuele stadsbiografie| Foto: Johan Nieuwenhuize

Advertentie

Schilderijen als drama

NTGent speelt Rothko

Volgens Rothko moest een schilderij een voldragen ervaring tweegbrengen tussen het schilderij en de kijker. ‘Er mag niets tussen mijn schilderij en de toeschouwer staan’. NTGent maakte een toneelvoorstelling over Mark Rothko en zijn schilderkunst: Rood.

Rood. Dat is: Knallend gestifte vrouwenlippen, hoge elegante pumps, een laag gesneden galajurk. Cadmiumrood, karmozijnrood, vermiljoen, rode oker, ossenbloed. Het rode vlak van fotograaf Johan Nieuwenhuize in zijn nieuwe boek IMG_ en Barnett Newman’s doek Who’s afraid of red, yellow and blue III, die zijn ook nogal rood. En dan is er het indringende No. 3 uit 1967 van Mark Rothko. Met name de twee laatstgenoemde werken zijn kleurvlakken waar je je als het ware gehypnotiseerd in kunt verdrinken. Rothko’s kleurformaties trekken de toeschouwer een met innerlijk licht gevulde ruimte in, een ruimte waarin daglicht vijandig is. Rothko zelf: ‘De waardering van een kunstwerk is een ware vereniging van geesten. Evenals in het huwelijk is het uitblijven van gemeenschap grond voor ontbinding.’

Mark Rothko (1903-1970) behoort tot de generatie van Amerikaanse kunstenaars die een totale ommekeer in het wezen van de opzet van de abstracte schilderkunst tot stand bracht. Zijn stijlontwikkeling – van figuratief en visueel naar abstract – is een belichaming van de radicale visie die de naoorlogse wedergeboorte van de schilderkunst in bezit nam. Rothko verzette zich altijd tegen pogingen zijn schilderijen te interpreteren.

Rothko – donkere kleurvlakken bovenin, lichtere daaronder – was al bijkans een godheid toen hij een assistent toeliet. “Maar het was zo dat hij die eigenlijk nodig had”, zegt acteur Servé Hermans, die de rol van assistent speelt in Rood. “Rothko wilde altijd controle, alles zelf doen. Op een gegeven moment was dat niet langer vol te houden en liet hij het opspannen van doeken en het mengen van verf over aan een jonge jongen. Die hij eerst als voetveeg en praatpaal behandelde, maar daarna gaandeweg zijn hoogstpersoonlijke leerling-in-opleiding werd. Een relatie die eindigde in het voeren van eindeloze gesprekken over het wezen van kunst, over schilderkunst en over Rothko’s werken: ‘Je hebt de kunst nodig om niet aan de waarheid ten onder te gaan’. En verder zijn beslag kreeg toen Rothko hem uitriep tot zijn opvolger”.

In het stuk, een tekst van de Amerikaanse schrijver John Logan, zien we Rothko, een rol van Wim Opbrouck, en zijn assistent op het moment dat Rothko een grote opdracht aanvaardt heeft van het Canadese grootbedrijf Seagram, van oorsprong een distilleerder. Voor het nieuwe hoofdgebouw in de Verenigde Staten, dat in New York door architect Mies van der Rohe werd ontworpen, legde hij zich tegen een lucratief geldbedrag dat in termijnen werd uitbetaald vast op het maken van een serie enorme doeken die het bedrijfsrestaurant Four Seasons moesten sieren. Hermans:“Stel je voor: de man die niets tussen zijn doeken en de kijker duldde, díe man ging dus doeken maken die ter decoratie moesten dienen!”

Rothko ontdeed zich uiteindelijk van de opdracht maar zou nog jaren strijden om zijn doeken een betere omgeving te geven. Pas toen hij zag dat ze waren veiliggesteld, in de Londense Tate Gallery, kon hij tevreden zijn. Hij ontsloeg vervolgens eerst zijn assistent. En pleegde daarop zelfmoord. “Dat verhaal is waar”, zegt Hermans. “Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat hij toen al terminaal ziek was.”

Van medio september tot medio januari 2015 is er in het Gemeentemuseum Den Haag een Rothko-tentoonstelling. Daarbij is de voorstelling Rood – genomineerd voor een plek op het Nederlands Theaterfestival 2014 – dan op zijn minst een unieke en uitstekende inleiding te noemen.

Rood door NTGent is te zien op dinsdag 13 mei 2014 in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.ntgent.be en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.