De wereld in handen van een CEO

NTjong & HNT spelen ‘Revolutions

De toekomst? Die is allang begonnen. Hoogste tijd dus om jongeren daarvan te doordringen, vindt NTjong. De theatergroep maakt met ‘Revolutions’ een activistische sciencefictionthriller voor ‘young adults’ en roept op verder te kijken dan de neus lang is.

Drie achttienjarige scholieren. Ze hadden zo-even meegelopen in de Klimaatmars en deden nu hun lunch-inkopen – bij AH after all, toch koning plastic. ‘Meer bloemen’, stond bij de een met watervaste zwarte viltstift in koeienletters op het voorhoofd, ‘meer bloemen’ bij de ander, en de derde had gekozen voor: ‘meer beter.’

“Jongeren die massaal de straat op gaan met supersnedig geschreven protestborden en vrolijkheid, daar word ik gelukkig van,” zegt Daan Windhorst (28), bekend als schrijver van, onder meer, ‘Gifjes’. Hij is de tekstleverancier van ‘Revolutions’, het nieuwe ‘coming of age’ theaterstuk van NTjong, het derde op rij na ‘Lord of the Flies’ (2017) en ‘Bloedlink’ (2018).

“Eigenlijk gaat ‘Revolutions’,” zegt hij, “vooral over hoe je het bezig zijn met jezelf verlegt naar het om je heen kijken – maar dan in de constructie van een sciencefiction-actiethriller.”

Star trek, de originele serie, daarna War of the Worlds van H.G. Wells & Jeff Wayne – en nog wat later de dystopieën Brave New World (1932) van Aldous Huxley en George ‘Big Brother’ Orwell’s 1984 (1948), zijn dat inspiratiebronnen? “Zeker,” zegt Windhorst, “maar dat geldt ook voor de serie Black Mirror (2012) van Netflix en de HBO-tv reeks Westworld (2016),” zo vertelt hij over zijn fascinatie, op jonge leeftijd ingezet, voor het genre van de sciencefiction. “En niet te vergeten: De Cirkel (2013) van Dave Eggers.”

Het grote verschil met 1984, zo vertelt Windhorst, is dat bij Orwell angst voor het communisme en gelijkschakeling van mensen het uitgangspunt was.

“Bij ons is dat de waarschuwing voor het monopolie dat grootkapitalistische technologieën communicatiemultinationals als facebook en twitter straks op communicatie en informatievoorziening hebben. De enige manier om in onze dystopie aan nieuws te komen is via sociale media. Het logaritme daarvan bepaalt hoeveel en welk nieuws je krijgt voorgeschoteld, en de makers daarvan hebben dus heel veel macht. Maar welke dingen gebeuren er in een wereld die je niet ziet?”

“We schilderen een beginwereld als een gelukstoestand voor iedereen, waarin alles 24/7 voorradig is en succes een keuze. We volgen in het stuk drie personages die gaandeweg ontdekken dat de wereld wreder, ingewikkelder en moeilijker is dan ze dachten. We laten ze uit hun bubbel stappen en kritisch nadenken, zodat ze dóórzoeken en niet alles wat ze krijgen voorgeschoteld klakkeloos aannemen. Revolutions gaat dus ook over het proberen te verbreden van het blikveld.”

Privacy
Juist vorige week werd duidelijk dat meer dan de helft van de Nederlandse ouders de telefoon en 80 procent het internetgedrag van hun kind of kinderen nagaat. Ouders zijn vooral bang voor oplichting en cyberpesten. “Natuurlijk blijven kwesties rond privacy niet onbesproken. Het stuk gaat ook over in de gaten gehouden worden en dat je slachtoffer bent van de wereld zoals die aan jou via algoritmes voorgehouden wordt.”

Windhorst geniet naast het genoemde Gifjes bekendheid door onder meer Watsekburt?! en It’s My Mouth I Can Say What I Want To. Voor de Haagse theatergroep Firma MES schreef hij in 2015 het toneelstuk BOT. Als journalist maakt hij deel uit van De Correspondent.

“Van kindsbeen ligt het fantaseren over toekomstige werelden me. Als schrijver ben ik sciencefiction gaan opzoeken omdat het genre me de mogelijkheid biedt om de wereld waarin we nu leven uitvergroot te kunnen tonen, zonder daarbij meteen een waarschuwend vingertje op te hoeven steken. Het is daar een mooie vorm voor. Dat gaat bij mij zo: Je maakt je ergens zorgen over en stelt jezelf dan de vraag hoe het zal worden als het zo doorgaat. Wat op het spel staat is veel groter dan nu te zien is. Daar komt bij dat de vijanden in sciencefiction zichtbaar zijn, in het leven van alledag zijn vijanden verstopt.”

NTjong/Het Nationale Theater: Revolutions. Regie: Noël Fischer. In Den Haag te zien in Theater aan het Spui van donderdag 21 t/m za 23 februari (première) 2019 en op zondag 14 april 2019. ‘Revolutions speelt ook diverse keren voor scholen. Meer informatie: hnt.nl.

Een pot met goud

NTjong viert vijf jaar met goud

Molières De Vrek door de gehaktmolen.

De Vrekkin is bij NTjong een hilarische klucht over materialisme, bol van geheimen, stiekeme verlangens en foute vriendjes. Een zuurstokroze, visueel spektakel voor iedereen van 8 tot 88.

Stinkt geld? Wie droomt er nou niet van om overdadig rijk te zijn? In een supermateriële wereld waarin kinderen vanzelfsprekend opgroeien met de nieuwste gadgets, dure merkkleding en ‘funny trips’, is het voor ouders lastig om grenzen te stellen.

NTjong biedt uitkomst met een knotsgekke bewerking naar de zeventiende-eeuwse (!) satirische komedie van Molière. De familievoorstelling markeert vijf jaar NTjong.

Billy de Walle maakt als stagiair zijn toneeldebuut. Later dit studiejaar hoopt hij als acteur af te studeren aan de HKU in Utrecht. De 22-jarige speelt de rol van de armzalige Valerio. In de ogen van de gefortuneerde moeder uit het stuk, gespeeld door Betty Schuurman, is hij een ‘loser’. Maar ja, wél de ‘love interest’ van haar dochter.

Wat hij nu, bij zijn allereerste interview ooit aan heeft, noemt hij zelf een ‘kloffie’: “Ik reken me niet tot een subcultuur, ben geen beatnik, hipster, gabber of nerd – of het moet zijn dat ik er uitzie als een kunststudent.”

Géén prijzige merkkleding. Nike’s noch Puma’s aan de voeten, en bling-bling schittert van afwezigheid. Geen tatoeages; alleen een pril en ‘cosy’ Italiaans ringbaardje ter decoratie. “Ik studeer niet om het geld, zoals sommigen van mijn leeftijdsgenoten wel. Anders dan ik, hebben zij meteen door wat imitatie is en wat echt. Ik houd juist van ‘vintage’, struin graag tweedehandsmarkten af. Da’s ook lekker economisch. Ik ben niet materialistisch ingesteld. Al is het natuurlijk wel fijn om zonder geldzorgen te kunnen leven.”

Door families als die van de Trumps en de Kardashians denken velen dat rijkdom onuitputtelijk is. De Walle kan zijn oren nauwelijks geloven als hij het hoort: “Melania Trump goes Afrika?! Niet waar! Echt? Het is bizar! Idioot!”

Deze ‘overhaul’ van De Vrek scharniert om een ‘modern family’ met schaamteloos veel te veel geld en omgekeerd evenredig realiteitsbesef. Onder de superstrakke regie van de moeder en haar ‘personal assistant’ leiden zij en zoon, dochter, ex-man plus een onmisbare ‘life coach’ (haar BFF) een leven van megalomane uitzinnigheid. Totdat ze besluit niet langer een wandelende creditcard te zijn.

“Thuis hadden we geen luxeleventje,” stelt de zoon van Stefan de Walle en Esther Scheldwacht vast, “al kregen mijn broer en ik wel alles wat we nodig vonden.” Mijn eerste ‘mobiel’? Hij lacht: “Tja, pas toen ik vijftien was.”

Zou hij miljonair willen zijn? “Het moet angstaanjagend zijn om de jackpot van een loterij te winnen. Je leven verandert drastisch. Dat kan eenzaam uitpakken. Er zijn miljonairsbegeleiders, wist je dat?”

Greenfield
Vrijwel gelijktijdig met De Vrekkin loopt in Fotomuseum Den Haag een tentoonstelling over de ‘rich & famous’ van deze aardkloot, met werk van Lauren Greenfield. “We hebben met de cast haar documentaire Generation Wealth bekeken. Daarvan is me vooral een fragment bijgebleven met een jonge vrouw uit Los Angeles. Haar leven was een aaneenschakeling van decadente, exuberante feesten, opgezet door een fulltime ‘party girl’. Ze sleepte haar zoon mee naar al die dure feesten. Maar hij vertelde zich erg ongelukkig te voelen, zou het liefst dierenverzorger worden. Dat is dus wat rijkdom met je kan doen.” Televisieprogramma’s als Say yes to the dress en My super sweet sixteen? “Ik word daar treurig van.”

Op zijn derde werd hij al naar toneelrepetities meegetroond, kreeg het acteursvak dus letterlijk met de paplepel ingegoten. Toch koos hij eerst voor de Haagse academie voor lichamelijke opvoeding. “Heb ik niet afgemaakt. Ik ben daarna gaan ‘studieshoppen’. Toen pas ontdekte ik dat een toneelopleiding mij goed paste.”

Hij mag dan weliswaar beschikken over acteursgenen, toch blijft het hard werken, vindt hij. “Ik wil me eerst ontwikkelen. Ik merk dat het hier bij NTjong al heel anders toegaat dan ik van school gewend ben.”  Als beroepsacteur wordt hij later vast niet badend als een Dagobert Duck in gouddukaten wakker. “Dat geeft niet, zolang je maar voor rollen gevraagd wordt.”

NTjong & HNT: De Vrekkin. Zaterdag 20 en zondag 21 oktober 2018 en van woensdag 2 tot en met vrijdag 4 januari 2019 in de Koninklijke Schouwburg. Onderdeel van De Betovering, internationaal kunstfestival voor de jeugd. Meer informatie: hnt.nl.

Er was eens…

NTjong speelt Robotje

In het eerste hoofdstuk van Ik, Robot van Isaac Asimov (1920-1992) beschrijft de als Rus geboren maar als Amerikaan ter aarde bestelde schrijver de fictieve vriendschap tussen het meisje Gloria en Robbie.

De ouders van Gloria discussiëren over het wegsturen van Robbie, een fijngevoelige robothond, want Gloria’s moeder vreest dat Robbie haar kind ooit letselschade toe zal brengen. Haar man reageert vol onbegrip, zelfs verbolgen: Robbie is immers geprogrammeerd en geproduceerd volgens de Eerste Wet der Robotica? Dan kan er dus gewoonweg helemaal niks misgaan.

Kern: Kan een mens vriendschapsgevoelens voor een robot koesteren en deze vriendschap onderhouden? In een wereld vol oprukkende seksrobots, zorgrobots en sociale robots lijkt het slechts een kwestie van tijd voordat het zover is. Regisseur Noël Fischer van het jubilerende (5 jaar!) NTjong draait in de Robotje dit gegeven een kwartslag door zich af te vragen of een robot in staat is emoties te voelen. En zie: Als haar Robotje in een ver-weg-universum voor het eerst een mens van vlees en bloed ontmoet zet dat de leefwereld van de automaat op z’n kop. Mensen begrijpen wat een knuffel is of een schouderklopje, maar Robotje moet alles nog leren. Je als een mens gedragen blijkt best moeilijk.

Een passage die naar Asimov verwijst is in Robotje, een voorstelling voor zesplussers, niet te vinden. Sterker: er wordt in Robotje geen woord gesproken op één kernachtig zinnetje na: ‘I am human, I come in peace’.

Op het podium zien we een buitenformaat pinda staan, als een ruimteschip (maar dat kan wat mij betreft ook best een onderzeeduikboot voorstellen) op pootjes. Uit dat schip komt met veel vertoon van mist Robotje te voorschijn. Even later duikt vanuit een andere hoek een astronautenfiguur op, die zich aanvankelijk ook in nevelen hult. Het loopt, natuurlijk, op een ontmoeting tussen de twee uit. Vervolgens ontspint zich een heerlijk visueel avontuur, een beeldverhaal dat jong en oud gekluisterd houdt.

De verbazing die Robotje en de astronautenfiguur over elkaar ten deel valt wordt verrassend uitgespeeld. Ze snuffelen aan elkaar, vinden elkaar vreemd, maar ook wel aardig. Er komen aan het eind zelfs (zelfgebouwde) kinderrobotjes aan te pas. Het verhaal eindigt in een gezamenlijk vertrek in de ruimtepinda, op naar samen een nieuwe ontdekking.

Wees niet bang voor iemand die vreemd lijkt, voor avontuur, zo lijkt de boodschap in een pindadop vervat. Bij mij borrelden associaties op met het aloude Evoluon. Ook een tikkeltje vreemd, maar wel lekker. Zoals je dat ook wel overkomt bij eerste beluistering van David Bowie’s ‘Space Oddity’.

Mimers Titus Boonstra en Willemijn Zevenhuijzen hebben met Robotje puik werk geleverd, net als de ‘jarige’ Fischer. Het resultaat is een liefdevolle, vertederende voorstelling over het overwinnen van latende angst voor wat vreemd lijkt.

NTjong: Robotje (6+). Gezien op zaterdag 29 september 2018 in Theater aan het Spui.

Door het vuur gaan

NTjong speelt Griekse klassieker.

Voor haar ouders gaat ze door het vuur. Ifigeneia. Met uiterste consequenties. “Kinderen zijn onmetelijk loyaal.”

De glimlach van een kind, zong Willy Alberti anno 1968 rondborstig, doet je beseffen dat je leeft. Mag zijn, maar Alberti’s oneindige tegeltjeswijsheid ten spijt, ziet Ifigeneia’s vader zich niettemin genoodzaakt het bloed van zijn eigen dochter te offeren. Hoe dan? Zolang wind uitblijft kan koning en opperbevelhebber Agamemnons oorlogsvloot niet uitvaren. En lukt het niet de Trojanen in de pan te hakken, terwijl die toch de vrouw van zijn broer hebben geschaakt. Artemis, godin van beroep, is weliswaar bereid wind op te steken, maar vraagt in ruil daarvoor een offer: zijn lievelingsdochter.

Bedrog, kindermoord en wraak, zoals zo vaak in Griekse klassiekers? “Voor mij,” zo ontkracht regisseur Noël Fischer, moeder van twee kinderen, de veronderstellingen, “staat in deze bewerking oneindige liefde voorop. Namelijk de liefde die ouders koesteren voor hun kinderen, en die andersom nog veel sterker is: kinderen zijn loyaal, onmetelijk loyaal ten aanzien van hun ouders. ‘Ifigeneia Koningskind’ is zeker geen onmenselijk griezelverhaal, eerder een avontuur van een jong meisje met een grote mond maar een lief hart. Ze komt niet om, maar verdwijnt in een windvlaag. Naar het nu vertaald is Ifigeneia Koningskind bijna als een kruising tussen ‘Ronja de Roversdochter’ en ‘The Hunger Games’.”

Sarah Bannier, titelrolspeelster Ifigeneia, schiet in de lach: “Ja, dat snap ik wel.” Al heeft ze ook haar eigen gedachten: “Een oud stuk in een modern jasje. Ifigeneia vindt van zichzelf dat ze niet genoeg verantwoordelijkheid aan de dag legt, ze denkt dat zijzelf of haar gedrag schuldig is aan de schreeuwende ruzies die haar ouders hebben. Ze wordt voor een onmogelijke beslissing gesteld aan de vooravond van een grote oorlog. En ze trekt daaruit de uiterste consequentie voor zichzelf: ze wil alles voor haar ouders oplossen  en zichzelf daarvoor opofferen.”

Opofferingsgezind. Een heldin.”Ze wil de wereld redden.”

Bannier (27) heeft schik in het spelen van een brutaal nest. “Ik leer veel, duik voor deze rol in mijn kinderjaren, mag fel en direct zijn. Het is erg leuk om veel verschillende kleuren te spelen.”

Met Ifigeneia Koningskind (8+) componeerde toneelschrijfster Pauline Mol 26 jaar geleden een meeslepend verhaal over een moedig meisje. Ze vertelde Euripides’ 2400 jaar oude stuk voor het eerst vanuit het perspectief van het kind. ‘Als ik naar het altaar ga ben ik een godin zo belangrijk dat het hele volk jubelt. Mijn leven heeft ineens een betekenis. Ik ben geschiedenis. Onsterfelijk. (…) Alles in een keer opgelost. Want mijn ouders zijn goed en trots op mij. En ik ben hun sterke dochter. Dat is toch ontroerend.’ Het was een van de eerste rigoureuze toneelbewerkingen van een klassieker voor kinderen. De tekst werd recentelijk uitgeroepen tot beste jeugdtheatertekst. “Alleen al van papier of pdf – zó te vinden op internet – gaat die rechtstreeks het hart in,” meent Bannier, bekend van onder meer ‘Minoes’ en het ‘Sinterklaasjournaal’. Fischer stemt knikkend in. “Ik was ook meteen erg gegrepen.”

Hoe lost Fischer, moeder van twee kinderen, thuis echtelijke ruzies zelf op? “Die spreken we apart van de kinderen uit.” Bannier, nog geen kinderen: “Ik ben opgegroeid in een harmonieus gezin, heb nooit wat van ruzie tussen mijn ouders meegekregen.”

Fischer zet voor het eerst haar tanden in een Griekse klassieker. “Zeker, er gebeuren daarin Onvoorstelbaar Grote Dingen. Mensen vragen me waarom ik dit oude verhaal wil opdissen. Maar dat is toch een rare vraag?! Dit verhaal moet blijven verteld worden, net als, bijvoorbeeld, dat over Kaïn en Abel of dat van de Ark van Noach. En dat moet gebeuren in het theater, anders zijn we straks overgeleverd aan de tv. Tere achtplussers? We hadden tijdens de repetities een klas op bezoek. Iedereen van ze was muisstil en alles werd meteen begrepen .” Bannier: “Je moet kinderen niet onderschatten.”

NTjong: ‘Ifigeneia Koningskind’ (8+). Te zien in Theater aan het Spui op vrijdag 6 en zaterdag 7 (première) oktober 2017. Ook op dinsdag 12 en woensdag 13 december 2017.

Diepmenselijk jeugdtheater

NTjong in seizoen 2017-2018

Het theaterseizoen van NTjong – een van de bedrijfsonderdelen van Het Nationale Theater – draait In grote lijnen draait om twee grote producties. Dat zijn Ifigeneia Koningskind en Bloedlink, “naast enkele reprises van bewezen successen en een veelheid aan projecten,” vertelt artistiek directeur Noël Fischer. Het jeugd- en jongerentheatergezelschap trekt land in maar is ook veelvuldig in Den Haag te zien.

In Ifigeneia koningskind (8+) staat koning Agamemnon voor de gruwelijke vraag of hij zijn lievelingsdochter moet offeren om de goden gunstig te stemmen. Als hij dat doet en de goden hem helpen zal hij misschien zijn volk kunnen redden. NTjong neemt als vertrekpunt voor de aloude Griekse klassieker de versie van schrijfster Pauline Mol ter hand. “Het mooie is dat zij het oorlogsverhaal beschrijft vanuit de ogen van het kind Ifigeneia. Mol doet dat in poëtische maar ook aansprekende taal van nu. Er komt ook wat Engels in voor, op de momenten dat Ifigeneia niet mag te weten mag komen wat haar ouders over haar aan het bespreken zijn.”

Voor Fischer, die met deze productie voor het eerst een Griekse tragedie regisseert, is ‘Ifigeneia’ in de eerste plaats een verhaal over loyaliteit. “Een kind is immens loyaal aan familie, probeert iedereen bij elkaar te houden. ‘Ifigeneia’ is voor mij dan ook een diepmenselijke vertelling waarin ook veel plaats is humor en waarin ook lichtheid voorkomt.”

‘Ifigeneia’ vormt met de ‘Oresteia’ die Theu Boermans dit seizoen bij Het Nationale Theater gaat maken, en met ‘The Nation’ van Eric de Vroedt een driehoek. “De eerste twee zijn overgeleverd uit de oudste theatergeschiedenis, terwijl De Vroedt onze huidige tijd fileert.”

In de hoofdrollen van Ifigeneia Koninsgkind zien we Jaap Spijkers in de hoednaigheid van koor (rei) en verteller, en Sallie Harmsen als Klytamnestra. Sarah Bannier, bekend als de lievelingspiet van Sint, speelt Ifigeneia.

Dat is meteen een mooi bruggetje naar de reprise van ‘Klaas’ (5+). “We kregen veel verzoeken om dit nostalgische stuk rond de muts van de Sint weer te spelen,” legt Fischer uit.

De andere grote productie is voor NTjong Bloedlink, een stuk voor veertienplussers waarin een docente haar leerlingen het nodige aan cultuur wil bijbrengen. Als uit de rugzak van een van haar pupillen een wapen te voorschijn komt, ontaardt de les in een gijzeling. “Klinkt zwaar”, geeft Fischer toe, “maar het onderliggende thema is waarom kinderen verplicht moeten leren wat ze voorgeschoteld krijgen. We maken deze voorstelling samen met DOX, en de regie is van Casper Vandeputte.”

Als seizoensopening wordt de voorstelling In mijn hoofd ben ik een dun meisje hernomen. “Die was vorig seizoen vaak uitverkocht, zo hoorde ik mopperen. Nu krijgen ze dus een nieuwe kans.”

hnt.nl

‘Flinterdunne beschaving’

William Goldings Lord of the Flies voor twaalfplussers bij NTjong

Een groep jongens, pubers nog, moet het na een vliegtuigcrash samen zien te rooien op een onbewoond eiland. Wat gebeurt er als mensen hun primaire driften laten gelden en angst regeert?

Een rauw verhaal over een groep opgeschoten jongens die razendsnel volwassen móet worden – maar daar hopeloos in faalt. William Goldings roman Lord of the Flies (1954) is een schokkende en ontroerende survivaltrip over vriendschap, compassie en het recht van de sterkste. Er zijn geen volwassenen te bekennen. En dus is er geen toezicht en zijn er geen regels. Afgesloten van de buitenwereld zijn ze op zichzelf aangewezen.

Al snel vervagen morele grenzen dan en heerst het recht van de sterkste. “Wat we beschaving noemen is flinterdun,” merkt Noël Fischer op, regisseur van het theaterstuk. “Lord of the Flies is allereerst een prachtverhaal, een klassieker, rond een groep jongens waar een gevecht om de macht uitbreekt,’ vertelt ze. ‘Normale, sympathieke jongens veranderen er in halve wilden, geweld wordt tussen hen de norm. Verruwing en verharding. Wat is dan de positie van de zwakkeren? En waartoe zijn wij dan als groep bereid? Waar verliezen we ons gevoel voor beschaving?

Het verhaal fascineert mij sinds ik het als puber las. Eigenlijk gaat het over oorlog, hoe dicht oorlog onder ieders huid ligt, en hoe compassie, empathie en redelijkheid het afleggen. In deze tijd van extremen en polarisatie – waar de sfeer en de gevolgen van oorlog iedere dag in de media voelbaar en zichtbaar zijn, mensen op de vlucht slaan maar ook hier in Nederland mensen zich onveilig voelen – vind ik dit een fantastisch actueel verhaal voor een jongerenvoorstelling.”

Bij Het Nationale Theater is het de kunst om grote, klassieke verhalen naar nu te brengen, zegt Fischer. “En daar hoort dit verhaal zeker bij, hoewel het boek vijftig, zestig jaar oud is. Lord of the Flies past naadloos in de traditie van boeken als 1984, Animal Farm, Brave New World en, nu hoogst actueel, The Hunger Games.” Een mooi rijtje. “Het zijn verhalen die duidelijk maken hoe het ons kan vergaan als een systeemfout ontstaat. Een dystopie.”

Laboratorium
“Het idee van een onbewoond, verlaten eiland is dat je in een laboratoriumsituatie terechtkomt,” zegt acteur Bram Suijker. “Op zo’n eiland met weinig spullen voorhanden en maar weinig omhanden, zitten de jongeren opeens midden in een politiek debat zonder dat ze het zelf goed beseffen.”

Suijker, sinds 2013 een vaste waarde is bij Het Nationale Theater, het ‘moederbedrijf’ van NTjong, speelde onder meer in ‘De revisor’, ‘Tasso’, en ‘Het verzamelde werk van Shakespeare (ingekort)’. In ‘Lord of the Flies’ neemt hij de rol van Jack op zich. “Die probeert de macht in handen te krijgen, wil graag de baas zijn, zoals je dat ook wel ziet op een speelplein waar kinderen aan het knikkeren zijn.”

Hij is in zijn nopjes met de verworven rol. “Ik heb sinds de toneelacademie niet in een jeugdtheatervoorstelling gespeeld, heb de laatste jaren vooral de komische noot gespeeld. Met dat clowneske was ik eigenlijk wel een beetje klaar. Toen Noël vroeg of ik deze psychopaat wilde spelen was het voor mij: Ja natuurlijk! En Jack is geen duivel in zwart-wit hè, Jack is en blijft een jongetje. Op de speelplaats loert hij hoe ver hij kan gaan, ziet geen volwassenen om hem tegen te houden  en prikt daarom steeds verder. Het is een dankbare rol. Eigenlijk vind ik dit spannender dan voor volwassenen spelen. Kinderen maak je minder snel iets wijs: Als jij je maar voor de helft geeft, dan haken zij af, denk ik. Kinderen reageren heel direct. Volwassenen hebben nog altijd een idee waarin ze mee kunnen gaan.”

Fischer vult aan: “Maar omdat je met dit verhaal bijna in de science fiction en de fantasy zit, zijn ook video en muziek belangrijk. Toch is dat uiteindelijk allemaal vormgeving. Waar het echt om gaat is de acteurs, die moeten je ‘triggeren’, jongeren moeten met ze meegaan.”

12+
Lord of the Flies is bedoeld voor jongeren vanaf 12 jaar. Fischer: “Twaalfplussers moeilijk? Ik zeg: Een geweldige leeftijdsgroep! Prepubers en pubers. Het materiaal is natuurlijk ook echt te pittig voor jonge kinderen. Het is eigenlijk jongerentheater. Het gáát ook over jongens ongeveer van die leeftijd.” Zelf was ze op die leeftijd een tikkeltje rebels: “Mijn ouders hebben mij op een jongensschool moeten doen. Door mijn wilde en brutale gedrag was ik op de meisjesschool kennelijk niet te hanteren. Misschien was ik toen niet zo’n heel aardig meisje,” lacht ze.

In Den Haag is Lord of the Flies uitsluitend te zien in Theater De Nieuwe Regentes, het voormalige overdekte zwembad dat twintig jaar geleden al eens tijdelijk werd betrokken door Het Nationale Toneel, toen de Koninklijke Schouwburg onder handen werd genomen. Fischer, ook artistiek leider van NTjong: “Ik vind het belangrijk om je gezicht op verschillende plaatsen in de stad te laten zien. Daarom gaan we hier ook educatieve projecten doen.”

NTjong, Nationale Toneel & de Veenfabriek: ‘Lord of the Flies’. Van donderdag 9 tot en met zaterdag 18 maart 2017. Première: zaterdag 11 maart 2017. Meer informatie: ntjong.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 53 72.

Stad en land ondersteboven zetten

Het Nationale Theater zoekt ‘best of both worlds’

Ze doen iets volslagen nieuws, in theatraal Den Haag – en daarom moet en gaat het roer er zeker zes maal om. Inspireren, daar draait het om. Cees Debets en Eric de Vroedt, twee mannen die de inhoud graag voorop stellen, leggen het graag uit.

Het Nationale Toneel, NTjong, de Koninklijke Schouwburg en Theater aan het Spui zijn bij elkaar op schoot gekropen. In andere woorden: Een van Nederlands grootste en gezichtsbepalende toneelgezelschappen met daarin heel wat kloeke acteursnamen, dat Den Haag en het land tot in alle hoeken en gaten bespeelt, is nu in één organisatie samengebracht met een van de mooiste schouwburgzalen die het land rijk is, plus daaromheen ook nog eens een aantal fijne vlakkevloerzalen. Gooi dat alles in een hoge hoed bij elkaar en zie: we noemen haar Het Nationale Theater! Het resultaat moet een ‘verdubbelaar’ worden, zoiets als een en een drie kan zijn. Iedereen van 2 tot 80 kan er terecht, van maker tot bezoeker.

Op een manier die uniek is in de vaderlandse theatergeschiedenis werden in de aanloop tot Het Nationale Theater uiteenlopende barrières geslecht, want theater en gezelschap bijeengevoegd. ‘Ontschotten’ noemt Debets het. Maar waarom moest dat eigenlijk? ‘Zovéél redenen,’ zegt Cees Debets, directeur programmering. ‘We kunnen nu veel dichter op de polsslag van de tijd en op de actualiteit programmeren, en we kunnen dat in perspectief doen en zo samenhang creëren.’

Hij ziet nog een voordeel: ‘Er zijn veel nieuwe mensen hier in huis gekomen, dat zet deuren en ramen open. We willen een ontmoetingsplein zijn dat midden in de samenleving staat, een rotonde waar je zelf bepaalt welke afslag je neemt. We willen inspireren en voeden. Maar wel met steeds ‘het woord’ dat centraal staat. Dat gaat van cabaret, toneel en jeugdtheater tot theatercolleges, discussieavondjes en debatten. Zo hadden we in november rond de voorstelling RACE het programma … is HOT. Met sprekers, ‘scènes des vaderlands’, een fragment uit die voorstelling, stand-up comedy en muziek door onze fonkelnieuw geformeerde huisband; en alles in een losse sfeer. Zulke … is HOT-avonden komen er meer, want er moet meer reuring komen. Op maandag 20 februari is de tweede HOT-avond, Idealisme is HOT, rond de verkiezingen.’

Oud én nieuw
We kunnen nu, zegt hij, veel sneller schakelen ‘want we hebben zelf alle mogelijke koppelstukken in huis, van jong talent tot de top. We kunnen zo nodig meteen aan de slag.’ Voorbeeld dan maar? ‘Actrice Romana Vrede speelde in RACE van Eric de Vroedt.
Zij maakte vorig jaar zelf de indringende voorstelling  Who’s afraid of Charlie Stevens over haar autistische zoon. Die voorstelling is hernomen. Dat kan nu dus probleemloos.’ Nóg een winstpunt: ‘Bij iedere voorstelling zoeken we steeds de zaal die er het beste bij past, of dat nou een van de beschikbare acht (!) zalen ‘binnenshuis’ is, dan wel een locatie elders in de stad of in het land. Maar, zo geeft Debets een voorlopige winstwaarschuwing af, ‘de veranderingen zijn niet van de ene dag op de andere zichtbaar’. Voor de vele vaste bezoekers blijft gelukkig sowieso veel bij het oude, haast hij zich te zeggen. Want: ‘Ook Jochem Myjer staat volgend seizoen als vanouds in de Koninklijke Schouwburg, hoor.’

De stad centraal
Eric de Vroedt, nu artistiek directeur en later opvolger van Theu Boermans als directeur producties, ziet Den Haag als een stad die overloopt van drama en tegenstellingen: ‘Van Binnenhof en Paleis Noordeinde tot Schilderswijk en Laak, en van zand tot veen’. In zijn nieuwe voorstellingenreeks The Nation verwerkt hij de indrukken die hij opdeed uit de stad, momenten en situaties die bij hem opborrelen of frapperen, en bereid tot een liefst zesdelige theaterserie die zich de komende maanden voltrekt. Een hedendaags epos, dat volgens hem ‘niet zachtzinnig’ wordt, en wel wat weg heeft van de tiendelige theaterserie mightysociety die hij in het verleden maakte: ‘Geëngageerd toneel, maar dan niet-cynisch. En het wordt ook een ‘whodunnit’. Zo houdt hij de spanning erin.

Dat brengt De Vroedt op de nu al illustere ‘strategische tafel’ van Het Nationale Theater. Daar worden alle programmavoorstellen in gezamenlijkheid tegen het licht gehouden. ‘Vroeger ging het vooral om voorstellingen in- of verkopen,’licht De Vroedt toe, ‘maar wij, Het Nationale Theater, zijn veeleer op zoek naar ‘programma’s’, naar concepten. Waarmee we verder pogen te reiken dan een op zichzelfstaand avondje toneel alleen.’

Al zijn en blijven die er natuurlijk ook. Zo brengt NTjong in maart Lord of the Flies uit. ‘Daarvan kun je zonder omwegen van genieten, maar er zijn ook uiteenlopende educatieve projecten omheen bedacht. Of neem Jeanne d’Arc. Daarmee kiezen we ervoor om met onze poten middenin de geloofsrichtingenstrijd te staan die de wereld van vandaag de dag splijt. Die voorstelling kun je ‘los’ zien, maar we presenteren er ook een heel randprogramma omheen, met als centrale vraag: Hoe ver ben jij bereid te gaan?

Ten slotte is er Ondertussen in Casablanca van regisseur Jeroen De Man. ‘Daarin wordt een gevierd acteursechtpaar over hun vak geïnterviewd, terwijl de nietsontziende werkelijkheid-van-alledag aan hun poorten rammelt.

Vuurdoop
Met RACE heeft De Vroedt als regisseur inmiddels zijn vuurdoop in Den Haag beleefd. The Nation is zijn volgende project. Hij ging er als volslagen nieuwkomer voor woelen onder tal van maatschappelijke organisaties in de hofstad, van voedselbank tot Des Indes, en van bewonersorganisaties tot boksschool. Net als Debets is De Vroedt overtuigd van de winst die van de kernfusie uitgaat. ‘De ene medewerker heeft er een gezelschap bij, de ander een ‘huis’. De deurtjes staan open en dat zorgt bij ons meteen al voor een sterke impuls.’

Meer weten? Kijk op nationaletoneel.nl, ntjong.nl, ks.nl en theateraanhetspui.nl.

 

Eerst zien, dan geloven

Nieuwe ‘urban stories’ bij NTjong

Drie theatermakers en het derde oog van een fotograaf verzamelen in een Haagse voormalige kerk, een hindoetempel en een synagoge verhalen over religie en rituelen. Ook ontmoeten ze de buren van die gebedshuizen, want hoe kijken zij aan tegen deze plekken?

De verhalen zijn het startpunt voor een reeks theatervoorstellingen die zich in diezelfde gebedshuizen afspelen. Het zijn buurt-en-kerkhuis Bethel, hindoecentrum Sewa Dhaam in Laak en de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente aan de Prinsessegracht. “Allemaal gebedshuizen en ontmoetingsplaatsen die verscholen liggen in het straatbeeld”, zegt Hanna Timmers, artistiek coördinator van het project.
Het Nationale Theater zoekt nadrukkelijk de stad op en wil de stad het podium op brengen. Maar jeugdtheatergezelschap NTjong, deel uitmakend van Het Nationale Theater, startte al in 2014 een meerjarig theaterproject onder de verzameltitel ‘Urban Stories’. Oogmerk: een actuele stadsbiografie, een verzameling verhalen uit verschillende stadsdelen. Met ‘Urban Stories’ ging NTjong op zoek naar verhalen van deze tijd, en presenteert zij die op onverwachte plekken. De reeks buiten de muren van het theater wordt nu voortgezet met ‘Eerst zien dan geloven’, gemaakt door drie theatermakers: Martijn Klink, Khadija Massaoudi en Els van der Jagt; en fotograaf Johan Nieuwenhuize. Zij verzamelen verhalen rond de drie genoemde gebedshuizen en hun buren, “verhalen over religie, rituelen en gemeenschappen, “ aldus Timmers. De verhalen vormen een reeks theatervoorstellingen in de gebedshuizen, een serie die volgens haar ‘extreem laagdrempelig’ is.

Optocht
Theatermaker Martijn Klink trapt de nieuwe reeks af in Bethel in de Thomas Schwenckestraat, waar verschillende geloofsgemeenschappen hun plek vinden en allerhande sociale activiteiten plaatsvinden. Hij verspreidde kaarten door de buurt waar hij zelf woont: ‘Waar geloof jij in? En hoe doe je dat?’Van tachtig buurbewoners kreeg hij reactie. “De meest uiteenlopende antwoorden doken op. Van iemand die gelooft in de lijn van het verleden, het heden en de toekomst naar de ontwikkeling van de straat. Maar ook kwamen mensen op de proppen met godsbewijzen, met blijken van hun geloofsbelijdenis. En er was iemand die zei: ik geloof in kunst.”
Met deze antwoorden opent hij een ‘theatrale happening’ die eindigt in een optocht door de buurt, en eindigt in de kapel van Bethel. Daar spelen twee acteurs teksten die voortkomen uit interviews die zij eerder met buurtbewoners hadden. Hij noemt het “een zoektocht met het publiek”. En er is natuurlijk muziek, uit de buurt, met het koor De Buren.” Waar hij zelf vooral geloof in heeft? Klink: “Ik geloof in het goede van de mens en dat het geven van een tweede kans geven waardevol is.”

Binnenkant
De 2017-reeks van ‘Urban Stories’ komt voort uit een artikel dat Timmers las in dagblad Trouw over het voornemen om te komen tot een tempelcomplex aan de Gaslaan. “Een van de omwonenden riep in dat stuk letterlijk: ‘eerst zien, dan geloven’.” Maar ze is ook gegrepen door het gegeven dat in het buitenland iedere kerk het bezoeken waard is, al betrapt ze er zichzelf ondertussen op dat ze de binnenkant van de kerk aan de Hoefkade nooit heeft gezien, terwijl ze er nota bene tegenover woonde. Ze ziet kerken als ontmoetingsplaatsen, ook al liggen ze dan soms wat verscholen,

‘Eerst zien dan geloven’ start op 2 februari 2017 en is exclusief te zien in Den Haag in de maanden februari en mei. Meer informatie en tickets via Theater aan het Spui: (070) 346 52 72 en theateraanhetspui.nl.

Urban Stories is een actuele stadsbiografie| Foto: Johan Nieuwenhuize

Barbie in Disneyland

Buitenissig NTjong zet een punt

Giftigkrijsende zuurstokkleuren. Een tienerkamer die eruit ziet als een über-schreeuwerige kermisattractie. Het is de hardcore piste voor ‘In mijn hoofd ben ik een dun meisje’.

Zo rond het twaalfde levensjaar wordt het bommetje onontkoombaar, voor meisjes nog oneindig veel meer dan voor jonge knapen: je moet er goed uitzien om mee te kunnen, om erbij te horen. In ieder geval niet op te vallen. Merkkleding is een must-have en een licht arrogante houding waaruit een vanzelfsprekende hang naar glamour blijkt, het devies. Het door media voorgespiegelde (westerse) schoonheidsideaal is daarbij het fundament: blank & slank, wespentaille, volle borsten en zo mogelijk een pontificale billenpartij, al dan niet afgetopt met een hoofddoekje.

Als je er fantastisch uitziet, dan moet je wel gelukkig zijn. Toch?

De sardonische lach door de mechanische clown die neonlachend aftrapt, is de voorbode van een weinig zachtzinnig rozepaars theateravontuur dat wacht. Aan de hand van een potpourri, een carrousel aan showy Las Vegas-taferelen zapt een beeld voorbij van de wereldproblemen waarmee de gemiddelde twaalfplusser (V) tegenwoordig kennelijk dagelijks worstelt: Barbie in Disneyland. Of andersom juist: Disney in Barbieland. Hoogtepunt in de voorstelling: dropschoenveters, donuts en yokidrink die samen in een blender tot superdrank worden vermalen. Maar al na een half slokje wordt het goedje uitgebraakt. Maar de rest ervan wordt wel steels, onder de arm, meegenomen.
In een wereld die iedere dag weer meer op seksdrift belust lijkt te zijn – en liefde gereduceerd tot de cohabitatie, met dank aan de hogepriesters van de babyboomers die blij van zin de seksuele revolutie predikten – voor huidige tieners valt geen seconde te verliezen: het devies is Gij zult verleiden of verleid worden.

Buitenissig
Regisseur Noël Fischer haalt met haar voorstelling, net als die blender, veel ondersteboven, achterstevoren en binnenstebuiten, in een knallende en ook een soms knellende voorstelling. De steeds traumatischere beelden, teksten en situaties volgen elkaar snel op. Fischer heeft die gestoken in een exuberante, buitenissige vormentaal, zo ongewoon dat die soms over de hoofden van het publiek, allereerst pubers, heen lijkt te gaan. Het is de vraag of de doelgroep (12+) de vormentaal weet te verstouwen, want niet bedoeld voor al te beschermd opgegroeide tere zieltjes. Wel krijgen hun ouders daarmee een wie weet onthullend kijkje vergund in de doopceel van hun bloedeigen kroost, wezens die ze emotioneel in de verste verte immers allang niet meer hebben kunnen bijbenen, al zijn ze pas twaalf.

Gewaagd
In mijn hoofd ben ik een dun meisje is een gewaagde, persoonlijke en vooral een opmerkelijke voorstelling, bijna een performance, even revolutionair als weerspannig. Die aaneenschakeling en opeenstapeling van beelden kan ook wel irritatie opwekken, of zelfs als gratuit worden ervaren. Want de kunst van het verleiden, ja, die  doet zich al voor sinds de vroegst bekende mensachtigen besloten rechtop te gaan lopen. Niets nieuws onder de zon zou je zeggen.

De boodschap van NTjong reikt echter verder: een statement. Zoek jezelf, wees jezelf. ‘Dikkerdoenerij genoeg, op kantoor en in de kroeg. Als je nou ‘ns geen masker droeg, zou je dat niet beter staan,’ vroegen levende legenden Koot & Bie zich begin jaren zeventig retorisch zingend af. Zouden ze toen al (ook) het schoonheidsmasker voor ogen hebben gehad?
Een belangrijke en moedige voorstelling.

NTjong: ‘In mijn hoofd ben ik een dun meisje’ (12+). Op 23 en 24 april 2016 in Zaal 3 Theater aan het Spui. Tickets via theateraanhetspui.nl. Meer informatie : ntjong.nl.

NTjong verovert harten

2015-2016: NTjong heeft smaak familievoorstellingen te pakken

Kom kijken als je durft, opent NTjong met een plaagstootje in de nieuwe brochure waarin al het moois voor het nieuwe seizoen feestelijk is opgediend.

Hovaardig? Misschien. Maar met twee toneelprijzen – een Zilveren Krekel voor beste voorstelling met Leo & Lena, en een Zilveren Krekel voor beste podiumprestatie voor Polleke – op zak, is het duidelijk dat NTjong sinds het begin in september 2013 een superstart heeft gemaakt, en de harten van jong en oud heeft weten te bereiken met aansprekende, spannende voorstellingen.

Voor NTjong was vorig seizoen Polleke naast een waagstuk, want de eerste familievoorstelling in de geschiedenis van de het Haagse stadsgezelschap, ook een groot artistiek en publiekssucces. Artistiek directeur en regisseur Noël Fischer heeft de smaak van dit genre te pakken want ze zet zich opnieuw aan een stuk voor een brede leeftijdsgroep. Zo gaat tijdens het Haagse jeugdtheaterfestival De Betovering van de herfst de familievoorstelling Het schaap Veronica (8+) in première in de Koninklijke Schouwburg. De beroemde, hilarische rijmen van Annie M.G. Schmidt over de belevenissen van een eigenzinnig schaapmens worden hiermee voor de allereerste keer voor kinderen op de planken gebracht. Schmidt schiep rond 1950 een paar karakters waarmee zij een hilarisch beeld kon geven van het knusse, gezellige, maar soms ook benauwende en hypocriete Nederland van die tijd. Humoristische, hier en daar wat kolderieke gedichtjes over de dagelijkse belevenissen van het schaap. De dames Groen, de dominee en natuurlijk het schaap zelve zijn daarna al snel tot het klassieke cultuurgoed van Nederland gaan behoren.

Het Schaap Veronica gaat over een gedroomde jeugd, verzonnen door iemand die als klein meisje eindeloze middagen in haar eentje moet zien door te komen. Volgens Fischer wordt het een speelse ode, met liedjes en een sing-a-long, aan de fantasie, en een liefdevol verweer tegen vertrutting en kleinzieligheid. “Het schaap Veronica – dat is een schilderijtje van bourgeoisie waar ik me heel prettig in voelde. Als het enige schaap erin. Een dartel beest. Het waren sterk autobiografische versjes, ja”, bekende Annie M.G. Schmidt indertijd in een interview met Ischa Meijer.

Verder bij NTjong: een eindejaarsmusical, Sinterklaas, geworstel met puberlijven, filosofieles met Don Quichot, origami-verhalen, internetvriendschap en een rondreizend minifestival!

Kader:
Kom, zei het schaap Veronica, ik ga eens naar de hemel / Ik wil nu wel eens weten wat er waar is van die praat / Het klinkt mij in de oren als gezever en gezemel / Dan ga ik zelf toch even kijken hoe het boven gaat?

Meer informatie op ntjong.nl.