Smachtelijke liefde in Romeo and Juliet

Ballet ontmoet wereldliteratuur

Als je de rechterborst aanraakt van het bronzen standbeeld van Julia, in Verona, brengt dat geluk in de liefde. En op het postkantoor van de Italiaanse stad komen tot op de dag van vandaag stápels brieven binnen voor haar en Romeo, iconen van liefde-tot-de dood-erop-volgt.

Daar vlakbij kun je het beroemde balkon bezichtigen, althans dat van de film. En dan is er nog het Casa di Giulietta, waarvan wordt beweerd dat Julia (Giulietta) er zou hebben gewoond. Op de tuinmuren staan liefdesboodschappen gekerfd. Letterlijk hoogtepunt voor veel dames is om op het balkon van Julia te staan. Verona: bedevaartsoord voor verliefde stelletjes.

Twee jaar geleden stond het 450ste geboortejaar van Shakespeare warm in de belangstelling; dit jaar wordt herdacht dat de bard 400 jaar geleden overleed. Zijn werk wordt wereldwijd gedanst, van Europa tot de Verenigde Staten, en van Azië tot Afrika. Het klassiek-romantische ballet laat zich geregeld inspireren door zijn klassiekers. Zoals het ook in andere kunstdisciplines bon ton is om klassiekers uit de kast van de wereldliteratuur te trekken en te ‘verpakken’ in de universele en ontroerende taal van beweging. Zo brengt Het Nationale Ballet dit seizoen in Amsterdam bijvoorbeeld Poesjkins Onegin als een op klassieke leest ingestoken ballet. In Parijs, Londen en Sint Petersburg gebeurt dat ook. En net zo goed in Moskou, Milaan, Seoel en Warschau. Daar, in de Poolse hoofdstad, is sinds 2009 choreograaf Krzysztof Pastor artistiek directeur van het Polish National Ballet. Hij is nog steeds een van de vaste choreografen van Het Nationale Ballet, waar hij tussen 1985 en 1995 ook als danser verbonden was. Als choreograaf maakte hij na zijn danscarrière voor Het Nationale Ballet een reeks avondvullende balletten, en waagde zich toen onder meer aan De storm van Shakespeare, en Sheherazade. Hij staat erom bekend dat hij bij zijn producties vaak video en fotografie inzet.

Allengs is Pastor uitgegroeid tot een belangwekkend choreograaf. Hij heeft al meer dan vijftig balletten op zijn naam staan, en werkt(e) in opdracht van vooraanstaande balletgezelschappen als het befaamde Bolsjoi Ballet, The Australian Ballet en het Hong Kong Ballet.

In 2008 maakte hij Romeo and Juliet voor het Scottish Ballet, op de meeslepende en dramatische balletmuziek die Sergej Profjev rond 1935 bij het Bolsjoi Ballet componeerde voor choreograaf Mikhail Lavrovski. Begin 2014 werd Pastors Romeo and Juliet op het repertoire genomen door het Joffrey Ballet in Chicago, net als door zijn eigen Polish National Ballet.

Dantzig
Het is boeiend om Pastors creatie te vergelijken met de versie die ‘onze’ Rudi van Dantzig (1933-2012) in 1967 maakte voor Het Nationale Ballet, ook omdat Pastor hem ziet als een van zijn leermeesters. Als eerste avondvullende ballet van Nederlandse makelij maakte de productie van Van Dantzig destijds grote indruk. Nog steeds weet het ballet mensen van over de hele wereld diep te raken. Het Nationale Ballet bracht de productie nog in 2012 voor het laatst. Van Dantzigs versie was voor Nederland, toentertijd nog zeker geen ‘gidsland in dans’, een doorbraak. Het was bovendien de eerste integrale versie op de muziek van Prokofjev van Nederlandse makelij.

Waar Van Dantzig een politiek getinte versie toonde van arm versus rijk, is bij Krzysztof Pastor Romeo and Juliet in de eerste plaats een passioneel verhaal, de persoonlijke en emotionele weerslag die een onstuimige liefde weet op te wekken. Hij plaatst de gebeurtenissen rond het onsterfelijk geworden tweetal in een weids decor, in een groot gemonteerde voorstelling waarin hij zo’n 40 dansers op het podium samenbrengt. Zijn Romeo and Juliet is spannend bovendien. Pastors schepping laat ook mooi zien hoe hij uitgaat van de klassieke ballettaal, waaraan hij een modern tintje heeft gegeven. In zijn choreografie tutu’s noch spitzen – maar wel enkele wervelende groepsdansen. Zo is zíjn Romeo and Juliet er een van exploderende onstuimigheid die, net als bij Shakespeare, uitloopt in een dodelijke en strijdbare passie. En eentje met een sluimerende Julia gehuld in négligé.

Romeo & Juliet van het Polish Nationale Ballet is te zien op vrijdag 16 en zaterdag 17 september 2016 in het Zuiderstrandtheater. Meer informatie: zuiderstrandtheater.nl.

Advertentie

Brandpunt van de dans

Met het driemanschap Christopher Wheeldon, Wayne McGregor en David Dawson treedt met Cool Britannia het neusje van de zalm aan van het Britse ballet. Ook artistiek leider van het NDT, Paul Lightfoot, en NDT-gastchoreograaf Hofesh Shechter, hebben Engeland als geboortegrond. Engeland geeft in Europa mede de toon aan als het gaat om vernieuwing van de academische dans. Wat maakt Engeland tot een van de brandpunten in de moderne dans?

Met de bekendmaking van de nominaties voor de jaarlijkse National Dance Awards blijkt de omvang van de Britse danswereld pas echt. Liefst 50 recensenten dienden per categorie vijf namen in. Kom daar hier in ons kikkerlandje maar eens om: hier wordt het überhaupt nog even zoeken naar het dat aantal, dan wel kenners die uit journalistieke motieven en met autoriteit over dans kunnen oordelen.

In tegenstelling tot Nederland is in Engeland liefde en deskundigheid voor ballet en dans niet een zaak van vandaag of gisteren. Sterker: Het land kent een eeuwenlange traditie die, net als in Frankrijk en Italië, terug gaat tot de zeventiende eeuw. Doordat in de negentiende eeuw danspedagogen uit allerlei landen balletstudio’s in Londen leidden, konden Britse danskunstenaars in verschillende stijlen worden geschoold. Aldus is de Engelse balletstijl ontstaan uit een smeltkroes van Franse, Deense, Frans-Russische en Italiaanse danstechnieken, zo is te lezen in Van hofballet tot postmoderne dans, Luuk Utrechts (on)volprezen bijbel van de dans. Volgens hem kenmerkt de Engelse stijl zich door grote nadruk op helderheid en zuiverheid ten aanzien van vorm én inhoud. De vereiste precisie die een danser aan de dag moest leggen werd naast een meetlat gelegd – en ook vandaag de dag wil dat nog wel eens gebeuren.

Voedingsbodem
Deze als eigenzinnig te omschrijven benadering van ballet ten spijt, en ondanks een trits beroemde grondleggers en choreografen die aldaar in de twintigste eeuw opstond, zoals Ninette de Valois, Marie Rambert, Frederick Ashton, John Cranko en Kenneth MacMillan, stond Engeland niet a priori te boek als ‘gidsland’ voor vernieuwingsontwikkeling. Pas de laatste paar decennia is Engeland tot een bloeiende voedingsbodem uitgegroeid voor het doorontwikkelen van ballet en moderne dans. Hoe dat komt? Als we ons bepekerken tot Nederland: Terwijl hier dans als vak in het basis- en voortgezet onderwijs in de kinderschoenen staat is in Engeland dansonderwijs – evenals muziekonderwijs, maar dat terzijde – sinds 1988 opgenomen in het verplichte onderwijssysteem.

Invulling
In Engeland heeft iedere basisschool de mogelijkheid om zelf te bepalen hoe zij het dansvak invult. Dansles betekent hier niet alleen dat een dansdocent pasjes voordoet en dat leerlingen die nadoen, want volleerde theoretici en experts met praktijkervaring hebben zich over het fenomeen ‘dansles’ gebogen. Dat heeft niet alleen tot nieuwe onderwijsvormen geleid, maar ook tot meer variatie in dansstijlen die onderwezen worden. De meerderheid, met name de basisscholen, hebben het presenteren van dansvoorstellingen in het schoolprogramma opgenomen. Toch is deze positie van dans, lees: de gymlessen, niet onomstreden. Want al jaren woedt de discussie of dans een fysieke is, dan wel een esthetische, kunstzinnige, culturele activiteit. De kritiek is dat door dans expliciet onder het vakgebied van de lichamelijke opvoeding te plaatsen de creativiteit en de artistieke waarde van dans intrinsiek wordt ontkend. Langs die lijn van rekkelijk- en preciesheid stellen tegenwoordig de voor- en tegenstanders in Engeland zich tegenover elkaar op.

National Primary Curriculum
Het National Primary Curriculum is een vast onderdeel van de lessen lichamelijke opvoeding op basisscholen. Liefst 96 procent van alle Engelse scholen in het primair en voortgezet onderwijs biedt dans aan, na voetbal de meest populaire activiteit, zo blijkt uit onderzoek. Als zoveel jonge mensen binnen en buiten school met dans in aanraking worden gebracht dan kan het niet anders dan dat de vraag naar dans toeneemt, door makers én belangstellenden. Dat betekent dat daardoor ook meer mogelijkheden ontstaan voor jongeren die van dans graag hun beroep maken.

The Royal Ballet School
De gekweekte belangstelling voor dans straalt ook af op balletscholen en, op getrapt wijze, vervolgens ook op onder meer The Royal Ballet School, als een van de vlaggenschepen van de dans. Aan concurrentie bij The Royal Ballet School totaal geen gebrek. Meer dan tweeduizen0d kandidaten deed er in 2013 auditie. En bijna duizend studenten namen deel aan de verschillende trainingsprogramma’s bij The Royal Ballet School, verspreid over geheel Engeland. Nog eens 928 junioren deden dat ook. Daarbovenop werden 1800 geïnteresseerden door The Royal Ballet School bereikt in talentontwikkelingsprogramma’s. En van de dansers die zijn verbonden aan The Royal Ballet is zeventig procent afkomstig van de eigen school.

Het kan niet anders dan dat bij zulke getallen en het schoolsysteem het talent als bijna ‘vanzelf’ komt bovendrijven. Dat is te kort door de bocht: natuurlijk moet iedere danser en iedere choreograaf nauwlettend in diens ontwikkeling worden gecoacht, voortdurend worden begeleid. En dan komen er pareltjes uit de oester. En dan te bedenken dat ook het muziekonderwijs in Engeland op een zelfde leest is geschoeid.

Kader:
Cool Britannia
Choreografen Christopher Wheeldon en David Dawson creëren ieder een nieuw werk voor Cool Britannia. Christopher Wheeldon nam de uitnodiging aan vanwege de speciale band die hij voelt met Het Nationale Ballet. Hij geldt als een van ’s werelds meest gevraagde choreografen van dit moment. David Dawson zoekt in Cool Britannia opnieuw de samenwerking op met componist Greg Haines. Het Nationale Ballet verleent hem daartoe een compositie-opdracht. Wayne McGregor maakt in dit programma zijn debuut bij Het Nationale Ballet. Van hem staat Chroma op het programma, dat hij in 2006 creëerde voor het Royal Ballet.

Kader:
Associate Artist David Dawson
David Dawson is met ingang van 2015 Associate Artist van Het Nationale Ballet. Dawson, internationaal geroemd als een van de belangrijkste vernieuwers van het klassieke ballet, zal de aankomende jaren exclusief voor Het Nationale Ballet een aantal nieuwe balletten creëren.

Ted Brandsen, directeur van Het Nationale Ballet: “David maakte zijn allereerste ballet in 1997 bij Het Nationale Ballet. Hij heeft hier zijn choreografisch talent tot ontwikkeling gebracht. Zijn talent is nu tot volle bloei gekomen en gezelschappen van over de hele wereld hebben werk van hem op het repertoire. Er is er altijd een samenwerking tussen ons geweest. Ik vind het belangrijk om een topchoreograaf als David Dawson, die inspireert en innoveert, een huis te bieden en vaster aan ons gezelschap te verbinden.”

Kader:
Sterke band
Het Nationale Ballet koestert vanaf de oprichting een sterke band met Engeland. Zo staat Sir Peter Wright’s versie van The Sleeping Beauty nog altijd op het repertoire en danste het gezelschap recentelijk nog Frederic Ashton’s Midzomernachtsdroom.

Andersom is er ook een relatie: Hans van Manen creëerde Four Schumann Pieces (1975) voor The Royal Ballet; en werk van huischoreograaf Krzystof Pastor wordt veelvuldig in Engeland uitgevoerd, onder meer bij het Northern Ballet en Birmingham Royal Ballet. Het Nationale Ballet gaat regelmatig op tournee naar Engeland. De Junior Company was eind mei 2014 en ook in juni 2015 in Londen te gast, terwijl het ‘grote’ gezelschap in een lange reeks optredens nog in 2011 en 2006 deze miljoenenstad aandeed. Omgekeerd waren in Nationale Opera & Ballet altijd veel Engelse dansgezelschappen te zien.

Van de dansers op het tableau van Het Nationale Ballet hebben de volgende een opleiding in Engeland gevolgd of daar gedanst: Matthew Golding, Igone de Jong, Maia Makhatelli, Vito Mazzeo, Anu Viheriäranta, (eerste solisten), Sasha Mukhamedov, James Stout, (tweede solisten), Peter Leung (coryphée), Skyler Martin, (corps de ballet), Maria Andrés Betoret (gast).

 

Swinging Bach

Was Bach zelf een danser? Bach swingt, klinkt het geregeld in danskringen. In Back to Bach laten de choreografen Hans van Manen, Krzysztof Pastor, David Dawson en Ernst Meisner zien hoe dat in zijn werk gaat. Maar zijn muziek wordt ook als heilig beschouwd. Wat maakt de muziek van Bach dan zo aantrekkelijk voor choreografen? Was Bach zelf soms een danser?

“De essentie is”, zegt Matthew Rowe met een geconcentreerde, lichtelijk hemelwaarts gerichte blik in de ogen, “dat de muziek van Johann Sebastian Bach rechtstreeks is afgeleid van dansvormen die toen in zwang waren”. De muzikaal leider van Het Nationale Ballet en chef-dirigent van Holland Symfonia vervolgt: “En van die dansen waren er nogal wat in de mode, met name in hofkringen ten tijde van de barok: allemandes, courantes, gavottes, bourrees, polonaises, gigues, sarabandes, menuetten. Al die vormen zijn regelmatig te beluisteren in composities van de grote Bach”. Johann Sebastian Bach (1685-1750) heeft nooit muziek specifiek voor dans geschreven. Maar veel van zijn composities zijn uitermate ‘dansant’. Vanwege het heldere ritme, de muzikale rijkdom, de emotionele gelaagdheid én de tijdloze vitaliteit. ‘Bach swingt’, weten veel choreografen.

Velen noemen Bachs muziek zwaar of ingewikkeld. Maar even zo vaak klinkt zijn muziek ritmisch en opgewekt. In het boekwerk Dansen met Bach belicht Wim Faas een andere, lichtere kant van Bach.Faas brengt naar voren dat vele van Bachs composities zijn gestoeld op traditionele vormen van en motieven uit volksdansen. Die werden door hem omgevormd tot concertdelen die alleen nog een losse band hadden met de oorspronkelijke dansen. De dansvormen zijn te herkennen in vele, vele van zijn suites en partita’s maar ook in diens orgelmuziek, cantates en zelfs passiemuziek – de slotkoren van de Matthäus en de Johannes Passion zijn in de kern sarabandes. Alreeds in Bachs tijd was het zo dat het spelen of het dansen van een allemande als hemel en aarde van elkaar verschilden, zo is bekend uit verschillende bronnen. Dat komt doordat Bachs dansmuziek wel is geinspireerd op de dansen uit hofkringen rond Lodewijk de Veertiende, de Zonnekoning, maar niet meer geschreven is om daadwerkelijk op te dansen.

Lodewijk stichtte in 1661 de Académie Royale de la Danse, een verbond van dertien dansmeesters uit Frankrijk. Zij legden in handboeken de basisprincipes van het klassieke ballet vast. Rond 1653 ontstond onder leiding van Lodewijk het ‘ballet de cour’, een totaalspektakel. Dansmeesters, vaak componisten of musici, werden aangesteld voor het aanleren. Was het dansen in eerste instantie om naar te kijken en de uitvoering voorbehouden aan geschoolde dansers en danseressen, algauw wilden de hofdames en -heren zelf dansen. Er werd aan het hof natuurlijk niet gevolksdanst. De gebruikte dansen sproten voort uit volksdansen maar de pasjes en bewegingen werden ontwikkeld vanuit de balletkunst.

Faas: ‘Tijdens Bachs leven was wat we nu Duitsland noemen in wederopbouw na een desastreus verlopen dertigjarige oorlog. De Duitse adel spiegelde zich in die periode aan de grandeur van het hof van Versailles. Franse invloeden verspreidden zich zo over de talloze vorstendommetjes’. Muziek, dans en ballet dienden de grootsheid van Lodewijk te onderstrepen maar ook om de adel bezig te houden. Franse dansmeesters waren kind aan huis aan Duitse hoven, onder wie Thomas de la Celle, een leerling van Jean Baptiste Lully, evenals Jean Baptiste Volumier. Bachs dansmuziek is daardoor geënt op de statige Franse stijl van Lully, maar hij maakte er dan wel compleet zijn eigen muziek van. En dat niet alleen. Rowe: “Voor choreografen is de muziek van Bach erg dankbaar in het gebruik. Want Bach legde vaak een verband tussen twee of meer ‘stemmen’. Dat verleent choreografen de mogelijkheid om gelijktijdig twee of meer verschillende verhalen, lees: bewegingen, te vertellen. En dus ook om twee dansers of twee koppels dansers in te zetten.”

Volgens Rowe zijn Bachs composities ook hierom ‘handig’ voor choreografen: “Tellen”. In de zeventiende eeuw werd de belangstelling voor meetkunde allengs groter en gewichtiger, en dat had invloed op de ontwikkeling van het klassieke ballet. Een choreografie weerspiegelde vaak de belangstelling voor perspectivische lijnen en geometrie. Zo’n ‘horizontale’ of ‘geometrische’ dans werd uitgevoerd door een relatief grote groep dansers, die geometrische figuren op de dansvloer beschreven. Barokmuziek kent een ritme van 60 tot 64 tellen per minuut, hetzelfde ritme van onze hartslag. Door deze muziek te horen gaan de hersenen op dit ritme werken, waardoor ze in een ‘alfastaat’ komen. In die staat kunnen mensen tot vijf keer zo snel leren.

Deskundigen menen bovendien dat al de muziek van Bach gecomponeerd is aan de hand van een verborgen getallensymboliek. Een componist moest indertijd zijn muziek baseren op een van tevoren aan de hand van getallen bepaald patroon, precies zoals God het heelal had ‘geconstrueerd’. Of, zoals Matthew Rowe het uitdrukt: “Bachs muziek, die vaak als heilig wordt beschouwd, dat is er een van tellen. Dansen is in de kern hetzelfde”. De vraag lijkt gewettigd: Heeft Bach zelf gedanst? Was Bach zelf een danser?

Uit Faas’ werk: ‘We kunnen het bij zijn statige verschijning – zijn beeltenis met pruik op het hoofd – bijna niet voorstellen. In de literatuur over hem komt een letterlijk dansende Bach niet voor. Maar het is niet onmogelijk dat hij een dansje kan hebben gemaakt. In zijn kinderjaren bijvoorbeeld, met zijn vrouw misschien. Een menuetje of zo misschien.’ Kan best kloppen dus. Zijn Notenbuchlein fur Anna Magdalena, zijn tweede vrouw,staat immers vol met eenvoudige menuetten en polonaises.

KADER
Choreografen over Bach
‘Waarom gaan Hans van Manen en Bach zo goed samen? Misschien omdat Van Manen precies weet hoe lang zijn dansers over elkaars armen mogen strijken wanneer Bach een akkoord even laat uitklinken, aldus recensente Annette Embrechts. Van Manen zelf: “Bach is geweldig muzikaal, het zijn geweldige composities. Het ritme dat hij kiest, de speciale melodieën. Zijn muziek dwingt me ertoe zuinig om te gaan met bewegingen en juist stelling te nemen tegen decoratie.” Voor zijn nieuwe werk maakt Van Manen een assemblage van bestaande choreografieën op muziek van Bach.

“Barokdansen inspireren mij”, licht Krzysztof Pastor toe, “maar natuurlijk blijft In Light and Shadow míjn fantasie en míjn dansidioom. Pastor gaat uit van twee integrale composities van Bach. “Ik houd er niet van om muziek te bewerken door erin te knippen en haar te vervormen. Bach schreef zijn muziek in glorie van god, maar ook van zijn opdrachtgevers. En daarmee in glorie van de mens.” Pastor is van mening dat de tijdgeest van de barok vergelijkbaar is met onze tijd. “Het eclectische dat de barok kenmerkt, is terug te zien in allerlei vormen van hedendaagse kunst. In de barokmuziek was improvisatie erg populair. Van Bach met zijn mathematische discipline weten we dat hij dol was op improvisatie.”

“Bach is voor mij de ultieme componist”, zegt David Dawson. “Bach werkt met thema’s die steeds terugkeren. In deze choreografie werk ik met hetzelfde principe. In het Pianoconcert nr. 1 keert hij terug naar een bepaald moment en komt daar anders weer vandaan. Dat wilde ik ook bereiken met deze choreografie. De dansers moeten als het ware de muziek imiteren en één worden, als een visualisatie van de muziek door beweging.”

Ernst Meisner gaat voor het eerst in zijn carrière als choreograaf de strijd aan met de muziek van Bach. “De gelaagdheid van zijn composities spreekt me erg aan. Ik heb nooit eerder wat op Bach gemaakt, dus het is voor mij een verrassing wat er gaat gebeuren. Noem het een uitdaging.”

Het is niet voor het eerst dat Het Nationale Ballet een Bach-programma danst. Eerder was er in het jaar 2000 een dergelijk programma, met onder meer In Light and Shadow en A Million Kisses to my Skin.

Het programma Back to Bach door Het Nationale Ballet is van 11 tot en met 19 oktober 2014 te zien in Nationale Opera & Ballet te Amsterdam. Meer informatie op http://www.operaballet.nl.

Dansen met Bach (2013) van Wim Faas is een uitgave van Uitgeverij Aspekt.

De beeldenstorm van Shirin Neshat

Shakespeare in beweging gebracht

In het Holland Festival 2014 brengt Het Nationale Ballet een nieuwe groot gemonteerde, avondvullende productie uit van vaste choreograaf Krzysztof Pastor, geïnspireerd op Shakespeares The Tempest. Pastor werkt voor deze voorstelling samen met de Iraanse, in New York gevestigde fotografe, film- en videokunstenares Shirin Neshat, vooral bekend vanwege de subtiele maar veelzeggende manier waarop zij de geïsoleerde positie van de vrouw in de islam belicht. Een onderzoek.

In het Westen behoort Shirin Neshat tot de meest bekende kunstenaars uit de islamitische cultuur. In 1999 won ze de Gouden Leeuw tijdens de Biënnale van Venetië. Sindsdien wordt haar werk over de gehele wereld getoond. Shirin Neshat onderzoekt in haar werk de dubbelzinnigheid van de werkelijkheid. En dat is precies wat Shakespeare ook deed in The Tempest (De storm).

Op een eiland, ver van de bewoonde wereld, voert de uit Milaan verbannen magiër Prospero een wisselvallig schrikbewind. Hij beheerst volkomen het leven van zijn dochter Miranda, de enige vrouw op het eiland, van de luchtgeest Ariel en van Caliban, de oorspronkelijke koning van het eiland. Dan vaart zijn broer Antonio, die hem twaalf jaar eerder van de troon stootte omdat hij zijn volk verwaarloosde, met zijn gevolg langs. Prospero ontketent een storm die het schip doet zinken en de opvarenden op het eiland laat aanspoelen. Wraak ligt op de loer. Maar zou vergeving hem niet nog machtiger maken?

In De storm geeft Shakespeare (1564-1616) een kritische blik op macht. Shakespeare laat ons, net als Prospero, nadenken over de betekenis van macht. Het stuk toont de storm in het hoofd van een man van middelbare leeftijd, maar schetst ook een tijdsbeeld van de positie van vrouwen, van aardse moeders tot witte heksen. Er zijn op zijn dochter Miranda na geen vrouwen op het eiland. Tegelijkertijd is De storm een sprookje van verloren illusies, van bittere wijsheid, maar ook van hoop. Alles lijkt dubbelzinnig: witte magie die demonisch werkt, en alleen door almacht is het mogelijk vergiffenis te schenken.

Vrouwenrollen
Shakespeare gaat in vrijwel al zijn stukken omzichtig om met vrouwenrollen. Hij kon indertijd eenvoudigweg niet beschikken over vrouwelijke actrices. Dat is althans de meest aannemelijke verklaring. De Brits-Amerikaanse theatermaakster Tina Packer, in november nog te gast op het The Hague Shakespeare Festival, dat gericht was op de rol en betekenis van vrouwelijke personages in het werk van Shakespeare, regisseerde bijna alle stukken van Shakespeare. Ze ontdekte dat hij zijn vrouwelijke personages in de loop der tijd steeds meer ging uitdiepen en zelfs pleitbezorger werd voor de vrouwelijke stem in een mannenmaatschappij. Packer in NRC Handelsblad: “In zijn vroege theaterteksten zijn vrouwen óf kwetsbare maagden óf hadden haar op hun tanden”. Maar bij Romeo and Juliet (1595/1596) zien we een omslagpunt. Nogmaals Packer: “Juliet is een zelfbewuste, intelligente vrouw die Shakespeare van binnenuit beschrijft. (…) Shakespeare heeft als jonge acteur zelf vast veel vrouwenrollen gespeeld; hij kon zich in hen verplaatsen.” In latere stukken zoals The Tempest (1611) groeien vrouwen zelfs uit tot de motor voor verandering. “Vrouwen toonden hoe we beter kunnen samenleven”, aldus Packer. Shakespeare hield ervan om het leven te vergelijken met een toneelstuk. In zijn komedies en tragedies gebruikte hij het theater graag als metafoor voor de rollen die mensen in de maatschappij volgens hem (zouden moeten) spelen. In De storm draait het om publieke en persoonlijke moraal: Prospero maakt bij aanvang degenen die hem omringen dienstbaar aan zijn eigen doelen. Het thema van onderdrukking was zeer actueel in Shakespeares tijd, want juist toen kwam het Engelse kolonialisme op stoom. De afkeer, in het stuk, voor de donkerhuidige Caliban die zowel Prospero als zijn dochter Miranda tonen, geeft de houding van het merendeel van de toenmalige Europeanen weer toen ze in contact kwamen met vreemdelingen van ‘West-India’ en andere koloniën.

Neshat en onderdrukking
In De storm groeit Prospero’s dochter Miranda als enig meisje op het eiland op. Ze is in leeftijd vergelijkbaar met Julia, amper dertien jaar, maar leeft volledig geïsoleerd van de buitenwereld. Moeders zijn de grote afwezigen. De naam van Miranda’s moeder wordt slechts terloops vermeld. Haar opvoeding is uitsluitend een patriarchale aangelegenheid. Twaalf jaar lang laat Prospero zijn dochter in de waan over haar afkomst. Haar wording tot vrouw, gesymboliseerd door haar hooggewaardeerde maagdelijkheid, wordt onwillekeurig tot het wisselgeld waarmee de patriarchale orde zich weet te herstellen. Geïsoleerd van de bewoonde wereld heeft zij nooit een andere man gekend dan haar vader en Caliban.

Prospero’s almacht roept vragen op over dienstbaarheid en vrijheid. Hij manipuleert de eilandbewoners, én zijn dochter, via het woord. Neshat stelt beeld tegenover woord, waar choreograaf Krzysztof Pastor op zijn beurt dansante verbeelding tegenover het woord stelt. Maar er zijn meer dubbelzinnigheden. De fotografe, film- en videokunstenares concentreert zich in haar werk op grenzen die de islam opwerpt: grenzen tussen man en vrouw, tussen heilig en profaan, tussen werkelijkheid en magie. En dus op de dubbelzinnigheid van de opgeworpen beelden: is de chador een teken van onderdrukking of kan het een geuzenpak zijn? Daarnaast zijn er parallellen aanwijsbaar met Neshats leven en dat van Miranda, want ook Neshats vader bekleedde maatschappelijk een hooggeplaatst functie. Daardoor had haar familie de financiële middelen om haar voor een opleiding naar de Verenigde Staten te sturen, een land dat voor Neshat uitgroeide tot haar eigen eiland.

Shirin Neshat (1957, Qazvin, Iran) vertrok op haar zeventiende naar Los Angeles voor een opleiding aan de kunstacademie. Tijdens haar verblijf greep Ayatollah Khomeiny de macht in Iran. Onder zijn bewind werd het dragen van een chador verplicht gesteld. In 1990, na ruim 16 jaar, bracht Neshat voor het eerst weer een bezoek aan haar vaderland. Deze hernieuwde kennismaking maakte diepe indruk op haar. Sindsdien richt Neshat zich vanuit haar tegenwoordige standplaats New York City op het onderzoeken en becommentariëren van haar relatie tot de islam, in het bijzonder op de positie van de vrouw, en in algemene zin op de verhouding tussen man en vrouw.

Women of Allah
Neshat maakt het met vooroordelen behepte westerse beeld van de islamitische vrouw tot inzet van haar werk. Ze verwerkt clichés over de islamitische vrouw –die gekleed gaat in chador en boerka – soms geheimzinnig, dan weer militant of helemaal onschuldig. Vooral haar werk Women of Allah heeft veel aandacht in het Westen gekregen. In deze serie is Shirin Neshat zelf het model. De zwart-wit foto’s tonen een gesluierde vrouw, de ene keer met een pistool of geweer, een andere keer met een bloem. De lichaamsdelen die niet door de sluier bedekt zijn, de handen, voeten en het gezicht, zijn beschreven met een kalligrafisch aandoende schrift dat voor veel westerlingen niet te ontcijferen is. Door het Farsi krijgt het de uitwerking van een tweede sluier. Een van die poëtische bronnen van Neshat is de prerevolutionaire dichteres Farough Farochsad. In haar dichterlijke werk behandelt zij het thema van de vrouw, met name haar lichaam en haar seksualiteit. Door het toepassen van deze dichtkunst in haar foto’s construeert Neshat een contrast: de versluierde vrouw aan de ene kant en de geëmancipeerde poëzie aan de andere kant. De beschouwer wordt door de stoffelijke sluier op afstand gehouden, net zoals hij door de sluier van lettertekens op afstand wordt gehouden. Het is daardoor niet mogelijk echte toegang tot de in Neshats kunstwerken geïmpliceerde Iraanse cultuur te krijgen. Ze zet vrouwelijkheid en geweld als contrast naast elkaar: aan de ene kant laat ze de vrouw als militant en bewapend zien, aan de andere kant verschijnt de vrouw als onschuldig en spiritueel. Ze wil daarmee de antiwesterse agressiviteit van de politieke islam laten zien. In Women of Allah verzetten Iraanse vrouwen zich tegen het clichébeeld van de islamitische vrouw zoals dat in het Westen heerste, dat van de moslima die als een bezit wordt gezien, en de onderdanigheid van de vrouw tegenover de man. De gesluierde vrouw heeft aantrekkingskracht, iets geheimzinnigs dat de westerse wereld fascineert. Als de vrouw haar sluier aflegt wordt het geheime openbaar en kunnen we ons met haar identificeren. Door twee zeer verschillende culturen van binnenuit te vergelijken, weet zij achtergronden te duiden en onderliggende sociale thema’s zichtbaar te maken.

Uit gesprekken blijkt dat Neshat geen politiekcorrecte, multiculturele modelkunstenaar wil zijn. Een simpele politieke stellingname tegen de theocratie in Iran is voor haar niet genoeg. Het universele van een kunstwerk is van belang; haar werken moeten een algemene zeggingskracht hebben die haar publiek aan het denken zet. En dat is wat Shakespeare in zijn werk, en zeker in The Tempest ook deed: kafkaësk geconstrueerde macht van een zogenaamde werkelijkheid tonen.

Met dank aan Shakespearekenner en cultuurfilosoof Tom Dommisse

The Tempest is te zien van 18 tot en met 27 juni in Nationale Opera & Ballet te Amsterdam. Meer informatie op de website operaballet.nl.

 

Schaafwerk

Gisteren kwam hij teruggevlogen uit zijn geboorteland Polen en daarnetheeft hij een alweer technische bespreking achter de rug voor de herneming in oktober van zijn spectaculaire Don Giovanni. Zo gaat dat in het leven van een veelgevraagd choreograaf.

Hij gaat deze zomer weliswaar met vakantie – opnieuw naar Toscane trouwens, daar waar ook zijn Don Giovanni situeerde – maar neemt dan wel karrenvrachten aan documentatie mee. DVD-opnamen van zijn ballet bijvoorbeeld, de partituur van Mozarts muziek uiteraard – en een groot schrijfblok waarin hij plotse invallen kan opschrijven en ideeën uitwerken. Pastor: “Ik moet alle passen opnieuw in mijn hoofd stampen, pas daarna kan ik ze goed aan de dansers doorgeven.”

Zijn Don Giovanni zal deze zomer niet geheel ongeschonden uit de strijd komen, dat kan hij nu al wel met zekerheid zeggen. “Als ik over een onderdeel ontevreden ben in de choreografie, dan kan ik dat nu aanpakken”, zegt hij. Hoewel Don Giovanni dus niet meer geheel en al de oude zal zijn, blijft ook veel ongewijzigd. “Het wordt geen compleet nieuw ballet, het is straks nog steeds het ballet van drie jaar terug. Het blijft de spectaculaire voorstelling die het was. Maar bepaalde scènes wil hij visueel verbeteren, of explicieter tot uiting brengen, in de hoop dat het geheel daardoor aan helderheid wint.”

Pastor roept het werkprocédé van drie jaar geleden in herinnering: “Destijds waren er door allerlei omstandigheden slechts enkele repetities ingeroosterd, en was er niet eens generale. Het is dan ook niet meer dan logisch dat je pas tijdens de première en de uitvoeringen daarna echt goed zicht krijgt op de voorstelling die je zelf hebt gemaakt. Vergeet daarbij niet dat Don Giovanni een uiterst complexe te produceren was en is, ongeacht of het nu om het muzikale, technische, dramatische of dansante aspect gaat.”

Toch heeft hij voor de veranderingen die hij van plan is aan te gaan brengen niet per se meer tijd en ruimte tot zijn beschikking dan vooreerst. “We hebben heel wat nieuwe dansers, zowel in het corps de ballet als onder de solisten. Ik moet dus een heel nieuwe cast samenstellen, en veel dansers moeten alle passen voor het eerst instuderen.” Hoeveel tijd er dan nog overblijft voor wat schaafwerk aan een paar vernieuwde scènes, dat blijft nog even een open vraag, ook voor hem.

Naast de positieve kritieken die Pastor voor Don Giovanni – het ballet indertijd ten deel vielen, waren er ook die niet altijd getuigden van begrip voor zijn keuzes. “Volgens sommige critici is de puurheid van Mozarts compositie onaantastbaar. Twee jaar voordat het ballet in première zou gaan, sprak ik met recensenten die toen al hun bedenkingen uitten, zonder dat ze ook maar iets van de choreografie hadden gezien. Begrijp me goed, een criticus heeft wat mij betreft uiteraard de vrijheid en het recht om te publiceren wat hij of zij wil. Maar soms slaat een enkeling door, is de kritiek al te persoonlijk van aard, niet analytisch en niet doorwrocht, of omkleed hij of zij de hun toegedane mening niet voldoende met redenen omkleed. Soms is er aan een kritiek af te lezen dat een recensent zich niet genoeg heeft voorbereid. Dat geldt trouwens niet in het geval van Don Giovanni, zo’n werk uit het ijzeren repertoire, dat kennen ze wel. Ik ben van mening dat als een recensent professioneel in zijn werk wil zijn, dat hij zich dan moet weten te verdiepen, dat is wat ik en de dansers met wie ik werk immers ook doen. Een recensent moet zich realiseren dat hij of zij niet zomaar een argeloze bezoeker is, maar bijdraagt aan de dans en de ontwikkeling van de dans. Daardoor draagt hij veel meer verantwoordelijkheid dan een doorsnee bezoeker. Een goede danscriticus weet bovendien in zijn recensie een beeld op te roepen dat beklijft en dat hout snijdt – zoals ook een choreograaf en zijn dansers diezelfde intentie hebben.”

Voor nu moet Pastor weer aan het werk, videobeelden van zijn choreografie en van de nieuwe dansers bekijken, want de première kondigt zich alweer met rasse schreden aan. Waarvan akte.