‘Het meest seksistische stuk ooit’

Nina Spijkers bij Toneelschuur Producties: Het temmen van de feeks

Vrouwenrollen door mannen – en mannenrollen door vrouwen. Dat is Het temmen van de feeks in handen van regisseur Nina Spijkers. De hoogste tijd voor een gesprek.

Waar is het idee vandaan gekomen om dit stuk te doen?
‘Het is een diepe wens van me om met Shakespeare te werken, want ik ben een fan, en heb dit nog nooit gedaan. De voorbije jaren ben ik me erg bewust geworden van het feit dat ik een vrouwelijke regisseur ben – terwijl ik me beschouwde als ‘one of the boys’. Mijn kijk op vrouwen is veranderd door bewegingen als Time’s Up en MeToo. Ik voelde woede bij me opkomen vanwege het systematisch misbruiken en onderdrukken van vrouwen. En Het temmen van de feeks is een van de meest seksistische stukken ooit geschreven – dus dat leek me uitermate geschikt om daar vragen bij te stellen, het langs de meetlat van het heden te leggen.’

Je kende het stuk, de tekst toch al wel?
‘Ik was zestien toen ik het voor het eerst zag maar heb het intussen vaker gezien. Ik werd altijd heel ongemakkelijk als ik ernaar keek, vooral naar het einde. Want in de slotmonoloog worden onmogelijke dingen gezegd over vrouwen en over de verhouding tussen man en vrouw. Wat je vaak als reddingsboei ziet is dat die monoloog wordt uitgesproken met een cynisch ondertoontje, zo van: ze is heus niet getemd hoor. Maar oorspronkelijk is het wel zo bedoeld, als: lekker om het vrouwtje eronder te hebben en kijk eens hoe goed dat is gelukt. Er worden in het stuk echt gruwelijke dingen gezegd over vrouwen, en andersom over mannen trouwens ook.’

Waarom zou Shakespeare dat dan zo opgeschreven hebben?
‘In zijn tijd mocht je je vrouw rechtmatig in elkaar slaan. De vrouw had een totaal minderwaardige positie in de maatschappij. Vrouwen hadden geen stem, heel extreem. Ze mochten bijvoorbeeld ook niet het toneel op, alle rollen werden gespeeld door mannen, ook de vrouwenrollen. Vrouwen hadden maar één plek, en dat was thuis. Ik denk dat het stuk vanuit een compleet andere tijdsgeest is geschreven, een tijd dat er martelwerktuigen bestonden voor vrouwen opdat ze niet meer kónden spreken, gereedschappen waar ze hun tong in moesten steken en waar spijkers doorheen gingen omdat ze waren opgekomen voor zichzelf.’

Je hanteert een omkering van rollen. Waarom?
‘Roeland Fernhout speelt feeks Katherina en Astrid van Eck doet Petruchio. Nog steeds is Katherina bij mij een vrouw, maar dan wel gespeeld door een man. Daardoor komen de man-vrouwverhoudingen opeens onder een loep te liggen. Het is een manier om niet aldoor hardop vraagtekens te laten doorklinken bij de ideëen van Shakespeare. Een grap krijgt zo opeens een heel andere lading. En het leek me de enige manier om het stuk in het hier en nu nog te kunnen spelen.’

Wordt het zo niet al te kluchtig?
‘Niet als je de rollen serieus blijft nemen. Je hebt het hier trouwens eigenlijk over twee stukken, wat mij betreft. Je hebt de plotlijn rond Bianca en haar vrijers, en die van Katherina en Petruchio. Die laatste lijn voelt voor mij meer aan als een tragedie dan een komedie.’

Hoe gaat het er straks uitzien op toneel?
‘De mannen krijgen korsetten, borsten, heupen. Bij de vrouwen worden de tieten weggedrukt en zij krijgen een meer vierkant figuur rond de schouders en de taille. En voor de rest, als je kijkt naar het kledinggedrag nu is dat voor man en vrouw vaak hetzelfde. We dragen bijna allemaal een spijkerbroek en een trui en hebben sneakers aan de voeten. Vrouwen komen echt niet elke dag op naaldhakken, mannen niet in driedelig pak. Op het toneel is er verder een mannenkant, die blauw is; en een vrouwenkant, die is geel. Aan de vrouwenkant staat een strijkplank, strijkbout, een wasmachine, een droger en een taart; bij de mannen zie je een houtblok met bijl, en een rookruimte.

Je hebt de tekst bewerkt en de helft eruit geknipt?
‘Klopt. Ik wil ruimte scheppen voor beeld en geluid, om iets te laten bestaan naast de taal. En omdat drie meisjes alle mannenrollen, behalve Petruchio dan , spelen kun je verschillende mantypen laten zien maar ook hun anonimiteit. Ze worden daardoor als het ware inwisselbaar. En om dat te bereiken moest ik al die plotlijntjes reduceren. De plot interesseert me toch al niet. Het gaat me meer om rolpatronen tussen vrouwen en mannen. Dat je ‘gender’ als restrictie kan voelen waar je in gevangen zit, eigenlijk vanaf het moment dat je een roze pop in handen krijgt of een speelgoedautootje. Vanaf dat moment is het zaadje geplant.’

Hoe vinden de acteurs dit?
‘Volgens mij heel leuk, heel spannend, heel moeilijk ook. Maar we werken met enorm veel plezier aan deze zoektocht. We vinden een heleboel mooie dingen omdat alles dubbel en zo dubbelzinnige wordt. Je krijgt elke kleine dingetjes cadeau, alleen omdat je het omdraait. Daar hebben we veel plezier aan.’

Best een gewaagd plan!
‘Ik ben iets nieuws aan het proberen, maar dat doe ik mezelf iedere keer weer aan. Heel bewust zoek ik naar nieuwe dingen die me uitdagen. Dat is hier wederom gelukt.’

Mogen we verkleed komen kijken?
‘Ik zou het hartstikke leuk vinden! Doe je best!’

kader
Het temmen van de feeks volgens Shakespeare (1590-1594)
Niemand, niemand wil trouwen met Katherina. Haar zusje Bianca, in alles haar tegenbeeld, is veel geliefder. Maar Bianca mag pas trouwen van hun vader als Katherina aan de man is gebracht. De rijke Petruchio gaat de uitdaging aan om deze feeks te temmen. Maar wie temt nu eigenlijk wie? In de slotscène houden de mannen een weddenschap over wie van de twee volgens hen de meest gehoorzame is.

Het temmen van de feeks volgens Nina Spijkers (2019)
Alle vrouwenrollen worden door mannen en alle mannenrollen door vrouwen gespeeld. Shakespeare’s (seksistische) komedie is het vertrekpunt voor een onderzoek naar de mate hoezeer op gender gestoelde rolpatronen bepalend zijn. Wat is de erfenis van stereotypen? En hoe breken we los van deze conventies om werkelijk gelijk te zijn?

kader
Nina Spijkers
… een van de vaste regisseurs van Toneelschuur Producties, studeerde in 2014 af met Kwartet aan de regieopleiding van de Theaterschool Amsterdam. In 2015 won ze er de Top Naeff Prijs voor, een aanmoedigingsprijs. In datzelfde jaar debuteerde ze bij Toneelschuur Producties met Phaedra’s Love van Sarah Kane. In 2016 regisseerde ze bij de Toneelschuur Friedrich Schiller’s Don Carlos, dat werd genomineerd voor de BNG Bank Nieuwe Theatermakersprijs. In 2017 regisseerde ze Ivanov van Tsjechov en ook voor deze voorstelling werd ze genomineerd voor de BNG Nieuwe Theatermakersprijs. Die voorstelling werd bovendien geselecteerd voor het Nederlands Theater Festival 2017. Afgelopen seizoen maakte ze Geluk.

Toneelschuur Producties: Het temmen van de feeks. Tournee tot medio april 2019. Meer informatie: toneelschuur.nl.

Advertenties

‘King Lear’ hier en nu

Hetpaleis & Het Zuidelijk Toneel spelen met Shakespeare

In De Gelaarsde Kat liet een molenaar zijn drie zoons alleen de molen, een ezel en een kat na. Shakespeares King Lear heeft welbeschouwd wel wat weg van dat sprook.

Stokoud, ziekelijk en weduwnaar. Lear besluit dat de tijd gekomen is om zijn koninkrijk te gaan verdelen. Kanshebbers zijn uitsluitend zijn drie dochters. Hij daagt ze uit te bewijzen wie het meeste van hem houdt. Maar de jongste weigert. Dat komt haar duur te staan. Het maakt Lear ziedend, verbant haar uit zijn rijk. De twee overgebleven dochters en hun respectievelijke echtgenoten zijn in de sas. Maar Lear laat zo de geest uit de fles: zijn rijk kreunt, een jonge generatie pruttelt tegen, stelt de oude idealen van het rijk in kwestie. Wanneer zelfs zijn twee dochters zich tegen de idealen van zijn rijk keren ziet de doodzieke Lear dit als verraad en als een persoonlijke aanval.

En opeens is het buigen of barsten voor Lear én voor zijn rijk. Het spookt in zijn hoofd.

In de verwarrende tijden van anno 1605, zien de Vlaamse theatergroep Hetpaleis en Het Zuidelijk Toneel (Tilburg) parallellen met een langzaam uiteenvallend Europa. Regisseur Simon De Vos (o.a. Romeo en Julia) beziet King Lear als een politiek steekspel. In zijn ogen is Shakespeares tragedie ook een hedendaagse spookvertelling over de Europese Unie.

En dus wordt Vos’ versie bevolkt door kantoortijgers die ostentatief een mobieltje aan het oor gekluisterd houden.  Lear die tartend alvast een afbeelding van een opgedeeld Europa op zijn rug heeft laten tatoeëren en confectiepakken, aktetassen en stapels dossiers. Stemronde op stemronde. De Brusselse besluitvormingsmachinerie in een notendop.

King Lear in het hier en nu, tien acteurs op het toneel. Onder hen de ‘Haagse’ gebroeders Schellingerhout, Kaspar en Krisjan. Zo’n vijftien jaar geleden deelden zij voor het laatst gebroederlijk het theaterpodium, in King Arthur, toen bij Theaterschool Rabarber. Krisjan speelt Edgar, de zoon van ‘zuiverman’ Gloucester, de hoogste diplomaat van het rijk en Lears speechschrijver. “Leuke rol, met meer kleur en diepgang dan ik in eerste instantie dacht. Filosofiestudent Edgar is naïef en ambitieus, maar wordt kapotgemaakt. Toch vindt hij ruimte om een volwassen filosoof te worden.”

In deze ‘Lear’ zijn sommige personages gemodelleerd naar stromingen of figuren die in het huidige Europa-debat naar voren zijn getreden. “En Edgar vertoont trekjes van de Duitse filosofe Ulrike Guérot. Voor haar is vernieuwing cruciaal. Zij ziet voor Europa alleen een toekomst weggelegd als het zich opdeelt in cultuurregio’s.”

Kaspar geeft karakter aan Gloucesters onechte zoon Edmund. “Een smeerlap en een nihilist die aan de poten zaagt van alles en iedereen die op zijn weg komt. Een fijne rol om te spelen want er zitten vele menselijke trekjes aan hem. Wel was ik vooraf wat zenuwachtig, want ik maak gewoonlijk muziektheater. Maar dit is toneel, opeens had ik niets meer om me achter te kunnen verschuilen.”

“Hoe het is om samen te spelen, en dan nog ook als broers?” vraagt Krisjan vlak voor aanvang voorstelling in Leeuwarden. “Vreselijk natuurlijk!” Kaspar lacht hardop met hem mee: “Twee handjes op één buik!”

Vraagstuk Europa
“Europa doet me minder dan ik zou willen,”vertelt Krisjan. “Dat is een kwestie van opvoeding. Je moet je kinderen ‘Europeaan’ laat voelen. Zo’n opvoeding heb ik niet gehad. Maar een verenigd Europa is belangrijk voor onze economie,  en voor onze positie in de wereld. En niet in de laatste plaats om conflicten binnen Europa te vermijden. Pro Europa dus.”

Kaspar: “Ook ik vind ‘Europa’ een positief verhaal. Natuurlijk is het systeem een moloch, vaak traag en stroperig. Maar het concept Europa biedt waarborgen, bijvoorbeeld rond sociale zekerheid en een zekere kwaliteit van leven. Ik snap niet zo goed waar separatisten op uit zijn.”

Van ‘Brussel’ naar Den Haag: “Sinds kort woon ik er weer,” zegt Krisjan. “Na zes jaar Amsterdam vond ik het daar te duur worden. Ben nu blij toe.” Kaspar, sinds 2008 Antwerpenaar:  “Klopt, al werk ik geregeld in Den Haag, onlangs nog bij Firma MES.

Momenteel werk ik bij Het Nationale Theater met theatermaker Sadettin Kirmizyüz als geluidsontwerper en acteur aan Metropolis, een modern vierluik over de stad. Hopelijk kan ik, mocht het nodig blijken, straks bij Krisjan aankloppen mochten  de repetities uitlopen. Wie weet mag ik dan op zijn bank neerploffen.”

Hetpaleis / Het Zuidelijk Toneel: King Lear. Woensdag 7 februari 2018 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl en hzt.nl.

‘Géén blackface’

Daria Bukvić regisseert Othello bij Het Nationale Theater

Ze maakte de tongen los met Nobody Home (vluchtelingenproblematiek) en Jihad (radicaliserende jongeren). In haar eerste regie bij Het Nationale Theater zet ze haar tanden in Othello. Daarin legt de succesvolle zwarte legeraanvoerder het aan met Desdemona, een mooie witte vrouw van notabele afkomst.

Wat wil je ons met ‘jouw’ Othello laten zien?
“Shakespeare schreef Othello vierhonderd jaar geleden, maar nog altijd is er bij de grote theatergezelschappen geen Othello te zien geweest die draait om wat hij erin beschreef: een zwarte man die succes heeft in een witte wereld. Vier eeuwen is de kerngedachte uit Shakespeare’s stuk moedwillig weggedrukt. Dat is bijna absurdistisch. Kennelijk wordt die inhoud als giftig beschouwd. Ik wil onze witte samenleving een spiegel voorhouden, maar ook de theaterwereld. Er zijn tot nu toe alleen maar schijnbewegingen gemaakt.”

Maakt het uit of Othello wit, zwart dan wel zwartgemaakt is, zoals dat veelvuldig is gebeurd?
“Natuurlijk! Shakespeare beschreef Othello als een Moor met een zwarte huid. Een witte acteur deze rol laten spelen met blackface kan écht niet meer. Maar ik vind een witte acteur die Othello speelt terwijl het racismedebat in ons land hoog oplaait sowieso een zwaktebod. Het is tijd voor Werner Kolf.”

Wat is het sleutelmoment, waar werk je naartoe?
“Dat kan ik nu, terwijl de repetities moeten beginnen, nog niet zeggen. Othello is een well-made play. Natuurlijk komen in de tragedie liefde, jaloezie, ambitie en wraak ook bij mij aan bod. Maar ik ben als regisseur niet zozeer geïnteresseerd in de intrige als wel in de maatschappelijke relevantie van dit stuk. Ik wil het publiek met een tollend hoofd naar buiten sturen.”

Daria Bukvić
… heeft sinds haar afstuderen in 2011 voorstellingen geregisseerd voor verschillende festivals en productiehuizen. In 2014 ging de eerste voorstelling van haar eigen stichting in première: Nobody Home. Daarin ging ze samen met drie acteurs en hun families op zoek naar de wortels van hun en haar eigen vluchtelingenbestaan in Nederland. De voorstelling werd geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival 2015 als een van de beste van dat seizoen. Vervolgens regisseerde ze de jongerenvoorstelling Jihad, over drie vrienden die zich niet meer thuis voelen in Nederland en vertrekken naar het Midden-Oosten om zich aan te sluiten bij jihadisten. In 2016 won ze de Amsterdamprijs voor de Kunst. Daria Bukvić is vanaf 2017 als regisseur aan Het Nationale Theater verbonden.

Othello. Met: Lotte Driessen, Sallie Harmsen, Claire Hordijk, Werner Kolf, Mark Lindeman, Rick Paul van Mulligen, Martijn Nieuwerf en Joris Smit.

Othello gaat in première op zaterdag 3 februari 2018 in de HNT Studio’s. Tournee door het land t/m zaterdag 31 maart 2018.

 

 

Júúlius, binnenspelen!

Theater in de openlucht: Julius Caesar

Hoe prop je een buitenluchtspektakel in het dwingende kader van de toneellijst? En hoe plaats je een politiek steekspel uit het jaar nul over naar de theaterzaal anno 21e eeuw? De achterkant van het theaterbedrijf met Orkater’s Julius Caesar. Wat als je een heel loofbomenbos het toneel in moet loodsen?

Wat is de zoetste dood, zo werd hem tijdens een diner onder vrienden gevraagd. Zijn antwoord: De dood die zonder waarschuwing komt. Orkater laat met Julius Caesar muziek, taal en beeld samensmelten tot een voorstelling die haarfijn blootlegt hoe kleine mensen in staat zijn tot onvermoede daden. Met onafzienbare gevolgen.

Het Amsterdamse Bos meet 935 Wiki-hectares en is in de zomermaanden al ruim 25 achtereenvolgende jaren het decor voor een theaterfeest. Het openluchttheater aan de zuidwestrand van Amsterdam geurt naar vers geknipt grasland en fris regengeklater na niet eens zo’n warme zomerdag.

Verscholen achter een ruime blokhut en zomerzwanger loofbomengebladerte plus het nodige aan struikgewas, glimt daar het openluchttheater. Het Bostheater, groot gemaakt door de in 2014 teruggetreden artistiek leider Frances Sanders. Dit en de komende drie jaar geeft de programmering een samenwerking weer van Stadsschouwburg Amsterdam en het Bostheater.

Beide kunstinstellingen hebben gekozen voor vaste bespelers van de stadsschouwburg: dit jaar Orkater; in de komende jaren het Noord Nederlands Toneel, De Warme Winkel en Toneelgroep Oostpool. Orkater bijt het spits af met Shakespeare’s Julius Caesar In een regie van Michiel de Regt.

Poncho
Bij aankomst in het Bostheater, geruime tijd vóór aanvang voorstelling, is er alwéér een plensbui te verstouwen. Poncho-time. Bezoekers beschermen hun meegenomen voluptueus volgestouwde picknickmanden met plastic hoezen, schroefdoppen worden haastig op wijnfleshalzen teruggedraaid.

Zodra het dan weer droog geworden is, krijgen de nog weinige bezoekers een choreografie opgediend door bekwame technici die met droogtrekkers de speelvloer (zwarte vloerpanelen, een viertal witte loopbanen dat elkaar kruist rond een centraal opgestelde vierkantige, witte verhoging) van het kleurloze levenselixer bevrijden.

Kan niet anders of dat alles is verwoestend voor de staat van het toneelbeeld, dat bestaat uit een oversized witte voet, idem hand, en twee ‘eilanden’ met tarpen erboven. ‘Inwerking van zonuren, temperatuurverschillen tussen dag en nacht en vele regenbuien hebben ons de afgelopen tweeënhalve maand geteisterd,’zegt Steven Raapis Dingman, Orkater’s eerste inspiciënt, over de toneelschikking, ‘zozeer dat het nog maar de vraag is wat we er straks op tournee van kunnen inzetten.’

Backstage
Ondertussen prepareert Patrick Votrian van koperkwintet K.O. Brass! in een van de twee backstage opgestelde portocabins zijn tuba (‘zeg maar sousafoon’) met kwaliteitsventielvet, blaast Randall Heye met verve leven in zijn trompet. En dan komt daar Charlie-Chan Dagelet aangelopen. Zij speelt intrigant Cassius en Portia, echtgenote van Brutus, een interessante dubbelrol. ‘Inderdaad, een man én een vrouw in mij verenigd. Leuk toch? In de tijd van Shakespeare werden alle rollen allen door mannen gespeeld. Maar hier zijn het vrouwen van vlees en bloed.’

Ze beschouwt het Amsterdamse Bos bijna als een sprookjesbos. ‘Het is geweldig om hier te spelen, de sfeer, de mensen, het team, het stuk. Maar het is niet eenvoudig spelen. De personages staan vaak ver uit elkaar op de vloer. De locatie is wel erg weids en het publiek zit veraf en wijd uiteen. Dat maakt het lastig om te focussen. Want op wie richt je je?’

Bloedfontein
De zittribunes – onoverdekte houten plankieren, maar zitkussens zijn gratis voorradig – lopen ondertussen aardig vol. Plots: boem, paukenslag. Weer onweer? Neen, live muziek! Caesar stormt de vloer op: ‘Calpurnia, Calpurnia!’

Verderop in het stuk legt Caesars echtgenote hem uit dat de sterren niet gunstig staan voor een vertrek naar de senaat. Enkele scènes daarna komt het volbloed drama rond staatsman en veldheer Julius Caesar en samenzweerders Cassius en Brutus met de moord op de titelfiguur tot een hoogtepunt, hier onder meer culminerend in een beeldbepalende spuitende bloedfontein.

Weids
Het enorme speelvlak van het openluchttheater creëert een bijna onuitputtelijke scala aan mogelijkheden voor spectaculair openluchttheater. De gehele speelvloer als ook de omlijstende randen (het bos!) worden daarbij gretig bespeeld. Het speelvlak van het amfitheater meet 28 bij 30 meter.

‘In ons geval 28 bij 40 meter,’ corrigeert regisseur Michiel de Regt, als ik hem later door de telefoon spreek. “Want de catwalk die de tribunes in loopt, die nemen we ook mee op tournee.’Hij bevestigt de staat waarin de decorelementen in het bos verkeren. ‘We gaan de basiselementen nabouwen. De spullen hebben veel te lijden gehad, zijn opgebruikt.’

Maar ook wijkt de maatvoering van het Bostheater erg af van het beschikbare ruimtebestek in de theaterzalen. ‘We moeten voor het toneelbeeld een nieuwe balans zien te vinden. De manshoge hand en voet moeten wellicht kleiner, en tarpen zijn in de theaterzaal niet nodig. Ook moeten de posities voor opkomsten en afgangen opnieuw bepaald worden. Daardoor verandert de timing voor veel spelers.’

In feite verandert de gehele mise-en-scène. ‘We kunnen sowieso de weidsheid van bomen en bos natuurlijk niet op onze reis in een truck door Nederland meenemen,’ bevestigt De Regt met gevoel voor understatement. ‘Een weidse zee van wel tien meter ruimte tussen twee personages die een dialoog voeren, dat kan straks echt niet. Die ruimte is er in de zaal niet. Ook denken we nog na over de fontein. Het bassin past niet in alle theaterzalen.’

De akoestische balans wijzigt eveneens. ‘In de buitenruimte is geluidsversterking nodig, voor de muziek maar ook voor de stemmen van de spelers. De vraag is of dat met koperblazers ook nodig is in de zaal.’ Daarenboven zijn speltechnisch veel verschillen, en niet alleen stemtechnisch van aard: ‘Van het grote gebaar naar meer ingetogen spel, met meer ruimte voor nuances.’

Gender
Zo wordt Julius Caesar voor een belangrijk deel een andere voorstelling. Het komt er op neer dat een geheel nieuwe regie wordt bepaald voor de tourneeversie. ‘En dan in een enkele montageweek inclusief de repetities’, legt De Regt uit. Daarenboven worden de rollen van Charlie-Chan straks ingenomen door vast Lars Doberman-lid Reinout Scholten van Aschat. ‘Hij werd op het laatste moment gecast voor een Italiaanse speelfilm en besloot die te gaan draaien. Toen is Charlie-Chan voor Reinout in de plaats gekomen. Zij doet in het najaar echter weer mee met een andere productie, Reinout is dan klaar met de film en gaat alsnog de rollen van Cassius en Portia spelen.’

Hoe hij dat gaat aanpakken? ‘Reinout zal de video-opnamen gaan bestuderen. Er is al een rijke voedingsbodem voor hem klaargelegd natuurlijk, net als voor ieder van de cast trouwens. In grote lijnen kan hij dus voortborduren op wat Charlie-Chan op de mat heeft gelegd.’

Maar, zegt hij, ‘uiteraard en onvermijdelijk zal hij zijn eigen invulling aan de rollen geven.’ ‘Grappig hè’, reageert Dagelet. ‘Net als ik speelt Reinout straks een man én een vrouw. Ik ben benieuwd hoe die rollen en het stuk er dan uitzien.’

Een geselende zon, striemende regen en rukwinden, die zijn er straks niet. En geen overvliegende Jumbo jets. ‘Al vond ik de weersomstandigheden zelden van negatieve aard,’ zegt De Regt.’ De regen leverde ook vaak mooi beelden op. Maar die vliegtuigen zal ik niet heel erg missen.’

kader:
Caesar
Gaius Julius Caesar veroverde als gouverneur van Gallië het merendeel van Frankrijk, België en Engeland. In 49 ontketende hij een burgeroorlog door met zijn leger de Italiaanse grensrivier de Rubico over te steken (‘de teerling is geworpen’).

Na de overwinning op zijn rivaal Pompeius en een korte veldtocht in Klein-Azië (‘Ik kwam, ik zag, ik overwon’) werd hij dictator voor het leven. Op de Idus (15e dag) van maart 44 werd hij door bezorgde republikeinen onder leiding van zijn vriend Brutus ( ‘Ook gij, Brutus?’) vermoord. Een nieuwe burgeroorlog is het gevolg.

Shakespeare
Shakespeares politieke thriller en psychologisch drama diende onder meer als leerstof voor zijn treurspel Hamlet. Volgens Shakespeare-kenners weerspiegelt het de toenmalige algemeen gevoelde ongerustheid in Engeland over de troonopvolging.

Als voornaamste bron voor Julius Caesar maakte Shakespeare waarschijnlijk gebruik van de in 1579 verschenen Engelse vertaling van Plutarchus Bioi paralleloi (“Parallelle Levens”) (1e eeuw), een serie biografieën van beroemde Grieken en Romeinen wier morele deugden en waarden hij prees.

kader:
De Regt
Regisseur Michiel de Regt (1980) ontving in 2007 de Ton Lutz Prijs voor beste regiedebuut (Pontiac Hotel). Van 2009 tot 2016 was hij als vaste maker verbonden aan Toneelschuur Producties: Antigone, Wreed en Teder en Wachten op de Barbaren. Bij Orkater regisseerde De Regt naast 237 redenen voor seks en Lutine ook de grotezaalproducties Op de Bodem en Distel.

De Regt is veelzijdig: hij regisseert op uiteenlopende plekken (theaterzaal, Oerol, Lowlands, Boulevard), speelde in enkele producties, zette stappen als choreograaf en hij schrijft, bewerkt en vertaalt toneelteksten. Ook was hij actief als speldocent.

Monddood gemaakt

Toneelgroep De Appel: Bestaan of niet bestaan, dat is de vraag

Hamlet in een dwangbuis, gekneveld en met bloedomrande mond te kijk gezet. ‘De noodzaak? Overleven!’ De kans is groot dat voor Toneelgroep De Appel het doek valt. Shakespeares wraaktragedie symboliseert haar benarde positie, maar gespeeld als groots theaterfeest.

Het affichebeeld en het stuk zijn symbolisch voor wat Toneelgroep De Appel treft: ‘Het was een oom die Hamlets vader vermoordt, de waanzin die hem vervolgens treft, een hogere macht die het van hem overneemt, en de moorden die hij daarna pleegt. En uiteindelijk zelf het onderspit delft. Hamlet legt ook de verhouding bloot tussen vader en zoon, moeder en zoon, de zoon en zijn vrienden. Maar ook tussen geliefden. Tussen machthebbers, oud en jong, die handelen of juist niet-handelen.’ Aldus David Geysen, Appel-acteur en regisseur van deze Hamlet, de keuze. ‘Hamlet hebben wíj niet uitgekozen’, zegt hij, ‘Hamlet dringt zich aan ons op door de situatie waar we ons in bevinden: Is dit het einde of gaan we door?’

De vraag is gewettigd of er na 1 januari veel meer dan een klokhuis overblijft van De Appel. Grote kans dat Hamlet de afscheidsvoorstelling wordt/is/zal zijn van Nederlands oudste repertoiregezelschap. Eigenlijk zou De Appel dit najaar Kersentuin – na de crash (what’s in a name) spelen. Maar nood brak wet. Voor Toneelgroep De Appel is het al ver voorbij twee voor twaalf. Want dit voorjaar deed een adviescommissie aan de gemeente het advies cadeau om De Appel op te heffen – en de wethouder nam dat advies over. Die stelde daarna wel een half miljoen euro jaarlijks in het vooruitzicht voor haar opvolger: ‘Den Haag is De Appel schatplichtig’. Er is dus kans op een doorstart, maar niets is zeker.

Opvolger

Geysen wordt allerwegen beschouwd als belangrijkste erfgenaam. Áls er een opvolger tot stand komt, dan is hij het die de artistieke kar gaat trekken. Om te beginnen zetten de overgebleven Appel-getrouwen hun tanden in Hamlet. ‘Als er een stuk met een duister innerlijk bestaat, en waarin ziel en zaligheid van het theater wordt blootgelegd, dan is dat Hamlet. Wat is toneelspelen, wat is veinzerij? Bestaan geesten? Wat is waanzin? Die vragen worden in dit stuk opgeworpen?’
Geysen regisseert, maar speelt ook de titelrol. ‘We gaan Hamlet te lijf met zes van onze vaste spelers: Isabella Chapel, Judith Linssen, Hugo Maerten, Bob Schwarze en Iwan Walhain.’ Zij zijn, net als Geysen zelf, afkomstig uit het hart van het gezelschap, aangevuld met stagiaires. Of acteurs met een oud Appel-verleden aansluiten is niet zeker, maar wordt wel overwogen.

Kapotscheuren
Hamlet, prins van Denemarken, wordt vaak gezien en getoond als een twijfelkont. Zijn getob, angsthazerij en gemoedsonrust maskeerde de verrotting en zwijnerij om hem heen. Een man die na de moord op zijn vader ook behoorlijk van de leg raakte: ‘To be or not to be.’ Maar uit het dwingende affichebeeld rijst eerder het beeld op van een man die zich tegen wil en dank heeft moeten laten knevelen en dan regelrecht uit is op bloeddorst.

‘Het geijkte beeld van Hamlet wil ik bijstellen’, legt regisseur David Geysen uit. ‘Hamlet is het stuk der stukken, heilig verklaard door de geschiedenis: daar moet je omzichtig mee omgaan! Maar wij gaan het kapotscheuren, tot op het bot uitbenen. Anders dan vaak wordt gedacht, heeft Shakespeare het stuk niet opgeschreven zoals het tegenwoordig uitgelegd en gespeeld wordt. En bedenk dat na zijn dood ook de Romantiek nog eens over het stuk heen is gegaan.’

Theatrale explosie
Zonder twijfel gaan Geysen en consorten slagen in dat aangekondigde kapotscheuren. Zijn handtekening als theatermaker staat daarvoor garant. In het verleden maakte Geysen bij De Appel spraakmakende voorstellingen als Messen in Hennen, Volle Maan (drieluik), Voor sommigen het einde van het land, voor anderen het begin van de wereld, Motel Detroit en, nog zojuist, Polonium-210, bij zijn eigen ‘label’ Dégradé.

Het zijn voorstellingen die zich laten ‘lezen’, laten ondergaan als een trip; die eerder een ‘gevoel’ overbrengen dan een verhaal met kop en staart vertellen. In de Hamlet wil Geysen verschillende stijlen, tradities en disciplines combineren tot een groots theaterfeest. Klassieke elementen, de mooie tekst van Shakespeare, de circuspiste van De Appel en het hoge rock ’n’ roll-gehalte van zijn eigen extreem beeldende geluidstheater. ‘Deze Hamlet wordt een theatrale explosie zoals we dat van De Appel gewend zijn. Ruig, rauw, poetisch … en feestelijk.’

Toneelgroep De Appel: Hamlet. Tot 18 december 2016 in het Appeltheater. Meer informatie: toneelgroepdeappel.nl.

Kader:
Oudste repertoiregezelschap
Toneelgroep De Appel werd in de herfst van 1971 opgericht door regisseur Erik Vos, de eerste regisseur in Nederland ooit; de actrices Christine Ewert en Do van Stek; en de acteurs Carol Linssen en Peter van der Linden. Volgens de legende gebeurde dat in een appelboomgaard in de Betuwe. Het gezelschap wilde werken vanuit improvisatie en zich richten op de integratie van verschillende kunstvormen zoals theater, dans en opera.

De Appel is het oudste repertoiregezelschap van Nederland. Illustere acteursnamen waren aan Toneelgroep De Appel verbonden, onder meer Catherine ten Bruggencate, Sacha Bulthuis, Hubert Fermin, Aus Greidanus, Geert de Jong, Will van Kralingen, Rudolf Lucieer, Carol Linssen, Eric Schneider en Henk Votel.

De Appel groeide uit tot het bekendste gezelschap van Nederland, en had in het Appeltheater sinds 1978 haar eigen (vlakkevloer)theater, het Appeltheater in Scheveningen. Het monumentale 19e-eeuwse pand diende vroeger als paardenstal en manege voor de paarden van de Haagse paardentram.

In 1996 kwam de artistieke leiding in handen van Aus Greidanus sr. en Aram Adriaanse. Drie jaar later werd Greidanus alleen artistiek leider. De groep verwierf de laatste jaren veel bekendheid met marathonvoorstellingen. Nog in 2012 ontving De Appel de Toneel Publieksprijs voor de voorstelling Herakles.

In januari 2015 nam Arie de Mol het artistieke roer over van Greidanus. Afgelopen zomer hing hij zijn functie aan de wilgen toen het negatieve advies van de cultuurcommissie van de gemeente Den Haag werd overgenomen door cultuurwethouder Joris Wijsmuller (Haagse Stadspartij), en hij geen heil zag om in afgeslankte vorm door te moeten gaan met De Appel.

Hamlet stond al eens eerder bij De Appel op het menu. Erik Vos regisseerde het in seizoen 1988-1989. David Geysen: ‘Zie je de kroon op het affiche? Die is uit die productie.’ Juist de afgelopen maand maakte ook Erik Vos zijn afscheidsvoorstelling, Het verhaal van Hester.

Zoekplaatje in knellende maskerade

Warmbloedige Haagse familievete in IJS&VIS

Verona is ingeruild voor puur Haagse bodem. Prachtig idee om Romeo & Julia, de Montague versus de Capuletti, om te smeden in een stadslegende met de plaatselijke families Talamini en Simonis als twintigste-eeuwse blikvangers. Maar een prachtplan is niet per se een puike voorstelling. Ontroering blijft uit.

In IJS&VIS is Shakespeares liefdestragedie gemixt met feit en fictie rond twee op en top Haagse ondernemersfamilies, dat hier uitmondt in een verhaal rond Giulieta en Danny, naar het bekende eeuwige maar ‘verboden’ liefdeskoppel. Volgens MES is het een verhaal ‘dat echt bestaan had kunnen hebben’. Bij MES staan denkbeeldig daarom ijslikkers tegenover schollenkoppen, Maar  net zo goed is IJS&VIS als ADO contra Holland Sport, Den Haag tegen Scheveningen. Maar IJS&VIS is ook zand en veen, en allochtoon jegens autochtoon.

MES maakt springlevend, jong toneel; speelt naar eigen zeggen geen ‘dode’ tekststukken uit het wereldrepertoire. De Haagse groep put liever uit persoonlijke ervaringen.

Maar nu dus even niet. Dus: Hoe pak je dan een briljant toneelstuk uit anno 1590 aan, dat echter zo uitgekauwd is dat clichés er als ijs bij dertig graden in straaltjes uit het hoorntje lopen? Hoe blaas je het nieuw leven in?

Het twistgebied is bij MES erg Haags: een leegstaand pand nabij broedplaats MOOOF aan de Binckhorstlaan. Daar, in alle mogelijke hoeken en gaten, spelonken en nissen heeft MES kans gezien het aloude liefdesverhaal van twee elkaar naar het leven staande families uit de doeken te doen. Na de nodige instructies worden we gelanceerd op een gemaskerd bal à la Eyes Wide Shut en La Grande Belleza.

Buitenissig aandoende, filmische beelden, Italiaans vuur .

Vervolgens kijken we in een toer door het gebouw langs verschillende ruimtes, waar uiteenlopende tableaux vivants als kijkdozen aaneen zijn geregen. Dat werkt vervreemdend, temeer omdat je er aldoor met een – soms knellend – masker op de neus rondstruint. Pas aan het einde wordt het warmbloedig, als in de slotdialoog de dromerig-gepassioneerde moeder (Betty Schuurman) van Giulieta het heeft over ‘de fonkelende ijskristallen in haar ogen’. Daarmee bedoelt ze, meer nog dan die van haar dochter, die van zichzelf. De tegenover haar staande noest werker en vader (Jaap Spijkers) van Danny, beschouwt dat als pathetische prietpraat. Maar hij geeft zich uiteindelijk gewonnen – al blijft het koudbloedige begrip ‘efficiëntie’ voor hem de boventoon voeren. Da’s mooi, want in een eerdere scène liet hij zich al even ontvallen: ‘Vis koel je met ijs.’ Uiteindelijk roken ze samen de vredespijp. En laten zo zien dat IJS&VIS verder reikt dan de omlijsting van een aloud liefdesverhaal.

Onderdompelen
MES doet het meer dan vierhonderd jaar oude origineel uiteenspatten, blaast het op, doet het in de versnipperaar, scheurt het aan flarden – en zet het ondertussen naar haar hand, speelt en danst ondertussen wel het hele stuk, en zorgt er ook nog voor dat het allemaal weer netjes landt.

IJS&VIS is niet allereerst teksttoneel, an sich niet puur een dansvoorstelling of muziektheater te noemen. Maar al die ingrediënten zijn wel stuk voor stuk aanwezig. Wat is het dan wel? Het amalgaam heet bij MES immersief (‘immersive’) theater. Daarin kun je je als toekijker volledig onder (laten) dompelen.

Maar MES haalt zoveel overhoop dat het er een beetje diffuus van wordt. Het onderdompelen is gelukt, al had meer invoelbaar pathos op zijn plek geweest. Dat kwam er niet altijd uit. Misschien zijn er wat teveel ‘loops’ en ‘cues’ voor spelers én publiek om lekker te kunnen gaan. Maar dat gaat vast nog verbeteren. Het is op de avond dat ik de voorstelling zag misschien allemaal wat teveel hooi op de vork geweest, want de grootste productie ‘by far’ voor MES. Het is vooral de vorm die verbaast en verrast. Het stuk blijft daardoor wat hangen aan de oppervlakte. Toch: De ingrediënten zijn  in ieder geval voorradig. Wat nu beklijft is: Tikkeltje vreemd, maar wel lekker. Ik verloor in ieder geval ieder tijdsbesef. Al is het wat teveel een zoekplaatje geworden.

IJS&VIS door Firma MES i.s.m. het Nationale Toneel, Korzo producties en Theaterschool Rabarber is tot half oktober te zien. Meer informatie: firmames.nl.

Tikkeltje vreemd, maar wel lekker | Foto: Joris-Jan Bos

Smachtelijke liefde in Romeo and Juliet

Ballet ontmoet wereldliteratuur

Als je de rechterborst aanraakt van het bronzen standbeeld van Julia, in Verona, brengt dat geluk in de liefde. En op het postkantoor van de Italiaanse stad komen tot op de dag van vandaag stápels brieven binnen voor haar en Romeo, iconen van liefde-tot-de dood-erop-volgt.

Daar vlakbij kun je het beroemde balkon bezichtigen, althans dat van de film. En dan is er nog het Casa di Giulietta, waarvan wordt beweerd dat Julia (Giulietta) er zou hebben gewoond. Op de tuinmuren staan liefdesboodschappen gekerfd. Letterlijk hoogtepunt voor veel dames is om op het balkon van Julia te staan. Verona: bedevaartsoord voor verliefde stelletjes.

Twee jaar geleden stond het 450ste geboortejaar van Shakespeare warm in de belangstelling; dit jaar wordt herdacht dat de bard 400 jaar geleden overleed. Zijn werk wordt wereldwijd gedanst, van Europa tot de Verenigde Staten, en van Azië tot Afrika. Het klassiek-romantische ballet laat zich geregeld inspireren door zijn klassiekers. Zoals het ook in andere kunstdisciplines bon ton is om klassiekers uit de kast van de wereldliteratuur te trekken en te ‘verpakken’ in de universele en ontroerende taal van beweging. Zo brengt Het Nationale Ballet dit seizoen in Amsterdam bijvoorbeeld Poesjkins Onegin als een op klassieke leest ingestoken ballet. In Parijs, Londen en Sint Petersburg gebeurt dat ook. En net zo goed in Moskou, Milaan, Seoel en Warschau. Daar, in de Poolse hoofdstad, is sinds 2009 choreograaf Krzysztof Pastor artistiek directeur van het Polish National Ballet. Hij is nog steeds een van de vaste choreografen van Het Nationale Ballet, waar hij tussen 1985 en 1995 ook als danser verbonden was. Als choreograaf maakte hij na zijn danscarrière voor Het Nationale Ballet een reeks avondvullende balletten, en waagde zich toen onder meer aan De storm van Shakespeare, en Sheherazade. Hij staat erom bekend dat hij bij zijn producties vaak video en fotografie inzet.

Allengs is Pastor uitgegroeid tot een belangwekkend choreograaf. Hij heeft al meer dan vijftig balletten op zijn naam staan, en werkt(e) in opdracht van vooraanstaande balletgezelschappen als het befaamde Bolsjoi Ballet, The Australian Ballet en het Hong Kong Ballet.

In 2008 maakte hij Romeo and Juliet voor het Scottish Ballet, op de meeslepende en dramatische balletmuziek die Sergej Profjev rond 1935 bij het Bolsjoi Ballet componeerde voor choreograaf Mikhail Lavrovski. Begin 2014 werd Pastors Romeo and Juliet op het repertoire genomen door het Joffrey Ballet in Chicago, net als door zijn eigen Polish National Ballet.

Dantzig
Het is boeiend om Pastors creatie te vergelijken met de versie die ‘onze’ Rudi van Dantzig (1933-2012) in 1967 maakte voor Het Nationale Ballet, ook omdat Pastor hem ziet als een van zijn leermeesters. Als eerste avondvullende ballet van Nederlandse makelij maakte de productie van Van Dantzig destijds grote indruk. Nog steeds weet het ballet mensen van over de hele wereld diep te raken. Het Nationale Ballet bracht de productie nog in 2012 voor het laatst. Van Dantzigs versie was voor Nederland, toentertijd nog zeker geen ‘gidsland in dans’, een doorbraak. Het was bovendien de eerste integrale versie op de muziek van Prokofjev van Nederlandse makelij.

Waar Van Dantzig een politiek getinte versie toonde van arm versus rijk, is bij Krzysztof Pastor Romeo and Juliet in de eerste plaats een passioneel verhaal, de persoonlijke en emotionele weerslag die een onstuimige liefde weet op te wekken. Hij plaatst de gebeurtenissen rond het onsterfelijk geworden tweetal in een weids decor, in een groot gemonteerde voorstelling waarin hij zo’n 40 dansers op het podium samenbrengt. Zijn Romeo and Juliet is spannend bovendien. Pastors schepping laat ook mooi zien hoe hij uitgaat van de klassieke ballettaal, waaraan hij een modern tintje heeft gegeven. In zijn choreografie tutu’s noch spitzen – maar wel enkele wervelende groepsdansen. Zo is zíjn Romeo and Juliet er een van exploderende onstuimigheid die, net als bij Shakespeare, uitloopt in een dodelijke en strijdbare passie. En eentje met een sluimerende Julia gehuld in négligé.

Romeo & Juliet van het Polish Nationale Ballet is te zien op vrijdag 16 en zaterdag 17 september 2016 in het Zuiderstrandtheater. Meer informatie: zuiderstrandtheater.nl.