De wereld? Een smiley!

Tijd voor lachende gezichtjes

De Parade is weer in Den Haag. Het leven is een feestje. Je moet dan wel zelf de slingers ophangen.

Revuetijden herleven in illustere spiegeltenten, taveernes en dranklokalen als de Casa Mondo, Café Correct, Hotel Vilé, Teatro Cuatro en De Blauwe Hemel. Het meervoud van leven, zegt de tweekoppige Parade-directie Loesje in haar programmagids na, is lef. Dat geldt voor het gros van de 625 artiesten, musici en kunstenaars die op het nomadisch variétéfestival van de Parade als zzp’er hun werk doen – net als de talloze Parademedewerkers trouwens. Aan al die zzp’ende toneelspelers en muzikanten wordt op de Parade ruim baan verleend, in tenten met van die klinkende namen.

Voornaamste wapenfeit van de Parade: Altijd is het er leuk, weer of geen weer. Van de trouwens al jaren oprukkende gezellige ‘verleuking’ in Nederland is de Parade een trouwe afgezant. Voor velen is het de opmaat tot een welverdiende zomervakantie. Dus vooral niet te luid hardop nadenken! Toch kun je er, en meer dan vroeger het geval was, ook je innerlijke ik opladen. Anders gezegd: niet alleen het buikje rond eten – het gaat er van haute friture tot crepes artistiques en zelf te bakken poffers bij Au Gwen Marie – maar ook de hersenpan eventjes laten kraken, met goedgemutste, verrassende, geengageerde – en eerlijk is eerlijk, soms ronduit tegenvallende voorstellingen. En als je op een onbewaakt moment de zonnewarmte eens goed op je gemoed en lijf laat inwerken, blijkt dat opeens een weldadig zonnepaneel: Je kunt er weer een tijdje tegenaan! De Parade is door die bril bezien als brandstof voor de (over)vermoeid geraakte geest.

Al een kwart eeuw lang kan dat op het omheinde Parade-terrein – waarvan nu zo’n vijftien jaar in Den Haag. De verzameling die tegenwoordig 23 tentpaviljoens omvat, slaat opnieuw haar kampement op in het Westbroekpark. Daar slaat het je er om de oren met hapklare brokken muziek, met (soms) onderhoudend en soms inventief theater, en met lachwekkende comedy. En, voor het eerst, met museumkunst! Met Het Parade Museum heeft Nederland er in zomertijd opeens een nieuwe presentatieruimte bij. De editie 2016 is ingericht door Fotomuseum Rotterdam, dat van het beroemde fotoboek Eye Love You van ‘straatbeeldfotograaf’ Ed van der Elsken een ‘filmische montage’, een mooie diashow maakte. In de toekomst zorgen andere musea elk een zomer voor de invulling van dit volksmuseum bij uitstek.

Muziek
Op de Parade kun je je wentelen in muziek. In Den Haag zijn er optredens van onder meer de Dopegezinde Gemeente, Herman Pouderoyen, Nachtschade en Philip Kroonenberg. En vanouds is er natuurlijk De Levende Jukebox. Jules Deelder is weer van de partij met Bas van Lier en De Deelderiers. Maar de aandacht gaat toch vooral uit naar Club Helmbreker, een collectief popmuzikanten dat vergeten albums opnieuw onder de aandacht wil brengen. Exact honderd jaar na diens geboortejaar brengt de band integraal de elpee Watertown van Frank Sinatra ten gehore, een conceptalbum dat het verhaal vertelt van een man die, verlaten door zijn vrouw, achterblijft met hun kinderen. De songteksten laten zich lezen als een verzameling brieven die hij aan zijn oude geliefde schrijft, maar nooit verstuurt. Uitgelezen musici (o.a. Anne Soldaat) en een interessante bezetting (met onder meer hoorn, mondharmonica, cello en viool) zorgen voor een gedenkwaardig eerbetoon en mooi rustpunt dat soms ook swingt als de neten.

Theater
Beperkte de Parade zich tien jaar geleden nog voornamelijk tot een muziekovergoten tijdverdrijf; mettertijd is het notenfuifje uitgegroeid tot een theaterparty (104 voorstellingen!) waar vooral jonge honden onbekommerd de hoofdrol opeisen. Een kraamkamer, omringd met een gretig toekijkend publiek van (piep)jong tot (stok)oud. Wat gebleven is, dat is natuurlijk het parademaken. Dat maakt trouwens sowieso een groot deel uit van de lol op het terrein. Neem de acteurs Teun Luijcks en Vincent van der Valk die dat namens Toneelgroep Oostpool doen met Kletsmajoor. Het tweetal belooft vier uur non-stop twee oren van je hoofd te zullen kletsen – en dat blijkt geen loze belofte. Als opwarmer kun je ‘gratis’ hun kleedkamersessie bezoeken; om af te kicken is er een voor iedereen toegankelijke slotceremonie. Daartussenin spelen ze in Teatro Cuatro drie keer een halfuur hun ‘voorstelling’. Nou ja, het is eerder een uit de hand gelopen repetitie, vol gekakel en gebeuzel, maar met enige humor opgedist. Dat dan weer wel. Volkomen sufgeluld kun je je daarna weer laven aan een biertje of wijntje.
Bekende namen uit het reguliere theater geven op de Parade optredens, onder meer Club Guy & Roni met de Poetic Disasters, Servaes Nelissen & Ilse Warringa, Paul Haenen, Orkater, Theater Rast, Sabri Saad El Hamuus & Co, de Theatertroep, Suver Nuver, La Isla Bonita, en Saman Amini (bekend van Nobody Home).
In de Theatertoren, centraal op het terrein, speelt zich LEUK van BonteHond af. Drie levenslustige types proberen de boze wereld buiten te houden, koste wat het kost. En alsof hun leven er werkelijk van afhangt leggen ze hun ziel en zaligheid in uiterlijk vertoon, in entertainment. In een show waar het songfestival een puntje aan kan zuigen. Ze noemen het zelf: ‘een bittere zomershow met een vrolijk maar dun randje’. Een wrang-humoristische aanklacht tegen de hang naar geluk en het dagelijks ontwijken van ellende. Kijk, dát schuurt en schrijnt! Juist op het Parade-terrein waar ‘leuk’ tot levensmotto is verheven. Het leven als een reuzensmiley, een levensgrote! Het leven is een feest Je moet dan wel de slingers zelf ophangen. En vergeet ze niet eerst te kopen!

Theater aan het Spui brengt vijf producties
Waar bekende theaters in Den Haag nog altijd graag de kat uit de boom kijken, pakt Theater aan het Spui op de Parade jaar in jaar graag uit met jong talent. Op de zesde editie dat het er paradeert presenteert het liefst vijf producties, waarvan eentje exclusief in Amsterdam. “Absurd veel,” bekent Cees Debets van Theater aan het Spui. “We doen het omdat we het erg leuk vinden, maar toch vooral om jonge makers publiek te gunnen. Vorig jaar waren dat er zo’n negenduizend.” Een aantal jaren geleden heeft Theater aan het Spui speciaal voor de Parade zelfs een theatertje gebouwd, Zaal 4 geheten. “Ons Houten Huis.”

Talenten kunnen eerst dik twee maanden hun gang gaan in Zaal 3, de zaal van Theater aan het Spui aan het De Constant Rebecqueplein. “Jong talent kan er in die veilige, beschermde omgeving voorstellingen ontwikkelen. Het is een laboratorium.” Hoe pittoresk, intiem en klein aan de buitenkant ook, de houten zitbanken in het Houten Huis bieden plaats aan zo’n veertig bezoekers. Hoewel het speelvlak er hooguit 3 bij 1 meter meet heeft Theater aan het Spui met Zaal 4 de voorbije jaren op de Parade laten zien dat die mini-setting goed is voor toptheater.

De Haagse theatermaker Jos Nargy is voor Debets hofleverancier. Bijvoorbeeld bij de Poezieboys, waarin hij samen met Joep Hendrix blijk geeft van hun voorliefde voor literatuur, Russische underground en de Beatgeneratie, en vooral voor de Amerikaanse dichter Allen Ginsberg. In de voorstelling wordt de vraag gesteld wie Ginsberg was. Nargy: “Wat dreef hem, wie waren zijn vrienden en wat schuilt er achter dat lieve gezicht?” Het duo interviewde mensen die Ginsberg gekend hebben, en lezen voor. Het mondt uit in een ‘documentair-poëtisch experiment’.

Nargy maakt eveneens deel uit van Thomas, Sacha en Jos. Vorig jaar brachten zij een wonderschone versie van Toon Telllegens Een vorig leven, een regelrechte Paradehit. Dit jaar staan ze minus Thomas op de KinderParade. Ze vragen zich daar vertwijfeld af wat ouders doen als kinderen er niet bij zijn, en ontrafelen daarbij en passant eeuwenlang bewaarde geheimen. En, zo kondigen ze aan, hun ontdekkingen zijn bepaald schokkend. Nargy is verder op eigen titel ook te zien in Gilminder, een intieme (no-knuffel) rockshow waarin de kunst van het versieren onorthodox wordt bijgebracht.

Moederland
Actrice Naomi van der Linden speelde onlangs de dochter van Mandela in de musical Amandla Mandela. Eerder dit jaar speelde ze haar voorstelling Moederland in Zaal 3. Vanwege haar donkere huidskleur krijgt ze geregeld de vraag gesteld waar ze ‘eigenlijk’ vandaan komt. “Het antwoord is: Den Haag” zegt ze, “maar dat blijkt zelden bevredigend.” Voor Moederland besloot ze daarom op zoek te gaan naar haar Afrikaanse roots en reisde af naar Zambia. Het levert een bewogen reisverslag op naar het hart van Afrika, een persoonlijke zoektocht naar identiteit.

In Spaceships Know Which Way To Go deelt Vincent Brons met Anneke Sluiters zijn fascinatie voor het universum. Vanaf de microkosmos van de Parade bouwen ze ter plekke een sterrenstelsel en wordt een poging gewaagd het gigantische zwarte hemelspansel dat boven ons hoofd zweeft, te begrijpen. Een sci-fi spreekbeurt die zich afspeelt ergens tussen de grootsheid van het heelal en eenzaam verdwalen in het oneindige in.

Ten slotte tekent Theater aan het Spui twee keer per dag voor radio met Studio Vrijgewillig, een voorstelling/programma/uizending die met headsets te beluisteren valt. Er wordt theatraal verslag gedaan over vrijwilligersactiviteiten op het festivalterrein, waarbij goeddoen en geven centraal staan. Een prikkelend programma, volgens de makers, met toekomst‐veranderende radio en levensverrijkende activiteiten.

KinderParade
Naast de avondeditie is er iedere dag een uitgebreide KinderParade met theatervoorstellingen, muziekoptredens en workshops. De allerkleinsten, peuters, kleuters en al wat verder opgeschoten kroost kan naar hartenlust spelen en kijken. Bijvoorbeeld in Villa Lila om te timmeren, te schilderen of de pet te versieren.

Maar ze kunnen ook naar de Silent Disco, zelf poffertjes bakken of hun gezichtje laten schmincken. Ook zijn er talloze jeugdtheatervoorstellingen. Bijvoorbeeld VONK! van de Toneelmakerij & Het Nut. Op een dag treffen twee jongens treffen in hun geheime heilige hut een meisje aan. Stel je voor! Een meisje! Maar meisjes, die zijn toch stom?! Als uit de hut opeens rook opkringelt schreeuwen de jonge toneelkijkertjes hardop mee: ‘Waar rook is, is vuur!’.

Er zijn op de KinderParade ook jeugdtheatervoorstellingen van Pieter Tiddens, Max Tak, Theater aan het Spui (zie elders) en Percossa/Oorkaan.

Wat is de Parade?
Op de Parade zie je theater-, dans- , mime- en muziekvoorstellingen in tenten die voor het merendeel speciaal voor het festival zijn gemaakt. De Parade-tournee begint in Rotterdam en reist met alle tenten en restaurants via Den Haag (Westbroekpark, vrijdag 8 tot en met zondag 17 juli 2016) en Utrecht door naar eindstation Amsterdam. Tot 16.00 uur is de toegang tot het festivalterrein gratis.

 

Advertentie

Steeds een hecht volkje

Van 3 t/m 12 juli 2015 is het Paradeweer

Het is een zilveren feest: de Parade 25 jaar! Oud en jong staan er gebroederlijk naast elkaar voor theater, muziek, bier, wijn en soms.. . goed weer!

Vereisten: Uitblinken op maximaal dan drie vierkante millimeter en het minimale gebruik van any middelen. Ondernemerschap ten top, want het gaat hier vrijwel zonder uitzondering om kleine zelfstandigen die als marktkooplui hun waar luidkeels aan de man moeten brengen. Door parade te maken. Anders is er die avond wie weet geen brood op de plank.
Het reizende theaterdorp is komende week wederom in Den Haag en de moeder aller festivals is na vijfentwintig jaar nog altijd springlevend. Hoewel: de weergoden begroeten het festival niet altijd met een zonnig gelaat. Tja, het weer is en blijft een factor van betekenis. Nicole van Vessum, directeur: “We zijn er trots op de we vijfentwintig jaar bestaan. Trots op de artiesten, want het merendeel van de voorstellingen wordt speciaal voor de Parade gemaakt. Inmiddels trekken we met 700 tijdelijke nomaden door het land”.

Schaterlachen. Dát – vooral – is de Parade. Als Marijn Brussaard en Elias de Bruyne in hun Variety Show sterfscènes ten beste geven, ligt het opeengepropte publiek in het piepkleine Zaal 4 van Theater aan het Spui (maximaal 40 zitplaatsen, houten bankjes, speelvloer van 4 bij 1 meter) letterlijk dubbel. De Parade, een Tour-karavaan zonder aerodynamische fiets, koersbroek of gele trui (tenzij het héél koud is), maar met koks, tentenbouwers, technici, vrijwilligers en muzikanten, artiesten, dansers en acteurs. Een hecht volkje. Dat tekent de kracht die nu al vijfentwintig jaar van de Parade uitgaat.

Vijfentwintig jaar Parade is een weerzien met oude getrouwen en frisse nieuwe gezichten onder de meer dan negentig mime-, muziek- en theateroptredens met een vaudeville-mentaliteit. Er wordt met enige weemoed teruggekeken met Parade-klassiekers als Bingo (De Nieuw Amsterdam) en Der Gerauschmacher (met Beppe, Kees en Eddie) en Loes Luca is na 14 jaar ook weer terug op de Parade met haar Doorlopende voorstelling. Nieuwe namen zijn er in overvloed, vooral te vinden in de kleinere tentjes die de vele horecaterrassen onderbreken.

Haagse connectie
Voor het eerst op de Parade: het Nationale Toneel! Vertegenwoordigd met een cast die uit het vaste tableau is samengesteld en om bij voorbaat van te watertanden: Anniek Pheifer, Vincent Linthorst en Mark Rietman verruilen het luxe pluche van de theaterzaal voor het avontuurlijke ongemak van een circustent. Het is een poging om het Haagse stadstoneelgezelschap dichterbij een jong en breed publiek over het voetlicht te krijgen. Het drietal speelt Liefde is een Donut. “Ik kreeg een tijd terug een gedicht van Vincent onder ogen. Dat is de basis waarop we bouwen”, zegt Pheifer. Zo zoet als de naam al klinkt, is het ook een even vrolijk stuk over eenzaamheid, verlangen en liefde; een eigen tekst met, voor de kenners, flarden uit de toneelbibliotheek over een supermarkt waar twee mensen elkaar dagelijks ontmoeten. Zij vraagt of hij zegels spaart, zegels voor ‘iets leuks’. Hij spaart, voor later. Vanachter de soepblikken houdt van Driest zijn zaak nauwlettend in de gaten. Hij weet één ding zeker: de klant is koning. Kassa! Mét muzikale omlijsting. Over kassa gesproken: Voormalig supermarktreclamekoning en ex-filiaalhouder Hagenaar Harry Piekema maakt, aha, een carrièreswitch. Hij is op de Parade te zien met Onbekend.

Theater aan het Spui pakt uit met vier producties, waaronder de eerder genoemde Variety Show. Een voorstelling om van te smullen, en waarin een op het oog doodeenvoudig concept wordt gecombineerd met wervelend ‘bewegingstheater’. Een vorig leven door Sacha, Thomas en Jos is een prachtig inventief en poëtisch theaterspel op een tekst die Toon Tellegen voor het drietal schreef, en pas later als boek verschijnt. Middels de lotgevallen Jacob Laagwater en Leen Hellevoet neemt hij ons mee naar het stadje waar hij opgroeide. Hetzelfde drietal tekent ook voor een voorstelling in het uitgebreide kinderprogramma (met daarin ook o.a. Rabarber) op de Parade. Na het winnen van Het Gouden Ei vorig jaar proberen ze nog meer succes aan te trekken en go viral. De vierde productie is De Worsten van Babel, een kolderieke kookshow, maar die is uitsluitend op de Amsterdamse Parade te zien.

Azzini
Vijfentwintig jaar Parade valt samen met vijftien jaar Marcus Azzini op de Parade. Meer dan een opvallend regisseur, die met Angels in America vorig seizoen uithaalde. Hij heeft in diezelfde tijd met Oostpool het bedje van het Parade-theater aardig opgeschud, vaak met grensverleggende, tongen losmakende ervaringsvoorstellingen van compromisloze snit, dan toch in ieder geval bij het publiek: het is erg voor of radicaal tegen. In ieder geval is zijn Partymonster niet alleen een kinky show, erg over de top, maar ook een nachtclubverhaal over de Newyorkse Club Kids, naar de documentaire en film. Met moordenaar Michael Alig, hier de Haagse rectale nasty en sleazy bloeddorstigheid van een XXL-plateauzolende Nik van den Berg, frontman van popband F, in de hoofdrol. Eindigend in een superdiscobloedbad op een hardcore housebeat. En met een gratis verstrekte kringlooppapieren boodschappentas.

Doorlopend
Muziekoptredens zijn er aan de lopende band. De levende jukebox! En ze zijn er nog altijd hoor, de programma’s waar je doorlopend terecht kunt. Loes Luca, de Silent Disco is er weer, en ‘tuurlijk de zweefmolen ook. Mini-theater rond de Theatertoren. En een veelheid aan Paradekeukens, met onder meer Au Gwen Marie, Artistic Crêpe, Haute Friture en Rainbow Popcorn. Maar je kunt er ook aanschuiven voor een diner. Bovendien is een wijnkaart bij de hand.

De Parade: van 3 t/m 12 juli 2015 in het Westbroekpark. Meer informatie op www.deparade.nl. Als je een specifiek programma wilt zien, bestudeer dan goed het programma want niet iedere voorstelling is op alle Parade-dagen te zien.

Onze liefde is een donut.
En waar jij dan al het lekkers bent.
Ben ik alleen het gat.

En mocht jij ooit gegeten worden.

Als de mooiste bloem geplukt.
Zal ik als leegte achterblijven.
Als donut dus mislukt.

Vincent Linthorst

‘Wie faalt is een loser’

Talentontwikkeling op het toneel

Een laboratorium, microkredieten en ondernemersmentaliteit. Talentontwikkeling is voor jonge theatermakers een kronkelig pad dat al te vaak leidt langs boekhouders, evaluatieformulieren en bedrijfsplannen.

Toen in 2012 rücksichtslos de bijl aan de wortel in het bestel van productiehuizen ging, was vooral het weerloze jonge talent de klos. In een tijd van ongebreidelde vrijemarkteconomie en Volkskapitalisme waren vrijplaatsen voor theaterexperimenten kennelijk te dure ondernemingen.

“Mijn naam is Naomi Velissariou. Ik maak theater. Dat is een kunstvorm waarbij mensen zich verkleden, verf op hun gezicht smeren, teksten vanbuiten leren en in het onmisbare bijzijn van anderen het bodemloze gat induiken waarboven wij als mens een beschaving hebben gebouwd.” Zo opende de jonge actrice en theatermaakster medio februari van dit jaar haar met collega-kunstenaar Michaël Bijnens opgestelde statement Vlammend betoog tegen de bureaucratische behandeling van kunst. Ze sprak op het openingsfeest van BesteBuren, waarin tot februari 2016 de langdurige Vlaams-Nederlandse creativiteit en culturele samenwerking wordt gevierd. En, zo stelde Velissariou vast: “Hier theater maken leek mij onmogelijk. In plaats van theater serveer ik u daarom op boekhouding”.

Crowdfunding
Jonge theatermakers zijn, meer dan vroeger, genoodzaakt zelf hun boontjes te doppen, zo goed of kwaad als dat gaat als je net een beroepsopleiding tot acteur of regisseur hebt afgelegd. De gelukkigen haken aan bij de grote toneelgezelschappen, worden er artist in residence of volgen er een coachingstraject.

De minder gelukkigen moeten de boer op, door op goed geluk een aanvraag te doen bij een van de fondsen bijvoorbeeld. Of door aan te kloppen bij een theater of een (niet structureel) gesubsidieerd gezelschap dat – soms met gevaar voor eigen rendement – talent een kans biedt. Wat ook kan: meedeinen op de hype van crowdfunding, sponsoring door de particuliere markt zogezegd, met voor beide partijen een per saldo ongewis ‘verdienmodel’.

Freewheelen
In het wekelijkse radioprogramma Kunstlicht (Den Haag FM) vond 12 april een discussie plaats over talentontwikkeling voor toneelmakers in Den Haag. Daar biedt stadsgezelschap het Nationale Toneel structureel een vierjarig coachingstraject aan een jonge, talentvolle regisseur, zoals Casper Vandeputte: “Dat is geweldig natuurlijk. Volop kansen, ik mag veel doen en ik steek veel op.”

Die geprivilegieerde bescherming is alleen eerder uitzondering dan regel. Vandeputte pleit daarom voor de ontwikkeling van een stelsel van microkredieten voor kunst en theater, en anderzijds voor een theaterlaboratorium in de residentie. Een plek waar ‘erkend’ talent zonder al te veel prestatiedruk kan freewheelen. “Ongeveer zoals Frascati in Amsterdam dat doet”.

Vlieguren
Ook de vanuit Den Haag opererende theatermakers Sytze Schalk en Marijn Brussaard pleiten daarvoor. Brussaard, die een jaar geleden afstudeerde, maakt onder de hoede van Theater aan het Spui binnenkort een nieuwe productie, na zijn eerste opvallende productie Rhythm of the Night van vorig jaar. Schalk, oud-student Writing for Performance in Utrecht, is één van acht jonge makers wier aanvraag als Nieuwe Maker in 2014 werd goedgekeurd door het Fonds Podiumkunsten.

Die nieuwe regeling houdt in dat subsidie beschikbaar is voor een tweejarig ontwikkelingstraject, zulks in samenwerking met plaatselijke gezelschappen, podia en festivals. Sindsdien werkt hij aan De Werelden van Schalk, een meerjarig theaterproject waarin hij online en offline theatervormen onderzoekt. Schalk doet dat onder de vleugels van de Toneelalliantie, een samenwerkingsverband van Theater aan het Spui, de Koninklijke Schouwburg en het Nationale Toneel.

“Een voorstelling moet mogen mislukken. Talent moet vlieguren kunnen maken”, brengt Cees Debets, directeur van Theater aan het Spui, naar voren. Debets wil zijn rol als laboratorium voor jong theatertalent nadrukkelijker spelen, vooral in het tachtig stoelen tellende Zaal 3 – als daar de bijbehorende financiële ruimte voor wordt gevonden, linksom of rechtsom. “We willen hier nieuwe verdienmodellen testen. Het streven is om zonder subsidie voorstellingen te kunnen programmeren. Eigenlijk willen we in Zaal 3 álles op de schop gooien, ook waar het gaat om samenwerking met opleidingen voor theatertechniek en horeca.”

El Dorado
Met de oprichting van de Toneelalliantie in 2013 is de mogelijkheid aanwezig om in Den Haag het bestaande jonge-makersklimaat te optimaliseren: afgestudeerd theatertalent begint in Zaal 3, stroomt bij ‘geschiktheid’ door naar de vlakkevloerzalen aan het Spui en wordt ultimo geadopteerd door het Nationale Toneel. Een unieke keten van talentontwikkeling, bovendien aan de hand van een volwassen toneelgezelschap dat ook jeugdtheatervoorstellingen uitbrengt, dient zich aan.

Het is een nu nog utopisch klinkend plaatselijk toneelbestel, dat evenwel binnenkort extra reliëf kan krijgen als het onderzoek naar de voorgenomen fusie tussen deze drie instellingen uitwijst dat de fusie nuttig is voor alle partijen. Het aanbod aan voorstellingen kan bovendien vervolgens optimaal worden verdeeld en bezoekers van acht tot tachtig kunnen optimaal en op organische wijze worden bediend.

Den Haag als El Dorado, Voltaires gezochte gouden stad, binnen handbereik. Opmerkelijk voor een stad waar wel een hbo-opleiding voor dans, muziek en beeldende kunst gevestigd is, maar geen professionele hbo-theateropleiding. Dat kan een achilleshiel blijken. Of toch niet? Jan Zoet, directeur Theaterschool Amsterdam: “Een dependance in Den Haag? Het lijkt me beter om productieve manieren van samenwerking te onderzoeken door te speuren naar wegen om jong talent meer speelplekken te bieden dan nu vaak het geval is”. De Toneelalliantie biedt daartoe volgens hem een prima beginpunt.

Artistiek roer
Op de Theaterschool in Amsterdam krijgen studenten ter voorbereiding op een toekomstig bestaan als freelancer slechts sporadisch les in cultureel ondernemerschap. Brussaard: “Ik ben een eenmanszaak. Ook mijn werk als DJ kan ik onder die paraplu doen.” Schalk: “Ik heb een stichting opgericht en ben daar in dienst.”

Ook Casper Vandeputte moet, nadat de beschutting van het Nationale Toneel eind 2016 eindigt, weer zelf aan de bak. Vandeputte: “Mijn grote vraag is nu: wat hierna? Freelancen wellicht. Of ergens vast onderdak zien te vinden”. Hij is daarom in gesprek met Eric de Vroedt, die na 2017 het artistieke roer bij het Nationale Toneel van Theu Boermans overneemt.

“We blijven maar praten over kunst in termen van ondernemerschap en winst”, brengt Ninke Overbeek, toneelschrijfster bij De Kosmonaut, productiehuis voor toneelteksten en vaste columniste van Kunstlicht, daar tegenin. “’Is het project geslaagd?’, vraagt het fonds dat ons ondersteunt, en het antwoord ligt besloten in bezoekersaantallen en kaartverkoop. Wie faalt is een loser die zijn bedrijfsplan niet op orde had.”

Overbeek vergeet daarbij niet de hand in eigen boezem te steken: “Ook als jonge makers moeten we dat inhoudelijke gesprek voeren, en niet alleen netwerken om die ene succesvolle regisseur binnen te halen als visitekaartje voor je volgende project.”

Hét toneel
Maar er is hoop, altijd is er hoop, op betere tijden. Een kentering lijkt mogelijk sinds de publicatie van het advies dat de Raad voor Cultuur in april uitbracht. De Raad pleit daarin voor de terugkeer van productiehuizen, geschoeid op een nieuwe leest. Ook opteert de Raad voor meer mogelijkheden voor stedelijke regio’s en ziet zij graag een betere aansluiting van gemeentelijk op landelijk cultuurbeleid.

Het advies kan voor wind in de rug zorgen in het stedelijke Den Haag bij het verbeteren van het jonge-makersklimaat. Gevoegd bij alle lopende ontwikkelingen rond Spuikwartier, de Toneelalliantie en het voornemen van de Haagse cultuurwethouder Cultuur Joris Wijsmuller voor een sterkere positie van het ‘merk’ Den Haag als toneelstad, heeft de hofstad de potentie voor het grijpen om uit te groeien tot hét toneel voor beginnend én voor gevestigd talent.

En pas dan, als (net als voorheen) de juiste voorwaarden geschapen zijn, kan de toneelkunst weer doen wat zij altijd deed: puike voorstellingen maken. Ook Naomi Velissariou wil dan wel overstag. Haar hartenkreet? “Laat ons huizen bewonen, productieplatformen creëren, festivals doen leven, concertzalen vullen, bibliotheken bestormen. Plekken hebben we nodig, plekken waar een verhaal kan rijpen, een praktijk langzaam kan groeien, experimenten gewoon mogen falen, erfgoed kan worden geconserveerd, talent kan worden ontwikkeld en waar voor mijn part zelfs aan cultureel ondernemerschap kan worden gedaan.”

Kunstlicht, 12 april – 10.00-11.00 uur

Kunstlicht, 12 april – 11.00-12.00 uur

Theater als een virtuele game

As – De werelden van Sytze Schalk

Theater als een virtuele game, een gezelligheidsspel. Doe ook mee en bepaal het verhaalverloop. Sytze Schalk verwezenlijkt het in het universum van ‘De werelden van Schalk’.

Voor een theaterbezoeker speelt een voorstelling zich voornamelijk binnenshoofds maar buitenshuis af, in een bekende, aanraakbare wereld. Offline zogezegd. Na de laatste minuuut van een opvoering bestaat een theaterstuk alleen nog ergens in de bovenkamer. Daar verdwijnt het, stukje bij beetje. Een voortzetting op de ons omringende virtuele en digitaal georganiseerde wereld die internet heet, online dus, is een zeldzaamheid in het theaterwezen. Natuurlijk: op websites zijn massa’s trailers, interviews en op wat goed geluk ook integrale recensies te vinden. Daar blijft vaak bij. Niets op tegen. Maar virtueel is er zoveel meer mogelijk. Zo zijn er meer lagen aan te brengen. En, belangrijker: er is daar zoveel meer aan de hand. “De werelden van internet, nieuwe media en games enerzijds, verschillen hemelsbreed van het theater. Het zijn andere culturen. Ik wil een stap zetten, pionieren”, zegt Sytze Schalk, toneelmaker.

Op het oog is het toneelstuk AS een alleszins aaibaar ‘boy-meets-girlverhaal’, zo’n – laten we zeggen – ‘aanraakbaar’ theaterstuk zoals u die vast wel kent. Met een puike tekst, prachtig spel, een inventief decor en een nooitgedacht lichtontwerp, en met een kop en een staart. AS is in eerste instantie een ‘old school’-verhaal over de jongen L (Jos Nargy) en het meisje F (Sofieke de Kater), die elkaar ‘vinden’ in de onbeduidende dorpskern van Deze Stadje, laten we zeggen een bijna Almere-achtige, om niet te zeggen Twin Peaks-achtige omgeving, maar dan met een oneindig meer en een pier als vliegwiel. Maar AS-schrijver/regisseur Sytze Schalk trok buiten het verhaal over schoonmaakroosters en al het andere volwassene dat bij een relatie om de hoek komt kijken, ook een machtige online wereld op. ‘Transmediaal’, noemt hij zijn aanpak. Met het theaterinitiatief dat De werelden van Schalk is gedoopt heeft hij bij Theater aan het Spui twee jaar de tijd gekregen om off- en online verhaalwerelden te verweven, een nieuw universum te maken.

Fervent gamer Schalk: “We hebben een VVV-achtige site gemaakt rondom Deze Stadje, met informatie, nieuwsberichten, portretten van inwoners en prikbordberichten. Je vindt er niet alleen berichten van de personages uit AS, maar ook van andere inwoners. Een aantal van deze verhalen en dagboekgebeurtenissen komen terug in de voorstelling. Andere verhalen staan op zichzelf en zullen deel uitmaken van toekomstige projecten rondom AS.”
Het is de bedoeling dat de verhaalwereld van AS & Deze Stadje zich de komende jaren verder gaat ontwikkelen. “De kern van De werelden van Schalk is dat er verhalen speciaal voor en met wie dat wil worden gemaakt. Dat gebeurt met mensen die zich daartoe op de site aanmelden en een al dan niet fictief personage bedenken. Dat personage maakt vervolgens deel uit van de plot rond AS”.

De werelden van Schalk doet denken aan Second Life, het doodgewaande virtuele concept van een half decennium geleden, een game-achtige wereld, waar je door zelf een fictief profiel aan te nemen, kon rondstruinen en een zelfverkozen identiteit kon aanmeten. “Dit project is meer literair van opzet”, antwoordt pionier Schalk. “Ik wil graag dat mensen meedenken, dat het eenrichtingsverkeer van theater verandert in een drang tot dialoog.” Bitcoins? “Betalen daarmee kan nog niet”, lacht Schalk, “maar mensen die op de site een profiel aanmaken krijgen wel korting op de toegangsprijs”.

As is te zien in Zaal 3 van Theater aan het Spui, van 27 mei tot en met 3 juni 2014. Meer informatie: www.theateraanhetspui.nl. Meer informatie over De werelden van Schalk op www.dewereldenvanschalk.nl.

‘Zonder dialoog houdt het op’

Publiekslieveling Jakop Ahlbom wil graag delen

De première van Publikumsbeschimpfung verwekte in 1966 een groot schandaal en leidde een aanval in op het toenmalige conventionele theater en zijn publiek. De legendarische tekst van Peter Handke bevatte een aantal beledigingen aan het adres van het publiek, dat zich daardoor danig in het hem gezet voelde. Doordat toeschouwers hun verontwaardiging, hun woede of hun leedvermaak of  een combinatie daarvan tijdens het stuk luidkeels naar voren brachten, werd de relatie tussen de publieke ruimte (de zaal) en het podium (de scène) omgekeerd. Opeens ging de handeling, het drama, zich in de zaal afspelen.

Publikumsbeschimpfung is in deze tijd lang niet meer zo shockerend als in de jaren zestig. De grenzen van het theater zijn inmiddels verkend en opgerekt. Maar de relatie tussen een kunstenaar en ‘zijn’ publiek is nog altijd en per definitie broos. Ook in het theater. Juist in het theater. Een schilderij is tastbaar en bestaat ook als er even geen toekijker is, en ook een vloek ten overstaan van het doek verandert de essentie ervan in wezen niet; een toneelstuk of een dansvoorstelling is daaraan tegengesteld. Bovendien is theater vluchtig: na het wegstervende applaus is ook de voorstelling vaak ‘verdwenen’.

“Zonder dialoog houdt het op,” zegt Jakop Ahlbom. Ook voor deze uit Zweden afkomstige theatermaker, die al twee keer door de Toneelkijkers van Theater aan het Spui werd uitgeroepen tot publiekslieveling, is en blijft het toekijkende publiek vaak een ongrijpbare grootheid. Het enige wat hem daarom te doen staat is uitgaan van zijn eigen ideeën, en niet bij voorbaat inspelen op wat hij denkt dat het publiek graag wil zien. Hij vaart zelf zijn volstrekt eigen kompas. “Als theatermaker ga ik primair uit van iets dat ik binnenin mezelf vind. Als ik een fascinatie bij me ontwaar, dan kan het bijna niet anders dan dat er méér mensen zijn die door diezelfde fascinatie  gebiologeerd zijn of dat zullen worden. Ik wil het publiek meenemen in mijn fascinatie. Theatermaken komt voor mij voort uit willen delen, delen wat je fascineert met mensen om je heen. Publiek heeft op mij de uitwerking van een katalysator.”

Ook al heeft hij momenteel veel succes, hij zegt er voor te waken concessies te doen aan zijn voorstellingen, als het gaat om het bereiken van een bredere samenstelling van zijn publiek of een groter publiek. “Ik zou graag een keer een grootgemonteerde voorstelling maken, in een stadion of zo. Om nieuwe vormen te proberen, niet om tien- of twintigduizend mensen in een keer te kunnen bereiken. De macht van het getal is niet doorslaggevend. Bovendien: het publiek is geen massa. Het bestaat uit allemaal afzonderlijke individuen die elk apart een eigen beleving en achtergrond hebben. Mensen te raken, al zijn het er maar twee op een avond, is mijn hoogste streven. Van tevoren, tijdens het maakproces, en zelfs tijdens de voorstelling, weet ik eigenlijk nooit of een voorstelling, en zelfs maar een enkele scene echt aankomt zoals ik die in oorsprong bedoeld had.”

Verschillen de karakteristieken van het Nederlandse van die van publiek uit Zweden, België of Zwitserland? Reageren mensen in een theater met een lijsttoneel anders dan in een vlakkevoertheater, zoals die van Theater aan het Spui?
“Het publiek in Nederland is vaak extreem hilarisch, in België is het publiek heel wat stiller. In Duitsland is het publiek wat terughoudend maar was het applaus en de waardering na afloop overdonderend en werd er geschreeuw om ‘bis’. Wel voelt hij verschil als een zaal vol of halfvol is. “Je merkt het als mensen als ‘kenner’ gekozen hebben voor mijn voorstelling of als het uitgaanspubliek is. Dat maakt mij verder niet uit: ik ga ervan uit dat mensen uit nieuwsgierigeheid komen. Maar dat heeft wel gevolgen voor de balans van de voorstelling; en die verandert soms gedurende het spelen. Soms moeten we wat in de juiste richting ‘duwen’ of ‘masseren’ om het publiek te prikkelen, bijvoorbeeld als er een brede orkestbak tussen zit of zo. Maar soms ook moeten we juist wat gas terugnemen omdat een voorstelling anders te uitbundig dreigt te worden. Soms ook is gaat het om een kip/ei-situatie: waar begint het? Met het publiek of met ons? Dat is altijd een vraag.”

Het gevoel publiekslieveling te zijn van bezoekers van Theater aan het Spui, is belangrijk voor hem. “De prijs biedt me steun, niet alleen tijdens het maken of hernemen van voorstellingen maar ook als ik in Den Haag speel. Het is een fijn gevoel als je er op kunt rekenen dat mensen je bij voorbaat goed gezind zijn. Bovendien is het een fijn theater, een plek waar je je echt welkom voelt. Zoiets voel je. Dat geldt voor mij net zozeer als voor de bezoekers, denk ik. Zij voelen dat ook.” Cees Debets en zijn medewerkers hebben in drieënhalf jaar veel bereikt.”

Magazine Theater aan het Spui 2012

‘Héél veel, héél mooi voorstellingen’

Theater aan het Spui als gedroomde ‘huiskamer’ van Den Haag, Drang en jeugdtheater in 2011-2012

Theater aan het Spui heeft zich de afgelopen drie jaren ontworsteld aan zijn verleden en zichzelf opnieuw uitgevonden.

“Wat we kunnen verwachten in het nieuwe seizoen? Héél veel, heel móóie voorstellingen”, zegt Cees Debets oprecht, terwijl hij daarbij gelijktijdig een kenmerkend en onverholen optimisme in zijn stem legt. De directeur van Theater aan het Spui heeft in de drie jaar dat hij in wat hij zelf ‘de huiskamer van Den Haag’ is gaan noemen, het indertijd wat verstofte karakter van het eerste echt als vlakkevloertheater bedoelde theater van Nederland omgetoverd tot een plek die zoals vanouds aanspraak mag maken op een vooraanstaande plaats in het Haagse en zelfs landelijke theatercircuit. Niet alleen door zijn uitstekende, gevarieerde en gelukkige hand in de programmering, maar ook door ogenschijnlijke futiele en marginale ingrepen als het bij binnenkomst door zijn medewerkers openhouden van de foyerdeuren, en de steevast gezellige nazit die in de regel makers, spelers en publiek dichter bij elkaar brengt.
Het aanbod van Theater aan het Spui varieert van literaire bijeenkomsten die tot stand komen in samenwerking met BorderKitchen, een volbloed ‘dochter’ van het Crossing Border Festival, tot jazzoptredens en, “experiment”, aldus Debets, nu en dan ook lunchvoorstellingen. Maar het hart van de theaterprogrammering wordt toch nog altijd gevormd door toneel, (muziek)theater en moderne dans in de avonduren. Sinds vorig jaar is daar ook jeugdtheater bij gekomen (zie elders).

“Het is fijn dat we inmiddels behoorlijk wat ‘vaste’ bespelers tot onze ‘stal’ kunnen rekenen”, vervolgt Debets, in 2010 nog door collega’s verkozen tot beste theaterdirecteur van Nederland, “topgroepen zoals NT Gent, Need Company, Onafhankelijk Toneel, Ro Theater, Veenfabriek, Wunderbaum en onder meer ’t Barre Land. Groepen waar ik stuk voor stuk trots op ben dat ik ze in Theater aan het Spui mag presenteren. Ze brengen voorstellingen die ik werkelijk niet zou willen missen.” Zijn drijfveer? “Ik wil graag aantonen dat er behoefte is aan mooie voorstellingen en mooie momenten. Maar, eerlijk is eerlijk, op papier klinkt alles aanlokkelijk. In werkelijkheid moeten veel producties natuurlijk nog gemaakt worden, hoe mooi alles ook op papier lijkt te zijn.” En opnieuw somt hij op: “De Firma MES, Ceremonia, Compagnie C de la B, Guy Cassiers’ Toneelhuis en Abattoir Fermé”, dat zijn groepen die iederéén zou moeten zien, dat durf ik nu al wel te zeggen.”

Theatergroep Drang over hebzucht en machtshonger

Vinger aan de pols van de huidige tijd

Theatergroep Drang houdt altijd het tijdsgewricht waarin we leven in het oog. Ook het komende seizoen is dat zo, met onder meer MacMadoff, een nieuw stuk over hebzucht en machtshonger in tijden van voortdurend financieel crisismanagement.

Theatergroep Drang opent het seizoen eind oktober met een lange reeks voorstellingen op locatie van MacMadoff. “We verweven het bekende weergaloze koningsdrama Macbeth van William Shakespeare met passages over Bernie L. Madoff, de meesteroplichter bij uitstek”, zegt artistiek leider van Drang, Lucienne van Amelsfort. “Hij is de man die onlangs voor een periode van 150 jaar de bak in draaide, en wiens zoon onlangs zelfmoord pleegde. Madoff was de bedenker van een piramidespel, dat regelrechte miljardenfraude bleek te zijn.” Het stuk vertelt in de aanloop naar de recente kredietcrises over de hebzucht en de machtshonger van financiële kopstukken die niets ontziende zwendelaars blijken. “Economie is de nieuwe machtsorde geworden, en die importantie lijkt nog met de dag toe te nemen”, vertelt Van Amelsfort. MacMadoff zoomt in op het bankwezen en laat zien hoe onmenselijk ver mensen willen gaan om hun hebzucht te bevredigen. Het stuk is wat mij een vinger aan de pols van de huidige tijd. Toen ik en Ton Theo Smit, naast mij artistiek leider bij Drang en onze vaste schrijver van toneelteksten, een tijdje geleden Macbeth herlazen wisten we meteen dat we dit stuk bijna een op een konden gebruiken. Hij schrijft een geheel nieuw stuk op basis van Macbeth, uiteraard met het nodige respect voor het origineel van Shakespeare voorop.” Theatergroep Drang speelt het op een ‘passende’ locatie, ergens in de stad. “We zijn er nog niet mee rond, maar we hebben nu twee locaties in het vizier, plekken die ook echt wat bijdragen aan de inhoud van het stuk. De cast is al wel rond, met onder meer Esgo Heil en Wim Meuwissen.”

Verderop in het seizoen maakt regisseur Kiek Wishaupt een stuk over drie vrouwen achter Geert Wilders. De drie vrouwen van G. wordt volgens Van Amelsfort een ‘parodie op een operette’ naar een oorspronkelijk idee van Marike Mingelen. “Geert komt niet zelf aan het woord, maar we zien hem wel via drie vrouwen die in zijn nabijheid verkeren: zijn moeder, de woordvoerder voor zorg van de PVV en zijn Hongaarse vrouw, die we eigenlijk nooit zien en hem als een schim omgeeft.” Wishaupt maakte bij Drang eerder de voorstelling En alle vreugd en werk lijkt ver en overbodig.

Drang sluit het seizoen traditioneel af met een serie Zomeravonden, podium voor jong talent. “Bekommernis om jong talent is niet meer ‘hip’ en in de cultuurpolitiek is talentontwikkeling zelfs een regelrecht scheldwoord geworden. Maar wij vinden het erg belangrijk. We zien dat jongeren die we kansen hebben geboden, uitvliegen naar toneelacademies waarvan de eersten alweer bij ons terugkeren. Dat is mooi om te zien.”

Wie de jeugd heeft …

Volop jeugdtheater in Den Haag

Het bekende spreekwoord luidt dat de toekomst in handen is van wie op de jeugd kan rekenen, en het gaat uit naar al die Haagse theaters die dit seizoen jeugdtheater op het programma hebben. En dat zijn er nogal wat.

Zowel de (piep)jonge, puberale, adolescente theaterganger als diens goedwillende ouders kunnen komend seizoen naar hartenlust (s)hoppen: onder meer van Theater aan het Spui naar Stella Den Haag, naar Theater De Regentes, Theater Diligentia, de Koninklijke Schouwburg en naar de kerstvoorstellingen van Jeugdtheaterschool Rabarber.

“Jonge theaterbezoekers aan je binden is belangrijk”, zegt Cees Debets, directeur van Theater aan het Spui. In zijn theater zijn vanaf begin oktober regelmatig, ook op schoolvakantiedagen, jeugdtheatervoorstellingen te zien. “Theater aan het Spui wil graag een theater voor alle inwoners van Den Haag zijn. Bovendien leert het kinderen van jongs af aan de weg naar je zalen te vinden en komen ze daardoor als ze ouder zijn wellicht nog eens bij ons terug. Nog afgezien van het feit dat het bezoeken van jeugdtheater even leuk, mooi en leerzaam kan zijn als voorlezen of een zelf een boek lezen.” Debets heeft voorstellingen op het programma staan voor kinderen vanaf 2 jaar: Frank Groothof in de peutervoorstelling Jazzbabar en zelfs eentje voor 1+: Er was eens,er was eens. Maar ook alle andere leeftijdsgroepen staat het theater ter beschikking: van Theatergroep Max tot Stella Den Haag en Theatergroep Siberia. Vooral  de prijswinnende voorstelling Help! is heel erg leuk: “Het is een muzikale voorstelling over de begindagen van The Beatles. Deze voorstelling heeft hier al eerder met heel veel succes gespeeld. Het is ontzettend leuk om ouders en kinderen naast elkaar te zien genieten  van de geweldige Beatles-muziek.”
Jeugdtheaterschool Rabarber verzorgt net als ieder jaar weer een reeks ‘kerstvoorstellingen’ in Theater aan het Spui. De school heeft dit jaar gekozen voor het griezelverhaal met een feelgood-einde De Klokkenluider van de Notre Dame.

Ook Stella Den Haag is het komend seizoen geregeld in Theater aan het Spui te vinden. De Haagse jeugdtheatergroep speelt daar De Witte Reus (7 +) , een muzikale komedie waarvoor artistiek leider Hans van den Boom de tekst schreef. Van den Boom: “Ik wil graag tegenwicht bieden tegen al het kommer en kwel dat dag in dag uit op ons netvlies en dat van de kinderen komt. De Witte Reus is een hilarisch stuk, met monsters die op zoek zijn mensenvlees en een vrouw die een kind wil baren.” Voorts speelt de groep In de Nesten (6+), een reprise die evenwel in een nieuw jasje wordt gestoken, al was het maar omdat de muziek deze keer niet live wordt uitgevoerd, waar dat aanvankelijk wel het geval was. “Deze muziektheatervoorstelling, waarvoor Moessorgski’s Schilderijententoonstelling als muzikale basis dient, hebben inmiddels tienduizend kinderen gezien. Daarom gaan we nu een uitgebreide tournee door Nederland en België doen.” Stella reist dit seizoen bovendien naar Broadway, New York, om er op uitnodiging de voorstelling Niemand weet, niemand weet te spelen. De groep is internationaal een geziene gast, want juist deze lente was de groep nog in Australië. Stella’s openingsvoorstelling is min of meer een gelegenheidsproject. “Met vier cellisten van het Residentie Orkest bereiden we op dit moment Schuberts Der Tod und das Mädchen voor. Het is bedoeld voor het Haags Uit Festival, maar als het even lukt willen we het doorspelen, wellicht in ons eigen Stella Theater of trekken we ermee langs scholen.”

Net als de eerdergenoemde theaters ziet ook de Koninklijke Schouwburg de jeugd graag toestromen. Hoogtepunten in de residentiële bonbonnière, en soms ook in de bovenzaal Het Paradijs, zijn onder meer Buurman en Buurman (3+), Mannetje Jas, naar de strip van Sieb Posthuma, (4+), de familiemusical Jip en Janneke (5+), en de ‘rockopera voor de hele familie’ Kees de Jongen, naar Theo Thijssen.

Theater De Regentes doet ook een duit in het zakje met voorstellingen die zich voornamelijk richten op kinderen tussen 4 en 8 jaar. Voorstellingen die zich vooral richten op hun directe leefwereld, zoals  de poppentheatervoorstelling Een heer van wol (4+), Meester van de Zwarte Molen door Het Laagland (8+), en Het Filiaal met Tap ’n Tabla (8+).

Tot besluit is uiteraard Theater Diligentia, als vanouds, van de partij op het kinderfeestje. Niet overdadig, wel regelmatig zijn er voorstellingen te zien van, onder meer, Theater Lejo (4+), Poppentheater Jacobus Wieman (3+), Theater Terra (4+) en Opus One (8+). Een van de hoogtepunten lijkt te worden de musical Klein Duimpje (4+).

www.theateraanhetspui.nl
www.rabarber.net
www.stella.nl
www.ks.nl
www.deregentes.nl
www.diligentia-pepijn.nl

Den Haag, je tikt ertegen en het zingt

Theater aan het Spui trekt ‘lekkâh’ ten aanval

Zoeken naar een leger cultuurliefhebbers

Uitgaan is ook een beetje thuiskomen. Dat gevoel wil Theater aan het Spui graag overbrengen. De foyer is gezelliger gemaakt, de programmering levendiger, en tamheid lijkt te hebben plaatsgemaakt voor nieuw elan. Of, zoals het theater het zelf graag noemt, alles is er ‘lekker’.

Theater aan het Spui trekt ten aanval en schreeuwt het ongegeneerd van de daken, of, beter gezegd, vanaf een big sized fuchsiaroze geveldoek: ‘Wij worden mooier!’. Zoals meer Haagse theaters is ook dit theaterhuis aan een verbouwing bezig. Wat er zoal mooier wordt? Naar verluidt wordt op termijn overwogen de Spartaans aandoende klapstoeltjes te vervangen, en deze zomer al heeft de foyer een facelift ondergaan. Theater aan het Spui wil u namelijk graag een ‘thuisgevoel’ geven. Bezoekers kunnen zich in de nu sfeervollere foyer gezelliger wanen dan ooit tevoren. Eerder al werden bezoekers getrakteerd op ouvreuses die galant de foyerdeuren openhielden en op een nootjesgarnituur na afloop van de voorstelling. Mooier ook, wordt, volgens theaterdirecteur Cees Debets, de programmering. Debets, zojuist genomineerd voor De Gipsen Gymschoen, een voordracht die uitdrukt dat hij als gezichtsbepalend voor het theater in Nederland wordt gezien: ‘Wij hechten aan vernieuwing en beweging. We willen grenzen overschrijden en verwonderd raken. Ons wapen? De mooie voorstellingen!’ Dit seizoen staan er voor het eerst in jaren weer met regelmaat jeugdtheater- en familievoorstellingen op het menu, en is er op zondagmiddag ruim baan voor topjazz met onder meer Yuri Honing, Jesse van Ruller en Eric Vloeimans. Maar de hoofdmoot van het programma wordt nog steeds gevormd door toneel, dans en muziektheater. Met als opvallende ‘nieuwkomers’ het Nieuw Utrechts Toneel (NUT) en, lang verwacht, Wunderbaum.

Het theater hecht aan debat. Zo zijn er voor abonnementhouders, de zogeheten toneel- of danskijkers, vrijwel standaard inleidingen en nagesprekken met theatermakers. Debets: ‘Theater aan het Spui is op zoek naar een leger van cultuurliefhebbers, bezoekers die samen met ons de aanval kiezen. Samen duidelijk maken hoe belangrijk een theater kan zijn.’ Het theater nodigt u uit tot het nemen van een kijkje in de theaterkeuken. Dat alles geserveerd onder het motto ‘lekkâh’.

Lekker is ook ‘Bij Herman’, een minitheaterzaaltje in de vorm van een pittoresk huiskamertje, middenin de foyer. Daar vinden voor aanvang van reguliere programma’s min of meer bij verrassing gratis bij te wonen vestzakvoorstellinkjes plaats. Het is een teken van het nieuwe elan dat Theater aan het Spui zich onder Debets eigen heeft gemaakt.

Hoogtepunten
Op toneelgebied lijken op voorhand de hoogtepunten te worden: het Nieuw Utrechts Toneel, (vrijwel maandelijks te gast), Els Ingeborg Smits en Kees Hulst (13, 14 oktober), Olivier Provily (2 december), Laura van Dolron (10 december), Dood Paard (6 januari), De Vogelfabriek (26 januari), Toneelgroep Oostpool (3, 4 maart, en 17, 18 maart) en NT Gent (10 mei). Dansgezelschappen die de moeite waard zijn: Dansgroep Amsterdam (8 oktober en 9 april), Noord Nederlandse Dans (29, 30 oktober), en Raz (13 januari). En er is aller-prachtigst muziektheater te beleven met het Rosa Ensemble & Jan Jaap van der Wal (10 en 11 september), Lod (22 september), Marlies Heuer (9 oktober), Wunderbaum (17 december, en 7, 8 april), de Veenfabriek (27, 28 januari, en 27, 28 mei) en Orkater (26 t/m 28 april). Ook de Haagse inbreng is er: Ballet van Leth (2 t/m 6 november), Roos Eijmers (4 november), Stella Den Haag (1, 2 april, en 16, 17 april). En Theater aan het Spui doet opnieuw dienst als festivallocatie voor onder meer Dag in de Branding (9 oktober, 11 december, 12 maart, 28 mei), De Betovering (15 t/m 24 oktober) en CaDance (met Korzo theater, 4 t/m 19 februari). Het moet gezegd: Theater aan het Spui lijkt stukken levendiger dan tevoren, en, verheugender, het publiek lijkt de weg naar het theater teruggevonden te hebben. Nu de PVV nog.

Intieme theaters houden cabaret en kleinkunst levend

Traditie en trend in Diligentia en PePijn

Diligentia schreef je vroeger met een accent circonflexe op de a, ten teken van de 5de naamval, die een ‘instrumentalis’ uitdrukt, dus ‘het instrument waarmee iets geschiedt’. De beste vertaling van diligentiâ is dan ook ‘door vlijt’ of ‘door zorgvuldigheid’.

In 1793 begon het Gezelschap ter beoefening der proef-ondervindelijke wijsbegeerte een kring waar het leden op de hoogte hield van de natuurwetenschappen, dat toen ook vakgebieden als scheikunde, geneeskunde, biologie, sterrenkunde en aardrijkskunde omvatte. Maar er waren ook al concerten. Tot aan de dag van vandaag zijn er in het monumentale gebouw aan het Lange Voorhout – het oorspronkelijke embleem, met een vergulde krans van klimop en laurierbladeren siert nog altijd de gevel – lezingen en voordrachten. Zo is er op 13 september een spreekbeurt over energieopslag in elektrisch aangedreven auto’s. Het is mooi dat hierdoor een traditie wordt voortgezet. Bij de meeste Hagenaars is Diligentia echter hoofdzakelijk bekend als baken voor (klassieke) muziek, kleinkunst en cabaret, en aanbieder van kinder- en familievoorstellingen. Vrijwel alle grote cabaretiers van de laatste eeuw stonden er, vaak voor een volle bak. Tegenwoordig wijken de grote jongens al te graag uit naar het Circustheater en soms ook de Koninkijke Schouwburg. De vijfhonderd stoelen van het intieme en enige jaren geleden fraai gerestaureerde theater renderen kennelijk niet voldoende. Niettemin is Diligentia een belangrijk centrum, door aankomende talenten te programmeren en jonge afstudeerders van de ettelijke kleinkunstacademies die ons land tegenwoordig rijk is, klaar te stomen in Theater PePijn, de piepkleine maar fijne satelliet van ‘moeder’ Diligentia. De ambitie van Diligentia en PePijn is dan ook om de kunstvorm cabaret verder te helpen, onder meer in een Artlab.
Komend seizoen is er gelukkig en als vanouds plaats voor cabaretiers die hun sporen inmiddels ruimschoots verdiend hebben: Kees Torn (3, 4 september en 16 april), Micha Wertheim (24, 25 september en 10 februari), Niet Schieten! (1, 2 oktober en 15 april), André Manuel (6, 7 oktober en 5 februari), Veldhuis & Kemper (13 oktober en 15, 16 maart), Javier Guzman en Roel C. Verburg (24, 25, 26 oktober) en solo (10, 11, 12 maart), Paul van Vliet (29, 30 oktober), Jörgen Raymann (20, 21 november), Dolf Jansen (2 december), Marijke Boon (8 december), Seth Gaaikema (19 december), Eric van Sauers (20, 21 januari), Sanne Wallis de Vries (11 februari), Sara Kroos (9 maart), en Lebbis (2 april).

Het leuke nu is dat in het hedendaagse cabaret veel troonopvolgers staan te rammelen. Als u op ontdekkingsreis wilt, denk dan eens aan Eric Koller (25 november), Kamps & Kamps (4 december), Droog Brood (11 december), Ronald Goedemondt (5 januari) of Dames voor na Vieren (9 februari). En in Diligentia kunt u ook terecht voor bonte avonden met deelnemers van de cabaretconcoursen: het Groninger Studenten Cabaret Festival (13, 14 oktober en 3, 4 december), Cameretten (2, 9 november en 16 februari), Amsterdams Kleinkunst Festival (27 november, 24 februari, 10 maart) en het Leids Cabaret Festival (19 mei). Ook in comedy grossiert Diligentia: Night of Comedy (maandelijks), en avonden omtrent de Culture Comedy Award 2010 (30 oktober en 17 december).
Ook klinkt er veel muziek, onder meer met Hans Vermeulens Sandy Coast (16 oktober), Tim Akkerman (4 november), New Cool Collective met Jules Deelder (4 februari), Robert Jan Stips (13 maart) en Gare du Nord (27 mei). Tot besluit is er geregeld aandacht voor kinder- en familievoorstellingen.

Veelkleurigheid van programma grootste troef

Theater De Regentes start tearoom

Theater De Regentes begint een tearoom. Daarmee wordt het voormalige zwemparadijs deels in min of meer oude staat teruggebracht. De positie van het theater in het Haagse uitgaanslandschap is onverminderd interessant: van buurttheater tot muziekzaal voor kenners, en dan weer is het zalencomplex het domein van kinderen en families.

Ook Theater De Regentes heeft de traditionele zomersluiting aangewend voor een optimistisch verbouwinkje. De voormalige zweminrichting heeft de foyer onder handen genomen. De entree wordt nu gevormd, eigenlijk zoals het ooit was bij de opening omstreeks 1920, door een tearoom, en wel aan de entreezijde van het pand aan de Weimarstraat. Verder zijn de foyerbar en het kassablok vernieuwd.
Theater De Regentes is zoiets als tussen het laken en servet: het bedient jong zowel als oud, richt zich op buurtbewoners (zij krijgen korting op de toegangsprijs op vertoon van een Buurtpas) én op elders in de stad wonende theater- en muziekliefhebbers; en het schakelt graag tussen ‘eigen’ Nederlandse kunst en dan weer kunst met een uitgesproken, vaak laagdrempelig en  cultureel divers karakter. Daarmee is cultuuranker De Regentes een interessante speler, ook omdat het zich juist buiten het stadscentrum manifesteert. Zo haakt de eigenwijze programma nu en dan in op festivals die in de gevestigde theaters in het stadscentrum te zien zijn. En krijgen in Blind Date nieuwe theatermakers een kans. De Regentes werkt erin samen met Theater aan het Spui en het vlakbijgelegen Theater Zeebelt. In Blind Date zijn er succesverhalen genoeg behaald: Sanne Vogel, Ann Van den Broek, Nynke Laverman, Laura van Dolron, Nanine Linning en Boukje Schweigman waren allemaal ooit te zien in deze serie. Ook leuk: op de site publiceert het theater regelmatig recensies die zijn geschreven door zijn cultuurambassadeurs, van voorstellingen die in dit theater plaatsvinden.

Het theater in het Regentessekwartier, ooit het grootste instructiebad van Europa, richt zich in de programmering bij uitstek op dans, muziek, muziektheater en familie- en jeugdtheatervoorstellingen. En het doet dat met een even grote hang naar culturele diversiteit als met een open oog naar de  wijk waarin het gevestigd is. Buik- en kathakdans gaat er hand in hand met moderne, academische dans en streetdance. Op muziektheatergebied is veel tijd is gevonden voor onder meer het Haagse ALBA Theaterhuis (16 t/m 30 september) en zijn er optredens door de Nationale Reisopera (12 november), geluidskunstenaar Peter Zegveld (11 december), en Corrie Brokken, die teksten van Toon Tellegen speelt (25 maart). Ook de muziek vindt er een goedgestemd klankbord, dat met name is resoneert in de richting van wereldmuziek en singer/songwriters. Zo is Hagenaar Willem van Ekeren er te gast met zijn, ook op cd vastgelegde, ongeëvenaarde ode aan Bach en Bukowski (24 oktober), zijn er klanken uit Tibet van Chris Hinze (5 november), is er een tangoweekend (15, 16 januari), muziek van Monteverdi door Le Nuove Musiche (13 maart), én zal er geregeld jazz te horen zijn. Daarbij is er op zondagmiddagen regelmatig poppentheater voor de kleintjes of een familievoorstelling met Theater Artemis (6 november), Theatergroep Kwatta (25 april), jeugddans met de Meekers (9 januari), of, het is maar een greep, Het Laagland (4 mei). In Berlin bei Nacht wordt De Regentes voor een nacht verhipt, verrookt en verrassend met cult, kunst en cabaret uit de Duitse hoofdstad, onder aanvoering van Sven Ratzke (18 december). Veelkleuriger kan je het allemaal niet bedenken.

Den Haag, je tikt er tegen en het zingt

Klein maar fijn

Dat het op theatergebied in de residentie geregeld spettert, knettert, bruist en borrelt – een goedbewaard geheim overal elders in den lande – mag blijken uit de talloze initiatieven die er steeds weer opbloeien en waarvan er vele vaste grond onder de voeten weten. De stad doet de beroemde dichtregel van Gerrit Achterberg gestand.

Theatergroep Drang, gespecialiseerd in theater op locatie, behoort inmiddels tot de gevestigden. De hoofdmoot van dit seizoen wordt gevormd door Bed, waarin negen mijmerende personages zich in de twilight zone van de ouderdom bevinden. Plaats van handeling is de voormalige brandweerkazerne aan de Erasmusweg (22 september t/m 23 oktober). Verderop in het seizoen is er de reprise van En alle vreugd en werk lijkt ver en vreemd en overbodig, een onderhoudende coup de farce over het circus dat Binnenhof heet (11 maart t/m 10 april).
Stella Den Haag is al bijna twee decennia de ongeëvenaarde leverancier van verantwoord maar niettemin fantasievol jeugdtheater, doorgaans vanuit het eigen Stella Theater in Den Haag, waar zoals de groep het verwoordt, poëzie de lucht kleurt en muziek verklankt wat moeilijk te verwoorden is. Het aanstaande seizoen staat vooral in het teken van De jonge Matthäus, met opnieuw het Residentie Orkest in de rol van muzikaal partner. Bach’s oratorium is het ijkpunt voor het klassieke passieverhaal dat deze keer wordt verteld door de ogen van Isabel, de dochter van Judas Iskariot, en is in Theater aan het Spui (16 en 17 april).
Ook jeugdtheaterschool Rabarber, afgelopen juli nog present op Festival De Parade, timmert al jaren aan de weg. Traditiegetrouw luistert de groep Theater aan het Spui tijdens de kerstperiode op met een eigen productie, dit jaar de familievoorstelling Alice in Wonderland (26 t/m 31 december).
Ook Theater Branoul, dat een prachtige liaison onderhoudt met het aanpalende restaurant, is een oudgediende. Het welhaast allerschattigste theater is zo ongeveer het enige in Nederland dat zich toelegt op de verbeelding van puur literaire teksten. Behalve een speelplek is het ook een producent, dit seizoen van Extaze, naar Louis Couperus (5 t/m 31 oktober). Ook is er Oeroeg van Hella Haasse (25 september), een middag met Yvonne Keuls (10 oktober) en aandacht voor Engelstalig theater (29 september t/m 3 oktober).
Ook Theatergroep Alba, maker van multidisciplinair- en intercultureel theater, timmert stiekempjes al heel wat jaartjes aan de weg. Opnieuw strijkt de groep deze jaargang neer in Theater de Regentes, nu voor een bewerking van Euripides’Bacchanten, een Griekse klassieker, die het speelt met zijn kenmerkende jeugdige elan.
Het Zeeheldentheater aan de Trompstraat streeft naar integratie en diversiteit, en is sedert het jaar 2000 het thuishonk van Theater Briza en legt zich met name toe op muziek en dans: concerten, themafestivals, workshops, lezingen en werelddanslessen, onder meer flamenco, salsa en riverdance. De hoofdmoot in de programmering wordt tot eind dit jaar op gezette tijden gevormd door Het Lelijke Eendje, naar het bekende sprook. Het verhaal en de liedjes worden gezongen, gedanst en gespeeld.
Midden onder vijftig jaar oude kastanjebomen, naast het stadskantoor in aanbouw, staat het glazen gebouw van Villa Escamp, in het gelijknamige stadsdeel, met daarin onder meer een Bibliotheekkamer. In die salon, alkoof eigenlijk, vinden nu en dan ontmoetingen en literaire salons plaats, onlangs met Ramsey Nasr en Joost Zwagerman, en binnenkort met Kader Abdollah (3 september) en Adriaan van Dis (15 oktober).
In restaurant spectacle Theater Toussaint, aan de Haagse kade met eenzelfde naam, kunt u onder het genot van onder meer een gastronomisch kunstje ook van theater genieten. Veel om het lijf heeft dat niet, tenzij u eten en show plezierig vindt.
Het Koorenhuis aan de Prinsengracht is het instituut om artistieke cursussen te volgen. Maar het beschikt ook over een zaal. U kunt er uitvoeringen en voorstellingen van cursisten bijwonen.
In De Regentenkamer, podium voor kunst, Jazz en Andere muziek, dat tegenwoordig huishoudt aan de Noord West Buitensingel 20, is er geregeld aandacht voor Huilen in Den Haag, waar onder de titel De Tranenstoet theatrale en muzikale optredens zijn (11 september t/m 12 december). Ook zijn er presentaties die het midden houden tussen theater, muziek en literatuur, onder meer Verdriet van een Scheveningse meid.
Première Parterre is een intiem, ‘particulier’ theater aan huis voor toneel-, muziek- en kleinkunstvoorstellingen.  De huiskamer, annex ‘theater’, biedt plaats aan 40 toeschouwers, en houdt domicilie aan de Koningin Emmakade 174. Een bloemlezing: Peter Faber met de solo Caveman (5 september), een Shaffy/Brecht-programma met zangeres Meike van de Linde en pianist Bam (19 december), acteur John Lanting met de Wassermanlezing 2011 (17 april) en pianist Marcel Worms die de etherisch aandoende muziek van Frederico Mompou speelt (15 mei).

Culturalis als speeltuin

Allehaagse kunst bij elkaar

Je kan er in hoogsteigen persoon of met je vrienden optreden, oefenen, opnemen of gewoon kíjken naar je beste vriend, je buren, schoolmakkers of wijk- en stadsgenoten.

Het Culturalis Theater aan de Hobbemastraat in hartje Schilderswijk is de plek voor amateurtheater, -dans en –muziek. Van klassiek tot modern, van hip tot hop, van oost tot west. Het is daartoe toegerust met onder meer een paar goed geoutilleerde theaterzalen, een tiptop muziekstudio, een decorwerkplaats – een digitaal atelier is in de maak. Het theater is er speciaal voor Haagse podiumkunstenaars. Zij kunnen er naar hartenlust beitelen en schaven aan hun podiumact. Op deze ontwikkelingsplek kun je ook scholing krijgen in je theaterdiscipline, begeleiding en advies. Het werkt daartoe samen met haar moeder, Culturalis, dat pal naast de Grote Kerk, aan de Riviervismarkt, is gevestigd. Dit zenuwcentrum voor cultuurparticipatie, kwaliteitsbevordering en financiële ondersteuner ten behoeve van talentontwikkeling programmeert het Culturalis Theater. Ook promoot Culturalis de amateur- en semiprofessionele theaterkunstenaars door in het Culturalis Theater en ook wel elders de stad festivals te organiseren.
Vlaggenschip van Culturalis is het meerjarige community arts-project Allehaagse (12 september), waarin Culturalis, Theater Diligentia en PePijn, het Koorenhuis, het Koninklijk Conservatorium, Nederlands Dans Theater, Theaterhuis Alba en het Residentie Orkest samenwerken en een poging doen die mensen te bereiken en te activeren voor wie theaterbezoek geen dagelijkse of zelfs maar jaarlijkse kost is. Op iedere eerste vrijdagavond van de maand kan iedereen zijn comedyaspiraties uitleven tijdens de Culturalis Comedy Club, terwijl de woensdagavond er juist voor de dansfans is. Ook is er geregeld een Open podium ‘voor wie maar wil’ en op dinsdagavonden Doe je Dinsdag, een lab waar muziek, dans, theater, fashion, art en comedy kan gedijen. Het is ook de avond bij uitstek als je eens een zelfgeschreven song wilt opnemen of een radioshow wilt maken.

www.culturalis.nl