Het gezin als transitplek voor beschaving

Rob de Graaf schreef In die Nag voor toneelgroep Dood Paard

Toneelgroep Dood Paard maakte Freetown, de voorlaatste tekst van zijn hand, tot een succesvoorstelling. In 2011 werd die geselecteerd voor het Theaterfestival in Vlaanderen én in Nederland, terwijl actrice Lies Pauwels voor haar rol de Colombina kreeg. Momenteel speelt Dood Paard dit stuk – over drie vrouwen die op verre stranden genegenheid zoeken en heel goed weten dat je nooit iets voor niets krijgt – in theater La MaMa in New York. “Ik kan daar niet bij zijn, helaas,” zegt Rob de Graaf, schrijver van Freetown, ”maar ik krijg goeie berichten door.”

De Graaf is wat je noemt een gelouterd schrijver. Zijn palmares omvat tot tweemaal toe de Taalunie Toneelschrijfprijs en hij heeft inmiddels bijna negentig teksten voor toneel op zijn naam. Momenteel speelt diezelfde groep met de onmogelijke naam zijn nieuweling: In die Nag, waarin losjes de textuur doorklinkt van Lange Dagreis naar de Nacht van Nobelprijswinnaar (1936) Eugene O’Neill, en met wat als zijn magnum opus wordt beschouwd, gelauwerd met een Pulitzer Prize in 1957. Als navolger van sociaal-realistische schrijvers als Tsjechov, Ibsen en Strindberg beschreef hij in dat autobiografisch getinte stuk een dag uit het gesloten gezinsleven van de Tyrones. Ook In die Nag hanteert die familiaire setting van een gezin met een vader, een moeder en twee zoons. “Dood Paard wil soms het experiment aangaan, dan weer op hun manier een well-made play spelen. In dit geval wilde Manja Topper, een van de actrices van acteurscollectief Dood Paard, graag als reflectie op de tijd waarin we leven een stuk over een naar binnen gekeerd, geïsoleerd levend, gezin wilde maken. En zo kwamen we op O’Neills stuk. Maar bij lezing ervan ontstonden allerlei vragen en werd het idee geopperd om dan maar een nieuwe tekst te schrijven. Dat werd In die Nag.” De Graaf klom in de pen en kwam tot een onorthodox toneelstuk in drie delen. Daarin staat een gezin centraal dat zich gevangen voelt in de werkelijkheid en slechts bijeen wordt gehouden door gefnuikte ambities. Het besluit zijn toevlucht te zoeken in een ver, vreemd land. Met in het eerste deel een zedenschets van het Nederland anno nu, waarin een semi-intellectueel Tokkies-achtig gezin dat Nederland de rug wil toekeren als lijdend voorwerp dient; in deel twee opeens een semi-poëtische bijna symbolische overtocht per boot plaats vindt; en datzelfde gezin zich in deel drie als emigranten terug vindt in het tegenwoordig voor veel inheemse blanken onheilzame, onherbergzame Zuid-Afrika, waarin het zich aangepast beweegt maar desondanks als ‘white trash’ volledig kopje onder dreigt te gaan. “Maar hoe diep de spiraal ook naar beneden draait – een elementaire levenskracht blijft tot op het allerlaatst bestaan. Wat er vandaag niet is, dat kan morgen toch nog komen…”,zo karakteriseert De Graaf het laatste deel van zijn nieuwe stuk.

Dat deel wordt in het Zuid-Afrikaans gespeeld. “Dat land heeft historische banden met ons land en hun taal lijkt op die van ons. Daarom hebben we het gesitueerd in het 21e-eeuwse Zuid-Afrika. De tekst van het laatste deel is mede daardoor vertaald in het Zuid-Afrikaans. Wonderlijk om te horen is dat: ‘Drank sit in ’n bottel. Een ongeluk sit in een klein hoek’. Vergis je niet in de moeilijkheidsgraad die dat met zich meebrengt voor de acteurs. Steeds lijkt de taal op het Nederlands, maar zijn bijvoorbeeld de uitspraak en de werkwoordsvormen net iets anders dan ze gewend zijn. Juist daardoor moeten ze steeds heel scherp blijven.”

Dood Paard met In die Nag is te zien van woensdag 19 tot en met vrijdag 21 december 2012 in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.doodpaard.nl en www.theateraanhetspui.nl . Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

Advertentie

Goed willen, maar kwaad doen

Het Nationale Toneel speelt O’Neills Long Day’s Journey Into Night

In de lawine aan premières die Het Nationale Toneel dit seizoen in haar eigen Toneelkwartier in Den Haag over ons uitstort, is met Long Day’s Journey Into Night een mooi, maar huiveringwekkend  slot gekomen. Bericht uit een helsoord.

Goed willen, maar kwaad doen. Wel kunnen vergeven, maar niet vergeten. ‘Het verleden is toch het heden?’, houdt Mary Tyrone haar man James en twee zonen Jamie en Edmund voor. ‘Het is ook de toekomst. We proberen ons er allemaal onderuit te liegen, maar dat staat het leven niet toe.’

De bijna als een verzuchting uitgesproken hartekreet doet ze op het moment dat moment het leven al flink heeft huisgehouden in de Tyrones. Rondom Mary (Ariane Schluter) cirkelen haar echtgenoot, de in onroerend goed sjacherende vrek en alcoholicus (Jaap Spijkers), die ooit als steracteur een fortuin verdiendende echtgenoot; een nietsnut van een oudste zoon, Jamie, die zich als vilein en nietsontziende borderliner ieder uur laat vollopen met whisky (Vincent Linthorst); en een wat inerte, aan tbc lijdende jongste zoon Edmund, alias O’Neills alter ego (Tijn Docter).

Als een volleerde junk neemt Mary dagelijks flinke doses morfine in om de pijn te verdrijven van de schuld die ze voelt sinds ze haar jongste kind verloor. Opnieuw nam ze een kind, Edmund, een goedmakertje, maar dat besluit voelde al tijdens haar zwangerschap niet goed. En zie het resultaat: haar jongste zoon is uitgegroeid tot een ziekelijk, aan tbc lijdend joch. Ook die kwelling verdrijft ze dag in dag uit met het opiaat. Alleen dat maakt de gesel van het dagelijkse gezinsleven verdraaglijk, gevolg van een bestaan waarin te lang alles met de mantel der liefde bedekt is gebleven.

Dit ook als Lange dagreis naar de nacht bekende werkje is een angstaanjagend gruwelijk want autobiografisch familiedrama, waarvan de Amerikaanse Nobelprijs en Pulitzer Prize-winnaar Eugene O’Neill (1888 – 1953) besloot dat het als biecht, bekentenis, afrekening en memoires ineen, pas 25 jaar na zijn dood vrijgegeven mocht worden. Bij wijze van eerbewijs werd die wil niet eerbiedigd.

O’Neill was een ware onheilsmagneet: goudzoeker, matroos, zwerver, journalist, toneelschrijver: hij vond zichzelf vaak terug aan de zelfkant van de maatschappij. Tot hij in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw tot een toonaangevend en vernieuwend toneelauteur werd van freudiaanse meesterwerken die ook hier te lande nog altijd regelmatig opgevoerd worden: Mourning becomes Electra, Strange Interlude en Desire Under the Elms.

Wie is schuldig aan de regelrechte hel die O’Neill voor ons optrekt? Is het de verslaafde moeder die als jongedame haar huidige man huwde, hem steevast op zijn tournees volgde, waar ze steevast in vierderangs hotels en tot ver na middernacht moest wachten op zijn komst? Is het haar man die opgroeide in bittere armoede, successen in het theater vierde, maar mede daardoor zijn vrouw in eenzaamheid dompelde, haar geen echt thuis kon bieden, en die geen cent teveel wil spenderen aan een kuur voor hun jongste zoon? De oudste zoon dan? De opstandeling die als peuter uit pure nijd zijn toenmalige broertje de andere wereld in hielp, en die uit zelfvernietiging alles en iedereen die hij tegenkomt te gronde wil richten? Of is het dan toch Edmund? Op het oog geheel ongewapend lijkt hij het kind van de rekening te zijn. Maar ook hij dient rekenschap af te leggen: kiest hij misschien niet te lankmoedig partij voor zijn vader? Het lijkt op een rampzalige keten van aansprakelijkheid, waarin ooit een zwakste schakel het lot van een gehele familie tot in de derde generatie bepaalt. Juist die overweging maakt het stuk aangrijpend, een dergelijke levensloop kan ons namelijk allemaal overkomen.

Long Day’s Journey Into Night is een stuk in de traditie van een Ibsen en Strindberg. Temidden van de heldere maar wat conventioneel aandoende regie, en het sterke ensemblespel door een cast die snel weet te schakelen en in prestaties aan elkaar gewaagd is, steekt Ariane Schluter er evenwel bovenuit. Eerder straalde ze al eens in Strange Interlude, waarvoor ze werd geëerd met een Theo d’Or. Een nominatie lijkt ook nu niet ver weg. En dat allemaal na een debuut in het Haagse in 1990, toen regisseur Johan Doesburg haar een rol aanzocht voor een rol in de voorstelling Watersnood.

Nationale Toneel: Long Day’s Journey Into Night. Te zien in het Nationale Toneel Gebouw tot en met  zaterdag 7 juni (wo t/m za); zo 25 mei: matinee. Reserveren: 0900 – 3456789. Voor meer informatie: www.nationaletoneel.nl.