Capre Diem, Capre Noctem

Toneelgroep Maastricht speelt Peachez van Ilja Leonard Pfeijffer

Op een dag krijgt een professor een email waarvan de onderwerpregel oningevuld is gelaten. Hij besluit te reageren op het bericht. Een fatale liefdesgeschiedenis is begonnen.

Bij het ingeven van voor- en achternaam in een zoekmachine verschijnen in een luttele 0,22 seconden zo’n 1.860.000 resultaten (hits) op het retinascherm. En er zijn foto’s van haar, te over, ook ondeugende. Op Instagram bijvoorbeeld. Toch is de mooie, jonge Sarah Peachez in de eerste plaats een constructie, net als geloof, kunst, theater of literatuur. Bijna als het leven zelf. Fantasie is koning, zonder overleef je niet.

“’Noem het maar liefde’ ging over liefde en seksualiteit, over met elkaar in gevecht gaan en verwarren. Dit nieuwe stuk, Peachez, is een vervolg daarop. Het gaat over liefde en geloof, en wat ze met elkaar te maken hebben,” vertelt regisseur Michel Sluysmans voor aanvang van de voorstelling in de overvolle foyer van Theater de Veste in Delft, waar zijn gezelschap Toneelgroep Maastricht die avond de plaatselijke publieksprijs krijgt uitgereikt voor de beste voorstelling van het voorgaande seizoen.

“Liefde, geloof en hoop zijn kanten van dezelfde medaille,” gaat Sluysmans verder, “althans volgens de visie van Ilja Leonard Pfeijffer, de schrijver van dit stuk. Het bestaan van god is tot op heden niet bewezen. Het is niet zozeer god zelf die ons leven verrijkt, maar het feit dat iemand bereid is te geloven in hem. Iets soortgelijks geldt voor de liefde. Die bestaat niet – totdat je besluit erin te geloven. Nogmaals: allemaal volgens de filosofie van Pfeijffer.”

Van Pfeijffer mocht hij, na talloze voorgaande samenwerkingen vrijelijk aan de gang gaan met de tekst. “Klopt. Maar ik heb er geen komma veranderd. Ik heb alleen wat geknipt en geplakt, en hier en daar wat geschrapt en herschikt. Maar alle woorden en alle zinnen zijn van hem. Van zijn roman heb ik zo een avondvullend theaterstuk gemaakt.”

In Peachez krijgt een doorgewinterd latinist en hoogleraar in begeerte-op-papier in de aanloop naar een internationaal colloquium dat zijn status moet bevestigen, een email waarvan de onderwerpregel oningevuld is gebleven. De tekst in het bericht sluit af met: ‘Capre Diem’. Na ampele overwegingen besluit hij te reageren op de hilarische spelfout. Met onvoorziene gevolgen.

Acteur Porgy Franssen verleent hem een stram voorkomen. Bedremmeld laat hij zich naar een fata morgana leiden. Hij geeft de majestueuze rol een even majestueus reliëf. ‘De wind was blond’, merkt hij later op over zijn eerste val voor de lijfelijke liefde. Zijn tegenspeler Maartje van de Wetering, omspeelt als de Nederlandse versie van Marilyn Monroe vilein en met passie haar ‘proffie’. In een even sobere als overzichtelijke en kraakheldere regie laat Sluysmans met ‘Peachez’ het diapositief zien van ‘Noem het maar liefde’. De prachtige (gitaar)muziek van Axl Peleman biedt rustpunten maar verleent ook diepte aan de regie. Horatius kan ‘capre mortem’ tevreden terugkijken op de verstoethaspeling die zijn gevleugeld geworden uitdrukking eeuwen later heeft opgeleverd.

Ilja Leonard Pfeijffer is al jaren hofleverancier voor de Maastrichtenaren. Slusymans ging al zes keer aan de slag met zijn werk: met ‘De eeuw van mijn dochter’ en ‘Malpensa’ bij zijn vorige gezelschap Annette Speelt, en bij Toneelgroep Maastricht achtereenvolgens De Advocaat, Brieven uit Genua, Noem het maar liefde en nu dus Peachez.

“Volgend jaar komt daar De Meeuw bij,” kijkt Sluysmans met pretoogjes vooruit. “Hij gaat de beroemde toneelklassieker van Tsjechov naar zijn hand zetten.”

Toneelgroep Maastricht, Peachez, donderdag 21 november 2019, 20.15 uur, Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.toneelgroepmaastricht.nl

Genua, stad van de onderbuik

Toneelgroep Maastricht speelt Pfeijffers La Superba

Met Wim Opbrouck in de gedaante van ‘schrijver’ en Angela Schijf als mooiste meisje van Genua zet Toneelgroep Maastricht de tanden in La Superba, in 2014 onderscheiden met de Libris Literatuurprijs.

In toneelkringen is het steevast een Markant Moment: de Eerste Lezing. Zo’n zes weken voor de premièredatum komen onder leiding van regisseur Servé Hermans alle betrokkenen bijeen om voor het eerst de voorliggende toneeltekst in gezamenlijkheid en hardop voor te lezen. Spannend moment, doordat voor de meeste betrokkenen de op stapel staande productie ook voor het eerst uitgebreid wordt toegelicht.

Maar ook omdat onverhoeds discussies kunnen opduiken over de aanpak en de regie- en rolopvatting, want natuurlijk heeft de regisseur met zijn artistieke team al in een eerder stadium gebakkeleid over de te volgen koers. Zo’n Eerste Lezing is er uiteraard ook bij Toneelgroep Maastricht (TgM), al doet het Limburgse ensemble daar een schepje bovenop door naast kantoorpersoneel (marketeers bijvoorbeeld) op uitnodiging ook Vrienden en pers toe te laten. En door Limburgse vlaai te serveren.

Maastricht. Dinsdag, 9 januari: de aftrap. Tijdstip: 13.00 uur. Plaats delict: de Bovenzaal van Theater aan het Vrijthof. Terwijl de zaalstoelen in bezit wordt genomen door productiemedewerkers zoals dramaturg, tekstschrijver- of bewerker, muzikaal medewerker, decor- en kostuumontwerper en technici, nemen spelers plus regisseur plaats achter een lange tafel. Servé Hermans, regisseur en artistiek leider van TgM, opent het woord. Hij beschrijft het decorbeeld ( ‘Een abstracte versie van de Bar met de Spiegels) en introduceert muzikaal leider Ron Reuman (‘We gaan bekende Italiaanse meezingers mengen met onvervalste Italo-disco), en kostuumontwerper Marta Stoffels (‘We gaan van Angela een mooi meisje maken’). Dan legt Jibbe Willems, een van drie huisschrijvers van TgM, op eigen verzoek een beginselverklaring af omtrent zijn bewerking (‘Eigenlijk niet te doen’).

Dan is het uur U. Acteur Wim Opbrouck, naast BV’er ook BN’er sinds de Vlaming in het tv-programma Zomergasten zijn opwachting maakte, opent het bal met zijn majestueuze, diepbronzen stemgeluid: ‘Het mooiste meisje van Genua werkt in de Bar met de Spiegels.’

Pisazijn
La Superba van dichter-schrijver, zelfbenoemd ‘enfant terrible’ van de vaderlandse letteren Ilja Leonard Pfeijffer, tevens hofleverancier van TgM, speelt zich af in havenstad Genua, Italië. De roman behelst in drie delen en twee intermezzi een zeer gelaagde vertelling over een aan lager wal geraakte schrijver die z’n vaderland uit geldnood is ontvlucht. Voor hem is, vooral om de schone schijn van succesvol schrijver in den vreemde hoog te houden, mislukken geen optie.

Maar net zo goed is La Superba een roman over het verlangen naar inspiratie en naar de melodramatische magneet Italië, voor zovelen substituut voor een andere, betere wereld. Nog anders is La Superba (letterlijk ‘de hoogmoedige’) ook een zoektocht naar oneindige liefde en/of over de (on)mogelijkheid om in het Europa van anno nu een eigen identiteit aan te nemen.

En dat amalgaam wordt even literair als luguber in evenwicht en in het gareel gehouden doordat de schrijver op een van z’n vele nachtelijke escapades, vlakbij zijn nieuw verworven woning in een van de steegjes van de labyrintische binnenstad, over een geamputeerd vrouwelijk linkerbeen struikelt.

Het met het boeket van pisazijn doortrokken Genua, zo laat Pfeijffer de lezer in geuren en kleuren niet na te weten, verschaft hem ondertussen een perfecte uitvalsbasis voor het beschrijven van exuberante escapades. Maar ook van heersende misstanden die voortvloeien uit de Italiaanse volksaard. Door zijn bril bezien is smeltkroes Genua vooral bevolkt met fossiel aandoende autochtonen, beroeps-aristo- en bureaucraten, net als met drop-outs, travestieten – waarvan de laatstgenoemden uit pure overlevingsdrang tegen betaling sociaal-erotische diensten verlenen – evenals Noord-Afrikaanse bootvluchtelingen die er, dank zij Berlusconi, een heenkomen hebben gevonden. Dat alles in een stad die zich ophoudt aan de rauwe zelfkant van het leven.

Vluchtgedrag
In de toneelversie van La Superba van TgM speelt Wim Opbrouck ‘de schrijver’. Pittige kluif. Vindt hij zelf ook, want een monoloog van bijna driekwart in een voorstelling die bijna twee uur gaat duren is geen sinecure. Hoe hij dat straks gaat klaarspelen zonder het script als hulpmiddel bij de hand? Opbrouck, ontspannen: ‘Nog geen idee. Maar het gaat vast lukken.’

Opbrouck bracht medio december met tegenspeelster Angela Schijf en het artistieke team van TgM een bezoek aan Genua, vertelt hij, ‘met Ilja zelf als ideale stadsgids’. Opbrouck: ‘Geen woord van hem lijkt gelogen. Genua ruikt oprecht naar liters kattenpis. En het bestaat allemaal dus echt: van de Bar met de Spiegels en het Piazza delle Erbe tot het ‘centro storico’, vertelt hij. ‘Het is belangrijk dat we er, letterlijk, aan de sfeer hebben geroken, dat betaalt zich straks uit.’

Angela Schijf (o.a. Flikken Maastricht) is het met Opbrouck, nog met de odeur van Genua (‘een inspirerende stad’) in beide neusvleugels, eens: ‘La Superba gaat voor mij allereerst over de mensen die de stad bevolken. Maar ook over de stad als een personage, over Ílja’s stad, zíjn habitat’. Voor haar is La Superba ook een roman over ‘het dierlijk verlangen naar liefde en oprechtheid en een zoektocht naar verbondenheid aan de hand van personages die zich zo goed en kwaad het gaat, door het leven slaan.’ ‘Wat mij betreft’, antwoordt Opbrouck haar, ‘is La Superba een verhaal over vluchtgedrag, een vlucht in de verbeelding. En over de vraag wat dat dan wel is, een betere wereld.’

Pauze
Tijdens de pauze vertelt regisseur Servé Hermans dat hij voor deze productie ogenblikkelijk déze cast voor ogen had. ‘Ik weet dat we met deze mensen een groep in huis hebben om deze onderneming tot een goed einde te brengen’. Hij roemt vervolgens de stilistische gaven van Pfeijffer. Dan stapt hij over op de inhoud: ‘Ilja’s vertelling vind ik vooral erg menselijk, en tegelijkertijd is het een venster op de wereld. Zo komt er een verhaal in voor over bootvluchtelingen. We willen daar geen politiek statement van maken, maar we sluiten de ogen niet. We willen ons publiek in die zin wel graag een spiegel voorhouden.’

Puzzel
Als de Eerste Lezing achter de rug is vertelt Opbrouck dat die hand over hand een semi-openbaar karakter verkrijgen. ‘Ik heb er mijn vragen voor opgespaard,’ lacht hij. ‘Maar zoiets kan ook weleens gênant uitpakken,’ zo tapt hij uit eigen vaatje als voormalig artistiek leider van NTGent. ‘Het voelt een beetje als de eerste schooldag, zeker als er anderen dan direct betrokkenen toekijken.’ Angela Schijf heeft het zó niet eerder meegemaakt. ‘Ik was best zenuwachtig, voelde me bij voorbaat een beetje bekeken.’

Nog zes weken tot de première. Er blijken nog wat puzzelstukjes te leggen. Zoals over de dubbelrollen die Schijf speelt. ‘Volgens Servé speel ik in dit stuk alle niet-machtige vrouwen. Ik heb daar een andere mening over. Dat moet ik toch eens even met hem bespreken.’

Kader:
Met Brieven uit Genua bracht TgM eerder dit seizoen een theaterbewerking van de autobiografie van Ilja Leonard Pfeijffer. Brieven uit Genua wordt wel gezien als de tegenhanger van La Superba.

Kader:
Het gedicht Van theater en de waarheid van Ilja Leonard Pfeijffer is een van dertien in de reeks Haagse Dichters in de Koninklijke Schouwburg. Het is op een van de wanden aldaar aangebracht. Ook verscheen een boekwerkje met de reeks gedichten.

Van theater en de waarheid

In het theater dat de wereld is, / heerst onbegrip en ijdelheid. Gesnater / van mensen met een eigen mening gaat er / nog rapper van de hand dan rotte vis

De kuur voor dat theater is theater / waarin oprecht geveins de waarheid is, / een ander horen een belevenis / en mensen wijkt voor tranen en geschater

Want waarheid is begrijpen en begrijpen / een mens die tracht een ander mens te zijn / voor mensen die zijn poging laten rijpen

tot de herinnering om voor een klein / moment, waarop ze dromen konen grijpen / als mens een ander mens geweest te zijn.

Toneelgroep Maastricht: La Superba. Première: zondag 4 maart 2018. Tournee door Nederland en België tot en met begin juni. Meer informatie: toneelgroepmaastricht.nl.

 

Alfamannetje in afkalvend territorium

Toneelgroep Maastricht en Ilja Leonard Pfeijffer over Bram Moszkowicz

‘De advocaat’ laat zich ervaren als een Shakespeareaans koningsdrama over de zelfverkozen ondergang van een topadvocaat, Bram Moszkowicz.

‘Moszkowicz’. Dát zou de titel van het stuk worden. Maar het liep anders, en nu heet het ‘De advocaat’. Toneelgroep Maastricht veranderde de naam van het stuk, geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer, nadat zij daartoe gesommeerd werd door Moszkowicz Advocaten. Deksel op de neus. Waarom? Cineast Max Moszkowicz junior heeft de familienaam als merk laten registreren en wil niet dat de toneelgroep ermee aan de haal gaat, zo liet het gezelschap zes weken geleden weten. ‘Hoewel ik van mening ben dat Max de geslachtsnaam Moszkowicz niet kan monopoliseren – het toneelstuk gaat immers over zijn oom Bram – heeft Toneelgroep Maastricht uit proceseconomische motieven besloten gevolg te geven aan de sommatie”, klonk het o, ironie, bij monde van hun advocaat.
Een strafrechtadvocaat uit Maastricht die de beste van Nederland moet worden. Omdat zijn vader de beste was. Een vader die hij niet mag teleurstellen. “In ons verhaal wil Bram Moszkowicz geen rol meer spelen en stapt eruit,” zegt regisseur Michel Sluysmans van Toneelgroep Maastricht. “Op het hoogtepunt van zijn succes brengt hij zichzelf willens en wetens ten val. Alleen door de grootste teleurstelling in zijn vaders leven te worden, kan er voor de ideale zoon ruimte komen voor zijn eigen, nog te schrijven verhaal. Ilja Leonard Pfeijffers geesteskind is een verhaal van verborgen verdriet en de daaruit voortvloeiende permanente ondraaglijke druk om te slagen,” zo vat Sluysmans het bondig samen.

’De advocaat’ heeft de ondergang van wonderboy Bram Moszkowicz, tot een paar jaar geleden de bekendste advocaat van Nederland, als scharnierpunt. Porgy Franssen speelt gloedvol de titelrol in het stuk, dat Pfeijffer vrijelijk baseerde op het leven en de carrière van de strafpleiter die omgeven met veel publicitaire tamtam in 2013 uit het ambt werd gezet.

“Het stuk is opgezet als een Shakespeareaans koningsdrama,” aldus Sluysmans, “met Bram Moszkowicz als koning. Hij komt tot het besluit om zichzelf te onttronen. In het stuk doet hij er alles aan om zijn maatschap failliet te laten gaan en geschrapt te worden uit het Landelijk Advocaten Tableau. Hij komt daartoe vanwege de ondraaglijke druk die hij aan den lijve voelt, druk die uit het verleden komt. Hij torst de geschiedenis van zijn familie en zijn gezien met zich mee, een geschiedenis die teruggaat naar de Tweede Wereldoorlog en een vader die vond dat zijn zoons móesten slagen en daarna de maatschap in moesten, en moesten slagen. Pfeijffer laat hem zeggen: ‘Ik voel me als een acteur die als zichzelf verkeerd is gecast want ik speel de hoofdrol in een stuk dat niet geschreven is door mezelf.’”

Feit of fictie?
“Het stuk is geen reconstructie van de werkelijkheid. Pfeijffers tekst behoort nadrukkelijk tot het terrein van de fictie. Daar speelt Ilja Pfeijffer eigenlijk altijd mee. De premisse dat hij zichzelf te gronde heeft gericht, is natuurlijk verzonnen. Maar toen ik in de aanloop van dit project sprak met Bram Moszkowicz om hem te vertellen waar dit stuk over ging, toen bleef hij even heel stil. Een daarna: ‘Misschien zit u wel dichterbij de waarheid dan ik zelf zou durven vermoeden’. Dat is werkelijk een briljant antwoord, vooral omdat hij daarmee ons gelijk noch ons ongelijk bevestigt. Van dit soort zinnen wemelt het in ‘De advocaat’, het soort taal dat van dubbelheid en ironie aan elkaar hangt. Pfeijffer speelt daar heel erg mee. Ilja heeft ook een aantal liedjes voor dit stuk geschreven – in elke voorstelling van ons zit live muziek – en die zijn door Vincent van Warmerdam op muziek gezet.”

Heeft Moszkowicz het stuk zelf ook gezien? “Voor zover ik weet is dat niet het geval. Ik heb hem wel het stuk opgestuurd en weet zeker dat hij het heeft gelezen. Maar ik heb hem nog niet in het theater gezien. Ik kan me dat ook wel voorstellen, want iedereen gaat dan natuurlijk via hem naar het stuk kijken. Maar ik houd stille hoop dat hij nog ergens opduikt of incognito in de zaal zit.’

‘De advocaat’ van Toneelgroep Maastricht is op vrijdag 12 mei 2017 te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: hnt.nl of toneelgroepmaastricht.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900-3456789.

‘Muziek is heilzaam’

Henriëtte Tol in muzikaal liefdesdrama ‘Pinkpop’

Op TV en het witte doek staat ze al jaren haar mannetje, evenals het toneelpodium: van alle markten is ze thuis. Maar ook muziek hoort in dat rijtje. Henriëtte Tol speelt Lies in het muzikale liefdesverhaal Pinkpop van Toneelgroep Maastricht. Rowwen Hèze tekent voor de live muzie

1969. In Limburg is dan nog niet veel doorgedrongen van de nieuwe popmuziek. Maar na het Monterey International Popfestival (1967, Californië, VS) en initiatieven in Den Haag en Utrecht vindt ook op de Zuid-Limburgse Gulpenerberg een openluchtconcert plaats. Smaakmaker: de Nederlandse bluesformatie Brainbox. Varken aan het spit en appelen waren gratis en een officiële hashdealer vroeg 10 gulden voor 1 stukje Maroc van 3 gram. Het weer die dag: droog en zonnig. Aantal toeschouwers: 10.000 – voornamelijk opa’s en oma’s met kleinkinderen.

Aldus de annalen. Dit tot ‘Picknik’ gedoopte festijn was de voorloper van Pinkpop, het nu roemruchte en legendarische popfestival dat Jan Smeets gewoontegetrouw op en rond de pinksterdagen situeert in eerst Sportpark Geleen en later Landgraaf. Gevolg: anderhalf miljoen bezoekers en meer dan 500 verschillende (wereld)acts. ‘Maar ik was een Kralingen-gangster,’ bekent de in Alkmaar (N-H, 1953) geboren, in Amstelveen woonachtige Henriëtte Tol. ‘Eric Clapton staat me nóg voor de geest.’

Pinkpop heeft ze echter niet een keer bezocht. ‘Pinkpop is natuurlijk een fenomeen, een bijzonder instituut met jaar in jaar uit geweldige artiesten. Dat staat buiten kijf. Voor ons in de Randstad is en was het bijna vanzelfsprekend dat je favoriete band of artiest hier in de buurt komt optreden. Maar als je ver buiten de Randstad woont is dat wel anders.’

Persoonlijk is haar dierbaarste herinnering een optreden rond 1985 van haar held Sting. Ze stond pal vooraan. ‘Ik dacht dat alles wat hij zong of deed alleen voor míj bedoeld was,’ zo omschrijft ze haar staat van gelukzaligheid van toen. Ze kreeg zelfs een backstage-pasje toegespeeld. ‘Maar meteen na het optreden was hij verdwenen. Hij moest terug naar Londen om nog diezelfde avond op te treden voor Live Aid.’

Document
In de voorstelling Pinkpop probeert Lies het geheugen van haar man Wiel (Huub Stapel) levend te houden en daarmee hun liefde. Door Wiel kwam de Amsterdamse Lies in aanraking met het Zuid- Limburgse popfestival Pinkpop en sloegen daarna geen enkele editie over. Pinkpop, de voorstelling, is aldus een blik ‘terug in de tijd’.

Maar naast een gedocumenteerd verslag van bijna 50 jaar popgeschiedenis is de voorstelling ook het decor voor een verhaal over een man bij wie dementie op de loer ligt. Jaar na jaar vierden zij hun liefde in de zon, in de regen of in de modder; dansten op de weiden voor de podia of stonden backstage hun helden op te wachten. Maar doordat de dementie in zijn leven is geslopen, is Wiel langzaam zijn geheugen aan het kwijtraken.

‘Alzheimer en dementie zijn onderwerpen waar iedereen op enig moment mee te maken krijgt. Als we er al niet zelf door getroffen worden, dan wel als partner of familielid, ver of dichtbij. Stel je voor dat je vader je moeder niet meer herkent. Of andersom. Of jou. Dat is heftig hoor, en erg ingrijpend voor iedereen om hen heen.’

Muzikaal
Henriëtte is dit seizoen erg ‘muzikaal’, want actief in drie muziektheaterproducties, al zingt ze niet zelf in Pinkpop. Dat deed ze wel als koningin Wilhelmina in de musical Soldaat van Oranje. En ze speelde de hoofdrol in De Zevende Hemel, de muzikale film waarin ze voor het eerst samenspeelde met Stapel. Ze besloot in te gaan op het voorstel van regisseur Servé Hermans toen hij  haar anderhalf jaar geleden vroeg voor Pinkpop en het idee ontvouwde voor deze voorstelling.

‘Een sprong in het diepe was dat,’zo zegt ze, ‘want tekst en muziek waren er nog niet.’ Nog tijdens zijn autorit terug naar Maastricht heeft ze Hermans gebeld, en zei: ik doe het.

‘Ik had er een goed gevoel over en het is belangrijk om nu en dan eens in het diepe te springen. Want een goed idee, een bevlogen jonge regisseur, fijne collega’s, nieuwe muziek van Rowwen Hèze: wat wil een mens meer?’

Therapeutisch
Muziek heeft een bijzondere werking op het brein, het geheugen en de geest, zo stelt Tol vast. ‘Muziek heeft een heilzame, therapeutische werking voor mensen met dementie blijkt uit wetenschappelijk onderzoek’ Henriëtte kan niet zonder, ze staat vaak op met muziek die dan luid uit de sprekers schalt.

‘Maar soms is het ook stil om me heen hoor, al omring ik me inderdaad graag met muziek, heb ook altijd muziek bij de hand. Ik heb nog kisten vol vinyl in huis en alle CD jewel cases en bijbehorende boekjes bewaard.’ Soms neemt ze thuis plaats op de bank en luistert dan geconcentreerd naar muziek, Janis Joplin bijvoorbeeld, en ze doet dat op een puike muziekinstallatie: ‘Het moet echt wel goed klinken, je moet muziek beleven zoals een producer die ooit bedoeld heeft, en waardoor artiest en muziek helemaal tot hun recht komen.’ De muziek van Rowwen Hèze? ‘Een heel eigen geluid en toch muziek met veelzijdige invloeden. Ik hou erg van die accordeon. Echt wereldmuziek.’

kader:
Rowwen Hèze
Frontman Jack Poels: ‘We dachten over een ‘sabbatical’ toen de vraag kwam om een rol te spelen in deze theatervoorstelling. Pinkpop en Rowwen Hèze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden; het was dus een volmondig JA. Zoiets is geen toeval, maar komt op je pad.’

Voor de Limburgse band Rowwen Hèze heeft Pinkpop een speciale betekenis omdat het optreden in 1992 hun landelijke doorbraak betekende. Het is voor het eerst in het ruim 30-jarige bestaan dat Rowwen Hèze muziek maakt die speciaal is geschreven voor een theatervoorstelling, waarin de groep bovendien het podium deelt met acteurs.

kader:
De persoonlijke toppers van Henriëtte
1. Sting
2. Giovanni Batista Pergolesi
3. Rufus Wainwright
4. Lenny Kravitz
5. Miles Davis

Oscar Wibaut directeur in Maastricht

Oscar Wibaut, in juni weggegaan bij de Koninklijke Schouwburg, is benoemd tot algemeen directeur van Toneelgroep Maastricht.

Wibaut treedt op 1 januari aan en is benoemd voor een periode van twee jaar, met uitzicht op verlenging.

Toneelgroep Maastricht is een van de acht grote theatergezelschappen van Nederland. Bij de toneelgroep is met de komst van Servé Hermans (NT Gent) en Michel Sluysmans (o.a. Annet Speelt en het Nationale Toneel) ongeveer een jaar geleden, een nieuwe artistieke, relatief jonge leiding aangetreden. Door het plotselinge vertrek van Marcel ’t Sas bij het Zuid-Limburgse ensemble, die daar na de komst van Hermans/Sluysmans kortstondig de functie van algemeen directeur bekleedde, kwam die betrekking dus recentelijk vacant.

De Hagenaar Oscar Wibaut, bij de Koninklijke Schouwburg (KS) eerder ook werkzaam als algemeen directeur, vertrok daar in juni, na een dienstverband van bijna dertig jaar. Wibaut had er toen een stroeve periode op zitten met zijn toenmalige zakelijk directeur Hedwig Verhoeven. Zij verliet de KS precies een jaar geleden. Ook de aangekondigde fusie tussen de Koninklijke Schouwburg, het Nationale Toneel en Theater aan het Spui zat Wibaut in de weg. Al formuleert en ziet Wibaut dat zelf anders: “Voor mij was het een goed moment om te besluiten dat het tijd was voor iets anders”.

De bestuurlijke opdracht die Wibaut heeft meegekregen is om de onlangs ingezette profilering als toneel- en muziektheatergezelschap uit te bouwen en ‘de toekomst zeker te stellen’. Daarmee doelt Wibaut op de komende Kunstenplanperiode 2017-2020, waarvoor de plannen op 1 februari 2016 ingediend moeten worden. Hoewel Wibaut is aangesteld als algemeen directeur blijft de artistieke leiding (Hermans, Sluysmans) autonoom. Wibaut: “Zij blijven zelfstandig verantwoordelijk voor het artistieke beleid. Mijn instemming is nodig voor de verwezenlijking van hun artistieke plannen. Maar ik was natuurlijk nooit ingestapt als ik geen vertrouwen in ze had gehad”.

De benoeming van Wibaut wordt in Haagse kringen als een verrassing beschouwd. Artistiek leider van Toneelgroep De Appel, Arie de Mol, die voor zijn overstap naar het Haagse ensemble directeur was van Toneelgroep Maastricht, reageert verrast. En daarna: “Ik wens hem veel succes”.

In Maastricht komt Wibaut naast Michel Sluysmans – de twee kennen elkaar nog uit het Haagse – nóg een bekende tegen in Joyce Lenssen, marketing- en PR-hoofd van Toneelgroep Maastricht. Zij was eerder in dienst bij de Koninklijke Schouwburg. Ook het feit dat Wibaut het vorig seizoen de grotezaalvoorstellingen van Toneelgroep Maastricht in de KS voor het nu lopende seizoen 2015-2016 programmeerde, heeft wellicht meegeholpen. In de KS waren eerder dit seizoen de voorstellingen Othello en Waar het vlakke land gaat plooien te zien. Later is daar nog de voorstelling Not the Tommy Cooper Story te zien.

Ook voor Wibaut ligt Maastricht bepaald niet ‘om de hoek’. Desondanks blijft hij in residentieel Den Haag wonen. “Er wordt mij daarginds een pied-a -terre ter beschikking gesteld. En je kunt tegenwoordig ook veel ‘op afstand’ doen”, aldus Wibaut.

Het ongeluk van Limburg

Tg Maastricht speelt ‘Othello’ en ‘Waar het vlakke land gaat plooien’

Toneelgroep Maastricht neemt dezer dagen tweemaal bezit van de Koninklijke Schouwburg. Eerst met Othello, daarna met Waar het vlakke land gaat plooien. In beide stukken heeft Sluysmans (Annette Speelt, Nationale Toneel) een groot aandeel. In het ene speelt, en het andere regisseert hij.

Sluysmans kent Shakespeares duistere drama rond de naïeve Moorse legerleider Othello en zijn geliefde Desdemona als geen ander, van haver tot gort: speelde hij in 2006 bij het Nationale Toneel / Annette Speelt de rol van Jago, Othello’s rivaal en tegenspeler; nu, bij Toneelgroep Maastricht, geeft hij in het stuk over discriminatie en afgunstige vriendschap smoel aan de Venetiaanse edelman Rodrigo. Hij is volgens Sluysmans “een sullige, goedgelovige jongen die niet doorheeft dat hij zich voor het karretje van Jago laat spannen”. In handen van Jibbe Willems, die een nieuwe bewerking schreef, en hofleverancier is in Maastricht, is Othello een stuk dat zich in vliegende vaart voltrekt. Scherp en dan weer geestig, aldus Sluysmans: “Maar waarin ook snel wordt geschakeld tussen de uiterste randen van rauwheid en poëzie. Zo heeft Willems zich onder meer enorm uitgeput in synoniemen en termen voor ‘Moor’ en ‘zwarte man’”. En dat is voorwaar een statement, want in Limburg – waar in Nederland eigenlijk niet – lijkt vreemdelingenhaat meer en meer op te spelen.
Maar deze Othello is ook in muzikaal opzicht interessant. “Natuurlijk, het is en blijft allereerst een ‘taalstuk’”, legt Sluysmans uit, “maar in onze versie zit ook veel live muziek”. Daartoe heeft componist Bendix Dethleffsen klassieke muziek van onder meer Shakespeares tijdgenoot Dowland, van Monteverdi en Verdi tot prachtige liederen bewerkt, die onder pianobegeleiding worden gezongen door sopraan Lies Verholle. Maar ook enkele castleden moeten eraan geloven. Zo mag Sluysmans zijn onvermoede zangtalenten ten beste geven in een bekend stukje Verdi, dat uitmondt in The Lion Sleeps Tonight.

Vlakke land
Muziek is een belangrijk element in de theatervoorstellingen van Toneelgroep Maastricht, dat in Michel Sluysmans en Servé Hermans als ‘makende spelers’ sinds begin dit jaar een nieuwe, dubbelhandige artistieke leiding heeft. Want ook in Waar het vlakke land gaat plooien wordt live muziek ingezet. In die voorstelling, de eerste productie van Toneelgroep Maastricht die gemaakt is onder het bewind van het tweetal, neemt een vierkoppige rockband bezit van het podium, met Hermans in de dubbelrol van leidsman en hoofdrolspeler, dat laatste met actrice Joke Emmers als tegenspeelster. Ook hier treedt Verholle aan, en is het wederom Jibbe Willems die zich over de tekst heeft gebogen.

Regisseur Michel Sluysmans noemt de voorstelling een humoristische en tegelijkertijd poëtische zoektocht naar de ziel van Limburg. “Toen eind jaren vijftig na een glorietijd de steenkolenmijnen moesten sluiten werd Zuid-Limburg in één welgemikte klap van goudmijn veranderd in een armlastige, achtergestelde regio, met – nog tot op de dag van vandaag – een hoge werkloosheid. Wij, Servé en ikzelf bedoel ik dan, zijn kinderen van de kompels, en daarmee kinderen van de sluiting van de mijnen, producten van de kansarme streek die Limburg toen werd. We zijn allebei naar Amsterdam, naar de Toneelschool getrokken. Ik naar Amsterdam, Servé naar Gent. En zijn na omzwervingen in zekere zin nu weer thuisgekomen, opnieuw op onze geboortegrond geland”.

In Waar het vlakke land gaat plooien wordt een stel gevolgd dat vanuit Zuid-Limburg is neergestreken in Berlijn, een man en zijn hoogzwangere vriendin. Na de sluiting van de mijnen was er geen uitzicht meer op werk. En zijn ze vertrokken, zoekend naar een nieuwe toekomst. Maar terwijl zijn moeder op sterven ligt in de nacht dat zij voor haar terugrijden naar Zuid-Limburg, denkt hij aan het leven waarvan hij dacht dat het ver achter hem lag. Gaandeweg de reis, naarmate het vlakke land meer en meer heuvelt, komen de herinneringen terug, En hij beseft: al lukt het je je wortels af te kappen, wie van Limburg is groeit nergens weer opnieuw.

“In hoeverre is het mogelijk je los te maken van de plaats waar je je verankerd hebt? Kun je je losmaken van je eigen verleden, kun je je geboortegrond volledig achter je laten? Universele vragen, zo formuleert Sluysmans, die nog dit voorjaar als acteur schitterde in Genesis van het Nationale Toneel. Als geboren Limburger die op zijn nest terug is gekeerd zijn het vragen die opeens heel dichtbij komen, bijna persoonlijk van aard zijn. “Het is een warmbloedige voorstelling die hoop biedt en liefdevol naar de mens kijkt”.

Toneelgroep Maastricht speelt Othello op maandag 26 oktober 2015 en Waar het vlakke land gaat plooien op donderdag 5 november 2015 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: ks.nl. Telefonisch tickets reserveren: 0900 – 3456789.

Het scheermes van het eigen ongeloof

Shakespeares klassieker Othello verrijkt met muziek Verdi’s opera

Beleef een heuse, gróte ‘Shakespeare’ tussen de mysterieuze grotten, het krijtwitte mergel en het lommerrijke bladgroen van Openluchttheater Valkenburg. Toneelgroep Maastricht speelt er in de zomermaand-bij-uitstek een eigengereide en zeer muzikale versie van Othello. Een strijd om de ziel van de mens. Met fatale afloop.

Limburg: stukje buitenland in Nederland. Clichébeeld. Maar het Openluchttheater Valkenburg, prachtig gelegen met zijn fantastische natuurlijke ambiance, daar zindert het écht, van nature. Het is een uitgesproken romantische, betoverende plek zelfs. Toch lijkt Shakespeares hoofdfiguur Othello eerder betoverd dan betoverend. Op het oog is hij een standvastig krijgsman, maar hij laat zich al gauw de kaas van het brood eten. Hij verandert gaandeweg regelrecht in een loser, voelt zich als een speelbal – tussen vriend en vrouw, en tussen blind vertrouwen en grenzeloze hartstocht. Als de jaloezie tot gek wordens toe in hem kruipt, zelfs nietsontziend in hem opvlamt, ziet hij verraad aan voor oprechtheid en liefde voor overspel.

Regisseur van de voorstelling Servé Hermans, een van de twee artistiek leiders van Toneelgroep Maastricht, doet een doekje open over de versie die hij van dit stuk in gedachten heeft. Zijn kernvraag: Wat gebeurt er op het moment dat een buitenstaander zich op jouw grondgebied begeeft.

Servé, wat spreekt je zo aan in Othello?
Shakespeares tekst en intrige zijn subliem. En hoewel het rond 1604 geschreven is, wordt het als het eerste ‘moderne’ toneelstuk beschouwd. Waarom? Omdat de held openlijk zichtbaar aan zichzelf twijfelt. En helden twijfelden, althans in die tijd, nou eenmaal nooit ofte nimmer.

Othello wordt getolereerd om wat hij kán, niet om wat hij ís.
Othello is een Moor, afkomstig van vreemde bodem, een buitenstaander die zich perfect heeft aangepast. Prima berekend op zijn taak. Als generaal van het Venetiaanse leger heeft hij daarnet een veldslag gewonnen. Hij treedt meteen daarop in het huwelijk met Desdemona, de bloedmooie blanke dochter van een invloedrijk Venetiaans senator. Maar toch wordt de kiem voor een bloederige afrekening pas definitief gelegd op het moment dat legerleider Othello zijn vriend Jago passeert, en Cassio tot officier benoemt. Opeens kijkt Jago vol afgunst naar Othello: waarom valt deze buitenstaander, een man van vreemde bodem immers, wél alle eer toe, terwijl zíjn blinde trouw over het hoofd wordt gezien? Oordelen, vooroordelen en angst voor het onbekende verschaffen Jago vervolgens een welkome voedingsbodem voor de listige valstrikken waarmee hij de onwankelbaar geachte Othello op zijn grondvesten weet te laten daveren, en in het scheermes van zijn eigen ongeloof te storten. Daar staat hij dan, Othello, een gevierde held, precies een dag na zijn superieur gewonnen veldslag opeens opnieuw middenin het strijdperk. Maar nu schutterend in de arena van zijn eigen emotionele ondergang.

Othello is een buitenstaander op vreemde bodem
Juist! Als geboren Limburger speelde ik jarenlang bij NTGent en kreeg daar vrijwel onvermijdelijk het predikaat van ‘Hollander’ opgeprikt. ‘Waarom niet een van ons?’, werd meer dan eens hardop geroepen. Niet altijd fijn. Terug op Limburgs grondgebied proef ik hier soms dezelfde afstand tot buitenstaanders. Die opstelling verontrust me. Kijk, door de sluiting van de mijnen eind jaren vijftig veranderde Limburg van meest welvarende opeens in een van de armste provincies. Niet leuk, natuurlijk. Het leverde velen hier een minderwaardigheidscomplex op. Maar als Limburgers niet bereid zijn de geboortegrond waar ze hun identiteit aan ontlenen te delen, dan wordt het nooit wat. Limburg moet wat dat betreft veranderen als het volwassen wil worden, het moet emanciperen, toleranter worden. Limburg moet ophouden met zeuren en met vertrouwen de toekomst inkijken. Aspecten die je zó, zonder omwegen ook in Othello kunt aanwijzen.

Vele argumenten om Othello te spelen. Wat is er straks buiten de locatie en het stuk nog meer te beleven?
Fragmenten uit Verdi’s operamuziek worden live gespeeld. Dat is verrijkend. Daardoor wordt bovendien de onderbuik van het stuk hoorbaar, zichtbaar bijna. De emotionele onderlaag die broeit onder Shakespeares fenomenale taal en poëzie, wordt perfect invoelbaar. Er ontstaat zo een nieuwe versie van dit epos vol liefde, jaloezie en angst. Let wel: geen opera. Ik ga de muziek organisch inzetten. Een voorbeeld: als Othello met zijn basstem zingend inzet en Desdemona op viool antwoordt, dan is het meteen zonneklaar dat en wat ze in elkaar zien. En live zingen ontwapent acteurs. Dat zorgt vanzelf voor een andere spanning in het stuk. Een grote productie ook, vergeet niet dat er straks twaalf spelers op het toneel staan. Met in de hoofdrollen, oneerbiedig gezegd, oudgedienden naast jong talent: Koen De Sutter en Michaël Pas zij aan zij met de pas in 2014 in Maastricht afgestudeerde Julia Akkermans. Bovendien is er de nieuwe vertaling van Jibbe Willems, die sinds kort vast aan ons huis is verbonden. En ook daarom is Othello zeker een voorstelling om echt naar uit te kijken.

Othello van Toneelgroep Maastricht is van donderdag 25 juni tot en met zaterdag 11 juli 2015 te zien in het Openluchttheater Valkenburg. Tickets en overnachtingen op openluchttheater-valkenburg.nl. Meer informatie: toneelgroepmaastricht.nl. Na de zomer volgt een tournee langs festivals en theaters.

 

Een daad in de tijd

Theater over fotografe Franc esca Woodman

Wie? Francesca Woodman. Ehh, nooit eerder van gehoord. Regisseur Arie de Mol, nu artistiek directeur van Toneelgroep De Appel, maakte als afscheid bij Toneelgroep Maastricht een opmerkelijke theatervoorstelling over haar.

Hoe kwam de dertienjarig Francesca tot haar zelfportretten, veelal ‘naakten’? Provoceerde ze doelbewust of deed ze dat in vrijwel gouden onschuld, van nature? Of uit kunstmotieven? En waarom pleegde ze toen ze 22 was, begin jaren tachtig, op ondubbelzinnige wijze zelfmoord? Was ook dat soms een onontkoombare uiting van kunst, als daad in de tijd? Lag haar dood trouwens niet met scheppen voor het oprapen, zelfs profetisch in haar werk – slechts 800 foto’s – besloten?

Het zijn vragen die dubbeldik en als het ware als dwarsliggers boven haar levensloop hangen. Net als in How to play Francesca Woodman, tegelijkertijd een voorstelling over én hommage aan de jonge fotografe.

Een kunstenares die zich geen raad wist met haar leven en haar omgeving, ondanks een onnavolgbaar talent. In haar dagboek schreef ze vertederd, verlangend over ‘mooie peperkoekpoppetjes, chocoladetruffels, perziksnoepjes en bramentaartjes’. Aan de hand van een vormen- en lichtstudie van zulke objecten ontdekte ze de mogelijkheden van de camera, slaagde ze in het maken van kunstfoto’s. Ze speelde met diafragma’s, sluitertijden en lichtval om uiteindelijk zichzelf, beurtelings duidelijk en dan weer bewust vaag, te portretteren.

Een filosofische keuze: We weten immers niet exact wíe we zijn, we zíjn dus onvermijdelijk vaag. Woodman hield daarbij erg van grijstinten. Ze fotografeerde zichzelf vaak naakt in verlaten, vervallen, stoffige, geruïneerde en gesloopte ruimtes vol afbrokkelende pleisterlagen, afbladderende verf en verbleekt, aangetast behang. Zo leverde ze een grote bijdrage aan het genre van fotografische zelfportretten. Juist omdat ze daarin – ondanks haar ontklede verschijning – haar persoonlijkheid meestal heel goed verborgen wist te houden. Haar creaties werden dan ook vaak als ‘anti-portretten’ gezien. Er zijn critici die van mening zijn dat Woodmans werk in de kern narcistisch van aard is. Woodman: “Het komt meer door het gemak, ik ben altijd beschikbaar”.

Woodmans fotoreeksen zijn op bijna organische wijze verbonden met adolescente zelf-obsessie, artistiek zelfonderzoek en zelfbehoud. Ze was tegelijk voorwerp én onderwerp. Haar portretten lieten echter niet haar ware aard zien. De ‘echte’ Woodman is eerder juist van het tegenovergestelde te betichten. Ze hield ervan zich te verkleden. Vaak lijk-achtige, mysterieuze vermommingen, allerhande poses. Haar ‘kleurloze’, dat wil zeggen zwartwit-foto’s, zogezegd: eenkleurige beelden, tonen een amalgaam aan wazige, geheimzinnige, griezelige, dramatische, ongrijpbare, intieme, gotische, speelse, uitdagende, én ronduit vreemde beelden. Ze verborg zich, in wat ronduit echte meesterwerken zijn.

“Mijn foto’s zijn afhankelijk van een zekere gemoedstoestand, waardoor dingen eigenaardig overkomen… Ik weet dat dit zo is en heb er lang over nagedacht. Op de één of andere manier voelde ik me hier heel erg goed door.” Memorabele woorden van een eigenzinnige, introverte Woodman, afkomstig uit gepubliceerde dagboekfragmenten. In 2010 zond de NPS-tv in het kunstprogramma Close Up een documentaire uit over de Amerikaanse fotografe.

Theater
In de theatervoorstelling speelt de camera een hoofdrol, natuurlijk. Francesca wordt invoelend verbeeld door vier actrices. Energiek spelend en bij toerbeurt onbegrepen, wulps of uitdagend de lens in starend. De vragen, twijfels en verlangens van de jonge Francesca worden ook in beeld gevangen door foto-afdrukken. En aan de hand van van muziekfragmenten en door in sneltempo afgevuurde, gepassioneerd gebrachte monologenreeksen wordt Francesca’s bipolaire aard blootgelegd. Het zijn echter niet Francesca’s woorden die we horen, maar die van Dichter des Vaderlands Anne Vegter en toneelschrijver Erik-Ward Geerlings die samen een nieuwe toneeltekst maakten voor Toneelgroep Maastricht. Al had ikzelf graag nóg wat meer poezie in de beeldtaal en de tekst van het stuk teruggezien en -gehoord.

How to play Francesca Woodman door Toneelgroep Maastricht is op zaterdag 18 april te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie: toneelgroepmaastricht.nl en theateraanhetspui.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 346 52 72.

Moordverhaal in ’n hoerenkast

Tg Maastricht speelt Dostojevski’s De Broers Karamazov

In De gebroeders Karamazov zet Dostojevski zijn moordverhaal op scherp met briljante maatschappelijke, theologische en psychologische beschouwingen. Toneelgroep Maastricht maakt er een gelaagde en doorwrochte ‘whodunnit’ van.

Wie Dostojevski een groot schrijver vindt, mag dan niet veel van literatuur hebben begrepen, maar wie Dostojevski geen groot schrijver vindt, heeft niet veel van het leven begrepen. Aldus NRC-columnist, vertaler en essayist Bas Heijne. Dostojevski, dat is Goede tijden, slechte tijden voor eggheads. Tja, highbrow of niet, met De gebroeders Karamazov schreef hij een roman die steevast en wereldwijd tot de beste boeken aller tijden wordt gerekend.

Het vuistdikke, duizend pagina’s tellende en dikbedrukte meesterwerk vertelt op weergaloze wijze het klassieke verhaal van een vadermoord. Eén van zijn eigen vier zonen heeft de daad op vader Fjodor Karamazov op zijn geweten, maar wie? Allen hebben zo hun eigen motief. De dynamiek in het wurgende, idiote, pijnlijk meeslepende verhaal komt in het boek op gang op het moment dat vader Fjodor met zijn oudste zoon Dmitri een bittere strijd uitvecht om femme fatale Groesjenka. In de toneelvoorstelling die regisseur Arie de Mol voor ‘zijn’Toneelgroep Maastricht maakte is dat het moment waarop zijn oudste zoon besluit een hoerenkast te beginnen en daarmee tot een concurrent van zijn vader wordt. Hij zoekt de strijdbijl omdat tussen de twee een onopgehelderde erfeniskwestie speelt die over de rug (nou ja) van seksarbeidster Groesjenka wordt uitgevochten. U merkt het: Toneelgroep Maastricht heeft aardig de bijl gezet in de roman. Dat kan ook niet anders als je al de plotlijnen en uitweidingen van Dostojevski terug moet zien te brengen tot drie uur vlammend toneel.

De Mol: “We hebben bekeken waar het verhaal in onze huidige tijd past. Daarvoor halen we het uit zijn Russische context. Waar de roman zich afspeelt op een groot landgoed is dat bij ons de erotische nachtclub van vader Karamazov, die rijk is geworden met louche zaakjes”. Een ingrijpende vondst. “Nu verwacht je niet snel een felgekleurd bordeel als je aan de ‘hoogdravende’ Dostojevski denkt, maar ik vind het passend: uiteindelijk zijn zijn boeken heel aards. In Nederland kennen we geen dubieuze landheren meer, maar nog steeds zijn er mensen die op slinkse wijze hun zakken vullen. We zijn daarom op zoek gegaan naar een omgeving die het publiek van nu herkent maar waar het drama van Dostojevski’s personages intact blijft. Ik ben ervan overtuigd dat hierdoor de zeggingskracht van de schrijver in deze tijd tot leven komt. Het mooie aan hem is dat hij geen oordeel velt, over niemand. Een ideale observator.”

De gebroeders Karamazov is in de kern vooral een roman over eenzaamheid – van de verlaten mens. En een constructie die zich openlijk tegen de principes van de Verlichting keerde. De voorstelling van Toneelgroep Maastricht is gelukkig niet alleen een ‘whodunnit’, maar ook een stuk waarin heel wat levenswijsheden die Dostojevski over het program des levens ophoest, behouden zijn gebleven. ‘Alles op de wereld is een raadsel’, dat is er zo een, uit de mond van Mitja, Fjodors oudste zoon. “Bij Dostojevski zoeken de personages naar vervulling, van hun dromen, maar zijn gedoemd te mislukken. Dat geldt ook voor ons, personages uit het ‘echte’ leven. Een erg bruikbaar gegeven voor een regisseur.”

Het is niet voor het eerst dat De Mol theater maakt naar Dostojevski. Eerder maakte hij een bewerking van Misdaad en Straf en twee jaar geleden regisseerde hij De bezetenen. En nu dus De broers Karamazov. “Het oeuvre van Dostojevski sluit aan bij mijn mensbeeld. Hij beschrijft nauwgezet de Russische samenleving in het midden in de 19de eeuw die langzaam aan het doordraaien is. De westerse beschaving anno nu vertoont ook hysterische trekken, met een obsessie voor het materialisme. Er heerst een grote hang naar liederlijkheid, die vaak ten koste gaat van anderen.” Opeens ben ik benieuwd naar de gevolgen van dit wereldbeeld voor Toneelgroep De Appel, waar De Mol per januari 2015 als opvolger van Aus Greidanus aantreedt als artistiek leider.

De broers Karamazov van Toneelgroep Maastricht is te zien op dinsdag 11 november 2014 in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: toneelgroepmaastricht.nl en ks.nl. Telefonisch kaarten reserveren: 0900-3456789.