Oscar Wibaut directeur in Maastricht

Oscar Wibaut, in juni weggegaan bij de Koninklijke Schouwburg, is benoemd tot algemeen directeur van Toneelgroep Maastricht.

Wibaut treedt op 1 januari aan en is benoemd voor een periode van twee jaar, met uitzicht op verlenging.

Toneelgroep Maastricht is een van de acht grote theatergezelschappen van Nederland. Bij de toneelgroep is met de komst van Servé Hermans (NT Gent) en Michel Sluysmans (o.a. Annet Speelt en het Nationale Toneel) ongeveer een jaar geleden, een nieuwe artistieke, relatief jonge leiding aangetreden. Door het plotselinge vertrek van Marcel ’t Sas bij het Zuid-Limburgse ensemble, die daar na de komst van Hermans/Sluysmans kortstondig de functie van algemeen directeur bekleedde, kwam die betrekking dus recentelijk vacant.

De Hagenaar Oscar Wibaut, bij de Koninklijke Schouwburg (KS) eerder ook werkzaam als algemeen directeur, vertrok daar in juni, na een dienstverband van bijna dertig jaar. Wibaut had er toen een stroeve periode op zitten met zijn toenmalige zakelijk directeur Hedwig Verhoeven. Zij verliet de KS precies een jaar geleden. Ook de aangekondigde fusie tussen de Koninklijke Schouwburg, het Nationale Toneel en Theater aan het Spui zat Wibaut in de weg. Al formuleert en ziet Wibaut dat zelf anders: “Voor mij was het een goed moment om te besluiten dat het tijd was voor iets anders”.

De bestuurlijke opdracht die Wibaut heeft meegekregen is om de onlangs ingezette profilering als toneel- en muziektheatergezelschap uit te bouwen en ‘de toekomst zeker te stellen’. Daarmee doelt Wibaut op de komende Kunstenplanperiode 2017-2020, waarvoor de plannen op 1 februari 2016 ingediend moeten worden. Hoewel Wibaut is aangesteld als algemeen directeur blijft de artistieke leiding (Hermans, Sluysmans) autonoom. Wibaut: “Zij blijven zelfstandig verantwoordelijk voor het artistieke beleid. Mijn instemming is nodig voor de verwezenlijking van hun artistieke plannen. Maar ik was natuurlijk nooit ingestapt als ik geen vertrouwen in ze had gehad”.

De benoeming van Wibaut wordt in Haagse kringen als een verrassing beschouwd. Artistiek leider van Toneelgroep De Appel, Arie de Mol, die voor zijn overstap naar het Haagse ensemble directeur was van Toneelgroep Maastricht, reageert verrast. En daarna: “Ik wens hem veel succes”.

In Maastricht komt Wibaut naast Michel Sluysmans – de twee kennen elkaar nog uit het Haagse – nóg een bekende tegen in Joyce Lenssen, marketing- en PR-hoofd van Toneelgroep Maastricht. Zij was eerder in dienst bij de Koninklijke Schouwburg. Ook het feit dat Wibaut het vorig seizoen de grotezaalvoorstellingen van Toneelgroep Maastricht in de KS voor het nu lopende seizoen 2015-2016 programmeerde, heeft wellicht meegeholpen. In de KS waren eerder dit seizoen de voorstellingen Othello en Waar het vlakke land gaat plooien te zien. Later is daar nog de voorstelling Not the Tommy Cooper Story te zien.

Ook voor Wibaut ligt Maastricht bepaald niet ‘om de hoek’. Desondanks blijft hij in residentieel Den Haag wonen. “Er wordt mij daarginds een pied-a -terre ter beschikking gesteld. En je kunt tegenwoordig ook veel ‘op afstand’ doen”, aldus Wibaut.

Het ongeluk van Limburg

Tg Maastricht speelt ‘Othello’ en ‘Waar het vlakke land gaat plooien’

Toneelgroep Maastricht neemt dezer dagen tweemaal bezit van de Koninklijke Schouwburg. Eerst met Othello, daarna met Waar het vlakke land gaat plooien. In beide stukken heeft Sluysmans (Annette Speelt, Nationale Toneel) een groot aandeel. In het ene speelt, en het andere regisseert hij.

Sluysmans kent Shakespeares duistere drama rond de naïeve Moorse legerleider Othello en zijn geliefde Desdemona als geen ander, van haver tot gort: speelde hij in 2006 bij het Nationale Toneel / Annette Speelt de rol van Jago, Othello’s rivaal en tegenspeler; nu, bij Toneelgroep Maastricht, geeft hij in het stuk over discriminatie en afgunstige vriendschap smoel aan de Venetiaanse edelman Rodrigo. Hij is volgens Sluysmans “een sullige, goedgelovige jongen die niet doorheeft dat hij zich voor het karretje van Jago laat spannen”. In handen van Jibbe Willems, die een nieuwe bewerking schreef, en hofleverancier is in Maastricht, is Othello een stuk dat zich in vliegende vaart voltrekt. Scherp en dan weer geestig, aldus Sluysmans: “Maar waarin ook snel wordt geschakeld tussen de uiterste randen van rauwheid en poëzie. Zo heeft Willems zich onder meer enorm uitgeput in synoniemen en termen voor ‘Moor’ en ‘zwarte man’”. En dat is voorwaar een statement, want in Limburg – waar in Nederland eigenlijk niet – lijkt vreemdelingenhaat meer en meer op te spelen.
Maar deze Othello is ook in muzikaal opzicht interessant. “Natuurlijk, het is en blijft allereerst een ‘taalstuk’”, legt Sluysmans uit, “maar in onze versie zit ook veel live muziek”. Daartoe heeft componist Bendix Dethleffsen klassieke muziek van onder meer Shakespeares tijdgenoot Dowland, van Monteverdi en Verdi tot prachtige liederen bewerkt, die onder pianobegeleiding worden gezongen door sopraan Lies Verholle. Maar ook enkele castleden moeten eraan geloven. Zo mag Sluysmans zijn onvermoede zangtalenten ten beste geven in een bekend stukje Verdi, dat uitmondt in The Lion Sleeps Tonight.

Vlakke land
Muziek is een belangrijk element in de theatervoorstellingen van Toneelgroep Maastricht, dat in Michel Sluysmans en Servé Hermans als ‘makende spelers’ sinds begin dit jaar een nieuwe, dubbelhandige artistieke leiding heeft. Want ook in Waar het vlakke land gaat plooien wordt live muziek ingezet. In die voorstelling, de eerste productie van Toneelgroep Maastricht die gemaakt is onder het bewind van het tweetal, neemt een vierkoppige rockband bezit van het podium, met Hermans in de dubbelrol van leidsman en hoofdrolspeler, dat laatste met actrice Joke Emmers als tegenspeelster. Ook hier treedt Verholle aan, en is het wederom Jibbe Willems die zich over de tekst heeft gebogen.

Regisseur Michel Sluysmans noemt de voorstelling een humoristische en tegelijkertijd poëtische zoektocht naar de ziel van Limburg. “Toen eind jaren vijftig na een glorietijd de steenkolenmijnen moesten sluiten werd Zuid-Limburg in één welgemikte klap van goudmijn veranderd in een armlastige, achtergestelde regio, met – nog tot op de dag van vandaag – een hoge werkloosheid. Wij, Servé en ikzelf bedoel ik dan, zijn kinderen van de kompels, en daarmee kinderen van de sluiting van de mijnen, producten van de kansarme streek die Limburg toen werd. We zijn allebei naar Amsterdam, naar de Toneelschool getrokken. Ik naar Amsterdam, Servé naar Gent. En zijn na omzwervingen in zekere zin nu weer thuisgekomen, opnieuw op onze geboortegrond geland”.

In Waar het vlakke land gaat plooien wordt een stel gevolgd dat vanuit Zuid-Limburg is neergestreken in Berlijn, een man en zijn hoogzwangere vriendin. Na de sluiting van de mijnen was er geen uitzicht meer op werk. En zijn ze vertrokken, zoekend naar een nieuwe toekomst. Maar terwijl zijn moeder op sterven ligt in de nacht dat zij voor haar terugrijden naar Zuid-Limburg, denkt hij aan het leven waarvan hij dacht dat het ver achter hem lag. Gaandeweg de reis, naarmate het vlakke land meer en meer heuvelt, komen de herinneringen terug, En hij beseft: al lukt het je je wortels af te kappen, wie van Limburg is groeit nergens weer opnieuw.

“In hoeverre is het mogelijk je los te maken van de plaats waar je je verankerd hebt? Kun je je losmaken van je eigen verleden, kun je je geboortegrond volledig achter je laten? Universele vragen, zo formuleert Sluysmans, die nog dit voorjaar als acteur schitterde in Genesis van het Nationale Toneel. Als geboren Limburger die op zijn nest terug is gekeerd zijn het vragen die opeens heel dichtbij komen, bijna persoonlijk van aard zijn. “Het is een warmbloedige voorstelling die hoop biedt en liefdevol naar de mens kijkt”.

Toneelgroep Maastricht speelt Othello op maandag 26 oktober 2015 en Waar het vlakke land gaat plooien op donderdag 5 november 2015 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: ks.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900 – 3456789.

Het scheermes van het eigen ongeloof

Shakespeares klassieker Othello verrijkt met muziek Verdi’s opera

Beleef een heuse, gróte ‘Shakespeare’ tussen de mysterieuze grotten, het krijtwitte mergel en het lommerrijke bladgroen van Openluchttheater Valkenburg. Toneelgroep Maastricht speelt er in de zomermaand-bij-uitstek een eigengereide en zeer muzikale versie van Othello. Een strijd om de ziel van de mens. Met fatale afloop.

Limburg: stukje buitenland in Nederland. Clichébeeld. Maar het Openluchttheater Valkenburg, prachtig gelegen met zijn fantastische natuurlijke ambiance, daar zindert het écht, van nature. Het is een uitgesproken romantische, betoverende plek zelfs. Toch lijkt Shakespeares hoofdfiguur Othello eerder betoverd dan betoverend. Op het oog is hij een standvastig krijgsman, maar hij laat zich al gauw de kaas van het brood eten. Hij verandert gaandeweg regelrecht in een loser, voelt zich als een speelbal – tussen vriend en vrouw, en tussen blind vertrouwen en grenzeloze hartstocht. Als de jaloezie tot gek wordens toe in hem kruipt, zelfs nietsontziend in hem opvlamt, ziet hij verraad aan voor oprechtheid en liefde voor overspel.

Regisseur van de voorstelling Servé Hermans, een van de twee artistiek leiders van Toneelgroep Maastricht, doet een doekje open over de versie die hij van dit stuk in gedachten heeft. Zijn kernvraag: Wat gebeurt er op het moment dat een buitenstaander zich op jouw grondgebied begeeft.

Servé, wat spreekt je zo aan in Othello?
Shakespeares tekst en intrige zijn subliem. En hoewel het rond 1604 geschreven is, wordt het als het eerste ‘moderne’ toneelstuk beschouwd. Waarom? Omdat de held openlijk zichtbaar aan zichzelf twijfelt. En helden twijfelden, althans in die tijd, nou eenmaal nooit ofte nimmer.

Othello wordt getolereerd om wat hij kán, niet om wat hij ís.
Othello is een Moor, afkomstig van vreemde bodem, een buitenstaander die zich perfect heeft aangepast. Prima berekend op zijn taak. Als generaal van het Venetiaanse leger heeft hij daarnet een veldslag gewonnen. Hij treedt meteen daarop in het huwelijk met Desdemona, de bloedmooie blanke dochter van een invloedrijk Venetiaans senator. Maar toch wordt de kiem voor een bloederige afrekening pas definitief gelegd op het moment dat legerleider Othello zijn vriend Jago passeert, en Cassio tot officier benoemt. Opeens kijkt Jago vol afgunst naar Othello: waarom valt deze buitenstaander, een man van vreemde bodem immers, wél alle eer toe, terwijl zíjn blinde trouw over het hoofd wordt gezien? Oordelen, vooroordelen en angst voor het onbekende verschaffen Jago vervolgens een welkome voedingsbodem voor de listige valstrikken waarmee hij de onwankelbaar geachte Othello op zijn grondvesten weet te laten daveren, en in het scheermes van zijn eigen ongeloof te storten. Daar staat hij dan, Othello, een gevierde held, precies een dag na zijn superieur gewonnen veldslag opeens opnieuw middenin het strijdperk. Maar nu schutterend in de arena van zijn eigen emotionele ondergang.

Othello is een buitenstaander op vreemde bodem
Juist! Als geboren Limburger speelde ik jarenlang bij NTGent en kreeg daar vrijwel onvermijdelijk het predikaat van ‘Hollander’ opgeprikt. ‘Waarom niet een van ons?’, werd meer dan eens hardop geroepen. Niet altijd fijn. Terug op Limburgs grondgebied proef ik hier soms dezelfde afstand tot buitenstaanders. Die opstelling verontrust me. Kijk, door de sluiting van de mijnen eind jaren vijftig veranderde Limburg van meest welvarende opeens in een van de armste provincies. Niet leuk, natuurlijk. Het leverde velen hier een minderwaardigheidscomplex op. Maar als Limburgers niet bereid zijn de geboortegrond waar ze hun identiteit aan ontlenen te delen, dan wordt het nooit wat. Limburg moet wat dat betreft veranderen als het volwassen wil worden, het moet emanciperen, toleranter worden. Limburg moet ophouden met zeuren en met vertrouwen de toekomst inkijken. Aspecten die je zó, zonder omwegen ook in Othello kunt aanwijzen.

Vele argumenten om Othello te spelen. Wat is er straks buiten de locatie en het stuk nog meer te beleven?
Fragmenten uit Verdi’s operamuziek worden live gespeeld. Dat is verrijkend. Daardoor wordt bovendien de onderbuik van het stuk hoorbaar, zichtbaar bijna. De emotionele onderlaag die broeit onder Shakespeares fenomenale taal en poëzie, wordt perfect invoelbaar. Er ontstaat zo een nieuwe versie van dit epos vol liefde, jaloezie en angst. Let wel: geen opera. Ik ga de muziek organisch inzetten. Een voorbeeld: als Othello met zijn basstem zingend inzet en Desdemona op viool antwoordt, dan is het meteen zonneklaar dat en wat ze in elkaar zien. En live zingen ontwapent acteurs. Dat zorgt vanzelf voor een andere spanning in het stuk. Een grote productie ook, vergeet niet dat er straks twaalf spelers op het toneel staan. Met in de hoofdrollen, oneerbiedig gezegd, oudgedienden naast jong talent: Koen De Sutter en Michaël Pas zij aan zij met de pas in 2014 in Maastricht afgestudeerde Julia Akkermans. Bovendien is er de nieuwe vertaling van Jibbe Willems, die sinds kort vast aan ons huis is verbonden. En ook daarom is Othello zeker een voorstelling om echt naar uit te kijken.

Othello van Toneelgroep Maastricht is van donderdag 25 juni tot en met zaterdag 11 juli 2015 te zien in het Openluchttheater Valkenburg. Tickets en overnachtingen op openluchttheater-valkenburg.nl. Meer informatie: toneelgroepmaastricht.nl. Na de zomer volgt een tournee langs festivals en theaters.