Exploderende bloedbanden

Toneelhuis / Toneelgroep Amsterdam spelen Vergeef ons

In de roman Vergeef ons van A.M. Homes valt rond Thanksgiving het leven van twee broers in duigen. Nu ook op toneel. Regisseur Guy Cassiers zoekt naar mededogen.

Van je familie moet je het hebben – maar wat als je je enige en oudere broer van jongsaf hartgrondig haat?

Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze. Met die beroemde zin opent de Russische schrijver Tolstoi zijn roman ‘Anna Karenina’. Hoe overleef ik mijn familie?, vroeg John Cleese zich eens in een boek af. Een bestseller. Vier op tien Nederlanders hebben het regelmatig gehad met broer- of zuslief, en betreuren het dat ze hun naasten niet voor het uitkiezen hebben. Broers zijn directe concurrenten in alles. Familieruzies zijn eeuwenoud: al in het eerste mensengezin uit de bijbel loopt een ruzie tussen broers gruwelijk uit de hand. Denk Kaîn en Abel, Isaac en Ismaël.

Wat hem in dit kringgesprek heeft gebracht? Harry: ‘Ik ben ontslagen en heb de vrouw van mijn broer geneukt. Toen George thuiskwam heeft hij haar doodgeslagen. Ik woon nu in het huis van mijn broer omdat ie in de bak zit.’

In Vergeef ons probeert een Amerikaanse man van middelbare leeftijd te achterhalen wat zich in het verleden heeft voorgedaan in hun familie – opdat de psychiater in staat wordt gesteld zijn broer beter te helpen. Homes’ verhaal draait om de levens van Harry Silver, een New-Yorkse hoogleraar in geschiedenis met een Nixon-obsessie; en zijn broer George, een rijke tv-bons, getrouwd met Jane, vader van Nate en Ashley.

Familiedrama op toneel. Lars Norén (1944) wás koning van het genre, maar volgens Guy Cassiers, gelauwerd regisseur door heel Europa, steekt de Amerikaanse romancière A. M. Homes (1961), winnaar van de UK Women’s Prize for Fiction 2013, hem aardig naar de kroon. In haar boeken zijn verstoorde familierelaties en de hunkering naar waarlijk contact terugkerende thema’s.

‘We chatten online en worden online ‘Vrienden’ van elkaar, vaak zonder te weten met wie we eigenlijk praten. We neuken met vreemden, zien zo ongeveer alles voor een relatie, voor een band aan. En toch staan we machteloos als we bij onze familie en tussen buurtgenoten zijn.’ Homes is niet alleen hard voor het traditionele gezin, maar ook voor een reeks maatschappelijke instellingen, van politie en ziekenhuizen tot psychiatrie, scholen en de advocatuur. In plaats van opvang en hulp zorgen deze plekken in haar roman voor ongemak en vervreemding. Homes in een toelichting op haar werk: ‘Ik laat personages net niet verzuipen.’

In een coproductie voor Toneelhuis Antwerpen en Toneelgroep Amsterdam heeft Guy Cassiers haar vuistdikke roman May we be forgiven bewerkt tot twee en een half uur toneel met razend veel personages, een snelle opeenvolging van korte hoofdstukken en spitse, directe en brutale dialogen. Bijna als een soap.

“Een rollercoaster,”stelt Cassiers, aan de telefoon vanuit Brussel, waar hij zich op een productie aan het voorbereiden is. “Verscholen frustraties in een vulkaan van emoties en een je-niet-thuis-voelen in de gegeven situatie. En toch is er ook veel humor te ontdekken, want Homes beoogt mededogen. Ze stoffeert haar verhaal daarom met ironische voorvallen. In haar pleidooi voor gemeenschappelijkheid dat Vergeef ons ook is, roept ze zo in feite op tot het aannemen van een groter aandeel in ons leven ten gunste van empathie.”

Uiteindelijk vindt Harry – hier gespeeld door Eelco Smits, die daarvoor is genomineerd voor een Louis d’Or – zich terug als hoofd van een gezin, een nieuw familieverband waarin de jonge kinderen van zijn broer spontaan en feitelijk onwetend van zichzelf de rol van talisman vertolken. Cassiers: “Homes wil op die manier de karakterzwakte die de mens eigen is, een rechtvaardige plek in het bestaan teruggeven, een bestaan dat minder egocentrisch is. Homes creëert een tegenstelling door de roman te situeren tegen de achtergrond van een grootstad, vandaag de dag ‘melting pots’ waar affectie en naastensteun niet meer vanzelfsprekend zijn. De stadsmens verkeert in een identiteitscrisis”.

De soap à la Cassiers speelt zich niet af in een privé­ruimte of een huiskamer met in- en uitlopende personages, maar een open ruimte waar grote televisieschermen domineren, een lichtshow die overdondert en een prominent geluidsdecor. Een decor dat daardoor aandoet als een Amerikaanse basketbalwedstrijd maar net zo goed aan een opnamestudio of een live concert.

Geprojecteerde beelden tonen een cleane en kille wereld van overvloed en consumptie, die aandoen als clichés. Cassiers’ enscenering geeft zo de spanning weer tussen het intieme familieverhaal en een door beeld en geluid gedomineerde wereld. Dat verschaft hem de mogelijkheid op de toneelset een soap te construeren.

Cassiers: “Er zijn 100 scènes, dat versterkt het filmisch karakter van de voorstelling. Ook het boek is opgeknipt in vele hoofdstukjes.”

Is Vergeef ons daarmee een zedenschets over het failliet van de familie als hoeksteen van de samenleving? Cassiers: “We moeten samen op zoek naar andere verbanden dan genetisch bepaalde. Dat kan voor iedereen louterend werken.”

Zaterdag 9 juni 2018, Koninklijke Schouwburg. Met o.a. Eelco Smits, Chris Nietvelt, Jip van den Dool, Katelijne Damen en Steven Van Watermeulen. Meer informatie: hnt.nl en toneelhuis.be. Telefonisch tickets reserveren: 088 356 53 56.

Advertentie

Functionaris van de dood

Aus Greidanus jr. als SS’er in ‘De Welwillenden’

In zijn roman De Welwillenden laat Jonathan Littell ons inzien dat het Derde Rijk niet buitenmatig bevolkt was met monsters of perverten, maar met gewone burgers die zich door het nationaalsocialisme collectief tot totale waanzin lieten opschuiven. Model staat SS-officier Max Aue die zich opstelt als een bureaucraat in hart en nieren.

“Ik speel onder meer Paul Blöbel, SS-Standartenführer. Hij is verantwoordelijk voor 59.018 standrechtelijke executies, onder meer in Oekraïne. In die rol ben ik de verpersoonlijking van de machinatie die ‘vernietiging’ heet. Maar in de duizend pagina’s tellende, bekroonde roman De Welwillenden uit 2006 van de Joodse Frans-Amerikaanse schrijver komen naast mijn personage vele nazi-misdadigers voor. Zeker, ik gruw van de minutieus beschreven daden toen ik het boek las; ik was werkelijk gegrepen. Principiële bezwaren? Niet echt, er zijn zoveel rollen en teksten die van gruwelijkheden aaneenhangen. Waar het om gaat is dat je als acteur in staat moet zijn om karaktertrekken, in dit geval vooral rechtlijnigheid, over te kunnen brengen. En dat is hier het ‘befehl ist befehl’”.

“Het boek en deze toneelbewerking van Toneelgroep Amsterdam en Toneelhuis draaien voornamelijk om Max Aue, bij ons gespeeld door Hans Kesting. Deze belezen SS-officier, een afgestudeerd jurist, is heimelijk homoseksueel en zou het liefst een vrouw zijn. Niettemin schopt hij het tot Obersturmbannführer. Hij komt zelfs direct in contact met Himmler”.

“Met zijn roman heeft Littel uit willen leggen dat indirect ‘iedereen’ medeplichtig is aan het systeem van door nazi’s gepleegde misdaden. Dat was bij verschijning in 2006 juist het schokkende: het perspectief van de dader. In zijn voorwoord zegt Littel: ‘Er zijn schuldigen die slachtoffers zijn, slachtoffers die ook schuld dragen – en beulen die geen enkel schuldgevoel kennen. In ieder mens steekt daardoor in de dop een moordenaar”.

“Gealarmeerd door het groeiende antisemitisme in Duitsland en een gestaag groter wordende stroom Joodse vluchtelingen, riep de Amerikaanse president Roosevelt in 1938 een conferentie samen. Geen enkel land bleek bereid op vrijwillige basis meer Joodse vluchtelingen op te nemen, de quota te verhogen. De meeste landen lieten doorschemeren dat ze geen vluchtelingen konden opnemen vanwege de grote depressie, waarvan ze nog herstellende waren. Dat gegeven raakt aan deze voorstelling”.

De Welwillenden wordt een groots opgezette voorstelling, gestileerd en op zijn ‘Cassiers’ gebracht, maar zonder directe realistische verwijzingen. We gaan we niet spelen in nazi-pakken en we tonen geen swastika’s. En door de omringende aanwezigheid van acteurs als onder meer Kesting, Abke Haring, Johan Van Assche en Katelijne Damen kan ik niet anders dan me zeer gelukkig prijzen. Dat wordt ‘vuurwerk’”.

Toneelgroep Amsterdam/Toneelhuis: De Welwillenden. Regie: Guy Cassiers. Meer informatie: tga.nl. Première: 10 maart 2016, Bourla, Antwerpen. Daarna tournee door Nederland en België.

 

Iedereen draagt maskers

Toneelhuis speelt Camus’ ‘Caligula’

Wat is macht? Hoe werkt macht? Regisseur Guy Cassiers bouwt aan een reeks rond machthebbers. Eerder maakte hij voorstellingen rond Hitler, Lenin en Hirohito. Nu valt de eer te beurt aan potentaat Caligula. “Een omgekeerde Don Quichot”.

Het leven is passen en meten. Zoveel is eens te meer duidelijk na ‘Parijs’ en ‘Brussel’. Regisseur Cassiers van het Antwerpse theatergezelschap Toneelhuis, ziet zekere parallellen met Caligula, het toneelstuk dat Albert Camus net voor de Tweede Wereldoorlog schreef. “Caligula, de tirannieke Romeinse keizer, wilde de maatschappij van binnenuit onderuit halen. Vanuit zijn eigen particuliere pijn en frustraties ontzegde hij mensen willens en wetens geloof in de toekomst. En aangezien hij de macht had om die opvatting aan iedereen op te leggen, ontaardde dat gaandeweg in regelrecht nihilisme”.

Na de dood van Drusilla, zijn geliefde zus alsook zijn minnares, komt Caligula tot het inzicht dat hij zijn onderdanen duidelijk moet maken dat de mens domweg gedoemd is niet en nooit gelukkig te zijn, niet gelukkig kán zijn. Nu hij inziet dat hij de orde der dingen niet in de hand heeft, niet kán beheersen, vereenzelvigt hij zich met het noodlot. Het leven (‘Leven is het tegengestelde van liefhebben’) is volgens hem slechts leefbaar als de mens zijn wensen en idealen níet tot het uiterste doordrijft: ‘Geef mij de maan!’ Maar zo te leven is onverdraaglijk. Dat zijn onderdanen zich die levensleugen laten welgevallen, acht hij onbestaanbaar. Daarom eist hij van ze dat zij ‘in waarheid’ leven. Met zijn onderdanen spelenderwijs als doelwit en kind van de rekening. Het is tegenspeler Cherea als de enige die durft de logica van Caligula te weigeren, en kiest actief voor het leven. De laatste drie van zijn 29 levensjaren voerde Caligula aldus een ongekend schrikbewind, dat uitloopt in de moord, op hem, door verontruste patriciërs.

Camus, vooral bekend als auteur van novelles en filosofische essays (L’Étranger, La Chute, La Peste), was ook vertaler en filmmaker. Te vaak wordt vergeten dat hij daarnaast theaterbewerkingen en theaterwerken heeft geschreven. In de toneeltekst Caligula werpt Camus diepgaande vragen op over de zin van het leven en de absurditeit die ervan uitgaat.

Een omgekeerde Don Quichot. Aldus typeert regisseur Guy Cassiers de Romeinse keizer. “Allebei hebben ze waanbeelden nodig om tot prestaties te komen. Maar waar Don Quichot probeert mensen te redden, sleept Caligula ze in de val van zijn onwaarheid mee. Eigenlijk legt hij moedwillig een bom onder de gelegitimeerde wens om idealen na te streven”. Ook ziet Cassiers overeenkomsten met de figuur van Shakespeares Hamlet, naamgever van het stuk dat hij eerder zelf regisseerde. “Ook Hamlet handelt in diepste wezen vanuit inbeelding, uit waan”.

Camus, die zich voor zijn stuk baseerde op feiten van de Romeinse geschiedschrijver Suetonius, doet daar met Caligula volgens Cassiers een schepje bovenop. “Door als toneelschrijver indirect een spel met de toeschouwers te spelen zet hij mensen een spiegel voor. De boodschap die van Caligula is dan: ‘Iedereen draagt maskers’. Caligula streed tegen welke vorm van schijnheiligheid dan ook. Maar daardoor schuilt er juist ook een zekere sympathie in Caligula, die van dromer en romanticus, want wie wil nou toch de maan bezitten, de máán! Maar die invoelbare sympathie voor een wrede tiran, dát is dus het knappe van de tekst die Camus schreef. Want uitgerekend dat element maakt het dat Caligula zo gevaarlijk. Het is ook de absurditeit van een individu tegenover een wereld die zwijgt, een wereld die zichzelf op die manier juist probeert te beschermen”.

Machthebbers
Guy Cassiers is een van de meest gevraagde Europese theatermakers van dit moment. Hij maakte regies en bewerkingen van literaire klassiekers, onder meer rond Proust en Musil (De man zonder eigenschappen). Vorig jaar verbaasde hij met Hamlet vs Hamlet, waarin Abke Haring als vrouw de titelrol vervulde. Bij Toneelhuis bouwt Cassiers als artistiek directeur aan een reeks voorstellingen over macht en machthebbers: tussen 2006 en 2008 concentreerde hij zich in zijn ‘Triptiek van de macht’ (Mefisto for ever, Wolfskers – een voorstelling rond Hitler, Lenin en Hirohito – en Atropa. De wraak van de vrede) op de complexe relaties tussen kunst, politiek en macht. “In Rotterdam, bij het Ro Theater, heb ik mijn theatertaal kunnen ontwikkelen, maar daar maakte ik geen voorstellingen die ontstonden vanuit een politieke noodzaak. De moord op Pim Fortuijn heeft indertijd mijn ogen geopend voor de actualiteit, voor de politieke realiteit. Toen ik in Antwerpen ging werken, een stad waar het Vlaams Belang, een belangrijk stempel draagt op het reilen en zeilen, zag ik meer en meer in dat kunstenaars vragen moeten stellen, dat zij moeten durven de tijd stil te zetten”.

Ondertussen wordt er in al het politieke tumult van Cassiers en de wereld om hem heen in Antwerpen ook nog ‘gewoon’ toneelgespeeld. “Jazeker”, lacht Cassiers. “Ik ben voor dit stuk juist voorzichtig geweest met het ‘omringend kader’. Deze keer geen live camerabeelden, geen videobeamers. Caligula is in de kern een well-made play en daarom wil ik dicht bij de tekst blijven, zodat ik de nuances en de lagen van het stuk zo helder mogelijk kan tonen”. Explosieve nuances.

Toneelhuis speelt Caligula op dinsdag 1 december in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie op toneelhuis.be en ks.nl. Telefonisch tickets reserveren/kopen: 0900-3456789.

 

‘Er zijn of nie, er is geen vraag dan die’

Tom Lanoye bewerkt ‘Hamlet’

Ophelia, Gertrud, Horatio, Rozenkrantz en Goldenstern: het rijtje beroemde personages uit Shakespeares Hamlet is lang. Tom Lanoye maakte voor Toneelhuis Antwerpen & Toneelgroep Amsterdam een fonkelnieuwe vertaling van het stuk der stukken. “Hamlet markeert het begin van de moderne mens”.

‘Er zijn of nie, er is geen vraag dan die’. De handtekening van Tom Lanoye is onmiskenbaar, zelfs en alleen in deze ene beroemde versregel uit Hamlet. En altijd raak. De woordkunstenaar heeft zo’n zeventien jaar na zijn revolutionaire en geprezen ‘Neder-Engelse’ bewerking uit 1997 van Ten oorlog – Shakespeares cyclus van acht historische koningsdrama’s The Wars of Roses, destijds in een regie van Luk Perceval gespeeld bij het Ro Theater – voor het eerst opnieuw zijn tanden gezet in een meesterwerk van de grootste toneelschrijver aller tijden. Deze keer is het de oertekst van de wraaktragedie Hamlet die aan de gloeiende taal van Lanoye moest geloven. Ten oorlog: Zelden werd een theatervoorstelling meer geprezen. Het liep werkelijk storm in de schouwburgen, de tekstuitgave haalde de Boekentoptien en de elf uur in beslag nemende marathonvoorstelling won tal van prijzen. ‘De motor van Ten oorlog is taal,’ schreef Vrij Nederland, ‘Lanoye preludeert op Shakespeares teksten zoals een meesterpianist op composities van grote componisten.’

De vader van Hamlet, koning van Denemarken, is vermoord door zijn broer Claudius. Deze eist daarna de troon op. Bovendien trouwt hij met de weduwe van zijn eigen broer en wordt daardoor de stiefvader van Hamlet. De geest van Hamlets vader die ‘s nachts rond het kasteel waart vertelt de jongeman Hamlet op een nacht dat hij werd vermoord en hoe dit gebeurde. Prins Hamlet weet niet wat te doen. Wraak nemen op Claudius, zijn oom?

Twijfelaar
Hamlet
wordt algemeen gezien als Shakespeares grootste werk. “Het kroonjuweel”, aldus Tom Lanoye. “Waarom dat zo is?” vraagt hij zich retorisch af. “Wel, allereerst is het een stuk dat gaat over acteren. En dan: We zien voor het eerst een glimp van de moderne mens op het podium . In dit stuk schotelt Shakespeare ons, in de beginjaren van de renaissancistische zeventiende eeuw dus, voor het eerst in de toneelgeschiedenis een held van vlees en bloed voor. Dat wil zeggen: een mens, een man die openlijk durft te twijfelen, die je als het ware in zijn overpeinzingen ziet struikelen. Shakespeare doorbreekt het traditionele verwachtingspatroon door een ‘held’ op te voeren die in de knoop zit met zichzelf, zodanig verlamd dat hij geen actie onderneemt. Ook na 400 jaar kan vrijwel iedereen wel iets van zichzelf herkennen in de mens die Hamlet is. Het is een klassiek wraakstuk, gemengd met nieuwe inhoud. Zoals de genrefilms van Quentin Tarantino dat eigenlijk ook doen.”

In deze coproductie van Toneelhuis Antwerpen en Toneelgroep Amsterdam die inmiddels is genomineerd voor het Nederlands Theaterfestival, speelt de Nederlandse actrice Abke Haring de rol van Hamlet. In Bloed & rozen. Het lied van Jeanne en Gilles trokken Lanoye en Cassiers al eens zij aan zijn op met de vaste Toneelhuis-actrice. “Zij móest en zou de rol van Hamlet doen, zo vonden regisseur Guy Cassiers en ik al bij de allereerste besprekingen. Ze is een formidabele actrice, om haar dictie, haar timbre. Maar ook de perfecte belichaming van een jong volwassene die zoekende is, die zuiverheid versus onzuiverheid invoelbaar kan maken. En doordat ze een vrouw is krijgt alles wat ze zegt en doet ogenblikkelijk een dubbele, allez, driedubbele lading, zeker als het gaat om de vrouwonvriendelijke scènes. Ik heb de bewerking geschreven met Abke voor ogen. Haar androgyne uiterlijk vormt daarbij een extra laag.”

Sarah Bernardt
“De vermeende vondst om de rol van Hamlet door een vrouw te laten spelen bleek echter veel minder revolutionair dan gedacht. “Vooraf leek het inderdaad een noviteit, maar studie heeft uitgewezen dat juist Hamlet vaker door vrouwen dan mannen is gespeeld, onder meer door Française Sarah Bernardt (1844-1923), de beroemdste actrice van haar generatie”. Dat gegeven is extra interessant omdat in Shakespeares tijd vrouwen niet op het podium mochten verschijnen en vrouwenrollen derhalve door mannen werden gespeeld, en, zoals wordt beweerd, ook wel door Shakespeare zelf. Naast Haring zijn in Hamlet overigens ook steracteurs als Katelijne Damen, Johan Van Assche, Marc Van Eeghem, Chris Nietvelt, Gaite Jansen, Eelco Smits en Roeland Fernhout te zien.

Het is de vierde keer dat Lanoye en Cassiers samenwerken. Ze zetten eerder hun tanden in Mefisto for ever, Atropa-de wraak van de vrede, naast het genoemde Bloed & rozen. Het lied van Jeanne en Gilles. Voordat Lanoye zich aan een bewerking zet onderneemt hij een gedegen ‘sporenonderzoek’. Zeker in dit geval. “Het is een stuk dat met veel historie is omgeven, dat terugvoert tot in IJslandse Edda-verhalen. Waarvan evenveel interpretaties als lezers bestaan, en waarvan een boekenplank aan vertalingen, analyses en commentaren, met soms machtige stukken over het verband tussen de werelden van kwantumfysica, Zen en de figuur van Hamlet, beschikbaar is. Maar ook in Penguin-uitgaven tref je vaak gedegen analyses aan, net als in de vertalingen van Willy Courteaux. Enfin, ik maak een selectie uit die teksten en lees ook enkele vertalingen. Daarna maak ik een gedetailleerd inhoudelijk plan de campagne voor het stuk en leg dat de regisseur en de dramaturg – hier Erwin Jans – voor. Gezamenlijk werken we het concept verder uit. Pas daarna buig ik me over het pure schrijven. Al met al een lange weg, die in dit geval wel twee jaar in beslag heeft genomen”.

De in deeltijd in Zuid-Afrika wonende schrijver van het Boekenweekgeschenk 2013, veelvuldig onderscheiden schrijver, onder meer met de Constant Huygensprijs, en maker van onemanshows op basis van eigen werk zoals Sprakeloos en Woest, acht de invloed van het aan het Nederlands verwante Afrikaans in zijn vertaling van Hamlet niet erg groot. “Het is fijn af en toe frisse lucht te hebben, weg te zijn, afstand te kunnen nemen. Maar als je spreekt over de invloed van het Afrikaans op het taalgebruik in Hamlet, dan valt dat reuze mee. In Ten oorlog is die invloed veel evidenter aanwijsbaar”.

Hamlet door Toneelhuis Antwerpen en Toneelgroep Amsterdam. Te zien in de Koninklijke Schouwburg op woensdag 21 mei 2014. Meer informatie op www.tga.nl en www.ks.nl. Telefonisch kaarten reserveren: 0900-3456789.

Het duistere hart van de Congo

Josse De Pauw speelt Joseph Conrads Heart of Darkness

Heart of Darkness stond model voor de oorlogsfilmklassieker Apocalypse Now. Josse De Pauw bewerkte Joseph Conrads boek en neemt zelf alle rollen op zich.

Liefst vijf verschillende stukken, waaronder twee ‘alleenspraken’, heeft hij momenteel op z’n repertoire en hij speelt ze ook nog eens kriskras door elkaar, in binnen- én buitenland. “Gekkenwerk”, noemt de Vlaamse acteur Josse De Pauw het. “Een beetje rock ‘n roll is het wel. En ik was er vooraf ook echt wel een beetje beduusd voor, maar het valt uiteindelijk toch allemaal wel mee”. De Pauw, een van de grote meneren in het Nederlandstalige gebied en meermalen gelauwerd, is ook schrijver en filmmaker, staat zo’n vijfendertig jaar op de planken. En noblesse oblige. Hij speelt onder meer bij Toneelhuis Antwerpen de monoloog Duister Hart, geregisseeerd door Guy Cassiers, naar een van de standaardwerken uit de wereldliteratuur, Heart of Darkness, van Joseph Conrad. Het is het gedeeltelijk autobiografische verhaal van een moeizame tocht stroomopwaarts over de Kongo-Vrijstaat, naar de nog niet in kaart gebrachte ‘donkere’ binnenlanden van Afrika ten tijde van het imperialisme. De reis naar de donkere binnenlanden van Afrika is ook een reis naar de donkerste binnenkant van de menselijke geest. Conrad laat zwerver en zeemaat Charlie Marlow verhalen over de avond dat zijn schip voor anker lag in de monding van de Theems, wachtend op het keren van het tij. Marlow vertelt dat hij ooit als stoombootkapitein van een Brusselse handelsonderneming een reis ondernam naar Afrika en aldaar het langdurige en zinloze wachten op dingen die niet kwamen beu werd, maar ook over de verspilling van moeite, mensen en materialen — alleen voor het bemachtigen van een hoeveelheid ivoor. Marlow hoort verhalen over een zekere Kurtz, die meer ivoor binnenbrengt dan alle andere agenten bij elkaar. Maar Kurtz’ methoden schijnen niet te deugen. Ook is er al maanden niets meer van hem vernomen. Marlows opdracht is deze Kurtz te zoeken. Als deze eindelijk bereikt wordt, blijkt hij van god los: alle wetten, alle normen, alle beschaving heeft hij overboord gezet. Het enige wat voor hem nog telt is zijn eigen zin, zijn eigen wil. Aan de hand van Marlows avonturen laat Conrad zien dat de zogenaamde menselijke beschaving erg kwetsbaar is. Marlows tocht door het klamme oerwoud is een opeenvolging van ontmoetingen waarin hij veel aspecten van zichzelf en zijn ‘dusiter hart’ meent te herkennen. “Volgens de auteur”, zegt De Pauw, “is elk mens in staat te veranderen in een monster als er geen enkele remming en controle is. Het was een boek waar ik vroeger als een blok voor viel, want het gaat over het gevaarlijke leven op zee en over exotische plaatsen. En ik houd erg van taalbouwsels, Conrad is een echte stilist, en de tegenstelling tussen mooie taal en gewetenloos gedrag is interessant”.

In de voorstelling speelt De Pauw alle personages, die ook naast hem, als videoprojectie, verschijnen. De rol van Kurtz is voor hem de krent in de pap: “Kurtz is intrigerende omdat hij tegen de wildernis op  knalt. De tegenstelling in hem die reikt van een Verlichte beschaafdheid en westerse arrogantie aan de ene kant, tegen een immens moreel verval tot barbaarse praktijken aan de andere kant, is monsterlijk”.

Voor veel Belgen is de relatie met wat ooit privébezit was van Koning Leopold II (1835-1909) vaak nog precair en groeit nog altijd geregeld uit tot een heet politiek hangijzer. De 23 jaar onder zijn bewind werden gekenmerkt door volkerenmoord, slavernij, ontvoeringen, martelingen, verkrachtingen en onthoofdingen. “Van koningswege is er nooit enige toelichting gegeven. Gelukkig is er sinds het verschijnen van David Van Reybroecks boek Congo opnieuw veel aandacht voor wat er destijds is gebeurd”.

Duister Hart door Toneelhuis is op zaterdag 5 mei te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie op www.ks.nl en www.toneelhuis.be. Telefonisch kaarten reserveren: 0900-3456789.

‘Een ode aan de taal’

De avonturen van V. Swchwrm op toneel

‘Dit is mijn eerste boek. Ik hoop dat het een diepe indruk zal achterlaten. Anders heb ik het voor niets geschreven,’ schrijft Viktor Swchwrm. Viktor Swchwrm wil schrijver worden, koste wat het kost. ‘Ik dacht, als ik elke dag één bladzijde schrijf, dan schrijf ik elk jaar een boek van 365 bladzijden, en in een schrikkeljaar één van 366 bladzijden. Dat leek me genoeg voor een schrijver’. Maar dat is verre van eenvoudig en lange tijd blijft hij steken op twee bijna onnozele beginzinnetjes: ‘Het begon te sneeuwen. De wereld…’ Hij wil de moed opgeven, maar breekt niet. ‘Ik wil mooie boeken schrijven, mooie en belangrijke boeken. Mensen die mijn boeken lezen moeten er vrolijk van worden en ophouden met oorlog voeren of misdaden beramen. En als het mogelijk was moeten zieken er beter van worden’.

Viktor Swchwrm is een personage van Toon Tellegen, de veelgelauwerde Nederlandse schrijver die de avonturen van de jongeling opschreef. ‘Sommige heb ik echt beleefd, andere heb ik verzonnen’, laat hij hem meedelen. Maar voordat Viktor schrijver kan zijn moet hij eerst de wereld ontdekken. En die is groot en vol aangename en onaangename momenten. Zijn opa sterft. Hij redt de koningin. Hij wordt verliefd… Kortom: hij groeit op. Maar dan kan niets hem nog tegenhouden, zelfs de overheid niet. Hij is een schrijver.

Het boek staat centraal in de humoristische voorstelling SWCHWRM vanToneelhuis, de Antwerpse theatergroep  rond Guy Cassiers. “In zijn regie is het een verhaal van ‘the artist as a young kid’, van een jongen die de wereld met verwondering en verbeelding tegemoet treedt,”zegt Fien Maris, een van de actrices in het stuk. “De voorstelling wordt steeds tweetalig gespeeld: in het Nederlands en in een tweede taal. In Den Haag is dat het Marokkaans. Daardoor ontstaat een soort van taalspelletje dat de vloeibaarheid en de muzikaliteit van taal benadrukt. Een voorbeeld. Als ik zeg: ‘Dit avontuur heb ik verzonnen’ wordt er in vloeiend Marokkaans doorgegaan met ‘en heel vaak beleefd.’ Zo is SWCHWRM een ode aan het schrijven en aan de verbeelding, maar ook aan de rijkdom en de muziek van talen”. Ze vindt het bovendien een spannende voorstelling. “Doordat er nauwelijks sprake is van een decor en er ook geen attributen worden gebruikt, kunnen we aantonen dat er niet veel nodig is om de verbeelding aan het werk te zetten. Het grappige is ook dat kinderen én volwassenen volop genieten van dit stuk. Alleen een leeftijdsgroep vindt het vaak maar niks: kinderen tussen 12 en 18. Maar die zijn volgens mij sowieso moeilijk aan te spreken.”

Maris heeft het door Marc Terstroet geïllustreerde boekwerkje van Tellegen uiteraard van a tot z gelezen. “We laten in de voorstelling vrijwel alle hoofdstukken de revue passeren. Ik houd van zijn boeken, van de poëzie en de kinderlijke verbeelding die eruit spreken , en die op mij een hilarische uitwerking hebben. Bij de repetities kregen we van Tellegen trouwens ter aanmoediging zijn boek Het vertrek van de mier, ook zo’n uiterst aandoenlijk en prachtig verhaal.”

SWCHRWRM door Toneelhuis is te zien in Theater aan het Spui op vrijdag 24 februari. Meer informatie op www.theateraanhetspui.nl of www.toneelhuis.be. Telefonisch toegangskaarten reserveren op (070) 346 52 72.

Mannen zonder eigenschappen

Musils meesterwerk op toneel

Er zijn van die bijkans heiligverklaarde meesterwerken uit de wereldliteratuur waar je maar niet aan toekomt. Cervantes Don Quichot, Goethe’s Faust, Joyce’s Ulysses, Dantes Goddelijke Komedie of Boccaccio’s Decamerone – om voor de vuist weg wat voorbeelden te noemen. Te dik, geen tijd, te virtuoos, te moeilijk misschien wel. Gelukkig zijn er toneelgroepen die zo nu en dan de monsteronderneming aandurven om die hors categorie uit de belletrie op de planken te brengen. Zoals Het Nationale Toneel, dat binnenkort Faust speelt, en het in Antwerpen gevestigde Toneelhuis van Guy Cassiers. Deze laatstgenoemde groep waagt het om Robert Musils De man zonder eigenschappen ten tonele te voeren: drie kloeke delen die bij elkaar zo’n vijftienhonderd dichtbedrukte pagina’s in kleine letters beslaan. Vaak is het werk gekenschetst als de belangrijkste roman van de twintigste eeuw. Op toneel levert het in drie opeenvolgende seizoen een drieluik op van drie verschillende voorstellingen, waarvan het eerste deel komend weekeinde in de Koninklijke Schouwburg te zien is.

Paardendiarree
In zijn onvoltooid gebleven roman, waar hij zijn hele aan is blijven schrijven en schaven, beschreef de Oostenrijkse auteur in felle, satirische kleuren en superieure taal de ontbinding van de Donaumonarchie, de ondergang van een wereld die veel lijkt op ons huidige tijdsgewricht. Citaat: ‘De grootste laagheid ontstaat tegenwoordig niet doordat men die begaat maar doordat men die laat gebeuren’, zo laat Musil een van zijn personages uitspreken. Het is 1913, Wenen. De Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, koninkrijk en keizerrijk ineen, loopt op zijn laatste benen. De hoogste Weense kringen komen bij elkaar om een memorabel feest voor te bereiden ter ere van het zeventigjarige keizerschap van Franz-Jozef in 1918, dat het glorieuze feest van de Duitse keizer moet gaan overtreffen. Ze leven in het verleden. Terwijl de straten van Wenen, haar burgerij en niet te vergeten de dieren zelf, creperen onder de vliegende tering die paardendiarree heet, knalt het langzaam maar zeker als ware het een dramatisch vuurwerk, in de richting van de Eerste Wereldoorlog. ‘Ofwel gaat ons Rijk ten onder aan parlementair gezwets, communautaire chaos en vreemde invloeden; ofwel schaart het zich achter zijn sterkste zoon en laat het zich in blind vertrouwen door hem leiden’, roept graaf Von Schattenwald in een volksrede uit, die ook zonder omwegen vandaag de dag door een Europees of nationaal parlementslid uitgesproken had kunnen zijn.

Toch is het niet de politieke ondertoon in de roman noch de voorstelling, maar eerder het fenomenale en met ironische spotternij geladen observatievermogen van Musil dat raakt, die in weergaloze, welluidende zinnen een inkijk geeft in de personages, hun standpunten en hun manipulatieve intriges – en zo hun ziel blootlegt. Het is een verhaal met de warmte van genegenheid, van de sympathie van goedbedoelende burgers en van een samenleving die angstvallig een toenemend rood gevaar tot zich ziet naderen.

Fijn acteerwerk
Als vanouds, en herkenbaar uit de tijd dat regisseur en artistiek leider Guy Cassiers het Rotterdamse Ro Theater (waar hij zich al eens waagde aan een drieluik omtrent het ‘onaanraakbare’ werk van Marcel Proust) leidde, gebruikt hij in De man zonder eigenschappen veelvuldig videobeelden. Die dienen overigens meer om een sfeerbeeld op te roepen en ter omlijsting van een voorts sober decor, dan dat ze een meerwaarde bieden. Wat vooral frappeert is het fijne acteerwerk en de bewonderenswaardige bewerking van Musils met symfonische grootsheid doorspekte werk, die tegelijkertijd Musils levenswerk doelmatig indikt als recht doet. ‘Alles wat mijn geest niet de baas kan noem ik civilisatie’, laat Musil door Diotima in de roman en ook in het stuk zeggen. ‘Ik ben er pijnlijk lang mee bezig geweest en ik heb veel gelezen, en zo ontdekte ik dat er iets in mij verloren is gegaan waarvan ik voordien nauwelijks wist dat ik het bezat: een ziel.’

De man zonder eigenschappen door Toneelhuis is op za 4 dec te zien in de Koninklijke Schouwburg. Meer informatie: www.ks.nl of T 0900-3456789.

Best of both worlds

Man, choreograaf, danser, Belg, homoseksueel, zoon van een Marokkaanse immigrant en een Vlaamse moeder, bruine haren, tatoeage. Deze opsomming in een notendop vormt het begin van een recentelijk gemaakt filmportret over en met Sidi Larbi Cherkaoui. Dat laat een wonderlijke en avontuurlijke reis zien door zijn wereldomvattende inspiratiebronnen. Die reiken, bijvoorbeeld, van koran en bijbel tot veda, van kung fu en yoga, tot tango, hiphop en tapdans, en van Afrikaanse dans tot klassiek georiënteerd spitzenwerk. En, geografisch gezien, van West-Europa (met  Antwerpen als ankerplaats) tot vrijwel het gehele Aziatische continent, maar net zo makkelijk van Noord-Afrika tot de oostkust van Noord-Amerika.

En de laatste tijd dus ook tot Amsterdam. Want Cherkaoui (letterlijk: man die uit het oosten komt) maakt voor Het Nationale Ballet een nieuw werk dat Labyrinth als voorlopige titel draagt. Het gaat in juni in première in Het Muziektheater Amsterdam en maakt deel uit van het Holland Festival 2011.

Als choreograaf wordt Cherkaoui (1976) allerwegen en al enige jaren lang bewierookt, onder meer vanwege de ongebruikelijke samenwerkingsvormen die hij bijna beurtelings aangaat met – een greep – nu eens boeddhistische shaolin-monniken (in Sutra) of verstandelijk gehandicapten, en dan weer met klassiek georiënteerde balletgezelschappen. Ontaard. Zo zou je hem, maar dan wel in de positieve betekenis van het woord, kunnen noemen. Best of both worlds. “Ik werk iedere twee a drie jaar met een balletgezelschap. Ik hou van spitzendans omdat die me in staat stelt m’n bewegingstaal verder te ontwikkelen”, trapt Cherkaoui af, gevraagd naar de reden voor zijn samenwerking met Het Nationale Ballet. “En ik ben ook zeker niet bang van elegante bewegingen. De in mijn ogen merkwaardige terughoudendheid die er sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is opgetreden ten aanzien van het gebruik van esthetiek, schud ik graag van me af. Ook omdat tegenwoordig inhoud en esthetiek mee en meer samengaan.”

De Vlaming, die samen met de Damien Jalet voor hun choreografie Babel in januari van dit jaar werd genomineerd voor de National Dance Award, een belangrijke Britse dansprijs, werkte eerder samen met grote klassieke balletgezelschappen. Hij maakte choreografieën voor Les Ballets de Monte Carlo, het Koninklijk Ballet van Denemarken en het Cullberg Ballet. De standaard gesproken bewegingstaal van het ballet fascineert hem en is een van zijn redenen om in Amsterdam aan de slag te gaan. “Ik werk vaak met freelance dansers die ieder een eigen bewegingstaal ontwikkeld hebben. De taal van het klassieke ballet is daarentegen universeel, een taal die door alle culturen heen vrijwel hetzelfde uitgesproken wordt”, licht Larbi toe. “Zo is, pakweg, een fouetté, vrijwel overal eenzelfde fouetté, wat kleine verschillen daargelaten, zoals bijvoorbeeld de Vaganova-stijl, of de typische Bournonville-stijl die in Denemarken tot perfectie is gebracht.”

Juist in dat licht is hij erg benieuwd naar de verhouding die de stijlvast klassiek getrainde dansers van Het Nationale Ballet innemen tot die alzijdige taal van het ballet. “Ik ga vast veel praten over het ’zwaartepunt’. Ik ben zoals steeds van plan te gaan werken vanuit de flow die organisch in een lichaam ontstaat. Het valt me op dat balletdansers en hedendaagse dansers op een zeer verschillende manier tot bewegingen komen. Balletdansers zijn immers gewend om  hun voeten en benen als epicentrum te zien, de plek waar hun sprongen en draaiingen geworteld zijn. Heel anders dan hiphoppers, die soms ook vanuit hun ellebogen bewegen. Zij verplaatsen hun bewegingscentrum, hun energie, voortdurend. In mijn danstaal kan het zwaartepunt door het hele lichaam reizen en daaruit volgt de beweging. Het is in hedendaagse dans dan ook niet ongebruikelijk dat dansers op hun ellebogen of knieën, of zelfs ondersteboven dansen. Iets wat je in klassiek ballet niet ziet. Ik wil de dansers van Het Nationale Ballet laten zoeken naar andere elementen waar ze zich door kunnen laten voortstuwen dan voeten en benen alleen.” Voor hem heeft dat zelfs een filosofische weerslag: “Door dingen nu en dan ondersteboven te bekijken, soms ook letterlijk, ontstaat een ander perspectief”, zegt Larbi, die geregeld ook acrobatische toeren in zijn choreografieën verwerkt.

Labyrinth
Hoewel de woorden tegenwoordig als synoniem worden beschouwd is er een verschil tussen een doolhof en een labyrint. Waar de kwintessens van het eerste is om een bepaald punt – het middelpunt of de uitgang – te zoeken, is de essentie van het tweede eerder in het bewandelen van één enkele gang die onvermijdelijk leidt naar het eindpunt. Het pad van het labyrint is in de kern spiritueel van aard. Het heeft iets primitiefs en mythologisch, is omgeven met mystiek, en komt in verschillende godsdiensten tot uiting. In vele levensbeschouwelijke visies en teksten is het labyrint, of de levensweg, een vaak voorkomend element. Het afleggen van die weg is net zo belangrijk als het bereiken van het einddoel zelf. Het fenomeen is een rode lijn in Larbi’s werk. “Meer dan eens in mijn voorstellingen aangestipt”, zegt hij. “De onzekerheid van de volgende stap, misschien een stap terug doen en even een andere richting inslaan om te zien of dat beter is. Een weg volgen en niet weten of dat de juiste is, maar toch weten waar je vandaan komt, zodat je terug kunt gaan en een andere richting kunt kiezen. Inzien dat je je vergist kunt hebben. Daarnaast heb ik de indruk dat labyrinten zich in mijn dagdagelijkse leven ook vaak manifesteren. Als stad doet Antwerpen zich aan mij voor als een verzameling van labyrinten, en zo ook Amsterdam. Daardoor heb je constant het gevoel dat je van het ene in het andere labyrint stapt. Ook de muziek kun je als een labyrint beschouwen: een reeks tonen die een weg inslaat en later op de gemaakte schreden terugkomt. Dat een labyrint zoveel referenties oproept intrigeert mij. Het is zowel werelds als religieus. het is een thema waar ik in dit werk nog veel hoop over te ontdekken.”

Biografie
Sidi Larbi Cherkaoui (Antwerpen, 1976) danste in variétévoorstellingen en televisieprogramma’s, voordat hij in Brussel ging studeren aan P.A.R.T.S, de dansschool van choreografe Anne Teresa De Keersmaeker. Hier komt hij in contact met de techniek van choreografen als William Forsythe, Pina Bausch en Trisha Brown. Tijdens zijn studies hedendaagse dans werkt hij ook samen met hiphop- en jazzdansgezelschappen.

In 1999 maakt hij zijn eerste choreografie, Anonymous Society, waarmee verschillende internationale prijzen krijgt. In 2000 ontvangt hij voor Rien de Rien, Cherkaoui’s eerste choreografie voor Les ballets C de la B de Special Prize op het BITEF Festival in Belgrado. Het danstijdschrift Ballet-tanz riep hem in 2008 uit tot Choreograaf van het Jaar, en in 2009 kreeg hij de Duitse Kairos-prijs 2009.

Momenteel maakt Cherkaoui zijn producties bij Eastman, zijn eigen dansgezelschap, tevens huisgezelschap van het Toneelhuis in Antwerpen.

kader

‘Ik vind de discipline van het klassieke ballet tegelijk fascinerend en beangstigend, subliem en fascistisch. Net zoals devotie: het beeld van rijen biddende gelovigen heeft een grote schoonheid, maar kan ook omslaan in een blinde fascistoïde gehoorzaamheid. Alles kan in zijn tegendeel omslaan. Een soort van middenweg bewandelen is erg moeilijk. Het is vaak makkelijker om extremistisch te zijn.’
– Sidi Larbi Cherkaoui in een interview uit 2007