‘Ik vind dat we met open armen ontvangen zijn’

Hans van den Boom (Stella Den Haag) stapt over naar NT Jong

Hans van den Boom stapt na bijna een kwart eeuw als artistiek leider van jeugdtheatergroep Stella Den Haag op 1 januari over naar NT Jong. “We zijn met open armen ontvangen”, blikt hij terug. Hij vertelt over de pioniersjaren in Kampen en Den Haag, over de jaren daarna en gunt een blik in de toekomst. “Ik wil graag jaarlijks een grote productie maken in samenwerking met het Residentie Orkest”.

Als op 31 december aan het eind van de middag de deur in het slot valt, staat de Haagse jeugdtheatergroep Stella Den Haag niet langer op eigen benen. Na een verblijf van 22 jaren aan de Nobelstraat en daarna de Kerkstraat, sluit Stella de poorten. De accommodatie en de inboedel worden gratis overgedaan aan het Nationale Toneel (NT), waar Stella met ingang van 1 januari 2013 wordt omgesmeed tot NT Jong, hét nieuwe jeugdtheatergezelschap van de hofstad. Op 22 en 23 december speelt Stella de allerlaatste voorstellingen op eigen benen, in Theater Dakota: Niemand weet, niemand weet.

“Kampvuur, gitaarspelen en meiden versieren”, zo vat Hans van de Boom zijn jongensjaren in het Brabantse Vught en de studententijd in Utrecht graag samen. Jaren waarin zijn muzikale voorliefde haar beslag kreeg: “Neil Young, Rolling Stones, The Beatles, Frank Zappa’s Mothers of Invention. Ook jazz – al was het maar ter onderscheiding van wat door anderen ‘tuig van langharigen’ werd genoemd . Ik was gefascineerd door Willem Breuker, en concerten in het Amsterdamse Bimhuis droegen steeds mijn warme belangstelling”. Hij ontdekte ook dat hij ‘handig’ was met muziekinstrumenten: “Het liefst wou ik dirigent worden”. Uiteindelijk is het de toneelschool geworden. “Regisseur zit er niet veel naast”. Zijn theaterhart ging medio zeventiger sneller stromen toen hij de nu legendarische voorstellingen zag van Tadeusz Kantor (Dodenklas) en Robert Wilsons Einstein on the beach, op de iconische muziek van Philip Glass.

“We vochten tegen de dictatuur van het verhaal”, opent Hans van den Boom. “We waren anarchistisch en associatief en zochten naar een nieuw soort jeugdtheater waarin ook plaats kon zijn voor ongerijmde poëzie”. Van den Boom heeft het over De Blauwe Zebra, de roemruchte jeugdtheatergroep die hij in de tweede helft van de jaren tachtig vormde met onder meer Cees Debets, Jur van der Lecq, Wim Selles, Alize Zandwijk, Anneke Blok, Paul R. Kooij en Marieke Heebink. “En we zochten manieren om muziek en theater bij elkaar te brengen, eigenlijk zoals theatergroep Hauser Orkater en De Mexicaanse Hond dat toen ook al lieten zien. Een voorstelling moest zijn als een droom, je moest er in kunnen verdwalen net zoals dat kon in de machinale bouwwerken van beeldend kunstenaar Jean Tinguely”. Maar nog vóór De Blauwe Zebra was er theatergroep Lijn 9. “Die begonnen we nadat we af waren gestudeerd aan de toenmalige Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar in Utrecht. We gingen toeren door het land, aanvankelijk met straattheatervoorstelingen en educatieve projecten, later ook met volwaardige theatervoorstellingen”. Fanfare en Het Orkest werden geheide hitvoorstellingen. Toen de provincie Overijssel bij een subsidieronde eind jaren zeventig het beste aanbod deed, kozen ze daar min of meer op goed geluk ook een standplaats. Het werd het christelijk georiënteerde Kampen. Uit intern gekissebis over de artistieke koers ontstond een schisma, waaruit vervolgens De Blauwe Zebra als boreling te voorschijn kwam. Het nieuwe gezelschap ontleende zijn naam aan een van de eerste voorstellingen die het uitbracht en onderscheidde zich door een aansprekende vorm van beeldend muziektheater waarin klassieke muziek een prominente plaats kreeg. Van den Boom: “Meerstemmig live zingen en het gebruik van klassieke muziek in jeugdtheatervoorstellingen, dat was een primeur”. De groep stapelde, ook internationaal, succes op succes: De Blauwe Zebra, De Stenen van Moutsouna, Een Half Tuinhuis en Matthäus.

Den Haag
Uit vrees niet in staat te zijn om de reeks successen te kunnen evenaren, besloot de groep, deels uit tegendraadsheid, het bijltje erbij neer te gooien. Aldus leek het avontuur te eindigen en was op 1 januari 1990 op erg abrupte wijze een einde gekomen aan de vernieuwingsdrang die juist door Van den Boom en consorten in het Nederlandse jeugdtheater was ingezet. Juist op dat moment verkeerde het jeugdtheatergenre in Den Haag in een impasse. Daar streden op dat moment theatergroep Peter Pan, Pssst en het NJT onder veel gebakkelei en public om de vacante, nieuwe titel van stadsensemble voor jeugdtheater. Toen de toenmalige beleidsmakers in het Haagse in hun zoektocht naar succes verrassenderwijze kozen voor ‘buitenlander’ Van den Boom, was een doorstart van De Blauwe Zebra alsnog een feit. Stella Den Haag werd de naam. “Naar het legendarische personage uit Tennessee Williams broeierige toneelstuk Tramlijn Begeerte, maar ook, natuurlijk, naar het bekende biermerk”, lacht Van den Boom zijn tanden bloot. En inderdaad was de eerste daad om zonder enig affiche of brochure maar mét een eerlijk kratje bier in de Stella-stand te verschijnen op het Voorhout Festival, de voorloper van het Haags Uit Festival.

Onderscheidingen
Alras wist Stella Den Haag ook in de hofstad evenals op toonaangevende festivals in binnen- en buitenland de successen aan elkaar te rijgen: Antigone, Carmen (met Erna van den Berg), Seppan (met o.a. Monic Hendrickx), Van onder uit de zak, Brasso. Met de trilogie Storm (1993), Venetië (1995) en Tom (1997) benadrukte Van den Boom nog eens zijn gevestigde reputatie. Vele voorstellingen werden genomineerd en/of bekroond met (internationale) jeugdtheaterprijzen, waaronder de 1000 Watt-prijs voor Bianca en de Jager en de nominatie voor dezelfde prijs voor Jaar van de Haas. De jury van het Nederlandse Theaterfestival selecteerde in 2008 Carmen als een van de meest belangwekkende voorstellingen van het seizoen en actrice Anniek Pheifer werd genomineerd voor de Gouden Krekel (meest indrukwekkende podiumprestatie) voor haar vertolking van de hoofdrol. Niemand weet, niemand weet en Shaffy voor kinderen werden door recensenten uitgeroepen tot beste voorstelling van het seizoen. Stella Den Haag speelde het buitenland plat: Australië, Rusland, Bosnië, Denemarken, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland, Polen, Italië, Spanje, en Portugal, Suriname, Zwitserland, Portugal, de Verenigde Staten en Canada.
Tot op de dag van vandaag is dat succes blijven aanhouden: ook Igor, Vuil Kind, Werner eet zijn schoen op en In de Nesten waren stuk voor stuk memorabele voorstellingen die de kwaliteiten van Van den Boom als artistiek leider, toneelschrijver en regisseur optimaal tot uitdrukking brachten. Het belang van zijn voorstellingen voor de ontwikkeling van het jeugdtheater in Nederland is dan ook onomstreden. Kenmerkend voor zijn handschrift zijn een grote muzikaliteit, een voorliefde voor de poëzie van de taal, en invoeling voor de hoofdbrekens die kinderen op hun pad vinden. Tezelfdertijd hebben voorstellingen van Stella de naam voor kinderen moeilijk te zijn. Verliefd, verlies, verlangen, verleden, verlaten, verdriet, verlegen, geloven, verloochen, verwerken, verbeelden en fantasie: zo vatte een recensent eens Van den Booms geliefde thema’s samen. “Ik tart graag de grenzen van het waarschijnlijke”, zegt Van den Boom verklarend. Evenmin schuwt hij het om zware thema’s aan te pakken. Zo gloeit vaak een onderhuidse, ontluikende erotiek: in Geitenjong en Het Jaar van de Haas staan kinderen centraal die de seksualiteit van hun ouders niet willen accepteren en reageren hun woede en frustratie vervolgens af op hun beste vriendjes. Maar Van den Boom put ook uit ingrijpende persoonlijke getuigenissen. Zo verloor hij in het oprichtingsjaar van Stella zijn vrouw, Stella-actrice Willeke Hieminga. “Die ochtend was er ogenschijnlijk nog niets aan de hand. Opeens moest ze naar het ziekenhuis overgebracht worden. Hersenvliesontsteking. Aan het einde van de middag overleed ze”. Tijden was hij terneergeslagen, maar later bleek haar dood ook een grote bron van inspiratie te zijn en tot een groot inlevingsvermogen voor wie een rampzalig verlies te verwerken krijgt. Terugkerend in zijn teksten voor theater, in zijn regies en in zijn voorstellingen is het begrip saamhorigheid. “Bij Stella waren en zijn we altijd één grote familie. Tijdens repetities lunchen de acteurs gezamenlijk met het ondersteunende team”.De laatste jaren heeft hij zich in theatraal opzicht vooral toegelegd op het bewerken en vertellen van sprookjes: “Alle thema’s zitten er in vervat, klassieke oerthema’s, Bijbelse taferelen, broederliefde, noem maar op”.

NT Jong
“Het is ons domweg overkomen. We lazen het in een bijzinnetje, anderhalf jaar geleden, in de voorstellen voor een nieuw kunstenplan in Den Haag van wethouder De Jong”, zegt Van den Boom over de manier waarop hij concluderend moest vernemen dat Stella dat niet zou overleven. Al snel daarna ontstond het plan om Stella onder te brengen bij het Haagse stadsgezelschap, het Nationale Toneel. “Al hadden wijzelf voordien vastomlijnde ideeën ontvouwd om zoiets per 1 januari 2013 te gaan doen in samenwerking met het Delftse jeugdtheatergezelschap Max, dat zelf al van plan was met enkele Rotterdamse jeugdtheatermakers te gaan samenwerken”. Toch besloten hij en het bestuur van Stella de overstap naar het NT te wagen. “Ik ben van mening dat we met open armen ontvangen zijn door Theu Boermans, de artistiek directeur van het NT. Vergeet niet dat we eind 2008 met het NT samenwerkten in Carmen. Deze samenwerking kan dus zeker tot iets moois leiden”. Als bruidsschat bracht hij niet alleen de wereldwijde reputatie van Stella mee, maar ook de campus aan de Kerkweg. “In ruil krijgen we een eigen filiaal, NT Jong, dat onder leiding komt te staan van Noël Fischer. Zij heeft de afgelopen jaren flink aan de boom geschud met opmerkelijke jeugdtheatervoorstellingen”. Een tikkeltje ironisch is de opvolging wél: juist de voorvrouwe die het nieuwe Haagse stadsgezelschap moet gaan leiden laat in Almere De Bonte Hond achter en volgt de man op die 20 jaar eerder De Blauwe Zebra in Kampen achterliet. What’s in a name. “Noël gaat straks haar eigen gang en dat is ook haar opdracht. Ik zie dat zij het jeugdtheater heel anders tegemoet treedt dan wij. Dat is goed, dat deden wijzelf indertijd ook. Ik zie dat een nieuwe stroming die zich aandient. Een nieuwe generatie moet zelf het wiel mogen uitvinden en moet het van ons overnemen.” Nu de ineenvlechting tot NT Jong voor de deur staat, ziet hij geen enkele reden om in wrok om te kijken: “Ik wil me dienstbaar opstellen”.

Ambities
Hij haalt herinneringen aan Donald Duck op. “Als een eenzaam kind, binnen zittend onder een tafel, in een zelf gebouwde tent van oude lappen, in het donker, naast mij een stapel stripboekjes, mijn eigen werelden scheppend, genietend van het alleen-zijn”. Veel is er sinds die tijd niet veranderd. “Ik onder een tafel zittend, met mijn hoofd vol muziek en de nog te maken voorstelling, me in het donker proberend iets voor te stellen. Mooi woord is dat, voorstelling”.
Hij ziet in dankbaarheid om. “Ik heb steeds geluk met de mensen die me omringen. Vroeger Willeke, nu Erna, mijn twee zoons. Zakelijk leider Cees Debets stond me toe om als een kunstenaar op zolder te kunnen zijn, van Willy Smits mocht ik ongegeneerd naar buiten kijken. Uit die laatste dromerij is de samenwerking met het Residentie Orkest voortgekomen: In de Nesten, De Jonge Matthaus, en, nog onlangs, De Vuurvogel”. Die laatste voorstelling was trouwens zijn laatste première in dienst van Stella. “De Anton Philipszaal was afgeladen en na afloop mooie reacties. Opspelende emoties? Daar had ik nauwelijks last van. Ik ben op zulke momenten primair op de voorstelling gericht. Misschien komen de emoties later nog om de hoek kijken”.

Juist terwijl zijn gezelschap zogezegd kopje onder ging besloot het gemeentebestuur van Den Haag tot de nieuwbouw van een slordige 180 miljoen euro kostend theatercomplex aan het Spui. “Ik vind het mooi dat de stad ambities durft uit te spreken en die ter hand te nemen. Het kost inderdaad wat, maar dan heb je ook wat”. Ook de kandidaatstelling van Den Haag tot Culturele Hoofdstad omarmt hij van ganser harte. “Zo ontstaat meer reuring in de stad, bovendien kan het voornemen dienen om nieuwe plannen uit te lokken. Het Spuiforum is daar straks wellicht een voorbeeld van”.

Vooralsnog richt hij zich op een goede start bij NT Jong. Hij heeft zich niet willoos laten uitleveren: straks treden daar ook Erna van den Berg en zijn vaste technicus technicus Gerco Kolthof aan. De toekomst ziet hij dan ook blakend van vertrouwen tegemoet, ook in persoonlijk opzicht. De overgang naar het NT ontneemt hem geenszins de ambities die hij koesterde. Aan plannen dan ook geen gebrek. “Ik wil graag jaarlijks een grote productie maken in samenwerking met het Residentie Orkest. Stravinsky’s Le Sacre du Printemps bijvoorbeeld, Romeo en Julia op de muziek van Prokofiev, Der Tod und das Mädchen met het Couperus Kwartet of Schuberts Winterlieder met het Asko| Schönberg Ensemble. Het zou geweldig zijn om aan de hand van deze composities muziektheater voor kinderen te kunnen maken”.

Advertentie

‘Tegenwoordig wordt bijna alles kapotgepraat’

Hypermodern New Baylon als droomlocatie voor twee stellen

Er is in ‘uptown’ Den Haag een fonkelnieuwe ‘hotspot’ verrezen, als we de levensgrote ‘billboards’ mogen geloven: New Babylon, een als nogal hip omschreven gerenoveerd complex waarin een hotel, shops, residences in de city tower en een stralend business annex meeting centre om elkaars voorrang strijden. Een plek ook waar lifestyle-adepten het mekka kunnen vinden. In de terminologie van de projectontwikkelaar is dit, pal naast Den Haag Centraal gelegen oord, ‘a new city in a city, where worlds meet’. Een plek waar ooit, in de achttiende eeuw, Villa Boslust stond, en vanaf de vroegste tijden van Die Haghe altijd bewoond is geweest.

Vanuit een van de winkelpanden die er in het prille voorjaar van 2013 hopen te openen, vanaf de eerste etage, waarvan de overkant uitzicht biedt op de kunstmatige glooiingen van de Koekamp inclusief hertenveld, op uitlopers van het uitgestrekte Malieveld, op de turkooizen kroon van de Zürichtoren, en op tal van shovels en hijskranen op het voorplein van CS, inclusief immense fietsenstalling; dáár, op die plek, speelt het Haagse theatergezelschap Firma MES de locatievoorstelling STEL. In het nieuwe stuk wordt het leven geschetst van twee stellen, een echtpaar dat in de jaren vijftig leeft, en een duo van ‘anno nu’. In STEL zien we de twee koppels een nieuw appartement betreden. Het ene koppel (Fons en Ellen gespeeld door Daan van Dijsseldonk en Lindertje Mans) probeert het verleden achter zich te laten; het andere koppel (Andrew en Pauline, respectievelijk Teun Luijkx en Roos Eijmers ) zoekt naar iets wat ze eerder kwijt zijn geraakt.

“We kwamen op het idee voor deze voorstelling toen we de promotiebeelden van het complex zagen”, verklaart regisseur Thomas Schoots. “Daarin zijn onder meer foto’s gebruikt die zó uit de jaren vijftig lijken te zijn gewandeld. Kennelijk wekt die periode nog altijd illusies van geborgenheid en ordentelijkheid; een dubbelhartige nostalgische schijnromantiek wellicht, maar eentje die kennelijk nog altijd boekdelen spreekt”. Een en een bleek daarna twee, want de groep had al langere tijd het plan om een stuk te maken waarin twee koppels, vier levens, zouden figureren. Bovendien heeft de groep ervaring met locaties (de Scheveningse Pier, Club Mayfair) én maakte ze in 2009 met Eb al eens een voorstelling die de onnadrukkelijke ongedwongenheid van de jaren vijftig tot onderwerp had. “Deze opzet biedt min of meer de mogelijkheid om met eigen ogen na te gaan hoe het er in de naoorlogse jaren tussen man en vrouw toe moet zijn gegaan, en om te zien wat er zoal veranderd is ten opzichte van de jaren vijftig”.

Naast de locatie gelden voor MES volgens Schoots als bronnen van inspiratie de filmprent Revolutionary Road – waarin tegen de achtergrond van eind jaren vijftig, een jong echtpaar met twee kinderen een poging doet om te ontsnappen aan een burgermansbestaan, maar zichzelf daarbij dreigen te verliezen – en, aldus actrice Lindertje Mans, de met een Golden Globe en Emmy Award onderscheiden tv-serie Mad Men – die sterk inzoomt op de levens, liefdes en ambities van een groep ongenadig competitieve mannen en vrouwen die anno jaren zestig bij een reclamebureau werken.

“Nederland keek vroeger erg op naar de Verenigde Staten”, stelt Schoots vast, “en stellen spiegelden zich toen, meer dan nu trouwens, aan de manier van leven die in Amerika gewoon was”. “In Nederland was de vrouw in die tijd vooral synoniem met haar keuken, haar territorium bij uitstek”, meent Lindertje Mans. “Dat was dan ook bij uitstek de ruimte die een echtgenoot bij het betreden van een nieuwe woning meteen triomfantelijk bij zijn vrouw aanprijst. Fons roept uit: ‘Het zal even wennen zijn, maar je zult zien hoe gelukkig we hier zullen worden. We zijn nu al blij.’ Een echtgenote werd in die tijd ook veelvuldig door haar omgeving in de gaten gehouden en besproken: ‘Zij gaat soms wandelen in een broek, maar verder is ze heel aardig’, werd dan hardop gefluisterd”, aldus Mans. De onmiskenbare spruitjeslucht plaatst MES tegenover een jong, hip stel. “Destijds werd alles in bedekte termen en met omfloerste toon naar voren gebracht. Tegenwoordig wordt bijna alles juist kapotgepraat”.

STEL is opgebouwd uit twee eenakters die Firma MES met elkaar verweeft. “We zoomen steeds in en uit tussen de twee duo’s, zegt Schoots. Het aanzoeken van twee schrijvers die ieder een eenakter schreven verliep via een soort van pitch. Zo werden de jonge talentvolle schrijvers Sytze Schalk (jaren vijftig) en Esther Duysker (nu) gevonden, die daardoor, net als de twee koppels, tegenover elkaar komen te staan. “We hebben ze met name gecast op hun schrijfstijlen”, zegt Mans.

Voor de locatie is niet al te veel aankleding nodig, die is van zichzelf immers al spannend genoeg. De zwijgende buitenruimte van het Koningin Julianaplein, vol zich verwijderende passanten en van elkaar afscheidnemende mensen, zorgt voortdurend voor stil spektakel op de achtergrond. Niettemin heeft Firma MES het Eindhovense kunstenaarscollectief La Bolleur uitgenodigd, vooral bekend als makers van sculpturen en installaties. “Nee”, zegt Schoots, we weten nu, drie weken voor de première, nog niet precies wat het gaat worden. Maar gezien hun werk wordt het vast spannend. Eerder werkten we met ze samen in Troost een voorstelling die we in 2006 maakten tijdens de Designweek in Eindhoven”.

Het zijn enerverende tijden voor Firma MES. Behalve een positief advies door Den Haag voor de periode 2013-2016 en de innige samenwerking die vanaf 1 januari wordt aangegaan met het Nationale Toneel, herneemt de groep na STEL het stuk VOLG, dat van 10 tot en met 13 oktober in Den Haag speelt en daarna kriskras het land door gaat.

STEL van Firma MES is  van 12 tot en met 30 september te zien in New Babylon. Meer informatie: www.firmames.nl. Kaarten reserveren via Theater aan het Spui: (070) 346 52 72.

Een reus die dolgraag kinderen oppeuzelt

Jeugdtheatergroep Stella Den Haag speelt première van De Witte Reus

De Witte Reus trekt met genoegen geurende bouillon van kinderen. Jeugdtheaterschrijver en regisseur Hans van den Boom van Stella Den Haag is de bedenker van dit monstreuze plezier.

Kindersprookjes kunnen zo heerlijk tergend gruwelijk zijn. Het meisje met de zwavelstokjes van Hans Christian Andersen bijvoorbeeld, of Roodkapje en Hans & Grietje van de gebroeders Grimm, de ongekroonde kampioenen van het feitelijk afschuwwekkende genre. Ook De Witte Reus, geschreven door Hans van den Boom, doet de rillingen over de rug lopen. In zijn gloednieuwe theaterstuk voor kinderen voert hij met zeldzaam genoegen een gruwzame reuzenfamilie op, een gezin waarvan de man graag mensenkinderen opeet, kinderen die hij vanwege de smaak bij voorkeur eerst gaar laat koken in een levensgrote pot vol borrelende vlierbessenwijn. Terwijl zijn vrouw juist een kind van hem wil.
Van den Boom, intussen meer dan twintig jaar de bevlogen artistiek leider van de inmiddels internationaal veelgevraagde en -geroemde jeugdtheatergroep Stella Den Haag en regisseur van De Witte Reus, noemt  zijn stuk evengoed een muzikale komedie. “Het is humor voor kinderen, gespeeld door vier wonderlijke wezens over de absurdistische fantasieën van een klein jongetje’.
Van den Boom laat in zijn stuk het min of meer denkbeeldige jongetje Giovanni uit pure eenzaamheid een eigen wereld van poppen optrekken, door hem te laten verzinnen dat reuzen kinderen vangen, en deze naar hun boevenhol slepen om er in grote kookpotten vol borrelende bouillon een overheerlijk lekker soepje van te kunnen trekken. Het stuk begint als Giovanni zijn fantasie de vrije loop laat: ‘Er was eens een reus Fons die met zijn vrouw Trui in de eenzame vlindervallei woonden en daar gebeurde het allemaal.’
Van den Boom, verklarend: “De fantasie gaat met Giovanni op de loop. Hij verzint dat Fons en Trui een gelukkig leven leiden in de vlindervallei, maar ze hebben in werkelijkheid allebei een probleem. Reus Fons wacht namelijk al jaren tevergeefs bij een stinkend en dampend moeras op Kleinduimpje met zijn malse broertjes, maar ondertussen wil zijn vrouw Trui dolgraag een kind van hem. En dan moet er op een dag opeens een ei uitgebroed worden. Dat ei”, verklaart Van den Boom, “staat natuurlijk voor verlangen en passie, een passie zoals kinderen die kunnen beleven, en daarom spelen de acteurs als waren het kinderen.”

Miniatuurtjes
Van Van den Boom verschijnt in december opnieuw een verzamelbundel met toneelteksten van zijn hand. Inmiddels heeft hij 21 toneelteksten op zijn naam staan. “Inmiddels kan ik voor een nieuw stuk uit eigen werk citeren”, zegt hij glimlachend. “Dan plak en knip ik, bijna op de manier waarop Bach het ook wel deed”, bekent hij. “Soms gebruik ik stijlmiddelen die ik ook vele jaren geleden al eens heb toegepast.”
Niettemin zijn Van den Booms voorstellingen bij Stella keer op keer indringende  pareltjes, miniatuurtjes die overlopen van melancholische poëzie en een sprekende muzikaliteit. Die muzikaliteit zit ‘m met name in de taalbehandeling van Van den Boom. “Ik hou van de kleur die woorden kunnen uitdrukken, van ritme, van cadans – en in dit stuk ook van rijm. Hij verwijst voor De Witte Reus naar de meer dan legendarische toneeltekst Onder het Melkwoud van Dylan Thomas. “Die is een van de startpunten voor deze voorstelling. Thomas’ tekst speelden we vorig jaar op festival Boulevard in Den Bosch. Toen ontstond het plan om zelf zo’n tekst te schrijven, maar dan voor kinderen.” Het resultaat is, net als bij Dylan Thomas, een tekst vol grappige wendingen, onlogische omkeringen en mooie taalvondsten die kinderen bij tijd en wijle op het verkeerde been zet en hen misschien niet altijd bereikt, maar hen wel aan het denken zet.”

In De Witte Reus spelen onder meer, net als indertijd in Den Bosch, Erna van den Bosch, Floor van Berkestijn en Herman van de Wijdeven. De Witte Reus is door Van den Boom opgedragen aan Van de Wijdeven. “Iedere toneeltekst van mij is opgedragen aan iemand die ik hoogacht”, aldus Van den Boom. “Herman is een fantastisch acteur en bovendien iemand die zelf ook prachtige toneelteksten heeft geschreven, onder meer voor Wetten van Kepler, Theater Oostpool  en Het Zuidelijk Toneel. Ik ken hem al van het prille begin in de jaren negentig van Stella, toen hij onder meer de rol van koning speelde in Brasso. Het is een genoegen om uitgerekend voor hem een stuk te schrijven. Maar ook de anderen zijn echte topacteurs. Van tevoren wist ik wie in dit stuk zouden spelen, en dus kon ik hen de zinnen die ik opschreef al in mijn hoofd horen uitspreken.”

Stella Den Haag speelt de première van De Witte Reus op za 15 oktober (19.00 uur)  en za 16 oktober (De Betovering, 15.00 uur) in Theater aan het Spui, Den Haag. Meer informatie: www.stella.nl. Reserveren: (070) 346 52 72.

‘Héél veel, héél mooi voorstellingen’

Theater aan het Spui als gedroomde ‘huiskamer’ van Den Haag, Drang en jeugdtheater in 2011-2012

Theater aan het Spui heeft zich de afgelopen drie jaren ontworsteld aan zijn verleden en zichzelf opnieuw uitgevonden.

“Wat we kunnen verwachten in het nieuwe seizoen? Héél veel, heel móóie voorstellingen”, zegt Cees Debets oprecht, terwijl hij daarbij gelijktijdig een kenmerkend en onverholen optimisme in zijn stem legt. De directeur van Theater aan het Spui heeft in de drie jaar dat hij in wat hij zelf ‘de huiskamer van Den Haag’ is gaan noemen, het indertijd wat verstofte karakter van het eerste echt als vlakkevloertheater bedoelde theater van Nederland omgetoverd tot een plek die zoals vanouds aanspraak mag maken op een vooraanstaande plaats in het Haagse en zelfs landelijke theatercircuit. Niet alleen door zijn uitstekende, gevarieerde en gelukkige hand in de programmering, maar ook door ogenschijnlijke futiele en marginale ingrepen als het bij binnenkomst door zijn medewerkers openhouden van de foyerdeuren, en de steevast gezellige nazit die in de regel makers, spelers en publiek dichter bij elkaar brengt.
Het aanbod van Theater aan het Spui varieert van literaire bijeenkomsten die tot stand komen in samenwerking met BorderKitchen, een volbloed ‘dochter’ van het Crossing Border Festival, tot jazzoptredens en, “experiment”, aldus Debets, nu en dan ook lunchvoorstellingen. Maar het hart van de theaterprogrammering wordt toch nog altijd gevormd door toneel, (muziek)theater en moderne dans in de avonduren. Sinds vorig jaar is daar ook jeugdtheater bij gekomen (zie elders).

“Het is fijn dat we inmiddels behoorlijk wat ‘vaste’ bespelers tot onze ‘stal’ kunnen rekenen”, vervolgt Debets, in 2010 nog door collega’s verkozen tot beste theaterdirecteur van Nederland, “topgroepen zoals NT Gent, Need Company, Onafhankelijk Toneel, Ro Theater, Veenfabriek, Wunderbaum en onder meer ’t Barre Land. Groepen waar ik stuk voor stuk trots op ben dat ik ze in Theater aan het Spui mag presenteren. Ze brengen voorstellingen die ik werkelijk niet zou willen missen.” Zijn drijfveer? “Ik wil graag aantonen dat er behoefte is aan mooie voorstellingen en mooie momenten. Maar, eerlijk is eerlijk, op papier klinkt alles aanlokkelijk. In werkelijkheid moeten veel producties natuurlijk nog gemaakt worden, hoe mooi alles ook op papier lijkt te zijn.” En opnieuw somt hij op: “De Firma MES, Ceremonia, Compagnie C de la B, Guy Cassiers’ Toneelhuis en Abattoir Fermé”, dat zijn groepen die iederéén zou moeten zien, dat durf ik nu al wel te zeggen.”

Theatergroep Drang over hebzucht en machtshonger

Vinger aan de pols van de huidige tijd

Theatergroep Drang houdt altijd het tijdsgewricht waarin we leven in het oog. Ook het komende seizoen is dat zo, met onder meer MacMadoff, een nieuw stuk over hebzucht en machtshonger in tijden van voortdurend financieel crisismanagement.

Theatergroep Drang opent het seizoen eind oktober met een lange reeks voorstellingen op locatie van MacMadoff. “We verweven het bekende weergaloze koningsdrama Macbeth van William Shakespeare met passages over Bernie L. Madoff, de meesteroplichter bij uitstek”, zegt artistiek leider van Drang, Lucienne van Amelsfort. “Hij is de man die onlangs voor een periode van 150 jaar de bak in draaide, en wiens zoon onlangs zelfmoord pleegde. Madoff was de bedenker van een piramidespel, dat regelrechte miljardenfraude bleek te zijn.” Het stuk vertelt in de aanloop naar de recente kredietcrises over de hebzucht en de machtshonger van financiële kopstukken die niets ontziende zwendelaars blijken. “Economie is de nieuwe machtsorde geworden, en die importantie lijkt nog met de dag toe te nemen”, vertelt Van Amelsfort. MacMadoff zoomt in op het bankwezen en laat zien hoe onmenselijk ver mensen willen gaan om hun hebzucht te bevredigen. Het stuk is wat mij een vinger aan de pols van de huidige tijd. Toen ik en Ton Theo Smit, naast mij artistiek leider bij Drang en onze vaste schrijver van toneelteksten, een tijdje geleden Macbeth herlazen wisten we meteen dat we dit stuk bijna een op een konden gebruiken. Hij schrijft een geheel nieuw stuk op basis van Macbeth, uiteraard met het nodige respect voor het origineel van Shakespeare voorop.” Theatergroep Drang speelt het op een ‘passende’ locatie, ergens in de stad. “We zijn er nog niet mee rond, maar we hebben nu twee locaties in het vizier, plekken die ook echt wat bijdragen aan de inhoud van het stuk. De cast is al wel rond, met onder meer Esgo Heil en Wim Meuwissen.”

Verderop in het seizoen maakt regisseur Kiek Wishaupt een stuk over drie vrouwen achter Geert Wilders. De drie vrouwen van G. wordt volgens Van Amelsfort een ‘parodie op een operette’ naar een oorspronkelijk idee van Marike Mingelen. “Geert komt niet zelf aan het woord, maar we zien hem wel via drie vrouwen die in zijn nabijheid verkeren: zijn moeder, de woordvoerder voor zorg van de PVV en zijn Hongaarse vrouw, die we eigenlijk nooit zien en hem als een schim omgeeft.” Wishaupt maakte bij Drang eerder de voorstelling En alle vreugd en werk lijkt ver en overbodig.

Drang sluit het seizoen traditioneel af met een serie Zomeravonden, podium voor jong talent. “Bekommernis om jong talent is niet meer ‘hip’ en in de cultuurpolitiek is talentontwikkeling zelfs een regelrecht scheldwoord geworden. Maar wij vinden het erg belangrijk. We zien dat jongeren die we kansen hebben geboden, uitvliegen naar toneelacademies waarvan de eersten alweer bij ons terugkeren. Dat is mooi om te zien.”

Wie de jeugd heeft …

Volop jeugdtheater in Den Haag

Het bekende spreekwoord luidt dat de toekomst in handen is van wie op de jeugd kan rekenen, en het gaat uit naar al die Haagse theaters die dit seizoen jeugdtheater op het programma hebben. En dat zijn er nogal wat.

Zowel de (piep)jonge, puberale, adolescente theaterganger als diens goedwillende ouders kunnen komend seizoen naar hartenlust (s)hoppen: onder meer van Theater aan het Spui naar Stella Den Haag, naar Theater De Regentes, Theater Diligentia, de Koninklijke Schouwburg en naar de kerstvoorstellingen van Jeugdtheaterschool Rabarber.

“Jonge theaterbezoekers aan je binden is belangrijk”, zegt Cees Debets, directeur van Theater aan het Spui. In zijn theater zijn vanaf begin oktober regelmatig, ook op schoolvakantiedagen, jeugdtheatervoorstellingen te zien. “Theater aan het Spui wil graag een theater voor alle inwoners van Den Haag zijn. Bovendien leert het kinderen van jongs af aan de weg naar je zalen te vinden en komen ze daardoor als ze ouder zijn wellicht nog eens bij ons terug. Nog afgezien van het feit dat het bezoeken van jeugdtheater even leuk, mooi en leerzaam kan zijn als voorlezen of een zelf een boek lezen.” Debets heeft voorstellingen op het programma staan voor kinderen vanaf 2 jaar: Frank Groothof in de peutervoorstelling Jazzbabar en zelfs eentje voor 1+: Er was eens,er was eens. Maar ook alle andere leeftijdsgroepen staat het theater ter beschikking: van Theatergroep Max tot Stella Den Haag en Theatergroep Siberia. Vooral  de prijswinnende voorstelling Help! is heel erg leuk: “Het is een muzikale voorstelling over de begindagen van The Beatles. Deze voorstelling heeft hier al eerder met heel veel succes gespeeld. Het is ontzettend leuk om ouders en kinderen naast elkaar te zien genieten  van de geweldige Beatles-muziek.”
Jeugdtheaterschool Rabarber verzorgt net als ieder jaar weer een reeks ‘kerstvoorstellingen’ in Theater aan het Spui. De school heeft dit jaar gekozen voor het griezelverhaal met een feelgood-einde De Klokkenluider van de Notre Dame.

Ook Stella Den Haag is het komend seizoen geregeld in Theater aan het Spui te vinden. De Haagse jeugdtheatergroep speelt daar De Witte Reus (7 +) , een muzikale komedie waarvoor artistiek leider Hans van den Boom de tekst schreef. Van den Boom: “Ik wil graag tegenwicht bieden tegen al het kommer en kwel dat dag in dag uit op ons netvlies en dat van de kinderen komt. De Witte Reus is een hilarisch stuk, met monsters die op zoek zijn mensenvlees en een vrouw die een kind wil baren.” Voorts speelt de groep In de Nesten (6+), een reprise die evenwel in een nieuw jasje wordt gestoken, al was het maar omdat de muziek deze keer niet live wordt uitgevoerd, waar dat aanvankelijk wel het geval was. “Deze muziektheatervoorstelling, waarvoor Moessorgski’s Schilderijententoonstelling als muzikale basis dient, hebben inmiddels tienduizend kinderen gezien. Daarom gaan we nu een uitgebreide tournee door Nederland en België doen.” Stella reist dit seizoen bovendien naar Broadway, New York, om er op uitnodiging de voorstelling Niemand weet, niemand weet te spelen. De groep is internationaal een geziene gast, want juist deze lente was de groep nog in Australië. Stella’s openingsvoorstelling is min of meer een gelegenheidsproject. “Met vier cellisten van het Residentie Orkest bereiden we op dit moment Schuberts Der Tod und das Mädchen voor. Het is bedoeld voor het Haags Uit Festival, maar als het even lukt willen we het doorspelen, wellicht in ons eigen Stella Theater of trekken we ermee langs scholen.”

Net als de eerdergenoemde theaters ziet ook de Koninklijke Schouwburg de jeugd graag toestromen. Hoogtepunten in de residentiële bonbonnière, en soms ook in de bovenzaal Het Paradijs, zijn onder meer Buurman en Buurman (3+), Mannetje Jas, naar de strip van Sieb Posthuma, (4+), de familiemusical Jip en Janneke (5+), en de ‘rockopera voor de hele familie’ Kees de Jongen, naar Theo Thijssen.

Theater De Regentes doet ook een duit in het zakje met voorstellingen die zich voornamelijk richten op kinderen tussen 4 en 8 jaar. Voorstellingen die zich vooral richten op hun directe leefwereld, zoals  de poppentheatervoorstelling Een heer van wol (4+), Meester van de Zwarte Molen door Het Laagland (8+), en Het Filiaal met Tap ’n Tabla (8+).

Tot besluit is uiteraard Theater Diligentia, als vanouds, van de partij op het kinderfeestje. Niet overdadig, wel regelmatig zijn er voorstellingen te zien van, onder meer, Theater Lejo (4+), Poppentheater Jacobus Wieman (3+), Theater Terra (4+) en Opus One (8+). Een van de hoogtepunten lijkt te worden de musical Klein Duimpje (4+).

www.theateraanhetspui.nl
www.rabarber.net
www.stella.nl
www.ks.nl
www.deregentes.nl
www.diligentia-pepijn.nl

Een Judaskus die je bijblijft

Stella Den Haag en Residentie Orkest samen in klassiek passieverhaal

De jonge Matthäus is een voorstelling waarin alle hoogtepunten van Bachs muzikale meesterwerk in een uur zijn samengebald en die met veel inleving is gemaakt voor kinderen van 10 jaar en ouder(s). De Haagse theatergroep Stella Den Haag en het Residentie Orkest slaan na eerdere succesvolle projecten de handen opnieuw ineen, deze keer voor een reprise, en maken van het klassieke passieverhaal een muziektheatervoorstelling die tot ons komt via de ogen van Isabel, de dochter van Judas. Judas Iskariot, een van de trouwste aanhangers van Jezus, ging de geschiedenis in als de allergrootste oplichter. ‘Maar was het verraad dat hij pleegde, of was het een daad uit goede bedoelingen, een poging van Judas om zijn beste vriend te redden’, zo vraagt Hans van den Boom, de artistiek leider van Stella, die voor de tekst en de regie van dit stuk tekent, zich af. Maar in het verhaal nemen gedane zaken geen keer, ook niet als Judas spijt krijgt. Als hij alles terug wil draaien is het daarvoor te laat. Machteloos kijkt Isabel naar de gevolgen die het gedrag van haar vader met zich meebrengt.

Als spelers/zangers zien we onder meer Erna van den Berg, Floor van Berkestijn en Herman van de Wijdeven. Naast de Haagse jeugdtheatergroep en het symfonieorkest is er ook medewerking van het Haags Matrozenkoor en Kamerkoor PA’dam.

De jonge Matthäus van Stella Den Haag en het Residentie Orkest is te zien op za 16 en zo 17 april in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.stella.nl. Reserveren: (070) 346 52 72.

Gekuifd cartoonjoch Timmy Turner zet de boel op stelten

Stella Den Haag in Theater aan het Spui

Liefst 20.000 vierkante, authentieke Lego-blokjes komen op de proppen en een manshoge, levensgrote – gekostumeerde – sint-bernardshond pak domineert het podium in Werner eet zijn schoen op, een aanstekelijke en knotsgekke jeugdtheatervoorstelling (6 +) die heatergroep Stella Den Haag, het gezelschap dat voorstellingen maakt voor kinderen en volwassenen, in samenwerking met Kopergietery maakte.

“Als ik een eigenschap van een hond zou mogen overnemen, dan is dat trouw”, zegt Gregory Caers, de vleesgeworden sint-bernardshond Borisboef in de voorstelling. Voor Erna van den Berg, de regisseuse van de voorstelling, is dat ‘het vermogen tot ruiken’. Het van oorsprong Zwitserse hondenras staat min of meer centraal, maar Stella’s theaterstuk lijkt toch vooral geïnspireerd op de cartoons die op Nickelodeon te zien zijn, de tv-zender die vooral jonge kinderen dagelijks en vrijwel volcontinu in de greep houdt. “De cartoons op die zender zijn niet alleen ontzettend grappig: onderhuids tonen ze – zoals vele cartoons – de hardheid van het leven. In die zin vind ik ze soms bijna filosofisch te noemen, net zoals sommige sprookjes dat ook zijn”, opent Van den Berg. “Frappant is het ADHD-tempo dat uitgaat van de cartoons, en dan met name van de animatiefilmpjes met Timmy Turner en de inmiddels tot wereldster uitgegroeide geelhuidige rechthoekige zeespons Sponge Bob. Vooral de cartoonserie Fairly Odd Parents met Timmy Turner, het tienjarige broekenmannetje met een roze petje en hazentanden, zijn mijns inziens een pure ode aan de fantasie. De avonturen, geluiden en kleuren gutsen over het scherm en buitelen in sneltreintempo over elkaar heen. Timmy Turner is uiterst grappig. Niemand neemt het digitaal tot stand gekomen joch serieus, en continu moet hij opboksen tegen volgens hem stupide volwassenen. Alles wat hij aanraakt of uithaalt ontaardt steevast in een enorm chaotische puinzooi.”

Werner eet zijn schoen op is een voorstelling waarin de grens tussen waarheid en fantasie soms nauwelijks te ontdekken valt. In de voorstelling is het jongetje Werner alleen thuis met zijn hond Borisboef. Geheel tegen zijn zin komt het zestienjarige buurmeisje Vicky een oogje in het zeil houden omdat zijn vader en moeder weg zijn. De oppas werkt aanstekelijk op Werner. Als hij zich tijdens zijn spel gaandeweg verliest in zijn stripheld Timmy Turner, richt hij een enorme ravage aan, die alle betrokkenen ervan laat dromen dat alles weer rustig zal zijn.

Werner eet zijn schoen op is gemaakt is in samenwerking met de Kopergietery, een Vlaamse jeugdtheatergroep die erom bekend staat dat zij een tamelijk fysieke manier van spelen kiest. “Zij wilden meer poëzie en verstilling in hun voorstellingen aanbrengen, en kwamen in hun speurtocht daarbij bij onze artistiek leider Hans van den Boom uit, en vroegen hem een tekst te schrijven. Volgens Kopergietery weet Van den Boom als geen ander datgene te verwoorden en verklanken wat vaak zo moeilijk te verwoorden is. “Nederlandse kinderen reageren met meer gelach”, vergelijkt Van den Berg na enkele speelbeurten de verschillen tussen Vlaanderen en Nederland.” Lachend: “Misschien is de tekst dan toch ‘Hollandser’ dan we dachten.”

Van de week reisde Stella Den Haag af naar het Australische Adelaide voor het festival Come Out. De groep speelt daar tot en met 1 april op uitnodiging van de organisatoren de Engelstalige versies van Vile Child (Vuil Kind) en Thick Skinned Things (Dikke Huid van Dingen). “Terwijl Werner eet zijn schoen op hier in Den haag te zien is, zit ik juist in het vliegtuig op weg naar huis. Ik kan er dus niet bij zijn. Zeker, dat is inderdaad een vreemde gewaarwording.”

Stella Den Haag & Kopergietery met Werner eet zijn schoen op is op vr 1 en za 2 april te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: www.stella.nl. Reserveren: (070) 346 52 72.

Zinderende zinsbegoochelingen

Met Stella Theater op kunstverwenreis Zinder 2010

In de jaarlijkse Zinder van Stella Den Haag buitelen de juweeltjes over elkaar heen in een kunstverwenreis voor jong en oud. ‘Dit is geen appel.’

Je persoonlijkheid reflecteert zich in al de bric-a-brac-spulletjes die je om je heen verzamelt. Voor het eerste deel van From the Inside Out vormde deze gedachte de inspiratie voor een sprookjesachtig knibbel-knabbel-huisje dat, als de zolder van een spullenbaas tot de nok toe is volgestouwd. En in deel twee zien we op ooghoogte twee kinderbedden in de open lucht staan, van bovenaf afgedekt met een plaat perspex zodat je de openlucht kunt zien. Op de plaat een gedicht van Suzanne Kooloes: ‘Blaas de wereld van je af / maak de hemel bedgenoot.’

Het zindert weer als vanouds in het Stella Theater in Den Haag. De theatergroep trakteert jaarlijks rond april op een ‘kunstverwenreis’, een festivalachtig programma voor jong en oud dat in en rondom haar eigen theater plaatsvindt. In de zaal, de foyer, de repetitieruimten en op verschillende locaties op de binnenplaats zijn er tal van beurtelings wonderlijke, verrassende en aandoenlijke eenakters plaats en installaties, die met een lekker onorthodox vleugje verbeelding worden opgediend.
Neem nou de installatie Fruit Power. Zodra je de twee losse elektroden door de schil van een of meer van de vier opgestelde citrusvruchten steekt, gaat er een elektrisch stroompje lopen. Dat wordt getoond op een oscillator, die het meteen omvormt naar een klank. En zo kun je dus van het sap in de vruchten zelf muziek maken. Of Cakestad 8:44, waarin een vliegtuigje vervaarlijk boven een stad van opgestapelde cakeplakjes cirkelt, en waar twee spots een silhouet op de muur erachter tekenen. Je mag er met gevaar voor lijf en leden plakjes cake afhalen en zo de contouren van de stad naar eigen smaak veranderen. Nog een: I love me … I love me not waarin een vrouw van wie de beeltenis op een scherm is geprojecteerd, de blaadjes van een bloem afplukt tot er geen meer over is, en zich zo afvraagt of ze wel mag houden van zichzelf. Ondertussen dwarrelen de losse bloemblaadjes zachtjes neer op de betonnen vloer – zichtbaar gemaakt door een tweede projectie.

Gelukkig is er ook toneel en muziektheater, de eigenlijke stiel van Stella. Sevket Kurmaz vertelt in Adelaar zonder vleugels zonder opsmuk over de eenzaamheid die hem als jongen overviel toen zijn naar Nederland uitgeweken Koerdische vader zijn afspraak niet nakwam, en wegbleef van een bezoek aan zijn nog altijd in Koerdistan wonende gezin. Laura Mentink en de schitterend acterende Rosa Mee spelen in Zwart op wit een verhaal over vriendschap en oprechtheid. Het meest indrukwekkend is De jongen die in de tafel verdween, waarin Jos Nargy een min of meer virtueel en lichtelijk hallucinerend spel met zijn verbeelding speelt aan een enorme tafel, afgerokt met een wit tafellaken. Daarop spelen zich allerhande geheimzinnige avonturen af, die hij zelf in gang zet, maar nu en dan door zijn tweede ik ter verantwoording wordt geroepen. Poëtisch, fantasierijk en intrigerend theater.

Als opwarmertje is er een zinderende en leuke website waar je kennis kunt maken met de Appeltap die Stellawater maakt en waar iedereen ook zelf filmpjes kan plaatsen.

Zinder 2010 in Stella Theater. Tot donderdag 6 mei. Meer informatie op www.stella.nl.

Shaffy door de ogen van twee verliefde meeuwen

Ramses Shaffy voor kinderen

Anderhalve maand na diens overlijden brengt Theatergroep Stella Den Haag een voorstelling met liederen van Ramses Shaffy uit. “Shaffy behoort tot ons cultureel erfgoed.”

Shaffy’s overlijden in december  verleden jaar kwam toch nog als een klap voor Stella Den Haag. “Natuurlijk, hij was al enige tijd ziek, dat wisten we. Maar we hadden zo gehoopt dat hij een van onze voorstellingen kon bijwonen,” zegt Ilse Warringa van de Haagse theatergroep.

Bohemien, levenskunstenaar, vrijgevochten troubadour, pallieter en bon vivant – maar bovenal toneelspeler en chansonnier: wat was hij al niet? Gevoelsmens bij uitstek Ramses Shaffy is bekend geworden als zanger en acteur, maar heeft ook zijn leven lang geschilderd en getekend. Zijn met doorleefde stem en vaak wat pathetisch aangeheven liederen spraken boekdelen. Melodieën en teksten vol ongetemde passie, en met een hartstocht die de muziektheatermakers van Stella Den Haag graag naar voren halen. Schilderachtig: Ramses was de zoon van een Egyptische diplomaat en een Pools-Russische gravin – die uit elkaar waren nog voordat hij, in 1933, werd geboren in een ziekenhuis in Neuilly-sur-Seine, nabij Parijs. Minder poëtisch is dat op zijn zesde door zijn doodzieke moeder op de trein naar Nederland werd gezet. Vele jaren later zong hij over het afscheid van zijn moeder in het autobiografische lied ‘De trein naar het noorden’: ‘Je staat voor mij nog steeds / Op een wegstervend perron / Omdat God ons gebedje niet verhoorde’.

Zijn leven, dat waren zijn gedachten. Hij leefde werkelijk in zijn ontroerende en weemoedige liederen, dagdromerijen eigenlijk. Hem zien was hem kennen, als een naaste bijna, en hem horen was in hem geloven als een vriend. Hem horen en zien tegelijk was een onvoorwaardelijk en innig van hem houden.

In Shaffy voor kinderen, voorstelling en concert ineen, voor iedereen vanaf negen jaar, horen we tien live liederen van Shaffy, bekende naast minder bekende, die live ten gehore worden gebracht. Op een speciaal voor de zangers / acteurs geschreven tekst van Hans van den Boom, zingen Mia Dolores (gespeeld door Ilse Warringa) en oom Henri (Marc Tielemans), uit volle maar tedere borst, daarin bijgestaan door drie musici, en voeren ze om die liederen heen steeds spannende dialogen. Over de energie van een stad die nooit slaapt. Over de hartstochtelijke liefde tussen twee meeuwen, in een lente die voor sommigen te vroeg komt.

“Shaffy behoort tot ons cultureel erfgoed”, meent Ilse Warringa. “Mijn ouders draaiden zijn elpee Shaffy Chantant grijzer dan grijs en ik heb toen een klap van de molen meegekregen. Sindsdien heeft hij me niet meer losgelaten. Ze identificeerde zich in haar puberteit met Marije uit Shaffy’s gelijknamige lied. “Shaffy’s composities spreken juist kinderen enorm aan. De argeloosheid en de weemoed ervan raakt hen, dat bespeur ik ook in mijn zoontje van vijf”, vertelt Warringa. “Zijn ijzeren melodieën zijn universeel, en voor zover zijn teksten abstract mochten overkomen zijn die minstens erg gloedvol. Shaffy sprak een taal die iedereen beroerde.”

Te zien in het theater van Stella Den Haag t/m medio april.

Happy end voor gruwelijk sprookje

Stella Den Haag speelt Repelsteeltje

Met Niemand weet, niemand weet rijgt theatergroep Stella Den Haag een derde sprookje aan zijn parelketting. In het verleden bracht de groep Bianca en de Jager (Sneeuwwitje) en Joris en de Draak uit.

Cello speelt ze, verdomd mooi cello. Zo onwerkelijk mooi dat, als op een dag de prins uit het dorp voorbijloopt, deze geheel door het spel van Esmeralda van streek raakt. Haar vader, die met de op slag verliefde prins aan de praat raakt, wordt opschepperig van zoveel aandacht: dat zijn dochter de mooiste is en stro tot gouddraad weet te spinnen. Nou, vooral dat laatste wil de hebberige prins van het dorp van zeewind, zeeplucht en zuchtende molenwieken wel eens zien dan. En mocht het niet waar zijn wat de molenaar zegt, zal hij worden opgeknoopt, voegt hij er dreigend aan toe.

Tja: de sprookjes van de gebroeders Grimm zijn vaak te gruwelijk voor woorden. Gevolg: het ongelukkige meisje wordt in een toren opgesloten om te bewijzen dat ze goud kan spinnen. Op de valreep krijgt ze hulp van een aardmannetje en slaagt ze in haar missie. Maar wel ten koste van de belofte dat ze haar eerste kindje aan het onooglijke, gevoelloze gnoompje zal afstaan. En zo geschiedt. Bijna althans.

Muziek speelt in deze familievoorstelling een belangrijke rol, zoals meestentijds bij Stella, en zijn de sfeer en de toon, ook zoals te doen gebruikelijk, broos en delicaat. Niettemin heeft de uitermate boosaardige ondertoon van het sprookje de bovenhand. Verzachten doet Stella daaraan niet al te veel, hoewel, uiteraard, het stuk uitmondt in een happy end.

Misschien is het brute karakter van het sprookje de oorzaak van een wat minder verfijnde voorstelling dan Stella ons doorgaans voorschotelt. Of misschien ligt het aan het acteerspel, dat, tuurlijk, nog aan nuance en rust kan winnen. Toch meen ik dat Niemand weet, niemand weet een bruggetje te ver is, voor Stella, maar vooral voor kinderen van zes jaar, voor welke leeftijdsgroep de voorstelling bedoeld is. Met name de laaghartige, snode elementen uit het verhaal zijn te realistisch en kunnen echt angst inboezemen, terwijl het taalgebruik voor deze doelgroep soms juist wat te ingewikkeld gekozen lijkt. Daardoor lijkt de voorstelling nu en dan te zweven en wordt er weleens over de hoofden van de jonkies heen gespeeld.

Niemand weet, niemand weet door Stella Den Haag. Tournee door Nederland. Nog te zien in het Stella Theater Den Haag op zondag 18 oktober tijdens Festival De Betovering. Meer informatie: www.stella.nl.

Een kunstverwenreis op pootjes

Chocolade, chips, spekkies, beauty farm of bubbelbad, cd, boots, drankje of Ferrari: Wie wil er niet eens lekker verwend worden? In Zinder effent Theatergroep Stella Den Haag de paden voor iedereen die eens met wat kunst- en vliegwerk in de watten wil worden gelegd. Vorig jaar waren er een Trans Portaal, een Nanofant en een Voetencarrousel te zien.

Het moet een fikse klap geweest zijn waarmee het vliegtuig – iets tussen een straaljager en een bommenwerper in – tijdens de eerste editie van Zinder neerkwam in de binnentuin van Stella Den Haag. Zeker is in ieder geval dat het vanaf moment waanzinnig is gaan zinderen in en om de gebouwen van Stella aan de lieflijke Kerkstaart, een fijn stukje Den Haag tussen de Mauritskade en de Javastraat in. De kist staat voor de wondere wereld waarin bezoekers van het minifestival Zinder zich kunnen onderdompelen, want tot in de holle buik van dit machien aan toe zijn er presentaties.

Na twee succesvolle voorgaande edities vindt in april en mei de derde Zinder plaats, met deze keer het begrip ‘de stad’ dat onderwerp van gedachten is. Tijdens eerdere edities bleek deze kunstkermis een plaats waar het geheimzinnig kan sidderen, waar het bruist, en waar wordt getoverd met het samengaan van theater en beeldende kunst. Zinder is zo’n pleisterplaats waar er maar weinig van zijn, waar al je zintuigen worden geprikkeld en soms op de proef worden gesteld. Als je de plek eenmaal hebt leren kennen, wil je er nooit meer weg.

Doorgaans maakt Stella aanstekelijke en aandoenlijke theatervoorstellingen, maar de jeugdtheatergroep organiseert ook jaarlijks een wonderlijke kunstverwenreis met voor iedereen vanaf 8 jaar en veel ouder(s) fijne pareltjes te zien zijn, pareltjes die zich afspelen op het spannende kruispunt van theater en beeldende kunst. Zinder lijkt op een knus museum waar je naar hartelust mag spelen, terwijl om je heen allerlei voorwerpen tot leven komen en je op dooie akkertje en op eigen benen van de ene naar de andere plek kuiert. Steeds opnieuw word je er als in een warm bad getrakteerd en in een nieuwe verbeeldingsrijke wereld ondergedompeld.

Voor meer informatie: www.stella.nl