Kerst als een smoking gun

Theaterschool Rabarber: Once upon a time | Kerst in het Wilde Westen

Kerst in de prairie. Hoe dan? Zal er voor het eerst sneeuw op de cactussen vallen dan?

Een mans- dan wel vrouwhoge reuzencactus, type: saguaro. “Hier lopen straks de cowboys rond,” vertelt Annick Heidema (15) over de setting. Cleo Faneyte (13) vult haar aan: “Terwijl aan de andere kant van Amerika New York dus wordt opgebouwd.” Getweëen spelen zij, beurtelings, de hoofdrol in Once upon a time, de jaarlijkse kerstproductie die Rabarber dit jaar gewoontegetrouw weer in Theater aan het Spui speelt.

Hoe dan? Hoe dan ziet een witte kerst er uit op de onbarmhartige prairie van het Wilde Westen, nota bene anno 1892? Theaterschool Rabarber maakt er een muzikaal familiefeest van, met veertig jongeren en jonge ‘tumbleweeds’ die over het podium rollen én een speeldoosje dat stiekem als hoofdrol opspeelt in een actuele boodschap over transformatie.

In de voorstelling vertelt en kijkt de oude Maggie Smith weemoedig terug op haar jeugd. Annick: “Ze is als puber door haar ouders vanuit Schotland meegenomen naar New York. Gaandeweg merkt ze dat vanbinnen bij haar, veranderingen plaatsvinden, net als in New York. Ze vindt het lastig om met daarmee om te gaan.”

Cleo: “Maggie is geen kind meer, maar toch ook nog niet klaar om volwassen te zijn. Net als wij.” Annick: “Nadat ze met de wind is meegevoerd, door die ‘tumbleweeds’, verkleedt ze zich als de beroemde revolverheld Billy the Kid, en zet ze vervolgens het Wilde Westen op z’n kop. Ze beleeft spannende avonturen en leert cowboys te midden van de prairie hoe naar de sterren te kijken. Ze houdt van oude tijden en vertelt haar collega-cowboys over het wonder van kerst.”

Cleo: “Terwijl de cowboys, net als Maggie, terug willen naar vroeger en dat alles blijft zoals het is, wordt in New York volop gebouwd aan de toekomst, en gewerkt aan verandering en vooruitgang.”

“Wij dragen allemaal een lederen broek en een katoen geruiten bloesje, onze rokken hebben over elkaar vallende lagen en we hebben een cowboyhoed op ons hoofd natuurlijk. Uiteraard dragen we een revolverholster op onze heupen en zijn we met slierten van boven tot onder versierd. Veel franje in ieder geval!”

“Ik stond vorig jaar ook in de kerstproductie, in ‘De Sneeuwkoningin’,” vertelt Annick. “Het grappige,” gaat Cleo verder, “is dat we nu allebei de hoofdrol spelen, maar een paar jaar geleden zaten we allebei nog in het ensemble, toen waren wij aapjes in ‘Tarzan’. Dat is zó gek om te ervaren, maar ook wel gaaf!”

“Voor mij,” voegt regisseur Jeroen de Graaf toe, “gaat dit stuk vooral over het omgaan met veranderingen. We zien de wereld om ons heen sneller en sneller veranderen. En dit microverhaaltje rond Maggie gaat dan wel over geschiedenis, maar kan net zo goed gaan over nu.”

Rabarber, Once upon a time, van woensdag 26 december 2019 tot en met vrijdag 3 januari 2020, Theater aan het Spui, 13.00 en 16.00 uur. Meer informatie: http://www.rabarber.net

 

Advertentie

Altijd alles goed willen doen

Twee elfjarigen spelen monoloog ‘Mona’ van NTjong

‘Mona’, op tekst van Griet Op de Beeck, naar haar eigen besteller ‘Kom hier dat ik u kus’, is de eerste theatermonoloog die geschreven is voor en gespeeld wordt door een 11-jarig Nederlands meisje. Twee om precies te zijn.

Wat ging er in uw hoofd om toen u pakweg een jaar of tien was? En wat denkt u dat er in dat van uw oogappel omgaat, die nu ongeveer op dezelfde leeftijd aanbeland is? Het affichebeeld van ‘Mona’– een meisje dat met de mondhoeken naar beneden gekruld ballonnen vasthoudt – spreekt boekdelen. De rol van Mona wordt om beurten gespeeld door Ilja van Zanten en Hannah Hentenaar. Allebei zitten ze al jaren ‘op Rabarber’, de theaterschool van Den Haag.

– Wat gebeurt er met Mona?
Ilja: Ze is gewoon een meisje, maar haar moeder is doodgegaan in een auto-ongeluk. En kwam er een stiefmoeder.
Hannah: Ze had al een broertje maar kreeg er toen ook nog een zusje bij.
Ilja: Haar stiefmoeder is niet zo leuk, trekt veel aandacht naar zich toe.
Hannah: En haar jonge broertje is bloedirritant.

– Hoe is Mona?
Hannah: Ze betrekt alles op zichzelf.
Ilja: Denkt dat ze alles op zich moet nemen.
Hannah: Ze is een stil meisje en ze probeert alles goed te doen. Dat is eigenlijk waar het om gaat.
Ilja: Ik denk dat iedereen dat wel herkent, dat ze alles goed wil doen. Al denkt ze vaak: pff. Maar laat dat niet merken.
Hannah: Ze probeert het goed te doen voor iedereen. Je wilt het zelf ook altijd goed doen, maar soms dan… Dat is vermoeiend. Dat komt nu ook een beetje door deze rol, dan ga je er zelf meer over nadenken. Daar gaat het stuk ook over.
Hannah: Ik zou haar willen veranderen, want ze is heel erg onzeker over zichzelf. ‘n Perfectioniste? Nou, ik denk dat ze vooral onzeker is.
Ilja: Het lukt Mona beter dan ze denkt, ze doet bijna alles goed. Ze denkt bij alles heel goed na. Alles drie keer in de mond omdraaien, zoals haar moeder altijd zei.
Hannah: Ik denk ook altijd goed na over wat ik zeg, maar zelf ben ik wat spontaner.

– Lijken jullie ook wat op Mona?
Ilja: Nou, op het podium zíjn we dus Mona! Maar we vertellen wat er gebeurd is alsof het uit haar dagboek is.
Hannah: Niet met een datum erbij en zo, maar verhalend. Ik merkte dat toen we gingen repeteren, tenminste ik merkte dat, en we op de speelplaats vragen kregen, dat we soms de antwoorden van Mona gaven! Gelukkig is onze omgeving niet zoals die van Mona.

– Hoe is het om in je eentje zeventig minuten op het podium te staan?
Ilja: In het begin was het echt heel eng, nu vooral heel leuk. Maar toch ook weer niet, want het voelt echt alsof je Mona bent.
Hannah: Wat je op het podium soms in de war brengt is dat je vooruit gaat denken. Dan ga je soms helemaal in de war.
Ilja: Vlak voor het begin doen we met regisseur Alexandra Broeder zen-oefeningen. Voelen dat je op de grond staat, ademhalingsoefeningen, en net als in het stuk inademen en uitademen. En realiseren dat het publiek steeds anders kan reageren.
Hannah: Je moet natuurlijk ook voor publiek durven staan, het publiek in kijken.
Ilja: We hebben een paar keer proefpubliek gehad.
Hannah: Het was heel leuk met Alexandra te werken, ik durf echt alles voor haar te doen.

– Hoe doen jullie dat, de tekst leren?
Hannah: We hebben onze eigen maniertjes.
Ilja: Voor mij was het uit mijn hoofd stampen.
Hannah: Elke dag een beetje. Mijn manier was om het gewoon eerst te lezen en kijken wat je onthoudt. In het begin was het: alles doorlezen en repeteren maar. Nu repeteren we trouwens helemaal niet meer.

– Hoe gaat de eerste regel?
Gelijktijdig: Alles heeft altijd met iets anders te maken, en dat weer met nog iets anders. Eigenlijk begint alles wel een soort van bij mijn mama.

– Wordt acteren jullie beroep?
Ilja: Misschien, ik weet het eigenlijk nog niet. Ik zie wel. Komt wel een keer.
Hannah: Nu wel, maar je weet nooit wat er komt.

NTjong: Mona. Vrijdag 7 (Hannah) en zaterdag 8 (Ilja) april 2017 in Theater aan het Spui. Meer informatie: ntjong.nl.

Vluchten om veiligheid te vinden

Theaterschool Rabarber met twee eigen producties

Dit voorjaar bulkt het theaterleven in Den Haag van jeugdtheater en van voorstellingen voor jongeren. Theater Merlijn, van en in Theaterschool Rabarber, is de plaats van handeling voor twee opvallende producties: ‘Een Sneeuwwitje’ (5+) en ‘Moederland’ (12+).

Een omgekeerd sprookje, zegt Marjet Moorman over ‘Een Sneeuwwitje’. Onder leiding van de regisseur en scriptschrijver nemen in ‘Een Sneeuwwitje’ meiden van 13 en 14 lentes jong het in de kern duistere sprookje van de gebroeders Grimm onder de loep: ‘Wat betekent het vandaag de dag, wat is de relevantie?’zo werpt Marjet Moorman (o.a. ‘Elektra’) op, regisseur en bedenkster van deze voorstelling bij Rabarber. ‘Wakker gekust worden door een prins en een giftige appel? Wie wil dat niet?’ De gevoerde gesprekken tussen de jonge acteertalenten wierpen een andere blik: ‘De spelers,’zegt Moorman, ‘verbaasden zich over de rol van de prins, die ogenschijnlijk uit het niets te voorschijn komt en Sneeuwwitje redt. Ze vroegen zich ook af: wíl ze wel gered worden door een prins? En ook: is Sneeuwwitje echt zo stom dat ze zomaar een hap van een giftige appel neemt? Het lijkt alsof Sneeuwwitje alles gewilloos overkomt. Wat zou er gebeuren als Sneeuwwitje probeert haar lot in eigen handen te nemen?’

Afzetten
Deze Sneeuwwitje probeert heel hard niet Sneeuwwitje te zijn, zich daarentegen af te zetten tegen het sprookje dat voor haar is geschreven, legt Moorman uit. ‘Eigenlijk net als kleuters en pubers zich verzetten tegen hun omgeving, vooral om hun identiteit te kunnen vormen.’ De opborrelende vragen heeft Moorman aan de hand van improvisaties bij ‘haar’ acteurs afgetast. ‘Ik vind het belangrijk dat spelers zich echt verbonden weten met wat ze doen. Dus: wat ze spelen, dat het echt van hun is.’
In de kern gaat ‘Een Sneeuwwitje’ om vragen over lotsbestemming, over het plegen van verzet tegen wat van je wordt verwacht, gedacht of geëist. ‘Klinkt dat zwaar op de hand? Misschien, maar dat zijn wel de thema’s waarmee we zijn begonnen. Wat ik vooral belangrijk vind is dat de spelers een aandeel hebben in de totstandkoming van de voorstelling. Dat hun mening een rol speelt en dat ze betrokken zijn bij het materiaal.’

Moederland
Van heel andere snit is ‘Moederland’. Daarin is een moeder met haar elf kinderen op de vlucht. Ze doorkruist verschillende landen, op zoek naar een veilig heenkomen. ‘Het gaat mij niet per sé om het vluchtelingenvraagstuk dat nu zo speelt, want dat is op de keper beschouwd van alle tijden. Door de eeuwen heen zijn er steeds mensen en volkeren geweest die noodgedwongen op de vlucht moesten slaan. Met de spelers, in de leeftijd van 13 tot 19 jaar, ben ik op zoek gegaan naar een meer algemeen, universeel beeld rond vluchtelingen,’ zegt Marcel Roijaards, regisseur en maker van ‘Moederland’. Volgens hem wordt het ‘een absurde voorstelling waarbij we humor als wapen gebruiken om onrecht aan de kaak te stellen.’

Extra laag
Hij wil met dit stuk graag vele jongeren bereiken, en daarom hebben muziek en dans uit verschillende culturen een plaats gekregen. ‘Dat biedt troost. Niet te zwaar allemaal. Ik wil niet dat bezoekers en spelers uit de voorstelling komen met een gevoel van ‘wat is het toch erg allemaal. De voorstelling moet eerder een wat knagend gevoel van onbehagen opwekken omdat deze mensen op deze wereld kennelijk geen plekje lijken te kunnen vinden.’ Die keuze voor dans en muziek leidde tijdens de repetities trouwens tot hevige gesprekken. ‘In het stuk ontstaat gespeelde ruzie over de vraag of de aandacht zo niet te veel van de inhoud wordt afgeleid,’ verklaart Roijaards, ‘maar uiteindelijk heeft dat een extra laag in de voorstelling opgeleverd.’

Versnipperde kranten
Roijaards merkte aan den lijve dat theater verbindt, en dat jongeren opeens wél interesse kunnen opbrengen voor actuele vragen. Alleen, zo zegt hij: ‘Zij weten vaak niet wat ze met de dagelijkse hoeveelheid nieuws aan moeten, raken onverschillig. Ikzelf raak ook geregeld afgestompt van al het nieuws dat dagelijks op me afkomt. Maar tijdens het maken van deze voorstelling kwam ik tot de ontdekking dat dit onder jongeren nog tien keer erger het geval is. Daarom spelen we dit stuk op een laag van versnipperde kranten. Alsof we niet kunnen ontkomen aan het nieuws dat ons letterlijk en figuurlijk overspoelt. De groep spelers is zeker betrokken geraakt bij het thema, getuige het randprogramma dat is ontstaan door een ontmoeting met jonge vluchtelingen en Nederlandse jongeren die zich om hun lot bekommeren. We willen met ‘Moederland’ een positief tegengeluid laten klinken.’

Rabarber speelt ‘Een Sneeuwwitje’ (5+) van 26 februari t/m 4 maart 2017; en ‘Moederland’ (12+) van 9 t/m 19 maart 2017 in Theater Merlijn. Meer informatie en tickets via rabarber.net.

Zoekplaatje in knellende maskerade

Warmbloedige Haagse familievete in IJS&VIS

Verona is ingeruild voor puur Haagse bodem. Prachtig idee om Romeo & Julia, de Montague versus de Capuletti, om te smeden in een stadslegende met de plaatselijke families Talamini en Simonis als twintigste-eeuwse blikvangers. Maar een prachtplan is niet per se een puike voorstelling. Ontroering blijft uit.

In IJS&VIS is Shakespeares liefdestragedie gemixt met feit en fictie rond twee op en top Haagse ondernemersfamilies, dat hier uitmondt in een verhaal rond Giulieta en Danny, naar het bekende eeuwige maar ‘verboden’ liefdeskoppel. Volgens MES is het een verhaal ‘dat echt bestaan had kunnen hebben’. Bij MES staan denkbeeldig daarom ijslikkers tegenover schollenkoppen, Maar  net zo goed is IJS&VIS als ADO contra Holland Sport, Den Haag tegen Scheveningen. Maar IJS&VIS is ook zand en veen, en allochtoon jegens autochtoon.

MES maakt springlevend, jong toneel; speelt naar eigen zeggen geen ‘dode’ tekststukken uit het wereldrepertoire. De Haagse groep put liever uit persoonlijke ervaringen.

Maar nu dus even niet. Dus: Hoe pak je dan een briljant toneelstuk uit anno 1590 aan, dat echter zo uitgekauwd is dat clichés er als ijs bij dertig graden in straaltjes uit het hoorntje lopen? Hoe blaas je het nieuw leven in?

Het twistgebied is bij MES erg Haags: een leegstaand pand nabij broedplaats MOOOF aan de Binckhorstlaan. Daar, in alle mogelijke hoeken en gaten, spelonken en nissen heeft MES kans gezien het aloude liefdesverhaal van twee elkaar naar het leven staande families uit de doeken te doen. Na de nodige instructies worden we gelanceerd op een gemaskerd bal à la Eyes Wide Shut en La Grande Belleza.

Buitenissig aandoende, filmische beelden, Italiaans vuur .

Vervolgens kijken we in een toer door het gebouw langs verschillende ruimtes, waar uiteenlopende tableaux vivants als kijkdozen aaneen zijn geregen. Dat werkt vervreemdend, temeer omdat je er aldoor met een – soms knellend – masker op de neus rondstruint. Pas aan het einde wordt het warmbloedig, als in de slotdialoog de dromerig-gepassioneerde moeder (Betty Schuurman) van Giulieta het heeft over ‘de fonkelende ijskristallen in haar ogen’. Daarmee bedoelt ze, meer nog dan die van haar dochter, die van zichzelf. De tegenover haar staande noest werker en vader (Jaap Spijkers) van Danny, beschouwt dat als pathetische prietpraat. Maar hij geeft zich uiteindelijk gewonnen – al blijft het koudbloedige begrip ‘efficiëntie’ voor hem de boventoon voeren. Da’s mooi, want in een eerdere scène liet hij zich al even ontvallen: ‘Vis koel je met ijs.’ Uiteindelijk roken ze samen de vredespijp. En laten zo zien dat IJS&VIS verder reikt dan de omlijsting van een aloud liefdesverhaal.

Onderdompelen
MES doet het meer dan vierhonderd jaar oude origineel uiteenspatten, blaast het op, doet het in de versnipperaar, scheurt het aan flarden – en zet het ondertussen naar haar hand, speelt en danst ondertussen wel het hele stuk, en zorgt er ook nog voor dat het allemaal weer netjes landt.

IJS&VIS is niet allereerst teksttoneel, an sich niet puur een dansvoorstelling of muziektheater te noemen. Maar al die ingrediënten zijn wel stuk voor stuk aanwezig. Wat is het dan wel? Het amalgaam heet bij MES immersief (‘immersive’) theater. Daarin kun je je als toekijker volledig onder (laten) dompelen.

Maar MES haalt zoveel overhoop dat het er een beetje diffuus van wordt. Het onderdompelen is gelukt, al had meer invoelbaar pathos op zijn plek geweest. Dat kwam er niet altijd uit. Misschien zijn er wat teveel ‘loops’ en ‘cues’ voor spelers én publiek om lekker te kunnen gaan. Maar dat gaat vast nog verbeteren. Het is op de avond dat ik de voorstelling zag misschien allemaal wat teveel hooi op de vork geweest, want de grootste productie ‘by far’ voor MES. Het is vooral de vorm die verbaast en verrast. Het stuk blijft daardoor wat hangen aan de oppervlakte. Toch: De ingrediënten zijn  in ieder geval voorradig. Wat nu beklijft is: Tikkeltje vreemd, maar wel lekker. Ik verloor in ieder geval ieder tijdsbesef. Al is het wat teveel een zoekplaatje geworden.

IJS&VIS door Firma MES i.s.m. het Nationale Toneel, Korzo producties en Theaterschool Rabarber is tot half oktober te zien. Meer informatie: firmames.nl.

Tikkeltje vreemd, maar wel lekker | Foto: Joris-Jan Bos

Morgenrood tot ontwaken gebracht

Bral schrijft volksopera De Vloek op Scheveningen

Na het eclatante succes vorig jaar van de vissersopera Harde Handen wisten ze daar bij het Zuiderstrandtheater al snel: dit móet een vervolg krijgen.

En ziedaar, dat is er nu met De Vloek op Scheveningen. Op tekst van de meespelende (en zingende!) Sjaak Bral worden de hoofdrollen in deze Nederlandstalige ‘volksopera’ vertolkt door cracks Ernst Daniel Smid en Miranda van Kralingen.

‘Ha ha ha’, geeft regisseur Kees Scholten solo ten beste. Wat besmuikt en vooral voor de vorm bootst hij het massief klinkende gezang van een 140-koppig Schevenings zangkoor na ten overstaan van de zes aanwezige spelers/zangers. Om even later opeens de nuance te zoeken. ‘So-li-da-ri-téit,’ zo legt hij de gewenste nadruk uit aan operaster Miranda van Kralingen (Sien). ‘Als de muziek daarna inzet,’ verduidelijkt hij, ‘kijk je strak en innerlijk verstild voor je uit, en loop je veelbetekenend weg van je echtgenoot, richting zaal, naar het publiek. Laat die Arie Vrolijk (Smid) het maar goed voelen.’

Het moet die middag tijdens de repetitie een paar keer bijna à la ‘De Vloer Op’ over, maar dan zit de scène ook werkelijk gebeiteld. Voorlopig tenminste, want het tienkoppige ensemble van het Residentie Orkest sluit tijdens deze repetitie pas later in de avond aan, de spelertjes van Theaterschool Rabarber zijn er ook nog niet bij, en evenmin de leden van Theaterkoor Dario Fo. Ook het speciaal voor deze eenmalige productie uit loepzuivere Scheveningers gerekruteerde zangkoor is nu niet bij. In een eerder stadium is er al wel met alle partijen gerepeteerd.

Errepels & herring
De theatervertelling van Bral is een muzikaal verhaal over verleden, heden en toekomst van de Scheveningse haven. Die speelt zich af in het Zuiderstrandtheater, op vrijwel letterlijk het grondgebied dat vroeger ‘De Sleep’ toebehoorde, waar tot 1979 de Sleephelling Maatschappij Scheveningen was gevestigd. Nagenoeg iedere Scheveninger was er werkzaam (geweest) of kende iemand die er had gewerkt. Na het faillissement in 1979 werd nog geprobeerd een doorstart te maken, maar uiteindelijk werd het werfterrein in 2005 door een projectontwikkelaar opgekocht. Er verrezen luxe appartementen.

De repetities voor ‘De Vloek van Scheveningen’ vinden voor een belangrijk deel in de studio plaats van de ‘blauwe doos’, volumebouw die als tijdelijk onderkomen dient voor Zuiderstrandtheater en Residentie Orkest. Daar moet ondertussen de verbeelding even flink aan de bak: schel TL-licht, nul rekwisieten, en van het decorbeeld dat straks de productie omlijst valt niets te bespeuren dan zwarte achterdoeken. Verder enkel een zwarte Schimmel-piano, een lage tafel waarop het script opengevouwen ligt, en een rij stoelen die de coulissen voorstellen. Toch zijn in de kale omgeving al wel enkele brok-in-de-keel-momentjes te beleven. Het moment bijvoorbeeld dat Bral – onder meer verteller, oliemannetje én Sleepdirecteur Piet Duindam – een tas met shirts in de handen stopt van Vrolijk. Die vol verbijstering achterblijft. Maar ook humoristische: ‘Errepels op het vuur / Herring in ‘t zuur / en de zon op je bol / wat wul je mèr’, zo zingen de vrouwen in het lied ‘Eiland Vlook’. Het is geënt op Mascagni’s ‘Cavalleria Rusticana’. De volksopera is gebouwd rond enkele bewerkingen van bekende operahits, onder meer van Bizet en Verdi, en musicaltoppers (‘Sweeney Todd’ en ‘Fiddler on the roof’), maar ook huiscomponist van muziektheatercollectief Volksoperhuis Jef Hofmeister heeft enkele composities geschreven.

Kwal
Bral heeft met De Vloek op Scheveningen op het eerste oor een mooi werkje afgeleverd, met in de drie bedrijven veel aandacht voor noeste arbeidersstrijd, werkmansverzet en opkomende projectontwikkelaarsbelangen. Zinderend wonen aan Zee, luidt de slagzin waarmee groot-geld-jongens-van-nu het grondgebied dat pal voor de neus van het Zuiderstrandtheater ligt, oppimpen met – opnieuw – eentonige woningbouw. ‘De Scheveningers hebben het allemaal zelf uit handen laten vallen,’ ventileert Bral. Die opvatting krijgt bij hem vooral gestalte in Sien, de vrouw van Arie. ‘In de spreuk onder het wapen van Scheveningen staat ‘standvastigheid en volharding,’ laat hij haar vertolkster Miranda van Kralingen in deze volksopera strijdbaar uitspreken. ‘Arie, jij hebt de ruggengraat van een kwal’.

Het wachten is nog even op de windmolenparken die er straks aan de einder van de zee dobberen, en een nagenoeg volgebouwde kuststrook. Tenzij…  Ja, tenzij wat eigenlijk?

De Vloek van Scheveningen. Met medewerking van Kwekers in de Kunst, Residentie Orkest, Theaterschool Rabarber en vele Scheveningers. Te zien van donderdag 8 tot en met woensdag 14 september in het Zuiderstrandtheater. Tickets: (070) 88 00 333 of via zuiderstrandtheater.nl.

 

‘Ze hebben het zelf toegestaan’

Sjaak Bral schrijft nieuwe episode van ‘vissersopera’

Het was een ‘sociaal-culturele vrijplaats’. Nu staat er ongenaakbaar het Zuiderstrandtheater. Hagenees Sjaak Bral doet de geschiedenis van de meer dan Scheveningse thuishaven uit de doeken in een muziektheatraal spektakel.

Met de onnavolgbare Loes Luca in een glansrol was Harde Handen vorig jaar een gouden greep. En daarom doet het Zuiderstrandtheater meteen maar een poging een traditie te vestigen door opnieuw met een eigen muzikale show als seizoensopener af te trappen: De Vloek op Scheveningen. Met wederom een sterk lokaal gekleurde teint en dit keer Hagenaar/Hagenees Sjaak Bral die de tekst schrijft.

Een woonwijkje van vissers en strandjutters. Bij elkaar niet meer dan 126 arbeiderswoninkjes. Vijf luttele straatjes met één kruidenier en een half-illegaal cafeetje: De Vlook. Een oud-Hollandse benaming voor ‘gewelfd’. Door Scheveningers werd De Vlook gezien als een volstrekt eigen gebiedsdeel, door Hagenaars als duivelseiland. De bescheiden omvang ten spijt – misschien juist daardoor – is het grondgebiedje voor authentieke dorpsbewoners niettemin een uiterst elementair deeltje. Historische, nee, zelfs legendarische grond waar ooit de stoomfluit het ritme bepaalde. ‘Het eiland Vloek’ werd het genoemd, omringd door de zee, haven, sluizen en duinen. Vele Scheveningers werkten er op de sleephelling. De saamhorigheid was er al groot toen de storm van 1894 opeens alles platwalste. Toch werd dit wijkje eind jaren zestig opgedoekt, het moest wijken voor het grote geld van projectontwikkelaars. En dus werd de grond voor een symbolisch bedrag van 1 gulden verkocht. Norfolk en een derde haven verrezen, waarmee het grote geld moest worden binnengehengeld. Op het stukje dat braak bleef liggen, begonnen de krakers van De Blauwe Aanslag uit Den Haag er een nieuw bolwerk, de uitspanning De Vloek.

Het navrante is dat dit uitgerekend de plek is waar nu ‘De Oester’ staat, alias het Zuiderstrandtheater, een betonnen bouwdoos die van buiten stormwind, hagelregen en koperen ploert weerstaat, maar binnenin veler harten doet kloppen. Veel kinderen hebben indertijd dáär op die plek hun gouden jeugdjaren doorgebracht . Maar zagen hun stekkie langzaam maar zeker verzinken.

Zestig
“Ik kan wel zestig verhalen schrijven over De Vloek,” zegt Sjaak Bral, “vertellingen die zonder uitzondering stekelig Shakespeareaans zijn. Ik wil er daar drie van vertellen: over het verleden, het heden en de toekomst. De Vloek van Scheveningen begint bij de sleephelling, en ik laat vervolgens zien hoe Scheveningen rond de jaren zeventig in zak en as belandden. Als toekomstbeeld laat ik iemand de eerste paal slaan. Waarvan? Dat is de vraag. Het stuk krijgt zo hopelijk de lach én wrang geladen toets van een Wachten op Godot.”

Bral lardeert als volleerd cabaretier de muzikale theatervoorstelling met laagjes humor, net als hij dat deed in zijn veelgeprezen stuk over Blonde Dolly. “Maar nooit eerder heb ik een stuk in deze omvang gemaakt: naast de theatermakers van Kwekers in de Kunst en een ensemble van het Residentie Orkest zijn ook de zangers van het Volksoperahuis erbij, en ook 120 Scheveningers. Zij vormen tezamen een gelegenheidskoor. Met de tekst ben ik vier maanden zoet geweest, want het gaat niet alleen om gesproken woord, maar ook om liedteksten, op muziek die soms wat ingewikkeld is. Zie het als een legpuzzel. En daarbij moet ik ook veel schaken. Het haalt me enorm uit mijn comfort zone. En dat is prima.”

Manifest
De sprongen in de tijd die in het verhaal worden gemaakt, worden aaneengesmeed door een verteller. Wellicht Bral zelf? “Ga er maar vanuit dat ik het doe.” Dat wordt dan een sterrencast, want naast Bral zelve treden in de hoofdrollen onder meer concertzangers Ernst Daniel Smid (bariton) en Miranda van Kralingen (sopraan) aan.

Een manifest met een knipoog, zo omschrijft Bral zijn bedoeling met De Vloek op Scheveningen. “Ik wil bewustwording kweken. De Scheveningers hebben het potverdorie allemaal wel geweldig uit hun handen laten glippen zeg. Het is ze overkomen omdát ze het toegestaan hebben. Maar het hoeft zo dus niet toe te gaan. Je bent er zelf bij!”

De Vloek op Scheveningen is van donderdag 8 tot en met woensdag 14 september 2016 te zien in het Zuiderstrandtheater. Meer informatie: zuiderstrandtheater.nl.

Krasse knarren naast jonge honden

Theaterkaravaan De Parade opnieuw in Den Haag

Voor de vierentwintigste keer op rij trekt het nomadisch reizende theaterfestival De Parade met diverse tenten, dansers, muzikanten en acteurs langs de vier grote steden van Nederland. Welke trends zijn er te ontwaren en welke optredens mag je niet missen op deze theater- en muziekkermis? Klein compendium voor de argeloze bezoeker.

Uit het stoffige, aloude handwoordenboek: Het begrip ‘parade’ kan verwijzen naar: optocht, een militaire stoet, balletmuziek van Erik Satie uit 1917, een term uit de schermsport, een film van de Franse komiek Jacques Tati uit 1976, een type autobus, en het afweren (pareren) van een aanval. Bij het theaterfestival De Parade verwijst het begrip vooral naar parademaken, het aan de man brengen van optredens door publiekelijk stampei, parade dus, te maken. En dus prijzen voor aanvang van ieder optreden theatermakers en bands vervaarlijk hun koopwaar als waren zij volleerde marktkooplui aan de man. Pitchen, wordt dat vandaag de dag genoemd.

Deze zomer belooft De Parade het opgetelde lieve sommetje van optredens in vier steden van 67 reguliere theatervoorstellingen, 16 speciale doorlopende voorstellingen, 37 bands en een uitgebreid Kinderparade-programma. Sedert enige jaren legt Nicole van Vessem, de artistiek directeur van De Parade, aldoor in op meer theater met roots in het reguliere circuit waar De Parade ooit een jonge-honden-uitstraling had. Dat beeld is wat gewijzigd: theatraal rijp staat er naast groen, krasse knarren naast jonge honden, terwijl muzikaal gezien oudgedienden zich precies zo naast rebelse jong talent nestelen. En dat geldt ook voor het publiek dat de theaterkaravaan bezoekt. Een vrijplaats noemt De Parade-organisatie het festival. Ehh, niet te letterlijk nemen a.u.b.

Met de theatertenten reizen ‘duurzame’ keukens en bars mee. De Parade hecht veel waarde aan de herkomst van de producten en noemt zich niet zonder trots geheel bio-industrievrij. Zo is de huiswijn op gegarandeerd van biologische druiven en wordt deze aan de man gebracht in een milieuvriendelijke verpakking. In samenwerking met de Join the Pipe wordt, net als vorig jaar, gekoeld kraanwater verkocht, naar believen met of zonder koolzuur. Terwijl gratis water op het terrein is verkrijgbaar bij het tappunt van Join the Pipe. In de strijd tegen akoestische decibelvervuiling is er opnieuw de volkomenheid van de Silent Disco. En Festina Lente Collective heeft een app ontworpen voor de Parade met handig en overzichtelijk blokkenschema, voorstellingen, plattegronden, info, menukaarten van de restaurants en last minute nieuwsberichten. Gratis te downloaden via de App Store.

Theaterprogramma
Als misschien wel de meest in het oog springende act zijn De Ashton Brothers met hun op magie, acrobatiek en halsbrekende toeren gestoelde kolderieke shows deze zomer terug van maar eventjes weggeweest op De Parade. De groep vindt er trouwens zijn oorsprong. Na jarenlang over de hele wereld spektakelshows te hebben gespeeld zijn ze dus terug waar ze ooit begonnen: in de luwte van de rustieke zweefmolen.
Oudgedienden Bram van der Vlugt, Nettie Blanken, Elsje Scherjon, Frits Lambrechts, Diana Dobbelman en Fred van der Hilst spelen Beschuit met Muisjes van Herman Heijermans. De ‘ouwe rotten’ zijn dit jaar te zien in een bewerking van een Nederlandse klassieker waarin een Amsterdamse familie een zieltogend pension runt. De vlag gaat uit als blijkt dat een verloren gewaande oom na een kortstondig wederzien een aardig kapitaal nalaat.
Janis Joplin, Jimi Hendriks en Jim Morrison vormen in de hemel Club 27. Dat zijn popsterren die op 27-jarige leeftijd zijn overleden. Vroeger liep daar de hemel voor uit, maar de laatste jaren zien ze hun populariteit afnemen. Ze zijn dolblij als Amy Winehouse zich bij de club komt voegen. Gerardjan Rijnders regisseert onder meer Johnny Kraaykamp (Jim Morrison), Gustav Borreman (Jimi Hendrix) en Anke van ’t Hof (Janis Joplin). Een ‘hemels’ genoegen met veel muziek.
Dit jaar zijn hier en daar ‘zwertfheatertjes’ te vinden, met name rondom de ‘Theatertoren’, waar doorlopend mini-voorstellingen van een kwartiertje te zien zijn. Miniatuurtjes, waaronder bijvoorbeeld dat van ‘would-be’ actrice Anna Hermanns, die zich met L’art c’est mon cul in een regie van Ari Deelder, de ‘dochter van’, afvraagt waartoe kunst whatsoever en überhaupt dient. De Parade is daartoe ongevraagd een ideale omgeving.

De Servische theatermaakster, performer en kunstenares Sanja Mitrović speelt een spel rond de teksten van politieke spindoctors, met als titel Speak!. Haar ‘interactieve’ voorstelling is gestoeld op legendarische speeches van wereldleiders, van onder meer Obama, Churchill, Hitler en Thatcher. Het publiek mag stemmen en daarbij vormt de strijd tussen man en vrouw een extra dimensie. Ook de Syrious Angels doen een duit in het zakje van het bewustmakende toneel met Holland redt Syrie. De voorstelling, die tot stand is gekomen met de ingeroepen hulp van Stroom Den Haag, beoogt op zijn beurt een hulpactie op te starten. Ondertussen lossen elders de Nederlandse Syriër George en de Israëliër Eran de wereldvrede op in hun gelijknamige conflictkomedie.

Theater aan het Spui is een brandpunt in het Haagse theater- én festivallandschap. Het presenteert onder meer een mobiel theater, genaamd Zaal 4, waarin op een aantal middagen en avonden Showponies langskomen. In de bloemlezing die dat onderdeel vormt is er de medewerking van David Veneman, Rob Verhoeven, Marius Gottlieb, Jasper Gottlieb en Hugo Kennis. Ook Pascal van den Berg trakteert op haar vertrouwde stemgeluid. En als het bekende duveltje uit een doosje kan het in de late uurtjes gebeuren dat de onvolprezen en onnavolgbare Hagenaar en Bowie-, Prince- en Alice Cooper-epigoon Nik van den Berg er een Parade-huiskamerconcert geeft. Het drietal Thomas Ouwerkerk, Sacha Muller en Jos Nargy speelt De Trein naar Pavlovsk (en Oostvoorne), vorig jaar een hit op De Parade. Het door Toon Tellegen opgeschreven en door Thomas, Sacha en Jos opnieuw vertelde verhaal gaat over de ontmoetingen tussen een grootvader en zijn kleinzoon in het oude Rusland. Zoals het verhaal over de niezende neushoorn die door de balzaal van het winterpaleis van de Tsaar denderde. Of dat het Russisch elf woorden voor schuld kent, zoals Eskimo’s dertig woorden voor sneeuw kennen. Grootvader vertelt verhalen over zijn familie, over eigenaardige gebruiken en levenswijsheden.
Een aantal middagen en avonden organiseert Theater aan het Spui iets ‘extra’s’ op De Parade. Het kersje op de taart wordt door Theater aan het Spui Showponies genoemd. In dat onderdeel is er de medewerking van David Veneman, Rob Verhoeven, Marius Gottlieb, Jasper Gottlieb en Hugo Kennis. Ook Pascal van den Berg trakteert op haar vertrouwde stemgeluid. En als het bekende duveltje uit een doosje kan het in de late uurtjes gebeuren dat de onvolprezen en onnavolgbare Hagenaar en Bowie-, Prince- en Alice Cooper-epigoon Nik van den Berg een concert op huiskamerproporties geeft.

In Rotterdam bepaald geruchtmakend – en dat wordt het stuk vast ook in Den Haag: de voorstelling Barbaren door Toneelgroep Oostpool. Een rabiaat en licht ontvlambaar toneelstuk over een pislink gezin dat Tokkie-achtig aandoet, maar die typering van zichzelf niet door lijken te hebben. Of juist wél. Bij wijze van een oudejaarsconference door een ‘gewone’ autochtone Nederlander wordt in een überexuberante aankleding vervat, politieke correctheid zonder kinderpardon radicaal overboord gesmeten, Fortuyn en Wilders en passant geschoffeerd en klinkt Hitler in de verte op. Hun zoon Jordi groeit in na enige aarzelingen in de klapkamelentaal probleemloos mee. Maar het blijven hoewel schuimbekkend, wél volksechte, ehh, rasechte Nederlanders. Barbaren is een abjecte tekst die als mitrailleervuur de lucht doorklieft. Met fenomenaal acteerwerk door een schier onnavolgbare Rick Paul van Mulligen en een vileine, zich ongenaakbaar wanende moeder door Kirsten Mulder, die nog verleden week een nominatie pakte als beste vrouwelijk bijrol van dit theaterseizoen in het bejubelde Who’s afraid of Virginia Woolf?.

Muziek
Muziek in overvloed op De Parade. Natuurlijk. Geen verzadigder combinatie is denkbaar dan puike muziek met roséwijn of gekoeld witbier. Naast het eerdergenoemde Club 27 zijn onder meer Ellen ten Damme en Jules Deelder te gast. Ten Damme neemt haar publiek mee op een onvoorspelbare avond uit die voert langs een vette dance party, de Moulin Rouge en een concert of een vaag feestje om hoe dan ook via club Der Blaue Engel te eindigen bij het alles ontnuchterende broodje shoarma. Ondertussen presenteert Jules Deelder echte jazz, met De Deelderiers, in Deeldelirium. Hij doet dat volgens een beproefd recept dat hij eerder in het theatercircuit ten gehore bracht. Leoni Jansen en Izaline Calister gaan gezamenlijk de barricaden op en zingen liedjes die verandering teweeg hebben gebracht: Waar was jij toen Free Mandela werd gezongen?
Deze zomer is Theater aan het Spui ook in de licht muziek present op De Parade, met Marktplaatsmuziek van Lindertje Mans (bekend van Firma MES) en Joost Steltenpool. Het is een voorstelling rond allerlei doodgewone dan wel exuberante Marktplaatsadvertenties, die in februari van dit jaar al werd gespeeld in Zaal 3, de recentelijk verworven dependance annex laboratorium van Theater aan het Spui, een muzikale voorstelling die daar toen een enthousiast onthaal kreeg.
Ook enfant terrible Nik van den Berg laat van zich horen – en zien! Dat laatste zoals je hem nooit eerder zag. Na eerdere onverbiddelijke androgyne glamourshows als My Momma Loves My Guitar Sound en God Have Mercy On My Funk is hij nu van de partij met N.I.K. In de verpakking van een nieuwe naam en een nieuwe sound bezingt hij de volgens hem ironische gang van het leven dat zich gevangen weet in de peilloze diepte van een bouquet-roman.
Ook met popband F is Van den Berg van de partij op De Parade. Als F in 2006 het levenslicht ziet, zijn de bandleden gemiddeld zo’n 17 jaar oud. F sleept als eerste band ooit drie Haagse Popprijzen tegelijk in de wacht. Daarna doet de groep in twee jaar tijd ongeveer 250 optredens. Met Fever zit F bij De Wereld Draait Door. Met hun ‘minuut’ blazen ze vele kijkers omver. De hit op De Parade was indertijd het nummer: Geen Fuck Om Jou. Anno 2014 maakt F met zijn voorman Van den Berg tegen het middernachtelijk uur De Parade volstrekt onveilig.
Last but not least: Marijke Boon, de ongekroonde koningin van het eenvoudige, maar betere Nederlandstalige kleinkunstlied. Zij vertoont zich als vanouds met een rode accordeon in een Mobiele Liedkraam die is volgestouwd met zeegezichten die zij chansons noemt, met smartlappenblues waarin voluit het woestijnledige leven wordt bezongen en met schilderijen vol grijze stopverf die voor je ogen opleven.

Jeugdtheater
Onder de vlag van Theater aan het Spui presenteren Thomas Ouwerkerk, Sacha Muller en Jos Nargy PARAIRIE, een niet eens verkapte ode aan Spui-directeur Cees Debets, die verzot blijkt op cowboyfilms, en als geschenk een remake krijgt voorgeschoteld van Ennio Morricones legendarische Italiaanse western Het gebeurde in het Westen. Het stuk is min of meer een vervolg op de jeugdtheatervoorstelling Paradio dat het trio vorig jaar in een ‘gekraakte’ Paradetent speelde.
In het genre van het jeugdtheater laat ook Rabarber zich gelukkig niet onbetuigd. In Plaag Graag, over een plaagheks die onzichtbaar is, krijgt het meisje Lily genoeg van haar plaagstootjes.
Er is ook klassieke muziek voorradig op De Parade, dit jaar met ons eigen hofstedelijke Residentie Orkest. In De Vergeten Droom gaat Joes op zoek naar het Droomrijk, op zoek naar een muziekstuk dat hem een droom doet herinneren.

Dans
Er is deze zomer op De Parade behoorlijk veel dans te zien. Die aandacht voor het genre is niet ten onrechte – al vormt De Haagse Parade op die hoeveelheid een uitzondering – want Nederland is in moderne én heden ten dage trouwens ook klassiek-romantische academische dans internationaal toonaangevend. Op De Parade is er dans in uiteenlopende verschijningsvormen: van de exuberante dans van Guy&Roni en de afgemeten lichaamsbewegingen van LeineRoebana, tot de bewegingstaal van Vanja Rukavina en Karel van Laere die op De Parade de media parafraseren, en de Medior Dans Company, die Ramses Shaffy aan de hand van diens vier vrouwen uit zijn leven naderbij beziet.

Varia
Er zijn op De Parade daarnaast talloze onderhoudende entr’actes. Naast de eerdergenoemde doorlopende minivoorstellingen die zich in een intieme setting voltrekken is het mogelijk om je bijvoorbeeld een decoiffure te laten aanmeten door de meiden en de machine van Coupe du Compres, op de Stones-editie van Pinkpop een doorslaande hit gebleken. En mocht je een aankomend delirium uit je kop willen laten waaien, dan is daar altijd de zweefmolen die je als in de kinderjaren alle zorgen voor even doet vergeten. In Den Haag, ten slotte, geeft de onvolprezen tv-recensent van De Volkskrant, Jean Pierre Geelen, voor de gelegenheid op een symbolische zeepkist geposteerd, live een column ten beste.

De Parade: van vrijdag 4 juli tot en met zondag 13 juli 2014 in het Westbroekpark. Let op: niet al de beschreven voorstellingen zijn alle festivaldagen te zien. Meer informatie en online kaarten boeken op www.deparade.nl.

‘Zelf zou ik het ook doen. Als je écht van iemand houdt… Já!’

Robin Hood is een spannende familievoorstelling (5+) van Theaterschool Rabarber. Zo’n vijfendertig leerlingen maken de foyer van Theater aan het Spui tot een schier onneembare vesting.

“Zelf zou ik het ook doen. Als je écht van iemand houdt… Já!” Jongeling Scott Beekhuizen (16) kruipt voor de traditionele kerstproductie van Theaterschool Rabarber in de huid van de vogelvrijverklaarde meester-boogschutter Robin Hood, de bekende Engelse volksheld om niet te zeggen de grootste rebel aller tijden. In die hoedanigheid kan hij niet anders dan zijn geliefde Lady Marian redden uit de tentakels van de tirannieke landheer Prins John danwel Jan, de zoon van kruisvaarder en Koning Richard Leeuwenhart.

De Robin Hood uit de vroegste verhalen is veel ruiger en agressiever dan de latere volksheld. Volgens de overleveringen zou hij samen met een groep vrijbuiters (Merry Men) stelen van de rijken en zijn buit verdelen onder de armen. Hij woonde in de bossen van Nottinghamshire, Sherwood Forest geheten, het domein van de plaatselijke sheriff. Dáár zou Hood tegen de gezagsdragers gestreden hebben. De middeleeuwse held is wereldwijd bekend van talloze romans, verhalen en romantisch getinte verfilmingen. De oudst bekende vermelding in de literatuur dateert uit 1262. In de Engelse plaats Berkshire werd toen een misdadiger bestempeld als zijnde ‘een Robin Hood’, voornamelijk de persoon om wie het ging vogelvrij verklaard was. Historici zijn het er nochtans niet over eens of dit betekent dat de legende van Robin Hood in de 13e eeuw al wijdverspreid was, of dat de naam toen simpelweg een andere benaming voor een vogelvrijverklaarde was en dat de legende hier naderhand naar is vernoemd. Het is een legende die Hood in oude balladen naar voren laat komen als goedhartig en weldadig jegens de boerenbevolking maar wreed en onverbiddelijk voor de adel en de rijke kloosterlingen. “Rechtvaardigheid”, zegt Scott. “Ik kan slecht tegen oneerlijkheid, al weet ik niet of ik echt de moed zou hebben om altijd en overal in de bres te springen. Deelnemen in een vredesmissie, dat zit ertussenin, dat lijkt me een goede tussenweg”.

Vooral de aandoenlijke Disney-verfilming die hij in zijn kinderjaren zag, staat Beekhuizen goed voor de geest. “Misschien een beetje braaf en al te lief, maar ik heb er toen van genoten. Het boek? Nee, dat heb ik niet gelezen.” De vraag is trouwens: wélk boek? “Van Robin Hood zijn verhalen bekend uit uiteenlopende culturen”, zegt regisseur Jordan Tuinman. “Zes eeuwen van verhalen hebben sporen achtergelaten in bijvoorbeeld Turkije, Litouwen, Frankrijk – en waar niet al. Robin Hood leeft overal.”

Als regisseur van de jaarlijkse kerstproductie treedt Tuinman, die als lichtontwerper vele internationale dansproducties diende, in de voetsporen van de inmiddels pensioengerechtigde maar nog als supervisor toekijkende Wim Serlie, de man die sinds begin jaren negentig jaarlijks met leerlingen van Theaterschool Rabarber het fenomeen familievoorstelling landelijk introduceerde en daar een succes van maakte. Tuinman was gedurende twee producties regieassistent en rechterhand van Serlie, kreeg er schik in, en werd vervolgens enigszins tot zijn verrassing benoemd tot regisseur. “Ik heb een nieuw team geformeerd. Ik wil graag een nieuwe weg inslaan, maar tekst en muziek zijn als vanouds afkomstig van David Geysen en Carl Beukman. Bij ons is Robin Hood een eigentijdse jongen voor wie de Engelse popcultuur niet vreemd is en is hij bekend met het fenomeen van Haagse scooterbendes.” “Stress?”, vraagt Beekhuizen. “Daar heb ik nog geen last van. Er rijdt ter promotie van de voorstelling een tram rond. Maar ik slaap er niet minder om.”

Robin Hood (5+) van Theaterschool Rabarber is van wo 26 december 2012 tot en met vr 4 januari 2013 te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.rabarber.net en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

Fruitig en enerverend gelegenheidstheater in romantisch park

De Parade van 6 tot en met 15 juli 2012 in Den Haag

Van lichtelijk voorspelbare succesformule als volkse theaterkermis met dikke pret, drie bier en een roseetje als hoofdmotto, is De Parade in sneltreinvaart uitgegroeid tot een plek voor het verantwoord snacken van goedgeluimd, fruitig en enerverend theater, met als gouden vuistregel dat een optreden maximaal 25 minuten mag duren. Tijdens de in totaal 55 speeldagen zijn er 60 verschillende voorstellingen endaarenboven 10 kindervoorstellingen op de dagelijkse Kinderparade, en iedere avond spelen er live bands in diverse sfeervolle aloude Orangerie- en Spiegeltenten. Enkele tips voor een onbezorgd avondje uit in het schitterend gelegen Haagse Westbroekpark, waar De Parade in Den Haag halt houdt.

Theater aan het Spui: Te Koop en Keet
‘Enfin. D’r zouwen kijkers komen. Of ik dan twee dagen in de tuin kon gaan roken. De mensen zouden afgeschrikt kennen worden. Misschien zat er wel een astmatische patient tussen, die gelijk een toeval zou krijgen. Mag lijen dat die een toeval krijgt.’
‘Ma, luister nou. ’t is nog effe werken, effe afzien, maar straks zit jij op roosjes in je nieuwe appartementje. Met je mooie uitzicht. En dan doen ze alles voor je.’

Theater aan het Spui is na De cowboy en de papegaai en Rijk Alleen opnieuw met twee voorstellingen van de partij op De Parade, en de ‘huiskamer van Den Haag’ haalt voor de gelegenheid wederom het houten tuinhuisje annex de keet Bij Herman van stal, een bouwsel dat ook de foyer van het theater bij tijd en wijle siert en waar nu en dan vestzaktheatervoorstellinkjes in plaatvsinden. Te Koop bijt van twee producties het spits af. Het theater heeft in dit gelegenheidsstuk onder meer twee ‘huisgenoten’ ingezet. Zo schreef actrice Pascal van den Berg (docente drama en ega van Spui-directeur Cees Debets) de tekst, waarbij zij zich baseerde op voorvallen uit haar jeugd. Van den Berg speelt het aandoenlijke en bejaarde ouwetje Mettie Bonten, wier huisje ten prooi is gevallen aan verkopers. Het besje wordt geconfronteerd met een snelle makelaar die er uit de States afkomstige, trendy en ultramoderne verkooptechnieken op na houdt, want niet alleen moet haar woninkje picobello en goed in de verf zitten – ze krijgt daartoe zelfs raadgevingen van een professioneel en bekend tv-stylist (Michiel de Zeeuw van het programma de ‘TV-makelaar’) – maar het komt ook tot de inzet van clown Timo, gespeeld door John de Weerd. Timo moet ervoor zorgen dat er een verkoopverhogende stemming bij de bezoekende partij wordt ingeblazen. De Weerd fungeerde vorig jaar als ‘invalcowboy’ en dat beviel hem zo goed dat deze medewerker van het theater nu een vaste rol op zich neemt. De voorstelling, een onderhoudend niemendalletje, geeft tussen de regels door een vertederend beeld te zien van een volks dametje dat grossiert in tegeltjeswijsheden maar ondertussen wel het leven stilaan aan zich ziet ontglippen.

Theater aan het Spui presenteert in hetzelfde knusse houten bouwwerkje ook de voorstelling Keet met Martin Willem van Duijn (Dirk) en Jilles Flinterman (Jarno-Jef). De laatste is naast zijn aandeel bij theatergroep Golden Palace ook bekend van de eerdergenoemde voorstelling Rijk Alleen. Op een tekst van Nasja Covers besluiten de twee nog een keer ouderwets te gaan keten als ze horen dat hun zuipkeet die ze in 1995 midden in een weiland openden, op de nominatie staat om gesloopt te worden als gevolg van een gewijzigd bestemmingsplan. Het weerzien mondt na 15 jaar uit in een bij vlagen hilarische maar ook tragikoische ontmoeting tussen de twee, precies op de plek waar ze ieder hun eerste tongzoen volbrachten en waar ze niets minder dan de perfecte jeugd beleefden door liters Blue Curaçao, hardcore vibes en klaparmbandjes.

Kobe: Not a Toy
Kobe, een van groep net afgestudeerde theatermakers, is kind aan huis bij onder andere het Ro theater, theatergroep MAX, en het Nationale Toneel. Voor De Parade maakten Nastaran Razawi Khorasani, Lourens van den Akker en Cheryl Moenen een nieuwe voorstelling, Not a Toy, die een inkijkje biedt in het vermoede kleurrijke leven van het digitale alter ego: de nieuwe mens, ‘die zich laat leiden door de druk van de leukste, de knapste, de uitzonderlijkste en de interessantste te moeten zijn door constant op de X te moeten staan’. Het resulteert in hilarische en wrange momenten over de grote favoriet willen zijn, over stemmen, ‘liken’ en volgen.

Rabarber: Sneeuwwitje
Na onder meer de grote kerstproductie De Klokkenluider van de Notre Dame eerder dit theaterseizoen speelt Rabarber dit jaar op De Parade evenals voorgaande zomers opnieuw een sprookje: Sneeuwwitje. De theaterschool pakt uit door te gaan spelen in alle steden, drie maal daags in de weekendmiddagen. Voor de betrokken leerlingen van de jeugdtheaterschool (17 tot 22-jarigen die bij Rabarber een vooropleiding doen voor een van de academies) is dat een buitenkansje, al moeten ze vanwege de zo’n 50 speelbeurten hun zomervakantie eraan geven. Rebecca van Leeuwen, die tekende voor de tekst en regie en is ook directeur van de door de gemeente Den Haag gesubsidieerde talentenschool. “Het is ooit begonnen met het serveren van raps voor kinderen op Crossing Border Festival, en daarna het serveren van gedichten op De Parade”. Dat heeft dus een vervolg gekregen: “En nu doen we voor het vierde jaar op rij mee met dit reizende theatercircus”. De familievoorstelling Sneeuwwitje is bij Rabarber een sprookje dat heel erg van deze tijd is, “met toneel en dans, en een kar die beurtelings als middeleeuws kasteel en huis voor vier turbodwergen dient”. Een vertelling ook waarin een koning met zijn zoon uit vissen gaat en wiens zoon zijn tanden wil bleken. Haar leerlingen spelen dubbelrollen en de bezetting is bovendien driedubbel. “Ik begin iedere keer opnieuw met repeteren, want ik moet gedurende de reeks voorstellingen drie verschillende Sneeuwwitjes en, bijvoorbeeld, zes konijnen inzetten”.

Toneelgroep Oostpool: Super Magnifique
In 12 jaar heeft hij geen enkele editie van De Parade overgeslagen. Regisseur en oudgediende-tussen-aanhalingstekens Marcus Azzini is sedert vier jaar present met ‘zijn’ Theatergroep Oostpool, waar hij artistiek directeur is, en was er voordien met ‘eigen’ producties en gelegenheidsensembles. Hij acht De Parade een mooie buhne. “Bezoekers komen bij voorstellingen uit waarvan ze van tevoren niet wisten dat ze die willen. Het publiek wordt verrast. En er is direct contact. Het publiek zit als het ware bij je op schoot en is daarmee eigenlijk je belangrijkste tegenspeler geworden”. En in iedere Paradestad verschilt het publiek: “Den Haag en Utrecht, daar komen ze echt voor de voorstellingen. In Utrecht veeleer voor de lol. In Amsterdam achten velen het bezoeken van een voorstelling een hinderlijke onderbreking “.
Azzini legt in Super Magnifique onwrikbare familiebanden onder een XL-vergrootglas. “In de eenakter Huis Clos liet Sarte in 1945 vastleggen: ‘De hel, dat zijn de anderen’, waarmee hij wilde aangeven dat het een hel op aarde is omdat we ieder voor ons een eigen wil hebben, waardoor we het anderen vaak moeilijk maken. Iedereen vol goede bedoelingen – alleen komen ze er soms zo belazerd uit. Alle ongeluk doe je elkaar aan. De kerngedachte in Super Magnifique is dat je familiebanden niet en nooit kunt verbreken. Marcel Osterop schreef een korte horrorkomedie over hoe acht gezinsleden de toppen van het wederzijdse onbegrip bestijgen. En dat allemaal omdat oma eens een keertje eerlijk wil zijn en geen kanker heeft. “Feit blijft”, aldus Azzini, “familie: je kunt er niet aan ontsnappen. In dit stuk leidt dat onder meer tot leedvermaak, tot aan het hysterische gespeelde toe tragikomisch bedoelde situaties. Citaat: ‘Misschien had ik gewoon andere mensen moeten uitnodigen. Leuke mensen. Soepel in de omgang. Voorkomend. Dat soort dingen. Maar goed, we hebben het er maar mee te doen.’ Super Magnifique wordt gespeeld door acht talentvolle, kersvers afgestudeerde studenten van de Mimeopleiding Amsterdam.

Kees van der Vooren, Eddie B. Wahr, Renee Fokker en Sophie van Winden: Kapsalon
Kapsalons zijn er in soorten en maten en zeker niet alleen om naar binnen te schrokken. Die van de voorstelling Kapsalon is er in ieder geval eentje van de niet-eetbare soort. Een heuse kapperszaak, zogezegd, een waar voornamelijk mannen hun voorname snorren en baardharen uiterst fijnzinnig laten scheren of trimmen. De bestaande zekerheid van alledag in deze typische barbershop, waar twee mannen vol verve het kapperswerk rooien, wordt overhoop gehaald als zich plotsklaps en met veel aplomb twee vrouwen aandienen. “Ongemakkelijke situaties, een hoop mooie liedjes en heel veel levenslust”, zo vat Sophie van Winden het stuk bondig samen. Met Kapsalon belooft het viertal een voorstelling voor te schotelen die net zo lekker smaakt als Vooren & Wahrs eerdere muziektheatrale successen op De Parade, Mon Bouillon en Straat. Voor de gelegenheid kregen Van Winden en Fokker tijdens de allereerste repetities ieder van harte een muziekinstrument in handen gedrukt door de twee mannen. “Ik speel nu voor het eerst basgitaar en Renee accordeon,” zegt Van Winden, die dit seizoen onder meer te zien was bij het Nationale Toneel en Orkater. “We zinger er bij en doen een kozakkendans!”
“In Kapsalon is de kapperszaak zó ingericht dat we er alle kanten mee uit kunnen”, zegt Sophie van Winden. “We gebruiken onder meer een echte kappersstoel, maar het is ook zo dat we à la minute het decor in een Italiaanse gondel kunnen laten veranderen en er vervolgens een gevoelige ballade ten gehore te brengen”.
Het kwartet is voor het eerst samen. “Als Eddie me ziet noemde hij me tot voor kort altijd Renee, omdat hij vindt dat we op elkaar lijken. En toevallig kreeg ik mijn Gouden Kalf voor beste vrouwelijke bijrol voor de film Leef! in 2005 uit handen van Renee. Kees kende ik vanuit de verte en van bezoeken aan De Parade. Toen Renee en ik eens een samen een kopje koffie deden viel het kwartje. “We besloten de stoute schoenen aan te trekken en de heren op te bellen met het voorstel om samen een voorstelling te maken voor De Parade”. Met Kapsalon als het inmiddels bekende gevolg.
Van Winden kijkt uit naar de voorstellingen. “Het is heel anders dan theater of film. We moeten er ‘ouderwets’ voor werken om publiek in onze tent te krijgen, zoals dat betaamt op De Parade. En binnen zit het publiek echt pal op je neus. Dat is wennen, maar het lijkt me fantastisch om in zo’n sfeer te spelen “.

Ro Theater & Beppe Costa: Taranta
Voor Taranta liet muzikant Beppe Costa zich inspireren door een van de diepe mysteries van zijn geboortegrond Italië. Samen met danseres Angelina Deck en Ro Theater-actrices Fania Sorel en Sylvia Poorta geeft Beppe Costa zich over aan de tarantella, een wervelende dans uit het ‘donkere’ Zuid-Italië, die door vrouwen werd gedanst om los te komen van (vermeende) depressies en psychische problemen. Met als excuus gebeten te zijn door een spin en enkel genezen te kunnen worden door wild te dansen lieten vrouwen in Zuid-Italië zich een keer per jaar volledig gaan met als excuus dat het spinnengif eruit moet worden gezweet, en dansten vaak dagenlang achtereen al hun frustraties en angsten weg. In de films The Godfather en The Godfather – Part II is een tarantella te horen tijdens de twee grote feesten waarmee de films openen. Taranta is een lichtelijk hypnotiserende voorstelling met hartveroverende bekentenissen, wervelende dans en bevrijdende ritmes. Met Beppe Costa, Angelina Deck, Sylvia Poorta en Fania Sorel.

Leny Breederveld en Lisa, Marie en Dora Groothof: Het Perron
‘Dames en heren … hier volgt een mededeling voor reizigers inde richting van ehh … weg van hier .. ehh … in een andere richting. Dit is belangrijk … ik herhaal: dit is belangrijk. U zit op het verkeerde spoor! De trein vertrekt. Mis hem niet!’
Leny Breederveld (1951) volgde de mimeopleiding, vader René Groothof (1949) de Kleinkunstacademie. Terwijl zij naam maakte bij theatergroep Carver en Orkater, in Jiskefet en in kinderfilms speelde, acteerde hij bij Het Werktheater en werd bekend met zijn muziek- en vertelvoorstellingen voor kinderen. Ze leerden elkaar kennen bij theatergroep Carroussel, waarop een huwelijk en drie dochters volgden, en later trouwens ook een scheiding. Dat de zusjes Groothof (Marie (1981), Lisa (1985) en Dora (1987)) het theatervak in gingen, lijkt dan ook geen grote verrassing. “Maar vanzelfsprekend was het allerminst”, verklaart Leny Breederveld. “Toen ze nog klein waren dachten we van geen van de drie: dat wordt een spelertje. René en ik hebben de meisjes nooit gepushed”.
En nu maken ze dan een voorstelling met elkaar, in samenwerking met Carver. Het idee voor de voorstelling Het Perron kwam in eerste aanleg van Leny en Lisa die vorige zomer allebei geen werk in het vooruitzicht hadden. Toen ontstond de gedachte iets te maken voor De Parade. Leny: “Vervolgens hebben we een tijdje één keer per week afgesproken om te kijken of het wat werd. Met Carroussel hebben we ooit een voorstelling gespeeld die zich afspeelde op een boulevard. Zo’n plek waar voortdurend mensen voorbijkomen, dat leek me voor De Parade ook een goede insteek”. Lisa: “Toen we het perron eenmaal als plek hadden bedacht, wilden we er meer mensen bij betrekken.” “Een perron is een openbare plek, dat is spannend, je kunt vluchtige levens laten zien”, meent Leny. “Het leek ons geweldig om Marie en Dora te vragen. Verder werken we ook met een aantal studenten van de mimeopleiding, in iedere stad andere”, aldus Lisa. Leny: “Er zullen flarden tekst in voorkomen, dat vinden wij wel leuk, om met een paar woorden te suggereren wat er gezegd wordt”. Het Perron is een muzikale, beeldende voorstelling. Met onder meer Leny Breederveld en Lisa, Marie en Dora Groothof.

De Parade is van 6 tot en met 15 juli te gast in het Westbroekpark te Den Haag. Toegang tot het terrein: € 7,- (tot 16.00 uur: gratis). Toegangskaarten voor de voorstellingen varieren van € 2,- tot € 10,- en zijn vaak ook online te koop: http://www.deparade.nl.

‘Max is een vervelend jongetje’

Theaterschool Rabarber brengt olijke productie voor peuters

“Klaas Vaak heb ik altijd een interessant personage voor een voorstelling gevonden”, zegt Maarten Bakker. “Door hem kun je bij jonge kinderen heel snel tot hun fantasie doordringen en ze meevoeren naar een verzonnen wereld”. Het mannetje dat erom bekend staat zand in de ogen te strooien en dromen te bezorgen is voor één keer in levende lijve te zien, in de muzikale voorstelling Klaas Vaak en de Monsterfabriek, een stuk voor de allerkleinsten (3+). Bakker schreef de tekst voor Rabarber en regisseert het stuk zelf bij de Haagse theaterschool van Rebecca van Leeuwen. Zijn verhaal is losjes gebaseerd op het bekende kinderboek Max en de Maximonsters van Maurice Sendak. En dus zien we bij Rabarber naast Klaas Vaak het kereltje Max verschijnen. “Max droomt alleen maar van monsters”, zegt Bakker. “Wanneer hij op een dag niet meer wil gaan slapen, verschijnt Klaas Vaak. Maar van monsters heeft Klaas Vaak nog nooit gehoord, die bezorgt hij niet. Daarna neemt Klaas Vaak hem mee naar dromenland en komen ze erachter dat ergens ver, ver weg in dromenland een monsterfabriek staat.” Bakker snijdt met het stuk het onderwerp aan dat kinderen voor en tijdens het slapen soms irreële angsten uitstaan. “Klaas Vaak maakt het me makkelijk om kinderen werkelijk te laten geloven wat ze op het podium zien. Je moet kinderen betrekken bij een voorstelling, dat werkt altijd het beste. Dat roept reacties bij ze op. De moeilijkheid voor mij is vooral om het verhaal te vertellen zonder veel zijwegen in te slaan”. Bakker regisseerde eerder voorstellingen bij Rabarber als De Kleine Zeemeermin, Duimelijntje, Koning van Katoren en Anne Frank. Hij wordt deze keer gesecondeerd door choreografe Willemijn van Daal. Zij zoekt naar wegen om het verhaal in beeld en bewegingen te vertellen. “Zoals de Monsterdans die we hebben bedacht”, zegt Van Daal. “Of het moment dat Max en Klaas Vaak naar de koning gaan. Zulke momenten kun je vertellen zonder dat er een woord hoeft te vallen”.

Aan Klaas Vaak en Monsterfabriek doen 25 leerlingen van de theaterschool mee. “Sommige van hen kende ik al, want ik geef hier, net als Willemijn, zelf ook les. Enkele anderen zijn voor mij geheel nieuw, want hier volgen zo’n twaalfhonderd kinderen en jongeren wekelijks toneel-, dans- en zanglessen. Het is in ieder geval leuk om te merken dat ze allemaal superenthousiast zijn om dit te spelen”. Bakker laat tijdens de repetities zijn pupillen vaak allerlei opdrachten doen. “De tekst ligt niet geheel vooraf vast”. De vijftienjarige Tarik Moree is een van de twee spelers die de rol van Max voor zijn rekening neemt. “Een leuke rol. Maar Max is wel een wat vervelend jongetje”, zo typeert hij de hoofdrolspeler van het verhaal. “Gelukkig lukt het me goed om me in hem te verplaatsen. Ik ben namelijk zelf soms ook wel eens vervelend”, lacht hij. Floris Koelman (16) speelt de innemende rol van Klaas Vaak. “Ik begeleid Max op z’n avonturen. En ik moet hem beschermen tegen de bad guys in het stuk. Dat is erg leuk om te doen”.

Zondag 26 februari t/m zondag 11 maart in Theater Merlijn, Bilderdijkstraat 35, te Den Haag. Meer informatie: www.rabarber.net. Kaarten reserveren: online of via (070) 3450996.