Een seizoen lang ‘the best of’

Vooruitblik seizoen 2012-2013: Jeugdtheater in Den Haag

“Het is enigszins een overgangsjaar te noemen”, zegt Cees Debets, directeur van Theater aan het Spui, met een wat mistroostig klinkende klankbuiging naar beneden in zijn stem. “Van het voorjaar was in de slag om cultuur van veel groepen nog niet duidelijk of ze zouden overleven. Ook het aanbod van jeugdtheatervoorstellingen heeft met die onzekerheid te kampen. Veel gezelschappen hebben toen besloten om reprises te brengen. Erg is dat niet, want daardoor krijgen we een heel seizoen lang een soort van ‘the best of’”. Peter Pan was hier van Theatergroep MAX is bijvoorbeeld een van die grote successen van enige jaren geleden, maar deze Rotterdamse groep, die na 2012 fuseert tot het grootste jeugdtheatergezelschap van Nederland onder de naam Maas, brengt ook een nieuwe productie, Echt Waar. Daarnaast zijn er reprises in Theater aan het Spui van onder meer Kwatta (Hou van die Hond!), De Toneelmakerij (Anne en Zef) en Het Laagland (Het ontstaan van wit). Uiteraard is Rabarber ook van de partij. Leerlingen van de theaterschool brengen dit jaar, traditiegetrouw rond de kerstdagen, de klassieker Robin Hood.

Ook is Theater aan het Spui vanouds het epicentrum voor de inmiddels dertiende editie van De Betovering, het internationaal kunstfestival voor de jeugd. In de herfstvakantie – van 19 tot en met 28 oktober – staan op verschillende locaties zo’n 250 nationale en internationale voorstellingen, films en workshops op het programma voor kinderen van 2 tot en met 13 jaar. Debets kijkt in De Betovering met name uit naar HG een installatie en ‘visueel landschap’ voor kinderen die gebaseerd is op het aloude sprookje over Hans en Grietje.
Theater aan het Spui biedt ook onderdak aan de NTjong, het nieuwe jeugdtheatergezelschap onder de vlag van het Nationale Toneel dat vorige week groen licht kreeg van de Raad voor Cultuur en dat een groot deel van de inboedel van Stella Den Haag heeft overgenomen. Ook Stella Den Haag/Ntjong brengt bekende toppers: Niemand weet, niemand weet (in het NT Gebouw) en Vuil Kind, maar er is ook de première van Als ik nou… en een nieuwe editie van kunstontdekkingreis Zinder.

Volgens Debets is het streven er op gericht om, samen met de Koninklijke Schouwburg en Theater Diligentia, iedere zondag in het stadscentrum van Den Haag ten minste een jeugdtheatervoorstelling aan te kunnen bieden. Een streven dat nader vorm moet krijgen in 2013, Debets spreekt van ‘een groeimodel’, dat inmiddels door Oscar Wibaut van de KS is beantwoord door zijn bonbonnière als festivallocatie te presenteren voor festival De Betovering en voorstellingen als onder meer Pinokkio, Alice in Wonderland, Nijntje en Woef Side Story. De Koninklijke Schouwburg legt zich het komende seizoen bovenal toe op theater voor peuters.
Theater Diligentia blaast als vanouds het jeugdtheaterdeuntje mee: primair als festivallocatie voor De Betovering, maar ook daarna op gezette tijden te dienen als podium voor voorstellingen van erkende jeugdtheatermakers als Pieter Tiddens, Cees Brandt , Theater Terra en Het Groot Niet Te Vermijden.

Theater De Regentes, ten slotte, dat ook geregeld jeugdtheatervoorstellingen liet zien, sluit per 1 januari 2013 de deuren als gevolg van de bezuinigingen die het theater (te) hard hebben getroffen.

Een reus die dolgraag kinderen oppeuzelt

Jeugdtheatergroep Stella Den Haag speelt première van De Witte Reus

De Witte Reus trekt met genoegen geurende bouillon van kinderen. Jeugdtheaterschrijver en regisseur Hans van den Boom van Stella Den Haag is de bedenker van dit monstreuze plezier.

Kindersprookjes kunnen zo heerlijk tergend gruwelijk zijn. Het meisje met de zwavelstokjes van Hans Christian Andersen bijvoorbeeld, of Roodkapje en Hans & Grietje van de gebroeders Grimm, de ongekroonde kampioenen van het feitelijk afschuwwekkende genre. Ook De Witte Reus, geschreven door Hans van den Boom, doet de rillingen over de rug lopen. In zijn gloednieuwe theaterstuk voor kinderen voert hij met zeldzaam genoegen een gruwzame reuzenfamilie op, een gezin waarvan de man graag mensenkinderen opeet, kinderen die hij vanwege de smaak bij voorkeur eerst gaar laat koken in een levensgrote pot vol borrelende vlierbessenwijn. Terwijl zijn vrouw juist een kind van hem wil.
Van den Boom, intussen meer dan twintig jaar de bevlogen artistiek leider van de inmiddels internationaal veelgevraagde en -geroemde jeugdtheatergroep Stella Den Haag en regisseur van De Witte Reus, noemt  zijn stuk evengoed een muzikale komedie. “Het is humor voor kinderen, gespeeld door vier wonderlijke wezens over de absurdistische fantasieën van een klein jongetje’.
Van den Boom laat in zijn stuk het min of meer denkbeeldige jongetje Giovanni uit pure eenzaamheid een eigen wereld van poppen optrekken, door hem te laten verzinnen dat reuzen kinderen vangen, en deze naar hun boevenhol slepen om er in grote kookpotten vol borrelende bouillon een overheerlijk lekker soepje van te kunnen trekken. Het stuk begint als Giovanni zijn fantasie de vrije loop laat: ‘Er was eens een reus Fons die met zijn vrouw Trui in de eenzame vlindervallei woonden en daar gebeurde het allemaal.’
Van den Boom, verklarend: “De fantasie gaat met Giovanni op de loop. Hij verzint dat Fons en Trui een gelukkig leven leiden in de vlindervallei, maar ze hebben in werkelijkheid allebei een probleem. Reus Fons wacht namelijk al jaren tevergeefs bij een stinkend en dampend moeras op Kleinduimpje met zijn malse broertjes, maar ondertussen wil zijn vrouw Trui dolgraag een kind van hem. En dan moet er op een dag opeens een ei uitgebroed worden. Dat ei”, verklaart Van den Boom, “staat natuurlijk voor verlangen en passie, een passie zoals kinderen die kunnen beleven, en daarom spelen de acteurs als waren het kinderen.”

Miniatuurtjes
Van Van den Boom verschijnt in december opnieuw een verzamelbundel met toneelteksten van zijn hand. Inmiddels heeft hij 21 toneelteksten op zijn naam staan. “Inmiddels kan ik voor een nieuw stuk uit eigen werk citeren”, zegt hij glimlachend. “Dan plak en knip ik, bijna op de manier waarop Bach het ook wel deed”, bekent hij. “Soms gebruik ik stijlmiddelen die ik ook vele jaren geleden al eens heb toegepast.”
Niettemin zijn Van den Booms voorstellingen bij Stella keer op keer indringende  pareltjes, miniatuurtjes die overlopen van melancholische poëzie en een sprekende muzikaliteit. Die muzikaliteit zit ‘m met name in de taalbehandeling van Van den Boom. “Ik hou van de kleur die woorden kunnen uitdrukken, van ritme, van cadans – en in dit stuk ook van rijm. Hij verwijst voor De Witte Reus naar de meer dan legendarische toneeltekst Onder het Melkwoud van Dylan Thomas. “Die is een van de startpunten voor deze voorstelling. Thomas’ tekst speelden we vorig jaar op festival Boulevard in Den Bosch. Toen ontstond het plan om zelf zo’n tekst te schrijven, maar dan voor kinderen.” Het resultaat is, net als bij Dylan Thomas, een tekst vol grappige wendingen, onlogische omkeringen en mooie taalvondsten die kinderen bij tijd en wijle op het verkeerde been zet en hen misschien niet altijd bereikt, maar hen wel aan het denken zet.”

In De Witte Reus spelen onder meer, net als indertijd in Den Bosch, Erna van den Bosch, Floor van Berkestijn en Herman van de Wijdeven. De Witte Reus is door Van den Boom opgedragen aan Van de Wijdeven. “Iedere toneeltekst van mij is opgedragen aan iemand die ik hoogacht”, aldus Van den Boom. “Herman is een fantastisch acteur en bovendien iemand die zelf ook prachtige toneelteksten heeft geschreven, onder meer voor Wetten van Kepler, Theater Oostpool  en Het Zuidelijk Toneel. Ik ken hem al van het prille begin in de jaren negentig van Stella, toen hij onder meer de rol van koning speelde in Brasso. Het is een genoegen om uitgerekend voor hem een stuk te schrijven. Maar ook de anderen zijn echte topacteurs. Van tevoren wist ik wie in dit stuk zouden spelen, en dus kon ik hen de zinnen die ik opschreef al in mijn hoofd horen uitspreken.”

Stella Den Haag speelt de première van De Witte Reus op za 15 oktober (19.00 uur)  en za 16 oktober (De Betovering, 15.00 uur) in Theater aan het Spui, Den Haag. Meer informatie: www.stella.nl. Reserveren: (070) 346 52 72.

Bloemen die op een suikerbroodje trakteren

Nieuwe editie van Zinder bij Stella Den Haag

Wat gebeurt er als je verf op ijs smeert – en wat gebeurt er als het ijs daarna smelt? Theatergroep Stella Den Haag doet in het minifestival Zinder tal van scheikundige, natuurkundige en biologische onderzoeken, en gaat op zoek naar een voorstelling die ‘nooit eerder gemaakt’ is, eentje die volgens de groep bij de bezoekers bovendien een ervaring teweeg brengt die deze nog niet eerder had.

Voor de 2011-editie van zijn jaarlijkse Zinder Festival heeft Stella Den Haag opnieuw een aantal veelbelovende beeldend kunstenaars, vormgevers en theatermakers gevraagd om spannende, gekke, vreemde of mooie nieuwe creaties te bedenken. “Niet zomaar wat creaties, zegt Erna van den Berg van Stella, “maar werken die te maken hebben met de vraag of en hoe er iets nieuws kan ontstaan als je verschillende ingrediënten op een nieuwe manier aan elkaar koppelt.” Erna van den Berg is naast Willy Smits en Mariska Streefland een van de initiatiefnemers tot het ‘snuffelfestival’ bij Stella. Ze legt uit wat het festival dit jaar bindt: “Al eeuwen lang probeert de natuur uit hoe verschillende soorten op elkaar reageren, hoe er iets nieuws kan ontstaan door verschillende ingrediënten op een nieuwe manier aan elkaar te koppelen. Ontstaat er dan iets nieuws, iets wat de moeite waard is om mee verder te gaan? Of is het baksel niet levensvatbaar, en valt het af in de race die de evolutie is? Van den Berg haalt plaatjes van een heremietkreeft aan. “En wist je dat er mieren bij acacia’s wonen omdat ze door de bloemen van de acacia op een lekker suikerbroodje getrakteerd worden? In ruil daarvoor prikken de mieren alle beesten die van de bladeren van de acacia willen eten in hun tong.”

Nectarine
Maar ook de mens zoekt naar nieuwe verbintenissen. Erna: “Bijvoorbeeld toen een bioloog een perzik met een abrikoos mengde en er de nectarine ontstond. Of door computers te koppelen aan menselijk gedrag. Daardoor ontstond de robot. In de kunst onderzoeken heel veel kunstenaars hoe er iets nieuws kan ontstaan. Ze lopen dan tegen vragen op: Waarom is de ene combinatie spannender als de andere, gaan we muziek maken met ijzer of met hout? Wat gebeurt er als je gips combineert met touw? Eigenlijk draait Zinder om de vraag welke experimenten waardevol zijn, en welke afvallen. En zulke experimenten willen we graag aan iedereen van 8 jaar en ouder(s) laten zien.”
“We hebben voor Zinder jonge theatermakers uitgenodigd, er komt een video-installatie, en er is onder meer een actrice die uitlegt hoe de symbiotische relatie met haar cello in elkaar zit. De theatermakers die meewerken zijn Sanne Zweije, Maria Noë, Rick Nanne & Morgana Machado Marques, en Shanti Straub & Joris van Oosterwijk, Pietertje van Splunteren en Denis Oudendijk, bekend van Refunc. En een extra traktatie is dat de voorstellingen en installaties niet alleen binnenshuis zijn, maar dat er ook buiten op ons binnenplaatsje veel gebeurt en te zien zal zijn.”

Zinder van Stella Den Haag is van 8 t/m 29 mei te zien in het Stella theater. Meer informatie: www.stella.nl.

‘Den Haag Culturele Hoofdstad is een idee-fixe’

Cees Debets, benoemd tot directeur van Theater aan het Spui

Niet bepaald een man die over een nacht ijs gaat: in de maand waarin hij Abraham ziet, treedt hij na twintig jaren in de luwte dan eindelijk aan als algemeen directeur. Met ingang van wolfsmaand januari mag Cees Debets het in de verdrukking geraakte Theater aan het Spui, schuin tegenover het Haagse Stadhuis, te redden. Hij weet vele ogen op zich gericht. “Ik hoop dat mij de tijd wordt vergund om mijn eigen mening te vormen.”

Goedlachs. Ondanks een gereformeerde opvoeding en zijn nakende halve eeuwfeest oogt hij nog altijd als een kwajongen, inmiddels met een kortgeschoren en dientengevolge hard koppie en kekke bril. Twinkelende pretogen. Bruggenbouwer. Maar bovenal is hij een nuchter en beschouwend man van het kaliber dat zich zelden laat verleiden tot gespierde taal of hemelbestormende grootspraak. Hij is meer van het evenwicht, iemand die graag de dialoog zoekt. Niet polariseren, eerst luisteren. Een rechtgeaard, onvervalst poldermodel zogezegd. Niet vreemd – zijn geboortegrond ligt in het Noord-Hollandse Purmerend. Maar vergis je niet in hem: onderhuids is het een borrelen en sissen van plannen en ideeën.

Voor de goegemeente gold Debets tot nu toe als een onbekende. Hij schepte er dan ook een genoegen in om de artistiek leiders die hij diende te laten scoren, terwijl hij ogenschijnlijk zichzelf wegcijferde. Mensen die hem kennen weten beter: hij is geen diender pur sang, maar iemand die de touwtjes graag in handen neemt. Een dergelijke rol vertolkte hij eerst bij jeugdtheatergezelschap De Blauwe Zebra, dan Stella Den Haag en daarna het Haagse Crossing Border Festival. In een functioneren als achtergrondfiguur, zo heeft hij gemerkt, schuilt zijn kracht. In zijn jeugdjaren koesterde hij heel andere dromen, zocht hij juist de spotlights: “Ik wou acteur worden.” Dat klinkt parmantig, maar er ging wel een periode van besluiteloosheid aan vooraf. “Ik kon naar de Pedagogische Academie. Opeens zag ik me niet tot mijn vijfenzestigste voor de klas staan. Vermoedelijk wou ik toen al iets in het toneel, maar durfde ik die stap nog niet te zetten. Indertijd ging iedereen die een jaartje wou lanterfanten naar een kibboets in Israël. Zo ook ik. Je kon daar vrij makkelijk zonder geld overleven en snel aan werk komen. Vervolgens trok ik het land door.”

Kampen
Toen hij zich een klein jaar later aan de poort van de Academie door Woord en Gebaar in Kampen meldde kwam hij daar – opnieuw – in een hechte geloofsgemeenschap terecht. In dat traditioneel christelijke, op zondagsrust gebouwde bolwerk was de enige rimpeling de jarenlange stammenstrijd tussen ‘synodalen’ en ‘vrijgemaakten’, als resultante van een langslepende onopgeloste theologische onenigheid. Die staat van gewapende vrede werd doorbroken toen zich in het stadje eind jaren zeventig een Kunstacademie vestigde, gevolgd door de Academie voor Woord en Gebaar, de Toneelschool zogezegd. “Die stroom jonge gastjes veroorzaakte onrust en opwinding: de eerste krakers, graffiti, afwijkende kleding en gewoontes. De dorpsbevolking zag in alles wat we deden iets uitdagends, iets onorthodox, ongeacht wat je deed.” Het was de tijd van ingelaste gemeenteraadsvergaderingen over het volgens de inwoners afschuwwekkende naakt dat in de Kamper Stadsgehoorzaal te zien zou zijn. “Gruwelijke voor de bevolking natuurlijk, maar des te leuker voor ons, want daardoor waren we in staat om ons met ze meten en volop mee te discussiëren.” Dat maakte hem – jongste telg uit een gezin van zes kinderen voor wie de weg naar een zekere vrijzinnigheid toen al was gebaand – hongerig en gretig. “Maar onder collega-studenten kwam het weleens tot heftige innerlijke confrontaties”.

In dat eerste jaar formeerde zich al snel een club zielsverwanten, en die is nog steeds getrouw aan elkaar. De kern van deze met terugwerkende kracht als gouden lichting te bestempelen vriendengroep liep bij elkaar de deur plat: Alize Zandwijk, Anneke Blok, Paul R. Kooij, Marianne Seine, Marieke Heebink, Johanna ter Steege, Sylvia Weening, Pinie Treffers, en hijzelf. De groep zou school maken in het theater. Debets komt niet vaak meer in de Hanzestad. “Wel heb ik nog steeds met veel mensen van toen contact, mijn toneelliefde heeft daar wortel kunnen schieten.”

De Blauwe Zebra
Toen zich onder de naam Lijn 9 een groep afgestudeerden uit Utrecht in Kampen had gevestigd, ging hij er in een van hun producties spelen. Juist toen deed zich een schisma in de groep voor. Hij sloot zich met Willeke Hieminga, Jur van der Leq en Wim Selles aan bij regisseur Hans van den Boom. “De inboedel werd verdeeld en de oprichting van jeugdtheatergroep De Blauwe Zebra was een feit.” De groep oogstte van acquit af in binnen- en buitenland buitengewoon veel succes. Toch besloot het collectief zich na vijf jaren op te heffen. Debets: “Tijd voor nieuwe dingen. We vonden dat onze formule uitgewerkt was.”

Van den Boom werd al snel daarna uitgenodigd om in Den Haag een jeugdtheatergroep te beginnen. “Den Haag, de Randstad, koos voor ons! En door een ruimer budget konden we een groter gezelschap opstarten. Intussen was ik erachter gekomen dat mijn plek niet echt op het podium was. Ik zat bij het maken steeds meer in de buurt van Hans, pratend over de inhoud van het stuk en over de manier hoe we een en ander moesten organiseren.” Hij ging dus met Van den Boom mee naar Den Haag.

Net als eerder Kampen, lag Den Haag binnen een half jaar aan hun voeten. “We waren nog niet begonnen of we wonnen al meteen met Carmen de prijs voor beste voorstelling op het Wereld Jeugdtheater Festival in Lyon. En de dansvoorstelling Van onder uit de zak won dat jaar de Hans Snoek Prijs.” In Den Haag nam Jan Publiek de semi-volwassenenvoorstellingen argwanend op. Neem het de tongen losmakende Lange dagreis naar de nacht met Jack Wouterse en Sacha Bulthuis. “Maar die projecten waren wel ontzettend belangrijk. Zo won voor het eerst in de toneelgeschiedenis een hoofdrolspeler uit een jeugdtheatergezelschap de Louis d’Or, Herman Gilis in onze Vrijdag.”

Na tien jaar besloot hij tot een volgende stap. “Bij Stella was ik uitgeorganiseerd. Arboregels, flex-wetgeving en zo: dat soort zaken was niet aan mij besteed.” In 2000 werd hij rechterhand van Louis Behre, festivaldirecteur van het toen al roemruchte Crossing Border Festival (CBF), dat toen net Theater aan het Spui voor het Amsterdamse Leidsplein als festivallocatie had verruild. Het festival kende hij als zijn broekzak, want hij was er sinds 1994 bestuurslid. “Een heel jaar werken aan een driedaags gebeuren. Knallen moesten we, die dynamiek is leuk.” Bovendien kon hij een jongensdroom waarmaken. “Ik kon de muziek en de literaire wereld van dichtbij leren kennen. Samen met Louis naar Parijs voor een concert van Goran Bregovitch en er de première voor Nederland in de wacht slepen – daar deed ik het voor.” Het festival keerde na drie uiterst succesvolle edities in de hoofdstad terug naar Den Haag: een informeel door Amsterdam toegezegde subsidieverhoging werd niet gestand gedaan. “En in Den Haag werden we meteen met open armen ontvangen. We brachten het festival onder bij de Koninklijke Schouwburg (KS), want in Theater aan het Spui hadden we toen al onze nieuwe loot The Music in my Head gestald. Om twee festivals op een en dezelfde plek te houden, dat vonden we niet zo’n goed idee.” Na een paar edities week het CBF niettemin uit naar Theater aan het Spui, om na de recentelijke verbouwing van de ruimten van het Nationale Toneel, dat nu met de KS het Toneekwartier vormt, opnieuw aan het Voorhout terug te keren. Debets: “Een werkelijk prachtig zalencomplex, ideaal voor onze festivalformule. Jammer alleen dat er niet is voorzien in een goeie doorgang over en weer.”

Omnivoor
Het toneel is hem al die tijd na aan het hart gebleven. “Het scheppingsproces vind ik heel bijzonder: van bij wijze van spreken helemaal niks of een vreemde gedachte tot een voorstelling komen.” Hij voelt zich dan ook in de eerste plaats een creatieveling, meer dan een veredeld winkeloppasser. “Zakelijk leiders zijn een noodzakelijk kwaad, zij moeten faciliteren, steeds weer dienstbaar zijn aan de ultieme voorstelling, want dat is het enige doel.”

Een opvallend antwoord, want juist in zijn nieuwe benoeming tot algemeen directeur van Theater aan het Spui zal hij voor tal van zakelijke hoofdbrekens gesteld worden. Het vlakkevloertheater dat zich toelegt op toneel, moderne dans en als festivallocatie dient, is er volgens velen in de voorbije vijftien jaar niet in geslaagd om die vlieghoogte te bereiken die het in potentie in zich heeft. In diezelfde tijdspanne is er onder meer een jaloersmakend Toneelkwartier ontstaan, is Korzo theater tot een instituut uitgegroeid, en zal er in 2018, tegen de tijd dat Den Haag een jaar lang Culturele Hoofdstad van Europa is, een nieuw theater- en muziekcluster zijn verrezen aan het Spui waar het Residentie Orkest, Nederlands Dans Theater en het Koninklijk Conservatorium gaan zetelen. De vraag is of Theater aan het Spui dan nog wel bestaat. Debets: “Fantastisch, die bouwplannen aan het Spui.” Hij ziet vooral kansen in het verschiet. “Ten eerste: Theater aan het Spui zit wat weggestopt. Daar kun je dan nu meteen wat aan doen. En nood breekt wet: het Residentie Orkest en het Nederlands Dans Theater moeten toch ergens in Den Haag repeteren of optreden. Er is dus een duidelijke reden voor samenwerking, ook met het aanpalende Haags Filmhuis bijvoorbeeld. De toekomstige lange leegte aan het Spui biedt mij juist de kans om aan te tonen dat Theater aan het Spui ook wel degelijk autonoom bestaansrecht heeft. Hopelijk brengt de kredietcrisis dit project niet in gevaar.” Straks is er wellicht vier jaar lang opnieuw een immens gapend gat aan het Spui. “Terwijl de juiste ambiance, de sfeer verschrikkelijk belangrijk is. Bezoekers moeten zich op hun gemak kunnen voelen. Een theater is een ontmoetingsplaats. Dat klinkt wat flauw, maar ik denk dat de helft van het succes van het CBF te danken is aan de entourage. Een goeie programmering alleen is niet zaligmakend.”

Als opmaat wordt hij echter meteen voor een voldongen feit gesteld: “Theater aan het Spui is helaas niet goed uit het nieuwe Kunstenplan te voorschijn gekomen. De functie van werkplaats en laboratorium voor nieuw theatertalent is haar afgenomen. “Ik hoop daar iets aan te kunnen doen, dat is belangrijk voor het theaterklimaat in de stad, en bij uitstek in een vlakkevloertheater komt talentontwikkeling het best tot haar recht.” Ook wil hij het jeugdtheater er opnieuw een vaste plek geven. “Mijn voorganger John Reinders is gestopt met jeugdtheater. Hij wilde zichtbaar maken wat budgetvermindering zou betekenen. Achteraf gezien is dat te betreuren. Theater aan het Spui moet er zijn voor jong en oud. Dat is cruciaal voor de publieksopbouw, maar ook voor liefhebbers van jeugdtheater en niet te vergeten ook voor theatermakers. Kijk naar Vlaanderen, daar is het jeugdtheater een opstap naar de grote zalen en gezelschappen. Die makers maken nu de dienst uit in het volwassenencircuit. In Nederland is dat tot nu toe alleen Alize Zandwijk gelukt.”

Vanaf het prille begin van zijn aantreden zal hij niet alleen moeten vechten voor lijfsbehoud van zijn theater, parallel eraan is het veroveren van een waardige plek in het grote geheel van het voornemen om Den Haag tot Culturele Hoofdstad van Europa te maken. “Ik hoop tegen die tijd nog directeur van Theater aan het Spui te zijn. Diep in mijn hart zie ik Den Haag Culturele Hoofdstad als een idee-fixe, als een aanjager – maar zoiets moet je natuurlijk niet hardop zeggen. De weg ernaartoe is eigenlijk veel interessanter. Het kan een nadeel zijn dat de initiatiefneemster, wethouder Klijnsma, nu weg is, maar laten we zorgen dat dit niet zo is. Tot aan 2018 resten ons negen jaren. Dat is korter dan je denkt. Laten we dus aan de slag gaan.”

streamers:
“Fantastisch, die bouwplannnen aan het Spui”

“Het scheppingsproces vind ik heel bijzonder”

Happy end voor gruwelijk sprookje

Stella Den Haag speelt Repelsteeltje

Met Niemand weet, niemand weet rijgt theatergroep Stella Den Haag een derde sprookje aan zijn parelketting. In het verleden bracht de groep Bianca en de Jager (Sneeuwwitje) en Joris en de Draak uit.

Cello speelt ze, verdomd mooi cello. Zo onwerkelijk mooi dat, als op een dag de prins uit het dorp voorbijloopt, deze geheel door het spel van Esmeralda van streek raakt. Haar vader, die met de op slag verliefde prins aan de praat raakt, wordt opschepperig van zoveel aandacht: dat zijn dochter de mooiste is en stro tot gouddraad weet te spinnen. Nou, vooral dat laatste wil de hebberige prins van het dorp van zeewind, zeeplucht en zuchtende molenwieken wel eens zien dan. En mocht het niet waar zijn wat de molenaar zegt, zal hij worden opgeknoopt, voegt hij er dreigend aan toe.

Tja: de sprookjes van de gebroeders Grimm zijn vaak te gruwelijk voor woorden. Gevolg: het ongelukkige meisje wordt in een toren opgesloten om te bewijzen dat ze goud kan spinnen. Op de valreep krijgt ze hulp van een aardmannetje en slaagt ze in haar missie. Maar wel ten koste van de belofte dat ze haar eerste kindje aan het onooglijke, gevoelloze gnoompje zal afstaan. En zo geschiedt. Bijna althans.

Muziek speelt in deze familievoorstelling een belangrijke rol, zoals meestentijds bij Stella, en zijn de sfeer en de toon, ook zoals te doen gebruikelijk, broos en delicaat. Niettemin heeft de uitermate boosaardige ondertoon van het sprookje de bovenhand. Verzachten doet Stella daaraan niet al te veel, hoewel, uiteraard, het stuk uitmondt in een happy end.

Misschien is het brute karakter van het sprookje de oorzaak van een wat minder verfijnde voorstelling dan Stella ons doorgaans voorschotelt. Of misschien ligt het aan het acteerspel, dat, tuurlijk, nog aan nuance en rust kan winnen. Toch meen ik dat Niemand weet, niemand weet een bruggetje te ver is, voor Stella, maar vooral voor kinderen van zes jaar, voor welke leeftijdsgroep de voorstelling bedoeld is. Met name de laaghartige, snode elementen uit het verhaal zijn te realistisch en kunnen echt angst inboezemen, terwijl het taalgebruik voor deze doelgroep soms juist wat te ingewikkeld gekozen lijkt. Daardoor lijkt de voorstelling nu en dan te zweven en wordt er weleens over de hoofden van de jonkies heen gespeeld.

Niemand weet, niemand weet door Stella Den Haag. Tournee door Nederland. Nog te zien in het Stella Theater Den Haag op zondag 18 oktober tijdens Festival De Betovering. Meer informatie: www.stella.nl.

Een kunstverwenreis op pootjes

Chocolade, chips, spekkies, beauty farm of bubbelbad, cd, boots, drankje of Ferrari: Wie wil er niet eens lekker verwend worden? In Zinder effent Theatergroep Stella Den Haag de paden voor iedereen die eens met wat kunst- en vliegwerk in de watten wil worden gelegd. Vorig jaar waren er een Trans Portaal, een Nanofant en een Voetencarrousel te zien.

Het moet een fikse klap geweest zijn waarmee het vliegtuig – iets tussen een straaljager en een bommenwerper in – tijdens de eerste editie van Zinder neerkwam in de binnentuin van Stella Den Haag. Zeker is in ieder geval dat het vanaf moment waanzinnig is gaan zinderen in en om de gebouwen van Stella aan de lieflijke Kerkstaart, een fijn stukje Den Haag tussen de Mauritskade en de Javastraat in. De kist staat voor de wondere wereld waarin bezoekers van het minifestival Zinder zich kunnen onderdompelen, want tot in de holle buik van dit machien aan toe zijn er presentaties.

Na twee succesvolle voorgaande edities vindt in april en mei de derde Zinder plaats, met deze keer het begrip ‘de stad’ dat onderwerp van gedachten is. Tijdens eerdere edities bleek deze kunstkermis een plaats waar het geheimzinnig kan sidderen, waar het bruist, en waar wordt getoverd met het samengaan van theater en beeldende kunst. Zinder is zo’n pleisterplaats waar er maar weinig van zijn, waar al je zintuigen worden geprikkeld en soms op de proef worden gesteld. Als je de plek eenmaal hebt leren kennen, wil je er nooit meer weg.

Doorgaans maakt Stella aanstekelijke en aandoenlijke theatervoorstellingen, maar de jeugdtheatergroep organiseert ook jaarlijks een wonderlijke kunstverwenreis met voor iedereen vanaf 8 jaar en veel ouder(s) fijne pareltjes te zien zijn, pareltjes die zich afspelen op het spannende kruispunt van theater en beeldende kunst. Zinder lijkt op een knus museum waar je naar hartelust mag spelen, terwijl om je heen allerlei voorwerpen tot leven komen en je op dooie akkertje en op eigen benen van de ene naar de andere plek kuiert. Steeds opnieuw word je er als in een warm bad getrakteerd en in een nieuwe verbeeldingsrijke wereld ondergedompeld.

Voor meer informatie: www.stella.nl

Een doos vol gevoelens

Stella Den Haag brengt Ode twee

Klaver is stil. Hij zoekt, zoekt in zijn hoofd. Wat of wie hij zoekt? Zichzelf. Hij heeft zich opgesloten. Is alleen. Onbereikbaar. Onbenaderbaar. Niemand weet echt tot hem door te dringen. Maar binnenin deze stille drummer waait het van muziek. En van die muziek mogen we meegenieten. Via de tekst van de songs komen we erachter wat er zich in en rondom hem afspeelt.

Ode twee, concert voor een stille drummer is een vervolg op Ode *15-82 dat Stella Den Haag met veel succes in 2004 speelde. Ode twee is een muzikale theaterexplosie, zoals de groep het noemt, waarin beurtelings acteurs musiceren en dan weer musici acteren.

Een ogenschijnlijke potpourri van muziek die voornamelijk bestaat uit popsongs uit de eerste helft van de jaren tachtig, een enkel klassiek thema uit miljoenen, wat verstilde songs en enige instrumentale escapades, houdt ons bij de les. Ogenschijnlijk; want de volgorde en afwisseling tussen muziek en theatraal spel waarin dit wordt opgediend is van een enorme uitwerking.

Met soms niet meer dan een enkelvoudige handgreep weten voorstellingsmakers Erna van den Berg en Hans van den Boom je intens deelgenoot te maken van een samenspanning, een intrige die theater heet. Het is ongelooflijk hoe snel en onuitsprekelijk precies ze de aandacht weten te richten. Dat komt vooral tot uiting op de ademloze, verstilde momenten in het stuk waarin gefocust wordt op de poëtische tekst – een oude specialiteit van deze meesters van sereniteit – maar dit keer ook als de spelers annex musici zich vol spetterende overgave in hun muziek storten. Klaver mag dan misschien allenig zijn, maar is toch omringd door muzikanten die hem begrijpen, of dan toch hem denken te begrijpen.

Ode twee is een prachtvoorstelling voor iedereen vanaf 9 jaar, een voorstelling die het midden houdt tussen muziektheater, opera, rockmusical, toneel en zelfs operette, met knallend enthousiasme gebracht. De krachtige manier waarop Marielle Woltring naar voren treedt, Tessa Zoutendijk haar viool laat gieren op een manier die grootheden met elektrisch versterkte gitaren nog maar nauwelijks weten te bereiken, het ingetogen spel van Ruud van Bree, maar met name het flegmatieke spel van een onnavolgbare Floor van Berkestijn beklijven.

Enige minpuntje is dat de band nog niet altijd geolied ingespeeld klinkt en dat de geluidsbalans in de zaal nog wat strakker kan. Beide zaken zullen ongetwijfeld snel volgen, en dus is Ode twee een stuk dat jong en oud aanspreekt, dat de fantasie prikkelt, dat roert en bruist. Voorwaar, dat is nogal wat. We mogen Hans van den Boom wel eens dankbaar zijn voor al het moois dat hij met regelmaat over ons uitstort. En Klaver – ja, dat is Van den Boom natuurlijk, in a way.

www.stella.nl

Gezien op vrijdag 6 oktober 2006 in Theater aan het Spui.

Een boa die een olifant inslikt

Stella Den Haag en Convoi Exceptionnel

Au. Dat doet pijn. Afscheid nemen doet pijn. Weggaan is makkelijker, want dan kun je nog terugkomen. Afscheid nemen van elfjes, waarvan je niet eens zeker weet of ze bestaan, dat kan domweg niet eens. Ze blijven door je hoofd spoken…, net als spoken. Die ook al niet bestaan. Dan kun je de boeken waarin ze voorkomen maar het beste door de shredder halen.

Dat doet ook Liz in De oneindige voorstelling van Stella Den Haag en Convoi Exceptionnel. Ze zit op de met overdadig spinrag bepantserde zolder, vol oude boeken speelgoed. Deze bovenkamer verontrust haar, ze is te oud voor de spulletjes geworden en het moet daarom maar beter weg. Alles moet weg. Maar ze verliest zich in een van de boeken, en dat boek besluit zelfs een loopje met haar en haar leven te nemen.

In De oneindige voorstelling lopen realiteit en fantasie door elkaar en versterken ze elkaar. Zoals een boa die een olifant inslikt. Zoals dat ook in bijvoorbeeld Alice in Wonderland en Peter Pan gebeurt. Boeken die handelen over de fantasie als motor van het bestaan. Liz vraagt zich af hoe je volwassen kan worden zonder je kinderlijke belevingswereld te verloochenen. Dat gaat met vallen en opstaan. En met vliegen. Door te vliegen.

Convoi Exceptionnel is een jong theatergezelschap rond Anke Boerstra – die ook tekent voor tekst en regie – en Hetty van Bommel. De groep heeft in het verleden prettig prikkelende en beeldende producties op haar naam staan, zoals Western (voor Oerol 2005), Utopie der Ongelovigen en hun debuuthit Geloof, Hoop en andere ongemakken. Eind oktober 2004 maakte Convoi Exceptionnel als onderdeel van het project 3 x Kort van jeugdtheatergezelschap Stella Den Haag het experiment Floddertje Revisited. Daaruit is nu de meer dan volwaardige jeugdvoorstelling voor (9 plusser en ouder(s) De oneindige voorstelling voortgekomen.

Het is een mooie productie geworden, die niet kitscherig en niet te lieflijk van aard is. Daarmee is een valkuil vermeden, sterker: er is juist een mooie balans gevonden tussen realisme en fantasie. Het toneelspel houdt daarmee gelijke tred. Op de juiste momenten wordt er geschakeld en wordt de kijker beurtelings deelgenoot gemaakt van de gedachten van Liz en de gebeurtenissen die er zich om haar heen voltrekken. Voorzien van een mooi decor en een functionele belichting.

Je staat er alleen voor in het leven, je moet het zelf doen. Zo zou de portee van het stuk ook kunnen luiden. Aan het eind van het stuk probeert Liz nog eens te vliegen, zoals ze dat vroeger ook deed. Zie je je kunt maar beter weggaan uit je jeugd en er af en toe terugkomen. Dat is beter dan er afscheid van te nemen. Of zoals dichter Rutger Kopland het ooit opschreef:

Weggaan kun je beschrijven als een soort van blijven. Niemand wacht want je bent er nog. Niemand neemt afscheid want je gaat niet weg.

Gezien: 18 januari 2006.