To Phi – or not to Phi

Spelen tot het kookpunt in Alles van waarde

Toen tv-crack Jandino Asporaat hem vroeg een Chinees typetje te creëren, antwoordde Phi Nguyen: ‘Zeg het maar. Ik heb drie versies voor je.’

Stond hij daar opeens in de keuken van Guts & Glory in Amsterdam, bakkend en bradend, zwarte sloof en witte koksbuis voor, ergens tussen haute cuisine en ruig koken in. ‘Al vanaf mijn zevende kook ik voor mezelf en vanaf mijn vijftiende in restaurants. Ik doe het vanuit mijn natuur, net als toneelspelen.’

Koksijde, 2016. What’s in a name? Belgische Westkust. Na zeven hoogtijjaren als beroepsacteur besloot hij de beroemde opleiding tot kok aan de hotelschool Ter Duinen te gaan volgen. Hij had tabak van toneel na aanhoudende bezuinigingsrondes. ‘Ik werd verdrietig, kon mezelf niet meer inspireren, laat staan anderen. Ik moest en zou een ‘sabbatical’. Ik heb toen alle projecten afgezegd, op Lord of the Flies van NTjong na. Dus ik wist vooraf dat ik wel weer zou spelen.’

De culinaire omgeving deed hem goed, al miste hij al op dag één het toneel. Na een halfjaar stopte hij de opleiding. ‘Niet uitdagend genoeg.’ Weg diploma. ‘Je hebt geen diploma nodig om kok te zijn of acteur. Zegt niets over je kwaliteiten.’

Voor goede vrienden fungeert hij nog geregeld als freelance koksmaat – steeds vaker ook op het theaterpodium, ‘al is dat geen doel op zich’. Bij de Veenfabriek in Leiden is hij speler/kok bij de ‘Veenproeven’.’

En op Oerol, rond de voorstelling Pinokkio, ook van de Veenfabriek, creëerde hij een ‘vegan’ bonenschotel. ‘Hoe het avontuur van koken en theater zich verder ontwikkelt, weet ik niet. Een carrière op beide vakgebieden is onmogelijk denk ik. Al heb ik, gek genoeg, meer aanleg voor koken dan voor acteren; maar dan wel weer meer voor spelen dan voor koken.’

Phi Nguyen, homo ludens.

Spelen is zijn levenselixer, zijn spirituele zoektocht naar waarheid. En dan vooral naar ‘hoe zuiver te spelen’. Phi: ‘Ik wil sámen spelen in plaats van zelf willen winnen’. Spelen is voor hem vooral contact maken, soms ook ‘een puzzel die niet altijd leuk is om op te lossen’.

Hij heeft het over Pessoa, ‘een dichter die schrijft zoals ik zou willen spelen’, reciteert uit Autopsychografie en haalt Over de dorpen van Peter Handke aan. ‘Die zijn leidend voor mijn benadering van toneelspelen. Of dat lukt is een tweede.’

Klopt het nog wat ik doe? Dat is zijn levenshouding. Vroeger was hij geregeld chagrijnig over zijn spel, want: het kon toch béter? Tegenwoordig nog maar zelden, steeds vaker denkt hij: ‘Stop! Even genieten!’ Een schuchter lachje breekt door.

Mark Colijn, docent op zijn middelbare school, bracht hem op het spoor van het toneelspel. ‘Ik heb nooit acteur willen worden. Maar op schooltoneel merkte ik dat ik er makkelijker en dieper contact maakte dan met vrienden. En als speler was ik bloedfanatiek. Bij een nazit barstte ik destijds van kwaadheid in tranen uit. Ik vond dat we niet sámen hadden gespeeld, dat het een-ieder-voor-zichzelf was geweest. Iedereen was muisstil.’

Het betekende achteraf een ferme duw richting professionele toneelopleiding. Hij begon aan de vooropleiding in Utrecht en volgde daarna de toneelopleiding in Arnhem. ‘Elke dag was ik in tranen. Ik vroeg me elke dag af: Kan ik dit wel?’

Jeugdtheater, autonoom werk, repertoire, experimenteel, grote en kleine zaal, tot film en beeldende kunst.’Ja, wat ik doe ligt nogal uit elkaar. Maar steeds zoek ik naar mogelijkheden om samen te spelen , zonder daarbij mijn idealen te verloochenen.’ Toen Jandino Asporaat hem voor zijn tv-sketches vroeg een Chinees typetje te creëren, antwoordde hij: ‘Kies maar. Ik heb drie versies voor je.’

Vandaag de dag is hij een veelgevraagd acteur. ‘Ik kan heel goed spelen,’ verbetert hij,’als een kind bedoel ik dan. Maar ben geen goed acteur. U vraagt wij draaien, dat kan ik niet, doe ik niet graag.’

Veemtheater, Amsterdam, 2008. De soloTo Phi or not to Phi. Vijftig fragmenten in een mix van toneel, muziek, dans en beweging. ‘Samen met regisseur Ine te Rietstap wilde ik onderzoeken tot hoe ver mijn transformaties als toneelspeler reiken en hoe het publiek naar mij kijkt: Zie je verschillende ‘beelden’ of zie je alleen een ‘Aziaat’.’

Ooit vroeg een medestudente van de toneelschool hem of hij het niet jammer vond dat hij nooit de rol van Hamlet zou kunnen spelen. Phi: ‘Een acteur wordt vaak gekozen op uiterlijke kenmerken. Slaat nergens op. Maar het gebeurt. Neem iemand met sproeten. Dat zegt niets over diens karakter. Mijn uiterlijk zegt niets over mijn innerlijk.’

Eventuele vooroordelen heeft hij intussen geslecht met rollen die gaan van Puck tot Pinokkio en Piggy tot Ping-Ping. Vandaag de dag drijft hij regelmatig zelf de spot met zijn Aziatische voorkomen. Hij lacht. Dan: ‘In Alles van waarde speel ik voor het eerst een Vietnamees!’

Kader:
Alles van waarde
In Alles van waarde verbindt de Veenfabriek muziektheater met leven, dood en kwetsbaarheid. De ooit flamboyante, maar verbitterd geraakt revolutionaire linkse kunstenaar Luuk Swaanswijk slijt in een tehuis zijn laatste dagen.

Vandaag bezoeken zijn dochter en zijn kleinzoon Huy (Phi Nguyen) hem. Wie weet voor het laatst, want Huy gaat op vredesmissie naar Venezuela. Luuk staat hier cynisch tegenover. Maar Huy meent dat hij mensen in nood kan helpen en wil vechten voor wat kwetsbaar is.

Phi over het stuk: ‘De vraag is of je de wereld kunt verbeteren. Heeft een VN-resolutie meer waarde dan atonale muziek?’

Tournee door Nederland in oktober, november en december. Meer informatie: veenfabriek.nl.

Kader:
Phi Nguyen [tweeklank ‘ng’ gevolgd door ‘uwen’] werd in 1984 geboren in Binh Tri Thien, Vietnam. Op zijn zesde emigreerde hij met zijn ouders naar Nederland. Dit seizoen speelt hij naast Alles van waarde van de Veenfabriek ook in de film Bon Bini Holland II. Ook werkt hij mee aan Hin und her van theatergroep ’t Barre Land.

Kader:
Fragment uit: Autopsychografie
Van: Fernando Pessoa
Vertaling: August Willems

De dichter wendt slechts voor
Hij veinst, zo door en door
Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn
Zijn werkelijk gevoelde pijn

Oriëntrood en liefdevol

Meral Polat in ‘De Gesluierde Monologen’ en ‘De Uitdaging van Thijs Borsten!’

Ze heeft als actrice de allerprachtigste opkomst aller tijden op haar naam. Binnenkort is ze als zangeres te gast in Theater De Nieuwe Regentes: Meral Polat.

Flashback: Een oriëntrode baljurk met glitters tegen een zwart achterdoek. Bijpassende pumps. Sensueel roodgestifte lippen (‘make-up is meditatie’). Een enorme bos zwarte krulharen. Voloptueus. Met vaste tred stapt ze naar voren om de zich voor dood houdende Wim T. Schippers liefdevol in de armen te nemen. Gezang stijgt uit haar keel op. Wat een alt komt dáár binnen! De voorstelling: Hoogwater voorheen Laagwater. Haar naam: Meral Polat.

“Paul Koek van de Veenfabriek die samen met Wim T. Schippers die voorstelling maakte, vroeg me naar mijn droom-opkomst. Het liefst wou ik een schommel, precies in de outfit die je daarnet beschreef, waarbij ik vanuit de hoogte van de toneeltoren in een schommel zou neerdalen. Dat laatste is er niet van gekomen, maar de rest dus wel! Die voorstelling was trouwens werkelijk een feestje!”.

Vaste bezoekers van het Nationale Toneel herinneren zich Polat van Hollandse Spoor, waarna ze prompt de Guido de Moor Prijs kon toucheren. En van het vervolg daarop: Retour Hollandse Spoor. Daar bracht ze het melancholische lied Mijn lief Den Haag. Het zou met terugwerkende een klassieker moeten zijn, naast die van Jekkers, Van Vliet, De Regâhs en nog tal van anderen.

Alomtegenwoordig, dat is ze – en ook wat je noemt: multigetalenteerd. Een korte opsomming leert dat: theateractrice (ze ‘was’ Anne Frank, Julia, en nog zoveel meer personages), ze is vocaliste (onder meer met haar eigen band Merals Harem), ze is geregeld op tv (onder meer naast Ariane Schluter in de politieserie Noord Zuid), en als filmactrice (recentelijk in De Boskampi’s). Ze was zelfs Slimste Mens, of in ieder geval een van de kandidaten in dat tv-programma. En dezer dagen is de uit Koerdische gastarbeidersouders, in Zaandam opgegroeide actrice/vocaliste Meral Polat te zien in de reprise van De Gesluierde Monologen, en binnenkort in De Uitdaging van Thijs Borsten!.

Monologen
In 2003 was ze eenentwintig, en nog maar net afgestudeerd aan de Amsterdamse Toneelschool, toen theatermaker Adelheid Roosen haar vroeg voor De Gesluierde Monologen. Toentertijd was De Vagina Monologen een succes gebleken, een voorstelling over vrouwelijke seksualiteit, waarin Roosen zelf had gespeeld. Maar De Gesluierde Monologen vertelde dat verhaal door de bril van ‘de’ islamitische vrouw. Polat sprak in dat stuk toen, en nu in de actuele repriseversie opnieuw, drie monologen uit, verhalen die Roosen optekende uit de mond van islamitische vrouwen. Polat: “Ik herken hun authentieke verhalen, al heb ik die niet aan den lijve ondervonden omdat ik Alevitisch ben opgevoed. Voor mij zijn die vrouwen echte helden: zij zijn níet gaan haten, zijn níet verhard – ondanks hun persoonlijk en maatschappelijk vaak onvrije positie”.

De Monologen zijn wereldwijd gespeeld, onder meer in de Verenigde Staten, maar ook in het Turkse Ankara, daar in het Turks. “Fantastische ervaringen. Bijzonder ook dat we de in enkele Blijf-van-mijn-Lijfhuizen in Nederland hebben gespeeld”. Binnenkort is De Gesluierde Monologen in Amsterdam, gespeeld in het Turks.

Ontmoeting
Volgende maand staat Meral Polat in De Uitdaging Van Thijs Borsten! Een muzikaal programma waarin musicus Borsten een ontmoeting arrangeert met Polat en popzangeres Frédérique Spigt. “Geweldig, zo’n ontmoeting. Zij zingt liederen uit mijn vaste ‘Koerdische’ repertoire; en ik enkele songs uit dat van haar. Daarnaast doen we samen enkele duetten”. Er is veel waardering over en weer, een sympathie die dateert van de voorstelling Ontspoord van de Toneelmakerij, toen ze samenwerkten. Polat: “Ik ben fan van Frédérique, als muzikant maar ook als mens, vrouw, individu. We hebben ieder een eigen kracht en een eigen kleur. Daardoor wordt het een spannende ontmoeting”.

In de politieke realiteit van alledag is ondertussen de positie van Koerden en die van Koerdistan erg ingewikkeld geworden. “Tuurlijk raakt me dat. Er wordt in oostelijk Turkije fel jacht gemaakt op Koerden. Sinds de hernieuwd opgelaaide vijandschap tussen Turkije en de Koerden is het er gevaarlijk. Tja, stilaan is de wereld, daar en hier, op z’n kop gezet. Wat is er toch aan het gebeuren? Ik pleit voor een gebaar van liefde in plaats van de ongewisheid die uitgaat van de kloof”.

De Uitdaging van Thijs Borsten! vindt plaats in Theater De Nieuwe Regentes op zaterdag 13 februari 2016. De Gesluierde Monologen was te zien in Theater aan het Spui op woensdag 20 januari 2016.

 

Notenolie

De Veenfabriek speelt ‘RAARRR’

Toen de artistiek directeur van theatergroep De Veenfabriek in Leiden, Paul Koek, hem zo’n tien geleden vroeg of hij bij zijn gezelschap wilde gaan spelen, zo zegt acteur Joep van der Geest, plantte hij opeens een koptelefoon op zijn hoofd.

“Of ik eventjes naar de muziek van Louis Andriessen wilde luisteren”. Van der Geest spitste zijn oren en wist, kort gezegd, niet wat hij hoorde. Maar toog daarna wél naar de plaatselijke CD-handelaar en raakte gegrepen door de hoogst wondere wereld die ogenschijnlijk aaneenhangt van ‘piep-knor’, waarvan diezelfde Andriessen ergens ook een exponent is. Van der Geest is er zelfs van gaan houden, zo bekent hij welwillend. “Echt,” benadrukt hij “met Andriessen openbaarde zich een onbekende en ongekende klankenrijkdom aan mij”.

Piep. Knor. Het is het cliché dat modern-klassieke muziek aankleeft. Bij De Veenfabriek, het gezelschap waar hij nu al tien jaar aan verbonden is, maakt hij daarom RAARRR. In de tien jaar dat Van der Geest deelgenoot is van hedendaagse muziek, groeide die voor hem van onbereikbare verre vriend uit tot goede buur.

In samenwerking met de jonge componiste Lam Lai uit Hong Kong en vier acteurs gaat Van der Geest goedgemutst rebelleren tegen het hermetische imago van serieuze moderne muziek, om de mysterieuze kracht die zij in zich heeft op een theatrale manier te vieren. Als regisseur trouwens : “Bij De Warme Winkel, het gezelschap waar van ik een van de oprichters was, kon dat niet, omdat we toen niet met regisseurs wilden werken. Bij De Veenfabriek kan dat wél. Ik kijk er zeer naar uit”.

Theater aan het Spui, zaterdag 9 en zondag 10 januari 2016

Serieuze liefde

De Veenfabriek & de Nederlandse Reisopera in ‘The Fairy Queen’

Aanstekelijke humor en ontroerende muziek. Een gouden combinatie. In The Fairy Queen wordt bovendien in alle toonaarden échte liefde bezongen.

De wereld staat op zijn kop. Het is alsof de hemellichamen gelijktijdig verschijnen en de seizoenen ontregeld zijn. De liefde eist ruimte op en verlangt ingrijpen in de situatie die een seconde geleden nog overzichtelijk leek. De Veenfabriek en de Nederlandse Reisopera willen in de muziektheatervoorstelling The Fairy Queen laten zien wat echte, serieuze liefde teweeg kan brengen. “In een tijd die geregeerd wordt door politiek, geld en timemanagement vergeten we soms dat het leven pas echt zin en betekenis heeft als we bij elkaar zijn. Dat is wat liefde in de eerste plaats is: samenzijn,” legt Paul Slangen, dramaturg bij de Leidse theatergroep De Veenfabriek uit. “Als je echt tot over je oren verliefd bent, dan ben je ondersteboven, dan staat je wereld volledig op z’n kop. Niet die liefde van Romeo en Julia trouwens, want dat is toch vooraleerst wat we kalverliefde noemen”.

De verwijzing die Slangen maakt is uiterst relevant. Shakespeare schreef tegelijkertijd aan twee stukken over liefde, het genoemde Romeo en Julia en Midzomernachtsdroom. In de semi-opera The Fairy Queen zijn twee grootmeesters van de podiumkunst in een groots thema met elkaar verenigd: de gelijknamige barokmuziek van Purcell en de verzen van Shakespeares Midzomernachtsdroom. Ze stuwen elkaar in het bezingen van de liefde tot grote hoogte op, maar laten zich niet misleiden door louter idyllische romantiek. Slangen: “Liefde is immers veel meer dan romantiek alleen. ‘De liefde is een ontregelende natuurkracht, zegt Shakespeare in Midzomernachtsdroom; het is een kracht die voor net zoveel verwarring als geluk zorgt. En Purcell volgt hem daarin.” Het resulteert niet alleen in een opvallende voorstelling, maar ook in een chaotisch aandoend maar opvallend toneelbeeld waarin een zes meter hoog puntdakhuis als door een natuurkracht ondersteboven lijkt geworpen en een inboedelkermis met onder meer een kruimeldief, skippybal, paraplu en zitzak figureren naast 54 spelers, solisten, acteurs en musici. “We willen laten zien dat we in een maatschappij van het ‘teveel’ leven, en dat, hoewel de personages in het stuk zich persoonlijk verhouden tot deze spullen, er een herwaardering, een herijking van de hoeveelheid aan spullen dat we om ons heen denken nodig te hebben, op zijn plaats is”.

Daartoe heeft regisseur Paul Koek, onder meer, Purcells muziek opgeknipt. Slangen: “Als je de muziek van The Fairy Queen aaneengesloten beluistert, dan is het laatste gedeelte werkelijk te mooi om waar te zijn. Zoveel moois achtereen kun je als luisteraar eigenlijk niet aan. Te veel. Door negen aria’s die normaliter aan het eind van de semi-opera in een blok worden gespeeld, op de dramatische handeling reflecteren, hebben we de dynamiek, en daarmee de dramatische spanning van de opera weten te vergroten. Dat leidt tot een herijking; zo kun je van de esthetiek van Purcells compositie volledig genieten”. De aanpak verwijst ook naar de praktijk van Purcells tijd, toen de handeling en de muziek apart werden uitgebeeld. “Bezoekers, indertijd hooggeplaatsten, deden actief mee aan zo’n ‘voorstelling”, legt Paul Slangen uit.

Voor De Veenfabriek, dat recentelijk van de muziektheatervoorstelling Moby Dick een culthit maakte, is The Fairy Queen niets minder een monsteronderneming. “Voor het eerst maakt Paul Koek een operaregie. Hij werd door de Nederlandse Reisopera uitgenodigd. Op eigen houtje hadden we dit nooit kunnen doen”.

The Fairy Queen door De Veenfabriek en de Nederlandse Reisopera is op zaterdag 8 maart te zien in het Lucent Danstheater. Meer informatie op www.veenfabriek.nl en www.ldt.nl. Telefonisch kaarten reserveren: (070) 88 00 333.

Ballet met bejaarden

Veenfabriek presenteert ‘Nieuwe Wereld Symfonie’

Drie oude mannen besluiten er nog geen punt achter te zetten, maar samen met een negenkoppig corps de ballet van zeventigplussers het toneel te bestijgen en te fantaseren over een nieuwe wereld.

Ze grommen als dieren, dansen hun ballet met rollator en stok, ze zijn wild en geletterd, stokdoof en stekeblind – maar hebben hun ogen wijd opengesperd. Nieuwe Wereld Symfonie is een muziektheatervoorstelling gespeeld en gedanst door twaalf mannen en vrouwen van tussen de 67 en 89 jaar oud. “Senioren en baby’s die kunnen lopen maken vaak op dans gelijkende bewegingen”, licht actrice, regisseur en tekstschrijfster Elsa May Averill toe over de muziektheatervoorstelling Nieuwe Wereld Symfonie. Ze ontmoette een wereld aan beweging, die aan beperkingen onderhevig was, maar ook nieuwe mogelijkheden bood. “Bewegingen die volwassenen niet meer kennen of zich die misschien niet toestaan”, aldus Averill, die aan de mimeopleiding in Amsterdam afstudeerde en ook bekendheid geniet als filmactrice, onder andere als Helene Grinda in de tv-serie Bernhard, schavuit van Oranje.

Mooi toeval, noemt ze het: Op het moment dat Veenfabriek haar vroeg een voorstelling te maken over senioren, had ze juist al wat voorwerk gedaan, namelijk een eigenhandig onderzoek naar de motoriek en bewegingen van peuters en senioren. “Ik wilde een ballet voor senioren maken. Toen bleek dat Veenfabriek al eens een Zwanenmeer had uitgebracht, en ikzelf een seniorenversie van bijvoorbeeld Giselle niet zag zitten, ben ik zelf een ballet gaan bedenken.” Goedlachs: “Het moest wat mij betreft in ieder geval megalomaan zijn, over het leven en de hele wereld gaan, en operatesk zijn”. Daarop ontstond al snel het idee de Negende symfonie (1893) van Dvořák te gebruiken, ook wel getiteld Uit de Nieuwe Wereld. “Een prachtig, inmiddels tot cliché verworden programmatisch muziekstuk, verkrijgbaar als best of in ieder Kruidvatfiliaal.”
De zoektocht naar senioren die aan de repetities wilden meedoen en die ook op het podium durfden plaats te nemen was niet eenvoudig. “We zijn in Leiden, de vestigingsplaats van de Veenfabriek, naar een relatief klein wooncomplex voor senioren gegaan. We hebben daar toen onze ideeën aan de bewoners ontvouwd. We hebben er later ook een auditie gehouden. Twaalf senioren hadden we nodig, en precies dat aantal meldde zich aan”. Grappig: “En vervolgens werden wíj, de theatermakers, dus gemonsterd, in plaats van andersom!“

In grote lijnen volgt de theatervoorstelling de oorspronkelijke opbouw van de vierdelige symfoniemuziek van Dvořák. Averill: “Het eerste deel gaat over natuur, indianen, beesten en verleiden. In deel twee gaat het over het hier en nu: de kwetsbaarheid van ouderen, hun eenzaamheid en de leegte waarvoor ze zich nu vaak gesteld zien. In het derde deel wordt getoond welke plaats ouderen innemen in de huidige snelle wereld van beeld en geluid. In het laatste deel wordt vooruitgeschouwd. Naar een nieuwe, gedroomde wereld, hier of op een andere planeet”.

Nieuwe Wereld Symfonie doet in de verte denken aan de documentaire over de voormalige danssterren van Les ballet russes en optredens van het legendarische Amerikaanse seniorenkoor Young @ heart. De wisselende gesteldheid en vitaliteit van de tachtigplussers die oude en nieuwe popsongs zingen is legendarisch. Het koor was een decennium terug ook enkele malen in Rotterdam te zien. “Die optredens heb ik gemist, maar de documentaire ken ik natuurlijk wel. Brak en broos en toch zoveel power. Hartverwarmend”.

Nieuwe Wereld Symfonie van de Veenfabriek is op dinsdag 3 en woensdag 4 december 2013 te zien in Theater aan het Spui. Meer informatie op www.veenfabriek.nl en www.theateraanhetspui.nl. Telefonisch reserveren: (070) 346 52 72.

Varen op het kompas van het welbegrepen eigenbelang

De Haagse raadzaal als de huiskamer van hardwerkende Nederlanders

Zijn we nog bereid een bijdrage te leveren aan de samenleving? De Leidse theatergroep de Veenfabriek maakt er vier voorstellingen over. Het eerste deel van de reeks speelt zich af in raadzalen en bestaat uit tegenover elkaar staande dialogen waarin twee echtparen de problemen en kansen bespreken die Nederland hen biedt.

‘Het geld dat ik teveel heb, komt een ander natuurlijk tekort’, meende Zij tot voor kort over de economie. Hij: ‘De piramide moet een top hebben. […] Ieder van ons vaart op het kompas van het welbegrepen eigenbelang.’ Voor het beleggende stel geldt dat het geld inmiddels in grote stromen bij ze binnenroeit. Het zijn twee van de personages uit BANG, een voorstelling van De Veenfabriek over gevoelens van angst en onbehagen die al langere tijd de samenleving binnensluipen.

Nederland staat wereldwijd in de top van sterkste economieën. En nooit eerder is Nederland zo multicultureel geweest. Maar de vanzelfsprekende zelfverzekerdheid, openheid en betrokkenheid hebben bij de spreekwoordelijke Henk en Ingrid plaats gemaakt voor vertwijfeling, afsluiting en afzijdigheid. Nederland en de Nederlanders lijken te zijn doorgeschoten. Internationale waardering voor het unieke Hollandse model van tolerantie is omgeslagen in verbazing. De zwart-witverhoudingen tussen verschillende bevolkingsgroepen, de harde toon van het politieke en maatschappelijke debat en een toenemende aanhang van populistische politieke partijen zijn voor iedereen waarneembaar en voelbaar.

De setting van de voorstelling is die van gemeenteraadzalen van verschillende steden, waaronder die van Den Haag. Het is niet voor het eerst dat de raadzaal van het Haagse IJspaleis als theaterpodium dient – voor zover je de reguliere raadsvergaderingen die zich er afspelen al niet als theatervoorstellingen beschouwt – maar die keuze is in dit geval ijzersterk, want het is het officiële geijkte brandpunt van wat er op straat, thuis en elders tussen mensen gebeurt. Een strijdperk waar padvinderlijke wethouders doorgaans hun gelijk halen. Voor de voorstelling BANG verleent de Leidse theatergroep Veenfabriek aan die vaak wat abstract aandoende raadzaaltjes in het land de intimiteit van een huiskamer. Dat doet de groep door er twee bejaarden, twee miljonairs en twee hardwerkende Nederlanders de problemen en kansen te laten bespreken die de Nederlandse gemeenschap hen biedt. Het zijn veeleisende dubbelrollen, gespeeld door Reinout Bussemaker en Lizzy Timmers.

In de voorstelling zien we de bijna-stripfiguren Ben en Ina. Ze lijken model te staan voor het duo angst en onbegrip, een duo dat bij een smaldeel in de Nederlandse samenleving snel aan terrein wint. Dit deel van de tekst, geschreven door Gerardjan Rijnders, laat de oudjes van dagen zich vol verbetenheid opwinden over hun kleinkereltjes Pjotr en Iwan, die van hun moeder niet meer bij hen op visite mogen, en waarvan de zeven jaar oude Iwan bij de psychiater loopt omdat hij niet tegen zijn verlies kan. Ook zelf ziet het tweetal het niet altijd meer scherp. Zo fietst Ina naar het naburige Kinderdijk om aldaar haar boodschappen te doen, ‘omdat de caissières van de super hier hoofddoekjes dragen, en van wie toch iedereen weet dat die thuis mishandeld en verkracht worden.’

Geloven wij – ik, jij, u – nog in zo’n samenleving? Dat is precies de vraag die de Leidse (muziek)theatergroep zichzelf en ons stelt, en ze wijdt er dit seizoen onder de noemer Geloof – Ongeloof vier verschillende producties aan, waarvan BANG, onder regie van Paul Koek, de eerste is. Geloven Bussemaker en Timmers zelf eigenlijk in de samenleving, in verbinding? “Heel erg”, antwoordt Bussemaker. “Verschrikkelijk trouwens als je dat niet meer doet. Maar ik moet bekennen dat met alles wat je vaak aan negativiteit om je heen ziet en hoort, het niet altijd gemakkelijk is om te geloven. Maar als je niet langer gelooft in de mensen om je heen, wat moet je dan? Ik merk wel dat tegenwoordig vaak snelle conclusies worden getrokken. Sneller dan vroeger. Maar dat is wat mij betreft uiteindelijk een goede manier om allerlei dwarse matschappelijke zaken aan de kaak te kunnen stellen”. Lizzy Timmers: “Door deze voorstelling ben ik in aanraking gekomen met een politiek die het leven van burgers heel direct raakt. Ik ben gecharmeerd geraakt door de zorgvuldigheid van het gemeentepolitieke debat, en mijn geloof in het systeem zoals we dat in Nederland hebben is gegroeid”.

Bussemaker en Timmers zijn beiden kind aan huis bij de Veenfabriek. Zo speelden zij er vorig seizoen onder meer in een intense Medea, en ook bij de volgende afleveringen van de serie Geloof – Ongeloof zijn ze betrokken.  Inspiratie voor de reeks ‘geloofs’voorstellingen putten Bussemaker, Timmers en regisseur Paul Koek onder meer uit een Leidse gespreksserie, een Denktank, van Universiteit Leiden, waarin twaalf kunstenaars en wetenschappers publieke debatten met elkaar voeren. Het zijn volgens het duo waardevolle ‘zoektochten naar het interdisciplinaire in de actuele kunsten’. Timmers: “Er zijn niet meteen letterlijke teksten uit de discussies in deze voorstelling beland, maar voor de komende afleveringen kan dat wel degelijk het geval zijn. We zijn net begonnen aan een nieuwe voorstelling in de reeks Geloof – Ongeloof, deze keer met regisseur Eric de Vroedt, en ik merk dat we inspiratie putten uit gedachtewisselingen die in dat platform op zijn gekomen.”

BANG door de Veenfabriek op ma 21, di 22 november en ma 12, di 13 december in de raadzaal van Den Haag. Toegangskaarten via Theater aan het Spui: (070) 346 5272. Meer informatie: www.veenfabriek.nl en www.theateraanhetspui.nl.