Hemel en aarde bewegen

NNT, Club Guy & Roni en Asko | Schonberg spelen Salam

Na vorig jaar de dansmarathon Carrousel bij Noord Nederlands Toneel / Club Guy & Roni en Asko|Schönbergs K[h]AOS nu een kleurrijke orgie van licht, beeld en geluid in een mix van theaterdisciplines. Salam, een oerdrama. Regisseur Guy Weizman: “Alle grote verhalen beginnen klein.”

Liefde, spijt en een vader die zijn twee zonen uit elkaar dreef. Weizman gaat een wereldkwestie te lijf met theater: “Volgens de legende stonden Ismaël en Isaäk hand in hand toen ze Abraham ten grave droegen. We hadden dus nog als broer en zus, als familie voor elkaar kunnen zijn. Maar ergens is het hopeloos misgelopen,” verzucht regisseur Guy Weizman. “Alsof we ruzie hebben gekregen over de erfenis. Wat zou er gebeurd zijn als we toen meteen alles hadden bijgelegd?”

De wereld staat in brand. En dat houdt nog wel eventjes aan, zo luidt de strenge weersverwachting. Wereldvraagstukken, Weizman heeft er steeds meer pijn van in zijn buik. “Verzoening, daar ben ik naar op zoek.”

Hoe zat het ook weer? Wat of wie was eerder: de oerknal of god? Van horen zeggen: God knutselde in een bui van oneindige creativiteit hemel en aarde bij elkaar, in zes dagen en nachten. Daarna vond de creator het welletjes en nam een rustdag. Hoe geniaal alles ook, soms bekruipt je het gevoel dat het allemaal wel wat beter doordacht had gekund, dat Hij die rustdag maar beter ten volle had benut. Neem nou die weeffoutjes tussen christenen en moslims. Bloedbanden, pijnlijk erfeniskwesties, gevolgd door familietwisten. Geen fraai gezicht toch. Gaandeweg zijn die nota bene ontaard in pek en veren, in kruistochten, kolonialisme, zesdaagse oorlogen, Srebrenica, intifada’s, een oerknal à la ‘nine eleven’ en het kalifaat IS. Ook al geen al te fraai rijtje.

Volgens Weizman (1973) zijn alle grote wereldverhalen ooit klein begonnen. Hij besloot daarom om terug te keren tot de symbolische bron, om precies te zijn naar de originele geschriften die aan het geloofsconflict ten grondslag liggen. Hij is ze er zelf op na gaan slaan. Waarom heeft Abraham zijn zoon Ismaël weggestuurd, laten wegsturen? zo vraagt de Marokkaanse Israëliër zich nu al dik twee decennia in toenemende vertwijfeling af. “Ooit, op enig moment, heeft de ene de andere wereldhelft verguisd – en andersom. Terwijl toch voor joden, christenen én islamieten de bron een en dezelfde persoon is: Abraham.”

Weizman zou graag zien dat het publiek in het hoofd kruipt van Abraham, wil diens overwegingen invoelbaar maken. In Salam laat hij de aartsvader van uiteindelijk drie geloofsstromingen daarom verantwoording afleggen voor zijn keuzes, voor zijn met terugwerkende kracht desastreuze, ontwrichtend gebleken (niet-)handelen van toen. De 137-jarige ligt daartoe gekluisterd aan een life support machine, op zijn sterfbed, terwijl hij trauma’s uit het verleden verwerkt en herkauwt. Weizman: “In een flits belandt hij in een hallucinerende trip van, zeg tweeënhalve seconde. Dat ene moment rekken we enorm op in speelduur.”

Alsof dat alles al geen explosief mengsel oplevert deed Weizman er een schepje bovenop met de keuze voor de Vlaamse schrijver alias het enfant terrible Fikry El Azzouzi (1978) als tekstleverancier. Hij heeft hem, zegt Weizman, daarbij vooraf opgedragen ‘om zich niet tot zelfcensuur te laten verleiden’. Hij karakteriseert Fikry als ‘een pestjoch dat lak heeft aan conventies’. Weizman: “Hij heeft met Salam een moedige tekst op papier gezet. Maar dat was wel te verwachten.”

Fikry en Weizman situeren Salam in een cafébar, anders gezegd en om precies te zijn: een louche ogende nachtclub. In een bloedrood getinte omgeving domineert een metershoge cilindrische, mobiele olietank bij wijze van drankvitrine het beeld, omringd door eveneens mobiele tapkasten, segmenten die los van elkaar wel wat van een sikkel weg hebben. In die sexclub, ‘The Last Chance’ geheten, gaat uiteindelijk een shoot-out plaatsvinden, een ‘Russian roulette’. De barista van ‘The Last Chance’ heeft ondertussen het nodige te stellen met het roedel ruziënde familieleden.

Verzoening van religies… in een nachtclub…? Waar is Weizmans hoop eigenlijk op gevestigd met deze keuzes, met dit stuk? Guy: “Voor het vraagstuk waarin we met z’n allen verzeild zijn geraakt heb ik natuurlijk ook niet de oplossing in pacht. Wat ik wel weet: Als ik in mijn Adidas-broek en baseball cap op over straat ga, dan merk ik dat sommige mensen mij niet zien, niet willen zien. Maar als ik de dag erna in tweedelig grijs en stropdas voorbijkom kijken veel mensen opeens veel minder strak naar me, en word ik anders bejegend. Ik weet niet zo goed in welk hokje ik het beste pas, maar ik weet wel dat we moeten kappen met die onzin. De tijd van schepje en emmer is voorbij. Waar ik op hoop is dat de voorstelling mensen dichter bij elkaar brengt. Als er een Arabisch lied voorbijkomt bijvoorbeeld waarvan de buren later worden ingeschakeld om te achterhalen wat voor lied dat geweest kan zijn. Zo’n moment is voor mij waardevol genoeg.”

Overgang
De voorlaatste repetitieweek, donderdag. De vele, vele scèneovergangen staan op het programma. Met soms Babylonische spraakverwarringen tussen de zes Nederlands/Vlaamse acteurs, een internationale cast van zes dansers, zes musici uit verschillende windstreken, de technici en de artistieke leiding. Toch gedragen de acteurs Jack Wouterse en Bram van der Heijden zich op het oog uiterst geduldig. “Dat is nou het mooie van deze productie,” weet Jack Wouterse, de vleesgeworden Abraham in dit stuk. “We bouwen hier samen als het ware aan een nieuwe familie. Mensen die overal vandaan hier komen werken en die begrip voor elkaar kweken: toneelspelers geven de ruimte aan live musici, de dansers verlenen ruim baan aan de toneelspelers en vice versa. Samenkomen in een nieuwe taal. Lef tonen, en niet tevreden zijn met een zesje.”

Hij heeft geloof in de aanpak van Weizman, al is dit de eerste keer dat hij met hem samenwerkt. “In dit productieproces is iedereen evenveel waard. Dat gaat hier echt anders toe dan in alle eerdere stukken of waar ik dan ook heb gespeeld. Ik heb zelf niet zoveel met religie, ben als katholiek uitgeschreven, maar ik geloof wel erg in verbinden en in dit type theater, waarmee ook jongeren worden bereikt. Inhoudelijk? Laten we de stammenruzie bijleggen zoals je een ruzie met je vrouw bijlegt, of met iemand die net knoflook heeft gegeten, terwijl jij daar niet van houdt. Zand erover. Een beetje John Lennon: Give peace a chance.”

Bram van der Heijden speelt Isaäk, Abrahams tweede zoon. Zijn tegenvoeter is Ismaël, gespeeld door Mohammed Azaay. Van der Heijden is bekend met Weizmans aanpak. “Ik ben vast bij dit ensemble. Ongeacht of je gelovig bent of niet wordt hier een thema aangesneden dat diep in velen van ons en in de geschiedenis verankerd zit. In de jaren zestig en zeventig nog dacht iedereen hier dat religie, inderdaad dat opium voor het volk was, zoals Karl Marx dat beschreef. De ontkerkelijking nam enorme vormen aan. Maar het fenomeen beheerst nu alweer decennia het politieke wereldtoneel.”

Als geboren, paspoorthoudende Israëliër wordt Guy Weizman vrijwel dagelijks aan de familietwist herinnerd. “De media dragen schuld in deze godsdienstkwestie.” Zelf is hij niet meer godsdienstig: “Ik geloof in ideeën en mensen, godsdienst heb ik op jonge leeftijd losgelaten.” Voor hem is de bijbel wel nog altijd een zekere basis, “maar dan wel met Homerus en Sophocles ernaast op het nachtkastje.”

Ondertussen schalt een bekend levenslied door de repetitiezaal. Had Vader Abraham niet een cafeetje ergens aan de haven, waar hij zich onder gelijken mengde? De gedroomde, geïdealiseerde wereld van Salam is misschien wel dat café aan de haven.

kader:
Vormentaal
Verwacht geen muziektheater of opera, geen dans- of bewegingstheater, geen teksttoneel, geen performance en geen concert. Maar op gezette tijden toch ook weer wel, als een wokkel waarin disciplines ineengedraaid worden, onderling een pas de deuxtje of triootje aangaan.

Weizmans theatertaal is die van het zappen, een brechtiaans aandoend mengsel. Een tikkeltje vreemd maar wel lekker. Helemaal NNT en Club Guy & Roni, of beter gezegd: helemaal Guy Weizman en Roni Haver. Weizman: “Ik zoek een andere realiteit. In het theater wil ik de spanning en de verstrooiing benaderen die van een film uitgaat zoals bijvoorbeeld Inglourious Basterds van Quentin Tarranatino.”

kader:
In den beginne:
Na een decennium van vruchteloze pogingen tussen Sara en Abraham verwekte hij een zoon, Ismaël, bij Sara’s slavin Hagar. Zij trad namens Sara als draagmoeder op. Pas nadat God de belofte aan Abraham had herhaald dat hij veel nakomelingen zou krijgen, schonk Sara hem een zoon: Isaäk.

Uit angst dat Isaäk niet als eerstgeborene zou worden beschouwd, draagt Sara Abraham op om Ismaël en zijn moeder te verstoten. Uiteindelijk groeit Isaäk uit tot een van de grondleggers van jodendom en christendom; Ismaël tot de stamvader van moslims.
Abraham (ook wel Abram) wordt beschouwd als de aartsvader van Israëlieten en Arabieren. Zijn naam komt voor in de heilige schriften van joden (de Tenach), christenen (de Bijbel) en moslims (Kor’an). Sara stierf op 127-jarige leeftijd, Abraham overleed toen hij 175 jaar oud was. Hij werd volgens de overleveringen begraven in de Grot van de Aartsvader in Hebron.

Literair-historisch is de ontstaansgeschiedenis van de bijbelse tekst over Abraham omstreden.

Guy Weizman
Guy Weizman (1973, Tel Aviv, Israël) is choreograaf en regisseur. Hij is sinds 1 januari 2017 artistiek en algemeen directeur van het Noord Nederlands Toneel (NNT). Hij vormt samen met Roni Haver ook de artistieke leiding van dansgezelschap Club Guy & Roni. Sinds januari 2017 bouwen de twee gezelschappen onder Weizmans leiding aan een interdisciplinair theaterhuis: theater van nu in de taal van nu.

Salam speelt tot en met medio mei in theaters in het land. Meer informatie: nnt.nl/salam.

Advertenties