Emotionele extremisten

HNT en Oostpool in Kinderen van Judas van Jeroen De Man

In het leven valt er in uiteenlopende soorten en mate(n) gezellig te griezelen. In boeken, op TV, het filmdoek, de muziek. Maar er is nu ook effectbejag op het aloude toneelpodium.

Met satanisch genoegen zet Jeroen De Man met Kinderen van Judas zijn messcherp gevijlde hoektanden in een fenomeen dat menigeen rillingen bezorgt: dat van de eeuwig levende vampiers. ‘Vampiers bestaan, Punt.’

Secret societys zijn er in overvloed. Dark web, ruige motorclubs, KKK, vrijmetselaars, tempeliers. Heksen, spoken, geesten, zombies en weerwolven. Vampiers zijn evenwel van een andere orde. Bovennatuurlijke buitencategorie. Van een andere dimensie want menselijke ‘ondoden’. Dracula en Nosferatu zijn tot stijliconen uitgegroeid van een grofkorrelige nostalgie. Want tel maar op: vampiers zijn machtig en onsterfelijk, en ze waren aanwezig bij zowat alle heuglijke mensengebeurtenissen die de wereld hebben gevormd tot wat hij nu is – ehh, voor zover ze tenminste ingeroosterd waren.

Intussen heeft een van de vampiers in Kinderen van Judas’er tabak van. Hij is ongelukkig. Een ijzige grafstemming heerst derhalve in uitzichtloos vampierenland. Na millennia van steeds weer richting geven aan de dagen, iedere dag opnieuw, heeft hij het he-le-maal gehad, een burn-out ligt op de loer. Bijna doodverveeld. Slechte PR doet de rest. Net een mens. Doel: Hij wil de wereld zuiveren van poëzie.

Het is voor Jeroen De Man en zijn acteurs, een mix van spelers uit het tableau van Het Nationale Theater en Toneelgroep Oostpool, een dankbare opmaat om tot een exuberant spektakel vol galgenhumor en ‘sick jokes’ over te schakelen, die evenwel verder gaan dan louter gegriezel om gruwelijke griezels.

Nee, hun vampierlandschap is een speeltuin in fluorescerende plastictinten op huiskamerformaat, maar laat ook een mooi ‘memento mori’ zien voor de sterfelijke diersoort die de mens is, kalm uitgesproken door Joris Smit. De tragedie van de mens is immers niet dat hij weet dat hij sterft, maar juist dat de wetenschap dat de laatste deur wijd openstaat voorwaarde om tot handelen over te kunnen gaan. Anders gezegd: In de allerlaatste momenten van het leven beseffen je poriën pas echt dat ze leven.

In Kinderen van Judas wemelt het ondertussen van verwijzingen naar popmuziek (dat met death metal en types als Marilyn Manson en Alice Cooper rijk toebedeeld is), naar filmhistorie (True Blood en Only Lovers Left Alive) en zelfs naar apocalyptische facetten van de bijbel.

De Man tart graag theaterwetten. Dat liet hij bij De warme Winkel al zien. En ook in Ondertussen in Casablanca, zijn veelgeprezen debuut vorig jaar bij HNT / Oostpool, deed hij zulks met genoegen.

Dit keer echter even vaak hilarisch als melig. Een fantasierijke maar gedurfde mislukking die toch vier sterren waard is. Waarom? Wel, De Man haalt het beste in acteurs naar boven, geeft ze hun spelplezier terug. Een lesje in pure levenslust dat overslaat. Maar twee uur aan zuivere speeltijd blijkt wat veel van het goede. Of slechte dan. Dat trekt zelfs een eeuwig levende vampier niet.

Met halloween (met jaar op jaar een recordaantal moorden in de VS) op komst, horrorclowns die aan de orde van de dag zijn en Harvey Weinstein lijken we trouwens allang in een wereld van ondoden beland.

HNT/Oostpool: Kinderen van Judas. Van ma 6 tot en met wo 8 november 2017 en vr 15 en za 16 december 2017 in Theater aan het Spui. Meer informatie: hnt.nl.

Advertenties

Lachen naar de dood

Hans Dagelet & Jacqueline Blom bij Toneelgroep Oostpool in iHo

De discussie rond een actief en legaal levenseinde is hyperactueel. Met iHo gooit Oostpool een knuppel in het hoenderhok.

De Amerikaanse Pulitzer Prijs-winnaar Tony Kushner chreef met iHo een veelkantig huiskamerdrama en familieportret over een man van 72 die aan Alzheimer leidt en een doodswens koestert.

iHo is de verkorte titel van The Intelligent Homosexual’s Guide to Capitalism and Socialism with a Key to the Scriptures or iHo uit 2009. Bij Toneelgroep Oostpool zet regisseur Marcus Azzini zijn tanden in het stuk. Hij leidde twee seizoenen geleden in Kushners Angels in America Jacob Derwig en Maria Kraakman naar de toppen van hun kunnen met ieder een nominatie voor respectievelijk de Louis en Theo d’Or.

Ook in iHo kan hij beschikken over een sterrencast, met deze keer in de gelederen onder meer de ‘Or’ 2017-genomineerden Hans Dagelet en Jacqueline Blom. Begin dit jaar vormden zij in Ondertussen in Casablanca van Toneelgroep Oostpool slash Het Nationale Theater onder regie van Jeroen De Man een hemels komediekoppel: Mr. en Mrs. Lohman. Voor hun knisperende en kwispelende spel werden ze individueel genomineerd voor de belangrijkste toneelprijzen die dit land rijk is: de ‘Louis’ en de ‘Theo’. Het gebeurt hoogst zelden dat de beste acteur én actrice uit een en hetzelfde stuk komen – al gaat het hier vooralsnog om een nominatie.

De werkkamer ten Huize Dagelet. Uit een van de vele verlichte vitrines die Dagelet er heeft volgestouwd met blikken miniatuurspeelgoed en tinnen soldaatjes vist hij, na licht speurwerk, de medailleplak op: de Louis d’Or 1971! In dat jaar deelde hij de prijs met Wim van der Grijn voor hun spel in Gerben Hellinga’s toneelbewerking van Kees de jongen. Hij loopt er vervolgens mee op Jacqueline Blom af: ‘Kijk, zo ziet hij er dus uit!’ ‘Best wel mooi’, oordeelt Blom die het stof eraf veegt met in haar stem een hoorbare tikje verbazing van ontzag.

In iHo delen beiden opnieuw gelijktijdig het podium, al zijn ze deze keer niet elkaars directe tegenspeler. ‘Deze keer zijn we geen koppel hoor’, tempert Dagelet lichtjes maar resoluut het verwachtingspatroon. ‘In dit stuk speel ik Gus, een verstokte communist’, zegt Dagelet. ‘Een wat rare tante,’ zo omschrijft Blom haar personage, ‘activistisch ingesteld en ze is bij Gus ingetrokken nadat zijn vrouw is overleden. Het is een wat ‘geïmplodeerde’ rol die, zoals ik het nu inschat, weinig kansen biedt om groot uit te pakken.’ Ook Gus bezit vreemde trekjes. Blom: ‘Zijn leven lang heeft hij comfortabel van een uitkering kunnen genieten en zet in het leven graag de dingen naar zijn hand.

‘Een manipulatief mannetje’ bevestigt Dagelet, die net als deze Gus 72 jaar is, ‘maar daar eindigt de overeenkomst ook wel zo’n beetje.’ Niet een rol dus die hem bij voorbaat overtuigt. De dag na de eerste gezamenlijke lezing van het script stak Dagelet zijn vinger op, want ‘ik had werkelijk niks met Gus.’ Azzini, die nooit eerder direct met Dagelet noch Blom samenwerkte, ontplofte bijkans: ‘Dit is nog me nog nóóit overkomen! De hoofdrolspeler die niet gelooft in zijn rol!’ Daarna hebben we het in de spelersgroep over Gus gehad. Ik ben hem er beter door gaan begrijpen. En vergeet daarbij dit niet: Kushner schrijft voor iedere opvoering een nieuwe versie, met locale invalshoeken. Ook nu. Dat is spannend.’

Blom en Dagelet zijn het erover eens dat iHo ‘link en doordacht’ in elkaar steekt. ‘Bijna als een partituur,’ zegt trompettist, schilder, schrijver en toneelspeler Dagelet. Voor hem komt het stuk erg dicht op de huid. ‘Mijn vader maakte op zijn 65e in het ziekenhuis een einde aan zijn leven. Daar had ik toen geen enkel begrip voor. Dat is veranderd. Mijn moeder is nog daarvoor aan kanker overleden. Er werd niet veel over het einde gesproken, kop in het zand, doen alsof er niets aan de hand is.’ Bloms ouders zijn nu in de tachtig. ‘Ze hebben elkaar nog, dat is mooi. Maar soms zie ik aan ze dat doorgaan een hele opgave is.’

iHo is niet op voorhand loodzwaar of moralistische kommer en kwel. ‘Wrang, dan weer pijnlijk, ontroerend maar ook erg humoristisch,’ vat Blom samen. ‘Zoals Amerikanen dat zo goed kunnen, maar ook Engelsen en Fransen. Je waant je bij tijd en wijle regelrecht in een komedie. Met humor kun je diepere lagen bereiken. Humor en mededogen heb je nodig om het leven draaglijk te maken en er tegelijkertijd iets wezenlijks over te vertellen.’

‘Komedie, dat is jóuw terrein,’ meent Dagelet, ‘maar nog nieuw voor mij. De laatste vijftien jaar heb ik überhaupt nauwelijks op de theaterplanken gestaan. Zij,’wijzend op Blom, ‘zij is werkelijk virtuoos, een goddelijk comedienne. Het is trouwens veel moeilijker iemand aan het lachen dan het huilen te brengen, wist je dat? Een technische kwestie van timing vooral, maar ook van energie.’ ’En natuurlijk razendsnelle verbeeldingskracht en improvisatievermogen,’ vult Blom aan.’Ik hoop dat je de Louis wint’, zegt Dagelet beminnelijk. ‘De Theo ,’ verbetert Blom hem glimlachend.

Misschien zou er ooit nog een echt vervolg op Ondertussen in Casablanca in zitten? Blom enthousiast: ‘Dan kunnen we weer echt een koppel zijn. Dagelet: ‘En Jeroen De Man moet dat stuk dan regisseren.’

Toneelgroep Oostpool: iHo. Met Jacqueline Blom, Hans Dagelet, Abe Dijkman, Astrid van Eck, Fahd Larhzaoui, Eva Laurenssen, Tibor Lukács, Rick Paul van Mulligen, Chiem Vreeken en Sophie van Winden. Première: zaterdag 30 september, Stadstheater Arnhem. Tournee.

kader:
Azzini over iHo
‘Het stuk is zo rijk als de titel lang. Aan de keukentafel van de familie Marcantonio komen eigentijdse kwesties samen: idealisme, religie, alternatieve gezinsvormen, migratie en euthanasie. Een verhaal over mensen van onze tijd. Ik zag het stuk vorig jaar in Londen en was meteen verrukt.’

‘Ik ben een echte Kushner-fan. Hij is een van onze beste toneelschrijvers. Waarom? Hij voert aan de hand van herkenbare situaties een enorme gelaagdheid op: hoe voed je je kinderen op, hoe leid je je leven, je vorm je je gezin, hoe ga je om met teleurstellingen en verwachtingen, en wat wil je in het leven bereiken. In die kwesties heeft iedereen zijn eigen kruis te dragen. Familieverbanden, samenlevingsvormen, sociale verhoudingen: ik vind dat altijd waanzinnig fascinerende thema’s.’

‘Mijn moeder is 82, woont alleen maar is voor haar leeftijd nog heel actief. Voor mijn zoon probeer ik het best mogelijke te doen, maar soms is er pijn, zijn er teleurstellingen. We moeten ons realiseren: we maken fouten.’

kader:
Multitalent Dagelet
Hans Dagelet dook voor de zomer met trompet en vibrafonist / slagwerker / muziekproducent Jan van Eerd, oftewel Yan. De CD die komt in het najaar uit. Een tweede roman van zijn hand ligt binnenkort in de boekhandel: Fred, filochauffeur.

Een verenpak voor iedereen

Mini-compendium voor succesvol Paradebezoek

Op één enkele dag kun je er uitersten beleven. Van ontroering, verrassing, verdriet en geluk tot verliefdheid, ontrouw en verleiding. Zie dat maar eens te weerstaan, te doorstaan of soms: te verstouwen. De Parade is ‘back in town’.

Zweven is leven. Zegt De Parade. Stadsparken worden omgetoverd tot pittoreske culturele dorpjes. Je kunt er op goed geluk al lummelend of huppelend de spiegeltenten langs, bij avond of bij dag. Je kunt ook van tevoren een blokkenschema opstellen met de optredens en theatervoorstellingen die je per se niet wilt missen en de kaartjes vooraf ‘thuisprinten’. Al heb je in dat geval wellicht drie festivaldagen nodig, want het programma verschilt van dag tot dag.

Hoe dan ook: rosénippend, bierslempend of de keel smerend met eerlijk water: het is er goed toeven, ook al zou het regenen. En omdat er heel wat hippe eettentjes het festivalterrein omringen.

Op de kermis van de Parade vind je artiesten, noem ze kermisklanten. Ze zijn op doorreis, van Rotterdam via Den Haag naar Utrecht en eindpunt Amsterdam. In Den Haag is het Westbroekpark de vaste pleisterplaats. Net als voorgaande jaren onder het leiderschap van directeur/programmeur Nicole van Vessum voeren theater en muziek de boventoon in een mix van oud & vertrouwd en jong & veelbelovend. Ook is er weer een Kinderparade. Den Haag Centraal trok de teenslippers aan en doet verslag van enkele do’s en don’ts van dit jaar.

Theater
Fluisterstil hoeven de optredens op de Parade allang niet meer te zijn want de tijdslots zijn zó verdeeld dat de programma’s in belendende tenten afgelopen zijn of pas een uur later weer van start gaan. Ook is er niet veel geluidhinder van de parademakers die hun koopwaar aanprijzen of van de attracties elders op het terrein. Dat is trouwens minder belangrijk geworden, want puur teksttoneel zie je er niet of nauwelijks, op de Parade gaat theater hand in hand met een knipoog en met het nodige aan muziek.

Zoals in ‘Paradijsvogel’ van vaste Parade-klant Toneelgroep Oostpool, een aanrader. De theatertrip van gevleugelde vriend Rick Paul van Mulligen, geregisseerd door Alex Klaasen, geeft een kruising te zien: Freddy Mercury meets Wim Sonneveld. Volgens hem zijn er twee soorten paradijsvogels: monogame en polygame. De monogame is grijs van kleur, die vliegt toch niet meer uit. De polygame is uitbundig gekleurd want die moet van zijn genen steeds opnieuw scoren.

Maar Van Mulligen rekent buiten de waard want hij vergeet zichzelf: een hitsige, kleurrijke ondersoort. Hij poetst zijn veren op en etaleert ze in al hun pracht en praal aan ons, grijze muizen. In een gelikte retestrakke lokroep kietelt hij, beledigt hij met vuige genoegens, spuit hij vunzigheden gezellig in het rond, spuit hij wellustige woordenbraaksels en bijna-literaire spermatozoa in het rond, en spuwt hij vuur als ware hij een sissende krater. De glimpen van kwetsbaarheid die daar tijdens zijn spreekbeurt doorheen craqueleren maken hem nog mooier. De exuberantie is omlijst met live muziek van Jan en Keez Groenteman. Van die twee zijn ook de aanlokkelijke liedjes die Van Mulligen met veel gevoel voor show en pathos zingt. Een performance om van te watertanden. Dat vermoeden bestond al wel bij bezoekers van de voorstelling De zender van Het Nationale Toneel, waar hij vorig jaar immers flink huishield.

Bijna diametraal daartegenover staat ‘Sombersongs’ van Mugmetdegoudentand / De Tolhuistuin, al tappen ook zij uit het vaatje van theater met muziek. Zingend actrice Meral Polat heeft er een ontmoeting met de Amerikaanse Baby Dee. Hoe somber wil je het hebben, hoe somber kan het worden, met die aanprijzing word je de voorstelling ingelokt. Dee woont sinds een aantal jaren in Zeeland. Eerst dacht ze daar ongegeneerd hard te gaan musiceren, maar het liep anders. “Het is hier zo lekker rustig dat ik ben gestild.’ Op een goed liedje kun je drijven, vindt ze, en bewerkte daarom haar rauwe en heftige nummers tot ballades. Songs die volgens Dee pas gaan vliegen als zangeres Meral Polat ze zingt. Samen bezingen ze in hun muzikale ontmoeting ‘the belonging in a world where dark is allowed’, met Dee die beurtelings begeleidt op harp en accordeon – en ten slotte ook zelf zingt. Prachtige songs, al even prachtig gezongen door Polat – ik werd er in ieder geval goed somber van.

Maar het is niet alleen sombermans gemoed dat de klok slaat: er klinkt hoop door omdat aan het einde de dag zich theatraal laat aankondigen. De ravissante verschijning van Polat, die al eens door het land toerde met het muziekprogramma Meral’s Harem, doet de rest. Doen dus, al bestaat er enig risico op nachtschade.

Op papier veelbelovend, maar niet met eigen ogen gezien: Theater Utrecht met ‘Als je in Brabant een begrafenis plant tijdens carnaval komt er niemand’. Jan Rot en Edda Barends blazen de fameuze voorstelling uit 1982 van Joop Admiraal over zijn demente moeder nieuw leven in: ‘U bent mijn moeder’. Verder is de Theatertroep present met ‘Vaudeville’, een smeuïge ‘potpourri van smerige, grensoverschrijdende en schadelijke scènes voor iedereen’. Ten slotte kun je geheel en al mee De Afgrond in, want het zestigjarige (!) Roodkapje zaak gaat maken van haar opgelopen trauma.

Dans
Een ‘niet doen’ is iET & Davide Bellotta in samenwerking met Conny Janssen Danst. Onder voortdurend ijle gitaarklanken en het net zo ijle stemgeluid van multi-instrumentalist, vocalist en songwriter iET maakte choreograaf en filmmaker Bellotta een voorstelling rond iET’s album Clarity.

Wat we op de Parade te zien krijgen is een plichtmatig aandoend duet dat de loodzware muziek geen meerwaarde verschaft. Zelfs met de videobeelden erbij lukt het niet om zogezegd een snaar te raken, en vooral geen gevoelige. Mocht je toch dans willen zien, probeer dan eens op goed geluk de dansinstallatie ‘OK Future’ van Connor & Lucy.

Muziek
Op muziekgebied gaat de aandacht dit jaar vooral uit naar Ellen ten Damme. Ze bezingt in ‘Je veux l’amour’ het Franse chanson in velerlei toonaarden. Ze laat het genre naar hartenlust herleven. Haar optreden in de Reizende Schouwburg wisselt ze af met eigen nummers. Een ‘do’, want podiumdier-bij-uitstek Ten Damme is als altijd bekoorlijk en attractief, zeker nu ze na ‘Berlijn’ haar rolkoffer vol Franse melancholie heeft gestopt.

Buiten Ten Damme zijn er Alex Klaasen & Henry van Loon featuring De Groentebroers, die voor het laatst met H.E.A.R. hun opwachting op de Parade maken. En niet te vergeten: ‘The Chet Baker Room’ met Marijn Brouwers, Hermine Deurloo, Anne Soldaat en Reyer Zwart. Mooie jazzklassiekers ingebed in een eerbetoon aan de zingende jazztrompettist die dertig jaar geleden uit een hotelraam in Amsterdam kukelde en daarbij het leven liet.

De Haagse connectie
Zaal 4 is op de Parade het verlengstuk van Zaal 3, op zichzelf een loot aan de boom van Het Nationale Theater. Daar fileren De Poezieboys (Joep Hendrikx en Jos Nargy) de dichter Brodsky, nadat ze vorig jaar Ginsbergs werk al eens afgraasden. Ze vieren hun haat-liefdeverhouding tot hem – en al doende tot elkaar.

In Zaal 4 ook Niko, de band die is geformeerd rond Nik van den Berg. Daar wordt energiek met rockmuziek gesmeten in een performance voor volwassenen en apart eentje voor de Kinderparade. Met daarin de nu al onsterfelijke ballade Mayonaise.

Zaal 4 is ook het domicilie van Loek & Yela die in ‘The very tired girl’ bekende maar doodvermoeide vrouwen aan het einde van een dag portretteren. Een bijzonder project is ‘Echte Matties’ van Studio Vrijgewillig, een initiatief van Den Haag Doet en Het Nationale Theater. De voorstelling laat zien hoe mensen met verschillende achtergronden elkaar inspireren. Mooi maat(jes)werk.

Haags is ook De Stimulerende Samenstelling in de MINItwee, gesitueerd rond de Theatertoren. De welhaast overkokende Djuna Couvée geeft in ‘100  ̐C’ in welgeteld tien minuten survivaltips: hoe te handelen bij paniekaanvallen.

Samen met Yannick van de Velde speelt Ton van Kalmthout de voorstelling ‘Wachstumsschmerzen’. Het duo, bekend van de populaire televisieserie ‘Rundfunk‘, gebruikt de voorstellingen van een half uur ter voorbereiding op hun avondvullende programma.

Parademuseum
Vorig jaar lanceerde de Parade het Parademuseum. Beeldende kunst in optima forma. Was toen het Nederlands Fotomuseum aan zet met een installatie rond Ed van der Elsken, nu is dat museum De Fundatie, dat er met de video-installatie ‘Shades of Silence’ een schep bovenop doet.

Maakster Elise van der Linden, talent van het jaar, laat er vier video-animaties zien, waarvan er een speciaal is gemaakt voor de Parade. Groei, verval en eeuwigheid. Je dwaalt er door haar wereld van eindeloze landschappen en architecturale scheppingen. Een reis door een imaginaire wereld. Fascinerend. Doen!

Faits divers
Nieuw is ‘Carcheologie’, een monument voor de (embryonale) staat en het wezen van de automobiel in een heuse graansilo.

In ‘Boekentherapie’ van Literaire Salon Parade kunnen boekenliefhebbers hun hart ophalen. Bekende schrijvers vertellen over de heilzame werking van de letteren.

Kees en Eddie zijn natuurlijk weer present, dit jaar met Rogier aan hun zijde. Tot besluit zijn er, als ieder jaar, weer de vertrouwde vaste acts die houvast bieden als je het even niet meer weet: de Silent Disco of de Levende Jukebox bijvoorbeeld.

Mocht dat alles niet baten, dan kun je je nog altijd tipsy en wel onderdompelen bij de Haute Friture, Hotmamahot, Soul Food of Wild van Wild. Op de Parade kun je het buikje weldadig vullen, weer of geen weer.

De tijd durven stilzetten

Jeroen De Man maakt ‘Ondertussen in Casablanca’

Terwijl een wereldberoemd acteursechtpaar een interview geeft over het vak, dendert de werkelijkheid knalhard binnen. ‘De wereld staat in brand – en wij spelen toneel!’

‘Soms word je wakker en denk je: ‘Vanavond ga ik echt ontzéttend goed spelen.’ En, geen idee hoe, dat gebeurt dan niet. Een andere keer voel je je echt belabberd en misselijk,’ zo legt Jeroen De Man wereldster Alfred Lohman in de mond, ‘algehele malaise. En dan vindt een of andere chemische reactie plaats en ben je briljant. Wat dat dan is, weet ik niet. Je merkt het vooral met komedie.’

Pal voor de avondvoorstelling, een succesvolle herneming, voert gevierd interviewster (Anniek Pheifer) een vraaggesprek met een à la George en Martha bekend acteursechtpaar. Het zijn Lynne Fonteyne (Jacqueline Blom) en Alfred Lohmann (Hans Dagelet). Interviewster: ‘Er zijn geen kleine rollen, alleen kleine acteurs’. Ze vraagt het duo in de authenticiteit van de kleedkamer van de Amsterdamse schouwburg het hemd van het lijf. Tot opeens de actualiteit knetterhard op de deur bonst. Bij regisseur Jeroen De Man bestaat die uit ‘ondertussen’-scènes die zich afspelen in uiteenlopende werelddelen en die het drietal onontkoombaar met de neus op de feiten drukken. Vertwijfeling slaat toe: ‘De wereld brandt – en wij spelen toneel!’
Vakmanschap versus wereldnieuws. “Een interessante tegenstelling”, zegt De Man. “Het overkomt iedereen, in welke beroepsgroep dan ook, dat je zo goed of kwaad het gaat je werk doet, maar dan bij een kopje thee het gevoel je bekruipt dat er wezenlijker, fundamenteler zaken te doen staan in het leven.”
De Man (36) stond zelf als acteur veelvuldig op de toneelvloer, onder meer bij acteurscollectief De Warme Winkel, dus hij kan erover meepraten. Al heeft hij dan voorlopig het acteursjasje uitgedaan want voor de komende vier jaar is hij toegetreden tot het ensemble van Het Nationale Theater, als zijnde regietalent, zoals eerder Susanne Kennedy en Casper Vandeputte er een ‘ontwikkeltraject’ hebben doorlopen.

Pijnbestrijding
‘Ondertussen in Casablanca’ is volgens hem boven alles een ‘komische tragedie’ en ‘een portret van de hedendaagse, ploeterende mens in tijden van narigheid’. Het glas is bij De Man uiteindelijk eerder halfvol dan half leeg.”Ik ben niet negatief gestemd over de nabije toekomst. We weten dat er met zeven miljard mensen een voedselprobleem op ons afstevent en dat er te weinig zoet water voor iedereen is. Het leven wordt straks echt een survival. We moeten stilaan wel iets dóen.”
Hoe hijzelf de pijn van de wereld bestrijdt? Die vraag stemt hem in het repetitielokaal prompt tot enig denkwerk: “Door hard na te denken. We moeten niet alles meteen willen framen. Aan de andere kant: daar is misschien helemaal geen tijd meer voor. Toch moeten we in het theater het lef hebben de tijd even stil te zetten, verwarring durven stichten, bezoekers niet de kans geven onderuitgezakt in een stoel te gaan zitten, maar juist een actieve houding laten innemen en verwachtingspatronen doorbreken.”

Ode
Zijn eerste regie bij Het Nationale Toneel ‘Ondertussen in Casablanca’ noemt hij uitdrukkelijk ook een ode aan het ambacht toneelspelen. Maar is in stilte eveneens een eerbetoon aan de in mei overleden acteur, regisseur en theaterdocent Adrian Brine. Want hij kreeg uit diens handen het gewilde boekwerkje ‘Actors about acting’ van Funke & Booth uit 1961 aangereikt. Een klein bijbeltje dat voor De Man als leidraad dient. “Acteurs uit de jaren vijftig, de gouden eeuw van het toneel voor mij, doen daarin een boekje open over hun vak, onder wie Anne Bancroft, Vivien Leigh en Sydney Poitiers.”

Nieuw elan
“Door de fusie tot Het Nationale Theater stroomt hier momenteel veel nieuwe energie,”stelt De Man vast. “Onder collega’s als Eric de Voedt, Cees Debets en bijvoorbeeld Sadettin Kirmiziyüz is de rotsvaste overtuiging gegroeid dat we in staat zijn een nieuwe weg te kunnen inslaan.” Hij verklapt daarbij ter adstructie het plan voor een serie openbare inspiratieavonden onder acteurs en anderen, zoals die ook al in de jaren zeventig opgezet werden in Het Paradijs, de bovenzaal van de Koninklijke Schouwburg. Toen waren het de acteurs Bas ten Batenburg en Broes Hartman die oprichters en drijvende krachten waren. De Man: “De huidige acteurs willen de deuren opengooien en zichzelf laten zien, willen vooral uitzoeken wat theater nog meer is dan alleen repertoire en spelen in grote producties. Hopelijk lukt het om ‘project Paradijs’ jaarlijks te laten terugkomen.”

Vriendschap
Omwille van de nieuw verworven werkkring heeft hij zijn Amsterdamse gezinswoning eraan gegeven, is met vrouw en twee kinderen neergestreken in Duinoord. Den Haag is een stad vol maatschappelijk avontuur, zo heeft hij gemerkt. “Maar net zo goed een stad van eeuwenoude bossen en landgoederen, parken en pleinen, en natuurlijk zee, duin en strand.” Hij is er al flink opuit getrokken om vrienden te maken in de stad, heeft zijn oor gretig en bereidwillig her en der te luisteren gelegd, is lid geworden van de Vrienden van Den Haag en nu aan hun blad verbonden als columnist, heeft onder leiding van een gids stadswandelingen ondernomen en een speech voor de Vrienden van Nationale Toneel & de Koninklijke Schouwburg gehouden. Waarom? “Theatermakers moeten de ivoren toren uit. Ik wil dat mijn buurvrouw komt kijken naar mijn voorstellingen. En ik knoop dus met haar een gesprekje aan.”

‘Ondertussen in Casablanca’ van Het Nationale Toneel & Toneelgroep Oostpool is van dinsdag 10 tot en met zaterdag 14 januari 2017 (première) te zien in Theater aan het Spui. Aldaar ook van vrijdag 17 tot en met zondag 19 februari 2017. Meer informatie: nationaletoneel.nl. Tickets reserveren: (070) 346 52 72.

 

De wereld? Een smiley!

Tijd voor lachende gezichtjes

De Parade is weer in Den Haag. Het leven is een feestje. Je moet dan wel zelf de slingers ophangen.

Revuetijden herleven in illustere spiegeltenten, taveernes en dranklokalen als de Casa Mondo, Café Correct, Hotel Vilé, Teatro Cuatro en De Blauwe Hemel. Het meervoud van leven, zegt de tweekoppige Parade-directie Loesje in haar programmagids na, is lef. Dat geldt voor het gros van de 625 artiesten, musici en kunstenaars die op het nomadisch variétéfestival van de Parade als zzp’er hun werk doen – net als de talloze Parademedewerkers trouwens. Aan al die zzp’ende toneelspelers en muzikanten wordt op de Parade ruim baan verleend, in tenten met van die klinkende namen.

Voornaamste wapenfeit van de Parade: Altijd is het er leuk, weer of geen weer. Van de trouwens al jaren oprukkende gezellige ‘verleuking’ in Nederland is de Parade een trouwe afgezant. Voor velen is het de opmaat tot een welverdiende zomervakantie. Dus vooral niet te luid hardop nadenken! Toch kun je er, en meer dan vroeger het geval was, ook je innerlijke ik opladen. Anders gezegd: niet alleen het buikje rond eten – het gaat er van haute friture tot crepes artistiques en zelf te bakken poffers bij Au Gwen Marie – maar ook de hersenpan eventjes laten kraken, met goedgemutste, verrassende, geengageerde – en eerlijk is eerlijk, soms ronduit tegenvallende voorstellingen. En als je op een onbewaakt moment de zonnewarmte eens goed op je gemoed en lijf laat inwerken, blijkt dat opeens een weldadig zonnepaneel: Je kunt er weer een tijdje tegenaan! De Parade is door die bril bezien als brandstof voor de (over)vermoeid geraakte geest.

Al een kwart eeuw lang kan dat op het omheinde Parade-terrein – waarvan nu zo’n vijftien jaar in Den Haag. De verzameling die tegenwoordig 23 tentpaviljoens omvat, slaat opnieuw haar kampement op in het Westbroekpark. Daar slaat het je er om de oren met hapklare brokken muziek, met (soms) onderhoudend en soms inventief theater, en met lachwekkende comedy. En, voor het eerst, met museumkunst! Met Het Parade Museum heeft Nederland er in zomertijd opeens een nieuwe presentatieruimte bij. De editie 2016 is ingericht door Fotomuseum Rotterdam, dat van het beroemde fotoboek Eye Love You van ‘straatbeeldfotograaf’ Ed van der Elsken een ‘filmische montage’, een mooie diashow maakte. In de toekomst zorgen andere musea elk een zomer voor de invulling van dit volksmuseum bij uitstek.

Muziek
Op de Parade kun je je wentelen in muziek. In Den Haag zijn er optredens van onder meer de Dopegezinde Gemeente, Herman Pouderoyen, Nachtschade en Philip Kroonenberg. En vanouds is er natuurlijk De Levende Jukebox. Jules Deelder is weer van de partij met Bas van Lier en De Deelderiers. Maar de aandacht gaat toch vooral uit naar Club Helmbreker, een collectief popmuzikanten dat vergeten albums opnieuw onder de aandacht wil brengen. Exact honderd jaar na diens geboortejaar brengt de band integraal de elpee Watertown van Frank Sinatra ten gehore, een conceptalbum dat het verhaal vertelt van een man die, verlaten door zijn vrouw, achterblijft met hun kinderen. De songteksten laten zich lezen als een verzameling brieven die hij aan zijn oude geliefde schrijft, maar nooit verstuurt. Uitgelezen musici (o.a. Anne Soldaat) en een interessante bezetting (met onder meer hoorn, mondharmonica, cello en viool) zorgen voor een gedenkwaardig eerbetoon en mooi rustpunt dat soms ook swingt als de neten.

Theater
Beperkte de Parade zich tien jaar geleden nog voornamelijk tot een muziekovergoten tijdverdrijf; mettertijd is het notenfuifje uitgegroeid tot een theaterparty (104 voorstellingen!) waar vooral jonge honden onbekommerd de hoofdrol opeisen. Een kraamkamer, omringd met een gretig toekijkend publiek van (piep)jong tot (stok)oud. Wat gebleven is, dat is natuurlijk het parademaken. Dat maakt trouwens sowieso een groot deel uit van de lol op het terrein. Neem de acteurs Teun Luijcks en Vincent van der Valk die dat namens Toneelgroep Oostpool doen met Kletsmajoor. Het tweetal belooft vier uur non-stop twee oren van je hoofd te zullen kletsen – en dat blijkt geen loze belofte. Als opwarmer kun je ‘gratis’ hun kleedkamersessie bezoeken; om af te kicken is er een voor iedereen toegankelijke slotceremonie. Daartussenin spelen ze in Teatro Cuatro drie keer een halfuur hun ‘voorstelling’. Nou ja, het is eerder een uit de hand gelopen repetitie, vol gekakel en gebeuzel, maar met enige humor opgedist. Dat dan weer wel. Volkomen sufgeluld kun je je daarna weer laven aan een biertje of wijntje.
Bekende namen uit het reguliere theater geven op de Parade optredens, onder meer Club Guy & Roni met de Poetic Disasters, Servaes Nelissen & Ilse Warringa, Paul Haenen, Orkater, Theater Rast, Sabri Saad El Hamuus & Co, de Theatertroep, Suver Nuver, La Isla Bonita, en Saman Amini (bekend van Nobody Home).
In de Theatertoren, centraal op het terrein, speelt zich LEUK van BonteHond af. Drie levenslustige types proberen de boze wereld buiten te houden, koste wat het kost. En alsof hun leven er werkelijk van afhangt leggen ze hun ziel en zaligheid in uiterlijk vertoon, in entertainment. In een show waar het songfestival een puntje aan kan zuigen. Ze noemen het zelf: ‘een bittere zomershow met een vrolijk maar dun randje’. Een wrang-humoristische aanklacht tegen de hang naar geluk en het dagelijks ontwijken van ellende. Kijk, dát schuurt en schrijnt! Juist op het Parade-terrein waar ‘leuk’ tot levensmotto is verheven. Het leven als een reuzensmiley, een levensgrote! Het leven is een feest Je moet dan wel de slingers zelf ophangen. En vergeet ze niet eerst te kopen!

Theater aan het Spui brengt vijf producties
Waar bekende theaters in Den Haag nog altijd graag de kat uit de boom kijken, pakt Theater aan het Spui op de Parade jaar in jaar graag uit met jong talent. Op de zesde editie dat het er paradeert presenteert het liefst vijf producties, waarvan eentje exclusief in Amsterdam. “Absurd veel,” bekent Cees Debets van Theater aan het Spui. “We doen het omdat we het erg leuk vinden, maar toch vooral om jonge makers publiek te gunnen. Vorig jaar waren dat er zo’n negenduizend.” Een aantal jaren geleden heeft Theater aan het Spui speciaal voor de Parade zelfs een theatertje gebouwd, Zaal 4 geheten. “Ons Houten Huis.”

Talenten kunnen eerst dik twee maanden hun gang gaan in Zaal 3, de zaal van Theater aan het Spui aan het De Constant Rebecqueplein. “Jong talent kan er in die veilige, beschermde omgeving voorstellingen ontwikkelen. Het is een laboratorium.” Hoe pittoresk, intiem en klein aan de buitenkant ook, de houten zitbanken in het Houten Huis bieden plaats aan zo’n veertig bezoekers. Hoewel het speelvlak er hooguit 3 bij 1 meter meet heeft Theater aan het Spui met Zaal 4 de voorbije jaren op de Parade laten zien dat die mini-setting goed is voor toptheater.

De Haagse theatermaker Jos Nargy is voor Debets hofleverancier. Bijvoorbeeld bij de Poezieboys, waarin hij samen met Joep Hendrix blijk geeft van hun voorliefde voor literatuur, Russische underground en de Beatgeneratie, en vooral voor de Amerikaanse dichter Allen Ginsberg. In de voorstelling wordt de vraag gesteld wie Ginsberg was. Nargy: “Wat dreef hem, wie waren zijn vrienden en wat schuilt er achter dat lieve gezicht?” Het duo interviewde mensen die Ginsberg gekend hebben, en lezen voor. Het mondt uit in een ‘documentair-poëtisch experiment’.

Nargy maakt eveneens deel uit van Thomas, Sacha en Jos. Vorig jaar brachten zij een wonderschone versie van Toon Telllegens Een vorig leven, een regelrechte Paradehit. Dit jaar staan ze minus Thomas op de KinderParade. Ze vragen zich daar vertwijfeld af wat ouders doen als kinderen er niet bij zijn, en ontrafelen daarbij en passant eeuwenlang bewaarde geheimen. En, zo kondigen ze aan, hun ontdekkingen zijn bepaald schokkend. Nargy is verder op eigen titel ook te zien in Gilminder, een intieme (no-knuffel) rockshow waarin de kunst van het versieren onorthodox wordt bijgebracht.

Moederland
Actrice Naomi van der Linden speelde onlangs de dochter van Mandela in de musical Amandla Mandela. Eerder dit jaar speelde ze haar voorstelling Moederland in Zaal 3. Vanwege haar donkere huidskleur krijgt ze geregeld de vraag gesteld waar ze ‘eigenlijk’ vandaan komt. “Het antwoord is: Den Haag” zegt ze, “maar dat blijkt zelden bevredigend.” Voor Moederland besloot ze daarom op zoek te gaan naar haar Afrikaanse roots en reisde af naar Zambia. Het levert een bewogen reisverslag op naar het hart van Afrika, een persoonlijke zoektocht naar identiteit.

In Spaceships Know Which Way To Go deelt Vincent Brons met Anneke Sluiters zijn fascinatie voor het universum. Vanaf de microkosmos van de Parade bouwen ze ter plekke een sterrenstelsel en wordt een poging gewaagd het gigantische zwarte hemelspansel dat boven ons hoofd zweeft, te begrijpen. Een sci-fi spreekbeurt die zich afspeelt ergens tussen de grootsheid van het heelal en eenzaam verdwalen in het oneindige in.

Ten slotte tekent Theater aan het Spui twee keer per dag voor radio met Studio Vrijgewillig, een voorstelling/programma/uizending die met headsets te beluisteren valt. Er wordt theatraal verslag gedaan over vrijwilligersactiviteiten op het festivalterrein, waarbij goeddoen en geven centraal staan. Een prikkelend programma, volgens de makers, met toekomst‐veranderende radio en levensverrijkende activiteiten.

KinderParade
Naast de avondeditie is er iedere dag een uitgebreide KinderParade met theatervoorstellingen, muziekoptredens en workshops. De allerkleinsten, peuters, kleuters en al wat verder opgeschoten kroost kan naar hartenlust spelen en kijken. Bijvoorbeeld in Villa Lila om te timmeren, te schilderen of de pet te versieren.

Maar ze kunnen ook naar de Silent Disco, zelf poffertjes bakken of hun gezichtje laten schmincken. Ook zijn er talloze jeugdtheatervoorstellingen. Bijvoorbeeld VONK! van de Toneelmakerij & Het Nut. Op een dag treffen twee jongens treffen in hun geheime heilige hut een meisje aan. Stel je voor! Een meisje! Maar meisjes, die zijn toch stom?! Als uit de hut opeens rook opkringelt schreeuwen de jonge toneelkijkertjes hardop mee: ‘Waar rook is, is vuur!’.

Er zijn op de KinderParade ook jeugdtheatervoorstellingen van Pieter Tiddens, Max Tak, Theater aan het Spui (zie elders) en Percossa/Oorkaan.

Wat is de Parade?
Op de Parade zie je theater-, dans- , mime- en muziekvoorstellingen in tenten die voor het merendeel speciaal voor het festival zijn gemaakt. De Parade-tournee begint in Rotterdam en reist met alle tenten en restaurants via Den Haag (Westbroekpark, vrijdag 8 tot en met zondag 17 juli 2016) en Utrecht door naar eindstation Amsterdam. Tot 16.00 uur is de toegang tot het festivalterrein gratis.

 

Erotiek als oerkreet

Kirsten Mulder als Lulu bij Toneelgroep Oostpool

Een mooi meisje dat er aantrekkelijk uitziet als een geschild appeltje. Lulu is haar korte maar krachtige voornaam. Toneelgroep Oostpool waagt zich aan haar gedrag.

Is Lulu je naam, dan is het voor veel mannen uitkijken geblazen. In kunstkringen is zij ook wel het luxeartikel van de ruwe, ongeremde zinnelijkheid genoemd, evenals een mythologische omschrijving voor Slechte Zaken. Mannenvernietigster, net als de op het oog zo verleidelijke Judith van Klimt die nu in het Gemeentemuseum hangt, Verleidelijk totdat, rechtsonder, je dat afgehakte mannenhoofd gewaar wordt. Frank Wedekinds Lulu, zijn negentiende-eeuwse tragedie met een lustmoord als klapstuk, is een tekst waar regisseurs zich steeds weer – vroeger, later of anno nu – aan wensen te wagen, zoals in Nederland Ivo van Hove, Theu Boermans en Johan Doesburg bijvoorbeeld. Bij Toneelgroep Oostpool maakt Marcus Azzini er een koortsachtig kloppend stuk van dat draait om een jonge vrouw die het donkere verlangen om de ander te bezitten tot een radicale daad maakt. Zo radicaal dat zijn tweede deel destijds in beslag werd genomen, zonder zelf daarbij overigens veroordeeld te worden.

De personages die Wedekind in twee delen (Aardgeest en De doos van Pandora) rond het jaar 1900 op papier zette, en die Oostpool samenbrengt, zijn de weerslag van een idee: mensen teruggebracht tot enkele eigenschappen. Als een dierentemmer modelleerde Wedekind ze in zijn ‘monstertragedie’ letterlijk naar het gedrag van mensen en dieren in een circus: hun leven is als een toer die ze goed of slecht volbrengen. Lulu als slang. Overgeven aan Lulu betekent dan ook leven naar de natuur, waar voor angst geen plaats is.

“Lulu gaat steeds op zoek naar ervaringen die ze nog niet kent”, zo verklaart Kirsten Mulder de drijfveren van haar personage, van ‘haar’ Lulu.“Ze is levenslustig, maar niet per se de mannenverslinder voor wie anderen haar houden. Het is haar gewoonweg niet geleerd of gelukt om dierlijk gedrag af te leren, heeft domweg niet meegekregen wat romantische liefde is. Bovendien is ze nooit eens even alleen, altijd omgeven door mannen. Alléén leven, dat durft ze niet, kan ze niet aan. ‘Lulu’ gaat ook over contact maken, kunnen maken.”

Speelbal
Voor Azzini (Angels in America) is Kirsten Mulder de gedroomde hoofdrolvertolkster. Nog in 2014 won zij de Colombina, de prijs voor beste vrouwelijke bijrol, voor haar rol van de argeloze Honey in Who’s Afraid of Virginia Woolf? in de regie van Erik Whien, eveneens bij Toneelgroep Oostpool.

Wedekinds Lulu spelen is een balanceeract. In handen van minder talentvolle regisseurs en acteurs degradeert het al snel tot een sentimentele draak, tot hilarische flauwekul. “Het is best eng om te weten dat straks alle blikken echt op mij zijn gericht”, kijkt Mulder vooruit, straks gestoken in een doorschijnend huidkleurig kostuum dat strak om haar lichaam sluit en versierd is met een felrode bloem. “Gelukkig krijg ik van Azzini de vrijheid om Lulu mijn eigen gezicht te geven. Ik psychologiseer niet haar karakter, niet haar wezen, probeer haar juist heel licht te houden. Want eigenlijk zoekt ze, natuurlijk, net als ieder ander mens, naar liefde. Het is fantastisch om zoveel kleuren en lagen te mogen en kunnen aanbrengen binnen een en dezelfde rol.”

Wedekind was wars van burgerlijke moraal en schijnheiligheid. Maar ja, alsof er nu nog mannen zijn die dergelijk gedrag zouden reageren. “Voor mij is ‘Lulu’ geen pamflet of een stuk over emancipatie. Wel is het een stuk dat gaat over de kracht van de vrouw, een vrouw die geen speelbal is, geen speelbal wil zijn of worden, een vrouw die aldoor zoekt en vecht. Arnon Grunberg schreef in een van zijn Voetnoten in de Volkskrant: ‘Lulu, dat ben ik. En dat is de essentie. Ook in mannen schuilt een Lulu.”

Toneelgroep Oostpool speelt Lulu met ook Kees Hulst, Teun Luijkx en Benja Bruijning. Koninklijke Schouwburg, maandag 21 maart 2016. Meer informatie: toneelgroepoostpool.nl. Telefonisch tickets reserveren op 0900-3456789.

Is úw geld goed bezig?

Oostpool met paskwil ‘Fresh Young Gods’

Leven we inderdaad in de beste aller werelden? Het filosofisch defait van deze these toonden Leibniz glorieus en daarna Voltaire satirisch al in de achttiende eeuw aan. Regisseur Eric de Vroedt: ‘Ik ben woedend. En verontrust.’

2024 – en het is er allemaal niet beter op geworden. Schaliegas, kolencentrales en broeikasgassen, de virtuele 1140 miljard euro die de Europese Centrale Bank rondpompt, IS, Turkije en de Koerden, Oekraïne, Syrië hebben hun uitwerking niet gemist. Ondertussen staan in een luxe appartement in Dubai-stad fuivende captains of industry zich verveeld een weg door wéér een cokesnuivend sexavondje te banen. Wagonladingen designerdrugs, gladde jongens van Shell én een dame van de CIA. Totdat het alarmerende bericht bij deze ‘fresh young gods’ doorsijpelt: hun grootkapitaalbedrijven wankelen. Eh, huh?, de wereld staat in brand.

De mensheid lijkt zich sinds het derde millennium onophoudelijk van crisis naar crisis te slepen, zich veelal gewillig te laten slachtbanken. Krediet- en bankencrisis, Rabo-witwaspraktijken à la Calexico, vrijemarkteconomie, belastingkoopjes voor multinationals, mutagenen, internationale politieke miskleunen, EU, Maserati-rijdende woningbouwcorporatiedirecteuren, V&D dat goed- dan wel kwaadschiks doodleuk onder CAO-afspraken wil duiken, ProRail versus NS. Terwijl de inkomensverschillen in Nederland en diezelfde kloof wereldwijd alleen maar groter worden – de 85 rijkste mensen hebben evenveel geld als de armste helft van de wereldbevolking – is het woord rente allang afgeschaft en worden spaarders gedwongen te beleggen – als zij straks tenminste nog een pensioentje willen overhouden. Ontketend volkskapitalisme. Als u niets doet, doet uw geld ook niets. Serious money taken seriously. Van geld naar vermogen.

Leugens
Armageddon, de eindtijd. Dan toch? In de ogen van Eric de Vroedt, regisseur van de voorstelling Fresh Young Gods stemt de voorgaande opsomming eerder tot optellen en nadenken dan doemdenken. Optellen van olie en benzine bijvoorbeeld. “We weten allang dat het met de motoren van ons bestaan zo niet door kan. Toch wordt er wanhopig aan vastgehouden. En zo zet de leugen zich voort”.

Nog zo’n leugen. De gevolgen van de gestichte oorlogen in Irak en Afghanistan zien we nu pas in volle omvang op ons bord. “De excuses van Blair? Potsierlijk. Een ‘gespinde’ manier om zijn straatje schoon te vegen. En waar zijn de Bushs’, Koks en Balkenendes nu opeens? Ze hebben er samen een zooitje van gemaakt. En komen er nog mee weg ook”. Maar het collectief ‘à la Naomi Klein’ aan de schandpaal nagelen van politiek en bedrijfsleven – misschien wat al te gemakkelijk? Zo stopte Shell onlangs met boringen in Alaska. “Vind ik niet”, antwoordt De vroedt. “Misschien valt niet alle bedrijven evenveel aan te wrijven. Liberalisering heeft ook goeds gebracht. En niet alle CEO’s zijn monsters. Maar toch: je moet niet álles willen overlaten aan het bedrijfsleven en aandeelhouders die psychopatische trekjes etaleren”.

Drieluik
Fresh Young Gods
vormt het tweede deel van een te voltooien toneeldrieluik van Joeri Vos over Goede Bedoelingen bij Oostpool. Het behelst een reeks schetsen over mensen uit uiteenlopende kringen, van onderlaag en elite tot ploeterende middenklasse. Elk deel biedt een ander perspectief op de botsing tussen die milieus. De Vroedt, maker van de geprezen reeks Mighty Society-voorstellingen en in augustus als artistiek directeur van het Nationale Toneel aantredend met The Nation, een reeks over het gemeentelijk politiek bedrijf: “Fresh Young Gods reikt voor mij veel verder dan die van ‘goede bedoeling’. De ambachtelijke kant van theater, dát vooral is mijn passie. Eigenlijk een utopie in het klein, die wat mij betreft in staat moet zijn door de heersende maatschappelijke dofheid te prikken”. In het vernieuwingsgezinde Fresh Young Gods zijn we daarom getuige van een multimediale achtbaan aan situaties en personages, onderbroken met filmbeelden die refereren aan The Hangover en The Wolf of Wall Street. De Vroedt: “Deze voorstelling is heel precies gemaakt, bijna als een choreografie. Ik kan me gelukkig prijzen dat de acteurs bereid geweest zijn met mij mee te gaan in mijn verontrusting”. Wake up! Oostpolariserend!

Fresh Young Gods door Oostpool is op dinsdag 17 november 2015 te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: toneelgroepoostpool.nl en theateraanhetspui.nl. Telefonisch tickets reserveren: (070) 346 52 72.