Smeulende, onderhuidse begeerten

Claus’ meesterwerk Vrijdag door het Nationale Toneel

Met Vrijdag gaat actrice Ariane Schluter haar laatste première in bij het Nationale Toneel. De tweevoudig winnares van de Theo d’Or gaat zich vestigen als freelancer. Maar eerst is er nog Jeanne, een gloeiende volbloedcreatie van Hugo Claus.

“Het is een ongelooflijke rol, maar ook de cast en regisseur Casper Vandeputte maakten dat ik dolgraag in dit stuk wilde spelen”, opent toneel- en filmactrice Ariane Schluter. Werkelijk een topcast, met naast haarzelf Stefan de Walle, Sallie Harmsen en Vincent van der Valk, is te zien in wat wordt beschouwd als het beste stuk van Hugo Claus, ‘godfather’ van de moderne Nederlandstalige toneelschrijfkunst.

Vrijdag is een stuk over scheve levens. Georges Wildemeersch, vastgezet voor ‘seksuele handelingen’ met zijn frivole tienerdochter Christiane, kwam vervroegd vrij omdat zijn vrouw Jeanne is bevallen van een dochter. Maar Georges is niet de vader, dat is zijn buurman annex huisvriend Erik. Bij Georges’ thuiskomst, op een onvoorziene vrijdagavond, doen vader, moeder, dochter en minnaar er alles aan om elkaar te sparen in een aardse poging tot reiniging, verlossing en vergeving. In één avond scheren vier acteurs langs heftige gevoelens als woede en verzoening, kilte en passie, haat en liefde. “Voortlevend op de brokstukken van het verleden proberen ze er ondanks alles samen het beste van te maken”, vat Ariane Schluter het stuk bondig samen. “Dat gegeven intrigeert me”. En dat alles is door Claus opgeschreven in een hoekige, kleiige taal. “Eigenlijk een door Claus verzonnen dialect. Casper Vandeputte en dramaturg Remco van Rijn hebben er een mooie Nederlandse bewerking van gemaakt die zich afspeelt in Zuid-hollandse contreien”.

Tot het beste van Claus behoren die stukken waarin hij zijn gespannen verhouding tot Vlaanderen beschrijft, zoals Een bruid in de morgen, Suiker en Interieur. Al in zijn eerste stuk, De getuigen, uit 1952, bepaalt hij zijn rode draad: begeerte als natuurlijke impuls, eeuwenlang lamgelegd aan kettingen van geloof en moraal. In Vrijdag lopen weliswaar verschillende thema’s door elkaar, maar die van begeerte is cruciaal.
Ook Jeanne ontkomt daar niet aan. Schluter: “Jeanne probeert van het leven te genieten, ze is levenslustig en optimistisch. Alles lijkt haar te overkomen. Maar ze is niet alleen speelbal. Zo ze zegt letterlijk tegen Georges: ‘Ik wilde mezelf niet begraven’. Maar ze is soms wel dubbel in haar gedrag. Zij zit met het complexe gevoel dat ze is bedrogen door haar man, en dat de minnares van haar man haar eigen dochter is. Jeanne is dus jaloers en voelt zich afgewezen. Eigenlijk wil ze de nuances van het taboe opnieuw definiëren, puur en alleen om voort te kunnen, om voor zichzelf een reden te vinden om toch bij George te kunnen blijven. Dat maakt deze rol en dit stuk zo boeiend. Want het zijn daardoor mensen van vlees en bloed”, analyseert Ariane Schluter hardop.

Vrijdag werd in 1969 voor het eerst opgevoerd, geregisseerd door Claus zelf, bij de Nederlandse Comedie. George werd gespeeld door Fons Rademakers en Jeanne door Elizabeth Andersen, Christiane door Kitty Courbois en Erik door Paul Cammermans. Ariane Schluter heeft Vrijdag twee keer gezien: een versie met Bert Luppes en Elsie de Brauw, geregisseerd door Johan Simons, en een met Dirk Buyse en Arlette Weijgers, in een regie van Sam Boogaerts. “Voor het invullen van mijn rol van Jeanne maakt dat niet uit. De uitgangspunten van de voorstellingen verschillen, en dus ga je vanzelf anders spelen”.

Noord Zuid
Begin oktober werden de opnames afgerond van de nieuwe politieserie Noord Zuid, die vanaf januari wekelijks op tv te zien is. Ariane Schluter speelt de Amsterdamse rechercheur Dana van Randwijck. “Het was fantastisch om met Paula van der Oest te werken aan deze misdaadserie, echt een droomproject”.

Dit seizoen is Ariane bij het NT nog buiten Vrijdag in de reprise van Drie zusters te zien. Maar na dit seizoen gaat Schluter, die dit jaar precies 25 jaar op de planken staat en sinds 2007 vast verbonden is aan het Nationale Toneel, zich vestigen als freelance-actrice. “Ik wil vrijer kunnen zijn, zelf mijn weg kunnen bepalen en volgen. Maar het is geen definitief afscheid wat mij betreft”.

Vrijdag door het Nationale Toneel gaat op vrijdag 28 november in première en ook zaterdag 29 november 2014 te zien in Theater aan het Spui. Aldaar ook van vrijdag 9 tot en met zondag 11 januari 2015. Meer informatie: nationaletoneel.nl. Kaarten reserveren: (070) 346 52 87.

Advertentie

Een bochtige weg door het leven

Nationale Toneel in Ultimo – architect van een droom

De gouden schaduw wordt hij genoemd. Ultimo is zijn naam. Een jongen die zich ten doel gesteld heeft een racebaan te ontwerpen. Het Nationale Toneel en Orkater maakten er een spannend en muzikaal toneelstuk over.

Terwijl hij de fijne gelaatstrekken van de liefde van zijn leven met diens ruwe vingertoppen beschrijft, fluistert Ultimo haar toe dat hij daarmee zojuist een volmaakt racecircuit heeft uitgetekend. Daarmee jaagt hij, bezeten als hij is van racen, als ware hij een architect een wensdroom na, een ideaal dat, uiteraard, is voortgekomen uit een trauma.

Ultimo is de ogenschijnlijke hoofdpersoon uit Dit Verhaal, een van de meesterwerkjes van de veelgelezen en veelgeprezen Italiaanse auteur Alessandro Baricco. Ogenschijnlijk, want in het verhaal zitten veel zijlijntjes verborgen die achteraf hoofdlijnen blijken – en die worden dan ook nog eens vanuit verschillende perspectieven beschreven. En de lezer aldus en aldoor op het verkeerde been gezet. Alsof de hoofdpersonen zich steeds opnieuw uitvinden.

“Voor lezers van zestig zijn mijn boeken misschien lastig te volgen”, zegt Baricco in een interview in NRC Handelsblad. “Iemand met veel culturele kennis vindt ze waarschijnlijk mooi, maar ook moeilijk. Een jongen van zeventien die nog maar weinig gelezen heeft, zal er minder moeite mee hebben. Zo iemand is geboren met de bioscoop in zijn hoofd. Films hebben een veel sneller ritme. Alles beweegt en verandert. Voor iemand die daaraan gewend is, zullen mijn boeken geen schok zijn. Ze leiden niet tot chaos, maar zorgen voor orde in je hoofd: de orde van de cinema.”

In het prachtige, verstilde en mooi vertaalde Ultimo door het Nationale Toneel is het aantal personages dat voorbijtrekt teruggebracht tot twee acteurs – en niet de eerste de besten: Ariane Schluter en Porgy Franssen – die soepeltjes verschillende rollen op zich nemen. En op hun beurt en naar hartenlust stoeien met de personages. Het opgeroepen lichtelijk caleidoscopische effect wordt versterkt doordat regisseur Dirk Groeneveld heeft bedacht dat de twee acteurs een schrijversechtpaar zijn, bij wie we getuige zijn van de constructie van een nieuwe roman: veel zinnen eindigen daarom als stem en tegenstem in ‘zei hij’ of juist ‘zei zij’. Het mondt uit in een bij vlagen humoristisch maar vooral verbaal vlechtsel, een intellectuele achtbaan.

In deze roetsjbaan met lussen en live muziek met cellist Harald Austbø valt vooral het weergaloze, flegmatische spel op van de daarnet nog voor een Theo d’Or genomineerde Ariane Schluter. Zij weet moeiteloos en geniaal te schakelen tussen invoelend, dan weer fier, vilein of verleidelijk, boosaardig, muzikaal – en alles wat daartussen zit. Daar blijft Porgy Franssens Ultimo, alias ‘de gouden schaduw’, enigszins bij achter, daarvoor is zijn spel net iets te onaangedaan. Maar laat daardoor per saldo wel een bijkans perfecte Ariane Schluter mooier stralen. Ook een verdienste. Aanbevolen.

Ultimo – architect van een droom coproductie door Nationale Toneel en Orkater. Te zien in het Nationale Toneel Gebouw in Den Haag en landelijke tournee. Reserveren: 0900 – 345 6789. Meer informatie: http://www.nationaletoneel.nl.

Een bochtige weg door het leven

Nationale Toneel in Ultimo – architect van een droom

De gouden schaduw wordt hij genoemd. Ultimo is zijn naam. Een jongen die zich als levensdoel heeft gesteld om een racebaan te ontwerpen. Het Nationale Toneel en Orkater maakten er een spannend en muzikaal toneelstuk over.

Terwijl hij de fijne gelaatstrekken van de liefde van zijn leven met diens ruwe vingertoppen beschrijft, fluistert Ultimo haar toe dat hij daarmee zojuist een volmaakt racecircuit heeft uitgetekend. Daarmee jaagt hij, bezeten als hij is van racen, als ware hij een architect een wensdroom na, een ideaal dat, uiteraard, is voortgekomen uit een obsessioneel gebleken trauma.

Ultimo is de ogenschijnlijke hoofdpersoon uit Dit Verhaal, een van de meesterwerkjes van de veelgelezen en veelgeprezen Italiaanse auteur Alessandro Baricco. Ogenschijnlijk, want in het verhaal zitten veel zijlijntjes verborgen die achteraf hoofdlijnen blijken – en die worden dan ook nog eens vanuit verschillende perspectieven beschreven. En de lezer aldus en aldoor op het verkeerde been gezet. Alsof de hoofdpersonen zich steeds opnieuw uitvinden. Ondertussen geven de mensen die hem omringen zijn leven vorm.

“Voor lezers van zestig zijn mijn boeken misschien lastig te volgen”, zegt Baricco in een interview in NRC Handelsblad. “Iemand met veel culturele kennis vindt ze waarschijnlijk mooi, maar ook moeilijk. Een jongen van zeventien die nog maar weinig gelezen heeft, zal er minder moeite mee hebben. Zo iemand is geboren met de bioscoop in zijn hoofd. Films hebben een veel sneller ritme. Alles beweegt en verandert. Voor iemand die daaraan gewend is, zullen mijn boeken geen schok zijn. Ze leiden niet tot chaos maar zorgen voor orde in je hoofd: de orde van de cinema.”

In het prachtige, verstilde en mooi vertaalde Ultimo door het Nationale Toneel is het aantal personages dat voorbijtrekt teruggebracht tot twee acteurs – en niet de eerste de besten: Ariane Schluter en Porgy Franssen – die soepeltjes verschillende rollen op zich nemen. En op hun beurt en naar hartenlust stoeien met de personages. Het opgeroepen lichtelijk caleidoscopische effect wordt versterkt doordat regisseur Dirk Groeneveld heeft bedacht dat de twee acteurs een schrijversechtpaar zijn, bij wie we getuige zijn van de constructie van een nieuwe roman: veel zinnen eindigen daarom als stem en tegenstem in ‘zei hij’ of juist ‘zei zij’. Het mondt uit in een bij vlagen humoristisch maar vooral verbaal vlechtsel, een intellectuele achtbaan.

In deze roetsjbaan met lussen en live muziek met cellist Harald Austbø valt vooral het weergaloze, flegmatische spel op van de daarnet nog voor een Theo d’Or genomineerde Ariane Schluter. Zij weet moeiteloos en geniaal te schakelen tussen invoelend, fier, charmant en dan weer vilein, verleidelijk, boosaardig of muzikaal – en alles wat daartussen zit. Daar blijft Porgy Franssens Ultimo, alias ‘de gouden schaduw’, enigszins bij achter, daarvoor is zijn spel net iets te onaangedaan. Maar laat daardoor per saldo wel een bijkans perfecte Ariane Schluter mooier stralen. Ook een verdienste. Aanbevolen.

Ultimo – architect van een droom is een coproductie van Nationale Toneel en Orkater. Te zien in het Nationale Toneel Gebouw in Den Haag en landelijke tournee. Reserveren: 0900 – 345 6789. Meer informatie: http://www.nationaletoneel.nl.

 

Goed willen, maar kwaad doen

Het Nationale Toneel speelt O’Neills Long Day’s Journey Into Night

In de lawine aan premières die Het Nationale Toneel dit seizoen in haar eigen Toneelkwartier in Den Haag over ons uitstort, is met Long Day’s Journey Into Night een mooi, maar huiveringwekkend  slot gekomen. Bericht uit een helsoord.

Goed willen, maar kwaad doen. Wel kunnen vergeven, maar niet vergeten. ‘Het verleden is toch het heden?’, houdt Mary Tyrone haar man James en twee zonen Jamie en Edmund voor. ‘Het is ook de toekomst. We proberen ons er allemaal onderuit te liegen, maar dat staat het leven niet toe.’

De bijna als een verzuchting uitgesproken hartekreet doet ze op het moment dat moment het leven al flink heeft huisgehouden in de Tyrones. Rondom Mary (Ariane Schluter) cirkelen haar echtgenoot, de in onroerend goed sjacherende vrek en alcoholicus (Jaap Spijkers), die ooit als steracteur een fortuin verdiendende echtgenoot; een nietsnut van een oudste zoon, Jamie, die zich als vilein en nietsontziende borderliner ieder uur laat vollopen met whisky (Vincent Linthorst); en een wat inerte, aan tbc lijdende jongste zoon Edmund, alias O’Neills alter ego (Tijn Docter).

Als een volleerde junk neemt Mary dagelijks flinke doses morfine in om de pijn te verdrijven van de schuld die ze voelt sinds ze haar jongste kind verloor. Opnieuw nam ze een kind, Edmund, een goedmakertje, maar dat besluit voelde al tijdens haar zwangerschap niet goed. En zie het resultaat: haar jongste zoon is uitgegroeid tot een ziekelijk, aan tbc lijdend joch. Ook die kwelling verdrijft ze dag in dag uit met het opiaat. Alleen dat maakt de gesel van het dagelijkse gezinsleven verdraaglijk, gevolg van een bestaan waarin te lang alles met de mantel der liefde bedekt is gebleven.

Dit ook als Lange dagreis naar de nacht bekende werkje is een angstaanjagend gruwelijk want autobiografisch familiedrama, waarvan de Amerikaanse Nobelprijs en Pulitzer Prize-winnaar Eugene O’Neill (1888 – 1953) besloot dat het als biecht, bekentenis, afrekening en memoires ineen, pas 25 jaar na zijn dood vrijgegeven mocht worden. Bij wijze van eerbewijs werd die wil niet eerbiedigd.

O’Neill was een ware onheilsmagneet: goudzoeker, matroos, zwerver, journalist, toneelschrijver: hij vond zichzelf vaak terug aan de zelfkant van de maatschappij. Tot hij in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw tot een toonaangevend en vernieuwend toneelauteur werd van freudiaanse meesterwerken die ook hier te lande nog altijd regelmatig opgevoerd worden: Mourning becomes Electra, Strange Interlude en Desire Under the Elms.

Wie is schuldig aan de regelrechte hel die O’Neill voor ons optrekt? Is het de verslaafde moeder die als jongedame haar huidige man huwde, hem steevast op zijn tournees volgde, waar ze steevast in vierderangs hotels en tot ver na middernacht moest wachten op zijn komst? Is het haar man die opgroeide in bittere armoede, successen in het theater vierde, maar mede daardoor zijn vrouw in eenzaamheid dompelde, haar geen echt thuis kon bieden, en die geen cent teveel wil spenderen aan een kuur voor hun jongste zoon? De oudste zoon dan? De opstandeling die als peuter uit pure nijd zijn toenmalige broertje de andere wereld in hielp, en die uit zelfvernietiging alles en iedereen die hij tegenkomt te gronde wil richten? Of is het dan toch Edmund? Op het oog geheel ongewapend lijkt hij het kind van de rekening te zijn. Maar ook hij dient rekenschap af te leggen: kiest hij misschien niet te lankmoedig partij voor zijn vader? Het lijkt op een rampzalige keten van aansprakelijkheid, waarin ooit een zwakste schakel het lot van een gehele familie tot in de derde generatie bepaalt. Juist die overweging maakt het stuk aangrijpend, een dergelijke levensloop kan ons namelijk allemaal overkomen.

Long Day’s Journey Into Night is een stuk in de traditie van een Ibsen en Strindberg. Temidden van de heldere maar wat conventioneel aandoende regie, en het sterke ensemblespel door een cast die snel weet te schakelen en in prestaties aan elkaar gewaagd is, steekt Ariane Schluter er evenwel bovenuit. Eerder straalde ze al eens in Strange Interlude, waarvoor ze werd geëerd met een Theo d’Or. Een nominatie lijkt ook nu niet ver weg. En dat allemaal na een debuut in het Haagse in 1990, toen regisseur Johan Doesburg haar een rol aanzocht voor een rol in de voorstelling Watersnood.

Nationale Toneel: Long Day’s Journey Into Night. Te zien in het Nationale Toneel Gebouw tot en met  zaterdag 7 juni (wo t/m za); zo 25 mei: matinee. Reserveren: 0900 – 3456789. Voor meer informatie: www.nationaletoneel.nl.