‘Zwart is te bestrijden’

Nina Spijkers zet tanden in Tsjechov

De Ivanov van Tsjechov lijdt aan het leven. Niets nieuws onder de zon. Maar regietalent Nina Spijkers hoopt het publiek de zaal uit te laten gaat met een gevoel van hoop en daadkracht.

‘Tsjechov heeft helaas de reputatie saai, traag en ouderwets te zijn’. Nina Spijkers (1988) constateert het weliswaar met droge ogen, maar toch ook met ongeloof en hoorbare spijt in haar stem. ‘Totale onzin. Tsjechov is geestig, snel en tijdloos. Vooral zijn Ivanov is juist heel erg energiek en strijdlustig.’ Regietalent Nina Spijkers – ze kreeg twee jaar terug de Top Naeff Prijs, de aanmoedigingsprijs voor veelbelovende studenten – zet na de prachtige regie die ze het vorige seizoen bij Toneelschuur Producties maakte van Schillers Don Carlos (1787) nu haar tanden in Tsjechovs Ivanov (1887). ‘Hij is voor mij de ultieme ontleder van de menselijke ziel, personages in zijn stukken kampen met existentiële problemen. Hij beschrijft het leven als het ware door een derde oog dat naar binnen kijkt.’

Spijkers vindt het fijn om zinnen die op papier al wondermooi zijn, hardop te laten klinken, als een klok, en wel uit de mond van een acteur die weet wat een stembuiging meer of minder teweeg kan brengen. Ze wil kortom dat tekst lééft. ‘Bij Tsjechov is belangrijk hetgeen níet wordt gezegd.’ Door haar eigenzinnige kijk op het regievak plus een eigengereide spelopvatting weet ze van klassiekers vitale voorstellingen te maken die overlopen van leven. Beter gezegd: Er theater van te maken. Dat deed ze eerder al eens met Georg Büchners Leonce en Lena (1836), met William Shakespeare en met Friedrich Schiller. Voor Don Carlos van Schiller ontving ze vorig jaar een nominatie voor de BNG Nieuwe Theatermakersprijs.

‘O zeker, ik houd zeker erg van taal, ben dol op klassiek teksttoneel, maar heb ook meer moderne schrijvers als Patrick Marber, Werner Schwab, Heiner Muller en Sarah Kane in mijn hart gesloten.’

Ivanov is door Tsjechov in welgeteld tien dagen aan het papier toevertrouwd, en nog wel tussen zijn drukke beroepsbestaan in als plattelandsarts en mantelzorger. De grootgrondbezitter Ivanov lijdt aan de ziekte van het leven, een kwaal die sowieso al door alle tijden heen door heel Rusland trekt. Ivanov voelt dat het leven hem als zilverzand door de vingers glipt en hij lijkt geen doel te hebben in het leven, anders dan louter voort te bestaan. Ook heeft hij fikse schulden uitstaan. Hij zegt hardop ongelukkig te zijn en geen liefde meer te voelen voor zijn bemiddelde vrouw.

Spijkers: ‘Ze is een sterke vrouw, haar liefde voor hem is oprecht’. En daar komt bovenop, o kommer en kwel, dat zij stervende is. Ivanov zoekt afleiding bij de buren, bij hun meer dan prachtige dochter Sasja. Na de dood van zijn vrouw besluit hij met haar te trouwen, want op haar eigen wijze wilde zij Ivanov altijd al redden. Maar is hij wel te redden?

Hunkering
Volgens Spijkers voert Ivanov een idealistische strijd tegen zwaarmoedigheid. Ze kwalificeert Tsjechovs eersteling als ‘energiek’. ‘Personages van Tsjechov verlangen altijd extreem: naar liefde, verhuizen, geld, erkenning of verandering. Maar de mogelijkheden op het Russische platteland waren beperkt en leidden tot stilstand. Deze Ivanov gaat juist over het gevecht daartegen. Onze wereld raast. Onze wereld is er een die over je heen dendert als je niet uitkijkt. Wij staan niet stil omdat we niets kúnnen, wij willen niets omdat er teveel kan. Ivanov is voor mij als een plant die teveel water krijgt en daardoor verzuipt.’

Meer dan in eerdere producties van deze tekst wel is gebeurd, heeft zij Ivanov tot spil van het stuk gemaakt. ‘Hij is het oog van de orkaan.’ Ze heeft daartoe met Casper Vandeputte, regisseur en schrijver bij onder andere het Nationale Toneel en Theater Utrecht, de tekst bewerkt. ‘De ruis is er uit.’ Ze heeft een aparte studie gemaakt van het slot, want daar bestaan drie versies van: twee ‘Moskouse’ en een ‘Peterburgse’. Indertijd bleef Ivanov, onbegrepen door het publiek, voor dood liggen.

Volgens Tsjechov stierf hij aan een hem aangedane belediging. Hij besloot een alternatief einde aan het stuk toe te voegen. ‘Ja, de keuze voor Ivanovs einde is een spannende keuze. In de ene versie sterft hij mooi dramatisch, maar ook weinig hoopvol. Dan weer hanteert hij een pistool. Ik concentreer me op een hoopvol einde. Zwart is te bestrijden,’ zegt Spijkers. In een notendop is dat de universele boodschap die ze afgeeft met deze worsteling tussen geluk en ongeluk.

Ivanov door Toneelschuur Producties met Hajo Bruins, Tijn Docter, Roeland Fernhout, Wendell Jaspers, Minne Koole, Xander van Vledder en Nimuë Walraven. Ivanov gaat op zaterdag 25 februari 2017 in première in de Toneelschuur, Haarlem. Daarna tournee door Nederland. Meer informatie op toneelschuurproducties.nl.

Zoekplaatje in knellende maskerade

Warmbloedige Haagse familievete in IJS&VIS

Verona is ingeruild voor puur Haagse bodem. Prachtig idee om Romeo & Julia, de Montague versus de Capuletti, om te smeden in een stadslegende met de plaatselijke families Talamini en Simonis als twintigste-eeuwse blikvangers. Maar een prachtplan is niet per se een puike voorstelling. Ontroering blijft uit.

In IJS&VIS is Shakespeares liefdestragedie gemixt met feit en fictie rond twee op en top Haagse ondernemersfamilies, dat hier uitmondt in een verhaal rond Giulieta en Danny, naar het bekende eeuwige maar ‘verboden’ liefdeskoppel. Volgens MES is het een verhaal ‘dat echt bestaan had kunnen hebben’. Bij MES staan denkbeeldig daarom ijslikkers tegenover schollenkoppen, Maar  net zo goed is IJS&VIS als ADO contra Holland Sport, Den Haag tegen Scheveningen. Maar IJS&VIS is ook zand en veen, en allochtoon jegens autochtoon.

MES maakt springlevend, jong toneel; speelt naar eigen zeggen geen ‘dode’ tekststukken uit het wereldrepertoire. De Haagse groep put liever uit persoonlijke ervaringen.

Maar nu dus even niet. Dus: Hoe pak je dan een briljant toneelstuk uit anno 1590 aan, dat echter zo uitgekauwd is dat clichés er als ijs bij dertig graden in straaltjes uit het hoorntje lopen? Hoe blaas je het nieuw leven in?

Het twistgebied is bij MES erg Haags: een leegstaand pand nabij broedplaats MOOOF aan de Binckhorstlaan. Daar, in alle mogelijke hoeken en gaten, spelonken en nissen heeft MES kans gezien het aloude liefdesverhaal van twee elkaar naar het leven staande families uit de doeken te doen. Na de nodige instructies worden we gelanceerd op een gemaskerd bal à la Eyes Wide Shut en La Grande Belleza.

Buitenissig aandoende, filmische beelden, Italiaans vuur .

Vervolgens kijken we in een toer door het gebouw langs verschillende ruimtes, waar uiteenlopende tableaux vivants als kijkdozen aaneen zijn geregen. Dat werkt vervreemdend, temeer omdat je er aldoor met een – soms knellend – masker op de neus rondstruint. Pas aan het einde wordt het warmbloedig, als in de slotdialoog de dromerig-gepassioneerde moeder (Betty Schuurman) van Giulieta het heeft over ‘de fonkelende ijskristallen in haar ogen’. Daarmee bedoelt ze, meer nog dan die van haar dochter, die van zichzelf. De tegenover haar staande noest werker en vader (Jaap Spijkers) van Danny, beschouwt dat als pathetische prietpraat. Maar hij geeft zich uiteindelijk gewonnen – al blijft het koudbloedige begrip ‘efficiëntie’ voor hem de boventoon voeren. Da’s mooi, want in een eerdere scène liet hij zich al even ontvallen: ‘Vis koel je met ijs.’ Uiteindelijk roken ze samen de vredespijp. En laten zo zien dat IJS&VIS verder reikt dan de omlijsting van een aloud liefdesverhaal.

Onderdompelen
MES doet het meer dan vierhonderd jaar oude origineel uiteenspatten, blaast het op, doet het in de versnipperaar, scheurt het aan flarden – en zet het ondertussen naar haar hand, speelt en danst ondertussen wel het hele stuk, en zorgt er ook nog voor dat het allemaal weer netjes landt.

IJS&VIS is niet allereerst teksttoneel, an sich niet puur een dansvoorstelling of muziektheater te noemen. Maar al die ingrediënten zijn wel stuk voor stuk aanwezig. Wat is het dan wel? Het amalgaam heet bij MES immersief (‘immersive’) theater. Daarin kun je je als toekijker volledig onder (laten) dompelen.

Maar MES haalt zoveel overhoop dat het er een beetje diffuus van wordt. Het onderdompelen is gelukt, al had meer invoelbaar pathos op zijn plek geweest. Dat kwam er niet altijd uit. Misschien zijn er wat teveel ‘loops’ en ‘cues’ voor spelers én publiek om lekker te kunnen gaan. Maar dat gaat vast nog verbeteren. Het is op de avond dat ik de voorstelling zag misschien allemaal wat teveel hooi op de vork geweest, want de grootste productie ‘by far’ voor MES. Het is vooral de vorm die verbaast en verrast. Het stuk blijft daardoor wat hangen aan de oppervlakte. Toch: De ingrediënten zijn  in ieder geval voorradig. Wat nu beklijft is: Tikkeltje vreemd, maar wel lekker. Ik verloor in ieder geval ieder tijdsbesef. Al is het wat teveel een zoekplaatje geworden.

IJS&VIS door Firma MES i.s.m. het Nationale Toneel, Korzo producties en Theaterschool Rabarber is tot half oktober te zien. Meer informatie: firmames.nl.

Tikkeltje vreemd, maar wel lekker | Foto: Joris-Jan Bos

Toneel met de lading van een manifest

Nina Spijkers regisseert Schillers ‘Don Carlos’

Ze werkt met 15 gouden regels. Nummer 5: ‘Wat je maakt mag niet alleen over jou gaan, maar als het helemaal niet over jou gaat kan het nooit echt goed zijn’. En regisseur Nina Spijkers koos ‘Don Carlos’ van Schiller, een stuk uit 1787 dat zich afspeelt tijdens de Tachtigjarige oorlog.

Veertien! Veertien was ze, toen ze avond aan avond, tot een totaal van dertien keren toe, ademloos de ‘Don Carlos’ inademde die de huidige Nationale Toneel -leider en regisseur Theu Boermans in 2005 maakte. Maal zo’n vijfenhalf uur maakt dat bij elkaar toch dik zo’n zeventig uur vrijwillige gevangenschap in de theaterzaal. “Die voorstelling koester ik enorm. Ik moet zeggen: eigenlijk was ik niet van plan het stuk zelf te gaan regisseren. Maar steeds bleek dat ik het stuk naar voren bracht, in gesprekken, tijdens repetities, bleef er aldoor naar verwijzen.

En zo drong Don Carlos zich onvermijdelijk steeds meer aan me op,” zegt Nina Spijkers (27) over haar keuze voor de regie van Schillers beroemde toneeltekst. Toen twee jaar geleden Toneelschuur Producties de toen net van de Toneelschool afgestudeerde regisseur vroeg een voorstelling te maken, hakte ze snel de knoop door. Een positief trauma? “Eigenlijk moet je niet aan je favorieten komen.”

Friedrich Schillers ‘Don Carlos’ speelt zich af tijdens de Tachtigjarige Oorlog – met in het stuk een figurantenrol voor de Nederlanden als vrijvechtersoord-op-afstand. Maar het is ook een liefdesgeschiedenis. De plot: Don Carlos, kroonprins van Spanje, is verliefd op zijn stiefmoeder, die eigenlijk aan hem was beloofd. Maar zijn vader kaapte haar voor zijn neus weg, trouwde haar uit puur politieke redenen. Carlos rebelleert daarop opzichtig – en vormt daarmee een gevaar voor de staatsveiligheid. Als Carlos’ jeugdvriend Posa verschijnt en hem herinnert aan hun oude idealen, proberen ze samen de strenge koning Philips II te overtuigen van het belang van democratie, vrijheid van godsdienst en meningsuiting, en strijden ze voor vrijheid van denken.

Actueel en tijdloos
Spijkers gebruikt de klassieker om een parallel te trekken met de geest van revolutie en verandering die momenteel door de wereld trekt, en vooral de rol die haar eigen generatie hierin speelt. “Ik merk dat mijn generatie moeite heeft om zich politiek te engageren. Er wordt veel gepraat over politiek en de maatschappelijke orde, maar niemand ziet wat jezelf aan de bestaande situatie kunt veranderen. Eigenbelang en gevoelens blokkeren dat. Ik

vond dat ikzelf niet langer buiten schot kon blijven.” Samen met vier jonge acteurs die naar hartenlust dubbelrollen spelen, is Spijkers het klassieke stuk te lijf gegaan, met passie en strijdlust. In haar handen is ‘Don Carlos’ daardoor niet alleen een liefdesverhaaltje maar vooral een tijdloos ideeëndrama. “Het is jongeren hier niet duidelijk wat er te winnen of verliezen valt. Vrijheid is zo’n alledaags concept voor ze, dat ze er vaak niet eens bij stilstaan. En vaak blokkeren allerlei gevoelens, jaloezie en eigenbelang bijvoorbeeld, een discussie op een diepgaander niveau.”

Twee jaar geleden zette ze al de eerste stappen op weg naar deze voorstelling. Gedurende die tijd zijn vraagstukken rond de vrijheid van meningsuiting alleen maar nadrukkelijker, pregnanter naar voren getreden. “De actualiteit die van de thema’s uitgaat had ik twee jaar geleden in de verste verte niet kunnen bevroeden. En dan te bedenken dat dit stuk twee eeuwen geleden geschreven is.”

Kroon
Háár ‘Don Carlos’ heeft ze teruggebracht naar een overzienbare totaalduur van een uur en drie kwartier. En van fraaie regievondsten voorzien. Zoals een ‘getatoeëerde’ kroon op de onderarm van al de vier spelers, die daarmee ieder de rol van de koning kunnen oppakken, en dat – nog een regievondst – ook bij toerbeurt en in wisselende formaties doen, als waren ze een koor dat in ‘samenspraak’, bijna als een samenzang de koning, de sire, de monarch belichaamt. Die vondsten verlenen aan het spel behalve een grimmige spanning en overall wat ‘punky’ aandoende dynamiek, maar leveren ook het effect op van een muzikaal ‘scanderen’. Maar ook: drie spreken zich samen uit tegen de ander; of twee tegen twee. Een tegen drie. “Die stijlfiguur gebruik ik vaker”, legt Spijkers uit, “het is zo’n beetje mijn handtekening geworden. Als je zinnen gelijktijdig laat uitspreken krijgen die de lading van een manifest.”

Dat werpt de vraag op of en in hoeverre de theaterzaal een revolutionair oord is of moet zijn. Spijkers, dochter van acteursechtpaar Jaap Spijkers en Myranda Jongeling: “Een tijd lang heb ik gedacht dat het theater dé plek is voor het opwerpen van een barricade, dat je daar moest bereiken dat mensen van gedachte zouden veranderen. Maar daar ben ik op teruggekomen. Ik verwacht niet dat theater mensen werkelijk in opstand laat komen. Het hoogst haalbare is dat theaterbezoekers tot nadenken worden gestemd, zich tot nadenken voelen uitgenodigd.”

‘Don Carlos’ van Toneelschuur Producties is op woensdag 25 en donderdag 26 mei te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: toneelschuur.nl en theateraanhetspui.nl. Telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.

Cancan in een rolstoel

Ashton Brothers gaan rond met ‘wonderolie voor de ziel’

Vier mannen en één nietpistool. Maar in Charlatans zien we het viertal ook veelvuldig in de weer met en in een rolstoel. Joost Spijkers van de Ashton Brothers: “Onze voorstellingen gaan vaak over de manier waarop mensen hun hoofd boven water proberen te houden. En dat is natuurlijk het geval als je de ‘cancan’ moet doen in een rolstoel”.

“Het einde van een tijdperk”, zo noemt ‘Ashton’ Joost Spijkers met een goed geproportioneerd gevoel voor dramatiek de serie van vier voorstellingen in de Koninklijke Schouwburg waarmee het kwartet Charlatans – a medicine show afsluit. “Zo’n vierhonderd keer gespeeld, in binnen- én buitenland, en sinds we de repetities ervoor eind 2007 startten is er natuurlijk heel wat gebeurd”. In het tijdsbestek van vier tot vijf jaar is de wereld voor de Ashtons grondig veranderd – maar toch ook weer niet zo veel. Zo maakten de vier in Amsterdam afgestudeerde kleinkunstenaars en acrobaten voor het eerst sedert  hun oprichting in 2001 een uitstapje naar een heus toneelgezelschap, het Zuidelijk Toneel, waar ze tot vorige maand met onder meer Marc-Marie Huybregts bijstonden in de Vertellingen van 1001 Nacht. En er was de bedreigende ziekte die Ashton Friso van Vemde Oudejans te verduren kreeg. De Ashton Brothers, vernoemd naar circusartiesten uit het Australië rond 1900, moesten inderhaast er hun al ingezette tournee van Charlatans om onderbreken. Onveranderd is na een tijdsbestek van vijf jaar dat ze dus nog steeds Charlatans spelen. “Destijds hebben we speelbeurten moeten afzeggen. Die hebben we later weer ingehaald, want gelukkig was Friso na een jaar genezen”. Nu vindt ten langen leste het staartje van de tournee plaats. “Het was fijn om de voorstelling op te halen, want het is zó’n leuk programma om te doen”.

Hun voorstelling brengt variététheater, acrobatiek, muziek, clownerie, slapstick en cabaret  tot ‘wonderolie voor de ziel’ in aanstekelijke, korte sketches bijeen. Ze worden gecoacht door Peter de Jong van het roemruchte duo Mini & Maxi, en voor Charlatans werd ook de hulp ingeroepen van regisseur Peter de Baan. “We maken theater zonder tekst. We hebben dus geen script waar we ons op kunnen verlaten, geen tekst, geen draaiboek. We beginnen met veel geouwehoer en vertellen elkaar wat we leuk vinden. Dat kan iets uit een tv-programma als Jackass zijn,iets opvallend op YouTube, een muziekstuk van Mozart dat een van ons fascineert, of een act uit de aloude doos van het variété. Daarna gaan we er samen over dromen. Vervolgens treffen we in de repetitieruimte die we huren of in het kraakpand dat we betrekken vaak allerlei attributen aan: een wankele ladder, een verstoft bierkratje, oude tafels en stoelen met drie poten, kortom: oude rommel. Daar gaan we mee aan de slag. Het is een oneindig improviseren tot aan de openbare repetities. Pas daar merk je wat het publiek leuk vindt. Dat zijn soms de verbindende acts in plaats van de ‘hoofdacts’. Het openbare karakter is erg belangrijk voor ons, want daardoor zie je waar en hoe je moet of kunt bijsturen. De periode tot aan de première heeft in het geval van Charlatans een dikke negen maanden in beslag genomen. Dat is vrij lang, ja. Toneelgroepen hebben meestal aan twee of hooguit drie maanden genoeg”. Een vaststaande onderlinge rolverdeling houden ze er niet op na. “Het gaat als vanzelf. Voorbeeld: als Friso goed gitaar speelt waarom zou ik dat dan doen? Ik speel goed accordeon. Dat hoeft dan een van de anderen dus niet doen”.

Charlatans – a medicine show door Ashton Brothers is te zien van dinsdag 12 tot en met zaterdag 16 juni in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie op www.ashtonbrothers.nl en www.ks.nl. Telefonisch kaartjes reserveren: 0900- 3456789.